Reconstructie Vennewatersweg_Toelichting
Tekst van het document
Een kritisch depositieniveau is gedefinieerd als de maximaal toelaatbare hoeveelheid atmosferische depositie waarbij, volgens de huidige wetenschappelijke kennis, negatieve effecten op de structuur en de functies van ecosystemen niet voor komen. Wanneer de atmosferische depositie (achtergronddepositie) hoger is dan de kritische depositiewaarde van het habitattype of het leefgebied van Habitat- of Vogelrichtlijnsoorten bestaat een risico op een (significant) negatief effect, waardoor geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen mogelijk niet duurzaam kunnen worden gerealiseerd. Hoe hoger en hoe langduriger die overschrijding, hoe groter het risico op ongewenste effecten (van Dobben et al. 2012). Dat betekent dus niet automatisch dat ook daadwerkelijk sprake is van negatieve effecten. Dat is afhankelijk van het betreffende habitattype in het betreffende Natura 2000-gebied. Ecologische relevantie van stikstof Stikstofdepositie uit de lucht heeft een vermestende en verzurende werking in de bodem. Omdat soorten verschillend reageren op de invloed van stikstof, ontstaan veranderingen in de concurrentieverhouding tussen soorten. Dit leidt tot verdringing van minder concurrentiekrachtige, vaak aan voedselarme situaties aangepaste soorten door stikstof minnende (nitrofiele), vaak snelgroeiende soorten.
Dit omdat een groot deel van de soorten in half-natuurlijke en natuurlijke ecosystemen juist is aangepast aan een lage stikstofbeschikbaarheid in de bodem. De samenstelling van vegetaties (en daarmee ook (de kwaliteit) van habitattypen) kan daardoor veranderen. Over het algemeen leidt een toename van de voedselbeschikbaarheid daarmee tot verlies van langzaam groeiende, vaak voor de habitattypen kenmerkende soorten. De kwaliteit van de habitattypen neemt daardoor af. Iets dat niet goed samengaat met instandhoudingsdoelstellingen, die minimaal uitgaan van behoud maar vaker van uitbreiding en herstel. Afhankelijk van het bodemtype, het habitattype en de sleutelfactoren (onder meer grond- en oppervlaktewaterhuishouding, toegepast (natuur)beheer, natuurlijke dynamiek) kan stikstofdepositie in meer of mindere mate een effect hebben. Ter hoogte van rivier-, beek- en open watersystemen is de bodem veelal gebufferd en vindt door overstroming met oppervlaktewater buffering plaats. Deze standplaatsen zijn niet gevoelig voor verzuring en zijn van nature voedselrijker. De habitattypen hebben een hogere kritische depositiewaarde in vergelijking met bijvoorbeeld heiden en vennen op zandgronden.
Ter hoogte van habitattypen van voedselarme of “schrale” standplaatsen, zoals op stuifzandheide en droge heidevegetaties op zandgronden heeft stikstofdepositie sneller een vermestende en verzurende werking. Dit leidt over het algemeen tot een versnelde successie van het habitattype doordat de
Reconstructie Vennewatersweg
53
natuurlijke groeilimitatie door stikstof van sneller groeiende soorten is opgeheven. Ook krijgen andere soorten die anders geen kans hebben op voedselarme gronden een concurrentievoordeel. Beide mechanismen kunnen leiden tot het verdwijnen van de kritische en kenmerkende soorten. Voor stikstofdepositie geldt dat het accumuleert in het systeem en dat ook kleine hoeveelheden die lange tijd deponeren leiden tot een accumulatie met alle gevolgen van dien. Een ecologische verandering is pas waarneembaar als een aanzienlijke hoeveelheid gedurende meerdere jaren (langdurig) accumuleert in het systeem. De vraag is dus, wat een relevante bijdrage is. Wanneer geen sprake is van een relevante bijdrage die leidt tot kwaliteitsverlies, is geen verdergaande en uitgebreide ecologische beoordeling nodig. Om een beeld te krijgen van een relevante bijdrage en de invloed van stikstofdepositie op de concurrentiepositie van plantensoorten is hieronder een illustratieve berekening opgenomen voor een depositietoename van één tiende tot één honderdste mol N ha-1.
