210518 RES Bijlageboek Twente 1.0
Tekst van het document
Er lopen inmiddels gesprekken tussen de
langs de duitse grens
mogelijkheden van plaatsing van windmolens/turbines langs de landsgrens met Duitsland (waar ook al Duitse windmolens/turbines staan);
Tubbergen
M landschappelijke inpassing
In 2023 te komen tot een RES 2.0 met zo min mogelijk landschap ontsierende windturbines;
Grootschalige opwek Regionale koers
De opdracht is om een regionale aanpak om elektriciteit duurzaam op te wekken met winden zonne-energie. Alleen door bewezen én gecertificeerde technieken kan windenergie vervangen worden. Nieuwe technieken worden onderzocht in de onderzoekstafel van de Twentse Energie Agenda. Het is echter niet realistisch dat deze technieken al in 2023 grootschalig uitgerold kunnen worden. Vandaar dat we in samenspraak met de omgeving op zoek gaan naar de juiste zoekgebieden voor grootschalige opwek van windenergie.
Tubbergen
M besluit locaties wind
Om voor de vaststelling van de RES Grootschalige opwek 2.0 in 2023 nog geen definitieve Regionale koers besluiten te nemen m.b.t. de locaties van eventuele windturbines
De gemeenten hebben eigen lokale autonomie met betrekking tot het vaststellen van hun lokale duurzaamheidsvisie. Echter, wanneer een projectontwikkelaar een aanvraag indient voor een windpark van tenminste 5MW maar niet meer dan 100MW dan is de provincie bevoegd gezag conform art. 9e Elektriciteitswet. In de nieuwe Energiewet wordt dit waarschijnlijk opgehoogd naar minimaal 15 MW.
Tubbergen
Tubbergen
gemeente Losser, Bad Bentheim én het ministerie van EZ om een grensoverschrijdend energie park op te zetten. Op basis van deze ervaringen kan er mogelijk op meer locaties langs de grens in samenspraak met de Duitse buurgemeenten gezocht worden naar locaties voor plaatsing van windmolens/turbines. Via de lobby van de Twentse Energie Agenda zijn we actief mbt de grensoverschrijdende opwek van energie.
Bijlagenboek Regionale Energiestrategie Twente 1.0
19
M berekening bod
Rijk te verzoeken het huidige doel (het harde getal van 1,5 TWh in de regio Twente) richting de RES 2.0 weer om te zetten naar het percentage duurzame opwek ten opzichte van het elektriciteitsverbruik;
Grootschalige opwek
Het doel van 1,5 TWh is in de concept RES 0.1 afgesproken met de colleges, gedeputeerde staten en het AB van het Waterschap. Het Rijk heeft in het Klimaatakkoord afgesproken om landelijk 35 TWh op te wekken verdeeld over de RES-regio’s. Wanneer de gemeenteraad van Tubbergen nu richting de RES 2.0 een ander rekenmodel voorstaat, kan zij dit zelf voorleggen aan de andere 13 gemeenteraden, provinciale staten en het AB van het Waterschap.
Tubbergen
M Hoogte regionaal bod
Het standpunt kenbaar te maken dat het resterende deel tot invulling van de ambitie van 1,5 Twh duurzame opwek van elektriciteit in Twente in eerste instantie ingevuld dient te worden door de gemeenten die nu relatief de laagste ambitie hebben
Grootschalige opwek
In het bestuurlijke regionale gesprek over het invullen van de ambitie kunnen de bestuurders hier onderling overeenstemming over krijgen. Het bestuurlijke gesprek wordt ambtelijk ondersteund
Tubbergen
M Netbeheerders
Netbeheerders tot maximale inzet op te roepen om initiatieven voor duurzame opwek te faciliteren
Grootschalige opwek
De netbeheerders zijn lid van de stuurgroep RES-Twente. Zij onderkennen het probleem van de netwerkschaarste maar zij kunnen dit alleen oplossen wanneer zij tijdig en duidelijke zoeklocaties van gemeenten krijgen. De investeringen die gemoeid gaan met het oplossen van de netwerkschaarste zijn dusdanig hoog en omvattend dat hierover goede afstemming moet zijn tussen de netbeheerders en de gemeenten.
Twenterand
M Overprogrammering van het bod
Er is een wens tot overprogrammering. De raad wil duidelijk maken dat het wat hen betreft niet een verhoging van het bod betekent maar het mogelijk opstarten van meer projecten richting de RES 2.0 omdat ze niet allemaal de eindstreep halen. Verzoek is een verduidelijking op dit punt:
Grootschalige opwek
Om minimaal 1,5 TWh te kunnen realiseren, is overprogrammering van plannen nodig, zodat we rekening houden met mogelijke uitval van projecten in de planning. Ervaring leert dat circa 30% van geplande projecten komen te vervallen.
Twenterand
M. verhouding zon / wind
De afweging echter blijven bezien vanuit álle 4 hoekpunten, ook vanuit ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijk draagvlak
Grootschalige opwek
De hoekpunten van he afwegingskader komen terug als rode draad in de regionale koers voor de RES Twente 1.0.
M besluit over onderzoek windenergie
De gemeente Wierden start een onderzoek naar mogelijkheden voor inzet van windenergie binnen of buiten de gemeentegrenzen. Bij bovenstaande beslispunten gelden de volgende voorwaarden: a. Gemeentelijk afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking is leidend. b. Er moet voldoende draagvlak zijn bij de inwoners.
Grootschalige opwek
Wierden
Het is goed dat de gemeente Wierden haar eigen onderzoek start, zeker ook in het kader van de maatschappelijke kosten. De regionale organisatie RES is op verzoek bereid om de gemeente Wierden hierbij te ondersteunen of samen met hen de juiste deskundigen te betrekken
Tubbergen
20
Monitoring Dinkelland
M open data
Alle cijfermatige uitgangspunten als open data publiceren met bronvermelding
Monitoring
De cijfermatige uitgangspunten zijn doorberekend door het regionale coördinatieteam en zijn als bijlage opgenomen in het definitief ontwerp. Dit definitief ontwerp is openbaar en dus te raadplegen voor inwoners.
O CDA Monitoring
De gemeenten een halfjaarlijkse evaluatie houden. Graag voortvarend beginnen en regionaal na 2 jaar een evaluatie met de stand van zaken op dat moment. Dit om een goede indicatie van de voortgang in de diverse gemeenten te krijgen en ook van elkaar te kunnen leren. Nieuwe omstandigheden die het speelveld veranderen dienen scherp gemonitord te worden
Monitoring
Er is inmiddels een Twentse monitor, die is te vinden op de website van de energiestrategie Twente. De monitor kent twee jaarlijks een update.
Hellendoorn
Warmtetransitie
Hengelo
Tubbergen
O raadbreed warmtetransitie
warmtetransitie is het belangrijk dat die haalbaar en betaalbaar aandacht hebben voor de keuzevrijheid
Warmte transitie
Gemeenten stellen uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) vast. Hierin wordt een doorkijk gegeven naar welke wijken per gemeente in 2030 en in 2050 naar een alternatieve warmtevoorziening kunnen overstappen.
M Energie bedrijf
in te spannen een gemeentelijk energiebedrijf op te zetten waarbij opbrengsten uit duurzame energie ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Tubbergen
Warmte transitie
Voor het stedelijk gebied realiseren we een regionaal Warmtenet Twente door bestaande warmtenetten te verbinden en onderzoeken we de mogelijkheden voor uitbreiding met nieuwe warmtenetten. Het stedelijk gebied betreft de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hengelo, Oldenzaal en mogelijk ook Haaksbergen. De gemeente Tubbergen kan de ervaringen van het regionaal warmtenet en de daarbij behorende intentieovereenkomst gebruiken als input voor het opzetten van een eigen gemeentelijk energiebedrijf
Twentse doelen
Hof van Twente
M strategisch koersdocument
de raad beschouwt de RES als een strategisch koersdocument waarvoor een inspanningsverplichting wordt aangegaan;
Twentse doelen
De RES 1.0 is een regionale opgave in de vorm van een niet vrijblijvende inspanningsverplichting.
