Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a ontwerp 1 Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Herziening van bestemmingsplan of omgevingsvergunningen voor het afwijken van een bestemmingsplan: In het geval er een ontwikkeling wordt overwogen die vraagt om een afwijking of wijziging van een bestemmingsplan, zal de gemeente duidelijkheid geven over het proces van de watertoets en de eisen die worden gesteld vanuit het waterbeleid (zie fase 1 van het Watertoetsproces). De gemeente verstrekt hiervoor een folder waarin de uitgangspunten van het Watertoetsproces en de gemeentelijke randvoorwaarden zijn verwerkt. Uitgangspunt voor het proces is dat de initiatiefnemer zelf verantwoordelijkheid neemt voor de op te stellen waterparagraaf. 31 augustus 2020
65
4. Ontwerpfase voor het openbaar gebied: De initiatiefnemer werkt de waterparagraaf uit tot een gebiedsbestek en kan bij de gemeente terecht voor advies en ondersteuning. 5. Ontwerpfase voor woningen/gebouwen: De gemeente controleert in de fase van de aanvraag omgevingsvergunning of de waterparagraaf voldoende in het ontwerp is ingebed en maakt duidelijk wat wordt verwacht. 6. In de uitvoeringsfase zal de gemeente toezicht houden en controleren of het plan volgens de gemaakte afspraken wordt uitgevoerd. 7. De gemeente kan eisen stellen aan een initiatief met het oog op de grondexploitatie. Dit is gebaseerd op wettelijke regels (Afd. 6.4 Wro). Daarbij kunnen ook directe voorwaarden voor de wateropgave worden opgenomen. 8. Conform het GRP4 vraagt de gemeente van initiatiefnemers om de toename in verharding te compenseren door waterbergende maatregelen te nemen. Uitgangspunt is dat het hemelwater wordt vastgehouden en geborgen binnen het plangebied. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld omdat er fysiek geen ruimte is voor een waterbuffer, dan kan deze verplichting worden ‘afgekocht’ door maatregelen elders in het watersysteem te treffen. Zie hiervoor het rekenvoorbeeld in bijlage 1, afkoopregeling. 9. De gemeente neemt in bestemmingsplannen de onderstaande algemene regel t.a.v.
‘water’ op: “bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, dient te worden voldaan aan de eisen gesteld in het plan ´Samen Leven met Water 2021-2025´ vastgesteld door de raad in 2020. 4 Waterparagraaf De waterparagraaf bevat een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie. Welke wijzigingen treden er op en hoe wordt hiermee omgegaan? Dat is de hoofdvraag. In dit hoofdstuk is een checklist opgenomen die gebruikt kan worden om deze vraag te beantwoorden. De toetsing van de waterparagraaf ligt bij waterschap Vechtstromen of waterschap Drents Overijsselse Delta. 4.1 Checklist vaststellen thema’s - Veiligheid, waarborgen veiligheidsniveau; - Wateroverlast, voorkomen en/of reduceren van wateroverlast. Vergroten veerkracht watersysteem; - Verwerking hemelwater, vasthouden, bergen, afvoeren en schoon houden; - Riolering, voorkomen van het ontstaan van afvalwater.
Afvalwater afvoeren naar de rioolwaterzuivering; - Watervoorziening, afstemmen op de toegekende functie; - Volksgezondheid, minimaliseren risico op water gerelateerde ziekten en plagen; - Bodemdaling (veengebieden),tegengaan bodemdaling en reductie functiegeschiktheid; - Grondwateroverlast, voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast; - Oppervlaktewaterkwaliteit, behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur en afstemming KRW; - Grondwaterkwaliteit, behoud/realisatie goede waterkwaliteit voor mens en natuur; - Verdroging, bescherming karakteristieke grondwaterafhankelijke ecologische waarden; - Natte natuur, ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. 4.2 Checklist wijzigingen huidige en toekomstige situatie Verdeling verhard oppervlak; 31 augustus 2020
66
-
Bodemopbouw: mate van doorlatendheid/infiltratie gebied; Grondwatersituatie: kwel/infiltratiegebied. Bepalen specifieke gebiedsafvoer (l/sec/ ha) door het waterschap; Oppervlaktewatersituatie; Inzameling en afvoer van afvalwater; Inzameling en afvoer van hemelwater Beheersing grondwaterstanden in relatie tot de functie van het gebied; Uitgangspunten stedelijk water vastleggen. In de concept-waterparagraaf worden principiële keuzes gemaakt voor de duurzame omgang met water, ophoging terrein versus ontwatering, type rioolsysteem, omvang van aan te leggen oppervlaktewater, etc.
