CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp wijziging Wittebroeksweg 1 Haarle met bijlagen

Gemeenteraad 1 april 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplan Wijziging Wittebroeksweg 1 Haarle26.056 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTEBLAD

Nr. 516501 6 december 2024

Officiële uitgave van de Hellendoorn

Wijziging omgevingsplan Wittebroeksweg 1 Haarle Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Hellendoorn gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsplan gemeente Hellendoorn” d.d. DATUM Overwegende dat: Het omgevingsplan wordt gewijzigd voor de locatie Wittebroeksweg 1 te Haarle. De functie "Bedrijf" wordt omgezet naar de functie "Wonen". Tevens wordt voorzien in de aanleg van zonnepanelen op gronden met de functie "Agrarisch". Besluit;

Artikel I "Omgevingsplan gemeente Hellendoorn" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.

Artikel II Dit besluit treedt in werking per [Juridisch werkend vanaf (Aanlevering)] en wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Na de termijn van ter inzage leggen wordt de wijziging van het omgevingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Aldus vastgesteld door Gemeente Hellendoorn, DATUM Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

Bijlage A Bijlage bij artikel I A Artikel 1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.2 Meet- en rekenbepalingen Voorrangsbepaling De meet- en rekenbepalingen in dit artikel zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. Algemeen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als: • plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en uitbouwen met een oppervlakte van 4 m² of kleiner; •

overstekende daken;

•

luifels als geïntegreerd onderdeel van een uitbouw;

buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m ten opzichte van de bouwgrens of hoofdgebouw bedraagt. Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: de bouwhoogte

vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak

de goothoogte van een bouwwerk vanaf het straatpeil tot aan de boven van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen onderdeel, met uitzondering van dakkapellen, mansardekappen, horizontale gedeelten van afgeknotte daken en dakvlakken die niet evenwijdig zijn gelegen aan de noklijn de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.Ruimtendakkapellen. Ruimten, zoals kelders, niet zijnde kruip- en soortgelijke ruimten, onder de onderzijde van de begane grondvloer en tussen de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) worden niet meegerekend, tenzij de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 m boven peil is gelegen of de kelder van buiten een directe toegang heeft.Inheeft. In geval van recreatiewoningen wordt de inhoud van de in de vorige zin bedoelde ruimten, zoals een kelder onder de recreatiewoning wel meegerekend bij de inhoud van de woning

de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk de hoogte van een windturbine

vanaf het straatpeil tot aan de (wieken)as van de windturbine

B

2

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

Artikel 23.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 23.2 Wonen Met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt binnen het aangewezen gebiedwerkingsgebied Wonen Stationsweg 36 Haarle met de nadere aanwijzing Woongebied alleen de volgende gebruiksactiviteiten verricht: a. b.

c.

Wonen, waaronder mede wordt begrepen het uitoefenen van een beroep aan huis; niet-agrarische nevenactiviteiten binnen bestaande gebouwen tot een gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 300 m², met dien verstande dat ; 1. de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel op een bouwperceel niet meer dan 100 m² bedragen; 2. de brutovloeroppervlakte van een plattelandskamer of plattelandsappartement niet meer dan 50 m² mag bedragen; Tuinen en erven.

C Na hoofdstuk 23 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 24 Wijziging Wittebroeksweg 1 Haarle Afdeling 24.1 Algemene regels Artikel 24.1 Voorrangsregels De regels in dit hoofdstuk zijn een aanvulling op de regels in dit Omgevingsplan en vervangen (hebben voorrang op) de tijdelijke regels die in tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet, zijn opgenomen voor de aangegeven locatie (werkingsgebied) Wittebroeksweg 1 Haarle.

Afdeling 24.2 Functie Wonen Paragraaf 24.2.1 Gebruiksactiviteiten Artikel 24.2 Wonen Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt binnen Wonen - Wittebroeksweg alleen de volgende gebruiksactiviteiten verricht: a. b.

c.

wonen, waaronder mede begrepen het uitoefenen van een beroep aan huis; niet-agrarische nevenactiviteiten binnen bestaande gebouwen tot een gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 300 m², met dien verstande dat de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel op een bouwperceel niet meer dan 100 m² bedragen; tuinen en erven.

