Beleidsplan bestaanszekerheid gemeente Hellendoorn
Tekst van het document
Samen bouwen aan bestaanszekerheid 2024-2028 Armoede- en schuldenbeleid gemeente Hellendoorn
1
Voorwoord Een gezonde financiële situatie voor huishoudens van de gemeente Hellendoorn Het is lastig keuzes maken als je onder financiële en mentale druk staat, bijvoorbeeld omdat je niet weet of je met je geld het einde van de maand gaat halen. Het is lastig gezond eten te kopen en een noodzakelijke computer voor school, als je maar weinig middelen hebt. Het is lastig je kind alle kansen te geven of je kleinkind net dat ene extraatje, als je maar weinig te besteden hebt. Het gaat er steeds vaker over: bestaanszekerheid. Inflatie en complexe, maatschappelijke vraagstukken leiden tot onzekerheid. Zowel bij individuen als bij gezinnen en groepen in de samenleving. Dat vraagt om het bieden van meer zekerheid, om een duidelijke koers vanuit de overheid en om ondersteuning van inwoners. Zoals de Commissie sociaal minimum in haar eerste rapport aangeeft, gaat het bij bestaanszekerheid ‘niet alleen over voldoende inkomen, maar ook over een goede gezondheid, betaalbare en duurzame huisvesting, werk dat loont, een adequate opleiding, gezonde sociale relaties en een zinvol leven’ 1. In dit beleidsplan nemen wij armoede en schulden als uitgangspunt, maar zien wij dit net als de commissie als onderdeel van het grotere geheel. De titel van ons beleidsplan is ‘Samen bouwen aan bestaanszekerheid’. Het woord samen geeft aan dat we anderen nodig hebben.
Naast het Rijk, zijn dit bijvoorbeeld netwerkpartners en inwoners. Bouwen aan bestaanszekerheid doen we samen. We willen bouwen aan een lokale samenleving waarin alle inwoners mee kunnen doen en een gezond en waardig bestaan kunnen opbouwen. Kinderen en jongeren hebben het recht om kansrijk op te groeien, vanuit een stabiele thuissituatie, zodat zij zichzelf optimaal kunnen ontwikkelen. We beseffen dat bestaanszekerheid randvoorwaardelijk is voor het welzijn van inwoners. Armoede en/of schulden kunnen van invloed zijn op onder andere mentale gezondheid. Armoede kan leiden tot sociale uitsluiting en zelfs tot eenzaamheid. Het is belangrijk dat we weten wat er leeft onder onze inwoners, welke behoeften er zijn, om van daaruit als gemeente de juiste stappen te ondernemen. Inwoners en netwerkpartners hebben ons bij de totstandkoming van dit plan geholpen om die juiste richting op te gaan. Data over onze gemeente heeft ons gestuurd om de juiste afwegingen te maken. Hiermee hebben we de basis gelegd om inwoners passend te kunnen ondersteunen. Maar we blijven inwoners en netwerkpartners nodig hebben. Inwoners, vrijwilligers en netwerkpartners kunnen ons attenderen op zaken die beter kunnen. Ze kunnen signalen doorgeven. We kunnen naar elkaar omkijken en elkaar voort helpen, door hulp te bieden of door de weg te wijzen naar ondersteuning.
Wij zijn ervan overtuigd dat inzetten op het voorkomen van armoede, schulden en het (financieel) ondersteunen van inwoners de sleutel vormt tot een gezondere en meer inclusieve samenleving. En dat is waar we samen met partners en inwoners voor gaan. Samen bouwen aan bestaanszekerheid in Hellendoorn!
Wethouder Egbert Nijenbanning
1
Commissie Sociaal Minimum ‘Een zeker bestaan’, blz. 30
2
Inhoud 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1 Bestaanszekerheid ....................................................................................................................... 4 1.2 Totstandkoming van dit beleidsplan .......................................................................................... 4
2
3
Armoede en schulden: definities, oorzaken en gevolgen ........................................................... 6 2.1
Definitie armoede, schulden en inkomensnorm ................................................................. 6
2.2
Oorzaak en gevolg van armoede en schulden .................................................................... 7
Landelijke ontwikkelingen en lokaal beleid.................................................................................. 9 3.1
Landelijk armoedebeleid ....................................................................................................... 9
3.1.1
Bestaanszekerheid ....................................................................................................... 10
3.1.2
Participatiewet in balans ............................................................................................. 10
3.1.3
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ....................................................................... 10
3.1.4
Collectief Schuldregelen ................................................................................................. 11
3.2 Lokaal beleid ............................................................................................................................... 11 4
5
WAAR STAAN WE NU ................................................................................................................. 12 4.1
Armoede en schulden in Hellendoorn: de feiten .............................................................. 12
4.2
Kinderarmoede en armoede onder jongeren in Hellendoorn ......................................... 13
4.3
Armoede onder categorie 67+ in Hellendoorn.................................................................. 15
4.4
Regelingen in Hellendoorn en het bereik .......................................................................... 15
4.5
Vroegsignalering bij schulden ............................................................................................ 16
4.6
Samenwerking bij financiële ondersteuning .................................................................... 17
4.7
Opvallendheden en conclusies uit het onderzoek ............................................................ 18
WAAR WILLEN WE NAARTOE .................................................................................................... 20 5.1
Onze uitgangspunten .......................................................................................................... 20
5.2
Wat willen we bereiken rondom armoede en schulden .................................................. 20
5.3
Verbeterpunten uit onderzoek armoede en schulden ...................................................... 20
5.3.1
Minimabeleid ................................................................................................................... 21
5.3.2
Schuldhulpverlening ....................................................................................................... 22
5.3.3
Specifieke kwetsbare doelgroepen ................................................................................ 22
5.4 6
7
Pijlers armoede en schuldhulpverlening ........................................................................... 23
WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN ........................................................................................... 24 6.1
Preventie ............................................................................................................................... 24
6.2
Vroegsignalering.................................................................................................................. 25
6.3
Ondersteuning waar nodig ................................................................................................. 26
6.4
Schulden oplossen .............................................................................................................. 26
6.5
Laagdrempelige toegankelijkheid ...................................................................................... 27
Monitoring en verantwoording ................................................................................................... 29
3
1
Inleiding
1.1 Bestaanszekerheid Het sociaal domein is volop in beweging. Denk aan de hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt, polarisatie in de samenleving, veranderende samenstelling van gezinsstructuren, nieuwkomers en vergrijzing, etcetera. De rol van de overheid verandert hierdoor. Regie ligt bij gemeenten en bij ‘de inwoner’. Bestaanszekerheid is niet meer een vanzelfsprekendheid. Dat leidt tot onzekerheid bij zowel individuen als in de samenleving. Tegelijkertijd is er meer aandacht vanuit het Rijk en de gemeenten voor armoede, de menselijke maat en de impact van schulden. Vanuit die context is dit beleidsplan geschreven. Armoede- en schuldenproblematiek onderscheiden zich van elkaar, zoals in hoofdstuk 2 wordt toegelicht. Beide thema's zijn echter verwerkt in dit beleidsplan, omdat beide betrekking hebben op een gezonde financiële situatie van onze inwoners. Dit beleidsplan draagt bij aan de volgende ‘global goals’, de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties:
1.2 Totstandkoming van dit beleidsplan Om te komen tot een plan dat richting geeft aan de aanpak van armoede en schulden, zijn we allereerst uitgegaan van onze strategische visie op Sociaal en Maatschappelijk domein en het collegeprogramma. Vervolgens heeft onderzoek op basis van data plaatsgevonden. Parallel daaraan is de dialoog gevoerd met inwoners en netwerkpartners en is kwalitatief onderzoek gedaan. Uiteindelijk gaan we over tot ‘doen’, het uitzetten van acties en activiteiten.
