CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Motivering ruimtelijke onderbouwing bij BOPA

Gemeenteraad 4 maart 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Advies gemeenteraad opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal15.327 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aanbevolen wordt verkennend bodem-, asbest- en/of waterbodemonderzoek uit te voeren voor bovengenoemde verdachte locaties en/of verkennend milieukundig onderzoek.

Figuur 4.2: resultaat historisch bodemonderzoek verkennend bodemonderzoek Er is een verkennend bodemonderzoek opgestart naar aanleiding van bovenstaande conclusies dat er sprake is van een verontreinigd gebied. Deze verontreiniging staat de verplaatsing van de masten niet in de weg omdat er in de nieuwe situatie geen sprake is van functies die gevoelig zijn voor deze bodemverontreiniging. Wanneer blijkt uit het aanvullende onderzoek dat er daadwerkelijk een sanering nodig is zal de grond gesaneerd worden door TenneT. Hiervoor is ook voldoende budget beschikbaar binnen het project als geheel want ook op andere plekken langs het gehele tracé wordt rekening gehouden met sanering. Tenslotte zal er ook een melding gedaan worden vanuit de bodem wet- en regelgeving zodat er bij de daadwerkelijke werkzaamheden tijdens de bouw van de masten sprake is van een veilig werkklimaat.

blad 26 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4.3.2

Conclusie Met deze hierboven beschreven borging en maatregelen is deze BOPA uitvoerbaar en staat het aspect bodem de uitvoerbaarheid niet in de weg.

4.4

Ecologie In projecten is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Er dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. Onderzocht is er sprake is van Natura 2000-activiteiten die nadelig kan zijn voor en Natura 2000-gebied en Flora- en fauna-activiteiten en in hoeverre er regels gelden voor het vellen van houtopstanden en herbeplanten. Het uitgevoerde onderzoek dateert van voor 1-1-2024, waardoor de oude termen vanuit de Wet natuurbescherming nog zijn gehanteerd. Inhoudelijk is het onderzoek onverkort bruikbaar.

4.4.1

Quickscan versterking hoogspanningsmasten Het voornemen is uitvoerbaar indien duidelijk is dat het niet in strijd is met de Omgevingswet (voorheen: Wet natuurbescherming, Wnb) en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (provinciale instructies). Om deze reden is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de eventuele effecten hierop. In het kader van de verplaatsing van de masten is daarom door JM ecologie een ecologische quickscan uitgevoerd (zie bijlage 5). In het rapport ‘Versterking hoogspanningsmasten Harculo-Raalte en Raalte Nijverdal, d.d. 28-11-2024’ zijn hiervan de resultaten beschreven. In dit rapport is voor het gehele tracé onderzocht welke gebieden en soorten mogelijk nadelig beïnvloed worden door deze werkzaamheden. Beschermde gebieden Uit het onderzoek/de QuickScan is gebleken dat diverse soorten mogelijk negatief beïnvloed kunnen worden door de voorgenomen ingreep. Tevens is gebleken dat Natura 2000 gebieden, NNN gebieden, Bijzonder provinciaal natuurgebied of landschap en beschermde houtopstanden negatief beïnvloed kunnen worden door de voorgenomen ingreep. Voor het Natura 2000 gebied de ‘Sallandse Heuvelrug’ dient vanuit de stikstof wet- en regelgeving een voortoets opgesteld te worden, zoals beschreven in paragraaf 7.3.1 van de natuurtoets.

Ook dient in het kader van de soortbescherming aanvullend onderzoek gedaan te worden. Voor NNN gebieden en Bijzonder provinciaal natuurgebied of landschap dient in overleg getreden te worden met bevoegd gezag, zoals beschreven in paragrafen 7.3.2 en 7.3.3 van de natuurtoets. Voor beschermde houtopstanden dient voorafgaand voor afgaand aan de kap een kapmelding te worden gedaan bij het bevoegd gezag. Tevens geldt een herplantplicht. Dit is beschreven in paragraaf 7.3.4 van de natuurtoets. Beschermde soorten Uit het onderzoek is gebleken dat diverse soorten mogelijk negatief beïnvloed kunnen worden door de voorgenomen ingreep. In tabel 4.1 op de volgende bladzijde is inzicht gegeven in de soorten die langs het gehele tracé Raalte Nijverdal kunnen voorkomen. Voor de soort- en gebiedsbescherming zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd is een activiteitenplan opgesteld en is bij de provincie Overijssel een omgevingsvergunning aangevraagd (FF-activiteit). De provincie beoordeeld op dit moment deze vergunningsaanvraag (kenmerk: Z2024-00007600) of deze ook daadwerkelijk vergund kan worden.

blad 27 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Tabel 4.1: Overzicht van aanbevelingen voor soortbescherming t.o.v. de werkzaamheden en de Omgevingswet voor het tracé Raalte - Nijverdal.

