Omgevingsplan Koersweg 4-4a Haarle
Tekst van het document
Wijziging van het omgevingsplan Koersweg 4, Haarle Vastgesteld
HOOFDSTUK 11 11.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Algemeen
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.
11.2
Kostenverhaal
Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.
11.3
Situatie plangebied
In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 48
Wijziging van het omgevingsplan Koersweg 4, Haarle Vastgesteld
HOOFDSTUK 12 12.1
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Participatie
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. De initiatiefnemer heeft omwonenden van zijn voornemen op de hoogte gebracht door langs te gaan en tekeningen te laten zien van de nieuwe situatie en het plan te bespreken. De omwonenden reageerden overwegend positief op het plan. Men is blij dat er een nieuwe functie komt voor het erf en de leegstaande gebouwen opgeruimd worden. In bijlage 11 is een rapport van de participatie te vinden.
12.2
Afstemming overlegpartners
Het plan wordt voorgelegd aan de relevante overlegpartners. In dit geval betreffen dit het waterschap, de veiligheidsregio en de brandweer. Eventuele reacties en wijzigingen worden in deze paragraaf opgenomen.
12.3
Vaststellingsprocedure
Het ontwerp wijzigingsbesluit heeft zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend in deze periode.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 49
Wijziging van het omgevingsplan Koersweg 4, Haarle Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE MOTIVERING
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 50
Ruimtelijk kwaliteitsplan Koersweg 4 Haarle
Colofon Door: De Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Auteur: H. Oldehinkel
Laatst gewijzigd:
3 februari 2025
Project: 2518
Contact
06 24 88 38 28
herbert@erfontwikkelaar.nl
Inhoudsopgave 1 Introduc tie
1
2 Bestaande situatie
2
3 Het landschap
4
4 To e l i c h t i n g
5
1 Introduc tie Dé Erfontwikkelaar is gevraagd om een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Koersweg 4 te Haarle. De initiatiefnemer wil op deze locatie een erftransformatie ontwikkelen.
Op deze locatie staan agrarische opstallen, waarvan een deel als landschapsontsierend wordt beschouwd. Dit landschapsontsierende deel heeft een oppervlakte van 1.082 m². Daarnaast bevinden zich op het erf een schuur met nog enige gebruikswaarde en twee bedrijfswoningen.
Het voornemen is om de landschapsontsierende bebouwing te slopen en op basis van het beleid ‘Nieuw Buitengebied’ ter compensatie één compensatiewoning te bouwen. Verder is het wenselijk om één van de twee bedrijfswoningen te slopen en herop te bouwen op een meer gewenste locatie. Tot slot is het de bedoeling om een schuur, die in gebruik is als caravanstalling, te behouden.
Aan dit Ruimtelijk Kwaliteitsplan ligt de beleidsnotitie ‘Nieuw Buitengebied’ ten grondslag. Naast het beleid zijn ook de wensen en randvoorwaarden van de opdrachtgever verwerkt in een plan.
1
locatie plangebied en slooplocatie
2 Bestaande situatie Het erf werd oorspronkelijk anders ontsloten. Hierdoor staat de oorspronkelijke boerderij nu ‘achter’ op het erf (2). Nabij deze boerderij is een tweede bedrijfswoning in landelijke stijl gebouwd (1). Er werden
8
varkens gehouden in drie stallen (3) en melkvee (4). Het erf heeft twee ontsluitingen op de Koersweg (5).
5
Rondom en op het erf staat diverse streekeigen beplanting. In de tuin is hoofdzakelijk struweel en staan
7 3
enkele kleine bomen (6). Tussen de Koersweg en de stallen bevindt zich streekeigen struweel (7).
3
5
3 4
De begrenzing van het erf ligt dicht rondom de bebouwing. Enkel tussen de woningen is een tuin voorzien. Aan de noordzijde van de Koersweg is een struweel aangeplant (8), dat als een rug voor het erf fungeert.
2 1
6
Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: het erf staat met de achterzijde richting de weg, dit is gebiedsvreemd; de erven vormen clusters langs de weg; de gebouwen staan verspreid op het erf de schuren staan ‘voor’ de boerderij, hierdoor kent het erf geen duidelijke voorzijde; er is weing opgaand streekeigen groen rondom het erf; de erven kennen veel gebiedseigen beplanting, dit is waardevol en moet waar kan behouden blijven; het erf kende van oorsprong geen harde overgang. 2
bestaand er f
bestaand er f waar bij de sc huren voor de woning staan
3
bestaand er f met de te behouden sc huur
plangebied en omgeving rond 1950
4
plangebied en omgeving rond 2024
3 To e l i c h t i n g Uitgangspunten initiatiefnemer: één bestaande schuur 968 m2 behouden; overige opstallen slopen (1.082 m2) één compensatiewoning oostzijde te behouden schuur; bestaande boerderij op termijn verplaatsen.
Uitgangspunten gemeente: middels een ruimtelijk kwaliteitsplan moet aangetoond worden dat de ontwikkeling past in het landschap aansluiten op de gebiedskenmerken jonge ontginningslandschap.
Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (jonge heide- en broekontginningslandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing deze wordt ingevuld met de sloopt van 1.082 m2
5
het er finr ic htingsplan
Het erf aan de Koersweg 4 wordt omgevormd van
ning te behouden en anderzijds een ruimtelijke een-
een agrarisch bedrijf naar een woonerf, waarbij de
heid te vormen met de overige bebouwing. Per saldo
mogelijkheid bestaat om kleinschalige bedrijvigheid
neemt de ruimtelijke kwaliteit toe door de sloop van
te behouden. Eén schuur wordt hiervoor behouden,
1.082 m² aan landschapsontsierende bebouwing en
aangezien deze nog gebruikswaarde heeft en niet
het opnieuw inpassen van het erf. Het erf blijft ont-
storend is in het landschap. Er is gekozen om de
sloten door de twee inritten. Op het erf is ruimte om
compensatiewoning aan de oostzijde van de schuur
te keren en te parkeren.
te realiseren, waarmee het erf opnieuw een duidelijke voorzijde krijgt. De te behouden schuur wordt
Samenvating maatregelen:
afgeschermd door middel van gebiedseigen stru-
sloop 1.082 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; één bestaande schuur van 968 m2 blijft behouden en kan gebruikt worden voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten; de bestaande boerderij kan herbouwd worden naast de tweede bedrijfswoning; aanplant van ca. 1.400 m2 struweel rondom de te behouden schuur; de woningen worden ingepast middels streekeigen hagen en bomen.
weel. Deze robuuste aanplant schermt het volume af en zorgt voor een goede landschappelijke inpassing. In dit type landschap komen meer kleine houtopstanden voor, waardoor het erf zich goed voegt in de omgeving.
