Nota parkeernormen 2026 - concept
Tekst van het document
Nota Parkeernormen 2026
1
Gemeente Hellendoorn Willem Alexanderstraat 7 Postbus 200 7440 AE Nijverdal 0548-630000 gemeente@hellendoorn.nl www.hellendoorn.nl
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
5
1.1 1.2
5 5
Aanleiding Beleidscontext en trends
2.
Doelstelling
6
3.
Parkeernormen voor auto en fiets 3.1 Verstedelijkingsgraad
7 7
3.2 3.3
Gebiedsindeling Minimumnormen als uitgangspunt
7 7
3.4 3.5
Nulnorm bij gereguleerd parkeren Parkeernormen per functie
8 8
3.6
Compensatie bij bebouwing van bestaande parkeervoorzieningen
9
4. 5.
6.
7.
8.
9.
3.7 Parkeerplaatsen horen bij de nieuwbouw Van parkeernorm naar parkeereis
9 10
Wat als de parkeervraag niet ingevuld kan worden? 5.1 Afkoop
17 17
5.2 5.3
Voorwaarden voor toepassing Toepassing Voorziening Parkeerbeleid
17 17
5.4
Afkoopbedragen
18
Kwaliteitseisen parkeervoorzieningen 6.1 Auto
19 19
6.2 Fiets Indienen voor een omgevingsvergunning: parkeeraspecten
19 20
7.1 7.2
20 20
Vereiste onderdelen van de aanvraag Beoordeling
Juridisch kader
22
8.1 8.2
22 22
Juridische basis via bestemmingsplan en omgevingsvergunning Hardheidsclausule
8.3 Overgangsregeling Borgen naar de toekomst
22 23
9.1 9.2
Omgevingsvergunning Privaatrechtelijke afspraak
23 23
9.3
Kettingbeding
23
Bijlage 1
Begrippenlijst
24
Bijlage 2 Bijlage 3
Gebiedsindeling Fietsparkeernormen
26 27
Bijlage 4 Bijlage 5
Autoparkeernormen Aanwezigheidspercentages
30 36
Bijlage 6
Reductiefactor bij uitbreiding van een functie
37
Bijlage 7
Rekenvoorbeelden
39
3
4
1.
Inleiding
1.1. Aanleiding We staan voor grote ruimtelijke en mobiliteitsvraagstukken. De plannen voor de bouw van meer dan 1.000 nieuwe woningen en de daarmee gepaard gaande bevolkingsgroei zorgen voor extra druk op de leefomgeving, de bereikbaarheid van voorzieningen en de beschikbare parkeerruimte in woonwijken en bij voorzieningen. Tegelijkertijd verandert het mobiliteitsgedrag van inwoners. Het autobezit blijft groeien. Maar ook het gebruik van alternatieven zoals de fiets, het openbaar vervoer en deelmobiliteit groeit. Dit leidt tot uiteenlopende parkeerbehoeften, afhankelijk van locatie, doelgroep en tijdstip. Parkeren vraagt veel fysieke ruimte, wat ten koste kan gaan van andere functies zoals groenvoorziening, speelruimte of verblijfskwaliteit. Daarnaast spelen ook duurzaamheid, klimaatadaptatie en een aantrekkelijke leefomgeving een steeds belangrijkere rol bij de inrichting van de openbare ruimte. Terughoudendheid bij het aanleggen van parkeerplaatsen in de openbare ruimte vinden we daarom belangrijk. De huidige parkeernormen sluiten onvoldoende aan op deze ontwikkelingen en ondersteunen onvoldoende een goed bereikbare en leefbare gemeente. Daarom is actualisering van het parkeerbeleid noodzakelijk. Deze nota geeft richting aan de parkeernormen binnen nieuwe ruimtelijke plannen, biedt ruimte voor maatwerk en draagt bij aan een duurzame, toekomstbestendige gemeente.
Nieuw in deze nota zijn normen voor fietsparkeren. Zonder duidelijke kaders kan fietsparkeren leiden tot overlast en een rommelige openbare ruimte. Door bij nieuwe ontwikkelingen heldere eisen te stellen aan fietsparkeren, wordt dit voorkomen. 1.2. Beleidscontext en trends De Nota Parkeernormen 2025 sluit aan op de laatste beleidsontwikkelingen binnen én buiten onze gemeente. Belangrijke thema’s zijn de transitie naar duurzame mobiliteit, het toenemende gebruik van duurzame vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van ruimte in verband met woningbouw en klimaatadaptatie. De nota biedt een helder kader voor initiatiefnemers, ontwikkelaars en vergunningverleners. Zij weten hierdoor welke eisen we stellen aan parkeeroplossingen bij nieuwbouwprojecten en functiewijzigingen. De vastgestelde parkeernormen gelden als ondergrens; op basis van maatwerk kan hiervan worden afgeweken.
5
We hebben gekozen voor een flexibele aanpak. Afhankelijk van het gebiedstype (zoals centrum, schil of buitengebied), de functie van het gebouw en de aanwezigheid van alternatieve mobiliteitsopties, worden verschillende normen gehanteerd. Zo houden we rekening met de diversiteit aan locaties binnen de gemeente. Bij het opstellen van de nota hebben we rekening gehouden met toekomstige wet- en regelgeving, zoals de Omgevingswet. Daarnaast is gebruik gemaakt van actuele bronnen, waaronder het CROWkencijfermodel en prognoses van het Kennisinstituut voor Mobiliteit. Door aansluiting bij landelijke richtlijnen is het beleid zowel stevig onderbouwd als praktisch toepasbaar.
2. Doelstelling De Nota Parkeernormen 2025 heeft als doel het vaststellen van gemeentelijke parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en herontwikkelingsprojecten. De hoofddoelen van deze nota zijn: 1. Leefbare en bereikbare gemeente Zorgdragen voor een evenwicht tussen parkeerbehoefte en andere ruimtelijke functies, zoals vergroening, wateropvang, speel- en verblijfsruimte. 2. Stimuleren van de mobiliteitstransitie Bevorderen van alternatieven voor het traditionele autobezit, zoals fietsen, elektrisch vervoer en deelmobiliteit. Aandachtspunten bij toepassing: 1. Deze nota is ons normenkader en biedt richting aan externe partijen, zoals projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningcorporaties en makelaars. 2. De nota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en (ver)bouwprojecten binnen de gemeentegrenzen. Bestaande parkeersituaties vallen buiten de reikwijdte van dit beleid. 3. In specifieke gevallen is maatwerk mogelijk. Afwijken van de norm mag, mits goed gemotiveerd en passend binnen de bredere beleidsdoelstellingen.
6
3. Parkeernormen voor auto en fiets De parkeernormen in deze nota vormen het uitgangspunt voor het berekenen van de parkeervraag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. We maken onderscheid tussen autoparkeren en fietsparkeren. Per functie is een specifieke norm vastgesteld, gebaseerd op het ruimtegebruik, het type gebruiker en de ligging van de ontwikkeling. Een volledig overzicht van de normen is opgenomen in bijlage 3 (fiets) en bijlage 4 (auto). 3.1. Verstedelijkingsgraad De verstedelijkingsgraad speelt een belangrijke rol bij het bepalen van de juiste parkeernorm. In sterk verstedelijkte gebieden is de druk op de openbare ruimte hoger, is meer openbaar vervoer beschikbaar en liggen voorzieningen dichterbij. Hierdoor is de parkeerbehoefte per functie doorgaans lager dan in minder verstedelijkte gebieden. We hanteren daarom vier gebiedstypen, op basis van verstedelijkingsgraad en bereikbaarheid. Deze indeling maakt het mogelijk om normen af te stemmen op de lokale situatie. Zo wordt voorkomen dat er structureel te veel of te weinig parkeerplaatsen worden gerealiseerd – voor zowel auto’s als fietsen. 3.2. Gebiedsindeling Deze gebiedsindeling is weergegeven op de kaart in bijlage 1. Per gebiedstype zijn parkeernormen opgesteld. Deze gebiedsindeling geldt voor autoparkeernormen en de fietsparkeernormen.
Het gaat hier om de volgende gebieden: Centrum Nijverdal: hoogste verstedelijkingsgraad, functies liggen dicht op elkaar, veel voorzieningen en openbaar vervoer. Schil-centrum Nijverdal: overgangszone met gemengd gebruik en matige dichtheid. Rest bebouwde kommen: woonwijken en dorpen met een lagere dichtheid en minder voorzieningen op loopafstand. Buitengebied: zeer lage dichtheid, auto is dominant vervoermiddel. 3.3. Minimumnormen als uitgangspunt De parkeernormen in deze nota gelden als minimumnormen. Dit betekent dat bij nieuwe ruimtelijke plannen en bouwinitiatieven minimaal het aantal (fiets)parkeerplaatsen gerealiseerd moet worden dat volgt uit de norm. In sommige situaties kan het wenselijk zijn om meer (fiets)parkeerplaatsen aan te leggen dan het minimum vereist. Denk aan locaties met veel bezoekers, bijzondere doelgroepen of plekken waar veel parkeerdruk is in de omgeving. De norm is dus een ondergrens, maar geen plafond. Afwijken naar beneden is alleen mogelijk op basis van maatwerk. Dit kan bijvoorbeeld bij projecten met deelmobiliteit of specifieke functies. Een afwijking moet altijd goed gemotiveerd worden. We beoordelen of deze afwijking aanvaardbaar is, waarbij voorkomen moet worden dat er parkeerdruk of overlast ontstaat in de openbare ruimte.