In dit specifieke gebied waar de BOPA betrekking op heeft is sprake van geschikt biotoop voor amfibieën en de zandhagedis. Er worden daarom vooraf, tijdens en na afloop maatregelen getroffen om de impact zo klein mogelijk te houden. Rondom het gehele werkterrein worden amfibieschermen geplaatst en zullen de amfibieën afgevangen worden en verplaatst (zie figuur 4.2). Dit zal in ieder geval gedurende de periode maart tot eind mei plaatsvinden. Vervolgens worden de bouwwerkzaamheden voor de nieuwe masten uitgevoerd tussen december 2025 en maart 2026. Daarna vindt natuurherstel plaats op basis van een door het bevoegd gezag geaccordeerd natuurherstelplan. Daarmee worden de tijdelijke negatieve gevolgen voor beschermde soorten in het gebied zo klein mogelijk gehouden.

Figuur 4.2: afscherming werkterreinen met amfibieschermen (felgroene lijn).

blad 28 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4.4.2

Onderzoek naar de Korhoen Omdat de nieuwe masten die deze BOPA mogelijk maakt hoger zijn dan de bestaande is er nader onderzoek gedaan naar de korhoen die in het gebied voorkomt. In het onderzoek ‘Gevoeligheid van korhoen voor aanvaringen, d.d. 28-11- 2024’ zijn hiervan de resultaten beschreven. Uit het onderzoek, dat opgenomen is als bijlage 6a bij deze motivering, blijkt dat er geen gegevens beschikbaar zijn van sterfte onder korhoen bij de huidige verbinding. Het is daarom ook niet mogelijk om de verwachte effectiviteit van te nemen maatregelen in de voorgenomen verbinding op de huidige populatie exact te bepalen. Wel constateert de onderzoeker dat het nemen van mitigerende maatregelen, c.q. het aanbrengen van varkenskrullen in de bliksemdraad, leidt tot een kleiner aantal slachtoffers onder vogels (waaronder het korhoen) dan als deze in het geheel niet zouden worden aangebracht. Deze maatregelen zal TenneT ook nemen zodat de situatie voor de korhoender zal verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Hiervoor is een richtlijn opgesteld die als bijlage 6b aan deze motivering is toegevoegd.

4.4.3

Voortoets Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug Om mogelijke effecten op de staat van instandhouding van de aangewezen soorten en de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug in kaart te brengen en zo nodig vervolgmaatregelen te formuleren, heeft de opdrachtgever JM ecologie b.v. gevraagd een voortoets uit te voeren. In het rapport ‘Voortoets Sallandse Heuvelrug, Raalte-Nijverdal; Ecologische beoordeling in het kader van de Omgevingswet, d.d. 18-11-2024’ zijn hiervan de resultaten beschreven. Dit rapport is als bijlage 7 toegevoegd aan deze motivering. Uit de Voortoets is gebleken dat er een AERIUS berekening uitgevoerd dient te worden, om effecten door stikstofdepositie te onderzoeken. Deze AERIUS berekening is reeds uitgevoerd (de Jong, 2024) en staat in paragraaf 4.5 beschreven. Daarnaast is er een onderzoek uitgevoerd naar de gevoeligheid van korhoen voor aanvaringen (Van Leeuwen 2024) deze staat beschreven in paragraaf 4.4.2. Voor de overige relevante storingsfactoren worden negatieve significante effecten op de staat van instandhouding van de aangewezen soorten en de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug uitgesloten.

4.4.4

Conclusie Vanuit het onderdeel soortenbescherming is een omgevingsvergunning flora en fauna activiteit nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Hiervoor is inmiddels een omgevingsvergunning (kenmerk: Z202400007600) inclusief activiteitenplan aangevraagd bij de provincie Overijssel. Alleen als deze omgevingsvergunning verleend wordt kunnen de activiteiten gerealiseerd worden. Vanwege het grote openbare belang van deze activiteiten wordt er vanuit gegaan dat deze omgevingsvergunning verleend kan worden en het onderdeel soortenbescherming de uitvoerbaarheid van deze BOPA niet in de weg staat.

