Nota parkeernormen 2026 - concept
Tekst van het document
60
Zaterdag
Koopavond
Woning, bezoek
middag
nacht
120
Werkdag
120
avond
120
Werkdag
120
middag
120
Werkdag
120
ochtend
120
Werkdag
120
Categorie
parkeervraag
120
FIETS
Normatieve
Woning, bewoners
Normatieve
parkeervraag
bergingen opgelost. De overige vraag (120 plaatsen) voor de kleinere appartementen moet op straat worden opgelost en zijn meegenomen in onderstaande tabel.
40
Uit de parkeerbalans blijkt dat de zaterdagmiddag het drukste moment is, zowel voor auto’s als voor fietsen. Op dat moment is de parkeervraag het hoogst en daarom maatgevend. De berekende parkeerbehoefte bedraagt op dit moment 216 fietsparkeerplaatsen en 79 autoparkeerplaatsen. Er is in dit geval geen sprake van een verlaging van de parkeereis. Er is geen inzet van deelmobiliteit toegepast en er wordt niet gesaldeerd met een eerdere functie. De parkeereis blijft daarmee ongewijzigd op 79 parkeerplaatsen. In dit voorbeeld is aangenomen dat alle fiets- en autoparkeerplaatsen op het kavel vrij beschikbaar zijn voor bewoners, bezoekers van de woningen, personeel en klanten van de supermarkt. Deze vrije beschikbaarheid maakt het mogelijk om volledig dubbelgebruik toe te passen in de berekening. Let op: wanneer (een deel van) de parkeerplaatsen worden toegewezen aan een specifieke doelgroep – bijvoorbeeld alleen bewoners – zijn deze niet beschikbaar voor dubbelgebruik. In dat geval moet de parkeervraag voor de afzonderlijke functies opnieuw en afzonderlijk worden berekend, zonder overlap.
41
Voorbeeld 2 – toewijzen van parkeerplaatsen aan woningen Een ontwikkelaar ontwikkelt ten noorden van het station Nijverdal een gebied met 80 koopwoningen, waarvan 10 vrijstaand. 20 2-1 kap, 30 appartementen van 70 m2 en 20 appartementen van 110 m2. Het gebied bevindt zich op een afstand van 200 meter van station Nijverdal (werkelijke loopafstand van de entree tot het station). De vrijstaande woningen en de 2 onder 1 kappers hebben een lange oprit met garage. De 20 grotere appartementen krijgen elk 1 parkeerplaats op straat op naam; deze zijn exclusief per plaats toegewezen aan ieder appartement. Hoeveel autoparkeerplaatsen moet de ontwikkelaar in het gebied op straat aanleggen om te voorzien in een sluitende parkeerbalans? Stap 1: bepalen van de van toepassing zijnde parkeernormen Het betreft de realisatie van woningen in de schil van het centrum. De ontwikkeling vindt plaats nabij een OV-knoop (<400 meter), de woningen worden niet gebouwd in gereguleerd gebied. Dus de parkeernormen mogen worden toegepast met 5% correctie voor deelmobiliteit voor zover het de tweede en derde auto van de bewoners betreft. •
De parkeernorm voor vrijstaande woningen in de schil van het centrum is 2,1, waarvan 0,1 voor bezoekers. Met de korting is de parkeernorm 1+(1*0,95)+0,1=2,05.
•
De parkeernorm voor de 2 onder 1 kappers is 1,9, waarvan 0,1 voor bezoekers. Met de korting is de parkeernorm 1+(0,8*0,95)+0,1=1,86.
•
Voor de 30 appartementen van 70 m2 geldt dan: - Zonder korting: parkeernorm 1,2 waarvan 1,1 voor bewoners en 0,1 voor bezoek - Met korting is de parkeernorm: 1+(0,1*0,95)+0,1=1,2
•
En voor de 20 woningen van 110 m2: - Zonder korting: parkeernorm 1,5 waarvan 1,4 voor bewoners en 0,1 voor bezoek - Met korting is de parkeernorm: 1+(0,4*0,95)+0,1=1,48.
Rekenstap 1: bepalen van de normatieve parkeerbehoefte De normatieve parkeerbehoefte voor auto’s wordt op basis van bovenstaande als volgt berekend.