De bestaande tweede bedrijfswoning blijft behouden. De bestaande boerderij is oud en kan bouwkundig niet meer worden opgeknapt. Binnen dit plan wordt er een mogelijkheid opgenomen om de boerderij te herbouwen. Uiteindelijk ontstaan er ruimtelijk twee erven: de compensatiewoning met de te behouden schuur en de tweede bedrijfswoning met een her te bouwen woning. Rondom deze woningen worden door middel van solitaire bomen en hagen landschappelijke inpassingen gerealiseerd.
Ook rondom de compensatiewoning komen solitaire bomen en hagen om enerzijds het zicht op de wo6
sfeer beeld str uweel rondom te behouden sc huur
Legenda 1. Bestaande schuur behouden t.b.v. caravanstalling (907 m2) 2. Te slopen landschapsontsierende bebouwing (1.082 m2)
3. Compensatiewoning met bijgebouw 4. Bestaande woning
5. Her te bouwen boerderij
6. Bestaande boerderij slopen
7. Aanplant forse houtsingel rondom schuur
7
8. Keren en parkeren
10
9. Bomen op het erf (Linde/Walnoot/Kastanje/Zwarte Els) 10. Beukenhaag
2
11. Gemengde geschoren haag 9
11
4
10
1
8 5
6
3
9
9
7
het er finr ic htingsplan
Legenda 1. Aanplant struweel bestaande uit: Betula pendula - Ruwe berk 10% Ilex aquifolium - Hulst 5% Cornus sanguinea – Rode kornoelje 25% Ribes rubrum - Aalbes 10% (langs randen) Viburnum opulus – Geldersche roos 15% Prunus spinosa - Sleedoorn 25% Acer campester - Veldesdoorn 10%
Aanplantmaat 60-80 met 1 st/m2 Eindbeeld is een gesloten houtsingel van tussen de Koersweg en de schuur ca. 10 (m) west-zuidzijde min. 5 (m)
2. Aanplant wilde liguster - LIgustrum vulgaris Aanplantmaat 80-100 Aanplanten met 5 st/m1 Eindbeeld is een geschoren haag van max. 2 (m) hoog 3. Aanplant Hollandse Linde - Tilia x europea Aanplantmaat 14-16 totaal 7 stuks Eindbeeld is een boomgroep of solitair op het voorerf
1
4. Aanplant beukenhaag - Fagus sylvatica Aanplantmaat 80-100 Eindbeeld is een haag van max. 1 (m) hoog
6. Aanplant paardenkastanje - Aesculus hippcastanum Aanplantmaat 14-16 Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitaire boom
6
Aanplantmaat 80-100 Aanplanten in drie rijen met een onderlinge afstand van 0,5 (m) groepen van 5 5/st m1 Eindbeeld is een gemengde haag van min 1(m) breed en max. 1,50 (m) hoog
8
3
3 3
7. Aanplant Haagbeuk - Carpinus betulus Aanplantmaat 14-16 Totaal 2 stuks Eindbeeld is een solitaire boom
9. Aanplant gemengde haag: wilde liguster - Ligustrum vulgaris beuk - Fagus sylvatica veldesdoorn - Acer campester vuilboom - Frangula alnus
3
7
5. Aanplant Fladderiep - Ulmus laevis Aanplantmaat 14-16 Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitair
8. Nieuw aan te planten zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 12-14 met in totaal 8 stuks Eindbeeld is een losse boomgroep op achtererf
4
3
3 3
4
5
8
2
8
7
9
8
8
de landsc hapsmaatregelen
www.erfontwikkelaar.nl
Wijziging van het omgevingsplan Koersweg 4, Haarle Vastgesteld
Bijlage 2
Advies externe veiligheid
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 51
Wijziging van het omgevingsplan Koersweg 4, Haarle Vastgesteld
Bijlage 3
Uitgangspuntennotitie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 52
Uitgangspunten Wateradvies Weging Waterbelang Versie 2024
Inhoudsopgave 1. Wateradvies
3
1.1. Aanleiding
3
1.2. Doel en inhoud van het document
3
1.3. Vervolg van het document
3
2. Bestaande situatie
5
2.1. Aanvraag wateradvies Haarle, Koersweg 4
5
2.2. Bestaande waterhuishouding
5
3. Uitgangspunten voor het plan
7
3.1. Uitgangspunten op inrichtingenniveau
7
3.2. Watersysteem
7
3.3. Overbelasting watersysteem
8
3.4. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast
11
3.5. Waterkwaliteit
11
3.6. Riolering
13
4. Vervolg weging waterbelang
14
4.1. Informeel overleg over de uitgangspunten
14
4.2. Beoordeling en officieel wateradvies
14
4.3. Omgevingsvergunning
14
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 2
1.
