Concept TOE BP Grotestraat 162a en 164 (08-10-21)
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Grotestraat 162 en 164 Nijverdal
Oktober 2021
Status: Concept
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal”
Bestemmingsplan: IDN: Status: Datum: Opsteller:
Grotestraat 162 en 164 Nijverdal NL.IMRO.0163.BPNDGROT162EN164-ONO1 Concept Oktober 2021 Dhr. L. Bechtel
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 2.1 2.2
HISTORISCHE ONTWIKKELING NIJVERDAL .......................................................................................................... 9 HET PLANGEBIED EN DE OMGEVING ................................................................................................................. 9
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 16 4.1 4.2 4.3 4.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 19 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 25 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 29
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 35 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
GELUID .................................................................................................................................................... 35 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 36 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 37 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 38 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 40 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 42 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 43 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 44
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 47 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 47 WATERTOETS ............................................................................................................................................ 50 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 50 WATERTOETSPROCES.................................................................................................................................. 51 WATERHUISHOUDKUNDIGE ASPECTEN IN HET PLANGEBIED ................................................................................. 51
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 52 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 52 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 52 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 53
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 55 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 56 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 56 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 56 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 56
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 57 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI............................................................................................ 57 AKOESTISCH ONDERZOEK RAIL- EN WEGVERKEERSLAWAAI .......................................................................... 58 VERKENNEND EN AANVULLEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK .................................................................. 59 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 60 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 61
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen aan de Grotestraat 162 en 164 in het centrum van de kern Nijverdal (hierna: plangebied). Binnen het plangebied is momenteel bebouwing bestaande uit twee en drie bouwlagen aanwezig. Het gaat hierbij om winkelruimten op de begane grond en twee woningen op de verdieping. De bebouwing is verouderd waardoor ter plaatse sprake is van een lage ruimtelijke kwaliteit. Het voornemen is om het plangebied te herontwikkelen en ter plaatse een appartementengebouw te realiseren bestaande uit zeven bouwlagen met ruimte voor 16 appartementen. Op de begane grond (in de plint) komen commerciële ruimtes. De beoogde (her)ontwikkeling is niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan, aangezien hiervoor de juiste bouw- en gebruiksmogelijkheden ontbreken. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Er zal worden aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bevindt zich aan de Grotestraat 162 en 164, in het centrumgebied van Nijverdal. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Nijverdal en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied in Nijverdal en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0163.BPNDGROT162EN164-ON01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan “Nijverdal Centrum” van de gemeente Hellendoorn. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 1 juli 2014. Tevens geldt ter plaatse het “Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Hellendoorn”. Het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan “Nijverdal Centrum” de bestemmingen ‘Centrum – 1’ en ‘Verkeer – Verblijf’. Binnen het plangebied is een bouwvlak opgenomen (voorste helft bestemming ‘Centrum – 1’). Ter plaatse van het achterste deel van de bestemming ‘Centrum – 1’ is een maatvoeringsaanduiding opgenomen voor de bouwhoogte (maximum bouwhoogte 4 m). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied opgenomen. Het plangebied wordt aangegeven middels de rode contour.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede geldend bestemmingsplan “Nijverdal Centrum” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen
Enkelbestemming ‘Centrum – 1’ Gronden met de bestemming ‘Centrum – 1’ zijn met name bestemd voor: 1.
op de begane grondlaag van de gebouwen: a. detailhandel; b. dienstverlening met een baliefunctie; c. maatschappelijke- (waaronder overheid), sociale-, culturele-, levensbeschouwelijke functies; d. horeca t/m categorie 1; e. toegangsportalen van op de verdiepingen gelegen woningen alsmede toegangen van parkeergarages en detailhandelsvestigingen; f. parkeergarages; g. water en/of waterhuishoudkundige voorzieningen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept 2.
3.
op de verdiepingen van de gebouwen: a. bestaande aantal woningen; b. zakelijke dienstverlening; c. bestaande niet woon-functies, voor zover die op het tijdstip van het in ontwerp ter visie leggen van het plan reeds bestaan; ondergrondse parkeergarages, bovengrondse parkeergarages, stallingsruimten.