Functie 🧑🤝🧑=bewoners 🙋=bezoekers Vrijstaand 2 onder 1 kap Appartement Appartement Totaal
Omvang
<75 m2 >100 m2
Parkeernorm 🧑🤝🧑 🙋 2 1,8 1,1 1,4
0,1 0,1 0,1 0,1
Per
Eenheden
woning woning woning woning
10 20 30 20 80
Per
Eenheden
woning woning woning woning
10 20 30 20 80
Parkeerbehoefte 🧑🤝🧑 🙋 20 36 33 28 117
1 2 3 2 8
Rekenstap 2: reductie voor deelmobiliteit Functie 🧑🤝🧑=bewoners 🙋=bezoekers Vrijstaand 2 onder 1 kap Appartement Appartement Totaal
Omvang
<75 m2 >100 m2
Parkeernorm 🧑🤝🧑 🙋 1,95 1,76 1,1 1,38
0,1 0,1 0,1 0,1
Parkeerbehoefte 🧑🤝🧑 🙋 19,5 35,2 33 27,6 115,3
1 2 3 2 8
42
Stap 3: bepalen van de parkeereis De parkeereis wordt vastgesteld door de normatieve parkeerbehoefte na reductie te vermenigvuldigen met de geldende aanwezigheidspercentages per functie en doelgroep. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bewoners en bezoekers van de woningen. Voor de 20 grotere appartementen geldt dat er aan elke woning één parkeerplaats is toegewezen. Deze toegewezen parkeerplaatsen zijn niet beschikbaar voor dubbelgebruik en worden in de berekening afzonderlijk meegenomen. Voor de overige parkeerplaatsen (voor bewoners en bezoekers van de kleinere woningen, en voor bezoekers van de grotere woningen) wordt de parkeereis bepaald op basis van de aanwezigheidspercentages per dagdeel.
80%
70%
Woning, bezoek
10%
20%
80%
0%
70%
70%
100%
70%
Zaterdag
Zondag
middag
middag
avond
middag
Zondag
80%
avond
Zaterdag
80%
Zaterdag
Koopavond
100%
Werkdag
90%
Werkdag
50%
Werkdag
50%
ochtend
Woning, bewoners
Werkdag
nacht
Categorie
47,7
47,7
95,8
95,3
76,2
76,2
76,2
66,7
Woning bezoekers
8
0,2
1,6
6,4
0
5,6
5,6
8
5,7
Totaal
124
68
70
123
116
82
102
105
93
middag
95,3
avond
Woning, bewoners overig
middag
20
Zaterdag
Koopavond
20
Werkdag
20
avond
20
Werkdag
20
middag
20
Werkdag
20
vast
ochtend
20
Woning, bewoners
Werkdag
20
Normatieve
nacht
Categorie
parkeervraag
De berekening is dan als volgt.
De parkeereis is opgebouwd uit twee delen: De eerste 20 parkeerplaatsen zijn toegewezen aan de grotere woningen. Deze worden “vastgezet” in de berekening en zijn niet beschikbaar voor dubbelgebruik. Ze worden daarom als vaste waarde meegenomen, ongeacht het tijdstip of aanwezigheidspercentage. Het overige deel van de bewonersvraag, bestaande uit 95,3 parkeerplaatsen, is niet toegewezen. Deze parkeerplaatsen worden daarom wel doorberekend met de geldende aanwezigheidspercentages, afhankelijk van het moment van de dag. De bezoekersvraag wordt op dezelfde wijze berekend. Uit de parkeerbalans blijkt dat de werkdagavond het drukste moment is. De gecombineerde parkeerbehoefte (toegewezen + restvraag met aanwezigheidspercentages) komt dan uit op 122,2 parkeerplaatsen. Conform de rekenregels wordt dit naar boven afgerond. De uiteindelijke parkeereis bedraagt dus 123 parkeerplaatsen.
43
Stap 4: bepalen van de parkeereis op straat De 20 appartementen op straat krijgen een gereserveerde plaats op straat. Een lange oprit met garage telt voor 1,3 parkeerplaats, zie tabel 1 op pagina 14. Functie 🧑🤝🧑=bewoners 🙋=bezoekers Vrijstaand 2 onder 1 kap Appartement Appartement Totaal
Omvang
<75 m2 >100 m2
Parkeernorm 🧑🤝🧑 🙋 19,5 35,2 33 27,6 115,3
1 2 3 2 8
Eigen terrein
Per
Aantal
1,3 1,3 0 0
woning woning
10 20 30 20 80
Parkeerbehoefte Op Eigen straat terrein 13 7,5 26 11,2 36 29,6 39 84,3
Het totaal aantal te realiseren parkeerplaatsen op straat bedraagt 84,3, afgerond 85.
