CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

(Analoog) Ontwerpbestemmingsplan Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a Haarle - totaal

Debatronde 17 januari 2023, gemeente HellendoornBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan "Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle"23.925 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Balans

De ideeën zijn integraal opgesteld, ontwikkelingen zijn vertaald in schetsen en referentiebeelden en er is een plan opgesteld over de afstemming met de omgeving. Nu kan een conceptplan ingediend worden als vooroverleg bij de gemeente. De gemeente heeft de taak om een afweging te maken of met deze ontwikkeling een extra (ruimtelijk) kwaliteitsimpuls geleverd wordt, het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, een bijdrage geleverd wordt aan de verschillende gebiedsopgaven en of er draagkracht vanuit de buurt aanwezig is. 4.3.1.2 Rood voor rood regeling Onderdeel van het beleid is de rood voor rood regeling, waarbij in ruil voor de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit de mogelijkheid wordt geboden voor het realiseren van één of meerdere woningen. Voor een compensatiewoning dient minimaal 1.000 m 2 aan voormalige (agrarische) bedrijfsbebouwing gesloopt te worden. Voor elke extra woning dient 1.500 m2 per woning gesloopt te worden. Een sloopoppervlakte groter dan 300 m2 komt in aanmerking voor deelname aan de regeling. De te slopen gebouwen dienen minimaal tien jaar bedrijfsmatig in gebruik te zijn geweest. Uitgangspunt voor de slooplocatie is de sloop van het gehele complex met voormalige bedrijfsbebouwing, dus inclusief sleufsilo’s, mestkelders en overtollige erfverharding.

Het heeft de voorkeur dat de kavel(s) op (één van) de slooplocatie(s) worden gerealiseerd. Onder voorwaarde dat wordt voldaan aan het stappenplan, kan er worden gebouwd aan de rand van één van de kernen of buurtschappen, op een bestaand woonerf of als onderdeel van een bebouwingscluster.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp De ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van de bebouwing, maar ook door de verplichting de sloop- en bouwlocatie(s) landschappelijk te passen. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan het beleid Nieuw Buitengebied Wanneer de Rood-voor-rood-ontwikkeling wordt getoetst aan het stappenplan en de Rood voor Rood regeling ontstaat het volgende beeld: Stap 1: Zoals uit hoofdstuk 3 van deze toelichting blijkt worden de deelgebieden landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. De erfontwikkelaar heeft hier een ruimtelijke kwaliteitsplan voor gemaakt. De uitvoering en instandhouding hiervan is via een voorwaardelijke verplichting verankerd in de regels van dit bestemminsplan. Stap 2: Beide deelgebieden liggen binnen de identiteit ‘Rond boeren’. Het agrarisch gebruik geeft identiteit aan dit gebied. Nieuwe functies zijn in dit gebied alleen toegestaan, indien deze in ruimtelijk opzicht of in functionele zin een relatie hebben met de agrarische sector. Bij een nieuw complex aan gebouwen kunnen de gebouwen zo worden geformeerd dat het erf in ruimtelijk opzicht lijkt op een (traditioneel) boerenerf. Inpasbaarheid in het agrarisch cultuurlandschap is van belang. Behoud ontwikkeling en gepaste schaalvergroting vormen een wezenlijk uitgangspunt voor deze identiteit.

Het doel is de agrarische en landschappelijke identiteit te behouden, alsmede een goede toekomst te bieden voor de agrarische sector zelf. Door de situering van de nieuwe bebouwing aan de Oude Deventerweg 19 en de nieuwe erfopzet met behoud van een deel van de bebouwing aan de Wittebroeksweg 9-9a (zie hoofdstuk 3) wordt zoveel mogelijk aangesloten bij een (traditioneel) boerenerf. Door deze situering en de landschappelijke inpassing wordt aangesloten bij het agrarische cultuurlandschap. Zoals uit hoofdstuk 5 blijkt, worden omliggende (agrarische) functies niet door de voorgenomen ontwikkeling belemmerd. De voorgenomen ontwikkeling sluit daarmee aan bij de identiteit zoals deze geldt op basis van de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Avontuurlijk’. Stap 3: De Rood-voor-Rood-ontwikkeling voorziet in de sloop van een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing op beide locaties in het buitengebied van de gemeente Hellendoorn (in totaal 1.235 m2). Dit heeft een positieve impact op het landschap. Hiervoor in de plaats wordt één woning op de slooplocatie Oude Deventerweg 19 gerealiseerd. De nieuwe erven worden landschappelijk ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met de geldende gebiedskenmerken ter plaatse. Door de sloop van de bebouwing wordt het verharde en bebouwde oppervlak in het buitengebied minder, wat een positief effect heeft op de waterhuishouding.

