ontwerp bestemmingsplan zonder bijlagen
Tekst van het document
Bestemmingsplan
van Alphenstraat 11
November 2020
Status: Ontwerp
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11”
Bestemmingsplan: IDN: Status: Datum: Opsteller:
van Alphenstraat 11 NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ONO1 Ontwerp November 2020 Dhr. C. Bouwhuis
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 2.1 2.2
HISTORISCHE ONTWIKKELING NIJVERDAL .......................................................................................................... 9 HET PLANGEBIED EN DE OMGEVING ............................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 16 4.1 4.2 4.3 4.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 24 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 26
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 30 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
GELUID .................................................................................................................................................... 30 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 31 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 32 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 33 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 36 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 38 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 44 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 45
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 47 6.1 6.2
ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 47 WATERPARAGRAAF ................................................................................................................................... 50
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 52 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 52 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 52 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 53
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 55 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 56 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 56 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 56 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 56
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 57
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 58 AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI............................................................................................ 59 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 60 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 61 NADER ONDERZOEK HUISMUS .............................................................................................................. 62 NADER ONDERZOEK VLEERMUIS ............................................................................................................ 63
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen op de hoek van de van Alphenstraat met de Nicolaas Beetsstraat te Nijverdal. Op deze percelen zijn momenteel een kantoorpand (van Alphenstraat 11) en een dienstwoning (Nicolaas Beetsstraat 8) aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens de percelen te herontwikkelen met woningbouw. De concrete ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 26 appartementen en 10 grondgebonden woningen. De 10 grondgebonden woningen bestaan uit een tweekapper en één blok van acht rijwoningen. De appartementen komen in het bestaande kantoorgebouw, die daarvoor zal worden verbouwd. Tevens wordt de eerdere uitbreiding op de 2e verdieping van het kantoorgebouw gesloopt, zodat de oorspronkelijke massa weer terugkomt. Ook de overige bebouwing, zoals opslag, magazijn en expeditie, worden gesloopt. Aan de noordzijde wordt op de begane grond het gebouw uitgebreid met enkele bergingen. Ook de overige (verouderde) bebouwing in het plangebied wordt gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling. De beoogde plannen zijn niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan, aangezien hiervoor de bouwen gebruiksmogelijkheden ontbreken. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Er zal worden aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bevindt zich op de hoek van Alphenstraat – Nicolaas Beetsstraat, in het centrumgebied van Nijverdal. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Nijverdal en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied in Nijverdal en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: ArcGIS)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0163.BPNDALPHENSTRAAT11-ONO11) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
De locatie is gelegen binnen het bestemmingsplan “Nijverdal-Zuid” van de gemeente Hellendoorn. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 2 februari 2010. Tevens geldt ter plaatse het “Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Hellendoorn”. Het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan “Nijverdal-Zuid” de bestemming ‘Maatschappelijk’. Binnen het plangebied is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen een maatvoering voor de bouwhoogte is geregeld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied opgenomen. Het plangebied wordt aangegeven middels de rode omlijning.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede geldend bestemmingsplan “Nijverdal-Centrum” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen
