ontwerp bestemmingsplan zonder bijlagen
Tekst van het document
Beleidskader
Het kader voor de watertoets is het vigerend beleid (Vierde Nota waterhuishouding, Waterbeleid 21e eeuw, Europese Kaderrichtlijn water en de beleidslijn Ruimte voor de Rivier). De watertoets wordt uitgevoerd binnen de bestaande wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en water, op basis van het commitment van de betrokken partijen blijkend uit de Startovereenkomst Waterbeleid 21 eeeuw. Een aantal relevante beleidsdocumenten wordt in het navolgende kort besproken. Rijksbeleid Vierde Nota Waterhuishouding De Vierde Nota Waterhuishouding van december 1998 verwoordt de regeringsbeslissing. Een van de speerpunten is een duurzaam stedelijk waterbeheer, met als belangrijke elementen: • • • •
waterbesparende maatregelen in de woning; het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering; het vasthouden van regenwater in vijvers en in de bodem; herwaardering van watersystemen bij de ruimtelijke inrichting van (nieuwe) woongebieden.
Waterbeleid 21e eeuw Met het Waterbeleid 21e eeuw wordt ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen die hogere eisen stellen aan het waterbeheer. Het gaat hierbij om onder andere de klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelrijzing. Het Waterbeleid 21e eeuw heeft twee principes voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd. Dit zijn de tritsen: • •
vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren.
De trits "vasthouden, bergen en afvoeren" houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en daarna wordt het water afgevoerd. Bij de trits "schoonhouden, scheiden en zuiveren" gaat het er om dat het water zoveel mogelijk wordt schoongehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van de wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van gronden oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp Beleid waterschap Vechtstromen Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: • • •
voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
Gemeentelijk beleid Gemeentelijk rioleringsplan Het Gemeentelijk Rioleringsplan van de gemeente Hellendoorn (GRP4) voor de periode 2016 t/m 2020. Hierin geven we aan op welke wijze we de komende jaren, met een doorkijk naar de toekomst, invulling gaan geven aan de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Vanuit de Wet milieubeheer zijn we als gemeente verplicht een GRP4 voor deze zorgplichten op te stellen. Het GRP4 geeft antwoord op de wijze waarop we de aankomende jaren omgaan met het beheer en onderhoud van de rioleringsvoorzieningen en welke investeringen we gaan doen in het kader van de zorgplichten. Het GRP4 laat ook zien hoe we inspelen op een veranderend klimaat. Afvalwaterzorgplicht De gemeentelijke zorgplicht voor inzameling van stedelijk afvalwater beperkt zich overwegend tot huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat qua samenstelling daarmee overeen komt. Dit houdt in dat bedrijfsafvalwater, waarbij geen sprake is van bovengenoemde herkomst, in beginsel niet door de gemeente ingezameld en getransporteerd behoeft te worden. In de praktijk zal de gemeente overigens het bedrijfsafvalwater dat al is aangesloten op een openbaar vuilwaterriool blijven inzamelen en transporteren, mist de samenstelling van dit afvalwater voldoet aan wettelijke eisen en de goede werking van het rioolstelsel en rioolwaterzuivering niet belemmert.
