CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

A4 Regionaal risicoprofiel 10-12 0 (1)

Gemeenteraad 3 maart 2026, gemeente HellendoornBij agendapunt: Ontwerpbeleidsplan 2026-2029 en Kadernota 2027 Veiligheidsregio Twente20.716 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25

Bijzondere oorzaken RECENTE ONTWIKKELINGEN LATEN ZIEN DAT MOEDWILLIG HANDELEN (TERRORISME, OORLOG) EN CYBERINCIDENTEN REGELMATIG VOORKOMEN. ZOWEL MOEDWILLIG HANDELEN ALS CYBERINCIDENTEN KUNNEN OORZAAK ZIJN VAN BIJNA ALLE CRISISTYPEN DIE WORDEN BEHANDELD IN HET RISICOPROFIEL. BEIDE OORZAKEN ZIJN NIET ALS APART CRISISTYPE IN DIT RISICOPROFIEL OPGENOMEN. EEN CRISISTYPE IS IMMERS ‘EEN CATEGORIE VAN MOGELIJKE BRANDEN, RAMPEN EN CRISES DIE QUA SOORT EFFECTEN EN ONTWIKKELING IN DE TIJD OP ELKAAR LIJKEN’. DIT BETEKENT DAT EEN ANDERE AANLEIDING VOOR HETZELFDE INCIDENT NIET ALS EEN APART CRISISTYPE WORDT OPGEVAT. ANDERE OORZAKEN KUNNEN WEL LEIDEN TOT EEN VERSTERKING OF NADRUK OP BEPAALDE EFFECTEN. DE MAATSCHAPPELIJKE VERONTWAARDIGING EN GEVOLGEN VOOR HET GEVOEL VAN VEILIGHEID NA EEN TERRORISTISCHE AANSLAG OF ZELFS EEN OORLOGSDAAD, VERGEN EXTRA AANDACHT. OOK CYBERINCIDENTEN LEGGEN NADRUK OP ANDERE CAPACITEITEN, NAMELIJK DE DATA- EN SYSTEEMVEILIGHEID VAN INSTELLINGEN, INWONERS EN HULPDIENSTEN. DAAROM WORDEN DEZE TWEE OORZAKEN IN DEZE PARAGRAAF NADER GEANALYSEERD. UITGELEGD WORDT WAT HET IS, WAAROP HET BETREKKING HEEFT, WELKE EFFECTEN BENADRUKT WORDEN EN HOE DE OVERHEDEN DAAROP ZIJN VOORBEREID.

26

Regionaal Risicoprofiel Twente

6.1 Moedwillig handelen Onder moedwillig handelen verstaan we ‘opzettelijk menselijk handelen’. Ook terrorisme en een oorlogsdaad worden hieronder geschaard. Onder terrorisme verstaan we ‘het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappij-ontwrichtende schade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden (AIVD, 2022)’. Terrorisme is een nationaal thema, onder verantwoordelijkheid van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De NCTV is verantwoordelijk voor de alertering. In Nederland zijn bedrijfssectoren, die in financieel-economische zin van vitaal belang zijn, of een aantrekkelijk doelwit voor terroristen zouden kunnen zijn, op het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding (ATb) aangesloten. Deze sectoren hebben afspraken met de NCTV over het pakket aan maatregelen dat geëffectueerd wordt bij een bepaald dreigingsniveau. Indien de inlichtingendiensten een verhoogde terroristische dreiging constateren voor een bepaalde sector of een onderdeel daarvan, dan worden de bedrijfssectoren, overheidsinstanties en operationele diensten geïnformeerd.

Behalve een dreigingsniveau op sectoren, is er ook een algemener dreigingsniveau voor heel Nederland. Hierin worden de volgende niveaus onderscheiden: minimaal, beperkt, aanzienlijk, substantieel en kritiek. De kans op aanslagen in landen om ons heen blijft aanwezig. Ook in Nederland blijft er dreiging. De verwachting is dat dit de komende tijd onveranderd blijft. Naast de landelijke kaders is er voor Oost-Nederland een ´Handreiking Terrorismegevolgbestrijding´ opgesteld door de vijf veiligheidsregio´s in Oost-Nederland, het Openbaar Ministerie en de Politie-Eenheid Oost Nederland. Behalve de handreiking is een ´Informatiekaart Terrorismegevolgbestrijding´ voor de diverse operationele organisaties ontwikkeld. Deze dient als basis voor het handelen na een aanslag, alsmede voor de aanpak en coördinatie bij een dreigende aanslag. Daarbij wordt in geval van een aanslag gewerkt met een indeling in drie zones: hot, warm en cold zone. In beide documenten wordt aangegeven wat het handelingsperspectief is. Wat betreft de huidige geopolitieke situatie is er continu een dreiging merkbaar vanuit onder andere Rusland. Vanwege onder meer de ligging en infrastructuur is Nederland van strategisch belang voor de verdediging van Europa. Nederland is mede daardoor in beeld bij Rusland.

Er zijn de afgelopen periode al veel pogingen gedaan door Rusland om Nederland te ontwrichten door cyberaanvallen. Ook signaleerde de Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) activiteiten die duiden op spionage en voorbereidingshandelingen voor verstoringen en sabotage. Daadwerkelijke verstoringen zoals langdurige uitval van elektriciteit kunnen leiden tot grote schade en ontwrichting in Europa, Nederland en dus ook in Twente.

6.2 Cyberincidenten Cyberincidenten hebben een grote impact, omdat de maatschappij afhankelijk is geworden van digitale systemen en informatie. Cyberincidenten kunnen een moedwillige aanleiding hebben, maar kunnen ook ontstaan door menselijk of technisch falen. Incidenten uiten zich over het algemeen in het verlies van gegevens of informatiediefstal, maar kunnen ook fysieke gevolgen hebben als vitale sectoren of systemen uitvallen.

27

Cyberincidenten kunnen aan de basis staan van meerdere scenario’s. Met name het functioneren van de vitale sectoren is kwetsbaar voor cyberincidenten. Bijvoorbeeld uitval van de elektriciteitsvoorziening, verstoring van ICT en uitval van de drinkwatervoorziening. Cybersecurity is ‘het geheel aan maatregelen om schade door verstoring, uitval of misbruik van ICT te voorkomen en, indien er toch schade is ontstaan, het herstellen hiervan’. Cybersecurity is een speelveld met veel actoren, veelal ook op (inter)nationaal niveau. Digitale veiligheid is echter ook een verantwoordelijkheid van elke onderneming en inwoner. Veiligheidsmaatregelen wedijveren echter met gebruiksgemak, kosten en tijd. Daardoor is de kwetsbaarheid groot. De hulpdiensten komen in beeld als cyberincidenten fysieke gevolgen hebben. Voorbeelden met DDoS-aanvallen op diverse instanties, zoals banken, hadden bijvoorbeeld geen fysieke gevolgen. De veiligheidsregio komt ook in beeld als effecten groot kunnen zijn op de maatschappij. Dit gebeurt altijd in afstemming met de betreffende burgemeester. Uiteraard is VRT gebaat bij het adequaat en stabiel functioneren van de eigen systemen.

28

Regionaal Risicoprofiel Twente

29

Risicotypen IN DIT HOOFDSTUK ZIJN 21 RISICOTYPEN BESCHREVEN. DEZE RISICOTYPEN ZIJN IN HET VERLEDEN GESELECTEERD AAN DE HAND VAN EEN LANDELIJKE GROSLIJST. ER IS GEEN NIEUW RISICOTYPE BIJGEKOMEN. WEL IS HET RISICOTYPE ‘OPVANGREGIO BIJ OVERSTROMING’ VERWIJDERD, AANGEZIEN ER LANDELIJK ANDERE AFSPRAKEN ZIJN GEMAAKT (ZIE HOOFDSTUK 2.2.1). NIEUW IN DIT RISICOPROFIEL TEN OPZICHTE VAN VORIGE JAREN IS DAT BIJ DEZE RISICOTYPEN OOK DE MATE VAN BEÏNVLOEDING IS MEEGENOMEN.

