Programmabegroting 2025
Tekst van het document
teem voldoet niet meer aan de veiligheidseisen. Verder
citeit, waterstof en biobrandstoffen).
worden vervangingsinvesteringen gedaan in 2025 voor
Voor 31-12-2030 moet 38,5% van de lichte voertuigen
tractiemiddelen (€ 375.000,--).
geen uitstoot hebben en 15% van de zware voertuigen moet op alternatieve brandstoffen rijden. Dit kan pro-
Hogere bijdrage Veiligheidsregio Twente
blemen veroorzaken met de belasting van het elektri-
De gevraagde bijdrage van Hellendoorn over 2025
citeitsnet. Door laadpalen te plaatsen en te gebruiken,
bedraagt € 2.768.000,-- en dat is € 174.000,-- meer dan in
kan het zijn dat we de piekbelasting aan de Kerkstraat
2024. De forse stijging van de gemeentelijke bijdrage is
overschrijden.
hoofdzakelijk een gevolg van cao-stijgingen en prijsin-
Jaarlijks is een investeringsbudget van € 300.000,--
flatie.
(2025 t/m 2028) benodigd. Er wordt voor elk investeringsjaar een structurele stelpost Kapitaallasten elek-
SamenTwente informatiemanagement
trificatie wegvoertuigen van € 40.000,-- opgenomen.
SamenTwente is verantwoordelijk voor zeer privacyge-
De nadere uitwerking wordt bekeken in samen met
voelige informatie. Deze informatie betreft documenten
de laadinfrastructuur in verband met verduurzaming
en persoonsgegevens uit een breed veld; bij de GGD
dienstreizen (zie onder nieuw beleid programma 5).
Twente de gegevens van alle 0 tot 18-jarigen in Twente, vaccinatiegegevens en consultatiebureau-informatie, en bij Veilig Thuis Twente persoonsgegevens vanuit crisissituaties. Ons dagelijks dilemma is het veilig houden van systemen en processen in een continu veranderend speelveld van wettelijke eisen en toenemende cybercriminaliteit. De afgelopen jaren is hierin veelal incidenteel geïnvesteerd. Het structureel borgen van de informatiebeveiliging, -management en privacy zorgt voor een verhoging in de gemeentelijke bijdrage aan Samen Twente.
81
I N HOU D S O P GAV E
Paragraaf 1: Lokale heffingen
I N HOU D S O P GAV E
82
Inleiding In deze paragraaf leggen we uit wat het beleid voor 2025 is over gemeentelijke belastingen en wat dit betekent voor de belastingdruk op inwoners. Het is gebruikelijk om elk jaar de tarieven te verhogen om de inflatie bij te houden. Voor 2025 verwachten we op basis van de laatste voorspellingen van het CPB een inflatie van gemiddeld 2,9 procent. Soms kunnen we van deze verhoging afwijken vanwege wettelijke tarieven, de grootte van de voorzieningen, hoe goed een tarief de kosten dekt, of de afronding van de tarieven. Belastingdruk woningen Door de tariefmaatregelen stijgt de belastingdruk (het totaal aan OZB, afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing) voor een gemiddelde woningeigenaar (die tevens gebruiker is van zijn woning) met 2,9 procent. De gemiddelde huurder ziet in 2025 zijn gemeentelijke belastingen ook met 2,9 procent stijgen. In bedragen betekent dit dat voor 2025 de woonlasten voor een gemiddelde woningeigenaar met € 2,27 per maand stijgen en voor een huurder met € 1,29 per maand. Woonlasten eigenaar en gebruiker
2024
2025
Lastenstijging (€)
Lastenstijging (%)
Eigenaar en gebruiker OZB eigenaar *1) Afvalstoffenheffing *2) Riool- en waterzorgheffing *3) Woonlasten eigenaar en gebruiker
€ 403,88 € 267,60 € 262,80 € 934,28
€ 415,67 € 275,40 € 270,48 € 961,55
€ 11,79 € 7,80 € 7,68 € 27,27
2,9% 2,9% 2,9% 2,9%
Gebruiker Afvalstoffenheffing *2) Riool- en waterzorgheffing *3) Woonlasten gebruiker
€ 267,60 € 262,80 € 530,40
€ 275,40 € 270,48 € 545,88
€ 7,80 € 7,68 € 15,48
2,9% 2,9% 2,9%
*1) Voor het eigendom van een gemiddelde woning met een woningwaarde van € 392.880,-*2) Standaardcombinatie: basisheffing met een 140 liter restafval *3) Uitgaande van 0-500 m3 waterverbruik
Belastingdruk bedrijven Bij de bepaling van de belastingdruk voor bedrijven spelen slechts twee belastingsoorten een rol, namelijk de OZB en de riool- en waterzorgheffing. De afvalstoffenheffing is namelijk alleen maar voor particuliere huishoudens. Hieronder ziet u de ontwikkeling in de belastingdruk voor een fictief bedrijf dat in 2010 een WOZ-waarde had van € 1,0 miljoen (sindsdien verhoogd met de jaarlijkse gemiddelde marktontwikkeling voor niet-woningen) en een jaarlijks waterverbruik van 1000 m3. De WOZ-waarden voor 2025 zijn nog niet bekend, daarom gaan we uit van de WOZ-waarde in 2024. In 2023 was het bewuste bedrijf nog € 919.575,-- waard en die waarde is met 0,5 procent gestegen naar € 924.173,--.
2024
2025
Lastenstijging (€)
Lastenstijging (%)
€ 2.827,97 € 2.306,74 € 363,48 € 5.498,19
€ 2.910,22 € 2.373,28 € 374,04 € 5.657,54
€ 82,25 € 66,54 € 10,56 € 159,35
2,9% 2,9% 2,9% 2,9%
Belastingdruk bedrijven OZB eigendom *1) OZB gebruik *1) Riool- en waterzorgheffing *2) Belastingdruk eigenaar/gebruiker
*1) Voor het eigendom van een fictief bedrijf dat in 2010 een WOZ-waarde had van € 1,0 miljoen. *2) Uitgaande van 1.000 m3 waterverbruik
83
I N HOU D S O P GAV E
Voorlopige tarieven OZB, afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing In de raadsvergadering van 17 december 2024 stelt de gemeenteraad de belastingverordeningen vast. Net als in voorgaande jaren stellen zij dan voor de afvalstoffenheffing, OZB en riool- en waterzorgheffing fictief te hoge tarieven (+25 procent) vast. In de raadsvergadering van 21 januari 2025 worden de tarieven op hun definitieve lagere niveau vastgesteld met terugwerkende kracht per 1 januari 2025. Op deze manier kunnen de meest recente taxatiewaarden, de uitgezette afvalcontainers en informatie over het waterverbruik nog verwerkt worden in de tariefberekening. Bij de tariefberekeningen houden we natuurlijk de 2,9 procent opbrengstenstijging door inflatie in de begroting als uitgangspunt.