Hemelwaterzorgplicht De gemeente Hellendoorn streeft naar een zo duurzaam mogelijke en doelmatige inzameling en afvoer van hemelwater waarbij hemelwater op een zo natuurlijk mogelijke manier wordt verwerkt. Gestreefd wordt dit te doen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten waarbij het hemelwater vanuit hygiënisch oogpunt (volksgezondheid) adequaat wordt ingezameld en afgevoerd. Verontreiniging van bodem, lucht en oppervlaktewater worden zoveel mogelijk voorkomen en wateroverlast voor burgers zoveel mogelijk beperkt. De gemeente tracht, conform de opzet van de wetgeving, het initiatief voor de verwerking van hemelwater dat afkomstig is van particuliere terreinen zoveel mogelijk bij de burgers neer te leggen binnen de grenzen van redelijkheid en doelmatigheid. Grondwaterzorgplicht De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van de particulier, het waterschap of de provincie behoren.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp Waterparagraaf en watertoets De watertoets is het proces van vroegtijdig beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een bestemmingsplan. De watertoets wordt via een waterparagraaf opgenomen in het bestemmingsplan. De waterparagraaf beschrijft de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie en de wijzigingen die optreden en hoe hiermee wordt omgegaan. Het wateradvies van het waterschap moet daarin zijn meegenomen. Het nieuwe waterbeleid in de 21e eeuw breekt met een eeuwenoude traditie. Een traditie van zo snel mogelijk afvoeren van afvalwater en hemelwater. Volgens het nieuwe rijksbeleid moet vooral het hemelwater lokaal zo lang mogelijk worden vastgehouden. Pas als het niet kan, dient het water te worden afgevoerd. In datzelfde rijksbeleid staat ook een voorkeursvolgorde voor het omgaan met waterstromen. Het beleid is erop gericht schone waterstromen te scheiden van verontreinigde waterstromen. Bij het opstellen van de waterparagraaf zijn ruimtelijk relevante criteria te onderscheiden in: • • • • • • • • • • • • • • •
Criteria die betrekking hebben op de locatiekeuze; Criteria die betrekking hebben op de inrichting van een ruimtelijk plan. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de thema's die in de waterparagraaf kunnen worden meegenomen: Veiligheid - Waarborgen veiligheidsniveau; Wateroverlast – Voorkomen en/of reduceren van wateroverlast. Vergroten veerkracht watersysteem; Verwerking hemelwater - Vasthouden, bergen, afvoeren; Riolering – voorkomen van het ontstaan van afvalwater. Afvalwater afvoeren naar de rioolwaterzuivering; Watervoorziening - Afstemmen op de toegekende functie; Volksgezondheid - Minimaliseren risico op water gerelateerde ziekten en plagen; Bodemdaling (veengebieden) - Tegengaan bodemdaling en reductie functiegeschiktheid; Grondwateroverlast - Het tegengaan van grondwateroverlast; Oppervlaktewaterkwaliteit - Behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur en afstemming KRW; Grondwaterkwaliteit - Behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur; Verdroging - Bescherming karakteristieke grondwaterafhankelijke ecologische waarden; Natte natuur - Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
Voornoemde thema's hebben niet alleen betrekking op het plangebied, maar ook op de omgeving van het plangebied. Waterhuishoudkundige consequenties van een plan mogen niet op de omgeving afgewenteld worden. Het waterschap streeft er naar om de ingrepen binnen een deelstroomgebied waterneutraal te houden. Wateraspecten die niet ruimtelijk relevant zijn, kunnen in het proces van de watertoets wel gesignaleerd maar niet geregeld worden. Dit houdt in dat als iets met een specifiek instrument geregeld kan worden, het niet met een ruimtelijk plan geregeld mag worden. Belangrijke regel stellende instrumenten zijn, de Keur van het waterschap, Activiteitenbesluit, peilbesluit, gemeentelijke verordening etc. • • •
Bij de keuze voor de locatie van het (plan)gebied wordt rekening gehouden met de wateropgave en de eigenschappen van het watersysteem; Bij het stedenbouwkundig plan moet notie worden genomen van het feit dat water van hoog naar laag stroomt. Water is daarmee ordenend voor het plan; Per project moet in overleg tussen gemeente en waterschap worden bezien of maatwerkoplossingen nodig en/of gewenst zijn.
Voorkeursvolgorde 1. 2. 3.
Ontstaan van afvalwater voorkomen of beperken; Verontreiniging van water voorkomen of beperken; Waterstromen gescheiden houden, tenzij niet scheiden geen nadelige gevolgen heeft; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp 4. 5. 6.
Huishoudelijk afvalwater en vergelijkbaar afvalwater gaan naar de RZWI; Andere waterstromen zoals schoon hemelwater na retentie en zuivering bij de bron hergebruiken; Andere waterstromen zoals schoon hemelwater na retentie en zuivering lokaal in het milieu brengen.
Uit-Inbreiding woongebied Bij nieuwe uitbreidingen wordt het proces van de watertoets gevolgd. Ten aanzien van dimensionering van hemelwatervoorzieningen worden de eisen van de gemeente en waterschap gevolgd, deze zijn verwoord in onderstaande uitsnede. Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen woongebied Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 8 (circa 20 mm, aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen; Ontwerp berging ten behoeve van vertraagt afvoeren van regenbuien: 40 mm, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur. Wanneer de berging vanwege ruimtegebrek niet kan worden gerealiseerd in de uitbreiding dan kan deze in overleg met de gemeente op een andere locatie worden gerealiseerd. Gemeente zal hiervoor een regeling uitwerken gebaseerd op een betaling van een bedrag van de initiatiefnemer aan de gemeente Waterhuishouding nieuwbouw Bij het realiseren van nieuwbouw dient een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd te worden en een waterhuishoudingsplan te worden opgesteld. Eventuele drainage voert af naar een wadi of naar het oppervlaktewater, dus niet naar een rioolwaterzuivering. Daarbij wordt ten aanzien van grondwater als uitgangspunt voor het ontwerp een eis voor voldoende drooglegging gesteld (dat wil zeggen geen natte voeten in de tuin, geen water in kruipruimtes, etc.).