30

Regionaal Risicoprofiel Twente

7.1 Mate van beïnvloeding In hoeverre de impact of de waarschijnlijk van een risicotype te beïnvloeden is, bepaalt mede in welke mate het nuttig is om als veiligheidsregio aandacht te besteden aan dit risico. Onder de vlag ‘risicogericht werken’ wordt landelijk gewerkt met zes sporen van beïnvloeding. Deze zes sporen zijn hieronder ook benoemd en aangevuld met de volgende drie sporen: Het spoor ‘Opleiden, trainen, oefenen, toetsen, evalueren, leren (OTOTEL)’, het spoor ‘Planvorming’ en het spoor ‘Kennisdeling en advisering gemeenten en partners’. Deze negen sporen betreffen knoppen waaraan de veiligheidsregio zou kunnen draaien om de kans op het ontstaan van een crisis te beïnvloeden of om de effecten van een crisis te verminderen.

Beïnvloeding van wet- en regelgeving Dit spoor richt zich op het beïnvloeden van wet- en regelgeving op gemeentelijk, regionaal, provinciaal en landelijk niveau. Denk aan de totstandkoming van de Omgevingswet en ook de onderliggende besluiten. Het kan ook zijn dat we beleid daarover (mede) ontwikkelen. Dat betekent dat VRT vertegenwoordigd moet zijn binnen de diverse netwerken van beleidsmakers en juristen op verschillende niveaus.

Advisering inrichten omgeving Het tweede spoor gaat over de inrichting van de (fysieke) leefomgeving. Als veiligheidsregio kunnen we gemeenten, provincie en (soms) het Rijk adviseren bij het ontwerp en het gebruik van onze leefomgeving. Dat doen we bijvoorbeeld door te participeren in gemeentelijke besluitvormingsprocessen rond een omgevingsvisie of omgevingsplan of bij andere ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Een ander spoor is VTH. Het gaat dan om adviseren bij vergunningverlening en het uitvoeren van controles of inspecties bij het toezicht. In sommige gevallen (bedrijfsbrandweren) heeft de veiligheidsregio ook een handhavende rol. De laatste jaren probeert VRT naast een ‘toets’ aan wet- en regelgeving ook risicogericht te adviseren rond vergunningen en initiatieven. Het vooroverleg voor de vergunningsfase of bijvoorbeeld de omgevingstafels bieden hiertoe een uitgelezen mogelijkheid.

Kennisdeling bij initiatiefnemers Door onze specialistische kennis te delen met initiatiefnemers en met elkaar in gesprek te zijn en te blijven maken we risico’s bespreekbaar en verkleinen we de mate van onveiligheid. Verantwoordelijkheidsverdeling, risicoperceptie en risico-acceptatie zijn hierin belangrijke aandachtsvelden. Mede door als veiligheidsregio kennis te delen over risico’s van branden, rampen en crises en de mogelijkheden én onmogelijkheden van de hulpdiensten, kunnen we proberen te beïnvloeden dat de juiste keuzes worden gemaakt.

Repressieve maatregelen Kennis over de risico’s, de maatregelen en de restrisico’s die daaruit voortkomen worden gedeeld met onze incidentbestrijders. Op basis hiervan kunnen repressieve maatregelen worden genomen. Doel is een veilig en effectief repressief optreden.

Kennisdeling en advisering gemeenten en/of partners Deze pijler betreft de rol van de veiligheidsregio als verbinder tussen rijk en gemeenten, aanjager bij het onder de aandacht brengen van nieuwe typen crisis en adviseur van gemeenten en partners bij het vergroten van de weerbaarheid bij verschillende typen crisis.

OTOTEL Een ander spoor om de mogelijke effecten bij een crisis te verkleinen is door te investeren in het veilig en effectief optreden van de hulpdiensten door middel van opleiden, trainen, oefenen, testen, evalueren en leren (OTOTEL) en door kennis te vergroten en te delen.

31

Risicocommunicatie Bij risicocommunicatie gaat het erom inwoners en bedrijven een passend handelingsperspectief te bieden bij risico’s en zo nodig in te zetten op gedragsverandering, waardoor de impact van een ramp of crisis kan worden verkleind.

Planvorming Het goed vastleggen en delen van een plan met betrokkenen waarin taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de hulpdiensten en andere partners bij het bestrijden of beheersen van een crisis staan omschreven, draagt bij aan het effectief benaderen van een crisis.

7.2 Natuurbrand De verschillende natuurgebieden in Twente kenmerken zich, naast het aaneengesloten karakter, door de aanwezigheid van een groot aantal campings, recreatieterreinen en enkele zorglocaties. Daarnaast wordt er veel gerecreëerd door dagjesmensen. Een eventuele natuurbrand hoeft daarom niet groot te zijn om veel impact te hebben. In Twente zijn tientallen natuurbeheerders actief, waaronder een groot aantal particuliere terreineigenaren. De wijze waarop de terreinen worden beheerd varieert sterk. In zijn algemeenheid neemt de bereikbaarheid van natuurgebieden af als gevolg van dichtgroeiende paden.

Een natuurbrand ontwikkelt zich vanaf het moment van ontsteking met een snelheid die grotendeels afhankelijk is van de beschikbaarheid van brandstof, de droogte en weersomstandigheden zoals temperatuur en windsnelheid. Een ontwikkelende brand die mogelijk escaleert tot een onbeheersbaar scenario kan worden bijgestuurd en afgeremd door repressief optreden van de hulpverleningsdiensten en wordt uiteindelijk gestopt door natuurlijke barrières en gunstige weersomstandigheden. De beschikbaarheid van bluswater is in alle natuurgebieden relatief beperkt ten opzichte van de hoeveelheid brandstof en de omvang van het gebied. Het kost tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen. De Twentse natuurgebieden kenmerken zich door een afwisseling van verschillende vegetatiesoorten en dus de kans op verschillende soorten natuurbranden. De meest voorkomende natuurbranden binnen Twente zijn: 1. Heidebranden 2. Grasbranden (vaak in combinatie met heide of veen) 3. Bosbranden (zowel loof- als naaldbos) 4. Veenbranden Het overgrote deel van de natuurbranden ontstaat door menselijk handelen (70%). Een klein deel ontstaat door een technisch falen in de bebouwde omgeving of kent een natuurlijke oorzaak.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid • Het seizoen en het weer hebben een zeer grote invloed op de uitbreidingskans van een natuurbrand. We krijgen in de toekomst te maken met meer droogte. De kans dat een ontstane natuurbrand onbeheersbaar wordt, is in droge perioden veel groter. • De houtsoort, de leeftijd, dichtheid en aanwezigheid van begroeiing of dood hout op de grond. Naaldbossen en jonge bossen vormen een groter brandrisico in vergelijking met andere type bomen. • De bereikbaarheid voor hulpdiensten, voldoende bluswater, de mogelijkheid van veilig optreden door de hulpverlening, de aanwezigheid van vluchtwegen.

32

Regionaal Risicoprofiel Twente

• De beschikbare tijd voor ontruiming. • De mate van zelfredzaamheid van bewoners en recreanten in het gebied en de mate van aandacht van media en publiek (ramptoerisme). • De aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, zoals brandbare stoffen op recreatieterreinen, munitiedepots en LPG-tankstations. • Aanwezigheid van recreatie (campings, pretparken, dierentuin, hotels), mensen, kwetsbare objecten, vitale infrastructuur. Natuurbranden zorgen voor de ontwikkeling van nieuwe soorten flora. Maar bij een brand gaat vaak veel bestaande fauna verloren en soms zelfs zeer zeldzame diersoorten. Er treedt geen blijvende schade op aan de natuur, het herstel van bos en heide na een brand duurt soms 5 tot 10 jaar. Objecten in recreatiegebieden kunnen verloren gaan bij een natuurbrand.

Beïnvloedbaarheid • Advisering inrichting omgeving • Kennisdeling initiatiefnemers • Repressieve maatregelen • OTOTEL • Risicocommunicatie

Voorbeeld In 2024 is er een grote natuurbrand geweest bij de Sallandse Heuvelrug. Hierbij stond een gebied ter grootte van 25 voetbalvelden in brand.

