Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a ontwerp 1 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Gemeenten worden op grond van deze wet geacht om alle ruimtelijke plannen en verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, samen te brengen in een omgevingsvisie en een omgevingsplan (en daaraan gekoppelde programma’s). In deze planfiguren zullen de ontwikkelingsmogelijkheden voor ruimtelijke ordening en water, maar evengoed voor milieu, verkeer en vervoer, bouwen, natuur, cultureel erfgoed, etc integraal afgewogen worden. De Omgevingswet gaat tevens uit van een nieuwe rol van de overheid; deze is eerder adviserend van aard, dan toetsend. Deze handleiding wil aan beide aspecten van de Omgevingswet tegemoetkomen door: a. kaders aan te geven voor een integrale benadering van water in ruimtelijke ontwikkelingen; b. initiatiefnemers te ondersteunen bij het borgen van waterbelangen, zodat ‘water’ een meerwaarde kan vormen voor het betreffende project en procesrisico’s (tijdverlies en extra kosten) worden vermeden. 1.1 Doel van deze handleiding Deze handleiding is geschreven voor medewerkers van de gemeente Hellendoorn. Doel is: bewustwording van het waterbelang in iedere fase van het Watertoetsproces, zodat steeds de juiste vakspecialisten ‘aan tafel’ zitten en de gemeente optimaal invulling kan geven aan haar adviserende taak.
Deze handleiding is afgestemd met waterschap Vechtstromen en waterschap Drents Overijsselse Delta, die (in ieder geval tot 1 januari 2022) formeel verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de watertoets. De gemeente heeft parallel aan deze handleiding tevens een folder voor initiatiefnemers ontwikkeld, waarin de hoofdlijnen van het Watertoetsproces zijn opgenomen. Deze wordt bij aanvang van ruimtelijke planprocessen uitgereikt, zodat de kansen op een integrale benadering van ‘water’ het grootst zijn. 1.2 Leeswijzer In het vervolg van deze handleiding wordt ingegaan op het waterbeleid (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt het Watertoetsproces samengevat. Hierbij worden ook de specifieke randvoorwaarden die de gemeente Hellendoorn aan dit proces stelt, expliciet gemaakt (hoofdstuk 3). In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de output van het Watertoetsproces, de waterparagraaf (hoofdstuk 4).
31 augustus 2020
62
Begrippen Watertoets De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Waterparagraaf De waterparagraaf betreft een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie. Welke wijzigingen treden er op en hoe wordt hiermee omgegaan. De waterparagraaf is het resultaat van het watertoetsproces en wordt opgenomen in het bestemmingsplan of ruimtelijk plan. Initiatiefnemer Projectontwikkelaar, adviesbureau, burger, natuurbeschermingsorganisatie, woningcorporatie, een partij die voornemens is ruimtelijke activiteiten te ontplooien. Riolerings- en waterhuishoudingsplan Een technisch plan waarin alle voorzieningen die nodig zijn om afvalwater en hemelwater in te zamelen en te verwerken en grondwaterstanden te beheersen zijn beschreven inclusief daarvoor benodigde aanpassingen (bijvoorbeeld aan bestaande riolering en watergangen).
2 Gemeentelijk beleid In het beleidsplan Samenleven met Water geeft de gemeente hoe de gemeente Hellendoorn op de korte en middellange termijn invulling gaat geven aan haar zorgplichten voor wat betreft afval-, hemel- en grondwater. Het plan laat ook zien hoe wordt ingespeeld op een veranderend klimaat en het oppervlaktewatersysteem. De lange termijn visie en doelen zijn in hoofdstuk 4 van dit beleidsplan opgenomen. Bij het watertoetsproces gaan we uit van de navolgende voorkeursvolgorde voor het omgaan met waterstromen opgenomen: Voorkeursvolgorde 1. Het ontstaan van afvalwater voorkomen of beperken. 2. Verontreiniging van water voorkomen of beperken. 3. Waterstromen gescheiden houden, tenzij niet scheiden geen nadelige gevolgen heeft. 4. Huishoudelijk afvalwater en vergelijkbaar afvalwater gaan naar de RWZI. 5. Andere waterstromen zoals schoon hemelwater na retentie en zuivering bij de bron hergebruiken. 6. Andere waterstromen zoals schoon hemelwater na retentie en zuivering lokaal 7. in het milieu brengen.