Vochtoverlast door hoge grondwaterstanden wordt geminimaliseerd door het bouwen zinder kruipruimten en door kelders waterdicht te maken. Per locatie wordt er een minimum bouwpeil ingesteld om grondwateroverlast in de toekomst te voorkomen.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
BJZ.nu heeft het waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. Het waterschap heeft geen inhoudelijke opmerkingen op het plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp 6.2.3
Waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied
6.2.3.1 Huidige situatie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is het plangebied in de huidige situatie al reeds nagenoeg volledig verhard door bebouwing en bijbehorende verhardingen. Het plangebied wordt geheel herontwikkeld, waarbij van een (onevenredige) toename van verhard oppervlakte geen sprake is. Er is zelfs sprake van een afname, gezien het projectgebied nu groener ingericht wordt. 6.2.3.2 Afvalwater Het afvalwater van de woningen wordt afgevoerd via het gemengd rioolstelsel naar de RWZI Nijverdal. De RWZI Nijverdal biedt voldoende capaciteit voor de toename van het aantal woningen in het plangebied. 6.2.3.3 Hemelwater Schoon hemelwater ter plaatse van de verharde oppervlakten wordt binnen het plangebied geïnfiltreerd in de bodem conform het gemeentelijk beleid. Hiertoe is in de gemeenschappelijke binnentuin voldoende ruimte. 6.2.3.4 Oppervlaktewater Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt geen oppervlaktewater gedempt of aangelegd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. De op de verbeelding of in de regels aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke).
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen.7De regels zijn onderverdeeld in o.a.:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp • • • 7.2.4
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Specifieke gebruiksregels: omschrijving van gebruiksactiviteiten die niet zijn toegestaan. Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene bouwregels (Artikel 8) Dit artikel is opgenomen teneinde bestaande maatvoeringen en afstanden als planologisch toegestaan te beschouwen. Dit vanwege het feit dat er in dit geval sprake is van bestaande (te verbouwen) bebouwing in het plangebied.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
•
Algemene wijzigingsregels (Artikel 10) In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen teneinde de bestemmingsgrenzen van de verkeer- groen- en woonbestemmingen te verschuiven.
•
Overige regels (Artikel 11) In dit artikel zijn afstemmingsregels ten aanzien van welstand, parkeren, laden en lossen, welstand en hemelwaterafhandeling opgenomen.
7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp Groen (Artikel 3) In voorliggend geval is ter plaatse van de gemeenschappelijke binnentuin een groenbestemming opgenomen. Dit sluit aan bij de systematiek voor de kern Nijverdal, waar aan de openbare en gemeenschappelijke ruimten een groenbestemming is gegeven. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor plantsoen, tuin, voet- en fietspaden en waterhuishoudkundige voorzieningen. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd worden. Verkeer – Verblijf (Artikel 4) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van het parkeerterrein en de ontsluitingen. Deze gronden zijn met name bestemd voor wegen, ontsluitingen, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. In deze regels is specifiek opgenomen dat ter plaatse van het beoogde geluidsscherm een geluidswerende voorziening is toegestaan. Tevens is specifiek toegestaan dat ter plaatse van een groot deel van de parkeerplaatse overkappingen toegestaan zijn. Wonen -2 (Artikel 5) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de grondgebonden woningen. Dit is conform de systematiek van het daar nu geldende bestemmingsplan “Nijverdal Zuid”. Het grootste deel van de juridische regeling is gebaseerd op de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan “Nijverdal Zuid”.