Tarieven Afvalstoffenheffing Bij de tariefberekening van de afvalstoffenheffing hebben we rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 2,9 procent. Dat resulteert in het volgende beeld: Afvalstoffenheffing Basisheffing 140 liter restcontainer 240 liter restcontainer opslag hoogbouwcomplex opslag recreatiecomplex
2024
2025
Lastenstijging (€)
Lastenstijging (%)
€ 193,08 € 74,52 € 143,52 € 82,56 € 136,20
€ 198,72 € 76,68 € 147,72 € 84,96 € 140,16
€ 5,64 € 2,16 € 4,20 € 2,40 € 3,96
2,9% 2,9% 2,9% 2,9% 2,9%
Lastenstijging (€) € 79,00 € 25,00 € 104,00
Lastenstijging (%) 2,9% 2,9% 2,9%
Begrafenisrechten De tarieven van de begrafenisrechten zijn met een inflatiecorrectie van 2,9 procent verhoogd. Begrafenisrechten Aankoop eigen graf Begraven volwassene Totaal
2024
2025
€ 2.706,00 € 869,00 € 3.575,00
€ 2.785,00 € 894,00 € 3.679,00
Leges De tarieven van de leges zijn verhoogd met een inflatiecorrectie van 2,9 procent. Dit geldt uiteraard niet voor de tarieven die op grond van andere wet- en regelgeving zijn vastgesteld, zoals de tarieven voor reisdocumenten, of voor tarieven waarvan gebleken is dat zij niet kostendekkend zijn. De Legesverordening is ook aangepast op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024. Marktprecariobelasting De tarieven van de marktprecariobelasting worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,9 procent. Onroerende Zaakbelasting (OZB) De opbrengst van de OZB is een algemeen dekkingsmiddel. De tarieven van de OZB worden uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Bij de OZB rekenen we in deze begroting met een opbrengstverhoging van 2,9 procent. Overigens worden de nieuwe tarieven in de raadsvergadering van 21 januari 2025 definitief vastgesteld, zodat ook de meest recente ontwikkelingen van de WOZ-waardes nog kunnen worden meegenomen.
I N HOU D S O P GAV E
84
Bovenstaande tariefsverhogingen leiden tot de volgende voorlopige tarieven van de OZB voor 2025:
2024
2025
Tariefontwikkeling
Lastenstijging (%)
Eigendom Woning Niet-woning
0,1028% 0,3060%
0,1058% 0,3149%
0,0030% 0,0089%
2,9% 2,9%
Gebruik Niet-woning
0,2496%
0,2568%
0,0072%
2,9%
Onroerende zaak belasting
Tarieven en WOZ-waarden Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) moeten wij elk jaar alle onroerende zaken taxeren. Voor 2025 worden alle onroerende zaken in de gemeente getaxeerd naar waardepeildatum 1 januari 2024. De resultaten daarvan zijn eind 2024 beschikbaar. Zodra de nieuwe taxatiewaarden bekend zijn, worden de OZB-tarieven definitief vastgesteld. Dat gebeurt in de raadsvergadering van 21 januari 2025. Reclamebelasting De reclamebelasting wordt slechts in het centrum van Nijverdal geheven, dus niet in de gehele gemeente. De gemeenteraad heeft op 18 juni 2024 besloten reclamebelasting en de resterende bijdragen van pandeigenaren voor 2024 niet te innen. Voor 2025 wordt de opbrengst nu geraamd op € 80.000,--. Tegelijkertijd wordt de subsidie aan Stichting Promotie Nijverdal verhoogd naar € 75.000,--. Riool- en waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing waarmee kosten kunnen worden verhaald om collectieve maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Voor 2025 gaan we uit van een tariefstijging van 2,9 procent vanwege de inflatie.
2024
2025
Lastenstijging (€)
Lastenstijging (%)
€ 262,80 € 363,48 € 1.179,72
€ 270,48 € 374,04 € 1.213,92
€ 7,68 € 10,56 € 34,20
2,9% 2,9% 2,9%
€ 458,76
€ 472,08
€ 13,32
2,9%
Riool- en waterzorgheffing Vastrecht 0 -500 m3 Vastrecht 501 -1000 m3 Vastrecht 1001 -1500 m3 Opslag voor elke hele of gedeelte van 500 m3 boven 1500 m3
Eenmalig rioolaansluitrecht Sinds 2022 kennen we in onze gemeente een eenmalig rioolaansluitrecht. Voor 2025 zijn de tarieven geïndexeerd voor inflatie. 2024
2025
Lastenstijging (€)
Lastenstijging (%)
€ 753,00 € 753,00 € 753,00 € 1.505,00
€ 775,00 € 775,00 € 775,00 € 1.549,00
€ 22,00 € 22,00 € 22,00 € 44,00
2,9% 2,9% 2,9% 2,9%
Eenmalig rioolaansluitrecht Aansluiting op een gemengd riool, per perceel Aansluiting op een afvalwaterriool, per perceel Aansluiting op een hemelwaterriool, per perceel Bij gelijktijdige aanleg, per perceel
85
I N HOU D S O P GAV E
Toeristenbelasting De gemeente Hellendoorn heeft samen met de HORT (Hellendoornse Ondernemers Recreatie en Toerisme) de tarieven voor de periode 2024-2027 vastgesteld. In de volgende tabel ziet u die tarieven. Deze wijken dus af van de inflatiecorrectie. De tarieven zijn per persoon per nacht. Uiteraard geldt dit niet voor de laatste categorie in onderstaande tabel, dat is een tarief per vaste standplaats per jaar. Toeristenbelasting Tarief A: Campings, groepsaccommodaties Tarief B: Zomerhuisjes Tarief C: Hotels, B&B Tarief vaste plaats
2024
2025
Lastenstijging (€)
Lastenstijging (%)
€ 0,82 € 1,27 € 1,96 € 123,00
€ 0,84 € 1,31 € 2,01 € 126,00
€ 0,02 € 0,04 € 0,05 € 3,00
2,4% 3,1% 2,6% 2,4%
Vermakelijkhedenretributie Al jaren is er een convenant met de enige belastingplichtige, het Avonturenpark. In 2022 hebben we als gemeente weer een nieuw convenant afgesloten met als looptijd 2023-2027. Door deze overeenkomst af te sluiten wordt voorkomen dat de verordening Vermakelijkhedenretributie in werking treedt. Het komt er in zo’n retributie op neer dat het Avonturenpark voor elke bezoeker een vast bedrag betaalt. In het convenant wordt dit ‘afgekocht’ voor een vast bedrag per jaar. Hierdoor beperken we de administratieve last voor beide partijen. Gecombineerde aanslag 2025 Voor 2025 wordt het merendeel van de gecombineerde aanslagen (OZB, afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing) naar verwachting opgelegd per eind februari 2025. Betaling van de aanslag 2025 Omdat heel veel burgers een machtiging hebben afgegeven tot automatische incasso, hebben zij meestal tien termijnen om het verschuldigde bedrag te voldoen. Kwijtschelding Bij het behandelen van kwijtscheldingsverzoeken maken we zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheden. We zien 100 procent van de bijstandsnorm als kosten voor levensonderhoud. Voor pensioengerechtigden hanteren we een ruimere norm. Ook de wettelijke mogelijkheid om rekening te houden met de kosten van kinderopvang wordt door ons toegepast.
