CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp wijziging Wittebroeksweg 1 Haarle met bijlagen

Gemeenteraad 1 april 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan Wijziging Wittebroeksweg 1 Haarle26.056 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Geurnormen in het omgevingsplan Rekenen Afstandseisen Randvoorwaarden Situatie plangebied

In de directe omgeving van de Wittebroeksweg 1 worden enkele milieubelastende activiteiten uitgeoefend.. Dat betreffen hoofdzakelijk veehouderijen. De dichtstbijzijnde veehouderij betreft Wittebroeksweg 3 op een afstand van meer dan 100 m afstand. In de huidige situatie is reeds bewoning mogelijk van het plangebied. In die zin is geen sprake van het toevoegen van een nieuwe geurgevoelige functie. Omliggende bedrijven worden dan ook niet in hun bedrijfsvoering en/of ontwikkelmogelijkheden beperkt. De bestaande bedrijfswoning is reeds milieugevoelig, en daarmee maatgevend. Het beschermingsniveau van de woning wijzigt niet. Er zijn verder geen negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse. Het voornemen is hiermee uitvoerbaar op het onderdeel ‘geur’. 7.4.3

Conclusie

Vanuit het aspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7.5

Trillingshinder

7.5.1

Wettelijk kader

De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4.2 van de Omgevingswet. Trillingshinder kan op twee manier optreden. Ten eerste kan er sprake zijn van de toevoeging van een milieubelastende activiteit met een trillingsemissie. In artikel 22.88 van de bruidsschat, die onderdeel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan, zijn maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen opgenomen. Ten tweede kan er sprake zijn van de toevoeging van een trillinggevoelig gebouw. De Omgevingswet beschermt trillinggevoelige gebouwen tegen trillingen van activiteiten. In het Besluit kwaliteit BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 40

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp leefomgeving (Bkl) staan hiervoor instructieregels. Voor de activiteiten wonen, wegen, vaarwegen en spoorwegen zijn er geen instructieregels voor trillingen. De gemeente kan hier eigen regels voor opstellen. Om de mogelijke trillingshinder in kaart te brengen kan de SBR-richtlijn worden gebruikt, de Beleidsregel Trillingshinder Spoor en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. De gebruikelijke gehanteerde afstand waarbinnen trillingshinder als gevolg van een spoorweg wordt getoetst is een zone tot 100 meter van het spoor. Uit verschillende trillinghinderonderzoeken blijkt dat buiten deze afstand tot het spoor meestal geen trillingsniveaus optreden boven de streefwaarde van Vmax van 0,1. Binnen een afstand van 100 meter tot het spoor moet bij nieuwbouw rekening worden gehouden met spoortrillingen en het voorkomen van hinder hierdoor. Indien de afstand tot het spoor meer dan 100 meter en minder dan 250 meter bedraagt, kan een quickscan trillinghinder raadzaam zijn indien bestaande klachten, de bodemopbouw en/of het treinbeeld hiertoe aanleiding geven. 7.5.2

Situatie plangebied

In de wijde omgeving van het plangebied komt geen spoorweg voor die trillinghinder kan veroorzaken ter plaatse van het plangebied. 7.5.3

Conclusie

Het aspect ‘trillingen’ vormt geen belemmering voor dit plan. .

7.6

Gezondheid

7.6.1

Wettelijk kader

Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten zijn in voorgaande paragrafen reeds behandeld gemotiveerd. Het is wenselijk om daarnaast aan te geven op welke wijze het gezondheidsaspect bij de motivering is meegenomen. Dit niet alleen omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk maatschappelijk doel is van de Omgevingswet, waar logischerwijs bij het nemen van een besluit op grond van deze wet aandacht voor moet zijn. Ook omwonenden en rondom het project gevestigde bedrijven zijn vaak geïnteresseerd in de gezondheidssituatie die ten gevolge van de activiteit optreedt. 7.6.2

Situatie plangebied

Voor voorliggend initiatief is in deze onderbouwing zo goed mogelijk afgewogen op welke manieren de ontwikkeling invloed zal hebben en beïnvloed wordt door omliggende activiteiten zonder dat de gezondheid van de nieuwe bewoners of de omliggende bewoners negatief wordt beïnvloed. In deze onderbouwing is dit bereikt door te onderbouwen dat bij alle relevante milieuparagrafen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties plaatsvindt. Vanuit dit oogpunt kan geredeneerd worden dat de kwaliteit van de leefomgeving door de beoogde activiteit verbetert dan wel niet (onevenredig) verslechtert. 7.6.3

Conclusie

Vanuit het aspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies op locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 41

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 8

BESCHERMING VAN DE NATUUR

In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze binnen het voornemen rekening wordt gehouden met het aspect natuur. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Voor deze aspecten zijn diverse regels opgenomen in het Bkl.

8.1

Gebiedsbescherming

8.1.1

Wettelijk kader

De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan of afwijken van het omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. 2. 3.

Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.

In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd. 8.1.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het (NNN) is in provinciale omgevingsvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. 8.1.3

Situatie plangebied

8.1.3.1 Natura 2000 Het plangebied bevindt zich op circa 1,2 km van het natuurgebied ”Boetelerveld“ en op 1,6 km van natuurgebied “Sallandse Heuvelrug“. Op basis van de ‘Advieslijn opvragen onderzoek stikstofdepositie bouwprojecten en bestemmingsplannen’ van de Omgevingsdienst Twente is het initiatief tijdens het principeverzoek beoordeeld als initiatief van kleinschalige aard op voldoende afstand van naastgelegen Natura

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 42

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp 2000-gebieden. De stikstofuitstoot die het gevolg zal zijn van voorliggende ontwikkeling wordt als zeer gering geschat. Voor voorliggend initiatief is om deze reden geen stikstofberekening uitgevoerd. 8.1.3.2 NNN Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 1,2 km van het plangebied. Aangezien het plangebied niet is gelegen in het NNN van Overijssel en het NNN in Overijssel geen externe werking kent, is nadere toetsing niet aan de orde.

8.2

Soortenbescherming

8.2.1

Wettelijk kader

Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: • •

er soorten aanwezig zijn; en welke soorten dat zijn.

