Bijlage ruimtelijke onderbouwing Luttenbergerweg 22
Tekst van het document
3.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan het ‘beleidskader zon- & windenergie Voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het ‘Beleidskader zon- & windenergie’. De omgevingsvergunning wordt voor een termijn van maximaal 25 jaar afgegeven. In bijlage 4 wordt uitgebreid op de manier waarop de omgeving actief is benaderd betrokken en op welke manier de participatie is vormgegeven ingegaan. Tevens is hierin opgenomen hoe het aspect compensatie wordt ingevuld. Tot slot wordt nader in hoofdstuk 4.8 uiteengezet hoe het projectgebied middels waterbergingsmaatregelingen wordt ingepast. Dit zowel met betrekking tot het opvangen en bergen van hemelwater als het versterken van de natuurontwikkeling zowel binnen als aan de randen van het projectgebied. 3.3.2
Welstandsnota Hellendoorn
3.3.2.1 Inleiding Om bouwplannen op welstand te mogen toetsen zijn gemeenten sinds 1 juli 2004 verplicht een welstandsnota vast te stellen. Met het opstellen van een welstandsnota worden de procedures en de toetsing transparanter gemaakt. De gemeente Hellendoorn heeft er voor gekozen een welstandsnota op te stellen om voor specifieke gebieden in de gemeente Hellendoorn het uiterlijk van gebouwen in de omgeving tot zijn recht te laten komen. Het onderwerp van deze nota is de kwaliteit van de bebouwing in de gemeente Hellendoorn. Het gaat hier om gebouwen en bouwwerken die iedereen dagelijks om zich heen ziet. Bepalend daarbij zijn zowel de kwaliteit van de individuele gebouwen en bouwwerken, als de kwaliteit van het totaalbeeld van de gebouwen in hun onderlinge samenhang. Doorgaans zijn inwoners positief over die dagelijkse leefomgeving. Deze kwaliteit is door bewust en meestal zorgvuldig handelen van particulieren en overheid door de eeuwen heen ontstaan. Sinds een eeuw is deze zorg voor de architectonische kwaliteit ook nadrukkelijk een overheidstaak. Daarbij is het gemeentelijke welstandstoezicht het belangrijkste instrument geweest. De welstandsnota is opgebouwd uit verschillende deelgebieden. Onderhavig projectgebied is gelegen in het gebied ‘welstandvrij’.
3.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Hellendoorn Het welstandsbeleid richt zich voornamelijk op de type bebouwing en de detaillering daarvan. Hierbij gaat het om woningen, boerderijen en de daarbij behorende schuren en overige gebouwen. Een specifieke ontwikkeling als een zonnepark wordt in de welstandsnota niet benoemd. Daarnaast ligt het projectgebied in een zone waar welstandsvrij geldt. Wel wordt in de welstandsnota benadrukt dat het beleid erop is gericht om nieuwe ontwikkelingen goed in te passen in de landelijke omgeving. In voorliggend geval wordt, zoals in voorgaande hoofdstukken reeds is beschreven, het zonnepark middels waterbergingsmaatregelingen (infiltratie- en bergingsmogelijkheden) passend in de omgeving gepast. Dit aangezien er sprake is van een toename aan verharding wat nader in hoofdstuk 4.8 wordt uitgewerkt. Tevens vindt er boscompensatie elders plaats. De te realiseren trafostations zullen eveneens passend in de omgeving worden gebouwd en ingepast. Hiermee wordt voldaan aan het welstandsbeleid ten aanzien van het landschappelijk inpassen van nieuwe ontwikkelingen in de omgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
27
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing 3.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in het hiervoor behandelde gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
28
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
In een ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, water en het Besluit milieueffectrapportage. In voorliggend geval zijn de thema’s geluid en geur niet van belang, dit vanwege het feit dat; • •
het voorgenomen initiatief geen geluidsgevoelige ontwikkeling betreft in het kader van de Wet geluidhinder); Het voorgenomen initiatief geen geurgevoelige functie betreft (geur).
4.1
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.1.2
Situatie projectgebied
Koops Grondmechanica heeft ter plaatse van het projectgebied een geotechnisch onderzoek uitgevoerd waarbij 78 sonderingen zijn geplaatst naast 10 handboorstaten zijn gezet. In bijlage 5 is de gehele rapportage van het geotechnisch onderzoek opgenomen. Vervolgens heeft Snetselaar een constructieberekening in bijlage 6 de statische berekening van de constructie uitgevoerd. Uitkomst bodemonderzoek Uit het geotechnisch onderzoek en de constructieberekening worden geen belemmeringen voorzien waardoor het voornemen niet gerealiseerd kan worden. Voor de gehele rapportage en bijbehorende conclusies wordt verwezen naar bijlage 5 en 6. 4.1.3
Conclusie
De grond binnen het projectgebied wordt geschikt geacht om een zonnepark op bijbehorende constructies te realiseren.
4.2
Luchtkwaliteit
4.2.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder andere de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
29
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing 4.2.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.2.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.2.2
Situatie projectgebied
De voorgenomen ontwikkeling heeft geen directe invloed op de verkeersgeneratie aangezien het aantal verkeersbewegingen gelijk blijft. Gelet op de aard en omvang van dit project in verhouding tot categorieën zoals beschreven in 4.2.1.1, kan worden gesteld dat voorliggend initiatief ‘niet in betekende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. 4.2.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.
4.3
Externe veiligheid
4.3.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Eén en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
30
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.3.2
Situatie projectgebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart ter plaatse van de locatie en de omgeving weergegeven. Het projectgebied is met een rode omlijning aangegeven.