3 Watertoetsproces Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 bestaat het Watertoetsproces uit de volgende vijf fasen: ideefase, initiatieffase, ontwikkel- en adviesfase, besluitvormingsfase en de fase van uitvoering en beheer. De eerste drie fasen zijn essentieel. In deze fasen werken initiatiefnemer en waterschap/gemeente samen ideeën uit, die uiteindelijk in het ruimtelijk plan geborgd zullen worden. In figuur 3.1 is het watertoetsproces samengevat. Hieronder volgt een korte toelichting per fase. 3.1 Ideefase De ideefase is geen officiële fase in een ruimtelijk planproces en evenmin een formeel onderdeel van het Watertoetsproces. Het gaat hier om de fase waarin de initiatiefnemer nog geen uitgewerkte plannen heeft en waarin ‘water’ nog op relatief eenvoudige wijze meegenomen kan worden in het gebiedsontwerp. Ook kan in deze fase direct al duidelijk worden of ‘water’ voor het betreffende initiatief een kans of belemmering vormt, wat de initiatiefnemer helpt om de (financiële) haalbaarheid van zijn project goed in te kunnen schatten. Tijdens de ideefase licht de initiatiefnemer zijn voornemens toe. De gemeente en/of het waterschap verricht een eerste beleidsmatige toetsing
31 augustus 2020
63
en schat de waterkansen en belemmeringen in op basis van lokale gebiedsinformatie (waterstanden, riolering, bergingsopties, etc). Deze beleidsmatige toetsing slaat niet alleen op het aspect ‘water’. Ook vanuit andere gemeentelijke vakdisciplines zal beoordeeld moeten worden of en hoe het initiatief ruimtelijk en milieuhygiënisch inpasbaar is. 3.2 Initiatieffase Tijdens de initiatieffase werkt de initiatiefnemer zijn ideeën uit tot een eerste gebiedsontwerp. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de informatie die de gemeente en/of het waterschap heeft aangeleverd in de ideefase. De initiatiefnemer legt dit concept-gebiedsontwerp ter beoordeling voor aan de gemeente, waarna deze inhoudelijk getoetst wordt. De gemeente maakt vervolgens duidelijk of en op welke voorwaarden zij medewerking kan verlenen aan het initiatief. Dit wordt eventueel geformaliseerd in een principe-uitspraak door het college van B&W. 3.3 Ontwikkel- en adviesfase In de ontwikkel- en adviesfase werkt de initiatiefnemer zijn gebiedsontwerp uit in een ruimtelijk plan (ruimtelijke onderbouwing of bestemmingsplan). Qua ‘water’ wordt aangesloten bij de randvoorwaarden uit de initiatieffase. De initiatiefnemer vat het tot nu toe doorlopen proces en de implicaties van het plan voor de waterhuishouding samen in een ‘waterparagraaf’.
De waterparagraaf laat zo concreet mogelijk zien welke invloed het plan heeft op de waterhuishouding. Eventueel worden hierin ook compenserende maatregelen voorgesteld met het oog op de waterkwaliteit/-kwantiteit. Specifieke aandacht is nodig voor de juridische borging van de waterhuishouding. De initiatiefnemer en gemeente zullen in onderling overleg bepalen welke publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke regelingen gewenst zijn (bijv. aanlegverplichting voor waterbuffers). Nadat het concept- of voorontwerpbestemmingsplan gereed is, wordt deze formeel ‘ingediend’ bij het waterschap via de Digitale Watertoets. Onder ‘gebiedsontwerp’ wordt verstaan: een inrichtingsschets van het ruimtelijk voornemen, waaruit (i.i.g.) blijkt hoe de toekomstige waterhuishouding is geregeld. 3.4 Besluitvormingsfase De besluitvormingsfase heeft betrekking op de eerste officiële fase van het ruimtelijk planproces. Het ruimtelijk plan - meestal het (voor)ontwerpbestemmingsplan of de ruimtelijke onderbouwing - wordt ter inzage gelegd en mede ter beoordeling voorgelegd aan de ‘overlegpartners’ (art. 3.1.1 Bro), waaronder het waterschap. In deze fase wordt gecontroleerd of alle randvoorwaarden en gemaakte afspraken voldoende zijn uitgewerkt en/of geborgd in het ruimtelijk plan. Het waterschap geeft na deze formele toetsing haar ‘wateradvies’ af.