4.3 Afkoopregeling Bij nieuwe inbreidingen wordt het proces van de watertoets gevolgd. Wanneer de berging vanwege ruimtegebrek niet kan worden gerealiseerd dan kan een beroep worden gedaan op de ‘afkoopregeling’. De initiatiefnemer betaalt de gemeente dan een bedrag van €400 per m3, zodat elders een voorziening kan worden getroffen. Rekenvoorbeeld Dakoppervlak: 100 m2. Oppervlak terreinverhardingen en bijgebouwen: 75 m2 Totaal oppervlak: 175 m2. Te realiseren berging: oppervlak 175 m2 x de bergingseis van 30 mm = 5,25 m3 berging; Te betalen aan de gemeente: 5,25 m3 à € 400,-/m3 = €2.100,-- (exclusief BTW).
31 augustus 2020
67
Bijlage 1 Waterregels behorend bij de Handleiding watertoets 2020 (bijlage 1 van bijlage 2 Handleiding watertoets 2020) Deze bijlage bevat de regels die de gemeente hanteert bij het document ‘Handleiding watertoets’. Het watertoetsproces is in deze handleiding toegelicht. In het GRP4 2016-2020 is een eerste basis voor deze regels gelegd. In dit beleidsplan worden deze regels naar aanleiding van de opgedane ervaringen bijgesteld. De indeling naar veel voorkomende projecten hebben we gehandhaafd. We onderscheiden, de volgende soorten projecten: • Uitbreiding woongebied; • Uitbreiding bedrijventerrein; • Nieuwbouw en bestaande bebouwing buiten de bebouwde kom; • Inbreidingen woongebied; • Uitbouw van woningen binnen de bebouwde kom; • Rioolvervanging, herstructurering, wegrenovatie. Naast een uitwerking naar soorten projecten is aandacht gegeven aan het beleid voor het informeren van burgers en bedrijven en flankerend beleid (samenhang met onkruidbestrijding, strooizouten, bestrijding van hondenpoep). 1 Uitbreiding woongebied Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen gaat de gemeente uit van afvoer bovengronds (via goten) naar de openbare ruimte of ondergronds (via een leidingsysteem) met een overloop op de erfgrens naar de openbare ruimte.
Voor de hemelwaterafvoer van de openbare verhardingen gaat de gemeente uit van afvoer bovengronds of ondergronds en centrale verwerking van het hemelwater via een bergingsvoorziening met aansluiting op oppervlaktewater of een combinatie van een bergingsvoorziening en infiltratievoorziening. Als alternatief kan een projectontwikkelaar of particulier ook kiezen voor afvoer en verwerking van hemelwater van particuliere verhardingen op eigen terrein. Bij nieuwe uitbreidingen wordt het proces van de watertoets gevolgd. Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de eisen van gemeente en waterschap gevolgd, deze zijn navolgend verwoord.. Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen woongebied Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur), aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen. Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 60 mm, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur. 2 Uitbreiding bedrijventerrein Het huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en het licht verontreinigde hemelwater van wegen en parkeerterreinen wordt ondergronds afgevoerd en verwerkt middels een verbeterd gescheiden stelsel of duurzaam verbeterd gescheiden stelsel.
Het afvalwater wordt daarbij naar het DWAstelsel afgevoerd en het licht verontreinigde hemelwater naar een hemelwaterstelsel. Als alternatief voor een verbeterd gescheiden rioolstelsel mag ook een duurzaam verbeterd gescheiden stelsel worden aangebracht gebaseerd op een verminderde hemelwaterafvoer via het gemaal al dan niet in combinatie met een reiniging van het overstortwater. De capaciteit van het regenwatergemaal wordt hierbij teruggebracht in overleg met en na goedkeuring van de gemeente. Bij uitbreidingen van bedrijventerreinen wordt het proces van de watertoets gevolgd.
31 augustus 2020
68
Voor het schone hemelwater gaat de voorkeur uit naar directe ondergrondse afvoer waarbij zware regenbuien via een bergingsvoorziening vertraagd worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Voor de definitieve vormgeving van het rioolstelsel zal per locatie vooraf een afweging worden gemaakt op basis van doelmatigheid en de landelijke indeling in bedrijfscategorieën (in deze categorisering is op basis van milieutechnisch overwegingen een classificering aangebracht tussen bedrijven met een licht karakter zoals kantoren en bedrijven met een zwaar karakter, bijvoorbeeld een autosloperij). Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de eisen van gemeente en waterschap gevolgd, deze zijn navolgend verwoord. Dimensioneringsgrondslagen uitbreidingen bedrijventerrein Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur), aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen. Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 40 mm, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur. 3 Nieuwbouw en uitbouw bebouwing buiten de bebouwde kom Hemelwater buiten de bebouwde kom mag niet worden vermengd met huishoudelijk of bedrijfsafvalwater.
