CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport inventarisatie buitengebied gemeente Hellendoorn Geanonimiseerd

Informatieronde 19 mei 2026, gemeente HellendoornBij agendapunt: Op locatie: kennismaken agrarische sector en resultaten inventarisatie buitengebied15.501 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inventarisatie buitengebied Hellendoorn

Gemeente Hellendoorn Willem-Alexanderstraat 7 7442 MA NIJVERDAL

5.1.2e 5.1.2e

@dlvadvies.nl

5.1.2e

Datum 13-04-2026

DLV Rundvee Advies BV - KVK 09108587

5.1.2e 5.1.2e

Uden

Postbus 511 5.1.2e Uden

T 5.1.2e E @dlvadvies.nl 5.1.2e

W www.dlvadvies.nl

VOORWOORD Het buitengebied van de gemeente Hellendoorn heeft veel verschillende functies en belangen. Er is ruimte voor natuur, landbouw, water, wonen en recreatie. Deze functies hangen sterk met elkaar samen. In het gebied zijn verschillende partijen actief, zoals boeren, natuurorganisaties, bewoners, overheden en netbeheerders. Zij kijken ieder op hun eigen manier naar wat er speelt en wat er mogelijk is. In dit rapport staat een overzicht van de huidige situatie in het buitengebied. Dit noemen we een nulmeting. We hebben gekeken naar zes thema’s: bodem en water, natuur, landbouw, energie en klimaat, wonen en sociaal-economische ontwikkelingen. Per thema beschrijven we hoe het nu is, welke ontwikkelingen er zijn en welke ruimte er nodig is. Het rapport is samen gemaakt met specialisten van de gemeente Hellendoorn. Ook mensen en organisaties uit het gebied hebben hun kennis en ideeën ingebracht. We hopen dat deze nulmeting helpt om een duidelijk en feitelijk beeld te krijgen van het buitengebied. Zo kan het een goed startpunt zijn voor gesprekken en besluiten. Het is belangrijk om te beseffen dat dit rapport maar één manier van kijken laat zien. Het buitengebied kan op verschillende manieren worden bekeken. Dat hangt af van iemands rol, belang of achtergrond. Ook tijd speelt een rol: het verleden, de situatie nu en de toekomst geven ieder een ander beeld.

In de bijlagen staat extra informatie die deze verschillende manieren van kijken uitlegt en verdiept. De bijlagen zijn opgenomen in hoofdstuk 7. De lezer nodigen we uit om dit rapport met een open blik te lezen. Zie het niet als een vast oordeel, maar als een gezamenlijke basis. Vanuit deze basis kunnen we met elkaar in gesprek en samen werken aan de toekomst van het buitengebied. We bedanken iedereen die heeft meegewerkt aan dit rapport.

5.1.2e 5.1.2e

Uden

Postbus 511 5.1.2e Uden

T 5.1.2e E @dlvadvies.nl 5.1.2e

W www.dlvadvies.nl

INHOUDSOPGAVE 1

SAMENVATTING .........................................................................................................................4

2

LEESWIJZER EN METHODIEK ...................................................................................................6

3

INVENTARISATIE DATA .............................................................................................................8 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

4

INVENTARISATIE OPGAVEN.................................................................................................... 38 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

5

Resultaat agrarische buurtschapsbijeenkomsten................................................................ 47 Resultaat interviews ........................................................................................................... 48

INVENTARISATIE AANDACHTSPUNTEN................................................................................. 50 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

7

Water en bodem ................................................................................................................ 38 Natuur ............................................................................................................................... 38 Landbouw .......................................................................................................................... 41 Klimaat en energie ............................................................................................................. 42 Wonen ............................................................................................................................... 44 Sociaaleconomisch ............................................................................................................ 45

INVENTARISATIE PRAKTIJKERVARINGEN ............................................................................ 47 5.1 5.2

6

Water & Bodem ................................................................................................................... 8 Natuur ............................................................................................................................... 13 Landbouw .......................................................................................................................... 18 Klimaat en energie ............................................................................................................. 30 Wonen ............................................................................................................................... 31 Sociaal-economisch ........................................................................................................... 35

Water en bodem ................................................................................................................ 50 Natuur ............................................................................................................................... 51 Landbouw .......................................................................................................................... 51 Klimaat en energie ............................................................................................................. 52 Wonen ............................................................................................................................... 53 Sociaaleconomisch ............................................................................................................ 53

BIJLAGEN ................................................................................................................................. 54 B1. Gebruikte datasets en bronnen ............................................................................................. 54 B2. Betrokken gesprekspartners ................................................................................................. 56 B3. Gebruikte definities en begrippenlijst ..................................................................................... 56 B4. Overige bijlagen.................................................................................................................... 58

3

1 SAMENVATTING Deze inventarisatie is een overzicht van de huidige situatie in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Het gaat om een nulmeting: een feitelijk beeld van hoe het gebied er nu uitziet en welke ontwikkelingen er spelen. De inventarisatie is opgesteld als basis voor het vervolg en is bedoeld voor de gemeente, gebiedspartners, ondernemers, bewoners en andere betrokkenen in het buitengebied. In deze rapportage zijn verschillende thema’s afzonderlijk onderzocht, zoals water en bodem, natuur, landbouw, klimaat en energie, wonen en sociaaleconomische ontwikkelingen. Deze thema’s hangen sterk met elkaar samen en hebben invloed op elkaar. In deze inventarisatie zijn ze zo goed mogelijk apart beschreven, met aandacht voor de onderlinge samenhang. Per thema zijn de belangrijkste kenmerken, ontwikkelingen, aandachtspunten en knelpunten in beeld gebracht. Het bodem- en watersysteem vormt de basis van het buitengebied van Hellendoorn. De opbouw van de bodem en de manier waarop water door het gebied stroomt, bepalen in grote mate het landgebruik, de natuur en de gevoeligheid voor droogte en wateroverlast. Er zijn duidelijke verschillen tussen hogere zandgronden en lagere beekdalen. Dit zorgt voor zowel knelpunten als kansen, bijvoorbeeld op het gebied van water vasthouden en het verdelen en beschermen van drinkwater.

Tegelijk zorgen klimaatverandering en Europese regels voor waterkwaliteit ervoor dat water en bodem een steeds grotere rol spelen in ruimtelijke keuzes. De natuur in het buitengebied bestaat uit beschermde gebieden, landschapselementen en agrarisch gebied. Opgaven voor Natura 2000, het Natuurnetwerk Nederland en groenblauwe dooradering vragen ruimte en beïnvloeden het gebruik van het gebied. Dit kan leiden tot spanning met andere functies, maar biedt ook kansen voor versterking van biodiversiteit en het combineren van natuur en landbouw, bijvoorbeeld via agrarisch natuurbeheer. Het buitengebied kent een mix van functies, waarbij landbouw een belangrijke rol speelt in het gebruik van de ruimte en het beheer van het landschap. Tegelijk staat de sector voor uitdagingen, zoals veranderende regelgeving, druk op de ruimte en veranderingen in het verdienmodel. Er zijn ook kansen, bijvoorbeeld voor nieuwe vormen van ondernemerschap, samenwerking en een bijdrage aan waterbeheer, natuur en energie. De opgave voor klimaat en energie vraagt ruimte voor duurzame energie, zoals zon en wind. Er zijn plannen en projecten in ontwikkeling die een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Tegelijk spelen er knelpunten, zoals beperkte netcapaciteit en de impact op het landschap. Ook zijn er kansen voor groen gas en het combineren van energie met andere functies.

Op het gebied van wonen is er behoefte aan nieuwe woningen, vooral voor eigen inwoners. Ontwikkelingen vinden vooral plaats in de kernen, maar hebben ook invloed op het buitengebied. Vrijkomende agrarische erven bieden kansen voor hergebruik, maar vragen om zorgvuldige afwegingen in relatie tot andere functies en de kwaliteit van het landschap. Sociaaleconomisch wordt het buitengebied gekenmerkt door kleinschalige bedrijvigheid, een mix van functies en een sterke sociale samenhang. Bewoners ervaren het gebied als prettig om in te wonen en te werken. Tegelijk zijn er aandachtspunten, zoals bereikbaarheid, voorzieningen en de manier waarop verschillende functies samenkomen in dezelfde ruimte. Uit gesprekken met agrariërs, ondernemers en andere betrokkenen blijkt dat het buitengebied over het algemeen positief wordt gewaardeerd. Tegelijk zijn er verschillende belangen en zorgen.