Wateradvies
1.1. Aanleiding
Water is een belangrijke drager van de ruimtelijke kwaliteit in de fysieke leefomgeving. Vanuit de omgevingswet dienen de overheden bij de beoordeling van de fysieke leefomgeving de ‘weging van het waterbelang’ mee te nemen. Voor het beoordelen van het waterbelang dient het bevoegd gezag afstemming te zoeken met het waterschap. Om hier invulling aan te kunnen geven vraagt het Waterschap Drents Overijsselse Delta bij aanvang van een initiatief voor een omgevingsplanactiviteit of een voorgenomen ontwerp (wijziging) van een omgevingsplan een wateradvies in te dienen, zodat de weging van het waterbelang in een vroeg stadium kan worden meegenomen en kan worden uitgewerkt. Op basis van de aangeleverde informatie via invullen van de watertoets (www.wateradvies.nl) wordt er door het waterschap een uitgangspuntennotitie opgesteld. Op basis van dit uitgangspuntendocument kan het wateraspect verder worden uitgewerkt in de onderbouwing van het initiatief. Daarna zal op basis van deze uitwerking door het waterschap uiteindelijk een wateradvies worden afgegeven. Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in de Watervisie, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Kadernotitie Stedelijk Water. Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd.
1.2. Doel en inhoud van het document
Het doel van onze uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase/ontwerpfase van een plan bruikbare informatie aan te leveren om de weging van het waterbelang vorm te kunnen geven voor alle wateraspecten in en rond het plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat: • De bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2.1); • Concrete uitgangspunten voor het plan waarmee u de wateraspecten regelt (Hoofstuk 3); • Informatie over het vervolg van de weging van het waterbelang en de uiteindelijke beoordeling van WDODelta in het kader van het wateradvies (Hoofstuk 4).
1.3. Vervolg van het document
Het is de bedoeling dat de u de uitgangspuntennotitie uitwerkt en deze bijvoegt bij de conceptaanvraag van een (buitenplans) omgevingsplanactiviteit, wijziging van het omgevingsplan of projectbesluit. Het enkel bijvoegen van de dit document of de ingediende digitale vragenlijst is onvoldoende om weging van het waterbelang vorm te geven.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 3
Beschikbare gegevens Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan, zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens. Legger oppervlaktewater en waterkeringen Op de website van WDODelta vindt u een geoportaal met de Legger. De Legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: - de locatie van wateren en dijken; - de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; - de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; - de ruimte die we rond watergangen reserveren voor onderhoud; - wie het onderhoud uitvoert (als de onderhoudsplichtige niet is opgenomen, dan geldt de Keur) Waterschapsverordening In de Waterschapsverordening (voorheen Keur) staan regels: - over het voorkomen van schade aan onder andere dijken en oevers; - over het onderhoud van onder andere sloten, beken en rivieren; - over het gebruik van grondwater en water uit sloten. ArcGIS Online Diverse gegevens ontsluiten wij via het webportaal van ArcGIS Online. www.klimaateffectatlas.nl In de klimaateffectatlas ziet u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaateffectatlas kan helpen om bestaande risico’s, of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling, te minimaliseren.
Daarnaast zijn in samenwerking met gemeenten en de provincie klimaatatlassen ontwikkeld die een breder beeld geven van de gevolgen van klimaatverandering: - Fluvius (Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel) - RIVUS (West-Overijssel) Provincie Overijssel Provincie Overijssel heeft vanuit de ruimtelijke verordening een eigen set kaarten toegevoegd, die met name voor het helder definiëren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. Provincie Drenthe Provincie Drenthe heeft vanuit de ruimtelijke verordening een eigen set kaarten toegevoegd, die met name voor het helder definiëren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. Algemene Hoogtekaart Nederland Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen. Bodem en grondwaterstanden provincie Overijssel Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Overijssel. Bodem en grondwaterstanden provincie Drenthe Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Drenthe.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 4
2.
Bestaande situatie
2.1. Aanvraag wateradvies Haarle, Koersweg 4
Het plan ligt aan de Koersweg 4 te Haarle in de gemeente Hellendoorn. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: Wijziging van het omgevingsplan voor de realisatie van een compensatiewoning, sloop landschapsontsierende gebouwen en verplaatsing woning.
2.2. Bestaande waterhuishouding
Het plan ligt in het deelstroomgebied Noord Zuidleiding. Voor het plan is het van belang of er rond het plangebied oppervlaktewaterlichamen1, ook wel watergangen genoemd, en/of een bergingsgebied2 aanwezig zijn. Bij watergangen wordt er onderscheidt gemaakt in A- en B-oppervlaktewaterlichamen. Binnen het plangebied liggen A-oppervlaktewaterlichaam [OK 40 97] die WDODelta beheert. Het plan ligt niet in een bergingsgebied van het waterschap. Het peilgebied bevat één peilvak en heeft een maximumpeil van NAP 8,1 m. Dit peil is de instelhoogte bij een peilscheidend kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil, afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.
Figuur 1 - Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied.
-
De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP + 9,5 m. De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit podzolgronden en kalkloze zaondgronden. Voor een analyse van diepere grondlagen kan gebruik worden gemaakt van Dinoloket. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op ongeveer 120 cm onder het maaiveld. Aan de oostzijde van het plangebied is de GHG wel een stuk lager namelijk op ongeveer 70 cm onder het maaiveld.
1
Samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna. 2 Gebied waaraan op grond van de Omgevingswet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 5
-
Let op: Door de aanwezigheid van slecht doorlatende (klei) lagen kunnen schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. Bij extreme neerslag wordt geen wateroverlast in of bij het plangebied verwacht (zie https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/).
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 6
3.
Uitgangspunten voor het plan
3.1. Uitgangspunten op inrichtingenniveau
De uitgangspunten in dit hoofdstuk verwerkt de initiatiefnemer in het inrichtingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Dat houdt in dat de initiatiefnemer aangeeft hoe hij of zij met de uitgangspunten omgaat en op welke manier deze vertaald worden naar maatregelen binnen het plangebied. De initiatiefnemer kan in samenwerking met de gemeente bij ons advies vragen over waterhuishoudkundige maatregelen. In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: • Watersysteem • Overbelasting watersysteem • Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast • Waterkwaliteit • Riolering Het is nodig om in de plannen de uitgangspunten uit te werken. In de vervolgfase beoordeelt WDODelta de onderbouwing.
