CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Reconstructie Vennewatersweg_Toelichting

Commissies t/m 31-12-2023 13 november 2023, gemeente HeilooBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg20.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg Toelichting

Documenttitel: Bestemmingsplan Reconstructie Vennewatersweg Toelichting Status: Ontwerp Datum: 20-10-2023 Projectnaam: Vennewatersweg Projectnummer: BI7407 Opdrachtgever: Gemeente Heiloo Referentie: BI7407 Auteur(s): Sanne Groot Collegiale toets: Jan-Willem Geuke Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Datum/paraaf vrijgave:

Reconstructie Vennewatersweg

Reconstructie Vennewatersweg

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1 1.2 1.3 1.4

7 7 7 8

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

9

2.1 2.2

9 10

Beschrijving plangebied Historie

Hoofdstuk 3 Beleidskader

13

3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3

13 13 14 14 14 15 16 16 16 16 16 18

Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie (Novi) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Omgevingsverordening NH2050 Regionaal beleid Netwerkvisie Noord-Holland Gemeentelijk beleid Toekomstvisie Heiloo 2030 Structuurvisie Heiloo 2030 Verkeersbeleid Heiloo 2018-2030

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving

21

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten

23

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.8.1 5.8.2 5.9

23 26 28 35 37 38 39 44 44 51 55

Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie Soortenbescherming Gebiedsbescherming Archeologie en cultuurhistorie

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet

59

6.1 6.2

59 59

Algemeen Toelichting op de regels

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

61

7.1 7.2

61 61

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bijlagen

Reconstructie Vennewatersweg

2

Bijlage 1

Definitief Ontwerp Vennewatersweg

Bijlage 2

Verkeersparagraaf Goudappel

Bijlage 3

Raadsbesluit afronding verkeersbeleid

Bijlage 4

Bodemonderzoek

Bijlage 5

Actualisatie Bodemonderzoek

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek Vennewatersweg

Bijlage 7

Nader onderzoek Bronmaatregelen geluid

Bijlage 8

Ecologische Quickscan 2019

Bijlage 9

Nader ecologisch onderzoek RHDHV

Bijlage 10

Nader ecologisch onderzoek W+B

Bijlage 11

Quickscan schuur Hoogeweg 40a

Bijlage 12

Aanvullend natuuronderzoek schuur Hoogeweg 40a

Bijlage 13

Stikstofberekening gebruiksfase

Bijlage 14

Stikstofberekening aanlegfase

Bijlage 15

Ecologische beoordeling stikstofdepositie

Bijlage 16

Ecologisch Activiteitenplan

Reconstructie Vennewatersweg

3

Reconstructie Vennewatersweg

4

Toelichting

Reconstructie Vennewatersweg

5

Reconstructie Vennewatersweg

6

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De gemeente Heiloo is van plan om de Vennewatersweg te reconstrueren. Deze weg is van belang om Heiloo bereikbaar, verkeersveilig en leefbaar te houden. De Vennewatersweg is de belangrijkste oost-west verbinding van Heiloo. De weg moet geschikt worden gemaakt voor een vlotte en veilige afwikkeling van verkeersstromen.

De reconstructie van de Vennewatersweg past niet in het huidige bestemmingsplan Zandzoom (vastgesteld 11-07-2005) en het bestemmingsplan Zuiderloo (deels onherroepelijk in werking, vastgesteld 07-12-2015) omdat ten gevolge van de reconstructie enkele wegdelen buiten de bestemming 'Verkeer' komen te liggen. Er is daarom gekozen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen om de reconstructie mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De Vennewatersweg is gelegen in het zuiden van Heiloo. Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft het weggedeelte tussen de kruisingen met de Lijnbaan en de Kennemerstraatweg. In figuur 1-1 is dat gedeelte van de Vennewatersweg c.q. het plangebied weergegeven met een rode omlijning.

Figuur 1-1: Ligging Vennewatersweg.

1.3

Vigerende plannen

Het plangebied zoals deze bij benadering bij figuur 1-1 is weergegeven, maakt deel uit van de vigerende bestemmingsplan Zandzoom (vastgesteld 11-07-2005) en het bestemmingsplan Zuiderloo (deels onherroepelijk in werking, vastgesteld 07-12-2015). Er is voor het plangebied van Zandzoom tevens een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding. De reconstructie van de Vennewatersweg wordt op grond van de bestemmingsplannen Zandzoom en Zuiderloo niet toegestaan omdat het voornemen niet past binnen bepaalde delen van de geldende bestemming. Op figuur 1-2 is een uitsnede van de plankaart van bestemmingsplan Zuiderloo te zien. Figuur 1-3 is een

Reconstructie Vennewatersweg

7

weergave van het voorontwerp bestemmingsplan Zandzoom (gepubliceerd 17-10-2016) waar op moment van schrijven van voorliggend bestemmingsplan nog het vigerende bestemmingsplan Zandzoom uit 2005 geldt. De grens tussen de planologische regimes ligt op de kruising met de Westerweg.

Figuur 1-2: Voorontwerp bestemmingsplan Zandzoom en bestemmingsplan Zandzoom ter hoogte van de Vennewatersweg.

Figuur 1-3: Bestemmingsplan Zuiderloo.

In het vigerend planologisch kader heeft het plangebied de bestemming 'Verkeer', 'Wonen', en de dubbelbestemming: 'Waarde - Archeologie'.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie en gemeente Heiloo uiteen gezet. In hoofdstuk 4 wordt het plan nader beschreven. Hoofdstuk 5 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de plankaart en planregels worden besproken. Tot slot volgt in de hoofdstukken 7 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van de inspraak en overleg.

Reconstructie Vennewatersweg

8

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige situatie

Beschrijving plangebied

De Vennewatersweg ligt in het zuiden van Heiloo. De weg vormt een verbinding tussen de Kennemerstraatweg (N203) en Het Malevoort in Heiloo west en loopt door tot Egmond-Binnen. De Vennewatersweg is een gebiedsontsluitingsweg (50 km/h) en biedt toegang tot verschillend erven. De Vennewatersweg kruist de volgende lokale erftoegangswegen (van west naar oost): Lijnbaan Groeneweg Westerweg Hoogeweg Kennemerstraatweg De kruispunten met de Vennewatersweg zijn voorzien van een voorrangsregeling. Het kruispunt met de Lijnbaan is een drietaks voorrangskruispunt, waarbij het verkeer vanaf de Lijnbaan moet stoppen en voorrang moet verlenen. Het kruispunt met de Westerweg is een viertaks voorrangskruispunt, waarbij voorrang moet worden verleend door verkeer afkomstig vanaf de Westerweg. Via een middensteunpunt kunnen fietsers in twee etappes oversteken. Het kruispunt met de Groeneweg is met de komst van de spoortunnel een ongelijkvloerse fietsoversteek geworden. Het kruispunt met de Hoogeweg is een viertaks voorrangskruispunt, waarbij het verkeer vanaf de Hoogeweg moet stoppen en voorrang moet verlenen. Via een middensteunpunt kunnen fietsers in twee etappes oversteken. De kruispunten Westerweg en Hoogeweg zijn omwille van de verkeersveiligheid, tijdelijk voorzien van 30 km/uur-drempels om de rijsnelheid van het gemotoriseerde verkeer te beperken.