Voor nieuwbouw van een of enkele woningen en uitbouw van bestaande bebouwingen buiten de bebouwde kom gelden de volgende dimensioneringsgrondslagen. Dimensioneringsgrondslagennieuwbouw en uitbouw bebouwing buiten de bebouwde kom Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur); Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 60 mm, zorgdragen voor lediging van de voorziening in circa 24 uur. 4 Inbreidingen woongebied Voor de hemelwaterafvoer van particuliere verhardingen is uitgangspunt dat deze op eigen terrein wordt verwerkt, met afhankelijk van de situatie, een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan. Ook voor verhardingen in de openbare ruimte wordt uitgegaan van verwerking binnen de inbreiding, met afhankelijk van de situatie, een mogelijkheid tot overloop naar een laagte, een gemengd riool, een regenwaterriool of een watergang zodat er bij overbelasting geen problemen ontstaan. Bij nieuwe inbreidingen wordt het proces van de watertoets gevolgd. Ten aanzien van dimensionering van de hemelwatervoorzieningen worden de eisen van gemeente en waterschap gevolgd, deze zijn navolgend verwoord . Wanneer de berging vanwege ruimtegebrek niet kan worden gerealiseerd dan kan een beroep worden gedaan op de ‘afkoopregeling’.
Deze afkoopregeling is aan het einde van deze bijlage met een rekenvoorbeeld opgenomen. Dimensioneringsgrondslagen inbreidingen Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur ), aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen; Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 30 mm, zorgdragen voor een noodoverloop van de compensatieberging naar een gemengd riool, een laagte, watergang of regenwaterriool.
31 augustus 2020
69
5 Uitbouw van woningen binnen de bebouwde kom Het grootste deel van de bouwvergunningaanvragen betreft kleine aanbouwtjes aan bestaande woningen. Voor aanbouwen met een toename van het verhard oppervlak wordt scheiding van afvalwater en hemelwater verplicht gesteld en dient de vergunning aanvrager rekening te houden met compensatieberging. Dimensioneringsgrondslagen uitbouw van woningen Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur); Ontwerp berging ten behoeve van het vertraagt afvoeren van regenbuien: 30 mm, zorgdragen voor een noodoverloop van de compensatieberging naar een gemengd riool, een laagte, watergang of regenwaterriool. 7 Rioolvervanging, herstructurering, wegrenovatie Bij uitvoering van, herstructureringen, wegrenovatieprojecten of rioolvervangingsprojecten zoekt de gemeente actief naar mogelijkheden om verhard oppervlak af te koppelen indien dit op doelmatige en duurzame wijze mogelijk is. In deze projecten streeft de gemeente er tevens naar minimaal 10% minder verhardingen en een meer groene inrichting van het wegprofiel gericht op een gezondere leefomgeving en meer biodiversiteit. Voor deze projecten gelden de volgende dimensioneringsgrondslagen.
Dimensioneringsgrondslagen rioolvervanging, herinrichting en wegrenovatie Ontwerp hemelwaterafvoer: bui 9 (circa 30 mm in één uur ), aandacht voor vormgeving van de openbare ruimte zodanig dat zoveel mogelijk extra water bij zwaardere buien kan worden geborgen; Ontwerp compensatieberging: afhankelijk van de gekozen oplossing wordt in overleg met het waterschap gezocht naar maatwerkoplossingen voor lokale berging ten behoeve van het vertraagd afvoeren van regenbuien of berging aan de rand van de woonkernen, gestreefd wordt minimaal 30 mm berging (ondergronds en/of bovengronds).
Tabel 1 geeft een samenvatting van de regels . Aan de hand van deze samenvatting kan worden bepaald welke dimensioneringsgrondslagen van toepassing zijn bij verschillende activiteiten in de gemeente. In de praktijk zullen deze grondslagen het vaakst worden gebruikt bij het proces van de watertoets. Tabel 1: Samenvatting dimensioneringsgrondslagen Activiteit Ontwerp afvoercapaciteit
Uitbreiding woongebied Uitbreiding bedrijventerrein Nieuwbouw en bestaande bebouwing buiten de bebouwde kom Inbreidingen woongebied Wijziging van verhard oppervlak Uitbouw van woningen binnen de bebouwde kom 31 augustus 2020
Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned Bui 9 kennisbank stichting Rioned
Ontwerp berging ten behoeve van vertraagde afvoer van hemelwater 60 mm 60 mm 60 mm
30 mm 30 mm 30 mm
70
Rioolvervanging, herstructurering, wegrenovatie
31 augustus 2020
Bui 9 kennisbank stichting Rioned
30 mm
71
bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a
Bijlage 4 Schuttingenbeleid 2015
Bijlagen bij de regels (ontwerp)
73
BIJLAGE SCHUTTINGENBELEID GEMEENTE HELLENDOORN 2015
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
=1=
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
=2=
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. Inleiding .........................................................................................5 Hoofdstuk 2. Erfafscheidingen en de mogelijkheden ervan ........................................7 § 2.1 Vergunningvrije erfafscheidingen ............................................................7 § 2.2 Erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn en/of grenzend aan openbaar gebied ................................................................................................7 § 2.2.1. Inleiding........................................................................................ 7 § 2.2.2. Mogelijkheden om een omgevingsvergunning te verlenen. ........................ 7 § 2.2.3. Artikel 4, lid 3 van Bijlage II van het Bor ............................................... 7 § 2.2.4. Conclusie ...................................................................................... 8 Hoofdstuk 3. Uitgangspunten beleidslijn voor erf- of perceelafscheidingen met overschrijding van de voorgevelrooilijn en/of grenzend aan het openbaar gebied. ..9 § 3.1. Inleiding ..............................................................................................9 § 3.2 Toetsingskader voor de omgevingsvergunning op basis van het geldende bestemmingsplan en/of de artikel 4, lid 3 van Bijlage II van het Bor.