7
3.4. Nulnorm bij gereguleerd parkeren In specifieke situaties kunnen we meewerken aan woningbouw zonder autoparkeerplaatsen op eigen terrein, mits dit geen extra parkeerdruk oplevert. Dit is met name denkbaar bij doelgroepen zoals jongeren of studenten. Wanneer een locatie ligt binnen een gebied waarin het parkeren is gereguleerd, is een nulnorm mogelijk. Voorwaarde is dat zowel nu als in de toekomst geen van de bewoners recht heeft op een parkeervergunning. Dit wordt juridisch vastgelegd in de uitgifteregels voor parkeervergunningen. Ook krijgen bewoners geen toegang tot een bezoekersregeling. Bezoekers kunnen gebruik maken van de parkeerplaatsen binnen de blauwe zone of parkeren in parkeergarage Henri Dunant. De nulnorm is tevens toepasbaar bij woningsplitsing in een gereguleerd gebied, mits ook daar geen parkeervergunningen worden verstrekt. Zo weten zowel ontwikkelaar als toekomstige bewoners vooraf waar ze aan toe zijn. 3.5. Parkeernormen per functie De parkeernormen voor auto en fiets zijn afgestemd op het type functie. Daarbij hebben we gekeken naar gemiddeld gebruik, parkeerduur en hoeveel bezoekers er komen. We maken onderscheid tussen de volgende categorieën: •
Wonen – inclusief bezoekersnorm, met differentiatie naar woningtype (koop, huur, appartementen, woninggrootte).
•
Werken – zoals kantoren, bedrijven en dienstverlenende functies.
•
Winkelen – van buurtwinkels tot winkelcentra en supermarkten.
•
Horeca en recreatie – waaronder cafés, restaurants, sportvoorzieningen en evenementlocaties.
•
Maatschappelijke functies – zoals onderwijs, zorginstellingen en religieuze gebouwen.
•
Overige functies – bijvoorbeeld logies, culturele voorzieningen, opslag of maatwerkfuncties.
De normen worden uitgedrukt in aantal (fiets)parkeerplaatsen per woning of per 100 m² bruto vloeroppervlak (bvo), tenzij anders vermeld. Voor bepaalde functies geldt daarnaast een extra norm voor bezoekers. Voor woonfuncties worden gewogen gemiddelden gebruikt op basis van woningtype en locatie. Bij niet-woonfuncties (zoals kantoren of winkels) is gebruikgemaakt van landelijke kengetallen (zoals CROW 2024), bezettingsgraden en gemiddelde parkeerdruk. Bij het berekenen van de parkeervraag geldt dat het bezoekersparkeren is inbegrepen in de norm. Voor functies zonder vastgestelde parkeernorm geldt maatwerk. Een adviesbureau stelt dan een voorstel op, dat wij beoordelen.
8
3.6. Compensatie bij bebouwing van bestaande parkeerplaatsen Wanneer bij een bouwinitiatief bestaande gemeentelijke parkeerplaatsen komen te vervallen, moet dit gecompenseerd worden binnen het project. Doel is om te voorkomen dat de parkeerdruk in de directe omgeving structureel toeneemt. Belangrijke uitgangspunten: •
Het volledige verlies aan parkeercapaciteit moet worden gecompenseerd binnen het projectgebied.
•
Eventuele verplichtingen van de gemeente met betrekking tot de bestaande parkeervoorziening blijven gelden.
•
Compensatie vereist doorgaans maatwerk en aanvullende afspraken tussen initiatiefnemer en gemeente.
Bij gebiedsontwikkelingen of inbreidingslocaties kunnen afwijkende afspraken nodig zijn. 3.7. Parkeerplaatsen horen bij de nieuwbouw De parkeerplaatsen die worden gerealiseerd om aan de parkeernorm te voldoen, maken integraal onderdeel uit van de nieuwbouwontwikkeling. Deze parkeerplaatsen zijn bedoeld voor de gebruikers van de nieuwe functies, zoals bewoners of werknemers. Daarom wordt bij vergunningverlening vastgelegd dat deze plekken niet mogen worden verkocht of verhuurd aan anderen dan de bewoners of gebruikers van het pand. Hiermee wordt het vergroten van de parkeerdruk in de directe omgeving voorkomen.
9
4. Van Parkeernorm naar parkeereis De parkeernormen vormen het uitgangspunt voor het bepalen van de parkeereis. Initiatiefnemers lossen de parkeereis in principe op eigen terrein op. Alleen als dit aantoonbaar niet mogelijk is, kunnen we alternatieven overwegen. We toetsen of het plan voldoet aan de berekende parkeereis op
Invullen van de parkeervraag
Bepalen van de parkeervraag
basis van de normen in de bijlagen. Stappen van parkeervraag naar parkeereis
Resultaat per stap
1. Bereken de normatieve parkeervraag
= __ parkeerplaatsen
2. Bepaal bij meerdere functies het dubbelgebruik
= __ parkeerplaatsen
3. Verreken de bestaande parkeervraag (salderen)
= __ parkeerplaatsen
4. Bepaal of er een reductie voor deelmobiliteit mogelijk is
= __ parkeerplaatsen
Berekende parkeervraag
Totale parkeervraag: ____ parkeerplaatsen
4. (Fiets)parkeerplaatsen op eigen terrein
= __ parkeerplaatsen
5. Parkeerplaatsen op ander particulier terrein
= __ parkeerplaatsen
6. Parkeerplaatsen in het openbaar gebied (gebruik restcapaciteit)
= __ parkeerplaatsen
Berekende parkeereis
Parkeereis: ___ parkeerplaatsen
Figuur 1: Toepassingskader parkeernormen Stap 1: Berekenen van de normatieve parkeervraag De eerste stap is het berekenen van de normatieve parkeervraag van een bouwontwikkeling. Dit gebeurt door de omvang van de functie (zoals het aantal woningen of het bruto vloeroppervlak) te vermenigvuldigen met de bijbehorende auto- en fietsparkeernorm. Bij ontwikkelingen met meerdere functies wordt de parkeervraag per functie afzonderlijk berekend. De uitkomsten worden vervolgens bij elkaar opgeteld om de totale parkeervraag te bepalen. Bij uitbreiding van een bestaande functie, zoals een winkel of horecavoorziening, geldt dat een vergroting van het vloeroppervlak niet altijd leidt tot een evenredige toename van het aantal bezoekers – en dus ook niet tot een lineaire stijging van de parkeervraag. Daarom wordt in dergelijke gevallen een reductiefactor toegepast op de extra parkeervraag. Deze correctie voorkomt een onnodig hoge parkeereis bij uitbreidingen van bestaande functies. De reductiefactor is afhankelijk van de omvang van de uitbreiding en de huidige grootte van de bestaande functie. Een nadere toelichting en de bijbehorende rekenmethode zijn opgenomen in bijlage 6.
10
Stap 2: Bepaal bij meerdere functies het dubbelgebruik In sommige gevallen is het mogelijk om (fiets)parkeerplaatsen voor meerdere functies mee te laten tellen, zolang deze functies elkaar in tijd niet overlappen in gebruik. Dit principe heet dubbelgebruik. Door gebruik te maken van aanwezigheidspercentages kan de totale parkeerbehoefte lager uitvallen dan wanneer voor elke functie apart wordt gerekend. Voorwaarden voor dubbelgebruik Dubbelgebruik is alleen toegestaan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: •
Er is duidelijk sprake van functiemenging (bijv. wonen en werken).
•
De (fiets)parkeerplaatsen zijn vrij beschikbaar (niet exclusief gereserveerd) en goed bereikbaar.
•
De (fiets)parkeerplaatsen liggen op private grond binnen acceptabele loopafstand (zie tabel 3 op pagina 15).
•
De onderbouwing voor autoparkeerplaatsen is gebaseerd op aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in bijlage 5.
Stap 3: Rekening houden met bestaande parkeervraag (salderen) Ook bij verbouw, functiewijziging of sloop/nieuwbouw geldt dat de parkeereis wordt berekend op basis van de geldende (fiets)parkeernormen. Wanneer een bestaande functie vervalt, kan de (fiets)parkeerbehoefte van die oude functie – onder voorwaarden – worden verrekend met die van de nieuwe functie. Dit noemen we ook wel het (fiets)parkeren ‘salderen’ met bestaand gebruik. De aanname is dan dat de oude functie al recht gaf op gebruik van (fiets)parkeerplaatsen. Alleen voor het verschil in (fiets)parkeerplaatsen moet een oplossing worden gevonden. Uitgangspunten bij het salderen van de parkeervraag Bij het salderen van de parkeervraag – het verrekenen van bestaande en nieuwe parkeerbehoeften – hanteren we de volgende uitgangspunten: •
Actuele normen als basis Zowel de (fiets)parkeervraag van de bestaande als van de nieuwe functie wordt berekend op basis van de meest actuele gemeentelijke (fiets)parkeernormen.
•
Gebaseerd op de laatst geldende functie Voor de bestaande situatie wordt uitgegaan van de meest recente, legale functie van het gebouw of terrein.
•
Maximale leegstandstermijn van 3 jaar Salderen is uitsluitend toegestaan als het pand minder dan drie jaar leegstaat of buiten gebruik is. Bij langdurige leegstand (>3 jaar) worden de oorspronkelijke (fiets)parkeerplaatsen in de openbare ruimte niet meer als beschikbaar beschouwd. Let op: voor (fiets)parkeerplaatsen op eigen terrein geldt deze termijn niet, mits de beschikbaarheid aantoonbaar is en blijft.
•
Verschil in gebruiksmomenten Er wordt rekening gehouden met verschillen in piekgebruik tussen de oude en nieuwe functie. De parkeervraag wordt daarom per dagdeel berekend. Het dagdeel met de hoogste netto vraag wordt aangehouden als uitgangspunt voor de uiteindelijke parkeervraag.