Om de administratieve lasten voor de inwoner en de uitvoeringskosten te beperken, toetsen we de jaren na een eerste toewijzing via het Inlichtingenbureau.
I N HOU D S O P GAV E
86
Hoe scoren we in vergelijking met andere gemeenten? Sinds 2020 kennen we een benchmark gemeentelijke woonlasten. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) stelt de benchmark samen en neemt die op in de Atlas van de lokale heffingen. Hieronder ziet u de vergelijking in grafiekvorm uit de Atlas Lokale Lasten 2024.
Uit de vergelijking voor 2023 blijkt dat Hellendoorn in Overijssel op de 17e plek staat voor meerpersoonshuishoudens in een koopwoning. De gemeente op de eerste plek heeft de laagste lokale lasten. Hieronder ziet u de benchmark opgesplitst in woonlasten voor een één- en meerpersoonshuishouden met of zonder koopwoning. Huurwoning woonlasten éénpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten 2 Kampen 3 Zwolle 4 Dalfsen 5 Borne 6 Steenwijkerland 7 Twenterand 8 Raalte 9 Ommen 10 Deventer 11 Staphorst 12 Dinkelland 13 Oldenzaal 14 Olst-Wijhe 15 Zwartewaterland 16 Tubbergen 17 Hengelo 18 Hardenberg 19 Hellendoorn 20 Wierden 21 Hof van Twente 22 Enschede 23 Almelo 24 Losser 25 Haaksbergen Overijssel Landelijk
€ 299 € 340 € 350 € 373 € 409 € 433 € 435 € 435 € 436 € 438 € 439 € 440 € 476 € 479 € 480 € 486 € 499 € 500 € 530 € 539 € 559 € 572 € 574 € 598 € 609 € 469 € 473
Koopwoning woonlasten éénpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten € 645 2 Steenwijkerland € 726 3 Kampen € 755 4 Zwolle € 782 5 Ommen € 800 6 Zwartewaterland € 804 7 Hardenberg € 822 8 Raalte € 829 9 Dalfsen € 845 10 Staphorst € 855 11 Deventer € 898 12 Dinkelland € 903 13 Oldenzaal € 908 14 Tubbergen € 929 15 Hengelo € 935 16 Twenterand € 936 17 Wierden € 940 18 Enschede € 986 19 Hellendoorn € 989 20 Almelo € 996 21 Borne € 1.021 22 Hof van Twente € 1.024 23 Olst-Wijhe € 1.048 24 Losser € 1.083 25 Haaksbergen € 1.095 Overijssel € 902 Landelijk € 923
Huurwoning woonlasten meerpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten 2 Kampen 3 Dalfsen 4 Zwolle 5 Borne 6 Staphorst 7 Steenwijkerland 8 Ommen 9 Dinkelland 10 Twenterand 11 Deventer 12 Raalte 13 Olst-Wijhe 14 Tubbergen 15 Oldenzaal 16 Hellendoorn 17 Hengelo 18 Hardenberg 19 Zwartewaterland 20 Wierden 21 Hof van Twente 22 Enschede 23 Haaksbergen 24 Almelo 25 Losser Overijssel Landelijk
87
€ 329 € 370 € 402 € 422 € 438 € 463 € 465 € 467 € 468 € 476 € 480 € 481 € 502 € 511 € 513 € 530 € 536 € 542 € 559 € 567 € 591 € 599 € 609 € 620 € 629 € 503 € 560
Koopwoning woonlasten meerpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten € 675 2 Steenwijkerland € 759 3 Kampen € 785 4 Ommen € 831 5 Zwolle € 854 6 Hardenberg € 864 7 Dalfsen € 874 8 Raalte € 874 9 Staphorst € 879 10 Zwartewaterland € 884 11 Dinkelland € 931 12 Deventer € 940 13 Oldenzaal € 945 14 Tubbergen € 954 15 Wierden € 968 16 Hengelo € 972 17 Twenterand € 977 18 Hellendoorn € 989 19 Enschede € 1.013 20 Almelo € 1.041 21 Borne € 1.050 22 Hof van Twente € 1.055 23 Olst-Wijhe € 1.071 24 Haaksbergen € 1.095 25 Losser € 1.114 Overijssel € 936 Landelijk € 1.010
I N HOU D S O P GAV E
Hoe ziet de kostenonderbouwing eruit? Vanaf het begrotingsjaar 2017 geven we in de paragraaf Lokale heffingen inzicht in de mate waarin een heffing kostendekkend is, waarbij de tarieven niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Het betreft de volgende heffingen: leges, afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en begrafenisrechten. De nieuwe regels die in het Besluit Begroting en Verantwoording zijn opgenomen moeten laten zien op welke manier bij de berekening van de tarieven van heffingen ervoor gezorgd wordt dat de begrote inkomsten niet hoger zijn dan de begrote uitgaven. Verder moet informatie gegeven worden over de beleidsuitgangspunten en hoe die gebruikt zijn bij de tariefstelling. Voor de bepaling van de mate waarin de tarieven kostendekkend zijn hebben we gebruik gemaakt van externe deskundigheid, namelijk www.kostendekkendheid.nl. In 2023 maakte al één op de drie gemeenten gebruik van dit bedrijf voor de paragraaf lokale heffingen. Het grote voordeel van inschakeling van deze externe partij is dat het eenvoudiger en eenduidiger is om de kostendekkenheid te berekenen. Wij voldoen daarmee ook aan de BBV-regelgeving en de kans op een eventueel onverbindend-verklaring van de belastingverordening bij beroepszaken bij de gemeente is veel kleiner. Door de wijziging van het BBV zijn vanaf de begroting 2017 nieuwe begrotingsregels van kracht.
De nieuwe regels hebben invloed op de kostenonderbouwing van gemeentelijke heffingen. Zo is verplicht om in de paragraaf lokale heffingen van de begroting een uitsplitsing weer te geven tussen de directe kosten van het betreffende beleidsprogramma en de overhead.