.............9 Ruimtelijke criteria: ....................................................................... 10 Welstandcriteria ........................................................................... 10 § 3.3. Uitzonderingssituaties ......................................................................... 12 Hoofdstuk 4. Status toetsingskader Schuttingbeleid. .............................................. 13 § 4.1 Status beleid .................................................................................... 13 § 4.2 Toepassing bij verlening van een omgevingsvergunning ........................... 13 § 4.3 Handhaving ...................................................................................... 13 BIJLAGE: VERDUIDELIJKING BEGRIPPEN ............................................................. 14 Ligging van de voorgevelrooilijn .......................................................................... 14
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
=3=
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
=4=
Hoofdstuk 1. Inleiding Het komt geregeld voor dat er wensen zijn om niet vergunningsvrije erf- of perceelafscheidingen te plaatsen met overschrijding van de voorgevelrooilijn. Hierbij moet gedacht worden aan situaties bij onder andere hoekwoningen waarbij aan de zijkant van de woning en grenzend aan het openbaar gebied een erfafscheiding wordt geplaatst. Woonwijken kenmerken zich door een intensieve bebouwingsdichtheid in Nederland, hetgeen in de gemeente Hellendoorn niet anders is. Wat nog een open karakter heeft, is van grote invloed op de beleving van en de leefbaarheid in de wijk. Juist voor deze leefbaarheid is het van groot belang om voldoende kwaliteit van het openbaar gebied te behouden. Daarentegen speelt de woonwens van de bewoners. Die willen op het perceel een zo maximaal mogelijk woongenot. Volgens artikel 5:48 van het Burgerlijk Wetboek heeft iedere terreineigenaar het recht om zijn erf te omheinen. Daarbij moet hij echter de eventuele beperkingen volgens gemeentelijke re gels in acht nemen. Erf- of perceelafscheidingen kunnen in beginsel (omgevings)vergunningvrij worden geplaatst indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2, onderdeel 12 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Voor het plaatsen van niet-omgevingsvergunningvrije erf- of perceelafscheidingen, zoals bedoeld in eerder genoemde situaties, kunnen deze indien gewenst, worden vergund met een omgevingsvergunning op basis van de geldende bestemmingsplannen waarin deze afwijkingsbevoegdheid is opgenomen. Voor zover het ter plaatse geldende bestemmingsplan hierin nog niet voorziet, kan een dergelijke omgevingsvergunning worden verleend op basis van artikel 4, lid 3 van Bijlage II van het Bor. Daarnaast was tot voor kort een relevante bepaling opgenomen in de “Bouwverordening gemeente Hellendoorn “, in casu artikel 2.5.18 lid 2. Artikel 2.5.18 van de “Bouwverordening gemeente Hellendoorn” luidt als volgt: 1. Erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 12 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zijn niet toegelaten. 2. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid in het belang van het af te scheiden erf of terrein. Per 29 november 2014 is echter de Reparatiewet BZK in werking getreden. Dit wetsvoorstel strekt tot herstel van wetstechnische gebreken en leemten in een aantal wetten op het terrein van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Wonen en Rijksdienst en op enkele aanverwante terreinen.
Deze wet neemt onder meer de wettelijke grondslag weg voor de stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening, derhalve ook voor het hiervoor uiteengezette artikel 2.5.18 van de bouwverordening. De Reparatiewet voorziet in een overgangstermijn voor bestaande bestemmingsplannen tot 1 juli 2018. Na die datum verliezen de stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening hun (aanvullende) werking voor bestaande bestemmingsplannen, kunnen deze niet meer als vangnet dienen en moeten deze zijn ondergebracht in het bestemmingsplan; bijvoorbeeld middels een paraplubestemmingsplan. Wanneer de gemeenteraad evenwel een nieuw bestemmingsplan vaststelt, treedt de nieuwe regeling per direct in werking; vanaf dat moment zijn de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening niet meer van toepassing.