•
Geen overclaim op openbare ruimte Het is niet toegestaan meer (fiets)parkeerplaatsen in de openbare ruimte te salderen dan aantoonbaar beschikbaar waren binnen acceptabele loopafstand in de bestaande situatie.
11
•
Geen aanvullende eis bij gelijke of lagere vraag Wanneer na saldering blijkt dat de parkeervraag gelijk blijft of afneemt, hoeft er geen extra (fiets)parkeercapaciteit gerealiseerd te worden.
Stap 4: Bepaal of er een correctie voor deelmobiliteit mogelijk is Bij sommige bouwontwikkelingen is het niet wenselijk of noodzakelijk om de volledige parkeervraag op te lossen door het realiseren van autoparkeerplaatsen. In dat geval biedt de inzet van alternatieve mobiliteitsoplossingen, zoals deelmobiliteit, kansen om de parkeerdruk te verlagen en de bereikbaarheid én leefbaarheid op peil te houden.
Omgevingsfactoren bepalen de kans op succes van deelmobiliteit Deelmobiliteit is vooral een goed alternatief voor incidentele verplaatsingen, dus niet op dagelijkse basis. Het bezit van een eigen auto is in dat geval namelijk geen voorwaarde. Wanneer de auto noodzakelijk is voor de dagelijkse verplaatsing, zoals woon-werkverkeer, dan is deelmobiliteit minder voor de hand liggend. Korte dagelijkse verplaatsingen zijn vaak op de fiets of zelfs lopend te overbruggen. Voor langere verplaatsingen is het openbaar vervoer mogelijk een waardig vervoersmiddel. Mocht de eindbestemming niet via deze mobiliteitsopties bereikbaar zijn, dan is de deelauto wél een goede optie. Om de noodzaak van het gebruik van deelmobiliteit te toetsen, wordt in de bepaling van de mobiliteitscorrectie door deelmobiliteit rekening gehouden met de nabijheid van multimodale knopen of OV-knooppunten en de toepassing van parkeerregulering in desbetreffend gebied. Ook gereguleerd parkeren vergroot de kans op succes van deelmobiliteit. Wanneer de kosten om de eigen auto te parkeren toenemen, zal de belangstelling voor deelmobiliteit stijgen. Tegelijkertijd is de omgeving beschermd tegen parkeeroverlast. Ook dit wordt meegenomen in de berekening van de hoogte van de mobiliteitscorrectie bij de inzet van deelmobiliteit.
De mobiliteitscorrectie is optioneel en kan uitsluitend worden toegepast op het bewonersdeel van de autoparkeervraag bij woonfuncties. Bezoekersparkeren blijft buiten beschouwing. Voorwaarden voor mobiliteitscorrectie De mobiliteitscorrectie mag alleen worden toegepast onder de volgende voorwaarden: •
Er wordt uitsluitend gecorrigeerd op de tweede en derde (of meer) auto per woning;
•
De correctie geldt niet automatisch: initiatiefnemers moeten zelf bepalen of en hoe zij deze toepassen;
•
De hoogte van de correctiefactor is afhankelijk van locatiekenmerken (o.a. nabijheid OV, parkeerregulering).
Voor toepassing is een deelmobiliteitsplan verplicht.
12
Ja
Nee
Ja
Categorie 1 Max 10% reductie
Categorie 2 Max 5% reductie
Nee
Parkeerregulering (binnen 400 meter loopafstand)
Bereikbaarheid multimodale knoop (binnen 400 meter loopafstand óf 1500 meter fietsafstand)
Categorie 3 Max 5% reductie
Categorie 4 Geen reductie
Figuur 2: correctiefactoren bij deelmobiliteit Correctiefactoren op basis van locatie Op basis van ruimtelijke en mobiliteitskenmerken binnen de gemeente worden vier categorieën onderscheiden. Hierin wordt rekening gehouden met onder meer: •
Nabijheid van multimodale knooppunten of OV-haltes;
•
Aanwezigheid van parkeerregulering rondom de bouwontwikkeling;
• Autoafhankelijkheid van de locatie. Elke categorie kent een bijbehorende maximale correctiefactor, waarmee het aantal benodigde autoparkeerplaatsen omlaag kan worden bijgesteld. De exacte correctiefactoren zijn opgenomen in figuur 2. Deelmobiliteitsplan (verplicht) Voor toepassing van de correctiefactoren is het opstellen van een deelmobiliteitsplan verplicht. Dit plan wordt door de initiatiefnemer aangeleverd en bevat minimaal de volgende onderdelen: 1
Aanbod deelmobiliteit •
Minimaal 1 deelauto per 25 woningen, met een minimum van 2 deelauto’s.
•
Beschikbaarheidsgarantie: bij volledige reservering moet extra aanbod inzetbaar zijn.
•
Diversiteit aan deelmobiliteit wordt aangemoedigd (bijv. e-fietsen, bakfietsen, e-scooters, busjes).
2
Communicatie met gebruikers •
Een communicatieplan waarin wordt beschreven hoe (toekomstige) bewoners: o geïnformeerd worden over het aanbod, gebruik en kosten; o
bewust zijn van het beperkte aantal parkeerplaatsen binnen de ontwikkeling.
13
3
Monitoring & evaluatie •
Jaarlijkse evaluatie onder bewoners.
•
Garantie van het basisaanbod voor minimaal 2 jaar, daarna afschaling mogelijk o.b.v. evaluatie (na goedkeuring gemeente).
•
Gebruikscijfers worden jaarlijks gedeeld met de gemeente: o aantal reserveringen; o o
4
aantal ritten; gemiddelde afstand/tijdsduur.
Implementatie & exploitatie •
Het deelmobiliteitsaanbod is minimaal 10 jaar operationeel.
•
Aanbod is beschikbaar vanaf oplevering van de eerste woningen.
•
Een financiële paragraaf toont hoe kosten voor deelmobiliteit worden doorberekend (bijv. via VvE, lage gebruikskosten).
•
Inzicht in het eigenaarschap en beheer van de deelmobiliteitsvoorzieningen na oplevering.
Kettingbeding verplicht Bij toepassing van mobiliteitscorrectie is het verplicht een kettingbeding op te nemen in de huur- of koopovereenkomsten. Dit legt vast dat deelmobiliteit onderdeel is van het project en dat de autoparkeernorm op basis daarvan is verlaagd. Stap 5: Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe: (fiets)parkeren gebeurt op eigen terrein. Dit voorkomt extra parkeerdruk op de openbare ruimte en draagt bij aan een leefbare, goed functionerende omgeving. Met ‘eigen terrein’ wordt bedoeld: grond die eigendom is van de initiatiefnemer of gebruiker van het gebouw, direct gelegen in, op, onder of naast het betreffende pand. Beoordeling van autoparkeervoorzieningen op eigen terrein Niet elke parkeerplek op eigen terrein telt volledig mee in de parkeercapaciteit. Afhankelijk van de maatvoering, indeling en bruikbaarheid passen we een correctiefactor toe. Dit is nodig omdat sommige plekken door bijvoorbeeld beperkte manoeuvreerruimte of ongunstige ligging niet goed bruikbaar zijn. Bij twijfel over de bruikbaarheid bepalen we – in overleg – of een parkeerplek meetelt. Type parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekenings- Opmerking aantal
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
Lange oprit zonder garage of carport
2
1
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
Garage met enkele oprit
2
1
Garage met lange oprit
3
1,3
Garage met dubbele oprit
3
1,8
Oprit minimaal 5,0 meter lang Oprit minimaal 4,5 meter breed
Oprit minimaal 5,0 meter lang Oprit minimaal 4,5 meter breed
Tabel 1: Omrekenfactoren parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen
14
Stap 6: Op (ander) particulier terrein Als er in het plangebied onvoldoende ruimte is om aan de (fiets)parkeereis te voldoen, kan gebruik worden gemaakt van (fiets)parkeerplaatsen op nabijgelegen particulier terrein. Dit is alleen toegestaan als: •
Het terrein binnen de acceptabele loopafstand ligt, zie tabel 3.
•
De parkeerplaatsen daadwerkelijk en exclusief beschikbaar zijn voor de betreffende functie of voor de verschillende functies in het geval van dubbelgebruik.
•
De beschikbaarheid van de parkeerplaatsen juridisch wordt geborgd, bijvoorbeeld via een privaatrechtelijke overeenkomst met kettingbeding.
•
De afspraken zijn vastgelegd in de omgevingsvergunning. Bij twijfel over de beschikbaarheid of duurzaamheid van deze oplossing, kunnen we aanvullende voorwaarden stellen of een nadere onderbouwing eisen.
Acceptabele loopafstanden De locatie van (fiets)parkeerplaatsen ten opzichte van de bijbehorende functie speelt een belangrijke rol in de bruikbaarheid en acceptatie ervan. Daarom gelden maximale loopafstanden tussen (fiets)parkeerplaatsen en de hoofdingang van de bestemming waarvoor zij bedoeld zijn. Deze loopafstanden zijn afgestemd op de aard van het gebruik, de verblijfsduur en de doelgroep (bijvoorbeeld bewoners, bezoekers of werknemers). Het doel van deze loopafstanden is om een logische, gebruiksvriendelijke parkeersituatie te realiseren en te voorkomen dat verkeerd parkeren ontstaat door te grote afstand tot de bestemming. Bij realisatie van (fiets)parkeerplekken dient aan deze richtlijnen voldaan te worden tenzij bewezen wordt dat er een alternatief is of dat het niet anders kan. Gebied/ type parkeerder
Wonen
Werken
Overige functies
Auto Centrum
200 meter
300 meter
300 meter
Bebouwde kom
150 meter
250 meter
150 meter
Buiten bebouwde kom
100 meter
200 meter
100 meter
Vaste gebruikers (fiets)
0 meter
0 meter
0 meter
Bezoekers (fiets)
50 meter
50 meter
50 meter
Fiets
Tabel 2: acceptabele loopafstanden Stap 7: Gebruik van restcapaciteit bij bouwplannen We willen ruimte bieden aan nieuwe bouwontwikkelingen, maar ook recht doen aan de parkeerbehoefte. Daarom kan bij bouwplannen geheel of gedeeltelijke vrijstelling van de autoparkeernorm worden verleend, mits parkeren op eigen terrein niet haalbaar is en er voldoende restcapaciteit aanwezig is in de directe omgeving.