4.5

Stikstofdepositie Om te bepalen of de activiteiten die mogelijk gemaakt worden uitvoerbaar zijn vanuit de wet- en regelgeving ten aanzien van stikstofdepositie zijn een aantal stappen gezet. Gestart is met een berekening om te bepalen of er sprake is van depositie. Vervolgens is een voortoets opgesteld. In deze paragraaf worden de resultaten hiervan beschreven. Beide zijn gecombineerd ook opgenomen als rapportage in bijlage 8 van deze motivering.

4.5.1

Stikstofberekening Voor de activiteiten die met deze BOPA mogelijk gemaakt worden is een onderzoek gedaan naar stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Hierbij zijn voor het gehele tracé een aantal Natura 2000-gebieden relevant. De realisatiefase leidt tot een stikstofbijdrage op de Natura 2000-gebieden Borkeld, Rijntakken, Sallandse Heuvelrug en Wierdense Veld.

blad 29 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.3: Resultaten stikstofdepositieberekening Sallandse Heuvelrug. (bron: AERIUS-Calculator) Conform het advies is een AERIUS-berekening (kenmerk: RqmtAJdAWxJf,d.d. 30 oktober 2024) uitgevoerd, zie bijlage 8. Uit de berekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator (versie 2024) blijkt dat er tijdens realisatie sprake is van depositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De tijdelijke depositie betreft een kleine en tijdelijke projectbijdrage van maximaal 0,04 mol/ha/jr, gedurende één jaar op stikstofgevoelige habitattypen waarvan de kritische depositiewaarde (naderend) wordt overschreden. Uit deze AERIUS-berekening komt naar voren dat er sprake is van een tijdelijke toename in stikstofdepositie op een aantal habitattypen van de Natura 2000-gebieden Borkeld, Rijntakken, Sallandse Heuvelrug en Wierdense Veld door het voornemen. Een aantal van de habitattypen in dit Natura 2000-gebied zijn wat betreft stikstofdepositie ‘overbelast’, omdat de Kritische Depositie Waarde (KDW) op dit moment wordt overschreden als gevolg van de hoge achtergronddepositie. Een eerste stap in de analyse van deze resultaten is beoordelen of de kans op significante gevolgen op voorhand mogelijk uit te sluiten is; de zogenaamde ecologische voortoets stikstofdepositie.

4.5.2

Ecologische voortoets stikstofdepositie Omdat er sprake is van tijdelijke stikstofdepositie in de aanlegfase is er door Antea Group een voortoets opgesteld. In het rapport ‘Voortoets stikstof Raalte-Nijverdal, d.d. 27 november 2024’ zijn hiervan de resultaten beschreven. Dit rapport is als bijlage 8 toegevoegd aan deze motivering. Voor deze motivering is vooral de depositie op het zuidelijk gelegen Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug van belang. Voor Sallandse Heuvelrug betreft het de volgende habitattypen: H4030 Droge heiden en H5130 Jeneverbesstruwelen. In een eerste stap heeft een generieke analyse plaatsgevonden, die geldt voor alle betrokken Natura 2000gebieden. Daarbij is geconcludeerd dat de tijdelijke toename van de stikstofdepositie geen effect heeft op het (kunnen) realiseren van de hiermee verbonden instandhoudingsdoelstellingen voor de betreffende Natura 2000-gebieden, ongeacht welke trend er aanwezig zou zijn in de ontwikkeling van de achtergronddeposities.

blad 30 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Met een ecologische beoordeling is op basis van een nadere analyse vastgesteld dat de conclusie die al op grond van het eerste deel in algemene zin was getrokken (dat geen significante effecten optreden) ook van toepassing is wanneer wordt gekeken naar de specifieke gegevens over de habitattypen met een projectbijdrage in een overbelaste situatie. Daarmee is op basis van objectieve gegevens bepaald dat op voorhand is uitgesloten dat significante effecten optreden. De gebruiksfase voorziet niet in stikstof-emitterende activiteiten, waardoor stikstofdepositie ten gevolge van deze fase uitgesloten kan worden.

4.5.3

Conclusie De verplaatsing van de masten en verhoging is uitvoerbaar vanuit het aspect stikstofdepositie.

4.6

Milieuzonering

4.6.1

Onderzoek Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. Invloed van de activiteit op de omgeving De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige functies zoals bedrijven. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Invloed van de omgeving op de activiteit Geluid Volgens het Bkl is een geluidgevoelige gebouw, een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. b. c. d.