Gronden met een maatschappelijke bestemming zijn met name bestemd voor onderwijs, educatieve doeleinden, sociaal/medische, culturele en levensbeschouwelijke doeleinden, sportvoorzieningen en dienstwoningen overeenkomstig de bestaande situatie. Hierbij behorend zijn erven, terreinen parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen toegestaan. Gebouwen dienen te worden gebouwd binnen het bouwvlak, met inachtneming van de aangegeven maximum bouwhoogte. 1.4.3
Strijdigheid
Op dit moment zijn er in dit plangebied geen reguliere woningen toegestaan. Tevens zijn de bouwmogelijkheden ontoereikend voor de voorgenomen ontwikkeling. Om het gewenste plan mogelijk te
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de historische ontwikkeling van Nijverdal en een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de vooroverleg en inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
HOOFDSTUK 2 2.1
DE HUIDIGE SITUATIE
Historische ontwikkeling Nijverdal
Nijverdal is rond 1831 ontstaan op de kruising van de straatweg Zwolle-Almelo met de toen nog redelijk bevaarbare rivier de Regge. In die tijd werd bij veel boerenbedrijven en in woningen het weven van textiel als nevenactiviteit beoefend. Voor het opslaan, verzenden en verpakken van de thuis vervaardigde producten werd op deze kruising een magazijn gebouwd. In 1852 werd de handweverij Ainsworth omgebouwd tot de Koninklijke Stoomweverij. Parallel aan de straatweg Almelo-Zwolle werd eind 1880 een spoorlijn aangelegd. Langs de Regge werd rond die tijd de Koninklijke Stoombleekerij opgericht met gebouwen ten noorden en ten zuiden van de oostwestverbinding. Ten behoeve van de groeiende textielnijverheid en het benodigde personeel werden complexen van arbeiderswoningen opgericht, zoals ‘De Blokken’ langs de Blokkendijk en ‘De Verdeling’ langs de Grotestraat (Almelo-Zwolle). Later breidde de bebouwing van Nijverdal uit langs de Grotestraat, de Wilhelminastraat en de Rijssensestraat. Met uitzondering van de nederzetting Noetsele heeft nagenoeg langs alle wegen een verdichting van de bebouwing plaatsgevonden. In 1910 werd de spoorlijn Hellendoorn-Neede aangelegd. Als spoedig bleek dat de spoorlijn voor personenvervoer niet rendabel was, maar het spoor heeft nog jaren dienst gedaan voor de aanvoer van goederen naar de fabrieken.
Rond 1950 waren alle grote bedrijfsgebouwen van de textielindustrie op het spoor aangesloten (zie de historische kaarten van 1900 en 1950). Het tracé heeft grote invloed gehad op het stratenpatroon van Nijverdal en is op verscheidene plaatsen nog steeds herkenbaar, bijvoorbeeld in de vorm van bomenrijen die vroeger langs de spoorberm stonden en dat geldt ook voor bijvoorbeeld het vroegere tracé van de voormalige spoorlijn langs de Meester Ponsteenlaan/Oranjestraat/Meijboomstraat. Ook ter hoogte van het plangebied is deze historische lijn nog duidelijk aanwezig. Ter plaatse van de huidige Parallelweg bevond zich vroeger het tracé van de spoorlijn. Vooral vanaf 1945 werd de ontwikkeling van Nijverdal planmatig aangepakt. Noetsele en Nijverdal zijn aan elkaar gegroeid. De uitbreiding van Nijverdal heeft sinds 1950, na het opvullen van de vele open ruimtes, voornamelijk aan de zuidkant plaatsgevonden, ter weerszijden van de Rijssensestraat. Ook aan de zuidoostkant en aan de overzijde van de Regge hebben forse woonuitbreidingen plaatsgevonden, alsmede de inrichting van het bedrijventerrein 't Lochter. Aan de westzijde van De Joncheerelaan is de Zeeheldenbuurt tot stand gekomen. De laatste belangrijke ontwikkeling is de Kruidenwijk: een omvangrijke nieuwbouwwijk los van de bestaande kernen, ten oosten van Hulsen.
Het waardevolle binnenstedelijk gebied (groene hart) is daarbij gespaard. Andere belangrijke ontwikkelingen zijn onder andere de aanleg van de combitunnel en de aanleg van Kruidenwijk-Zuid. In afbeelding 2.1 is de ontwikkeling van Nijverdal in de periode 1850 tot 1950 weergegeven.
Afbeelding 2.1
Historische kaarten van Nijverdal uit 1850, 1900 en 1950 (Bron: Watwaswaar.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
2.2
Het plangebied en de omgeving
Het plangebied ligt ten zuiden van het centrum van Nijverdal. De directe omgeving bestaat met name uit woongebieden en enkele maatschappelijke functies. Belangrijke ruimtelijke structuurdragers in de nabije omgeving vormen de van Alphenstraat, de Nicolaas Beetsstraat en het ten oosten van het plangebied liggende Blokkenpark. Het plangebied wordt begrensd door de van Alphenstraat en de Nicolaas Beetsstraat aan de zuid- en oostzijde, woonfuncties aan de westzijde en een maatschappelijke functie (onder andere een basisschool) aan de noordzijde. Binnen het plangebied is nu een verouderd kantoorpand met een dienstwoning aanwezig. Voor het overige bestaat het plangebied uit verharding (ontsluiting en parkeerruimte) en groen (tuin). In afbeelding 2.2 en afbeelding 2.3 zijn een luchtfoto en een straatbeeld weergegeven.