Artikel 24.3 Beroep aan huis Binnen de functie Wonen - Wittebroeksweg 1 Haarle mogen de gronden en bebouwing uitsluitend worden gebruik ten behoeve van: a.

3

Als beroep aan huis mogen uitsluitend de volgende beroepen worden uitgeoefend: 1. (para)medische beroepen; 2. juridische beroepen; 3. administratieve beroepen; 4. therapeutische beroepen; 5. ontwerptechnische beroepen; 6. adviserende beroepen; en 7. met, onder de 1. tot en met 6. opgenomen beroepen vergelijkbare beroepen;

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

b.

c.

Een beroep aan huis wordt in de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen uitgeoefend en mag niet meer bedragen dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbij behorende bijgebouwen, tot een maximum van 60 m²; De ruimtelijke uitstraling van een aan huis verbonden beroep is in overeenstemming met de woonfunctie.

Artikel 24.4 Gebodsbepaling Ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing geldt op de locatie Wonen - Wittebroeksweg 1 Haarle een gebodsbepaling op het in uitvoering brengen en instandhouden van het beplantingsvoorstel in het erfinrichtingsplan zoals is bijgevoegd in Bijlage III.

Artikel 24.5 Algemene gebruiksregels 1.

Permanente bewoning is uitsluitend toegestaan in woningen en niet in voorzieningen voor recreatief verblijf;

2.

Het gebruik van gronden als paardenbak is niet toegestaan.

Paragraaf 24.2.2 Bouwactiviteiten Artikel 24.6 Bouwen van hoofdgebouwen 1.

Binnen het Bouwvlak Wittebroeksweg 1 Haarle is maximaal één woning toegestaan;

2.

De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedragen niet meer dan 3,5 m en 10 m;

3.

De inhoud van een woning, althans het hoofdgebouw, mag niet meer bedragen dan 750 m3, of de bestaande inhoud indien die meer bedraagt;

4.

De woning mag enkel gebouwd worden ter plaatse van de locatie zoals is ingetekend in het erfinrichtingsplan in de bijlage Erfinrichtingsplan Wittebroeksweg 1 Haarle

Artikel 24.7 Bouwen bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken 1.

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken binnen de locatie Wonen - Wittebroeksweg 1 Haarle gelden de volgende bepalingen: a. b.

c.

2.

4

Bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd op ten minste 1 m achter het verlengde van de voorgevel van de hoofdwoning; De gezamenlijke oppervlakte van bij eenzelfde woning behorende bouwvergunningplichtige bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 100 m2 bedragen of niet meer dan het bestaande oppervlakte indien die meer dan 100 m2 bedraagt, met dien verstande dat vervangende nieuwbouw van bijgebouwen en overkappingen maximaal 250 m2 van het bestaande oppervlakte mag betreffen; De goothoogte en bouwhoogte van gebouwen, niet zijnde woningen, en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m of niet meer dan de bestaande goothoogte en bouwhoogte indien deze meer bedragen dan 3 m en 6 m;

De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bouwwerken

maximale bouwhoogte

erf- of perceelsafcheidingen op ten minste 1 m achter de voorgevel:

2m

Pergola's

3m

Overige erf- of perceelsafscheidingen

1m

Overige andere bouwwerken

10 m

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

Paragraaf 24.2.3 Aanvullende beoordelingscriteria voor vergunningplichtige bouwactiviteiten Artikel 24.8 Aanvulling beoordelingsregels op artikel 22.29 De omgevingsvergunning kan in afwijking van het gestelde in paragraaf 24.2.2 worden verleend in de volgende gevallen: a.

b.

c.

d.

e.

artikel 24.7, tweede lid, onder a ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen op minder dan 1 m achter het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning en vóór de voorgevel van de betreffende woning, mits: 1. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen, en 2. per geval wordt voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. artikel 24.7, tweede lid, onder b ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen in geval het oppervlakte van het bestaande oppervlakte bijgebouwen en overkappingen meer bedraagt dan 250 m2, met dien verstande dat bouw alleen mogelijk is na sloop van bestaande bijgebouwen of overkappingen. Ter compensatie mag maximaal 25% van de gesloopte oppervlakte, voor zover boven de oppervlakte van 250 m2 als hiervoor genoemd, nieuw gebouwd worden. Er dient te worden voldaan aan het gestelde in artikel 24.7, tweede lid onder c. artikel 24.7, tweede lid, onder b ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen en overkappingen voor hobbymatige agrarische activiteiten en beroep aan huis, voor zover: 1. de oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen op de locatie niet meer bedraagt dan 150 m2; 2. voldaan wordt aan het gestelde in artikel 24.7, tweede lid, onder c, en; 3. per geval wordt voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