Data verzamelen Gemeente Hellendoorn heeft onafhankelijk onderzoek laten doen in de vorm van een armoedeindex. Via interne en externe databronnen is onder andere de doelgroep in beeld gebracht en het gebruik en bereik van minimaregelingen.
De dialoog: • Input vanuit inwoners De stem van de inwoner vinden wij belangrijk. Naast data gedreven onderzoek is daarom gekozen voor een behoeftepeiling, door interviews te houden met inwoners, eveneens via een onafhankelijk onderzoeksbureau. We wilden weten wat de ervaringen zijn en waar de behoeften liggen. Het doel was niet volledig kwalitatief onderzoek, maar meer het persoonlijke verhaal van inwoners aan te horen. Netwerkpartners zijn hierbij betrokken. Zij zijn ingezet om inwoners te vinden die wilden meewerken aan deze interviews. Zij hebben nadere informatie over de interviews aan inwoners uitgedeeld en hebben geholpen inwoners te motiveren deel te nemen. Uiteraard is ook het cliëntenplatform, als specifieke vertegenwoordiging van inwoners, betrokken bij het proces en maakt een adviesaanvraag onderdeel uit van het traject. • Input vanuit netwerkpartners Om tot dit plan te komen, is informatie meegenomen die in de zogenoemde bouwsessies met netwerkpartners rondom de strategische visie naar voren zijn gekomen. Specifiek voor het beleidsplan bestaanszekerheid hebben verder twee brainstormsessies met netwerkpartners 4
plaatsgevonden. Uit die sessies zijn signalen naar voren gekomen waarmee dit beleidsplan is aangescherpt.
Doen Met bovenstaande gegevens uit kwantitatief onderzoek en de behoeftepeiling, zijn we aan de slag gegaan. Allereerst door dit beleidsplan te schrijven. In hoofdstuk 7 beschrijven we hoe we verder gaan richting acties en activiteiten.
5
2
Armoede en schulden: definities, oorzaken en gevolgen
2.1 Definitie armoede, schulden en inkomensnorm Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) definieert mensen als ‘arm’ wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Armoede wordt doorgaans afgebakend op basis van het inkomen. Toch is armoede meer dan alleen een tekort aan materiële welvaart. Weinig financiële middelen gaan vaak samen met ongunstige levensomstandigheden en werken sociale uitsluiting in de hand. We gebruiken daarom de volgende definitie die grotendeels aansluit op de definitie van het Sociaal Cultureel Planbureau, met de toevoeging dat armoede een belemmering kan zijn voor een volwaardige deelname aan de samenleving. Armoede kan bijvoorbeeld leiden tot sociale uitsluiting, zorgmijding of eenzaamheid (zie ook thema Meedoen in de strategische visie2) In bovenstaande visie wordt gesproken over goederen en voorzieningen die minimaal noodzakelijk zijn. In de loop der tijd verandert echter de visie op wat noodzakelijk is. Als dat het geval is, passen wij ons beleid daarop aan.
Mensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in onze samenleving als minimaal noodzakelijk worden gezien en mede als gevolg daarvan beperkt worden in het volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving.
Als gesproken wordt over inkomensnorm, wordt daarmee het volgende bedoeld:
Inkomensnorm: Wettelijk Sociaal Minimum (Wsm) Het armoedebeleid kent verschillende inkomensgrenzen. We kijken daarbij naar het Wsm, oftewel het Wettelijk Sociaal Minimum, dat gelijk staat aan de bijstandsnorm (100%). De hoogte van deze norm wordt landelijk bepaald en verschilt per huishoudtype. In onze gemeente bieden we minimaregelingen aan voor inwoners waarbij percentages van het Wsm worden gehanteerd, waarbij een bepaalde mate van beleidsvrijheid geldt. De inkomensgrenzen van landelijke regelingen zoals de kwijtschelding gemeentelijke belastingen zijn echter wettelijk bepaald.
Voor problematische schulden zijn meerdere definities. Wij hanteren de volgende definitie:
We spreken van problematische schulden als redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet kan voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen1. Mensen zijn niet meer in staat om openstaande rekeningen te betalen waardoor nieuwe schulden ontstaan. Bij het bestrijden van schuldenproblematiek is het een van de grootste problemen dat mensen zich vaak te laat melden bij de schuldhulpverlening. Redenen hiervoor zijn: − Schaamte om te bekennen dat het niet lukt om de eigen financiën te managen; − Men denkt lang nog zelf een oplossing te kunnen vinden; − De weg naar de hulpverlening is niet altijd bekend. Taalproblemen en een te beperkt netwerk kunnen daar een rol bij spelen.
2
Strategische visie gemeente Hellendoorn: ‘Samen bouwen aan een gezonde, kansrijke en leefbare toekomst’, 2024
6
2.2 Oorzaak en gevolg van armoede en schulden Integraal karakter van problematiek rondom bestaanszekerheid Als gemeente vinden we het van groot belang om goed in te zetten op bestrijding van armoede en schulden, vanwege het integrale karakter van deze problematiek. Armoede en schulden zijn gelinkt aan mee kunnen doen, aan sociale uitsluiting, gezondheidsproblemen en in sommige situaties ook aan eenzaamheid.
Figuur 1: Samenhang armoede, schulden en gezondheid (Bron: Pharos)
De oorzaken van armoede en schulden Armoede kan allerlei oorzaken hebben. Te denken valt aan grote en onverwachte gebeurtenissen of veranderingen in een leven, zoals een scheiding, een faillissement of door ziekte. Maar ook een pandemie zoals de coronacrisis, stijgende energieprijzen, toenemende inflatie, psychische problemen of een licht verstandelijke beperking kunnen een rol spelen. Verder zijn er structurele oorzaken, zoals intergenerationele problematiek, uitkeringen waarvan mensen niet kunnen rondkomen, een ingewikkeld toeslagenstelsel, gebrek aan betaalbare woonruimte, stijgende kosten voor levensonderhoud en energie of werk dat te weinig betaalt om van te kunnen leven 3. Mensen die moeite hebben met de basisvaardigheden lezen, schrijven en/of rekenen zijn veel vaker langdurig arm dan niet-laaggeletterden. Armoede en laaggeletterdheid gaan vaak hand in hand: laaggeletterdheid is vaak een belemmering om zelfredzaam te zijn en armoede vergroot de kans op laaggeletterdheid4 .
Gevolgen van armoede en schulden Kinderen en jongeren die in armoede leven hebben meer lichamelijke en psychische klachten dan leeftijdgenoten die opgroeien met meer welvaart. Ook hebben zij vaker overgewicht, voelen ze zich minder gelukkig, hebben ze vaker hechtingsproblemen met hun ouders en zijn ze negatiever over hun leven en toekomst. Volwassenen die leven met geldzorgen of armoede hebben vaker chronische stress, een ongezonde leefstijl of chronische ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ook psychosociale problemen of opvoedproblemen komen vaker voor. Deze volwassenen zijn vaak minder gelukkig en minder goed in staat om beslissingen te nemen op lange termijn5 (zie ook figuur 1 ‘Samenhang armoede, schulden en gezondheid’). https://www.movisie.nl Laaggeletterdheid, armoede en schulden, stichting lezen en schrijven, op basis van Ecbo en ROA, 2016. 5 https://www.loketgezondleven.nl/gezondheidsthema/armoede-schulden-en-gezondheid 3 4
7
Schulden veroorzaken dus stress. Wie onder hoge druk staat, blokkeert en is niet meer in staat de juiste actie te ondernemen. De post verdwijnt ongeopend in een la, uit onmacht of uit angst voor confrontatie of slecht nieuws. Schulden lopen ondertussen op. De gevolgen zijn ingrijpend. Sociaal isolement, depressie, ziekteverzuim, relatieproblemen, echtscheiding, fraudegevoeligheid6. Deze gevolgen geven de urgentie aan om enerzijds armoede te bestrijden en anderzijds mensen in armoede te ondersteunen.