Afbeelding 2.2
Luchtfoto’s ligging plangebied (Bron: Provincie Overijssel)
Afbeelding 2.3
Straatbeelden plangebied (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
In hoofdstuk 2 is al ingegaan op de historische ontwikkeling van het gebied en de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.
3.1
Gewenste ontwikkeling
Initiatiefnemer is voornemens om het bestaande pand deels te slopen en deels te verbouwen tot appartementengebouw. In afbeelding 3.1 is een weergave opgenomen van de te slopen gebouwen. Het gaat om de 2e verdieping van het noordelijk (achterste) deel van het kantoorpand, een transformatorhuisje, de ten noorden gelegen dienstwoning en de in het noordwesten gelegen bebouwing.
Afbeelding 3.1
Weergaven van de te slopen gebouwen (Bron: Spacetolive ontwikkeling B.V.)
Het te behouden deel van het kantoorpand wordt omgevormd naar appartementengebouw. Tevens wordt dit gebouw aan de noordzijde uitgebreid met enkele bergingen. Het appartementengebouw zal bestaand uit deels één, deels twee en deels drie bouwlagen, waarbij de maximum hoogte 10 m bedraagt. In het appartementengebouw worden 26 koopappartementen gerealiseerd, waarbij de grootte varieert tussen de 47m2 en 116m2. De appartementen zijn gelijkvloers en met een lift te bereiken. Op de begane grond worden acht appartementen gerealiseerd, op de eerste bouwlaag 10 appartementen en op de tweede bouwlaag acht appartementen. Alle appartementen worden voorzien van een balkon of een dakterras. Tevens krijgt elk appartement de beschikking over een eigen berging, die inpandig op de begane grondlaag worden gerealiseerd. Het appartementengebouw is op zowel de Nicolaas Beetsstraat als de van Alphenstraat georiënteerd, waarbij de hoofdentree, conform de huidige situatie, op de hoek van beide straten is gelegen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp Ten westen van het appartementengebouw worden grondgebonden woningen gerealiseerd. In de zuidwestelijke hoek van het plangebied komt een tweekapper, die met de gevel op de Van Alphenstraat zal worden georiënteerd. Dit betreffen koopwoningen. De tweekapper krijgt een goot- en bouwhoogte van circa 5,9 en 9,6 m. De rijwoningen betreffen huurwoningen in het middenhuur segment. Deze worden haaks op de tweekapper georiënteerd en krijgen een goot- en bouwhoogte van circa 5,8 en 9,3 meter. Het gaat om een blok van acht woningen. De goot aan de achterzijde van de rijwoningen is lager dan de voorste goot. Deze bedraagt namelijk 2,9 meter. Zowel de tweekapper en de rijwoningen bestaan uit twee lagen en worden afgedekt met een kap. De woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen verbinding, die zowel op de Nicolaas Beetsstraat en de van Alphenstraat wordt ontsloten, waarbij de verbinding richting de van Alphenstraat niet geschikt is voor gemotoriseerd verkeer. Tussen de woningen en het appartementengebouw wordt een binnentuin gerealiseerd. Deze wordt groen ingericht. Het parkeren wordt in het noorden van het plangebied gerealiseerd, waar in totaal 40 nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Tevens wordt gebruik gemaakt van 24 bestaande parkeerplaatsen langs de van Alphenstraat.
Tot slot wordt er langs de noordrand van het plangebied gedeeltelijk (uitsluitend daar waar akoestisch nodig) een geluidsscherm gerealiseerd ter afscherming van geluid ten gevolge van de noordelijk gelegen basisschool. In de volgende afbeelding zijn een plattegrond en enkele vogelvluchtimpressies opgenomen.