7.3 Extreem weer Door klimaatverandering hebben we vaker te maken met extreem weer. Hieronder vallen meerdere risicotypen. Wateroverlast kan voor Twente problematisch zijn, vooral bij de kortdurende hevige buien in stedelijk gebied. De vitale en kwetsbare infrastructuur ondervindt hier hinder van. Ook kan dit een grote impact op de hulpdiensten hebben. Doordat wegen minder begaanbaar worden, komt de bereikbaarheid van hulpdiensten in het gedrang. Ook kan de elektriciteit uitvallen. Op deze manier kan de schade flink oplopen. De langdurige buien treffen vooral de landelijke gebieden. Hier kan het gevolg bijvoorbeeld een mislukte oogst zijn door natte gronden.

Hitte heeft vooral invloed op de gezondheid van mens en dier. De toename van de temperatuur verloopt geleidelijk over meerdere jaren. De winters worden warmer en we krijgen in de zomer met hogere temperaturen te maken. Juist in de zomer is de impact van hitte op gezondheid het grootst. Dit zie je aan het toenemende aantal sterfgevallen en zieken. Lange periodes van droogte zijn de afgelopen jaren vaak voorgekomen en nemen in de toekomst alleen maar toe. Het duurt een lange tijd voordat het grondwaterpeil weer op peil is. Door een dalende grondwaterstand, daalt de bodem op steeds meer plekken. Ook neemt de kans op natuurbranden toe. Hierbij komt dat bluswatervoorzieningen in de vorm van open water minder beschikbaar zijn door droogvallende beken en waterbronnen. Droogte vormt ook steeds meer een schadepost voor de landbouw. Schade voor natuur valt lastig in euro’s uit te drukken, maar de ecologische schade was behoorlijk de afgelopen jaren. Ook is er schade door extra waterwinning door drinkwaterbedrijven. Daarnaast heeft droogte geleid tot verminderde

33

scheepvaart over het Twentekanaal en kan de bodem in delen van Twente instabieler worden door uitgedroogde grondlagen. Een flinke storm kan veel overlast veroorzaken door bijvoorbeeld omgewaaide bomen en rondvliegende objecten. Vaak gaat een storm gepaard met hevige regenval. Het risico op overstroming is in Twente klein. Het gaat over een relatief klein risicogebied en met beperkte waterdieptes. In dat risicogebied ligt voornamelijk landelijk gebied. Dit heeft minder effect dan wanneer er een dichtbevolkt gebied naast de rivier zou liggen.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Extreme neerslag kan zowel directe als indirecte gevolgen hebben. De directe gevolgen zijn bijvoorbeeld het onderlopen van wegen en tunnels en vollopen van kelders, wat snel volgt op de periode wanneer de neerslag valt. Indirecte gevolgen ontstaan wanneer een periode van langdurige neerslag in de regio en/of in Duitsland voor een hoge waterstand zorgt, waardoor de rivieren enkele dagen later buiten hun oevers kunnen treden. De mate van de ernst van de gevolgen is onder andere afhankelijk van het gebied waar de overlast zich voordoet, namelijk het verstedelijkte of buitengebied. Een hevige storm kent hoofdzakelijk directe gevolgen, zoals gewonden en schade door rondvliegende takken of objecten. Door neerslag (sneeuw en/of ijzel) is er een toename van gladheid en slecht zicht, waardoor er een toename is van het aantal (blikschade) ongevallen. In het geval van een droogteperiode neemt de ernst van problemen pas in de loop van de tijd toe. Door hitte kan infrastructuur vervormen (bruggen, spoor, asfalt). Risicogroepen zoals ouderen, zieken en jonge kinderen hebben moeite om verkoeling te zoeken en krijgen gezondheidsklachten. Met name in stedelijke gebieden blijft de warmte hangen in gebouwen. De temperatuur van oppervlaktewater neemt afhankelijk van onder andere waterdiepte toe tot orde grootte 26 graden Celsius.

Door droogte daalt het waterpeil en wordt het droog in de natuur en landbouw. De kans op natuurbranden neemt toe. Bedrijven die afhankelijk zijn van koelwater, waaronder elektriciteitscentrales, komen in de problemen.

Verbondenheid Extreme hitte kan impact hebben op het stroomnetwerk. Hogere temperaturen zorgen voor een grotere vraag naar elektriciteit, bijvoorbeeld door airconditioning en koeling, terwijl de transportcapaciteit juist afneemt. Dit kan leiden tot overbelasting van het netwerk en in sommige gevallen tot spanningsdalingen of uitval. Wateroverlast kan zorgen voor keteneffecten, bijvoorbeeld lokaal en tijdelijk uitvallen van de elektriciteitsvoorziening (een middenspanningstation kan onderlopen en uitvallen) en het gsm-netwerk kan lokaal en tijdelijk onderlopen, uitvallen of overbelast raken. Doordat wegen blank komen te staan, kunnen bepaalde gebieden niet meer toegankelijk zijn of slecht bereikbaar. Waardoor personen die niet zelfredzaam zijn of afhankelijk zijn van medische hulp, niet meer geholpen kunnen worden. In een enkel geval kan rioolwater naar boven komen in huizen. Putdeksels kunnen opdrijven, waardoor gaten in de weg ontstaan die niet zichtbaar zijn, dit kan leiden tot kleinschalige ongevallen. In musea en archieven kan waardevol en/of uniek materiaal beschadigd raken en verloren gaan. Regelmatig leidt winters weer tot verkeersongevallen op de (snel)weg.

Beïnvloedbaarheid • Advisering inrichting omgeving

Voorbeelden

• Kennisdeling initiatiefnemers

In 2024 had een kortdurende, zeer hevige bui tot gevolg

• Kennisdeling en advisering partners

dat meerdere huizen in de wijk Pathmos in Enschede

• Repressieve maatregelen

onderliepen en voor meerdere jaren onbewoonbaar

• OTOTEL

werden verklaard. In 2018 hadden we te maken met een

• Risicocommunicatie

langdurige periode van droogte. Ook in de jaren daarna is vaak sprake geweest van droogte.

34

Regionaal Risicoprofiel Twente

7.4 Brand in instelling met verminderd zelfredzame aanwezigen In een gebouw met niet- of verminderd zelfredzame personen kan een brand ontstaan. Mogelijke oorzaak van het incident kan een klein brandje zijn als gevolg van (las- of slijp-) werkzaamheden, waar de betrokken medewerker er niet in slaagt deze direct te blussen. Andere mogelijke oorzaken zijn kortsluiting, oververhitting van elektrische apparatuur of onzorgvuldig handelen van een rokende patiënt, bezoeker of medewerker. Tenslotte is het mogelijk dat de brandbeveiligingsinstallatie niet afdoende functioneert, waardoor een beginnend brandje niet tijdig wordt ontdekt en BHV personeel niet tijdig kan ingrijpen. De beschikbaarheid van bluswater kan soms beperkt zijn, omdat deze is ingericht op kleine (beginnende) incidenten. Het kost tijd grootschalige watertransportsystemen op te bouwen om een geëscaleerde brand te bestrijden en mensen te redden.

Er zijn verschillende type gebouwen waarin zich verminderd zelfredzame personen bevinden, zoals ziekenhuizen, basisscholen, kinderdagverblijven, bejaardentehuizen en verzorgingstehuizen. Tendens is dat ouderen tegenwoordig langer thuis blijven wonen, eventueel met zorg op afroep. Ouderen die in bejaardentehuizen en verzorgingstehuizen wonen, ontvangen tegenwoordig vaak meer specialistische zorg en zijn minder zelfredzaam dan de ouderen die een aantal jaren geleden in verzorgings- en bejaardentehuizen woonden. Ook zien we momenteel andere vormen van zorginstellingen, zoals zorgboerderijen. Het aantal personeelsleden dat in deze gebouwen aanwezig is, verschilt. De afgelopen jaren is het aantal personeelsleden minder geworden, vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Deze instellingen en hun bedrijfshulp-verlengingsorganisatie dienen er in alle gevallen op ingericht te zijn dat, wanneer zich een incident voordoet, er voldoende personeel aanwezig is voor een tijdige ontruiming van het gebouw.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Een beginnende brand kan escaleren als het niet tijdig ontdekt en geblust wordt. De omvang van het incident wordt onder meer bepaald door de tijd dat een brandwerende scheiding standhoudt, de locatie, omvang en aard van de betrokken afdeling, het aantal (vooral het aantal niet-zelfredzame) mensen en de mate waarin de organisatie en hulpverleners tijdig in staat zijn om bedreigde mensen in veiligheid te brengen.

