Bijlage - Toelichting Gewijzigde vaststelling omgevingsplan uitbreiding 110 kV transformator- en verdeelstation Helmkruidlaan 4
Tekst van het document
Het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw betreft een bedrijfswoning op circa 100 meter ten westen van het plangebied. Gezien de afstand is het aannemelijk, dat door de aanlegwerkzaamheden geen geluidhinder optreedt op deze en andere, verder weg gelegen woningen in de omgeving.
4.7.2
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.8
Gezondheid
4.8.1
Onderzoek Onder de beoordeling van het aspect gezondheid valt op grond van de rijksinstructieregels een toets aan de kwaliteit van de buitenlucht (luchtkwaliteit), trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit. Het onderdeel luchtkwaliteit is beoordeeld in paragraaf 4.10, geluid in paragraaf 4.5 en 4.7. Het onderdeel geur is beoordeeld in paragraaf 4.5 en bodem in paragraaf 4.3. In deze paragraaf wordt aanvullend ingegaan op de onderdelen magneetvelden en trillingen. Magneetvelden Aanleiding voorzorgbeleid en internationale norm Uit internationaal onderzoek blijkt dat er in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijnen een geringe verhoging van het aantal gevallen van leukemie voorkomt. Eerst leek het alleen om kinderen te gaan. In 2022 stelde de Gezondheidsraad vast dat dit ook voor volwassenen geldt. De Gezondheidsraad concludeert dat er aanwijzingen zijn voor een oorzakelijk verband tussen magneetvelden en leukemie. Er is echter onvoldoende wetenschappelijk bewijs om te spreken over een waarschijnlijk of bewezen oorzakelijk verband. Het is dus niet zeker dat magneetvelden de oorzaak zijn van de verhoging van het aantal gevallen van leukemie nabij bovengrondse hoogspanningslijnen. De verhoging kan ook andere oorzaken hebben (die onbekend zijn) of toeval zijn.
De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microtesla. Nederland overschrijdt deze norm op maaiveldniveau nergens. Voorzorgbeleid en advies Rijk In aanvulling op de internationale norm heeft Nederland een voorzorgbeleid. Daarover gold
blad 31 van 41
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101
sinds 2005 een advies van het Rijk. Dit advies hield in om zoveel mogelijk te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven binnen een magneetveldzone. Een magneetveldzone is een gebied waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger kan zijn dan 0,4 microtesla. Op 21 april 2023 is het herijkte voorzorgbeleid magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen in werking getreden. De ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben hierover een beleidsadvies (Herijkt voorzorgbeleid) aan het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening (gemeenten, provincies en het Rijk) en de netbeheerders gestuurd. Deze brief vervangt de eerder door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu verzonden brieven over het voorzorgbeleid magneetvelden bij bovengrondse hoogspanningslijnen van 2005 (kenmerk: AS/2005183118) en 2008 (kenmerk: DGM/20081058664). Het doel van het voorzorgbeleid magneetvelden is om, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat burgers (volwassenen en kinderen) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van de elektriciteitsinfrastructuur. Niet omdat dit om gezondheidsredenen noodzakelijk is, maar uit voorzorg.
Het voorzorgbeleid is gericht op het beperken van (de blootstelling aan) magneetvelden afkomstig van 50 hertz wisselspanningscomponenten in het elektriciteitsnet. De volgende netcomponenten vallen onder het voorzorgbeleid: bovengrondse hoogspanningsverbindingen, aangeduid als hoogspanningslijnen, met een spanning van 50 kV of hoger ondergrondse hoogspanningsverbindingen, aangeduid als hoogspanningskabels, met een spanning van 50 kV of hoger hoogspanningsstations, waarbij de hoogste spanning op het station 50 kV of hoger i s middenspanningsstations, ook aangeduid als transformatorhuisjes, waarbij de hoogste spanning op het station tussen de 3 en 50 kV ligt (dus lager is dan 50 kV) opstijgpunten (de overgang tussen een bovengrondse en ondergrondse verbinding) gelden als onderdeel van de hoogspanningslijn Het voorzorgbeleid voor magneetvelden bestaat uit: bronmaatregelen, die de netbeheerders bij alle netcomponenten treffen afstandsmaatregelen bij bovengrondse hoogspanningslijnen, die het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening op basis van de berekening van de magneetveldzone kan treffen. Het advies om afstandsmaatregelen te nemen, gaat alleen over nieuwe situaties. Ook gaat het alleen over bovengrondse hoogspanningslijnen. De ministers overwegen om voor de grootte van de magneetveldzone rond hoogspanningstation vaste afstanden te kiezen.