3.2. Watersysteem
Het watersysteem is het samenhangend geheel van één of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Het is van belang om de aan- en afvoer van voldoende water via het watersysteem te kunnen waarborgen. Daarnaast is het waarborgen van de kwaliteit en ruimte voor water van groot belang. Oppervlaktewaterlichamen (watergangen) Binnen het plangebied ligt een beperkingengebied 3 van een A-watergang (met een beschermingszone) van WDODelta, zoals weergegeven in figuur 1. Het beperkingengebied bij een A-watergang bestaat uit de watergang (van insteek tot insteek) en de beschermingszone, zoals aangegeven in onderstaande afbeelding. Bij een B-watergang bevat het beperkingen gebied alleen de B-watergang.
In dit geval betreft het een duiker. Voor wat betreft de duiker wordt dezelfde beschermingszone gehanteerd als bij een A-oppervlaktewaterlichaam.
3
Bij of krachtens de Waterschapsverordening aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 7
Het is noodzakelijk dat de functie van deze watergang(en) altijd is gegarandeerd. Binnen beperkingsgebieden gelden regels om de functie van deze watergangen te borgen. De regels zijn opgenomen in de Waterschapsverordening. Voor activiteiten binnen het beperkingengebied van een watergang doet u, afhankelijk van de activiteit die u wil gaan doen, een melding of een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij WDODelta. Meer informatie vindt u hier op onze website: vergunningen. Lozingsactiviteiten (waterkwaliteitsbeheer) zijn van toepassing op alle typen oppervlaktewaterlichamen (A-, B- en overige oppervlaktewaterlichamen) in het watersysteem. Criteria oppervlaktewaterlichamen: • A-oppervlaktewaterlichamen (>25 l/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): Dit zijn watergangen waar wij verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het beheer en onderhoud. • B-oppervlaktewaterlichamen (>10 l/s afvoer en <25 l/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): Wij zijn verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de aanliggende eigenaar van de watergang is verantwoordelijk voor het onderhoud (we noemen dat onderhoudsplichtig4). Op de Bwatergangen wordt door het waterschap toezicht gehouden (dit noemen wij schouw).
• Overige oppervlaktewaterlichamen, ook wel C-watergangen genoemd (<10 l/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): De aanliggende eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud. Er geldt geen onderhoudsverplichting en wij houden geen toezicht of het onderhoud goed wordt uitgevoerd, behalve als de C-watergang in beheer is van WDODelta en met de omgeving onderhoudsafspraken zijn gemaakt. Verder is het plaatsen van nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunningsplichtig of meldingsplichtig (zie de Waterschapsverordening). Daarnaast is het noodzakelijk dat alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) voor ons toegankelijk zijn. Wijzigingen aan het watersysteem 5 Dempen of graven wateren: Voor het graven of dempen van watergangen (ook die niet in beheer zijn bij WDODelta) zijn regels. Voor de activiteit kan een melding of vergunning nodig zijn op basis van de Waterschapsverordening.
3.3. Overbelasting watersysteem
Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag u hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt, afvoeren. Dit mag echter niet leiden tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel wij als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. U houdt rekening met de randvoorwaarden die door de overheid gesteld worden aan: • Vasthouden-bergen-afvoeren; • Benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • Gescheiden houden van hemelwater en rioolwater; • Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • Eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast.
4
Onderhoud is het totaal van activiteiten met als doel, het in "een aanvaardbare conditie" houden of terugbrengen van de watergang. Specifieke kenmerken van deze conditie worden afgestemd met het waterschap. 5 De specificatie van ons watersysteem is op te vragen bij onze beheer afdeling.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 8
Bij het voorkomen van wateroverlast zijn er twee zaken van belang: • Voorkomen van overbelasting van het watersysteem en • Voorkomen van versnelde afvoer van afstromend hemelwater Het is van belang om overbelasting van het watersysteem te voorkomen. Dit kan worden gerealiseerd door gebiedseigen water daar waar het valt te gebruiken of vast te houden. Hierbij is de voorkeursreeks van toepassing: hergebruik – vasthouden/infiltreren6 – afvoeren. Regenwater dat op een onverharde bodem valt, dringt voor een belangrijk deel in de bodem. Ter plaatse van verhard oppervlak zoals bebouwing en terreinverharding zal het regenwater nauwelijks in de bodem dringen: vrijwel al het water stroomt direct af naar het slotenstelsel. Dit betekent dat het waterpeil bij een flinke regenbui snel kan stijgen. Het is van belang om wateroverlast binnen het plangebied te voorkomen. Ook mag de bebouwing, door het versneld afvoeren van water, geen wateroverlast veroorzaken buiten het plangebied, dit wordt afwentelen genoemd. Het afwentelen van wateroverlast betekent dat de problemen die ontstaan door overtollig water niet worden opgelost, maar verplaatst naar andere gebieden. Daarom is het aanleggen van extra waterberging ter compensatie van het verhard oppervlak noodzakelijk, zo wordt de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater voorkomen.
Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthouden-bergen-(vertraagd) afvoeren. Compensatie nieuwbouw grote plannen en uitbreidingslocaties (stedelijk gebied & landelijk gebied > 500 m2) Voor grote(re) plannen en uitbreidingslocaties geldt als regel, dat voor het totale aanwezige verhard oppervlak binnen het plan een berging, ter compensatie voor de versnelde afvoer, van het afstromende hemelwater benodigd is. Zoals al is aangegeven volgt compensatie de volgende trap: vasthouden-bergen-afvoeren. Na realisatie van het plan is er een totaal verhard oppervlak van ongeveer 2.500 m2 aanwezig binnen het plangebied. Geadviseerd wordt om in de nieuwe situatie per perceel het verhard oppervlak te compenseren volgens de rekenregel: <oppervlak> m2 * 0.08 m = <kuub>m3 [kuub] waterberging. Bij de uitwerking van het plan moet beschreven zijn hoe en waar waterberging aanwezig is of wordt gerealiseerd. De onderstaande uitgangspunten gelden: • Bestaand open water binnen het plangebied biedt mogelijk ruimte voor extra berging, dit moet in overleg met het waterschap bekeken worden. • Bij water in bergingsvoorzieningen, zoals wadi’s rekenen we de bergings-/infiltratiecapaciteiten in de bodem (inclusief grondverbetering) niet mee. De hoogte van de berging wordt berekend vanaf de bodem wadi tot aan slokop/noodoverlaat.