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
=5=
Van belang om hierbij te vermelden is voorts, dat met de recente wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) bij de AmvB “Quick-wins” (Stb.2014, 333) in werking getreden op 1 november 2014, in artikel 3.2.1 lid 2 onder a. is opgenomen dat een bestemmingsplan regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. De gemeente Hellendoorn beschikt al over een gemeentelijk afwegings- cq. Toetsingskader voor erfen terreinafscheidingen, getiteld “Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn” die inmiddels al een aantal keren is herzien naar aanleiding van wijzigingen in wet- en regelgeving. Op deze manier is duidelijkheid gecreëerd naar de inwoners van de gemeente binnen welke criteria de bedoelde omgevingsvergunning kan worden verleend. Naar aanleiding van het in werking treden van de Reparatiewet BZK en in het bijzonder naar aanleiding van het vervallen van artikel 9 van de Woningwet, dient het “Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn” andermaal te worden herzien teneinde dit te kunnen hanteren in na 29 november 2014 nieuw door de raad vast te stellen bestemmingsplannen.
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
=6=
Hoofdstuk 2. Erfafscheidingen en de mogelijkheden ervan § 2.1 Vergunningvrije erfafscheidingen In artikel 2, lid 12 van Bijlage II van het Bor is bepaald dat erf-of perceelafscheidingen omgevingsverguningvrij gerealiseerd mogen worden, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: 1 a. niet hoger dan 1 m , of; 1 b. niet hoger dan 2 m , en 1° op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat; 2° achter de voorgevelrooilijn; 1 3° op meer dan 1 m van openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Gezien het voornoemde wordt er omgevingsvergunningvrij geen ruimte gegeven voor het bouwen met een grotere hoogte dan één meter bij overschrijding van de voorgevelrooilijn en/of grenzend aan het openbaar gebied. Daarvoor is altijd een omgevingsvergunning nodig. Of een omgevingsvergunning kan worden verleend hangt van een aantal factoren af. § 2.2
Erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn en/of grenzend aan openbaar gebied
§ 2.2.1. inleiding In beginsel kan gesteld worden dat niet met een overschrijding van de voorgevelrooilijn, hoger dan één meter mag worden gebouwd. Er bestaan echter wel mogelijkheden om, indien dit gewenst is, hier medewerking aan te verlenen. § 2.2.2. Mogelijkheden om een omgevingsvergunning te verlenen. In diverse geldende bestemmingsplannen is een mogelijkheid opgenomen om een omgevingsvergunning (voor het binnenplans afwijken van het bestemmingsplan) te verlenen. Voor zover het geldende bestemmingsplan hierin nog niet voorziet, kan deze ontheffing worden verleend op basis van artikel 4 lid 3 van Bijlage II van het Bor, waarvan de tekst luidt: Voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerst lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: 3.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en 2 b. de oppervlakte niet meer dan 50 m
§ 2.2.3. artikel 4, lid 3 van Bijlage II van het Bor Door de gemeente is een “beleidsnotitie afwijkingen van het bestemmingsplan (binnen- en buitenplans van beperkte planologische betekening” vastgesteld en gepubliceerd, welke beleidsnotitie op zaterdag 28 januari 2012 in werking is getreden. Het bouwen van een erf- of perceelafscheiding moet worden gekwalificeerd als het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarvoor in de nieuwe standaard bestemmingsplanregels voor de bebouwde kom een afstemmingsbepaling is opgenomen. De regeling hierin luidt als volgt:
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
=7=
b.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw of overkapping zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte bedraagt binnen het bouwvlak niet meer dan de bouwhoogte van de gebouwen zoals genoemd onder a en daarbuiten niet meer dan 4 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding niet meer bedraagt dan: a. 1 m, of b. 2 m, en 1. op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat; 2. achter de voorgevelrooilijn, en 3. op meer dat 1 m van openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. 2. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten bedraagt niet meer dan 10 m.
Burgemeester en Wethouders van Hellendoorn zijn - ook na het vervallen artikel 9 van de Woningwet (en de daarin opgenomen aanvullende werking van de bouwverordening) per 29 november 2014 voornemens om vast te houden aan de mogelijkheid om voor erf- en terreinafscheidingen die de voorgevelrooilijn overschrijden, in bepaalde situaties een omgevingsvergunning te verlenen voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan.
§ 2.2.4. Conclusie Het vorenstaande betekent dat voor erf- en terreinafscheidingen die de voorgevelrooilijn overschrijden en grenzen aan het openbaar gebied, er mogelijkheden kunnen zijn om een omgevingsvergunning te verlenen. Artikel 4, lid 3 van Bijlage II van het Bor biedt daarvoor de gemeentelijke beleidsruimte om een omgevingsvergunning te verlenen voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan. Er bestaat de behoefte om invulling te geven aan een afwegings- c.q. toetsingskader dat kan worden gebruikt bij het beoordelen van ontheffingsaanvragen voor erfafscheidingen die grenzen aan het openbaar gebied. Op deze manier ontstaat er duidelijkheid over de criteria waaronder de bedoelde ontheffing kan worden verleend.