Afbeelding 4.1
Uitsnede risicokaart (Bron: Risicokaart.nl, bewerkt)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
31
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing Uit de inventarisatie blijkt dan ook dat het projectgebied: • • • •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Het projectgebied maakt echter wel onderdeel uit van een gebied dat is aangeduid als natuurbrand. Op basis van vooroverleg met de brandweer is uitgewerkt dat de brandweer bij calamiteiten snel ter plaatse kan zijn. Tevens is een brandveiligheidsonderzoek uitgevoerd. In dit brandveiligheidsonderzoek is onder meer uitgewerkt wat de ontruimingszones zijn, waar bluswatervoorzieningen worden gerealiseerd en wat de opstelplaatsen van brandweerauto’s zullen worden. In bijlage 7 is de gehele rapportage bijgevoegd. Hieruit blijkt dat het gehele projectgebied dekkend is voor brandweerwagens indien er brand uitbreekt. Daarnaast wordt het Avonturenpark Hellendoorn aangeduid als een verstoringgebied panieklijn met 10.000 bezoekers. De huidige panieklijn voorziet geen belemmering op het voornemen omdat het aantal personen in het gebied en daarmee het groepsrisico niet toeneemt. Uit onder meer het veiligheidsrapport blijkt eveneens dat het gehele projectgebied voldoet aan het bouwbesluit en er in geval van calamiteiten er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn. 4.3.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het realiseren van een zonnepark ter plaatse van het parkeerterrein.
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
32
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als ‘gemend gebied’. De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het projectgebied ligt in een gebied dat wordt omgegeven door bos. Echter bevindt ten westen van het projectgebied op circa 50 meter het Avonturenpark Hellendoorn.
Ondanks de aanwezigheid van een druk bezocht Avonturenpark, wordt het projectgebied, mede vanwege een worst-case scenario, dan ook aangemerkt als omgevingstype ‘rustige woonwijk’, in voorliggende situatie als ‘rustig gebied’. Hierna zijn de betreffende richtafstanden aangegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
33
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing 4.4.2
Situatie projectgebied
Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Er dient bij het realiseren van nieuwe functies gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe functie gerealiseerd gaat worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: • •
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
Het zonnepark betreft, in het kader van milieuzonering, geen milieugevoelige functie. Anderzijds brengt de functie geen milieubelasting met zich mee. Eventuele geluidhinder zou door het trafostation kunnen ontstaan. Het betreft een trafostation die vergelijkbaar is met trafostations die in woonwijken aanwezig zijn. Voor dergelijke transformatorstations geldt een te hanteren richtafstand van 30 meter voor eventuele geluidshinder. In de nabijheid van het projectgebied zijn enkel bospercelen gesitueerd. Daarnaast ligt het Avonturenpark op circa 50 meter en daardoor buiten de richtafstand,. Er is dan ook, mede wegens de richtafstanden als de afwezigheid van milieugevoelige functie, geen sprake van een (onevenredige) aantasting op de nabije omgeving. 4.4.3
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.
4.5
Ecologie
4.5.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
34
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing 4.5.2
Gebiedsbescherming
4.5.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, dan wel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt de externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Veel Natura 2000-gebieden zijn kwetsbaar voor stikstofdepositie; stikstofdepositie vormt een bedreiging voor verschillende habitattypen en de leefomgeving van habitatsoorten.
Het projectgebied bevindt zich op circa 2,5 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Sallandse Heuvelrug). Ondanks de onderlinge afstand is in voorliggend geval sprake van een ontwikkeling, waarbij gedurende de aanlegfase stikstof wordt uitgestoten (zoals bij de verbranding van fossiele brandstof voor de bouw van de constructies en vervoersbewegingen) die als gevolg van het voornemen ontstaan. De stikstof kan neerslaan op de kwetsbare natuur. Om meer duidelijkheid te verschaffen, is er een stikstofonderzoek uitgevoerd. Hieronder is de conclusie uit het stikstofonderzoek opgenomen. De gehele rapportage is in bijlage 9 bijgevoegd. Uitkomst stikstofonderzoek Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied ‘Sallandse Heuvelrug’ en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 4.5.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid.
Het NNN is in de Provinciale structuurvisie uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het projectgebied ligt niet binnen maar grens wel aan het NNN. Ondanks het feit dat sprake is van een ontwikkeling buiten de NNN dient vanwege de ligging aangrenzend aan het NNN gedurende de ontwikkeling met de natuurwaarden rekening te worden gehouden. 4.5.3
Soortenbescherming
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of een vrijstelling worden aangevraagd. Om aan te kunnen tonen dat geen functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën, vleermuis-, en grondgebonden zoogdiersoorten wordt aangetast is door Natuurbank Overijssel een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. De gehele rapportage is in bijlage 10 bijgevoegd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
35
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing Uitkomst natuurwaardenonderzoek Op basis van de uitgevoerde quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: De inrichting van het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels in het plangebied. Vleermuizen, beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats op de parkeerplaats welke benut zal worden als zonnepark, maar wel in het omringende bos en houtsingel. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft echter geen negatief effect op beschermde soorten buiten de parkeerplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest bescherm, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.
Door het verwijderen van de bomen en het plaatsen van de panelen, neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen, amfibieën, vogels en grondgebonden zoogdieren af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties omdat het foerageergebied niet beschermd, of omdat strikt beschermde vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen daardoor niet dusdanig negatief beïnvloed worden, dat ze niet langer gebruikt kunnen worden (zoals bij vleermuizen).
4.5.4
Conclusie
Gelet op vorenstaande vormt het aspect ecologie geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
4.6
Archeologie & cultuurhistorie
4.6.1
Archeologie
4.6.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.6.1.2 Situatie projectgebied De gemeente Hellendoorn heeft de archeologische verwachtingswaarde doorvertaald in de dubbelbestemmingen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’. Het projectgebied is niet voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’. Hierdoor wordt het uitvoeren van een archeologische onderzoek ter plaatse van het projectgebied niet noodzakelijk geacht.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
36
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing 4.6.2
Cultuurhistorie
4.6.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan/ruimtelijke onderbouwing “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.6.2.2 Situatie projectgebied Er bevinden zich, op basis van de Rijksmonumentenkaart van de Atlas Leefomgeving in het projectgebied zelf geen Rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het projectgebied of in de directe nabijheid van het projectgebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.6.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden. De uitkomst van het archeologisch bureau- en veldonderzoek wordt gedurende de aanvraag bijgevoegd.