4

Ondernemers geven aan dat ruimte in vergunningverlening belangrijk is voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Ook worden leegstand, druk op de ruimte en de samenhang tussen functies als aandachtspunten genoemd. Samenvattend laat deze inventarisatie zien dat het buitengebied van Hellendoorn veel kwaliteiten heeft, maar ook voor meerdere opgaven staat die samenkomen in dezelfde ruimte. Dit vraagt in de toekomst om afstemming en keuzes tussen functies. Deze nulmeting vormt daarvoor een gezamenlijke en feitelijke basis.

5

2 LEESWIJZER EN METHODIEK Deze rapportage beschrijft de huidige situatie van het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Dit noemen we een nulmeting. Het doel is om per onderwerp te laten zien hoe het gebied er nu uitziet, welke kenmerken er zijn en welke plannen en ontwikkelingen al spelen. De nulmeting zorgt ervoor dat alle betrokken partijen dezelfde basisinformatie hebben. Deze informatie kan worden gebruikt voor nieuw beleid, gebiedsprocessen en besluitvorming. De rapportage gaat over het hele buitengebied van de gemeente Hellendoorn. De volgende onderwerpen komen aan bod: water en bodem, natuur, landbouw, klimaat en energie, wonen en de sociaaleconomische situatie. Met betrekking tot de landbouw is uitgegaan van het meest historische jaartal (2016) waarvoor gegevens die we nodig hadden beschikbaar waren. Het gaat om een momentopname met de meest recente informatie tot en met het eerste kwartaal van 2026. Opbouw van de rapportage De rapportage bestaat uit drie onderdelen: 1. Inventarisatie data Een beschrijving van de huidige situatie per onderwerp, gebaseerd op beschikbare gegevens en kaarten. 2. Inventarisatie opgaven Een overzicht van de belangrijkste uitdagingen en aandachtspunten in het buitengebied. 3. Inventarisatie praktijkervaringen Informatie uit gesprekken, interviews en bijeenkomsten in het gebied.

Deze opbouw zorgt ervoor dat eerst de feiten worden beschreven. Daarna worden de opgaven en ervaringen uit de praktijk toegevoegd. Werkwijze en bronnen De informatie in deze rapportage komt uit verschillende bronnen: ▪ Data-analyse Bijvoorbeeld gegevens over landbouw, natuurbeheer, stikstof, woningbouw, energie en bodem en water. ▪

GIS-kaarten Per onderwerp zijn kaarten gebruikt of gemaakt die laten zien hoe het gebied is ingedeeld, zoals natuurgebieden, eigendom, waterstructuren en mogelijke woningbouwlocaties. De kaarten zijn als afbeelding in deze rapportage opgenomen. Door de grote van de afbeelding is het soms lastig om op detail niveau in te zoomen. Veel kaarten zijn via de vermelde bronnen ook digitaal te vinden.

▪

Documentanalyse Beleidsstukken en rapporten van onder meer de gemeente Hellendoorn, de provincie Overijssel, het Rijk, BIJ12, LVVN, RVO, waterschappen en netbeheerders.

▪

Gesprekken en bijeenkomsten Met vakspecialisten van de gemeente, gebiedspartners en andere betrokkenen. Ook zijn keukentafelgesprekken gevoerd met agrarische ondernemers en is gesproken met afgevaardigden van landbouworganisaties, waaronder LTO West-Twente.

6

In de bijlagen staat een overzicht van alle gebruikte bronnen en kaarten per onderwerp. In de rapportage wordt op sommige plekken verwezen naar extra informatie via links. Proces en betrokken partijen De nulmeting is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Hellendoorn, in samenwerking met DLV Advies. Het project is begeleid door een kernteam met vakspecialisten, projectpartners en procesbegeleiders. Tijdens het proces zijn themasessies georganiseerd en is regelmatig overleg geweest met het kernteam. Ook is er informatie opgehaald in het gebied, zodat praktijkervaringen zijn meegenomen in de analyse. Deze rapportage bevat geen beleidskeuzes of toekomstplannen. Het is een beschrijving van de huidige situatie en de context waarin later keuzes gemaakt kunnen worden. De inventarisatie richt zich op het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Dit gebied is verdeeld in vijf deelgebieden (zie figuur 1). Voor een aantal onderwerpen worden de resultaten per deelgebied weergegeven. Deze gebieden zijn niet helemaal hetzelfde als de buurtschappen. Dat komt omdat in sommige buurtschappen weinig (agrarische) bedrijven zijn. Als we de indeling van de buurtschappen hadden aangehouden, dan zou informatie uit dit rapport herleidbaar zijn naar individuelen bedrijven. Dat willen we niet.

Figuur 1. Deelgebieden gemeente Hellendoorn

7

3 INVENTARISATIE DATA 3.1 Water & Bodem Het bodem- en watersysteem vormt de basis van het buitengebied van Hellendoorn. De bodem en de manier waarop water door het gebied stroomt, bepalen hoe het land wordt gebruikt, waar natuur zich ontwikkelt en waar droogte of wateroverlast kunnen ontstaan. Bodemtypes Binnen de gemeente komen verschillende bodemsoorten voor. Het grootste deel bestaat uit zandgronden (geel en roze). Daarnaast zijn er lagere en nattere gebieden in de beekdalen en langs waterlopen (lichtgroen). Ook komen op sommige plekken oude landbouwgronden voor, de zogenoemde enkeerdgronden (donkerbruin op de kaart). De hogere zandgronden zijn meestal geschikt voor landbouw, maar zijn ook gevoelig voor droogte. De lagere delen en beekdalen zijn natter en spelen een belangrijke rol bij het afvoeren en vasthouden van water. De verschillen in bodemtype hebben daarmee veel invloed op hoe het gebied wordt gebruikt.

Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand 🟩 Beekeerdgronden; lemig fijn zand 🟨 Duinvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand 🟪 Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand ⬛ Haarpodzolgronden; grof zand ⬛ Moerige eerdgronden met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand

Figuur 2. Landschappelijke Bodemkaart Gemeente Hellendoorn (Bron: Bodemdata)

De landschappelijke bodemkaart laat zien hoe de bodem en het landschap in de gemeente zijn opgebouwd. Op de kaart zijn verschillende bodemtypen en landschappen te zien. Dit geeft inzicht in hoe het gebied is ontstaan en hoe het ruimtelijk is opgebouwd. Voor een uitgebreide uitleg van de indeling en legenda wordt verwezen naar de website van: Bodemdata.

Watergangen Het gebied heeft een fijn netwerk van watergangen, sloten en beken. De Regge is de belangrijkste watergang in de gemeente. Midden door Hellendoorn loopt de grens tussen het gebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) en Waterschap Vechtstromen. De Sallandse Heuvelrug vormt hierbij de natuurlijke grens tussen de twee waterschappen.

8

Het watersysteem zorgt voor de afvoer van water, maar helpt ook om water vast te houden in droge perioden. In de gemeente Hellendoorn bestaat ongeveer 151 hectare (1,18%) uit oppervlaktewater. Een deel hiervan bestaat uit wateren die onder de Kaderrichtlijn Water (KRW) vallen. Binnen (of deels binnen) de gemeente liggen onder andere de volgende KRW-waterlichamen: ▪ Beneden-Regge (oppervlaktewaterlichaam) ▪ Kleine Regge ▪ Diverse regionale beken (deel van KRW-waterlichaam) KRW-oppervlaktewaterlichamen zijn grotere wateren die onder de Europese Kaderrichtlijn Water vallen. Dit zijn bijvoorbeeld rivieren, beken en meren. Zo’n waterlichaam bestaat niet alleen uit het water zelf, maar ook uit de bodem, de oevers en de planten en dieren die er leven. De waterbeheerders, zoals waterschappen en Rijkswaterstaat, zijn verantwoordelijk voor deze wateren. Zij beoordelen regelmatig de kwaliteit van het water. Bij deze beoordeling wordt gekeken naar: ▪ de ecologische kwaliteit (zoals planten, dieren en waterleven); ▪ de chemische kwaliteit (zoals stoffen in het water). Daarnaast valt ook het grondwaterlichaam Zand Oost-Nederland onder de KRW. Dit is geen zichtbaar water, maar een ondergrondse laag met grondwater die zich uitstrekt over meerdere gemeenten. Het heeft dus geen duidelijke oppervlakte binnen één gemeente, zoals een beek of meer dat wel heeft.