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
=8=
Hoofdstuk 3. Uitgangspunten beleidslijn voor erf- of perceelafscheidingen met overschrijding van de voorgevelrooilijn en/of grenzend aan het openbaar gebied. § 3.1.
Inleiding
Om de kaders van de planologische ruimte voor een perceel te bepalen c.q. vast te leggen, zullen uitgangspunten worden geformuleerd die gebruikt kunnen worden bij de verlening van een omgevingsvergunning voor erfafscheidingen. Vaak zijn er wensen om niet vergunningvrije erf- of terreinafscheidingen te plaatsen met overschrijding van de voorgevelrooilijn. Hier moet onder andere worden gedacht aan situaties bij hoekwoningen waarbij aan de zijkant van de woning en grenzend aan het openbaar gebied een erfafscheiding wordt geplaatst. Woonwijken kenmerken zich door een intensieve bebouwingsdichtheid in Nederland, hetgeen in de gemeente Hellendoorn niet anders is. Wat nog een open karakter heeft, is van grote invloed op de beleving van en leefbaarheid in de wijk. Juist voor deze beleving en leefbaarheid is het van groot belang om voldoende kwaliteit van het openbaar gebied te behouden en te ervaren. Vanuit ruimtelijk oogpunt is het gewenst te voorkomen dat het openbaar gebied wordt begrensd door lange, in een rechte lijn gesloten wanden. Daarentegen speelt de woonwens van de bewoners. Die willen op het perceel een zo maximaal mogelijk woongenot.
Doelstelling is om een eenduidig juridisch kader te scheppen voor het plaatsen van aan het openbaar gebied grenzende erfafscheidingen waarbij het bebouwingsbeeld en de kwalitatieve beleving vanuit het openbaar gebied niet onevenredig wordt aangetast. Het is dus van belang hier nader beleid voor te ontwikkelen, waardoor duidelijkheid over de toetsingscriteria ontstaan.
§ 3.2
Toetsingskader voor de omgevingsvergunning op basis van het geldende bestemmingsplan en/of artikel 4, lid 3 van Bijlage II van het Bor.
Bij het eventueel toestaan van erfafscheidingen, waarbij de voorgevelrooilijn wordt overschreden en/of deze grenst aan het openbaar gebied, zal rekening moeten worden gehouden met de privacy wens van de individuele burger, maar van primair belang is echter de kwalitatieve beleving vanuit het openbaar gebied. Vanuit ruimtelijk oogpunt is het van belang om ten behoeve van de beleving vanuit het openbaar gebied te zorgen voor een duurzame en hoogwaardig kwalitatieve oplossing. Hierbij wordt het vanuit stedenbouwkundig oogpunt belangrijk geacht dat aandacht wordt besteed aan een duurzame toekomstwaarde van de erfafscheiding. Hierdoor moet worden voorkomen dat rommelige situaties en aaneensluitende gesloten wanden ontstaan. Stedenbouwkundig gezien is de meest gewenste duurzame oplossing een zowel bij het huis passende steen als een passende architectonische uitvoering van de erfafscheiding. Qua vormgeving zal het dan een erfafscheiding moeten betreffen waarin met een voldoende hoge borstwering en een afwisseling van penanten, eenheid en geleding ontstaat. In deze meest gewenste uitvoering is het mogelijk tussen de penanten naast een (begroeid) rasterwerk ook een schuttingdeel toe te staan. Een second best alternatief kan een in hout uitgevoerde erfafscheiding zijn, hetgeen prijstechnisch lager ligt en ook in de praktijk veelal gangbaar is.
Door een schuttingelement te laten opvolgen door een (begroeid) rasterdeel kan een gewenste geleding in de vormgeving worden gebracht. Het is derhalve voorstelbaar dat bij het goed uitvoeren van een erfafscheiding, dit in veel gevallen onder een kwaliteitsvoorwaarde aanvaardbaar kan worden geacht. Voorwaarde hierbij is, dat een tuin niet alleen privacy mag bieden aan de bewoner, maar ook dat de erfafscheiding enigszins een kwalitatieve beleving van de leefruimte biedt aan de gebruikers van het openbare gebied. Hier wordt onder verstaan dat voorkomen moet worden dat in een rechte lijn een geheel gesloten wand ontstaat op de grens met het openbaar gebied. Verder is het, ter voorkoming van een rommelig aanblik, van belang dat er duurzame materialen worden gebruikt.