Dan hoeft het magneetveld niet steeds voor elk onderdeel apart te worden berekend. Het RIVM heeft daarom de magneetveldcontouren bij zes hoogspanningsstations laten berekenen en geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de omtrek van de magneetveldzone rond een hoogspanningsstation grillig verloopt. Die magneetveldzone kan zich uitstrekken tot 65 meter buiten het hek van het station. Deze afstanden geven slechts een indruk, omdat maar een klein aantal locaties is onderzocht. We gaan voor de beoordeling of er sprake is van een evenwichtige toedeling van fncties aan locaties uit van een minimale afstand van 65 meter tot gevoelige gebouwen. Onder gevoelige gebouwen wordt verstaan: gebouwen in de magneetveldzone, waarin mensen langdurig kunnen verblijven. Onder langdurig verblijf wordt verstaan: een dagelijks verblijf gedurende minimaal een jaar met een verblijftijd van minimaal 14–18 uur per dag. Verblijf in de buitenruimte valt thier niet onder. In een straal van 65 meter zijn geen gevoelige gebouwen aanwezig. Trillingen In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze blad 32 van 41
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101
instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. De instructieregels voor trillingen door activiteiten gelden voor: het op een locatie toelaten van een activiteit en het aanpassen daarvan het op een locatie toelaten van een trillinggevoelig gebouw en het aanpassen daarvan een combinatie van beide Het gaat hierbij om activiteiten die trillingen veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, in een frequentie van 1 tot 80 Hz. Een trillinggevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een a. b. c. d.
woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; gezondheidszorgfuncties met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Een hoogspanningsstation is geen trillinggevoelig gebouw. Een hoogspanningsstation veroorzaakt ook geen trillingen op de omgeving. De realisatie van het plan is vanuit het aspect gezondheid aanvaardbaar.
4.8.2
Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.9
Kabels en leidingen
4.9.1
Onderzoek Bij de aanleg van de uitbreiding van bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal is het belangrijk te bezien of er andere ondergrondse infrastructuur aanwezig is in de vorm van kabels en leidingen die nadelig kunnen worden beïnvloed. Het is ook mogelijk dat de voorgenomen ontwikkeling nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van kabels en leidingen. Bij de aanleg wordt ook rekening gehouden met kabels- en leidingverordening van de betrokken gemeenten. De uitbreiding van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal kruist geen gasleidingen. In de NEN norm 3654 zijn afstandsnormen en richtlijnen opgenomen voor gewenste afstanden tussen hoogspanningsverbindingen en andere kabels en leidingen. Daarnaast is een richtlijn opgenomen om te komen tot een ideale afstand. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij aanleg en instandhouding van nieuwe verbindingen van TenneT. Worden deze afstanden aangehouden dan is de noodzaak tot het treffen van maatregelen geminimaliseerd en is de ongestoorde ligging geborgd. De uitbreiding van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal kruist geen gasleidingen; ook liggen er geen kabels en leiding nabij de ondergrondse kabelverbinding.
4.9.2
Conclusie De realisatie van het plan is vanuit het aspect kabel en leidingen aanvaardbaar.
blad 33 van 41
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101
4.10
Luchtkwaliteit
4.10.1
Onderzoek De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering komt het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook te vervallen Luchtkwaliteitonderzoek is volgens artikel 5.50 en 5.51 Bkl nodig bij de aanleg van wegtunnelbuizen en een auto(snel)weg en in aandachtgebieden voor onder meer milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht.
Aandachtsgebieden zijn de gemeenten en agglomeraties locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. Gemeente Hellendoorn is geen aandachtsgebied. Een hoogspanningstation is geen milieubelastende activiteit waarover in het (Bal) regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht. Niet in betekenende mate Toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM). De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase. Vervolgens vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Naar verwachting is het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase dermate laag, dat de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt. Ter vergelijking: een nieuw te bouwen woonwijk met minder dan 1.500 woningen en minimaal één ontsluitingsweg draagt volgens de rijksregels niet in betekenende mate bij aan verslechtering van luchtkwaliteit.
Dit maakt dat de voorgenomen ontwikkeling sowieso niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit aangezien het hier een aanzienlijk kleinere ontwikkeling betreft zonder verkeersaantrekkende werking.