Voor het meten en beoordelen van zowel oppervlaktewater als grondwater gelden vaste regels. Deze regels komen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).

Figuur 3. KRW-oppervlaktewaterlichamen (Bron: Kaarten | Atlas Leefomgeving)

In de bijlage in hoofdstuk 7 (B1) op pagina 53 staat bij het thema Water een link naar de leggers oppervlaktewater per waterschap. Hierin zijn alle watergangen in de gemeente te vinden.

9

(On)zichtbare waterstructuren Naast de watergangen die je kunt zien, zijn er ook waterstromen die je niet ziet. Dit zijn bijvoorbeeld grondwaterstromen, plekken waar water omhoogkomt (kwel) en plekken waar water in de bodem zakt (infiltratie). Ook oude waterlopen spelen hierbij een rol, ook al zijn die niet altijd zichtbaar in het landschap. Deze ondergrondse waterstromen bepalen waar het nat of juist droog is en hoe water zich door het gebied verplaatst. In Hellendoorn hangen deze processen samen met de bodem en het hoogteverschil tussen de hogere zandgronden en de lagere beekdalen.

Figuur 4. Kwel en infiltratie huidig (Bron: kennishub landelijk gebied Overijssel)

Deze kaart laat zien hoe water zich onder de grond verplaatst. Kwel betekent dat grondwater naar boven komt. Bij infiltratie zakt water juist de bodem in. Op de kaart is te zien waar dit veel of weinig gebeurt. De kaart geeft daarmee inzicht in natte en droge delen van het gebied. Deze ondergrondse waterstromen zijn belangrijk voor de waterhuishouding, natuur en landbouw. Droogte en wateroverlast Het buitengebied van Hellendoorn heeft te maken met zowel droogte als wateroverlast. Op de hogere zandgronden kan in droge perioden snel een tekort aan water ontstaan. In de lagere delen en beekdalen kan juist water blijven staan bij hevige regenval. Op de website van de Waterschap Vechtstromen is een kaart te vinden waarop gebieden met kans op wateroverlast zijn weergegeven, bijvoorbeeld bij extreme neerslag (T=100 bui). Deze kaart laat zien welke delen van het gebied gevoelig zijn voor droogte en welke gebieden juist kans hebben op wateroverlast. Dit geeft inzicht in de verschillen binnen het buitengebied en de werking van het watersysteem. Als een locatie gevoelig is voor wateroverlast, kan dit worden meegenomen bij nieuwe ontwikkelingen. Ook is het belangrijk om voldoende ruimte te behouden voor waterberging. Het watersysteem speelt een belangrijke rol in het omgaan met deze verschillen.

Daarbij wordt gewerkt volgens het principe: water eerst vasthouden, dan bergen en pas als laatste afvoeren. Dit helpt om droogte te beperken en wateroverlast te voorkomen. In het Handboek Openbare Ruimte van de gemeente Hellendoorn staan richtlijnen voor hoe de openbare ruimte wordt ingericht om beter met extreme neerslag en droogte om te gaan.

10

Bodemgebruik Binnen het buitengebied van de gemeente Hellendoorn is landbouwgrond het grootste onderdeel van het landgebruik. In totaal gaat het om 6.124 hectare agrarische cultuurgrond. Dit maakt landbouw de belangrijkste functie in het gebied. Naast landbouw bestaat het buitengebied uit verschillende andere functies. Zo is er 4.285 hectare natuur (volgens het Natuurbeheerplan 2026), 384 hectare bos en heide en 416 hectare gras- en akkerland dat niet als cultuurgrond is geregistreerd. Verder zijn er onder andere: ▪ 399 hectare agrarische bouwblokken (met 536 bedrijfswoningen); ▪ 205 hectare particulier wonen (met 963 woningen); ▪ 60 hectare andere bedrijvigheid (met 105 bedrijfswoningen); ▪ 96 hectare verblijfsrecreatie; ▪ 151 hectare oppervlaktewater; ▪ 357 hectare infrastructuur; ▪ 236 hectare overige functies. In totaal is het buitengebied 12.713 hectare groot en staan er 1.604 woningen. De landgebruikskaart is gemaakt met gegevens uit verschillende bronnen, zoals ruimtelijke plannen, het Natuurbeheerplan Overijssel 2026, landbouwgegevens en de Basisregistratie Topografie. Hiermee is een zo compleet mogelijk beeld gegeven van het huidige gebruik van het gebied. De verdeling van het bodemgebruik hangt sterk samen met de bodemtypen en de waterhuishouding.

Figuur 5. Landgebruikskaart Hellendoorn (Bron: Kadaster 2026)

11

Eigendomssituaties De grond in het buitengebied is in handen van verschillende eigenaren. Dit zijn onder andere agrarische bedrijven, particulieren en terrein beherende organisaties. Op figuur 6 is te zien welke eigenaren 1 hectare of meer grond bezitten binnen de gemeente Hellendoorn. In totaal gaat het om 958 eigenaren. De kaart laat zien hoe het grondbezit is verdeeld over het gebied. Elke eigenaar heeft een eigen kleur. Hierdoor is goed te zien waar grond aaneengesloten ligt en waar het juist versnipperd is.

Figuur 6. Eigendomsverhouding (Bron: Kadaster 2026)

Drinkwaterwingebieden Binnen de gemeente zijn gebieden aangewezen voor drinkwaterwinning (donkerblauw) en grondwaterbescherming (blauw). De gele gebieden zijn waterintrekgebieden. Voor het waterintrekgebied bij Daarle en Daarlerveen geldt dat hier voorlopig nog geen drinkwater wordt gewonnen. Deze gebieden zijn belangrijk voor de drinkwatervoorziening. Daarom gelden er regels voor het gebruik van de bodem en het grondwater. Bijvoorbeeld om vervuiling te voorkomen en zorgvuldig om te gaan met het landgebruik.

12

Figuur 7. Grondwaterbeschermingskaart (Bron:RIVM 2026)

3.2 Natuur De gemeente Hellendoorn heeft belangrijke natuurwaarden. In het gebied komen meerdere opgaven voor natuur en water samen. Deze opgaven hebben invloed op hoe het buitengebied wordt gebruikt en ingericht. Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen de gemeente Hellendoorn ligt het Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug. Ook ligt een klein deel van het Wierdense Veld binnen de gemeente. Het Boetelerveld ligt in de gemeente Raalte en het Vecht- en Beneden-Reggegebied in de gemeenten Hardenberg en Ommen. Deze gebieden liggen buiten Hellendoorn, maar kunnen wel worden beïnvloed door activiteiten in Hellendoorn. Tegelijk hebben deze gebieden, door hun beschermde status, ook invloed op wat er mogelijk is binnen de gemeente, bijvoorbeeld door regels voor stikstof en natuur.

13

🟩 Natuurnetwerk Nederland (NNN) 🟨 Natura 2000

Figuur 8. Kaart Natura 2000 en NNN

Naast Natura 2000 (geel/groen) maakt een deel van het buitengebied ook deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (lichtgroen). Dit zijn gebieden waar de natuur beschermd en ontwikkeld wordt. In NNN-gebieden gelden regels om de natuur te beschermen. Nieuwe ontwikkelingen zijn hier alleen toegestaan als ze de natuur niet verslechteren. In sommige gevallen moet natuur juist worden versterkt of uitgebreid. Deze regels zijn beschreven in het Natuurbeheerplan van de provincie Overijssel en in de regels van de Omgevingswet. De aanwezigheid van Natura 2000, NNN en overgangszones betekent dat in een deel van het buitengebied niet alles mogelijk is. Activiteiten zoals bouwen, uitbreiden of veranderen van grondgebruik moeten passen bij de natuurdoelen. Vaak is hiervoor een vergunning nodig en wordt gekeken naar de effecten op natuur, water en stikstof. Rond de Natura 2000-gebieden, zoals de Sallandse Heuvelrug, liggen ook zogenoemde overgangszones. Dit zijn gebieden rondom de natuur, meestal in het aangrenzende landbouwgebied. Deze zones helpen om de natuur te beschermen. Ze verminderen bijvoorbeeld de invloed van stikstof, verdroging en verstoring. Ook zorgen ze voor een geleidelijke overgang van landbouw naar natuur en kunnen ze natuurgebieden met elkaar verbinden.