Let op: 6 Infiltreren is het insijpelen van hemelwater in de bodem.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 9
o het oppervlak van de bovengrondse berging (bijvoorbeeld wadi of bergingsvijver) telt zelf ook mee bij het ‘afstromend oppervlak’ voor bepalen m3 berging. o een berging onder de grond - in de vorm van kratten of Rockflow - telt wel mee met de berging, mits deze niet gevuld zijn door infiltratie door hoge grondwaterstanden (GHG moet niet hoger zijn dan onder de onderkant van de kratten of Rockflow). o Berging in de bestaande gemengde riolering valt hier niet onder. Toetsbui voor extreme neerslagsituatie Wij toetsen het watersysteem op basis een regenbui van 111 mm 7 in 48 uur (hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden op basis van gegevens KNMI). De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 l/s/ha. Het is belangrijk dat bij deze buien geen regenwater in woningen komt en belangrijke ontsluitingswegen vrij van water blijven. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA 8 statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm. Criteria
Statistiek volgens STOWA - rapport 2015-10
Klimaatscenario Afvoer (l/s/ha) T=100 (maatgevend) Maatgevende bui duur (uur) Totale neerslaghoeveelheid (mm) Afvoer via oppervlaktewater (mm) Berging dak/straat/etc. (mm) Benodigde berging (mm)
Huidig klimaat +10% 1,6 48 111 28 (1,6 l x 3600 s x 48 h/10.000) 3 80
Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging
Extreme neerslag (boven normatieve situatie) Verder adviseren wij een stress-test uit te voeren met een bui die boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan lokaal tot veel wateroverlast leiden. Het is belangrijk dat u de gevolgen hiervan in beeld brengt. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De initiatiefnemer kiest welke boven normatieve situatie wordt bekijken. Te denken valt aan een range van 60 mm tot 150 mm in een uur. Dat zijn zeer grote hoeveelheden, maar deze komen zeker met de verandering van klimaat vaker voor. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben. Grondwateroverlast en kwel • Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) adviseren wij, ter voorkoming van grondwateroverlast, een aanleghoogte van de vloer van minimaal 80 cm ten opzichte van de GHG. Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kunt u volstaan met een geringere ontwateringsdiepte (verschil grondwaterstand en maaiveld). • Drempelhoogte gebouw: Om wateroverlast (hemelwater) en schade in woningen en bedrijven te voorkomen, adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren.
Ook voor lager (beneden het maaiveld) gelegen ruimtes zoals kelders, parkeergarages is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan het voorkomen van wateroverlast.
7
mm neerslag = liters/vierkante meter
8 Stowa: stichting toegepast onderzoek waterbeheer.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 10
•
•
Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar grondwateroverlast op kan treden, adviseren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimte loos bouwen of het (2) ophogen van het plangebied. Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om, in overleg met ons, zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen. Mogelijk hebben wij ook peilbuizen op de locatie staan die gebruikt kunnen worden. In de praktijk zien wij dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) vaak te laag wordt ingeschat, dit leidt tot wateroverlast na realisatie van de ontwikkeling.
3.4. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast
Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. Grondwater - grondwateronttrekking In een nieuw te ontwikkelen gebied verlagen we structureel de waterstanden binnen het gebied niet, na het bouwrijp maken. Op grond van de Waterschapsverordening is een melding aan of vergunning van het waterschap nodig voor grondwateronttrekkingen. Het uitgangspunt is dat de minder risicovolle grondwateronttrekkingen met een melding worden toegestaan en daarmee vrijgesteld zijn van de vergunningplicht. Als niet voldaan kan worden aan de criteria uit de algemene regel uit de waterschapsverordening, blijft het verbod om zonder vergunning grondwater te onttrekken van toepassing. Structurele grondwateronttrekking (vanaf 10 m3/uur) zijn in principe niet gewenst. Peilbeheer grasland Het plan ligt in een agrarisch gebied met grasland. Het peilbeheer in graslanden kent hogere waterstanden dan bij akkerbouw. In extreme neerslagsituaties kan op grasland/maïsland vaker dan 1/10 jaar wateroverlast optreden en op akkerbouwgebieden meer dan 1/25 jaar wateroverlast optreden. Het peilbeheer is hierop aangepast, dus houdt u rekening met deze hogere waterstanden (zie ook de Provinciale Omgevingsverordening Overijssel – uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast buiten de bebouwde kom).
Verdroging/vernatting Wij gaan bij het plan uit van het bestaande of verhogen van grond- en oppervlaktewaterregime. Indien bij het ontwikkelingen van grasland naar bebouwd gebied er een wens is tot waterpeil wijziging, dan is het nodig om ons hier tijdig bij te betrekken. Neemt u hiervoor contact op met de gebiedsbeheerder van het waterschap.