3.5 Uitvoerings- en beheerfase Nadat een ruimtelijk plan of besluit in werking is getreden, start het uitvoeringstraject. Omdat aanleg en beheer veelal door een andere afdeling van gemeente/waterschap wordt gedaan dan de afdeling die bij de planontwikkeling is betrokken, is communicatie belangrijk. Dit geldt ook voor de vergunningverlening. In de overdracht moet duidelijk worden welke afspraken er zijn gemaakt. Ook voor de afdeling ‘handhaving’ kan deze informatie belangrijk zijn.
31 augustus 2020
64
3.6 Specifieke uitgangspunten gemeente hellendoorn Het Watertoetsproces verloopt niet altijd volgens de vijf fases. Soms is er al een uitgewerkt gebiedsontwerp of is van meet af aan duidelijk dat het initiatief een verwaarloosbare impact op de waterhuishouding heeft. In dat geval is een kortere route mogelijk. Ook het type ruimtelijk plan kan invloed hebben op het te doorlopen proces. Voor ontwikkelingsgerichte bestemmingsplan binnen ‘natte’ gebieden zal over het algemeen een grotere inspanning noodzakelijk zijn dan voor de meeste actualiseringsplannen. Een Omgevingsplan of -visie vraagt weer om een geheel eigen benadering. Kortom: maatwerk is belangrijk. Hieronder volgen enkele specifieke uitgangspunten waaraan de gemeente Hellendoorn ruimtelijke ontwikkelingen/-plannen zal toetsen. 1. De algemene lijn is: publiekrechtelijk voor privaatrechtelijk. Daar waar mogelijk wordt ‘water’ zo concreet mogelijk bestemd/aangeduid en/of in aanlegverplichtingen vervat. Pas wanneer dat niet mogelijk of wenselijk blijkt, kan gekozen worden voor bijv. afspraken o.b.v. een anterieure overeenkomst. 2. Structuur-/Omgevingsvisie: bezien zal moeten worden of de betreffende visie (en het beleid) overeenstemt met het waterbelang en of er sprake is van knelpunten. Als dit laatste het geval is kan worden overwogen of de visie aangepast moet worden. 3.
Herziening van bestemmingsplan of omgevingsvergunningen voor het afwijken van een bestemmingsplan: In het geval er een ontwikkeling wordt overwogen die vraagt om een afwijking of wijziging van een bestemmingsplan, zal de gemeente duidelijkheid geven over het proces van de watertoets en de eisen die worden gesteld vanuit het waterbeleid (zie fase 1 van het Watertoetsproces). De gemeente verstrekt hiervoor een folder waarin de uitgangspunten van het Watertoetsproces en de gemeentelijke randvoorwaarden zijn verwerkt. Uitgangspunt voor het proces is dat de initiatiefnemer zelf verantwoordelijkheid neemt voor de op te stellen waterparagraaf. 31 augustus 2020
65
4. Ontwerpfase voor het openbaar gebied: De initiatiefnemer werkt de waterparagraaf uit tot een gebiedsbestek en kan bij de gemeente terecht voor advies en ondersteuning. 5. Ontwerpfase voor woningen/gebouwen: De gemeente controleert in de fase van de aanvraag omgevingsvergunning of de waterparagraaf voldoende in het ontwerp is ingebed en maakt duidelijk wat wordt verwacht. 6. In de uitvoeringsfase zal de gemeente toezicht houden en controleren of het plan volgens de gemaakte afspraken wordt uitgevoerd. 7. De gemeente kan eisen stellen aan een initiatief met het oog op de grondexploitatie. Dit is gebaseerd op wettelijke regels (Afd. 6.4 Wro). Daarbij kunnen ook directe voorwaarden voor de wateropgave worden opgenomen. 8. Conform het GRP4 vraagt de gemeente van initiatiefnemers om de toename in verharding te compenseren door waterbergende maatregelen te nemen. Uitgangspunt is dat het hemelwater wordt vastgehouden en geborgen binnen het plangebied. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld omdat er fysiek geen ruimte is voor een waterbuffer, dan kan deze verplichting worden ‘afgekocht’ door maatregelen elders in het watersysteem te treffen. Zie hiervoor het rekenvoorbeeld in bijlage 1, afkoopregeling. 9. De gemeente neemt in bestemmingsplannen de onderstaande algemene regel t.a.v.