6
https://schuldhulpmaatje.nl/feiten-op-een-rij
8
3
Landelijke ontwikkelingen en lokaal beleid
Op dit moment is er in de samenleving veel dynamiek op het gebied van armoede, schulden en bestaanszekerheid. Dit hoofdstuk heeft niet de intentie om een volledig beeld te scheppen, maar om enkele ontwikkelingen aan te stippen die van invloed zijn op dit terrein, voor onze inwoner en voor onze gemeente.
3.1 Landelijk armoedebeleid Vanuit de landelijke politiek is er veel aandacht voor armoede7. In onderstaande figuur zijn de ambities van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid benoemd op het gebied van armoede.
Figuur 2 Visual uit kamerbrief aanpak geldzorgen armoede en schulden (kamerbrief 2022)
Het kabinet heeft een groot pakket met maatregelen gepresenteerd voor 2023 met een omvang van 17,2 miljard euro. De doelstellingen die in 2030 moeten worden bereikt: 1. Een betere borging van bestaans- en inkomenszekerheid: een voldoende en stabiel inkomen is de basis; onder andere de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon die naar voren werd gehaald en extra verhoogd is. Daarnaast worden de zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget verhoogd en wordt werken lonender gemaakt door verhoging van de arbeidskorting; 2. Preventie van geldzorgen: goede voorlichting van jongs af aan, in alle levensfases en dichtbij om de juiste financiële keuzes te kunnen maken; 3. Een overheid die werkt voor mensen en voorziet in laagdrempelige, eenvoudige, mensgerichte financiële hulp en sociale incasso; 4. Maatregelen nemen om (generatie)armoede te doorbreken, zodat iedereen meedoet en vooruitkomt; 5. Realiseren dat meer mensen eerder en betere schuldhulpverlening ontvangen en sneller perspectief hebben op een financieel zorgeloze toekomst.
Figuur 3 Uitgangspunten aanpak geldzorgen armoede en schulden (kamerbrief 2022)
7
Kamerbrief aanpak geldzorgen armoede en schulden, 12-7-2022
9
3.1.1 Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid is niet vanzelfsprekend. Daar is de landelijke politiek zich van bewust. Stijgende prijzen, hogere woonlasten, dure energie. Nederland kende in 2022 de grootste koopkrachtdaling in veertig jaar. Het einde van deze ontwikkeling is nog niet in zicht en bestaanszekerheid was daarom een belangrijk thema in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2023. Het gaat bij bestaanszekerheid niet alleen om armoedebestrijding, maar ook om een eerlijker inkomensverdeling. Financiële bestaanszekerheid is wat mensen minimaal nodig hebben om rond te kunnen komen, maar ook om schulden te voorkomen, af te lossen en om tegenvallers op te vangen. Andere aspecten van bestaanszekerheid zijn een goed en betaalbaar huis kunnen vinden, kansen en keuzes hebben op de arbeidsmarkt en voor je gezondheid kunnen zorgen. De Commissie sociaal minimum heeft een rapport uitgebracht en concludeert dat een grote groep mensen honderden euro's per maand tekort komt als de politiek niets doet. De bestaanszekerheid van deze mensen en die van hun kinderen komt in gevaar. De commissie wijst de politiek erop dat dit grote maatschappelijke gevolgen heeft. Bijvoorbeeld door niet aflosbare schulden, de kosten van gezondheidsproblemen en kinderen die door armoede met een valse start aan hun leven beginnen8.
De minimumlonen en daarmee de daaraan gekoppelde bijstandsuitkeringen gaan omhoog, maar daarmee is de problematiek volgens de commissie slechts gedeeltelijk opgelost. Het Rijk moet nog stappen zetten om een verdere verbetering aan te brengen. Volgens deze commissie is ook een andere benadering van het sociaal minimum nodig. Nu wordt het vastgesteld als een percentage van het minimumloon. Zo bedraagt een bijstandsuitkering nu grofweg 70 procent van het minimumloon. Het idee daarachter is dat mensen die van het sociaal minimum moeten leven, worden geprikkeld om aan het werk te gaan, omdat het minimumloon aanmerkelijk hoger is dan de bijstandsuitkering9. Anderzijds blijkt uit de praktijk die gemeenten ervaren, dat voor een groot deel van de bijstandsgerechtigden maatschappelijke participatie het hoogst haalbare is en dus niet betaalde arbeid 10.
3.1.2 Participatiewet in balans Het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ heeft als verwachte ingangsdatum 1 januari 2025. De participatiewet in balans gaat uit van eenvoud, menselijke maat en vertrouwen. In het wetsvoorstel zijn een aantal zaken opgenomen die van positieve invloed zijn op de bestaanszekerheid van inwoners, zoals: • Bijverdiengrenzen worden verruimd; • Vrijlating van giften tot in ieder geval € 1200,- op jaarbasis. Het is de bedoeling dat met dit wetsvoorstel de wet en uitvoering meer met elkaar in balans komen door nuanceringen aan te brengen. Verder kan hiermee de menselijke maat steviger worden verankerd in de wet.
3.1.3 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Sinds de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in 2012 is schuldhulpverlening een taak van gemeenten. Met deze wet hebben gemeenten een zorgplicht gekregen om inwoners door middel van integrale schuldhulpverlening te helpen bij het oplossen van schulden en het voorkomen ervan. Met de wijziging van de Wgs per januari 2021 is vroegsignalering van schulden ook een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Per 1 juli 2023 is de duur van de minnelijke trajecten (MSNP) teruggebracht van 36 naar 18 maanden en per 1 januari 2024 geldt dit ook voor de wettelijke trajecten (WSNP). https://nos.nl/collectie/13944/artikel/2490457-geldzorgen-nederlanders-belangrijk-thema-komende-verkiezingen https://nos.nl/artikel/2480928-advies-bijstand-en-minimumloon-moeten-omhoog-6-miljard-extra-per-jaar-nodig 10 Uit: Masterclass ‘De participatiewet eindelijk in beweging’, Kenniscentrum Sociaal Domein, 11 okt. 2023 8 9
10
3.1.4 Collectief Schuldregelen Collectief Schuldregelen versnelt en vergemakkelijkt het tot stand brengen van minnelijke schuldregelingen. Schuldeisers geven vooraf akkoord op betaalvoorstellen en handelen dossiers collectief af. Dat zorgt voor snellere doorlooptijden en minder rompslomp bij gemeenten en schuldeisers. Daardoor krijgen mensen met schulden sneller perspectief en haken ze minder vaak af11.
3.2 Lokaal beleid In de gemeente Hellendoorn zijn veel initiatieven en organisaties actief betrokken bij de doelgroep die een inkomen hebben rond het wettelijk sociaal minimum. Onze lijnen met stichting BOOM, stichting Hulpfonds en de voedselbank zijn kort. Op die manier wordt gewerkt aan een sociaal vangnet en laagdrempelige toegang. Gemeente Hellendoorn kent diverse minimaregelingen om inwoners op weg te helpen (preventief) of te ondersteunen. Deze minimaregelingen komen in hoofdstukken 4 en 5 aan de orde. Hieronder wordt het overige beleid kort uiteengezet.
3.2.1 Armoedeval Inwoners die de vanuit een uitkering overgaan naar betaald werk, riskeren dat zij er financieel op achteruit gaan. Dit wordt ook wel de armoedeval genoemd. Uitgangspunt van onze gemeente is dat werk moet lonen. Tegelijkertijd wordt het grootste deel van de armoedeval veroorzaakt door het toeslagenbeleid van het Rijk. Dat kunnen we met gemeentelijk beleid niet oplossen. Inkomensondersteunende maatregelen vanuit de gemeente kunnen een positief effect hebben om armoede tegen te gaan. Tegelijkertijd bestaat het risico dat deze maatregelen armoedeval in de hand werken. In de ontwikkeling van ons beleid houden wij daar rekening mee. Landelijk vormt armoedeval ook een aandachtspunt. Bijvoorbeeld in het wetsvoorstel participatiewet in balans, waarbij de bijverdiengrenzen worden verruimd, rekening houdend met armoedeval. Als gemeente hebben we er bovendien oog voor dat werk niet alleen kan lonen in financieel opzicht. Ook in het kader van meedoen in de samenleving, is werk van meerwaarde.