Met zigzagstrepen op de Vennewatersweg wordt geattendeerd op het naderen van een gevaarlijk punt. De Veldbies is als tijdelijke bouwweg door middel van een inritconstructie met betonplaten op de Vennewatersweg aangesloten. Te zijner tijd wordt de bouwweg vervangen door de aansluiting van de Liguster. Voor het bouwverkeer van Zuiderloo is een tijdelijke bouwweg gerealiseerd in het verlengde van de Haagbeuk, waarvan de toegang vanaf de Vennewatersweg als uitrit met betonplaten is vormgegeven. Te zijner tijd wordt dit een volwaardige aansluiting van de Haagbeuk. Het kruispunt met de Kennemerstraatweg is een enkelstrooksrotonde met fietsoversteken op alle vier takken en een zebrapad op de tak Ypesteinerlaan. Op de tak Kennemerstraatweg-Noord is de fietsoversteek vormgegeven als tweerichtingen-oversteek. Binnen Heiloo is de Vennewatersweg één van de vijf mogelijkheden om het spoor te kruisen. Het gebruik varieert tussen de 3.900 en 7.200 motorvoertuigen per etmaal. De Vennewatersweg is aan de noordzijde voorzien van een vrijliggend fietspad, waar fietsers in twee richtingen gebruik van kunnen maken. De spoortunnel is voorzien van een fietspad en een trottoir. Voetgangers zijn voor en na de spoortunnel Vennewatersweg gedwongen gebruik te maken van het fietspad.

Fietser kunnen op vijf locaties de Vennewatersweg oversteken, namelijk: Lijnbaan, voorrangskruispunt zonder middensteunpunt; Westerweg, voorrangskruispunt met middensteunpunt; Groeneweg, ongelijkvloerse kruising over de spoortunnel; Hogeweg, voorrangskruispunt met middensteunpunt; Kennemerstraatweg, enkelstrooksrotonde met fietsers in de voorrang. De middensteunpunten bieden fietsers en voetgangers de mogelijkheid om in twee fasen de Vennewatersweg over te steken. Bij de voorrangskruispunten zijn de middensteunpunten krap gedimensioneerd (2,0 meter in plaats van 2,5 meter) en geven de middeneilanden beperkte fysieke afscherming. De vormgeving van de middensteunpunten voldoet niet aan de richtlijnen die vandaag de dag worden gesteld. Fietser kunnen via de fietsoversteek Groeneweg ongehinderd en veilig de

Reconstructie Vennewatersweg

9

Vennewatersweg passeren. De route via de Groeneweg is daarmee een goed alternatief geworden voor de route via de Hoogeweg. In figuren 2-1 t/m 2-4 zijn impressiefoto's van de Vennewatersweg te zien.

Figuur 2-1: Kruising Vennewatersweg-Hoogeweg.

Figuur 2-2: Vennewatersweg vanaf kruising Hoogeweg naar het oosten.

Figuur 2-3: Vennewatersweg richting spoorwegovergang (momenteel gesloten wegens aanleg spoortunnel).

Figuur 2-4: Vennewatersweg vanaf de rotonde Kennemerstraatweg.

2.2

Historie

2.2 Historie Heiloo ligt op een langgerekte zandrug, die circa 2000 jaar voor het begin van de jaartelling parallel aan de kustlijn is gevormd. De zandrug werd opgeworpen door de zee, waardoor er ook wel wordt gesproken van een strandwal. Deze historische strandwal wordt in het westen begrensd door de Westerweg en in het oosten door de Oosterzijweg. Op het hoogste punt van deze strandwal ligt de Hoogeweg, welke dus ook de Vennewatersweg kruist. Deze wegstructuur wordt ook wel beschouwd als een van de cultuurhistorische linten van Heiloo. In figuur 2-5 is de oude wegenstructuur uit omstreeks 1850 te zien. De spoorlijn was nog niet aangelegd en de Vennewatersweg liep destijds nog tussen het centrum van Egmond-Binnen tot aan de huidige Westerweg in Heiloo.

Reconstructie Vennewatersweg

10

Figuur 2-5: Historische lintstructuur van Heiloo. De Vennewatersweg is bij benadering rood weergegeven. In de jaren '90 van de 20e eeuw is de Vennewatersweg over het spoor doorgetrokken naar de Kennemerstraatweg. De wegstructuur is sindsdien niet gewijzigd.

Reconstructie Vennewatersweg

11

Reconstructie Vennewatersweg

12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (Novi)

De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de vaststelling van de NOVI is haar voorganger (de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) vervallen. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil op nationale belangen sturing en richting geven. Dit komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en moet in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Om dit te bereiken moeten er maatregelen in de leefomgeving getroffen worden zoals het behouden en aanleggen van voldoende groen en wateropslag in de steden. Ook moet Nederland in 2050 een duurzame energievoorziening hebben. Dit kan onder andere gerealiseerd worden door de aanleg van zonnepanelen en windmolens.

Windmolens op zee hebben de voorkeur, maar ook op het land zijn ze nodig. Door de windmolens waar mogelijk zo veel mogelijk te clusteren wordt vernsippering over het landschap voorkomen en kan de ruimte zo efficiënt mogelijk worden benut. Participatie en invloed van bewoners is daarbij erg belangrijk. Zonnepanelen moeten eerst op daken en gevels worden geplaatst voordat er over wordt gegaan op het plaatsen van zonnepanelen in het landschap. Ook zet het Rijk zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Om deze positie te bereiken en te handhaven zijn goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken vereist. Ook zijn nauwe samenwerkingsverbanden met internationale partners belangrijk, ook op defensieterrein. Het Rijk zet in op het creeëren van een innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Het uitgangspunt is wel dat de economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

Dit moet worden bereikt door duurzame energiebronnen te gebruiken en productieprocessen te veranderen zodat men niet langer afhankelijk is van fossiele bronnen. 3.Sterke en gezonde regio's In steden en stedelijke regio's zijn veel nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. De voorkeur is om deze locaties binnenstedelijk te realiseren, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk moet de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeterd worden. Dit houdt in: schone lucht, voldoende groen, water en publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen, ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. De leefomgevingskwaliteit- en veiligheid moet toenemen. Dit betekent dat voorafgaand aan nieuwe ontwikkelingen helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit- en veiligheid stelt en welke maatregelen er nodig zijn wanneer er voor nieuwe ontwikkelingslocaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid geborgen. Niet alleen groei heeft aandacht in de NOVI. Er wordt ook aandacht besteed