Zo is bepaald dat de alle gebouwen binnen een bouwvlak dienen te worden gebouwd, met inachtneming van het daar opgenomen aantal wooneenheden. Tevens zijn bepalingen opgenomen omtrent goot- en bouwhoogte, afstanden/situeringen en dakhellingen. Er zijn specifieke regels opgenomen teneinde een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen. Zo is op de verbeelding een dove gevel aangeduid, waaraan in de regels is gekoppeld dat ter plaatse van de eerste drie woningen op de 2e verdieping geen geluidgevoelige ruimte toegestaan is. Van de bouwregels kan op een aantal ondergeschikte punten afgeweken worden. In de specifieke gebruiksregels is specifiek voor dit plan opgenomen dat woningen pas mogen worden bewoond als er een geluidsscherm van minimaal 2,9 m is gerealiseerd ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – geluidwerende voorziening’ (in de bestemming Verkeer – Verblijf) is gerealiseerd. Tot slot kan van de gebruiksregels onder voorwaarden worden afgeweken ten behoeve van kleinschalige bedrijfsactiviteiten. Wonen - 3 (Artikel 6) In voorliggend geval is ter plaatse van het woongebouw de bestemming ‘Wonen – 3’ toegekend. Dit sluit aan bij de systematiek die in het centrumgebied van Nijverdal wordt gehanteerd voor appartementencomplexen.
Het grootste deel van de juridische regeling is gebaseerd op de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan “Nijverdal Centrum”. De gronden met de bestemming “Wonen - 3” zijn bedoeld voor onder meer wonen, parkeer- en groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bepaald is dat gebouwen binnen het bouwvlak moet worden gebouwd. Het ontwerp omvat verschillende bouwhoogten voor het complex. In de bouwregels is een maximum bouwhoogte van 12 m opgenomen. Tevens is bepaald dat er maximaal 26 wooneenheden zijn toegestaan. Er zijn specifieke regels opgenomen teneinde een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat te borgen. Zo is op de verbeelding een dove gevel aangeduid op de noordgevel van het appartementengebouw.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Hellendoorn. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Het plan zal in het kader van vooroverleg aan de provincie Overijssel worden voorgelegd. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
Het plan is in het kader van vooroverleg naar het waterschap toegezonden. Het waterschap is akkoord met de inhoud van voorliggend bestemmingsplan.
9.2
Inspraak
Initiatiefnemer heeft het plan reeds besproken met de direct omwonenden. Hiervoor is op d.d. 25 juni 2020 een inloopavond gehouden waarin het plan is besproken. De plannen zijn positief ontvangen.
9.3
Zienswijzen
Deze paragraaf zal worden ingevuld na afloop van de ter inzage ligging van het ontwerpbestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek industrielawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
Bijlage 3
Stikstofberekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
Bijlage 4
Quickscan ecologie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
Bijlage 5
Nader onderzoek huismus
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
Bijlage 6
Nader onderzoek vleermuis
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
Regels
Plan: Status: Plantype: IMRO-idn:
van Alphenstraat 11 ontwerp bestemmingsplan NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Artikel 4 Verkeer - Verblijf Artikel 5 Wonen - 2 Artikel 6 Wonen - 3 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Artikel 11 Overige regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In het plan wordt verstaan onder:
1.1 plan het bestemmingsplan 'van Alphenstraat 11' met identificatienummer NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01 van de gemeente Hellendoorn;
1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3 aan- of uitbouw een onderdeel van een hoofdgebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm, alsmede bijgebouwen die aan het hoofdgebouw of de aan- of uitbouw zijn verbonden en een directe toegang hebben tot het hoofdgebouw of de aan- of uitbouw;
1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.6 aaneengebouwd: meer dan twee woningen met de hoofdgebouwen aaneengebouwd;
1.7 aan huis verbonden beroep: een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
1/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
1.8 appartement: een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat;
1.9 bebouwing: een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.10 begane grond: een bouwlaag waarvan het vloerniveau (nagenoeg) ter hoogte van het aansluitende peil ligt;
1.11 bestaande: a. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een bouwvergunning; b. het onder 1 bedoelde geldt niet voorzover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende Beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de Beheersverordening of een ontheffing als bedoeld in artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro);
1.12 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
1.13 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.14 bijgebouw: een gebouw dat of een overkapping die in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;
1.15 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergoten van een bouwwerk;
1.16 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;
1.17 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.18 bouwperceelgrens: een grens van het bouwperceel;
1.19 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan;
1.20 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.21 dakterras: een voor mensen toegankelijke buitenruimte op het dak van een gebouw;
