CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting Gewijzigde vaststelling omgevingsplan uitbreiding 110 kV transformator- en verdeelstation Helmkruidlaan 4

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente HellendoornBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling omgevingsplan uitbreiding 110 kV transformator- en verdeelstation Helmkruidlaan 412.172 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wijziging omgevingsplan

110 kV transformator- en verdeelstation Helmkruidlaan

Wijziging omgevingsplan 110 kV transformator- en verdeelstation Helmkruidlaan

Projectnummer 472155.101 Revisie 02 Datum 19-11-25

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Postbus 718 6800 AS Arnhem

datum vrijgave beschrijving revisie vastgesteld 19-11-2025

goedkeuring G. van der Laan

vrijgave R. Raap

vastgesteld bestemmingsplan 110 kV transformator- en verdeelstation Helmkruidlaan

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Inhoudsopgave

blad 3 van 41

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding en doel Grens wijzigingsbesluit Leeswijzer

5 5 5 7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

Wijziging omgevingsplan Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie Door te voeren wijzigingen in het omgevingsplan

9 9 9 12

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Relevante regelgeving en beleid Rijksbeleid en instructieregels Rijk Provinciaal beleid en Instructieregels provincie Waterschapsverordening Gemeentelijke regelgeving Conclusie

13 13 16 19 19 20

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Fysieke leefomgeving Relevante aspecten fysieke leefomgeving Archeologie en cultuurhistorie Bodemkwaliteit Ecologie Milieuzonering Omgevingsveiligheid Geluid Gezondheid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Vooronderzoek aanwezigheid ontplofbare oorlogsresten Waterhuishouding MER-beoordelingsbesluit Evenwichtige toedeling van functies aan locatie

21 21 21 22 24 28 29 30 31 33 34 35 36 36 37

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Economische uitvoerbaarheid Financieel economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie

39 39 39 40

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Procedure en participatie Particiatie Advies en vooroverleg Zienswijzen

41 41 41 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) is de netbeheerder voor het Nederlandse hoogspanningsnet voor elektriciteit (110kV en hoger). Het bedrijf heeft kortgezegd drie taken: 1.

Het verzorgen van transportdiensten door het aanleggen en onderhouden van een robuust hoogspanningsnet; 2. Het verzorgen van systeemdiensten door het evenwicht tussen vraag naar en aanbod van elektriciteit 24 uur per dag en 7 dagen per week te handhaven; 3. Het faciliteren van een efficiënt functionerende, liquide en stabiele elektriciteitsmarkt. Als gevolg van veranderingen in het landelijke 380 kV-net en het regionale 110 kV-net krijgen in de toekomst meerdere hoogspanningsverbindingen en hoogspanningsstations in de provincie Overijssel te maken met overbelastingen. Dit betekent dat er meer elektriciteit getransporteerd moet worden dan dat nu mogelijk is. In de toekomst vormt dit een risico voor de leveringszekerheid en de kwaliteit van het elektriciteitsnet. Door het elektriciteitsnet te versterken en uit te breiden worden overbelastingen voorkomen. Het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal aan de Helmkruidlaan 4 te Nijverdal in de gemeente Hellendoorn wordt in het kader van de genoemde veranderingen aan de zuidzijde van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation uitgebreid. Tevens vinden ten behoeve van de uitbreiding werkzaamheden plaats op het zuidelijke deel van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal. Deze uitbreiding kan op basis van het huidige tijdelijke omgevingsplan niet worden aangelegd.

Het omgevingsplan wordt daarom gewijzigd. Hiervoor wordt hoofdstuk 22 gebruukt, waarmee het onderdeel wordt van het omgevingsplan.

1.2

Grens wijzigingsbesluit Planinstrument Met onderhavig plan wordt ten eerste de zuidelijke uitbreiding van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal mogelijk gemaakt. Daarnaast worden de gronden waar de vigerende bestemmingsplannen reeds een transformator- en verdeelstation toegestaan integraal in dit plan opgenomen, zodat er een goed leesbaar en toegankelijk plan ontstaat voor het gehele transformator- en verdeelstation Nijverdal. Omdat per 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden, betreft het een wijziging van het tijdelijk Omgevingsplan, met gebruikmaking van de standaard STOP/TPOD. Omdat de gemeente nog bezig is met de opbouw van het nieuwe Omgevingsplan is ervoor gekozen voorliggend Omgevingsplan onder te brengen in hoofdstuk 22A. Begrenzing werkingsgebied en vigerende regeling In onderstaande figuur 1.1. is de ligging van het werkingsgebied weergegeven. Voor de begrenzing is aangesloten bij het huidige 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal en de uitbreiding aan de zuidzijde. De ligging is globaal weergegeven. voor de exacte ligging van het werkingsgebied plangebied verwijzen we naar het werkingsgebied zoals raadpleegbaar via het Digitaal Stelsel Omgevingswet, Regels op de kaart (www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/)

blad 5 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Figuur 1.2: Overzichtskaart 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal en uitbreiding Volgens het tijdelijk omgevingsplan zijn de volgende bestemmingsplannen op het werkingsgebied van toepassing: Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Hellendoorn, vastgesteld 12-06-2018; Bestemmingsplan Bedrijvenpark Noord te Nijverdal, vastgesteld 18-06-2013; Bestemmingsplan Duivecate-Reggedal, vastgesteld 5 juli 2011. De gronden van de zuidelijke uitbreiding zijn deels in het bestemmingsplan Duivecate-Reggedal aangewezen als Bedrijf - Waterzuiveringsinstallatie en uitsluitend bestemd voor voorzieningen ten behoeve van waterzuiveringstechnieken, waaronder het ecologiseren van effluent, met de/het daarbij behorende groenvoorzieningen, water en verkeers-/verblijfsvoorzieningen. Een 110 kV transformator- en verdeelstation is hier niet toegestaan. Een deel van de gronden van de zuidelijke uitbreiding ligt in het bestemmingsplan Bedrijvenpark Noord te Nijverdal en zijn bestemd als Groen, die ook de uitbreidingsplannen niet toestaat. In voorliggend omgevingsplan plan wijzigen we tevens de bestemming Groen deels in de activiteit Bedrijf - Nutsvoorziening om de bestaande situatie op een juiste wijze te regelen.