Figuur 5-16: Illustratieve berekening van ééntiende tot éénhondeste mol De omvang van een tijdelijke bijdrage van enkele honderdsten tot enkele molen is te beperkt om ecologische doorwerking te hebben. Gekeken naar het tijdsaspect kunnen ook kleine hoeveelheden bij een langdurige bijdrage door accumulatie in het systeem gevolgen hebben. Een ecologische verandering is pas waarneembaar als een aanzienlijke hoeveelheid gedurende meerdere jaren (langdurig) accumuleert in het systeem. Indien sprake zou zijn van een blijvende relevante bijdrage duurt het optreden van ecologische effecten in de vorm van kwaliteitsverlies en uiteindelijk verlies van areaal ten minste tientallen jaren. Zonder hierbij rekening te houden met het huidige reguliere beheer om de habitattypen in stand te houden. Iets dat in veel gevallen essentieel is (de sturende factor), gegeven dat het half-natuurlijke vegetaties betreft (dat wil zeggen vegetaties die alléén duurzaam in ruimte en tijd voorkomen als gevolg van menselijk landgebruik, óf regelmatig terugkerende natuurlijke dynamiek). Een zeer beperkte bijdrage van <0,10 mol N/ha/j zal daarom geen ecologische doorwerking hebben.
De boodschap uit deze paragraaf is dat stikstof zéker relevant is als het gaat om het duurzaam behalen van geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen, met prioriteit in een overbelaste situatie, maar dat niet aan iedere bijdrage die berekend kan worden, ook daadwerkelijk ecologische relevantie toegekend kan worden. Ecologische beoordeling Voor de reconstructie van de Vennewatersweg worden mobiele werktuigen en ander materieel ingezet die tijdelijke stikstofemissies veroorzaken. Het betreft maximaal 0,02 mol N/ha//j in het Noordhollands Duinreservaat en 0,01 mol N/ha/j in de Schoorlse Duinen. Dit materieel wordt verspreid over Nederland telkens opnieuw ingezet voor verschillende projecten. Het zijn bestaande bronnen die al sinds de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden onderdeel uitmaken van de bestaande achtergronddepositie. Dit materieel veroorzaakt een, in verhouding tot de totale achtergronddepositie, minieme deken welke qua ruimtelijke verdeling vrijwel constant is. De emissie veroorzaakt door dit materieel is bovendien gedurende de jaren steeds lager geworden als gevolg van het steeds schoner worden van motoren. De inzet van dit materieel gedurende het jaar betreft in feite het telkens verschuiven van bestaande bronnen naar nieuwe locaties.
Het inzetten van dit materieel op een nieuwe locatie in Nederland kan op zichzelf tot een minieme lokale tijdelijke depositieverhoging leiden. Een dergelijke beperkte toename zoals in onderhavig plan maximaal 0,02 mol N/ha/j voor het Noordhollands Duinreservaat en maximaal 0,01 mol N/ha/j voor de Schoorlse Duinen - kan echter nooit van invloed zijn op de omvang en ruimtelijke
Reconstructie Vennewatersweg
54
verdeling van de depositiedeken als gevolg van de jaarlijkse inzet van al het zich in Nederland al bevindende materieel. Het kan daarmee geen significant negatieve gevolgen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor stikstofgevoelige habitattypen in de betreffende Natura 2000gebieden. Gelet hierop zijn significante gevolgen vanwege stikstofdepositie tijdens de reconstructie van de Vennewatersweg op voorhand uitgesloten. Het voornemen leidt in cumulatie met andere projecten/plannen niet tot andere conclusies. De reconstructie van de Vennewatersweg heeft ook in cumulatie met andere plannen en/of projecten geen significant negatieve gevolgen voor de Natura 2000-gebieden en bijbehorende instandhoudingsdoelen. Er is daarom geen sprake van een Wnb-vergunningsplicht. Conclusie gebiedsbescherming Significant negatieve effecten beschermde gebieden zijn op voorhand uitgesloten. Een Wnb-vergunningplicht is daarom niet nodig. In het kader van gebiedsbescherming is voorliggend plan uitvoerbaar.