In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. 8.2.2

Situatie plangebied

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Bureau Bleijerveld een Quickscan flora en fauna uitgevoerd. De Quickscan is als bijlage 4 aan deze motivering toegevoegd. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste bevindingen. Quickscan flora en fauna De woning en bebouwing hebben geen spouwmuur. Het dak van de woning betreft een rieten dak zonder beschot. Het dak van de bijgebouwen bestaat uit golfplaten. Het perceel bestaat uit ruig grasland. Langs de buitenrand – behalve aan de noordzijde - staan struiken en oudere bomen. In of rond het erf komt geen oppervlakte water voor. In de opgaande begroeiing zijn algemene broedvogels zonder vaste nestplaats te verwachten. De gebouwen zijn ongeschikt voor broedvogels met vaste nestplaatsen. In de oudere bomen zijn geen vaste nestplaatsen aangetroffen. De Quickscan concludeert hiermee dat bij groenwerkzaamheden of sloop van de bebouwing binnen het broedseizoen verstoring van nesten en sterfte kan plaatsvinden. Dit kan worden voorkomen door de geplande werkzaamheden buiten het broedseizoen (maart t/m augustus) plaats te laten vinden. Het plan is hiermee uitvoerbaar op het onderdeel ecologie.

8.3

Conclusie

Er worden geen negatieve effecten op de NNN en Natura 2000-gebieden verwacht. Daarnaast zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten. Vanuit het aspect ecologie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 43

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 9 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE 9.1

Wettelijk kader

Artikel 5.130 van het Bkl bepaalt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze binnen deze ontwikkeling rekening is gehouden met cultureel erfgoed en archeologische waarden. De regelgeving over het behoud en beheer van cultureel erfgoed is sinds 2016 ondergebracht in de Erfgoedwet. Samen met de Erfgoedwet maakt de Omgevingswet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. 9.1.1

Archeologie

Lid 3 van artikel 5.130 Bkl bepaalt dat in het belang van de archeologische monumentenzorg in een omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie. Ook kunnen eisen worden gesteld aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden. 9.1.2

Cultuurhistorie

Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Hierbij kan ook gedacht worden aan in de nabijheid het plangebied gelegen werelderfgoed.

9.2

Situatie plangebied

9.2.1

Archeologie

Binnen het plangebied worden in zowel het omgevingsplan en de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel geen archeologische waarden weergegeven. Doordat geen archeologische waarden toegekend zijn aan het plangebied worden geen restricties gegeven op basis van archeologische redenen. In het bestemmingsplan zijn ter plaatse van het plangebied geen dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van eventuele archeologische waarden. Door het ontbreken van een archeologische verwachtingswaarde en omdat de bebouwing voor een groot deel worden gebouwd op gronden waar in de huidige situatie ook bebouwing aanwezig is, is voor voorliggende ontwikkeling geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. 9.2.2

Cultuurhistorie

Op de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie worden geen cultuurhistorische waarden weergegeven in de directe omgeving van het plangebied. De bebouwing binnen het plangebied, waaronder de woning, wordt in het welstandsbeleid niet aangemerkt als monumentaal pand of als karakteristiek pand.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 44

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

9.3

Conclusie

Ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie worden geen negatieve gevolgen verwacht. Hiermee is het plan uitvoerbaar en is sprake van een evenredige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 45

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 10 10.1

M.E.R.- BEOORDELING

Wettelijk kader

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of merbeoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • • • •

In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.

Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER-beoordelingsprocedure. Het aparte m.e.r.-beoordelingsbesluit is komen te vervallen onder de Omgevingswet.

10.2

Situatie plangebied

10.2.1 Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 600 meter afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling in relatie tot de ruime afstand tot Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied (zie ook paragraaf 8.1.3). Een passende beoordeling op basis van artikel 16.53c wordt in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk geacht. Er is dan ook is geen sprake van een m.e.r.plicht op basis van artikel 16.36 van de Omgevingswet. 10.2.2 Omgevingsbesluit Verder is het voorgenomen initiatief ook niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, omdat het voorgenomen initiatief geen activiteit betreft die wordt genoemd in onderdeel C en D van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Er is geen sprake van een ontwikkeling die wordt genoemd in onder C van het Omgevingsbesluit en deze is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Verder kan de beoogde ontwikkeling gezien de concrete omstandigheden van het geval, de aard en omvang niet worden aangemerkt als een (wijziging van een) ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in onderdeel J11 van het Omgevingsbesluit.

10.3

Conclusie

Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 46

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 11 11.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Algemeen

In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.

11.2

Kostenverhaal

Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.

11.3

Situatie plangebied

In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 47

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 12 12.1

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Participatie

Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. Voorliggend initiatief is tweemaal aan de gemeente ter beoordeling gelegd. Eenmaal als principeverzoek. Daarna is het verzoek nogmaals kort aan de gemeente voorgelegd vanwege een verandering in het bebouwingsbeeld. De initiatiefnemer heeft de direct omwonenden van zijn voornemen op de hoogte gebracht voor, en tijdens, de periode dat het initiatief als principeverzoek aan de gemeente werd aangeboden. Deze gesprekken zijn mondeling gevoerd. De initiatiefnemer heeft zijn plannen kenbaar gemaakt aan de bewoners van de Wittebroeksweg 3 en de Eekteweg 2. Dit betreffen de dichtstbijzijnde buren. Beiden hebben te weten gegeven een positieve houding te hebben ten aanzien van het voornemen. Geconcludeerd wordt dat zo alle belanghebbenden bij het voornemen geïnformeerd zijn, en dat de initiatiefnemer zich in voldoende mate heeft ingespannen om zijn plannen kenbaar te maken.

12.2

Afstemming overlegpartners

Het plan wordt voorgelegd aan de relevante overlegpartners. In dit geval betreffen dit het waterschap, de veiligheidsregio en de brandweer. Eventuele reacties en wijzigingen worden in deze paragraaf opgenomen.