3.2.2. Kosteloos preventief budgetbeheer De wijziging van de Wgs zoals benoemd in 3.1.3, betekent ook dat na achttien maanden de kosten voor budgetbeheer voor eigen rekening zouden komen. Gemeente Hellendoorn vindt dat onwenselijk en heeft besloten kosteloos preventief budgetbeheer aan te bieden aan inwoners met een inkomen tot 120 procent van de toepasselijke bijstandsnorm (besluit uitvoering schuldhulpverlening gemeente Hellendoorn 2023). Via preventief budgetbeheer heeft de budgetbeheerder beter zicht op de meest passende vorm van ondersteuning van de inwoner. Onze gemeente kan daardoor, indien gewenst, de rechter gerichter adviseren. Dit in het kader van de adviesrol die gemeenten sinds de wijziging van de Wgs in 2021 hebben gekregen op de gerechtelijke uitspraken voor beschermingsbewind bij schulden.
3.2.3. Anticiperen op Participatiewet in balans Zoals aangegeven in 3.1.2 gaat het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ naar verwachting 1 januari 2025 in. Waar mogelijk anticiperen we als gemeente op de Participatiewet in balans, zowel beleidsmatig als in de uitvoering. Ook nu al leggen we meer het accent op maatwerk en vertrouwen. Tot het anticiperen op deze wetgeving hoort ook expertiseontwikkeling van beleidsadviseurs en consulenten. Vooruitlopend op de Participatiewet in balans, is in het beleid van de gemeente opgenomen dat giften tot €1200,- vallen onder de inkomstenvrijlating.
11
https://www.nvvk.nl/kennisbank-detail/2021/06/08/Collectief-Schuldregelen
11
4
WAAR STAAN WE NU
4.1 Armoede en schulden in Hellendoorn: de feiten Van alle huishoudens in de gemeente Hellendoorn moet (naar schatting) 4,1 procent12 rondkomen van een inkomen op 100 procent van het wettelijk sociaal minimum (Wsm) en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Dit zijn in totaal 607 huishoudens. Dit ligt net wat lager dan het gemiddeld aandeel van 5 tot 6 procent minimahuishoudens in vergelijkbare (kleinere) gemeenten. In totaal hebben naar schatting 936 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm (6,3 procent van alle huishoudens in de gemeente). Gemiddeld ligt dit aandeel bij andere kleinere gemeenten rond de 7 procent. Het aandeel kinderen tot achttien jaar ligt procentueel iets hoger dan het aantal minimahuishoudens, dat beeld is vrij gangbaar te noemen. 4,3% van de huishoudens in Hellendoorn 13 heeft te maken met problematische schulden. Dit percentage is op het totaal aantal huishoudens, ongeacht de hoogte van het inkomen. Dit gaat om 639 huishoudens.
Figuur 4 Factsheet minimabeleid gemeente Hellendoorn
12
Het betreft een schatting van het aantal minimahuishoudens op 1-1-2023 volgens de armoede index 2023 gemeente Hellendoorn door Kwiz. 13 CBS, Huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015-2021, oktober 2021
12
4.2 Kinderarmoede en armoede onder jongeren in Hellendoorn Als gemeente willen we zoveel mogelijk preventief werken. Om intergenerationele armoede te kunnen doorbreken, is inzet op jeugd, jongeren en gezinnen van belang. We spreken van intergenerationele armoede wanneer een familie van generatie op generatie in armoede leeft.
Twentse data kinderen rondom in armoede Als we kijken op Twents niveau, dan blijkt uit de antwoorden van jongeren en ouders van kinderen van 0-1214 op de vraag of men thuis moeite heeft met rondkomen, dat de percentages nagenoeg gelijk zijn gebleven ten opzichte van 2019. Kinderen en jongeren uit gezinnen die enige tot grote moeite hebben met rondkomen, ervaren daar gevolgen van. Jongeren in Twente noemen dat ze niet op vakantie kunnen en er geen dagjes uit (36 procent) voor hen inzitten. Als we ouders van kinderen in Twente vragen, meldt 75 procent dit. Al is dat percentage wel significant gedaald ten opzichte van 2017 (92 procent). Mogelijk heeft de coronapandemie (door maatregelen waren vakanties en dagjes uit vaak niet mogelijk) hier invloed op gehad. Een kwart (25 procent) van de jongeren in Twente ervaart dat geldzorgen vaak leiden tot ruzie in huis. Meer dan de helft van de ouders van kinderen in Twente (56 procent) geeft aan dat moeite met rondkomen zorgt voor spanningen in het gezin. In beide groepen is het niet afgenomen ten opzichte van voorgaande monitors. Vanuit onderzoek door de GGD wordt gezien dat moeite met rondkomen vaak samen gaat met andere problematiek, zoals in onderstaand overzicht zichtbaar is:
Figuur 5 Gegevens uit Twentse gezondheidsverkenning i.v.m. armoede bij kinderen en jongeren
Cijfers in Hellendoorn rondom kinderen in armoede Er groeien ongeveer 382 kinderen op in een minimahuishouden 15 tot 100 procent Wsm (5,3 procent) en 508 kinderen (7,1 procent) in een huishouden tot 120 procent Wsm (en een laag vermogen). Deze percentages liggen net wat onder de gemiddelde percentages in andere kleinere gemeenten. Laag of geen vermogen Aantal huishoudens
100% Wsm 607
110% Wsm 693
120% Wsm 936
130% Wsm 1.197
Aandeel huishoudens in gemeente
4,1 %
4,6 %
6,3 %
8.0 %
Aantal personen Volwassenen
1.215 833
1.355 934
1.777 1.270
2.229 1.639
Data 2021 https://www.twentsegezondheidsverkenning.nl/dashboard/dashboard/twente Het betreft een schatting van het aantal minimahuishoudens op 1-1-2023 volgens de armoede index 2023 gemeente Hellendoorn door Kwiz. 14 15
13
Kinderen tot 18 jaar
382
421
508
590
Aandeel kinderen in gemeente
5,3 %
5,9 %
7,1 %
8,3 %
Alle vermogens Aantal huishoudens
100 % Wsm 824
110 % Wsm 937
120 % Wsm 1.269
130 % Wsm 1.648
Aandeel in gemeente
5,5 %
6,3 %
8,5 %
11,0 %
Figuur 6 Tabel kerngegevens minimahuishoudens
Huishoudens met kinderen vormen in de gemeente Hellendoorn met elkaar ongeveer 28 procent van de doelgroep huishoudens tot 120 procent Wsm zoals in onderstaande tabel te zien is. Laag of geen vermogen 100% Wsm 110% Wsm Huishoudtype Alleenstaanden 302 50% 356 51% Eenoudergezinnen 80 13 % 93 13% Meerpersoonshuishoudens 110 18% 121 17% zonder kinderen Meerpersoonshuishoudens 116 19% 123 18% met kinderen Totaal 607 100% 693 100% Figuur 7 Kenmerken minimahuishoudens qua huishoudtype
120% Wsm
130% Wsm
494 109 182
53% 12% 19%
641 115 253
54% 10% 21%
151
16%
188
16%
936
100%
1.197
100%
Kinderen zonder ontbijt naar school Als gemeente hebben we een uitvraag gedaan bij scholen naar situaties waarbij kinderen zonder ontbijt naar school gaan. Uit de ontvangen reacties van scholen kunnen we geen conclusies trekken. Van de twintig aangeschreven scholen hebben namelijk zes scholen gereageerd op deze uitvraag. Bovendien is de oorzaak van het feit dat kinderen zonder ontbijt naar school gaan niet per definitie armoede. Toch willen we de reacties hier benoemen om een indicatie aan te geven. Het merendeel van de scholen die hebben gereageerd geeft aan geen signalen te zien. Signalen die wel worden gezien, zijn het niet kunnen betalen van de ouderbijdrage, kleding die kinderen dragen en/of het niet vanuit huis meegeven van fruit voor tijdens de pauze. Enkele scholen geven aan dat er geen kinderen zijn zonder ontbijt of lunch. Andere scholen beschrijven dat zij - als sprake is van een situatie waarin een kind zonder ontbijt naar school komt - zorgen voor brood en beleg of dat er door andere kinderen gedeeld wordt. Tegelijkertijd geven die scholen aan dat dit niet vaak het geval is. Twee scholen maken een inschatting dat 0 (nul) procent zonder ontbijt naar school komt. Eén school antwoord ‘een enkele keer’. Eén school antwoordt 2 tot 3 procent, één school minder dan 10 procent en een andere school schat in 20 procent.