44
Voorbeeld 3 – salderen (waarbij de maatgevende momenten van de oude en nieuwe situatie gelijk zijn) De eigenaar van een verouderd (huur)appartementengebouw in de Kruidenwijk is van plan het gebouw te slopen en op het perceel een aantal grondgebonden koopwoningen te realiseren. Op het perceel zijn naast het gebouw 14 parkeerplaatsen aanwezig. Het betreft 20 appartementen van 70 m2. Deze waren tot 2 jaar geleden bewoond en staan sinds die tijd leeg. De ontwikkelaar geeft aan dat in de oude situatie een deel van de parkeervraag werd opgevangen in de openbare ruimte buiten het kavel. Hij dient een plan in met 10 grondgebonden woningen van elk ca. 110 m2 (2 rijtjes van 5 woningen). Hoeveel autoparkeerplaatsen dient de initiatiefnemer op het perceel te realiseren? Stap 1: bepalen van de van toepassing zijnde parkeernormen Het betreft een ontwikkeling in de Kruidenwijk, deze wijk valt onder “rest bebouwde kom”. Omdat er sprake is van salderen wordt de parkeereis van zowel de nieuwe als de oude situatie bepaald. Voor de 10 nieuwe grondgebonden woningen geldt een parkeernorm van 2,1, waarvan 1,9 bewonersdeel en 0,2 voor bezoek - Voor de 20 oude appartementen geldt een parkeernorm van 0,9 waarvan 0,7 bewonersdeel en 0,2 bezoekersdeel. Stap 2: bepalen van de normatieve parkeerbehoefte De normatieve parkeerbehoefte van de nieuwe woningen bedraagt: 10 * 2,1 = 21 pp.
De normatieve parkeerbehoefte van de oude woningen bedraagt: 20 * 0,9 = 18 pp Stap 3: bepalen van de parkeereis De parkeereis wordt berekend door de normatieve parkeerbehoefte te vermenigvuldigen met de geldende aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies. Hierbij wordt voor de woningen onderscheid gemaakt tussen de bewoners en de bezoekers De volgende aanwezigheidspercentages zijn van toepassing.
20%
80%
0%
70%
70%
100%
70%
middag
10%
Zondag
Woning, bezoek
avond
70%
Zaterdag
Zaterdag
80%
middag
Koopavond
80%
Werkdag
80%
avond
100%
Werkdag
90%
middag
50%
Werkdag
50%
ochtend
Woning, bewoners
Werkdag
nacht
Categorie
45
De doorrekening wordt gemaakt voor de nieuwe en de oude situatie. Nieuwe situatie, 10
1
1
1,8
0
1,4
1,4
2
1,4
Totaal
21
11
11
20
19
17
17
16
15
middag
2
Zondag
Woning, bezoek
avond
13,2
Zaterdag
Zaterdag
15,2
middag
Koopavond
15,2
Werkdag
15,2
avond
19
Werkdag
17,1
middag
9,5
Werkdag
9,5
ochtend
19
Werkdag
Woning, bewoners
Normatieve
nacht
Categorie
parkeervraag
grondgebonden woningen:
Woning bezoekers
4
0,4
0,8
3,2
0
2,8
2,8
4
2,8
Totaal
18
8
8
16
14
14
14
16
13
middag
9,8
Zondag
11,2
avond
Zaterdag
11,2
Zaterdag
Koopavond 11,2
middag
nacht
14
Werkdag
12,6
avond
Werkdag
7
Werkdag
7
ochtend
14
Werkdag
Woning, bewoners
Normatieve
middag
Categorie
parkeervraag
Oude situatie, 20 appartementen
Voor de nieuwe ontwikkeling geldt dat de werkdagavond het maatgevende moment is. Er zijn dan 20 parkeerplaatsen nodig. De parkeereis voor de nieuwe situatie bedraagt dus 20 parkeerplaatsen. Voor de oude situatie was eveneens de werkdagavond maatgevend, met 16 parkeerplaatsen. Stap 4: verlaging van de parkeereis op basis van saldering In deze situatie mag er worden gesaldeerd. Het maatgevende moment is gelijk en het laatste legale gebruik is minder dan 3 jaar geleden. In de oude situatie bedroeg de parkeereis 20 parkeerplaatsen. Hiervan lagen er 14 op het terrein en de overige 6 werden dus opgelost in de openbare ruimte. Deze 2 parkeerplaatsen mogen worden afgetrokken van de parkeereis van de nieuwe ontwikkeling. De verlaagde parkeereis bedraagt daarmee: 16 – 6 = 10 parkeerplaatsen, die op het eigen terrein moeten worden aangelegd.