Beïnvloedbaarheid • Advisering inrichting omgeving • Repressieve maatregelen • OTOTEL • Risicocommunicatie

Voorbeelden In 2023 is er brand geweest bij woonzorglocatie De Hoge Es in Nijverdal. Hier waren veel verminderd zelfredzame personen aanwezig, die tijdig het pand hebben kunnen verlaten. Er zijn verder geen gewonden gevallen. In 2022 vond er een brand plaats bij het zorgcomplex Krönnenzommer in Hellendoorn. Hier waren veel verminderd zelfredzame personen aanwezig, die op tijd het pand hebben kunnen verlaten. Er zijn geen gewonden gevallen.

35

7.5 Brand in wooncomplex met verminderd zelfredzame aanwezigen Het is bekend dat mensen tegenwoordig langer zelfstandig thuis blijven wonen. Mensen verhuizen minder snel naar bejaarden- of verzorgingstehuizen. Vaak zijn dit mensen die bij een incident verminderd zelfredzaam zijn. Op de plekken waar veel verminderd zelfredzame mensen wonen, veelal appartementencomplexen, is er vaak geen bedrijfshulpverleningsorganisatie aanwezig. Hulpdiensten hebben geen zicht op de werkelijke verblijfplaats van deze doelgroep, waardoor hulpdiensten bij een incident in een dergelijk object verrast kunnen worden met personen die hulpbehoevend zijn.

Dergelijke wooncomplexen zijn geregeld gesitueerd boven of naast parkeergarages, winkelcentra of zorgcentra. Brand in deze objecten kan diverse oorzaken hebben. Vaak is er in het object waar de brand ontstaat wel aandacht voor brandveiligheid en zijn hier tijdens de bouw eisen aan gesteld. Met het ontwerp is echter rekening gehouden met de wettelijke eisen voor woonfuncties, terwijl in de praktijk er veelal mensen wonen die bij een incident verminderd zelfredzaam zijn. Reguliere woonfuncties zijn er niet op ingericht om de bewoners in geval van nood te ondersteunen in de weg naar een veilige plek.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid De mogelijke oorzaken van het ontstaan van een brand lopen uiteen. Bij ouderen zien we vaak dat de brand in de keuken is ontstaan door brandgevaarlijke activiteiten. Een beginnend brandje kan escaleren als het niet tijdig ontdekt en geblust wordt. De omvang van het incident wordt verder bepaald door de tijd dat een brandwerende scheiding standhoudt, de (omvang van de) locatie, het aantal (vooral het aantal niet-zelfredzame) aanwezigen en de mate waarin hulpverleners tijdig in staat zijn om aanwezigen in veiligheid te brengen.

Beïnvloedbaarheid • Kennisdeling met initiatiefnemers • Repressieve maatregelen • OTOTEL • Risicocommunicatie

Voorbeeld In 2021 vond er een uitslaande brand plaats in een appartementencomplex aan de Stadshagen in Delden. Hierbij zijn twee mensen om het leven gekomen.

36

Regionaal Risicoprofiel Twente

7.6 Brand in dichte binnenstad Binnensteden kenmerken zich vaak door een diversiteit van gecombineerde functies, zoals wonen boven winkels en horeca. Deze historische panden zijn vaak aaneengesloten en door de jaren heen verbouwd op basis van wetgeving, waarbij brandpreventieve voorzieningen nog niet geborgd waren. Daarnaast zijn binnensteden compact opgezet wat beperkingen met zich meebrengt ten aanzien van bijvoorbeeld brandbestrijding. Ondanks de inspanningen van objectbeheerders en overheidsinstanties is een brand in een dichtbebouwde (historische) binnenstad of kern, zoals bijvoorbeeld in Ootmarsum, niet uit te sluiten.

In dergelijke dichte binnensteden bestaat het risico op brand met uitbreiding naar meerdere panden en kunnen slachtoffers vallen onder bewoners. De straten zijn nauw en daarmee moeilijk bereikbaar voor de hulpverleners. Tevens is de bluswaterbehoefte groter dan in een reguliere woonwijk. Panden zijn aaneengesloten, waardoor slechts vanaf één zijde een beeld kan worden gevormd van het incident. Beeldvorming en bestrijding zijn complexer, doordat slechts één zijde goed bereikbaar is. Verkenning en incidentbestrijding vanaf bijvoorbeeld de achterzijde van het pand kosten meer moeite en nemen meer tijd in beslag, waardoor veel slagkracht noodzakelijk kan zijn voor een inzet vanaf verschillende gebouwzijden.

Dichte binnensteden hebben de volgende kenmerken • Het gaat om oude bebouwing, vaak van voor 1940. • Panden staan dicht op elkaar en met meerdere bouwlagen. • Er is sprake van diverse functies boven en naast elkaar, met name wonen boven winkels. • Brandontwikkeling kan door verbouw, aanbouw, samenvoegingen, splitsen en materiaalgebruik snel plaatsvinden. • De bereikbaarheid voor hulpverleners is door smalle toegangswegen beperkt. De vindbaarheid en benadering van adressen boven andere functies is bij incidenten onduidelijk. Beeldvorming van het incident is vaak slechts vanaf één zijde mogelijk. • Vluchtwegen komen niet rechtstreeks op een veilige locatie uit, maar kan leiden via onderliggende of naastgelegen objecten. • Er is sprake van meerdere bouwblokken van dit type bebouwing nabij elkaar) in een kern.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Een beginnend brandje kan escaleren als het niet tijdig ontdekt en geblust wordt. De omvang van het incident wordt verder bepaald door de tijd die een brandwerende scheiding standhoudt, de locatie, omvang en aard van het betrokken pand, de bereikbaarheid voor hulpverleners, het aantal bewoners en omwonenden en de mate waarin zij tijdig in staat zijn om zichzelf in veiligheid te brengen. Verschillende functies zitten vaak boven elkaar en ingangen van individuele objecten zijn moeilijk vindbaar. Door de krapte op de woningmarkt wordt dit risicotype steeds breder en neemt de kans op een dergelijke crisis toe. Ook kernen die niet een dichte binnenstad kennen zoals hierboven beschreven, worden steeds meer volgebouwd. Houten vloeren, op- en aanbouw, onderverhuur, splitsing van panden en samenvoeging van panden maakt de waarschijnlijk van een dergelijke brand ook in deze kernen groter.

Beïnvloedbaarheid

Voorbeeld

• Repressieve maatregelen

2025: Brand in oude binnenstad Arnhem. Complexe pand indeling, groot

• OTOTEL

vloeroppervlak, hoge vuurlast, meerdere bouwlagen. Wonen boven winkels, beperkte vluchtmogelijkheden, lange vluchtwegen. Panden/gevels met historische waarde (rijks- en gemeentemonumenten). Geen gewonden gevallen.

37

7.7 Dierziekte overdraagbaar op mens Nederland heeft een intensieve landbouw, een groot aantal (landbouw)huisdieren en een hoge bevolkingsdichtheid. Nederland neemt intensief deel aan het wereldwijde transport van dieren en ook Nederlandse inwoners verplaatsen zich over de hele wereld. Dierziekten en zoönose (infectieziekte die van dier op mens kan overgaan) zijn door de intensieve en mondiale samenleving waar Nederland onderdeel van uitmaakt niet uit te sluiten. Ook bij grote voorzorg en optimale respons blijven incidenten van landelijke omvang naar verwachting optreden.

In de afgelopen jaren zijn er uitbraken van dierziekten geweest die een noodzaak tot een nationale respons hadden. De gevolgen treffen vooral de agrarische sector en in een enkel geval ook de volksgezondheid. De economische veiligheid wordt geraakt, doordat er grote kosten verbonden zijn aan de bestrijding van de ziekte en er direct gevolgen zijn voor de veestapel en de verkoopbaarheid van producten. De economische schade varieert van enkele miljoenen tot miljarden euro’s. Bij een uitbraak van zoönose is er in potentie ook impact op de mens en neemt de kans op verstoring van de sociale en politieke stabiliteit door onrust onder de bevolking toe.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Ons land is een klein land met veel vee. Daarom is een snelle bestrijding van dierziekten voor Nederland belangrijk. Er zijn gebieden waarin veel bedrijven zijn geconcentreerd, waardoor de regio kwetsbaar is voor epidemieën van zeer besmettelijke dierziekten. Een uitbraak heeft grote invloed op de internationale handel in levende dieren en dierproducten. Het preventief ruimen geeft mogelijk spanning met het gevoel van dierenwelzijn en acceptatie onder de bevolking en betrokken agrariërs. Onderdelen van de agrarische sector staan momenteel onder grote financiële druk waardoor een uitbraak van een besmettelijke dierziekte voor een sector extra impact kan hebben als gevolg van de verminderde veerkracht.