15
Voorwaarden voor vrijstelling: •
Er is sprake van voldoende restcapaciteit binnen de geldende loopafstanden, zie tabel 3.
•
De restcapaciteit moet zijn onderbouwd met een objectief, representatief parkeeronderzoek, afgestemd op de piekmomenten van zowel de bestaande als de nieuwe functies.
•
De beschikbare parkeerplaatsen mogen niet reeds gelabeld zijn aan eerdere plannen.
•
We behouden ons het recht voor om aanwezige capaciteit aan andere functies toe te wijzen.
Toetsingskader: Een bezettingsgraad van 75% wordt als druk ervaren, vanaf 95% als vol. We hanteren daarom een veiligheidsmarge van 15%: restcapaciteit mag worden benut tot een bezetting van maximaal 85%. Deze marge houdt rekening met piekmomenten (zoals evenementen of seizoensdrukte) en met toekomstige groei in autobezit of -gebruik. Vrijstelling op basis van restcapaciteit is dus mogelijk, maar alleen bij een zorgvuldige en aantoonbare onderbouwing. Eisen aan een parkeeronderzoek Om de beschikbaarheid en benutting van bestaande parkeerplaatsen te kunnen beoordelen, is een parkeeronderzoek vereist. Dit onderzoek wordt uitgevoerd voor rekening van de initiatiefnemer, De eisen die we stellen aan het parkeeronderzoek staan in hoofdstuk 7.1. onder punt 4.
Afronding van de parkeereis Afronding van het aantal benodigde (fiets)parkeerplaatsen vindt altijd plaats aan het eind van de berekening – en altijd naar boven omdat naar beneden afronden leidt tot een structureel tekort. Een berekend resultaat van bijvoorbeeld 2,3 parkeerplaatsen betekent dat 3 volledige parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Deze keuze sluit aan bij het uitgangspunt dat we werken met minimumnormen. Naar boven afronden is dan logisch én noodzakelijk voor een realistische parkeerbalans.
16
5. Wat als de parkeervraag niet ingevuld kan worden? 5.1. Afkoop Wanneer het aantoonbaar niet mogelijk is om (volledig of gedeeltelijk) te voldoen aan de parkeervraag op eigen terrein, kan onder voorwaarden worden afgeweken via een afkoopregeling. In dat geval betaalt de initiatiefnemer een financiële bijdrage aan de gemeentelijke Voorziening Parkeerbeleid. Met deze voorziening kunnen we ergens anders parkeeroplossingen realiseren of mobiliteitsmaatregelen treffen die de parkeerdruk verlagen. 5.2. Voorwaarden voor toepassing Afkoop is alleen toegestaan als het fysiek of ruimtelijk niet haalbaar is om parkeerplaatsen op eigen terrein of binnen acceptabele loopafstand te realiseren. Er moeten voldoende vrije parkeerplekken in de directe omgeving beschikbaar zijn. Of er voldoende plek is moet blijken uit een parkeerdruk meting. De mogelijkheid tot salderen of inzetten van deelmobiliteit moet eerst onderzocht zijn. Dit kan door middel van een onafhankelijk en deskundig mobiliteitsadviesbureau. De kosten van dit onderzoek zijn voor de ontwikkelaar. De aanvraag moet gemotiveerd zijn en onderbouwd met een parkeerbalans. We beoordelen de aanvraag en bepalen het afkoopbedrag op basis van functie, locatie (gebiedsindeling) en prijs. 5.3.
Toepassing Voorziening Parkeerbeleid De middelen uit de Voorziening Parkeerbeleid mogen uitsluitend worden ingezet voor maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan het opvangen van de parkeerbehoefte of het verminderen van de parkeerdruk in de directe omgeving van het betreffende plan. De inzet van deze middelen dient binnen een termijn van tien jaar na realisatie van het betreffende bouwproject plaats te vinden, zodat het effect op de omgeving tijdig merkbaar is. We kunnen de Voorziening Parkeerbeleid bijvoorbeeld gebruiken voor de volgende toepassingen: •
Realisatie van extra openbare parkeerplaatsen in de nabijheid van het betreffende bouwplan, bijvoorbeeld door herinrichting van straten, aanleg van een kleinschalig parkeerterrein of bouw van een parkeergarage.
•
Investeringen in mobiliteitshubs of deelmobiliteitsvoorzieningen, zoals deelauto’s, deelfietsen en bijbehorende infrastructuur, mits deze aantoonbaar bijdragen aan een lagere parkeerbehoefte.
•
Verbetering van fiets- en voetgangersinfrastructuur die de bereikbaarheid van de ontwikkellocatie verbetert en daarmee het gebruik ervan stimuleert.
De inzet van de Voorziening Parkeerbeleid wordt per project gemotiveerd en afgestemd op het specifieke gebiedstype, de aard van het bouwplan en de onze beleidsdoelstellingen op het gebied van mobiliteit en duurzaamheid.
17
5.4. Afkoopbedragen Per niet te realiseren autoparkeerplaats dient de ontwikkelaar een afkoopsom aan de gemeente te voldoen. Deze afkoopsom varieert per deelgebied. Deelgebied
Afkoopsom
Centrum Nijverdal
€ 15.000,- exclusief BTW per parkeerplaats
Schil Nijverdal
€ 8.500,- exclusief BTW per parkeerplaats
Rest bebouwde kom en buitengebied
€ 5.000,- exclusief BTW per parkeerplaats
Tabel 3: afkoopbedragen Deze afkoopsommen zijn alle prijspeil 1 januari 2025. Jaarlijks kan dit bedrag worden geïndexeerd. Dit bedrag wordt berekend over het volledige aantal af te kopen parkeerplaatsen, uitgaande van hele aantallen. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de functie van de ruimtelijke ontwikkeling, de hoogte van het afkoopbedrag geldt voor iedere autoparkeerplaats bij iedere functie.
18
6. Kwaliteitseisen parkeervoorzieningen Naast het aantal te realiseren parkeerplaatsen stellen we ook eisen aan de kwaliteit en bruikbaarheid van parkeeroplossingen. Dit geldt voor zowel auto- als fietsparkeerplaatsen. Goed ingerichte en toegankelijke parkeerplekken dragen bij aan gebruiksgemak, veiligheid en leefbaarheid van de openbare ruimte. 6.1. Auto Voor autoparkeerplaatsen gelden de volgende richtlijnen: •
Afmetingen: minimaal conform de normen uit de NEN 2443 (2,5 x 5,0 meter per plek, 3,5 x 5,0 meter bij gehandicapten parkeerplekken).
•
Toegankelijkheid: voldoende manoeuvreerruimte voor in- en uitrijden, ook bij grotere voertuigen.
•
Bewegwijzering: duidelijk herkenbaar en goed leesbaar, inclusief aanduidingen voor bezoekers, gehandicapten of laadplekken.
•
Verlichting en veiligheid: goede verlichting op openbare of gedeelde parkeerterreinen, met aandacht voor sociale veiligheid.
•
Groen en afwatering: bij voorkeur klimaat adaptieve inrichting (bijv. waterdoorlatende verharding, schaduwvoorzieningen).
We adviseren gebruik te maken van de kennis uit de CROW publicatie ASVV 2021 (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen binnen de Bebouwde Kom). 6.2. Fiets Fietsparkeerplaatsen moeten veilig, goed bereikbaar en gebruiksvriendelijk zijn ingericht. De volgende eisen zijn van toepassing: •
Fietsparkeersystemen: conform de richtlijnen van FietsParKeur of de CROW-Leidraad Fietsparkeren 2023.
•
Toegankelijkheid: drempelvrij bereikbaar vanaf de openbare weg, met voldoende ruimte voor bakfietsen en fietsen met kinderzitjes.
•
Bescherming tegen weersinvloeden: bij grotere aantallen of langdurig parkeren (zoals bij stations, scholen of appartementencomplexen) is een overkapping gewenst.
•
Ophangsystemen: uitsluitend toegestaan indien ook geschikt voor fietsen met dikke banden of schijfremmen.
We behouden ons het recht voor om aanvullende eisen te stellen bij specifieke plannen, bijvoorbeeld bij verhoogde parkeerdruk, bijzondere doelgroepen of wanneer dit niet past binnen de beeldkwaliteit van een gebied.
19
7. Indienen voor een omgevingsvergunning: parkeeraspecten Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, functiewijzigingen of bouwprojecten is het verplicht om bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning ook de voorzieningen voor auto- en fietsparkeren mee te nemen. De parkeernormen uit deze nota vormen het toetsingskader voor de beoordeling van het plan. 7.1. Vereiste onderdelen van de aanvraag De initiatiefnemer dient bij de aanvraag de volgende informatie aan te leveren: 1. Parkeerbalans •
Een berekening van de parkeervraag per functie, op basis van de normen in deze nota.
•
Vermelding van eventueel toegepaste correctiefactoren, zoals dubbelgebruik, salderen, het gebruik van eigen terrein of de aanwezigheid van deelmobiliteit.
• Eventuele afwijkingen, voorzien van een duidelijke motivatie en onderbouwing. 2. Situatietekening •
Een duidelijke tekening van het plangebied met de locatie en indeling van parkeerplaatsen (voor auto en fiets).