1. Belang vaststellen kostendekkendheid De toenemende vraag naar politieke en publieke verantwoording van tarieven is een belangrijke reden om over te gaan tot een beter systeem van kostprijsberekening. Dit betekent dat het tarief dat voor een product wordt gerekend op een inzichtelijke manier samengesteld moet worden uit de kosten en baten zoals opgenomen in de primitieve begroting en daarnaast uit de beleidsinhoudelijke keuzes die gemaakt worden. Kortom: het maakt de afwegingen over de hoogte van tarieven inzichtelijk en het maakt daarmee het besluitvormingsproces helder. Niet alleen voor de gemeente zelf maar ook voor de burger. Pas wanneer gemeenten duidelijk maken hoe tarieven tot stand gekomen zijn, is een tariefvergelijking van diverse gemeenten mogelijk. Als niet duidelijk is hoe een tarief tot stand gekomen is en hoeveel van de toe te rekenen kosten betaald worden uit de algemene middelen levert de onderlinge vergelijking van tarieven niet het gewenste inzicht op. Zolang de maximale kostendekkendheid van 100 procent niet bereikt is, is er ruimte voor verhoging van tarieven. Daarbij mogen de in de tarieventabel voorkomende wettelijk voorgeschreven maximale tarieven niet verhoogd worden. Bij een keuze voor het verhogen van de tarieven is het niet noodzakelijk om alle tarieven te verhogen. Ook is het niet noodzakelijk om tarieven met hetzelfde percentage te verhogen.
Zolang de maximale kostendekkendheid van het geheel (per titel) niet overschreden wordt, kan per tarief besloten worden of en met hoeveel procent het tarief verhoogd wordt. Het vaststellen van de tarieven in de Legesverordening is een bevoegdheid van de Raad. Omdat de toe te rekenen kosten grotendeels gebaseerd zijn op jurisprudentie is een exact 100 procent kostendekkende legesverordening risicovol. Wanneer nieuwe jurisprudentie tot een wijziging in de toe te rekenen kosten leidt, kan de kostendekkendheid overschreden worden. Door iets onder het toegestane maximum te blijven wordt dit risico opgevangen.
1.1 Kostprijsberekening methode Kostendekkendheid.nl kiest bij de bepaling voor kostendekkendheid voor de zogenaamde Activity Based Costing method (ABC methode), dit is één van de methoden die ook worden beschreven in de handleiding kostentoerekening 2016 van de VNG. Bij deze methode worden alle handelingen om te komen tot een prestatie onderzocht en vervolgens vermenigvuldigd met een uurprijs van een behandelend ambtenaar.
I N HOU D S O P GAV E
88
Van alle producten wordt inzichtelijk gemaakt wat de gemiddelde tijdsbelasting is en hoeveel producten er verkocht worden. Deze methode is ook goed verdedigbaar tijdens eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Nog niet voor alle producten is deze wijze van kostprijsberekening toegepast, omdat dit een arbeidsintensief proces betreft. Er is gekozen om eerst de producten in kaart te brengen met de hoogste omzet. Inmiddels zijn 98 producten onderzocht waarmee 95 procent van de legesopbrengsten is berekend volgens de ABC methode. Bij de overige producten is de benchmark met andere gemeenten het uitgangspunt geweest
1.2 Kruissubsidiëring Wanneer er sprake is van veel verschillende tarieven in een verordening zoals bij leges, hoeft de maximale kostendekkendheid niet per tarief te gelden. Zolang het maximum van 100 procent voor het geheel niet overschreven wordt kan dit per tarief wel gelden. Door kruissubsidiëring is het mogelijk om de ‘winst’ van bepaalde producten te gebruiken om het ‘verlies’ op andere producten te dekken. Uitzonderingen kruissubsidiëring: Op het uitgangspunt van verordeningsbrede kruissubsidiëring bestaan enkele uitzonderingen: 2. De Europese Dienstenrichtlijn beperkt de mogelijkheden voor kruissubsidiëring bij leges die samenhangen met bedrijfsactiviteiten tot een cluster van samenhangende vergunningen. 3. De wetgeving over de omgevingsvergunning gaat ervan uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening erbuiten.
1.3 Uitvoering onderzoek De primitieve begroting is de basis voor de berekening van het onderzoek kostendekkendheid leges. Ook is gebruik gemaakt is van de “Handreiking kostentoerekening leges en tarieven” (opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken) en van het kostenmodel van de VNG. Er is geen wettelijk voorgeschreven lijst van toe te rekenen kosten en baten. Er zijn uitsluitend richtlijnen, waarvan een groot deel voortvloeit uit jurisprudentie.
1.4 Toerekenbare kosten Er mogen alleen kosten worden toegerekend die direct met de dienstverlening samenhangen. Tot de toe te rekenen kosten behoren onder andere: •
Directe loonkosten
•
Overheadkosten*
•
Directe materiaalkosten
•
Perceptiekosten (kosten heffen en invorderen)
•
Kosten bezwaar en beroep gericht tegen de belastingheffing of belastinginvordering
•
Kosten oninbaarheid
•
Kosten kwijtschelding
•
BTW kosten
•
Voorlichtingskosten, voor zover niet samenhangend met beleidsvoorbereiding en beleidsvaststelling.
•
Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle mits het hier de eerste controle op het nakomen van vergunningsverlening betreft of de kosten specifiek samenhangen met de verleende dienst zoals de milieucontrole bij afvalstoffenheffing
* Definitie overheadkosten volgens de “notitie overhead van de commissie BBV”: Overheadkosten zijn de kosten die verhaald mogen worden welke weliswaar niet rechtstreeks samenhangen met de verleende dienst, maar wel in enig verband hiermee staan.
89
I N HOU D S O P GAV E
1.5 Niet-toerekenbare kosten De kosten die niet direct met de dienstverlening samenhangen mogen niet doorberekend worden. Het gaat hierbij om onder meer: •
Kosten voor beleidsvoorbereiding.
•
Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle, tenzij het om de bij toerekenbare kosten genoemde uitzonderingen gaat.
•
Kosten van inspraak- en bezwaarprocedures, met uitzondering van hetgeen bij toerekenbare kosten genoemd wordt.
2. Berekening kostendekkendheid Titel 1 algemene dienstverlening
Lasten De lasten zoals in de begroting zijn opgenomen zijn niet altijd voor 100 procent toerekenbaar. Een deel van de kosten kan niet direct in verband gebracht worden met de uitgevoerde dienst. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van handhaving of bezwaar en beroep betreffende de vergunning. De volgende lasten (niet limitatief) zijn in de berekening meegenomen, waarbij uitgegaan is van het toerekenbare deel: 1. Apparaatskosten (bestaat uit directe loonkosten verhoogd met percentage overheadkosten); 2. Kosten voor Bijzonder ambtenaren van de burgerlijke stand (trouwen); 3. Trouwboekjes; 4. Afdrachten aan het rijk; 5. Kosten van druk- en bindwerk; 6. Aankoopkosten van gehandicapten parkeerkaarten en medische indicatie. bedragen x € 1.000 Lasten Overhead taakveld
Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk - Titel 1 Titel 1 - Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand Hoofdstuk 2 Reisdocumenten Hoofdstuk 3 Rijbewijzen Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken Hoofdstuk 21 Overige vergunningen, ontheffingen en inschrijvingen - bijzondere wetten Hoofdstuk 24 Diversen Kostendekkendheid Titel 1 - Algemene dienstverlening
Totaal Opbrengst lasten en
Kostendekking
55,5 416,3 136,4 3,6
27,0 84,3 40,8 1,3
82,5 500,6 177,2 4,9
59,2 444,1 157,3 3,2
71,7% 88,7% 88,8% 65,9%
9,1 58,8
1,1 14,7
10,2 73,5
6,5 9,4
63,8% 12,8%
30,2 709,8
1,8 171,0
32,0 880,9
26,5 706,3
83,0% 80,2%
Toelichting: Bij titel 1 is weinig ruimte om de tarieven te verhogen omdat de opbrengsten voornamelijk veroorzaakt worden door paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestane hoogte.