artikel 24.7, tweede lid, onder d ten behoeve van het bouwen van erf- of perceelafscheidingen tot een bouwhoogte van 2 m, tot aan en vóór de voorgevelrooilijn, mits: 1. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen, en; 2. de erf- of perceelafscheidingen overwegend doorzichtig worden gebouwd. artikel 24.6 en 24.7 ten behoeve van afwijking van bepalingen, gesteld ten aanzien van maten, tot ten hoogste 10% van de aangegeven maten.

Afdeling 24.3 Functie Agrarisch Paragraaf 24.3.1 Gebruiksactiviteiten Artikel 24.9 Agrarisch Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt binnen Agrarisch Wittebroeksweg alleen de volgende gebruiksactiviteiten binnen het Agrarisch gebied verricht: a. b. c. d. e. f. g.

agrarische bedrijvigheid; instandhouding en ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers met een breedte van maximaal 10 m langs watergangen; instandhouding van landschapselementen; afschermende groenvoorzieningen ter plaatse van de aanduiding "grondgebonden zonnepanelen - Wittebroeksweg 1 Haarle"; voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen; watergangen en waterpartijen, en bij een en ander behorende voorzieningen, waaronder begrepen nutsvoorzieningen.

Artikel 24.10 Grondgebonden zonnepanelen Op de locatie grondgebonden zonnepanelen - Wittebroeksweg 1 Haarle mogen de gronden tevens worden gebruikt voor de aanleg van grondgebonden zonnepanelen.

5

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

Artikel 24.11 Gebodsbepalingen Ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing geldt op de locatie Agrarisch - Wittebroeksweg 1 Haarle een gebodsbepaling op het onderhouden en het niet hoger laten groeien van de haag rondom de zonnepanelen dan 1,2 m, zoals is beschreven in het erfinrichtingsplan in de bijlage Erfinrichtingsplan Wittebroeksweg 1 Haarle.

Paragraaf 24.3.2 Bouwactiviteiten Artikel 24.12 Bouwen van grondgebonden zonnepanelen Voor het bouwen van grondgebonden zonnepanelen binnen de locatie grondgebonden zonnepanelen - Wittebroeksweg 1 Haarle geldende volgende bepalingen: a. b.

het oppervlakte aan zonnepanelen mag maximaal 60 m2 bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 1,2 m bedragen;

Artikel 24.13 Bouwen bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken binnen de locatie Agrarisch - Wittebroeksweg 1 Haarle gelden de volgende bepalingen: a.

De bouwhoogte van bouwwerken mogen niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: 1. overige erf- of perceelafscheidingen: 1,3 m; 2. overige andere bouwwerken: 2 m.

D Het opschrift van hoofdstuk 24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 24 25 SLOTBEPALINGEN E Het opschrift van artikel 24.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 24.1 25.1 (citeertitel)

6

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

F Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

7

Agrarisch - Wittebroeksweg

/join/id/regdata/gm0163/2024/62ba759693e548b4aaaa0efe8d8b3c07/nld@202412-05;14082615

Agrarisch gebied

/join/id/regdata/gm0163/2024/ee82a06bf3fa443c90af4490b87f5abe/nld@202412-05;14082615

Bouwvlak Stationsweg 36 Haarle

/join/id/regdata/gm0163/2024/4cc345b2712d42d6b010f9b013f9aed6/nld@202407-13;09393509

Bouwvlak Wittebroeksweg 1 Haarle

/join/id/regdata/gm0163/2024/984f8228a4ce43c1aec06885dc4b82b0/nld@202412-05;14082615

grondgebonden zonnepanelen Wittebroeksweg 1 Haarle

/join/id/regdata/gm0163/2024/dbbd702758bd4425a84bb357d68ef822/nld@202412-05;14082615

Wittebroeksweg 1 Haarle

/join/id/regdata/gm0163/2024/da3ec023cec84903aae0af9bdac11e52/nld@202412-05;14082615

