CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing & bijlages Rijssensestraat 116 Nijverdal

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Advies gemeenteraad zes appartementen Rijssensestraat 116 te Nijverdal27.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 1 van 16

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rijssensestraat 116 binnen de bebouwde kom van Nijverdal. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten x = 228.248 en y = 486.241. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Hellendoorn, sectie L, nummer 4973. De Rijssensestraat bevindt zich ten oosten en de Bremweg bevindt zich ten zuiden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is deels bebouwd met snackbar. De snackbar is niet meer in gebruik. Inpandig is een houten vloer op een tegelverharding aanwezig. Het onbebouwde terreindeel is grotendeels verhard met klinkers en tegels en deels begroeid met struiken. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de geplande aankoop en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels verhard en omvat circa 250 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan indicatief bodemonderzoek Tauw, mei 1987; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2023. 2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft al jaren de bestemming infrastructuur. Het pand dateert van 1988 (BAG-viewer). Het terrein is waarschijnlijk reeds vanaf 1936 bebouwd (bron: Topotijdreis). Voor die was het terrein in gebruik voor landbouwkundige doeleinden; - voor de ‘snackbar’ is op 20 februari 1978 een oprichtingsvergunning verleend; - voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie.

Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - op basis van de Regionale bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) en de Twentse Bodemkwaliteitskaart PFAS (Tauw bv, mei 2020) wordt verwacht dat de bovenen ondergrond voldoen aan de klasse AW2000. Volgens de Nota bodembeheer Regio Twente (Twents beleid veur oale groond) wordt geen correctie toegepast voor minerale olie tot maximaal 100 mg/kg d.s.; - uit een eerder bodemonderzoek (Tauw 1987) blijkt dat de bodem puinhoudend is en dat de bodem volgens de huidige richtlijnen dus asbestverdacht is; - voor zover bekend heeft er op de onderzoekslocatie eerder een bodemonderzoek plaats gevonden. Deze wordt op de volgende pagina nader toegelicht. Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 2 van 16

Tauw infra Consult BV, indicatief bodemonderzoek Rijssensestraat (Bremweg-Brilsweg) te Nijverdal, d.d. mei 1987 met rapportnummer 51511.10 De aanleiding van het onderzoek was het krijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de geplande woningbouw op een terrein, welke de huidige onderzoekslocatie overlapt (zie boorplan). In de bodem is zintuiglijk tot circa 1.30 m-mv puin aangetroffen. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: In de boven- en ondergrond zijn van 0 - 1.00 m-mv geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd zinkgehalte aangetoond. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron

Specificatie

Relevante informatie

Opdrachtgever

Huidig en voormalig gebruik

Ja

Gemeente Hellendoorn

Milieuhygiënische en historische bodeminformatie en eerdere bodemonderzoeken

Ja

Omgevingsrapportage

https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/

Ja

Archief Kruse Milieu BV

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Nee

Google Maps

https://www.google.nl/maps

Ja

Topotijdreis

https://www.topotijdreis.nl/

Ja

BAG-viewer

https://bagviewer.kadaster.nl/

Ja

Perceelloep

https://perceelloep.nl/

Ja

Ruimtelijke plannen

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/

Ja

Grondwatertools

https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/

Ja

DINO-loket

https://www.dinoloket.nl/

Ja

AHN-viewer

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

Ja

Bodemkwaliteitskaart

Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020

Ja

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 3 van 16

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich op ongeveer 12 meter boven NAP; - de locatie aan de oostelijke rand van Overijsselsche Heuvelrug (de Nijverdalsche Berg en de Noetselerberg) gelegen en aan de westzijde van het Reggedal; - tot circa 6 meter diepte is een zandpakket aanwezig, welke behoort tot de formaties Drente en Boxtel. Het doorlatend vermogen van het zandpakket van 3 - 6 meter diepte is circa 50 - 100 m2/dag; - hieronder is tot circa 10 meter diepte een kleiige eenheid van de Formatie van Drente (laagpakket van Gieten) aanwezig; - gevolgd door een zandpakket tot circa 80 meter diepte van de formaties van Drente, Urk, Appelscha, Peize en Waalre, bestaande uit matig tot grof zand; - tot 97 meter diepte is een complexe eenheid aanwezig; - vanaf 97 meter diepte is een kleilaag van de Formatie van Breda aanwezig; - de grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1.5 meter onder het maaiveld.