4.7
Besluit Milieueffectenrapportage
4.7.1
Algemeen
In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manier: •
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). • Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon voorheen worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. beoordeling gehanteerd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
37
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing 4.7.2
Situatie projectgebied
4.7.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het projectgebied bevindt zich op circa 2,5 kilometer afstand van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Sallandse Heuvelrug’. Uit de stikstofberekening, bijgevoegd in bijlage 4, is uitgewerkt dat bij de voorgenomen ontwikkeling geen stikstofdepositie aan de orde is. 4.7.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt haalbaar geacht door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Dit betekent dat de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een zonnepark. Realisatie van projecten met zonne-energie worden niet specifiek in het Besluit milieueffectrapportage (besluit m.e.r.) genoemd. Wel zijn in de D-lijst de volgende activiteiten opgenomen: 1. 2.
‘De oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water’; 'Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan';
Ten aanzien van het eerste punt wordt verwezen naar een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland (7 mei 2019, AWB 18/6823). De rechtbank overweegt onder meer dat de opsomming - industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water - cumulatief moet worden gelezen, omdat het woordje “en” wordt gebruikt. De tekst van de richtlijn Richtlijn 2011/92/EU, bijlage II onder 3, a, die ten grondslag ligt aan het Besluit milieueffectrapportage biedt geen aanknopingspunten voor een ander oordeel. Omdat het zonneveld enkel stroom produceert, is het zonneveld geen industriële installatie die onder de opsomming valt. Daarnaast acht de rechtbank van belang dat een zonneveld geen elektriciteitscentrale is en het zonneveld geen vermogen van 200 megawatt (thermisch) of meer heeft. Gelet hierop is geen afzonderlijk m.e.r.-beoordelingsbesluit vereist. Ten aanzien van het tweede punt kan worden aangesloten bij de uitspraak van de Raad van State (ABRvS 14 augustus 2019, ECLI:RVS:2019:2770). Hieruit blijkt dat een zonnepark volgens de Raad geen landinrichtingsproject is en geen stedelijke ontwikkeling betreft.
Gelet op de omvang, de kenmerken van het project (zonneveld), de aard van de effecten (zeer beperkt) en de uitspraak van de Raad van State wordt geconcludeerd dat het uitvoeren van een m.e.r- beoordeling of het doorlopen van een m.e.r-procedure niet aan de orde is. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. 4.7.3
Conclusie
Uit het vorenstaande blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling tot op heden geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. De uitkomst van de stikstofonderzoek zal hier definitief antwoord op geven.
4.8
Water
4.8.1
Algemeen
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt er gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico’s op wateroverlast of watertekorten. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting dient een BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
38
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.8.2
Watertoets
Het Waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de normale procedure van toepassing is. Het voornemen voorziet nadrukkelijk in maatregelingen waardoor de waterhuishouding ter plaatse wordt verbeterd. Dit middels infiltratiegreppels zowel ter plaatse van de constructies als greppels aan de randen van het parkeerterrein. Hierdoor kan, ondanks dat de constructies mogelijk leiden voor een toegenomen piekafvoer, de hoeveelheid hemelwater worden gereguleerd waardoor geen wateroverlast ter plaatse zal ontstaan. In bijlage 10 is het watertoetsresultaat bijgevoegd. Tevens is voor het voornemen een hemelwaterinfiltratieplan opgesteld. De gehele rapportage is in bijlage 11 bijgevoegd. Hieronder wordt op de uitkomst ingegaan; Oppervlaktewater Ter plaatse van het parkeerterrein is geen oppervlaktewater aanwezig. Riolering Ter plaatse van het parkeerterrein is geen riolering aanwezig. Bergingsmaatregel Voor de ontwikkeling binnen het projectgebied geldt een bergingseis van 30 mm. Deze eis geldt voor het te realiseren dakoppervlak (carports) en de extra wegverharding. Op sommige plekken ligt reeds asfaltverharding, die straks overdekt wordt. Deze specifieke locaties hoeven niet meegenomen te worden, aangezien dit oppervlak al is verhard (nu asfaltverharding, straks dakoppervlak).
In totaal is er sprake van een toename van 2,65 ha verhard oppervlak. Omgerekend betekent dit een benodigde berging van in totaal 795 m³. In totaal wordt 422 m³ geborgen in de in totaal 211 greppels. De overige 373 m³ wordt opgevangen in de twee laaggelegen delen van het parkeerterrein. In afbeelding 4.2 en 4.3 zijn twee uitsneden opgenomen van de waterbergingsmaatregelingen. Hierbij is in afbeelding 4.2 een uitsnede van de greppels weergeven en in afbeelding 4.3 de laaggelegen bergingslocaties op het parkeerterrein.
Afbeelding 4.2
Infiltratiegreppel (Bron: Sweco)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
39
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 4.3
Laagste punten projectgebied (Bron: Sweco)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
40
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 5
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan of omgevingsvergunning geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico van planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten worden verhaald middels de legesverordening, waardoor het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
41
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 6
VOOROVERLEG
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
6.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
6.2
Provincie Overijssel
Gelet op de locatie, aard en omvang van de ontwikkeling wordt de ontwikkeling in het kader van wettelijk vooroverleg naar de provincie toegezonden.
6.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. Hierbij is het Waterschap Vechtstromen van de voorgenomen ontwikkeling op de hoogte gebracht. Uit de watertoets volgde dat de normale procedure van toepassing is.