De geldende gebiedsaanduidingen (geluidzone - industrie en veiligheidszone - bevi) en dubbelbestemmingen (Waarde - Archeologische verwachtingswaarde en Leiding Hoogspanning) nemen we integraal over in voorliggend plan, waarbij we de terminologie behorend bij de Omgevngswet toepassen. Die gebiedsaanduidingen en dubbelbestemmingen zijn in het omgenvingsplan bemoemd als: geluidaandachtsgebied aandachtsgebied externe veiligheid beperkingengebied archeologie beperkingengebied hoogspanningsleiding Het in het noordelijk deel van het plangebied in 2011 vergunde schakelstation is ook onderdeel van dit Omgevingsplan. Hiervoor is het werkingsgebied waar mag worden blad 6 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

gebouwd vergroot en is de ter plaatse geldende bestemming Groen aangepast in de activiteit Bedrijfsactiviteiten - Nutsvoorziening.

Figuur 1.1: Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplan Bedrijvenpark Noord te Nijverdal (links) en uitsnede verbeelding bestemmingsplan Duivecate-Reggedal met daarop uitgelicht de gronden waar reeds een transformator- en verdeelstation is toegestaan (rechts)

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze toelichting wordt ingegaan op de planbeschrijving. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan de kaders van het Rijk en provincie (instructieregels, regels over activiteiten of omgevingswaarden). Daarnaast wordt het gemeentelijk beleidskader beschreven. In dit hoofdstuk wordt tevens getoetst aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de uitgangspunten van TenneT, de diverse omgevingsaspecten en de uitgevoerde onderzoeken ter onderbouwing van de aanleg van de uitbreiding van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal en bijhorende werkzaamheden. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de economische en in hoofdstuk 6 de maatschappelijke uitvoerbaarheid onderbouwd.

blad 7 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Hoofdstuk 2

Wijziging omgevingsplan In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het initiatief. Er wordt eerst ingegaan op de bestaande situatie. Vervolgens wordt ingegaan op het initiatief en wordt beschreven hoe de toekomstige situatie na realisatie van het initiatief eruit gaat zien.

2.1

Beschrijving huidige situatie Het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation is gesitueerd op het perceel Helmkruidlaan 4 in Nijverdal ten noorden van een waterzuiveringsinstallatie. Het plangebied ligt in een groen gebied en wordt omringd door een bomenrij. In figuur 2.1 is het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal.

Figuur 2.1: Ligging bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal in omgeving (plangebied globaal weergegeven)

2.2

Beschrijving toekomstige situatie Uitgangspunten TenneT Bij de Elektriciteitswet 1998 (de "E-wet") is TenneT aangewezen als beheerder van het landelijk hoogspanningsnet zowel op land als op zee. TenneT is daarmee verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net. Daartoe realiseert TenneT nieuwe assets en onderhoudt TenneT bestaande assets op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier.

blad 9 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Om dat te bereiken legt TenneT, evenals vele andere functies in de Nederlandse samenleving, een claim op de beperkte beschikbare vrije ruimte in Nederland. TenneT is van mening dat deze claim alleen kan worden gerechtvaardigd indien een goede afweging van belangen heeft plaatsgevonden. Daarbij heeft TenneT de wens om bestaande infrastructuur zoveel als mogelijk ongestoord te laten liggen gedurende de gehele levensfase van een asset (40-50jr). Ook geldt dat TenneT nieuwe infrastructuur zo efficiënt / effectief mogelijk wenst in te passen en te realiseren. Aldus is het streven van TenneT samen te vatten als: 'Duurzame instandhouding en aanleg van assets op een zo efficiënt mogelijke wijze waarbij zo goed als mogelijk rekening is gehouden met alle mogelijke belemmeringen en belangen van stakeholders'. Voor uitbreiding van een bestaand hoogspanningsstation zijn PVE00.002 Planologische traceringsuitgangspunten en locatie-eisen, alsook PVE00.003 Publieke en Private rechten van toepassing Layout Ditomgevingsplan zet in op de uitbreiding van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal in zuidelijke richting (zie figuur 2.2.).

blad 10 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Figuur 2.2: Toekomstige situatie Na wijziging van het omgevingsplan kan de uitbreiding van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal worden gerealiseerd en in stand gehouden. De gronden worden bestemd als Bedrijf - Nutsvoorziening, waarbij een bouwvlak wordt opgenomen dat grotendeels overeenkomt met het bestaande bouwvlak en aan de noordoostkant een aanpassing plaatsvindt om vergunde bestaande bebouwing binnen het blad 11 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

bouwvlak te brengen. De bestemmingsregeling wordt afgestemd op de vigerende bestemming uit het bestemmingsplan Bedrijvenpark Noord te Nijverdal.

2.3

Door te voeren wijzigingen in het omgevingsplan Met voorliggende wijziging van het omgevinggevingsplan wordt op de gronden binnnen het plangebied de uitbreiding van het hoogspanningsstaion mogelijk gemaakt. Omdat de gemeente nog bezig is met de voorbereiding van een integrale geharmonseerde wijziging van het omgevingsplan is voorliggend omgevingsplan een transtitievariant die is ondergebracht in een apart hoofdstuk.

blad 12 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Hoofdstuk 3

Relevante regelgeving en beleid

3.1

Rijksbeleid en instructieregels Rijk

3.1.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet heeft een aantal wetten gebundeld over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevinvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2 -arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot 'ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' is in de NOVI aangegeven, dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.

In plaats van enkele relatief grote 'puntbronnen' (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie Relevantie bestemmingsplan De uitbreiding van het hoogspanningsstation maakt onderdeel uit van de prioriteit voor de energietransitie. Het Rijk, via TenneT, gaat actief zorgdragen, dat het hoofdenergiesysteem, waar vorliggend station onderdeel van is, de toenemende elektriciteitsbehoefte aan kan.

3.1.2

Instructies Rijk Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Afdeling 5.1 stelt instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De activiteiten wordt hieronder getoetst aan deze instructieregels. Afdeling 5.1. Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Paragraaf 5.1.1 (Algemene bepalingen) In deze paragraaf s bepaald dat een omgevingsplan moet voldoen aan de dienstenrichtljn. De dienstenrichtlijn is voor dit plan niet van toepassing.

blad 13 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Paragraaf 5.1.2. Waarborgen van de veiligheid Veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises Het Bkl bepaalt, dat in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises rekening wordt gehouden met het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. In voorliggend plan is in paragraaf 4.6 beoordeeld in hoeverre er rekening moet worden gehouden met overstromingsrisico. Hieruit volgt dat er geen regels hoeven te worden gesteld ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid. Toepassingsbereik gebouwen en locaties Dit onderdeel is van toepassing op het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In voorliggend plan is dat in paragraaf 4.6 beoordeeld ten aanzien van externe veiligheid vanwege het naastgelegen bedrijf. Voorliggend plan staat geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toe. Er hoeven geen regels te worden gesteld ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid. Paragraaf 5.1.3.