Het freatische grondwater stroomt, mogelijk onder invloed van de Midden Regge, in oostelijke richting; - op circa 3 kilometer stroomt ten noordoosten van de onderzoekslocatie de Midden Regge; - op circa 1.5 kilometer ten westen van de locatie is het grondwaterbeschermingsgebied Nijverdal gelegen; - de invloed van het grondwaterbeschermingsgebied en de watergang op het freatische grondwater is bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 4 van 16

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL), en asbestverdacht uit norm NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor de onderzoekslocatie gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Ter plekke van de betonverharding worden, in afwijking van de richtlijnen, betonboringen van 120 mm verricht.

Er wordt mogelijk een geringe negatieve invloed op de analyseresultaten verwacht als gevolg van deze afwijking op de richtlijnen. Tijdens het veldwerk kan de bodem onder het beton minder goed beoordeeld worden, waardoor de resultaten van het asbestonderzoek onder het beton als indicatief dienen te worden beschouwd. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 250 m² worden in totaal 5 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Twee inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld en worden in verband met eerdere onderzoeken gecodeerd als 1 tot en met 5. Twee inspectiegaten worden in het openbaar gebied verricht, op circa 1 meter van de gevels van het pand. De boorpunten zijn aangegeven door de opdrachtgever.

Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 5 van 16

Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (1x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 6 van 16

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Indien visueel asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per gat een materiaal(verzamel)monster samengesteld. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 7 van 16

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. 3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 8 van 16

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en besproken in paragraaf 4.4. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en besproken in paragraaf 4.6. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in september 2023 uitgevoerd door de heer J. Hartman. Deze veldwerker is conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). Er zijn op 11 september 2023, na maaiveldinspectie, in totaal 5 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop: inspectiegaten 1 tot en met 5). De inspectiegaten 1 en 2 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot 2.0 m-mv. In inspectiegat 1 is van 0.24 - 0.35 m-mv een asfaltverharding aangetroffen. Deze laag is niet onderzocht en behoort niet tot de scope van dit onderzoek. Inspectiegat 2 is centraal in het pand verricht, hierin is onder de houten vloer een betonvloer en een loze ruimte tot circa 0.40 m-mv aangetroffen. Op 5 oktober 2023 is met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor een diepe boring verricht tot 5.50 m-mv, welke vervolgens is afgewerkt met een peilbuis (PB 6). Er is zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie-water reactie). Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers, tegels en struiken, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag).

Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw bestaat globaal uit uiterst fijn tot matig fijn, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn in tabel 3 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv) 0.10 -0.24

Waarneming

0.35 - 0.85

Sporen puin, zwak asfalt en sporen asbest (8.6 gram golfplaat) Zwak puinhoudend en sporen asfalt

3

0.30 - 0.50

Sporen puin en asfalt

4

0.25 - 0.50

Sporen puin en asfalt

5

0.04 - 0.50 0.75 - 1.00

Sporen puin Sporen puin

1

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 9 van 16

Vervolg tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming

6

0.25 - 0.75

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Van de asbesthoudende bodemlaag in Gat 1 is zowel een monster van de fijne fractie als een materiaalverzamelmonster samengesteld. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

BG (sporen puin)

1 1 3 4 5

0.10 - 0.24 0.35 - 0.65 0.30 - 0.50 0.25 - 0.50 0.04 - 0.50

NEN5740standaardpakket

OG (zintuiglijk schoon)

1 1 1 2 2 2

0.65 - 1.00 1.00 - 1.50 1.50 - 2.00 0.40 - 0.75 0.75 - 1.10 1.10 - 1.60

NEN5740standaardpakket

FF - Gat 1 MVM - Gat 1

1

0.10 - 0.24

Asbest

Boring 6 is doorgezet tot circa 5.50 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 12 oktober 2023 is de peilbuis PB 6 bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

1

4.50 - 5.50

4.00

5.3

235

9.8

Goed

pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. De waarde voor de pH wordt als verlaagd beschouwd. De waarden voor de EC en de troebelheid worden normaal geacht. Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 10 van 16

4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG) en in het grondwater (PB 6) zijn enkele licht verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de ondergrond (OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).