Reconstructie Vennewatersweg

13

aan het versterken van de vitaliteit en leefbaarheid in krimpregio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio's en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe deze aanpassingen zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. In alle gevallen wordt er ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

In de Structuurvisie Infrastructuur (SVIR) en Ruimte heeft de Rijksoverheid de nationale belangen omschreven waarvoor het Rijk zelf verantwoordelijkheid draagt. Een goede doorwerking van deze nationale belangen wordt juridisch geborgd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De nationale belangen betreffen onder meer onderwerpen op het gebied van de hoofdinfrastructuur (reserveringen rond hoofdwegen en hoofdspoorwegen, vrijwaring rond rijksvaarwegen en hoofdbuisleidingen), de elektriciteitsvoorziening, het vereenvoudigde regime van de ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). De Vennewatersweg is geen onderdeel van de hoofdinfrastructuur. Andere nationale belangen die in de Barro worden geborgd spelen niet in voorliggend bestemmingsplan.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. In de Omgevingsvisie geeft de provincie aan welke provinciale belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening in Noord-Holland. De visie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Het leidende principe van de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving die goed is voor mens, plant én dier. Onder de hoofdambitie, balans tussen economische groei en leefbaarheid, zijn samenhangende ambities geformuleerd. Hierbij komen de volgende thema's aan bod: Leefomgeving:

Reconstructie Vennewatersweg

14

Klimaatverandering: een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidsbelasting en ontwikkeling in de ondergrond. Biodiversiteit en natuur: biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere doelen zoals een gezonde leefomgeving kan worden bereikt. Gebruik van leefomgeving: Economische transitie: een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energie transitie en experimenten. Wonen en werken: vraag en aanbod van woon- en werklocaties moeten beter met elkaar in overeenstemming zijn. Woningbouw moet vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is het uitgangspunt. Mobiliteit: Inwoners en bedrijven van de provincie Noord-Holland verplaatsen producten of personen effectief, veilig en efficiënt waarbij negatieve gevolgen van mobiliteit op het klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden.

De provincie zet zich in voor het verwerken van mobiliteitsopties die hieraan bijdragen zoals goede OV-verbindingen, uitstekende infrastructuur voor alle modaliteiten en technologische innovatie. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van unieke kwaliteiten van diverse landschappen en cultuurhistorie. Energie transitie: De ambitie voor de energie transitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. De provincie biedt de ruimte aan noodzakelijke energie transitie en de daarvoor benodigde infrastructuur. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met de ambities voor verstedelijking en landschap. 5 bewegingen met ontwikkelprincipes Naast de ambities worden in de Omgevingsvisie vijf samenhangende bewegingen geschetst. De bewegingen laten zien hoe de provincie omgaat met opgaven die op de samenleving afkomen en die zij willen faciliteren. Hiertoe zijn een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden meegegeven. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1. Dynamisch schiereiland: Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling: Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3.

Sterke kernen, sterke regio’s: gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie: benut de economische kansen van de energie transitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Met de reconstructie van de Vennewatersweg wordt er bijgedragen aan de ambities van de provincie, met name binnen de beweging 'sterke kernen, sterke regio's. Heiloo valt namelijk in de regio Alkmaar, welke in de Omgevingsvisie is aangemerkt als centrumgemeente en ontwikkelregio. Door de reconstructie van de Vennewatersweg wordt er bijgedragen aan de ontwikkeling en vitaliteit van Heiloo. In hoofdstuk 4 en 5 wordt dit principe nader onderbouwd. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2050 De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Doel en uitdaging De provincie wil een eenvoudiger, duidelijker en meer integraal systeem van regels. Met meer ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk en bestuurlijke afwegingsruimte.

Om dat te bereiken stelt de provincie samen met haar partners de Omgevingsverordening op.

Reconstructie Vennewatersweg

15

Voor de provincie betekent dit een andere, nieuwe manier van werken. Ook de regels worden op een nieuwe manier opgesteld. De nieuwe regels richten zich op het ‘hoe’: hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving? De fysieke leefomgeving staat voor alles wat mensen zien, voelen en ruiken zoals gebouwen, wegen, parken, bossen, rivieren en een schone lucht. Voorheen richtten de regels zich vooral op het ‘wat’: wat mag niet en welke uitzonderingen gelden? Het gaat dus meer om het doel en minder om het middel. In de Omgevingsverordening NH2020 worden daarvoor de eerste stappen gezet. De geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening NH2020 is 10 juli 2023 door Provinciale Staten vastgesteld.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Netwerkvisie Noord-Holland

In de Netwerkvisie Noord-Holland (2015) zijn enkele regionale beleidsuitgangspunten vastgelegd. In de regio Alkmaar zijn de belangrijkste prioriteiten: Doorstroming op de ring; Regionale ontsluiting voor zowel woonwijken als bedrijventerreinen; Het weren van doorgaand verkeer door het centrum van Alkmaar en dorpskernen; Het verbeteren van de betrouwbaarheid van de doorstroming. Door de reconstructie van de Vennewatersweg, die in voorliggend bestemmingsplan planologisch mogelijk wordt gemaakt, wordt de doorstroming in Heiloo verbeterd en worden ook de nieuwe woonwijken Zandzoom en Zuiderloo ontsloten. Hiermee voldoet het plan aan de belangrijkste prioriteiten van de Netwerkvisie.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie Heiloo 2030

De toekomstvisie 2030 is in 2013 samen gemaakt door inwoners, maatschappelijke instellingen, ondernemers en de gemeente Heiloo en schept een beeld van de kwaliteiten, wensen en doelen van het dorp. De toekomstvisie is de basis voor de structuurvisie en de strategische visie van de gemeente Heiloo. De uitgangspunten van de Toekomstvisie 2030 zijn: Heiloo blijft een zelfstandige gemeente maar werkt samen met gemeenten in de regio om de dienstverlening en het voorzieningenniveau op een kwalitatief hoog peil te houden; Heiloo is een forensengemeente; Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nemen verantwoordelijkheid voor een duurzame toekomst (People, Planet, Profit); Iedereen voert de regie over zijn eigen leven en is in principe verantwoordelijk voor het voorzien in eigen behoeften. Voorliggend plan faciliteert de ontsluiting van nieuwe woonwijken en draagt daarbij direct bij aan een verbeterde bereikbaarheid van het dorp en daarin liggende wijken. Hierdoor voldoet voorliggend plan aan de toekomstvisie. 3.4.2

Structuurvisie Heiloo 2030

Op 3 november 2014 is de Structuurvisie 2030 vastgesteld door de gemeenteraad van Heiloo. De structuurvisie beschrijft hoe de gemeente denkt dat Heiloo er in 2030 op ruimtelijk gebied uit ziet. De structuurvisie is een uitwerking en verdieping van de ruimtelijke aspecten uit de Toekomstvisie 2030. Het