Afbeelding 3.2
Plattegrond gewenste situatie (Bron: Spacetolive Ontwikkeling B.V.)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
Afbeelding 3.3
Vogelvluchtimpressies gewenste situatie (Bron: Space to Live ontwikkeling B.V./PRD)
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke Nota Parkeernormen (vastgesteld d.d. 11 december 2012). De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Hellendoorn. 1. 2.
3.2.2
De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningbouwverenigingen, makelaars, enzovoort. De nota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke plannen en bouw- en verbouwprojecten in de gemeente Hellendoorn en niet voor bestaande parkeersituaties. Uitwerking
3.2.2.1 Uitgangspunten Binnen de begrenzing van het plangebied wordt de realisatie van in totaal 26 appartementen en 10 grondgebonden woningen mogelijk gemaakt. Op basis van de Nota Parkeernormen gelden de volgende uitgangspunten: • • •
Ligging: Stedelijkheidsgraad: Type: duur)
rest bebouwde kom weinig stedelijk (overige kern Nijverdal) huur (middenhuur), koop (twee-onder-één kap), koop (etage, midden en
De acht rijwoningen betreffen huurwoningen in de middensector. De tweekapper betreffen twee koopwoningen. De appartementen betreffen koopappartementen. 3.2.2.2 Berekening parkeerbehoefte Op basis van vorenstaande gegevens ontstaat het volgende beeld ten aanzien van de parkeerbehoefte: Functie Huur (sociale huur) Koop (twee-onder één kap) Koop (etage midden) Koop (etage duur) Totaal
Norm (per woning) 1,6 2,1
Aantal
Berekening
Totale behoefte
8 2
1,6*8 2,1*2
12,8 4,2
1,8
17
1,8*17
30,6
2
9
2*9
18 65,6
Zoals uit voorgaande tabel blijkt, bedraagt er een parkeerbehoefte van afgerond 66 parkeerplaatsen. Hier wordt in voorzien. Zoals ook in afbeelding 3.2 is weergegeven worden er 40 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd en bestaan er reeds 24 bestaande parkeerplaatsen langs de van Alphenstraat. De 24 parkeerplaatsen langs de van Alphenstraat zijn gelegen in het openbaar gebied. Deze werden echter gebruikt ten behoeve van de voormalige kantoorfunctie. Nu deze is komen te vervallen wordt het redelijk geacht om deze in gebruik te nemen ten behoeve van de nieuwe woonfuncties in het plangebied. De twee-onder-één kap woningen worden voorzien van een eigen oprit, waar tevens ruimte is voor het parkeren van één auto per woning. Totaal maakt dit dat er 66 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. 3.2.2.3 Verkeersgeneratie en verkeersveiligheid De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling zorgt niet voor een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen, die de capaciteit van de weg en de verkeersveiligheid op onevenredige wijze aantasten. Dit mede vanwege het feit dat op dit moment een ruime maatschappelijke bestemming op het perceel rust, op
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp basis waarvan sterk verkeersaantrekkende functies zijn toegestaan, waaronder sportvoorzieningen en educatieve doeleinden (basisschool). Het plangebied wordt zowel op de van Alphenstraat als de Nicolaas Beetsstraat ontsloten. Ook zijn de parkeerplaatsen zo gelegen zodat op beide straten wordt ontsloten. Hierdoor wordt het verkeer evenredig verspreid. Overigens zijn beide genoemde wegen van voldoende omvang om het verkeer op een veilige en eenvoudige wijze af te wikkelen. 3.2.3
Conclusie
Vorenstaande houdt in dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling geen onevenredige parkeer- en verkeersdruk met zich meebrengt en het plan vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren oplevert.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland ( de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •
•
• •
Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.
4.1.1.3 Toetsing van het initiatief aan de SVIR Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de hoofddoelen zoals verwoord in de SVIR.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen.
De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is op nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Om te bepalen of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet eerst duidelijk worden of er überhaupt sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet planologisch in het realiseren van 36 woningen. Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook van toepassing.
Hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking: Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). Kwantitatieve behoefte Met betrekking tot de woningbouwontwikkeling in Twente zijn regionaal afspraken gemaakt, met de bedoeling een evenwichtige en toekomstbestendige woningvoorraad in Twente te bewerkstelligen. Al in de Ontwikkelagenda van de netwerkstad Twente is afgesproken om gezamenlijk strategisch te gaan programmeren. Met betrekking tot het wonen is dit verder uitgewerkt in de Regionale Woonvisie Twente, welke is vastgesteld door de colleges van alle veertien Twentse gemeenten, GS en de gezamenlijke woningcorporaties. In de Regionale Woonvisie is afgesproken dat de gemeenten in Twente in beginsel alleen bouwen voor de lokale behoefte, conform de huishoudensontwikkeling. De bovenlokale behoefte zal worden gefaciliteerd in de netwerkstad.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp Zoals aangegeven in paragraaf 4.3.1, waarin het regionaal woonbeleid wordt behandeld (Regionaal Woonplan Twente 2019) blijkt dat er in de gemeente Hellendoorn tussen 2017 en 2026 netto nog tussen de 340 en 420 woningen bijgebouwd moeten worden. Hier bovenop komen 30 woningen die dienen ter vervanging van de bestaande woningvoorraad. Inhoudende dat de totale woningprogrammering 370 tot 445 woningen bedraagt tot 2026. De totale harde plancapaciteit bedraagt circa 1.005 woningen waarmee sprake is van een overaanbod van 245 tot 270%. Bij het maken van de woonafspraken in 2016 had de gemeente Hellendoorn te maken met een forse overcapaciteit aan (potentiële) woningbouwlocaties. Na de ondertekening van de woonafspraken heeft de gemeenteraad een plan van aanpak vastgesteld om deze overcapaciteit terug te brengen. In een werkdocument (behorende bij het plan van aanpak) staan alle woningbouwlocaties die de komende jaren op het programma staan en de plannen die geschrapt gaan worden bij herziening van bestemmingsplannen. In december 2018 heeft de gemeenteraad van Hellendoorn besloten om over te gaan tot het deprogrammeren in bestemmingsplannen. Dit is inmiddels vastgelegd middels een beheersverordening. Door de deprogrammering is ruimte ontstaan om kleinschalige woningbouwinitiatieven te faciliteren.
De in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling is hier een voorbeeld van. Onderhavige locatie is niet aangemerkt als locatie waar gedeprogrammeerd is. Het voornemen past daarmee binnen de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Hellendoorn. Kwalitatieve behoefte In de Woonvisie (paragraaf 4.4.2) is aangegeven dat er een grote behoefte is aan appartementen in het centrum. Daarbij is specifiek aangegeven dat de gemeente projecten op transformatielocaties faciliteert. De voorgenomen ontwikkeling sluit hierop aan. Tevens zijn de te realiseren appartementen levensloopbestendig en verschillen ze in oppervlakte (tussen de 47 en 116 m2). Dit betekent dat ze voor meerdere doelgroepen geschikt zijn, zowel jong als oud. Daarmee is er een concrete kwalitatieve behoefte naar de appartementen. Ten aanzien van de woningen geldt dat uit de Woonvisie blijkt dat er behoefte is aan huurwoningen in de middeldure sector en levensloopbestendige koopwoningen. Hiermee is de kwalitatieve behoefte aan de grondgebonden woningen aangetoond.
Ligt de ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied? De ruimtevraag moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Op basis van gebied specifieke situaties dient bepaald te worden wat wordt ervaren als stedelijk gebied. In het Bro is in artikel 1.1.1 een definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied. De definitie luidt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In voorliggend geval betreft het plangebied een binnenstedelijke locatie in de kern Nijverdal. Met de voorgenomen herontwikkeling wordt de ruimtevraag naar woningen binnen het bestaande stedelijk gebied opgevangen en is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid
Het initiatief is in overeenstemming met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het beleid dat in dit geval van toepassing is is de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. Op 12 april 2017 zijn de omgevingsvisie en –verordening door Provinciale Staten vastgesteld. De hiervoor genoemde plannen zijn op 1 mei 2017 in werking getreden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • •
• •
• 4.2.2
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
Afbeelding 4.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Hierna worden de lagen nader toegelicht. Of – generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in ons handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden.
Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik
lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1.
2.