Nog niet bepaald Twenterand
M verduidelijking termen
Verzoek om een begrippenlijst op te nemen
Bijlage
Er komt een begrippenlijst in de bijlage
21
Deel 2 Reacties op Collega en Raadsvoorstellen
Almelo
Borne
Dinkelland
Collegevoorstel (C) of Raadvoorstel (R)
Kernpunt dat reflectie behoeft
Reflectie
Verwerking in definitief ontwerp
Collegevoorstel
1. D e Duurzame energieladder is het beleidskader voor duurzame energieopwekking in Almelo. De ambitie zoals beschreven in de Duurzame energieladder vormt de bijdrage van Almelo aan de RES Twente 1.0, namelijk 157 gigawattuur. 2. Overprogrammering in de planfase is mogelijk maar kan niet tot meer realisatie van zon op land of windenergie leiden, omdat in de duurzame energieladder een maximum aantal is beschreven. 3. Z on op dak wordt juist gestimuleerd en kent daarom geen maximum. 4. W ij zien een regionaal warmtenet als een kans om hoge temperatuur restwarmte beschikbaar te stellen aan inwoners van Almelo. Echter, we kijken kritisch naar rollen en verantwoordelijkheden die wij als gemeente hebben, maar ook die de initiatiefnemers hebben. Wij zijn aandeelhouder van twee van de initiatiefnemers, wat overigens niet geldt voor alle betrokken gemeenten. Of wij een intentieovereenkomst gaan tekenen, hebben wij nog in beraad vanwege onze aandeelhoudersposities in relatie tot investeringen in een dergelijk regionaal warmtenet
1. De ambitie van Almelo is meegenomen in het voorlopig ontwerp en is terug te vinden in de monitor; 2. Overprogrammering is nodig omdat niet alle projecten uit de planfase ook richting uitvoering gaan. Overprogrammering is een regionaal vraagstuk en vraagt dus ook om regionale afstemming 3. Zon op dak wordt door alle partners zoveel mogelijk gestimuleerd. We maken ambtelijk ook deel uit van de landelijke werkgroep Zon op dak zodat we ‘dicht bij het vuur zitten’ en ook onze lobby punten goed kunnen inbrengen; 4. In de verdere uitwerking van de RES 1.0 en richting de RES 2.0 kunnen alle betrokken partijen bij het regionaal warmtenet in afstemming met elkaar afspraken hierover maken. D
Ambitie Almelo is verwerkt bij grootschalige opwek Zon op dak is onderdeel van de Twentse Energie Agenda; Het standpunt van Almelo inzake het regionaal warmtenet is op regionaal niveau onderdeel van de regionale structuur warmte
Raadsvoorstel
1. D e Energievisie Borne maakt gebruik van en bouwt voort op de uitgangspunten van de RES. Met name voor de zoekgebieden voor zon en wind is gebruik gemaakt van de hoekpunten van het afwegingskader uit de RES; 2. D e oproep om bij een eventueel extra beroep op een gemeente meer bij te dragen, er sprake moet zijn van enige compensatie, is nog niet concreet in het voorlopig ontwerp uitgewerkt
1. Het is een mooie samenwerking dat de Energievisie van Borne gebruik maakt en voortbouwt op de uitgangspunten van de RES; 2. Er zullen op regionaal niveau gesprekken plaatsvinden om te bespreken of het nodig is om enige compensatie te geven aan gemeenten die een extra bijdrage doen. Dit wordt betrokken bij de uitvoering van de RES 1.0 en wordt mogelijk meegenomen bij de RES 2.0.
De Bornse ambties zijn onderdeel van het regionale bod. Gesprekken over compensatie zullen regionaal worden afgestemd onder begeleiding van de stuurgroep RES-Twente.
College voorstel
1. W e begrijpen dat onze inwoners zorgen hebben, bijvoorbeeld als het gaat om het unieke landschap. Bovendien worden inwoners en ondernemers ook geconfronteerd met andere maatschappelijke opgaven, zoals het verbeteren van de biodiversiteit, verduurzaming van de landbouw en klimaatadaptatie;
1. De zorgen van de inwoners zijn terecht. Vanuit de regionale RESorganisatie zullen wij gemeenten ondersteunen met tools en hulpmiddelen om op lokaal niveau het participatieproces met de inwoners vorm te geven. Een deel van dit participatieproces zal waarschijnlijk op subregionaal niveau plaatsvinden. Ook daarbij zal de regionale RES-organisatie binnen haar mogelijkheden ondersteuning geven aan de betreffende gemeenten.
In de RES 1.0 is een onderdeel opgenomen over communicatie en participatie.
22
Enschede
Brief aan de raad
1. A llereerst merken we op dat we in de Energievisie weliswaar hebben uitgewerkt, hoe we onze energiedoelstelling denken te verwezenlijken. Maar om voortgang te kunnen boeken zullen er na de vaststelling van de Energievisie wel voldoende financiële middelen voor de uitvoering van de plannen beschikbaar moeten komen en zullen aansluitings-en transportproblemen op het elektriciteitsnet voortvarend moeten worden aangepakt. 2. E en verschil bestaat tussen de in regionaal verband vastgestelde ambitie (1500 GWh) en de som van biedingen van de Twentse gemeenten (1358 GWh); mogelijkheden om het tekort aan te vullen tto 1500 GWh zien wij niet. 3. D e maatschappelijke kosten kunnen met 100 miljoen euro dalen, als we die verhouding zon/wind richting 40/60 weten om te buigen.
1. Terecht dat Enschede stelt dat er voldoende middelen moeten komen voor het verwezenlijken van de doelstellingen. Hiervoor is een lobby gestart vanuit de VNG. De aansluitings- en transportproblemen hebben onze aandacht. Er is veelvuldig overleg, ook op stuurgroep niveau met netbeheerders over uitbreiding en verzwaring van het netwerk; 2. Het is juist dat er een verschil bestaat. We gaan bij de uitvoering van de RES 1.0 regionaal met alle partners in gesprek om dit verschil op te lossen. 3. We streven op het niveau van de regio Twente een verhouding zon – wind van 40 – 60 na. Lokaal kan de verhouding tussen geproduceerde zonne- en windenergie verschillen. We communiceren hierover goed met de betrokken partners en inwoners.
De financiering van de uitvoering van de RES is een lobby dossier en wordt vermeld bij de Twentse Energie Agenda De stuurgroep zal ervoor zorg dragen dat op regionaal niveau gesprekken worden gevoerd om het verschil tussen de ambitie en het bod te overbruggen; In de RES 1.0 is een onderdeel opgenomen over communicatie en participatie.
De maatschappelijke wenselijkheid daarvan onderschrijven wij; mogelijkheden om daar ook in Enschede aan bij te dragen, zien wij echter niet. Haaksbergen
Raadsvoorstel
1. Elke gemeente is verantwoordelijk voor de eigen bijdrage in Gwh. Keuzes voor zon of wind worden gemaakt op lokaal niveau. De Beleidsregels zonnevelden worden op 31 maart 2021 door de gemeenteraad van Haaksbergen besproken. Na de zomer van 2021 zullen wij samen met de raad het gesprek voeren over windenergie. Het college en gemeenteraad van Haaksbergen nemen hierover de juridisch bindende beslissingen; 2. Onze ambitie is om steeds meer wijken duurzaam te verwarmen, zonder gebruik van fossiele brandstoffen. Belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat het haalbaar en betaalbaar is. Warmte is vaak nog een onderbelicht onderwerp landelijk in de RESsen. In Twente is dit opgepakt door de opzet voor de Regionale Structuur Warmte op te nemen in het voorlopig ontwerp RES Twente 1.0. Twee coalities (regionaal warmtenet en biogas/groengas) werken dit verder uit.
Hellendoorn
College besluit
Het college van Hellendoorn heeft ingestemd met het voorlopig ontwerp en heeft hierbij geen speciale aandachtspunten vermeld. Naar aanleiding van de bespreking in een debatronde in de raad zijn opinies ingediend die zijn behandeld in het 1e deel van de matrix
Hengelo
College en raadsadvies
Naar aanleiding van het raadsadvies heeft de gemeenteraad van Hengelo tijdens een politieke markt het voorlopig ontwerp besproken. De resultaten van deze bespreking zijn behandeld bij onderdeel 1 van deze matrix.
1. Het is terecht dat de gemeenten zelf de keuzes maken voor hun eigen bijdrage maar zij stemmen dit op regionaal óf subregionaal niveau met elkaar af; 2. De warmtetransitie heeft een iets andere dynamiek dan de grootschalige opwek maar is niet minder belangrijk. Gemeenten stellen uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) vast. Hierin wordt een doorkijk gegeven naar welke wijken per gemeente in 2030 en in 2050 naar een alternatieve warmtevoorziening kunnen overstappen.