12.3

Vaststellingsprocedure

Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerp wijzigingsbesluit voor een periode van zes weken ter inzage heeft gelegen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 48

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

BIJLAGEN BIJ DE MOTIVERING

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

Bijlage 2

Historisch bodemonderzoek

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

Quickscan natuurwaardenonderzoek

Bijlage 5

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 49

Nieuwe aanplant van Esdoornhaag - lengte van de haag: 40 m1 - soort: Acer campestre veldesdoorn - drie plantrijen, 9 st/m1 - aantal planten: 360 st - type bosplantsoen 80-120 cm - kniphoogte van de haag: 120 cm - breedte; 150 cm, drie plantrijen

Bestaande infiltratiesloot

Bestaande bermbomen

Plangebied - oppervlakte: ca. 4.015 m2

Bestaande struweelheg Voorgevel

Weilandje

Rechtergevel

Nieuwbouw schuur - oppervlakte: maximaal 150 m2

Opstelplek voor 40 zonnepanelen - veldopstelling Achtergevel

Project

Nieuwbouw schuurwoning

Opdrachtgever:

Fam. Zwerink Wittebroeksweg 1 7448 PS Haarle 0592-501511

Linkergevel Werknummer:

23005

Bladnummer:

02.1

Tekeningnaam:

Schets Gevels

Getekend:

K. Verschoor

Datum:

06-03-2023

Gewijzigd A:

16-03-2023

Gewijzigd B: Gewijzigd C: Schaal:

Carp

1:100

Schetsplan woning

ort

700

cm

Bestaande in-/uitrit - verharding betonklinkers

HLD01S 01141G0000

259

5 cm

Bez

oek

ers

P

W itt e b ro

Voortuin - begenzing met liguster of beukenhaag - hoogte 80 cm

eksw

Bestaande bomen

eg

Bestaande houtsingel - behoud van inheemse struiken en bomen - versterken met aanplant van inheems bosplantsoen

HLD01S 01144G0000

Struiken bosje op boerenerven, inheemse soorten Te verwijderen inrit

Te beplanten oppervlakte: 175 m2 Plantafstand: 100x100 cm HLD01S 01142G0000 Aantal planten: st Plantverband: vrije keus Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120 cm (2+1) aantal 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st 20 st

r Voo r te A ch

Sortiment: 10% Amelanchier lamarckii Krent 10% Carpinus betulus Haagbeuk 10% Cornus mas Gele kornoelje 10% Cytisus scoparius Brem 10% Ilex aquifolium Hulst 10% Ligustrum vulgare Wilde liguster 10% Lonicera periclymenum Klimkamperfoelie 10% Rubus idaeus Framboos 10% Sambucus laciniata Peterselievlier 10% Sorbus aucuparius Lijsterbes

1

Gras Bestaande bomen

Bestaande houtsingel - behoud van inheemse struiken en bomen - versterken door de singel breder te maken - aanplant van inheems bosplantsoen

Houtsingel Te beplanten oppervlakte: 75 m2 Plantafstand: 125x125 cm Aantal planten: 50 st Plantverband : vrije keus Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120 cm (2+1)

HLD01S 00802G0000

Versterken/uitbreden/herstel houtsingel - lengte: 38 m - breedte: 4 m

Bestaande bomen

HLD01S 01143G0000

Sortiment Boomsoorten: 10% Alnus glutinosa Els 10% Betula pendula Ruwe berk 30% Quercus robur Inlandse eik Struikensoorten: 10% Crataegus laevigata Tweestijlige meidoorn 10% Corylus avellana Hazelaar 10% Prunus spinosa Sleedoorn 10% Sorbus aucuparia Lijsterbes 10% Viburnum opulus Gelderse roos

aantal

Erf- en landschapsplan

5 5 15 5 5 5 5 5

Lokatie: Wittebroeksweg 1 7448 PS Haarle

Kadastrale perceelsgrenzen

Datum: 15 nov. 2022 Schaal: 1:500 Gewijzigd: 21 februari 2024 Digitale onderleggers: - BGT kaart - Kadastrale kaart

Harry ten Have

Tuin- en Landschapsadviseur

Spanjaardsdijk 53 7433 PW SCHALKHAAR Tel. 0570 532 000 Fax 0570 532 465 Mobiel 0651 346 628

E-Mail info@harrytenhave.nl Internet www.harrytenhave.nl

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem NEN5725

Project:

2024-095

Locatie:

Wittebroeksweg 1 te Haarle

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem NEN5725 Wittebroeksweg 1 te Haarle

Milieuhygienisch vooronderzoek bodem NEN5725

Wittebroeksweg 1 te Haarle

Opdrachtgever:

BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

Adviesbureau:

Dumea Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld

Status:

Definitief

Versie:

1

Datum versie:

3 mei 2024

Projectnummer:

2024-095

Auteur:

Joost Stevelink*

Paraaf:

Kwaliteitscontrole:

Niek Hesselink*

Paraaf:

Veldwerkers:

Joost Stevelink, Mark Morsink*

*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2024-095

3-5-2024

Pagina 2 van 13

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem NEN5725 Wittebroeksweg 1 te Haarle

Inhoudsopgave Pagina

1

Inleiding

4

2

Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek

5

3

Geraadpleegde bronnen

5

4

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

5

5

Toekomstige situatie

6

6

Bodembedreigende activiteiten en calamiteiten

6

7

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

6

8

Asbest

6

9

Aangrenzende terreindelen/percelen

6

10

Bodemkwaliteitskaart

7

11

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

7

12

Terreininspectie

8

13

Kwaliteitsklassen

8

14

Samenvatting en conclusie

9

Bijlage I:

Situering van de locatie

Bijlage II:

Locatietekening

Bijlage III:

Foto's onderzoekslocatie

2024-095

3-5-2024

Pagina 3 van 13

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem NEN5725 Wittebroeksweg 1 te Haarle

1

Inleiding

In opdracht van BJZ.nuFout! Verwijzingsbron niet gevonden. heeft Dumea een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op de locatie Wittebroeksweg 1 te Haarle. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Initiatiefnemer is voornemens de bestaande bedrijfswoning geheel te vernieuwen en enkele bijgebouwen te slopen. Doel van het historisch onderzoek is het beoordelen of op de onderzoekslocatie verdachte deellocaties ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging aanwezig zijn. Het historisch onderzoek dient als basis voor het opstellen van het onderzoeksprogramma voor het eventueel uit te voeren verkennend bodemonderzoek.

Het historisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: •

NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2023);

Dumea is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Terra-Agribusiness BV en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).