Al met al is er sprake van een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van Hellendoorn. Stap 4: Initiatiefnemer heeft de directe omwonenden reeds geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Hier zijn geen bezwaren uit naar voren gekomen. In hoofdstuk 9 wordt hier nader op ingegaan. Stap 5: De bovenstaande vier stappen in combinatie met de wensen van initiatiefnemer hebben geresulteerd in voorliggend bestemmingsplan. Stap 6: Zoals uit voorliggend bestemmingsplan blijkt, draagt voorliggend initiatief bij aan een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloop van een aanzienlijke hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van de deelgebieden. Het plan is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening en draagt bij aan de geldende gebiedsopgaven. Rood voor rood regeling Op het erf Oude Deventerweg 19 staat een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw van circa 527 m 2. Dit alleen is onvoldoende om in aanmerking te komen voor een compensatiewoning aangezien de sloopnorm 1.000 m 2 bedraagt. Om die reden wordt aan de Wittebroeksweg 9-9a eveneens 708 m2 gesloopt. Alle bebouwing is minimaal tien jaar bedrijfsmatig in gebruik geweest. Met de gezamenlijke sloopoppervlakte (1.235 m2)wordt voldaan aan de sloopnorm.

Omdat ook aan de andere voorwaarden van de regeling wordt voldaan en er voor beide deelgebieden een ruimtelijk kwaliteitsplan is opgesteld voor de landschappelijke inpassing wordt er dan ook voldaan aan de voorwaarden ten aanzien van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp de rood voor rood regeling. Dit geeft initiatiefnemer het recht op het bouwen van een compensatiewoning aan de Oude Deventerweg 19. Zoals in hoofdstuk 3 reeds aangeven bestaat er de wens de meters boven de sloopnormen (235 m 2) op basis van de schuur voor schuurverhouding 1 op 4 in te zetten voor extra bijbouwmogelijkheden bij de compensatiewoning aan de Oude Deventerweg/Vagevuursweg. 4.3.2

‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’

4.3.2.1 Algemeen De ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’ (vastgesteld d.d. 12 februari 2014) bevat een brede visie op de toekomst en vormt het kader van alle ruimtelijke ontwikkelingen. De visie is opgebouwd in 3 lagen, namelijk identiteit, context en kernvisie: •

• •

Identiteit: gericht op versterken en kwaliteit van een gebied: deze geeft niet aan welke ontwikkelingen waar mogelijk zijn maar meer binnen welke identiteit een bepaalde ontwikkeling moet worden uitgewerkt/vormgegeven. Context: gericht op de functionele opgave: Dit vanuit het huidige programma; wonen, werken natuur en verkeer. Kernvisie: In de kernvisie zijn de prioriteiten vanuit de workshops gedestilleerd en wordt aangegeven op welke ontwikkeling/wisselwerking de focus ligt.

4.3.2.2 Identiteit, Context en Kernvisie 4.3.2.2.1

Identiteit

De gemeente Hellendoorn is ingedeeld in zes identiteitsgebieden. Onderhavig plangebied bevindt zich in het identiteitsgebied ‘Rond de boeren’. Het agrarisch gebruik geeft identiteit aan dit gebied. Niet zozeer een identiteit die juist voor deze gemeente bijzonder is, maar wel maatschappelijk gezien van belang. De kleine kernen zijn sterk verweven met het buitengebied. De gebruikers, voornamelijk agrariërs, zijn bepalend (geweest) voor de verschijningsvorm van het landschap. Bij de ontwikkeling van cultuurlandschappen hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Mensen zijn echter het landschap in de loop der tijd wel gaan waarderen om zijn ruimtelijke kwaliteiten. Nieuwe functies zijn in dit gebied alleen toegestaan, indien deze in ruimtelijk opzicht of in functionele zin een relatie hebben met de agrarische sector. Daarbij kan gedacht worden aan het (her)gebruik van karakteristieke (agrarische) bebouwing voor nieuwe functies. Daarmee is de instandhouding van monumentale of karakteristieke bebouwing beter gewaarborgd. Voor een nieuw complex zouden de gebouwen zo geformeerd kunnen worden dat het in ruimtelijk opzicht lijkt op een (traditioneel) boerenerf. Inpasbaarheid in het agrarisch cultuurlandschap is van belang.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp 4.3.2.2.2