Overgangszones hebben geen eigen juridische status, waardoor activiteiten in deze gebieden worden getoetst via bestaande vergunningen en regels: de provincie (zoals Provincie Overijssel) is meestal bevoegd gezag voor natuurvergunningen (Natura 2000), de gemeente (zoals Gemeente Hellendoorn) voor omgevingsvergunningen en het waterschap (zoals Waterschap Vechtstromen of Waterschap Drents Overijsselse Delta) voor watervergunningen.

14

Stikstofgevoelige natuur (KDW) Binnen de Natura 2000-gebieden is een deel van de natuur gevoelig voor stikstof. Dit wordt inzichtelijk gemaakt met de kritische depositiewaarde (KDW). Dit is de grens die is gesteld door de overheid waarboven natuur schade kan oplopen door te veel stikstof. Figuur 9 laat zien hoeveel stikstof op de Sallandse Heuvelrug neerkomt in de jaren 2018, 2025 en 2030. De kaart is verdeeld in kleine vakken (hexagonen). Per vak is te zien of de hoeveelheid stikstof onder of boven de KDW ligt. De kaarten laten zien dat in 2018 op veel plekken te veel stikstof aanwezig is. In 2025 en 2030 neemt dit af. Steeds meer delen komen onder of dichter bij de grenswaarde. Toch zijn er ook in de toekomst nog plekken waar de belasting te hoog blijft. Het is belangrijk om het verschil te begrijpen tussen emissie en depositie. Emissie is de uitstoot van stikstof bij de bron, zoals landbouw, verkeer en industrie. Depositie is de stikstof die uiteindelijk op de natuur terechtkomt. Depositie wordt niet direct gemeten, maar berekend met modellen. Daarbij wordt rekening gehouden met bijvoorbeeld wind, afstand en chemische processen in de lucht. Hierdoor geeft depositie een beeld van de belasting op de natuur, terwijl emissie laat zien waar de uitstoot vandaan komt. Volgens landelijke berekeningen komt de stikstof op de Sallandse Heuvelrug uit verschillende bronnen.

Ongeveer 50% komt uit de landbouw, 34% uit het buitenland, circa 10% uit verkeer en mobiliteit en de rest uit onder andere huishoudens, industrie en energie. Deze verdeling kan per plek verschillen, maar geeft een algemeen beeld. (Bron: Aerius Monitor)

Figuur 9. Ruimtelijke stikstof (over) belasting in 2018, 2025 en 2030 (bron: AERIUS M22)

15

Voor Natura 2000-gebieden wordt regelmatig een Natuurdoelanalyse (NDA) gemaakt. In deze analyse wordt gekeken of de natuurdoelen worden gehaald en welke factoren daarop invloed hebben, zoals stikstof, water en beheer. De NDA laat zien hoe de natuur er nu voor staat en welke maatregelen nodig zijn om de doelen te bereiken. Een NDA wordt meestal eens per 6 jaar gemaakt en bijgewerkt. Zo kan worden gevolgd hoe de natuur zich ontwikkelt in de tijd. Via onderstaande links wordt verwezen naar de meest recente natuurdoelanalyses voor de gebieden in en rond de gemeente Hellendoorn: ▪ Natuurdoelanalyse Sallandse Heuvelrug 2023 ▪ Natuurdoelanalyse Wierdense Veld 2023 ▪ Natuurdoelanalyse Boetelerveld 2022 ▪ Natuurdoelanalyse Vecht- en Beneden-Reggegebied 2023 Landschapselementen Het buitengebied van Hellendoorn bestaat uit verschillende landschapselementen, zoals houtwallen, bomenrijen, sloten, oevers en kleine bosjes. Deze liggen verspreid over het gebied en komen vooral voor in het agrarische landschap. De grootste oppervlakken bestaan uit houtwallen (± 105 ha), bomenrijen (± 75 ha) en oevers (± 60 ha). Ook productiebos (± 55 ha) en sloten (± 45 ha) komen veel voor. Daarnaast zijn er veel kleinere elementen, zoals poelen, singels, lanen en kleine bospercelen.

(Bron: Groenblauwe elementen WestTwente) Deze landschapselementen zorgen voor herkenning in het landschap en verbinden natuurgebieden met elkaar. Ze helpen ook om water vast te houden en bieden leefgebied voor planten en dieren. Soortenrijkdom en ecologische kwaliteit De hoeveelheid planten en dieren verschilt per gebied. In en rond natuurgebieden, zoals de Sallandse Heuvelrug en de beekdalen, is de soortenrijkdom meestal hoger dan in intensief gebruikte landbouwgebieden. De kwaliteit van natuur wordt niet apart per gemeente gemeten. Dit gebeurt vooral in natuurgebieden en via provinciale monitoring. In gesprekken wordt ook verwezen naar de Basiskwaliteit Natuur (BKN). Basiskwaliteit natuur (BKN) is een hulpmiddel om inzicht te krijgen in de staat van de natuur buiten beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Het heeft geen juridische status en is niet gekoppeld aan wet- en regelgeving. De methode kijkt naar onderdelen zoals bodem, water, soorten en leefgebieden. De basiskwaliteit verschilt per plek en hangt samen met het landgebruik, de aanwezigheid van landschapselementen en de waterhuishouding. (Bron: Basiskwaliteit Natuur in Overijssel) Groenblauwe dooradering (GBDA) De groenblauwe dooradering is het netwerk van landschapselementen en water, zoals houtwallen, sloten en kleine natuurgebieden.

Groenblauwe dooradering is een beleidsmatig concept van onder andere de provincie Overijssel, gericht op het versterken van natuur, landschap en biodiversiteit. Het is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie en geeft daarmee richting aan de ontwikkeling van het landelijk gebied in Overijssel. Daarbij is het niet juridisch bindend voor andere overheden of partijen.

16

Dit netwerk ligt verspreid over het buitengebied en verbindt grotere natuurgebieden met elkaar. De hoeveelheid van deze elementen verschilt per gebied. In sommige delen is het netwerk fijnmazig, terwijl het in andere gebieden grover is. Voor groenblauwe dooradering is op provinciaal niveau een ambitie gesteld: 10% van het landelijk gebied moet bestaan uit deze elementen. In Hellendoorn is dit nu ongeveer 5,2%. Dit laat zien dat er al veel aanwezig is, maar ook dat er nog ruimte is voor uitbreiding. Op het dashboard Groenblauwe elementen West-Twente is meer informatie te vinden over de huidige situatie. Het dashboard geeft een overzicht van de aanwezigheid en verdeling van groenblauwe landschapselementen in West-Twente. In de kaart is zichtbaar waar deze elementen voorkomen en hoe ze ruimtelijk verspreid zijn over het gebied en per gemeente. Daarnaast bevat het dashboard verschillende grafieken die inzicht geven in: ▪ De verdeling van landschapselementen per landschapstype (zoals essenlandschap en jonge ontginningslandschappen); ▪ De samenstelling naar type element, zoals houtwallen, bomenrijen, sloten en bosjes; ▪ Het aandeel groene en blauwe elementen; ▪ De verdeling per gemeente en de ligging op of buiten erven. Onderaan wordt het totaal aantal elementen, de oppervlakte en het percentage groenblauwe dooradering weergegeven.

Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) Het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is een subsidieregeling waarbij agrarische ondernemers een vergoeding ontvangen voor het uitvoeren van maatregelen die bijdragen aan natuur, landschap en biodiversiteit. Het gaat bijvoorbeeld om het beheren van kruidenrijk grasland, het beschermen van weidevogels of het onderhouden van landschapselementen zoals houtwallen en poelen. Het ANLb richt zich daarmee op het versterken van natuurwaarden binnen het agrarisch gebied. De uitvoering van het ANLb verloopt via agrarische collectieven. Voor de gemeente Hellendoorn is dit Collectief Midden Overijssel, dat verantwoordelijk is voor de coördinatie, begeleiding en uitvoering van de beheermaatregelen in het gebied. De huidige inzet van het ANLb in Hellendoorn laat zien dat er op meerdere thema’s beheer plaatsvindt. Zie tabel 1. Thema/categorie Weidevogelbeheer Legselbeheer (grasland)

Oppervlakte (ha) 30,9 15,0

Leefgebied dooradering

23,7

Landschapselementen

1,2

Water en klimaat

6,4

Toelichting Gericht op bescherming van weidevogels Onderdeel van weidevogelbeheer, specifiek voor bescherming van nesten Gericht op soorten zoals korhoen, patrijs en steenuil Onderdeel van dooradering zoals poelen, hakhout en hoogstamboomgaarden Gericht op waterbeheer en klimaatmaatregelen

Tabel 1. Inzet ANLB gemeente Hellendoorn

Deze cijfers laten zien dat het ANLb in Hellendoorn op dit moment een relatief beperkte, maar wel gerichte bijdrage levert aan natuur en biodiversiteit in het agrarisch gebied. Tegelijkertijd is er in grote

17

delen van de gemeente potentie voor uitbreiding van het beheer. Binnen het buitengebied zijn op meerdere locaties leefgebieden aangewezen, zoals leefgebied open grasland, leefgebied dooradering en gebieden binnen de categorieën water en klimaat. Dit betekent dat er op veel plekken mogelijkheden zijn voor agrarische ondernemers om ANLb-pakketten af te sluiten en daarmee bij te dragen aan natuur en landschap. Op de website van Collectief Midden Overijssel is meer informatie te vinden. Samenvattend De natuur in en rondom Hellendoorn wordt bepaald door een combinatie van beschermde gebieden, landschappelijke structuren en beleidsopgaven. De aanwezigheid van Natura 2000, NNN en de provinciale ambitie voor groenblauwe dooradering zorgt ervoor dat een belangrijk deel van het buitengebied onder invloed is van natuur- en waterdoelen. Dit heeft directe gevolgen voor het gebruik en de ontwikkelmogelijkheden van het gebied. 3.3 Landbouw De landbouw vormt een belangrijke drager van het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Het landschap en de economische structuur worden in sterke mate bepaald door agrarische bedrijven en hun bedrijfsvoering.

Aantal bedrijven en bedrijfstypen Binnen de gemeente Hellendoorn is sprake van een gevarieerde agrarische sector, met een mix van melkveehouderijen, overige graasdierbedrijven, intensieve veehouderij en in mindere mate akkerbouw- en tuinbouwbedrijven. Het aantal bedrijven is de afgelopen jaren afgenomen, terwijl de gemiddelde bedrijfsomvang is toegenomen. Dit past binnen de landelijke trend van schaalvergroting en specialisatie. De melkveehouderij vormt de grootste groep bedrijven binnen de gemeente en bepaalt in belangrijke mate het grondgebruik.

Figuur 10. Agrarische bedrijven per bedrijfstype in 2024

De landbouw is verspreid over de verschillende buurtschappen binnen de gemeente. In de volgende figuren is het aantal bedrijven per bedrijfstypecategorie in de verschillende buurtschappen weergegeven, evenals het verloop in de periode 2016 tot en met 2024. Uit de grafieken blijkt dat de landbouwstructuur per buurtschap verschilt, zowel in aantal bedrijven als in de verdeling van bedrijfstypen. In vrijwel alle buurtschappen is een lichte afname zichtbaar van het aantal melkveebedrijven tussen 2016 en 2024.

18

In Daarle en Daarlerveen blijft het aantal melkveebedrijven relatief hoog, ondanks een lichte daling in de tijd. In Marle en Haarle is eveneens sprake van melkvee als dominante bedrijfsvorm, maar hier is een duidelijkere afname van het aantal bedrijven zichtbaar. In deze rapportage zijn de bedrijfsbeëindigingen vanuit de Lbv (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties) nog niet meegenomen, omdat de deelnemers wel bekend waren, maar in 2024 nog niet daadwerkelijk waren gestopt. In Hellendoorn, Hulsen en ’t Hexel blijft het aantal overige graasdierbedrijven relatief stabiel. In Egede, Hancate, Eelen en Rhaan is het beeld gemengder, met beperkte verschuivingen tussen de verschillende bedrijfstypen. Akkerbouw- en tuinbouwbedrijven vormen in alle buurtschappen een kleine groep en laten in de tijd slechts beperkte veranderingen zien. Samenvattend laten de cijfers zien dat de structuur van de landbouw per buurtschap verschilt, maar dat in meerdere gebieden sprake is van een afname van het totaal aantal bedrijven. Deze ontwikkeling sluit aan bij een bredere trend van schaalvergroting binnen de landbouw en toename van bedrijfsbeëindigingen.

19

20

21

Figuur 11. Verloop aantal bedrijven per bedrijfstype per buurtschap

Dieraantallen en vergunde situatie In deze paragraaf worden de actuele dieraantallen (op basis van de Gecombineerde opgave/BAB 2024) vergeleken met de aantallen die zijn toegestaan volgens de natuurvergunningen (NBvergunningen). Dit geeft inzicht in het verschil tussen het aantal dieren dat aanwezig is en het aantal dieren dat volgens de vergunning gehouden mag worden. Uit de vergelijking blijkt dat er verschillen zijn tussen de werkelijke aantallen en de vergunde aantallen. Deze verschillen zijn deels te verklaren. Bij melkvee en kalfkoeien is het aantal dieren in de praktijk lager dan vergund. Dit komt deels doordat bedrijven zijn gestopt, maar de vergunning nog wel bestaat. Daarnaast hebben veel melkveehouders een ruimere vergunning dan het aantal dieren dat ze nu houden. Dit wordt ook wel “latente ruimte” genoemd. De cijfers laten zien dat er meer varkens worden gehouden dan vergund. Dat beeld klopt echter niet. Dit verschil ontstaat doordat de gegevens op twee verschillende momenten zijn verzameld. De Gecombineerde opgave geeft de situatie weer op het moment dat het bedrijf nog in werking was, met de aanwezige en vergunde dieren. De gegevens over de vergunningen zijn op een later moment opgehaald. In sommige gevallen was het bedrijf toen al gestopt en is de vergunning ingetrokken.

Doordat deze momenten niet gelijk zijn, lijkt het alsof er dieren worden gehouden zonder vergunning. In werkelijkheid is dat niet het geval. Bij geiten is het verschil te verklaren doordat één bedrijf nog geen volledige vergunning heeft (PASmelder). In totaal zijn er zeven professionele geitenbedrijven in de gemeente. Bij schapen is het aantal dieren in de praktijk hoger dan vergund. Dit komt doordat veel schapen hobbymatig worden gehouden en hiervoor geen natuurvergunning nodig is.