Beschermen van de waterbelangen In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het waterbelang is afgewogen in paragaaf 4.12. In het plan is rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van het watersysteem. Er zijn geen specifieke regels nodig voor het beschermen van de waterbelangen. Het werkingsgebied heeft geen betrekking op een primaire waterkering, een kustfundament, grote rivieren en het IJsselmeergebied. Instructies uit het Bkl over deze onderdelen zijn op dit plan niet van toepassing. Paragraaf 5.1.4 Beschermen van de gezondheid en van het milieu 5.1.4.1 Luchtkwaliteit: De kwaliteit van de buitenlucht is beoordeeld in paragraaf 4.10. Het effect is beoordeeld als niet in betekenende mate. 5.1.4.2 Geluid door activiteiten: Het aspect geluid is beoordeeld in paragraaf 4.7 en vormt geen belemmering met betrekking tot geluidseffecten op de omgeving. De activiteit zelf is niet geluidgevoelig. 5.1.4.3 Geluid rond luchthavens: niet relevant voor dit plan. 5.1.4.4. Trillingen: de activiteit verzoorzaakt geen trillingen en omvat geen trillinggevoelige gebouwen / ruimten. Dit aspect is beoordeeld in paragraaf 4.8 en vormt geen belemmering voor de activiteit. 5.1.4.4a: Slagschaduw van windturbines: niet relevant voor dit plan. 5.1.4.5.

Bodemkwaliteit: De bodemkwaliteit is beoordeeld in paragraaf 4.3 en vormt geen belemmering voor de activiteit. Bovendien betreft de bebouwing op het hoogspanningstation geen bodemgevoelige gebouwen, die in het Bkl als volgt zijn gedefinieerd: een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, voor zover aannemelijk is dat personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn, alsmede een woonschip of een woonwagen. 5.1.4.6 Geur: De activiteit veroorzaakt geen geur, zie paragraaf 4.5. De activiteit omvat geen geurgevoelige gebouwen, zoals bepaald in artikel 5.91 van het Bkl, zijnde: 1. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; 2. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; 3. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of blad 14 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

4.

bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan, en 5. locaties waarbij hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. Er is geen sprake van geurgevoelige gebouwen, zoals genoemd onder 1-4. In de bebouwing zullen incidenteel mensen verblijven. Er is derhalve ook geen sprake van een locatie waar hoofdzakelijk mensen verblijven. Paragraaf 5.1.5. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 5.1.5.1 (algemene bepalingen), 5.1.5.2 (Kust) en 5.1.5.3 (Waddenzee): niet relevant voor dit plan. 5.1.5.4 Ladder voor duurame verstedelijking: De uitbreiding van het 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. 5.1.5.5. Cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit aspect is beoordeeld in paragraaf 4.2. Vanuit archeologie en cultuurhistorie ondervindt de activiteit geen belemmeringen. Er hoeven geen regels te worden opgenomen ter bescherming hiervan. Paragraaf 5.1.6. Behoud van ruimte voor toekomstige functies 5.1.6.1 Algemene bepalingen: niet relevant voor dit plan. 5.1.6.2 Autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen: niet relevant voor dit plan; er zijn geen reserveringsgebieden voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg, autosnelweg of hoofdspoorweg aanwezig. 5.1.6.3.

Buisleidingen van nationaal belang: niet relevant voor dit plan; er zijn reserveringsgebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang aanwezig. 5.1.6.4. Project Mainportontwikkeling Rotterdam: niet relevant voor dit plan. 5.1.6.5. Parallelle Kaagbaan: niet relevant voor dit plan. Paragraaf 5.1.7 Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten 5.1.7.1. Algemene bepalingen: niet relevant voor dit plan. 5.1.7.2. Landsverdediging en nationale veiligheid: niet relevant voor dit plan. 5.1.7.3. Elektriciteitsvoorziening: In relatie met voorliggend plan hebben bevat het Bkl uitsluitend instructies als het gaat om grootschaige elektriciteitsopwekking (energiecentrales met een productie van elektriciteit met een gezamenlijk vermogen van meer dan 500 MW) en (waarborging van) hoogspannningsverbindingen en de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere voor die hoogspanningsverbinding noodzakelijke hulpmiddelen als er sprake is van een spanning van van tenminste 220 kV. Daar is geen sprake van met dit plan. 5.1.7.4. Rijksvaarwegen, 5.1.7.5. Communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart, 5.1.7.6. Landelijke fiets- en wandelroutes, 5.1.7.7. Hyperscale datacentra: niet relevant voor dit plan. Paragraaf 5.1.7a.

Gebruik van bouwwerken Deze paragraaf omvat bepalingen ten aazien van kostenverhaal met betrekking tot te realiseren categorieën woningen en is niet releant voor dit plan. Paragraaf 5.1.8. Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Deze paragraaf is niet van toepassing. blad 15 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels zijn niet relevant voor voorliggend plan. Afdeling 5.3. Ontheffing Deze instructieregels zijn niet relevant voor voorliggend plan.

3.2

Provinciaal beleid en Instructieregels provincie

3.2.1

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal ruimtelijk beleid is verwoord is de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening (instructieregels provincie). De omgevingsvisie Overijssel is vastgesteld in 2017 en daarna verschillende keren op onderdelen geactualiseeerd. De laatste actualisatie is die van november 2023. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig.

Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving Relevantie voor het plan De energie-ambitie van de provincie omvat het realiseren van een betrouwbare, duurzame en betaalbare energievoorziening met beperking van uitstoot van broeikasgassen door bevorderen van energie-efficiency, 20% hernieuwbare energie in 2023 en 30% in 2030 en het toepassen van nieuwe energie-infrastructuur. Voorliggend plan draagt daar aan bij.