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling is gelegen binnen de kern Nijverdal en betreft een binnenstedelijke (her)ontwikkeling die voldoet aan het principe van ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’. Zoals hierna ook blijkt uit het ter plekke geldende ‘Ontwikkelingsperspectief’ en het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de ‘Stedelijke laag’ is het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp plangebied gelegen in bestaand bebouwd gebied. Met de ontwikkeling wordt een woongebied toegevoegd tussen bestaande bebouwing. Er vindt geen extra ruimtebeslag plaats op de groene omgeving. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2. 1.
2.
Realisatie nieuwe woningen
Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel In dit geval is de behoefte aan de woningen aangetoond. Tevens is het initiatief in overeenstemming met de geldende woonafspraken die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voor een nadere toelichting wordt specifiek verwezen naar de paragraven 4.3.1 en 4.4.2, waar uitgebreid in is gegaan op het regionale en gemeentelijke woonbeleid. 4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
Afbeelding 4.2
Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
“Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” In dit geval wordt met de herontwikkeling een stedenbouwkundig verantwoord en functioneel passende ontwikkeling gerealiseerd, waarbij een aantrekkelijke woonlocatie ontstaat in de kern Nijverdal. De ontwikkeling vormt geen belemmering voor overige functies in de omgeving. De nieuwe bebouwing voegt zich goed in het straatbeeld en zorgt voor een stedenbouwkundige afronding van deze prominente locatie. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.
4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Natuurlijke laag” en de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven aangezien de oorspronkelijke waarden van deze lagen niet meer voorkomen in het plangebied. Daarnaast wordt de “Laag van de beleving” buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied van toepassing zijn. De “Stedelijke laag” In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype “Woonwijken 1955-nu”, dit is in afbeelding 4.3 weergegeven.
Afbeelding 4.3
Uitsnede van de ‘Stedelijke laag’ (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp “Woonwijken 1955-nu” De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” De ontwikkeling voegt zich in maat en karakter in het grotere geheel van Nijverdal-Zuid en wordt als onderdeel hiervan goed herkenbaar. Het bestaande gebouw blijft behouden en wordt ten behoeve van de ontwikkeling fors opgeknapt, waarbij aansluiting wordt gezocht bij omliggende bebouwing. Ook de nieuw te bouwen grondgebonden woningen zullen zich qua maat en schaal in de omgeving voegen. Voor een nadere toelichting hierop wordt ook verwezen naar de planbeschrijving in hoofdstuk 3 van deze toelichting.
Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling op de bewuste locatie goed past bij het huidige karakter van het omliggende gebied en daarom passend is binnen de ‘stedelijke laag’. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Regionaal woonprogramma Twente
4.3.1.1 Algemeen Voor Twente is de huishoudensprognose geactualiseerd. Daarvoor is een systematiek ontwikkeld waarbij 1) actuele marktinzichten worden betrokken, 2) ontwikkelingen op regionaal niveau worden meegewogen en 3) op lokaal niveau een stabieler beeld ontstaat over de verwachte huishoudensontwikkeling als basis voor programmering. Omdat prognoses gepaard gaan met enige onzekerheid maken de gemeenten in Twente de afspraak te werken met een bandbreedte. Zowel de onderkant als de bovenkant van de bandbreedte hebben waarde. Dit voorkomt blindstaren op één getal en helpt gemeenten in Twente een stap te zetten naar meer kwalitatief en adaptief programmeren. De bovenkant van de bandbreedte kan worden opgezocht onder de volgende voorwaarden: • • •
Het betreft voornamelijk woningbouwplannen binnen de bebouwde kom van de gemeente. Indien sprake van overprogrammering heeft de gemeente een door provincie geaccordeerd deprogrammeerplan en is hier aantoonbaar voortvarend mee aan de slag. Gemeenten hebben ook na 10 jaar nog groei laten zien, gemeenten met krimp moeten extra onderbouwen waarom ze de bovenkant van de bandbreedte opzoeken (specifieke doelgroepen kunnen een rol spelen).