Context

Buitengebied Het buitengebied is het gebied buiten de dorpen en kernen. In het buitengebied vindt agrarische bedrijvigheid plaats, er wordt gerecreëerd en gewoond en het bevat belangrijke ecologische waarden. In het buitengebied liggen enkele buurtschappen, met een hechte sociale structuur. Vanwege de verwevenheid met het landschap maken deze buurtschappen onderdeel uit van het buitengebied. Het buitengebied van de gemeente bepaalt grotendeels de identiteit van de gemeente. De functies die in het buitengebied voorkomen, zijn nu nog veel van elkaar gescheiden. De uitdaging is functies meer met elkaar te combineren, waardoor er niet alleen meer winst behaald kan worden, maar er ook meer bewustzijn ontstaat van verschillende functies.

4.3.2.2.3

Kernvisie

Binnen de kernvisie liggen tien concrete opgaven, waarvan zes ruimtelijke en vier procesmatige. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling maakt geen onderdeel uit van een concrete opgave. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’ De voorgenomen Rood-voor-Rood-ontwikkeling sluit goed aan bij de beleidsdoelen zoals verwoord in de ‘Omgevingsvisie Hellendoorn, Natuurlijk Avontuurlijk’. Gesteld wordt dat de ontwikkelingsrichting zoals opgenomen in de omgevingsvisie geen rekening houdt met de huidige ruimtelijke en functionele situatie in het plangebied. Het plangebied betreft twee voormalig agrarische erven. Voorliggende ontwikkeling zal niet direct bijdragen aan het ontwikkelen van de cultuurhistorie, maar zal bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Hellendoorn. Ter plaatse wordt namelijk landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Er wordt een compensatiewoning gebouwd aan de Vagevuursweg en de bestaande bedrijfswoningen aan de Wittebroeksweg worden bestemd als reguliere woning. De compensatiewoning wordt gebouwd voor de concrete lokale behoefte en vormt daarmee geen belemmering voor de woningbouwprogrammering. Hiermee is de herontwikkeling als passend aan te merken en is de ontwikkeling niet in strijd met de beleidsdoelen zoals opgenomen in de omgevingsvisie.

Overigens worden als gevolg van het plan omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Voor en nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragrafen 5.5 en 5.6. 4.3.3

Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025

4.3.2.1 Algemeen De Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025 is op 4 december 2019 door de gemeenteraad van Hellendoorn vastgesteld. Deze woonvisie is tot stand gekomen samen met woningcorporaties, zorgpartijen, marktpartijen, dorpsraden en inwoners. In deze woonvisie wordt het beleid vanaf 2012 geëvalueerd en is de woningmarktsituatie in kaart gebracht en doorvertaald naar een visie tot 2025. 4.3.3.2 Beleid in hoofdlijnen Het thema van de Woonvisie 2020-2025 is ‘van kwantitatieve opgave naar kwalitatieve kans’. De rode draad hierin is het op peil brengen en houden van een hoog kwaliteitsniveau in de bestaande woningvoorraad. Deze bestaande voorraad is het vertrekpunt van de Woonvisie. Nieuwbouw dient te worden ingezet als kwalitatieve toevoeging op de bestaande woningvoorraad. Woningen worden niet toegevoegd voor korte termijn vraag, maar voor lange termijn behoefte. Woningen die nu gebouwd worden staan er immers voor een lange tijd. Een andere belangrijk uitgangspunt is ‘inbreiding gaat voor uitbreiding’. Woningbouw dient in principe binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd te worden. Daarnaast dragen centrumlocaties meer bij aan structuurversterking van een kern (of gemeente) dan locaties aan de rand. Voor de gemeente Hellendoorn is voor de structuurversterking wenselijk aanvullend gebruik te maken van transformatielocaties en aanpakken van ‘rotte kiezen’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp 4.3.3.3 Buitengebied De gemeente geeft in haar woonvisie aan, aandacht te houden voor opgaven in het buitengebied. Het gaat dan met name om vrijkomende agrarische bebouwing. Hellendoorn is voor een groot deel een agrarische gemeente, met een groot buitengebied rondom de kernen en buurtschappen. De komende jaren is landelijk de verwachting dat de schaalvergroting in de landbouw doorzet. Daarnaast heeft een deel van de agrarische ondernemers geen opvolger. Dat betekent naar verwachting dat de leegstand in agrarisch vastgoed zal toenemen. Hellendoorn blijft hiervoor inzetten op rood-voor-rood-regelingen met als doel vrijkomend agrarisch bezit een herbestemming te geven. Denk aan het saneren van overtollige bedrijfsgebouwen in ruil voor bouwrecht op ruimtelijk passende locaties. Vrijkomend agrarisch vastgoed ombouwen naar kleine wooneenheden biedt kansen. Naast rood-voor-rood-regelingen wil de gemeente ook andere initiatieven in het buitengebied stimuleren. Een mogelijkheid is om vrijstaande boerderijen om te bouwen naar meerdere kleine wooneenheden. De hele boerderij overnemen is voor starters te duur en voor oudere huishoudens brengt dit te veel onderhoud met zich mee. Een dergelijke transformatie kan met een CPO-project vanuit meerdere lokale inwoners mogelijk wel georganiseerd worden.