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

Een hoogspanningsverbinding is niet milieugevoelig voor wat betreft geluid.De activiteit ondervindt derhalve geen belemmeringen vanwege eventueel geluid van omliggende activiteiten. Ook zal de hoogspanningsverbinding niet zorgen voor geluid op eventuele omliggende geluidgevoelige objecten die daar al staan. Geur De activiteit omvat geen geurgevoelige gebouwen, zoals bepaald in artikel 5.91 van het Bkl, zijnde: 1. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; 2. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; 3. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of 4. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan, en 5. locaties waarbij hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. Er is geen sprake van gebouwen waar mensen in kunnen verblijven als deze BOPA verleend wordt. Er is derhalve ook geen sprake van een locatie waar hoofdzakelijk mensen verblijven. De activiteit ondervindt derhalve geen belemmeringen vanwege geur van omliggende activiteiten De hoogspanningsverbinding zelf veroorzaakt ook geen geurhinder voor de omgeving zodat ook dat geen beperking is voor deze BOPA.

blad 31 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4.6.2

Conclusie Het aspect milieuzonering geeft geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van deze vergunning.

4.7

Veiligheid

4.7.1

Omgevingsveiligheid Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In figuur 4.4 zijn deze bronnen zichtbaar. In de nabijheid van het werkingsgebied zijn geen risicobronnen aanwezig. Bovendien worden ook geen gevoelige objecten mogelijk gemaakt met deze vergunning. De verzwaring van het net zelf zorgt ook niet voor extra risico en valt niet onder de werking van het onderdeel omgevingsveiligheid.

Figuur 4.4: Uitsnede risicokaart met in het groen het werkingsgebied van deze BOPA inclusief de bestaande hoogspanningsverbinding (zwarte lijn). Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft niet tot gevolg dat de aanwezigheid van personen binnen het plangebied wordt vergroot ten opzichte van de vigerende situatie, er zijn daarmee geen negatieve gevolgen voor het aspect omgevingsveiligheid ten opzichte van de vigerende situatie. De realisatie van de nieuwe masten is vanuit het aspect omgevingsveiligheid planologisch aanvaardbaar.

4.7.2

Overstromingsrisico Voor de beoordeling van het overstromingsrisico is de omgevingskaart van provincie Overijssel geraadpleegd. Uit de kaart 'waterreserveringsgebieden' volgt dat het gebied niet is gelegen in een overstromingsrisicogebied of een waterbergingsgebied. Er hoeft geen overstromingsrisicoparagraaf op te worden gesteld.

blad 32 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.5: Kaart overstromingsrisicogebieden provincie Overijssel (bron: verordening Overijssel). De provincie heeft overstromingsrisicogebieden aangewezen. In bovenstaande figuur zijn deze gebieden met een blauwe horizontale arcering weergegeven. Zoals blijkt uit bovenstaande afbeelding is er ter plekke van het werkingsgebied (rode cirkel) geen sprake van overstromingsrisico. Bovendien zijn de masten ook niet gevoelig voor een eventuele overstroming.

4.7.3

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vorm geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.8

Geluid

4.8.1

Onderzoek De Omgevingswet heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het wijzigen van een omgevingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. Dit geldt ook voor een motivering bij een BOPA zoals deze. De effecten vanwege de geluidshinder op omwonenden treden alleen op tijdens de aanleg van de masten. De Omgevingswet bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties. Het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw betreft een woning op circa 100 meter ten zuiden van het werkingsgebied. Gezien de afstand is het aannemelijk, dat door de aanlegwerkzaamheden geen geluidhinder optreedt op deze en andere, verder weg gelegen woningen in de omgeving. Bovendien komen de masten verder weg te staan van dit perceel.

4.8.2

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

blad 33 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4.9

Gezondheid

4.9.1

Onderzoek Onder de beoordeling van het aspect gezondheid valt op grond van de rijksinstructieregels een toets aan de kwaliteit van de buitenlucht (luchtkwaliteit), trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit. Het onderdeel luchtkwaliteit is beoordeeld in paragraaf 4.10, geluid in paragraaf 4.5 en 4.7. Het onderdeel geur is beoordeeld in paragraaf 4.5 en bodem in paragraaf 4.3. In deze paragraaf wordt aanvullend ingegaan op de onderdelen magneetvelden en trillingen. Magneetvelden Aanleiding voorzorgbeleid en internationale norm Uit internationaal onderzoek blijkt dat er in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijnen een geringe verhoging van het aantal gevallen van leukemie voorkomt. Eerst leek het alleen om kinderen te gaan. In 2022 stelde de Gezondheidsraad vast dat dit ook voor volwassenen geldt. De Gezondheidsraad concludeert dat er aanwijzingen zijn voor een oorzakelijk verband tussen magneetvelden en leukemie. Er is echter onvoldoende wetenschappelijk bewijs om te spreken over een waarschijnlijk of bewezen oorzakelijk verband. Het is dus niet zeker dat magneetvelden de oorzaak zijn van de verhoging van het aantal gevallen van leukemie nabij bovengrondse hoogspanningslijnen. De verhoging kan ook andere oorzaken hebben (die onbekend zijn) of toeval zijn.