5.9
Archeologie en cultuurhistorie
Wettelijk kader Erfgoedwet De Erfgoedwet vormt het wettelijk kader voor de vervulling van de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. De Erfgoedwet vereist dat bij ruimtelijke besluitvorming rekening wordt gehouden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De juridische bescherming daarvan wordt gewaarborgd in bestemmingsplannen. Daarin is een vergunningplicht opgenomen voor bepaalde bodemverstorende activiteiten in gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Meestal moet een aanvrager van een vergunning eerst een archeologisch onderzoek laten uitvoeren. Het deel van de Monumentenwet dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet welke 1 januari 2024 in werking treedt. Tot die tijd valt dit onderdeel binnen de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Beschouwing Cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Holland. Deze kaart geeft inzicht in de archeologische-, historisch-, stedenbouwkundige- en de historisch-geografische waarden. Cultuurhistorische waarden zijn van belang voor de identiteit, de herkenbaarheid en het karakter van een gebied of een dorp. De cultuurhistorische waarden moeten in een vroeg stadium van planontwikkeling worden geïnventariseerd bij het ontwerp worden gebruikt en bij de vaststelling worden meegewogen.
Er moet onderbouwd worden aangegeven op welke wijze het culturele erfgoed zoveel mogelijk behouden blijft, hersteld of als inspiratiebron gebruikt wordt voor nieuwe ontwikkelingen. Een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Holland rondom het plangebied is in figuur 5-17 te zien. Conform de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Holland ligt het plangebied in het 'ensemblegebied- Noord Kennemerland' en is ook te zien dat de Vennewatersweg onderdeel uitmaakt van het 'Strandwallen- en vlaktenlandschap'. Deze cultuurhistorische waarden worden hieronder nader beschreven.
Reconstructie Vennewatersweg
55
Figuur 5-17: Cultuurhistorische waardenkaart Noord-Holland. Plangebied is bij benadering paars weergegeven. Ensemblegebied Noord-Kennemerland Het ensemble Noord-Kennemerland ligt aan de Noordzeekust tussen de Hondsbossche Zeewering en het Noordzeekanaal. De landschappelijke opbouw is vergelijkbaar met het ensemble Zuid-Kennemerland. Het ensemble bestaat uit een brede zone van jong duinlandschap, met daarachter een brede zone van strandwallen en –vlaktenlandschap en een klein deel droogmakerijenlandschap. De noord-zuid gerichte lineaire opbouw van het landschap, met hoger gelegen, zandige strandwallen, afgewisseld door lage, natte venige strandvlakten is nog in het landschap herkenbaar. Veel vaarten en wegen liggen hier dwars op, in oostwest richting. De Vennewatersweg is hier een goed voorbeeld van. De Provincie heeft de ambities om ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; 2. Bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en 3. Helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. De Vennewatersweg ligt binnen het ensemblegebied in het 'Strandwallen en-Vlaktenlandschap'. Daar wordt hieronder verder op ingegaan.