De gemeenten maken in het RWP Twente onderscheid tussen de netto uitbreidingsvraag en vervanging. Daarvoor hebben gemeenten als aanvulling op de huishoudensprognose hun sloopopgave scherper in beeld gebracht. Vraag en aanbod ten aanzien van uitbreiding door huishoudensgroei en vervanging (sloop gevolgd) door nieuwbouw worden apart weergegeven. Zie tabel 1.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp
4.3.1.2 Hellendoorn Voor Hellendoorn geldt voor de periode 2017 tot 2027 dat er netto 340 tot 420 woningen bijgebouwd moeten worden om te kunnen voorzien in de verwachte huishoudenstoename. Hierboven op komen 30 woningen die dienen ter vervanging van de bestaande woningvoorraad. Inhoudende dat de totale woningprogrammering 370 tot 445 woningen bedraagt tot 2026. De totale harde plancapaciteit bedroeg circa 1.005 woningen op 1 januari 2017, waardoor sprake was van een overaanbod van 245 tot 270%. Bij het maken van de woonafspraken in 2016 had de gemeente Hellendoorn te maken met een forse overcapaciteit aan (potentiële) woningbouwlocaties. Na de ondertekening van de woonafspraken heeft de gemeenteraad een plan van aanpak vastgesteld om deze overcapaciteit binnen een periode van 3 jaar terug te brengen naar 100% conform de woonafspraken en de omgevingsverordening. In een werkdocument (behorende bij het plan van aanpak) staan alle woningbouwlocaties op het programma staan en de plannen die geschrapt gaan worden. Volgens het raadsbesluit bestond de harde plancapaciteit in Hellendoorn op 1 januari 2018 uit 889 woningen. Met de vaststelling van de ‘Beheersverordening Deprogrammering woningbouw Hellendoorn’ door de gemeenteraad van Hellendoorn zijn twee nog niet ontwikkelde woningbouwlocaties gedeprogrammeerd. Dit BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp betreft de locaties Hellendoorn Noord en Kruidenwijk Zuid. Hiermee wordt de harde plancapaciteit teruggebracht met 483 woningen. Hiermee wordt de woningbouwcapaciteit in gemeentelijke bestemmingsplannen teruggebracht tot binnen de, bestuurlijk met de provincie Overijssel overeengekomen bandbreedte van 370 tot 420 woningen voor de periode tot 2027. Het plan past binnen deze afspraken. 4.3.1.3 Conclusie De ontwikkeling van deze betreffende locatie past binnen de woningbouwprogrammering en sluit goed aan bij de gemeentelijke en provinciale ambitie om zoveel mogelijk in te zetten op ‘inbreiding’ in plaats van ‘uitbreiding’.
4.4
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken van toepassing. 4.4.1
‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’
4.4.1.1 Algemeen De ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’ (vastgesteld d.d. 12 februari 2014) bevat een brede visie op de toekomst en vormt het kader van alle ruimtelijke ontwikkelingen. De visie is opgebouwd in 3 lagen, namelijk identiteit, context en kernvisie: •
• •
Identiteit: gericht op versterken en kwaliteit van een gebied: deze geeft deze geeft niet aan welke ontwikkelingen waar mogelijk zijn maar meer binnen welke identiteit een bepaalde ontwikkeling moet worden uitgewerkt/vormgegeven. Context: gericht op de functionele opgave: Dit vanuit het huidige programma; wonen, werken natuur en verkeer. Kernvisie: In de kernvisie zijn de prioriteiten vanuit de workshops gedestilleerd en wordt aangegeven op welke ontwikkeling/wisselwerking de focus ligt.