2024-095

3-5-2024

Pagina 4 van 13

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem NEN5725 Wittebroeksweg 1 te Haarle

2

Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek

Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (4010 m2) is gelegen aan de Wittebroeksweg 1 in Haarle en is kadastraal bekend als gemeente Hellendoorn, sectie S, nummer(s) 1141 en 1144. De onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage II.

3

Geraadpleegde bronnen

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit: Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron

Omschrijving

www.ahn.nl

AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland)

www.bodemloket.nl

Bodemloket van Nederland

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.dinoloket.nl

Ondergrond gegeven van Nederland

BAG viewer

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

Gemeente Hellendoorn

Historische informatie van de gemeente

Omgevingsdienst Twente

Historische informatie van de omgevingsdienst

Informatie Opdrachtgever

BJZ.nu

Inspectie onderzoekslocatie

Visueel inspectie van de locatie op 16-4-2024

4

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

De locatie bestaat uit een woning, met een schuur en bergingen aan de achterzijde van de woning. Op het perceel staan meerdere (sta)caravans en units. Op historische kaarten is vanaf 1935 bebouwing op de locatie te zien. Volgens het BAGregister is de woning gebouwd in 1911. De schuur is volgens het register gebouwd in 2000. Vanaf 1988 is op de kaarten nabij de woning schuren te zien. In 1983 is een oprichtingsvergunning Hinderwet vergund voor het oprichten of in werking brengen van een sloophouthandel, onder kenmerk 39.913, d.d. 6 mei 1983. Uit de vergunning blijkt dat een bovengrondse opslag van 1200 liter dieselolie aanwezig is (geweest). Er is geen gedetailleerde informatie over de (voormalige) ligging van deze tank beschikbaar. In 1994 is een melding ingediend voor een Besluit houtwerkende bedrijven, onder kenmerk 17INK03962, d.d. 30 juni 1994. Per 1 janauari 2008 Activiteitenbesluit van rechtswege van toepassing op alle activiteiten. Volgens historische kaarten heeft er tot 1975 een watergang gelegen. Vanaf 1976 is op de kaarten te zien dat de watergang is gedempt. Het is niet bekend met welk materiaal de watergang is gedempt.

2024-095

3-5-2024

Pagina 5 van 13

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem NEN5725 Wittebroeksweg 1 te Haarle

5

Toekomstige situatie

Initiatiefnemer is voornemens de bestemming te wijzigen naar ‘wonen’, de bijgebouwen te slopen en een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren op de locatie. 6

Bodembedreigende activiteiten en calamiteiten

Op de locatie hebben zich verder in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten en/of bedrijfsactiviteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie.

7

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd.

8

Asbest

Uit de verkregen historische informatie blijkt dat de huidige woning gebouwd is rond 1911. Het is mogelijk dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. De te slopen schuur bevat asbesthoudende dakbedekking. Er zijn twee druppelzones waar het lekwater van de asbesthoudende dakbedekking rechtstreeks in de onbeschermde bodem terechtkomt. Voor zover bekend hebben zich in het verleden geen calamiteiten (b.v.) brand of explosies) voorgedaan waarbij asbesthoudend materiaal is vrijgekomen. Door het (jarenlange) gebruik als bedrijfslocatie in het buitengebied wordt de locatie als verdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de bodem.

9

Aangrenzende terreindelen/percelen

De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied van Hellendoorn. In de directe omgeving bevinden zich enkele woonhuizen, agrarische percelen. De directe omgeving wordt op historische kaarten aangeduid als “De Eekte”. In 1995 is aan de Haarlerveldweg 3a te Haarle een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door CBB (d.d. 20-02-1995). Meer informatie hierover is niet bekend. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

2024-095

3-5-2024

Pagina 6 van 13

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem NEN5725 Wittebroeksweg 1 te Haarle

10

Bodemkwaliteitskaart

Tabel 2 Bodemkwaliteitskaart Omschrijving

Bovengrond

Ondergrond

Bodemfunctieklassekaart:

Natuur/Landbouw

-

Ontgravingskaart:

AW 2000

AW 2000

Toepassingskaart:

AW 2000

AW 2000

11

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2

De boorlocatie bevindt zich circa 9 meter boven NAP. De grondwaterstromingsrichting is noordwestelijk.

2024-095

3-5-2024

Pagina 7 van 13

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem NEN5725 Wittebroeksweg 1 te Haarle

12

Terreininspectie

Op 16 april 2024 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op bronnen die mogelijk hebben geleid tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. In bijlage III zijn de foto’s weergegeven. Ten behoeve van het vooronderzoek is een deugdelijke maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens het verrichten van deze inspectie zijn visueel geen asbestverdachte of aanverwante materialen aangetroffen. Het maaiveld rondom de woning en nabij de schuur bestaat uit een half-verharding van puin. Mede op basis van deze zintuiglijke waarnemingen zijn enkele proefgaten gegraven. Hieruit blijkt dat er een puinlaag aanwezig is van circa 20 centimeter dik. De globale ligging van de puinlaag is weergegeven in bijlage III. De oppervlakte hiervan bedraagt circa 625 m2. De schuur wordt gebruikt voor opslag van antiek. Op het overige deel van het terrein liggen veel (bouw)materialen. De locatie maakt een rommelige indruk.

13

Kwaliteitsklassen

In onderstaande tabel staat met welk doel de kwaliteitsklassen gebruikt worden. Tabel 3 Kwaliteitsklassen grond (T101 Omgevingswet) Ondergrens van

Bovengrens van

Voormalige benaming (voor

kwaliteitsklasse

kwaliteitsklasse

inwerkingtreding Omgevingswet

Landbouw/natuur

-

Landbouw/natuur

Achtergrondwaarde

Wonen

Landbouw/natuur

Wonen

Klasse Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

Klasse Industrie

Matig verontreinigd

Industrie

Interventiewaarde bodemkwaliteit

Niet toepasbaar en niet sterk verontreinigd (beneden interventiewaarde)

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde bodemkwaliteit

-

Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)

Kwaliteitseis

In onderstaande tabel staat het onderscheid regels bij graven. Tabel 4 Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit landbodem (T130 Omgevingswet) Kwaliteitseis