Titel 2 dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
Lasten De lasten zoals in de begroting zijn opgenomen zijn niet altijd voor 100 procent toerekenbaar. Een deel van de kosten kan niet direct in verband gebracht worden met de uitgevoerde dienst. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van handhaving of bezwaar en beroep.
I N HOU D S O P GAV E
90
De volgende lasten (niet limitatief) zijn in de berekening meegenomen, waarbij uitgegaan is van het toerekenbare deel: 1. Apparaatskosten (bestaat uit directe loonkosten verhoogd met percentage overheadkosten); 2. Kosten welstandscommissie; 3. Publicatie in de staatscourant. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. De Wkb houdt in dat bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen, bv grondgebonden woningen, rijtjeswoningen, bouwwerken van maximaal 2 bouwlagen met een industriefunctie, fiets- en loopbruggen met een lengte van maximaal 20 meter e.d., bouwkundig niet meer door de gemeente gecontroleerd worden. De controle of een bouwwerk bouwtechnisch voldoet, wordt in dat geval uitgevoerd door een externe kwaliteitsborger. De wet wordt gefaseerd ingevoerd en geldt momenteel alleen voor nieuwbouw en niet voor verbouw. Als er sprake is van verbouw, dan moeten we het bouwwerk nog wel bouwkundig beoordelen en geldt er een vergunningsplicht. Valt het bouwwerk onder gevolgklasse 1, en er is sprake van nieuwbouw, dan is er voor de bouwactiviteit geen vergunning nodig, maar geldt mogelijk wel een meldingsplicht. Voor het afhandelen van meldingen mogen geen leges geheven worden, voor het in behandeling nemen van vergunningen wel.
Deze ingrijpende stelselwijziging die voor heel Nederland geldt leidt er voor de burger van de gemeente Hellendoorn toe dat er naast de leges omgevingsvergunning ook kosten voor een externe kwaliteitsborger moet worden gemaakt. De leges van de gemeente Hellendoorn zijn voor 2025 voor 83,01% kostendekkend; in 2024 was dat berekend op 89,27%. Dat is nog steeds niet volledig kostendekkend en biedt eventueel ruimte om tarieven te verhogen. Het is verstandig om daar op dit moment van af te zien i.v.m. een mogelijke toename van beroepsprocedures. Om een inschatting te maken ver de gevolgen van de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is een impactanalyse ingevuld. Uit deze analyse volgt dat er een deel van de werkzaamheden, de bouwkundige toets, komt te vervallen, maar dat hier andere werkzaamheden voor in de plaats komen. Denk bv. aan het afdoen van de meldingen. Geconcludeerd is dan ook dat er niet minder capaciteit nodig is, maar dat de werkzaamheden (deels) veranderen. bedragen x € 1.000 Lasten Overhead taakveld
Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk - Titel 2 Titel 2 - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning Kostendekkendheid Titel 2 - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning
Totaal Opbrengst lasten en
Kostendekking
22,6
12,0
34,5
23,1
66,9%
813,5 836,1
248,3 260,3
1.061,8 1.096,4
887,0 910,1
83,5% 83,0%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn
Lasten De lasten zoals in de begroting zijn opgenomen zijn niet altijd voor 100 procent toerekenbaar. Een deel van de kosten kan niet direct in verband gebracht worden met de uitgevoerde dienst. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van handhaving of bezwaar en beroep. De volgende lasten zijn in de berekening meegenomen, waarbij uitgegaan is van het toerekenbare deel. 1. Apparaatskosten (bestaat uit directe loonkosten verhoogd met percentage overheadkosten)
Toelichting Titel 3 is een klein onderdeel van de legesverordening wat voor een groot deel bestaat uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet kostendekkend.
91
I N HOU D S O P GAV E
bedragen x € 1.000 Lasten Overhead taakveld
Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk - Titel 3 Titel 3 - Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Horeca Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten Hoofdstuk 5 Standplaatsen Hoofdstuk 8 Toezicht op openbare inrichtingen Kostendekkendheid Titel 3 - Europese dienstenrichtlijn
35,3 6,3 2,2 1,0 44,7
Totaal Opbrengst lasten en
6,2 3,3 1,1 0,5 11,1
41,5 9,6 3,3 1,5 55,8
30,4 5,5 0,7 0,5 37,0
Kostendekking 73,3% 57,3% 20,2% 32,7% 66,4%
3. Conclusie bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk Recapitulatie Titel 1, 2 en 3 Kostendekking Titel 1 - Algemene dienstverlening Kostendekking Titel 2 - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Kostendekking Titel 3 - Europese dienstenrichtlijn Kostendekkendheid legesverordening
Lasten Overhead taakveld
Totaal Opbrengst lasten en
709,8 836,1 44,7 1.590,6
880,9 1.096,4 55,8 2.033,1
171,0 260,3 11,1 442,4
706,3 910,1 37,0 1.653,5
Kostendekking 80,2% 83,0% 66,4% 81,3%
De kostendekkendheid van de gemeente Hellendoorn voldoet aan de wettelijk gestelde eisen.