De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microtesla. Nederland overschrijdt deze norm op maaiveldniveau nergens. Voorzorgbeleid en advies Rijk In aanvulling op de internationale norm heeft Nederland een voorzorgbeleid. Daarover gold sinds 2005 een advies van het Rijk. Dit advies hield in om zoveel mogelijk te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven binnen een magneetveldzone. Een magneetveldzone is een gebied waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger kan zijn dan 0,4 microtesla. Op 21 april 2023 is het herijkte voorzorgbeleid magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen in werking getreden. De ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben hierover een beleidsadvies (Herijkt voorzorgbeleid) aan het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening (gemeenten, provincies en het Rijk) en de netbeheerders gestuurd. Deze brief vervangt de eerder door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu verzonden brieven over het voorzorgbeleid magneetvelden bij bovengrondse hoogspanningslijnen van 2005 (kenmerk: AS/2005183118) en 2008 (kenmerk: DGM/20081058664).

Het doel van het voorzorgbeleid magneetvelden is om, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat burgers (volwassenen en kinderen) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van de elektriciteitsinfrastructuur. Niet omdat dit om gezondheidsredenen noodzakelijk is, maar uit voorzorg. Het voorzorgbeleid is gericht op het beperken van (de blootstelling aan) magneetvelden afkomstig van 50 hertz wisselspanningscomponenten in het elektriciteitsnet. De volgende netcomponenten vallen onder het voorzorgbeleid: 

bovengrondse hoogspanningsverbindingen, aangeduid als hoogspanningslijnen, met een spanning van 50 kV of hoger  ondergrondse hoogspanningsverbindingen, aangeduid als hoogspanningskabels, met een spanning van 50 kV of hoger  hoogspanningsstations, waarbij de hoogste spanning op het station 50 kV of hoger is  middenspanningsstations, ook aangeduid als transformatorhuisjes, waarbij de hoogste spanning op het station tussen de 3 en 50 kV ligt (dus lager is dan 50 kV)  opstijgpunten (de overgang tussen een bovengrondse en ondergrondse verbinding) gelden als onderdeel van de hoogspanningslijn Het voorzorgbeleid voor magneetvelden bestaat uit:  

bronmaatregelen, die de netbeheerders bij alle netcomponenten treffen afstandsmaatregelen bij bovengrondse hoogspanningslijnen, die het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening op basis van de berekening van de magneetveldzone kan treffen. Om te bepalen of er sprake is van magneetvelden en gevoelige bestemmingen is gebruik gemaakt van de RIVMnetkaart. De RIVM-netkaart geeft voor elke bovengrondse hoogspanningslijn de zogenoemde rekenafstand. Dat blad 34 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

is de afstand waarbinnen het Rijk volgens het voorzorgbeleid adviseert de magneetveldzone te berekenen. Deze rekenafstand geldt als er plannen zijn om binnen die rekenafstand woningen, scholen of kinderdagverblijven te bouwen. Bij een berekening van de magneetveldzone volgens de RIVM-handreiking zal de zonebreedte vrijwel altijd kleiner zijn dan de aangegeven rekenafstand. De rekenafstand voor deze hoogspanningsverbinding is 45 meter. Binnen deze afstand zijn geen gevoelige gebouwen aanwezig. Het aspect magneetvelden is dan ook niet belemmerend voor deze ontwikkeling. Trillingen In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. De instructieregels voor trillingen door activiteiten gelden voor:  het op een locatie toelaten van een activiteit en het aanpassen daarvan  het op een locatie toelaten van een trillinggevoelig gebouw en het aanpassen daarvan  een combinatie van beide Het gaat hierbij om activiteiten die trillingen veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, in een frequentie van 1 tot 80 Hz. Een trillinggevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. b. c. d.

woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; gezondheidszorgfuncties met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

Een hoogspanningsstation of verbinding is geen trillinggevoelig gebouw. Een hoogspanningsverbinding veroorzaakt ook geen trillingen op de omgeving. De realisatie van het plan is vanuit het aspect gezondheid aanvaardbaar.