Omvang bodemvolume grondverzet <25 m3

Omvang bodemvolume grondverzet >25 m3

Kleiner of gelijk aan de Interventiewaarde

Geen regels

Algemene regels uit Bal

Groter dan Interventiewaarde

Geen regels of bruidsschat

Algemene regels uit Bal (zwaardere variant)

2024-095

3-5-2024

Pagina 8 van 13

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem NEN5725 Wittebroeksweg 1 te Haarle

14

Samenvatting en conclusie

Op een locatie gelegen aan de Wittebroeksweg 1 te Haarle, kadastraal bekend gemeente: Hellendoorn, Sectie: S, nummer(s): 1141, 1144 is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem conform NEN5725 uitgevoerd. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van een voorgenomen bestemmingswijziging, sloop- en nieuwbouwactiviteiten. Op basis van onderhavig onderzoek kan de locatie als verdacht worden beschouwd in het kader van de NEN5740 en NEN5707 & NEN5897 (asbest in bodem & asbest in puin). Op basis van het uitgevoerde historische vooronderzoek wordt verwacht dat de bovengrond zal voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen. Verwacht wordt dat de ondergrond zal voldoen aan de klasse Landbouw/natuur. De voormalige dieseltank kan als verdachte deellocatie conform hypothese VEP van de NEN5740 onderzocht worden, alsmede de gedempte sloot. De druppelzones kunnen als verdachte deellocatie conform hypothese VED-HE van de NEN5707 onderzocht worden. De puinverharding zal onderzocht moeten worden conform de norm NEN5897, open halfverharding, paragraaf 6.5.2. Conclusie Gegeven het historische gebruik van de locatie en de resultaten van onderhavig historisch onderzoek kan, bij ruimtelijke ontwikkelingen een verkennend onderzoek (NEN5740 & NEN5707) noodzakelijk worden geacht. Daarnaast kunnen de aangetroffen verdachte deellocaties separaat onderzocht worden.

Geadviseerd wordt om onderhavig onderzoek voor te leggen aan het bevoegd gezag.

2024-095

3-5-2024

Pagina 9 van 13

Onderzoeksopzet: NEN 5740 VED-HE & VEP

1

locatie

Oppervlak te (m²)

Gehele locatie

Veldwerkzaamheden

Laboratoriumonderzoek

Boring tot 0,5 m-mv.

Boring tot 2,0 m-mv.

Peilbuis tot 1,5 m -gws.

Analyses grond

Analyses grondwater

<5000

14

3

1

3x STAP1

1x STAP1

Vml dieseltank

<100

2

-

1

1x minerale olie

1x minerale olie + BTEXN

Gedempte sloot

<500

-

3

1

1x STAP1

1x STAP1

STAP: Standaard stoffenpakket grond en grondwater

NEN5707 VED-HE Veldwerkzaamheden

Laboratoriumonderzoek

locatie

Oppervlak te (m²)

Inspectiesleuven tot 0,5 m-mv (bovengrond)

Boringen tot ongeroerde ondergrond

Analyse Asbest in grond

Gehele locatie

<>5000

14

3

3

Puinverharding

<800

5

-

1 (analyse asbest in puin)

Druppelzone 1

< 100

2

-

1

Druppelzone 2

< 100

2

-

1

Bijlage I Situering van de locatie

Bijlage II Locatietekening

Kadastrale kaart

Uw referentie: 2023-000

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Hellendoorn S 1144

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 3 mei 2024 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Bijlage III Foto’s onderzoekslocatie

Verkennend Bodemonderzoek

Project:

2024-119

Locatie:

Wittebroeksweg 1 te Haarle

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

Verkennend Bodemonderzoek

Wittebroeksweg 1 te Haarle

Opdrachtgever:

BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG

Adviesbureau:

Dumea Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld

Status:

Definitief

Versie:

1

Datum versie:

25 juli 2024

Projectnummer:

2024-119

Auteur:

Joost Stevelink*

Paraaf:

Kwaliteitscontrole:

Niek Hesselink*

Paraaf:

Veldwerkers:

Joost Stevelink, Mark Morsink*

*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2024-119

25-7-2024

Pagina 2 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

Inhoudsopgave

Pagina

1

Inleiding

4

2

Vooronderzoek

5

3

4

5

2.1 Locatie gegevens

5

2.2 Algemene informatie locatie

5

2.3 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek

5

2.4 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest

6

Onderzoeksprogramma

7

3.1 Hypothesestelling

7

3.2 Onderzoeksopzet

8

3.3 Analysestrategie

8

Onderzoeksresultaten

11

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

11

4.2 Analyseresultaten

13

4.3 Toetsing van de hypothese

15

4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

15

Samenvatting en conclusie

16

Bijlage I:

Situering van de locatie

Bijlage II:

Situering van de locatie (schaal 1: 1000)

Bijlage III:

Overzichtstekening boorpunten

Bijlage IV:

Boorstaten

Bijlage V:

Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen

Bijlage VI:

Foto's

Bijlage VII:

Historisch vooronderzoek NEN5725 (Dumea, 2024-095, 3-5-2024)

2024-119

25-7-2024

Pagina 3 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

1

Inleiding

In opdracht van BJZ.nu heeft Dumea een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Wittebroeksweg 1 te Haarle. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: •

NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij

•

verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2023); NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2023);

•

NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017)

•

NEN 5897 Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (NEN5897+C2:2017)

•

BRL SIKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”

•

BRL SIKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”

•

BRL SIKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"

Dumea is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: • •

vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; opstellen van een hypothese;

•

opstellen van een onderzoeksstrategie;

•

resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek;

•

conclusies, aanbevelingen en samenvatting.

In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea en zo nodig tot de certificerendeinstelling (Normec).