6.4
Omgevingsdialoog
Met de omgeving heeft reeds een omgevingsdialoog plaatsgevonden waarbij het voornemen is gecommuniceerd. De uitkomst van dit vooroverleg waarin het plan en de afwegingen zijn meegedeeld is in bijlage 1 bij deze toelichting bijgevoegd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
42
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 7
CONCLUSIE
De voorgenomen ontwikkeling, het realiseren van een zonnepark op het parkeerterrein van Avonturenpark Hellendoorn past binnen het relevante Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Verder gaat de ontwikkeling onder meer niet gepaard met significante milieugevolgen en gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omliggende functies. Het realiseren van een zonnepark op constructies ter plaatse van het parkeerterrein van Avonturenpark Hellendoorn kan via een aanvraag omgevingsvergunning conform artikel 2.12, lid 1 onder a sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden verleend.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
43
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
BIJLAGEN Bijlage 1
Parkeerplan
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
44
VOORAANZICHT
ACHTERAANZICHT
LINKERZIJAANZICHT
RECHTERZIJAANZICHT 155000
14100
58600
14100
3800
Hemelwaterinfiltratie dmv grindkoffer
14100
5150
64388
14100
5150
80000
14100
14100
14100
57
14100
10000
10000
144748
257000
14100
14100
14100
detail U 1 : 100
5000
14100
transformator
T
hoogteportaal
14100
laadpaal laadpaal
14100
14100
T
14100
14100
M
5000 2000 10000
10000
10000
10000
10000
10000
10000
10000
10000
10000
10000
10000
M
U
10000
134416
BEGANE GROND - 1 :500
DAKAANZICHT - 1 :500
afwatering in geul onder carport
449
14100 4947
4576
2280
4576 SITUATIE
4200
5231
10°
ruimte hulpverleningsvoertuigen
2300
10°
RENVOOI EN KLEUREN
6229
3500
4762
10000
parkeren in visgraat
Frame thermisch verzinkt staal dak zonnecollectoren fundering betonpoeren
10°
10°
Get. Datum
EM Naam solar parking noordzijde
13-7-2021
Klant
14100
DOORSNEDE M-M - 1 :100
14100
doorsnede T-T
Form
A0 Schaal
MORRENsolar bv 1 : 250 IZEN renewable energy ceram 17 Werk 3772 ZW Barneveld Avonturenpark Hellendoorn www.morrensolar.nl Ordernummer Tekeningnummer Rev. 0342 - 840 509 20-979 20-979-C15
E
This drawing is the property of MORREN. It is prohibited to show or copy without written authority of MORREN. All offers en agreements are subject to the General Terms and Conditions as deposited at the Dutch Chamber of Commerce or can be downloaded from our website. D:\data\Projecten\solar\20-979 - Izen - Hellendoorn\tekeningen\20-979-C15.idw
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 2
Verlichtingsplan
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
45
449
2280
14100
5231
afwatering in geul onder carport
10°
14100
58600
2300
10°
14100
80000
14100
14100
14100
DOORSNEDE parkeerpad - 1 :100
14100 4947
4576
4576
4762
14100
6229
10°
14100
14100
10°
14100
14100
14100
14100
14100
14100
14100
14100
14100
DOORSNEDE doorgang - 1 : 100
2000 10000
10000
10000
10000
10000
10000
10000
looppad nav advies brandweer
BEGANE GROND - 1 :500
armatuur: Philips WT120C, 1900 lm, IP65, IK08
parkeren in visgraat 10000
10000
10000
10000
Get.
10000
10000
10000
Datum
EM Naam solar parking noordzijde 13-7-2021 verlichtingsplan Klant
MORRENsolar bv IZEN renewable energy ceram 17 Werk 3772 ZW Barneveld Avonturenpark Hellendoorn www.morrensolar.nl Ordernummer Tekeningnummer 0342 - 840 509 20-979 20-979-C15-2
Form
A1 Schaal
1 :500
Rev.
E
This drawing is the property of MORREN. It is prohibited to show or copy without written authority of MORREN. All offers en agreements are subject to the General Terms and Conditions as deposited at the Dutch Chamber of Commerce or can be downloaded from our website. D:\data\Projecten\solar\20-979 - Izen - Hellendoorn\tekeningen\20-979-C15-2 - verlichtingsplan.idw
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 3
Verlichtingsspecificaties
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
46
Lighting
CoreLine Waterdicht WT120C WT120C G2 LED19S/840 PSD L600 Coreline Waterproof G2 LSC - LED Module, system flux 1900 lm - 840 neutraalwit - Voedingsunit met DALI interface CoreLine Waterdicht maakt de CoreLine-belofte van innovatieve, gebruiksvriendelijke en hoogwaardige armaturen meer dan waar. CoreLine Waterproof-producten kunnen worden gebruikt voor het vervangen van traditionele waterdichte armaturen met fluorescentielampen van 18 W tot 58 W. Door het dunne en stijlvolle ontwerp kan de armatuur zijn bekende en gewaardeerde vormgeving behouden. Het efficiënte ontwerp maakt installatie snel en eenvoudig. CoreLine Waterproof biedt een betere lichtverdeling met brede bundel voor simpele en doeltreffende verlichting. InterAct-ready armaturen met geïntegreerde draadloze communicatie, klaar voor gebruikt met Interact-gateways, -sensoren en -software, zijn ook verkrijgbaar.
Product gegevens Algemene informatie
Besturingsinterface
DALI
LED19S [ LED Module, system flux 1900
Aansluiting
Insteekconnector, 5-polig
lm]
Kabel
-
Kleur lichtbron
840 neutraalwit
IEC beschermingsklasse
Veiligheidsklasse I
Lichtbron vervangbaar
Nee
Gloeidraadtest
Temperatuur 850 °C, duur 30 s
Aantal VSA-units
1 unit
Brandbaarheidsmerkteken
Voor montage op gemakkelijk brandbare
Driver/voedingsunit/transformator
PSD [ Voedingsunit met DALI interface]
Driver meegeleverd
Ja
CE-markering
CE-markering
Optiektype
Bundelhoek 110°
ENEC-merkteken
ENEC-markering
Type lichtkap/lens
Micro-lensoptiek
Garantieperiode
5 jaar
Lichtbundelspreiding armatuur
105°
Code lampenfamilie
Datasheet, 2020, mei 15
oppervlakken
Wijziging van gegevens voorbehouden
CoreLine Waterdicht WT120C
Opmerkingen:
*-Per Lighting Europe guidance paper
Slagvastheidcode
IK08 [ 5 J, beschermd tegen vandalisme]
“Evaluating performance of LED based luminaires - January 2018”: statistically
Initiële prestaties (conform IEC)
there is no relevant difference in lumen
Initiële lichtstroom
1900 lm
maintenance between B50 and for
Lichtstroomtolerantie
+/-10%
example B10. Therefore the median
Initieel rendement LED-armatuur
119 lm/W
useful life (B50) value also represents the
Initiële gecorreleerde kleurtemperatuur
4000 K
B10 value.