46
Voorbeeld 4 – salderen (waarbij de maatgevende momenten van de oude en nieuwe situatie niet gelijk zijn) De eigenaar van een verouderd bedrijfsverzamelgebouw is van plan om het gebouw te slopen en op het perceel een aantal grondgebonden koopwoningen te realiseren. Op het perceel zijn geen parkeerplaatsen aanwezig. Het betreft een gebouw van 1.600 m2 BVO. Dit was tot 2 jaar geleden in gebruik en staat sinds die tijd leeg. Hij dient een plan in met 10 grondgebonden woningen van elk ca. 110 m2 (2 rijtjes van 5 woningen). Ontwikkelaar geeft aan dat in de oude situatie een deel van de parkeervraag van het kantoor werd opgevangen in de openbare ruimte buiten het kavel en dat hij daarom niet de volledige parkeereis van de nieuwe ontwikkeling op het eigen terrein hoeft te realiseren. Het betreft een ontwikkeling in Hellendoorn en het kantoor staat aan de rand van een woonbuurt. Overdag is een deel van de bewoners niet thuis en is er restcapaciteit in de buurt. Echter, in de avonden en nachten is de parkeerdruk hoog en ligt deze boven de 90%. Kan er in deze situatie worden gesaldeerd en hoeveel bedraagt dan de parkeereis voor auto’s? Stap 1: bepalen van de van toepassing zijnde parkeernormen Het betreft een ontwikkeling in Hellendoorn.
Omdat er mogelijk sprake is van salderen (de parkeervraag van de vorige situatie werd deels in de openbare ruimte opgevangen) wordt de parkeereis van zowel de nieuwe als de oude situatie bepaald. Voor de 10 nieuwe grondgebonden koopwoningen geldt een parkeernorm van 2,1, waarvan 1,9 bewonersdeel en 0,2 voor bezoek. Voor het oude bedrijfsgebouw geldt in dit voorbeeld een parkeernorm van 0,9 per 100 m2 BVO. Stap 2: bepalen van de normatieve parkeerbehoefte De normatieve parkeerbehoefte van de nieuwe woningen bedraagt: 10 * 2,1 = 21 pp. De normatieve parkeerbehoefte van het oude gebouw bedraagt: 1.600/100 * 0,9 = 14,4 pp, De normatieve parkeerbehoefte van de oude en de nieuwe situatie zijn daarmee verschillend. Stap 3: bepalen van de parkeereis De parkeereis wordt berekend door de normatieve parkeerbehoefte te vermenigvuldigen met de geldende aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies. Hierbij wordt voor de woningen onderscheid gemaakt tussen de bewoners en de bezoekers De volgende aanwezigheidspercentages zijn van toepassing
47
80%
80%
70%
10%
20%
80%
0%
70%
70%
100%
70%
Bedrijfsverzamelgebouw
100%
100%
5%
0%
5%
5%
0%
0%
Zondag
middag
Woning, bezoek
Zaterdag
middag
avond
middag
Zondag
80%
avond
100%
Zaterdag
Zaterdag
90%
Werkdag
Koopavond
50%
Werkdag
50%
Werkdag
nacht
Woning, bewoners
ochtend
Werkdag
Categorie
De doorrekening wordt gemaakt voor de nieuwe en de oude situatie. Nieuwe situatie, 10
15,2
15,2
13,3
Woning bezoekers
2
0,2
0,4
1,6
0
1,4
1,4
2
1,4
Totaal
21
9,7
9,9
18,7
19
16,6
16,6
17,2
14,7
Zondag
avond
middag
ochtend
middag
15,2
avond
Zaterdag
19
middag
Koopavond
17,1
Werkdag
9,5
Werkdag
9,5
Werkdag
19
Werkdag
Woning, bewoners
Normatieve
nacht
Categorie
parkeervraag
grondgebonden woningen:
middag
Zaterdag 0
0
Totaal
14,4
14,4
14,4
0,7
0
0,7
10,7
0
0
middag
Zaterdag
10,7
avond
Koopavond 0,7
nacht
Werkdag 0
Werkdag
0,7
middag
14,4
Werkdag
14,4
ochtend
14,4
Werkdag
Bedrijfsverzamelgebouw
Normatieve
avond
Categorie
parkeervraag
De oude situatie, met 1.600 m2 BVO bedrijfsgebouw:
Voor de oude situatie zijn de werkdagochtend en -middag maatgevend, met 14,4 parkeerplaatsen en dus een parkeereis van 15 parkeerplaatsen. Stap 4: verlaging van de parkeereis op basis van saldering Bij salderen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheidspercentages, omdat het maatgevende moment van de oude en nieuwe situatie op verschillende momenten kan liggen. Op basis daarvan is de conclusie dat saldering in dit geval niet leidt tot een verlaging van de parkeereis. De oude functie heeft immers overdag op werkdagen een parkeervraag maar niet gedurende de nacht en nauwelijks in de avonden. De nieuwe ontwikkeling van woningen zal juist in de avonden en nacht leiden tot een parkeervraag.
48
De ontwikkeling ligt aan de rand van een woonwijk met een hoge parkeerdruk. Er is dus geen restruimte in de avonden en nachten om de extra parkeerbehoefte van de nieuwe woningen hier op te vangen. De parkeereis bedraagt daarmee 19 parkeerplaatsen die op het eigen terrein bij de ontwikkeling moeten worden gerealiseerd.
49
50