1 2

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 en streefwaarde

Interventiewaarde

BG

Minerale olie PCB PAK

51 2 0.074 1.9

51 2 0.369 * 1.94 *

190 0.020 1.5

5000 1.0 40

PB 6

Barium Zink

81 76

81 * 76 *

50 65

625 800

AW2000 Toetsing aan “Twents beleid veur oale groond” (minerale olie < 100 mg/kg d.s.)

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG - PAK en PCB Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de (zeer) licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin/asfalt). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Bovengrond - BG - Minerale olie Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. Het gemeten minerale oliegehalte is lager dan de vastgestelde waarde voor minerale olie in het “twents beleid veur oale groond” (minerale olie < 100 mg/kg d.s.) en valt onder de klasse ‘altijd toepasbaar’.

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 11 van 16

Grondwater - PB 6 - Barium en zink De zeer licht verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV is het analyserapport en de concentratieberekening van het asbestonderzoek opgenomen. In gat 1 is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is in tabel 7 weergegeven. Tabel 7: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Monster

Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

Asbest

175 *

50

Gat 1 * asbestverdachte vezels aangetroffen

In de derde kolom van tabel 7 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. 4.6

Bespreking resultaten asbestanalyses

Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er in inspectiegat 1 asbest aangetoond. Gat 1 bevat asbest: het gewogen asbestgehalte is ruim hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Losse asbestvezels Gat 1 In Gat 1 zijn losse asbestvezels aangetroffen in de fijne fractie kleiner dan 0.5 mm. In theorie zou er sprake kunnen zijn van een verontreiniging met meer dan 10 mg/kg d.s. aan respirabele asbestvezels, terwijl de totaalconcentratie aan asbest onder de interventiewaarde ligt. Uit onderzoek dat TNO heeft uitgevoerd blijkt echter dat zelfs voor het meest ‘losse’ niethechtgebonden asbest (vrijwel ongebonden asbest) het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10% (zie RIVM-rapport 711701034/2003). Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5–10 mg/kg d.s. (bron: circulaire bodemsanering 1 juli 2013). Om de aanwezigheid van respirabele vezels vast te stellen c.q. uit te sluiten kan Gat 1 aanvullend worden geanalyseerd met behulp van een elektronenmicroscoop (SEM). Maar ook zonder deze SEM-analyse kan de asbesthoudende grond ter plekke van Gat 1 worden gesaneerd. Het asbestgehalte in Gat 1 wordt veroorzaakt door 1 asbesthoudend fragment in de grove fractie (>20 mm).

In het monster van de fijne fractie (<20 mm) is een slechts een zeer kleine hoeveelheid asbest aangetoond. Mogelijk is er sprake van een toevalstreffer. Worst-case-scenario: Indien uit een nog uit te voeren nader asbestonderzoek blijkt dat de bodem ter plekke van Gat 1 sterk asbesthoudend is, wordt de omvang van een eventuele verontreiniging geschat op ongeveer 7 m3 (circa 35 m2 x 0.2 meter). De geschatte verontreinigingscontour is opgenomen in het boorplan in bijlage I. Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 12 van 16

In het kader van de voorgenomen aankoop van het terrein is sanering van de sterke verontreiniging niet direct noodzakelijk metinacht neming van: - het in stand houden van de huidige verhardingslagen; - aanvullend asbestonderzoek voorafgaande aan eventuele herontwikkeling. Een nader asbestonderzoek wordt geadviseerd om de omvang van de verontreiniging in kaart te brengen. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding of saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 13 van 16

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Kroon BV is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 250 m² Rijssensestraat 116 in Nijverdal. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels verhard. De aanleiding van dit onderzoek is de voorgenomen aankoop van het terrein. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van asbest. De onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er in totaal 5 inspectiegaten gegraven en is 1 boring verricht, waarvan er 2 zijn verdiept tot 2.00 m-mv en 1 boring is verdiept tot 5.5 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB 6). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit uiterst fijn tot matig fijn, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodem-vreemde materialen aangetroffen (puin en asfalt).