Initiële kleurweergave-index
>80
Constante lichtopbrengst
No
Initiële kleurkwaliteit
(0.38,0.38)SDCM<=3
Aantal producten op MCB (16A type B)
30
Initieel ingangsvermogen
16 W
Conform EU RoHS-richtlijn
Ja
Tolerantie energieverbruik
+/-10%
Product Family Code
WT130C [ Coreline Waterproof G2 LSC]
Unified Glare Rating CEN
25
Prestaties gedurende de tijd (conform IEC) Uitvalpercentage van regel-VSA bij mediaan 5 %
Bedrijfs- en Elektrische gegevens
nuttige levensduur 50.000 uur
Ingangsspanning
220 tot 240 V
Lumenbehoud bij mediaan nuttige
Ingangsfrequentie
50 of 60 Hz
levensduur* 50.000 uur
Aanloopstroom
19,4 A
Duur aanloopstroom
0,2 ms
Toepassingsomstandigheden
Power Factor (min.)
0.9
Bereik omgevingstemperatuur
-20 tot +35 °C
Performance ambient temperature Tq
25 °C
Maximaal dimniveau
1%
Geschikt voor willekeurig schakelen
Niet van toepassing
Regelsystemen en Dimmers Dimbaar
Ja
L75
Mechanische eigenschappen en Behuizing
Productgegevens
Materiaal behuizing
Polycarbonaat
Volledige productcode
871869688306800
Reflectormateriaal
Staal
Productnaam voor bestelling
WT120C G2 LED19S/840 PSD L600
Optisch materiaal
Polycarbonaat
EAN/UPC - Product
8718696883068
Materiaal lichtkap/lens
Polycarbonaat
Bestelcode
88306800
Materiaal VSA-unit
Staal
Local Code
88306800
Bevestigingsmateriaal
Roestvast staal
Numerator - Aantal per pak
1
Afwerking lichtkap/lens
Mat
Numerator - Dozen per buitendoos
1
Lengte armatuur
665 mm
Materiaalnr. (12NC)
910505100038
Breedte armatuur
80 mm
Netto gewicht (per stuk)
0,930 kg
Hoogte armatuur
76 mm
Kleur
Grey
Afmetingen (hoogte x breedte x diepte)
76 x 80 x 665 mm (3 x 3.1 x 26.2 in)
Goedkeuring en Toepassing IP-beschermingsklasse
IP 65 [ Bescherming tegen binnendringen van stof, straalwaterdicht]
Datasheet, 2020, mei 15
2
Wijziging van gegevens voorbehouden
CoreLine Waterdicht WT120C
Maatschets
512 max
85
308 min
76
38
80
665
CoreLine Waterproof WT120C
Fotometrische gegevens WT120C G2 PSD L600 1 xLED19S/840
WT120C G2 PSD L600 1 xLED19S/840
:4x4:XTT4lm
:TT
o
=T
o
o
PT
T
o
OTT
PT L5O5R5=4:5TT o XT,+QT
yM4QM4X+4X=4:TT
S)H4ratio crosswise lengthwise
max54:5Q max54:5M
UGRcen4syHxMH(4T5+OHU +P UTEQ:,:+:Y T5X=E4R4T5TyT
150
180
o
150
o
120
o
Y4viewed4crosswise
o
90 ++
90
o
60
o
++
o
y5T
T :T
PT
OT
QT
XT
+
sm U
Utilisation4factor4table :5TT T5Ty T5X=
120
Y Y4Parallel4to4viewing4dir5
M5T
:T
g
Polarsintensitysdiagram o o
Ceiling4mounted Y4viewed4endwise
PTT4lx
Light4output4ratio Service4upward Service4downward CIE4flux4code
ReflY4T5QT4T5OT4T5+T
+O
:+5T Y
PT
1sxs1900slm
hroomY4+5M4m
+O m QOT4lx
+T
yTT scd):TTT4lmU o T,:MT
L.O.R.=s1.00
:=5T
hroomY4+5M4m ReflectancesY4T5QT(4T5OT(4T5+T Maintenance4factorY4:5T Ceiling4mounted
yT
OTT4lx
+TT PTT
UGR4diagram
nr54of4luminaires
o
400
XT
=T
Quantity4estimation4diagram
o
300
:+T
:MT
500
Polar4intensity4diagram o o
:+T
o
XT
y5T
M5T
X
:+5T
m
:=5T
Luminance4Table
Reflectances4for4ceiling(4walls4and4working4plane4sCIEU Room Index k
T5MT T5OT T5PT
T5MT T5OT T5:T
T5QT T5OT T5PT
T5QT T5OT T5+T
T5QT T5OT T5:T
T5QT T5PT T5:T
T5OT T5PT T5:T
T5OT T5:T T5:T
T5PT T5PT T5:T
T5PT T5:T T5:T
T5TT T5TT T5TT
T5=T T5MT :5TT :5+O :5OT +5TT +5OT P5TT y5TT O5TT
T5yM T5OX T5=Q T5Q= T5M+ T5X: T5XM :5T+ :5TM :5:+
T5y= T5OO T5=P T5=X T5Qy T5M+ T5M= T5MX T5XP T5X=
T5yQ T5OQ T5== T5Qy T5MT T5MX T5Xy T5XX :5Ty :5TQ
T5y= T5O= T5=P T5Q: T5Q= T5My T5MX T5XP T5XM :5TT
T5yO T5Oy T5=: T5=M T5QP T5MT T5MO T5MM T5X+ T5Xy
T5PM T5yQ T5Oy T5=: T5=Q T5QO T5MT T5My T5MM T5X:
T5PQ T5y= T5OP T5=T T5=O T5QP T5QM T5M: T5M= T5MX
T5P+ T5y: T5yM T5OO T5=T T5=X T5Qy T5QM T5MP T5M=
T5P= T5yO T5O+ T5OM T5=P T5Q: T5Q= T5QX T5MP T5M=
T5P+ T5yT T5yQ T5Oy T5OX T5=Q T5QP T5Q= T5M: T5My
T5PT T5PM T5yO T5O: T5O= T5=y T5=X T5QP T5QM T5MT
Plane Cone
T5T
yO5T
XT5T
yO5T
M:OP
XPXy
:TT=+
OT5T
=+Oy
My+O
X=OX
OO5T
yO+:
Q+T:
X:=P
=T5T
PM+:
O=MX
MOMO
=O5T
P=XP
y+Q=
QMMO
QT5T
PXXX
PyQ+
Q:Ty
QO5T
yOTO
P+:y
=:My
MT5T
y=QM
P+OO
OTQO
MO5T
y:=M
PyQ=
PQ=P
XT5T
P+PM
POTT
y+=P
o
60
o
(cd/1000slm) 30 o 0s-s180
scd)m+U
0
Ceiling4mounted LVC+:XT=PQ
IFGU1_WT120CG2PSDL6001xLED19S840
+T:X,:T,PT
o
0 o 90s-s270
o
LVC2190637
30
o
L.O.R.=s1.00 o 10s-s190
Imax =s331scd/1000slm o o Cs=s10 g = 23 2019-10-30
OFPC1_WT120CG2PSDL6001xLED19S840
© 2020 Signify Holding Alle rechten voorbehouden. Signify doet geen uitspraken over en geeft geen garanties voor de nauwkeurigheid of volledigheid van de informatie in dit document en kan op geen enkele wijze aansprakelijk worden gesteld voor handelingen die op deze informatie worden gebaseerd. De informatie in dit document is niet bedoeld als offerte en maakt geen deel uit van enige aanbieding of overeenkomst, tenzij anderszins overeengekomen met Signify.