Afvalstoffenheffing In zijn algemeenheid is de afvalstoffenheffing volledig bedoeld om de kosten van afvalinzameling en -verwerking te dekken. We gebruiken de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing om schokken in de tarieven op te vangen. De voorziening is de afgelopen jaren opgebouwd uit de ontvangen heffingen en daarom willen we deze teruggeven aan de burger. De voorziening wordt in 2025 aangesproken voor € 325.000,--. Dit leidt tot een kostendekkingspercentage van 93,2 procent. bedragen x € 1.000 Begroting 2024
Begroting 2025
Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Taakveld Straatreiniging - 1/3 deel naar Afval Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten
3.586 226 - 800 3.012
4.039 241 - 864 3.415
Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW* Toe te rekenen kosten taakveld
724 495 1.219
810 522 1.333
Totale kosten taakveld
4.230
4.748
Totale opbrengsten heffing
4.353
4.423
Dekkingspercentage heffing
102,9%
93,2%
Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing
* De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten
I N HOU D S O P GAV E
92
Riool- en waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing willen we niet meer dan kostendekkend houden. Om geen grote fluctuaties in de tarieven voor de riool- en waterzorgheffing te krijgen hebben we de voorziening egalisatie riool- en waterzorgheffing in het leven geroepen. Een bedrag van € 65.691,-- wordt in 2025 onttrokken aan de voorziening Egalisatie riool- en waterzorgheffing. Dit leidt tot een kostendekkingspercentage van 98,7 procent. bedragen x € 1.000 Begroting 2024
Begroting 2025
Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Taakveld straatreiniging - 1/3 deel naar Rioleringen Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten
3.499 222 - 42 3.679
3.336 242 - 39 3.539
Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW* Toe te rekenen kosten taakveld
776 496 1.272
927 452 1.379
Totale kosten taakveld
4.951
4.918
Totale opbrengsten heffing
4.687
4.852
Dekkingspercentage heffing
94,7%
98,7%
Berekening kostendekkendheid riool-en waterzorgheffing
* De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten
Begrafenisrechten Het dekkingspercentage is 81 procent en daarmee zijn de tarieven niet kostendekkend. bedragen x € 1.000 Begroting 2024
Begroting 2025
Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten
437 437
443 443
Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW* Toe te rekenen kosten taakveld
154 18 172
149 20 169
Totale kosten taakveld
609
612
Totale opbrengsten heffing
483
496
Dekkingspercentage heffing
79,2%
81,0%
Berekening kostendekkendheid begrafenisrechten
* De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten
93
I N HOU D S O P GAV E
I N HOU D S O P GAV E
94
Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
95
I N HOU D S O P GAV E
Inleiding Risicomanagement is het proces waarbij de organisatie continu en systematisch doorlopen wordt op risico’s. Het doel is de gevolgen ervan te voorkomen of te bestrijden en de positieve effecten ervan te benutten of te versterken. Met andere woorden: risicomanagement is gericht op het voorkomen, vermijden of verkleinen van risico’s. De twee meest gebruikte toepassingen van risicomanagement zijn sturen op risico’s en beheersen van risico’s. In deze paragraaf brengen wij de risico’s in beeld die van invloed zijn op onze bedrijfsvoering (organisatiebreed) en verantwoorden wij de maatregelen die wij nemen om die risico’s beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico’s zijn we in staat om op een verantwoorde manier besluiten te nemen, waardoor de huidige risico’s en de risico’s gerelateerd aan toekomstige uitgaven en investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van onze organisatie, het zogenaamde weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen: 1.
Het inventariseren van risico’s (risicoprofiel).
2. Het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit. 3. Het vaststellen van de beschikbare weerstandscapaciteit. 4. Het vergelijken van benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Ook gaan we in deze paragraaf in op de financiële kengetallen. Die geven een aanvullend inzicht in de weer- en wendbaarheid van de gemeente en maken duidelijk hoeveel financiële ruimte er is om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken.
1. Risicoprofiel Aan de hand van de risico-inventarisatie is een risicoprofiel opgesteld. Periodiek worden de risico’s van de organisatie doorlopen en waar nodig opnieuw beoordeeld. Momenteel zijn in totaal 92 risico’s in het systeem ingebracht. In onderstaand overzicht presenteren we de tien belangrijkste risico’s. Risico’s met de hoogste impact op de benodigde weerstandscapaciteit. De impact van de overige risico’s nemen we mee in het totaal van de benodigde weerstandscapaciteit.
I N HOU D S O P GAV E
96
bedragen x € 1.000 Belangrijkste financiële risico's Nr.
Risico gebeurtenis
Risico gevolg
Maatregelen
R67
Cyberaanval met uitval van ICT tot gevolg
Actief - Firewalls, virusscanners, Financieel - ICT ligt plat waardoor informatie niet ontsloten is. Systemen werken mogelijk niet waardoor beheer servers, pen-testen en offline back-up. betalingen en dienstverlening stil kunnen komen te liggen.
Netto financieel maximum 3.500
Netto Kans
Invloed (%)
50%
19,7%
1.000
70%
7,9%
500
90%
7,6%
1.000
50%
6,6%
500
70%
5,5%
Continuïteit - Er kan niet gewerkt worden en we kunnen amper tot geen dienstverlening bieden. Imago - Het vertrouwen in de overheid wordt aangetast. Imago - Eventuele identiteitsfraude bij inwoners.
R54
Daling uitkering gemeentefonds
R255 Aansluiting op elektriciteitsnetwerk niet mogelijk
Financieel - De uitkering van het gemeentefonds kan Actief - Het opnemen van een gedurende het begrotingsjaar wijzigen. Bij een daling voorzichtigheid in de raming van het heeft dit effect op de lopende begroting en zijn direct gemeentefonds. ombuigingen nodig. Daarnaast heeft een daling impact Suggestie - Op de voet volgen van de op de volgende jaren. Ook dan zijn bezuinigingen ontwikkelingen, zodat je maximale nodig, maar daarvoor hebben we langer de tijd. Noodzakelijke bezuinigingen bij het Rijk kunnen leiden reactietijd hebt om zelf de gevolgen te kunnen sturen. tot ombuigingen die ook gemeenten zullen raken. Continuïteit - Voorzieningenniveau wordt verlaagd.
Suggestie - Lobby in samenwerking met andere gemeenten en VNG.
Financieel - Verlieslatende grondexploitaties, minder opbrengsten door niet kunnen uitgeven van kavels, mislopen van subsidies voor verduurzaming. Een achterliggend risico is het effect op de economie en daardoor lagere inkomsten voor de gemeente.
In voorbereiding - Overleg met Enexis en Tennet.
Continuïteit - Vertraging in uitvoering van ruimtelijke plannen (waaronder woningen, bedrijventerreinen en verduurzamingsopgave).
In voorbereiding - Het creëren van decentrale energiehubs, dit is echter een oplossing voor een beperkt aantal situaties.
Imago - Vertraging in projecten waar inwoners last van kunnen krijgen. R250 Hoge loon- en prijsstijgingen worden Financieel - De vergoeding van inkomsten uit het niet voldoende gecompenseerd via het gemeentefonds voor loon- en prijsstijgingen zijn gemeentefonds ontoereikend om de werkelijke stijgingen op te vangen, waardoor tekorten in de begroting ontstaan. Continuïteit - Niet alle (beleids)taken kunnen meer op het vastgestelde niveau worden uitgevoerd.
R132 Groter beroep op open einde regelingen
Financieel - Het beroep dat de burger kan doen op open einde regelingen zoals Wmo-verstrekkingen, jeugdhulp, leerlingenvervoer en bijzondere bijstand is niet gelimiteerd. Dit kan resulteren in tegenvallers.
97
In voorbereiding - Er kunnen kwantitatieve maatregelen genomen worden waardoor de doelgroep van de betreffende regelingen kleiner wordt. Daarnaast is het eventueel mogelijk kwalitatieve maatregelen te nemen door de maximale bedragen waar beroep op gedaan kan worden bij te stellen.
I N HOU D S O P GAV E
500
50%
3,8%
600
50%
3,8%
1.000
30%
3,4%
Actief - We volgen de inhoudelijke ontwikkeling van de diverse verdeelmodellen op de voet. Daar waar mogelijk wordt indirect, met name via de VNG, invloed uitgeoefend op het ministerie dat de betreffende verdeelmodellen ontwikkelt.