De Haaksbergse bijdrage is onderdeel van het regionale bod De warmtetransitie is onderdeel van de RES 1.0
Bijlagenboek Regionale Energiestrategie Twente 1.0
23
Hof van Twente
Een raadsbrief
1. H et voorlopig ontwerp is na ontvangst vanuit de stuurgroep RES direct doorgeleid naar u als Raad. Het document is noch regionaal op bestuurlijk niveau inhoudelijk besproken noch door ons college. Daarmee is het voorlopig ontwerp nog geen door de regio bestuurders en het college gedragen document;
2. W e hebben geen garantie dat al onze reacties worden verwerkt in definitieve versie RES Twente 1.0. Hierdoor is er een kans op een niet regionaal gedragen definitieve RES Twente 1.0; 3. Ons advies aan de RES organisatie is om in de nieuwe versie een opschoning te doen door doubleringen eruit te halen, hoofdzaken van bijzaken te scheiden, een publieksvriendelijke schrijfstijl en een logische opbouw te hanteren. Ook is een publieksvriendelijke versie naast de uitgewerkte RES Twente 1.0 aan te bevelen zodat het voor inwoners duidelijk is wat RES traject is, welke opgave hier ligt en wat de impact van de gekozen strategieën is op hun leefomgeving. 4. Ons voorstel is om de stap van voorlopig ontwerp naar definitieve RES Twente 1.0 te gebruiken voor een aanscherping van de vorm en leesbaarheid van het document, aandachtspunten voor het traject naar de RES2.0, en deze inhoudelijke uitwerking onderdeel te maken van RES2.0; 5. Landschappelijke waarde en natuur wordt meermalen genoemd maar hier is geen strategie op ontwikkeld. Hoe we hiermee omgaan als regio blijft onduidelijk waardoor de inhoud zoals het nu geformuleerd is weinig toevoegt; 6. De keuze om voor klimaatneutraal te gaan zou beter onderbouwd moeten worden en door alle RES partijen gedragen moeten zijn. 7.
Naar verwachting komt in de definitieve RES Twente 1.0 een regiokaart te staan waarop zoekgebieden zijn geduid. Hof van Twente werkt niet met zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens. Echter bieden we indien met grote betrokkenheid van inwoners overal de mogelijkheid aan, binnen wettelijke kaders; 8. De Transitie Visie Warmte (TVW) is een lokale verantwoordelijkheid. Onze TVW is in Q4 2021 gereed, dit mag opgenomen worden in de taartdiagram; 9. Het uitgangspunt is dat projecten worden ontwikkeld door of in ieder geval met inwoners. Hoe zij hiervan profiteren is aan de inwoners. Wanneer zij tevreden zijn met de afspraken is dat voor Hof van Twente voldoende. Dit hoeft geen 50% eigenaarschap te zijn. Daarmee is het geen uitgangspunt maar een streven; 10. Ook wind is mogelijk in onze gemeente wanneer het een gedragen plan is waar inwoners actief bij betrokken zijn; 11. Financiële participatie wordt alleen genoemd als de 50% eigenaarschap. Een duidelijke toelichting op onderscheid beleids-, proces- en financiële participatie is wenselijk. En van daaruit een toelichting op wat de strategie van de regio is op al deze vormen;
24
1. Het voorlopig ontwerp is de samenvatting van alle voorgaande besprekingen en documenten (o.a. concept RES 0.1) op regionaal niveau. In afstemming met de initiatiefgroep RES-Twente, waar ook de gemeente Hof van Twente in is vertegenwoordigd, is ervoor gekozen om een voorlopig ontwerp meningsvormend voor te leggen aan de raden, staten en AB van het Waterschap en deze input te verwerken in het definitief ontwerp RES 1.0.
De raadsbrief van de Hof van Twente is zeer uitgebreid. De input van de raadsbrief is terug te vinden op alle onderdelen van het definitief ontwerp RES 1.0.
2. De RES 1.0 is een regionaal document waarbij wij zoveel mogelijk alle lokale meningen en opinies verwerken. Het is niet mogelijk om toe te zeggen dat alle meningen en opinies van één van de partners 1 op 1 worden overgenomen. Hiervoor is altijd regionale afstemming nodig. Wel is er de toezegging van de stuurgroep RES-Twente dat alle ingebrachte moties en opinies van de volksvertegenwoordigers zorgvuldig worden beantwoord en daar waar het kan worden ingebracht in het definitief ontwerp RES 1.0; 3. Het advies om een opschoning te doen en hoofdzaken van bijzaken te scheiden wordt overgenomen. Het definitief ontwerp RES 1.0 is een koersdocument op hoofdlijnen en werkt met bijlagen die voortkomen uit het voorlopig ontwerp RES 1.0. We werken aan publieksvriendelijke informatie over de RES op regionaal niveau. Op lokaal niveau zijn de gemeenten aan zet om hun inwoners goed te informeren; 4. We hebben inmiddels de vorm van het definitief ontwerp RES 1.0 aangescherpt, naar ons idee is dit een verbetering; 5. In de RES Twente 2.0 zijn regionale uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit uitgewerkt in lokaal ruimtelijk beleid als eerste stap naar vergunningverlening in 2025. De provinciale omgevingsvisie is leidend als regionaal kader voor ruimtelijke kwaliteit.
Op (sub) regionaal niveau stemmen partners, regionale belanghebbenden en een vertegenwoordiging van de Twentse samenleving met elkaar af; 6. De stuurgroep heeft bewust de keuze gemaakt voor de term ‘mogelijk klimaatneutraal’ ipv energieneutraal. Dit laatste is meer dan lastig voor een regio; 7. Er komt in het definitief ontwerp RES 1.0 géén regiokaart te staan met zoekgebieden. ER is alleen digitaal een werkkaart beschikbaar met zoekgebieden. Input voor deze kaart is de informatie die de gemeenten zelf aanleveren. 8. We zullen dit in de taartdiagram opnemen; 9. Het is de eigen lokale autonomie hoe de Hof van Twente om wil gaan met lokaal eigenaarschap; 10. De gemeenten hebben eigen lokale autonomie met betrekking tot het vaststellen van hun lokale windbeleid. Echter, wanneer een projectontwikkelaar een aanvraag indient voor een windpark van tenminste 5MW maar niet meer dan 100MW dan is de provincie bevoegd gezag conform art. 9e Elektriciteitswet. In de nieuwe Energiewet wordt dit waarschijnlijk opgehoogd naar minimaal 15 MW; 11. Het vormgeven van lokaal eigendom vindt op lokaal niveau plaats. Belanghebbenden en volksvertegenwoordigers hebben kenbaar gemaakt dat het wenselijk is om regionaal te werken met dezelfde uitgangspunten. Samen met een vertegenwoordig
12. De RES organisatie wil tussen voorlopig ontwerp en definitieve RES1.0 de inhoud verder uitwerken. Er komen namelijk reacties van alle 14 gemeenten, de waterschappen en de provincie. Dit betekent een verschil in inhoud tussen voorlopig ontwerp en de definitieve versie waar er geen ruimte is voor bestuurlijke reactie op de definitieve versie. Hierdoor kan er inhoud in de eindversie staan die niet regionaal gedragen wordt; 13. Maatschappelijke acceptatie en ruimtelijke kwaliteit worden minimaal meegenomen in de RES wat het risico meebrengt voor de haalbaarheid van de strategie en de kracht en identiteit van de gemeente bij realisatie Losser
Oldenzaal
Provincie Overijssel
Het collegebesluit van Losser
1. L osser heeft andere gemeenten altijd voor gehouden dat wij ons deel inbrengen, maar dat anderen ook naar vermogen moeten bijdragen; 2. D e noordoost Twentse gemeenten vragen samen om extra ruimte te reserveren op het elektriciteitsnetwerk om mogelijke toekomstige initiatieven die naar verwachting gaan ontstaan, te kunnen aansluiten. Vanuit de RES organisatie is aangegeven dat men meewerkt aan deze oplossing en dat dit wordt vertaald in de definitieve RES 1.0
1. In de diverse regionale overleggen op bestuurlijk niveau heeft de gemeente Losser dit standpunt ingebracht en zij kan dit uiteraard blijven doen; 2. Er is veelvuldig overleg, ook op stuurgroep niveau met netbeheerders over de versnelling van het netwerk
Collegevoorstel
Het collegebesluit van Oldenzaal 1. C ommitment uit te spreken voor de realisatie van de RES Twente 1.0 als strategisch koersdocument; 2. C ommitment uit te spreken over de gezamenlijke ambitie van de 14 Twentse gemeenten, waterschappen en provincie: a. S amen willen we in 2030 in Twente 1,5 Terawattuur (Twh) duurzaam elektriciteit opwekken met een combinatie van wind- en zonne-energie, waarbij elke gemeente zelf verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage in Gwh. Hierbij is overprogrammering in de planfase mogelijk nodig, vanwege te verwachten planuitval (op basis van ervaring is dat 30%); b. D e uitwerking van de Regionale Structuur Warmte voor Twente; 3. A kkoord te gaan met de (proces)afspraken om te komen tot de RES Twente 1.0. Deze afspraken zijn bijgevoegd in bijlage 1; 4. E ventuele reacties op het voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 kenbaar te maken aan de secretaris van de stuurgroep RES Twente; 5. H et voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 en het bijgevoegde raadsvoorstel voor te leggen aan de gemeenteraad; 6. A kkoord te gaan met het gewijzigde bod van de Noordoost Twentse gemeenten van 225 GWh en de Raad voor te stellen hiermee akkoord te gaan.
