CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage ruimtelijke onderbouwing Luttenbergerweg 22

Debatronde 7 september 2021, gemeente HellendoornBij agendapunt: Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen solarcarports parkeerplaats Avonturenpark Hellendoorn20.999 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn (Solar carports parkeerterrein Avonturenpark Hellendoorn)

Juli 2021

Status: definitief

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Luttenbergerweg 22, Hellendoorn

Plannaam:

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn (Solar carports parkeerterrein Avonturenpark Hellendoorn)

Plantype:

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning

Datum:

21 juli 2021

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

1

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING ......................................................................................................................................... 4 LIGGING PROJECTGEBIED .......................................................................................................................... 4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ................................................................................................................. 4 LEESWIJZER .......................................................................................................................................... 6

HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3

BELEIDSKADER .............................................................................................. 13

RIJKSBELEID ........................................................................................................................................ 13 PROVINCIAAL BELEID ............................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID ........................................................................................................................... 26

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE..................................................................... 7

HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED .............................................................................................................. 7 DE GEWENSTE SITUATIE ........................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN .......................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3

INLEIDING ...................................................................................................... 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ..................................................................... 29

BODEM ............................................................................................................................................. 29 LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 29 EXTERNE VEILIGHEID ............................................................................................................................. 30 MILIEUZONERING ................................................................................................................................ 32 ECOLOGIE .......................................................................................................................................... 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .......................................................................................................... 36 BESLUIT MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE ..................................................................................................... 37 WATER ............................................................................................................................................. 38

HOOFDSTUK 5

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................................... 41

HOOFDSTUK 6

VOOROVERLEG ............................................................................................. 42

6.1 6.2 6.3 6.4

HET RIJK ............................................................................................................................................ 42 PROVINCIE OVERIJSSEL .......................................................................................................................... 42 WATERSCHAP VECHTSTROMEN ............................................................................................................... 42 OMGEVINGSDIALOOG ........................................................................................................................... 42

HOOFDSTUK 7

CONCLUSIE .................................................................................................. 43

BIJLAGEN

.................................................................................................................. 44

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11

PARKEERPLAN ............................................................................................................................. 44 VERLICHTINGSPLAN ....................................................................................................................... 45 VERLICHTINGSSPECIFICATIES ............................................................................................................ 46 MAATSCHAPPELIJKE INPASSING ........................................................................................................ 47 GEOTECHNISCH BODEMONDERZOEK .................................................................................................. 48 CONSTRUCTIEBEREKENING .............................................................................................................. 49 INTEGRAAL VEILIGHEIDSONDERZOEK .................................................................................................. 50 AERIUS BEREKENING ...................................................................................................................... 51 QUICKSCAN NATUURWAARDEN ........................................................................................................ 52 WATERTOETS ..............................................................................................................................

53 HEMELWATERINFILTRATIE ............................................................................................................... 54

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan de Luttenbergerweg 22, in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn, ligt het Avonturenpark Hellendoorn. Aan de westzijde van het Avonturenpark is ter hoogte van de bosrand het bijbehorende parkeerterrein gesitueerd. Het parkeerterrein vormt een nagenoeg open terrein met bomenstroken en omvat een oppervlakte van circa 3.5 hectare. Sunrock GWS B.V. (hierna: initiatiefnemer) is voornemens om ter plaatse van het parkeerterrein een zonnepark te realiseren. Het zonnepark zal op (onder)constructies worden gebouwd, zodat bezoekers hun voertuig onder zogenoemde Solar carports kunnen parkeren. Hierbij blijft de huidige omvang van het parkeerterrein en het aantal parkeermogelijkheden volledig gehandhaafd. De voorgenomen ontwikkeling; het realiseren van een zonnepark waarbij de zonnepanelen op constructies worden gebouwd (Solar carports) is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het geldend bestemminsplan ‘Buitengebied’. Bij voorliggend initiatief kan van het geldende bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend door middel van een omgevingsvergunning conform artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

In afbeelding 1.1 is met respectievelijk een rode ster en een rode omlijning de ligging van het projectgebied in het buitengebied van Hellendoorn en ten opzichte van de directe omgeving indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied in Hellendoorn en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK, bewerkt)