250
70%
2,4%
Geïmplementeerd - Communiceren Financieel - Verplichte uitgave/bijbetaling. R116 Verbonden partijen (onder andere met burgers en gemeenteraad. Gemeenschappelijke Regelingen) Continuïteit - Gevolgen voor interne werkprocessen hebben de interne organisatie Geïmplementeerd - Samen met andere onvoldoende op orde en dit kan leiden van andere bedrijfsonderdelen. deelnemers beleid ontwikkelen, lobby, tot extra uitgaven Imago - Wordt gezien als onderdeel van de gemeente, afspraken maken etc. in ieder geval politiek.
250
70%
2.0%
Actief - Bij de inkoop 2025 wordt er R162 Toename van Jeugdzorg in aantal Financieel - Door toename van het gebruik van cliënten door onvoorspelbaarheid van jeugdhulp ontstaan tekorten op het budget. Een groot ook gekeken hoe er meer grip op de uitgaven van de externe verwijzers kan de uitgaven via externe verwijzers gedeelte van de instroom komt buiten de komen. Tevens hebben we sociaal gemeentelijke organisatie vandaan. 60% van de makelaars en POH'ers in dienst om instroom wordt bepaald door huisartsen, andere meer grip op de uitgaven te krijgen. medische specialisten of trajecten die opgelegd worden vanuit Jeugdbescherming/Jeugdreclassering. Continuïteit - Doordat niet te sturen is op volume en doordat met name trajecten gericht op 24-uursverblijf kostbaar zijn kan de (financiële) impact groot zijn. Als gevolg van corona zien we toenemende problematiek bij jeugd, ook in lopende casuïstiek, en daarmee toenemende kosten.
R65
Wachtgeldverplichtingen wethouders
Financieel - Bij het eindigen van het dienstverband van Actief - Vormen van een reserve wethouders ontstaat een recht op wachtgeld. Wachtgelden huidige wethouders.
R61
Datalek - Gegevens van inwoners komen op straat
Financieel - De kans bestaat dat er een boete wordt opgelegd (tot maximaal € 820.000,--). Daarnaast kan de gemeente door burgers aansprakelijk worden gesteld voor gevolgschade. Continuïteit - Gevolgen voor positie bestuurders. Die leggen prioriteit bij de oplossing, waardoor regulier werk minder prioriteit heeft.
Actief - Extra checks in systemen inbouwen. Actief - Mensen controles laten uitvoeren. Actief - Een ICT-systeem dat voldoet aan alle informatiebeveiligingsmaatregelen (BIO).
Imago - Imagoschade waarbij het beeld ontstaat van een onzorgvuldige overheid, welke laks omgaat met privacygevoelige informatie. R136 Wijziging in verdeelmodellen budgetten Participatiewet (BUIG)
Financieel - Wijziging in de wijze waarop de macrobudgetten over de gemeenten wordt verdeeld kan zowel positieve als negatieve financiële gevolgen hebben voor de gemeente Hellendoorn.
De invloed van een risico zie je in het percentage in de laatste kolom. Dit percentage komt uit een risicosimulatie, die de kans en het bedrag van het risico samenvoegt tot een schatting van hoe het risico kan optreden. •
Het maximale bedrag dat met deze tien grote risico’s gemoeid is, is € 9.100.000,--.
•
De overige risico’s vertegenwoordigen een maximaal bedrag van € 9.682.500,--.
•
In totaal hebben alle risico’s samen een (financiële) impact van € 18.782.500,--.
Toelichting risico’s Hieronder worden de risico’s in de top 10 toegelicht.
ICT Een cyberaanval of datalek is een wereldwijd voorkomend risico. De vraag is niet of, maar wanneer je ermee te maken krijgt. Als gemeente Hellendoorn hebben wij verschillende technische en organisatorische maatregelen genomen om dit risico te minimaliseren. Wij voeren jaarlijks een penetratietest uit en laten regelmatig controles op onze applicaties uitvoeren. Daarnaast maken wij gebruik van firewalls, virusscanners en houden wij een offline back-up bij. I N HOU D S O P GAV E
98
Omdat de oorzaak van een datalek of cyberaanval vaak te herleiden is tot menselijk handelen, richten wij ons naast technische maatregelen ook op het vergroten van de bewustwording onder onze medewerkers. Dit doen wij door inzet van trainingen, phishing-simulaties en het inzetten van mystery guests.
Sociaal domein Gesignaleerde risico’s WMO Bij de begeleiding en dagbesteding, evenals de huishoudelijke ondersteuning, zien we een lichte toename in het aantal cliënten. Deze stijging zal naar verwachting de komende jaren aanhouden als gevolg van de vergrijzing. Daarnaast blijven oudere inwoners steeds langer in hun eigen woning wonen, wat in lijn is met het overheidsbeleid. Het verdwijnen van traditionele verzorgingshuizen en de strengere toelatingseisen voor verpleeghuizen (alleen bij ernstige en langdurige zorgvragen) dragen hieraan bij. De beperkte doorstroming van oudere inwoners van grotere naar kleinere, beter passende woningen wordt bemoeilijkt door de krapte op de woningmarkt. Dit kan resulteren in een toenemend beroep op de gemeente voor woningaanpassingen en andere hulpmiddelen. Het streven om ouderen zo lang mogelijk mobiel te houden, zal naar verwachting ook leiden tot een grotere vraag naar vervoer gerelateerde hulpmiddelen. Voor de Wmo starten we met de implementatie van een nieuwe inkoop voor begeleiding en dagbesteding. Hierbij zijn de producten opnieuw gedefinieerd, wat heeft geleid tot een andere tariefsopbouw vanaf 2025. Hoewel de financiële impact hiervan moeilijk in te schatten is, vormt dit een financieel risico. Op basis van een regionaal uitgevoerde impactanalyse wordt echter verwacht dat het effect beperkt zal blijven.
Gesignaleerde risico’s Jeugd De budgetten binnen het sociaal domein vallen onder open einde regelingen, wat betekent dat noodzakelijke zorg niet geweigerd kan worden. Dit brengt reële risico’s met zich mee voor mogelijke budgetoverschrijdingen. Door middel van regelmatige prognoses proberen we echter meer grip te krijgen op de uitgaven, zodat tegenvallers eerder gesignaleerd en bijgestuurd kunnen worden. In 2025 starten we met de implementatie van de nieuwe inkoop voor jeugdzorg. Hierbij streven we naar een regionaal dekkend zorglandschap, wat essentieel is voor het waarborgen van zorgcontinuïteit voor jeugdigen in Twente. Het bieden van kwalitatief goede zorg vereist ook reële tarieven, wat een wettelijke verplichting is. Door de huidige landelijke ontwikkelingen, zoals inflatie en loonstijgingen, stijgen de tarieven voor verschillende vormen van hulpverlening. Vooral binnen de transformatie naar kleinschalige woonvoorzieningen zijn de tariefsverhogingen aanzienlijk. Hoewel we deze stijging hebben meegenomen als autonome ontwikkeling, bestaat er door de toenemende zorgvraag in de jeugdzorg het risico dat de beschikbare budgetten onvoldoende zullen blijken. Een ander risico is de financiële positie van zorgaanbieders. Veel Nederlandse zorginstellingen bevinden zich financieel in een neerwaartse spiraal door stijgende personeels- en materiële kosten.