De school die inschat dat 20 procent van de kinderen zonder ontbijt naar school komt, bevindt zich in wijk De Blokken in Nijverdal. Een aantal scholen geeft aan intermediair te zijn voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Zij melden kinderen aan als ze weten dat er weinig te besteden is. Daarnaast wordt aangegeven dat de schoolzorgondersteuner en het (school)maatschappelijk werk een belangrijke rol heeft in het oppakken van signalen. Scholen spreken de wens uit dat zij een beter beeld krijgen van de financiële thuissituatie van kinderen, zodat zij door kunnen verwijzen naar het maatschappelijk werk, schoolzorgondersteuner of gemeente voor passende ondersteuning. Die kennis is er nu niet altijd. Wel wordt geadviseerd om via bijv. EU-Schoolfruit drie dagen per schoolweek fruit te verzorgen. Tot slot geven alle zes scholen aan geen gebruik te maken van het landelijk programma schoolmaaltijden. De voornaamste reden is dat zij zich willen richten op onderwijs. De overheid moet volgens hen zorgen dat gezinnen voldoende te eten hebben. 14
Jongeren 16-25 jaar Financiële zorgen kunnen jongvolwassenen veel stress opleveren. In combinatie met de financiële crisis kan dit zorgen voor een lager welzijn van jongvolwassenen 16. Bijna drie op de tien jongvolwassenen (29%) heeft moeite om alles te kunnen betalen. Ruim één op de vijf (22 procent) heeft het gevoel weinig controle te hebben over geldzaken en 15 procent van de jongvolwassenen heeft schulden (studieschuld en hypotheek niet meegerekend). Deze financiële problemen komen vaker voor bij 16- tot 25-jarigen.
4.3 Armoede onder categorie 67+ in Hellendoorn Procentueel leven veel mensen in Hellendoorn van 67 jaar of ouder op het sociaal minimum. Ook vanwege de toenemende vergrijzing, is dit een categorie waarop de gemeente specifiek gegevens in beeld wil brengen om van daaruit te onderzoeken of en hoe we op deze doelgroep specifiek in kunnen zetten. De meeste regelingen in de gemeente Hellendoorn zijn toegankelijk voor minimahuishoudens met een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm (en geen of laag vermogen). Van deze totale doelgroep van ongeveer 936 huishoudens bestaat 44 procent uit huishoudens met een AOWuitkering als primaire bron van inkomsten en een derde uit bijstandsgerechtigden 17. Deze AOWdoelgroep is een vrij grote groep; vaak ligt het aandeel bijstandsgerechtigden iets hoger en het aandeel AOW’ers iets lager. In veel plattelandsgemeenten wordt wél vaker een grotere groep ouderen gezien. Landelijk is het beeld verder dat de laatste jaren de groep bijstandsgerechtigden kleiner wordt en de groep met een andersoortig inkomen iets toeneemt. Laag of geen vermogen Inkomensbron Participatiewet AOW/Pensioen Loon Ondernemerschap WW/WAO/WAJONG Totaal
100% Wsm
110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
310 195 40 11 51 607
310 233 48 16 86 693
310 408 74 24 120 936
310 547 134 39 168 1.197
51% 32% 7% 2% 8% 100%
45% 34% 7% 2% 12% 100%
33% 44% 8% 3% 13% 100%
26% 46% 11% 3% 14% 100%
Figuur 8 Kenmerken minimahuishoudens qua inkomensbron
4.4 Regelingen in Hellendoorn en het bereik Gemeente Hellendoorn kent diverse regelingen om minima te ondersteunen. Hieronder is in een overzicht verwerkt in hoeverre gebruik gemaakt wordt van de betreffende regelingen.
16 17
Regeling
Inkomensgrens 2022
Doelgroep
Gebruik
Bereik
Kwijtschelding gem. belastingen Individuele bijz. bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Jeugdfonds sport
100% Wsm
607 huishoudens 607 huishoudens 309 huishoudens 1.270 volwassenen 451 kinderen
477
79%
Gem. andere gemeenten 60-80%
203
33%
20-35%
99
32%
Ca. 60%
803
63%
113
25%
30-35% (landelijk) 40-50%
100% Wsm 3 jr. of langer 105% Wsm 120% Wsm 120%
https://www.twentsegezondheidsverkenning.nl/dashboard/dashboard/over-de-deelnemers Uit armoede index 2023 gemeente Hellendoorn door Kwiz.
15
Declaratiefonds
110%
Kindpakket Regeling duurzame gebruiksgoederen Energietoeslag
120% 110% 150%
934 volwassenen 508 kinderen 693 huishoudens 2.189 huishoudens
412
44%
30-40%
233 192
46% 28%
45-65% N.v.t.
1.872
86%/ 97%*
75-90%
Figuur 9 Regelingen en bereik Gemeente Hellendoorn
* Onder de doelgroep tot 150 procent Wsm is het bereik 86 procent. Kijken we naar het specifieke bereik onder de doelgroep tot 120 procent Wsm dan is het bereik hoger; 97 procent. Gemiddeld bereikten gemeenten in 2022 zo’n 75 tot 90 procent van de doelgroep (waarbij de gangbare doelgroep de inkomensgroepen tot 120 procent Wsm was). Enkele percentages uit de tabel vragen om nadere toelichting: De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Hellendoorn behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 100 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. De doelgroep bestaat uit ongeveer 309 huishoudens. In 2022 hebben 99 huishoudens gebruik gemaakt van deze toeslag. Afgezet tegen de groep die drie jaar een inkomen tot 100 procent Wsm heeft is dit een bereik van 32 procent. Vergeleken met andere gemeenten - waar een bereik rond de 60 procent gangbaar is - is het bereik voor deze regeling in de gemeente Hellendoorn laag te noemen. De voorwaarde dat er geen zicht is op inkomensverbetering, maakt dat de feitelijke doelgroep kleiner is dan de 309 huishoudens waarvan het inkomen lager is dan 105 procent Wsm.
In 2022 hebben 113 kinderen gebruikgemaakt van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Daarmee ligt het bereik van deze regeling op 25 procent, wat aan de lage kant is. Een mogelijke verklaring ligt in de toegankelijkheid van het jeugdfonds, dit kan alleen via een intermediair. Het is daarnaast een regeling die loopt naast het Kindpakket; dit kan voor onduidelijkheid zorgen. Gemiddeld ligt het bereik van het jeugdfonds in veel andere gemeenten tussen de 40 en 50 procent. In 2022 maakten 233 kinderen gebruik van het Kindpakket, een bereik van 46 procent onder minimakinderen tot 120 procent Wsm. Dit ligt redelijk in lijn met andere gemeenten die een participatieregeling voor kinderen hebben; het gemiddelde bereik varieert van 45 tot 65 procent. In 2022 hebben 192 huishoudens gebruikgemaakt van de vergoeding voor duurzame gebruiksgoederen, een bereik van 28 procent onder de doelgroep. Omdat er maar weinig gemeenten zijn die een soortgelijke regeling aanbieden ( en vaak ook onder andere voorwaarden dan in de gemeente Hellendoorn), is moeilijk een vergelijking te maken met andere gemeenten.