Door de veldwerkers zijn, met uitzondering van het asbestverdachte materiaal van 0.10 - 0.24 m-mv (golfplaat) in inspectiegat 1, visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. De grondwaterstand is aangetroffen op 4.00 m-mv. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG) is (zeer) licht verontreinigd met PAK en PCB; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 6) is zeer licht verontreinigd met barium en zink; - Gat 1 bevat asbest; het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Hypothese De hypothese "onverdacht" dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdacht" voor de aanwezigheid van asbest kan worden geaccepteerd, aangezien er asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG) en in het grondwater (PB 6) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren.

In Gat 1 is asbest aangetoond: het gewogen asbestgehalte is ruim hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Een nader asbestonderzoek wordt geadviseerd om de omvang van de verontreiniging in kaart te brengen. In het kader van de voorgenomen aankoop van het terrein is sanering van de sterke verontreiniging niet direct noodzakelijk met inachtneming van: - het in stand houden van de huidige verhardingslagen; - aanvullend asbestonderzoek voorafgaande aan eventuele herontwikkeling. Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 14 van 16

Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding of saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er, na aanvullend asbestonderzoek en asbestsanering, geen bezwaar tegen de geplande aankoop, aangezien de overig vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na aanvullend asbestonderzoek en asbestsanering, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen.

Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 15 van 16

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Hellendoorn Tauw infra Consult BV, indicatief bodemonderzoek Rijssensestraat te Nijverdal, d.d. mei 1987 met rapportnummer 51511.10 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 C, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 23054716

Pagina 16 van 16

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan indicatief bodemonderzoek Tauw, mei 1987 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2023

Rijssensestraat 116 in Nijverdal

Kruse Milieu BV

Topografische kaart Projectnummer: 23054716 Schaal: 1:60000 Bijlage: I Kaartblad: 28 C

Kroon BV Rijssensestraat 116 7441 AK Nijverdal Verkennend bodemonderzoek

t traa ses sen Ri j s

6

3 geschatte omvang mogelijke (sterke) asbestverontreiniging

4

2 1 5 S2

eg mw e r B

0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

10

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/NP/BD

Projectcode Schaal Datum

0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL

: 23054716 : 1:200 (A4-formaat) : Oktober 2023

Bijlage II Boorstaten

1 0

t egel / cm t ov m aaiveld 1 2

50

3

5 0 -5

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal wit , zwak wort els, ophoogzand

50 2

-10 4 100 5

3 100 t ype dat um boorm eest er

asfalt verharding 6

200 t ype dat um boorm eest er

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, zwak asfalt , sporen asbest (8,6 gr. golfplaat ), gf/ff : 1,3/21,7 kg. -24

150

g r on d b or in g 1 1 -0 9 -2 0 2 3 J. H a r t m a n

t egel / cm t ov m aaiveld

0

6

1

-35

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, zwak puin, sporen asfalt , edelm an

g r on d b or in g 1 1 -0 9 -2 0 2 3 J. H a r t m a n

0

0 -4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, sporen asfalt , sporen puin, ophoogzand geroerd -50

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest -75

zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, sporen zand, geroerd -100

t egel / cm t ov m aaiveld

0 -4

-65

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen oer

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, edelm an

-25

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde, sporen puin, zwak oer

-100

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an

-75

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, st erk t eelaarde, sporen oer

150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, sporen roest

-200

-130

2

hout en vloer / cm t ov m aaiveld

0

0

bet onboor -5

200

loze ruim t e -40

50

1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs -75

2

100

250

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht rood, bruin, st erk oer

-270

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, oranje, zwak roest

-110 3

zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest

300

150 -335

200 t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal oranje, beige, st erk roest

350

4 -200

-380

g r on d b or in g 1 1 -0 9 -2 0 2 3 J. H a r t m a n

-430

3

t egel / cm t ov m aaiveld

0 1 2 50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal geel, oranje, m at ig roest

400

3

leem , zwak zandig, neut raal grijs 0

450

450

-5

-480

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , sporen t eelaarde

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal oranje, grijs, zwak roest