1.22 dienstverlenend bedrijf: een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;
1.23 dove gevel: onder een dove gevel wordt op grond van de Wet geluidhinder verstaan: https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
2/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidelijk 35 dB(A), alsmede b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte;
1.24 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.25 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als belangrijkste gebouw valt aan te merken;
1.26 overkapping: een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omsloten;
1.27 prieel: een halfopen tuinhuis of terras;
1.28 seksinrichting: een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel en parenclub al of niet in combinatie met elkaar;
1.29 (straat)peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein;
1.30 twee-aaneen een twee onder één kap woning;
1.31 voorgevel: de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
1.32 voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn die voorgevels van gebouwen en indien (nog) geen gebouwen aanwezig zijn, de voorgevelbouwgrenzen verbindt;
1.33 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit;
1.34 wonen: het gehuisvest zijn in een woning;
1.35 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten en berekend:
2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, voorzover in de regels een goothoogte is voorgeschreven, is deze niet van toepassing op dakkapellen en op ondergeschikte dakvlakken; https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
3/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.4 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.5 ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels en uitbouwen met een oppervlakte van 2 m² of kleiner en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m ten opzichte van de bouwgrens of bestemmingsgrens bedraagt. Ten aanzien van balkons geldt dat deze tevens buiten beschouwing worden gelaten, mits de overschrijding ten opzichte van de bouwgrens of bestemmingsgrens niet meer dan 3 m bedraagt.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. plantsoen, gazon, groenstroken; b. tuinen; c. sport- en speelvoorzieningen; d. voet- en fietspaden; e. nutsvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
3.2 Bouwregels a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 10 m;
3.3 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving.
3.4 Afwijken van de gebruiksregels a. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van de aanleg van parkeervoorzieningen, zoals haaksparkeren, tot een maximum van 5% van het bestemmingsvlak.
Artikel 4 Verkeer - Verblijf 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en ontsluitingsvoorzieningen; b. fiets-/voetpad; c. verblijfsgebied; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. openbare nutsvoorzieningen; i. een geluidwerende voorziening, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - geluidwerende voorziening'; https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
4/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
j. overkappingen, ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - overkapping'.
4.2 Bouwregels a. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen; c. de hoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3,5 m.
Artikel 5 Wonen - 2 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. tuinen, wegen en paden.
5.2 Bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal woningen bedraagt ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; b. de woningen worden twee aaneen of tot ten hoogste het bestaande aantal aaneen gebouwd danwel tot het aantal dat is aangegeven in het bouwvlak met de aanduiding “aantal aaneen te bouwen wooneenheden” c. de hoofdgebouwen worden uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd; d. de afstand tussen de voor- en achtergevel van hoofdgebouwen bedraagt maximaal: 1. voor twee aaneengebouwde woningen: 12 m; 2. voor meer dan twee aaneengebouwde woningen: 10 m, met dien verstande dat de afstand van de achtergevel van een hoofdgebouw tot de achterperceelgrens ten minste 8 m bedraagt. Indien deze afstand minder dan 8 m is, dan bedraagt de afstand tussen de voor- en achtergevel altijd maximaal 10 m; e. de afstand van de zijgevels van de niet aaneengebouwde zijde van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 3 m; f. de goothoogte bedraagt minimaal 2,5 m en maximaal 6 m; g. de bouwhoogte bedraagt minimaal 7 m en maximaal 10 m; h. de dakhelling bedraagt minimaal 30° en maximaal 55°. i.
ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' dient de gevel als dove gevel te worden uitgevoerd; 5.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden op tenminste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw, danwel het verlengde daarvan gebouwd; c. de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op de perceelgrens niet meer mag bedragen dan 3 m en deze mag worden verhoogd in een rechte lijn naar ten hoogste 6 m op een afstand van minimaal 3 m uit de perceelgrens; e. de dakhelling bedraagt van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 60°; f. de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 75 m2, met dien verstande dat: 1. de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen die liggen binnen de in lid 5.2.1 onder d genoemde afstand tussen voor- en achtergevel en tussen het verlengde van de zijgevels van het hoofdgebouw niet worden meegerekend bij deze oppervlakte. 2. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte met gebouwen en overkappingen niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt.