‘water’ op: “bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, dient te worden voldaan aan de eisen gesteld in het plan ´Samen Leven met Water 2021-2025´ vastgesteld door de raad in 2020. 4 Waterparagraaf De waterparagraaf bevat een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie. Welke wijzigingen treden er op en hoe wordt hiermee omgegaan? Dat is de hoofdvraag. In dit hoofdstuk is een checklist opgenomen die gebruikt kan worden om deze vraag te beantwoorden. De toetsing van de waterparagraaf ligt bij waterschap Vechtstromen of waterschap Drents Overijsselse Delta. 4.1 Checklist vaststellen thema’s - Veiligheid, waarborgen veiligheidsniveau; - Wateroverlast, voorkomen en/of reduceren van wateroverlast. Vergroten veerkracht watersysteem; - Verwerking hemelwater, vasthouden, bergen, afvoeren en schoon houden; - Riolering, voorkomen van het ontstaan van afvalwater.
Afvalwater afvoeren naar de rioolwaterzuivering; - Watervoorziening, afstemmen op de toegekende functie; - Volksgezondheid, minimaliseren risico op water gerelateerde ziekten en plagen; - Bodemdaling (veengebieden),tegengaan bodemdaling en reductie functiegeschiktheid; - Grondwateroverlast, voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast; - Oppervlaktewaterkwaliteit, behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur en afstemming KRW; - Grondwaterkwaliteit, behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur; - Verdroging, bescherming karakteristieke grondwaterafhankelijke ecologische waarden; - Natte natuur, ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. 4.2 Checklist wijzigingen huidige en toekomstige situatie Verdeling verhard oppervlak; 31 augustus 2020
66
-
Bodemopbouw: mate van doorlatendheid/infiltratie gebied; Grondwatersituatie: kwel/infiltratiegebied. Bepalen specifieke gebiedsafvoer (l/sec/ ha) door het waterschap; Oppervlaktewatersituatie; Inzameling en afvoer van afvalwater; Inzameling en afvoer van hemelwater Beheersing grondwaterstanden in relatie tot de functie van het gebied; Uitgangspunten stedelijk water vastleggen. In de concept-waterparagraaf worden principiële keuzes gemaakt voor de duurzame omgang met water, ophoging terrein versus ontwatering, type rioolsysteem, omvang van aan te leggen oppervlaktewater, etc.
4.3 Afkoopregeling Bij nieuwe inbreidingen wordt het proces van de watertoets gevolgd. Wanneer de berging vanwege ruimtegebrek niet kan worden gerealiseerd dan kan een beroep worden gedaan op de ‘afkoopregeling’. De initiatiefnemer betaalt de gemeente dan een bedrag van €400 per m3, zodat elders een voorziening kan worden getroffen. Rekenvoorbeeld Dakoppervlak: 100 m2. Oppervlak terreinverhardingen en bijgebouwen: 75 m2 Totaal oppervlak: 175 m2. Te realiseren berging: oppervlak 175 m2 x de bergingseis van 30 mm = 5,25 m3 berging; Te betalen aan de gemeente: 5,25 m3 à € 400,-/m3 = €2.100,-- (exclusief BTW).