500 -30

t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, bruin, zwak t eelaarde, sporen asfalt , sporen puin

g r on d b or in g 1 1 -0 9 -2 0 2 3 J. H a r t m a n

550 -50

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin -60

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen oer -70

4

t egel / cm t ov m aaiveld

0 1 2 50 t ype dat um boorm eest er

0 -4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest -25

g r on d b or in g 1 1 -0 9 -2 0 2 3 J. H a r t m a n

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen asfalt , zwak t eelaarde, sporen puin, ophoogzand geroerd -50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform project leider

Rijsse n se st r a a t 1 1 6 - N ijve r d a l 23054716 N EN 5 1 0 4 Je r oe n La m m e r s

550 t ype dat um boorm eest er

-550

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 5 -1 0 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-21608554-NL-P1

Datum Relatienr Opdrachtnr.

15.09.2023 35004426 1316365

ANALYSERAPPORT Opdracht 1316365 Bodem / Eluaat

Uw referentie

35004426 Kruse Milieu BV 23054716 Rijssensestraat 116 - Nijverdal

Opdrachtacceptatie Monsternemer

Opdrachtgever

Opdrachtgever

12.09.23

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Let op: alleen de algemene voorwaarden van AL-West gedeponeerd bij de KvK te Deventer, zijn van toepassing. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,

AL-West B.V. Dhr. Merijn Rutgers, Tel. +31/570788117 E-Mail Merijn.Rutgers@al-west.nl

Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1316365 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername

Monster beschrijving

385395

11.09.2023

BG, 1: 10-24, 1: 35-65, 3: 30-50, 4: 25-50, 5: 4-50

385401

11.09.2023

OG, 1: 65-100, 1: 100-150, 1: 150-200, 2: 40-75, 2: 75-110, 2: 110-160

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-21608554-NL-P2

Eenheid

385395

385401

BG, 1: 10-24, 1: 35-65, 3: 30-50, 4: 25-50, 5: 450

OG, 1: 65-100, 1: 100-150, 1: 150-200, 2: 4075, 2: 75-110, 2: 110-160

Algemene monstervoorbehandeling S

Voorbehandeling conform AS3000

-++

-++

S Droge stof Fracties (sedigraaf)

%

-95,9

-97,1

S Fractie < 2 µm Klassiek Chemische Analyses

% Ds

-1,7

-2,1

% Ds S Organische stof Voorbehandeling metalen analyse

-1,9

-<0,2

S Koningswater ontsluiting Metalen (AS3000)

-++

-++

S Barium (Ba)

mg/kg Ds

-78

-<20

S Cadmium (Cd)

mg/kg Ds

-<0,20

-<0,20

S Kobalt (Co)

mg/kg Ds

-<3,0

S Koper (Cu)

mg/kg Ds

S Kwik (Hg)

mg/kg Ds

S Lood (Pb)

mg/kg Ds

S Molybdeen (Mo)

mg/kg Ds

S Nikkel (Ni)

mg/kg Ds

S Zink (Zn) PAK (AS3000)

mg/kg Ds

-<3,0 -6,0 -<0,05 -24 -<1,5 -4,2 -49

S Anthraceen

mg/kg Ds

-<0,050

-<0,050

S Benzo(a)anthraceen

mg/kg Ds

-0,20

-<0,050

S Benzo-(a)-Pyreen

mg/kg Ds

-<0,050

S Benzo(ghi)peryleen

mg/kg Ds

S Benzo(k)fluorantheen

mg/kg Ds

S Chryseen

mg/kg Ds

S Fenanthreen

mg/kg Ds

S Fluorantheen

mg/kg Ds

S Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg Ds

S Naftaleen

mg/kg Ds mg/kg Ds

-0,27 -0,20 -0,11 -0,24 -0,19 -0,43 -0,23 -<0,050 1,9 --

mg/kg Ds

-51

S Som PAK (VROM) (Factor 0,7)

-<5,0 -<0,05 -<10 -<1,5 -<4,0 -<20

-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 #)

0,35 --

#)

Minerale olie (AS3000/AS3200) S Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C12-C16

mg/kg Ds mg/kg Ds

-<35

-<3

*)

-<3

*)

-<3

*)