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Dit bestemmingsplan is op 15 juni 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Hellendoorn vastgesteld. Hierna wordt dan ook kort op dit bestemmingsplan ingegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan. Hierin is het projectgebied indicatief met een rode omlijning omgeven.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt)

Beschrijving bestemming

Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Verkeer – Wegverkeer’ en ‘Natuur’. Daarnaast is voor de enkelbestemming ‘Verkeer – Wegverkeer’ de lettertekenaanduiding ‘Specifieke vorm van verkeer – categorie 2’ opgenomen. Hierna wordt op de geldende bestemmingen en aanduiding ingegaan.

‘Verkeer – Wegverkeer’ De voor ‘Verkeer – Wegverkeer’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor verkeersvoorzieningen, waarbij ter plaatse van de aanduiding ‘Specifieke vorm van verkeer – categorie 2’ verkeersvoorzieningen als lokale stroomwegen, met bijbehorende fiets- en voetpaden, bermen en bermsloten zijn toegestaan. Bouwregels Op gronden bestemd voor ‘Verkeer – Wegverkeer’ mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken, zoals viaducten, verkeerstekens, lichtmasten, portalen, afrasteringen en nutsbebouwing, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen. Voor het bouwen van bouwwerken geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken niet meer mag bedragen dan 12 meter naast dat op en in gronden die grenzen aan de gronden aangeduid als ‘Verkeer- Wegverkeer’, binnen bepaalde afstanden, loodrecht gemeten uit de as van de weg, uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd. In voorliggend geval gaat het om een afstand van 20 meter.

‘Natuur’ De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor; a) bosbouw; b) instandhouding en ontwikkeling van bos ten behoeve van aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing natuurwaarden, zoals geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarden; c) instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden met heide en met natte en droge natuur; d) instandhouding en ontwikkeling van aldaar voorkomende watergangen, sloten, meanders en andere waterpartijen; e) behoud van de aanwezige zandwegen en f) bij een en ander behorende parkeer- en andere voorzieningen. Bouwregels Op en in gronden als bedoeld voor ‘Natuur’ mogen uitsluitend worden gebouwd; andere bouwwerken, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen. 1.3.3

Strijdigheid

Voorliggend initiatief is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. Dit aangezien op gronden bestemd voor ‘Verkeer – Wegverkeer’ en ‘Natuur’ geen grootschalige (onder)constructies ten behoeve van zonnepanelen zijn toegestaan. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend aan het voornemen middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige- en gewenste situatie van het projectgebied gegeven. In hoofdstuk 3 wordt op het beleidskader ingegaan. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en van de gemeente Hellendoorn beknopt beschreven. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieuaspecten kort de revue. In hoofdstuk 5 wordt de economische uitvoerbaarheid uitgelicht waarbij vervolgens in hoofdstuk 6 het vooroverleg wordt beschreven. In hoofdstuk 7 is de conclusie opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE

Huidige situatie projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Luttenbergerweg nr. 22, in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Hierna wordt op de functionele ruimtelijke situatie ingegaan. Ten noorden van het projectgebied ligt een bosperceel. Ten oosten van het projectgebied ligt een bosstrook van enkele meters breed met de ontsluitingen op de zijweg van de Luttenbergerweg. In het verlengde hiervan ligt de ingang van het Avonturenpark Hellendoorn. Ten zuiden van het projectgebied ligt eveneens een bosperceel met in het verlengde de Luttenbergerweg. Tot slot liggen ten westen van het projectgebied meerdere bospercelen. Het projectgebied zelf bestaat in de huidige situatie uit een parkeerterrein ingedeeld met geasfalteerde wegen en grasstroken. De geasfalteerde wegen dienen als toegangsweg om de voertuigen op het gras te kunnen parkeren. Daarnaast zijn binnen het projectgebied circa 230 bomen (Esdoorns) van enkele meters hoog aanwezig. De ontsluitingen van het projectgebied met de Luttenbergerweg bevinden zich aan de oostzijde van het projectgebied. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven. Het projectgebied is met een rode omlijning omgeven, de ontsluitingen op de zijweg van de Luttenbergerweg met 3 blauwe sterren. Hierbij is tevens de voetgangersontsluiting (middelste ster) meegenomen. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn twee straatbeelden van de huidige situatie weergegeven.