Reconstructie Vennewatersweg

16

zijn de ruimtelijke ontwikkelingen die op dit moment zijn te voorzien en die relevant zijn voor de toekomstige ruimtelijk-fysieke inrichting van Heiloo. Al deze aspecten vormen het vertrekpunt voor de structuurvisie en zijn de basis van de feitelijke opdracht voor Heiloo tot 2030. Deze opdracht is vertaald naar de volgende missie: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Het dorpse karakter van Heiloo versterken; De diversiteit aan het woningaanbod vergroten; een goede balans tussen bebouwing, groen, water en infrastructuur; Het bevorderen van duurzaamheid, waaronder energiezuinig en milieubewust leven; Optimaliseren van maatschappelijke voorzieningen, recreatiemogelijkheden en accomodatiegebruik; Verbeteren werkgelegenheid door optimaliseren van bedrijvigheid, zakelijke dienstverlening, detailhandel, horeca en toerisme.

Aan de hand van de thema's wonen, werken, verplaatsen en verblijven, vermaken en verblijven, leren en zorgen en recreëren en bewaren wordt de missie verder uitgewerkt. Het bovenstaande leidt samengevat tot de structuurvisie kaart in figuur 3-1.

Reconstructie Vennewatersweg

17

Figuur 3-1: structuurvisie kaart Heiloo 2030. Voorliggend bestemmingsplan valt binnen het thema 'verplaatsen en verblijven. In dit thema heeft de gemeente de volgende visie: Binnen het dorp blijft de oost-west circulatie een punt van zorg. Door de spoorboekloze trein-verbinding zal de barrière, die het spoor vormt, nog groter worden. Het spoor vormt een fysieke en visuele barrière in het dorp. Geluidschermen versterken dat nog aanzienlijk. Aan de andere kant blijft het intercitystation van Heiloo een belangrijke voorwaarde voor de aantrekkelijkheid als forensendorp. Onderzoek moet worden verricht naar de toegankelijkheid en herkenbaarheid van het NS-station en de park-ride-work-functie daarvan. De uitbreiding fietsnetwerken wordt betrokken bij de evaluatie van het huidige beleid. De spoortunnel in de Vennewatersweg geeft in combinatie met de aansluiting A9 verlichting op de oost-west verbindingen Kerkelaan en Zeeweg. Het agrarisch verkeer, en dan met name dat van bloembollenbedrijven tussen de Egmonden en het agrarisch gebied ten oosten van de A9, wordt zo veel mogelijk via de Vennewatersweg gedirigeerd. Met het realiseren van de afslag A9 moeten knelpunten die zouden kunnen ontstaan voor het agrarisch verkeer worden opgelost zodat bereikbaarheid kan worden gegarandeerd. De spoorwegonderdoorgang vermindert de toename van het verkeer op de andere oost-westverbindingen.

Onderzoek naar de verbetering van de spoorkruising bij de Stationsweg en de Kerkelaan - met name voor langzaam verkeer - moet zeker worden verricht maar de wijze waarop dat kan gebeuren, is met name bij de laatste op dit moment een ruimtelijk en financieel vraagstuk. Het kustverkeer naar Egmond aan Zee moet zo veel mogelijk worden geweerd van het Heilooër wegennet. Verkeer naar de kust dat op de A9 rijdt, wordt via de westelijke randweg Alkmaar naar de Hoeverweg (N512) geleid. Het is van belang dat deze route in de toekomst wordt verbeterd en de snelste en meest logische route naar de kust vormt. In figuur 3-1 is te zien dat de Vennewatersweg op de visiekaart met een rode lijn is weergegeven en een belangrijk onderdeel vormt van de verkeersstructuur van Heiloo. Dit komt met name door de realisatie van de spoortunnel waardoor er een ononderbroken verbinding ontstaat tussen Heiloo-west en Heiloo-oost. Voorliggend bestemmingsplan faciliteert een verbetering van deze verbinding waardoor het plan ook past binnen de structuurvisie. 3.4.3

Verkeersbeleid Heiloo 2018-2030

Op 5 maart 2018 is het Verkeersbeleid Heiloo 2018-2030 vastgesteld door de raad van de gemeente Heiloo. In het verkeersplan is aangegeven hoe men om wil gaan met verkeer en vervoer bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het hoofddoel is om Heiloo bereikbaar, leefbaar, verkeersveilig en duurzaam te houden. Het verkeersbeleid houdt rekening met de ontwikkelingen zoals de groeiende mobiliteit, de nieuwe woonwijken Zuiderloo/Zandzoom, Melco en Varne Buiten en de infrastructurele werken als de spoorwegonderdoorgang en de aansluiting op de A9. De aansluiting A9 zorgt voor een oplossing van een groot aantal problemen die zijn ontstaan door ruimtelijke ontwikkelingen en de toename van de mobiliteit. De gemeente Heiloo heeft samen met bewoners en ondernemers de volgende principes uitgewerkt tot dubdoelen: 1. Heiloo fietsdorp: a. Op belangrijke fietsroutes is de auto te gast; b. 30 km wegen worden ook als zodanig naar functie ingericht; c. beperkingen of afsluitingen voor motorverkeer gelden niet voor fietsverkeer tenzij noodzakelijk; d. bij erftoegangswegen worden gelijkwaardige kruisingen toegepast. 2. Verkeersremmende maatregelen boven handhaving: a. Wegen inrichten naar beoogde functie zodat op een natuurlijke wijze het gewenste gedrag wordt afgedwongen. In specifieke gevallen ondersteunen met handhaving. 3. Bereikbaarheid voor verschillende doelgroepen: a.

Voor vracht-, landbouw- en busverkeer zijn specifieke routes aangewezen waarbij conflicten tussen zwaar verkeer en fietsers zo veel mogelijk worden vermeden;

Reconstructie Vennewatersweg

18

b. bedrijven in woonkern met kleine voertuigen bevoorraaden; c. het doorgaand verkeer (zonder herkomst of bestemming in Heiloo) weren op erftoegangswegen (bijv. door inrichting). 4. Leefbaarheid waarborgen: a. Tijdig signaleren van benadering grenswaarden luchtkwaliteit en geluidsbelasting door monitoren van verkeersstromen; b. Conformatie aan wettelijke grenzen van luchtkwaliteit en geluidsbelasting. De voorkeurswaarden mogen niet worden overschreden. 5. Duurzaam veilig: a. De principes van Duurzaam Veilig worden binnen het verkeersbeleid waar mogelijk als uitgangspunt gehanteerd. In specifieke gevallen moet maatwerk worden geboden en kunnen deze principes niet strikt worden aangehouden. In dergelijke gevallen wordt gekeken op welke wijze de verkeersveiligheid van alle verkeersdeelnemers zo goed mogelijk kan worden gewaarborgd. De Vennewatersweg is een onderdeel van de hoofdautostructuur in Heiloo. Volgens de categorisering is deze weg een Gebiedsontsluitingsweg A (GOW A), zie de figuur hieronder.