Verbondenheid Er bestaat een relatie met de mogelijkheden tot hulpverlening. Bij een incident (brand, medische urgentie) op een mogelijk besmet bedrijf dienen de hulpverleners en hun materieel ontsmet te worden om verspreiden onder dieren te voorkomen. Aangezien de dierziekte overdraagbaar is op mensen, zijn de mogelijkheden tot incidentbestrijding beperkt. Zorg kan mogelijk worden verleend met persoonlijke beschermingsmiddelen. Afhankelijk van de mate van een mogelijke besmetting kunnen er beperkingen zijn op de mogelijkheden van incidentbestrijding.

Beïnvloedbaarheid • Repressieve maatregelen • OTOTEL

Voorbeelden In mei 2025 was er een vogelgriep besmetting in Oldenzaal. In juni 2024 was er een vogelgriep besmetting in Bad Bentheim (Duitsland), een aantal van de getroffen maatregelen golden ook voor Twente.

38

Regionaal Risicoprofiel Twente

7.8 Dierziekte niet overdraagbaar op mens Mond- en klauwzeer, varkenspest, runderpest en blauwtong zijn zeer besmettelijke dierziekten die zich kunnen verspreiden onder dieren. Deze ziekten zijn niet overdraagbaar op mensen. Echter, mensen veroorzaken de overdracht van bedrijf tot bedrijf, wanneer zij in contact zijn gekomen met besmette dieren en dit vervolgens overbrengen op dieren in een ander bedrijf.

Dergelijke crises hebben over het algemeen een lange doorlooptijd. De eerste besmettingen en verdenkingen kunnen verspreid zijn over enkele weken. Na bestrijding van de ziekte en ziektehaarden (gedurende enkele maanden) kan zekerheid over het uitblijven van nieuwe ziekteverschijnselen na de laatst geconstateerde besmetting nog enkele maanden uitblijven. Het verloop van de crisis heeft een belangrijke impact op de getroffen bedrijven en hun eigenaren, met grote socio-economische gevolgen. Een geconstateerde besmetting leidt tot ruiming van het vee, grote economische schade en mogelijk verlies van het eigen bedrijf. Verdenking heeft tevens aanzienlijke consequenties, omdat een bedrijf wordt geïsoleerd en transporten worden verboden. Ook de emotionele impact is groot, omdat (schijnbaar) gezonde dieren worden geruimd en door transportverboden ook sociale structuren onder druk komen te staan.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Ons land is een klein land met veel vee. Daarom is een snelle bestrijding van dierziekten voor Nederland belangrijk. Er zijn gebieden waarin veel bedrijven zijn geconcentreerd waardoor de regio kwetsbaar is voor epidemieën van zeer besmettelijke dierziekten. Het kan zijn dat veehouders in de getroffen gebieden hun dieren moeten laten afmaken om te voorkomen dat het virus zich verspreidt. Daarnaast heeft een uitbraak grote invloed op de internationale handel in levende dieren en dierproducten. De Europese Unie verplicht de aangesloten landen - en dus ook Nederland - om besmettelijke dierziekten te bestrijden.

Verbondenheid Er bestaat een relatie met de mogelijkheden tot hulpverlening. Bij een incident zoals een brand, op een mogelijk besmet bedrijf dienen de hulpverleners en hun materieel ontsmet te worden om verspreiding onder dieren te voorkomen.

Beïnvloedbaarheid • Repressieve maatregelen • OTOTEL

Voorbeelden Jaarlijks zijn er besmettingen met blauwtong onder schapen en runderen. De laatste uitbraken van mond- en klauwzeer in Nederland waren in 1986 en 2001. Sinds 2001 is Nederland officieel MKZ-vrij.

39

7.9 Ziektegolf Bij een ziektegolf is er sprake van een (dreigende) grootschalige uitbraak onder mensen van een infectieziekte zoals een influenzapandemie of SARS. Dergelijke ziekten kunnen een ernstige bedreiging of beschadiging van leven en gezondheid vormen, denk aan de COVID-19 uitbraak. De effecten verschillen per type ziekte, dus de impact kan hierdoor anders zijn. Door een dergelijke uitbraak kan de continuïteit van (overheids)zorg in gevaar komen. Ook kan er sprake zijn van een ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid, scholen worden (mogelijk) gesloten en gezonde mensen blijven thuis om zieke familieleden te verzorgen of uit angst voor besmetting. Het aantal personen dat uitvalt tijdens een grieppandemie kan oplopen tot 30%.

De geneeskundige keten wordt zwaar belast door een grote toestroom van patiënten en door ziekteverzuim onder het eigen personeel. Mogelijk moeten de ziekenhuizen worden afgeschermd van een toestroom van patiënten om de schaarse en beperkte gespecialiseerde zorg zo eerlijk mogelijk te verdelen. Om de zorgcontinuïteit zoveel mogelijk in stand te houden, is een bovenregionaal (internationaal) gecoördineerde inzet van diensten en organisaties vereist. Omdat het zeer waarschijnlijk is dat bij een ziektegolf ook omliggende regio’s getroffen zijn, zijn de mogelijkheden om gebruik te maken van capaciteit in die regio’s of bijstand vanuit die regio’s beperkt.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Ziekteverwekkers komen vaak vanuit het buitenland in Nederland terecht. Bio terrorisme is tevens een denkbare (minder waarschijnlijke) oorzaak met een andere impact. Verder zijn de hoeveelheid getroffen mensen, de besmettelijkheid, mogelijkheden tot behandeling en de duur van belang.

Verbondenheid Aansluitend op het Twents Generiek Draaiboek Infectieziektenbestrijding, stellen partners hun eigen (monodisciplinaire) continuïteitsplannen op, of vullen zij eventueel bestaande plannen aan om de continuïteit van hun organisatie te waarborgen. Een belangrijk te verwachten effect is dat niet alleen zieke medewerkers thuisblijven. Ook gezonde medewerkers blijven thuis, zij doen dat om familie te verplegen. Gelet op eerdere infectieziektecrises (zoals de Spaanse griep van 1918, de Aziatische griep van 1957, de Hongkong griep van 1968 en COVID van 2020) kan een uitbraak van een grootschalige infectieziekte worden gevolgd door een nieuwe uitbraak (een nieuwe golf).

Beïnvloedbaarheid • Kennisdeling en advisering partners • OTOTEL • Planvorming

Voorbeeld De COVID-19 pandemie heeft geduurd van maart 2020 tot mei 2023 en heeft grote impact gehad op vele levens, wereldwijd.

40

Regionaal Risicoprofiel Twente

7.10 Paniek in menigte De aanleidingen voor paniek in menigten kunnen divers zijn. Mogelijkheden kunnen evenement gerelateerd zijn zoals overcrowding (een te hoge publieksdichtheid), brand c.q. ontploffing of een grootschalige ordeverstoring. Maar ook het aantreffen van een verdacht pakketje of een persoon die paniek veroorzaakt, al dan niet moedwillig (denk aan de damschreeuwer tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam op 4 mei 2010) kunnen aanleiding zijn voor paniek in een menigte. Twente kent zowel veel (grootschalige) evenementen waar grote groepen personen bij elkaar komen, als drukbezochte plekken zoals de zaterdagmarkt in Enschede, of een zomerse dag op het Hulsbeek in Oldenzaal. In een tijd waarin er sprake is van verschillende type dreigingen, zoals terroristische, militaire en hybride dreigingen zoals langdurige uitval van nutsvoorzieningen, zijn mensen alerter, maar ook meer gespannen. Dit kan de kans verhogen op een incident die mogelijk paniek in een menigte als gevolg heeft.