Wonen - Wittebroeksweg

/join/id/regdata/gm0163/2024/6520a9bd6b93462695702d67e47ef8aa/nld@202412-05;14082615

Wonen Stationsweg 36 Haarle

/join/id/regdata/gm0163/2024/2fdcae793e1144c28077f6bbbfda844a/nld@2024-07-13;09393509 /join/id/regdata/gm0163/2024/7fb9efc339bf4799b35ae83650b5a9ad/nld@202407-13;09393509

Wonen Woongebied Stationsweg 36 Haarle

/join/id/regdata/gm0163/2024/7fb9efc339bf4799b35ae83650b5a9ad/nld@202407-13;09393509 /join/id/regdata/gm0163/2024/2b61ceb6163d48f58915bc62fb323d09/nld@202412-05;14082615

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

G Bijlage III wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage III Overzicht Documentenbijlagen I Digitale watertoets

/join/id/regdata/gm0163/2024/40a844bd2f04456d82ed2d76bc276307/nld@2024-0713;09393509

II Resultaat bodemonderzoek /join/id/regdata/gm0163/2024/73a45058c54445a39460c9ee781f65bf/nld@2024-0713;09393509 [Vervallen]

8

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

H Na bijlage II wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage III Overzicht Documentenbijlagen Erfinrichtingsplan Wittebroeksweg 1 Haarle /join/id/regdata/gm0163/2024/1102e305271d43fc8404359184777055/nld@202412-05;14082615 I Voor sectie ' Begripsbepalingen' wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN (Titel van H1 moet "Inleidende regels" zijn)

9

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

I Overzicht Documentenbijlagen Motivering wijziging Wittebroeksweg 1, /join/id/pubdata/gm0163/2024/f6e98ac6c7154581bb0f3b0492928992/nld@2024-12-05;14082615 Haarle

10

Bijlage 1 Erfinrichtingsplan

/join/id/pubdata/gm0163/2024/5992c9d0dfe043f9b536e158e729280d/nld@2024-12-05;14082615

Bijlage 2 Historisch bodemonderzoek

/join/id/pubdata/gm0163/2024/203a366e678c4738935e15f8986dd6c0/nld@2024-12-05;14082615

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek

/join/id/pubdata/gm0163/2024/9197401d09694571aa0df48349c8ad88/nld@2024-12-05;14082615

Bijlage 4 Quickscan natuurwaardenonderzoek

/join/id/pubdata/gm0163/2024/92f127759b8d4fbd87c4f67ebc618609/nld@2024-12-05;14082615

Bijlage 5 Watertoetsresultaat

/join/id/pubdata/gm0163/2024/f114d7e8982b465a832c4832c4c4fb11/nld@2024-12-05;14082615

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

Motivering 1 Aanleiding Voorliggende wijziging van het omgevingsplan gemeente Hellendoorn heeft betrekking op het perceel aan de Wittebroeksweg 1 in Haarle (hierna plangebied). Binnen het plangebied bevindt zich in de huidige situatie een voormalig bedrijfsperceel met bijbehorende bebouwing, waaronder een bedrijfswoning. De eigenaar (lees: de initiatiefnemer) van het plangebied is niet van plan om ter plaatse een bedrijf voort te zetten maar te gebruiken als woonlocatie. Het is dan ook wenselijk om de functie bedrijf van deze locatie om te zetten naar de functie wonen. Als onderdeel van deze ontwikkeling worden de oude bedrijfsgebouwen gesloopt en wordt een nieuwe woning met bijgebouwen gerealiseerd.

2 Motivering Initiatiefnemer heeft de motivering van het besluit opgesteld als een apart document. Deze is als bijlage bijgevoegd. Bij de motivering horen een aantal bijlagen. Deze zijn toegevoegd.