Statenvoorstel
1. W ij constateren dat de door u van belang geachte punten en onze inzet terug komen in het voorlopig onderwerp van de RES Twente; 2. I n de fase van RES 1.0 naar RES 2.0 werken wij met de RES-partners de vier hoekpunten verder uit. Ontstaan er gedurende het proces nieuwe inzichten die vertaling vragen in Omgevingsbeleid, dan wordt dat via reguliere weg bij de herziening van de Omgevingsvisie meegenomen.
1. Het is goed om te lezen op de juiste manier gevolg is gegeven aan de door de provinciale staten van belang geachte punten en de inzet van gedeputeerde staten; 2. Dit is juist
Het standpunt van het college kan ingebracht worden bij de regionale overleggen. De versnelling van het netwerk is onderdeel van de grootschalige opwek
De inbreng van de provincie is terug te vinden in alle onderdelen van het definitief ontwerp
Bijlagenboek Regionale Energiestrategie Twente 1.0
25
Tubbergen
Twenterand
Wierden
Collegevoorstel
1. W e begrijpen dat onze inwoners zorgen hebben, bijvoorbeeld als het gaat om het
De zorgen van de inwoners zijn terecht. Vanuit de regionale RESorganisatie zullen wij gemeenten ondersteunen met tools en
Grootschalige opwek
unieke landschap. Bovendien worden inwoners en ondernemers ook geconfronteerd met andere maatschappelijke opgaven, zoals het verbeteren van de biodiversiteit, verduurzaming van de landbouw en klimaatadaptatie;
hulpmiddelen om op lokaal niveau het participatieproces met de inwoners vorm te geven. Een deel van dit participatieproces zal waarschijnlijk op subregionaal niveau plaatsvinden. Ook daarbij zal de regionale RES-organisatie binnen haar mogelijkheden ondersteuning geven aan de betreffende gemeenten
Raadsvoorstel
1. E en belangrijke onzekerheid is de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk en de toepassing van het afwegingskader
1. Dit is een juiste constatering. Er is veelvuldig overleg, ook op stuurgroep niveau met netbeheerders over de versnelling van het netwerk
Grootschalige opwek
Raadsbesluit
1. D e raad van de gemeente Wierden stemt niet in met overprogrammering in de planfase en houdt daarmee vast aan het gedane bod van 56 GWh van de gemeente Wierden; 2. D e gemeente Wierden start een onderzoek naar mogelijkheden voor inzet van windenergie binnen of buiten de gemeentegrenzen. 3. B ij bovenstaande beslispunten gelden de volgende voorwaarden: Gemeentelijk afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking is leidend. 4. E r moet voldoende draagvlak zijn bij de inwoners 5. D e gemeente Wierden kiest ervoor om bij de realisatie van het gedane bod te starten met zonne-energie en deze raadsperiode niet in te zetten op grote windmolens; 6. D e gemeente Wierden hanteert in RES Twente 1.0 deze raadsperiode geen zoekgebieden, het vastgestelde afwegingskader is leidend
1. U iteraard heeft de raad van Wierden zeggenschap over haar eigen bod. Echter de overprogrammering betreft het regionale bod. Bij het regionale bod ligt het primaat bij de 14 gemeenten, provincie en waterschap gezamenlijk; 2. D e regionale organisatie kan indien nodig de gemeente Wierden ondersteunen bij het onderzoek naar de mogelijkheden voor de inzet van windenergie binnen of buiten de gemeentegrenzen; 3. Het is aan de gemeente zelf welke beslispunten zij hierbij wil hanteren
Grootschalige opwek
26
2 Langs de A35 en A1 en op verschillende bedrijventerreinen zijn zoekgebieden aangedragen. Hierdoor ontstaat een ruimtelijk beeld van bakens die aansluit op het landschappelijke patroon en de bestaande infrastructuur. Met het Rijksprogramma OER (Opwekking Energie Rijksgronden) streeft het Rijk naar optimale inzet van Rijksgronden voor het opwekken van energie via zon en wind. Eén van de huidige pilotprojecten is de Duurzaamheidsroute A35. 27
Bijlage 2. Afwegingskader 1. AFWEGINGSKADER RES TWENTE
• Systeemefficiëntie: we willen een haalbare en betaalbare
In de periode op weg naar de RES Twente 1.0 is rekening gehouden
RES Twente en zoeken naar efficiënte oplossingen,
met de ruimtelijke kwaliteit, systeemefficiëntie en maatschappelijke
zodat we een zo hoog mogelijk rendement bereiken,
acceptatie. Deze hoekpunten komen terug in de regionale koers voor
tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Dat
de RES Twente 1.0.
kan bijvoorbeeld door te kiezen voor een evenwichtige mix van wind- en zonne-energie en de energieopwek te
Aanvullend op het koersdocument geven we in deze bijlage een
bundelen en clusteren en het optimaal gebruik maken
nadere toelichting op de uitgangspunten in het afwegingskader:
van beschikbare lokale warmtebronnen. Daarbij hoort
• Bod: het kwantitatieve bod voor duurzame opwek
ook een totale systeemefficiëntie voor warmte vanuit
elektriciteit in 2030 van 1,5 TWh en het ontwikkelen van een
verschillende schaalniveaus om onomkeerbare keuzes
warmteregio in Twente is verder geconcretiseerd (bronnen
en effecten te voorkomen. Daarvoor is de wisselwerking
voor opwekken duurzame energie, aantallen, (zoek)locaties,
tussen de Regionale Structuur Warmte en de
aanpak ontwikkeling warmteregio). Met betrekking tot
Transitievisie Warmte van essentieel belang.
de warmteopgave, benut Twente in 2030 de beschikbare
• Maatschappelijke acceptatie: we betrekken onze
duurzame lokale en bovenlokale warmtebronnen. Er zijn
samenleving via lokale en regionale participatie. Ook
twee coalities gestart met een verkenning onder welke
werken we aan het vormgeven van minimaal 50%
randvoorwaarden deze ingezet kunnen worden om woningen
lokaal eigendom, dit draagt bij aan de maatschappelijke
en gebouwen in Twente te verwarmen. De technisch
acceptatie om duurzame energie op te wekken.
economische haalbaarheid wordt op basis van een ontwerp
Initiatieven van onderaf dragen bij aan het stimuleren van
van de warmte-infrastructuur in de RES Twente 2.0 verder
warmteinitiatieven en het ontwikkelen van Twente tot
uitgewerkt.
warmteregio.
• Ruimtelijke kwaliteit: we houden rekening met de mogelijkheden van het landschap en leggen verbinding met andere verduurzamingsopgaven en opgaven die invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit (integrale aanpak).