Figuur 3-2: Wegencategorisering Heiloo (bron: Verkeersbeleid 2018-2030, bewerking Goudappel).

Reconstructie Vennewatersweg

19

In een categorisering van het wegennet wordt het wegennet ingedeeld in de verkeersruimte (de gebiedsontsluitingswegen, GOW) en het verblijfsgebied (de erftoegangswegen, ETW). De gebiedsontsluitingswegen zorgen voor het ontsluiten en verbinden van de wijken. Op deze wegen heeft de doorstroming van het gemotoriseerde verkeer met een redelijke snelheid prioriteit. Op kruispunten wordt zo nodig gezorgd voor een lage snelheid en is uitwisseling mogelijk. Op gebiedsontsluitingswegen van het hoogste type (GOW A), zoals de Vennewatersweg, wordt het aantal kruispunten en conflictpunten zo veel mogelijk beperkt. De reconstructie, waarbij de kruispunten zo veel mogelijk als verkeerpleinen worden ingericht, is nodig om het aantal conflictpunten te verminderen en zodoende de veiligheid te verbeteren. In het verkeersbeleid staat dat het (toekomstig) autoverkeer evenwichtiger moet worden verdeeld over de wegen in Heiloo. Hiervoor zijn uitgangspunten en kaders opgenomen. Het doorgaand verkeer rijdt daarbij zoveel mogelijk op de 50 km/uur-wegen in Heiloo: de gebiedsontsluitingswegen. De woonstraten moeten zoveel mogelijk ontlast worden en een inrichting krijgen die daarbij hoort. Verder is één van de wensen om de verkeersdruk op de Kerkelaan en de Stationsweg te verminderen.

In 2022 is de route Kerkelaan - Belieslaan al heringericht en heeft een inrichting gekregen die past bij een erftoegangsweg met maximumsnelheid van 30 km/u. De verwachting is dat in 2024 ook de route Stationsweg - Zeeweg op vergelijkbare wijze kan worden heringericht. Over de acceptabele hoeveelheid verkeer (toetswaarde) die op de verschillende wegen in Heiloo per dag kan worden afgewikkeld, heeft de gemeenteraad op 28 november 2022 een aanvullend besluit genomen, zie Bijlage 3. In dit raadsbesluit zijn nieuwe toetswaarden vastgesteld. Bij overschreiding van deze toetswaarden is nader onderzoek noodzakelijk. Bij nader onderzoek wordt een toets op capaciteit en op verkeersveiligheid uitgevoerd. Als uit dit nader onderzoek blijkt dat de vormgeving en verkeersintensiteit op elkaar zijn afgestemd, is er sprake van een acceptabel verkeersbeeld.

Reconstructie Vennewatersweg

20

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

De Vennewatersweg is de belangrijkste oost- west verbinding van Heiloo. In het plangebied is een beperkte toename van verkeer waarneembaar op het traject tussen de Haagbeuk en de Kennemerstraatweg. Dit is het saldo van de verkeersgroei als gevolg van de realisatie van de ruimtelijke ontwikkelingen van Zuiderloo en de afname van verkeer als gevolg van de 30 km/uurmaatregelen op de Westerweg. Door de herinrichting van de Westerweg, neemt de hoeveelheid verkeer op deze zijweg van de Vennewatersweg af. Door de autonome groei van het verkeer wordt het ook elders in Heiloo drukker. Op het noordelijk deel van de Kennemerstraatweg is daardoor sprake van een overschrijding van de toetswaarde zoals die is vastgesteld in het raadsbesluit van de gemeente Heiloo op 28 november 2022, zie Bijlage 3. Op de Kerkelaan zijn de verkeersaantallen te hoog voor de functie van erftoegangsweg en de vormgeving die daarbij behoort. Op de Stationsweg is sprake van een toename van verkeer. De verkeersaantallen zijn te hoog voor de functie van erftoegangsweg en de vormgeving die daarbij behoort. Op een aantal zijwegen van de Vennewatersweg wordt het als gevolg van autonome ontwikkelingen drukker dan in de huidige situatie het geval is.

Door de toename van afslagbewegingen neemt de kans op conflicten toe tussen voertuigen onderling (bijvoorbeeld kop-staart botsingen bij afslagbewegingen naar de toegangen van het plangebied Zuiderloo). De Gemeente Heiloo heeft er daarom voor gekozen om de Vennewatersweg te reconstrueren zodat de weg geschikt wordt voor een grotere verkeersdruk zodat de verkeersstromen op een vlotte en veilige manier afgewikkeld kunnen worden. Zoals is te zien bij figuur 4-1 worden er verschillende kruispunten aan de Vennewatersweg gereconstrueerd. Het gaat om de volgende kruisingen (van oost naar west): 1. Lijnbaan 2. Westerweg 3. Hoogeweg 4. Nieuw: ontsluiting met Zandzoom en Zuiderloo 5. Rotonde Kennemerstraatweg In figuur 4-1 is het schetsontwerp van de gekozen variant weergegeven. Het definitieve ontwerp is in Bijlage 1 opgenomen.

Reconstructie Vennewatersweg

21

Figuur 4-1: Schetsontwerp Reconstructie Vennewatersweg.

Lijnbaan De weg wordt hier verbreed zodat er ruimte is voor een opstelstrook voor het afslaan richting de Lijnbaan. Westerweg Het kruispunt wordt aangepast naar een voorrangsplein waarbij fietsers aan de westzijde van het voorrangsplein kunnen oversteken. Hoogeweg De Hoogeweg zal richting het noorden en richting het zuiden twee verschillende ontsluitingen krijgen. Van- en naar het noorden zal er een voorrangsplein worden aangelegd welke toegang geeft tot een drietakskruispunt waarvan de westelijke weg toegang zal geven tot de oorspronkelijke Hoogeweg. De noordelijke weg bij het drietakskruispunt (rechtdoor) zal toegang geven tot de nieuwbouwwijk Zuiderloo. Het zuiden van de Hoogeweg zal toegankelijk worden via een parallelweg, die tussen de ontsluiting van de Haagbeuk en de Groeneweg zal gaan lopen. Fietsers kunnen bij de Hoogeweg niet oversteken en zullen worden omgeleid naar de oversteek bij het spoor of bij de Haagbeuk