3.5. Waterkwaliteit
Het watersysteem en de waterketen wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt en zorgt dat het voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Beleid en regelgeving Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale watersysteem. Voor de borging van waterkwaliteit gelden diverse maatregelen. Voor bepaalde stoffen zijn Europese normen vastgesteld, bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen zoals lood, cadmium, oplosmiddelen en bestrijdingsmiddelen.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 11
Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: o Schoon hemelwater (dakoppervlakken) mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater binnen het plangebied. o Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater binnen het plangebied. o In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren (zichtbaar). Als dit niet kan is het noodzakelijke voorzieningen te treffen om eventuele foutieve ondergrondse aansluitingen te kunnen vaststellen. Hemelwater wordt vastgehouden alvorens het vertraagt wordt afgevoerd. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen worden in het ontwerp geen uitlogende (bouw)materialen gebruikt. • Verversing oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen vermijden. Het is nodig dat het watersysteem zo ontworpen wordt dat er aandacht is voor verversing en wateraanvoer. Stilstaand water - zeker bij opwarming en droogte – is kwetsbaar (met als gevolg bijvoorbeeld vissterfte). • Peilbeheersing: Wij kunnen sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. In gebieden waar wij geen water kunnen aanvoeren en sloten droogvallen, kunnen wij de waterkwaliteit niet sturen. We adviseren om in deze gebieden bij droogvallende watergangen een minimale waterdiepte te hanteren van 100 cm om te voorkomen dat ze droogvallen.
Verontreinigingen - afvalwater Bij verontreinigd afvalwater, bijvoorbeeld verontreinigd hemelwater, geldt de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van afvalwater: 1. het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 2. verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; 3. afvalwaterstromen gescheiden houden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; 4. huishoudelijk afvalwater en afvalwater wat betreft biologische afbreekbaarheid daarmee overeenkomt, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, worden ingezameld en naar een zuiveringtechnisch werk getransporteerd; 5. ander afvalwater dan bedoeld onder 4, wordt, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, opnieuw gebruikt; 6. ander afvalwater dan bedoeld onder 4 wordt lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu gebracht en 7. ander afvalwater dan bedoeld onder 4 wordt naar een zuiveringtechnisch werk getransporteerd. De gemeente of provincie gaan over lozingen in het openbaar rioolstelstel en het waterschap over lozing in het oppervlaktewater9. Afhankelijk van het soort afvalwater, gelden er regels uit de Waterschapsverordening of het Besluit activiteiten leefomgeving. Er kan een meldplicht of een vergunningplicht gelden, neem voor meer informatie contact op met het waterschap, of zo nodig met uw gemeente of provincie.
In het algemeen adviseren wij: • Het gebruik van de volgende toepassingen te beperken: o Uitloogbare materialen (zoals bijvoorbeeld koper, lood of zink) die een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen veroorzaken; o Chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; o Verduurzaamd hout als oeverbeschoeiing;
9 Of in een uitzonderlijke situatie wanneer op een zuiveringtechnisch werk van het waterschap wordt geloosd.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 12
Stoffen, bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen (ook milieuvriendelijke), niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater te lozen. Bij een agrarisch terrein de inrichting van het terrein dusdanig in te richten, dat geen overmatige toevoer van meststoffen (onder andere stikstof en fosfaat) naar het watersysteem loopt. Het terrein is onder andere bezemschoon. De initiatiefnemer houdt rekening met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen. Dit is in Europese en landelijke regels vastgelegd (Omgevingswet: Besluit activiteiten leefomgeving). o
•
3.6. Riolering
Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen door onder andere een doelmatige werking van de rioolwaterzuivering na te streven en de vuillast vanuit riolering naar oppervlaktewater te beperken. Hiervoor is een goede afstemming over aanvoer naar de rioolwaterzuivering en een juiste werking van de riolering noodzakelijk. Beleid en regelgeving • Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat bij nieuwe ontwikkelingen het afstromend hemelwater niet naar de rioolwaterzuivering gaat, maar ter plaatse in het milieu komt. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater, zie paragraaf 3.3. • Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen: Wij adviseren om, daar waar mogelijk, het hemelwater bovengronds af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie met bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Het is noodzakelijk dat de ontwikkelaar de keuze van waterafvoer aan ons voorlegt.
• Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich ontdoet) op oppervlaktewater vanuit een woning of een activiteit/inrichting gelden de diverse wetten, besluiten en regels waaronder: o Voor het lozen van huishoudelijk afvalwater gelden lozingsvoorschriften in paragraaf 6.2.4 en 7.2.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarnaast is afdeling 4.4 ‘Lozen van huishoudelijk afvalwater’ van de Waterschapsverordening van toepassing. Er kunnen ook aanvullende regels in het omgevingsplan van de gemeente staan. De voorkeursroute voor lozing is via het vuilwaterriool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. In de Waterschapverordening zijn afstandsbepalingen opgenomen waarbij verplicht in het vuilwaterriool moet worden geloosd. o Uitgangspunt is dat u het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel loost. Indien dit niet mogelijk is, is het nodig om een zuiveringsvoorziening te treffen, die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. o De regels voor het lozingen van (bedrijfs)afvalwater vindt u terug in de Waterschapsverordening en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). •
Gemeentelijk rioleringsbeleid: De gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. Afvalwater en hemelwater biedt u op de perceelgrens gescheiden aan. Eventueel geldt er een bergingseis vanuit de gemeente. Bekijk voor alle voorwaarden en eisen altijd het omgevingsplan van de gemeente.
Rioolcapaciteit De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel houdt u rekening met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze informatie is te vinden in het omgevingsplan. Bij een verandering of aanleg van het rioolsysteem is het nodig om het waterschap in de initiatief fase te betrekken.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 13
4.
Vervolg weging waterbelang
4.1. Informeel overleg over de uitgangspunten
Bij elk plan of project met een ruimtelijk aspect moet een weging van het waterbelang plaatsvinden. Hierdoor is er aandacht voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Het is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een zo vroeg mogelijk stadium overlegd met het waterschap. Het proces begint met een plan of schets. In dit stadium wordt een wateradvies ingediend. Dit document geeft u handvatten om verdere uitvoering te geven aan de waterhuishouding van het idee of schets. Het is de bedoeling dat u op basis van de waterhuishouding in en rondom uw plangebied en deze uitgangspuntennotitie het waterbelang uitwerkt, daar waar nodig doet u dit met het opstellen van een WHP. Het plan kan informeel worden besproken met het waterschap, meestal gebeurt dit via de zogeheten omgevingstafel of bilateraal. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspuntennotitie dan gaan wij graag met u in gesprek. Mocht u graag willen sparren over de uitwerking van de waterhuishouding op het perceel, ook dan gaan we graag met u in gesprek.