RM
AFW KT EG RI WA IN
TE
AF W EG IN
D KA S G
R DE
TIE PTA CE
A F W EG IN
IT
KA GS
LI
T EC
PP E
TE IVI
M A A T SCH A
AF W EG IN
ER
R DE
AC
EL E
R DE
IT
KA GS
KA GS
BO DR
IT
ITE
TE CI
E JK
ES
T
E
AL KW
W
T EN
RUIM TE LIJ KE
Regionale Energiestrategie Twente 1.0
28
KOS T E NE F
F
3 RES Twente wil zon op dak zoveel mogelijk benutten. Om zon op dak nog beter te kunnen benutten én te zorgen dat het betaalbaar is, moeten oplossingsrichtingen worden gezocht voor uitbreiding van het net, bundeling van projecten en teruglevering. Op zaterdag 24 oktober 2020 opende Anneke Raven, burgemeester van Hellendoorn, de eerste zonne-energie ‘Postcoderoos’ in Haarle. Dit coöperatieve zonnepanelen-project op het dak van de CAVV Zuid-Oost Salland gaat 25 huishoudens en twee agrarische bedrijven in Haarle van duurzame elektriciteit voorzien. De postcoderoos is een initiatief van het mengvoerbedrijf Zuid-Oost Salland, in samenwerking met de Coöperatie Hellendoorn op Rozen en de werkgroep Haarle Energie Neutraal van het Plaatselijk Belang Haarle. 29
Bijlage 3. Monitor 1. INLEIDING MONITOR
Zo ontstaat een goed beeld van de voortgang en wat er in Twente
Monitoring is van cruciaal belang om zicht te krijgen op het verloop
nog gerealiseerd moet worden om duurzaam energie op te wekken
van de energietransitie in Twente. De Twentse monitor heeft de
of wat er nodig is om energie te besparen. Zo wordt het aanbod en
stand van zaken in kaart gebracht op het gebied van energieverbruik
het toekomstig verbruik van elektriciteit en warmte in balans ge-
van woningen en bedrijven, de duurzame energieopwekking, het
bracht. In mei 2021 vindt een actualisatieslag plaats van de monitor
gasverbruik van woningen en bedrijven, de productie van warmte en
op basis van een nieuwe gespreksronde. In juni 2021 komen de
biogas/groengas en de aanleg van een stedelijk warmtenet en een
meest actuele cijfers beschikbaar op de website.
biogasnetwerk. De monitor van de RES Twente is online beschikbaar via www.energiestrategietwente.nl/monitor. Het is een monitor
Monitoring lokale plan- en beleidsvorming
die tot stand is gekomen in samenwerking met Kennispunt Twente,
Alle Twentse gemeenten zijn bezig om hun plannen richting de
op basis van cijfers vanuit het CBS, RVO, Klimaatmonitor, netbe-
RES 1.0 te concretiseren, maar het tempo en de werkwijze verschillen
heerders etc. Belangrijk voor de totstandkoming van de monitor zijn
per gemeente. Dat betekent dat de huidige stand van zaken
ook de gehouden monitoringsgesprekken met de veertien Twentse
verschillende snelheden laat zien. We zien dat er veel projecten
gemeenten.
in de pijplijn zitten en dat er hard gewerkt wordt aan plan- en beleidsvorming om de uitvoering van projecten in gemeenten mogelijk te maken.
Energievisie: Zon: Ja Wind: Ja Zoekgebieden: Ja (2)
Warmtevisie: TVW: Ja WUP’s: opstarten met 3 wijken
Energievisie (concept): Zon: ja Wind: Ja Kansenkaarten: Ja
Warmtevisie: TVW: Q2 2021 WUP’s: ntb
Energievisie: Zon: Ja Wind (concept): Ja Zoekgebieden wind: Ja (7)
Warmtevisie: TVW: Ja WUP’s: Ja (7)
Energievisie: 2021 (Q1, Q2) NvU: Ja Zon/wind (concept): Ja Zoekgebieden: Ja
Warmtevisie: TVW: Q3 2021 WUP’s: ntb
Energievisie: Zon: Ja Wind: Nee Uitsluitingsgebieden: Ja
Warmtevisie: WTV: Q4 2021 WUP’s: ntb
Omgevingsvisie: Ja Omgevingsverordening: in ontwikkeling
Omgevingsvisie: 2023/2024 Omgevingsverordening: ntb
Omgevingsvisie: 2021 Omgevingsverordening: ntb
Omgevingsvisie: volgt na vaststelling energievisie Omgevingsverordening: ntb
Omgevingsvisie: ntb Omgevingsverordening: ntb
Almelo
Borne
Noordoost Twente
Enschede
Haaksbergen
Energievisie: Zon: ja Wind: nee Uitsluitingsgebieden: Ja Gebiedsproces leidend
Energievisie: Warmtevisie: uitwerking TVW (kaders): Ja omgevingsprogramma volgt (vaststelling raad in 2021 Q4/2022 Q1) Zon/wind: Nee WUP’s: Ja (2) Zoeklocaties: ja (6) omgevings buitengebied
Warmtevisie: TVW: ja WUP’s: Q1 2022
Energievisie: Zon: Ja (handreiking) Wind: Lokaal initiatief Zoekgebieden: nvt Per project naar raad
Energievisie: Zon: ja (max 50 ha) Wind: in ontwikkeling Zoekgebieden: Nee
Warmtevisie: TVW: ntb WUP’s: ntb
Warmtevisie: TVW: in ontwikkeling (Q3 2021) WUP’s: ntb
Omgevingsvisie: 2021/2022 Omgevingsverordening: ntb
Omgevingsvisie: Ja, voor buitengebied met zoekgebieden wind en zon Omgevingsverordening: ntb
Omgevingsvisie: ntb Omgevingsverordening: ntb
Omgevingsvisie: ntb Omgevingsverordening: ntb
Hellendoorn
Hengelo
Hof van Twente
Rijssen Holten
Energievisie: Zon: ja Wind: nee Zoekgebieden: Ja (1)
Warmtevisie: TVW: in ontwikkeling (Q3 2021) WUP’s: ntb
Energievisie: Zon: Ja Wind: Nee Uitsluitingsgebieden: Ja
Warmtevisie: WUP’s: ntb
Omgevingsvisie: ntb (kernen in 2021, buitengebied 2022) Omgevingsverordening: ntb
Omgevingsvisie: ntb (2022) Omgevingsverordening: ntb
Twenterand
Wierden Stand van zaken mei 2021
30
Monitoring duurzame opwek elektriciteit De monitor geeft een zo actueel mogelijk beeld van het verbruik en de besparing van elektriciteit en warmte in Twente, maar ook de stand van zaken ten aanzien van het realiseren van onze doelen voor het opwekken van elektriciteit en de warmtetransitie kunnen worden gevolgd. De monitor geeft inzicht in de cijfers per gemeente en voor Twente als geheel. We mogen in Twente trots zijn op de voortvarende manier waarop we de processen inrichten. Zo timmeren we flink aan de weg met de beleidsvorming, participatie- en besluitvormingsprocessen om onze plannen voor duurzame opwek en de warmtetransitie te realiseren. Hierbij wordt opgemerkt dat elke gemeente zijn eigen (tijds)pad kiest en gebruik kan maken van goede voorbeelden van de andere gemeenten. In Twente leren we van elkaar en helpen we elkaar waar het mogelijk is (Noaberschap). Verschil in tempo is mede afhankelijk van de
Thema’s rondom de energietranstie in de monitor Omdat de energietransitie niet op zichzelf staat, maar raakt aan diverse andere vakgebieden en daarmee een sterke wisselwerking kent, worden er themanummers ontwikkeld door vakspecialisten rondom bijvoorbeeld arbeidsmarkt en onderwijs, mobiliteit en opslag en circulaire landbouw. Het themanummer Mobiliteit zal in het voorjaar 2021 voor het eerst uitkomen. Mede op initiatief van de Universiteit Twente is er een Human Capital Agenda voor de energietransitie ontwikkeld. In deze Human Capital Agenda werken het ROC, hogeschool Saxion én de Universiteit samen om het onderwijs te faciliteren voor de nieuwe banen die gaan ontstaan in de energietransitie. De samenhang en nieuwe ontwikkelingen op deze beleidsterreinen worden via de themanummers gekoppeld aan de monitor in 2021.
beschikbare ambtelijke capaciteit voor deze enorme transitie-
Doorontwikkeling monitor
opgave, wat voor met name de kleinere gemeenten een uitdaging
De cijfers voor de duurzame opwekking op (grootschalige) daken
blijkt.
behoeft nog een actualisatieslag voor 2019/2020. Dit wordt gedaan aan de hand van luchtfoto’s vanuit het project “zonnedakje” van de
De monitor die online staat is bedoeld om actueel inzicht te geven
provincie Overijssel. Verwacht wordt dat een veel hoger percentage
aan bestuurders, raadsleden, vakambtenaren en professionals.
dakoppervlak (> 300m2) momenteel al is belegd met zonnepanelen
Halfjaarlijks wordt de monitor bijgewerkt nadat er weer een nieuwe
in de Twentse gemeenten. Ook moet het onderdeel warmte nog
gespreksronde heeft plaatsgevonden met alle veertien gemeenten.
verder worden uitgewerkt naar aanleiding van de ontwikkeling van
Deze gespreksronden vinden plaats in april en november, waarna
de warmtetransitievisies van gemeenten. Dit gebeurt in samenwer-
in juni en december de aangepaste monitor kan worden gepresen-
king met de energie-atlas vanuit de VNG. Deze wordt ondere andere
teerd. Hiervan wordt ook een eenvoudige samenvatting gegeven
aangevuld met een vlekkenkaart waarop per wijk wordt aangegeven
aan inwoners en media.
voor welke vervangende warmtebron gekozen wordt om het aardgas
Monitoring warmte
in de toekomst te vervangen.