4.4.1.2 Identiteit, Context en Kernvisie 4.4.1.2.1
Identiteit: ‘Sterke kernen’
De gemeente Hellendoorn is ingedeeld in zes identiteitsgebieden. Onderhavig plangebied bevindt zich in het identiteitsgebied ‘Sterke kernen’. De leefbaarheid van de dorpen (Nijverdal en Hellendoorn), de kernen (Daarle, Daarlerveen, Hulsen en Haarle) en de buurtschappen (Egede, Elen en Raahn, Marle en Hancate) is goed. De lichte daling van het aantal inwoners, ontgroening en vergrijzing zullen ook in de gemeente Hellendoorn hun impact hebben op wonen, zorg, werkgelegenheid en economie. Ondanks deze demografische veranderingen spant de gemeente Hellendoorn zich in om in alle dorpen, kleine kernen en buurtschappen een duurzaam samengestelde samenleving in stand te houden, met een voorzieningenniveau dat daarbij hoort. Passende woon-, leef- en zorgmogelijkheden voor alle leeftijdscategorieën vormen daarbij het uitgangspunt. Dat betekent dat de gemeente Hellendoorn kiest voor vraaggerichte nieuwbouw voor speciale doelgroepen met de nadruk op combinaties van wonen, welzijn en zorg. Creatieve initiatieven van alle mogelijke marktpartijen en particulieren op dit gebied worden nadrukkelijk gefaciliteerd. Bij voorkeur wordt gekozen voor inbreiding in plaats van uitbreiding. 4.4.1.2.2
Context: ‘Woongebied – te beheren’
Dit deel geeft een beschrijving van de gemeente Hellendoorn en schetst in het kort de verwachte ontwikkelingen op ruimtelijk, economisch en maatschappelijk vlak. De indeling is gebaseerd op de leidraad van de provincie Overijssel voor structuurvisies (april 2010). In dit geval is het thema ‘woningbouw’ van belang.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “van Alphenstraat 11” Ontwerp Woningbouw vindt plaats binnen de in ontwikkeling zijnde gebieden en op inbreidingslocaties (bijvoorbeeld door transformatie). Onderhavig plangebied is gelegen in een gebied dat op basis van de context-laag is aangemerkt als ‘woongebied – te beheren’. Deze bestaande woongebieden functioneren in algemene zin goed. Op gemeentelijk niveau zijn er geen opgaven deze woongebieden volledig te transformeren. Uiteraard zal er blijvend moeten worden geïnvesteerd in de kwaliteit van openbare ruimte, de nabijheid van voorzieningen en de sociale veiligheid. 4.4.1.2.3
Kernvisie
Binnen de kernvisie liggen tien concrete opgaven, waarvan zes ruimtelijke en vier procesmatige. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling maakt geen onderdeel uit van een concrete opgave. 4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’ De beoogde (her)ontwikkeling sluit goed aan bij de beleidsdoelen zoals verwoord in de ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’. Het initiatief draagt bij aan de identiteit ‘sterke kernen’ en voorziet in een aantrekkelijk woonmilieu met duurdere koopappartementen en grondgebonden levensloopbestendig. Het plan betreft een inbreidingsplan die zorgt voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse, aangezien ontsierende bebouwing deels wordt gesloopt en deels wordt opgeknapt. Met het plan is nadrukkelijk gekeken naar de architectonische inpassing in de omgeving. 4.4.2
Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025
4.4.2.1 Algemeen De Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025 is op 4 december 2019 door de gemeenteraad van Hellendoorn vastgesteld. Deze woonvisie is tot stand gekomen samen met woningcorporaties, zorgpartijen, marktpartijen, dorpsraden en inwoners. In deze woonvisie wordt het beleid vanaf 2012 geëvalueerd en is de woningmarktsituatie in kaart gebracht en doorvertaald naar een visie tot 2025. 4.4.2.2 Beleid in hoofdlijnen Het thema van de Woonvisie 2020-2025 is ‘van kwantitatieve opgave naar kwalitatieve kans’. De rode draad hierin is het op peil brengen en houden van een hoog kwaliteitsniveau in de bestaande woningvoorraad. Deze bestaande voorraad is het vertrekpunt van de Woonvisie. Nieuwbouw dient te worden ingezet als kwalitatieve toevoeging op de bestaande woningvoorraad. Woningen worden niet toegevoegd voor korte termijn vraag, maar voor lange termijn behoefte. Woningen die nu gebouwd worden staan er immers voor een lange tijd. Een andere belangrijk uitgangspunt is ‘inbreiding gaat voor uitbreiding’. Woningbouw dient in principe binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd te worden. Daarnaast dragen centrumlocaties meer bij aan structuurversterking van een kern (of gemeente) dan locaties aan de rand. Voor de gemeente Hellendoorn is voor de structuurversterking wenselijk aanvullend gebruik te maken van transformatielocaties en aanpakken van ‘rotte kiezen’.