3.2.2

Instructieregels provincie De provinciale instructies zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening Overijssel 2024. In de Omgevingsverordening zijn regels daarom gekoppeld aan werkingsgebieden. Werkingsgebieden zijn de locaties waarop regels van toepassing zijn. Voor de voorliggende wijziging van het omgevingsplan gelden de volgende instructies. Locaties Werkingsgebied glastuinbouw niet toegestaan Niet relevant voor dit plan.

blad 16 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Werkingsgebied primaire waterkeringen Deze instructie geldt voor waterschappen. Niet relevant voor dit plan Werkingsgebied provincie Overijssel Deze instructie heeft betrekking op het melden van velling van houtopstanden, jacht, en 'grondwaterbescherming algemeen'. De eerste twee onderdelen zijn niet relevant. Voor wat betreft grondwaterbescherming geldt dat de activiteiten geen risico's omvat die effect kunnen hebben op de kwaliteit van grondwater. Werkingsgebied Verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen Niet relevant voor dit plan. Gebiedsaanwijzingen Reggedal De zuidelijke uitbreiding van het hoogspanningstation en de groenstrook ten oosten van het bestaande hoospanningstation zijn aangewezen als 'Reggedal'. Deze gronden zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Natuurnetwerk Nederland De provinciale instructies bepalen, dat omgevingsplannen die betrekking hebben op een gebied, dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) geen ontwikkelingen mogelijk zijn die leiden tot: a. b. c.

aantasting van de mogelijkheden om de natuurdoelen te realiseren die voor dit gebied zijn vastgesteld, vermindering van het areaal van het Natuurnetwerk Nederland; en aantasting van de samenhang tussen onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland.

De NNN ter plaatse van het werkingsgebied is aangeduid als bestaande Natuur NNN, land. In het omgevingsplan moeten regels worden opgenomen die zijn gericht op bescherming, instandhouding, verbetering en duurzame ontwikkeling van de natuurdoelen, zoals vastgesteld in de bij de Omgevingsverordening behorende bijlage 'Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN'. In het kader van deze instructie is ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 4.4. Hieruit volgt, dat vanwege de vermindering van het areaal aan NNN er compensatie dient plaats te vinden. Dat is onder voorwaarden mogelijk op grond van artikel 4.6.1 van de Omgevingsverordening. Hierover heeft overleg plaatsgevonden met de provincie. De maatregelen worden nader onderbouwd in paragraaf 4.4. Er is in de regels een bepaling opgenomen ter bescherming van de NNN, zie afdeling 21.1.3 van de planregels. Bakens in de tijd Natuurlijke laag Het werkgebied ligt grotendeels op gronden aangeduid als beekdalen en natte laagtes. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water en continuïteit van het systeem zijn blad 17 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Het waterpeil is niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. Voorliggend plan heeft geen effecten op het waterpeil. Voor wat betreft de natuurlijke laag is oostelijk deel van het werkingsgebied deels gelegen in het gebied 'dekzandvlakte en ruggen'. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Dekzandvlakten en ruggen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf. Voorliggend plan omvat een plan dat de uitbreiding van het 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal mogelijk maakt. Dit heeft geen gevolgen voor de bestaande dekzandvlakte en ruggen. Laag van de agrarische cultuurlandschappen Voor wat betreft de laag van de agrarische cultuurlandschappen ligt het werkingsgebied in het gebied 'oude hoevenlandschap'.

De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er volop mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen. De uitbreiding van het 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal heeft geen invloed op de gebiedskenmerken van de laag van de agrarische cultuurlandschappen. Stedelijke laag Voor de gronden geldt vanuit de stedelijke laag de aanduiding 'Informele trage netwerk'. Voor deze gebied geldt de ambitie verschuiving in het verplaatsingsgedrag van auto naar fiets. Opheffen van de discontinuïteiten in het padennetwerk. Een schaalniveau hoger: het fiets- en wandelpaden netwerk wordt op niveau van de regio geïntegreerd tot een compleet systeem onder andere door de aanleg van fietssnelwegen. Zo kun je bij voorbeeld heel Salland doorkruisen zonder een etappe via een verharde weg. Op deze manier ontstaat er een comfortabel alternatief netwerk om met de fiets naar school, naar het dorp en naar het station te komen.

Verbinden van kernen met het buitengebied, ommetjes, gericht op het beleefbaar maken van de directe leefomgeving en het landschap en het verknopen van dit netwerk aan overstapplaatsen aan de hoofd- en regionale infrastructuur. De ligging en de dichtheid van het netwerk worden ingezet om de intensiteit van het gebruik te sturen. Erfgoed langs het informele trage netwerk wordt benut om de toeristische aantrekkelijkheid van gebieden te vergroten. Tevens geldt de aanduiding 'verspreide bebouwing'. Dit is voor voorliggend plan niet relevant. Laag van de beleving De laag van de beleving is niet van toepassing op het plangebied. De uitbreiding van het 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal ondervindt geen belemmeringen vanuit de ontwikkelingsperspectieven.

blad 18 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

3.3

Waterschapsverordening Wanneer je iets wil bouwen, graven, plaatsen of een andere activiteit bij het water wil doen dan gelden er regels die zijn vastgelegd in de Waterschapsverordening. Dit is een verordening met de regels die een waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen (objecten die oppervlaktewater tegenhouden), watergangen (bijvoorbeeld beken, sloten, kanalen) en bijbehorende kunstwerken (bijvoorbeeld stuwen, gemalen, bruggen). Op grond van de Waterschapsverordening kan voor bepaalde activiteiten en werkzaamheden in of langs het water een vergunning worden verleend. De Regge, die ligt ten westen van het werkingsbebied is aangeduid als oppervlaktewater. De bijbehorende beschermingzone ligt buiten het werkingsgebied. Er gelden geen regels vanuit de waterschapsverordening; er zijn geen vergunningen vereist op basis van de waterverordening.