De gemeente vindt het belangrijk dat er bij deze ontwikkelingen aandacht moet zijn voor de bereikbaarheid van deze wooneenheden, zeker wanneer er ouderen en/of zorgbehoevenden worden gehuisvest. Het vastgoed ligt immers vaak relatief ver van de voorzieningen. 4.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie gemeente Hellendoorn 2020-2025 In voorliggend geval is sprake van een Rood-voor-Rood-ontwikkeling waarbij per saldo één woning wordt toegevoegd aan de woningvoorraad in het buitengebied van Haarle. De ontwikkeling sluit aan op een concrete behoefte. Voor de nieuwe woning is reeds een bewoner gevonden. De ontwikkeling sluit goed aan op het gemeentelijk woonbeleid dat aangeeft dat Hellendoorn blijft inzetten op rood-voor-rood-regelingen met als doel vrijkomend agrarisch bezit een herbestemming te geven 4.3.4

Welstandsnota 2012

Het beleid voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied richt zich volgens de Welstandsnota 2012 van de gemeente Hellendoorn op behoud van kenmerkende eigenschappen. Voor wat betreft de bouw van de nieuwe woning geldt dat aansluiting moet worden gezocht met de traditionele compositie en architectuur. Het ontwerp van de woning zal worden voorgelegd aan de stadsbouwmeester van “het Oversticht”, die de plannen voor de gemeente toetst aan de gemeentelijke welstandsnota. 4.3.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de voorgenoemde beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het besluit milieueffectrapportage. Opgemerkt wordt dat met name wordt ingegaan op de bouwlocatie aan de Oude Deventerweg, Vagevuursweg. Ter plaatse van deelgebied Wittebroeksweg 9-9a wordt gesloopt en worden de erven landschappelijk ingepast. De bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Wettelijk kader

5.1.1.1 Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben. De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

De nieuwe woning aan de Vagevuursweg ligt in “buitenstedelijk” gebied binnen de wettelijk vastgestelde geluidszone, als bedoeld in art. 74 van de Wet geluidhinder, van de Vagevuursweg. Deze weg kent echter zeer lage verkeersintensiteiten vanwege een tijdsvenster dat op werkdagen voor deze wegen geldt. Op werkdagen tussen 06.00 en 9.00 uur mag alleen bestemmingsverkeer of verkeer voor de exploitatie van aanliggende percelen hier komen. Er wordt ter plaatse van het plangebied aan de Oude Deventerweg een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht. Onderzoek naar wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. De bedrijfswoningen aan de Wittebroeksweg worden bestemd als reguliere woningen. In artikel 76 van de Wet geluidhinder is bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Onderzoek naar wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat het plangebied zich niet bevindt binnen de wettelijke geluidszone van een spoorweg. 5.1.2.3 Industrielawaai Het plangebied ligt niet in of nabij een zone van een gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet Geluidhinder. Daarom wordt niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 5.1.3

Conclusie

De wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In dit geval is door DUMEA AM een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd ter plaatse van de Oude Deventerweg 19. Voor de slooplocatie Wittebroeksweg 9-9a is een historisch vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd. De onderzoeksrapportages zijn opgenomen in bijlage 2 en 3 bij deze toelichting. De belangrijkste conclusies worden in de volgende paragraaf uiteengezet. 5.2.2