Afbeelding 2.2 ter plaatse van het projectgebied en afbeelding 2.3 van de in-/uitrit naar het projectgebied.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto projectgebied (Bron: PDOK, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2

Uitsnede straatbeeld parkeerterrein (Bron: Google Streetview, september 2009)

Afbeelding 2.3

Uitsnede straatbeeld in-/uitrit parkeerterrein (Bron: Google Streetview, september 2009)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

2.2

De gewenste situatie

Zoals in de aanleiding is benoemd, is initiatiefnemer voornemens om ter plaatse van het parkeerterrein behorende bij het Avonturenpark Hellendoorn Solar carports te realiseren. Hierbij worden de zonnepanelen op onderconstructies gebouwd zodat de bestaande parkeermogelijkheden ter plaatse behouden blijven. Het gaat bij voorliggend initiatief om zonnepanelen met een jaarproductie van circa 5 Megawatt. Hierbij dient de energieopwekking zowel voor het Avonturenpark Hellendoorn als dat bewoners en bedrijven van deze duurzame energieopwekking gebruik kunnen maken. Het zonnepark zal bestaan uit zeven secties (compartimenten) waarbij de zonnepanelen op Y-vormige constructies worden gebouwd. Hierbij bedraagt de minimale hoogte circa 2.30 meter en de maximale hoogte circa 6.30 meter. Daarnaast wordt tussen de secties open ruimtes (circa 40 centimeter) aangehouden naast dat de doorrijdhoogte ruim 4 meter bedraagt. Tevens wordt aan de noordoostzijde van het parkeerterrein een open ruimte vrijgehouden waar touringcars kunnen parkeren. Het betreft een parkeerterrein met een breedte van circa 80 meter en een lengte van circa 60 meter. Wat betreft het landschap worden de circa 230 esdoorns binnen het projectgebied gekapt voor de realisatie van de constructies.

Landschap Overijssel neemt de compensatieopgave van deze groencompensatie op zich en draagt in dat kader zorg voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van 0,5 hectare houtopstanden elders. Verder zullen ter plaatse van het projectgebied infiltratie- en waterbergingsmogelijkheden gerealiseerd. Hierbij wordt verwezen naar hoofdstuk 4.8 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Verder worden tussen de pilaren van de onderconstructies in de lengterichting van de carports infiltratiegreppels aangelegd voor een optimale infiltratie van regenwater. In afbeelding 2.4 is een bovenaanzicht van de gewenste situatie opgenomen. Hierin zijn zowel de zeven secties als de open ruimte voor de touringcars zichtbaar. In afbeelding 2.5 is de maatvoering van de Y-vormige constructie opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.4

Bovenaanzicht gewenste situatie (Bron: Morren Solar)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.5

Doorsnede constructie (Bron: Morren Solar)

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke Nota Parkeernormen (vastgesteld d.d. 11 december 2012). De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Hellendoorn. 1. 2.

2.3.2

De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, woningbouwverenigingen, makelaars, enzovoort. De nota is van toepassing op toekomstige ruimtelijke plannen en bouw- en verbouwprojecten in de gemeente Hellendoorn en niet voor bestaande parkeersituaties. Uitwerking

Binnen de begrenzing van het projectgebied worden zonnepanelen op constructies toegevoegd. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed wat betreft de parkeerbehoefte aangezien de voertuigen onder de op constructies gebouwde zonnepanelen komen te staan. Tevens leidt het voornemen tot geen verandering wat betreft de bestaande verkeersgeneratie. Echter dient wel opgemerkt te worden dat door het voornemen, de indeling van het parkeerterrein wordt aangepast. Hierbij wordt de parkeergelegenheid voor o.a. touringcars, wat zich nu midden op het parkeerterrein plaatsvindt, naar de noordoostzijde verschoven. Dit om de efficiëntie voor de zonnepanelenopbrengst te kunnen maximaliseren.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing Voor de voorgenomen ontwikkeling is een parkeerplan opgesteld. In dit parkeerplan, zichtbaar in bijlage 1, is de gehele maatvoering van het parkeerterrein, de maatvoering van de constructies, de maatvoering van de parkeervakken, de éénrichtingswegen als de schuinparkeervakken opgenomen. In afbeelding 2.6 is een uitsnede uit het parkeerplan zichtbaar.