Hoewel er in Twente raamcontracten zijn met zorgaanbieders waarbij de prijzen vastliggen, zijn de af te nemen volumes niet vastgelegd. Voor de nieuwe inkoop in 2025 is een tarievenonderzoek uitgevoerd om kostendekkende prijzen voor aanbieders te waarborgen. We verwachten dat dit bijdraagt aan een verbeterde financiële positie van zorgaanbieders Gesignaleerde risico’s Participatie De BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) vormt een belangrijke inkomstenbron, dit budget bepaalt hoeveel middelen we beschikbaar hebben voor de uitvoering van de Participatiewet. Het verdeelmodel van de BUIG is grotendeels gebaseerd op kansberekeningen, die berekent wat de kans is dat huishoudens in onze gemeente aanspraak moeten maken op Participatiewet uitkeringen. Door het wijzigen van kenmerken die gebruikt worden bij de complexe kansberekeningen kan het budget jaarlijks fluctueren, wat financiële risico’s met zich meebrengt. Als de toewijzing van middelen lager uitvalt dan verwacht, terwijl de vraag naar bijstandsuitkeringen stijgt, kan dit leiden tot tekorten die we als gemeente in eerste instantie zelf moeten opvangen. Hoewel we proberen grip te houden op deze ontwikkelingen door nauwkeurige monitoring en bijsturing, blijft het risico bestaan dat de beschikbare middelen niet toereikend zijn.
99
I N HOU D S O P GAV E
Naast de financiële risico’s die voortvloeien uit de fluctuaties in de BUIG-budgetten, speelt ook de economische conjunctuur een belangrijke rol. In tijden van economische neergang kan de instroom in de bijstand aanzienlijk toenemen, wat extra druk legt op het beschikbare budget. Daarnaast kunnen beleidswijzigingen op landelijk niveau, zoals aanpassingen in de Participatiewet of wijzigingen in de vangnetregeling, onverwachte financiële gevolgen hebben. Ook wanneer onze gemeente slechter scoort dan het landelijk gemiddelde kan dat impact hebben op de toereikendheid van het BUIG budget.
Gemeentefonds Vanuit de gemeentefondsuitkering wordt in 2025 ruim € 76,9 miljoen verwacht. Het is daarmee de belangrijkste bron van inkomsten. De inkomsten zijn daarmee € 2,4 miljoen hoger dan in 2024. Van deze inkomsten vormde de algemene uitkering met € 73,1 miljoen het grootste bestanddeel. De uitkering deelfonds Sociaal Domein bedroeg nog € 3,8 miljoen: dit betreft alleen nog de bijdragen voor participatie. Door de integratie van de middelen voor Jeugd en Wmo in de algemene uitkering neemt het risico voor de gemeentefondsuitkering toe. De raad voor het openbaar bestuur (ROB) heeft in haar onderzoek geconcludeerd dat de gemeenten -ondanks de extra beschikbaar gestelde middelen- niet voldoende krijgen voor het uitvoeren van de taken voor Jeugd en Wmo. Het Rijk schrapt incidenteel gedurende enkele jaren onderdelen van de hervormingsagenda Jeugd, maar structureel blijft de taakstelling staan. De VNG pleitte samen met ons dan ook bij de herijking van het gemeentefonds niet alleen voor een herverdeling van de bestaande middelen, maar ook voor een structureel toereikende bijdrage voor deze kosten. De kortingen die voor komende jaren zijn opgelegd zijn hebben een langer ingroeipad, maar blijven gehandhaafd voor de lange termijn.
Voor de jaren tot en met 2025 heeft het voorgaande kabinet gemeenten royaal bedeeld via het gemeentefonds, onder andere het gevolg van tijdelijke beleidsintensivering (bijvoorbeeld op het gebied van klimaat en wonen). Hoewel bij meicirculaire 2024 de opschalingskorting structureel is geschrapt, zien we na 2025 nog steeds een flinke daling. In de meicirculaire 2024 heeft het Rijk besloten al vanaf 2024 de accressen voor het gemeentefonds niet meer te koppelen aan de rijksuitgaven, maar aan het BBP (bruto binnenlands product). Deze BBP-systematiek gaat gelden voor zowel de loon- en prijscompensatie als voor de volumegroei. Verder worden we alleen gecompenseerd voor extra taken, maar we gaan niet meer “trap-op-trap-af” mee met de uitgaven van het rijk. Hoewel de nieuwe financieringssystematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten en infrastructuur van gemeenten op te vangen. Die kosten stijgen namelijk harder dan het gemiddelde BBP. VNG pleit voor een aangepaste systematiek die moet voorkomen dat er een jaarlijks groeiend tekort ontstaat en die op instemming kan rekenen van alle overheden, niet alleen het Rijk. Daarnaast betekent een koppeling van het accres aan het BBP dat er een minder sterke koppeling is met de loon- en prijsstijgingen zoals die zich voordoen binnen gemeenten.
De cao-afspraken en overige loon- en prijsstijgingen (in brede zin) waar gemeenten mee geconfronteerd worden, kan flink afwijken van de algemene landelijke ontwikkelingen. Dit kan budgettair voordelig uitpakken, maar zeker ook nadelig. Het Rijk baseert de te vergoeden loon- en prijsstijgingen BBP op basis van de voorspellingen van het CPB. Al in mei van enig jaar wordt dit vastgesteld voor het betreffende jaar, gebaseerd op de inschattingen van het CPB in maart. Gebleken is dat de werkelijke inflatie de laatste jaren door het CPB veel te laag ingeschat zijn: hierdoor lopen we veel compensatie mis. De hoogte van het BTW-compensatiefonds (BCF) is rechtstreeks gerelateerd aan de hoogte van de gemeentefondsuitkering in enig jaar. Overschotten en overschrijdingen van het BTW-compensatiefond worden verrekend met de gemeentefondsuitkering. De afgelopen jaren bleven de uitgaven onder andere achter door de coronacrisis en de Oekraïne-crisis, waardoor er overschotten op het BCF zijn ontstaan. Nu enerzijds de economie weer volop draait en anderszijds het BCF daalt door daling van de gemeentefondsuitkering, bestaat het risico dat het fonds volledig wordt verbruikt en er wellicht tekorten op de loer liggen. Daarom is alleen voor het jaar 2025 een stelpost voor teruggave verwerkt in de gemeentefondsuitkering. Een stelpost structureel opnemen vinden we te riskant.
I N HOU D S O P GAV E
100