Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a ontwerp 1 Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a
bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de regels
3
Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
4
Bijlage 2
Nota Parkeernormen - herziening uitgave 2021
9
Bijlage 3
Samen leven met water 2021-2025, gemeente Hellendoorn
61
Bijlage 4
Schuttingenbeleid 2015
73
2
Inhoudsopgave (ontwerp)
bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a
Bijlagen bij de regels
Bijlagen bij de regels (ontwerp)
3
bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten
4
Bijlagen bij de regels (ontwerp)
BIJLAGE: STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN OMSCHRIJVING
10, 11 1051 1052 1071 1071
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING - T.B.V. DE LANDBOUW 0 Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - plantsoenendiensten en 4 hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² VERVAARDIGING VAN - VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 0 Zuivelprodukten fabrieken: 2 - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en 0 banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van 1 charge-ovens
141
Verwerking cacaobonen en vervaardiging 0 chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met 3 p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker 6 branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van ethylalcohol door 0 gisting: Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN KLEDING; - BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
16
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
10821
10821 10821 110102 1102 t/m 1104 14
162902
-
10
1
30
2
10
0
30
0
1
30
2
30
10
30 C
10
1
30
2
30
10
30
10
1
30
2
30
10
30
10
1
30
2
10
0
30 C
0
1
30
2
10
10
30
10
2
30
2
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
VERKEER
30
GEVAAR
10
GELUID
30
STOF
CATEGORIE
016
GROOTSTE AFSTAND
01 016
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
nummer
SBI-2008
intens iteit
10
10
30
0
1
30
2
58 581
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN - KARTONWAREN 0 Papier- en kartonfabrieken: UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN - MEDIA Uitgeverijen (kantoren)
0
0
10
0
1
10
1
18129 1814 1814 1813 1814
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten
10 0 30 30 30
0 0 0 0 0
30 10 30 10 30
0 0 0 10 10
1 1 2 2 2
30 10 30 30 30
2 1 2 2 2
182 2120 2120
Reproduktiebedrijven opgenomen media 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 2 - verbandmiddelenfabrieken
0
0
10
0
1
10
1
10
10
30
10
2
30
2
17 1712
OMSCHRIJVING
31 9524 321 322 32991
35 35 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43
45, 47 451, 452, 454 45204
CATEGORIE
26, 32, 33
-
GROOTSTE AFSTAND
26, 32, 33
-
VERKEER
26, 28, 33
GEVAAR
232, 234 24
GELUID
26, 27, 33 293
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g.
23 232, 234
STOF
26, 28, 33
0 Lijm- en plakmiddelenfabrieken: VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN - GIPSPRODUKTEN 0 Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 1 kW VERVAARDIGING VAN - KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken A incl. reparatie
2052
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
nummer
SBI-2008
10
10
30
10
1
30
2
30
10
30
10
1
30
2
30
10
30
10
1
30
2
30
0
30
0
1
30
2
0 30 30 0
10 10 10 30
10 10 30 30
0 10 10 0
1 2 1
10 30 30 30
1 2 2 2
0
0
30 C
10
1
30
2
0
0
10 C
10
10
1
0
0
30 C
10
1
30
2
10
0
30 C
10
1
30
2
0
0
30 C
10
1
30
2
0
10
30
10
30
2
10 0
0 0
30 10
10 10
30 10
2 1
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. A reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN - OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN - WARM WATER Elektriciteitsdistributiebedrijven, met C0 transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en D3 regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en D4 gebouwen), cat. B en C Warmtevoorzieningsinstallaties, E0 gasgestookt: E2 - blokverwarming - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: Waterdistributiebedrijven met B0 pompvermogen: B1 - < 1 MW - BOUWNIJVERHEID - aannemersbedrijven met werkplaats: 3 b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; - BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatieen servicebedrijven B Autobeklederijen
2 1
OMSCHRIJVING
GELUID
GEVAAR
VERKEER
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
10
0
30
0
3
30
2
0
0
30
10
1
30
2
30
0
30
10
3
30
2
46 461 4622 4634 4635
Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires 0 Benzineservisestations: 3 - zonder LPG GROOTHANDEL EN - HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten
0 10 0 10
0 10 0 0
10 30 30 30
0 0 0 0
1 2 2 2
10 30 30 30
1 2 2 2
4636
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30
0
2
30
2
4637
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vuurwerk en munitie: - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton - munitie Grth in vaste brandstoffen: Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. <= 200 m² verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. VERVOER OVER LAND Spoorwegen: Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT
30
10
30
0
2
30
2
10 10
10 10
30 30
10 10
2 2
30 30
2 2
10 0
0 0
30 30
10 30
2 1
30 30
2 2
0
10
30
10
1
30
2
0
10
30
0
1
30
2
0 30 10
0 30 10
30 30 30
0 30 10
1 1 2
30 30 30
2 2 2
0
0
30
0
2
30
2
0
0
30 C
0
2
30
2
0
0
30 C
10
1
30
2
45205 453 473 473
4638, 4639 464, 46733 46499 46499 46499 46711 4673 4673 46735 46735 4674 4674 46752 4676 466, 469 49 491, 492 493
nummer
STOF
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-2008
0 1 5 0 0 2 4 6 0 2
0
495 50, 51
-
50, 51 52
A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) DIENSTVERLENING T.B.V. HET - VERVOER Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. 0 binnenvaart:
0
0
10
0
2
10
1
B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) 1 Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten
0 10
0 0
30 C 30 C
10 0
2 3
30 30
2 2
0 0 0
0 0 0
10 10 10
0 0 0
2 1 1
10 10 10
1 1 1
0
0
30 C
0
2
30
2
52 52242 52109 5221 5222 791 5229 53 531, 532
OMSCHRIJVING
77 7711 772 62 62 58, 63 72 721 722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 82992 37, 38, 39 3700 3700 94
CATEGORIE
41, 68
GROOTSTE AFSTAND
41, 68
VERKEER
64, 65, 66
1
10
10
1
0 C
10
10
1
0
10 C
0
1
10
1
0
0
10
0
1
10
1
10
0
30
10
2
30
2
10
10
30
10
2
30
2
0 0
0 0
10 30 C
0 0
1
10 30
1 2
30
10
30
30
1
30
2
0
0
10
0
1
10
1
0 10 0
0 0 0
10 30 C 10
0 10 0
2 2 2
10 30 10
1 2 1
30
0
10 C
0
30
2
0
0
10 C
0
0
0
0 C
0
0
A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen VERHUUR VAN EN HANDEL IN - ONROEREND GOED
0
A Verhuur van en handel in onroerend goed VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, - ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. COMPUTERSERVICE- EN - INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologieA bureau's e.d. B Datacentra - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek OVERIGE ZAKELIJKE - DIENSTVERLENING A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d. - MILIEUDIENSTVERLENING RWZI's en gierverwerkingsinricht., met A0 afdekking voorbezinktanks: B rioolgemalen -
GELUID
GEVAAR
64, 65, 66
10
STOF
61
1
A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV - GSM en UMTS-steunzenders (indien B3 bouwvergunningplichtig) FINANCIELE INSTELLINGEN EN - VERZEKERINGSWEZEN
nummer
61 61 61
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
SBI-2008
bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a
Bijlage 2 Nota Parkeernormen - herziening uitgave 2021
Bijlagen bij de regels (ontwerp)
9
Nota Parkeernormen Herziene uitgave 2021
Parkeerbeleidsplan (Parkeernota 2008)
Nota Parkeernormen
-1-
Nota Parkeernormen
-2-
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding
5
2.
Autobezit groeit
7
6.1. Planuitwerking
29
3.
Doelstelling
9
6.2. Vast te leggen afspraken
29
4.
Hellendoorn in cijfers
11
6.3. Gebiedsuitwerking als bijzondere situatie 31
5.
Visie parkeernormering
13
5.1. Gebiedsindeling
13
Bijlage 1: Centrum Nijverdal
5.2. Functionele indeling
15
5.3. Parkeernormen
15
Bijlage 2: Grondslag bijdrage parkeerfonds
5.3.1. Normen per gebied
15
Bijlage 3: Parkeernorm en afkoopbedrag
5.3.2. Opmerkingen bij de normen
15
Bijlage 4:
5.4. Toepassing van de normen
6.