De te verwachten gevolgen van paniek in een menigte zijn zeer divers en (vrijwel) onafhankelijk van de oorzaak. Mogelijke oorzaken zijn hieronder weergegeven: • Plotselinge weersomslag: Vooral tijdens de zomerperiode kan het weer plotseling omslaan of plaatselijk veel sterkere effecten hebben dan verwacht op basis van de weersvoorspelling. • Grootschalige ordeverstoring: Hoge concentraties van mensen kunnen, al dan niet geregisseerd, leiden tot gewelddadige uitbarstingen. • Ontploffing en brand: Een hoge concentratie voertuigen, apparatuur, brandbare materialen (tentdoek, gasflessen, generatoren, etc.) en mensen kan leiden tot brand met grote effecten. • Overcrowding: Hoge concentraties van mensen in een beperkte ruimte kan leiden tot overcrowding. • Aantreffen verdacht pakketje: het aantreffen van een verdacht pakketje (al dan niet risicovol) kan leiden tot paniek in de menigte.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid De mate van het ontstaan van (grote) paniek is niet in te schatten. De aan- en afvoerwegen zijn mogelijk geblokkeerd door publiek dat de omgeving wil verlaten. Vertraagde aan- en afvoer kan tot gevolg hebben dat hulpverlening aan slachtoffers beperkt wordt. Gepubliceerde beelden van de ontstane paniek kunnen leiden tot oplopende druk op de hulpverleningsorganisaties. Verder spelen oorzaak (moedwillig of niet), hoeveelheid getroffen mensen en locatie een rol.

Verbondenheid Paniek in menigte kan zowel de aanleiding als het gevolg zijn van andere scenario’s.

Beïnvloedbaarheid • Advisering inrichting omgeving • Kennisdeling met initiatiefnemers • Vergunningverlening, toezicht en handhaving • OTOTEL • Risicocommunicatie

Voorbeelden De Dam schreeuwer tijdens de herdenking op 4 mei 2010. In 2010 vond in Duisburg (Duitsland) tijdens de Love Parade een ernstige verdrukking plaats als gevolg van blinde paniek. Hierbij vielen 21 doden en 509 gewonden.

41

7.11 Gewelddadigheden rondom voetbal Onregelmatigheden rondom voetbalwedstrijden kunnen door verschillende factoren of een combinatie van factoren ontstaan, zoals een rode kaart die naar de mening van één club onterecht is of de uitslag van de wedstrijd. Daarnaast kan de plek op de ranglijst, of zelfs eventuele degradatie van invloed zijn. Deze factoren maken de spanning die er vaak al heerst groter. Bij voetbalrellen speelt emotie een belangrijke rol, waardoor incidenten uit de hand kunnen lopen. De rivaliteit tussen clubs is vaak gebaseerd op gevoelens en een jarenlange historie. Het ontstaan van rellen kan dan ook niet zondermeer worden toegewezen aan één oorzaak.

Voorafgaand aan een voetbalwedstrijd vindt een inschatting plaats in hoeverre een wedstrijd te bestempelen is als risicowedstrijd. Vervolgens worden de nodige preventiemaatregelen getroffen en afspraken gemaakt tussen partijen, om te voorkomen dat de situatie in/rondom het stadion en in de stad uit de hand kan lopen. Door de toenemende deelname aan het Europees voetbal van FC Twente is er meer risico van buitenaf, deze wedstrijden worden vaak als risicowedstrijden gezien.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Een collectief gevoel van onvrede kan bijdragen aan ordeverstoringen, waarbij het gevoel van onvrede op een bepaald moment naar boven komt. Directe aanleidingen tot gewelddadigheden rondom voetbalrellen, zijn veelal onvoorspelbaar: een beslissing in de wedstrijd door de scheidsrechter, het gedrag van een individuele speler, een ingezet spreekkoor, maar ook een woordenwisseling, een als ongewenst ervaren duw of aanraking of vooraf georganiseerde gewelddadigheden. Het aantal personen dat op de been is, de meteorologische omstandigheden, de mate van voorbereiding op het ontstaan van voetbalrellen en de genomen preventieve maatregelen spelen ook een rol.

Beïnvloedbaarheid • Vergunningverlening, toezicht en handhaving • OTOTEL

Voorbeelden Tijdens een wedstrijd in 2025 tegen FC Groningen is een supporter van de uitspelende club van de tribune gevallen, dit had gewelddadigheden tussen supporters van beide clubs tot gevolg. De wedstrijd werd gestaakt. In 2022 tijdens een wedstrijd van Heracles Almelo tegen PEC Zwolle is het uitvak van het stadion in Almelo vernield door aanhangers van de tegenstander. Dit heeft geleid tot ongeregeldheden in en rondom het stadion.

42

Regionaal Risicoprofiel Twente

7.12 Maatschappelijke onrust Onder maatschappelijke onrust verstaan we het verschijnsel van hevige ongerustheid en emotionele reacties bij (diverse) groepen mensen als gevolg van een schokkende gebeurtenis, waarbij het risico bestaat op escalatie, verstoring van de openbare orde en veiligheid en een toename van deze problematiek. Twente kent van oudsher een diverse bevolkingssamenstelling. Hierdoor en door de toenemende rol van internet en de globalisering, kunnen gebeurtenissen leiden tot tegenstellingen onder bevolkingsgroepen en maatschappelijke onrust. De geopolitieke situatie en de onrust in de binnenlandse politiek kunnen daarbij werken als katalysator. Door de COVID-19 pandemie is nog meer zichtbaar geworden dat verschillende opvattingen tussen groepen en de mogelijkheden die internet en media bieden om deze opvattingen te delen, polarisatie in de hand kunnen werken. Ook de vluchtelingenproblematiek zorgt voor brede maatschappelijke discussie. Het vertrouwen in de overheid is door allerlei gebeurtenissen en ontwikkelingen lager dan een aantal jaren geleden.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Maatschappelijke onrust is van alle tijden. De uitingsvormen en aanleidingen kunnen in de loop van de tijd enigszins verschillen, maar aan de basis van alle vormen liggen één of meer basale menselijke behoeften. Indien deze behoeften bedreigd worden, kunnen mensen boos en verontwaardigd reageren. Denk hierbij aan behoeften zoals inkomen, wonen, identiteit van de eigen groep, veiligheid, gezondheid, politieke stabiliteit en grondrechten.

Maatschappelijke onrust ontstaat bij: • Een voedingsbodem, vaak onderliggende maatschappelijke problemen; • (de dreiging van) één of meerdere incidenten, die heftige reacties veroorzaken bij inwoners, in de media of in de politiek en die symbool staan voor bestaande maatschappelijke spanningen en problemen. Dit kan een dramatisch incident zijn, maar ook een vrij klein incident dat de druppel vormt die de emmer doet overlopen.

Verbondenheid Maatschappelijke onrust kan zowel de aanleiding als het gevolg zijn van andere scenario’s. Denk bijvoorbeeld aan een brand in een kwetsbaar object, zoals een gevangenis of religieuze instelling.

Beïnvloedbaarheid • Kennisdeling en advisering partners • OTOTEL

Voorbeelden Vele lokale, casussen van (dreigende) maatschappelijke onrust, zoals familiedrama’s, zelfdodingen en incidenten op scholen. Ook een voorbeeld is de aangekondigde komst van asielzoekers in Albergen (2024/2025).

43

7.13 Brandbare, explosieve of giftige stof bij spoorvervoer Het goederenvervoer per spoor in Nederland verloopt via en aantal hoofdroutes en knooppunten. Nabij die knooppunten, op emplacementen, kan een herschikking plaatsvinden van wagons. In Twente heeft Hengelo een emplacement en heeft Oldenzaal wachtsporen. Over het spoor worden onder andere wagons vervoerd met brandbare, explosieve en giftige stoffen. Incidenten met brandbare gassen (LPG) kunnen leiden tot een fakkelbrand, wolkbrand of een Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion (BLEVE). Ook kunnen er giftige stoffen vrijkomen bij een incident. Dit heeft grote gevolgen voor het spoorvervoer en de veiligheid in de directe omgeving van het incident.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Oorzaken voor een incident met gevaarlijke stoffen bij spoorvervoer kunnen zijn: interactie tussen treinen, ongeval bij gelijkvloerse kruising, locomotief wisselen, intrinsiek falen, bijvoorbeeld door een brand of een externe invloed. We zien dat de ruimte rondom het spoor steeds intensiever wordt gebruikt, waardoor de impact van een incident groter wordt, doordat er meer mensen aanwezig zijn. Daarnaast hebben ook invloed het type stof/ gas, weersomstandigheden, de hoeveelheid treinen met gevaarlijke stoffen die over het spoor gaan, beleidskeuzes rond externe veiligheid en de mate waarin de benodigde maatregelen aan de vervoerskant zijn genomen.