22

De categorieën vleeskuikens, leghennen en ouderdieren zijn niet opgenomen in deze tabel. Het gaat om zo weinig bedrijven dat deze gegevens mogelijk te herleiden zijn naar individuele bedrijven. Om de privacy te beschermen, zijn deze categorieën daarom weggelaten. Samenvattend laat deze vergelijking zien dat de vergunde ruimte en de werkelijke situatie niet altijd gelijk zijn. Dit verschil komt door bedrijfsbeëindiging, tijdelijke leegstand en keuzes in de bedrijfsvoering. De cijfers geven daarmee een beeld van de huidige situatie én de ruimte die op papier aanwezig is. Diercategorie

BAB 2024 dieren

BAB 2024 bedrijven

Melkvee en kalfkoeien 8841 93 Vleeskalveren/ 5296 44 zoogkoeien/stieren Jongvee 4860 105 melkveehouderij Schapen 3582 27 Geiten 12591 17 Fokzeugen en dekberen 31052 11 Vleesvarkens 50128 22 Konijnen 0 0 Paarden en pony’s 387 38 Tabel 2. Vergelijking BAB 2024 en NB-vergunning

Vergunning dieren

Vergunning bedrijven

Verschil dieren (vergunning-BAB24)

12753 6625

93 31

3912 1329

7135

98

2275

981 11485 13875 50368 35 214

10 7 12 34 1 17

-2601 -1106 -17177 240 35 -173

Gewaspercelen en landgebruik Het landgebruik binnen de landbouw in de gemeente Hellendoorn wordt sterk gedomineerd door grasland en voedergewassen die samenhangen met de melkveehouderij. Wanneer de gewasverdeling van 2016 en 2024 met elkaar worden vergeleken, blijkt dat de structuur van het teeltpakket in grote lijnen stabiel is gebleven. Grasland vormt veruit het grootste deel van het landbouwareaal. In 2016 bestond ongeveer 71% van de landbouwgrond uit grasland (blijvend, tijdelijk en natuurlijk grasland). In 2024 bedroeg dit aandeel ongeveer 70%. Daarmee blijft grasland de dominante vorm van landgebruik binnen de landbouw in de gemeente. Het areaal blijvend grasland nam in deze periode licht af, van circa 3.441 hectare in 2016 naar 3.283 hectare in 2024. Ook het areaal tijdelijk grasland liet een kleine afname zien. Deze ontwikkeling past binnen een relatief stabiel melkveegericht landbouwsysteem waarin grasland een centrale rol speelt. Naast grasland vormt snijmais een belangrijke voederteelt. Het areaal snijmaïs nam licht af van circa 1.355 hectare in 2016 naar 1.216 hectare in 2024. Tegelijkertijd verschijnen enkele andere maisvormen in de registratie, zoals korrelmais en corncob mix, al blijft het areaal daarvan beperkt. Samenvattend laat de vergelijking tussen 2016 en 2024 zien dat het landbouwsysteem in Hellendoorn in hoofdzaak grasland- en melkveegericht blijft.

De belangrijkste veranderingen zitten niet zozeer in een verschuiving van het dominante landgebruik, maar eerder in kleine aanpassingen en een beperkte verbreding van het teeltpakket binnen het bestaande agrarische systeem.

23

Gewas/categorie

2016

2019

2024

Verschil 2024 t.o.v. 2019

Grasland - blijvend

3441

3312

3283

-29

Grasland - tijdelijk

1128

1162

1063

-99

Natuurgrasland (landbouw) Natuurgrasland (natuur)

158 10

161 0

187 12

26 12

Mais Groene braak

1355 0

1205 0

1216 16

11 16

Aardappelen - consumptie Aardappelen - pootgoed

70 0

111 10

53 10

-58 0

Aardappelen - zetmeel

26

72

75

3

Suikerbieten

0

38

33

-5

Zomergerst

28

34

0

-34

Wintertarwe Triticale

19 0

14 10

0 0

-14 -10

Rogge, korrelgewas

0

0

48

48

Rogge (geen snijrogge) Lelies

24 26

31 80

0 34

-31 -46

Korrelmais

0

19

15

-4

Mais, corncob mix Buxus Sedum

0 12 0

0 0 0

19 0 11

19 0 11

Uien

0

0

10

10

Bos zonder herplantplicht

105

224

19

-205

Vaste planten, open grond Overige gewassen

0 192

16 145

34 225

18 80

Totaal 6594 Tabel 3. Gewassen teelt 2016, 2019, 2024

6644

6363

-281

24

Figuur 12. Belangrijkste teelten Hellendoorn

Wanneer de overige teelten (exclusief grasland en mais) tussen 2016 en 2024 met elkaar worden vergeleken, valt op dat het totale areaal relatief beperkt blijft, maar dat binnen deze categorie wel enkele verschuivingen zichtbaar zijn. Allereerst is een toename van het areaal aardappelen zichtbaar. In 2016 bestond dit areaal voornamelijk uit consumptieaardappelen en een klein aandeel zetmeelaardappelen. In 2024 is het areaal zetmeelaardappelen toegenomen en waren daarnaast ook pootaardappelen in het areaal aanwezig. Deze ontwikkeling wijst op een lichte uitbreiding van aardappelteelt binnen het akkerbouwpakket. Tegelijkertijd neemt het areaal granen (gerst, rogge en tarwe) licht af. Granen speelden in 2016 al een relatief bescheiden rol en dit aandeel wordt in 2024 nog kleiner. Dit past in een bredere ontwikkeling waarbij graanteelten in regio’s met een sterke veehouderij minder dominant zijn binnen het bouwplan. De teelt van lelies laat een wisselend beeld zien. Tussen 2016 en 2019 is sprake van een duidelijke afname, waarna het areaal in 2024 weer is toegenomen. Het areaal in 2024 ligt daarmee iets hoger dan in 2016, maar de verschillen over de jaren laten vooral zien dat de omvang van de lelieteelt kan schommelen. Het aandeel lelieteelt is klein ten opzichte van het totale landbouwareaal.

De teelt vindt bovendien niet steeds op dezelfde plek plaats, maar verplaatst zich regelmatig van perceel naar perceel binnen de gemeente. Tegelijk komen er nieuwe teelten bij zoals vaste planten en sedum. In 2016 werden er nog geen vaste planten en sedum geteeld. In 2019 was het areaal 16 hectare en in 2024 is dit gegroeid naar 45 hectare. Het totale oppervlak sierteelt blijft relatief beperkt, maar laat wel zien dat er binnen de landbouw ruimte ontstaat voor meer gespecialiseerde teelten. Ook binnen de categorie overige akkerbouwgewassen zijn veranderingen zichtbaar. Zo komen in 2024 gewassen voor die in 2016 niet of nauwelijks in het areaal voorkwamen, zoals suikerbieten en uien. Dit wijst op een lichte verbreding van het akkerbouwpakket.

25

Tot slot neemt de categorie overige gewassen in omvang toe. Deze categorie bestaat uit diverse kleinere teelten en gewassen die afzonderlijk een beperkt areaal beslaan. De groei van deze categorie duidt op een toenemende variatie binnen het teeltpakket. Wat ook opvalt is dat er in 2024 281 hectare minder aan landbouwgrond is opgegeven bij de Gecombineerde opgave. Dit wordt voor een groot deel verklaard door de invoering van nieuwe GLBregels waardoor akkerranden en bufferstroken langs sloten niet meer bemest mogen worden. Ook kan het zijn dat een deel van deze 281 hectar is omgezet naar natuur, maar dat konden we niet herleiden uit de data. Samenvattend laten de overige teelten zien dat het landbouwsysteem in Hellendoorn weliswaar grotendeels grasland- en veehouderijgericht blijft, maar dat binnen het kleinere aandeel akkerbouw en gespecialiseerde teelten sprake is van een geleidelijke verbreding en diversificatie van het teeltpakket.

Figuur 13. Overige teelten

Gronddrukanalyse Voor de inventarisatie is gekeken naar de plek van landbouwgrond ten opzichte van de plek van het bijbehorend agrarisch bedrijf. Er is gekeken naar de verhouding tussen huiskavels en veldkavels. Er is een aanname gedaan dat alle agrariërs liever huiskavels willen dan veldkavels. Vanuit die aangenomen behoefte ontstaat er een theoretische grondbehoefte. Dit kan alleen gezien worden als indicatie. De daadwerkelijke grondbehoefte is van veel meer zaken afhankelijk zoals marktomstandigheden, bedrijfsstrategie en samenwerking tussen bedrijven. Die zaken zijn niet meegenomen in deze gronddrukanalyse.