Planvorming, afspraken en realisatie
29
Aanwezigheidspercentage
19
5.4.1. Algemeen
19
5.4.2. Flexibiliteit
21
5.4.3. Aanwezigheidspercentages
21
5.4.4. Parkeren op eigen terrein
23
5.4.5. Gehandicaptenparkeerplaatsen
23
5.4.6. Gebiedsgerichte aanpak
23
Nota Parkeernormen
-3-
Nota Parkeernormen
-4-
1. Aanleiding Parkeernormen worden gehanteerd om bij bouwplannen of wijzigingen in het gebruik de behoefte van het benodigde aantal parkeerplaatsen te bepalen. Het uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van een plan het aantal benodigde parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Hiermee wordt er voor gezorgd dat de parkeerdruk niet op het openbaar gebied wordt afgewenteld en daar vervolgens tot problemen leidt. De ervaring leert echter dat de parkeernormen vaak ter discussie staan in het krachtenspel tussen de gemeente en de initiatiefnemer, vooral bij ruimtelijke ontwikkelingen in het centrum van Nijverdal.
In het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren’ en de bestemmingsplannen wordt verwezen naar de Nota Parkeernormen.
De gemeenteraad van Hellendoorn heeft mede om die reden in 2012 de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is voor de gemeente Hellendoorn op een heldere en systematische wijze vastgelegd welk kencijfer per type ontwikkeling moet worden gehanteerd, welke parkeereisen worden gesteld aan (her)ontwikkelingen en onder welke voorwaarden vrijstelling voor deze eisen kan worden verleend. Met de vaststelling van de Nota Parkeernormen is tevens ingespeeld op de veranderende wetgeving binnen de Ruimtelijke Ordening (Nieuwe Wro).
Voor veel ontwikkelingen geldt dat een bijdrage aan het parkeerfonds voordeliger is dan aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein. Waardoor er een financieel motief kan zijn voor een initiatiefnemer om te opteren voor afkoop. Om die reden is het wenselijk de hoogte van de bijdrage aan het parkeerfonds aan te passen naar een realistische en eerlijkere bedrag. In de voorliggende Nota Parkeernormen is hier invulling aan gegeven.
De Nota Parkeernormen is dus al jaren in gebruik. In deze periode zijn er veel ruimtelijke plannen op grond van de nota ontwikkeld en zijn er de nodige ervaringen opgedaan met de systematiek en afwijkingsmogelijkheden, met wisselend succes. Vooral bij ontwikkelingen in het centrum van Nijverdal, met beperkte ontwikkelruimte, is de parkeereis regelmatig een punt van discussie.
Nota Parkeernormen
-5-
Nota Parkeernormen
-6-
2. Autobezit groeit Op landelijk niveau geven de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit de nieuwe beleidslijn aan. “Mobiliteit mag en hoort bij de samenleving”, is de centrale gedachte achter de plannen. Het beleid verandert van sturend en gericht op het terugdringen van de automobiliteit naar een meer voorwaardenscheppend beleid dat gericht is op het faciliteren van de groeiende mobiliteitsbehoefte. Daarbij wordt er wel naar gestreefd de gebruiker te verleiden een keuze te maken voor een gewenst vervoermiddel, zodat de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de kernen gegarandeerd blijven. Het beleid op lokaal niveau sluit aan bij de gedachte vanuit het nationaal beleid. In de gemeente Hellendoorn zijn nog veel ruimtelijke ontwikkelingen te verwachten, zoals bijvoorbeeld de invulling van KtC terrein aan de PC Stamstraat, de Heemtuin, Hellendoorn-noord en Vaders Erf. De mobiliteit zal hierdoor ook in in de gemeente Hellendoorn blijven toenemen. Al geruime tijd weten we dat het aantal auto’s toeneemt. De laatste jaren is het aantal personenauto’s veel sterker gestegen dan het aantal huishoudens. Het gemiddeld autobezit per huishouden in Hellendoorn is toegenomen, van 0,82 auto’s per huishouden in 1980 tot 1,36 auto’s in 2019.[1] Deze sterke toename betekent een extra vraag naar parkeerplaatsen.
Het ingezette beleid zal naar verwachting leiden tot een blijvende stijging van het autobezit per huishouden. Nog meer huishoudens nemen een tweede of zelfs derde auto. Een eerste verklaring hiervoor is dat weliswaar het gebruik van de auto duurder wordt gemaakt door eventueel kilometerheffing of rekeningrijden, maar dat het autobezit goedkoper wordt. Een tweede verklaring voor de toename van het autobezit is het fiscale klimaat voor lease-auto's. Het maken van privé-kilometers met een leaseauto is duurder geworden. In een aantal gevallen is het zelfs voordeliger een tweede auto aan te schaffen voor de privé-kilometers en de leaseauto alleen te gebruiken voor de zakelijke kilometers. Ook deze auto's staan veelal bij de woning geparkeerd, waardoor de parkeerdruk in de wijk nog verder stijgt. Het aantal huishoudens zal naar verwachting stijgen. Of de stiging van het aantal voertuigen ook doorzet is onduidelijk. Het autobezit onder ouderen groeit maar wordt daarentegen door jongeren steeds onbelangrijker gevonden.
[1] Centraal Bureau voor de Statistiek.
Nota Parkeernormen
-7-
Parkeren op eigen terrein oplossen Parkeerbehoefte Huis voor Cultuur en Bestuur wordt gerealiseerd in de parkeergarage van Nieuw Dunant Nota Parkeernormen
-8-
3. Doelstelling Het doel van de Nota Parkeernormen is als volgt geformuleerd:
Het hebben van gemeentelijke parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke plannen en projecten in de gemeente Hellendoorn om in de toekomst in een parkeerbehoefte te kunnen voorzien en waar mogelijk de bereikbaarheid en leefbaarheid van de gemeente Hellendoorn te waarborgen. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De parkeernormen moeten een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van de kernen. 2. Elke initiatiefnemer van bouwplannen draagt zorg voor zijn eigen parkeeroplossing. 3. Een nieuw bouwinitiatief mag geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. 4. Vanwege de kwaliteit van de openbare ruimte moet ernaar gestreefd worden zo weinig mogelijk parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen waarbij de mogelijkheden voor uitwisseling en dubbelgebruik niet uit het oog verloren mogen worden.
De volgende aandachtspunten dienen in ogenschouw te worden genomen: 1. De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Hellendoorn. De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningbouwverenigingen, makelaars, enzovoort). 2. De nota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke plannen en bouw- en verbouwprojecten in de gemeente Hellendoorn en niet voor bestaande parkeersituaties. In specifieke gevallen is maatwerk noodzakelijk kan gemotiveerd worden afgeweken van de richtlijn.
Nota Parkeernormen
-9-
Centrum Nijverdal: matig stedelijk
Overig gebied van Nijverdal en Hellendoorn: weinig stedelijk
Hulsen, Daarle, Daarlerveen en Haarle: niet stedelijk
Nota Parkeernormen
- 10 -
4. Hellendoorn in cijfers Alvorens in te gaan op de parkeernormering wordt de gemeente Hellendoorn in dit hoofdstuk neergezet in cijfers. Deze cijfers vormen in het volgende hoofdstuk de basis voor de te hanteren gebiedsindeling en daarmee de parkeernormering. De parkeernormering is in sterke mate gekoppeld aan de stedelijkheid van de gemeente. Aan bod komen de omvang van de gemeente, de stedelijkheidsfactor en het autobezit in de gemeente. De gegevens zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Inwoners en werkgelegenheid in 2020 Inwoners: 35.923 Werkgelegenheid: ca. 12.500 arbeidsplaatsen Stedelijkheid Binnen de CBS-normering heeft Hellendoorn als gemeente een stedelijkheidsfactor vier (weinig stedelijk gebied). Binnen de gemeente is diversiteit in de mate van stedelijkheid. Dit is in tabel 1 weergegeven.
Stedelijkheid Zeer sterk stedelijk Sterk stedelijk Matig stedelijk Weinig stedelijk Niet stedelijk
Klasse 1 2 3 4 5
Inwoners 0 0 9.564 14.964 11.395
Tabel 1: Inwoners naar stedelijkheid 2010
Autobezit Het autobezit in een gemeente is graadmeter bij de bepaling van de parkeernormen in woongebieden. In gemeenten met een laag autobezit kan een lagere parkeernorm per woning worden gehanteerd dan in gemeenten met een hoog autobezit. Hellendoorn
Overijssel
Nederland
559
505
499
personen autobezit
Tabel 2: personenautobezit in 2020 per 1000 inwoners
Nota Parkeernormen
- 11 -
Nota Parkeernormen - 12 -
Alternatieve vervoerswijzen
5. Visie parkeernormering In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de visie met betrekking tot de parkeernormering. De visie is opgebouwd uit een aantal elementen: 1. gebiedsindeling; 2. functionele indeling; 3. parkeernormen; 4. toepassing.