Strandwallen- en vlaktenlandschap De Provincie NoordHolland streeft naar het behouden en versterken van de specifieke ruimtelijke karakteristieken en de karakteristieke elementen van de Middenwal met daarop Limmen – Heiloo – Alkmaar. De Middenwal is een strandwal met een reeks grote kernen. Aan weerszijden ligt het open landschap van de strandvlakte. Er is een parallelle noordzuid gerichte wegenstructuur. Hierbij horen de volgende beleidsdoelen: Het contrast behouden tussen de open strandvlakten en het meer besloten karakter van de strandwal Het verloop behouden van het bosrijke/lommerrijke karakter van de ruimten tussen de kernen
Reconstructie Vennewatersweg
56
Alkmaar en Heiloo naar een meer open karakter aan de zuidzijde van de Strandwal (Limmen) Bij de reconstructie van de Vennewatersweg wordt er aangeraden om rekening te houden met de cultuurhistorische ambities van de Provincie Noord-Holland. Archeologie In het vigerende bestemmingsplan Zuiderloo en het ontwerp bestemmingsplan Zandzoom heeft het gehele plangebied de dubbelbestemming Archeologie vanwege de ligging in het Strandwallen- en vlaktenlandschap. Zie tevens paragraaf 1.3. Deze dubbelbestemming is in voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Dit houdt in dat voor werkzaamheden met een oppervlak van meer dan 50 m² en dieper dan 50 cm een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Dit onderzoek is nog niet gedaan in het kader van voorliggend bestemmingsplan vanwege de aanwezigheid van asfalt binnen de planlocatie. Het archeologisch onderzoek zal voordat de werkzaamheden beginnen uitgevoerd worden. Conclusie Met betrekking tot cultuurhistorie wordt er aangeraden op rekening te houden met de cultuurhistorische ambities van de Provincie Noord-Holland. Met de reconstructie van de Vennewatersweg wordt echter de strandwallen structuur van het gebied behouden blijven. Er wijzigt in die zin eigenlijk niets.
Voor wat betreft archeologie wordt de bestaande dubbelbestemming met een archeologisch beschermingsregime voor het uitvoeren van werkzaamheden overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Het archeologisch onderzoek wat nodig is om de werkzaamheden te mogen uitvoeren in het kader van de aanlegvergunningsplicht wordt voor de start van de werkzaamheden uitgevoerd. Met deze twee conclusies is het plan daarom in het kader van archeologie en cultuurhistorie uitvoerbaar.
Reconstructie Vennewatersweg
57
Reconstructie Vennewatersweg
58
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische planopzet
Algemeen
Het bestemmingsplan is een ruimtelijk besluit, waarin de regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden worden vastgelegd. In een bestemmingsplan wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies zijn toegestaan en hoe deze gronden mogen worden bebouwd. Het bestemmingsplan is een digitaal bestand in gml-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd. Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld. Om het plan te kunnen raadplegen zijn in feite drie onderdelen van belang: Een digitale en analoge verbeelding van de geometrisch bepaalde planobjecten ; De juridisch bindende regels van het bestemmingsplan ; Een bijbehorende toelichting. Het bestemmingsplan kan worden geraadpleegd door middel van computersoftware; in ieder geval via de internetpagina www.ruimtelijkeplannen.nl. Met de software kunnen verschillende kaarten van het bestemmingsplan opgeroepen worden door het aan- of uitvinken van planobjecten. Door interactie met het kaartbeeld worden de regels van de betreffende bestemmingen weergegeven. Ook kan de toelichting worden opgeroepen. Om de vergelijkbaarheid te bevorderen bestaat er een landelijke standaard voor de verbeelding van bestemmingsplannen (SVBP2012).
De toepassing van de SVBP2012 is verplicht. Hiermee wordt geborgd dat alle bestemmingsplannen overeenkomen voor wat betreft kleurgebruik, naamgeving, gebruik van arceringen en dergelijke. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de koppeling tussen de regels en de verbeelding. In de volgende paragraaf staat uitgelegd welke systematiek voor dit bestemmingsplan gehanteerd is en hoe de eigenschappen van het plangebied zich hebben vertaald in de toegekende bestemmingen. De paragraaf daarna geeft een korte toelichting per artikel van de planregels.