2024-119

25-7-2024

Pagina 4 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

2

Vooronderzoek

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit: Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron

Omschrijving

www.ahn.nl

AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland)

www.bodemloket.nl

Bodemloket van Nederland

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.dinoloket.nl

Ondergrond gegevens van Nederland

BAG viewer

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

Gemeente Hellendoorn

Historische informatie van de gemeente

Omgevingsdienst Twente

Historische informatie van de omgevingsdienst

Bodematlas Provincie Overijssel

Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel

Informatie Opdrachtgever

BJZ.nu

Inspectie onderzoekslocatie

Visueel inspectie van de locatie

2.1

Locatie gegevens

Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel Tabel 2 Locatiegegevens Adres onderzoekslocatie

Wittebroeksweg 1 te Haarle

Kadastrale gemeente

Hellendoorn

Sectie

S

Percelen

1141, 1144

Oppervlakte van de onderzoekslocatie

<5000 m2

Eigenaar/ gebruiker

-

Korte beschrijving van de onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie bestaat uit een woning met schuur en bergingen

Bebouwing

Op de onderzoekslocatie staat een woning met een schuur en bergingen

Verharding

De onderzoekslocatie is deels verhard met puin

2.2

Algemene informatie locatie

De locatie betreft een woning met een schuur en bergingen. Op de locatie staan tevens meerdere (sta)caravans en units. Initiatiefnemer is voornemens om de bestemming te wijzigen van agrarisch naar wonen, de schuren te slopen en een compensatiewoning te realiseren.

2.3

Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek

Op de locatie is in 2024 een historisch vooronderzoek uitgevoerd door Dumea (projectnummer: 2024095, d.d. 03-05-2024). Op basis van het uitgevoerde historisch onderzoek word de locatie als verdacht beschouwd in het kader van de NEN5740 en 5707. Tevens zijn enkele verdachte deellocaties aanwezig op de locatie. Het volledige vooronderzoek is bijgevoegd in bijlage VII.

2024-119

25-7-2024

Pagina 5 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

2.4

Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest

Op 2 en 3 juli 2024 is de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is verdeeld in stroken van ongeveer 1m breed en is strook voor strook in 2 richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de maaiveldinspectie beknopt weergegeven. Tabel 3 Maaiveldinspectie NEN 5707 Aandachtsgebied

Opmerking

Oppervlakte geïnspecteerde locatie

< 5000 m2

Conditie toplaag

Vochtig

Beperkingen van de inspectie

Neerslag: geen, >25% verharding, >25% vegetatie

Weersomstandigheden

Zicht: > 50m

Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?

Nee

Opmerking

De maaiveldinspectie werd beperkt door de puinverharding en de vegetatie

Resultaat maaiveld inspectie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen.

2024-119

25-7-2024

Pagina 6 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

3

Onderzoeksprogramma

3.1

Hypothesestelling

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. Op basis van het historisch vooronderzoek blijkt dat de locatie een voormalige bedrijfslocatie betreft. Naar aanleiding van de bevindingen van het historisch vooronderzoek wordt de locatie als verdacht beschouwd en wordt als best passende strategie VED-HE gehanteerd. De bovengrond van de onderzoekslocatie kan als verdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters alsmede asbest. In het kader van de NEN5740 en NEN5707 dient de bovengrond onderzocht te worden conform onderzoeksstrategie VED-HE. De ondergrond kan als onverdacht beschouwd worden. De voormalige dieseltank en de gedempte sloot worden onderzocht conform de strategie VEP. Tijdens het veldwerk wordt de locatie geïnspecteerd en zullen de boringen zintuiglijk worden beoordeeld. Bij zintuiglijk bijzondere waarnemingen kan de strategie nog worden aangepast. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden: Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie

Hypothese

Verdachte stoffen

Opmerking

Gehele locatie

Verdacht (VED-HE)

Zware metalen, PAK

-

Vml dieseltank

Verdacht (VEP)

Minerale olie

-

Gedempte sloot

Verdacht (VEP)

Zware metalen, PAK

-

Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 Het asbest in grondonderzoek heeft tot doel het globaal vaststellen van het gemiddelde asbestgehalte van de deellocatie (ruimtelijke eenheid) en het vaststellen van de globale omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging. De puinverharding zal onderzocht worden conform de norm NEN5897, open half-verharding, paragraaf 6.5.2. De druppelzones worden onderzocht conform de strategie VED-HE. Tabel 5 Deellocaties en hypothese NEN5707 Locatie

Hypothese

Verdachte stoffen

Opmerking

Gehele locatie

Verdacht (VED-HE)

Asbest in grond

-

Puinverharding

Verdacht

Asbest in puin

-

Druppelzone 1

Verdacht (VED-HE)

Asbest in grond

-

Druppelzone 2

Verdacht (VED-HE)

Asbest in grond

-

2024-119

25-7-2024

Pagina 7 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

3.2

Onderzoeksopzet

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 2 en 3 juli 2024 (plaatsing peilbuizen en monstername grond), 12 juli 2024 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III. Tabel 6 Onderzoeksopzet NEN 5740 (VED-HE) Locatie

Ondiepe boringen1

Diepe boringen2

Peilbuizen

Analyses grond

Analyses water

Gehele locatie

14

3

1

3x STAP*

1x STAP*

Vml dieseltank

2

-

1

1x Minerale olie

1x Minerale olie + BTEXN

Gedempte sloot

-

3

1

1x STAP*

1x STAP*

* STAP: Standaard stoffenpakket grond en grondwater 1

Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv.

2

Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv.

Tabel 7 Onderzoeksopzet NEN 5707 & NEN 5897 Locatie

Proefgaten ondiep1

Proefgaten met diepe boring2

Analyses asbest in grond3

Gehele locatie

14

3

3

Puinverharding

5

-

1 (analyse asbest in puin)

Druppelzone 1

2*

-

1

Druppelzone 2

2*

-

1

1

Ondiep proefgat standaard 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh).

2

Standaard proefgat van 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh) diep doorgeboord met edelmanboor Ø 12cm.

3

Analyse conform NEN5898; aantal analyses asbest in materiaal op basis van zintuiglijke waarnemingen in het veld.

* Druppelzones standaard 2,0m x 0,30m x 0,10 (lxbxh).