4.10.2
Conclusie Bovenstaande overwegingen laten zien dat luchtkwaliteit geen belemmering is voor de uitvoeringvan het omgevingsplan.
blad 34 van 41
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101
4.11
Vooronderzoek aanwezigheid ontplofbare oorlogsresten
4.11.1
Onderzoek Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen ontplofbare oorlogsresten (hierna: conventionele explosieven, CE) in het plangebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. Bij het vooronderzoek worden literatuur en historische bronnen verzameld en gestructureerd geordend. Het eindresultaat is een rapportage met een bijbehorende CE-bodembelastingkaart. Het vooronderzoek dient conform de WSCS-OCE versie 2016 te worden uitgevoerd. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE. De volgende gevechtshandelingen / CE gerelateerde handelingen hebben in en/of nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: het neerkomen van afwerpmunitie. De volgende CE kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: afwerpmunitie. Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op CE. Het CE verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de CE-bodembelastingkaart, zie figuur 4.5.
De horizontale en verticale afbakening van de CE verdachte gebieden wordt besproken in hoofdstuk 4.5 van het bijgevoegd rapport (zie bijlage 6).
Figuur 4.5: Uitsnede CE-bodembelastingkaart blad 35 van 41
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101
Het plangebied, globaal weergegeven met een groene contour, ligt volledig buiten het afgebakende verdachte gebied.
4.11.2
Conclusie Vanuit het aspect 'mogelijke aanwezigheid conventionele explosieven' zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan.
4.12
Waterhuishouding
4.12.1
Onderzoek De Watertoets was onder de Wet ruimelijke ordening is een procesinstrument om wateraspecten een plaats te kunnen geven in de planvorming. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. Dit artikel stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Paragrafen 5.1.3.2 tot en met 5.1.3.5 geven specifieke instructies voor omgevingsplannen die van toepassing zijn op primaire waterkeringen, het kustfundament, grote rivieren en het IJsselmeergebied. Deze instructies zijn op dit omgevingsplan niet van toepassing. In het kader van dit onderzoek is een rapport 'afweging waterbelangen'opgesteld, dat als bijlage 7 is bijgevoegd. Uit het onderzoek volgt dat op de planlocatie rekening moet worden gehouden met een overstromingsdiepte van circa 0,5 meter met een kans op voorkomen van circa 1/100 jaar.
Het afstromende hemelwater kan worden afgevoerd naar de onverharde delen van het plangebied waar het in de bodem kan infiltreren. Bij het nadere ontwerp van de locatie wordt aanbevolen om gebouwen verhoogd boven het maaiveld te leggen, zodat bij extreme neerslag geen schade aan bebouwing optreed. Wanneer hier voldoende rekening mee wordt gehouden zijn er geen bezwaren vanuit de waterhuishouding om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie mogelijk te maken.
4.12.2
Conclusie Het aspect water is geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Op grond van artikel 2.2 van de Omgevingswet en artikel 5.37 Bkl wordt door de gemeente Hellendoorn de opvatting van het waterschap betrokken. Dit houdt in dat voordat het ontwerpwijzigingsbesluit wordt genomen het plan wordt afgestemd met het waterschap.
4.13
MER-beoordelingsbesluit Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MER-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. We kennen straks nu nog maar één MER-beoordelingsprocedure. Artikel 16.36 van de Omgevingswet bepaalt dat voor omgevingsplan een plan-mer opgesteld moet worden: als het plan het kader vormt voor besluiten voor mer.-plichtige of
blad 36 van 41
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101
mer-beoordelingsplichtige projecten (genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit) en/of voor het omgevingsplan een passende beoordeling in het kader van natuur moet worden gemaakt'. De mer-plichtig en beoordelingsplichtige gevallen zijn vermeld in bijlage V bij de Omgevingswet. De wijziging van een hoogspanningstation is in deze bijlage niet als geval benoemd waarbij een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht aan de orde is. Er hoeft dus geen milieueffectrapport te worden opgesteld of een mer-beoordeling plaats te vinden.
4.14
Evenwichtige toedeling van functies aan locatie Het rijk en de provincie geven instructieregels voor een evenewichtige toedeling van functes aan locaties, waarmee in een omgevingsplan rekening me moet worden gehouden. Op grond van de bovenstaande paragrafen in hoofdstuk 4 en de toetsing in paragraaf 3.1.2 en 3.2.2 kan worden geconcludeerd, dat er sprake is van een evenewichtige toedeling van functes aan locaties.
blad 37 van 41
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101
Hoofdstuk 5
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Financieel economische uitvoerbaarheid De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden zal ook de overheid vaak kosten moeten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen en het wijzigen van het omgevingsplan. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. De kosten van de aanleg en instandhouding worden gedragen door TenneT. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT op grond van de Elektriciteitswet 1998. Indien nut en noodzaak van een project zijn aangetoond kan TenneT de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit. De gemeente maakt bij dit plan geen kosten voor de aanleg van openbare voorzieningen, wel voor het wijzigen van het omgevingsplan. Deze kosten worden verhaald op de initiatriefnemer, zie paragraaf 5.2.