De werkgroep monitoring werkt ook aan het monitoren van de ontwikkeling van Twente tot warmteregio. Als eind 2021 de Transitievisies Warmte en de wijkuitvoeringsplannen gereed zijn, zal de monitor ook een actueel beeld laten zien op gemeenteniveau van welke wijken worden aangesloten op welke warmtebronnen. Het tijdspad van de RES Twente 1.0 (oplevering juli 2021), inclsusief de Regionale Structuur Warmte en de Transitievisies Warmte (oplevering eind 2021) lopen hierbij niet geheel parallel. De warmtevraag brengen we in kaart op basis van het huidig verbruik. Deze gegevens worden jaarlijks geactualiseerd in de monitor.
31
4 In gemeente Hengelo zijn zonnepanelen op het Twentebad geplaatst. Het Twentebad is goed op weg om aardgasvrij te worden. 32
Bijlage 4. Energiebesparing 1. INLEIDING ENERGIEBESPARING
Energie besparen voor warmteopgave
Een eerste stap in de energietransitie is en blijft de energiebe-
Naast de overschakeling op duurzame warmtebronnen is het essen-
sparing. Want, wat we niet verbruiken, hoeven we ook niet op te
tieel om woningen beter te isoleren en de warmtevraag te beperken.
wekken. Op verzoek van volksvertegenwoordigers hebben we hier
Woningbouwcorporaties en veel inwoners van Twente zijn al bewust
meer nadruk op gelegd in het koersdocument en daar een procesaf-
bezig met het verduurzamen van gebouwen. Bijvoorbeeld door op
spraak over opgenomen. Daarnaast is als afspraak opgenomen in
zoek te gaan naar energiebesparingsopties voor hun eigen woning
het koersdocument dat we inzetten op meer bewustwording als het
of bedrijf. Zo ervaren veel huiseigenaren in Twente al de voordelen
gaat om de wisselwerking tussen elektriciteit en warmte.
van een geïsoleerd huis en kunnen woningeigenaren met zonnepanelen in hun eigen energiebehoefte voorzien. Om deze trend ook in
Aanvullend op het koersdocument geven we in deze bijlage de
de toekomst vast te houden moet dit gestimuleerd worden. Twentse
aandachtspunten weer:
gemeenten werken daarom samen in een gezamenlijk energieloket
Energie besparen voor elektriciteitsopgave Zelf energie opwekken of gebouwen verduurzamen is iets waar veel
van Overijsselse gemeenten en bundelen de krachten en kennis om energiebesparing te stimuleren. Inwoners krijgen advies op maat om energie te besparen en duurzame maatregelen te treffen.
inwoners van Twente en woningcorporaties al bewust mee bezig zijn. Bijvoorbeeld door in hun eigen woning of in hun eigen bedrijf
Lokale Energie Iniatiatieven (LEI) kunnen een belangrijke
op zoek te gaan naar kansen en mogelijkheden. Alhoewel zon op
rol vervullen bij het vormgeven van lokale zelfstandige
dak geen energiebesparing is, ervaren veel huiseigenaren in Twente
warmtenetwerken in een woonwijk en de realisatie van
al de voordelen van een goed geïsoleerd huis of zon op dak. Met
kleinschalige warmte- en biogas-/ groengasinstallaties.
hun eigen zonnepanelen dragen ze bij aan het terugbrengen van de CO2-emissie. Niet alleen de CO2-reductie is een voordeel, steeds meer
Wisselwerking elektriciteit en warmte
woningeigenaren met zonnepanelen kunnen in hun eigen ener-
Duurzame opwek van elektriciteit en de warmtetransitie zijn niet
giebehoefte voorzien. De financiële voordelen van verduurzaming
los van elkaar te zien. Het elektrificeren van de warmtevraag heeft
kennen ze daarom ook.
een directe impact op de hoeveelheid opweklocaties voor duurzame elektriciteit. Met andere woorden, het risico om veel in te zetten
Het is belangrijk dat we deze trend vasthouden en zoveel mogelijk
op elektrificatie vergroot de uitdagingen om de duurzame opwek
woningeigenaren motiveren om te verduurzamen. Voor Twente is
gerealiseerd te krijgen. Hierbij is de ruimtelijke kwaliteit een belang-
dit extra van belang vanwege het grote aandeel woningen in het
rijke afweging, evenals de impact op de elektriciteitsnetwerken en
buitengebied. Al deze vormen van verduurzaming helpen bij de
hiermee de maatschappelijke betaalbaarheid. Twente heeft unieke
energietransitie. Zon op dak bij particulieren wordt in Twente dan
kansen om een warmteregio te ontwikkelen waarin diverse bronnen
ook gestimuleerd en aangejaagd door gemeenten. In opdracht van
worden toegepast. Door dit optimaal te doen is de impact op het
gemeenten geven lokale energieloketten inwoners advies op maat
totale energiesysteem het kleinst en kunnen maatschappelijke
om energie te besparen en duurzame maatregelen te nemen. Ook
middelen zo efficiënt en effectief mogelijk worden ingezet. Daarom
bedrijven investeren nu al in de duurzame opwek van elektriciteit
moet er maximaal worden ingezet op het benutten van beschikbare
en energiebesparing of ze denken erover na. De energietransitie
duurzame warmtebronnen en infrastructurele netwerken. Om onze
bestaat niet alleen uit grootschalige initiatieven, iedereen kan wat
regio haalbaar en betaalbaar aardgasvrij te verwarmen is hierbij
bijdragen. Al deze initiatieven in het eigen huis en in het eigen bedrijf
het uitgangspunt te voorkomen dat bronnen onbenut blijven of
staan niet beschreven in deze RES, maar helpen zeker mee aan de
gemeenten aanspraak maken op dezelfde bronnen in de Transitie-
opgave waar Twente voor staat.
visies Warmte, is het belangrijk hier nu al regionaal afspraken over te maken, zodat de belangen van iedere inwoner zo goed mogelijk geborgd zijn.
33
5 34
Bijlage 5. Systeemefficientie 1. INLEIDING SYSTEEMEFFICIËNTIE
• Clustering: bronnen voor het opwekken van elektriciteit willen
De maatschappelijke kosten voor de energietransitie, het ruimtebe-
we bij voorkeur clusteren in het landschap.
slag en de benodigde tijd in de uitvoering zijn fors. Door in te zetten
- Bij kleine zonnevelden (< 10 ha) worden kabels deels onbenut
op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk. Met de adviezen
en zijn netaansluitkosten relatief hoog. De grotere projecten
ten aanzien van de systeemefficiëntie kan een RES-regio sturen op
worden aangesloten op stations met grotere capaciteit, waar-
keuzes die bijdragen aan een uitvoerbare en betaalbare RES.
door er minder verzwaringen nodig zijn, kabels beter worden benut en de kosten lager zijn.
Voor een efficiënt energiesysteem moet onder andere vraag en aanbod van energie op elkaar zijn afgestemd. Ook moet worden nagedacht over de energie-infrastructuur, betaalbaarheid, inpasbaarheid, uitvoerbaarheid en planning van het systeem.
• Bundeling van bronnen: de opwek van zonne-energie en windenergie bij elkaar. - betere benutting kabels en aansluitkosten lager. • Efficiëntie en kostenbesparing transport: vraag en aanbod dichtbij elkaar.
In het kader van een haalbaar, betaalbare en schaalbare RES Twente,
-We benutten dezelfde infrastructuur voor zowel vraag als
is in het koersdocument aandacht gevraagd voor het realiseren van
aanbod. Bovendien betekent weinig transport ook dat minder
een efficiënt energiesysteem, de resultaten van de impactanalyse,
uitbreidingen nodig zijn.
uitbreiding van netcapaciteit en meer bewustwording over de
-D uurzame opwek nabij een netwerkstation is vanuit
benodigde investering en maatschappelijke kosten. Daarnaast is
systeemefficientie kostenbesparend.
binnen de Twentse Energie Agenda aandacht gevraagd voor de behandeling van aanvragen bij netbeheerders.
• Benutting bestaande aansluit- en transportcapaciteit.
3. DOORREKENING VAN HET BOD
In aanvulling op de toelichting in het koersdocument is aandacht
Enexis, Coteq en TenneT hebben in januari 2021 in beeld gebracht
besteed aan:
waaruit de gevolgen bestaan van de in de RES 1.0 gemaakte keuzes.