3.3

Analysestrategie

Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. De aangetroffen situatie ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden gaf geen aanleiding tot het aanpassen van de onderzoeksstrategie. Tabel 8 Analyse onderzochte monsters NEN 5740 Analyse monster

Traject (m-mv)

Deelmonsters

Analyse

BM1

0,20 - 0,50

10 (0,20 - 0,50) 12 (0,20 - 0,50) 13 (0,20 - 0,50) 9 (0,20 - 0,50)

AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

BM2

0,00 - 0,50

14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,05 - 0,50)

AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

BM3

0,00 - 0,50

19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50)

AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

BM4

0,00 - 0,50

1 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,05 - 0,50)

Minerale Olie GC (AS3000)

2024-119

25-7-2024

Pagina 8 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

OM1

0,50 - 1,50

14 (0,50 - 1,00) 14 (1,00 - 1,50) 19 (0,50 - 1,00) 19 (1,00 - 1,50) 22 (0,50 - 1,00) 22 (1,00 - 1,50) 5 (0,50 - 1,00) 5 (1,00 - 1,50)

AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

OM2

0,50 - 1,00

4 (0,50 - 1,00) 6 (0,50 - 1,00) 7 (0,50 - 1,00) 8 (0,50 - 1,00)

AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

Analyse monster

Traject (m-mv)

Analyse

Pb1wm1

2,00 - 3,00

Tankstation-pakket (BTEXN + Olie) (AS3000)

Pb4wm1

2,00 - 3,00

NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)

Pb5wm1

2,00 - 3,00

NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)

Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab BV. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.

Motivatie analysestrategie gehele locatie Conform de NEN5740 strategie VED-HE-NL, dienen er 3 grondmonsters in de verdachte laag geanalyseerd te worden. Op basis van het historische gebruik van de locatie is de bovengrond de meest verdachte laag. Op basis van zintuiglijke waarnemingen en het beoogde gebruik van de onderzoekslocatie is besloten om 3 mengmonsters van de bovengrond (BM1, BM2 en BM3) en tevens 1 mengmonster van de ondergrond (OM1) te analyseren.

2024-119

25-7-2024

Pagina 9 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

Tabel 9 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 & NEN 5897 Analyse monster

Traject (m-mv)

Deelmonster

Analyse

MM1

0,20 - 0,50

10 (0,20 - 0,50) 12 (0,20 - 0,50) 13 (0,20 - 0,50) 9 (0,20 - 0,50)

Asbest NEN5898 (10 kg)

MM2

0,00 - 0,50

14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,05 - 0,50)

Asbest NEN5898 (10 kg)

MM3

0,00 - 0,50

19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50)

Asbest NEN5898 (10 kg)

MM4

0,00 - 0,20

10 (0,00 - 0,20) 10 (0,00 - 0,20) 11 (0,00 - 0,20) 11 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,20) 13 (0,00 - 0,20) 13 (0,00 - 0,20) 9 (0,00 - 0,20) 9 (0,00 - 0,20)

Asbest NEN5898 (25 kg)

DZ1

0,00 - 0,10

27 (0,00 - 0,10) 28 (0,00 - 0,10)

Asbest NEN5898 (10 kg)

DZ2

0,00 - 0,10

29 (0,00 - 0,10) 30 (0,00 - 0,10)

Asbest NEN5898 (10 kg)

Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen.

Gezien de zintuiglijke waarnemingen kan gesteld worden dat de homogeniteit van de verschillende inspectiegaten voldoende aanwezig is.

2024-119

25-7-2024

Pagina 10 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn zand, plaatselijk zwak humeus. De ondergrond bestaat uit matig fijn zand. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Tabel 10 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring/Gat

Diepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

1

3,00

0,00 - 0,50

Zand

geen olie-water reactie

0,50 - 1,00

Zand

geen olie-water reactie

1,00 - 1,50

Zand

geen olie-water reactie

1,50 - 2,00

Zand

geen olie-water reactie

2

0,50

0,00 - 0,50

Zand

geen olie-water reactie

3

0,50

0,05 - 0,50

Zand

geen olie-water reactie

6

2,00

0,00 - 0,20

7

2,00

volledig puin

0,50 - 1,00

Zand

zwak grindhoudend

1,00 - 1,50

Zand

sporen leem

0,00 - 0,20

volledig puin

0,50 - 1,00

Zand

zwak grindhoudend

1,00 - 1,50

Zand

sporen leem

9

0,50

0,00 - 0,20

volledig puin

10

0,50

0,00 - 0,20

volledig puin

11

0,50

0,00 - 0,20

volledig puin

12

0,50

0,00 - 0,20

volledig puin

13

0,50

0,00 - 0,20

volledig puin

25

0,50

0,00 - 0,50

Zand

zwak wortelhoudend

26

1,00

0,50 - 1,00

Zand

Watermeterput

27

0,10

0,00 - 0,10

Zand

zwak wortelhoudend

28

0,10

0,00 - 0,10

Zand

zwak wortelhoudend

29

0,10

0,00 - 0,10

Zand

zwak wortelhoudend

30

0,10

0,00 - 0,10

Zand

zwak wortelhoudend

Er is geen asbestverdacht materiaal aan het oppervlak, in de inspectiegaten en in de boringen aangetroffen. Plaatselijk zijn in enkele inspectiegaten laagjes straatzand aangetroffen. Deze laagjes zijn dusdanig gering van omvang en in zwakke mate aanwezig dat hier geen separate laag van onderscheiden kan worden.

2024-119

25-7-2024

Pagina 11 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

De mengmonsters BM1 en MM1 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond onder de puinverharding ter plaatse van het centrale deel van het erf. De mengmonsters BM2 en MM2 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van het zuidelijke deel van het erf. De mengmonsters BM3 en MM3 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van het noordelijke deel van het erf. Het mengmonster BM4 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van de voormalige dieseltank. Het mengmonster MM4 is samengesteld uit de individuele monsters van de puinlaag. Het mengmonster OM1 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond van de onderzoekslocatie. Het mengmonster OM2 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond van de gedempte sloot op de onderzoekslocatie. DZ1 en DZ2 betreffen de druppelzones op de onderzoekslocatie (zie bijlage III). De mengmonsters ten behoeve van de NEN5740 zijn samengevoegd door AL-West Agrolab. De mengmonsters ten behoeve van de NEN5707 zijn tijdens het veldwerk samengevoegd. Grondwater De filterbuis wordt minimaal een halve meter beneden de grondwaterspiegel geplaatst, waarna de dichte buis tot iets boven maaiveld wordt gemonteerd en afgedicht met bentoniet om instroom van oppervlaktewater te voorkomen.

In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen: Tabel 11 Metingen grondwater Peilbuis

Filterdiepte (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Pb1wm1

2,00 - 3,00

1,14

8,7

714

12,6

Pb4wm1

2,00 - 3,00

1,18

9,6

478

33,1

Pb5wm1

2,00 - 3,00

1,32

9,7

689

9,1

Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.