31 augustus 2020
67
Bijlage 1 Waterregels behorend bij de Handleiding watertoets 2020 (bijlage 1 van bijlage 2 Handleiding watertoets 2020) Deze bijlage bevat de regels die de gemeente hanteert bij het document ‘Handleiding watertoets’. Het watertoetsproces is in deze handleiding toegelicht. In het GRP4 2016-2020 is een eerste basis voor deze regels gelegd. In dit beleidsplan worden deze regels naar aanleiding van de opgedane ervaringen bijgesteld. De indeling naar veel voorkomende projecten hebben we gehandhaafd. We onderscheiden, de volgende soorten projecten: • Uitbreiding woongebied; • Uitbreiding bedrijventerrein; • Nieuwbouw en bestaande bebouwing buiten de bebouwde kom; • Inbreidingen woongebied; • Uitbouw van woningen binnen de bebouwde kom; • Rioolvervanging, herstructurering, wegrenovatie. Naast een uitwerking naar soorten projecten is aandacht gegeven aan het beleid voor het informeren van burgers en bedrijven en flankerend beleid (samenhang met onkruidbestrijding, strooizouten, bestrijding van hondenpoep). 1 Uitbreiding woongebied Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen gaat de gemeente uit van afvoer bovengronds (via goten) naar de openbare ruimte of ondergronds (via een leidingsysteem) met een overloop op de erfgrens naar de openbare ruimte.
Voor de hemelwaterafvoer van de openbare verhardingen gaat de gemeente uit van afvoer bovengronds of ondergronds en centrale verwerking van het hemelwater via een bergingsvoorziening met aansluiting op oppervlaktewater of een combinatie van een bergingsvoorziening en infiltratievoorziening. Als alternatief kan een projectontwikkelaar of particulier ook kiezen voor afvoer en verwerking van hemelwater van particuliere verhardingen op eigen terrein. Bij nieuwe uitbreidingen wordt het proces van de watertoets gevolgd. Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de eisen van gemeente en waterschap gevolgd, deze zijn navolgend verwoord.. Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen woongebied Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur), aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen. Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 60 mm, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur. 2 Uitbreiding bedrijventerrein Het huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en het licht verontreinigde hemelwater van wegen en parkeerterreinen wordt ondergronds afgevoerd en verwerkt middels een verbeterd gescheiden stelsel of duurzaam verbeterd gescheiden stelsel.
Het afvalwater wordt daarbij naar het DWAstelsel afgevoerd en het licht verontreinigde hemelwater naar een hemelwaterstelsel. Als alternatief voor een verbeterd gescheiden rioolstelsel mag ook een duurzaam verbeterd gescheiden stelsel worden aangebracht gebaseerd op een verminderde hemelwaterafvoer via het gemaal al dan niet in combinatie met een reiniging van het overstortwater. De capaciteit van het regenwatergemaal wordt hierbij teruggebracht in overleg met en na goedkeuring van de gemeente. Bij uitbreidingen van bedrijventerreinen wordt het proces van de watertoets gevolgd.
31 augustus 2020
68
Voor het schone hemelwater gaat de voorkeur uit naar directe ondergrondse afvoer waarbij zware regenbuien via een bergingsvoorziening vertraagd worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Voor de definitieve vormgeving van het rioolstelsel zal per locatie vooraf een afweging worden gemaakt op basis van doelmatigheid en de landelijke indeling in bedrijfscategorieën (in deze categorisering is op basis van milieutechnisch overwegingen een classificering aangebracht tussen bedrijven met een licht karakter zoals kantoren en bedrijven met een zwaar karakter, bijvoorbeeld een autosloperij). Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de eisen van gemeente en waterschap gevolgd, deze zijn navolgend verwoord. Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen bedrijventerrein Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur), aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen. Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 40 mm, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur. 3 Nieuwbouw en uitbouw bebouwing buiten de bebouwde kom Hemelwater buiten de bebouwde kom mag niet worden vermengd met huishoudelijk of bedrijfsafvalwater.