• Uitgangspunten systeemefficiëntie
De nieuwe inzichten uit de RES Twente 1.0 helpen, nu we de feiten
• Doorrekening van het bod RES Twente
beter kennen, om beter samen te werken en constructief het overleg
• Efficiëntie van het Twentse bod
aan te gaan waar ontwikkelingen gefaciliteerd kunnen worden, en
• Systeemstudie Overijssel
waar met welke prioriteit uitbreidingen gedaan kunnen en moeten
2. UITGANGSPUNTEN SYSTEEMEFFICIËNTIE
worden. Zowel door Enexis en Coteq als TenneT. Dit zal ook een goede basis vormen voor het integraal plannen. Op weg naar RES
De energietransitie vraagt om een uitbreiding en verzwaring van
Twente 2.0 gaan samen aan de slag om de locaties voor grootscha-
onze elektriciteitsnetten, om aanpassing van gasnetten en de aanleg
lige opwek en uitbreidingen van infrastructuur, te concretiseren en
van warmtenetten. Het is van belang dat de keuzes en afspraken die
realisaties te plannen in de tijd.
we maken in de RES 1.0 haalbaar zijn en bijdragen aan een efficiënt energiesysteem. Dit betekent onder andere dat vraag en aanbod van
Conclusies voor systeemefficiëntie
energie op elkaar moeten zijn afgestemd. Ook moet worden nage-
1. U it een vooranalyse van alternatieve scenario’s die in het najaar
dacht over de energie-infrastructuur, betaalbaarheid, inpasbaarheid,
van 2020 is uitgevoerd door de netbeheerders is gebleken dat het
uitvoerbaarheid en planning van het systeem.
aantal uitbreidingen significant kan verminderen met het verschuiven van de verhouding wind/zon van 40/60 richting 60/40.
Vanuit het oogpunt van systeemefficiëntie draaien we in Twente aan de volgende knoppen:
2. U it dezelfde vooranalyse blijkt ook dat het optimaal benutten van bestaande en nieuwe capaciteit die ontstaat door uitbreidingen
• Energiemix: voor het realiseren van onze ambities (1,5 TWh in
ook het aantal uitbreidingen kan verminderen. Dit kan gedaan
2030) is een combinatie nodig van zonne- en windenergie
worden door de locaties voor duurzame opwek af te stemmen op
- Zonne-energie vereist hogere kosten voor transport, en
stations met capaciteit of waar uitbreidingen gepland staan.
50% hogere productiekosten per kWh. Elke vervanging van zonne-energie door windenergie levert een voordeel op in het
Aanbeveling voor uitvoering/proces
kader van de invulling van het hoekpunt kosteneffectiviteit/
1. E en volledig beeld van de locaties van duurzame opwek is van
systeemefficiëntie.
groot belang voor het bepalen van de netimpact en het plannen
- Bestaande en nieuwe aansluit- en transportcapaciteit
van de juiste investeringen. Hoe concreter en zekerder de locaties
benutten. Clusteren is doorgaans efficiënt.
voor duurzame opwek worden, hoe beter deze opgenomen kunnen worden in de investeringsplannen van de netbeheerders.
35
2. E en uitvoerbare RES vraagt ook om integraal plannen van ontwik-
De analyse maakt inzichtelijk wat de impact is van het RES-bod op
kelingen in de tijd. Uitbreiding van de energie-infrastructuur kent
de investeringen in de energie-infrastructuur. De benodigde aanpas-
langere doorlooptijden dan de ontwikkeling van duurzame opwek.
singen zijn een indicator voor het hoekpunt systeemefficiëntie in het
Het is belangrijk om in gezamenlijkheid te bepalen waar gestart
afwegingskader. De netimpactanalyse beperkt zich tot de impact voor
moet worden met uitbreidingen van de energie-infrastructuur.
de netbeheerders. Overige maatschappelijke kosten en impact, zoals
3. Het tijdig starten met benodigde planprocedures voor de ener-
SDE-subsidies, zijn hierin niet meegenomen.
gie-infrastructuur en onderzoeken hoe planprocedures versneld kunnen worden kan de impact op de haalbaarheid vergroten.
We geven hier een korte samenvatting van de uitkomsten van de
Hiermee kunnen de doorlooptijden van benodigde uitbreidingen
netimpactanalyse (netimpactrapportage RES 1.0 Twente, februari
verkort worden.
2021).
4. Tussen het RES-bod en aanvragen uit de markt bestaat een verschil in fasering. Marktpartijen lijken nu al meer plannen voor duurzame energieproductie te hebben dan door de RES-regio wordt voorzien. Het is belangrijk om deze met elkaar in lijn te brengen om zo meer helderheid te scheppen over welke uitbreidingen wanneer nodig zijn en welke plannen beter inpasbaar zijn. Het is ook belangrijk dat we afspraken maken hoe we omgaan met afwijkingen in de marktontwikkelingen ten opzichte van het RES bod. 5. Het is in de meeste gevallen verstandig om de ruimte direct aangrenzend aan stations vrij te houden voor netuitbreidingen. Bij uitbreidingen van stations is deze ruimte mogelijkerwijs nodig, bijvoorbeeld om extra kabeltracés te kunnen realiseren. Het vergeven van deze ruimte kan daarom een beperkend effect hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van een station. 6. D e tijd om stations te bouwen/uit te breiden loopt niet synchroon met het aansluiten van duurzame initiatieven. De netbeheerders opteren ervoor om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven voor duurzame energieproductie gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur. Neem uitbreiding en aanleg van energie-infrastructuur, ten behoeve van de energietransitie, mee in omgevingsvisies en -plannen van gemeenten.
Samenvatting resultaten Uit de resultaten blijkt dat er op een groot aantal elektriciteitsstations uitbreidingen nodig zijn om het RES-bod te kunnen realiseren. Uit de analyse blijkt echter ook dat er geen nieuw HS/MS-station nodig is, dit zijn de stations die voor de verbinding zorgen tussen het hoogspanningsnet van TenneT en de distributienetten van Coteq en Enexis. In algemene zin vragen uitbreidingen minder uitvoeringstijd dan het bouwen van een nieuw station. Voor het peiljaar 2025 is een inschatting gemaakt welk aandeel van het RES-bod gerealiseerd zal zijn, we zien dat hierin een verschil zit met de ontwikkelingen uit de markt op dit moment. In Twente zijn 16 HS/MS-stations (in de analyse is ook station Raalte buiten Twente meegenomen). Op vier van deze stations is nu al een knelpunt door huidig aangesloten of al in opdracht gegeven aan te sluiten duurzame opwekinitiatieven. Vanuit de netimpactanalyse van de RES Twente 1.0 wordt op nog eens twaalf stations een knelpunt verwacht, waarvan drie stations voor 2025 al voor een knelpunt kunnen zorgen en voor negen stations tussen 2025 en 2030. Op één station wordt geen knelpunt verwacht op basis van het RES 1.0 bod. De knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op de HS/ MS-stations en/of op het hoogspanningsnet van TenneT.
Doorrekening van het bod Als onderdeel van de RES Twente 1.0 heeft de regio haar ambities met betrekking tot duurzame opwek gedeeld met de netbeheerders. Op basis van de aangeleverde gegevens hebben Enexis Netbeheer en Coteq Netbeheer de impact van de plannen op de noodzakelijke investeringen in de energie-infrastructuur bepaald. Om een juiste inschatting van de netimpact te maken, hebben we gebruik gemaakt van een integrale doorrekening, waarbij ook rekening is gehouden met de toekomstige ontwikkelingen in de vraag naar en het aanbod van elektriciteit in andere sectoren. Er is in beeld gebracht waar knelpunten ontstaan in de energie-infrastructuur en welke netinvesteringen nodig zijn om de ambities in de RES Twente 1.0 te realiseren. De RES Twente 1.0 geeft zo richting aan de investeringsplannen van Enexis en Coteq, die tweejaarlijks worden herijkt. Een aantal uitbreidingen dat nodig is om het RES-bod van Twente te faciliteren is reeds opgenomen in de huidige investeringsplannen en
Figuur: Kaart met hoog- en middelspanningsstations en aanduiding
in voorbereiding.
waar een knelpunt wordt verwacht.
1
1. Dit betekent niet dat benodigde investeringen voor de RES 1.0 ook uitgevoerd worden, op dit moment zijn de investeringen klantvraag gedreven. In gezamenlijk verband wordt met de netbeheerders momenteel onderzocht hoe we zo goed mogelijk pro-actieve investeringen voor de RES kunnen plannen.