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
=9=
De te benoemen criteria zijn onder te verdelen in ruimtelijke criteria vanuit de vormgeving en in welstandscriteria vanuit de materiaalkeuze. De uitgangspunten en criteria die ten grondslag liggen aan het toetsingskader betekenen het volgende: Ruimtelijke criteria: 1 Zijtuinen mogen vanaf 3 m achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw in beperkte mate afgesloten worden. Dit is conform de afstandsnorm voor gebouwen achter de voorgevel op basis van het gemeentelijke beleid voor het met een omgevingsvergunningen afwijken van het bestemmingsplan. 1 De maximale hoogte is 2 m , zodat bij enig hellend of hoger gelegen terrein toch nog gebruik 1 kan worden gemaakt van gebruikelijke houten prefab-elementen met een hoogte van 1,8 m . Volledige geslotenheid over de gehele lengte van de erfafscheiding is niet acceptabel. Van belang is dat de voorbijganger het niet ervaart en/of niet beleeft als een lange (in één lijn) gesloten rechte wand. De kwaliteit van de beleving is te realiseren door een evenwichtige geleding aan te brengen in de erfafscheiding. Dit kan zowel in materiaal (metselwerk met penanten) als door afwisseling van gesloten en open delen (houten erfafscheiding) die op termijn veelal begroeid zullen worden. - Een rommelige situatie en contrasterende uitvoering is niet acceptabel.
Dit volgt uit vormgeving, materiaalkeuze en kleurstelling die zoveel mogelijk bij de woning dient te passen en een goede kwaliteit van de materialen. Welstandcriteria: Voor een erf- of perceelafscheiding, als bouwwerk geen gebouw zijnde, gelden de volgende criteria voor de redelijke eisen van welstand: • Materiaal overeenkomstig een eventueel aangrenzende erf- of perceelafscheiding, overeenkomstig het hoofdgebouw en/of uitgevoerd in metselwerk of hout of ander natuurlijk en niet te snel verwerend materiaal. • Toepassing van gebruikelijke materialen: dus niet toegestaan zijn beton (uitgezonderd beton palen), kunststof, bouwhekken, staal (uitgezonderd gegalvaniseerd gazen hekwerk), golfplaten, damwandprofiel en dergelijke. • Kleur afgestemd op het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere kleurtinten. Geen opvallend kleurgebruik. Een terughoudend kleurgebruik en vermijden van contrast met bebouwing in de omgeving. • Bij uitvoering in hout de planken zodanig toepassen dat geen beeld van een dichte plaat ontstaat (zoals potdekseltechniek) • Bij uitvoering in metselwerk uitvoering conform het hoofdgebouw, eventueel daarboven metalen stijlen met gazen hekwerk in een donkere kleur of schotten van houten planken tussen gemetselde penanten.
• De erf- of terreinafscheiding voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor erf- of terreinafscheidingen in het gebiedsgerichte beoordelingskader. Vanuit de voornoemde ruimtelijke en welstandscriteria zijn twee erf- of terreinafscheidingen als voorbeeld opgesteld, zodat een standaard met een zekere flexibiliteit in maatvoering ontstaat, waar medewerking aan kan worden verleend. Samengevat betreffen het volgende hoofdlijnen waar de voorbeelden aan voldoen: 1
• Minimaal 3 m achter de (meest belangrijke) voorgevelrooilijn; 1 • Maximaal 2 m hoog, gemeten vanaf de gemiddelde hoogte van het aangrenzende afgewerkte (openbare) terrein; • Materialen van een hoogwaardige en duurzame kwaliteit; • Kleurstelling passend bij hoofdgebouw; • Bij houten schuttingdelen geen gesloten plaat, zoals potdekseltechniek; • Geen geslotenheid, geen lange in één rechte lijn gesloten wand; • Evenwichtige geleding aanbrengen in de erfafscheiding;
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
= 10 =
De toetsingscriteria hebben geleid tot de volgende twee standaard voorbeelden: • Een uitvoering in hout waar conform de maatvoering in het voorbeeld, een gesloten schuttingelement wordt opgevolgd door open raamwerk.
• Een uitvoering van de meest gewenste duurzame kwaliteit in steen, in kleurgebruik gelijk aan het hoofdgebouw, waarbij geleding volgens voorbeeld wordt uitgevoerd.
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
= 11 =
§ 3.3. Uitzonderingssituaties Het toetsingskader is goed toepasbaar bij standaard situaties bij hoekwoningen met maximaal twee zijden grenzend aan het openbaar gebied. Bij het toetsingskader wordt er van uit gegaan dat er tussen de openbare weg en de erfafscheiding nog groen en/of trottoir ligt. Voor situaties waarbij de erfafscheiding direct aan de weg grenst zal nog een nadere afweging moeten plaats vinden welke van de twee voorbeelden acceptabel is. Het betreft dan veelal een gebied met een hoge bebouwingsdichtheid en smalle wegprofielen waardoor een natuurlijk materiaal kan contrasteren in de omgeving. Derhalve kan hier niet zonder meer uit alle twee de keuzen van dit beleid worden gekozen. In deze uitzonderingssituatie zal de nadere afweging, indien dit noodzakelijk is, ook op de (verkeers)veiligheidsaspecten dienen in te gaan. Woningen met meer dan 2 zijden naar het openbare gebied en woningen met de zogenoemde stedenbouwkundige “voor- /achterkant situatie” vallen buiten dit toetsingskader. Die situaties zullen altijd bijzonder zijn waarvoor een afzonderlijke afweging wordt gemaakt.