In de bouwregels is bepaald dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal dat op het tijdstip van ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan aanwezig waren. Daarnaast is bepaald dat gebouwen binnen het bouwvlak moet worden gebouwd. Verder is bepaald dat de goot- en bouwhoogte maximaal 12 en 14,5 m mag bedragen, inhoudende maximaal drie bouwlagen waarboven een terugliggende vierde bouwlaag is toegestaan, tenzij anders aangeduid dan wel de bestaande maatvoering indien deze ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpplan reeds meer bedraagt, in welk geval deze maatvoering als maximum geldt. Enkelbestemming ‘Verkeer – Verblijf’ De gronden met de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ zijn hoofdzakelijk bestemd voor wegen, fiets-/voetpaden, verblijfsgebied, parkeervoorzieningen, parkeergarages, groen- en speelvoorzieningen. Op gronden met deze bestemming mogen geen gebouwen en/of overkappingen worden gebouwd. Gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ Ter plaatse van de aanduiding 'geluidszone - industrie' gelden de volgende aanvullende regels.
Voor het bouwen van gebouwen geldt dat een op grond van de bestemming toelaatbaar geluidgevoelig gebouw niet mag worden gebouwd, met uitzondering van geluidgevoelige gebouwen wanneer de geluidbelasting niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, verkregen hogere grenswaarde of vastgestelde maximaal toegestane geluidbelasting. 1.4.3
Strijdigheid
Op dit moment zijn er in dit plangebied uitsluitend het bestaande aantal woningen toegestaan (in voorliggend geval 2 woningen). Tevens zijn de bouwmogelijkheden ontoereikend voor de voorgenomen ontwikkeling. Om het gewenste plan mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de historische ontwikkeling van Nijverdal en een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Hellendoorn beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de vooroverleg en inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
HOOFDSTUK 2 2.1
DE HUIDIGE SITUATIE
Historische ontwikkeling Nijverdal
Nijverdal is rond 1831 ontstaan op de kruising van de straatweg Zwolle-Almelo met de toen nog redelijk bevaarbare rivier de Regge. In die tijd werd bij veel boerenbedrijven en in woningen het weven van textiel als nevenactiviteit beoefend. Voor het opslaan, verzenden en verpakken van de thuis vervaardigde producten werd op deze kruising een magazijn gebouwd. In 1852 werd de handweverij Ainsworth omgebouwd tot de Koninklijke Stoomweverij. Parallel aan de straatweg Almelo-Zwolle werd eind 1880 een spoorlijn aangelegd. Langs de Regge werd rond die tijd de Koninklijke Stoombleekerij opgericht met gebouwen ten noorden en ten zuiden van de oostwestverbinding. Ten behoeve van de groeiende textielnijverheid en het benodigde personeel werden complexen van arbeiderswoningen opgericht, zoals ‘De Blokken’ langs de Blokkendijk en ‘De Verdeling’ langs de Grotestraat (Almelo-Zwolle). Later breidde de bebouwing van Nijverdal uit langs de Grotestraat, de Wilhelminastraat en de Rijssensestraat. Met uitzondering van de nederzetting Noetsele heeft nagenoeg langs alle wegen een verdichting van de bebouwing plaatsgevonden. In 1910 werd de spoorlijn Hellendoorn-Neede aangelegd. Als spoedig bleek dat de spoorlijn voor personenvervoer niet rendabel was, maar het spoor heeft nog jaren dienst gedaan voor de aanvoer van goederen naar de fabrieken.