3.4

Gemeentelijke regelgeving Omgevingsvsie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk Op 20 februari 2014 heeft de gemeenteraad van Hellendoorn de Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk vastgesteld. In landschappelijk opzicht wordt de gemeente bepaald door de Sallandse Heuvelrug en de Regge. Beide zijn sterk noord-zuid georiënteerd. De dorpen Hellendoorn en Nijverdal profiteren van deze ligging tussen deze twee sterke landschappelijk eenheden. Dwars daarop lopen in oost-west richting de N35 en de spoorlijn Zwolle-Almelo, een belangrijke route die Twente met Zwolle verbindt. Aan deze weg is op de kruising met de Regge “Nijverdal - Ten Cate” ontstaan. Grenzend aan de heuvelrug en de rivier ligt het gebied met verspreide landbouwbedrijven, de dorpen en de buurtschappen. Een bijzondere plek wordt ingenomen door Daarlerveen. Hier staat alle bebouwing langs de wegen en het kanaal, met daarachter het open slagenlandschap. In de loop der jaren (eeuwen) zijn deze kenmerken steeds verder geïntensiveerd. Dit geldt ook voor het gebruik. Het verkeer wordt intensiever, er komen meer bewoners en het aantal bedrijven neemt toe. De locaties met een bovengemeentelijk belang en welke een trekker zijn voor veel bezoekers in de gemeente zijn met een ster op de kaart aangegeven. Het gaat dan om het Avonturenpark Hellendoorn, het centrum van Nijverdal en de Paarse Poort.

De betekenis van de Regge voor water en natuur is toegenomen en beleefbaarder geworden. Het levert een rijke geschiedenis op en een gevarieerde omgeving met een sterke identiteit. Deze vormt de basis voor de komende periode van geleidelijke ontwikkeling op danwel langs/nabij de heuvelrug, in het Reggedal, in de dorpen, in het agrarische landschap en bij Daarlerveen. De gemeente wil verdere intensivering zo vormgeven dat deze bijdraagt aan behoud van de kwaliteiten van de gemeente en er tussen de kwaliteiten sterkere verbindingen ontstaan. Het werkingsgebied is gelegen in het identiteitsgebied ”Beleef de Regge” (zie figuur 3.1). De rivier de Regge scheidt twee werelden: het gebied ten westen van de rivier waar de natuur domineert tegenover het gebied ten oosten van de rivier waar de agrarische functie domineert. Het gebied langs de Regge is een overgangsgebied, waar ontwikkelingen worden gestimuleerd, als daarbij de identiteit wordt geïntegreerd. De Regge is in de loop der jaren voor een groot deel genormaliseerd (rechtgetrokken) en gekanaliseerd (rechthoekig profiel). Hierdoor had het Reggedal een groot deel van zijn natuurlijke veerkracht verloren.

Samen met het waterschap, Landschap Overijssel en de provincie werkt de gemeente aan projecten waarin voor delen van het Reggedal op basis van een blauw-groene (water- en natuurontwikkeling) inrichtingsvisie het oude meanderen wordt teruggebracht. Ook bij nieuwe ontwikkelingen kan deze meandering nog meer worden versterkt of beleefbaar

blad 19 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

worden gemaakt.

Figuur 3.1: Uitsnede kaart Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk Menselijke activiteiten vonden lang geleden al langs de rivier de Regge plaats. De Schuilenburg (uit 1339) was een machtige havezate direct aan de Regge bij de verbindingsweg van Zwolle naar Almelo (de Twentsche Weg). Dit terrein is hersteld en heeft nu een aan de cultuurhistorisch gekoppelde recreatieve bestemming. En uiteraard is de textielindustrie op de kruising van de Regge en de Rijksweg 35 ontstaan. De aanwezigheid van de textielindustrie in Nijverdal heeft een belangrijke stempel gedrukt op het dorp en de omgeving ervan. (Spoor)wegen zijn mede vanwege de textielindustrie aangelegd. Op het Ten Cate-terrein in Nijverdal staan nog gebouwen waarvan een aantal als cultuurhistorisch erfgoed is aangewezen. Ontwikkelingen worden in het identiteitsgebied ”Beleef de Regge”, waar van oorsprong al tal van activiteiten plaatsvonden, gestimuleerd. Beleefbaarheid van de Regge kan op verschillende manieren tot stand komen (denk aan avontuurlijke waterrecreatie, avontuurlijke verblijven langs de Regge). Daarbij zal naast de beleefbaarheid van de Regge, ook oog moeten zijn voor het cultuur-historisch erfgoed. Het cultuurhistorisch erfgoed kan worden benut voor versterking van het imago en de identiteit.

Bij de totstandkoming van een plan dient de omgevingsvisie als inspriratie, waarbij de visie de volgende plan-ingrediënten benoemd: vergroten van de beleefbaarheid van de Regge waarbij de natuurlijke omgeving overheersend blijft in het beeld (nieuwe functies gaan op in de omgeving en dragen bij aan onderhoud en beheer van de natuur); aanwezige cultuurhistorisch erfgoed betrekken bij planvorming. In en direct rond het plangebied is geen cultuurhistorisch erfgoed aanwezig. Het plan past daarmee in de Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk .

3.5

Conclusie Vanuit de relevante regelgeving en beleid van Rijk, provincie en gemeenten zijn er geen belemmeringen voor de uitbreiding van het 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal, mits de natuurcompensatie (NNN) plaatsvindt.

blad 20 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

Hoofdstuk 4

4.1

Fysieke leefomgeving

Relevante aspecten fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk wordt beoordeeld of, ten aanzien van de relevante omgevingsaspecten, met de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken in de bijlagen. Opgemerkt wordt, dat de onderzoeken zijn uitgevoerd voor 1 januari 2024, zodat de gebruikte terminologie niet is afgestemd met die van de Omgevingswet. Inhoudelijk sluiten de onderzoeken echter wel aan op de Omgevingswet.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie In het kader van de wijziging van het omgevingsplan is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1). De aanleiding voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is, dat de uitbreidingslocatie op de provinciale archeologische verwachtingskaart in een gebied ligt met een hoge archeologische waarde.

4.2.1

Onderzoek Archeologie Het plangebied bevindt zich in de rivierdalvlakte van de Regge. Voor het dal van de Regge geldt, dat grote delen hiervan voor bewoning te nat zijn geweest, maar opgeslibde oevers of dekzandkoppen aan de rand van het dal kunnen voldoende hoog en gunstig zijn geweest en in dat geval een hoge verwachting voor (kleinschalige) bewoningsresten hebben, alsook voor off site resten van de hoger gelegen vindplaatsen op de Eversberg. Ook kunnen op lage, ongekarteerde zandkoppen in het Reggedal mesolithische kampjes hebben gelegen. Archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied hebben aangetoond, dat dergelijke archeologische vondsten in het rivierdal kunnen worden verwacht. Verder bestaat op basis van onder andere de AHN, de bodemkaart, het historische kaartmateriaal (struikbos/houtproductie) en eerder onderzoek in de directe nabijheid van het plangebied het vermoeden, dat er (met name op de locatie van het huidige weilandperceel) dekzand in de ondergrond mag worden verwacht.2 Voor zover bekend heeft de gemeente Hellendoorn geen eigen archeologische verwachtingskaart en is het vigerende beleid, zoals beschreven in de bestemmingsplannen enerzijds deels gebaseerd op verouderd kaartmateriaal (IKAW) en anderzijds op de conclusies van eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken, die echter niet vlakdekkend zijn uitgevoerd.