26

Figuur 14. Gebieden met potentiële stoppers

Op termijn zullen een aantal agrarische bedrijven binnen het gebied hun activiteiten beëindigen. Een indicatie voor mogelijke bedrijfsbeëindiging is de situatie waarin het bedrijfshoofd 65 jaar of ouder is en er geen bedrijfsopvolging aanwezig is. Op basis van deze criteria betreft het in totaal circa 340 hectare landbouwgrond. In figuur 14 is de ruimtelijke verdeling van deze gronden weergegeven. Daarbij zijn zowel huiskavels als veldkavels meegenomen. Hiermee is nadrukkelijk niet gesteld dat deze gronden daadwerkelijk beschikbaar komen. De analyse geeft uitsluitend inzicht in waar binnen het gebied sprake is van een verhoogde kans op toekomstige bedrijfsbeëindiging op basis van de leeftijd van de ondernemer. De ruimtelijke verdeling laat zien dat de concentratie van ondernemingen met bedrijfshoofd > 65 jaar zich vooral bevindt ten noorden van Hellendoorn. In het oostelijke deel van de gemeente, rond Daarle en Daarlerveen, is het aandeel bedrijven zonder opvolging relatief beperkt. Om de agrarische gronddruk in de toekomst vast te stellen, berekenen we ook de gronddruk van alleen de bedrijven die doorgaan. Dit betreft derhalve de bedrijven zonder de stoppers. Hierbij is ook weer het uitgangspunt dat elk bedrijf al zijn grond bij huis wenst te hebben binnen het blokdeel.

Om te voorkomen dat gegevens herleidbaar zijn tot locaties of bedrijven is de gemeente opgedeeld in blokdelen. Het zijn gebiedjes waar de grenzen waterlopen of straten zijn. De blokdelen zijn geen percelen. Een functie, kenmerk of opgave binnen een klein stukje van een blokdeel, kan ervoor zorgen dat de grondruk toe of afneemt. Het betreft dus wederom een scenario. Hierdoor is op een aantal plaatsen te zien dat de agrarische gronddruk afneemt. De gronddruk ten oosten en westen van Daarle blijft echter onverminderd hoog. Ook is er geen verandering zichtbaar ter hoogte van de Vleugelweg. Langs de Ommerweg neemt op sommige plaatsen wel de gronddruk af.

27

Figuur 15. Gronddruk van doorgaande bedrijven

Nuancering potentiële grondmobiliteit De hiervoor beschreven analyse is gebaseerd op administratieve gegevens en geeft een indicatie van waar op termijn landbouwgrond mogelijk vrijkomt. In de praktijk blijkt de feitelijke grondmobiliteit complexer te zijn. Ook is er een aanname gedaan dat de doorgaande bedrijven de uitbreiding in grond graag zien in de vorm van uitbreiding huiskavel. Dit is ook niet altijd het geval. Uit gesprekken met agrarische ondernemers komt naar voren dat een deel van de gronden die formeel in eigendom zijn bij potentiële stoppers, al in gebruik is bij andere agrarische bedrijven. Dit gebeurt onder meer via pachtconstructies, voer- en mestafspraken of andere samenwerkingsvormen. De potentiële stopper is in dergelijke gevallen op papier nog agrarisch ondernemer, maar heeft de feitelijke bedrijfsvoering (deels) al overgedragen of beperkt. Daarnaast spelen fiscale en bedrijfseconomische overwegingen een rol bij het formeel beëindigen van het bedrijf, waardoor beëindiging in de registratie later zichtbaar wordt dan in de praktijk het geval is. Dit betekent dat de in de analyse benoemde 340 hectare niet zonder meer kan worden beschouwd als ‘vrij beschikbaar’ areaal. Een deel van deze gronden maakt feitelijk al onderdeel uit van de bedrijfsvoering van blijvende agrarische bedrijven.

De invloed van deze potentiële stoppers op de toekomstige grondbeschikbaarheid kan daardoor in de praktijk beperkter zijn dan op basis van de administratieve analyse wordt verondersteld. Deze bevinding sluit aan bij de signalen uit de keukentafelgesprekken en agrarische buurtschapsbijeenkomsten en is relevant voor de verdere duiding van grondmobiliteit binnen de gronddrukanalyse. Leeftijd en opvolging De leeftijdsopbouw en opvolgingssituatie van agrarische bedrijven geven inzicht in de toekomstige ontwikkeling van de sector. In 2023 heeft 36% van de agrarische bedrijven in de gemeente Hellendoorn een bedrijfsopvolger (ouder dan 16 jaar), terwijl 38% geen opvolger heeft. Bij 26% van de bedrijven is het bedrijfshoofd 50 jaar of jonger of is de opvolgingssituatie onbekend. Dit beeld ligt in lijn met het landelijke gemiddelde.

28

Tussen de buurtschappen zijn echter duidelijke verschillen zichtbaar. In Marle heeft circa 50% van de bedrijven een opvolger, wat relatief hoog is. In Daarle en Daarlerveen ligt dit aandeel eveneens rond de 50%. In Haarle daarentegen heeft meer dan de helft van de bedrijven geen opvolger. In Egede, Hancate, Eelen en Rhaan en in het buurtschap Hellendoorn, Hulsen en ’t Hexel is de verhouding vergelijkbaar met het gemeentelijk gemiddelde. (Bron: Kadaster 2026, meer info zie Hoofdstuk 7 B4 pagina 57) Deze verschillen per buurtschap laten zien dat de opvolgingssituatie binnen de gemeente niet overal hetzelfde is. Dit is belangrijk om te begrijpen hoe de landbouw zich in de toekomst kan ontwikkelen.

Figuur 16. Bedrijfsopvolging 2023

29

Samenvattend De landbouw in Hellendoorn is vrij stabiel en vooral gericht op melkveehouderij en grasland. Wel zijn er verschillen tussen gebieden, bijvoorbeeld in het type bedrijven en of er een opvolger is. De situatie in de praktijk is niet altijd hetzelfde als wat volgens regels en plannen mogelijk is. Ook wordt grond vaak flexibeler gebruikt dan je op basis van eigendom alleen zou denken.

3.4 Klimaat en energie In deze paragraaf wordt de huidige situatie rondom klimaat en energie in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn beschreven. Energieopgave en huidige productie De gemeente Hellendoorn heeft binnen de Regionale Energiestrategie (RES) Twente een opgave van 107 GWh duurzame elektriciteit per jaar (doelstelling t.b.v. 2030). De huidige duurzame elektriciteitsproductie bedraagt circa 16,9 GWh, met daarnaast ongeveer 6,0 GWh aan projecten die al vergund zijn, maar nog niet gerealiseerd. Dit betekent dat op dit moment ongeveer 20% van de doelstelling is ingevuld. Ten tijde van de RES-doelstelling van 107 GWh lag de focus op opwek van energie uit zon. Inmiddels is de situatie veranderd. De provincie ziet ruimte voor 120 GWh en heeft twee windparken in een provinciaal vergunningstraject opgenomen. Een overzichtje van de (grote) energie-opwekprojecten: • Zonnepark Dalvoordeweg Daarle (Zon, operationeel) • Zonnepark Haarle (Zon, vergunning verleend, in afwachting aansluiting op het energienet) • Energiepark Daarle (Wind; in vergunningstraject van provincie) • Windpark Boldijk (Wind, in vergunningstraject van provincie) • Avonturenpark Hellendoorn (Zon, vergunning verleend, verwachte realisatie 2026) Wanneer deze projecten worden gerealiseerd, kan de totale productie oplopen tot circa 120 GWh.

Ruimtegebruik duurzame energie Duurzame energie vraagt ruimte in het buitengebied. Om de doelstelling te halen, is indicatief nodig: ▪ circa 6 windturbines; of ▪ circa 125 hectare zonnepark; of ▪ een combinatie van beide. Windenergie vraagt relatief weinig ruimte, maar heeft een grote impact op het landschap. Zonneparken kunnen ook impact maken op het landschap. Groen gas Naast elektriciteit speelt ook groen gas uit mestvergisting een rol. Op basis van de huidige veestapel is er een potentieel van circa 4,6 miljoen m³ groen gas (ongeveer 43 GWh). Er is (nog) geen gemeentelijk of provinciaal beleid dat deze ambitie tot uitvoer kan brengen. Groen gas heeft een beperkte ruimteclaim en wordt ingevoed in het gasnet. Hierdoor wordt het elektriciteitsnet niet belast.

30

Netcongestie en infrastructuur Een belangrijk aandachtspunt is de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet. Op alle plekken is sprake van netcongestie. Zowel aan de afnamekant als aan de invoerkant. Uitbreiding van het net wordt pas verwacht rond 2035–2036. Dit betekent dat niet alleen ruimte, maar ook de beschikbare infrastructuur bepalend is voor de realisatie van energieprojecten. Brandaandachtsgebieden Binnen de gemeente, maar vooral in Haarle, herbergt de bodem meerdere hogedrukaardgasleidingen, waar de Gasunie beheerder van is. Brandaandachtsgebieden, rondom die hogedrukaardgasleidingen, zijn gebieden waar een veiligheidsrisico bestaat voor onder andere zeer kwetsbare gebouwen en functies. Dit kan van invloed zijn op nieuwe ontwikkelingen.