11

Gemeenteblad 2024 nr. 516501

6 december 2024

Wijziging van het omgevingsplan

Wittebroeksweg 1, Haarle

Augustus 2024

Status: Ontwerp

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

“Wittebroeksweg 1, Haarle”

Plannaam:

Wittebroeksweg 1, Haarle

Plantype:

Wijziging van het omgevingsplan

Datum:

Augustus 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 2

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK 1 AANLEIDING EN DOEL ..................................................................... 5 1.1 1.2 1.3

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 GRENS WIJZIGINGSBESLUIT ............................................................................................................................ 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 5

HOOFDSTUK 2 WIJZIGING OMGEVINGSPLAN ........................................................... 6 2.1 2.2 2.3

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................... 6 HET OMGEVINGSPLAN .................................................................................................................................. 8 DOOR TE VOEREN WIJZIGING IN HET OMGEVINGSPLAN......................................................................................... 9

HOOFDSTUK 3 LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ...................... 10 3.1 3.2 3.3 3.4

ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 10 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ................................................................................................... 10 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN ERFINPASSINGSPLAN .............................................................................................. 11 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE ........................................................................................................ 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 25

HOOFDSTUK 5 OMGEVINGSVEILIGHEID ................................................................ 30 5.1 5.2 5.3

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................................... 30 SITUATIE IN EN BIJ HET PLANGEBIED ............................................................................................................... 30 CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 31

HOOFDSTUK 6 BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ............................................ 32 6.1 6.2

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................................... 32 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 34

HOOFDSTUK 7 BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU ........................................ 36 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................................................... 36 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 37 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 38 GEUR ...................................................................................................................................................... 39 TRILLINGSHINDER....................................................................................................................................... 40 GEZONDHEID ............................................................................................................................................ 41

HOOFDSTUK 8 BESCHERMING VAN DE NATUUR ...................................................... 42 8.1 8.2 8.3

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................................................... 42 SOORTENBESCHERMING ............................................................................................................................. 43 CONCLUSIE .............................................................................................................................................. 43

HOOFDSTUK 9 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE................................................. 44 9.1 9.2 9.3

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................................... 44 SITUATIE PLANGEBIED ................................................................................................................................. 44 CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 45

HOOFDSTUK 10 M.E.R.- BEOORDELING................................................................. 46 10.1 10.2 10.3

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................................... 46 SITUATIE PLANGEBIED ................................................................................................................................. 46 CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 46 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 3

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 11 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 47 11.1 11.2 11.3

ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 47 KOSTENVERHAAL ....................................................................................................................................... 47 SITUATIE PLANGEBIED ................................................................................................................................. 47

HOOFDSTUK 12 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ............................................ 48 12.1 12.2 12.3

PARTICIPATIE ............................................................................................................................................ 48 AFSTEMMING OVERLEGPARTNERS ................................................................................................................. 48 VASTSTELLINGSPROCEDURE ......................................................................................................................... 48

BIJLAGEN BIJ DE MOTIVERING ............................................................................... 49 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

ERFINRICHTINGSPLAN ......................................................................................................................... 49 HISTORISCH BODEMONDERZOEK ........................................................................................................... 49 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 49 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 49 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 49

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 4

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

AANLEIDING EN DOEL

Aanleiding

Voorliggende motivering heeft betrekking op het perceel aan de Wittebroeksweg 1 in Haarle (hierna plangebied). Binnen het plangebied bevindt zich in de huidige situatie een voormalig bedrijfsperceel met bijbehorende bebouwing, waaronder een bedrijfswoning. De eigenaar (lees: de initiatiefnemer) van het plangebied is niet van plan om ter plaatse een bedrijf te exploiteren. Het is dan ook wenselijk om de bedrijfsbestemming van deze locatie om te zetten naar een woonfunctie. Als onderdeel van deze ontwikkeling worden de oude bedrijfsgebouwen gesloopt en wordt een nieuwe woning met bijgebouwen gerealiseerd. Het bouwen en gebruiken ten behoeve van een reguliere woonfunctie is in strijd met het omgevingsplan van de gemeente Hellendoorn. Om de voorgenomen ontwikkeling naar een reguliere woonfunctie mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. In voorliggende motivering zal worden aangetoond dat de in deze wijziging van het omgevingsplan beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2

Grens wijzigingsbesluit

Het plangebied betreft de gronden aan de Wittebroeksweg 1 in Haarle, in de gemeente Hellendoorn. Het plangebied staat kadastraal bekend als sectie S, nummers 1141 en 1144. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een wijds en open landschap dat voor agrarische doeleinden wordt gebruikt. In afbeelding 1.1 is de ligging en globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor een exacte weergave van de begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied in het buitengebied van Hellendoorn en de directe omgeving (Bron: Openstreetmaps.org)