•
Aanduiding van voorzieningen zoals laadpunten, gehandicaptenplaatsen en deelmobiliteit.
• Aantoonbaar bewijs dat de parkeervraag op eigen terrein is opgelost. 3. Toegankelijkheid en kwaliteit •
Een toelichting op de afmetingen, bereikbaarheid, bruikbaarheid en inrichting van de parkeerplaatsen. 4. Onderzoek parkeervraag (indien van toepassing) Algemene uitgangspunten •
Het parkeeronderzoek wordt uitgevoerd door een onafhankelijk en deskundig bureau.
•
De toegepaste methodiek (voor het meten van capaciteit en bezetting) moet vooraf door ons worden goedgekeurd. Minimale eisen •
Het onderzoek moet representatief zijn. Er mag geen sprake zijn van verstoringen zoals vakantieperiodes, wegwerkzaamheden of ongewone omstandigheden.
•
Het onderzoeksgebied wordt begrensd door de maximaal acceptabele loopafstanden, zoals die gelden in de betreffende parkeerzone en functie(s), zie hoofdstuk 4, onder stap 6.
•
Er wordt gemeten op maatgevende momenten, verspreid over minimaal twee verschillende weken.
•
De metingen vinden plaats op relevante dagen en dagdelen, op basis van de geldende aanwezigheidspercentages, zie bijlage 5.
7.2. Beoordeling We beoordelen de aanvraag op basis van: •
Deze parkeernota,
•
Het geldende omgevingsbeleid,
•
En de ruimtelijke context van het initiatief.
20
Bij plannen die afwijken van de parkeernormen vindt een maatwerkafweging plaats, waarbij onder meer gekeken wordt naar: •
De locatie en aard van het initiatief;
•
De realistische parkeerdruk in de omgeving;
•
De inzet van deelmobiliteit, een salderingsvoorstel of een afkoopregeling;
•
De mogelijke effecten op de directe omgeving.
Als de parkeeroplossing niet voldoet aan de eisen of onvoldoende is onderbouwd, kan dit leiden tot het afwijzen van de vergunningsaanvraag of het stellen van aanvullende voorwaarden.
21
8. Juridisch kader De toepassing van fiets- en autoparkeernormen kent een aantal belangrijke juridische aspecten. Dit hoofdstuk beschrijft het juridisch kader van de Nota Parkeernormen. 8.1. Juridische basis via bestemmingsplan en omgevingsvergunning De parkeernormen voor auto en fiets, zoals opgenomen in deze nota, zijn van toepassing op bouwontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. In het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Hellendoorn’ is vastgelegd dat een omgevingsvergunning alleen wordt verleend wanneer wordt voldaan aan de beleidsregels uit deze Nota Parkeernormen. 8.2. Hardheidsclausule We kunnen in individuele gevallen afwijken van de bepalingen in deze nota, wanneer de toepassing ervan leidt tot een onredelijk gevolg dat niet strookt met de bedoeling van deze Nota of onze overkoepelende mobiliteitsvisie. 8.3. Overgangsregeling Bouwontwikkelingen kennen vaak een lange doorlooptijd. Voor plannen die al in voorbereiding zijn, geldt een overgangsregeling. Deze is van toepassing als vóór de inwerkingtreding van deze Nota Parkeernormen: •
Een omgevingsvergunning is aangevraagd;
•
Er sprake is van een gesloten intentie-, samenwerkings- of anterieure overeenkomst met de gemeente;
•
Het college of de gemeenteraad een ruimtelijk kader, ontwerpbesluit of ruimtelijk ontwerp heeft vastgesteld.
Initiatiefnemers mogen er vrijwillig voor kiezen om alsnog de uitgangspunten uit deze nieuwe nota toe te passen op hun lopende projecten. Voor alle initiatieven die na de ingangsdatum van deze Nota worden ingediend, gelden automatisch de normen uit de Nota Parkeernormen Hellendoorn 2025.
22
9. Borgen naar de toekomst Om ervoor te zorgen dat (fiets)parkeeroplossingen niet alleen bij de vergunningsaanvraag goed geregeld zijn, maar ook op de lange termijn in stand blijven, is het belangrijk om afspraken juridisch goed te borgen. Daarmee wordt voorkomen dat (fiets)parkeerplaatsen later vervallen of voor andere doeleinden worden gebruikt, met als gevolg een tekort aan parkeerruimte en toenemende druk op de omgeving. Er wordt onderscheid gemaakt tussen borging via de omgevingsvergunning en via privaatrechtelijke afspraken. 9.1. Omgevingsvergunning Bij de verlening van een omgevingsvergunning wordt getoetst of het bouwplan voldoet aan de parkeernormen uit deze nota. Wanneer het plan in overeenstemming is met de eisen, worden de (fiets)parkeeroplossingen expliciet onderdeel van de vergunning. Dit betekent dat: •
De situering, het aantal en de kwaliteit van (fiets)parkeerplaatsen vastliggen.
•
De parkeeroplossing gekoppeld is aan de vergunde functie (bijvoorbeeld wonen, werken, etc.).
• Een wijziging in gebruik of functieverandering opnieuw moet worden getoetst op parkeereisen. Bij functiewijziging of splitsing van panden kan een nieuwe parkeertoets nodig zijn. Ook tijdelijke voorzieningen (zoals tijdelijke terreinen of alternatieve constructies) kunnen onder voorwaarden vergund worden, mits deze passend zijn binnen het beleid en voor de gestelde duur. 9.2. Privaatrechtelijke afspraak In situaties waarbij (fiets)parkeerplaatsen buiten het eigen perceel worden gerealiseerd (bijvoorbeeld op terrein van derden), is het noodzakelijk om de beschikbaarheid en het gebruik van deze plekken ook juridisch vast te leggen via een privaatrechtelijke overeenkomst. Deze overeenkomst moet waarborgen dat de (fiets)parkeerplaatsen: •
Duurzaam en exclusief beschikbaar zijn voor de betreffende functie;
•
Niet zonder onze toestemming kunnen worden opgeheven of gewijzigd;
•
Gecombineerd moeten worden met een publiekrechtelijke borging (bijvoorbeeld via voorwaarde in de omgevingsvergunning).
We kunnen als voorwaarde stellen dat een afschrift van de overeenkomst wordt overlegd bij de aanvraag van de vergunning. 9.3. Kettingbeding Om te voorkomen dat bij verkoop of overdracht van gronden de parkeerafspraken komen te vervallen, kunnen we eisen om in de overeenkomst een kettingbeding op te nemen. Dit houdt in dat: •
De verplichting tot beschikbaarstelling van parkeerplaatsen overgaat op rechtsopvolgers;
•
De juridische verplichting in stand blijft bij toekomstige verkoop, verhuur of erfpacht;
•
We derden kunnen aanspreken op nakoming van de afspraken.
Een kettingbeding is vooral van belang bij projecten waarbij meerdere eigenaren of gebruikers betrokken zijn, zoals bij appartementencomplexen of gezamenlijke voorzieningen. Het is een belangrijk instrument om parkeerafspraken te verankeren en langdurige parkeerdruk te voorkomen. Dit kan in een anterieure overeenkomst of privaatrechtelijke overeenkomst die met de initiatiefnemer wordt aangegaan.
23
Bijlage 1 Begrippenlijst Om duidelijkheid te creëren volgt hierbij een lijst met definities van gebruikte begrippen in deze Nota Parkeernormen Hellendoorn:
📘 Begrip
Betekenis
Afkoopregeling
Een regeling waarbij een ontwikkelaar geld betaalt als hij geen parkeerplaats kan aanleggen, waarmee de gemeente elders parkeeroplossingen kan maken.
Aanwezigheidspercentage Een inschatting van hoeveel mensen of voertuigen aanwezig zijn op een bepaald tijdstip, gebruikt bij het berekenen van dubbelgebruik. ASVV 2021
Een landelijke richtlijn voor het inrichten van wegen en openbare ruimte binnen de bebouwde kom.
Bruto vloeroppervlak (bvo)
Het totale oppervlak van een gebouw, gemeten vanaf de buitenmuren.
Correctiefactor
Een aanpassing in de berekening, bijvoorbeeld omdat een parkeerplek moeilijk bereikbaar is.
CROW Fietsparkeren
Richtlijnen voor het veilig en efficiënt stallen van fietsen.
CROW-kencijfermodel
Een landelijke richtlijn met cijfers over het aantal benodigde parkeerplaatsen per type functie of gebouw.
Deelmobiliteit
Het delen van vervoermiddelen, zoals deelauto’s of deelfietsen.
Dubbelgebruik
Het combineren van parkeerplaatsen door functies die op verschillende momenten actief zijn (bijv. overdag kantoren, 's avonds woningen).
Fietsparkeernorm
Het minimum aantal plekken waar fietsen gestald kunnen worden bij een ontwikkeling.
Functionele parkeerbehoefte
Het aantal parkeerplaatsen dat nodig is voor gebruikers van een gebouw, afhankelijk van het gebruik van dat gebouw.
Gebiedstype
Een indeling van delen van de gemeente (zoals centrum of buitengebied) op basis van bebouwing en bereikbaarheid.
Hardheidsclausule
Een bepaling waarmee in uitzonderlijke gevallen mag worden afgeweken van de regels, als ze oneerlijk uitpakken.
24
Kettingbeding
Een bepaling in een contract die ervoor zorgt dat afspraken ook gelden voor toekomstige eigenaren of gebruikers van een terrein.
Loopafstand
De maximale afstand die iemand te voet moet afleggen van de parkeerplaats tot de bestemming.
Maatwerk
Afwijken van de standaardregels als dat beter past bij een specifieke situatie.