4.5 Vroegsignalering bij schulden Een openstaande rekening voor huur, zorgpremie, energie of water kan duiden op financiële problemen. Daarom zijn verhuurders, zorgverzekeraars, energiebedrijven en het waterbedrijf verplicht om betalingsachterstanden te melden bij de gemeente. Vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS) zijn wij als gemeente verplicht om deze inwoners hulp aan te bieden. Op basis van een afwegingskader wordt bepaald op welke manier contact wordt gelegd. Dit kan schriftelijk zijn met een brief, maar ook via whatsapp, mail, telefoon of het afleggen van een huisbezoek. We zien in de landelijke cijfers18 dat 18 procent van de contactpogingen daadwerkelijk 18
Divosa Monitor Vroegsignalering Schulden, Jaarrapportage 2022
16
contact oplevert. Van deze 18 procent wordt in vervolgens 8 procent van de gevallen ingegaan op het hulpaanbod. Belangrijk hierbij is dat het om een vrijblijvend aanbod gaat. Het is geen verplichting, maar een kans voor de inwoner om met zijn schulden aan de slag te gaan. De inzet is om ergere problemen te voorkomen. In het overzicht hieronder is het aantal meldingen per maand per leverancier te zien, om een beeld te schetsen van de situatie in gemeente Hellendoorn. Leverancier Energie Woningcorporatie Water Zorgverzekering Totaal
Mei 29 4 16 55 104
Juni 31 2 0 45 78
Juli 15 5 0 32 52
Augustus 38 12 0 33 83
September 27 1 0 61 89
Aantal 140 24 16 226 406
Percentage 34% 6% 4% 56% 100%
Figuur 10 Aantal signalen per type vaste lasten partner over de periode mei tot september 2023
4.6 Samenwerking bij financiële ondersteuning Gemeente Hellendoorn werkt met verschillende netwerkpartners, waaronder vrijwilligersorganisaties, om inwoners financieel te begeleiden en te ondersteunen. De samenwerking tussen Stadsbank Oost Nederland, stichting Boom, Hulpfonds Hellendoorn en de gemeente Hellendoorn heeft als doel om meer preventief te werken, in te zetten op duurzame financiële zelfredzaamheid en het voorkomen van uitval en recidive tijdens en na trajecten. Als gemeente pakken we hierbij meer de regierol. Wij verwachten dat dit ertoe leidt dat wij inwoners eerder aan passende ondersteuning kunnen helpen. Organisatie St. BOOM Stichting Hulpfonds Hellendoorn
Aantal inwoners ondersteund 32 34
Figuur 11 Overzicht aantal ondersteunde inwoners door stichting BOOM en stichting Hulpfonds Hellendoorn
Stadsbank Oost Nederland werkt met een nieuwe strategie; ‘Samen lossen we schulden op’19, waarbij klant- en resultaatgerichte dienstverlening meer voorop staat. Voor onze samenwerking met de Stadsbank hebben wij gekozen voor het zogenoemde hybride model. Dit houdt in dat we een deel van de taken zelf op ons nemen, zoals de toegang tot schuldhulpverlening. Dat hybride model geeft uitvoering aan de ambitie die we hebben om meer regie te nemen. Daarnaast is het wekelijks fysiek aanwezig zijn in het Huis voor Cultuur en Bestuur in Nijverdal ook onderdeel van het hybride model. Wij vinden het belangrijk om goed zicht te hebben op inwoners die zich in een schuldensituatie begeven. Het aantal inwoners dat in een schuldregelingstraject zit, ziet er als volgt uit: Actieve schuldregeling Actieve schuldregeling Totaal
Aantal 14 14
Figuur 12 Overzicht aantal actieve schuldregelingen in 2022
Traject Schuldbemiddeling Saneringskrediet Herfinanciering 19
Aantal 4 3 -
Deze strategie is bekrachtigd door het Algemeen Bestuur in november 2022
17
WSNP Totaal
2 7
Figuur 13 overzicht afgeronde schuldregelingstrajecten stadsbank Oost Nederland 2022
De samenwerking met de Stadsbank verloopt goed. Iedere woensdag is een medewerker van de Stadsbank aanwezig in het Huis voor Cultuur en Bestuur. Deze aanwezigheid maakt dat er korte lijnen zijn. Inwoners plukken daar de vruchten van. Door een warme overdracht hoeven inwoners minder vaak uitgebreid hun verhaal te doen.
4.7 Opvallendheden en conclusies uit het onderzoek Onderzoeksbureau KWIZ heeft in opdracht van ons onderzoek gedaan, via een zogenoemde armoede index. Als we kijken naar de resultaten, dan vallen een aantal zaken op: •
•
•
•
•
•
•
De percentages van inwoners van de gemeente Hellendoorn die op een minimum leven, liggen net iets lager in vergelijk met vergelijkbare gemeenten en landelijke gegevens. Naar schatting komt 4,1 procent van de huishoudens rond van een inkomen op 100 procent Wsm en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet (gemiddeld 56 procent in vergelijkbare (kleinere) gemeenten). In totaal heeft naar schatting 6,3 procent van alle huishoudens in de gemeente een inkomen tot 120 procent (gemiddeld bij andere kleinere gemeenten rond de 7 procent). Het percentage kinderen in minimahuishoudens. Huishoudens met kinderen vormen in de gemeente Hellendoorn met elkaar ongeveer 28 procent van de doelgroep huishoudens tot 120 procent Wsm. Er groeien ongeveer 382 kinderen op in een minimahuishouden20 met een inkomen tot 100 procent Wsm (5,3 procent), 508 kinderen (7,1 procent) in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm en 590 (8,3 procent) (en een laag eigen vermogen). Deze aantallen liggen net wat onder de gemiddelde aantallen in andere kleinere gemeenten. Desondanks zijn deze percentages noemenswaardig in het kader van kansrijk opgroeien. De school waar men inschat dat 20 procent van de kinderen zonder ontbijt naar school komt, bevindt zich in wijk De Blokken in Nijverdal. Hierbij moet wel worden gezegd dat dit een inschatting betreft.
Bovendien hoeft armoede niet (altijd) de oorzaak te zijn van het feit dat de kinderen niet ontbijten. Van de doelgroep die in de gemeente Hellendoorn in aanmerking komt voor de huidige minimaregelingen (een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm en geen of laag vermogen), bestaat een hoog percentage uit huishoudens met een AOW-uitkering als primaire bron van inkomen. Dit percentage ligt op 44 procent. De individuele inkomenstoeslag kent met 32 procent een laag bereik. Zeker vergeleken met andere gemeenten, waar een bereik rond de 60 procent gangbaar is, is het bereik voor deze regeling is in onze gemeente laag te noemen. De mogelijke overlapping tussen Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Kindpakket. Het bereik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur is wat aan de lage kant, namelijk 25 procent (andere gemeenten 40-50 procent). Een mogelijke verklaring ligt in het feit dat kinderen ook nog gebruik kunnen maken van het Kindpakket. Het gebruik van het Kindpakket ligt met 46 procent (tot 120 procent van het Wsm) redelijk in lijn met andere gemeenten die een participatieregeling voor kinderen hebben (varieert van 45-65 procent). In 2022 hebben 192 huishoudens gebruikgemaakt van de vergoeding voor duurzame gebruiksgoederen. Dit betekent een bereik van 28 procent van de doelgroep.
Omdat maar weinig gemeenten een soortgelijke regeling aanbieden, en vaak ook onder andere voorwaarden dan in de gemeente Hellendoorn, is het niet goed mogelijk om het bereik te vergelijken met andere gemeenten.