Verbondenheid In het geval van vrijkomen van gevaarlijke stoffen is het effect op de omgeving groot. Het intensieve gebruik van de omgeving heeft invloed. Grote branden, instorten gebouwen en/of ontwrichting van de omgeving is mogelijk. Bij het vrijkomen van toxische stoffen kan het effectgebied zich uitstrekken over een groot gebied, onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden.

Beïnvloedbaarheid • Beïnvloeding wet- en regelgeving • Advisering inrichting omgeving • Repressieve maatregelen • Kennisdeling en advisering partners • OTOTEL • Risicocommunicatie • Planvorming

Voorbeeld In 2023 is er in Ohio (Verenigde Staten) een goederentrein met gevaarlijke stoffen ontspoord. Gevolg was een langdurige brand van twee dagen en ernstige milieuschade.

44

Regionaal Risicoprofiel Twente

7.14 Brandbare, explosieve of giftige stof bij inrichting Voor de opslag, overslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen is een vergunningstelsel ingericht om risico’s te minimaliseren en beheersen. Bedrijven zijn verplicht om kans- en effect reducerende maatregelen te nemen om incidenten te voorkomen en te beperken. Een incident kan desondanks toch gebeuren.

Scenario’s en effecten zijn denkbaar bij industriële bedrijven die vallen onder de Seveso-richtlijn, Milieubelastende activiteiten op basis van bijlage VII uit het BKL, emplacementen, of opslagen voor verpakte gevaarlijke stoffen (PGS 15), zoals die in elke gemeente binnen de regio Twente (kunnen) voorkomen. Er kan sprake zijn van een kleine lekkage, het breken van een leiding of het leeglopen van een tank. De kans op continue uitstroom bij lekkage (met kleinere effectafstanden, gedurende lange tijd) is groter dan de kans op een instantané uitstroom (met grote effectafstanden, gedurende kortere tijd). Ook zijn toxische effecten denkbaar bij brand in een opslag met gevaarlijke stoffen. Incidenten met brandbare gassen kunnen leiden tot branden of tot een Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion (BLEVE).

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Een continue uitstroom van bijvoorbeeld ammoniak kan ontstaan door een lekkage in de aansluitleiding, of het afbreken van een koppeling of flens tijdens verlading. Oorzaken kunnen ook zijn het breken of losschieten van een laad- en losslang en het lekken of falen van een tank met een toxische stof. Ook zijn mechanische oorzaken mogelijk, zoals een aanrijding (door bijvoorbeeld een heftruck) met een leiding of tank. Van invloed op de omvang van een incident met een toxische stof zijn de weersomstandigheden, de hoeveelheid en aard van de gevaarlijke stof, het type uitstroom (gas- of vloeistof-fase) de omvang van de lekkage, de duur van de uitstroom, het aantal aanwezigen in het benedenwindse effectgebied en de effectiviteit van maatregelen bij repressief optreden. Van invloed bij een explosie of een brand zijn o.a. de omvang van de explosie of de brand en het aantal aanwezigen.

Verbondenheid In het effectgebied van een toxisch incident kunnen zich bijvoorbeeld verkeersongevallen voordoen als automobilisten of fietsers onwel worden door de damp. Om dit te voorkomen worden wegen in het effectgebied afgesloten. Bij een brand of een explosie kan deze gebeurtenis weer een volgende gebeurtenis creëren binnen de inrichting met escalatie tot gevolg.

Beïnvloedbaarheid • Beïnvloeding wet- en regelgeving • Kennisdeling met initiatiefnemers • Advisering inrichting omgeving • Repressieve maatregelen • Kennisdeling en advisering partners • OTOTEL • Risicocommunicatie • Planvorming

Voorbeelden In 2025 explodeerde een silo bij FrieslandCampina in Borculo als gevolg van een chemische reactie. Vervolgens was er een grote oranje rookwolk te zien in de omgeving. Hierbij is opgeschaald naar GRIP 2. In 2021 kwam er een giftige stof vrij bij Thales in Hengelo. Hierbij is opgeschaald naar GRIP 1. 45

7.15 Incident nabij kerncentrale Twente heeft te maken met de nabije kerncentrale Emsland in Lingen (Duitsland) en twee nucleaire installaties van het type B, te weten de vestigingen van Urenco Nederland B.V. te Almelo en Urenco Deutschland GmbH te Gronau (Duitsland). In 2023 is Duitsland gestart met de ontmanteling van de kerncentrale in Emsland. Door het aanwezige nucleaire materiaal zijn de risico’s de komende jaren echter nog niet verdwenen. Vanwege de Urenco vestigingen is er transport van radioactieve stoffen over de weg en over het spoor. Dit gaat met name via de spoorlijn Deventer - Almelo - Duitsland en over de snelweg A1. De wet- en regelgeving schrijft maatregelen voor om de werkzaamheden en transporten zo veilig mogelijk uit te voeren. Doorgaans is de wet- en regelgeving voor radioactieve stoffen strenger dan voor andere gevaarlijke stoffen. Ook het toezicht vanuit de overheid is strikter. Bovendien is het operationeel optreden van de hulpdiensten voorbereid in (onder andere) rampbestrijdingsplannen.

In Ahaus (Duitsland) wordt kernafval opgeslagen. Dit betreft de opslag van hoogradioactief afval, maar ook middel en zwak radioactief afval. Er is geen toename van de opslag van hoogradioactief afval, waardoor de risico’s niet stijgen. De straling van middel en zwak radioactief afval, die bij een mogelijk incident vrijkomt, is veel kleiner dan bij hoogradioactief afval. Voor de opslag geldt wet- en regelgeving. De vergunning voor de opslag in Ahaus loopt tot 2036. De opslag van radioactief afval is zodanig ingericht dat het vrijkomen van radioactieve straling nagenoeg niet mogelijk is. Het is niet aannemelijk dat het effect van een mogelijk incident reikt tot aan de Nederlandse grens. Wel zoekt Duitsland naar nog meer opslagmogelijkheden van radioactief afval in het grensgebied. Deze ontwikkeling kan invloed hebben op de Twentse situatie en eventuele risico’s met zich meebrengen voor het grensgebied.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid De impact van een incident met radioactief materiaal is afhankelijk van de aard van de stof. Bij een kerncentrale is dit (grootschalige) besmetting met radioactief materiaal. Bij de nucleaire installaties van het type B en gerelateerde transporten zijn dit voornamelijk lokale giftige effecten. Door wet- en regelgeving en streng toezicht door de overheid wordt de waarschijnlijkheid van een incident laag gehouden.

Verbondenheid Incidenten rondom een kerncentrale zorgen snel voor maatschappelijke onrust en bestuurlijke vragen. Ook als er weinig sprake is van effecten op de fysieke veiligheid.

Beïnvloedbaarheid • Repressieve maatregelen • OTOTEL • Risicocommunicatie • Planvorming

Voorbeeld In 2011 vond er een ernstige kernramp plaats in Fukushima (Japan). Na een zware aardbeving en tsunami viel de stroomvoorziening van de kerncentrale uit, waardoor de koeling van de reactoren stopte. Daardoor oververhitte de brandstof, ontstonden waterstofexplosies en kwam radioactief materiaal vrij. Rond de centrale is nog steeds een verboden zone van zo’n 300 km² waar bewoners niet permanent mogen terugkeren vanwege radioactieve besmetting. Het was de ernstigste kernramp sinds Tsjernobyl (1986).