Situatie plangebied

Oude Deventerweg 19 Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Gehele locatie In het bovengrondmengmonster BM1 zijn lichte verhogingen PCB’s en minerale olie aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM2 zijn lichte verhogingen PCB’s en PAK aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM3 zijn lichte verhogingen PCB’s en koper aangetroffen. In het ondergrondmengmonster OM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Gehele locatie Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters MM1 en MM2 is analytisch geen asbest aangetroffen. Druppelzones BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp Ter plaatse van elke druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de mengmonsters DZ1 en DZ2 is analytisch geen asbest aangetroffen. Wittebroeksweg 9-9a De locatie aan de Wittebroeksweg 9 te Haarle betreft een voormalig agrarisch melkrundvee- en varkensbedrijf. Er zijn nog enkele schuren en bergingen aanwezig en twee woningen. Initiatiefnemer is voornemens de bestemming van de locatie te wijzigen, enkele gebouwen te slopen en enkele opstallen blijven behouden. Tijdens het locatiebezoek is gebleken dat de asbesthoudende daken reeds zijn gesaneerd en enkele gebouwen al gesloopt zijn. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen op de locatie wordt formeel gezien een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk geacht. Op basis van onderhavig onderzoek kan de gehele onderzoekslocatie als verdacht worden beschouwd in het kader van de NEN5740 en NEN5707 (asbest in bodem). Op de onderzoekslocatie is een dieseltank aanwezig geweest die separaat onderzocht dient te worden conform strategie VEP van de NEN5740. Omdat niet bekend is met welk materiaal de sloot gedempt is, zal hier extra aandacht aan moeten worden besteed.

Tevens zijn er zes druppelzones gedefinieerd waar het lekwater van de asbesthoudende dakbedekking rechtstreeks in de onbeschermde bodem terechtkomt. Deze druppelzones dienen formeel gezien te worden onderzocht conform de strategie VED-HE van de NEN5707. Aangezien er al sloopactiviteiten plaatsvinden op de locatie is het niet bekend of ten tijde van een verkennend bodemonderzoek de druppelzones nog te definiëren zijn. Conclusie Gegeven het historische gebruik van de locatie (agrarisch erf) en de resultaten van onderhavig historisch onderzoek wordt, bij ruimtelijke ontwikkelingen, formeel gezien een verkennend onderzoek (NEN5740 & NEN5707) noodzakelijk geacht. Daarnaast moeten de aangetroffen verdachte deellocaties (indien aanwezig binnen het plangebied) separaat onderzocht worden. 5.2.3

Conclusie

De bodemkwaliteit aan de Oude Deventerweg 19 is geschikt voor het beoogde gebruik. Ter plaatse van de Wittebroeksweg 9-9a zal formeel gezien nog verkennend onderzoek moeten plaatsvinden. Echter omdat de locatie onder de huidige agrarische functie reeds feitelijk bewoond wordt en deze situatie met voorliggend bestemmingsplan niet veranderd, de woningen zijn reeds aanwezig wordt een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2

Beoordeling

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van één compensatiewoning in het nader van de Roodvoor-Rood-regeling. Een dergelijke ontwikkeling is aan te merken als een project welke “niet in betekenende mate bijdraagt” aan luchtverontreiniging. Overigens zal de luchtkwaliteit fors verbeteren door het vervallen van de mogelijkheden tot het uitoefenen van een agrarisch bedrijf (waaronder intensieve veehouderij) aan de Wittebroeksweg 9-9a. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de Regeling basisnet; • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden). Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Beoordeling

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied aan de Oude Deventerweg en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp

Afbeelding 5.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart)

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied aan de Oude Deventerweg: • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen;

Uit de inventarisatie blijkt dat onder de Vagevuursweg een aardgasbuisleiding van de Gasunie ligt. Op de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied is ter plaatse van de leiding en de belemmeringsstrook ook een dubbelbestemming ‘leiding- Gas’ opgenomen. Het betreft een aardgasleiding met een diameter van 212 mm en een maximale werkdruk 40 bar. Voor een dergelijke leiding ligt de 1% letaliteitsgrens op 100 meter, de 100% letaliteitsgrens ligt op 50 meter. De gewenste woning ligt op circa 45 meter van de leiding. Door de ontwikkeling is er sprake van een extra woning en een toename van gemiddeld 2,54 personen (normgetal dat de Gasunie hanteert) binnen het plangebied aan de Vagevuursweg. De gasleiding kent geen plaatsgebonden risico. Om het groepsrisico in kaart te brengen is een groepsrisicoberekening met het programma CAROLA uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 2. Hierna worden de onderzoeksresultaten weergegeven. Onderzoeksresultaten en verantwoording groepsrisico De CAROLA-berekening ten behoeve van de realisatie van de bouw van één extra woning aan de Oude Deventerweg 19 te Haarle toont aan dat het Groepsrisico kleiner is dan 0.1 van de oriëntatiewaarde. (GR < 0.1) Met andere woorden: de uitvoering van het project is op basis het CAROLA-onderzoek in het kader van het groepsrisico aanvaardbaar.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp In relatie tot het plaatsgebonden risico wordt opgemerkt dat er rondom de onderzochte buisleidingen, binnen het projectgebied geen 10-6 risicocontouren aanwezig zijn en conform de wetgeving (Besluit externe veiligheid buisleidingen) er dan ook geen sprake is van een knelpunt (saneringsgeval). Geconcludeerd wordt dat met betrekking tot het aspect ‘externe veiligheid’ ten aanzien van buisleidingen, het project past binnen een ‘goede ruimtelijke ordening’. Verantwoording groepsrisico Personendichtheid en hoogte groepsrisico De personendichtheid in het invloedsgebied is laag gezien de relatief weinige bebouwing. Volgens de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen is de omgeving te typeren als rustige woonwijk waar de bevolkingsdichtheid gemiddeld 25 personen per hectare is. Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige situatie minder dan 10% ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. Hierom worden in het plangebied bluswatervoorzieningen (bijvoorbeeld brandkranen) aangebracht.