www.lighting.philips.com
Philips en het Philips schildembleem zijn gedeponeerde handelsmerken van Koninklijke Philips N.V.
2020, mei 15 - Wijziging van gegevens voorbehouden
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 4
Maatschappelijke inpassing
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
47
Uitgangspunten maatschappelijke inpassing De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners mee kunnen praten, denken en doen. Afhankelijk van de omvang van een project en de impact op de omgeving, worden de onderstaande aspecten daarin zwaarder meegewogen. 1. Participatie omgeving: Initiatiefnemers hebben de verplichting om de omgeving te betrekken bij hun initiatief en stellen hiervoor een participatieplan op. Sunrock heeft in de beginfase van het project contact gezocht met de Dorpsraad van Hellendoorn. In het ingediende rapport ‘Energietransitie Hellendoorn Dorp, datum 22 januari 2021’ heeft de Dorpsraad plannen kenbaar gemaakt en kaders geschetst waarbinnen het project zou moest passen. De Dorpsraad heeft aangegeven dat Hellendoorn-dorp zijn steentje wil bijdragen in de energietransitie en geeft aan dat de best toepasbare methode voor duurzame opwek in hun ogen zonnepanelen is. Geen zonneweides, maar zonnepanelen efficiënt toegepast, zodat ze naast energieopwekking mogelijk ook andere doelen kunnen dienen. Zij dragen solar carports op het parkeerterrein van Avonturenpark Hellendoorn als mogelijke optie aan.
Voorwaarde moet zijn dat de opgewekte energie; - Maximaal rendement moet hebben voor het park; - De omgeving niet aangetast wordt doordat de installatie boven de bomengrens uitkomt; - De leefbaarheid niet in gedrang komt door continu monotone geluiden; - Bewoners en bedrijven uit Hellendoorn mee kunnen profiteren in het project. 2. Participatie direct betrokkenen/omwonenden: De initiatiefnemer dient met de direct omwonenden/direct betrokkenen afspraken te maken over de inpassing en invulling van het gebied rondom een project en maakt hierbij duidelijk in hoeverre omwonenden hierin mee kunnen participeren. Sunrock is met de Dorpsraad overeengekomen dat de opgewekte energie ten goede komt aan de inwoners van Hellendoorn. De opgewekte energie wordt verkocht aan een energieleverancier (bijvoorbeeld Vandebron of een lokale energiecoöperatie). De inwoners van Hellendoorn kunnen op hun beurt via deze leverancier de stroom direct van het Avonturenpark afnemen. Ook is het mogelijk om financieel te participeren d.m.v. obligaties welke door bijvoorbeeld een partij als Meewind worden verkocht. 3. Compensatie: De initiatiefnemer geeft in een compensatieplan aan hoe de omgeving baat heeft bij de ontwikkeling (hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden: aan initiatieven die meer bieden dan alleen het opwekken van energie, of initiatieven waarbij productie en afname bij elkaar worden gebracht).
Naast een bijdrage aan de duurzaamheiddoelstellingen van de regio, de verduurzaming van Avonturenpark Hellendoorn en de participatiemogelijkheden voor de omgeving, draagt dit project ook bij aan de biodiversiteit en waterhuishouding: Door wadi’s te integreren in het plan, wordt ervoor gezorgd dat hemelwater goed kan infiltreren in de bodem en verschillende plantensoorten zich kunnen vestigen in de wadi’s.
4. Communicatie: De initiatiefnemer stelt een communicatieplan op waarbij de gemeente een ondersteunende en faciliterende rol kan hebben. Sunrock is verantwoordelijk voor een goed communicatieplan, dat in overleg met de Dorpsraad wordt opgesteld. Sunrock heeft bijna wekelijks contact met de Ben Kamphuis, lid van de energietransitie werkgroep Hellendoorn Dorp, om te laten weten hoe het project verloopt en om af te stemmen of dit nog steeds in lijn is met de verwachtingen van de Dorpsraad.
Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 5
Geotechnisch bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
48
3URMHFW
3URMHFWQXPPHU 2SGUDFKWJHYHU 8ZSURMHFWQXPPHU
'DWXP 2SJHVWHOGGRRU
%LMODJHQ
5HDOLVHUHQFDUSRUW]RQQHSDQHOHQELM$YRQWXUHQSDUN+HOOHQGRRUQWH+HOOHQGRRUQ 3RHOVHPD9HOGZHUNEXUHDXGHKHHU23RHOVHPD 5RGHQPDDUW 0GH9ULHV 6LWXDWLHWHNHQLQJ 6RQGHHUJUDILHNHQ'.0WP'.0 %RRUVWDWHQ+%WP+%
3RVWDGUHV
3RVWEXV$'5RGHQ
(PDLO
LQIR#NRRSVJURQGPHFKDQLFDQO
%H]RHNDGUHV
2RVWHLQGH%/-5RGHQ
:HEVLWH
ZZZNRRSVJURQGPHFKDQLFDQO
7HOHIRRQ
.RRSVJURQGPHFKDQLFDLVSDUWQHULQGH.RRSV 5RPHLMQ*HRJURHS(HQJURHSRQDIKDQNHOLMNH ]HOIVWDQGLJHHQHUYDUHQDGYLVHXUVYRRUJURQGRQGHU]RHNJHRWHFKQLHNHQJHRK\GURORJLHGLHVLQGV VDPHQZHUNW8NXQWRQVYLQGHQLQ$PPHUVWRO*RUUHGLMN2HJVWJHHVW5RGHQ9HOS :DJHQLQJHQHQ:LMFKHQ 2SDORQ]HZHUN]DDPKHGHQ]LMQGHDOJHPHQHOHYHULQJVYRRUZDDUGHQ $/9 YDQGH 9HUHQLJLQJ2QGHUQHPHUV7HFKQLVFK%RGHPRQGHU]RHN 927% ]RDOVJHGHSRQHHUGELMGH .DPHUYDQ.RRSKDQGHO0LGGHQ1HGHUODQGWH8WUHFKWRQGHUQUHQGHUHFKWVYHUKRXGLQJ RSGUDFKWJHYHUDUFKLWHFWLQJHQLHXUVHQDGYLVHXU'15YDQWRHSDVVLQJ
SDJLQDYDQ
*HDFKWHKHHU3RHOVHPD 2SPDDUWRQWYLQJHQZLMYDQXGHRSGUDFKWYRRUKHWXLWYRHUHQYDQHHQJHRWHFKQLVFKRQGHU]RHN WHQ EHKRHYH YDQ ERYHQJHQRHPG SURMHFW ,Q GH YRUP YDQ GLW UDSSRUW GRHQ ZLM X GH UHVXOWDWHQ WRHNRPHQ
9HOGZHUN]DDPKHGHQ +HWJURQGRQGHU]RHNLVXLWJHYRHUGRSHQPDDUWHQKHHIWEHVWDDQXLWVRQGHULQJHQ ZDDUYDQGHUHVXOWDWHQ]LMQJHSUHVHQWHHUGRSGHVRQGHHUJUDILHNHQ'.0WP'.0 'HFRQXVHQZULMYLQJVZHHUVWDQGXLWJHGUXNWLQ01PLVKLHURSXLWJH]HWWHJHQGHGLHSWHLQPHWHUV WHQRS]LFKWHYDQ1$3 'HVRQGHULQJHQ]LMQXLWJHYRHUGPHWRQ]HVWDQGDDUGVRQGHHUZDJHQ 'H PHWLQJHQ ]LMQ YHUULFKW PHW HHQ JODGGH HOHNWULVFKH NOHHI PDQWHOFRQXV PHW KHOOLQJPHWHU HHQ HQDQGHUFRQIRUPQRUP1(1(1,62NODVVH
%LM GH NOHHIPDQWHOVRQGHULQJHQ '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 '.0 HQ '.0 LV QDDVW GH FRQXVZHHUVWDQG HYHQHHQV GH SODDWVHOLMNH ZULMYLQJVZHHUVWDQG JHUHJLVWUHHUG +HW RS GH EHWUHIIHQGH VRQGHHUJUDILHNHQ ZHHUJHJHYHQ ZULMYLQJVJHWDO JHHIW GH YHUKRXGLQJ ZHHU WXVVHQ GH ZULMYLQJVZHHUVWDQG HQ GH FRQXVZHHUVWDQG LQ SURFHQWHQHQLVNHQPHUNHQGYRRUGHYHUVFKLOOHQGHJURQGVRRUWHQ $OV LQGLFDWLH NXQQHQ YRRU QRUPDDO JHFRQVROLGHHUGH JURQGODJHQ RQGHU GH JURQGZDWHUVWDQG GHYROJHQGHSHUFHQWDJHVZRUGHQDDQJHKRXGHQ
:ULMYLQJVJHWDOLQ !
*URQGVRRUW =DQGJURIWRWILMQ 6LOW .OHL 9HHQ
7XVVHQ GH YHUVFKLOOHQGH JURQGVRRUWHQ NRPHQ RYHUJDQJVYRUPHQ YRRU ZDDUGRRU GH DDQJHJHYHQ JUHQ]HQQLHWDOVPDDWJHYHQG]LMQWHEHVFKRXZHQ 7HQHLQGHHHQLQ]LFKWWHNULMJHQLQGHDDUGYDQGHWRSODJHQHQGHOLJJLQJYDQGHJURQGZDWHUVWDQG]LMQ LQDDQYXOOLQJRSGHVRQGHULQJHQWLHQKDQGERULQJHQXLWJHYRHUG+HWRSJHERRUGHPDWHULDDOLVLQKHW YHOG JHFODVVLILFHHUG VDPHQJHVWHOG WRW GH KDQGERRUVWDWHQ +% WP +% HQ DOV ELMODJH DDQ GLW UDSSRUWWRHJHYRHJG 'HKRRJWHHQGHFR|UGLQDWHQYDQGHRQGHU]RHNVORFDWLHV]LMQEHSDDOGLQ1$3HQ5''HPD[LPDOH DIZLMNLQJYDQGHPHWLQJYDQGHFR|UGLQDWHQEHGUDDJWFPGHPD[LPDOHDIZLMNLQJYDQGHPHWLQJ YDQGHKRRJWHEHGUDDJWFP 7LMGHQV GH XLWYRHULQJ YDQ KHW RQGHU]RHN ]LMQ WHYHQV VWUDDWSHLOHQ LQJHPHWHQ 'H ORFDWLHV PHW EHWUHIIHQGH1$3KRRJWHV]LMQDDQJHJHYHQRSGHVLWXDWLHWHNHQLQJ
SDJLQDYDQ
'HOLJJLQJYDQGHVRQGHHUORFDWLHVLVZHHUJHJHYHQRSGHELMJDDQGHVLWXDWLHWHNHQLQJ 'H KRRJWHEHSDOLQJ YDQ GH RQGHU]RHNVORFDWLHV LV XLWJHYRHUG PHW DOV GRHO GH ERGHPRSERXZ WH UHIHUHUHQDDQHHQYDVWHUHIHUHQWLHKRRJWH'H]HJHJHYHQV]LMQQLHWJHVFKLNWYRRUDQGHUHGRHOHLQGHQ GDQGLWRQGHU]RHN 9HUWURXZHQGHXKLHUELMYDQGLHQVWWH]LMQJHZHHVWYHUEOLMYHQZLM 0HWYULHQGHOLMNHJURHW .RRSVJURQGPHFKDQLFD +DUU\:HVWHUKRI 7HOHIRRQQXPPHU (PDLOKZHVWHUKRI#NRRSVJURQGPHFKDQLFDQO
Helling. [graden]
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 40
0
2
4
c
6
8
10
12
14
16
18
20
22
24
26
28
30
M.V. : 39.21 m NAP 0.4
39
38
0.9
Conusserienummer: 001435
37
36
0.6
35
34
0.6
33
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch SUB-15
32
31
30
29
28
27
26
25
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
24
23
22
21
20
19
18
17
16
0 0.05 0.10 0.15 0.20 Wrijvingsweerstand. f s [MN/m 2=MPA]
0.25
0.30
0.35
0.40
0.45
0.50
Realiseren carport zonnepanelen bij Avonturenpark Hellendoorn Opdr. nr.
te Hellendoorn RD-coördinaten :
8
: 2021-0478
Datum uitv. : 16-3-2021 X = 226110.88
Y = 489601.98
Sond. nr.