Rond 1950 waren alle grote bedrijfsgebouwen van de textielindustrie op het spoor aangesloten (zie de historische kaarten van 1900 en 1950). Het tracé heeft grote invloed gehad op het stratenpatroon van Nijverdal en is op verscheidene plaatsen nog steeds herkenbaar, bijvoorbeeld in de vorm van bomenrijen die vroeger langs de spoorberm stonden en dat geldt ook voor bijvoorbeeld het vroegere tracé van de voormalige spoorlijn langs de Meester Ponsteenlaan/Oranjestraat/Meijboomstraat. Ook ter hoogte van het plangebied is deze historische lijn nog duidelijk aanwezig. Ter plaatse van de huidige Parallelweg bevond zich vroeger het tracé van de spoorlijn. Vooral vanaf 1945 werd de ontwikkeling van Nijverdal planmatig aangepakt. Noetsele en Nijverdal zijn aan elkaar gegroeid. De uitbreiding van Nijverdal heeft sinds 1950, na het opvullen van de vele open ruimtes, voornamelijk aan de zuidkant plaatsgevonden, ter weerszijden van de Rijssensestraat. Ook aan de zuidoostkant en aan de overzijde van de Regge hebben forse woonuitbreidingen plaatsgevonden, alsmede de inrichting van het bedrijventerrein 't Lochter. Aan de westzijde van De Joncheerelaan is de Zeeheldenbuurt tot stand gekomen. De laatste belangrijke ontwikkeling is de Kruidenwijk: een omvangrijke nieuwbouwwijk los van de bestaande kernen, ten oosten van Hulsen.
Het waardevolle binnenstedelijk gebied (groene hart) is daarbij gespaard. Andere belangrijke ontwikkelingen zijn onder andere de aanleg van de combitunnel en de aanleg van Kruidenwijk-Zuid. In afbeelding 2.1 is de ontwikkeling van Nijverdal in de periode 1850 tot 1950 weergegeven.
Afbeelding 2.1
2.2
Historische kaarten van Nijverdal uit 1850, 1900 en 1950 (Bron: Watwaswaar.nl)
Het plangebied en de omgeving
Het plangebied ligt in het noorden van het centrum van Nijverdal, in het hart van het winkelgebied en grenst aan het Henri Dunantplein. De directe omgeving bestaat met name uit centrum- en woonfuncties. Belangrijke BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept ruimtelijke structuurdragers in de nabije omgeving zijn de Grotestraat, Hendri Dunantplein, de N35 en het spoor behorend bij het traject Enschede-Zwolle. Het plangebied wordt begrensd door de Grotestraat aan de zuidzijde. Aan de overige zijden zijn woon- en centrumfuncties aanwezig. Binnen het plangebied is momenteel bebouwing bestaande uit twee en drie bouwlagen aanwezig. Het gaat hierbij om winkelruimten op de begane grond en twee woningen op de verdieping. Voor het overige bestaat het plangebied uit verharding en in beperkte mate groen. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto opgenomen waarop de huidige situatie is weergegeven.
Afbeelding 2.2
Luchtfoto’s ligging plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
In hoofdstuk 2 is al ingegaan op de historische ontwikkeling van het gebied en de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.
3.1
Gewenste ontwikkeling
Het concrete voornemen betreft de sloop van alle bebouwing binnen het plangebied en de nieuwbouw van een appartementencomplex met in totaal 16 koopappartementen. De bebouwing bestaat uit zeven bouwlagen. In de plint van het appartementencomplex is ruimte voor commerciële ruimtes. Op het achterterrein worden bergingen gerealiseerd. Vanuit de ‘Visie stedenbouwkundig wensbeeld Kernwinkelgebied Grotestraat’ (zie ook paragraaf 4.4.3) is de beoogde bebouwingsmassa overgenomen. Op deze basis is een doorontwikkeling van het ontwerp gemaakt, welke is vastgesteld door de gemeenteraad. De maat en schaal van de beoogde bebouwing passen goed bij de toekomstige ontwikkeling die voor ogen is bij de herontwikkeling van de Grotestraat. Daarnaast sluit de grootte van de ontwikkeling goed aan bij de beoogde kwaliteit van het Henri Dunantplein. De prominente plek aan het plein wordt ingevuld door een kenmerkend gebouw, dat het Henri Dunantplein op een kwalitatieve manier afsluit. In afbeelding 3.1 t/m 3.5 is de beoogde situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven. In afbeelding 2.7 is een mogelijk aanzicht opgenomen afkomstig uit de ‘Visie Stedenbouwkundig wensbeeld Kernwinkelgebied Grotestraat’ van de gemeente Hellendoorn.