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
= 12 =
Hoofdstuk 4 Status toetsingskader Schuttingbeleid. § 4.1 Status beleid Het toetsingskader kan worden toegepast bij: - omgevingsvergunningen voor het binnenplans afwijken van geldende bestemmingsplannen; - de overweging en onderbouwing voor omgevingsvergunningen voor het (met toepassing van artikel 4, lid 3 van Bijlage II van het Bor) buitenplans afwijken van geldende bestemmingsplannen. Onderhavig beleid voor erfafscheidingen met bijbehorend toetsingskader wordt vastgesteld als een beleidsregel als bedoeld in Hoofdstuk 4, Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:81 t/m 4:84) en bekendgemaakt op grond van artikel 139 van de Gemeentewet. De vaststelling is gebeurd of zal gebeuren door het bevoegd orgaan, in dit geval het college van burgemeester en wethouders. Dit beleid is een toevoeging aan de “Beleidsnotitie buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan van beperkte planologische betekenis” onder hoofdstuk 3 waarin het afwegingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning wordt toegelicht. Zoals in Hoofdstuk 1 is uiteengezet, is met de recente wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) bij de AmvB “Quick-wins” (Stb.2014, 333) in werking getreden op 1 november 2014, in artikel 3.2.1 lid 2 onder a.
is opgenomen dat een bestemmingsplan regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. In de regels van nieuw vast te stellen bestemmingsplannen, zal dan ook naar dit schuttingenbeleid worden verwezen. §4.2 Toepassing bij verlening van een omgevingsvergunning Conform artikel 4:82 Awb kan bij een besluit qua motivering worden volstaan met een verwijzing naar de vaste gedragsregel voor zover deze voldoet aan de gestelde voorbeelden en is vastgelegd in de beleidsregel. Voor de overige situaties dient de nadere beoordeling te bestaan uit een onderbouwing waaruit blijkt dat de uitvoering van de erfafscheiding voldoet aan de uitgangspunten duurzaamheid, de geleding van open en gesloten en de kwaliteit. In een omgevingsvergunning conform artikel 4, lid 3 van Bijlage II van het Bor dient echter altijd te worden verwezen naar dit artikel waarop de ontheffing is gebaseerd. N.B. Wel dient altijd te worden bezien of er sprake is van bijzondere omstandigheden, die de toepassing van de beleidsregel onevenredig maken in verhouding tot die situatie(artikel 4:84 Awb). §4.3 Handhaving Dit schuttingenbeleid geldt voor alle nieuwe situaties en/of de situaties die niet vastliggen op de foto’s van cyclorama vanaf 2004.
In relatie tot het handhavingstraject zal 31 december 2004 als peildatum dienen op basis van de op dat moment aanwezige geregistreerde fotobeelden in cyclorama 2004. (alle foto opnamen uit 2004). Alle geregistreerde erfafscheidingen op de foto’s van cyclorama 2004 zullen onder een generaal pardon vallen. Alle niet vergunde erfafscheidingen gelegen voor de voorgevelrooilijn(hoger dan 1 meter), grenzend aan het openbaar gebied en die niet geregistreerd zijn op cyclorama 2004 zullen op basis van dit schuttingenbeleid worden getoetst. Naast cyclorama zijn ook andere vormen van bewijslast mogelijk. Indien Cyclorama 2004 beschikbaar is zal deze doorslaggevend zijn.
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
= 13 =
BIJLAGE: VERDUIDELIJKING BEGRIPPEN Ligging van de voorgevelrooilijn De voorgevelrooilijn is de aan de zijde van de openbare weg gelegen scheidslijn tussen het gedeelte van een perceel waar volgens het desbetreffende bestemmingsplan geen hoofdgebouwen opgericht mogen worden en het gedeelte van een perceel waar volgens het desbetreffende bestemmingsplan wel hoofdgebouwen mogen worden opgericht. Tussen bouwvlakken op aan elkaar grenzende percelen wordt de voorgevelrooilijn gevormd door de verbindingslijn tussen de dichtst bij elkaar, aan de wegzijde gelegen hoeken van die bouwvlakken. Ingeval de voorgevelrooilijn op deze wijze niet uit het bestemmingsplan kan worden afgeleid, is de voorgevelrooilijn: a langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn in overeenstemming met de richting van de weg geeft; b langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg.
Op hoeken van wegen is derhalve sprake van een voorgevelrooilijn langs beide wegen. Er is echter maar sprake van één voorgevel.
____________________________ Schuttingenbeleid gemeente Hellendoorn 2015
= 14 =