Ontsluiting Zandzoom/Zuiderloo Bij dit kruispunt wordt een voorrangspleintje aangelegd. Daar kunnen fietsers aan de westzijde van het voorrangsplein oversteken. Er komt een parallelweg aan de zuidkant van de Vennewatersweg welke de zuidkant van de Hoogeweg zal ontsluiten. Rotonde Kennemerstraatweg Bij de kruising met de Kennemerstraatweg wordt er een partiële-ei rotonde aangelegd. Het verkeer vanaf de zuidkant van de Kennemerstraatweg kan bij dit ontwerp de binnenbocht van de rotonde nemen om rechtdoor of richting de Vennewatersweg naar links af te slaan. Dit ontwerp voorkomt verkeerscongestie. Het fietsverkeer kan afslaan aan de west en oostzijde van de Vennewatersweg en de noordkant van de Kennemerstraatweg. Dit betekent dat zij aan de zuidkant van de rotonde niet kunnen oversteken. Dit heeft te maken met de dubbele rijbaan die daar zal ontstaan die dan zal conflicteren met de aanleg van een fietspad. Reconstructie Vennewatersweg 22

Reconstructie Vennewatersweg

22

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)

Wettelijk kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. Hierbij geldt de omvang van een project als richtwaarde, en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is vrijwel altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Beschouwing De aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg is opgenomen in categorie C1.3 van het Besluit m.e.r.

De reconstructie van de Vennewatersweg is te omschrijven als een verlegging en verbreding van een bestaande weg van twee rijstroken. Indien de omvang van deze wijziging langer is dan een tracé van 10 kilometer, dan geldt er een directe m.e.r. plicht. De reconstructie van de Vennewatersweg is slechts 1,3 kilometer lang. Dit is ook onder de drempelwaarde van dezelfde activiteit in categorie D. 1.2 van 5 kilometer. Dit betekent dat het verplicht is een vormvrije m.e.r.- beoordeling uit te voeren. Activiteiten C.1.3 De wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg

Reconstructie Vennewatersweg

Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 10 kilometer of meer.

Besluit Het plan, bedoeld in de artikelen 5 en 8 j° 9, tweede lid, van de Planwet verkeer en vervoer, de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

23

D.1.2.

De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit Het plan, bedoeld in de een weg bestaande uit vier of betrekking heeft op een weg met artikelen 5 en 8 j° 9, meer rijstroken, of verlegging of een tracélengte van 5 kilometer of tweede lid, van de verbreding van bestaande wegen meer. Planwet verkeer en van twee rijstroken of minder tot vervoer, de wegen met vier of meer rijstroken structuurvisie, bedoeld in niet zijnde een, autosnelweg of de artikelen 2.1 en 2.2 autoweg en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet Tabel 5-1: Overzicht relevante categoriën uit het Besluit M.e.r. Op grond van artikel 2, lid 5 besluit m.e.r. dient de initiatiefnemer in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling een aanmeldnotitie op te stellen en in te dienen bij het bevoegd gezag. Hierin wordt ingegaan op de vraag of de activiteit mogelijk tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan leiden. De inhoudelijke vereisten voor deze beoordeling staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. Hierin staat dat de voorgenomen activiteiten aan de volgende drie aspecten moeten worden getoetst: 1. 2. 3. 4.

Kenmerken van het project; Plaats van het project; Samenhang met andere activiteiten (cumulatie); Kenmerken van het potentiële effect.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling en aanmeldnotitie wordt middels voorliggende paragraaf als onderdeel van het bestemmingsplan behandeld. Kenmerken van het project Het plan omvat de reconstructie van de bestaande Vennewatersweg te Heiloo met een tracélengte van ca 1,3 kilometer en blijft daarmee ver onder genoemde drempelwaarden. Vanwege de planontwikkelingen van de nieuwbouwwijken Zandzoom en Zuiderloo wordt er een verkeerstoename van minimaal 20% verwacht. Deze verkeerstoename wordt planologisch mogelijk gemaakt in de bestemmingsplannen Zandzoom en Zuiderloo. De daarmee gepaarde milieubelasting is daarbij ook onderbouwd. Voorliggend bestemmingsplan maakt de fysieke aanpassing van de Vennewatersweg mogelijk zodat de verhoogde verkeersintensiteiten goed afgewikkeld kunnen worden. De reconstructie heeft gevolgen voor de aspecten 'verkeer', 'luchtkwaliteit', 'stikstofdepositie', 'geluid', 'water' ,'ecologie' en 'archeologie en cultuurhistorie'. Deze aspecten zijn onderzocht en worden in het vervolg van dit hoofdstuk nader onderbouwd. De effecten ten aanzien van deze aspecten worden aanvaardbaar geacht.

Plaats waar de activiteit plaatsvindt (ligging ten opzichte van gevoelige gebieden) Rondom het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden, waarvan de volgende binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied: Noordhollands Duinreservaat (ca 2 km) Eilandspolder (ca 6 km) Noordzeekustzone (ca 7,5 km) Zie de onderstaande figuur voor de ligging van de Natura-2000 gebieden.

Reconstructie Vennewatersweg

24

Figuur 5-1: Ligging Natura-2000 gebieden ten opzichte van het plangebied, bij benadering weergegeven met rood. Om de toename- en afname van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken is een nadere analyse nodig. Uit de uitgevoerde nadere analyse, zie subparagraaf 5.8.2, blijkt dat er geen toename in stikstofdepositie ontstaat welke schadelijk is voor de omliggende Natura-2000 gebieden. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie) De reconstructie van de Vennewatersweg hangt samen met de nieuwbouwprojecten Zandzoom en Zuiderloo. De verkeersaantrekkende werking van Zuiderloo is reeds mogelijk gemaakt in bestemmingsplan Zuiderloo (vastgesteld 07-12-2015) maar is samen met de ontwikkelingen van Zandzoom berekend en beschouwd. De verkeersaantrekkende werking van Zandzoom wordt in bestemmingsplan Zandzoom onderbouwd.

Kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen De mogelijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van de voorgenomen reconstructie hebben betrekking op de volgende aspecten: Geluid (zie paragraaf 5.3) Lucht (zie paragraaf 5.4) Water (zie paragraaf 5.7 Ecologie (zie paragraaf 5.8) met daarbij: 1. beschermde soorten (zie subparagraaf 5.8.1) 2. beschermde gebieden en stikstofdepositie (zie subparagraaf 5.8.2) Ter onderbouwing van de milieukundige haalbaarheid van het bestemmingsplan is naar al deze aspecten onderzoek verricht, zie daarvoor de hiervoor vermelde paragrafen. Op grond van deze onderzoeken is aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling milieukundig uitvoerbaar is en dat effecten op het milieu

Reconstructie Vennewatersweg

25

aanvaardbaar zijn. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Om bovenstaande reden is het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet nodig. Conclusie Gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, is het niet nodig een m.e.r.-procedure te voeren en/of een milieueffectrapport (MER) op te stellen voor dit bestemmingsplan.