4.2. Beoordeling en officieel wateradvies
Na deze (informele) fase dient het onderdeel ‘water’ uitgewerkt te worden om te komen tot een volledige onderbouwing voor een aanvraag voor een (buitenplans) omgevingsplan activiteit, wijziging van een omgevingsplan of projectbesluit. Hierbij zien wij graag de ‘water en bodem sturend’ filosofie terug zodat er een goede weging van de waterbelangen kan worden gemaakt. Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u ons deze ter beoordeling toe. Wij kunnen alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij het waterbelang in het plan wegen in het licht van de geldende regels vanuit het omgevingsplan, de Waterschapsverordening en het beleid van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Geldigheid van de uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van onze beleidsregels. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteren wij een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is, kunt u met ons contact opnemen voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar of wij sturen u de geactualiseerde uitgangspunten.
4.3. Omgevingsvergunning
Heeft u een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig op grond van de Waterschapsverordening? De uitgangspuntennotitie dat wij opstellen in het kader van het wateradvies is geen omgevingsvergunning voor (water)activiteiten. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Waterschapsverordening of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit aanvragen op het digitale omgevingsloket of via onze website wdodelta.nl. In de uitgangspunten (paragraaf 2) staat waar mogelijk een watervergunning voor nodig is.
© Waterschap Drents Overijsselse Delta
Dit document is opgesteld door Arna Spaling op 16 december 2024. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over het wateradvies op de website van WDODelta.
Uitgangspunten Wateradvies - Weging Waterbelang
pagina 14
Wijziging van het omgevingsplan Koersweg 4, Haarle Vastgesteld
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 53
Akoestisch onderzoek geluid door wegen
Koersweg 4, Haarle
Datum: 06-11-2024
AKOESTISCH ONDERZOEK GELUID DOOR WEGEN KOERSWEG 4, HAARLE
Datum: Projectnummer:
06-11-2024 2024-525
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4
Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Geluidaandachtsgebied ......................................................................................................................... 5 Waarden geluid door (spoor)wegen...................................................................................................... 5 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 7 3.1 3.2
Situatie projectgebied ........................................................................................................................... 7 Verkeersgegevens.................................................................................................................................. 7
Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................... 9 4.1 4.2
Berekeningen ......................................................................................................................................... 9 Het geluid van wegen ............................................................................................................................ 9
Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 10 Bijlagen bij het akoestisch onderzoek .............................................................................. 11 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Verkeersgegevens ....................................................................................................................... 11 Rekenmodel ................................................................................................................................ 12 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 14 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 15
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het perceel aan de Koersweg 4 in Haarle. Op dit perceel is een voormalig agrarisch bedrijfsperceel aanwezig, waar tot voorkort een intensieve veehouderij (varkenshouderij) gevestigd was. Het voornemen betreft het slopen van de landschapsontsierende bebouwing en op basis van het beleid ‘Nieuw buitengebied’ ter compensatie één woning te bouwen. Daarnaast omvat het voornemen de sloop en bouw van één bedrijfswoning. Ter plaatse van het projectgebied wordt tevens een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Aangezien dit niet het toevoegen of wijzigen van een geluidgevoelig object betreft, wordt deze woning in voorliggend akoestisch onderzoek buiten beschouwing gelaten. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied (rode ster) ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied (Bron: Plattekaart.nl)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd het geluid van (spoor)wegen ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van de standaardwaarden en de grenswaarden uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich meerdere wegen. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het geluid door wegen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de rekenregels van de Omgevingswet. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Het bevoegd gezag houdt bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hiervoor bevat het Bkl een systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt (artikel 5.78s Bkl)
2.2
Geluidaandachtsgebied
Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl). Mocht er door een gemeente nog geen geluidaandachtsgebied in het omgevingsplan zijn opgenomen dan gelden de volgende afstanden (artikel 17.5 Omgevingsregeling): • • •
2.3
voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder geldt: 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m.
Waarden geluid door (spoor)wegen
In de het Bkl zijn standaard- en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw opgenomen. In tabel 1 zijn deze waarden weergegeven. Geluidbronsoort Provinciale wegen
Standaardwaarde
Grenswaarde
50 Lden
60 Lden
53 Lden
70 Lden
55 Lden
65 Lden
Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Tabel 1
Hoogst mogelijke grenswaarden door (spoor)wegen (Bkl tabel 5.78t/5.78u))
Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.78t Bkl). Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde zal beschouwd dienen te worden welke maatregelen mogelijk zijn om het geluid op een geluidgevoelig gebouw te verlagen tot de standaardwaarde. Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw indien niet voldaan wordt aan de standaardwaarde is mogelijk volgens het Bkl (artikel 5.78 Bkl) indien: • • •
•
Geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk zijn; De overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk beperkt zijn door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; Bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overwogen zijn die financieel doelmatig zijn en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; De grenswaarde niet overschreden wordt. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle o
2.4
Indien de standaardwaarde wordt overschreden, maar wel wordt voldaan aan de grenswaarde, wordt: 1. Het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken; 2. De aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld; 3. Het gezamenlijk geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen bepaald en in het omgevingsplan vastgesteld.
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Hellendoorn beschikt over een eigen geluidsbeleid voor wegverkeerslawaai, namelijk het ‘Gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Hellendoorn’. Binnen het beleid worden verschillende gebiedstyperingen gebruikt waarbij voor ieder gebied een basis- en een bovengrens is opgenomen wat betreft geluid. Het projectgebied ligt binnen het gebiedstype ‘Verwevings- & landbouwontwikkelingsgebied’. Het beleid is geschreven op basis van de Wet geluidhinder, aangezien in voorliggend geval de Omgevingswet wordt gevolgd komen de basis- en grenswaarden niet overeen met de waarden onder de nieuwe wetgeving. Indien de standaardwaarde wordt overschreden wordt wel getoetst aan de voorwaarden behorende bij de ‘Nota hogere grenswaarden’.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Het plan omvat de sloop van landschapsontsierende bebouwing, de realisatie van een compensatiewoning en de herbouw van een bestaande woning. In afbeelding 3.1 is een plattegrond van de gewenste situatie weergegeven.