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op de landschappelijke waarden, de verkeerskundige situatie en de landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 6 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofstuk 7 en 8 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 9 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 10 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 11 en 12 behandelen ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 5

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 2 2.1

WIJZIGING OMGEVINGSPLAN

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied ligt aan de Wittebroeksweg in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn, op ruim een kilometer ten westen van de kern Haarle. De omgeving van het plangebied is te kenmerken als gelegen in een weidegebied ten behoeve van de omliggende agrarische bedrijven. De graslanden worden met enkele bomenlanen doorkruist, zoals het geval is aan de Wittebroeksweg. Het plangebied zelf wordt omgeven door bomen. Het plangebied zelf bestaat in de huidige situatie uit de voormalige bedrijfswoning en een tweetal voormalige bedrijfsgebouwen. De bedrijfsgebouwen zijn verouderd, waardoor ze als landschapsontsierende kunnen worden beschouwd. Ter plaatse was in het verleden een houtverwerkingsbedrijf gevestigd. De luchtfoto’s in afbeelding 2.1 en 2.2 geven een beeld van de omgeving van het plangebied en de indeling van de huidige bebouwing. In afbeelding 2.3 is een straatbeeldfoto opgenomen.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto situatie plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 6

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

Afbeelding 2.2

Luchtfoto situatie plangebied (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.3

Straatbeeld vanaf de Wittebroeksweg (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 7

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

2.2

Het omgevingsplan

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Hellendoorn. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijk omgevingsplan zoals deze inwerking is getreden op 16 april 2024. Ter plaatse van het plangebied vormt het bestemmingsplan ‘buitengebied’ (vastgesteld op 20 april 2009). Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie uitsluitend de regels van de bruidsschat. Afbeelding 2.4 bevat een uitsnede van de verbeelding behorend bij het bestemmingsplan “buitengebied”. Hierin is het plangebied indicatief met de rode omlijning aangegeven.

Afbeelding 2.4

Uitsnede bestemmingsplan “buitengebied” (Bron: www.omgevingswet.overheid.nl)

Op basis van het bestemmingsplan “buitengebied” (vastgesteld op 20 april 2009) zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Agrarisch’. Daarnaast geldt de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied’. Hierna wordt nader ingegaan op de geldende bestemmingen. ‘Bedrijf’ De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de bedrijven die als nadere bestemming zijn aangegeven bij de adressen die in of bij het betreffende bestemmingsvlak zijn aangegeven. Voor het plangebied geldt op basis van de planregels van het geldende bestemmingsplan de nadere bestemming ‘houthandel’ met daarbij behorende maatvoeringseisen voor de bebouwing. In de bouwregels is bepaald dat op deze gronden uitsluitend bedrijfsgebouwen mogen worden gebouwd. Tevens is per bestemmingsvlak één bedrijfswoning toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 8

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp ‘Agrarisch’ De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische bedrijvigheid. Het in deze motivering beschreven initiatief is op meerdere manieren strijdig met de agrarische bestemming. Zo is het gebruik van de gronden enkel toegestaan ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Hier zal bij voorliggend initiatief geen sprake van zijn. Ter plaatse van de bestemming ‘Agrarisch’ ontbreken tevens de bouw- en gebruiksregels voor het zonneveld.

2.3

Door te voeren wijziging in het omgevingsplan

2.3.1

Het voornemen

Initiatiefnemer is voornemens om de woning en de bestaande bijgebouwen op het adres van de Wittebroeksweg 1 te slopen en te vervangen voor een woning met een bijgebouw. De bestaande woning heeft een oppervlakte van ca. 130 m2, het bijgebouw heeft een oppervlakte van ca. 400 m2. De woning en het bijgebouw stonden voorheen in dienst van een houtverwerkingsbedrijf. Na het staken van de bedrijfswerkzaamheden heeft de initiatiefnemer de gronden en gebouwen gekocht met het voornemen hier te wonen in vervangende nieuwbouw zonder een houtbewerkingsbedrijf voort te zetten. 2.3.2