Voor elk onderdeel wordt in de volgende paragrafen een voorstel gedaan. 5.1. Gebiedsindeling CROW-principe De basis voor de nota is gevonden in de door het CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur) uitgegeven publicatie over parkeerkencijfers[1] Uit de studie die in het kader van deze publicatie is uitgevoerd is geconcludeerd dat de vraag naar parkeerplaatsen wordt bepaald door de locatie en het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerwijzen. Dit blijkt onder andere uit het feit dat functies in centra een lagere parkeervraag hebben dan functies van dezelfde aard elders in de bebouwde kom.
Er bestaat dus een verband tussen de aanwezigheid van alternatieve vervoerwijzen en de vraag naar parkeerplaatsen. Naarmate de locatie verder van het centrum is gelegen neemt het aanbod en kwaliteit van alternatieven voor de auto (openbaar vervoer, fiets, lopen) af, en neemt de behoefte aan parkeerplaatsen toe. Deze bevinding is voor het CROW aanleiding geweest om voor de parkeerkencijfers onderscheid te maken naar: centrum; schil/overloopgebied; rest bebouwde kom. Gemeente Hellendoorn De door het CBS gehanteerde verstedelijkingsgraad en de door het CROW gehanteerde gebiedsindeling heeft tot de volgende verdeling in Hellendoorn geleid: Matig stedelijk: centrum Nijverdal, (bijlage 1a); Weinig stedelijk: overig kern Nijverdal, Hellendoorn, (bijlage 1b); Niet stedelijk: overig deel gemeente; Hulsen, Haarle, Daarle, Daarlerveen en landelijke gebied. Vanwege de geringe verschillen in vraag naar parkeerplaatsen zijn voor het opstellen van de parkeernormering de gebieden “weinig stedelijk” en “niet stedelijk” samengevoegd.
[1] CROW, parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering, publicatie 182, Ede, derde uitgave 2008.
Nota Parkeernormen
- 13 -
Type
woningen Nota Parkeernormen
- 14 -
5.2. Functionele indeling Voor elke functie geldt een eigen set van parkeernormen. Onderscheid wordt gemaakt naar functies die gegroepeerd kunnen worden naar een viertal hoofdfuncties: 1. wonen; 2. winkelen; 3. werken; 4. sociaal-maatschappelijk. 5.3. Parkeernormen 5.3.1. Normen per gebied Per gebied (paragraaf 5.1.) en per hoofdfunctie (paragraaf 5.2.) zijn parkeernormen opgesteld. De normen zijn in eerste instantie gebaseerd op de parkeerkencijfers uit de eerder genoemde CROW publicatie ‘parkeerkerncijfers’ waarna ze zijn toegespitst op de specifieke situatie van de gemeente Hellendoorn. Deze parkeernormen zijn opgenomen in bijlage 2. Indien er sprake is van andere functies of onduidelijkheden bij de praktische invulling van deze nota, wordt de CROW publicatie 182; ‘Parkeerkencijfers -Basis voor parkeernormering’ van juni 2003 als richtlijn gehanteerd.
5.3.2. Opmerkingen bij de normen
Woningen De parkeernormen voor woningen zijn ingedeeld naar grootte/type van de woning. De parkeernormen zijn inclusief de parkeerruimte voor bezoekers. Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bestaat. Daarom moet minimaal 0,3 parkeerplaats per woning in de openbare ruimte worden gerealiseerd. In uitzonderingssituaties worden deze niet in de openbare ruimte maar in een openbaar toegankelijk gebied gerealiseerd. Appartementen hebben een gelijke norm als woningen. Ook hierbij is de parkeernorm afhankelijk van de locatie, het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerwijzen en van de grootte van het appartement. In veel gevallen is in de planfase van een te ontwikkelen gebied nog niet op detailniveau duidelijk hoe de voorzieningen er uit komen te zien. In deze gevallen wordt gerekend met een algemene norm van 1,9 parkeerplaatsen per woning.
Nota Parkeernormen
- 15 -
Praktijk (commerciële ruimte) aan huis (op zolder)
Nota Parkeernormen
- 16 -
Commerciële ruimten in woongebieden De afgelopen jaren worden er steeds vaker woningen gebouwd met een commerciële ruimte aan huis. Deze ruimte kan gebruikt worden voor verschillende doeleinden zoals zakelijke dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening en aan huis gebonden beroepen, zoals bijvoorbeeld een kapper, een accountant, een schoonheidssalon of een ambachtelijk bedrijfje. Een belangrijk kenmerk van deze ruimten is dat ze kleinschalig zijn en dat het moet passen binnen het woonmilieu. Afhankelijk van de mogelijkheden die het bestemmingsplan voorschrijft, zal per situatie maatwerk geleverd moeten worden wat de parkeernorm betreft. Scholen/kinderdagverblijven Bij scholen en kinderdagverblijven is gedurende de dag een min of meer vast aantal parkeerders aanwezig. Dit zijn de personeelsleden. De haal- en brengmomenten brengen een extra, kortdurende piek met zich mee. Het CROW heeft een rekenmethode ontwikkelt om het noodzakelijk aantal parkeerplaatsen bij scholen en kinderdagverblijven te berekenen. Deze rekenmethodiek wordt reeds gebruikt en zal ook in de toekomst worden gebruikt.
Nota Parkeernormen
- 17 -
Bedrijventerrein waar uitsluitend op eigen terrein geparkeerd mag worden.
Nota Parkeernormen
- 18 -
5.4. Toepassing van de normen
5.4.1. Algemeen In de toekomstige situatie is het bij nieuwbouw of verbouw een basiseis dat de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Er zijn drie situaties waarvoor een uitzondering kan worden gemaakt: 1. Door de locatie van de (nieuw)bouw zijn parkeerplaatsen op eigen terrein niet wenselijk. Hierbij kan worden gedacht aan een locatie binnen het voetgangersgebied. Parkeren op eigen terrein betekent dan immers extra rijdende voertuigen van en naar de desbetreffende locatie via het voetgangersgebied. 2. Het is fysiek niet mogelijk om de parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren; 3. Voor bezoekersparkeren bij woningen in principe uitgaan van 0,3 parkeerplaats per woning in de openbare ruimte.
Als het volgens de bouwverordening voorgeschreven aantal parkeerplaatsen niet kan worden gerealiseerd, dient de aanvrager van de bouwvergunning een financiële bijdrage in het parkeerfonds te storten. Als tegenprestatie zal de gemeente Hellendoorn dan binnen 10 jaar en 1000 meter van de bouwlokatie voor vervangende parkeergelegenheid zorgen of mobiliteitsmaatregelen nemen. Als het college het toestaat dat een aantal reeds bestaande parkeerplaatsen in het openbaar gebied voor de nieuwe functies mag worden gebruikt dan dient de initiatiefnemer het gebruik van deze parkeerplaatsen te compenseren door een financiële bijdrage in het parkeerfonds. Bij de afweging speelt net als bij het verstrekken van vergunningen de beschikbare capaciteit van de desbetreffende parkeerterreinen een rol.
Voor deze situaties kán dus een uitzondering worden gemaakt, maar het hoeft niet. Met name in het tweede geval, kan het voorkomen dat extra parkeerdruk op de openbare weg ongewenst of eenvoudig onmogelijk is.
Nota Parkeernormen
- 19 -
Parkeergarage voor bezoekers, bewoners en werkers
Nota Parkeernormen
- 20 -
5.4.2. Flexibiliteit De gemeente Hellendoorn hanteert een vaste norm per functie. Indien minimum en maximumnormen worden opgesteld, wordt in vrijwel alle situaties de minimumnorm als realisatienorm gehanteerd. De parkeernorm zoals in bijlage 3 is opgenomen is de door de gemeente Hellendoorn vereiste parkeernorm. Het realiseren van minder parkeerplaatsen dan deze norm wordt met het oog op het afwentelen van parkeerproblemen op de openbare ruimte niet toegestaan. Het realiseren van meer parkeerplaatsen dan de norm wordt uitsluitend onder voorwaarden toegestaan. Meer parkeerplaatsen realiseren betekent het faciliteren van meer verkeersbewegingen naar de locatie. Dit betekent een extra belasting van de infrastructuur, die niet in alle situaties kan worden toegestaan.