De bluswatervoorzieningen voldoen aan de eisen van de brandweer van Nijverdal. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen. De hoofdontsluiting is op de Oude Deventerweg. Voor de interne ontsluiting wordt een logische structuur gehanteerd. Dit is ook van belang voor de hulpdiensten. De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico's voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats incident. De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. De streefwaarde voor een beroepskorps is 1,0 minuut en voor een vrijwillige organisatie circa 3,5 minuten. De aanrijdtijd betreft de zuivere rijtijd. Het is de verwachting dat het plangebied zich binnen de normtijd bevindt op grond van artikel 3.2.1.

Besluit veiligheidregio's dat voorschrijft dat een basisbrandweereenheid een opkomsttijd heeft van 6 minuten voor gebouwen met een woonfunctie. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie word een reguliere woning gerealiseerd. Het gaat hierbij om zelfredzame personen. Dubbelbestemming Leiding -Gas De dubbelbestemming ‘Leiding- Gas’ is opnieuw opgenomen op de verbeelding, maar deze is wel aangepast omdat conform de signaleringskaart EV de belemmeringsstrook slechts 4 meter aan weerszijden van de leiding ligt. Advies groepsrisicoverantwoording Veiligheidsregio en Omgevingsdienst Zowel de veiligheidsregio Twente als de Omgevingsdienst Twente hebben geadviseerd over de verantwoording van het groepsrisico. De volledige adviezen zijn opgenomen in bijlage 9 en 10 van deze toelichting. Beide instanties hebben aangegeven dat gelet op de wet- en regelgeving m.b.t. externe veiligheid de realisatie van het plan voldoet. Het groepsrisico is voldoende verantwoord, waarbij wordt geadviseerd de volgende maatregelen te overwegen. 1. 2.

Indien mogelijk overweeg dan om de woning buiten de 10 kW/m2 zone te projecteren; Stem werkzaamheden nabij de leiding af met de leidingbeheerder;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp 3.

Sluit nevenfuncties voor niet zelfredzame personen uit.

Het voldoen aan de wettelijke eisen en normen betekent niet dat er zich geen calamiteiten kunnen voordoen. Er blijft altijd een restrisico aanwezig waarbinnen incidenten plaats kunnen vinden. Gelet op bovenstaande overwegingen en de geadviseerde toekomstige maatregelen en voorzieningen met betrekking tot de verantwoording van het groepsrisico, wordt geadviseerd onderhavige situatie acceptabel te achten. Indien in de toekomst middels vrijstelling of anderszins medewerking wordt verleend aan functiewijzigingen of een nadere uitwerking van het bestemmingsplan plaatsvindt, zal aan de geldende voorwaarden op het gebied van de regelgeving met betrekking tot externe veiligheid moeten worden voldaan en m.b.t. “een goede ruimtelijke ordening” een verantwoording van het groepsrisico dienen plaats te vinden. Gemeentelijke afweging adviseerde maatregelen 1. 2.

3.