Afbeelding 3.1
3D-impressie beoogde ontwikkeling (Bron: EVE Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
Afbeelding 3.2
Straatimpressie beoogde ontwikkeling (Bron: EVE Architecten)
Afbeelding 3.3
Situatietekening beoogde ontwikkeling (Bron: EVE Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
Afbeelding 3.4 Architecten)
Impressie beoogde bebouwing t.o.v. nabijgelegen hoge bebouwing aan de Hendri Dunantplein (Bron: EVE
Afbeelding 3.5
Mogelijk aanzicht Grotestraat – plangebied met rood omlijnt (Bron: gemeente Hellendoorn)
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke Nota Parkeernormen (vastgesteld d.d. 11 december 2012). De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Hellendoorn. 1. 2.
3.2.2
De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningbouwverenigingen, makelaars, enzovoort. De nota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke plannen en bouw- en verbouwprojecten in de gemeente Hellendoorn en niet voor bestaande parkeersituaties. Uitwerking
3.2.2.1 Uitgangspunten Binnen de begrenzing van het plangebied wordt de realisatie van in totaal 16 appartementen mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt op de begane grond circa 450 m2 aan commerciële ruimte gerealiseerd. Op basis van de Nota Parkeernormen gelden de volgende uitgangspunten: • • •
Ligging: Stedelijkheidsgraad: Type:
centrum matig stedelijk (centrum Nijverdal) ‘koop etage midden/duur’, ‘hoofdwinkelcentrum’
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept 3.2.2.2 Parkeren Op basis van vorenstaande gegevens ontstaat het volgende beeld ten aanzien van de parkeerbehoefte: Functie Koop etage midden/duur Hoofdwinkelcentrum Koop etage midden/duur Hoofdwinkelcentrum
Parkeernorm Aantal Berekening Bestaande (planologische) situatie 1,4 (per appartement) 2 stuks 1,4*2
Totale behoefte
3,3 (per 100 m2) 550 m2 3,3*5,5 Toekomstige (planologische) situatie 1,4 (per appartement) 16 stuks 1,4*16
18,15
3,3 (per 100 m2)
450 m2
2,8
22,4
3,3*4,5 Totaal
14,85 16,3
Zoals uit voorgaande tabel blijkt is er sprake van een nieuwe parkeerbehoefte van in totaal afgerond 17 parkeerplaatsen. In geval van voorgenomen ontwikkeling is het niet mogelijk om op het parkeren op het eigen terrein (binnen het plangebied) op te lossen. Ten aanzien van de commerciële functies wordt opgemerkt dat, overeenkomstig de huidige situatie, het parkeren wordt opgelost ter plaatse van de aanwezige openbare parkeerplaatsen in de omgeving, waaronder ter plaatse van de ‘Parkeergarage Henri Dunant’. Voor de beoogde appartementen wordt een bedrag gestort in de gemeentelijke parkeerbijdrageregeling. Als tegenprestatie zal de gemeente Hellendoorn binnen 10 jaar en 1000 meter van het plangebied voor vervangende parkeergelegenheid zorgen of mobiliteitsmaatregelen nemen. Als het college het toestaat dat een aantal reeds bestaande parkeerplaatsen in het openbaar gebied voor de nieuwe functies mag worden gebruikt dan dient de initiatiefnemer het gebruik van deze parkeerplaatsen te compenseren door een financiële bijdrage in het parkeerfonds. In geval van voorgenomen ontwikkeling worden ten behoeve van de beoogde appartementen in de aanwezige ‘Parkeergarage Hendri Dunant’ parkeerplaatsen gereserveerd ten behoeve van de beoogde woningen. De betreffende parkeergarage biedt hier voldoende ruimte voor.