5.4.3. Aanwezigheidspercentages Parkeerplaatsen zijn dikwijls uitwisselbaar, waardoor het niet noodzakelijk is de som van het aantal parkeerplaatsen van de functies in een gebied aan te leggen, maar slechts een deel ervan. Onder uitwisselbaarheid wordt hier verstaan dat meerdere functies op verschillende momenten gebruik kunnen maken van dezelfde parkeerplaatsen. De mogelijkheden voor uitwisselbaarheid in een gebied hangen af van de locatiekeuze van de parkeerplaatsen en de mate waarin de maximale parkeerbehoefte van verschillende functies in de tijd samenvallen. Bij meervoudig gebruik van parkeerplaatsen kan door de gemeente vrijstelling worden verleend. In bijlage 4 is de procentuele parkeerbehoefte per dag of dagdeel weergegeven.
Nota Parkeernormen
- 21 -
Realiseren van voldoende gehandicaptenparkeerplaatsen Nota Parkeernormen
- 22 -
5.4.4. Parkeren op eigen terrein Het realiseren van minder parkeerplaatsen op eigen terrein dan de parkeernorm voorschrijft wordt met het oog op het afwentelen van parkeerproblemen op de openbare ruimte niet toegestaan, tenzij aantoonbaar is dat er nu en in de toekomst in de openbare ruimte en in de directe omgeving van de functie (maximaal 150 meter) voldoende[2] parkeercapaciteit beschikbaar is om in de parkeervraag te kunnen voorzien. In deze afweging speelt het effect op de kwaliteit van het openbare gebied in relatie tot het eventueel aanleggen van extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte een grote rol. Het parkeerbeleid is gericht op de ruimtelijke kwaliteit van het openbaar gebied en het verhogen van de leefbaarheid. Het stimuleren van meervoudig gebruik (van private parkeerplaatsen) en gebouwde voorzieningen dragen hier aan bij. Bij de functies werk en winkel moeten de bezoekersparkeerplaatsen mede om deze reden openbaar toegankelijk zijn. [2] Over het algemeen wordt een parkeerdruk van 85% van de totale capaciteit nog als acceptabel beoordeeld. Bij een hogere parkeerdruk wordt het lastiger een parkeerplaats te vinden en ontstaat ongewenst zoekverkeer.
5.4.5. Gehandicaptenparkeerplaatsen Bij openbare gebouwen, functies die voor gehandicapten toegankelijk zijn en aangepaste woningen dient tenminste 1 gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd te worden. De gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zo dicht mogelijk bij de (hoofd)ingang van een gebouw te liggen. De maximale afstand tot de ingang bedraagt 50 meter. Publieke voorzieningen dienen tenminste 5% van de parkeerplaatsen als gehandicaptenparkeerplaatsen in te richten. Als er sprake is van een groot openbaar parkeerterrein of parkeergarage moet per 50 gewone parkeerplaatsen 1 gehandicaptenparkeerplaats worden gerealiseerd. 5.4.6. Gebiedsgerichte aanpak Uitgangspunt bij de toepassing van de parkeernormen is een gebiedsgerichte aanpak. De ervaring leert dat veel bestaande parkeerproblemen zijn veroorzaakt doordat juist niet gekozen is voor een gebiedsgerichte aanpak. In plaats van afzonderlijke functies te beschouwen wordt de parkeervraag van verschillende functies met elkaar in verband gebracht.
Nota Parkeernormen
- 23 -
Parkeervoorziening
theoretisch
berekenings-
opmerking
aantal
aantal
woning met garage en oprit
2
1,0
oprit min. 5,5 meter diep en 2,5 meter breed
woning met garage, zonder oprit
1
0,5 ²
garage min. 5,0 meter diep en 4,5 meter breed
woning met oprit/opstelplaats op eigen terrein ¹
1
1,0
oprit min. 5,5 meter diep en 2,5 meter breed
woning met carport ¹
1
1,0
carport min. 6,0 meter diep en 3,0 meter breed
garagebox (niet bij woning)
1
0,4
garage min. 5,0 meter diep en 2,80 meter breed
woning met/zonder garage, met lange oprit
2
1,33
oprit min.10,0 meter diep en 2,5 meter breed
woning met/zonder garage, met brede oprit
2
1,7
oprit min. 5,5 meter diep en 4,5 meter breed
[1] Mits de parkeerplaats ook in gronduitgiftevoorwaarden en koopovereenkomsten is/wordt vastgelegd. [2] Alleen in oudere woonwijken wordt deze situatie in de parkeerberekening meegenomen en wordt een rekenwaarde van 0,3 gehanteerd. [3] Berekeningsaantal is nooit hoger dan de parkeernorm. [4] Altijd 0,3 parkeerplaats per woning op openbaar terrein (bezoekersdeel).
Tabel 3: Rekenfactoren parkeervoorzieningen bij woningen
Nota Parkeernormen
- 24 -
Een gebiedsgerichte aanpak kan leiden tot een efficiëntere benutting van parkeercapaciteit. Een parkeerplaats voor een winkelvoorziening kan bijvoorbeeld in de avonduren worden benut door bewoners of bezoekers van horeca. Bij een gebiedsgerichte aanpak moet rekening worden gehouden met bestaande aanwezige parkeercapaciteit en/of parkeerdruk. De wijze waarop wordt omgegaan met parkeervoorziening op eigen terrein (woningbouw) en de aanwezigheidspercentages (mogelijkheden dubbelgebruik) zijn dan van belang.
Rekenfactoren Het aanwezige parkeeraanbod op eigen terrein (garage, oprit) wordt niet altijd uniform vastgesteld. Soms wordt een garage als een volwaardige of halve parkeerplaats meegeteld bij het opstellen van de parkeerbalans, soms wordt deze helemaal niet meegeteld. De ervaring is dat garages steeds minder benut worden voor het parkeren van de auto. In tabel 3 zijn de rekenfactoren weergegeven.
Een parkeerbalans is een goed instrument om de benodigde parkeerruimte in een gebied te achterhalen en/of te prognosticeren Voor het opstellen van een parkeerbalans dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. afbakening van het onderzoeksgebied en het gebied opdelen in deelgebieden; 2. bepalen parkeernormen; 3. inventarisatie parkeervraag- aanbod; 4. berekening van het benodigd aantal parkeerplaatsen, hierbij wordt rekening gehouden met mogelijkheden van dubbelgebruik.
Nota Parkeernormen
- 25 -
Voorbeeld van een parkeerbalans Nota Parkeernormen
- 26 -
Deze rekenwaarden zijn uitsluitend van toepassing op de ontwikkeling van een gebied met meerdere woningen. Bij individuele verbouwplannen gelden deze rekenwaarden niet, maar moeten er (afhankelijk van de geldende parkeernorm) één of twee theoretische parkeerplaatsen op eigen terrein overblijven. Bij individuele woningen mogen op eigen terrein meer parkeerplaatsen worden aangelegd dan de parkeernorm of parkeerbalans aangeeft. Hieraan worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de bereikbaarheid. Deze zijn in de gemeente Hellendoorn vastgelegd in het zogenaamde inrittenbeleid. De regels omtrent de aanleg c.q. uitbreiding van uitritten bij woningen zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Voor parkeergarages met grotere capaciteit (bijvoorbeeld onder een appartementencomplex) gelden dezelfde rekenregels als die in tabel 2 staan vermeld. Bij parkeergarages zonder fysieke scheiding tussen de parkeerplaatsen kunnen de parkeerplaatsen wel volledig meegerekend worden. Zijn de plaatsen wel fysiek van elkaar gescheiden en ontstaan daardoor eigenlijk garageboxen, dan worden deze plaatsen meegerekend voor 0,5 parkeerplaats.