6.2
Toelichting op de regels
Deze paragraaf bevat een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op de overige regels uit het bestemmingsplan. Conform SVBP2012 zijn de regels onderverdeeld in vier hoofdstukken. Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. Artikel 3 Verkeer Het hele plangebied heeft de bestemming Verkeer gekregen. Hierin zijn de wegen, fiets- en fietspaden, bermen, water en sloten, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en geluidwerende voorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming verkeer is een functieaanduiding: tunnel opgenomen. Daarin is het toegestaan om tunnels voor ondertunneling ten behoeve van verkeer te realiseren en te houden. Voor het aanleggen
Reconstructie Vennewatersweg
59
van nieuwe wegen in deze bestemming is de voorwaardelijke verplichting van het toepassen van stil asfalt opgenomen. Artikel 4 Verkeer - Railverkeer Ter hoogte van het spoor zijn de gronden bestemd voor Verkeer - Railverkeer. Hier is met de functieaanduiding: tunnel ook een ondertunneling ten behoeve van verkeer toegestaan. Artikel 5 Water Op verzoek van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is er een enkelbestemming voor water opgenomen. Op de voor water bestemde locaties zijn water, bermen en bermstroken, dammen, duikers, bruggen en overige waterstaatkundige werken toegestaan. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd en de maximum bouwhoogte voor bruggen is 2 meter. Artikel 7 Waarde - Archeologie Het gehele plangebied is bestemd met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie ten behoeve van het behoud van archeologische waarden in of op de grond. De dubbelbestemming houdt in dat bij werkzaamheden groter van 50 m² en dieper dan 0,5 meter er een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Artikel 8 Anti - dubbeltelregel Opname van deze regel volgt uit artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn regels opgenomen waarin staat omschreven welke type gebruiksvormen van gronden of gebouwen in strijd zijn met het bestemmingsplan.
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Met het oog op verdere flexibiliteit kan het bevoegd gezag op een aantal punten van de bouwregels afwijken, wanneer technische, juridische of stedenbouwkundige redenen hiertoe aanleiding geven Artikel 12 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsmogelijkheden uit de bestemmingen en het artikel ‘Algemene afwijkingsregels’, een aantal wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft de oprichting van wat grotere nutsvoorzieningen, een enigszins andere situering en/of begrenzing van in het plan opgenomen grenzen en de mogelijkheid voor het (gedeeltelijk) laten vervallen van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk ‘Overgangs- en slotregels’ is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de in dit bestemmingsplan opgenomen planregels. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotbepaling is de officiële naam van de planregels bepaald. Onder deze naam kunnen de planregels van het bestemmingsplan aangehaald worden.
Reconstructie Vennewatersweg
60
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De uitvoering van de werkzaamheden van zowel de reconstructie van de Vennewatersweg en het opstellen en begeleiden van voorliggend bestemmingsplan worden gedragen door de gemeente Heiloo. Daarmee wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht. Ook een exploitatieplan is niet nodig.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak en maatschappelijk overleg Op grond van artikel 3.1.6 onder e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gaan een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor, vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Er wordt nog een informatie avond georganiseerd door de gemeente Heiloo voor een ieder die geïnteresseerd is in het plan. Omwonenden zijn reeds actief benaderd en geïnformeerd door de gemeente en zijn in de gelegenheid gesteld om input te leveren op het ontwerp van de reconstructie van de Vennewatersweg. Zij zullen ook in het kader van het bestemmingsplan nader geïnformeerd worden en in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op het plan.
Overleg met andere overheden Op grond van artikel 3.1.1, lid 1 juncto artikel 3.1.6, lid 1 onder c Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is reeds geïnformeerd over het plan. Later wordt dit plan ook nog voorgelegd aan de Provincie Noord-Holland. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken voor eenieder ter visie gelegen. Tijdens deze periode kan een ieder zijn of haar zienswijze indienen bij de gemeenteraad.
Reconstructie Vennewatersweg
61