36
Om de knelpunten die ontstaan door het RES-bod op te lossen, zijn
heid van de plannen met betrekking tot duurzame opwekking. De
investeringen door Enexis, Coteq en TenneT nodig. Op veertien van
netbeheerders kunnen daardoor enkel een indicatieve inschatting
de vijftien HS/MS-stations in Twente zijn uitbreidingen benodigd en
van MS- en LS-kosten maken. Ook de kosten per uitbreiding van een
mogelijk om het RES-bod te faciliteren. Van deze knelpunten wordt
station zijn locatie- en situatieafhankelijk. Het toepassen van keuzes
er maar één veroorzaakt door de vraagontwikkeling. De andere uit-
voor systeemefficiënte is nog niet meegenomen in deze bandbreed-
breidingen zijn noodzakelijk om de duurzame opwek aan te kunnen
te. In de analyse is voor TenneT gekeken naar de impact en de beno-
sluiten. Voor deze stations geldt als voorwaarde dat de beschikbare
digde netaanpassingen. Er is echter nog geen uitspraak gedaan voor
capaciteit op het net van Enexis en Coteq pas volledig benut kan
de benodigde ruimte, kosten en tijd. De investeringen die TenneT
worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT.
moet doen voor het uitbreiden van de hoogspanningsnetten komen nog bovenop de eerdergenoemde bandbreedte. (zie figuur 1)
De uitbreiding van een HS/MS-station is een tijdsintensief project, de doorlooptijd is tussen de vier en zes jaar. Deze indicatie voor individuele projecten moet gezien worden als de doorlooptijd, als ware dit het enige project dat door de netbeheerder uitgevoerd wordt. Natuurlijk zal er in werkelijkheid grote onderlinge afhankelijkheid zijn tussen projecten en is de doorlooptijd onder andere afhankelijk van de beschikbaarheid van technisch personeel en materieel. De netbeheerders schatten in dat de benodigde uitbreidingen haalbaar zijn voor 2030, indien de RES-plannen tijdig voldoende concreetheid en zekerheid bieden om over te kunnen gaan tot investering. Voor de tijdige uitvoering van het RES-bod is het daarom essentieel om continue afstemming te hebben tussen netbeheerder, gemeenten en provincie. De impact op de ruimte lijkt uit de impactanalyse beperkt. Bij de uitwerking van uitbreidingen kan echter blijken dat door omstandigheden in boven- en/of ondergrond toch nog ruimte gezocht moet
Huidig geplande uitbreidingen Er zijn binnen de regio Twente al verschillende plannen voor uitbreidingen door Enexis, Coteq en TenneT. In figuur 3 zijn de stations weergegeven waar reeds opdracht is gegeven voor uitbreidingen voor 2025 door Enexis en Coteq. Voor de stations Losser en Tubbergen zijn de reeds geplande uitbreidingen voldoende om het RES-bod aan te sluiten. Hier zijn (op basis van het RES-bod) geen verdere uitbreidingen door Enexis benodigd. Voor de uitbreidingen op de stations Almelo Mosterdpot, Enschede Wesselerbrink, Vroomshoop en Raalte geldt dat ze aansluiting van een deel van het RES-bod mogelijk maken. Op deze stations zijn hiernaast nog verdere uitbreidingen door Enexis, Coteq én Tennet nodig om knelpunten op te lossen. Het RES-bod past op veel van de stations met de in uitvoering zijnde netverzwaringen en aanpassingen van TenneT. De uitbreidingen die
worden om de uitbreidingen mogelijk te maken.
reeds door TenneT gepland staan worden weergegeven in figuur 4.
De indicatieve kosten voor Enexis en Coteq, ten behoeve van netin-
huidige netwerk van TenneT niet gefaciliteerd worden. Hiervoor zijn
vesteringen voor de realisatie van het RES-bod 1.0, wordt geschat tussen de 200 en 300 miljoen euro, zie figuur 2. De bandbreedte van deze kostenschatting ontstaat door de onzekerheid in de concreet-
Enkel de opgave rondom Tubbergen en Vroomshoop kan met het opwaarderingen nodig op de bestaande hoogspanningslijnen tussen Almelo, Vroomshoop en Tubbergen. De verwachting is dat deze opwaarderingen door TenneT gerealiseerd kunnen zijn voor 2030.
37
Verbetermogelijkheden en aanbevelingen Vanuit de impactanalyse doen de netbeheerders een aantal aanbevelingen aan de RES Twente, om de uitvoerbaarheid van het bod in de RES Twente 1.0 te verhogen en de maatschappelijke kosten te verlagen. Zie figuur.
4. EFFICIËNTIE VAN HET TWENTSE BOD Er zijn verschillende manieren om naar (systeem)efficiëntie te kijken. Voor de scope van de RES waar we onder meer gezamenlijk keuzes en afspraken maken over waar we hoeveel elektriciteit willen opwek-
Samen met de netbeheerders zijn de belangrijkste factoren bepaald waarmee lokale en regionale keuzes de systeemefficiënte en de maatschappelijke kosten beïnvloeden: • de verhouding zon – wind; • de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de bestaande aansluit- en transportcapaciteit; • de afstand tussen een productielocatie hernieuwbare elektriciteit en het aansluitpunt op het elektriciteitsnet; • mate waarin projecten worden geclusterd.
ken met welke techniek, gaat het er vooral om of deze hoeveelheid elektriciteit efficiënt opgewekt en getransporteerd kan worden naar
In Twente bedraagt de verhouding tussen de elektriciteitsproductie
de afnemers. Voor onze afweging kijken we naar de maatschappe-
door windturbines en zonnepanelen nu 40/60, terwijl
lijke kosten die nodig zijn om ons bod in 2030 te realiseren. Deze
elektriciteitsproductie uit zon voor het netwerk ongeveer een factor
kosten dragen we als maatschappij en worden (via energiebelasting
3 minder efficiënt is (duurder is) dan windenergie. Als het aandeel
en tarieven van de netbeheerders) naar onze burgers en bedrijven
wind met 20% toeneemt (dus van 40% wind naar 60% wind), dan
doorberekend. Vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid
dalen de maatschappelijke kosten naar schatting met ruim € 100
hebben wij deze meegenomen in onze afweging tussen de verschil-
mln. Hiervan betreft € 24 mln de kosten voor de netverzwaring
lende hoekpunten uit ons afwegingskader. Door de complexiteit van
(of het benutten van huidige capaciteit) en het aansluiten van de
de materie is een deel van de beschikbare keuzes vereenvoudigd
initiatieven hierop (bij aanname van gemiddelde afstand van 5 km).
weergegeven, de kosten zullen sterk afhangen van de toekomstige
De rest betreft de verstrekte SDE-subsidie over de looptijd van 15
ontwikkelingen.
jaar. Dat is 75% van de meerkosten.
38
Hier zijn dus mogelijkheden blijven liggen om kosten te besparen.
De systeemstudie heeft de volgende inzichten opgeleverd die in
Uit de analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
gedachten gehouden kunnen worden bij de formulering van de
blijkt dat de Twentse energiemix niet afwijkt van het landelijke
Twentse RES 1.0.
beeld en dat de maatschappelijke kostenefficiëntie nog sterk kan verbeteren. Uit de doorrekening van Enexis blijkt dat de ambitie uit de RES Twente 1.0 gerealiseerd kan worden door de beschikbare aansluiten transportcapaciteit uit te breiden. De investeringen voor het uitbreiden van de capaciteit zijn groot, maar we hebben geen nieuw station nodig en dat is in de meeste regio’s wel het geval. Er is in Twente nog vrije capaciteit die geen investeringen vergt. Inefficiënte keuzes in de RES Twente 1.0 maken het realiseren van meer duurzame elektriciteit na 2030 duurder. Bij de voorbereiding van de RES Twente 1.0 is geïnventariseerd waar reeds hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt en waar die projecten in voorbereiding zijn. Daarbij is ook gekeken naar de voorbereiding van ruimtelijk beleid door gemeenten. En dat levert een zeer divers beeld op. Sommige gemeenten tellen al meerdere zonnevelden. In andere gemeenten is de aanwijzing van locaties voor de realisatie van zonnevelden nog onderwerp van een participatieproces, terwijl er ook gemeenten zijn die ruimtelijk beleid aan het voorbereiden zijn. Dit maakt het niet eenvoudig om eenduidige conclusies voor heel Twente te kunnen trekken. Wat wel kan worden geconstateerd, is dat er in Twente geen sprake is van grootschalige concentratie van productiefaciliteiten voor zonne- en windenergie. In Twente kunnen