Afbeelding 2.6

Uitsnede parkeerplan (Bron: Morren Solar)

Omliggende wegen (met name de Luttenbergerweg) zijn van voldoende omvang om het aantal verkeersbewegingen verkeersveilig te kunnen geleiden. 2.3.3

Conclusie

Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen vanuit het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar is.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

3.1.1.3 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het voornemen betreft een ontwikkeling waarbij wordt ingespeeld om ruimte te creëren voor de energietransitie. Het streven is om Nederland in 2050 klimaatbestendig te hebben waarbij de energieconsumptie is aangepast aan de klimaatverandering. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een zonnepark met een geschatte jaarproductie van circa 5 Megawatt. Hierbij wordt ingespeeld op één van de prioriteiten die in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn opgenomen. Daarnaast wordt een extra functie; een zonnepark, op een bestaand parkeerterrein gelegd. Hierbij wordt zorgvuldig omgegaan met de locatie en een efficiënte functiecombinatie gerealiseerd. Geconstateerd wordt dat deze locatie geschikt is voor het realiseren van een zonnepark, mede doordat de huidige functie onverstoord kan worden voortgezet. In hoofdstuk 4 wordt nader op de uitgevoerde onderzoeken ter plaatse van de beoogde locatie ingegaan. Bij het realiseren van het zonnepark wordt de identiteit van het buitengebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.1.4 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk.

Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

3.1.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de voorloper van NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan uitgangspunten in het Rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Bij het realiseren van een zonnepark is onder meer de uitspraak ABRvS 23 januari 2019; ECLI:NL:RVS:2019:178 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van een zonnepark niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder 1, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. 3.1.3 Conclusie toetsing aan het Rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met de Rijksdoelen en regionale opgaven opgenomen in het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in een tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. De beleidsambities worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden - duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit - waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Voor onderliggend initiatief wordt op de belangrijkste rode draden en kwaliteitsambities in gegaan. Duurzaamheid Eén van de vier kwaliteitsambities die de koers bepalen van provinciale sturing op duurzaamheid is een duurzame energiehuishouding. De provincie ambieert in Overijssel een duurzame energiehuishouding: hernieuwbare energie voor iedereen beschikbaar en betaalbaar. Ingezet wordt op het vergroten van het aandeel energie uit bronnen als zon, wind, biomassa en ondergrond. In 2023 moet 20% van de energiebehoefte uit hernieuwbare bronnen bestaan, de ambitie voor 2030 ligt op 30%.

Dit wordt bereikt door ondernemers, bewoners en organisaties te stimuleren te investeren in het efficiënter gebruik van energie, de opwekking van hernieuwbare energie en het aanpassen van de energie-infrastructuur. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waaraan de provincie hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes; Waar – ontwikkelingsperspectieven; Hoe – gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 3.2.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 3.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing 3.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 3.1

3.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan het uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien voorliggend initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Of – generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.8.2 (Realisatie zelfstandige opstelling zonnevelden) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (Artikel 2.1.3) lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing • •

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

lid 2: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: • •

dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijsel Binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Hellendoorn zijn nagenoeg geen aaneengesloten gebieden van circa 4 hectare beschikbaar. Daarnaast voldoen alternatieve locaties niet aan verschillende locatiecriteria die gelden voor de realisatie van zonneparken zoals: voldoende omvang, eenvoudige aansluiting op het energienet en geen schaduwwerking. Om binnen het stedelijk gebied voldoende zonne-energie op te wekken vallen namelijk veel gronden, maar ook daken af. In veel gevallen zijn daken ongeschikt, te klein of is de economische levensduur van vastgoed niet voldoende om zonne-energie-installaties te plaatsen. Daarnaast is bij de voorgenomen ontwikkeling vanuit het Avonturenpark Hellendoorn een specifieke vraag om ter plaatse van het parkeerterrein zonnepanelen te plaatsen. Dit om de eigen energievoorziening duurzamer te maken. Door het realiseren van een zonnepark op een bestaande functie (parkeren) wordt er tevens ingespeeld op meervoudig ruimte gebruik. Hierbij kan de huidige functie in nagenoeg dezelfde omvang worden voortgezet naast dat de nieuwe functie extra mogelijkheden verwezenlijkt in de vorm van duurzame energie. Geconcludeerd wordt dat het realiseren van een zonnepark op de beoogde locatie in overeenstemming is met het gestelde in artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening.

Ruimtelijke kwaliteit (Artikel 2.1.5; leden 1, 2, 3 en 5) lid 1: In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. lid 2: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. lid 3: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. lid 5: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 (leden 1, 2, 3 en 5) van de Omgevingsverordening Overijssel De ruimtelijke kwaliteit van de locatie wordt versterkt door een landschappelijke inpassing zowel aan de randen van het parkeerterrein als ter hoogte van de stellages. Hierbij worden waterbergingsmaatregelingen getroffen zodat het regenwater eenvoudig het projectgebied kan verlaten. Daarnaast is bij het ontwerp van het zonnepark rekening gehouden met de zichtlijnen en de openheid met betrekking tot de stellages. Verder zal landschap Overijssel zorg dragen voor de bestaande bomen op het parkeerterrein. Dit door de bomen op een locatie elders te plaatsen.

Realisatie zelfstandige opstelling zonnepanelen (Artikel 2.1.8.2) lid 1: In de Groene Omgeving mogen zelfstandige opstellingen van zonnepanelen uitsluitend worden toegestaan als tijdelijk (mede)gebruik van de gronden. lid 2: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de opstelling van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen in de Groene Omgeving als de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond én is aangetoond dat het verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. lid 3: De maatschappelijke meerwaarde als bedoeld in lid 2 dient te worden onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. b. c. d.

de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik; maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en/of te compenseren; de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied; de bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen.

lid 4: In aanvulling op het gestelde onder 2 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.8.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Het projectgebied is in de toekomstige situatie ook nog te gebruiken voor parkeergelegenheden, aangezien enkel het toestaan van zonnepanelen op stellages wordt toegevoegd. Op de wenselijkheid van het plan is in hoofdstuk 2.2 uitvoerig ingegaan. Het plan kent daarnaast een grote maatschappelijke meerwaarde. De locatie kent zelf geen ecologische en/of landschappelijke waarden die (onevenredig) geschaad kunnen worden. Daarnaast zal door de landschappelijke inpassing, waarbij waterbergingsmaatregelingen worden getroffen het waterbeheer ter plaatse verbeteren. Daarnaast wordt het ontwerp passend in de omgeving worden geacht waardoor de impact beperkt is en zullen de zonnepanelen in overeenstemming met de bestaande karakteristieken worden gebouwd.

Hiermee wordt voldaan aan artikel 2.1.8.2 van de Omgevingsverordening. Waar – ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de groene ruimte gaat het - kort door de bocht - om het behoud en de versterking van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: • • •

de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap; wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap.

Afbeelding 3.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Schaalvergroting in de landbouw en opwekking van hernieuwbare energie krijgen ruimte in het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap, onder de voorwaarde van zorgvuldige inpassing in het kleinschalige landschap. Ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Met name de verschuiving van eenzijdige volumeproductie en kostprijsreductie naar specialisatie en omgevingsgericht ondernemen in de landbouw is hier kansrijk voor het behouden van een sterke concurrentiepositie. Waardevermeerdering ontstaat door het benutten van de specifieke gebiedskwaliteiten, en van het maatschappelijk draagvlak voor kwaliteitsproductie en -producten. Ook verbreding van economische activiteiten op het erf, bijvoorbeeld met zorg, recreatie of landwinkels, krijgt de