3.2.2.3 Verkeer Op basis van de in paragraaf 3.2.2.1 opgenomen uitgangspunten en de normen zoals opgenomen in de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 318 (december 2018)' van het CROW, ontstaat het volgende beeld ten aanzien van de verkeersgeneratie. Opgemerkt wordt dat ten aanzien van de appartementen is uitgegaan van 5 middeldure koopappartementen en 11 dure koop appartementen. Functie Binnenstad of hoofdwinkel (stads)centrum 20.00030.000 inwoners Koop, appartementen, midden Koop, appartementen, duur
Norm verkeersgeneratie 30,65 per 100 m2 bvo
Aantal 450
Verkeersgeneratie 137,9
5,1
5
25,5
6,8
11
74,8 Totaal
238,2
Gelet op het vorenstaande is er sprake van een verkeersgeneratie van afgerond 239 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Echter zijn er in de huidige (planologische) situatie reeds functies aanwezig. Het is daarom van belang om ook de verkeersgeneratie van de bestaande (planologische) situatie in beeld te brengen. In de bestaande situatie is ter plaatse van het plangebied reeds winkelruimte aanwezig met een gezamenlijke oppervlakte van circa 500 m2. Daarnaast zijn er in totaal twee appartementen aanwezig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept Functie Binnenstad of hoofdwinkel (stads)centrum 20.00030.000 inwoners Koop, appartementen, midden
Norm verkeersgeneratie 30,65 per 100 m2 bvo
Aantal 500
Verkeersgeneratie 153,25
5,1
2
10,2 Totaal
163,45
In totaal is er in de bestaande (planologische) situatie sprake van een verkeersgeneratie van afgerond 164 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Wanneer wordt gekeken naar de gehele ontwikkeling is er planologisch gezien per saldo sprake van een toename van (239-164=) 75 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Gesteld wordt dat de omliggende wegen in voldoende mate zijn ingericht om de toekomstige verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Gelet hierop vormt het aspect verkeer geen belemmeringen voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.3
Conclusie
Vorenstaande houdt in dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling geen onevenredige parkeer- en verkeersdruk met zich meebrengt en het plan vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren oplevert.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept 4.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Ten aanzien van de beoogde commerciële ruimte wordt opgemerkt dat deze reeds aanwezig is en op basis van het geldend bestemmingsplan “Nijverdal Centrum” is toegestaan. Daarnaast wordt opgemerkt dat ten gevolge van voorliggende ontwikkeling sprake is van een vermindering van het oppervlak aan commerciële ruimte van circa 500 m2 naar circa 450 m2. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van uitbreiding of het toevoegen van commerciële ruimte, waardoor een toetsing aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” niet noodzakelijk wordt geacht. Hierna wordt ingegaan op het realiseren van de beoogde 16 appartementen.
Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt bijvoorbeeld vanaf twaalf woningen dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het realiseren van 16 appartementen. Omdat er als gevolg van voorgenomen ontwikkeling twee bestaande appartementen worden gesloopt is er per saldo sprake van het toevoegen van 14 appartementen. Gelet op het feit dat er meer dan 11 appartementen worden toegevoegd, wordt geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan worden beperkt tot de kern Nijverdal/ gemeente Hellendoorn.
Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een binnenstedelijke herontwikkeling, waarbij een appartementengebouw met 16 appartementen mogelijk wordt gemaakt. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Regionale Woonagenda Twente’ en de ‘Woonvisie gemeente Hellendoorn 20202025’. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar respectievelijk paragraaf 4.3.1 en 4.4.2 van deze toelichting. Hier wordt geconcludeerd dat er sprake is van zowel een kwalitatieve als een kwantitatieve behoefte aan de beoogde appartementen.
Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. De herontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Nijverdal. Hiermee is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, indachtig het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat er sprake is van een aantoonbare behoefte en de ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee voldoet het voornemen aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid
Het initiatief is in overeenstemming met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • •
• •
• 4.2.2
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.
Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken.
Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen.
Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
4.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
Afbeelding 4.1
4.2.4
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes In het voorliggende geval zijn, artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) en artikel 2.4.2 (Kernwinkelgebieden) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1.
2. 3.
4.
5.
6.
Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten.
In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: • •
•
•
•
Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markten vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.