4.9.2

Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.10

Kabels en leidingen

4.10.1 Onderzoek Bij de aanleg van de nieuwe masten is het belangrijk te bezien of er andere ondergrondse infrastructuur aanwezig is in de vorm van kabels en leidingen die nadelig kunnen worden beïnvloed. Het is ook mogelijk dat de voorgenomen ontwikkeling nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van kabels en leidingen. Bij de aanleg wordt ook rekening gehouden met kabels- en leidingverordening van de betrokken gemeenten. De verplaatsing van de masten kruist geen gasleidingen. In de NEN norm 3654 zijn afstandsnormen en richtlijnen opgenomen voor gewenste afstanden tussen hoogspanningsverbindingen en andere kabels en leidingen. Daarnaast is een richtlijn opgenomen om te komen tot een ideale afstand. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij aanleg en instandhouding van nieuwe verbindingen van TenneT. Worden deze afstanden aangehouden dan is de noodzaak tot het treffen van maatregelen geminimaliseerd en is de ongestoorde ligging geborgd. Spoorlijn Om te voorkomen dat de nieuwe hoogspanningsleidingen over het spoor komen te hangen worden de masten verplaatst. TenneT heeft dit afgestemd met ProRail en die hebben aangegeven dat de verplaatsing niet op bezwaren vanuit ProRail stuit. Verder zijn er geen kabels en leidingen waar rekening mee gehouden moet worden.

blad 35 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4.10.2 Conclusie De realisatie van het plan is vanuit het aspect kabels en leidingen aanvaardbaar.

4.11

Luchtkwaliteit

4.11.1 Onderzoek De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:   

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;

Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering komt het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook te vervallen Luchtkwaliteitonderzoek is volgens artikel 5.50 en 5.51 Bkl nodig bij de aanleg van wegtunnelbuizen en een auto(snel)weg en in aandachtgebieden voor onder meer milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht. Aandachtsgebieden zijn de gemeenten en agglomeraties locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. Gemeente Hellendoorn is geen aandachtsgebied. Een hoogspanningsverbinding van 110kV is geen milieubelastende activiteit waarover in het (Bal) regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht. Niet in betekenende mate Toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM). De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase.

Vervolgens vinden enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Naar verwachting is het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase dermate laag, dat de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt. Ter vergelijking: een nieuw te bouwen woonwijk met minder dan 1.500 woningen en minimaal één ontsluitingsweg draagt volgens de rijksregels niet in betekenende mate bij aan verslechtering van luchtkwaliteit. Dit maakt dat de voorgenomen ontwikkeling sowieso niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit aangezien het hier een aanzienlijk kleinere ontwikkeling betreft zonder verkeersaantrekkende werking.

4.11.2 Conclusie Bovenstaande overwegingen laten zien dat luchtkwaliteit geen belemmering is voor de uitvoering van het omgevingsplan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

blad 36 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4.12

Vooronderzoek aanwezigheid ontplofbare oorlogsresten

4.12.1 Onderzoek Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen ontplofbare oorlogsresten (hierna: conventionele explosieven, CE) in het plangebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. Bij het vooronderzoek worden literatuur en historische bronnen verzameld en gestructureerd geordend. Het eindresultaat is een rapportage met een bijbehorende CE-bodembelastingkaart. Het vooronderzoek dient conform de WSCS-OCE versie 2016 te worden uitgevoerd. Er is in het plangebied door AVG Explosieven Opsporing NL onderzoek gedaan. In het rapport ‘BO-lijnen Harculo-Raalte & Raalte Nijverdal, d.d. 23-02-2024’ zijn hiervan de resultaten beschreven. Dit rapport is als bijlage 9 aan deze motivering toegevoegd. Voor deze BOPA is gebied B5 hierin aangewezen als verdachte locatie. Dit omdat er uit het onderzoek blijkt dat er sprake geweest is van bombardementen door jachtbommenwerpers en mogelijke afwerpmunitie nog aanwezig kan zijn. Daarom wordt geadviseerd om gebied B5 nader te onderzoeken met detectieonderzoek.

Dit verdachte gebied ligt niet in het werkingsgebied voor deze BOPA. De masten die verplaatst worden staan niet in verdacht gebied als het gaat om explosieven.