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing ruimte. Door directe verkoop bij de boer ontstaan korte ketens en meer waardering voor het agrarisch product. Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Het voornemen, waarbij ter plaatse van een bestaand parkeerterrein een zonnepark op stellages wordt gerealiseerd, past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. Het plan voorziet in de opwekking van hernieuwbare energie, te weten zonne-energie en draagt daarmee bij aan de verduurzaming. In hoofdstuk 4 wordt aangetoond dat het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven niet wordt belemmerd. Daarnaast worden deze gronden, mede wegens de bodemkwaliteit ook passend voor het realiseren van een zonnepark op stellages geacht. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag’ wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor het projectgebied geen specifieke eigenschapen vanuit deze laag gelden.

Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken en lagen ter plaatse van het projectgebied.

1.

De “Natuurlijke laag”

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Het projectgebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Stuwwallen’. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van deze laag weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.3

Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Stuwwallen De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiaire (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Richting Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken Toetsing aan de 'Natuurlijke laag' De voorgenomen ontwikkeling tast de, al dan niet aanwezige, hoogteverschillen en het watersysteem in het projectgebied niet onevenredig aan.

Dit mede vanwege het feit dat binnen het projectgebied reeds een parkeerterrein aanwezig is. Het plaatsen van zonnepanelen op constructies heeft nagenoeg geen invloed op de opgestuwde aardlagen. Daarnaast zorgt het aanbrengen van infiltratie- en waterbergingsmogelijkheden dat het regenwater geleidelijk naar omliggende gronden kan stromen, naast binnen het projectgebied kan infiltreren. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing 2.

De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”

De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als ‘consumptielandschap’ voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. Veel mensen hechten aan de rust, de ruimte, de mogelijkheden om te fietsen, wandelen, et cetera. En aan de kwaliteit: vooral de herkenbaarheid, de contrasten en de afwisseling van verschillende landschapstypen worden gewaardeerd. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. In afbeelding 3.4 is een uitsnede van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ opgenomen.

Afbeelding 3.4

Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Jong heide- en broekontginningslandschap De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Daarnaast zijn vanaf 1750 vanuit de landgoederen en buitens ook veel van de voormalige heidegronden voor de jacht en houtproductie bebost. Dit heeft geresulteerd in grote en

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing kleinere landbouw ontginningslandschappen en in landschappen van grote boscomplexen en (nooit ontgonnen) heidevelden, zoals op de Sallandse Heuvelrug. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’ landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer terug te vinden is. Richting Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In voorliggend geval worden op gronden die in gebruik zijn als parkeerterrein een overkapping middels zonnepanelen gerealiseerd. Hierbij is het agrarisch ontginningslandschap in het verleden reeds verstoord waardoor weinig van de oorspronkelijke gronden nog zichtbaar zijn.

Daarnaast heeft de ontwikkeling enkel betrekking op de gronden die in het verleden al ontgonnen zijn. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voornemen geen afbreuk doet aan de kenmerken van het agrarische cultuurlandschap.

3.

De “Laag van de beleving’’

In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het ‘belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen.

Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe ‘erfgoed’ van de provincie. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van de beleving’ aangeduid met ‘Donkerte’. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

24

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.5

Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Donkerte Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Richting In de donkere gebieden alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van kunstlicht. Veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van beleving” Voorliggend initiatief gaat uit van het realiseren van een zonnepark waarbij de zonnepanelen op constructies worden gebouwd. In verband met de overkappende vorm van deze carports, worden aan de onderzijde lichtkolommen aangebracht zodat ook gedurende avonden en ’s winters goed oriënteren en verkeersveilig is. Dit vindt voornamelijk plaats op gronden die op basis van de gebiedskenmerkenkaart buiten de ‘Laag van beleving’ vallen.