5.2.3 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6 m; https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
5/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan: 1. 1 m, of; 2. 2 m en op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat; achter de voorgevel, en op meer dan 1 m van openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn Voor de hierboven genoemde artikelen geldt dat de aangeduide maatvoering niet van toepassing is op de horizontale gedeelten van afgeknotte daken, mansardekappen, dakkapellen en op dakvlakken welke niet evenwijdig aan de noklijn zijn gelegen. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, voorzieningen voor technische installaties, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels en uitbouwen met een oppervlakte van 4 m2 of kleiner en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m ten opzichte van de bouwgrens bedraagt.
5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; nadere eisen stellen aan: a. de plaats van de hoofdgebouwen ten opzichte van andere woningen waarbij met name wordt bedoeld het bouwen in de voorgevelrooilijn; b. de plaats en de hoogte van de gebouwen indien binnen 3 m van de erfgrens wordt gebouwd; c. de minimale goothoogte van de hoofdgebouwen indien de goothoogte meer dan 1 m verschilt ten opzichte van bestaande hoofdgebouwen op naastgelegen bouwpercelen; d. de plaats van aan- of uitbouwen en van bijgebouwen ten opzichte van het hoofdgebouw, indien het bouwplan ertoe leidt dat aan beide kanten van het hoofdgebouw bijgebouwen worden gerealiseerd; e. de plaats van andere bouwwerken.
5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1 Afwijking bouwen uitbouw (erker) voor de naar de weg gekeerde bouwgrens Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 sub c en 5.2.2 sub a, b en f ten behoeve van een uitbouw voor de naar de weg gekeerde bouwgrens en/of voor de bouwgrens van maximaal één zijgevel onder de volgende voorwaarden: a. de diepte van een uitbouw mag niet meer zijn dan 1,50 m en niet breder zijn dan 60% van de gevelbreedte van het hoofdgebouw; b. de goothoogte van de uitbouw bedraagt niet meer dan 3,00 m; c. in het geval van uitbouw aan twee gevels, kan deze vergroot worden door opvulling van de hoek tussen beide uitbouwen, een zogenaamde hoekerker. d. de afstand tussen de uitbouw en het openbaar gebied en/of de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2 m; Deze omgevingsvergunning mag alleen verleend worden indien er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld.
5.4.2 Afwijking bouwen van ten hoogste één tuinhuisje of prieeltje Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub a en b ten behoeve van de plaatsing van ten hoogste één tuinhuisje of prieeltje met een oppervlakte van ten hoogste 10 m² en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m, mits deze wordt geplaatst op ten minste 1 m uit de perceelgrens en achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld. 5.4.3 Afwijking bouwen aan- of uitbouw aan de zijgevel van een hoofdgebouw Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 sub c en 5.2.2 sub a en b ten behoeve van een aan- of uitbouw met een breedte van ten hoogste 2,50 m aan de zijgevel van een hoofdgebouw die is gericht naar het openbaar gebied, mits deze wordt gebouwd op een afstand van ten minste 3 m achter het verlengde van de voorgevel en er een ruimte van minimaal 3 m tussen de erfgrens en deze bebouwing overblijft, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
6/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
het straat- en bebouwingsbeeld. 5.4.4 Afwijken bouwen overkapping achter de voorgevel Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub a en b ten behoeve van een overkapping voor de in lid 5.2.2, sub a b genoemde 3 m, mits deze overkapping wordt gerealiseerd vanaf minimaal 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw, dan wel achter het verlengde daarvan en deze overkapping een bouwhoogte heeft van maximaal 3 m, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld. 5.4.5 Afwijken bouwen onder overschrijding maximum bebouwingspercentage Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub f onder 2, ten behoeve van een overschrijding van het aldaar genoemde maximum bebouwingspercentage van 50% tot een maximum van 70%. Deze afwijking wordt uitsluitend toegestaan bij het een levensloopbestendige woning.
Onder een levensloopbestendige woning wordt in dit verband een woning verstaan waarbij op de begane grond ten minste een bad- en een slaapkamer aanwezig dient te zijn en waarbij op het achtererf van de woning, na het toepassen van deze afwijking, een onbebouwde ruimte van ten minste 20 m2 aanwezig dient te blijven als kwalitatieve ruimte, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld. 5.4.6 Afwijking bouwen met hogere goot- en bouwhoogte Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 sub g en h en toestaan dat de goot- en bouwhoogte worden vergroot ten behoeve van een gedeeltelijke kapverhoging over de volledige breedte van de kap van het hoofdgebouw voorzover deze wordt gebouwd op het dakvlak dat afloopt naar de achtergevel van het hoofdgebouw en 1 m uit de achtergevel van de woning wordt gebouwd, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld.