In het uitbreidingsgebied aan de zuidoostzijde van het bestaande station NDV110 heeft archeologisch veldonderzoek (bureauonderzoek en verkennend booronderzoek) plaatsgevonden in 2021, zie bijlage 2. Daarbij is geconcludeerd, dat er vanwege de geëgaliseerde bodem geen archeologische resten (meer) worden verwacht en dat de beoogde aanleg van een hoogspanningsverbinding zonder nader archeologisch onderzoek kan plaatsvinden. Het advies is vanuit de archeologisch adviseur van de gemeente geaccordeerd. Het uitbreidingsgebied is bij dat onderzoek voldoende dekkend onderzocht en ook voor de huidige uitbreiding geldt dus, dat het advies tot vrijgave kan worden overgenomen. Voor de werkzaamheden op het bestaande station NDV110 geldt, dat deze niet archeologisch

blad 21 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

is onderzocht. De archeologische onderzoeksgegevens van het uitbreidingsgebied maken het aannemelijk, dat ook hier de bodem is geëgaliseerd. Bovendien zijn in dit gebied reeds bestaande installaties (transformatoren en ondergrondse kabelverbindingen) aanwezig en de kans dat bij de vervanging/verplaatsing hiervan binnen het terrein nieuwe verstoringen zullen plaatsvinden is daarmee gering. Antea Group adviseert daarom om ook werkzaamheden binnen de omheining van het bestaande station vrij te geven. Het bovenstaande betreft een selectieadvies. De opdrachtgever heeft dit rapport (revisie 0B, d.d. 7 januari 2022) ter beoordeling voorgelegd aan de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw S. Wentink (Het Oversticht). In de beoordeling van het rapport (d.d. 14 februari 2022) worden de conclusies en het advies onderschreven. Vervolgonderzoek is niet meer nodig. Zoals aangegeven in paragraaf 3.1 hoeven er derhalve geen regels te worden opgenomen ter bescherming van archeologische waarden. Cultuurhistorie Voor wat betreft cultuurhistorische waarden zijn er volgens het tijdelijke omgevingsplan (de voormalige geldende bestemmingsplannen) in het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Ook monumenten zijn in het plangebied niet aanwezig (bronnen: rijksmonumentenregister en en lijst van gemeentelijke monumenten 2014).

Er hoeven derhalve geen regels te worden opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.

4.2.2

Conclusie De aspect archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.3

Bodemkwaliteit

4.3.1

Verkennend onderzoek Ten behoeve van de uitbreiding van het 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 3. Het doel van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen om in het kader van de voorgenomen ontwikkeling van het terrein de gebruiksmogelijkheden van het terrein te bepalen. Zintuigelijk waarnemingen Uit het opgeboorde materiaal van de boringen komt naar voren dat er in de bovengrond van het gehele terrein sprake is van bijmengingen met slakken (sporen tot sterk). Plaatselijk is sprake van een slakkenlaag. Ter plaatse van het zuidoostelijke deel (uitbreidingslocatie), zijn zintuiglijk geen bijzonderheden aangetroffen. Op de locatie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Dit betreft een indicatieve waarneming aangezien er geen volledig asbestonderzoek is uitgevoerd conform de normen voor asbestonderzoek (NEN 5707). Grond Uit het onderzoek komt naar voren dat in de bovengrond van één van de transformatoren sprake is van licht verhoogde waarden aan enkele zware metalen en PAK. Verder zijn er geen verhoogde gehalten gemeten bij de transformatoren. Er zijn afperkende boringen geplaatst rondom de sterk verhoogde waarden aan nikkel van

blad 22 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

het voorgaand onderzoek (boringen 05 en 09 (2021) en 2 (2022)). In deze boringen is alleen in boring 44 nog een matig verhoogde waarde aan nikkel aangetroffen. De overige boringen bevatten over het algemeen een licht verhoogde waarde aan nikkel. In de mengmonsters van de zuidoostelijke uitbreidingslocatie zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. PFAS Uit de analyses komt naar voren dat de gemeten waarden aan PFAS van MM1 verhoogd zijn. Deze grond is op basis hiervan Niet toepasbaar. De grond van MM2 valt binnen de normering voor Landbouw/Natuur. Deze grond komt echter niet in aanmerking voor het ‘toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden’ (toepassingsnorm: bepalingsgrens = van 0,1 µg/kgds). Grondwater In het grondwater zijn plaatselijk lichte verhoogde concentraties aan dichlooretheen nikkel of barium aangetoond. Samenvattend kan worden gesteld, dat de sterk verhoogde waarden aan nikkel van de voorgaande onderzoeken, waar ook een BUS sanering Tijdelijke uitplaatsing is uitgevoerd, in onderhavig onderzoek zijn afgeperkt tot waarden beneden de interventiewaarde. Er is derhalve sprake van slechts een drietal verontreinigingsspots van geringe omvang. De hoeveelheid sterk verontreinigde grond wordt ingeschat op minder dan 25m3 . Gezien het feit dat het station reeds voor 1970 aanwezig is, wordt verwacht dat sprake is van een (historische) bodemverontreiniging.

Ter plaatse van de transformatoren is maximaal sprake van licht verhoogde waarden. Ter plaatse van de zuidoostelijke uitbreiding zijn geen verhoogde waarden aangetoond. Deze onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarden. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijk dat de grond voldoet aan de “Achtergrondwaarde” en “Industrie”. De sterk verhoogde waarden van het voorgaande onderzoek betreft “Niet-toepasbare” grond. De toetsing aan PFAS wijst uit dat een deel van het terrein eveneens Niet toepasbare grond is. Bij grondbewerking en eventuele afvoer van grond van de locatie dient hiermee rekening te worden gehouden. In dit onderzoek is geen asbestonderzoek volgens de NEN 5707 uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbest in de bodem. Op basis van de voorgaande onderzoek is de locatie ook niet verdacht op asbest in de bodem. In de boringen zijn verder geen bijmengingen met asbestverdachte materialen waargenomen. Ook is geen noemenswaardige hoeveelheid puin in de opgeboorde grond waargenomen. Het voorkomen van asbest in de bodem wordt daarom niet verwacht.

Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek.

4.3.2

Conclusie Het aspect bodem heeft geen belemmeringen voor de uitvoering van het omgevingsplan.

blad 23 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

4.4

Ecologie In projecten is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Er dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. Onderzocht is er sprake is van Natura 2000-activiteiten die nadelig kan zijn voor en Natura 2000-gebied en Flora- en fauna-activiteiten en in hoeverre er regels gelden voor het vellen van houtopstanden en herbeplanten. Het uitgevoerde onderzoek dateert van voor 1-1-2024, waardoor de oude termen vanuit de Wet natuurbescherming nog zijn gehanteerd. Inhoudelijk is het onderzoek onverkort bruikbaar.

4.4.1

Onderzoek Het voornemen is uitvoerbaar indien duidelijk is dat het niet in strijd is met de Omgevingswet (vorheen: Wet natuurbescherming, Wnb) en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (provinciale instructies). Om deze reden is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de eventuele effecten hierop. In het kader van de uitbreiding van het 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal is daarom een natuurtoets uitgevoerd (zie bijlage 4). De conclusies hieruit zijn hieronder weergegeven. Soortbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten uit de soortgroepen algemene broedvogels en vleermuizen waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Echter, binnen het werkgebied is geen geschikt biotoop voor de genoemde soorten aanwezig. In het voorliggende geval is er geen sprake van verwijderen of vernielen van verblijfplaatsen. Uitsluitend is mogelijk sprake van verstoring. Het gaat hierbij om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels en vleermuizen. In tabel 4.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soortgroepen opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van bijgevoegde natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn.

Voor alle soorten geldt wel de zorgplicht. De verwijzingen in tabel 3.1 betreft verwijzingen naar het bijgevoegde onderzoek, met uitzondering van de verwijzing naar tabel 3.2.

blad 24 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn

Projectnummer 472155.101 Tabel 3.1: Overzicht conclusies en vervolgstappen soortenbescherming

In tabel 3.1 is aangegeven dat een overtreding van de natuurregelgeving voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3.2 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3.2. Beschrijving maatregelen om overtreding van de natuurregels te voorkomen.

Gebiedsbescherming Natura 2000 In tabel 3.3 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van de blad 25 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

bijgevoegde natuurtoets. Tabel 3.3. Conclusies Natura 2000-gebieden.

Conform het advies is een AERIUS-berekening uitgevoerd, zie bijlage 5. Uit de berekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator 2025 blijkt dat er tijdens realisatie geen depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar optreedt op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.De gebruiksfase voorziet niet in stikstof-emitterende activiteiten, waardoor stikstofdepositie ten gevolge van deze fase uitgesloten kan worden. Er is daarom geen sprake van een vergunningplicht voor een Natura 2000 activiteit voor wat betreft het aspect stikstofdepositie. De maximale emissie stikstof per jaar is geborgd in de planregels. Natuurnetwerk Nederland In tabel 3.4 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNN-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van de natuurtoets (bijlage 4). Tabel 3.4. Conclusies NNN-gebieden.

Als gevolg van de activiteit gaan wezenlijke kenmerken en waarden verloren (gebiedsbeslag). De aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden dient gecompenseerd worden. Dit is besproken met de provincie. Hierbij is het volgende afgesproken. De zuidelijke uitbreiding van het hoogspanningsstation is geprojecteerd op gronden die in het bestemmingsplan Duivecate-Reggedal reeds zijn bestemd als Bedrtijf Waterzuiveringsinstallatie. Realisatie van de NNN op deze gronden is daarmee niet aan de orde. De noordoostelijke gronden van de NNN zijn feitelijk reeds in gebruik door (bebouwing van) het bestaande hoogspanningststation. De groene omzoming die de NNN vormt is daarbij verlegd en vergroot. Het deel van de NNN dat wordt gewijzigd wordt vergoot van circa 280 m2 naar 570 m2. blad 26 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

De (gewijzigde) NNN wordt beschermd in de planregels van voorliggend omgevingsplan. Overig provinciaal beleid Overijssel Het plangebied ligt in een gebied dat door de provincie Overijssel is aangewezen als Leefgebied agrarisch natuurbeheer (droge dooradering). In tabel 3.5 zijn de conclusies ten aanzien van dit beleid opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.6 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.5. Conclusies provinciaal beleid.

Bescherming van houtopstanden Het plangebied ligt buiten de grenzen van de bebouwde kom. Waarschijnlijk worden er geen bomen verwijderd. Indien dit wel het geval is dient dit te worden gemeld bij het bevoegd gezag. Mogelijk is ook gemeentelijk beleid omtrent de kap van bomen en/of bosschages van toepassing. Tabel 3.6: Bescherming houtopstanden

Zorgplicht Er kunnen in het werkingsgebied soort(groep)en aanwezig (zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 3.2.

4.4.2

Conclusie Voor wat betreft de soortenbescherming is er geen flora-en-fauna-vergunning (voorheen: ontheffing Wnb soortenbescherming) nodig. De beschreven maatregelen worden genomen. Voor gebiedsbescherming met betrekking tot de NNN zijn afspraken gemaakt met de gemeente en de provincie over de wijze waarop compensatie plaatsvindt en hoe de NNN wordt beschermd. Voor Natura 2000 is geen vergunning aan de orde. Voor wat betreft de bescherming van houtopstanden geldt dat er geen bomen wporden verwijderd uiit een bomenruij van meer dan 20 bomen of uit een boschage van meer dan 10000 m2. Er geldt derhalve geem meld- en herplantplicht, . De natuurregelgeving vormt geen belemmering voor de realisatie van het omgevingsplan.

blad 27 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Onderzoek Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. Invloed van de activiteit op de omgeving De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige functies zoals bedrijven. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Op het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal staan drie transformatoren, twee van 20 MVA en één van 24 MVA. In de nieuwe situatie verandert dit vermogen niet. In de VNG-uitgave 'Milieuzonering nieuwe stijl' (2020) valt een dergelijk transformator- en verdeelstation onder zone 2 voor wat betreft geluid en een zone FM vanwege geur.