Wijziging in de regels

Het voornemen bestaat uit het wijzigen van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied naar de bouw- en gebruiksregels die van toepassing zijn in een reguliere woonbestemming/woonfunctie in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. In de woonbestemming van het bestemmingsplan ‘buitengebied’ wordt een maximale inhoud van 750 m3 aangehouden voor een hoofdgebouw. Daarnaast mag de gezamenlijke oppervlakte van bij eenzelfde woning behorende bouwvergunningsplichtige bijgebouwen en overkappingen niet meer dan 100 m2 bedragen, of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien die meer dan 100 m2 bedraagt, met dien verstande dat vervangende nieuwbouw van bijgebouwen en overkappingen maximaal 250 m2 van de bestaande oppervlakte mag betreffen. De beoogde ontwikkeling van de nieuwbouw van de woning en een bijgebouw voldoen aan alle maatvoeringen uit de woonbestemming. In het noordoostelijk deel van het plangebied blijft de agrarische bestemming behouden. Ter plaatse van het zonneveld, en het opgaande groen uit het erfinrichtingsplan rondom het zonneveld, is een functieaanduiding opgenomen die het plaatsen van de zonnepanelen mogelijk maakt. Ten behoeve van de maximale hoogte van het opgaande groen zijn geen regels opgenomen. Het uitvoeren van het erfinrichtingsplan is voor het gehele plangebied opgenomen als gebodsbepaling.

De hoogte van het afschermend groen is hierin bepaald op 1,2 m.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 9

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 3 LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 3.1

Algemeen

In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •

Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking.

Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 9 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.

3.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.2.1

Algemeen

De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 10

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.2.2

Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Voorliggende wijziging van het omgevingsplan betreft het planologisch toevoegen van één reguliere woning en het verwijderen van een bedrijfswoning. Wanneer een plan voorziet in woningen niet meer dan 11 woningen dan kan dit niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’. Gelet op vorenstaande is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.

3.3

Toekomstige situatie en erfinpassingsplan

Het erfinrichtingsplan voor dit voornemen richt zich op het behoud en de versterking van het aanwezige groen, met aandacht voor de openheid van het landschap. De volgende aanpassingen worden als voorwaardelijk gesteld in de wijziging van het landschap. Als volgt worden de aanpassingen beschreven die met het vaststellen van het inpassingsplan als voorwaardelijk worden vastgesteld in de wijziging van het omgevingsplan. Bebouwing De huidige bebouwing binnen het plangebied en de oude inrit van het voormalige houtbewerkingsbedrijf worden verwijderd. De woning en het bijgebouw worden vervolgens opnieuw gebouwd. Er worden in totaal 5 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan 2 onder een carport en 3 onoverdekt naast de carport. In voorliggend initiatief wordt de bedrijfsbestemming gewijzigd in een passende woonfunctie. Het initiatief sluit aan bij de reguliere bouw en gebruiksmogelijkheden uit het bestemmingsplan ‘buitengebied’. De woning die de initiatiefnemer voornemens is te bouwen heeft een inhoud van ca. 721 m3 (bovenkant verdiepingsvloer, buitenkant buitengevel en tot bovenzijde dak). Het oppervlakte van de bebouwing bedraagt 178,8 m 2 (inclusief overkapping). De goothoogte bedraagt op het laagste punt 2,57 m en op het hoogste punt 7,33 m. Een schematische afbeelding van de woning is toegevoegd in afbeelding 3.1.

Groeninrichting Aan de west- en de zuidzijde van het plangebied wordt de bestaande houtwal versterkt met landschapseigen struiken en bomen. Tevens worden nieuwe bomen aangeplant ter versterking van het inheemse bosplantsoen. Daarnaast maakt het aanleggen van een particulier zonneveld onderdeel uit van de ontwikkeling. Het zonneveld bestaat uit ca. 40 zonnepanelen. Om het open karakter van het landschap zo veel mogelijk te beschermen zullen de zonnepanelen in een opstelling worden gerealiseerd die haaks op de Wittebroeksweg staat. Het zonneveld wordt daarnaast omheind met een esdoornhaag. De maximale hoogte van zowel de haag als de zonnepanelen is vastgelegd op 1,2 m, om de openheid van het landschap te bewaren. De voorgestelde soorten en de locatie van beplanting kan worden afgeleid van het erfinrichtingsplan uit bijlage 1. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan toegevoegd. De maatregelen uit het erfinrichtingsplan dienen uitgevoerd te worden en te worden onderhouden in overeenstemming met de aangegeven aantallen, maten en hoogte van de beplanting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 11