-<3

*)

Blad 2 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1316365 Bodem / Eluaat

Eenheid

385395

385401

BG, 1: 10-24, 1: 35-65, 3: 30-50, 4: 25-50, 5: 450

OG, 1: 65-100, 1: 100-150, 1: 150-200, 2: 4075, 2: 75-110, 2: 110-160

Minerale olie (AS3000/AS3200)

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-21608554-NL-P3

Koolwaterstoffractie C16-C20

mg/kg Ds

-<4

*)

-<4

*)

-<5

*)

Koolwaterstoffractie C20-C24

mg/kg Ds

-<5

*)

Koolwaterstoffractie C24-C28

mg/kg Ds

*)

-<5

*)

*)

-<5

*)

*)

-<5

*)

mg/kg Ds

--8 -14 -13 --8

*)

-<5

*)

S PCB 28

mg/kg Ds

-<0,0010

-<0,0010

S PCB 52

mg/kg Ds

-<0,0010

-<0,0010

S PCB 101

mg/kg Ds

-0,0071

-<0,0010

S PCB 118

mg/kg Ds

-0,0013

-<0,0010

S PCB 138

mg/kg Ds

-0,022

-<0,0010

S PCB 153

mg/kg Ds

-0,021

-<0,0010

S PCB 180

mg/kg Ds

-0,021

Koolwaterstoffractie C28-C32

mg/kg Ds

Koolwaterstoffractie C32-C36

mg/kg Ds

Koolwaterstoffractie C36-C40

Polychloorbifenylen (AS3000)

S

Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor 0,7) mg/kg Ds

0,074 --

-<0,0010 #)

0,0049 --

#)

#) Bij deze som zijn resultaten "<rapportagegrens" vermenigvuldigd met 0,7. S) Erkend volgens AS SIKB 3000

Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de parameter lager is dan de rapportagegrens. de parameterspecifieke analytische meetonzekerheden en informatie over de berekeningsmethode zijn op verzoek verkrijgbaar, indien de gerapporteerde resultaten boven de parameterspecifieke rapportagegrens liggen. De minimale prestatiecriteria van de toegepaste methoden met betrekking tot de meetonzekerheid zijn in het algemeen gebaseerd op Richtlijn 2009/90/EG van de Europese Commissie.

Opmerking monster(s) 385395: BG, 1: 10-24, 1: 35-65, 3: 30-50, 4: 25-50, 5: 4-50 385401: OG, 1: 65-100, 1: 100-150, 1: 150-200, 2: 40-75, 2: 75-110, 2: 110-160 Het analyseresultaat van PCB 138 is mogelijk overschat vanwege co-elutie met PCB 163 Opmerking monster(s) 385395: BG, 1: 10-24, 1: 35-65, 3: 30-50, 4: 25-50, 5: 4-50 385401: OG, 1: 65-100, 1: 100-150, 1: 150-200, 2: 40-75, 2: 75-110, 2: 110-160 Het organische stof gehalte is gecorrigeerd met het lutum gehalte, indien geen lutum is bepaald dan is gecorrigeerd met een lutum gehalte van 5,4%. Het organische stof gehalte is niet gecorrigeerd voor het vrij ijzer gehalte, tenzij dit bepaald is. Begin van de analyses: 12.09.2023 Einde van de analyses: 14.09.2023 De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geanalyseerde monsters. Alle gegevens met betrekking tot de bemonstering (monsterbeschrijving, bemonstering en bemonsteringspunt...) zijn verstrekt door de opdrachtgever of monsternemer. Het laboratorium is niet verantwoordelijk voor de door de klant verstrekte informatie. Eventuele klantinformatie in dit testrapport valt niet onder de accreditatie van het laboratorium en kan de geldigheid van de testresultaten beïnvloeden. .