Nota Parkeernormen
- 27 -
Figuur 2: Schematisch overzicht toepassing parkeernormen Nota Parkeernormen
- 28 -
6. Planvorming, afspraken en realisatie In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe de gemeente na overleg met de bouwende partij tot een parkeereis komt en afspraken maakt over het faciliteren van de parkeerbehoefte door de ontwikkelaar. 6.1. Planuitwerking Het ontwerpproces dat deel uit maakt van projectontwikkeling heeft over het algemeen een interaktief karakter. Het gebeurt vaak dat sommige stappen in dat proces opnieuw gezet moeten worden, bijvoorbeeld omdat nieuwe informatie of nieuwe inzichten beschikbaar zijn gekomen. Het is echter van groot belangdat er in een zo vroeg mogelijk stadium rekening wordt gehouden met de parkeeropgave bij de ontwikkeling. Daarom is er voor gekozen om, in aansluiting op de dynamiek van het ontwerpproces, de parkeereis stapsgewijs te berekenen door van grof naar fijn te werken. Op basis van de eerste ontwerpen wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte bij de ontwikkeling. Het gaat dan om het aantal parkeerplaatsen waarvan de bouwende partij tijdens het ontwerpproces kan uitgaan dat hij zal moeten realiseren.
Zodra de ontwerpen concreter worden kan de parkeerbehoefte worden aangescherpt naar een parkeereis. Als binnen het bouwplan bijvoorbeeld mogelijkheden zijn om parkeerplaatsen dubbel te gebruiken, kan de parkeereis op een lager aantal parkeerplaatsen uitkomen dan de parkeerbehoefte. Vervolgens moeten afspraken gemaakt worden over de concrete invulling van de parkeereis en de eventuele consequenties daarvan. Met andere woorden: waar kunnen de gebruikers van het pand, na realisatie van het bouwplan, werkelijk hun auto’s parkeren? In figuur 2 is dat schematisch in beeld gebracht. 6.2. Vast te leggen afspraken Wanneer de parkeereis voor een ontwikkeling en de wijze waarop die gerealiseerd zal worden zijn bepaald, is het van belang dat de afspraken daarover nauwkeurig worden vastgelegd, zodat de bouwende partij aan de voorgestelde parkeeroplossing kan worden gehouden. Als bijvoorbeeld is afgesproken om een deel van de parkeereis op eigen terrein te voldoen en voor de overige parkeerplaatsen gebruik te maken van een privaat parkeerterrein in de buurt, moet een overeenkomst / huurcontract tussen de ontwikkelaar en de beheerder van het private parkeerterrein aan de gemeente overlegd worden.
Nota Parkeernormen
- 29 -
In de vast te leggen afspraken wordt tenminste op papier gezet: welke ontwikkeling het betreft; een berekening van de parkeerbehoefte; de parkeereis, met eventueel een toelichting wanneer de parkeereis lager is vastgesteld dan de berekende parkeerbehoefte; bij de parkeereis wordt tevens een uitsplitsing gemaakt (indien van toepassing) naar aantal parkeerplaatsen voor bewoners, bezoekers, werknemers; de wijze waarop aan de parkeereis zal worden voldaan door de bouwende partij; mogelijke consequenties voor de gebruiker van het pand. Het vastleggen van parkeerafspraken voor ontwikkelingen geeft de gemeente de mogelijkheid om te kunnen contoleren of de parkeeroplossingen worden gebruikt zoals ze zijn afgesproken. Maar het vastleggen van de afspraken gebeurt ook om geen onduidelijkheid te laten bestaan over situaties die zich in de toekomst kunnen afspelen. Figuur 3: Schema vastleggen oplossing
Nota Parkeernormen
- 30 -
6.3. Gebiedsontwikkeling als bijzondere situatie Voor gebiedsontwikkelingen kunnen grotendeels dezelfde stappen doorlopen worden als voor afzonderlijke plannen, maar het zal vaker nodig zijn om tot maatwerk te komen. In situaties waar gelijktijdig meerdere bouwplannen aan de orde zijn, kan er sprake zijn van schaalvoordelen. Zo biedt een gebiedsgerichte aanpak meer mogelijkheden om dubbelgebruik van parkeervoorzieningen te bewerkstelligen (minder ruimtebeslag, meer inkomsten). Daarnaast kan door de schaalgrootte een kostenvoordeel ontstaan voor de bouw en het beheer van een parkeervoorziening. Binnen het kader van een gebiedsontwikkeling bestaan in principe legio mogelijkheden voor maatwerk, maar uitsluitend wanneer daar vooraf goede afspraken over zijn vastgelegd. In deze afspraken moet tenminste worden vastgelegd welke ruimte en middelen gereserveerd worden om de parkeervoorzieningen binnen een overeengekomen termijn te realiseren. Daarbij kan onder andere gedacht worden aan de gefaseerde aanleg van een parkeervoorziening met een functie voor het totale gebied. In de eerste fase(n) van de gebiedsontwikkeling zou bijvoorbeeld nog op de openbare straat geparkeerd kunnen worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de ruimte in de deelplannen die later worden ontwikkeld.
Bij oplevering van het laatste deelplan moet de parkeereis echter wel volledig zijn gerealiseerd. Alle ontwikkelaars die betrokken zijn in de gebiedsontwikkeling worden geacht bij te dragen aan het oplossen van de parkeereis. Deze gebiedsgewijze benadering is zowel van belang voor het faciliteren van de parkeerbehoefte, als voor de bredere benadering van het bereikbaarheidsvraagstuk
Nota Parkeernormen
- 31 -
Nota Parkeernormen
- 32 -
Bijlage 1: centrum Nijverdal
Nota Parkeernormen
- 33 -
Nota Parkeernormen
- 34 -
Bijlage 2: Grondslag bijdrage parkeerfonds Centrum Nijverdal (bijlage 1a) Kosten
Woningen
Maatschappelijke dienstverlening
Commerciële dienstverlening
Horeca en recreatie
Niet grondgebonden
Grondgebonden
Met winstoogmerk
Zonder wintoogmerk
Grondkosten
€ 9.375
€ 5.000
€ 3.125
€ 1.563
€ 3.125
€ 2.000
Aanlegkosten
€ 800
€ 800
€ 800
€ 800
€ 800
€ 800
Beheerkosten
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
Voorbereiding en toezicht
€ 150
€ 150
€ 150
€ 150
€ 150
€ 150
Totaal
€ 10.825
€ 6.450
€ 4.575
€ 3.013
€ 4.575
€ 3.450
Commerciële dienstverlening
Horeca en recreatie
Overig gemeente Kosten
Woningen
Maatschappelijke dienstverlening
Niet grondgebonden
Grondgebonden
Met winstoogmerk
Zonder wintoogmerk
Grondkosten
€ 7.188
€ 3.500
€ 2.500
€ 1.563
€ 2.000
€ 1.563
Aanlegkosten
€ 800
€ 800
€ 800
€ 800
€ 800
€ 800
Beheerkosten
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
€ 500
Voorbereiding en toezicht
€ 150
€ 150
€ 150
€ 150
€ 150
€ 150
Totaal
€ 8.638
€ 4.950
€ 3.950
€ 3.013
€ 3.450
€ 3.013
Overgang Als overgangsregeling geldt dat tot 1 januari 2023 een afwijkend tarief wordt gehanteerd. Dat tarief is 50% van het grondslagtarief. Dat tarief geldt alleen als voor 1 januari 2023 een omgevingsvergunning is aangevraagd.