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

Afbeelding 3.1

Weergave toekomstige woning aan de Wittebroeksweg 1 (Bron: BKH Bouwbedrijf)

Afbeelding 3.2

Uitsnede van het erfinrichtingsplan (Bron H. Ten Have Landschapsarchitectuur)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 12

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

3.4

Infrastructuur en openbare ruimte

3.4.1

Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Hellendoorn heeft in 2021 een Nota parkeernormen vastgesteld, de ‘Nota parkeernormen 2021’. Hierin wordt geconcludeerd dat binnen de gemeente meer mensen een auto bezitten dan het gemiddelde in Nederland en Overijssel. Daarnaast dient in het buitengebied uitgegaan te worden van de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’. Voor de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • •

Stedelijkheidsgraad: niet stedelijk; Stedelijk gebied: buitengebied.

Om inzicht te krijgen in de gevolgen die het project heeft voor wat betreft de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte, wordt in de navolgende paragrafen een vergelijking gemaakt tussen het geldend omgevingsplan en de concrete ontwikkeling waarin deze wijziging van het omgevingsplan in voorziet. 3.4.2

Verkeer

Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet in het mogelijk maken van één vrijstaande woning. De CROW lijst gaat bij een vrijstaande koopwoning in de het buitengebied uit van een minimale verkeersgeneratie van 7,8 auto's per etmaal en een maximale verkeersgeneratie van 8.6 auto's per etmaal. Het aantal verkeersbewegingen is met het toevoegen van een enkele woning gering en kan zonder problemen worden afgewikkeld via de Wittebroeksweg en de omliggende infrastructuur. Opgemerkt dient te worden dat de in- en uitrit ter plaatse van het bedrijfsdeel van het plangebied zal verdwijnen. De bestaande inrit bij de woning wordt opnieuw verhard met betonklinkers. 3.4.3

Parkeren

Wat betreft het onderdeel parkeren wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. In dit geval is voor wat betreft de gemeente Hellendoorn uitgegaan van een stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk'. Op basis van het hiervoor genoemde uitgangspunten geldt voor een vrijstaande woning een minimale parkeerbehoefte van 2,0 auto's per woning en een maximale parkeerbehoefte van 2,8 auto's per woning. De parkeerbehoefte van de woning wordt daarmee vastgesteld op afgerond 3 parkeerplaatsen. In voorliggend geval zal op het eigen terrein van de woning voldoende plaats zijn om in de parkeerbehoefte van de woning te voorzien. Het erfinrichtingsplan voorziet in de realisatie van 5 parkeerplaatsen. 3.4.4

Conclusie

Vanuit het aspect verkeer en parkeren is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 13

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het beleid vanuit het Rijk, de provincie Overijssel en beleid van de gemeente Hellendoorn.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 14

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in deze wijziging van het omgevingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: • • • • • •

•

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Zie stap 11f van hoofdstuk 3. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 15

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp 4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Het voornemen voorziet in de sloop en herbouw van een woning met bijgebouw en een functieverandering van een bedrijfswoning naar een reguliere woning. Doordat de ontwikkeling plaatsvind op een locatie waar reeds een woning aanwezig is, wordt geen nieuw ruimtebeslag gelegd op het buitengebied. Tevens wordt met de nieuwe functie van het plangebied een duurzame vervolgfunctie gegeven aan bebouwing die in verval dreigt te raken. Hiermee sluit de ontwikkeling met name aan bij prioriteit 3 en 4 van de NOVI. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl. Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau deze wijziging van het omgevingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •

Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • • •

• 4.2.2

door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 16

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.

Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 17

Wijziging van het omgevingsplan Wittebroeksweg 1, Haarle Ontwerp

Afbeelding 4.1

4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt opgemerkt dat sprake is van een buitenstedelijke ontwikkeling. Hierdoor zijn met name artikel 4.5, 4.9 en artikel 4.11 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. De Stedelijke laag kan vanwege de ligging in het buitengebied buiten beschouwing gelaten. Hierna wordt nader ingegaan op de relevante artikelen. Artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik): Omgevingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: dat deel van de fysieke leefomgeving waarvan de gronden niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut worden voor stedelijke functies op grond van een geldend omgevingsplan en op grond van een (voor) ontwerp voor zover de provinciale daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15179317/1