20
Het betreft een schatting van het aantal minimahuishoudens op 1-1-2023 volgens de armoede index 2023 gemeente Hellendoorn door Kwiz.
18
•
•
Bij de regelingen van de gemeente Hellendoorn is sprake van diverse inkomensgrenzen die gehanteerd worden voor verschillende regelingen, variërend van 100 procent van het Wsm, 110 procent, 120 procent en 150 procent van het Wsm. Er zit een groot verschil tussen het aantal schuldregelingen (14) en het geschatte aantal huishoudens met problematische schulden (639) in de gemeente Hellendoorn.
Met deze bevindingen willen wij aan de slag (zie 5.3). Dat wil zeggen dat we deze gegevens en de gesprekken met inwoners als basis gebruiken om nog meer tegemoet te komen aan de behoeften van onze inwoners die ondersteuning nodig hebben.
19
5
WAAR WILLEN WE NAARTOE
5.1 Onze uitgangspunten Dit armoede- en schuldenbeleidsplan is een uitwerking van onze strategische visie op het sociaal en maatschappelijk domein, binnen het thema Meedoen. Meedoen in onze gemeente is voor alle inwoners van belang. Niet mee kunnen doen, kan diverse oorzaken hebben. Voor zover wij invloed hebben op die oorzaken, zetten wij ons in om drempels te verlagen en inwoners te ondersteunen. Ondersteuning kan ingezet worden bij het oplossen van schulden, het versterken van basisvaardigheden of door financieel te ondersteunen. Vier leidende principes uit de strategische visie vormen de kern van dit beleidsplan, namelijk: 1. De kracht van inwoners en samenleving; 2. Focus op preventie en vroegsignalering; 3. Dichtbij en laagdrempelig; 4. Verbonden en integraal. Voor een toelichting van deze principes verwijzen we naar de strategische visie 21.
5.2 Wat willen we bereiken rondom armoede en schulden Het doel is het bereiken van een gezonde financiële situatie voor iedere inwoner van onze gemeente. Zo’n gezonde financiële situatie vergroot de kans om mee te kunnen doen in de samenleving en vergroot de kans voor kinderen om kansrijk te kunnen opgroeien. Inwoners zijn in staat zelf (of met hulp) hun financiële situatie op orde te houden door stabiele inkomsten, doordat vaardigheden zijn versterkt en doordat zij overzicht houden op de administratie. Preventie is van belang, want voorkomen is beter dan genezen. Ons beleid en ons handelen zijn erop gericht om te voorkomen dat armoede en schulden actieve deelname van inwoners aan de samenleving belemmeren. Problemen van inwoners moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Als die problemen er dan toch zijn, dan zijn we er zo vroeg mogelijk bij. We willen bereiken dat inwoners zowel ons als onze ketenpartners vroegtijdig weten te vinden. Het aanbod moet laagdrempelig zijn, maar ook persoonlijk en toegankelijk. Aangezien armoede en schulden effect hebben op gezondheid, gedrag, (arbeids)participatie en (school)prestaties, hebben wij oog voor oorzaak en gevolg en werken we vanuit een integrale aanpak. Ons doel is dat inwoners financieel zelfredzaam zijn: Iemand is financieel redzaam wanneer hij weloverwogen keuzes
maakt, zodanig dat zijn financiën in balans zijn nu en in de toekomst. Dat is niet alleen op het moment dat iemand zelf al zijn geldzaken kan regelen, maar ook dat iemand weet wanneer hij hulp zou moeten inroepen22.
We hebben oog voor de menselijke maat. Hoewel we te maken hebben met wetten en regels, staan deze bij ons niet centraal. We benaderen situaties vanuit de inwoner en de behoefte van die inwoner. Onze dienstverlening vanuit verschillende domeinen sluit daar - vanuit onderlinge samenwerking - bij aan. Ook buiten onze organisatie werken we samen, om onze maatschappelijke opdracht zo goed mogelijk vorm te geven.
5.3 Verbeterpunten uit onderzoek armoede en schulden Uit het onderzoek van KWIZ komen in 4.7 een aantal bevindingen naar voren die we hieronder willen omzetten naar verbeterpunten van ons beleid. Die accenten zijn verder verwerkt in de keuze van onze pijlers en nemen we mee in onze uitvoeringsagenda.
21 22
Strategische visie gemeente Hellendoorn: ‘Samen bouwen aan een gezonde, kansrijke en leefbare toekomst’, 2024 Definitie Nibud
20
5.3.1 Minimabeleid Verbeterpunten vanuit onderzoek/interviews: • Algemene verbeterpunten: o Bij onze minimaregelingen worden diverse inkomensgrenzen gehanteerd voor de verschillende minimaregelingen, variërend tussen 100 procent, 110 procent, 120 procent en 150 procent van het Wsm. Dit maakt deze regelingen onnodig ingewikkeld voor inwoners. Eenduidigheid in percentages over de inkomensgrens is wenselijk. o Aangezien nog niet alle regelingen goed gevonden worden in onze gemeente, is gerichte communicatie hieromtrent van belang. Hierbij bekijken we goed welke doelgroep we willen bereiken en welke wijze van communiceren daarbij passend is. • Collectieve zorgverzekering: Het bereik van 63 procent onder de totale doelgroep volwassenen tot 120 procent Wsm ligt ver boven het gemiddelde in vergelijking met het landelijk bereik van rond de 30 tot 35 procent van de doelgroep. Ongeveer 60 procent van de verzekerden heeft het meest uitgebreide aanvullende pakket afgesloten (GarantVerzorgd 3). Om in te zetten op het voorkomen van gezondheidsachterstanden is het wenselijk om de inkomensgrens te verhogen en in te blijven zetten op een zo hoog mogelijk bereik. • Bijzondere bijstand: Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Hellendoorn is erop gericht om mensen die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen.
In 2022 is aan 203 huishoudens bijzondere bijstand verstrekt. Het bereik van de bijzondere bijstand komt uit op 33 procent. Dat is aan de hoge kant vergeleken met andere gemeenten, waar het gemiddelde ligt tussen 20 en 35 procent. Voor wat betreft het bereik ligt hier dus geen verbeterpunt. Bijzondere medische kosten worden bovendien deels opgevangen doordat een hoog percentage van inwoners met een inkomen op het sociaal minimum gebruik maakt van de collectieve zorgverzekering. • Jeugdfonds Sport & Cultuur en Kindpakket: Het bereik van het Jeugdfonds Sport & Cultuur is met 25 procent aan de lage kant. Een mogelijke verklaring ligt in het feit dat kinderen ook nog gebruik kunnen maken van het Kindpakket. Het gebruik van het Kindpakket ligt met 46 procent (tot 120 procent Wsm) redelijk in lijn met andere gemeenten die een participatieregeling voor kinderen hebben (varieert van 45-65 procent). Om meer helderheid te creëren voor inwoners en het totale bereik van regelingen voor kinderen te vergroten, is een passende oplossing om het Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Kindpakket samen te laten smelten in het Kindpakket. Uiteraard houdt dit gerichte communicatie in met inwoners die nu gebruik maken van het Jeugdfonds, zodat zij de overstap kunnen maken voor zover zij nog niet bekend zijn met het Kindpakket.