Deze maatregel wordt als buitenproportioneel gezien gelet op de kleinschalige ontwikkeling in relatie tot de kleine kans van optreden van een calamiteit; Afstemming met de leidingbeheerder is in voorliggend bestemmingsplan en het aangrenzende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ geborgd in de vergunningplicht die is opgenomen voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden binnen de dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’; Bij de bestaande woning aan de Oude Deventerweg 19 is het op basis van het huidige bestemmingsplan reeds bij recht toegestaan niet-agrarische nevenactiviteiten binnen bestaande voormalige bedrijfsgebouwen uit te oefenen. Voorliggende Rood-voor-Rood ontwikkeling voorziet in de sloop van het hier nog aanwezige voormalige agrarische bedrijfsgebouw. Mocht men hier in de toekomst nevenactiviteiten willen ontplooien, dan kunnen deze bij zowel de bestaande woning Oude Deventerweg 19 als de compensatiewoning alleen mogelijk worden gemaakt met een omgevingsvergunning met toepassing van een binnenplanse afwijking. Bij een eventuele toekomstige vergunningaanvraag daarvoor zal onder andere ten aanzien van het aspect externe veiligheid een afweging worden gemaakt of een beoogde (neven)activiteit acceptabel is.

Plangebied aan de Wittebroeksweg Uit de inventarisatie blijkt dat ten westen van de bestaande bedrijfswoningen aan de Wittebroeksweg op circa 410 meter een aantal aardgasleidingen liggen. Omdat het bestaande woningen betreffen zal de personendichtheid niet toenemen. Het groepsrisico neemt daardoor eveneens niet toe of af en hoeft niet nader verantwoord te worden. 5.4.3

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met de wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp •

het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2

Gebiedstypen

Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied ligt in het rustige buitengebied. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype “rustige woonwijk”. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp Er dient bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden aan de Oude Deventerweg/Vagevuursweg. Gesteld kan worden dat er sprake is van een forse verbetering van het woon- en leefklimaat van omliggende functies aan de Wittebroeksweg 9-9a, aangezien de planologische mogelijkheid voor het exploiteren van een intensieve veehouderij komt te vervallen. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en omgekeerd. Hieronder zal de hinder van bestaande functies in de omgeving worden beschreven. Opgemerkt wordt dat bij veehouderijen, op basis van de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’, veelal de grootste richtafstand geldt voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn, in het geval van veehouderijen, echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend.

Hier wordt in de volgende paragraaf nader op ingegaan. De overige van toepassingen zijnde aspecten, stof, geluid en gevaar worden hierna getoetst. In de omgeving bevinden zich enkele milieubelastende activiteiten, namelijk agrarische bedrijven en sportvelden en MFA de Belte (liggende in de gemeente Raalte). In onderstaande tabel zijn de bedrijven/functies genoemd. Tevens is aangegeven welke milieucategorie op deze functies van toepassing is, welke richtafstand voor het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ wordt geadviseerd en wat de afstand van deze activiteiten/functies tot het plangebied is. Voor de agrarische bedrijven is het aspect ‘geur’ buiten beschouwing gelaten. Opgemerkt wordt dat gemeten is tussen het bouwvlak van de te bouwen compensatiewoning en de (agrarische) bedrijfsbouwvlakken. Adres

Bestemming/functie

Milieucategorie

Grootste richtafstand

Vagevuursweg 4

Agrarisch/Grondgebonden veehouderij Agrarisch/Grondgebonden veehouderij Sport/sportvelden en MFA

3.2

30 m (stof en geluid) 30 m (stof en geluid) 50 m (geluid)

Lorkeersweg 3 Zwarteweg 24

3.2 3.1

Werkelijke afstand (bouwvlak – bestemmingsvlak) Ca. 300 m Ca. 500 m Ca. 300 m

Gezien de afstanden tot omliggende milieubelastende functies mag er van worden uitgegaan dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden de omliggende milieubelastende functies niet in hun bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. 5.5.4

Conclusie milieuzonering

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Op grond van het bepaalde in artikel 1 van de Wgv is een geurgevoelig object als volgt gedefinieerd: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. 5.6.2

Situatie plangebied

Met voorliggende ontwikkeling wordt aan de Oude Deventerweg/Vagevuursweg een nieuw geurgevoelig object toegestaan, namelijk de compensatiewoning. Zoals in de paragraaf 5.5 (milieuzonering) is aangegeven, bevinden zich in de omgeving van het plangebieddeel aan de Oude Deventerweg/Vagevuursweg (de planologische) mogelijkheden tot exploiteren van grondgebonden veehouderijen, hiervoor geldt gelet op het bovenstaande buiten de bebouwde kom een vaste afstand van 50 meter. Aan de Vagevuursweg 4 bevindt zich een agrarisch bouwvlak voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. De mogelijkheid lijkt op basis van de luchtfoto niet te worden gebruikt. Dit agrarisch bouwvlak ligt op een afstand van circa 300 meter van het plangebied. Aan de Lorkeersweg 3 bevindt zich eveneens een agrarisch bouwvlak voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Dit bedrijf is tevens daadwerkelijk aanwezig. Dit agrarisch bouwvlak ligt op een afstand van circa 500 meter van het plangebied. Aan de vaste afstand van 50 meter tot omliggende agrarische bedrijven kan ruimschoots worden voldaan. Er is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Tevens wordt opgemerkt dat omliggende agrarische bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Aan de Wittebroeksweg worden de bestaande bedrijfswoningen omgezet naar reguliere woningen.