In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek dat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel In dit geval is de behoefte aan de woningen aangetoond. Tevens is het initiatief in overeenstemming met de geldende woonafspraken die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voor een nadere toelichting wordt specifiek verwezen naar de paragraven 4.3.1 en 4.4.2, waar uitgebreid in is gegaan op het regionale en gemeentelijke woonbeleid. Artikel 2.4.2 Kernwinkelgebieden Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in nieuwe detailhandelsvestigingen binnen of direct aansluitend aan bestaande kernwinkelgebieden. Het van belang zijnde begrip in het kader van artikel 2.4.2 is hierna opgenomen: •
Kernwinkelgebieden: de delen van binnensteden en dorpscentra waar detailhandelsvestigingen geconcentreerd zijn en wijkwinkelcentra.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Overijssel De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van een nieuwe detailhandelsvestiging. Het gaat om een herontwikkeling, waarbij sprake is van een afname in vierkante meters van de detailhandelsfunctie. Daarnaast ligt het plangebied in het kernwinkelgebied van de kern Nijverdal. Gelet op het vorenstaande wordt voldaan aan artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
Afbeelding 4.2
Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
“Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” In dit geval wordt met de herontwikkeling een stedenbouwkundig verantwoord en functioneel passende ontwikkeling gerealiseerd, waarbij een aantrekkelijke woonlocatie ontstaat evenals een commerciële ruimte wordt behouden in het centrumgebied van Nijverdal.
De ontwikkeling vormt geen belemmering voor overige functies in de omgeving. De nieuwe bebouwing voegt zich goed in het straatbeeld en zorgt voor een stedenbouwkundige afronding van deze prominente locatie. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Natuurlijke laag” en de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” kunnen in BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept dit geval buiten beschouwing blijven aangezien de oorspronkelijke waarden van deze lagen niet meer voorkomen in het plangebied. Daarnaast wordt de “Laag van de beleving” buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied van toepassing zijn. De “Stedelijke laag” In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype “Woonwijken 1900-1955”, dit is in afbeelding 4.3 weergegeven.
Afbeelding 4.3
Uitsnede van de ‘Stedelijke laag’ (Bron: Provincie Overijssel)
“Woonwijken 1900-1955” De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Kenmerkend in de bebouwing is de verwantschap in architectuurstijlen en aandacht voor architectonische details en verbijzondering van gebouwen op specifieke plekken als straathoeken. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. Als herstructurering etc. plaats vindt in de tuindorpen en fabriekswijken, dan voegt de vernieuwde/nieuwe bebouwing zich in de structuur van de bebouwde massa en groenstructuur, gericht op behoud van eenheid en eenduidigheid, met oog voor details. Verder wordt gestuurd op hergebruik/reanimatie van cultureel erfgoed. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag”
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept De ontwikkeling voegt zich in maat en schaal goed in zijn omgeving en vormt de ‘afronding’ van de noordzijde van de Henri Dunantplein. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de planbeschrijving in hoofdstuk 3 van deze toelichting. Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past bij het huidige karakter en de toekomstige ontwikkeling van de Grotestraat en het omliggende gebied en daarom passend is binnen de ‘stedelijke laag’. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Regionale Woonagenda Twente
4.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten, WoON Twente en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Op basis van deze samenwerking zijn ook met betrekking tot de woningbouwontwikkeling in Twente regionaal afspraken gemaakt. Voor de periode 2021-2025 hebben deze afspraken vorm gekregen middels de op 17 maart 2021 vastgestelde ‘Regionale Woonagenda Twente’. In deze woonagenda wordt geschetst wat de komende jaren de prioriteiten zijn op Twentse woningmarkt en hoe de Twentse gemeenten hieraan gaan werken. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie in relatie tot de woningmarkt. De opgaven waar de partijen voor staan zijn groot. De druk op de woningmarkt en de woningtekorten zijn hoog. Steeds meer huishoudens hebben moeite de gewenste woning te kopen of huren in Twente. Alle partijen voelen de urgentie daar wat aan te doen. Er zullen de komende jaren veel nieuwe woningen bijgebouwd moeten worden, maar er moeten ook manieren worden gevonden om de dynamiek en slaagkansen te vergroten. De druk op de woningmarkt is echter niet de enige uitdaging, ook de investeringsopgave in bestaande wijken en transformatielocaties, de verduurzaming van de woningvoorraad en de huisvesting van bijzondere doelgroepen vragen aandacht.