: 1
7 6 5 4 3 2 1 0 Wrijvingsgetal. R f [%] (fs /qcx100)
Helling. [graden]
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 39
0
2
4
c
6
8
10
12
14
M.V. : 38.8
16
18
20
22
24
26
m NAP
28
30 0.3
38
37 0.9
Conusserienummer: 001435
36
35 1.6
34
33 1.7
32
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch SUB-15
31
30
29
28
27
26
25
24
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
23
22
21
20
19
18
17
16
15
Realiseren carport zonnepanelen bij Avonturenpark Hellendoorn Opdr. nr.
te Hellendoorn RD-coördinaten :
: 2021-0478
Datum uitv. : 16-3-2021 X = 226129.58
Y = 489609.79
Sond. nr.
: 2
Helling. [graden]
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 39
0
2
4
c
6
8
10
12
14
16
18
20
22
24
26
28
30
M.V. : 38.29 m NAP 0.3
38
37 0.4
Conusserienummer: 001435
36
35 0.4
34
33
32
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch SUB-15
31
30
29
28
27
26
25
24
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
23
22
21
20
19
18
17
16
15
Realiseren carport zonnepanelen bij Avonturenpark Hellendoorn Opdr. nr.
te Hellendoorn RD-coördinaten :
: 2021-0478
Datum uitv. : 16-3-2021 X = 226147.87
Y = 489617.32
Sond. nr.
: 3
Helling. [graden]
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 38
0
2
4
c
6
8
10
12
14
M.V. : 37.7
16
18
20
22
24
26
28
m NAP
30 0.3
37
36 0.3
Conusserienummer: 001435
35
34 0.5
33
32 0.7
31
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch SUB-15
30
29
28
27
26
25
24
23
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
22
21
20
19
18
17
16
15
14
0 0.05 0.10 0.15 0.20 Wrijvingsweerstand. f s [MN/m 2=MPA]
0.25
0.30
0.35
0.40
0.45
0.50
Realiseren carport zonnepanelen bij Avonturenpark Hellendoorn Opdr. nr.
te Hellendoorn RD-coördinaten :
8
: 2021-0478
Datum uitv. : 16-3-2021 X = 226166.48
Y = 489625.28
Sond. nr.
: 4
7 6 5 4 3 2 1 0 Wrijvingsgetal. R f [%] (fs /qcx100)
Helling. [graden]
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 40
0
2
4
c
6
8
10
12
14
16
18
20
22
24
26
28
30
M.V. : 39.13 m NAP 0.1
39
38
1.2
Conusserienummer: 001435
37
36
1.6
35
34
0.4
33
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch SUB-15
32
31
30
29
28
27
26
25
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
24
23
22
21
20
19
18
17
16
Realiseren carport zonnepanelen bij Avonturenpark Hellendoorn Opdr. nr.
te Hellendoorn RD-coördinaten :
: 2021-0478
Datum uitv. : 16-3-2021 X = 226118.47
Y = 489582.04
Sond. nr.
: 5
Helling. [graden]
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 39
0
2
4
c
6
8
10
12
14
16
18
20
22
24
26
28
30
M.V. : 38.73 m NAP
0.4
38
37 2.2
Conusserienummer: 001435
36
35 31.60
34
33
32
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch SUB-15
31
30
29
28
27
26
25
24
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
23
22
21
20
19
18
17
16
15
Realiseren carport zonnepanelen bij Avonturenpark Hellendoorn Opdr. nr.
te Hellendoorn RD-coördinaten :
: 2021-0478
Datum uitv. : 16-3-2021 X = 226137.24
Y = 489590.39
Sond. nr.
: 6
3.2
Helling. [graden]
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 39
0
2
4
c
6
8
10
12
14
16
18
20
22
24
26
28
30
M.V. : 38.32 m NAP 0.2
38
37 0.6
Conusserienummer: 001435
36
35 1.0
34 30.09
33 38.88
32
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch SUB-15
31
30
29
28
27
26
25
24
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
23
22
21
20
19
18
17
16
15
Realiseren carport zonnepanelen bij Avonturenpark Hellendoorn Opdr. nr.
te Hellendoorn RD-coördinaten :
: 2021-0478
Datum uitv. : 16-3-2021 X = 226155.66
Y = 489598.03
Sond. nr.
: 7
Helling. [graden]
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 38
0
2
4
c
6
8
10
12
14
16
18
20
22
24
26
28
30 0.2
M.V. : 37.88 m NAP
37
36
0.3
Conusserienummer: 001435
35
34
0.7
33
32
31
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch SUB-15
30
29
28
27
26
25
24
23
Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 3
22
21
20
19
18
17
16
15
14
Realiseren carport zonnepanelen bij Avonturenpark Hellendoorn Opdr. nr.
te Hellendoorn RD-coördinaten :
: 2021-0478
Datum uitv. : 16-3-2021 X = 226174.08
Y = 489605.41
Sond. nr.
: 8
Helling. [graden]
Conusweerstand. q [MN/m2 =MPa] 40
0
2
4
c
6
8
10
12
14
16
18
20
22
24
26
28
30
M.V. : 39.25 m NAP 0.3
39 30.47
38
1.2
Conusserienummer: 001435
37
36
35
31.23
0.8
34
33
Diepte in m t.o.v. NAP
Conustype: cylindrisch elektrisch SUB-15