Voor de voorgenomen ontwikkeling is een lichtplan opgesteld waarbij de te plaatsen lichtkolommen en specificaties zijn uitgewerkt. In bijlage 2 is het verlichtingsplan bijgevoegd en in bijlage 3 de bijbehorende verlichtingsspecificaties. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Laag van de beleving’ en middels de voorgenomen maatregelingen toepasbaar wordt gemaakt. 3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing

3.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling zijn de hieronder genoemde beleidsstukken van belang. 3.3.1

‘Beleidskader zon- & windenergie’

3.3.1.1 Algemeen De gemeente Hellendoorn wil op een gebiedsgerichte en zorgvuldige manier stimuleren dat een deel van de energievraag door zonnevelden en windturbines wordt opgewekt, zodat de doelen in de Energievisie kunnen worden behaald. Zorgvuldig betekent ook dat het niet overal kan, daarom stelt de gemeente kaders aan de inpassing van zonnevelden en windturbines in de omgeving. Het nastreven van de doelen kan de gemeente daarnaast niet alleen. Daarom zal de gemeente met een positieve en actieve grondhouding duurzame initiatieven vanuit de samenleving ondersteunen, waaronder duurzame energieopwekking op kansrijke locaties. 3.3.1.2 Uitgangspunten beleid • • • • •

Dit beleidskader heeft een geldigheid tot en met 2022. Door in die periode goed te monitoren en te leren van de resultaten, kan het aantal zonnevelden en windturbines in de gemeente Hellendoorn beheerst verder groeien. Windturbines en zonneparken hebben een beperkte levensduur. De gemeente geeft daarom voor windturbines en zonneparken een tijdelijke bestemmingsfunctie af tot maximaal 25 jaar. De gemeente hanteert de provinciale ‘Handreiking Kwaliteitsimpuls zonnevelden’, de ‘Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land’, de ‘Gedragscode Windenergie op Land’ en de ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’. Op voorhand worden geen taakstellingen geformuleerd op aantal hectare zonnepanelen of windturbines. Tevens wijst de gemeente op dit moment ook geen concrete locaties aan. Is er een initiatief voor een windmolen op een bedrijventerrein, dan moet er een totaalplan komen voor de (aan te kopen of te pachten) grond voor de windmolen én voor de grond waarop risicocirkels liggen. Dit totaalplan wordt opgesteld in gezamenlijke verantwoordelijkheid door de initiatiefnemer, de grondeigenaar en de gemeente.

3.3.1.3 Uitgangspunten maatschappelijke inpassing De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners mee kunnen praten, denken en doen. Afhankelijk van de omvang van een project en de impact op de omgeving, worden de onderstaande aspecten daarin zwaarder meegewogen. • •

• •

Participatie omgeving: Initiatiefnemers hebben de verplichting om de omgeving te betrekken bij hun initiatief en stellen hiervoor een participatieplan op. Participatie direct betrokkenen/omwonenden: De initiatiefnemer dient met de direct omwonenden/direct betrokkenen afspraken te maken over de inpassing en invulling van het gebied rondom een project en maakt hierbij duidelijk in hoeverre omwonenden hierin mee kunnen participeren. Compensatie: De initiatiefnemer geeft in een compensatieplan aan hoe de omgeving baat heeft bij de ontwikkeling (hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden: aan initiatieven die meer bieden dan alleen het opwekken van energie, of initiatieven waarbij productie en afname bij elkaar worden gebracht). Communicatie: De initiatiefnemer stelt een communicatieplan op waarbij de gemeente een ondersteunende en faciliterende rol kan hebben.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

Luttenbergerweg 22, Hellendoorn Ruimtelijke onderbouwing 3.3.1.4 Uitgangspunten ruimtelijke en landschappelijk inpassing • • •

De gemeente kiest voor kwaliteit op locaties waar een project wordt gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de toekomstige uitstraling van het gebied. Landschappelijke inpassing betekent niet dat het project niet zichtbaar mag zijn. De gemeente streeft zoveel mogelijk naar meervoudig grondgebruik en behoud en ontwikkeling van de Biodiversiteit. De handreiking ‘Kwaliteitsimpuls zonnevelden’ bevat inspirerende voorbeelden van zonnevelden met ruimtelijke kwaliteit, die duurzaam zijn in combinatie met sociale kwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14993819/1