Blad 3 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1316365 Bodem / Eluaat

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-21608554-NL-P4

AL-West B.V. Dhr. Merijn Rutgers, Tel. +31/570788117 E-Mail Merijn.Rutgers@al-west.nl

Toegepaste methoden conform Protocollen AS 3000 :

Organische stof Voorbehandeling conform AS3000 Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Koolwaterstoffractie C10-C40 Anthraceen Benzo(a)anthraceen Benzo-(a)-Pyreen Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fluorantheen Chryseen Fenanthreen Fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Naftaleen Som PAK (VROM) (Factor 0,7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor 0,7)

conformNEN-EN12880; AS3000, AS3200; NEN-EN15934 : eigen methode

*) :

Koolwaterstoffractie C10-C12 Koolwaterstoffractie C20-C24 Koolwaterstoffractie C32-C36

Protocollen AS 3000 / Protocollen AS 3200 :

Droge stof

Koolwaterstoffractie C12-C16 Koolwaterstoffractie C24-C28 Koolwaterstoffractie C36-C40

Koningswater ontsluiting

Koolwaterstoffractie C16-C20 Koolwaterstoffractie C28-C32

Fractie < 2 µm

Blad 4 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl [@ANALYNR_START=385395]

DOC-13-21608583-NL-P1

CHROMATOGRAM for Order No. 1316365, Analysis No. 385395, created at 14.09.2023 07:04:47 Monster beschrijving: BG, 1: 10-24, 1: 35-65, 3: 30-50, 4: 25-50, 5: 4-50

Blad 1 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl [@ANALYNR_START=385401]

DOC-13-21608583-NL-P2

CHROMATOGRAM for Order No. 1316365, Analysis No. 385401, created at 14.09.2023 08:22:54 Monster beschrijving: OG, 1: 65-100, 1: 100-150, 1: 150-200, 2: 40-75, 2: 75-110, 2: 110-160

Blad 2 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

Toetsingsinstellingen Versie Toetsingsmethode

Monster Projectnummer van klant

Monsteromschrijving Gehanteerde waarden (gemeten of ingevoerd ) Humus (%) Lutum (%)

3.1.0 Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb [T.12]

23054716 23054716 OG, 1: 65100, 1: 100BG, 1: 10- 150, 1: 15024, 1: 35- 200, 2: 4065, 3: 30- 75, 2: 7550, 4: 25- 110, 2: 11050, 5: 4-50 160

1,9 1,7

Parameter Eenheid Algemene monstervoorbehandeling Droge stof % 95,9 Fracties (sedigraaf) Fractie < 2 µm % 1,7 Metalen (AS3000) Barium (Ba) mg/kg 302 Lood (Pb) mg/kg 37,8 Cadmium (Cd) mg/kg 0,24 Kobalt (Co) mg/kg 7,38 Koper (Cu) mg/kg 12,4 Molybdeen (Mo) mg/kg 1,05 Nikkel (Ni) mg/kg 12,2 Kwik (Hg) mg/kg 0,05 Zink (Zn) mg/kg 116 PAK (AS3000) Anthraceen mg/kg 0,035 Benzo(a)anthraceen mg/kg 0,2 Benzo-(a)-Pyreen mg/kg 0,27 Benzo(ghi)peryleen mg/kg 0,2 Benzo(k)fluorantheen mg/kg 0,11 Chryseen mg/kg 0,24 Fluorantheen mg/kg 0,43 Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen mg/kg 0,23 Naftaleen mg/kg 0,035 Fenanthreen mg/kg 0,19 Minerale olie (AS3000/AS3200) Koolwaterstoffractie C10-C40 mg/kg 255 Koolwaterstoffractie C10-C12 mg/kg 10,5 Koolwaterstoffractie C12-C16 mg/kg 10,5 Koolwaterstoffractie C16-C20 mg/kg 14 Koolwaterstoffractie C20-C24 mg/kg 17,5 Koolwaterstoffractie C24-C28 mg/kg 40 Koolwaterstoffractie C28-C32 mg/kg 70 Koolwaterstoffractie C32-C36 mg/kg 65 Koolwaterstoffractie C36-C40 mg/kg 40 Polychloorbifenylen (AS3000) PCB 28 ug/kg 3,5 PCB 52 ug/kg 3,5 PCB 101 ug/kg 35,5 PCB 118 ug/kg 6,5 PCB 138 ug/kg 110 PCB 153 ug/kg 105 PCB 180 ug/kg 105 Overig onderzoek som 7 polychloorbifenylen PCB28, 52, 101, 118,ug/kg 138, 153, 180369 som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM) mg/kg 1,94 Resultaat voor dit monster Toetsoordeel: Wonen Toetsoordeel: Industrie Toetsoordeel: Niet toepasbaar Toetsoordeel:

Niet toepasbaar > Interventiewaarde

Disclaimer: resultaten en eenheden uit BOTOVA

>AW

< 0,2 2,1 AW

W

IND

IW

97,1 2,1 53,6 11 0,24 7,3 7,22 1,05 8,1 0,05 33,1

50 0,6 15 40 1,5 35 0,15 140

210 1,2 35 54 88 39 0,83 200

530 4,3 190 190 190 100 4,8 720

530 13 190 190 190 100 36 720

190

190

500

5000

20 1,5

40 6,8

500 40

1000 40

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 122 10,5 10,5 14 17,5 17,5 17,5 17,5 17,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 24,5 0,35 <AW

Toetsingsinstellingen Versie Toetsingsmethode Water diep/ondiep Monster Projectnummer van klant

Monsteromschrijving Parameter Eenheid Metalen (AS3000) Barium (Ba) ug/l Lood (Pb) ug/l Cadmium (Cd) ug/l Kobalt (Co) ug/l Koper (Cu) ug/l Molybdeen (Mo) ug/l Nikkel (Ni) ug/l Kwik (Hg) ug/l Zink (Zn) ug/l Aromaten (AS3000) Benzeen ug/l Tolueen ug/l Ethylbenzeen ug/l m,p-Xyleen ug/l ortho-Xyleen ug/l Naftaleen ug/l Styreen ug/l Chloorhoudende koolwaterstoffen (AS3000) Dichloormethaan ug/l Trichloormethaan (Chloroform) ug/l Tetrachloormethaan (Tetra) ug/l 1,1-Dichloorethaan ug/l 1,2-Dichloorethaan ug/l 1,1,1-Trichloorethaan ug/l 1,1,2-Trichloorethaan ug/l Vinylchloride ug/l 1,1-Dichlooretheen ug/l Cis-1,2-Dichlooretheen ug/l trans-1,2-Dichlooretheen ug/l Trichlooretheen (Tri) ug/l Tetrachlooretheen (Per) ug/l 1,1-Dichloorpropaan ug/l 1,2-Dichloorpropaan ug/l 1,3-Dichloorpropaan ug/l Broomhoudende koolwaterstoffen Tribroommethaan (bromoform) ug/l Minerale olie (AS3000) Koolwaterstoffractie C10-C40 ug/l Koolwaterstoffractie C10-C12 ug/l Koolwaterstoffractie C12-C16 ug/l Koolwaterstoffractie C16-C20 ug/l Koolwaterstoffractie C20-C24 ug/l Koolwaterstoffractie C24-C28 ug/l Koolwaterstoffractie C28-C32 ug/l Koolwaterstoffractie C32-C36 ug/l Koolwaterstoffractie C36-C40 ug/l Overig onderzoek som xyleen-isomeren ug/l som dichlooretheen-isomeren ug/l som 3 dichloorpropanen (som 1,1- en 1,2- en 1,3-) ug/l

2.1.0 Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb [T.13] Ondiep

23054716 Peilbuis 1, 6-1: 450550 SW 50 15 0,4 20 15 5 15 0,05 65

625 75 6 100 75 300 75 0,3 800

0,14 0,14 0,14 0,14 0,07 0,014 0,14

0,2 7 4

30 1000 150

0,01 6

70 300

0,01 6 0,01 7 7 0,01 0,01 0,01 0,01

1000 400 10 900 400 300 130 5 10

24 0,01

500 40

0,14 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,14 0,07 0,07 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14

50

600

0,21 0,14 0,42

0,2 0,01 0,8

70 20 80

Resultaat voor dit monster

>SW

Disclaimer: resultaten en eenheden uit BOTOVA

630

35 7 7 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5

0,77S

S) Enkele parameters ontbreken in de som

IW indic

81 1,4 0,14 1,4 3,9 1,4 2,1 0,035 76

som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) ug/l

Toetsoordeel: overschrijding streefwaarde Toetsoordeel: overschrijding interventiewaarde

IW

150

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15857975/2