Mobiliteitshub
Een centrale plek waar verschillende vervoermiddelen samenkomen, zoals fietsen, deelauto’s en openbaar vervoer.
Mobiliteitstransitie
De verandering van het gebruik van auto’s naar duurzamere vervoermiddelen zoals fietsen, deelauto’s of openbaar vervoer.
Omgevingsvergunning
Een vergunning voor bijvoorbeeld bouwen of verbouwen, waarbij ook wordt gekeken naar parkeren.
Parkeerdruk
De mate waarin parkeerplaatsen in een gebied bezet zijn. Hoge parkeerdruk betekent weinig vrije plekken.
Parkeernorm
Het minimum aantal parkeerplaatsen dat moet worden aangelegd bij een nieuw gebouw of verbouwing.
Privaatrechtelijke overeenkomst
Een juridische afspraak tussen partijen (bijvoorbeeld over parkeerplaatsen) die niet in de wet staat, maar wel rechtsgeldig is.
Saldering
Het verrekenen van parkeerbehoefte met beschikbare plekken in de omgeving.
Verstedelijkingsgraad
De mate waarin een gebied bebouwd en dichtbevolkt is.
Voorziening parkeerbeleid Een begrotingspost met geld die wordt gebruikt voor parkeerprojecten, bijvoorbeeld om extra parkeerplaatsen aan te leggen.
25
Bijlage 2 Gebiedsindeling
Centrum Nijverdal Schil centrum Nijverdal
26
Bijlage 3 Fietsparkeernormen 🏠 Fietsparkeernormen – Wonen
Functie
Eenheid
Bewoners
Bezoekers
Woning < 50 m² BVO
Per woning
2
0,5
Woning 50–75 m² BVO
Per woning
3
0,5
Woning 75–100 m² BVO
Per woning
3
0,5
Woning > 100 m² BVO
Per woning
5
0,5
Woning sociale huur
Per woning
3
0,5
Woonhuis met maatschappelijke functie
Per woning
1
0,5
Seniorenwoning
Per woning
1
0,5
Kamerverhuur
Per kamer
1
0,5
Eenheid
💼 Fietsparkeernormen – Werken
Functie
Personeel
Bezoekers
Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief Per 100 m² BVO
1
0
Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief
Per 100 m² BVO
2
0
Bedrijfsverzamelgebouw
Per 100 m² BVO
2
1
Commerciële dienstverlening (kantoor met balie)
Per 100 m² BVO
2
3
Kantoor (zonder baliefunctie)
Per 100 m² BVO
2
1
Showroom
Per 100 m² BVO
Maatwerk
Maatwerk
🛒 Fietsparkeernormen – Winkelen & boodschappen doen Functie
Eenheid
Fietsparkeerplaatsen (inclusief bezoekers)
Bouwmarkt
Per 100 m² BVO
0,3
Tuincentrum
Per 100 m² BVO
0,3
Bruin- en witgoedzaken
Per 100 m² BVO
0,3
Woonwarenhuis / woonwinkel
Per 100 m² BVO
0,3
Kringloopwinkel
Per 100 m² BVO
2,5
Outletcentrum
Per 100 m² BVO
2,5
Buurtsupermarkt
Per 100 m² BVO
2,7
Fullservice supermarkt
Per 100 m² BVO
2,7
Grote supermarkt (XL)
Per 100 m² BVO
2,7
Groothandel specialist
Per 100 m² BVO
0,3
Weekmarkt
Per 100 m² BVO
2,7
Buurt- of dorpscentrum
Per 100 m² BVO
2,5
27
⚕️ Fietsparkeernormen – Gezondheidszorg en sociale voorzieningen Functie
Eenheid
Fietsparkeerplaatsen
Huisartsenpraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,8
Consultatiebureau
Per behandelkamer
1,8
Consultatiebureau voor ouderen
Per behandelkamer
1,8
Apotheek
Per locatie
11
Dagverzorging gehandicapten
Per opvangplaats
Maatwerk
Begraafplaats / crematorium
Per plechtigheid
Maatwerk
Penitentiaire inrichting
Per 10 cellen
Maatwerk
Religiegebouw
Per zitplaats
Maatwerk
Fysiotherapiepraktijk
Per behandelkamer
1,8
Tandartsenpraktijk (-centrum)
Per 100 m² BVO
1,8
Verpleeg- en verzorgingstehuis
Per wooneenheid
Maatwerk
(inclusief bezoekers)
🎭 🏀 🎨 Fietsparkeernormen – Sport, Cultuur en Ontspanning
Functie
Eenheid
Fietsparkeerplaatsen (inclusief bezoekers)
Bowlingcentrum
Per 100 m² BVO
0,9
Biljart-/snookercentrum
Per 100 m² BVO
0,9
Fitnessstudio / sportschool
Per 100 m² BVO
Fitnesscentrum
Per 100 m² BVO
5 5
Dansstudio
Per 100 m² BVO
5
Sporthal
Per 100 m² BVO
2,5
Sportzaal
Per 100 m² BVO
4
Sportveld
Per ha. netto terrein
50
Indoorspeeltuin
Per 100 m² BVO
0,9
Tennishal / squashhal
Per 100 m² BVO
Maatwerk
Zwembad overdekt
Per 100 m² bassin
20
Wellnesscentrum
Per 100 m² BVO
Maatwerk
Sauna, hammam
Per 100 m² BVO
2,5
Bibliotheek
Per 100 m² BVO
3
Bioscoop
Per 100 m² BVO
4
Filmtheater / filmhuis
Per 100 m² BVO
4
Theater / schouwburg
Per 100 m² BVO
14,3
Casino
Per 100 m² BVO
0,9
Volkstuin
Per 10 tuinen
0,9
Jachthaven
Per ligplaats
Maatwerk
Manege (paardenhouderij)
Per box
Maatwerk
Museum
Per 100 m² BVO
0,9
28
🍷 Fietsparkeernormen – Horeca en verblijfsrecreatie
Functie
Eenheid
Fietsparkeerplaatsen (inclusief bezoekers)
Bungalowpark (huisjescomplex)
Per bungalow
Maatwerk
Camping
Per bungalow
Maatwerk
Hotel
Per 100 m² BVO
Maatwerk
Discotheek
Per 100 m² BVO
Maatwerk
Café, bar of cafetaria
Per 100 m² BVO
7
Restaurant, eetcafé of bistro
Per 100 m² BVO
7
Evenementenhal, beursgebouw
Per 100 m² BVO
Maatwerk
🎓 Fietsparkeernormen – Onderwijsvoorzieningen
Functie
Eenheid
Personeel
Bezoekers
Kinderdagverblijf
Per 100 m² BVO
Maatwerk
Maatwerk
Basisonderwijs
Per leslokaal
Maatwerk
12,5
Middelbare school
Per 100 leerlingen
Maatwerk
60,6
Hogeschool
Per 100 leerlingen
Maatwerk
Maatwerk
Avondonderwijs
Per 10 studenten
Maatwerk
Maatwerk
29
Bijlage 4 Autoparkeernormen
Nijverdal overig
2,2 0,2 2,2 0,2 2,2 0,2 2,1 0,2 1,8 0,1
koop, huis, tweeonder-een-kap
2,1 0,2
koop, huis, tussen/hoek
2
0,2 1,9 0,2 1,9 0,2 1,8 0,2 1,5 0,1 1,7 0,1 1,8 0,2
2
0,3
koop, appartement, > 100 m2
1,7 0,2 1,7 0,2 1,6 0,2 1,5 0,2 1,3 0,1 1,4 0,1 1,5 0,2
2
0,3
2
2
Hulsen en Kruidenwijk
Buitengebied
koop, huis, vrijstaand
Schil Nijverdal centrum
🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋
Groot Lochter
🧑🤝🧑=bewoners 🙋=bezoekers
Hellendoorn
Woningtype / Norm
Daarle, Daarlerveen en Haarle
Nijverdal centrum
🏠 Autoparkeernormen Wonen - koop
0,1 2,1 0,2 2,6 0,3
0,2 2,1 0,2 1,9 0,2 1,6 0,1 1,8 0,1 1,9 0,2 2,3 0,3
koop, appartement, 75 1,3 0,2 1,3 0,2 1,2 0,2 1,1 0,2 1,2 0,1 1,3 0,1 1,4 0,2 1,6 0,3 m2 - 100 m2 koop, appartement, < 75 m2
1,1 0,2 1,1 0,2 1,1 0,2
1
0,2 1,1 0,1 1,1 0,1 1,2 0,2 1,2 0,3
30
Nijverdal overig
1,3 0,2 1,3 0,2 1,3 0,2 1,3 0,2 1,3 0,1 1,2 0,1 1,3 0,2 1,5 0,3
sociale huur, huis
1,1 0,2 1,1 0,2 1,1 0,2
huur, appartement, vrije sector, > 100 m2
1,2 0,2 1,2 0,2 1,1 0,2 1,1 0,2 1,2 0,1 1,1 0,1 1,3 0,2 1,1 0,3
huur, appartement, vrije sector, 75 m2 100 m2
1
huur, appartement, vrije sector,< 75 m2
0,7 0,2 0,7 0,2 0,7 0,2 0,7 0,2 0,8 0,1 0,7 0,1 0,8 0,2 0,6 0,3
0,2
1
0,2
Hulsen en Kruidenwijk 1
0,2
1
1
0,2
1
0,1 0,9 0,1
0,2 1,1 0,1
1
1
Buitengebied
huur, huis
Schil Nijverdal centrum
🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋 🧑🤝🧑 🙋
Groot Lochter
🧑🤝🧑=bewoners 🙋=bezoekers
Hellendoorn
Woningtype / Norm
Daarle, Daarlerveen en Haarle
Nijverdal centrum
🏠 Autoparkeernormen Wonen - huur
0,2 1,1 0,3
0,1 1,1 0,2 0,9 0,3
huur, appartement, 0,7 0,2 0,7 0,2 0,7 0,2 0,7 0,2 0,8 0,1 0,6 0,1 0,7 0,2 0,8 0,3 sociale huur, > 100 m2 huur, appartement, sociale huur, 75 m2 100 m2