Figuur 4.5: Uitsnede CE-bodembelastingkaart

4.12.2 Conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen beperking voor de uitvoerbaarheid.

blad 37 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4.13

Waterhuishouding

4.13.1 Onderzoek De Watertoets was onder de Wet ruimtelijke ordening een procesinstrument om wateraspecten een plaats te kunnen geven in de planvorming. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. Dit artikel stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Paragrafen 5.1.3.2 tot en met 5.1.3.5 geven specifieke instructies voor omgevingsplannen die van toepassing zijn op primaire waterkeringen, het kustfundament, grote rivieren en het IJsselmeergebied. Deze instructies zijn op deze BOPA niet van toepassing. Zoals eerder bij het onderdeel omgevingsveiligheid aangegeven is er in dit gebied geen sprake van overstromingsrisico.

Bovendien zal er nadat de masten verplaatst zijn en de oude verwijderd geen sprake zijn van toename aan verharding die onderzocht zou moeten worden vanwege mogelijke risico’s voor de omgeving. Regenwater dat valt zal van de verharding afstromen en direct naast de masten infiltreren in het gebied. Ten aanzien van de weging van het waterbelang is er geen sprake van een nieuwe situatie die zal zorgen voor een verslechtering van de waterhuishouding in het gehele gebied.

4.13.2 Conclusie De toekomstige situatie zal niet zorgen voor een verslechtering van de waterhuishouding in het gebied. Op grond van artikel 2.2 van de Omgevingswet en artikel 5.37 Bkl wordt door de gemeente Hellendoorn de opvatting van het waterschap betrokken. Dit houdt in dat voordat het ontwerpwijzigingsbesluit wordt genomen het plan wordt afgestemd met het waterschap.

4.14

MER-beoordelingsbesluit Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MERbeoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. We kennen straks nu nog maar één MERbeoordelingsprocedure. Artikel 16.36 van de Omgevingswet bepaalt dat voor omgevingsplan een plan-mer opgesteld moet worden:  

als het plan het kader vormt voor besluiten voor mer.-plichtige of merbeoordelingsplichtige projecten (genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit) en/of voor het omgevingsplan een passende beoordeling in het kader van natuur moet worden gemaakt'.

De mer-plichtig en beoordelingsplichtige gevallen zijn vermeld in bijlage V bij de Omgevingswet. Hoogspanningsleidingen zijn hierin benoemd onder categorie J8. Voor de wijziging van hoogspanningsleidingen dient een mer-beoordeling opgesteld te worden. Op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd is deze beoordeling gemaakt en opgenomen in bijlage. Wel dient een beoordelingsbesluit genomen te worden.

4.14.1 Onderzoek PM nadat alle onderzoeken gereed zijn

blad 38 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4.14.2 Conclusie PM

blad 39 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

5.

Economische uitvoerbaarheid

5.1

Financieel economische uitvoerbaarheid De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden zal ook de overheid vaak kosten moeten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen en het wijzigen van het omgevingsplan. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. De kosten van de aanleg en instandhouding worden gedragen door TenneT. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT op grond van de Elektriciteitswet 1998. Investeringen worden direct vanuit de Staat betaalt middels het Investeringsplan TenneT. Beheer en onderhoud worden via de tarieven betaald. Deze investering komt direct voort uit de Staatskas. De gemeente maakt bij dit plan geen kosten voor de aanleg van openbare voorzieningen, wel voor het wijzigen van het omgevingsplan. Deze kosten worden verhaald op de initiatiefnemer, zie paragraaf 5.2.

5.2

Kostenverhaal Het verhaal van de door de gemeente gemaakte kosten is aan de orde indien de wijziging van het omgevingsplan een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk maakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten. De volgende activiteiten zijn kostenverhaalplichtig:      

de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.

Indien de wijziging van het omgevingsplan nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt, dient het kostenverhaal via een van onderstaande opties te worden verzekerd: a.

anderszins, via een overeenkomst, bijvoorbeeld:

een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van de kostenverhaalplichtigeactiviteit; of

via de gronduitgifte-overeenkomst tussen gemeente en een toekomstige eigenaar, indien de gemeente het volledige kostenverhaalsgebied in eigendom heeft;

b.

via regels kostenverhaal in het omgevingsplan, waarbij gekozen wordt tussen:

een systeem met tijdvak: vergelijkbaar met het systeem uit de Wro, waarbij plannen een duidelijk eindbeeld, een fasering en een einddatum hebben, zodat kosten en opbrengsten op voorhand goed te berekenen zijn;

of zonder tijdvak: een nieuw systeem voor gebiedsontwikkelingen zonder eenduidelijk eindbeeld, zonder fasering en zonder einddatum, waardoor kosten enopbrengsten op voorhand moeilijker te berekenen zijn en er gewerkt wordt met scenario's.