Nota Parkeernormen
- 35 -
Nota Parkeernormen
- 36 -
Bijlage 3: Parkeernorm en afkoopbedrag Hoofdgroep en functie
Woningen
Norm centrum (bijlage 1a)
Norm rest gemeente
Eenheid m2=bvo
Hoogte Hoogte bijdrage Grondslag berekenen hoogte bijdrage pp rest pp centrum bijdrage van de Nijverdal gemeente
(..%) = aandeel bezoekers
Tot 1 januari 2023 50% van dit bedrag
Koop (vrijstaand)
1,8 (0,3)
2,2 (0,3)
Woning
Woningen, grondgebonden
€ 6.450
€ 4.950
Koop (twee-onder-een kap)
1,5 (0,3)
2,1 (0,3)
Woning
Woningen, grondgebonden
€ 6.450
€ 4.950
Koop (tussen/hoek)
1,5 (0,3)
1,9 (0,3)
Woning
Woningen, grondgebonden
€ 6.450
€ 4.950
Koop (etage, duur)
1,4 (0,3)
2 (0,3)
Woning
Woningen, niet grondgebonden
€ 10.825
€ 8.638
Koop (etage, midden)
1,4 (0,3)
1,8 (0,3)
Woning
Woningen, niet grondgebonden
€ 10.825
€ 8.638
Koop (etage, goedkoop)
1,3 (0,3)
1,6 (0,3)
Woning
Woningen, niet grondgebonden
€ 10.825
€ 8.638
Huur (vrije sector)
1,5 (0,3)
1,9 (0,3)
Woning
Woningen, grondgebonden
€ 6.450
€ 4.950
Huur (sociale huur)
1,3 (0,3)
1,6 (0,3)
Woning
Woningen, grondgebonden
€ 6.450
€ 4.950
Huur (etage, duur)
1,4 (0,3)
1,8 (0,3)
Woning
Woningen, niet grondgebonden
€ 10.825
€ 8.638
Huur (etage, midden/goedkoop)
1,1 (0,3)
1,4 (0,3)
Woning
Woningen, niet grondgebonden
€ 10.825
€ 8.638
Kamerverhuur (zelfstandig)
0,6 (0,2)
0,7 (0,2)
Woning
Woningen, niet grondgebonden
€ 10.825
€ 8.638
Kamerverhuur (studenten)
0,3 (0,2)
0,3 (0,2)
Woning
Woningen, niet grondgebonden
€ 10.825
€ 8.638
Aanleunwoning, serviceflat
1,1 (0,3)
1,1 (0,3)
Woning
Woningen, grondgebonden
€ 6.450
€ 4.950
Werken
(..%) = aandeel bezoekers
Tot 1 januari 2023 50% van dit bedrag
Kantoor (zonder baliefunctie)
1,6 (5%)
2,1 (5%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Commerciële dienstverlening
2,1 (20%)
2,9 (20%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Industrie, werkplaats, laboratorium
1,6 (5%)
2,4 (5%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Loods, opslag, transportbedrijf
0,7 (5%)
1,1 (5%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Bedrijfsverzamelgebouw
1,3
1,9
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Nota Parkeernormen
- 37 -
Nota Parkeernormen
- 38 -
Hoofdgroep en functie
Winkels
Norm centrum (bijlage 1a)
Norm rest gemeente
Eenheid m2=bvo
Hoogte Hoogte bijdrage Grondslag berekenen hoogte bijdrage pp rest pp centrum bijdrage van de Nijverdal gemeente
(..%) = aandeel bezoekers
Tot 1 januari 2023 50% van dit bedrag
Buurtsupermarkt
1,9 (89%)
3,5 (89%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Discountsupermarkt
3,3 (96%)
6,5 (96%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Supermarkt (laag/middelhoog prijsniv.)
3,1 (93%)
5,4 (93%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Supermarkt (middel-/hoog prijsniv.)
3,6 (93%)
4,9 (93%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Grote supermarkt
6 (84%)
7,7 (84%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Groothandel in levensmiddelen
-
6,4 (80%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Hoofdwinkelcentrum (20.000 tot 30.000 inw.)
3,3 (82%)
-
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Weekmarkt
0,2 (85%)
0,2 (85%)
1 m1
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Buurt- en dorpscentrum
-
3,7 (72%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Bruin- en witgoedzaken
4 (92%)
7,9 (92%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Wijkcentrum (klein)
-
4,5 (76%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Wijkcentrum (gemiddeld)
-
5,1 (79%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Wijkcentrum (groot)
-
5,7 (81%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Kringloopwinkel
-
1,9 (89%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Woonwarenhuis/woonwinkel
1-,3 (91%)
1,9 (91%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Meubelboulevard
-
2,4 (93%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Winkelboulevard
-
4,2 (94%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Outletcentrum
-
10,1 (94%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Bouwmarkt
-
2,4 (87%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Tuincentrum
-
2,7 (89%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Groencentrum
-
12,4 (98%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Nota Parkeernormen
- 39 -
Nota Parkeernormen
- 40 -
Hoofdgroep en functie
Cultuur
Norm centrum (bijlage 1a)
Norm rest gemeente
Eenheid m2=bvo
Hoogte Hoogte bijdrage Grondslag berekenen hoogte bijdrage pp rest pp centrum bijdrage van de Nijverdal gemeente
(..%) = aandeel bezoekers
Tot 1 januari 2023 50% van dit bedrag
Bibliotheek
0,5 (97%)
1,2 (97%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Museum
0,6 (95%)
1,1 (95%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Theater, schouwburg
7,4 (87%)
13,6 (87%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Ontspanning
(..%) = aandeel bezoekers
Tot 1 januari 2023 50% van dit bedrag
Bioscoop
3,2 (94%)
11,2 (94%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Filmtheater, filmhuis
2,6 (97%)
7,9 (97%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Bowlingcentrum
1,6 (89%)
2,8 (89%)
baan
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Biljart- en snookercentrum
0,9 (87%)
1,4 (87%)
tafel
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Dansstudio
1,6 (93%)
5,5 (93%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Wellnesscentrum
-
9,3 (99%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Sauna, hammam
2,5 (99%)
6,7 (99%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Kinderboerderij
-
22,5
boerderij
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Indoorspeeltuin (gemiddeld en kleiner)
3,6 (97%)
3,6 (97%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Indoorspeeltuin (groot)
-
6,8 (98%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Indoorspeeltuin (zeer groot)
4,4 (98%)
5,8 (98%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Dierenpark
8 (99%)
8 (99%)
hectare
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Attractie- en pretpark
8 (99%)
8 (99%)
hectare
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Volkstuin
1,4 (100%)
-
10 tuinen
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Tuincentrum
-
2,7 (89%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.013
Groencentrum
-
12,4 (98%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.013
Nota Parkeernormen
- 41 -
Nota Parkeernormen
- 42 -
Hoofdgroep en functie
Sport
Norm centrum (bijlage 1a)
Norm rest gemeente
Eenheid m2=bvo
Hoogte Hoogte bijdrage Grondslag berekenen hoogte bijdrage pp rest pp centrum bijdrage van de Nijverdal gemeente
(..%) = aandeel bezoekers
Tot 1 januari 2023 50% van dit bedrag
Fitnessstudio, sportschool
1,4 (87%)
4,8 (87%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Fitnesscentrum
1,7 (90%)
6,3 (90%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Sporthal
1,6 (96%)
2,9 (96%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Sportzaal
1,2 (94%)
2,8 (94%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Tennishal
0,3 (97%)
0,5 (97%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Squashhal
1,6 (84%)
2,7 (84%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Sportveld
20 (95%)
20 (95%)
hectare
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Zwembad, overdekt
-
11,5 (97%)
100 m2 bad
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Zwembad, openlucht
-
12,9 (99%)
100 m2 bad
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
-
1,9 (98%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Kunstijsbaan (400 meter)
-
2,6 (98%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Ski- en snowboardhal
-
5,7
100 m2 wit
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Golfoefencentrum
-
51,1 (93%)
Centrum
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Golfbaan
-
96 (98%)
18 holes
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Manege
-
0,4 (90%)
Box
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Indoorspeeltuin (zeer groot)
4,4 (98%)
5,8 (98%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Dierenpark
8 (99%)
8 (99%)
hectare
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Attractie- en pretpark
8 (99%)
8 (99%)
hectare
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Volkstuin
-
1,4 (100%)
10 tuinen
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Tuincentrum
-
2,7 (89%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Groencentrum
-
12,4 (98%)