0,6 0,2 0,6 0,2 0,6 0,2 0,6 0,2 0,7 0,1 0,7 0,1 0,6 0,2 0,6 0,3
huur, appartement, sociale huur, < 75 m2
0,5 0,2 0,5 0,2 0,5 0,2 0,5 0,2 0,6 0,1 0,5 0,1 0,5 0,2 0,5 0,3
huur, appartement, < 30 m2
0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,1 0,3 0,1 0,3 0,2 0,5 0,3
Kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig
0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,3 0,3
Aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen)
0,9 0,2 0,8 0,2 0,8 0,2
kleine eenpersoonswoning (tiny house)
0,8 0,2 0,7 0,2 0,7 0,2 0,9 0,2 0,5 0,1 0,5 0,1 0,6 0,2 0,8 0,3
1
0,2 0,5 0,1 0,7 0,1 0,7 0,2 0,8 0,3
31
Eenheid
Centrum Nijverdal
Schil-centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
💼 Autoparkeernormen Werken per Gebiedstype
Kantoor (zonder baliefunctie)
100 m² BVO
1,6
2,0
2,1
2,6
5%
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
100 m² BVO
2,1
2,4
2,9
6
20%
Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief
100 m² BVO
1,6
2,0
2,4
2,4
5%
Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief
100 m² BVO
0,7
0,9
1,1
1,1
5%
Bedrijfsverzamelgebouw (mix kantoren en bedrijven)
100 m² BVO
1,3
1,6
1,9
2
20%
Opslagruimte (particulier)
Per vestiging
–
–
12
15
Buurtsupermarkt < 600 m²
100 m² BVO
1,9
2,7
3,5
4,3
89%
Fullservice supermarkt 600–2000 m²
100 m² BVO
3,3
4,3
5,8
7,5
93%
Grote supermarkt > 2000 m²
100 m² BVO
6,1
6,9
7,7
9,8
84%
Groothandel specialist
100 m² BVO
4,6
5,7
5,9
7,9
80%
Groothandel algemeen
100 m² BVO
5,6
6,4
6,4
8,4
80%
Hoofdwinkelcentrum (centrumgebied)
100 m² BVO
3,5
3,9
-
-
81%
Stadsdeel-/wijk-/buurt/dorpswinkelcentrum
100 m² BVO
-
3,1
3,7
4,5
79%
Weekmarkt
100 m² BVO
0,2
0,2
0,3
0,3
89%
Bruin- en witgoedzaken
100 m² BVO
4
6
7,9
9,4
92%
Kringloopwinkel
100 m² BVO
0,9
1,3
1,9
2,3
92%
Woonwarenhuis / woonwinkel (overig)
100 m² BVO
1,3
1,7
1,9
2,0
91%
Woonwarenhuis (zeer groot)
100 m² BVO
-
-
5
5,1
95%
Meubelboulevard / woonboulevard
100 m² BVO
-
2,1
2,4
-
93%
Winkelboulevard
100 m² BVO
-
3,7
4,2
-
94%
Outletcentrum
100 m² BVO
-
9,2
10,1
10,4
94%
Bouwmarkt
100 m² BVO
-
1,9
2,5
2,5
87%
Tuincentrum (incl. buitenruimte)
100 m² BVO
-
2,3
2,6
2,9
89%
Groencentrum (incl. buitenruimte)
100 m² BVO
-
2,3
2,6
2,9
89%
Functie
32
Schil-centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
0,5
0,8
1,2
1,4
97%
3,2
8
11,2
13,7
94%
2,6
5,3
7,9
9,9
97%
100m2 bvo
4
8
9,8
12
87%
Musicaltheater
100m2 bvo
2,9
3,4
4
5,1
86%
Casino
100m2 bvo
4,7
6,1
6,5
8
86%
Bowlingcentrum
Per baan
1,6
2,3
2,8
2,8
89%
Biljartcentrum/snookercentrum
Per tafel
0,9
1,2
1,4
1,8
87%
Dansstudio
100m2 bvo
1,6
3,9
5,5
6,4
93%
Fitnessstudio/sportschool
100m2 bvo
1,4
3,4
4,8
5
87%
Fitnesscentrum
100m2 bvo
1,7
4,5
6,3
7,4
90%
Wellnesscentrum
100m2 bvo
3,1
5,8
9,3
10,3
99%
Sauna/hammam
100m2 bvo
2,5
4,6
6,7
7,3
99%
Sporthal/sportzaal
100m2 bvo
1,6
2,2
2,9
3,4
96%
Tennishal
100m2 bvo
0,3
0,4
0,5
0,5
87%
Padelhal
100m2 bvo
0,4
0,5
0,7
0,7
87%
Squashhal
100m2 bvo
1,6
2,4
2,7
3,2
84%
Kunstijsbaan (<400M)
100m2 bvo
1,3
1,6
1,9
2,1
98%
Kunstijsbaan (400M)
100m2 bvo
2,1
2,3
2,6
2,8
98%
Golf oefencentrum
Per centrum
-
-
51
56
93%
Golfbaan
100m2 bvo
-
-
96
118
98%
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal (gemiddeld en klein)
100m2 bvo
3,1
3,9
4,7
5,1
97%
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal (groot)
100m2 bvo
3,7
4,6
5,6
6,1
98%
Indoorspeeltuin/kinderspeelhal (zeer groot)
100m2 bvo
3,9
4,9
5,9
6,4
98%
Volkstuin
per 10 tuinen
-
1,3
1,4
1,5
100%
Museum
100m2 bassin
0,6
0,8
1,1
1,5
95%
Functie
Eenheid
Centrum Nijverdal
🎭 🏀 🎨 Autoparkeernormen Sport, Cultuur en Ontspanning
Bibliotheek
100m2 bvo
Bioscoop
100m2 bvo
Filmtheater/filmhuis
100m2 bvo
Theater/schouwburg
33
Eenheid
Centrum Nijverdal
Schil-centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
🎭 🏀 🎨 Autoparkeernormen Sport, Cultuur en Ontspanning (vervolg)
Zwemparadijs
100m2 bvo
3,0
3,0
5,0
5,0
99%
Zwembad (overdekt)
100m2 bassin
6,2
10,9
11,7
13,5
0%
Zwembad (openlucht)
100m2 bassin
6,4
11,2
13,1
16,1
0%
Sportveld
Per Ha
22,0
22,0
22,0
22,0
95%
Stadion
Per zitplaats
0,12
0,12
0,12
0,12
99%
Ski-snowboardhal
per 100m2 sneeuw
2,6
2,6
2,6
2,6
98%
Jachthaven
per ligplaats
0,5
0,5
0,7
0,7
0%
Kinderboerderij
Per gemiddelde boerderij
3,3
4,1
4,9
5,3
97%
Manege
per box
0,3
0,3
0,5
0,5
90%
Dierenpark
per ha
9,0
9,0
9,0
9,0
99%
Attractie- en pretpark
per ha
9,0
9,0
9,0
9,0
99%
gemiddelde tuin
8,0
8,0
11,0
14,00
99%
Functie
Plantentuin
Functie
Eenheid
Centrum Nijverdal
Schil-centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
🍷 Autoparkeernormen Horeca en verblijfsrecreatie
Camping
Per standplaats
-
-
-
1,3
90%
Bungalowpark
Per bungalow
-
-
1,8
2,2
91%
Hotel (1 ster)
Per 10 kamers
0,5
0,9
2,6
4,6
77%
Hotel (2 sterren)
Per 10 kamers
1,4
2,4
4,4
6,4
80%
Hotel (3 sterren)
Per 10 kamers
2,1
3,5
5,4
7,0
77%
Hotel (4 sterren)
Per 10 kamers
3,5
5,3
8,7
9,2
73%
Hotel (5 sterren)
Per 10 kamers
5,5
8,1
11,2
12,8
65%
Discotheek
100m2 bvo
7,1
14,1
21,2
21,2
99%
Cafe/bar/cafetaria
100m2 bvo
5,2
5,2
7,2
9,2
90%
Restaurant
100m2 bvo
5,2
5,2
7,2
9,2
80%
Evenementenhal
100m2 bvo
5,7
6,7
8,7
8,7
99%
34
Eenheid
Centrum Nijverdal
Schil-centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
⚕️ Autoparkeernormen Gezondheidszorg en sociale voorzieningen
Huisartsenpraktijk
behandelkamer
2,1
2,5
3,3
3,3
57%
Apotheek
per apotheek
2,3
2,8
3,4
3,4
45%
Fysiotherapiepraktijk
behandelkamer
1,3
1,5
2,0
2,0
57%
Consultatiebureau
behandelkamer
1,4
1,6
2,1
2,2
50%
Consulatiebureau voor ouderen
behandelkamer
1,3
1,6
2,0
2,0
38%
Tandartsenpraktijk
behandelkamer
1,6
2,0
2,6
2,7
47%
Ziekenhuis
100m2 bvo
1,4
1,6
1,9
2,0
29%
Crematorium
plechtigheid
-
25,1
35,1
35,1
99%
Begraafplaats
plechtigheid
-
26,6
36,6
36,6
97%
Penitentiare inrichitng
10 cellen
1,7
2,2
3,3
3,7
37%
Religiegebouw
zitplaats
0,15
0,15
0,2
0,2
99%
Verpleeg/verzorgingstehuis
wooneenheid
0,6
0,6
0,7
0,7
60%
Gezondheidscentrum
behandelkamer
1,6
1,9
2,5
2,5
55%
Functie
Schil-centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
Kinderdagverblijf
100m2 bvo
1,0
1,2
1,4
1,5
0%
Basisschool
Per leslokaal
0,8
0,8
0,9
1,0
48%
Middelbare school
100 leerlingen
3,9
4,7
5,1
5,1
11%
ROC
100 studenten
4,9
5,6
6,1
6,1
7%
Hogeschool (HBO)
100 studenten
9,5
10,2
11,1
11,1
72%
Universiteit
100 studenten
13,4
15,6
16,9
17,0
68%
Avondonderwijs/vrijetijdsonderwijs
10 studenten
3,7
5,8
7,0
10,7
48%
Functie
Eenheid
Centrum Nijverdal
🎓 Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen
35
Bijlage 5 Aanwezigheidspercentages
Functie
Werkdagochtend
Werkdagmiddag
Werkdagavond
Werkdagnacht
Koopavond
Zaterdagmiddag