Tot slot, maar niet in de laatste plaats, kan wonen niet los gezien worden van regionale opgaven zoals verstedelijking, de vitaliteit van de dorpen en steden en de transitie van het platteland. Wonen vormt in deze grote opgaven immers een belangrijke sleutelfunctie. 4.3.1.2 Kwantitatieve behoefte Algemeen Voor de provincie Overijssel geldt dat sprake is van een forse woningbouwambitie. In de periode tot 2030 moeten 60.000 woningen worden bijgebouwd. Hierdoor is er sprake van een flinke versnellingsopgave. De ambitie om 60.000 woningen toe te voegen is provinciebreed en gericht op het snel oplossen van de woningnood in grote delen van de provincie en in verschillende segmenten. De ambitie is opgebouwd uit drie elementen: 1. 2. 3.
de beschikbare woningbehoefteprognoses1 tot 2030; het naar voren halen van de woningbehoefte die ontstaat na 2030, en; een extra impuls om bij te dragen aan het oplossen van de actuele woningnood in Nederland.
1 Samengesteld uit Primosprognoses, BPD-hittekaart, de krapte-indicator, migratie-onderzoek Rigo en meerdere woonbehoefte-analyses:
Monitor Gezond Wonen, onderzoek arbeidsmigranten (Companen), marktstudies (ontwikkeiaars), etc.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept Op basis van deze drie elementen vult de regio Twente circa 1/3 deel van de ambitie om 60.000 woningen in Overijssel toe te voegen, de regio West Overijssel circa 2/3 deel. De druk op West-Overijssel is immers groter door een toenemende trek vanuit de Randstad en andere landsdelen en voornamelijk de aantrekkingskracht van de regio Zwolle (en in mindere mate ook Deventer). Concreet betekent het dat de regio Twente ambieert om tot 2030 in totaal circa 20.000 tot 22.000 woningen toe te voegen. Op basis van de prognoses van de huishoudensgroei tussen 2020 en 2030 en de benodigde ruimere programmering is een behoefte van ruim 15.000 woningen te verwachten tot 2030. Dit aantal wordt gedefinieerd als de lokale behoefte. Daarnaast heeft Twente een extra woningbouwambitie/-opgave op basis van onder andere de (gedeeltelijke) inloop van het huidige woningtekort (circa 3%), de krapte op de woningmarkt, de verstedelijkingsopgaven en de toenemende migratiestromen vanuit de Randstad en andere landsdelen. Deze extra woningbouwambitieopgave bedraagt voor Twente circa 5.000 tot 7.000 woningen tot 2030. De noodzakelijk acties bestaan hiermee uit: • • •
Realiseren harde plannen tot 2025; Zachte plannen hard maken en realiseren tussen nu en 2030; Op zoek naar locaties voor uitbreiding tot 2025 en realiseren tot 2030.
De onderstaande tabel geeft per gemeente de netto harde en zachte plancapaciteit weer per 1-1-2020. Daarnaast is de woningbouwopgave tot 2030 weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Grotestraat 162 en 164 Nijverdal” Concept
Afbeelding 4.4
Woningbouwopgave regio Twente (Bron: Regionale Woonagenda Twente)
Het bovenstaande aantal van 14.130 vormt een voorstelling van het mogelijke aanbod op basis van de harde en zachte plannen per 1-1-2020. De uiteindelijke vraag en behoefte van 15.782 dient echter ingevuld te worden op basis van de wens om te sturen op kwaliteit. Het aantal van 5.000-7.000 betreft de extra ambitie/opgave, waarbij ook hier het samen sturen op kwaliteit leidend is. De juiste woning op de juiste plek, inspelend op de kwalitatieve woningbehoefte en een goede bijdrage leverend aan de leefbaarheid en kwaliteit van wijken/buurten in de steden, de dorpen en het platteland. Opgave 2021-2025 Tot 2025 ligt de focus op het realiseren van de bestaande harde plancapaciteit. Dit zijn de woningbouwprojecten waarmee de gewenste versnelling ingevuld kan worden. Belangrijke kanttekening daarbij is wel dat de harde plancapaciteit getoetst wordt op basis van het kwalitatief afwegingskader. Uitgangspunt is een woning voor iedereen: ruim baan voor de lokale behoefte, inbreiding, herstructurering en transformatie. Dit wil onder andere zeggen dat bij inbreidingsplannen waarbij binnen vijf jaar kan worden gestart met de realisatie geen kwantitatieve kaders gelden. Daarnaast moet de opgave voor de periode vanaf 2025 voorbereid worden.