De Wet geurhinder maakt geen onderscheid in bedrijfswoningen of reguliere woningen. Deze planologische wijziging zorgt dan er dan ook niet voor dat er aan de Wittebroeksweg nieuwe geurgevoelige objecten worden mogelijk gemaakt. Nadere beschouwing is daarom niet noodzakelijk.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp 5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor dit plan.

5.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.1

Gebiedsbescherming

5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied in het kader van de Wet natuurbescherming. In dit geval ligt de locatie Oude Deventerweg 19 op circa 1 kilometer van het meest nabij gelegen Natura 2000gebied ‘Sallandse Heuvelrug’. De locatie Wittebroeksweg 9-9a ligt op circa 800 meter afstand van het ‘Boetelerveld’. Direct negatieve effecten op het Natura 2000-gebied als gevolg van licht of geluidshinder zijn gelet op de onderlinge afstand op voorhand uit te sluiten. Indirecte effecten in de vorm van stikstofdepositie zijn niet op voorhand uit te sluiten. Door BJZ.nu is daarom een stikstofonderzoek uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2021. De onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 5. Hierna wordt op de onderzoeksresultaten ingegaan.

Onderzoeksresultaten Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Sallandse Heuvelrug’ of verder weg gelegen Natura 2000-gebieden. Deze resultaten duiden erop dat er geen sprake is van een stikstofdepositie met een mogelijk negatief significant effect. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichtig is. 5.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Zoals is te zien in afbeelding 5.2 liggende deelgebieden aan de Oude Deventerweg en Wittebroeksweg niet binnen de begrenzing van het NNN. Gezien het feit dat sprake is van een ontwikkeling buiten de NNN en gezien de aard en omvang van dit plan wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp

Afbeelding 5.2: Uitsnede kaart Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (Bron: Provincie Overijssel)

5.7.2

Soortenbescherming

In dit geval is er door Natuurbank Overijssel een Quickscan ecologie uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Onderzoeksresultaten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar in het deelgebied Oude Deventerweg 19 nestelen er mogelijk vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het deelgebied Oude Deventerweg 19 maar benutten het wel als foerageergebied. In het deelgebied Wittebroeksweg 9 nestelen mogelijk vogels en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Beschermde amfibieën en vleermuizen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp bezetten er geen vaste (winter)rust- of verblijfplaats, maar amfibieën benutten het deelgebied Wittebroeksweg 9 wel als foerageergebied. Vleermuizen benutten het deelgebied Wittebroeksweg 9 niet als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd, toegankelijke bebouwing gesloopt wordt en de sloop- en bouwwerkzaamheden aan de Oude Deventerweg 19 plaatsvinden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield.

Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af (Oude Deventerweg 19). Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. 5.7.3

Conclusie

Het aspect ‘ecologie’ vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Wel dient bij uitvoering van de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de voortplantingsperiode van vogels en wordt geadviseerd een broedvogelscan uit te voeren. Daarnaast mogen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën niet worden gedood er geldt wel een vrijstelling voor het beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen.

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Hellendoorn heeft de archeologische verwachtingswaarde doorvertaald in de dubbelbestemmingen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bestemmingsplan “Oude Deventerweg 19 en Wittebroeksweg 9-9a, Haarle” Ontwerp Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt voor het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’. Op basis van deze dubbelbestemming geldt bij bodemingrepen die groter zijn dan 2.500 m² en de grond dieper dan 0,3 meter verstoren, een onderzoeksplicht. De nieuwe bebouwing overschrijdt deze oppervlakte niet. Een archeologisch onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Ter bescherming van de archeologische waarden wordt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’ conform het geldende bestemmingsplan overgenomen. 5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel, in beide locaties van het plangebied zelf en de directe omgeving geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten of bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat in het kader van dit plan geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

5.9

Besluit milieueffectrapportage

5.9.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

•

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14997031/1