Zaterdagavond
Zondagmiddag
📊 Aanwezigheidspercentages per functie en tijdsperiode
Woningen bewoners
50%
50%
90%
100%
80%
60%
80%
70%
Woningen bezoekers
10%
20%
80%
0%
70%
60%
100%
70%
Kantoor / bedrijven
100%
100%
5%
0%
5%
0%
0%
0%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
0%
75%
0%
0%
0%
Detailhandel
30%
60%
20%
0%
75%
100%
0%
10%
Grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
0%
80%
100%
0%
0%
Horeca
30%
40%
90%
0%
80%
75%
100%
45%
Supermarkt
30%
60%
40%
0%
80%
100%
40%
40%
Sportfuncties binnen
50%
50%
100%
0%
100%
100%
100%
75%
Sportfuncties buiten
25%
25%
50%
0%
50%
100%
25%
100%
Bioscoop / theater / podium
5%
30%
90%
0%
90%
40%
100%
40%
Sociaal cultureel
10%
40%
100%
0%
100%
60%
90%
25%
Sociaal medisch: arts / therapeut / consultatiebureau
100%
100%
30%
0%
15%
15%
5%
5%
Verpleeghuis / verzorgingstehuis / aanleunwoning
100%
100%
50%
25%
50%
100%
100%
100%
Ziekenhuis: patiënten & bezoekers
60%
100%
60%
5%
60%
60%
60%
60%
Ziekenhuis: medewerkers
75%
100%
40%
25%
40%
40%
40%
40%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
0%
100%
0%
0%
0%
36
Bijlage 6 Reductiefactor bij uitbreiding van een functie Bij uitbreiding van een bestaande functie (zoals een winkel of horecavoorziening) leidt extra vloeroppervlak niet automatisch tot een evenredige toename van de parkeerbehoefte. Om onnodige overdimensionering van parkeervoorzieningen te voorkomen, wordt een reductiefactor toegepast op de parkeereis voor de uitbreiding. Formule voor de reductiefactor Gegeven: •
x₁ = bestaand bruto vloeroppervlak (bvo)
•
x₂ = uitbreiding van het bvo
Dan geldt: Reductiefactor (y) = (x₁) / (x₁ + x₂) Minimale parkeereis = parkeernorm x₂ × y Toelichting op de formule •
De reductiefactor verlaagt alleen de parkeereis voor de uitbreiding (x₂).
•
Bij volledige nieuwbouw (x₁ = 0) is y = 1 → de volledige parkeernorm voor x₂ geldt dan onverkort.
•
Bij een relatief kleine uitbreiding (x₂ veel kleiner dan x₁), is y ≈ 1 → de reductie is dan minimaal of nihil.
•
Deze methode staat geen reductie toe op de bestaande parkeereis, alleen op de uitbreiding.
•
De uitkomst geldt als minimumnorm; het staat de ontwikkelaar vrij méér parkeerplaatsen te realiseren.
Voorbeeld – Toepassing reductiefactor bij uitbreiding bestaande functie Situatie: Een winkel breidt uit van 500 m² bvo naar 800 m² bvo. De uitbreiding bedraagt dus 300 m² bvo. De parkeernorm voor winkels is 3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Stap 1 – Bepaal x₁ en x₂ •
x₁ = bestaand bvo = 500
•
x₂ = uitbreiding bvo = 300
Stap 2 – Bereken reductiefactor (y) y = max(x₁) / (x₁ + x₂) y = max(500) / (500 + 300) = 500 / 800 = 0,625 Stap 3 – Bereken parkeereis voor de uitbreiding Norm = 3 parkeerplaatsen per 100 m² → voor 300 m² is dat 9 parkeerplaatsen. Met reductie: 9 × 0,625 = 5,6 → afgerond: 6 parkeerplaatsen
37
Resultaat: Voor de uitbreiding van 300 m² geldt een verminderde parkeereis van 6 parkeerplaatsen in plaats van 9. De bestaande parkeercapaciteit voor de eerste 500 m² blijft buiten beschouwing.
38
Bijlage 7 Rekenvoorbeelden Voorbeeld 1 – nieuwe ontwikkeling met meerdere voorzieningen Een ontwikkelaar heeft een plan om 40 kleinere (60 m2) en 20 grotere (95 m2) vrije sector huurappartementen te realiseren bovenop een nieuwe supermarkt van 2.000 m2 BVO. De 20 grotere appartementen krijgen een berging waar de bewoners hun fiets kunnen stallen. De ontwikkeling vindt plaats op een braakliggende kavel in het centrum van Nijverdal. Binnen 400 m is geen parkeerregulering en geen OV-knoop. Hoeveel fiets- en autoparkeerplaatsen dienen op het terrein te worden aangelegd? Bepalen van de van toepassing zijnde parkeernormen Het betreft de realisatie van woningen en een supermarkt in het centrum van Nijverdal. •
De woningen van 60 m2 vallen in de categorie <75 m2 met een fietsparkeernorm van 3 voor bewoners en 0,5 voor bezoekers. De autoparkeernorm is 0,9 (waarvan 0,1 voor bezoek).
•
De woningen van 95 m2 vallen in de categorie 75-100 m2 met een parkeernorm van 1,1 (waarvan 0,1 voor bezoek).
•
De supermarkt betreft een filiaal van een grote supermarktketen met een breed assortiment in alle prijsklassen en kan daarmee worden geclassificeerd als een “full service supermarkt”. Hiervoor geldt een fietsparkeernorm van 2,7 per 100 m2 en een autoparkeernorm van 3,3 per 100 m2
Rekenstap 1: bepalen van de normatieve parkeerbehoefte De normatieve parkeerbehoefte voor fietsen wordt op basis van bovenstaande als volgt berekend. Functie 🧑🤝🧑=bewoners 🙋=bezoekers Woning 60 m2 Woning 95 m2 Supermarkt Totaal
Omvang
Parkeernorm 🧑🤝🧑 🙋
Per
Eenheden
Parkeerbehoefte 🧑🤝🧑 🙋
40
3
0,5
woning
40
120
20
20
3
0,5
woning
20
60
10
2,7
100 m2
20
0 180
54 84
2000 m2
De normatieve parkeerbehoefte voor auto’s wordt op basis van bovenstaande als volgt berekend. Functie 🧑🤝🧑=bewoners 🙋=bezoekers Woning 60 m2 Woning 95 m2 Supermarkt Totaal
Omvang
Parkeernorm 🧑🤝🧑 🙋
Per
Eenheden
Parkeerbehoefte 🧑🤝🧑 🙋
40
0,8
0,1
woning
40
32
4
20
1
0,1
woning
20
20
2
3,3
100 m2
20 52
33 39
2000 m2
39
Rekenstap 2: bepalen van het dubbelgebruik De parkeereis wordt berekend door de normatieve parkeerbehoefte te vermenigvuldigen met de geldende aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies. Hierbij wordt voor de woningen onderscheid gemaakt tussen de bewoners en de bezoekers. De aanwezigheidspercentages van beide groepen zijn verschillend. De geldende parkeernorm wordt daarvoor opgesplitst in het bewonersdeel en het bezoekersdeel. De van toepassing zijnde aanwezigheidspercentages zijn als volgt:
80%
70%
Woning, bezoek
10%
20%
80%
0%
70%
70%
100%
70%
Supermarkt
30%
60%
40%
0%
80%
100%
40%
40%
middag
middag
avond
middag
Zondag
80%
avond
Zaterdag
80%
Zaterdag
Koopavond
100%
Werkdag
90%
Werkdag
50%
Werkdag
50%
ochtend
Woning, bewoners
FIETS EN AUTO
Werkdag
nacht
Categorie
De doorrekening op basis van de aanwezigheidspercentages is dan als volgt. In de tabel is voor de functie wonen onderscheid gemaakt naar de normatieve parkeervraag van de bewoners zelf en van de bezoekers. De vraag naar fietsparkeren voor de grotere appartementen (60 stuks) wordt in
48
0
42
42
60
42
Supermarkt
54
16,2
32,4
21,6
0
43,2
54
21,6
21,6
Totaal
234
143
165
190
120
206
216
202
184
AUTO
Werkdag
Werkdag
Werkdag
Werkdag
Zaterdag
Zondag
52
41,6
41,6
41,6
36,4
Woning, bezoek
6,0
0,6
1,2
4,8
0
4,2
4,2
6
4,2
Supermarkt
33,0
9,9
19,8
13,2
0
26,4
33
13,2
13,2
Totaal
91
37
47
65
52
73
79
61
54
middag
46,8
avond
Zaterdag
26
middag
Koopavond
26
avond
52,0
middag
Woning, bewoners
Categorie
ochtend
nacht
middag
12
Zondag
6
avond
Zaterdag