Voor nieuwbouw van een of enkele woningen en uitbouw van bestaande bebouwingen buiten de bebouwde kom gelden de volgende dimensioneringsgrondslagen. Dimensioneringsgrondslagennieuwbouw en uitbouw bebouwing buiten de bebouwde kom Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur); Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 60 mm, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur. 4 Inbreidingen woongebied Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen is uitgangspunt dat deze op eigen terrein wordt verwerkt, met afhankelijk van de situatie, een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan. Ook voor verhardingen in de openbare ruimte wordt uitgegaan van verwerking binnen de inbreiding, met afhankelijk van de situatie, een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan. Bij nieuwe inbreidingen wordt het proces van de watertoets gevolgd. Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de eisen van gemeente en waterschap gevolgd, deze zijn navolgend verwoord . Wanneer de berging vanwege ruimtegebrek niet kan worden gerealiseerd dan kan een beroep worden gedaan op de ‘afkoopregeling’.
Deze afkoopregeling is aan het einde van deze bijlage met een rekenvoorbeeld opgenomen. Dimensioneringsgrondslagen inbreidingen Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur ), aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen; Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 30 mm, zorgdragen voor een noodoverloop van de compensatieberging naar een gemengd riool, een laagte, watergang of regenwaterriool.
31 augustus 2020
69
5 Uitbouw van woningen binnen de bebouwde kom Het grootste deel van de bouwvergunningaanvragen betreft kleine aanbouwtjes aan bestaande woningen. Voor aanbouwen met een toename van het verhard oppervlak wordt scheiding van afvalwater en hemelwater verplicht gesteld en dient de vergunning aanvrager rekening te houden met compensatieberging. Dimensioneringsgrondslagen uitbouw van woningen Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur); Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 30 mm, zorgdragen voor een noodoverloop van de compensatieberging naar een gemengd riool, een laagte, watergang of regenwaterriool. 7 Rioolvervanging, herstructurering, wegrenovatie Bij uitvoering van, herstructureringen, wegrenovatieprojecten of rioolvervangingsprojecten zoekt de gemeente actief naar mogelijkheden om verhard oppervlak af te koppelen indien dit op doelmatige en duurzame wijze mogelijk is. In deze projecten streeft de gemeente er tevens naar minimaal 10% minder verhardingen en een meer groene inrichting van het wegprofiel gericht op een gezondere leefomgeving en meer biodiversiteit. Voor deze projecten gelden de volgende dimensioneringsgrondslagen.
Dimensioneringsgrondslagen rioolvervanging, herinrichting en wegrenovatie Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur ), aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen; Ontwerp compensatieberging: afhankelijk van de gekozen oplossing wordt in overleg met het waterschap gezocht naar maatwerkoplossingen voor lokale berging ten behoeve van het vertraagd afvoeren van regenbuien of berging aan de rand van de woonkernen, gestreefd wordt minimaal 30 mm berging (ondergronds en/of bovengronds).
Tabel 1 geeft een samenvatting van de regels . Aan de hand van deze samenvatting kan worden bepaald welke dimensioneringsgrondslagen van toepassing zijn bij verschillende activiteiten in de gemeente. In de praktijk zullen deze grondslagen het vaakst worden gebruikt bij het proces van de watertoets. Tabel 1: Samenvatting dimensioneringsgrondslagen Activiteit Ontwerp afvoercapaciteit
Uitbreiding woongebied Uitbreiding bedrijventerrein Nieuwbouw en bestaande bebouwing buiten de bebouwde kom Inbreidingen woongebied Wijziging van verhard oppervlak Uitbouw van woningen binnen de bebouwde kom 31 augustus 2020
Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned
Ontwerp berging ten behoeve van vertraagde afvoer van hemelwater 60 mm 60 mm 60 mm
30 mm 30 mm 30 mm
70
Rioolvervanging, herstructurering, wegrenovatie
31 augustus 2020
Bui 9 kennisbank stichting Rioned
30 mm
71