5.2
Kostenverhaal Het verhaal van de door de gemeente gemaakte kosten is aan de orde indien de wijziging van het omgevingsplan een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk maakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten. De volgende activiteiten zijn kostenverhaalplichtig: de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. Indien de wijziging van het omgevingsplan nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt, dient het kostenverhaal via een van onderstaande opties te worden verzekerd: a.
b.
blad 39 van 41
anderszins, via een overeenkomst, bijvoorbeeld: 1. een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van de kostenverhaalplichtigeactiviteit; of 2. via de gronduitgifte-overeenkomst tussen gemeente en een toekomstige eigenaar, indien de gemeente het volledige kostenverhaalsgebied in eigendom heeft; via regels kostenverhaal in het omgevingsplan, waarbij gekozen wordt tussen: 1. een systeem met tijdvak: vergelijkbaar met het systeem uit de Wro, waarbij plannen Ruimte - Antea Nederland B.V.
Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101
een duidelijk eindbeeld, een fasering en een einddatum hebben, zodat kosten en opbrengsten op voorhand goed te berekenen zijn; 2. of zonder tijdvak: een nieuw systeem voor gebiedsontwikkelingen zonder eenduidelijk eindbeeld, zonder fasering en zonder einddatum, waardoor kosten enopbrengsten op voorhand moeilijker te berekenen zijn en er gewerkt wordt met scenario's. Ongeacht de systeemkeuze hebben de regels kostenverhaal in ieder geval betrekking op het verhalen van kosten (gekoppeld aan een kostenverhaalsgebied). Net als in een exploitatieplan (onder de Wro) kunnen in dit verband ook regels in het omgevingsplan worden opgenomen over: fasering van en koppelingen tussen werkzaamheden en/of activiteiten; locatie-eisen; woningbouwcategorieën (artikel 5.161c Bkl). In het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan moet de keuze voor een van de opties voor het kostenverhaal gemotiveerd worden (in de motivering). Als er gekozen wordt voor het opnemen van regels kostenverhaal, dienen deze op maat te worden gemaakt voor elke ontwikkeling met kostenverhaalplichtige activiteiten. In het plangebied komen nieuwe hoofgebouwen. Het kostenverhaal dient derhalve te worden verzekerd. Dit gebeurt via een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en TenneT. Er hoeven derhalve geen regels voor kostenverhaal te worden opgenomen in het omgevingsplan.
5.3
Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie (voorheen: planschade) is de vergoeding van schade die de overheid veroorzaakt in de uitoefening van haar taak of bevoegdheid. Het gaat om schade die uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico en een burger of bedrijf onevenredig zwaar treft in vergelijking tot andere burgers of bedrijven. Dit soort schade hoeft een burger of bedrijf niet of niet geheel te dragen, maar moet de overheid geheel of gedeeltelijk vergoeden. Het gaat bij nadeelcompensatie om schade die de overheid veroorzaakt, hoewel ze rechtmatig een besluit neemt. De gemeente zal voor de vaststelling van het wijzigingsbesluit met Tennet een overeenkomst aangaan, waardoor eventuele nadeelcompensatie voor rekening en risico voor TenneT komt.
blad 40 van 41
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101
Hoofdstuk 6
6.1
Procedure en participatie
Particiatie Ter voorbereiding van de uitbreiding van het 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal heeft de gemeente Hellendoorn met TenneT samengewerkt om het omgevingsplan vorm te geven. TenneT heeft bovendien uitgebreid en zorgvuldig gecommuniceerd met de grondeigenaar van de gronden, waar de uitbreiding plaatsvindt. De benodigde percelen zijn inmiddels door TenneT verworven.
6.2
Advies en vooroverleg De wijziging van het omgevingsplan doorloopt de wettelijke procedure. Het concept van het ontwerpwijzigingbesluit is in het kader van artikel 2.2. van de Omgevingswet toegestuurd aan de provincie, het waterschap en de omgevingsdienst. De provincie heeft 9 april 2025 aangegeven in te kunnen stemmen met het plan.
6.3
Zienswijzen Het ontwerp wijziging omgevingsplan '110 kV transformator- en verdeelstation Helmkruidlaan' heeft vanaf 17 juli 2025 tot en met 26 augustus 2025 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Van de geboden gelegenheid om tijdens die periode mondeling of schriftelijk een zienswijze in te dienen bij de raad van de gemeente Hellendoorn is geen gebruik gemaakt.
blad 41 van 41
Ruimte - Antea Nederland B.V.