5.2

Verkeer

Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Beschouwing Goudappel heeft ter onderbouwing van dit plan een verkeersstudie uitgevoerd naar de reconstructie van de Vennewatersweg. De verkeersstudie is opgenomen in Bijlage 2. De verkeersstudie is mede gebaseerd op een besluit van de gemeenteraad van Heiloo van 28 november 2022. Met dat besluit, opgenomen in Bijlage 3, zijn actuele toetswaarden voor motorvoertuigen per etmaal vastgesteld, zodat deze aan dit plan ten grondslag gelegd kunnen worden. Daarnaast voorziet het besluit in een afronding van het Verkeersbeleid 2018-2030. Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen uit de verkeersstudie van Goudappel. Huidige situatie Autoverkeer Binnen Heiloo is de Vennewatersweg één van de vijf mogelijkheden om het spoor te kruisen. Het gebruik varieert tussen de 3.900 en 7.200 motorvoertuigen per etmaal (mvt), wat relatief laag is voor een gebiedsontsluitingsweg.

Van de zijwegen is de Kennemerstraatweg (ook een gebiedsontsluitingsweg type A) het drukst, met een dagelijks gebruik aan de noordzijde van meer dan 10.000 mvt en aan de zuidzijde bijna 16.000 mvt. Fietsers Fietser kunnen op vijf locaties de Vennewatersweg oversteken, namelijk: Lijnbaan, voorrangskruispunt zonder middensteunpunt; Westerweg, voorrangskruispunt met middensteunpunt; Groeneweg, ongelijkvloerse kruising over de spoortunnel; Hogeweg, voorrangskruispunt met middensteunpunt; Kennemerstraatweg, enkelstrooksrotonde met fietsers in de voorrang. De middensteunpunten bieden fietsers en voetgangers de mogelijkheid om in twee fasen de Vennewatersweg over te steken. Bij de voorrangskruispunten zijn de middensteunpunten krap gedimensioneerd (2,0 meter in plaats van 2,5 meter) en geven de middeneilanden beperkte fysieke afscherming. De vormgeving van de middensteunpunten voldoet niet aan de richtlijnen die vandaag de dag worden gesteld. Fietser kunnen via de fietsoversteek Groeneweg ongehinderd en veilig de Vennewatersweg passeren. De route via de Groeneweg is daarmee een goed alternatief geworden voor de route via de Hoogeweg. Verkeersveiligheid

Reconstructie Vennewatersweg

26

Een impressie van de locaties van de ongevallen in en rondom het plangebied in de periode 2016 t/m 2019 (periode voor Covid-19), is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 5-2: Geregistreerde ongevallen in en rondom het plangebied in de periode 2016 t/m 2019 (brongegevens; ViaStat). In de periode 2016 t/m 2019 hebben in het plangebied 18 ongevallen plaatsgevonden, waarvan 1 met dodelijk afloop en 6 met letsel. De kans op conflicten is het grootst op de kruispunten (11 van de 18 ongevallen vonden plaats op kruispunten): Op het voorrangskruispunt Vennewatersweg-Westerweg hebben 4 ongevallen plaatsgevonden, waarvan 1 dodelijk (eenzijdig) ongeval en 1 ongeval met letsel. Bij 2 ongevallen was sprake van een voorrangsconflict tussen gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer; Op het voorrangskruispunt Vennewatersweg-Hogeweg hebben 3 voorrangsongevallen plaatsgevonden, waarvan 1 ongeval met letsel; Op de rotonde Kennemerstraatweg-Vennewatersweg hebben 4 ongevallen plaatsgevonden zonder letsel, waarvan 2 met voorrangsongevallen met (snor)fietsers. Op de wegvakken hebben voornamelijk eenzijdige ongevallen plaatsgevonden. Opvallend zijn de ongevallen met voorrangsconflicten op de voorrangskruispunten en op de rotonde Kennemerstraatweg-Vennewatersweg. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de vormgeving van de kruispunten niet voldoet aan de huidige richtlijnen. Verkeersongevallen worden niet altijd geregistreerd. Daarom is de verkeersonveiligheid niet alleen te staven met objectieve ongevalscijfers.

Eén van de aspecten die richting geven aan het gevoel van onveiligheid, is de rijsnelheid van het gemotoriseerde verkeer. Op de Vennewatersweg rijdt het verkeer harder dan de maximumsnelheid van 50 km/uur. Uit metingen in 2021 blijkt dat de snelheid die door 85% van de automobilisten niet wordt overschreden (de V85), ten westen van de Westerweg op 59,9 km/uur ligt. Vormgeving Natuurlijk blijft de gemeente vasthouden aan de landelijke geldende principes van het inrichten van wegen op basis van de wegencategorisering. Op de Vennewatersweg voldoet de vormgeving van de kruispunten niet aan de richtlijnen die vandaag de dag worden gesteld. De krappe middensteunpunten, de 30 km/uur-drempels en de zigzag-strepen voldoen niet aan de basiskenmerken, maar zijn voor het waarborgen van de verkeersveiligheid van fietsers destijds bewust als tijdelijke maatregel aangebracht. Reconstructie van de kruispunten is noodzakelijk voor een duurzaam veilige inrichting.

Reconstructie Vennewatersweg

27

Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van het vastgestelde ontwerp van de reconstructie van de Vennewatersweg mogelijk. Daarmee verbetert de toekomstige verkeerssituatie aanzienlijk. De herinrichting van de Vennewatersweg zorgt dat lokale verkeersstromen en doorgaande verkeersstromen, vlot en veilig worden afgewikkeld. Langzaam verkeer beschikt dan over adequate voorzieningen, die voldoen aan de nieuwste ontwerprichtlijnen. De herinrichting leidt niet tot nieuwe of andere knelpunten op het wegennet van Heiloo. In het Verkeersbeleid Heiloo 2018-2030 is de realisatie van de aansluiting A9 als uitgangspunt gehanteerd voor een adequate oplossing van deze knelpunten. Na realisatie van de aansluiting A9 wordt de Vennewatersweg een belangrijke aan- en afvoerroute van A9 gerelateerd verkeer. De beoogde inrichting van de Vennewatersweg past bij de veranderende verkeersstromen ten gevolge van de aansluiting A9. Als in een later stadium ook de woningbouw van Zandzoom plaatsvindt, zorgt de Vennewatersweg voor de ontsluiting van het grootste deel van de nieuwe woningen. De beoogde inrichting na reconstructie van de Vennewatersweg kan ook deze extra verkeersstroom aan. Maar ook zolang de woningbouw van Zandzoom nog niet voor extra verkeer zorgt, is de geprojecteerde reconstructie van de Vennewatersweg noodzakelijk en passend.