46

Regionaal Risicoprofiel Twente

7.16 Incident in de ondergrond Zoals beschreven in hoofdstuk 2 zijn er veel activiteiten in de Twentse ondergrond. Dit kan leiden tot bodemdaling, bevingen en lekkages. Er wordt continu seismologisch onderzoek gedaan (metingen door Staatstoezicht op de Mijnen) in Noordoost-Twente. Er zijn nog nooit zorgwekkende seismologische activiteiten waargenomen. Scenario’s met lekkages in de grond zijn denkbaar bij (deels buiten productie gestelde en deels in gebruik zijnde) zoutcavernes in het gebied tussen Hengelo en Enschede en buiten productie gestelde behandelingslocaties van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), voornamelijk in Noordoost-Twente. In de afgelopen jaren zijn meerdere lekkages met kalk, gips en pekel opgetreden en is geconstateerd dat er bij meerdere oude boorputten sprake is van verontreiniging.

Effecten van een dergelijk scenario uiten zich vooral op het vlak van milieu (verontreiniging van grond en water of sterke concentraties in de lucht). Gevaar is dat er veel tijd zit tussen het begin van de lekkage en het ontdekken. Indirect kunnen, als gevolg van inname van verontreinigd water, daardoor ook slachtoffers vallen onder dieren, of in een uitzonderlijk geval zelfs onder mensen. Door onzekerheid over de situatie onder de grond, is maatschappelijke onrust en bestuurlijke aandacht een aandachtspunt.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Zowel de opslagvoorziening zelf (caverne) als de toevoerleiding er naartoe kunnen lek raken. Mogelijke oorzaken daarvan zijn teruglopende kwaliteit door ouderdom van materiaal of verzakkingen/verschuivingen van grondlagen. Van invloed op de omvang van de effecten kan de tijdsduur tussen lekkage en ontdekking van vervuiling zijn. Daarnaast de mate van verzakking of verschuiving.

Verbondenheid Mogelijke gevolgscenario’s zijn maatschappelijke onrust, een zinkgat, mogelijk verkeersincidenten en (in uiterste geval) verontreiniging in drinkwaternet.

Beïnvloedbaarheid • OTOTEL

Voorbeeld In 1991 stortte in Hengelo het dak van een oude zoutcaverne in, waardoor een zinkgat van zo’n 30 meter breed ontstond. Een aantal grote bomen verdween in het gat, maar omliggende gebouwen bleven gespaard.

47

7.17 Luchtvaartongeval tijdens start of landing Uit de incidenthistorie wereldwijd blijkt dat relatief veel ongevallen zich voordoen vlak na de start of vlak voor de landing. 85% van de ongevallen bij het landen of starten bij luchthavens gebeurt binnen 10 km in het verlengde van de start- of landingsbaan, waarvan het grootste gedeelte in de directe nabijheid van de luchthaven plaatsvindt. Luchthavens beschikken over een luchthavenbrandweer en hebben plannen en procedures die ook regelmatig worden beoefend. In de nabijheid van de luchthaven liggen meerdere steden waaronder Oldenzaal, Enschede en Hengelo. De directe omgeving van de luchthaven is dunbevolkt, behalve delen van Oldenzaal (onder aan- en afvliegroute).

Twente Airport is een burgerluchthaven van regionale betekenis. De luchthaven kan jaarlijks circa 20.000 vliegbewegingen en 10.000 zweefvliegbewegingen verwerken. Jaarlijks kunnen er ook enkele End of Life vliegtuigen landen. Met End of Life wordt bedrijvigheid voor duurzame ontmanteling van vliegtuigen die aan het eind van hun economische levensduur zijn bedoeld. Het gaat om grote commerciële vliegtuigen van alle typen, zonder passagiers en vracht, maar met een cockpitbemanning. Over het algemeen blijft het aantal personen aan boord onder de twaalf. Enkele keren per jaar bevinden zich 50 tot 90 passagiers aan boord. Naast chartervluchten vinden er ook regelmatig defensieoefeningen plaats waarbij het aantal personen aan boord van de luchtvaartuigen hoger dan gemiddeld is; hierbij valt te denken aan oefeningen met parachutisten. Het aantal personen aan boord blijft dan onder de twintig. Dergelijke oefeningen hebben zowel in 2023 als 2024 plaatsgevonden. In 2024 heeft Defensie ook een evacuatieoefening gehouden op Twente Airport waarbij met een aantal transportvliegtuigen groepen evacuees werden opgepikt. Het is mogelijk dat Defensie in de toekomst meer oefeningen gaat uitvoeren. Tenslotte wordt er wel eens getest met drones (onbemande luchtvaartuigen) op Twente Airport. Bijvoorbeeld door de politie en de brandweer.

In 2025 heeft Defensie geoefend met onder andere de X-300 Integrator.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Mogelijke oorzaken voor een luchtvaartongeval zijn bijvoorbeeld menselijk falen (bijv. van piloten) en technisch falen. Daarnaast zijn er externe factoren, die niet te herleiden zijn tot menselijk handelen of technisch falen (bijvoorbeeld weersomstandigheden of vogels). Maar ook externe factoren die te herleiden zijn tot menselijk handelen zoals sabotage, vandalisme en het plegen van een aanslag kunnen een incident veroorzaken. Bij een eventueel incident is het moeilijk bereikbaar en kan er sprake zijn van een beperkte hoeveelheid bluswater.

Verbondenheid Risicovol weer kan ten grondslag liggen aan een incident en kan de omstandigheden bemoeilijken. Een luchtvaartongeval nabij de A1 kan effecten, zoals beschreven in het scenario ”verkeersongeval snelweg”, veroorzaken.

48

Beïnvloedbaarheid

Voorbeeld

• Advisering inrichting omgeving

In 2009 vond er een luchtvaartongeval plaats bij Schiphol.

• Repressieve maatregelen

Turkish Airlines-vlucht 1951 stortte kort voor de landing

• OTOTEL

neer, waarna het in drie stukken brak. Bij het ongeval

• Planvorming

kwamen negen van de 135 inzittenden om het leven.

Regionaal Risicoprofiel Twente

7.18 Verkeersongeval snelweg Twente kent relatief een hoge dichtheid van snelwegen. Bovendien is de A1 onlangs verbreed vanaf Deventer tot aan knooppunt Azelo. Tussen knooppunt Buren en knooppunt Azelo komen de snelwegen A1 en A35 samen. Hiervoor is het scenario verkeersongeval (snel)weg uitgewerkt. De strookwisselingen en toe- en afritten zorgen voor een onrustig verkeersbeeld en een perceptie van veel ongevallen. Door de huidige economische voorspoed neemt de verkeersdruk toe, ook op het onderliggende wegennetwerk.

Bepalende factoren impact en waarschijnlijkheid Een incident met een eerste voertuig kan leiden tot een grootschaliger incident als meerdere bestuurders een botsing niet weten te voorkomen. Het aantal slachtoffers wordt bepaald door het aantal inzittenden per voertuig en het aantal betrokken voertuigen. Als er sprake is van brand, dan is de beschikbaarheid van bluswater (over het algemeen) beperkt en mogelijk zelfs niet toereikend voor kleinere incidenten. Het kost de hulpverleningsdiensten waarschijnlijk enige moeite en tijd om de plaats van het incident te bereiken, gezien de te verwachten verkeersopstoppingen. Mogelijke oorzaken zijn objecten op de weg, extreme weersomstandigheden (hevige regen, plotseling opkomende dichte mist, etc.), menselijke fouten of het technisch falen van voertuigen, een beperkt onderhoud van de voertuigen, de staat van onderhoud van de snelweg, drukte op de snelweg, de mate van overzichtelijkheid van de verkeerssituatie en oplettendheid van de weggebruikers.

Verbondenheid Afsluitingen van de snelweg, van rijstroken, rijrichting of het gehele knooppunt, leiden tot verkeersopstoppingen. Ook een rookkolom over de weg kan leiden tot verkeersopstoppingen.

Beïnvloedbaarheid • Advisering inrichten omgeving • OTOTEL

Voorbeeld In oktober 2011 vond er een zwaar ongeval plaats tussen drie vrachtwagens en een personenauto op de A1 bij Rijssen. Na de aanrijding ontstond er brand in alle vier de voertuigen. Omdat de lading van één van de vrachtwagens mogelijk bestond uit giftige stoffen werd er opgeschaald naar GRIP 1. Drie personen raakte lichtgewond en op het omliggende wegennet ontstonden verkeersopstoppingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16512755/1