De exacte invulling van dat Kindpakket verdient nadere uitwerking vanuit de uitvoeringsagenda. • Duurzame gebruiksgoederen: In 2022 hebben 192 huishoudens gebruikgemaakt van de vergoeding voor duurzame gebruiksgoederen, een bereik van 28 procent onder de doelgroep. Omdat er maar weinig gemeenten zijn die een soortgelijke regeling aanbieden (en vaak ook onder andere voorwaarden dan in de gemeente Hellendoorn), is het niet goed mogelijk om het bereik te vergelijken met andere gemeenten. Wij vinden het echter belangrijk om in te blijven zetten op een regeling voor duurzame gebruiksgoederen. Voor deze regeling duurzame gebruiksgoederen zien we wel enkele aandachtspunten. Per 1 januari 2024 draagt Stichting Hulpfonds Hellendoorn deze regeling over aan de gemeente. Bovendien kan de regeling verbeterd worden door in een nieuwe verordening een verdeling te maken in diverse vormen van gebruiksgoederen. Dit om passende ondersteuning voor specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld gezinnen en inwoners met energiearmoede, te kunnen bieden. Daarnaast geldt momenteel dat inwoners minimaal twaalf maanden een inkomen moeten hebben beneden de norm. Het is wenselijk deze periode veel korter te maken om meer inwoners met een inkomen op het sociaal minimum tegemoet te kunnen komen bij de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen. 21
•
•
•
Kwijtschelding belastingen: In 2022 is aan 477 huishoudens geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van lokale heffingen verstrekt. Met elkaar is dit een bereik van 79 procent onder de primaire doelgroep. Dat is vergeleken met andere gemeenten relatief aan de hoge kant (andere gemeenten 60-80 procent). Voor wat betreft het bereik ligt hier dus geen direct verbeterpunt. Individuele inkomenstoeslag: In 2022 hebben 99 huishoudens gebruik gemaakt van deze toeslag. Afgezet tegen de groep die drie jaar een inkomen tot 100 procent Wsm heeft, is dit een bereik van 32 procent. Vergeleken met andere gemeenten (bereik van rond de 60 procent) is dit een laag bereik. Het is van belang om door middel van gerichte communicatie en het extra onder de aandacht brengen bij consulenten en netwerkpartners, het bereik van deze regeling te verhogen. Samenwerking netwerkpartners: We merken dat het van belang is om in te blijven zetten op het bereik van onze regelingen. Onze netwerkpartners kunnen hierbij helpend zijn. Zij ontmoeten inwoners die behoren tot onze (potentiële) doelgroep en zijn daarmee een vindplaats, ook voor bijvoorbeeld inwoners met beperkte basisvaardigheden die zelf de weg niet vinden. Door intensief met hen te blijven samenwerken en de samenwerking te optimaliseren, kunnen we ons bereik vergroten.
5.3.2 Schuldhulpverlening Verbeterpunten vanuit onderzoek/interviews: • Algemene verbeterpunten: Aangezien onder de doelgroep met problematische schulden, laaggeletterdheid een rol speelt, is het van belang om als gemeente in te zetten op basisvaardigheden van onze inwoners. • Vroegsignalering: Om eerder zicht te hebben op huishoudens met dreigende problematische schulden, zetten we intensief in op vroegsignalering. We monitoren, evalueren en versterken succesfactoren in onze werkwijze. Hiermee willen we bereiken dat inwoners met schulden eerder bij ons in beeld komen. • Proces schuldhulpverlening: We willen de schuldhulpverlening laagdrempeliger en beter vindbaar maken voor onze inwoners. Daarom stemmen we de toegang tot schuldhulpverlening en het proces eromheen af met onze samenwerkingspartners. We werken met een duidelijke gemeentelijke toegang tot schuldhulpverlening. Het doel is om inwoners met problematische schulden beter in beeld te krijgen en daarmee het verschil tussen het aantal schuldregelingen en het (geschatte) aantal huishoudens met problematische schulden te verkleinen en de gegevens beter te kunnen duiden. We stemmen de nazorg goed af met partners om gezamenlijk te werken aan duurzame financiële zelfredzaamheid van onze inwoners.
5.3.3 Specifieke kwetsbare doelgroepen Beleid en uitvoering richten op kinderen, gezinnen en jongeren is van belang om ‘aan de voorkant’ te komen met onze dienstverlening. We willen intergenerationele armoede doorbreken om kinderen en jongeren kansrijk te laten opgroeien. Er kwam naar voren dat er een school is met een hoog geschat percentage kinderen dat zonder te ontbijten naar school gaat. We investeren in het signaleren, bespreekbaar maken en de kennis van ondersteuning op scholen en via schoolmaatschappelijk werk en schoolzorgondersteuners. Daarnaast blijkt een groot percentage (44 procent) van de doelgroep die 65 jaar of ouder is, te leven op een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm (en geen of laag vermogen) met een AOWuitkering als primaire bron van inkomsten. Zij verdienen de nodige ondersteuning om naar wens te participeren binnen onze (lokale) samenleving. (Zie ook 4.7 i.v.m. conclusies uit het onderzoek) Tot slot behoren inburgeraars tot een kwetsbare doelgroep qua financiële zelfredzaamheid. In eerste instantie worden zij financieel ontzorgd door de gemeente. Vervolgens zoeken zij hun 22
eigen weg in de (complexe) financiële wereld van Nederland. Ondersteuning om hen financieel zelfredzaam te maken is noodzakelijk om te kunnen participeren.
5.4 Pijlers armoede en schuldhulpverlening Er zijn vijf pijlers geformuleerd op basis van het onderzoek door KWIZ, de input van inwoners en samenwerkingspartners daarin en op basis van landelijk beleid en landelijke ambities. Deze vijf pijlers geven richting om passende interventies te doen, die ten goede komen aan onze inwoners. Ons beleid voor de lange termijn rust op de volgende vijf pijlers: 1. Preventie; 2. Vroegsignalering van armoede en schulden; 3. Ondersteuning waar nodig, regie daar waar het kan; 4. Schulden oplossen; 5. Laagdrempelige toegankelijkheid.
Preventie
Vroeg signalering
Ondersteuning waar nodig
Schulden oplossen Laagdrempelige toegankelijkheid
We doen veel om armoede en schulden te voorkomen. Wij zetten in op laagdrempelige toegang en zorgen ervoor dat inwoners gebruikmaken van onze regelingen en voorzieningen. We ondersteunen inwoners zodat zij zich, indien mogelijk, financieel beter kunnen redden. Als inwoners schulden hebben, zijn we er zo vroeg mogelijk bij en helpen wij onze inwoners om de schulden op te lossen. Dit doen we samen met onze partners. Op deze manier proberen we te voorkomen dat problemen groter worden. Armoede en schulden zijn hardnekkige problemen. Inwoners of huishoudens die ermee te maken krijgen, ondervinden daar veelal langdurig hinder van. Veel mensen die in armoede leven of schulden hebben, hebben vaak ook andere zorgen. Deze problemen beïnvloeden elkaar en kunnen elkaar ook versterken. Dit vraagt om een integrale aanpak. Wij leggen zowel intern als extern de verbinding met andere beleidsterreinen die invloed hebben of invloed kunnen uitoefenen om tot oplossingen van de problemen te komen. Slechts een kleine groep mensen met een langdurig (zeer) laag inkomen slaagt er in om uit (grote) schulden te blijven. Ook al is er geen sprake van een laag inkomen, het hebben van problematische schulden betekent vrijwel altijd dat een huishouden niet meer in staat is de normale noodzakelijke uitgaven te doe. Er is dan sprake is van armoede.
Uiteindelijk kan het ertoe leiden dat inwoners minder goed kunnen meedoen in de samenleving. Als gemeente willen we bereiken dat meer inwoners met een laag inkomen toch mee kunnen doen. Dit geldt met name voor kinderen uit kansarme gezinnen, bijvoorbeeld op het gebied van sport, culturele en maatschappelijke activiteiten. We bieden inwoners indien nodig financiële ondersteuning aan en/of onze gemeentelijke sporttrajecten23. Daarbij willen we bewustwording creëren bij inwoners dat omzien naar elkaar waardevol is. Uiteraard kunnen mensen meestal niet elkaars problemen in directe zin oplossen, maar omzien kan simpelweg betekenen dat je bijvoorbeeld een luisterend oor biedt of meedenkt over bepaalde kwesties, waarmee iemand op weg kan worden geholpen richting een oplossing.