Conclusie De geprojecteerde verkeerskundige aanpassingen van de Vennewatersweg zijn nodig om de verkeersveiligheid te verbeteren. Na de reconstructie is de weg veiliger voor zowel gemotoriseerd als langzaam verkeer. Daarnaast kan de weg het verkeer vanuit andere delen van Heiloo beter verwerken. Aanvullend wordt opgemerkt dat met het nieuwe bestemmingsplan geen parkeerplekken verwijderd worden, dan wel functies mogelijk worden gemaakt die de parkeervraag verhogen. Gelet op het bovenstaande is het plan in het kader van het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar.

5.3

Geluid

Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) artikel 74 hebben alle wegen een geluidzone. Uitzondering hierop zijn woonerven en straten met een maximumsnelheid van 30 km/u. De zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of een weg binnen of buitenstedelijk is gelegen.

Voor de bepaling van de maximale vast te stellen geluidbelasting houdt de Wet geluidhinder rekening met de ligging van de geluidgevoelige bestemmingen en wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied gelden over het algemeen minder strenge normen. In het kort komt het erop neer dat het gebied binnen de bebouwde kom behoort tot het stedelijke gebied, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, dat gelegen is binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. In het laatste geval en voor de situatie buiten de bebouwde kom gelden de normen die van toepassing zijn op het buitenstedelijke gebied. Een hoofdweg is, conform deze definitiebepaling van

Reconstructie Vennewatersweg

28

de Wet geluidhinder, altijd gelegen in buitenstedelijk gebied. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en maatregelen gericht op reductie van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of als deze overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten, zijn burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de geluidbelasting.

Onderzoek Royal HaskoningDHV heeft een geluidsonderzoek uitgevoerd ten om de invloed van de reconstructie van de Vennewatersweg in het kader van geluid in kaart te brengen. Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 6 van deze toelichting. M+P raadgevend ingenieurs b.v. heeft onderzoek uitgevoerd naar bronmaatregelen om een verhoogde geluidsbelasting als gevolg van de reconstructie van de Venenwatersweg te verlagen. Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 7 van deze toelichting. Verkeersgegevens Verkeersintensiteiten worden uitgedrukt in het gemiddeld aantal motorvoertuigen dat in de betreffende dag-, avond- en nachtperiode per uur over de weg rijdt (weekdagjaargemiddelden). De verkeerscijfers zijn aangeleverd door Goudappel d.d. 5 oktober 2023 voor de peiljaren 2021 en 2033. De gegevens zijn afkomstig uit het verkeersmodel regio Noord-Kennemerland. Voor de benodigde peiljaren 2024 en 2035 is een groeipercentage van 1% per jaar aangehouden. In onderstaande tabel zijn de verkeersgegevens samengevat.

Reconstructie Vennewatersweg

29

Tabel 5-2: Verkeersgegevens. ** Etmaalintensiteiten afgerond op 100-tallen Snelheid rotonde: 30 km/uur Wanneer is er sprake van reconstructie? Er is sprake van “reconstructie” in de zin van art. 1 van de Wet Geluidhinder als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan: Er moet sprake zijn van een fysieke wijziging op of aan de weg. Het gaat dan bijvoorbeeld om een wijziging aan het profiel, de wegbreedte, de hoogteligging, het wegdek, het aantal rijstroken, de aanleg van kruispunten of rotondes, de aanleg van aansluitingen, op- en afritten, het verhogen van de maximumsnelheid. Ten gevolge van de wijziging(en) en de verwachte groei van het verkeer in de eerste tien jaar na de wijziging(en) moet er sprake zijn van een toename van de geluidbelasting ten opzichte van de grenswaarde met (afgerond) 2 dB of meer.

Reconstructie Vennewatersweg

30

Om dit te kunnen bepalen moet dus eerst voor elke geluidgevoelig object (woningen) de geldende “grenswaarde” worden bepaald. Vervolgens wordt gekeken of deze grenswaarde in de toekomstige situatie, doorgaans het 10e jaar na openstelling van de gewijzigde weg, afgerond met tenminste 2 dB wordt overschreden. Of er sprake is van “reconstructie” in de zin van de Wet geluidhinder wordt per geluidgevoelig object/woning bepaald. Het kan dus zo zijn dat voor het ene object wel sprake is van reconstructie en voor het andere object niet. Bepalen grenswaarde Om de grenswaarde te kunnen bepalen, is het allereerst van belang om te weten of sprake is van een in het verleden vastgestelde hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (hierna kortweg 'hogere waarden'). Als geen sprake is van een eerder vastgestelde hogere waarde, is de grenswaarde gelijk aan de heersende geluidbelasting (dat is de geluidbelasting één jaar voor de wijziging aan de weg). Hierbij geldt conform de Wet geluidhinder dat een geluidbelasting van 48 dB of lager altijd is toegestaan. Vervolgens wordt bezien of deze grenswaarde in de toekomstige situatie, het 10e jaar na openstelling van de weg, en zonder geluidmaatregelen, met 2 dB (onafgerond 1,50 dB) of meer wordt overschreden. In de volgende figuur zijn de grenswaarden voor het bepalen van het “reconstructie-effect” samengevat.

Tabel 5-3: Grenswaarden bij reconstructie. Bepalen maatregelen Indien er sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder moet worden onderzocht of er maatregelen kunnen worden getroffen om de overschrijding van de grenswaarde ongedaan te maken. Het doel daarbij is om de toekomstige geluidbelasting zo veel mogelijk terug te brengen tot de grenswaarde. Daarbij wordt eerst gekeken naar maatregelen bij de bron (stiller wegdek) en vervolgens naar maatregelen in de overdracht (geluidschermen of -wallen). Hierbij is niet alleen van belang of het technisch mogelijk is om dergelijke maatregelen te treffen, ook het kostenaspect is van belang. Naast het kostenaspect kunnen ten slotte nog bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of landschappelijke aard bestaan tegen het realiseren van bepaalde geluidmaatregelen. Als maatregelen niet mogelijk zijn of stuiten op bezwaren moet een hogere grenswaarde voor de ten hoogste toelaatbare toekomstige geluidbelasting worden vastgesteld. In het kader van het treffen van maatregelen is het nader onderzoek in Bijlage 7 uitgevoerd. Daar wordt later nader op ingegaan. Grenswaarde voor de ten hoogste toelaatbare toekomstige geluidsbelasting In beginsel is de ten hoogste toelaatbare overschrijding van de grenswaarde als gevolg van “reconstructie van de weg” 5 dB (minder dan onafgerond 5,50 dB).

Een toename van meer dan 5 dB is alleen toegestaan indien ten gevolge van de reconstructie de geluidbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen (art. 100a, lid 1a Wgh). De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting mag echter niet worden overschreden. De ten hoogste toelaatbare geluidbelastingen die kunnen worden vastgesteld, zijn mede afhankelijk of eerder de Wet geluidhinder van toepassing is geweest en of sprake is van stedelijk of buitenstedelijk gebied. Voor de onderhavige situatie is sprake van stedelijk gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=fa62eef8-523b-4587-88c9-c14c61d3ce7e