5.4.7 Afwijking bouwen aaneengebouwd op de perceelgrens zonder wijkende kap Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub d en toestaan dat de aanof uitbouwen of bijgebouwen, voor zover deze op de perceelsgrens aaneengebouwd zijn, geen kap behoeven te krijgen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld. 5.4.8 Afwijking bouwen ten behoeve van kleinschalige bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.2 sub f, uitsluitend voor het vergroten van het oppervlak tot maximaal 150 m2 voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten als bedoeld in lid 5.6.1 mits de gezamenlijke oppervlakte met gebouwen en overkappingen niet meer dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld. 5.4.9 Afwijken bouwen erf- en perceelafscheidingen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.3 ten behoeve van het bouwen van een erf- of perceelafscheiding overeenkomstig het in Bijlage 4 opgenomen Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015.
5.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige (vakantie)woning. b. het in gebruik nemen van woningen zonder dat de geluidwerende voorziening in de vorm van een geluidsscherm met een hoogte van maximaal 2,9 m ter plaatsen van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - geluidwerende voorziening' binnen de aangrenzende bestemming 'Verkeer - Verblijf' is gerealiseerd. c. het in gebruik nemen van de 2e verdieping van de drie woningen grenzend aan de 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' als geluidgevoelige ruimte'.
5.6 Afwijken van de gebruiksregels https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
7/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
5.6.1 Afwijken gebruik kleinschalige bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten ten behoeve van een aan een woning gebonden kleinschalig bedrijf met dien verstande dat: onder kleinschalige bedrijfsactiviteiten slechts worden begrepen activiteiten in de dienstverlenende of ambachtelijke sfeer, waarvoor geen grote opslag- of stallingsruimte nodig is en die zijn genoemd in categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 3) dan wel die daarmee vergelijkbaar zijn; de afwijking alleen wordt verleend, mits dit geen nadelige invloed heeft op het woonklimaat (milieuhygiëne, parkeren); de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd.
Artikel 6 Wonen - 3 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, in de vorm van appartementen met bergingen; b. groenvoorzieningen; c. verkeers- en verblijfsvoorzieningen, waaronder voorzieningen voor het parkeren; d. water en waterhuiskundige voorzieningen. e. tuinen, wegen en paden. f. dakterrassen.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van appartementen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de woningen uitsluitend gestapeld worden gebouwd; b. het aantal appartementen bedraagt ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; c. de maximum bouwhoogte van gebouwen bedraagt niet meer dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte, danwel de bestaande bouwhoogte, indien deze hoger is. d. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' dient de gevel als dove gevel te worden uitgevoerd; 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbare weg (niet zijnde een brandgang tussen twee gebouwen) of openbaar groengebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 m; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6 m;
6.3 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. het in gebruik nemen van woningen zonder dat de geluidwerende voorziening in de vorm van een geluidsscherm met een hoogte van maximaal 2,9 m ter plaatsen van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - geluidwerende voorziening' binnen de aangrenzende bestemming 'Verkeer - Verblijf' is gerealiseerd.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 Algemene bouwregels https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
8/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
8.1 Bestaande afstanden en andere maten 8.1.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingswet, op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 8.1.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingswet, op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan, minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Afwijkingsbevoegdheden Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de desbetreffende regels van het plan en toe te staan dat: a. kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, wachthuisjes (abri's), telefooncellen, fietsenstallingen, weegbruggen en dienstgebouwtjes voor onderhoud of gebruik van openbaar groen, wegen of speelplaatsen, in afwijking van de bestemming volgens het plan worden gebouwd, voorzover deze gebouwtjes geen grotere oppervlakte hebben dan 25 m² en geen grotere goothoogte dan 3 m en de bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt; b. van de in het bestemmingsplan aangegeven bestemmingsgrenzen in geringe mate wordt afgeweken, voorzover zulks bij de definitieve uitmeting noodzakelijk blijkt voor een goede uitvoering van het plan, mits de afstand van de bouwgrenzen tot de grenzen van de weg niet wordt verminderd; c. van de voorgeschreven maten tot een maximum van 10% wordt afgeweken, mits de afstand van de bouwgrenzen tot de grenzen van de weg niet wordt verminderd; d. ten aanzien van de bouwhoogte van antennemasten mag worden afgeweken voorzover de bouwhoogte minder dan 40 m ten opzichte van het maaiveld bedraagt; e. buiten het bouwvlak wordt gebouwd voorzover volledig beneden het peil wordt gebouwd en: 1. een diepte van 6 m niet wordt overschreden; 2.
het maaiveld wordt afgewerkt op een wijze die past binnen de bestemming; 3. geen onevenredige toename van de parkeerdruk plaatsvindt.