100 m2
Commerciële dienstverlening
€ 4.575
€ 3.450
Nota Parkeernormen
- 43 -
Nota Parkeernormen
- 44 -
Hoofdgroep en functie
Gezondheid en maatschappij
Norm centrum (bijlage 1a)
Norm rest gemeente
Eenheid m2=bvo
Hoogte Hoogte bijdrage Grondslag berekenen hoogte bijdrage pp rest pp centrum bijdrage van de Nijverdal gemeente
(..%) = aandeel bezoekers
Tot 1 januari 2023 50% van dit bedrag
Huisartsenpraktijk
2,1 (57%)
3 (57%)
Beh.kamer
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Apotheek
2,3 (45%)
3,2 (45%)
Apotheek
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Fysiotherapiepraktijk
1,3 (57%)
1,8 (57%)
Beh.kamer
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Consultatiebureau
1,4 (50%)
1,9 (50%)
Beh.kamer
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Consultatiebureau voor ouderen
1,3 (38%)
1,9 (38%)
Beh.kamer
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Tandartsenpraktijk
1,6 (47%)
2,4 (47%)
Beh.kamer
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Gezondheidscentrum
1,6 (55%)
2,2 (55%)
Beh.kamer
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Ziekenhuis
1,4 (29%)
1,7 (29%)
100 m2
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Penitentiaire inrichting
1,7 (37%)
3,3 (37%)
10 cellen
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Religiegebouw
0,2
0,2
Zitplaats
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Verpleeg- en verzorgingstehuis
0,6 (60%)
0,6 (60%)
Wooneenheid
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Crematorium
-
30,1 (99%)
Plechtigheid
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Begraafplaats
-
31,6 (97%)
Plechtigheid
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Onderwijs
(..%) = aandeel bezoekers
Tot 1 januari 2023 50% van dit bedrag
Kinderdagverblijf
1
1,4
100 m2
Maatsch. Dvrl. Met winstoogmerk
€ 4.575
€ 3.950
Basisonderwijs
0,8
0,8
Leslokaal
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Middelbare school
3,7 (11%)
4,9 (11%)
100 leerlingen
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
ROC
4,7 (7%)
5,8 (7%)
100 leerlingen
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Avondonderwijs
4,5 (95%)
6,8 (95%)
10 studenten
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Hogeschool
-
10,7 (72%)
100 studenten
Maatsch. Dvrl. Zonder winstoogmerk
€ 3.013
€ 3.013
Nota Parkeernormen
- 45 -
Nota Parkeernormen
- 46 -
Hoofdgroep en functie
Horeca en recreatie
Norm centrum (bijlage 1a)
Norm rest gemeente
Eenheid m2=bvo
Hoogte Hoogte bijdrage Grondslag berekenen hoogte bijdrage pp rest pp centrum bijdrage van de Nijverdal gemeente
(..%) = aandeel bezoekers
Tot 1 januari 2023 50% van dit bedrag
Café, bar, cafetaria
5
6 (90%)
100 m2
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
Restaurant
9
13 (80%)
100 m2
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
Discotheek
6,9 (99%)
20,8 (99%)
100 m2
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
1 ster hotel
0,4 (77%)
2,4 (77%)
10 kamers
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
2 sterren hotel
1,4 (80%)
4,1 (80%)
10 kamers
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
3 sterren hotel
2,1 (77%)
5 (77%)
10 kamers
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
4 sterren hotel
3,4 (73%)
7,2 (73%)
10 kamers
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
5 sterren hotel
5,3 (65%)
10,6 (65%)
10 kamers
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
Camping
-
1,2 (90%)
Standplaats
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
Bungalowpark
-
2,1 (91%)
Bungalow
Horeca en recreatie
€ 3.450
€ 3.013
Nota Parkeernormen
- 47 -
Nota Parkeernormen
- 48 -
Bijlage 4: aanwezigheidspercentages Werkdag
Zaterdag
ochtend
middag
avond
Woningen
50
60
100
Detailhandel food
30
70
Detailhandel non food
30
Kantoren
koopavond
Zondag
middag
avond
middag
90
60
60
70
20
100
100
0
0
70
0
100
100
0
0
100
100
5
10
5
0
0
Commerciële ruimte aan huis
100
100
80
80
80
80
80
Bedrijven
100
100
5
10
5
0
0
Consumenten gerichte bedrijvigheid
30
75
5
100
100
0
0
Sociaal cultureel
10
40
100
100
60
90
25
Sociaal medisch
100
100
30
15
15
5
5
Dagonderwijs
100
100
0
0
0
0
0
Avondonderwijs
0
0
100
0
0
0
0
Bibliotheek
30
70
100
75
75
0
0
Museum
20
45
0
100
100
0
90
Restaurant
10
40
90
70
70
100
40
Café
10
40
90
75
75
100
45
Bioscoop / theater
15
30
90
60
60
100
60
Sport
30
50
100
100
100
90
85
Zwembad
100
80
100
100
100
100
100
Nota Parkeernormen
- 49 -
Nota Parkeernormen
- 50 -
Colofon Titel:
Nota Parkeernormen – herziene uitgave 2021
Status:
concept
Kenmerk:
2020-031759
Opdrachtgever:
Gemeente Hellendoorn
Verantwoordelijk wethouder:
De heer H. Nijhof
Auteur:
Reinier Valk
Bijdragen door:
Albert Jan Grolleman, Trudy Regtuijt-Mensink, Melvin Bos
Nota Parkeernormen
- 51 -
bestemmingsplan Haarle 2017, herziening Raalterdijk 1a
Bijlage 3 Samen leven met water 2021-2025, gemeente Hellendoorn
Bijlagen bij de regels (ontwerp)
61
SAMEN LEVEN MET WATER 2021-2025 GEMEENTE HELLENDOORN
Beleidsplan Klant:
Gemeente Hellendoorn
Referentie:
BG6295WATRP2004201413
Status:
S0/P01.01
Datum:
31 augustus 2020
Bijlage 2 Handleiding watertoets 2020 1 Inleiding Door de klimaatverandering komen er steeds meer extreem natte en droge periodes, met de nodige gevolgen: stijging van de zeespiegel, een verhoogde afvoer via de rivieren en een verdergaande bodemdaling. In ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met deze ontwikkelingen. Het Watertoetsproces is een van de hulpmiddelen daarbij. Doel van het Watertoetsproces is “te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding”. Het Watertoetsproces kent de volgende fasen: ideefase, initiatieffase, ontwikkeling- en adviesfase, besluitvormingsfase, uitvoeringsfase. Het is van belang dat het waterschap en/ of de gemeente in elke fase actief meedenkt zodat de initiatiefnemer de waterbelangen op integrale wijze in zijn plannen kan verwerken en als meerwaarde in zijn project kan inzetten. Door deze werkwijze wordt tevens voorkomen dat er onnodige vertraging in het planproces optreedt, bijvoorbeeld omdat bij de vaststelling van een ruimtelijk plan blijkt dat het waterbelang onvoldoende geborgd is. Integraliteit is ook het sleutelwoord van de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2022 inwerking treedt.
Gemeenten worden op grond van deze wet geacht om alle ruimtelijke plannen en verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, samen te brengen in een omgevingsvisie en een omgevingsplan (en daaraan gekoppelde programma’s). In deze planfiguren zullen de ontwikkelingsmogelijkheden voor ruimtelijke ordening en water, maar evengoed voor milieu, verkeer en vervoer, bouwen, natuur, cultureel erfgoed, etc integraal afgewogen worden. De Omgevingswet gaat tevens uit van een nieuwe rol van de overheid; deze is eerder adviserend van aard, dan toetsend. Deze handleiding wil aan beide aspecten van de Omgevingswet tegemoetkomen door: a. kaders aan te geven voor een integrale benadering van water in ruimtelijke ontwikkelingen; b. initiatiefnemers te ondersteunen bij het borgen van waterbelangen, zodat ‘water’ een meerwaarde kan vormen voor het betreffende project en procesrisico’s (tijdverlies en extra kosten) worden vermeden. 1.1 Doel van deze handleiding Deze handleiding is geschreven voor medewerkers van de gemeente Hellendoorn. Doel is: bewustwording van het waterbelang in iedere fase van het Watertoetsproces, zodat steeds de juiste vakspecialisten ‘aan tafel’ zitten en de gemeente optimaal invulling kan geven aan haar adviserende taak.
Deze handleiding is afgestemd met waterschap Vechtstromen en waterschap Drents Overijsselse Delta, die (in ieder geval tot 1 januari 2022) formeel verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de watertoets. De gemeente heeft parallel aan deze handleiding tevens een folder voor initiatiefnemers ontwikkeld, waarin de hoofdlijnen van het Watertoetsproces zijn opgenomen. Deze wordt bij aanvang van ruimtelijke planprocessen uitgereikt, zodat de kansen op een integrale benadering van ‘water’ het grootst zijn. 1.2 Leeswijzer In het vervolg van deze handleiding wordt ingegaan op het waterbeleid (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt het Watertoetsproces samengevat. Hierbij worden ook de specifieke randvoorwaarden die de gemeente Hellendoorn aan dit proces stelt, expliciet gemaakt (hoofdstuk 3). In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de output van het Watertoetsproces, de waterparagraaf (hoofdstuk 4).