Ongeacht de systeemkeuze hebben de regels kostenverhaal in ieder geval betrekking op het verhalen van kosten (gekoppeld aan een kostenverhaalsgebied). Net als in een exploitatieplan (onder de Wro) kunnen in dit verband ook regels in het omgevingsplan worden opgenomen over: 

fasering van en koppelingen tussen werkzaamheden en/of activiteiten; locatie-eisen; woningbouwcategorieën (artikel 5.161c Bkl). blad 40 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

In het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan moet de keuze voor een van de opties voor het kostenverhaal gemotiveerd worden (in de motivering). Als er gekozen wordt voor het opnemen van regels kostenverhaal, dienen deze op maat te worden gemaakt voor elke ontwikkeling met kostenverhaalplichtige activiteiten.

In het plangebied komen geen nieuwe hoofgebouwen. Het kostenverhaal dient derhalve niet te worden verzekerd. Er hoeven derhalve geen regels voor kostenverhaal te worden opgenomen in de vergunning.

5.3

Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie (voorheen: planschade) is de vergoeding van schade die de overheid veroorzaakt in de uitoefening van haar taak of bevoegdheid. Het gaat om schade die uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico en een burger of bedrijf onevenredig zwaar treft in vergelijking tot andere burgers of bedrijven. Dit soort schade hoeft een burger of bedrijf niet of niet geheel te dragen, maar moet de overheid geheel of gedeeltelijk vergoeden. Het gaat bij nadeelcompensatie om schade die de overheid veroorzaakt, hoewel ze rechtmatig een besluit neemt. De gemeente zal voor de vaststelling van het wijzigingsbesluit met TenneT een planschadeovereenkomst aangaan, waardoor eventuele planschade voor rekening en risico voor TenneT komt. TenneT zelf sluit overeenkomsten af met de grondeigenaren.

blad 41 van 42

Motivering BOPA netversterking mast 36 t/m 41 Nijverdal (Het Ravijn) Opwaardering hoogspanningsverbinding Raalte - Nijverdal projectnummer 0483513 18 december 2024 revisie 00 TenneT TSO B.V.

6.

Procedure en participatie

6.1

Participatie Ter voorbereiding van de realisatie is de omgeving geïnformeerd door Qirion en TenneT over de plannen. TenneT heeft bovendien uitgebreid en zorgvuldig gecommuniceerd met de grondeigenaar van de gronden, waar de verplaatsing van de masten plaatsvindt. Voor de gronden waar de masten op komen te staan heeft TenneT gebruiksovereenkomsten met de eigenaren afgesloten. Qirion en TenneT hebben met de omgevings en belanghebbenden diverse keren overleg gehad en afstemming gezocht. In het ‘Verslag participatie netversterking Nijverdal, d.d. 27 november 2024’, zijn hiervan de resultaten beschreven. In bijlage 11 is dit rapport opgenomen. Hiermee wordt de gemeente het verplichte inzicht gegeven in de participatie die voor dit project gedaan is weergegeven waarmee voldaan wordt aan de participatieplicht die van toepassing is op de BOPA. Ook de komende periode nadat de omgevingsvergunning is aangevraagd zal de omgeving meegenomen worden in de ontwikkelingen die zullen plaatsvinden. Dit zal plaatsvinden door informatie op de bouwhekken, nieuwsbrieven, de projectwebsite van TenneT en de omgevingsmanagers die hier speciaal voor aangewezen zijn. OP die manier kan iedereen op de hoogte blijven van de ontwikkelingen waar deze BOPA betrekking op heeft.

6.2

Vaststellingsprocedure De BOPA doorloopt de wettelijke reguliere procedure. Tevens is er bindend adviesrecht van toepassing op deze activiteit die is aangevraagd. De gemeenteraad zal daarom om bindend advies gevraagd worden over deze vergunningen. Het college neemt met dit advies van de gemeenteraad een besluit en daartegen staan rechtsmiddelen open.

7.

Evenwichtige toedeling van functies aan locatie Het Rijk en de provincie geven instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarmee in een omgevingsplan rekening me moet worden gehouden. Op grond van de bovenstaande paragrafen in hoofdstuk 4 en de toetsing in paragraaf 3.1.2 en 3.2.2 kan worden geconcludeerd, dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

blad 42 van 42

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1700 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV Heerenveen Postbus 24 8440 AA Heerenveen

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15074400/1