Afbeelding 3.1
3.2
Gewenste situatie projectgebied (Bron: De Erfontwikkelaar)
Verkeersgegevens
Het projectgebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de volgende wegen: • •
Koersweg (gemeentelijke weg) Almeloseweg N35 (rijksweg)
De verkeersgegevens van de Almeloseweg zijn gedownload via de centrale voorziening geluidgegevens (5-112024). De verkeersgegevens van de Koersweg (prognosejaar 2035) zijn door de gemeente aangeleverd. De aangeleverde gegevens zijn in bijlage 1 opgenomen. In onderstaande tabel is de intensiteiten en voertuigverdeling voor de Koersweg opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
Weg- en verkeersgegevens Etmaalintensiteit 2035 Uurintensiteit dag/avond/nacht (%) Lichte motorvoertuigen dag/ avond/ nacht (%) Middelzware vrachtwagens dag/ avond/ nacht (%) Zware vrachtwagens dag/ avond/ nacht (%) Wettelijke rijsnelheid (km/uur) Wegdektype Tabel 2
Koersweg 460 6,76/3,14/0,79 91,47/95,21/90,80 3,6/2,03/3,54 4,93/2,76/6,67 60 km/uur Referentiewegdek
Ingevoerde wegverkeersgegevens (Bron: gemeente Hellendoorn)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
Harde gebieden, zoals wegen en water, zijn ingevoerd als akoestisch hard (bodemfactor 0,0). Voor de zachte bodemgebieden, grasland of andere begroeiing, is de bodemfactor 1,0 aangehouden. Voor de overige delen, voornamelijk erven, is de bodemfactor 0,7 aangehouden. Verder zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • •
wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte (ingeladen van PDOK 3D geluid); bodemgebieden (ingeladen van PDOK BGT kaart); toetspunten op 2 en 5 meter op de gevels van de geluidgevoelige objecten.
In bijlage 2 zijn de uitsneden van het rekenmodel weergegeven en in bijlage 3 zijn de itemeigenschappen weergegeven.
4.2
Het geluid van wegen
Om het geluid door de wegen op de geluidgevoelige gebouwen te bepalen zijn er in totaal 8 toetspunten geplaatst, waarbij voor de woningen op elke gevel één toetspunt is geplaatst. In afbeelding 4.1 zijn de geplaatste toetspunten weergegeven. De resultatentabellen zijn in bijlage 4 opgenomen.
Afbeelding 4.1
Geplaatste toetspunten (Bron: Geomilieu, BJZ.nu)
Het geluid door rijkswegen bedraagt hoogstens 48 dB Lden. Met deze waarde wordt voldaan aan de standaardwaarde van 50 dB Lden uit het Bkl Het geluid door de gemeentewegen bedraagt hoogstens 49 dB Lden. Met deze waarde wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB Lden uit het Bkl.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het perceel aan de Koersweg 4 in Haarle. Initiatiefnemer is voornemens een compensatiewoning te realiseren en een bestaande woning op gewijzigde locatie te herbouwen. De te realiseren woning bevinden zich binnen het geluidaandachtsgebied van een rijksweg en een gemeentelijke weg. Het geluid door rijkswegen bedraagt hoogstens 48 dB Lden. Met deze waarde wordt voldaan aan de standaardwaarde van 50 dB Lden uit het Bkl Het geluid door de gemeentewegen bedraagt hoogstens 49 dB Lden. Met deze waarde wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB Lden uit het Bkl. Dit betekent dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
BIJLAGEN BIJ HET AKOESTISCH ONDERZOEK Bijlage 1
Verkeersgegevens
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
Bijlage 2
Rekenmodel
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
3D weergave
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Akoestisch onderzoek geluid door wegen Koersweg 4, Haarle
Bijlage 3
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam Koersweg 179186 165364 53259
Rekenmodel geluid door wegen V1 05-11-2024 - Akoestisch onderzoek geluid van wegen Koersweg 4, Haarle (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer Omschr. Koersweg Basisnetwerk Basisnetwerk Basisnetwerk
ISO_H 0,00 ----
ISO M. -----
Hdef. Relatief Absoluut Absoluut Absoluut
Namespace
LokaalID
Versie
NL.img NL.img NL.img
27364178.416C3C89-FF89-4D90-99F4-A55F7611322B 27364178.6E4D7CBA-ABF6-4CB6-8182-9925E69BE362 27364178.F90F2DC2-6764-48AD-9FE7-81003A5EDA18
1 1 1
Omgevingswet, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
SituatieVan 0 2008 2008 2008
Type Verdeling Intensiteit Intensiteit Intensiteit
Cpl False True True True
Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5
Helling 0 0 0 0
Wegdek W1 W1 W1 W1
6-11-2024 15:30:02
Itemeigenschappen Model: Groep: Naam Koersweg 179186 165364 53259
Rekenmodel geluid door wegen V1 05-11-2024 - Akoestisch onderzoek geluid van wegen Koersweg 4, Haarle (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - Omgevingswet, wegverkeer V(MR(D)) 60 ----
V(MR(A)) 60 ----
V(MR(N)) 60 ----
V(MR(P4)) -----
V(LV(D)) 60 80 80 80
V(LV(A)) 60 80 80 80
V(LV(N)) 60 80 80 80
V(LV(P4)) -----
V(MV(D)) 60 80 80 80
Omgevingswet, wegverkeer, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
V(MV(A)) 60 80 80 80
V(MV(N)) 60 80 80 80
V(MV(P4)) -----
V(ZV(D)) 60 75 75 75
V(ZV(A)) 60 75 75 75
V(ZV(N)) 60 75 75 75
V(ZV(P4)) -----
6-11-2024 15:30:02