Volgens de codetabel komt dit overeen met een richtafstand van respectievelijk 30 en 10 meter. Wanneer aan deze richtafstanden wordt voldaan, gemeten van de perceelsgrens / bestemmingsgrens tot de percelen van de milieugevoelige objecten, zoals woningen en scholen, kan er van worden uitgegaan, dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Binnen 30 meter vanaf de grens van de uitbreiding van het transformatorstation liggen geen milieugevoelige objecten en kunnen deze ook niet worden gerealiseerd. Invloed van de omgeving op de activiteit Geluid Volgens het Bkl is een geluidgevoelige gebouw, een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. b. c. d.

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Een transformator- en verdeelstation is niet milieugevoelig voor wat betreft geluid. De activiteit ondervindt derhalve geen belemmeringen vanwege geluid van omliggende activiteiten. Geur De activiteit omvat geen geurgevoelige gebouwen, zoals bepaald in artikel 5.91 van het Bkl, zijnde: 1. 2. 3. 4.

blad 28 van 41

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan, en Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

5. locaties waarbij hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. In de bebouwing zullen incidenteel mensen verblijven ten behoeve van beheer en onderhoud. Er is derhalve geen sprake van een locatie waar hoofdzakelijk mensen verblijven. Een transformator- en verdeelstation is niet milieugevoelig voor wat betreft geur. De activiteit ondervindt derhalve geen belemmeringen vanwege geur van omliggende activiteiten.

4.5.2

Conclusie Aan de richtafstanden wordt voldaan. Er is ter plaatse van het plangebied en in de omgeving derhalve sprake van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot de aspecten geur en geluid. De bedrijven in de omgeving en ook het transformator- en verdeelstation worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering (geluid en geur).

4.6

Omgevingsveiligheid

4.6.1

Externe veiligheid Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In figuur 4.4. zijn deze bronnen zichtbaar. In de nabijheid van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal ligt Koninklijke Ten Cate Nederland BV aan de G.van der Muelenweg 2. Dit bedrijf ligt ten westen van het uit te breiden 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal.

Figuur 4.4: Uitsnede risicokaart Conclusie Een deel van het plangebied bevindt zich binnen de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone bevi' ten gevolge van risicovolle activiteiten bij Koninklijke Ten Cate Nederland BV. Binnen blad 29 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

dit deel van het plangebied zijn volgens het tijdelijk omgevingsplan wettelijk geen kwetsbare objecten toegestaan in verband met de grenswaarde van het plaatsgebonden risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen). De systematiek voor (beperkt) kwetsbare gebouwen in de Omgevingswet is vergelijkbaar met die in het voormalige Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het onderhavige plan voorziet niet in de mogelijkheid om kwetsbare gebouwen te realiseren binnen voornoemde gebiedsaanduiding, dit is in lijn met de planologische mogelijkheden uit het tijdelijk omgevingsplan (bestemmingsplan Bedrijvenpark Noord te Nijverdal) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het plangebied is tevens geen kwetsbare locatie. De voorgenomen ontwikkeling heeft niet tot gevolg dat de aanwezigheid van personen binnen het plangebied wordt vergroot ten opzichte van de vigerende situatie, er zijn daarmee geen negatieve gevolgen voor het aspect externe veiligheid ten opzichte van de vigerende situatie. Voor de afwegingen ten aanzien van de externe veiligheidssituatie wordt verwezen naar (de toelichting van) het tijdelijk omgevingsplan (bestemmingsplan Bedrijvenpark Noord te Nijverdal). De realisatie van de uitbreiding van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal is vanuit het aspect externe veiligheid planologisch aanvaardbaar.

4.6.2

Overstromingsrisico Voor de beoordeling van het overstromingsrisico is de omgevingskaart van provincie Overijssel geraadpleegd. Uit de kaart 'waterreserveringsgebieden' volgt dat het gebied niet is gelegen in een overstromingsrisicogebied of een waterbergingsgebied. Er hoeft geen overstromingsrisicoparagraaf op te worden gesteld.

4.6.3

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vorm geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.7

Geluid

4.7.1

Onderzoek De Omgevingswet heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het wijzigen van een omgevingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. In paragraaf 4.5 is aan de hand van de VNG-uitgave 'Milieuzonering nieuwe stijl'(2020) al beoordeeld in hoeverre geluid een belemmering is voor dit omgevingsplan. Het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal en de uitbreiding ervan liggen in een zone die in het tijdelijkomgevingsplan (bestemmingsplan Bedrijvenpark Noord te Nijverdal) zijn aangeduid als geluidzone - industrie. Op deze gronden mogen geen geluidgevoelige gebouwen worden opgericht. Een geluidgevoelig gebouw is volgens het Bkl een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. b. c. d.

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. De beoogde activiteit omvat geen geluidgevoelig gebouwen in de zin van het Bkl en ook niet in de zin van artikel 45 van de Wet geluidhinder (oud), zoals in het tijdelijk omgevingsplan is aangegeven. Bij de belangenafweging in het kader van een evenwichtig toedeling van functies aan blad 30 van 41

Ruimte - Antea Nederland B.V.

Gemeente Hellendoorn Projectnummer 472155.101

locaties moet het effect van geluid op niet vanrijkswege beschermde gebouwen worden meegenomen. Voor elk gebouw of locatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen kunnen verblijven, is geluid in principe een onderdeel van de afweging. In het werkgebied zijn incidenteel mensen aanwezig in het kader van beheer en onderhoud. Als mensen lange tijd aan te veel geluid blootstaan, kan dat leiden tot gezondheidsproblemen. Aangezien het verblijf van mensen in het werkgebied incidenteel is en beperkt in de tijd levert de blootstelling aan het geluid geen risico's op voor de gezondheid. Voor de aanleg van de uitbreiding van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal vinden de nodige werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. De effecten vanwege de geluidshinder op omwonenden treden alleen op tijdens de aanleg van de uitbreiding van het bestaande 110 kV transformator- en verdeelstation Nijverdal. De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte. Het gaat hierbij om tijdelijk geluid veroorzaakt door vrachtverkeer, bouwen, graven en boren. De Omgevingswet bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16268828/2