2024-119

25-7-2024

Pagina 12 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

4.2

Analyseresultaten

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5707 zijn geanalyseerd door ACMAA Laboratorium te Deurningen. Tabel 12 Kwaliteitsklassen grond (T101 Omgevingswet) Kwaliteitseis

Ondergrens van kwaliteitsklasse

Bovengrens van kwaliteitsklasse

Voormalige benaming (voor inwerkingtreding Omgevingswet

Landbouw/natuur

-

Landbouw/natuur

Achtergrondwaarde

Wonen

Landbouw/natuur

Wonen

Klasse Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

Klasse Industrie

Matig verontreinigd

Industrie

Interventiewaarde bodemkwaliteit

Niet toepasbaar en niet sterk verontreinigd (beneden interventiewaarde)

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde bodemkwaliteit

-

Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)

Tabel 13 Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit landbodem (T130 Omgevingswet) Kwaliteitseis Kleiner of gelijk aan de Interventiewaarde

Omvang bodemvolume grondverzet <25 m3

Omvang bodemvolume grondverzet >25 m3

Geen regels

Algemene regels uit Bal

Groter dan Interventiewaarde Geen regels of bruidsschat

Algemene regels uit Bal (zwaardere variant)

In de Omgevingswet is de toetsing voor grondwater komen te vervallen. Derhalve zal het grondwater getoetst worden aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Tabel 14 Toetsingskader Wbb (grondwater) Concentratie

Betekenis

Opmerking

Code

≤ streefwaarde

Niet verontreinigd

Geen aanvullend onderzoek nodig

-

> streefwaarde ≤ T-waarde

Licht verontreinigd

Geen aanvullend onderzoek nodig

*

> T-waarde ≤ I-waarde

Matig verontreinigd

Mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk

**

> I-waarde

Sterk verontreinigd

Nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging

***

Toelichting: De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van grondwaterverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

2024-119

25-7-2024

Pagina 13 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

Tabel 15 Analyseresultaten NEN 5740 Beoordeling interventiewaarde

Monster

Traject (m-mv)

Samenstelling

Verhogingen

Kwaliteitsklasse

BM1

0,20 - 0,50

10 (0,20 - 0,50) 12 (0,20 - 0,50) 13 (0,20 - 0,50) 9 (0,20 - 0,50)

Zn+

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

BM2

0,00 - 0,50

14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,05 - 0,50)

-

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

BM3

0,00 - 0,50

19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50)

-

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

BM4

0,00 - 0,50

1 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,05 - 0,50)

-

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

OM1

0,50 - 1,50

14 (0,50 - 1,00) 14 (1,00 - 1,50) 19 (0,50 - 1,00) 19 (1,00 - 1,50) 22 (0,50 - 1,00) 22 (1,00 - 1,50) 5 (0,50 - 1,00) 5 (1,00 - 1,50)

-

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

OM2

0,50 - 1,00

4 (0,50 - 1,00) 6 (0,50 - 1,00) 7 (0,50 - 1,00) 8 (0,50 - 1,00)

Zn++, Pb+, PAK+

Industrie

Voldoet aan interventiewaarde

Pb1wm1

2,00 - 3,00

Pb1

-

Pb4wm1

2,00 - 3,00

Pb4

Tolueen*, Ba*, Naftaleen*

Pb5wm1

2,00 - 3,00

Pb5

-

+ groter dan landbouw/natuur

* groter dan streefwaarde

++ groter dan wonen

** groter dan tussenwaarde

+++ groter dan industrie

*** groter dan interventiewaarde

++++ groter dan matig verontreinigd

Tabel 16 Analyseresultaten NEN 5707 & NEN5897 Monster

Traject (m-mv)

Samenstelling

Matrix

Resultaat

MM1

0,20 - 0,50

10 (0,20 - 0,50) 12 (0,20 - 0,50) 13 (0,20 - 0,50) 9 (0,20 - 0,50)

Asbest in grond

Bevat geen asbest

MM2

0,00 - 0,50

14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,05 - 0,50)

Asbest in grond

Bevat geen asbest

MM3

0,00 - 0,50

19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50)

Asbest in grond

Bevat geen asbest

MM4

0,00 - 0,20

10 (0,00 - 0,20) 10 (0,00 - 0,20) 11 (0,00 - 0,20) 11 (0,00 - 0,20) 12 (0,00 - 0,20)

Asbest in puin

1,1 mg/kg ds

2024-119

25-7-2024

Pagina 14 van 24

Verkennend bodemonderzoek Wittebroeksweg 1 te Haarle

12 (0,00 - 0,20) 13 (0,00 - 0,20) 13 (0,00 - 0,20) 9 (0,00 - 0,20) 9 (0,00 - 0,20) DZ1

0,00 - 0,10

27 (0,00 - 0,10) 28 (0,00 - 0,10)

Asbest in grond

Bevat geen asbest

DZ2

0,00 - 0,10

29 (0,00 - 0,10) 30 (0,00 - 0,10)

Asbest in grond

Bevat geen asbest

Het resultaat in bovenstaand tabel is het gewogen asbestgehalte berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest.

4.3

Toetsing van de hypothese

Onderdeel

Deellocatie

Gestelde hypothese

Hypothese verworpen of aangenomen

NEN 5740

Gehele locatie

Verdacht

Grotendeels verworpen

NEN 5740

Vml dieseltank

Verdacht

Verworpen

NEN 5740

Gedempte sloot

Verdacht

Grotendeels verworpen

NEN 5707

Gehele locatie

Verdacht

Grotendeels verworpen

NEN 5707

Puinverharding

Verdacht

Grotendeels verworpen

NEN 5707

Druppelzone 1

Verdacht

Verworpen

NEN 5707

Druppelzone 2

Verdacht

Verworpen

4.4

Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Gehele locatie Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er geen aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Vml dieseltank Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er geen aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Gedempte sloot Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er geen aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 & NEN5897 Gehele locatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters is analytisch geen asbest aangetoond of het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Druppelzones Ter plaatse van de druppelzones zijn twee inspectiesleuven gegraven. In de mengmonsters is analytisch geen asbest aangetoond. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15179317/1