Figuur 17. Brandaandachtsgebieden

3.5 Wonen In deze paragraaf wordt de huidige situatie rondom wonen in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn beschreven, op basis van beschikbare beleidsdocumenten, gemeentelijke data en kaartmateriaal. Actuele woningbouw- en industrieplannen en voornemens Het overgrote deel van de woningbouw- en industrieontwikkeling binnen de gemeente Hellendoorn richt zich voornamelijk op de grote kernen zoals Nijverdal en Hellendoorn. Maar ook de kleine kernen en buurtschappen krijgen aandacht. In gemeentelijke documenten, waaronder de Woonvisie 2019 en de Routekaart versnelling woningbouw – De stap naar 1.000 woningen, zijn de ambities en prioriteitsprojecten voor woningbouw vastgelegd. Daarnaast heeft de gemeente op verschillende locaties voorkeursrechten gevestigd ten behoeve van toekomstige woningbouwontwikkelingen.

31

Dit betreft onder andere: ▪ Nijverdal-Zuid ▪ Daarlerveen ▪ Hellendoorn Noord Deze locaties geven inzicht in waar de gemeente actief stuurt op toekomstige woningbouw. Op de kaart (figuur 18) zijn de potentiële woningbouw- en industrielocaties weergegeven zoals die door de gemeente Hellendoorn zijn benoemd. Ook hier is de indeling weer op basis van blokdelen. Dus niet het hele gekleurde blok is WVG gebied. De potentiële locaties bevinden zich aan de oostzijde van Hellendoorn, aan de oostzijde van Daarlerveen en in het gebied ten zuidoosten van Nijverdal. Het gebied ten zuidoosten van Nijverdal is vrijwel volledig – circa 98% van het betreffende blokdeel – beoogd voor industrie. De gezamenlijke oppervlakte van de aangewezen woningbouw- en industrielocaties bedraagt circa 35 hectare. Deze locaties zijn als grondvraag opgenomen in de gronddrukanalyse. De woningbouwopgave en industriebehoefte is daarmee ruimtelijk concreet en locatiegebonden weergegeven binnen het onderzoeksgebied.

Figuur 18. Blokdelen waarbinnen zich WVG-gebieden bevinden voor zowel woningbouw als industrie

Rood voor Rood (RvR) De Rood voor Rood regeling vormt een belangrijk instrument voor woningbouw in het buitengebied. Hierbij wordt de sloop van voormalige agrarische bebouwing gekoppeld aan de bouw van één of meerdere woningen.

32

Op basis van gemeentelijke data (niet openbaar) zijn in totaal 88 Rood voor Rood-locaties in beeld. Hiervan: ▪ zijn 53 locaties (85.109 m2) gesloopt en teruggebouwd; ▪ zijn 16 locaties (26.405 m2) gesloopt maar nog niet teruggebouwd; ▪ zijn 18 locaties (39.795 m2) nog niet in ontwikkeling; ▪ is bij 1 locatie (4.444 m2) gesloopt en een sloopvoucher uitgegeven. In totaal is circa 155.753 m² aan bebouwing dat gesloopt is of gesloopt gaat worden, waarvan circa 112.235 m² al is gesloopt en voor 81.943 m2 al is teruggebouwd. Functieverandering en VAB-beleid Naast Rood voor Rood speelt functieverandering van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) een rol. Binnen de gemeente wordt op basis van bestaand beleid en maatwerk gekeken naar hergebruik van erven, bijvoorbeeld voor wonen of kleinschalige bedrijvigheid. Deze ontwikkelingen vinden verspreid plaats in het buitengebied en dragen bij aan veranderingen in het gebruik van erven. Afstandsnorm gewasbescherming Binnen de gemeente Hellendoorn zijn geen planologische regels voor spuitzones vastgesteld. Op basis van jurisprudentie wordt doorgaans 50 meter aangehouden als afstand tussen nieuw te bouwen woningen of andere gevoelige functies tot agrarische percelen. Die afstand kan verschillen, afhankelijk van de situatie.

In het kader van evenwichtige toedeling van functies moeten initiatiefnemers voor het bouwen van nieuwe woningen of andere gevoelige functies hier rekening mee houden in hun planvorming. Wel wordt bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden met een afstandsnorm op basis van jurisprudentie. Overige ruimtelijke aspecten Naast woningbouw en functieverandering spelen ook andere factoren een rol in de huidige situatie, zoals: ▪ geurbelasting vanuit agrarische bedrijven; ▪ bestaande infrastructuur en ontsluiting; ▪ de ligging van woningen ten opzichte van agrarische functies. Toelichting geurcontourenkaart Deze kaart figuur 19 laat zien hoeveel geurbelasting er is in het buitengebied. De geur komt vooral van veehouderijen. De kaart is gemaakt op basis van gegevens uit milieuvergunningen. Dit betekent dat de kaart laat zien wat bedrijven volgens hun vergunning maximaal mogen uitstoten aan geur. Het gaat dus om de vergunde situatie, niet per se om wat er op elk moment daadwerkelijk wordt uitgestoten. De kleuren geven aan hoeveel geur er gemiddeld in de lucht kan voorkomen: ▪ Donkergroen betekent weinig geur. ▪ Lichtgroen tot geel betekent meer geur. ▪ Oranje en rood betekent veel geur. De waarden worden uitgedrukt in OE/m3 (geureenheden per kubieke meter lucht). Hoe hoger dit getal, hoe sterker de geur die mensen kunnen ervaren.

De kaart geeft een berekend beeld van de maximale geurbelasting op basis van vergunningen. In de praktijk kan de geur anders worden ervaren. Dit hangt bijvoorbeeld af van het weer, de wind en de situatie op een bedrijf. De kaart laat vooral zien waar geurhinder kan ontstaan als bedrijven hun vergunde ruimte gebruiken.

33

Dit is belangrijk bij het beoordelen van bijvoorbeeld woningbouw of uitbreidingen van bedrijven. Dit is geen meting van geur, maar een berekening van wat maximaal is toegestaan volgens vergunningen. De hoogte van de geurbelasting in een gebied zegt iets over of de geurhinder die omwonenden kunnen ervaren als gevolg van de verschillende veehouderijen in de omgeving. Deze geurbelasting wordt ook wel vertaald naar een acceptabel woon- en leefklimaat op basis van deze berekende geurbelastingen. Strikte normen voor een acceptabel woon- en leefklimaat zijn er niet, maar wordt mede gevormd door uitspraken vanuit de rechtspraak. Een regelmatig gehanteerde “norm” voor een acceptabel woon- en leefklimaat binnen een concentratiegebied (gemeente Hellendoorn ligt in een concentratiegebied voor veehouderij) is 10 OUe/m3 voor binnen de bebouwde kom en 20 OUe/m3 buiten de bebouwde kom (voor wat betreft achtergrondgeurbelasting).

Figuur 19. Geurbelasting op basis van vergunde uitstoot van veehouderijen (berekend).

In deze rapportage zijn de afstandszones rondom geitenhouderijen niet opgenomen. Binnen de gemeente Hellendoorn geldt dat bij nieuwe ontwikkelingen binnen een afstand van 1.000 meter van een geitenhouderij aandacht wordt gevraagd voor mogelijke gezondheidsrisico’s. In deze gevallen wordt beoordeeld of een advies van de GGD nodig is. Er is op dit moment geen landelijke regelgeving die deze afstand vastlegt als harde norm. Ook de gemeente Hellendoorn heeft hiervoor nog geen eigen planologische regels vastgesteld. Dit betekent dat bouwen binnen deze afstand nog steeds mogelijk is, mits de gezondheidsaspecten worden meegewogen. De gemeente volgt de landelijke ontwikkelingen op dit onderwerp. Zolang er nog geen duidelijke landelijke regels zijn, worden deze zones in deze inventarisatie buiten beschouwing gelaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16877597/1