31 augustus 2020
62
Begrippen Watertoets De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Waterparagraaf De waterparagraaf betreft een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie. Welke wijzigingen treden er op en hoe wordt hiermee omgegaan. De waterparagraaf is het resultaat van het watertoetsproces en wordt opgenomen in het bestemmingsplan of ruimtelijk plan. Initiatiefnemer Projectontwikkelaar, adviesbureau, burger, natuurbeschermingsorganisatie, woningcorporatie, een partij die voornemens is ruimtelijke activiteiten te ontplooien. Riolerings- en waterhuishoudingsplan Een technisch plan waarin alle voorzieningen die nodig zijn om afvalwater en hemelwater in te zamelen en te verwerken en grondwaterstanden te beheersen zijn beschreven inclusief daarvoor benodigde aanpassingen (bijvoorbeeld aan bestaande riolering en watergangen).
2 Gemeentelijk beleid In het beleidsplan Samenleven met Water geeft de gemeente hoe de gemeente Hellendoorn op de korte en middellange termijn invulling gaat geven aan haar zorgplichten voor wat betreft afval-, hemel- en grondwater. Het plan laat ook zien hoe wordt ingespeeld op een veranderend klimaat en het oppervlaktewatersysteem. De lange termijn visie en doelen zijn in hoofdstuk 4 van dit beleidsplan opgenomen. Bij het watertoetsproces gaan we uit van de navolgende voorkeursvolgorde voor het omgaan met waterstromen opgenomen: Voorkeursvolgorde 1. Het ontstaan van afvalwater voorkomen of beperken. 2. Verontreiniging van water voorkomen of beperken. 3. Waterstromen gescheiden houden, tenzij niet scheiden geen nadelige gevolgen heeft. 4. Huishoudelijk afvalwater en vergelijkbaar afvalwater gaan naar de RWZI. 5. Andere waterstromen zoals schoon hemelwater na retentie en zuivering bij de bron hergebruiken. 6. Andere waterstromen zoals schoon hemelwater na retentie en zuivering lokaal 7. in het milieu brengen.
3 Watertoetsproces Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 bestaat het Watertoetsproces uit de volgende vijf fasen: ideefase, initiatieffase, ontwikkel- en adviesfase, besluitvormingsfase en de fase van uitvoering en beheer. De eerste drie fasen zijn essentieel. In deze fasen werken initiatiefnemer en waterschap/gemeente samen ideeën uit, die uiteindelijk in het ruimtelijk plan geborgd zullen worden. In figuur 3.1 is het watertoetsproces samengevat. Hieronder volgt een korte toelichting per fase. 3.1 Ideefase De ideefase is geen officiële fase in een ruimtelijk planproces en evenmin een formeel onderdeel van het Watertoetsproces. Het gaat hier om de fase waarin de initiatiefnemer nog geen uitgewerkte plannen heeft en waarin ‘water’ nog op relatief eenvoudige wijze meegenomen kan worden in het gebiedsontwerp. Ook kan in deze fase direct al duidelijk worden of ‘water’ voor het betreffende initiatief een kans of belemmering vormt, wat de initiatiefnemer helpt om de (financiële) haalbaarheid van zijn project goed in te kunnen schatten. Tijdens de ideefase licht de initiatiefnemer zijn voornemens toe. De gemeente en/of het waterschap verricht een eerste beleidsmatige toetsing
31 augustus 2020
63
en schat de waterkansen en belemmeringen in op basis van lokale gebiedsinformatie (waterstanden, riolering, bergingsopties, etc). Deze beleidsmatige toetsing slaat niet alleen op het aspect ‘water’. Ook vanuit andere gemeentelijke vakdisciplines zal beoordeeld moeten worden of en hoe het initiatief ruimtelijk en milieuhygiënisch inpasbaar is. 3.2 Initiatieffase Tijdens de initiatieffase werkt de initiatiefnemer zijn ideeën uit tot een eerste gebiedsontwerp. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de informatie die de gemeente en/of het waterschap heeft aangeleverd in de ideefase. De initiatiefnemer legt dit concept-gebiedsontwerp ter beoordeling voor aan de gemeente, waarna deze inhoudelijk getoetst wordt. De gemeente maakt vervolgens duidelijk of en op welke voorwaarden zij medewerking kan verlenen aan het initiatief. Dit wordt eventueel geformaliseerd in een principe-uitspraak door het college van B&W. 3.3 Ontwikkel- en adviesfase In de ontwikkel- en adviesfase werkt de initiatiefnemer zijn gebiedsontwerp uit in een ruimtelijk plan (ruimtelijke onderbouwing of bestemmingsplan). Qua ‘water’ wordt aangesloten bij de randvoorwaarden uit de initiatieffase. De initiatiefnemer vat het tot nu toe doorlopen proces en de implicaties van het plan voor de waterhuishouding samen in een ‘waterparagraaf’.
De waterparagraaf laat zo concreet mogelijk zien welke invloed het plan heeft op de waterhuishouding. Eventueel worden hierin ook compenserende maatregelen voorgesteld met het oog op de waterkwaliteit/-kwantiteit. Specifieke aandacht is nodig voor de juridische borging van de waterhuishouding. De initiatiefnemer en gemeente zullen in onderling overleg bepalen welke publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke regelingen gewenst zijn (bijv. aanlegverplichting voor waterbuffers). Nadat het concept- of voorontwerpbestemmingsplan gereed is, wordt deze formeel ‘ingediend’ bij het waterschap via de Digitale Watertoets. Onder ‘gebiedsontwerp’ wordt verstaan: een inrichtingsschets van het ruimtelijk voornemen, waaruit (i.i.g.) blijkt hoe de toekomstige waterhuishouding is geregeld. 3.4 Besluitvormingsfase De besluitvormingsfase heeft betrekking op de eerste officiële fase van het ruimtelijk planproces. Het ruimtelijk plan - meestal het (voor)ontwerpbestemmingsplan of de ruimtelijke onderbouwing - wordt ter inzage gelegd en mede ter beoordeling voorgelegd aan de ‘overlegpartners’ (art. 3.1.1 Bro), waaronder het waterschap. In deze fase wordt gecontroleerd of alle randvoorwaarden en gemaakte afspraken voldoende zijn uitgewerkt en/of geborgd in het ruimtelijk plan. Het waterschap geeft na deze formele toetsing haar ‘wateradvies’ af.
3.5 Uitvoerings- en beheerfase Nadat een ruimtelijk plan of besluit in werking is getreden, start het uitvoeringstraject. Omdat aanleg en beheer veelal door een andere afdeling van gemeente/waterschap wordt gedaan dan de afdeling die bij de planontwikkeling is betrokken, is communicatie belangrijk. Dit geldt ook voor de vergunningverlening. In de overdracht moet duidelijk worden welke afspraken er zijn gemaakt. Ook voor de afdeling ‘handhaving’ kan deze informatie belangrijk zijn.
31 augustus 2020
64
3.6 Specifieke uitgangspunten gemeente hellendoorn Het Watertoetsproces verloopt niet altijd volgens de vijf fases. Soms is er al een uitgewerkt gebiedsontwerp of is van meet af aan duidelijk dat het initiatief een verwaarloosbare impact op de waterhuishouding heeft. In dat geval is een kortere route mogelijk. Ook het type ruimtelijk plan kan invloed hebben op het te doorlopen proces. Voor ontwikkelingsgerichte bestemmingsplan binnen ‘natte’ gebieden zal over het algemeen een grotere inspanning noodzakelijk zijn dan voor de meeste actualiseringsplannen. Een Omgevingsplan of -visie vraagt weer om een geheel eigen benadering. Kortom: maatwerk is belangrijk. Hieronder volgen enkele specifieke uitgangspunten waaraan de gemeente Hellendoorn ruimtelijke ontwikkelingen/-plannen zal toetsen. 1. De algemene lijn is: publiekrechtelijk voor privaatrechtelijk. Daar waar mogelijk wordt ‘water’ zo concreet mogelijk bestemd/aangeduid en/of in aanlegverplichtingen vervat. Pas wanneer dat niet mogelijk of wenselijk blijkt, kan gekozen worden voor bijv. afspraken o.b.v. een anterieure overeenkomst. 2. Structuur-/Omgevingsvisie: bezien zal moeten worden of de betreffende visie (en het beleid) overeenstemt met het waterbelang en of er sprake is van knelpunten. Als dit laatste het geval is kan worden overwogen of de visie aangepast moet worden. 3.