9.2 Voorwaarden De afwijkingen als bedoeld in lid 9.1 worden niet verleend indien: a. daardoor op enig aangrenzend terrein de realisering van het bestemmingsplan wordt belemmerd; b. daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende erven; c. het stedenbouwkundig beeld hierdoor in ernstige mate wordt verstoord.
Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingen 'Verkeer - Verblijf' en 'Groen' te wijzigen in de bestemmingen 'Wonen - 2' of 'Wonen - 3' ten behoeve van de bij de woning behorende tuin en/of te bebouwen erven, met dien verstande dat: a. de regels in de bestemmingen 'Wonen - 2' en 'Wonen - 3' ten aanzien van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van toepassing zijn.
Artikel 11 Overige regels 11.1 Uitsluiting seksinrichting Het bestemmingsplan verzet zich tegen het gebruik van de gronden als seksinrichting.
11.2 Voldoende parkeergelegenheid Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen op het eigen terrein dat bij het bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend, behoort. Daarbij moet worden voorzien in parkeergelegenheid overeenkomst de normering als vermeld in https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
9/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
Bijlage 2 "Nota parkeernormen, vastgesteld door de raad op 11 december 2012. Indien deze "Nota parkeernormen" wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging. Bij de berekening van de extra behoefte aan parkeerplaatsen, wordt de bestaande behoefte buiten beschouwing gelaten. Alleen de nieuwe situatie en de daaruit voortvloeiende grotere behoefte aan parkeerplaatsen, ten opzichte van de bestaande behoefte, is basis voor de berekening van de parkeerbijdrage.
11.3 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte voor het laden of lossen van goederen moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik, op het eigen terrein worden voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen.
11.4 Afwijken ten aanzien van parkeren Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 ten behoeven van normen voor het parkeren overeenkomstig de flexibiliteit en uitzonderingen uit de Nota parkeernormen, vastgesteld op 11 december 2012 door de raad van de gemeente Hellendoorn. Indien deze "Nota parkeernormen" wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging.
11.5 Voldoende infiltratie van hemelwater op eigen terrein Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, dient te worden voldaan aan de eisen gesteld in het als Bijlage 1 bijgevoegde het gemeentelijk rioleringsplan (GRP4) 2016-2020; zoals vastgelegd in het op 15 december 2015, onder nummer 15INT03435, dan wel een actuelere en vastgestelde versie van het GRP.
11.6 Afstemming welstand Voorzover de regels in het bestemmingsplan met betrekking tot: a. de voorgeschreven maximale goothoogte en maximale bouwhoogte; b. de dakhelling; c. de plaatsing op het bouwperceel; ruimte bieden voor verschillende mogelijkheden voor het realiseren van gebouwen, is deze ruimte tevens bedoeld voor het kunnen stellen van voorwaarden op basis van de in artikel 12a van de Woningwet aangegeven welstandscriteria, mits: de goot- en bouwhoogte niet meer dan 15% afwijken van de toegestane goot- en bouwhoogte in het bestemmingsplan; de binnen de regels te realiseren oppervlakte niet wordt verminderd. Voor de bouwonderdelen van gebouwen of bouwwerken, niet zijnde vrije bouwwerken als bedoeld in de Woningwet, die niet zijn genoemd in de regels van dit bestemmingsplan, zoals onder andere dakkapellen, is het welstandsbeleid van de gemeente Hellendoorn bepalend voor de wijze waarop deze kunnen worden gebouwd.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken 12.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning eenmalig afwijken van het bepaalde in artikel 12.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 12.1.1 met maximaal 10%. 12.1.3 https://digitaleplannen.nl/0163/0886B93F-8004-4218-B137-7FFE72C82EA4/r_NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ON01.html
10/11
19-1-2021
van Alphenstraat 11: Regels
Artikel 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
12.2 Overgangsrecht gebruik 12.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 12.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in artikel 12.2.1, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 12.2.4 Artikel Public12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.