Ontwerp bestemmingsplan De Driestal 22A v8.pdf
Tekst van het document
5.5
LUCHTKWALITEIT
In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging, zijn op grond van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling “Niet in betekenende mate” (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: • woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; • kantoorlocaties met een vloeroppervlak van minder dan 100.000 m 2; • projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor stikstofdioxide of fijnstof bijdragen. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de bouw van drie woningen. Een dergelijk project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het plan geeft geen belemmeringen voor de luchtkwaliteit. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er daarom geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan. 31 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
5.6
DUURZAAMHEID
In paragraaf 4.4 is reeds ingegaan op het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Duurzaamheid is in het kader van de ontwikkeling een ambitie op zowel gebiedsniveau als gebouwniveau. Er wordt gestreefd naar een energiezuinig project. Vanaf 2021 geldt voor nieuwe woningen een nieuwe norm: BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Deze norm komt overeen met een EPC (Energieprestatie coëfficiënt) van ongeveer 0,2. Dit is de wettelijke eis. Naast de verplichting om aan te tonen dat een nieuw gebouw voldoet aan de BENG eisen geldt de verplichting om bij oplevering van het gebouw een geldig energielabel te overhandigen aan de koper. In het verleden was een gewaarmerkte berekening voor nieuwe gebouwen voldoende, maar tegenwoordig moet er een officieel energielabel opgesteld worden. Het materiaalgebruik zal er op gericht zijn om hout met een FSC keurmerk toe te passen en zoveel mogelijk gebruik te maken van materialen die van gerecyclede bron afkomstig zijn en die in de toekomst weer te recyclen zijn. Oververhitting in de zomerperiode wordt voorkomen door het toepassen van goede zonwering (aan het gebouw en buiten het gebouw door middel van bomen), optimale isolatie (drie laags glas) en WTW (warmteterugwinning) balans ventilatiesysteem met een bodemwarmtepomp. Een bodemwarmtepomp voorkomt geluidsoverlast voor omwonenden.
32 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
HOOFDSTUK 6. 6.1
PLANOLOGISCHE ASPECTEN
VERKEER EN PARKEREN
Er worden 6 parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied. Zie ook paragraaf 4.4. Hiermee wordt voldaan aan de richtlijnen uit het gemeentelijke Parkeerbeleidsplan Heiloo 2010. Deze nota beschrijft dat parkeernormen op basis van CROW-richtlijnen worden gehanteerd en dat er een parkeerfonds is als niet op eigen terrein aan de parkeerbehoefte kan worden voldaan. De parkeerbehoefte kan worden bepaald door toepassing van bijlage 3 van de gemeentelijke nota Parkeerbeleidsplan Heiloo 2010.
Het plangebied ligt in het gebiedstype rest bebouwde kom. De woningen vallen in categorie 3. De parkeernorm per woning bedraagt 1,85. Op basis van deze parkeernorm bedraagt de parkeerbehoefte 5,55 en daarmee afgerond 6 parkeerplaatsen.
33 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
De 6 parkeerplaatsen worden op het voorterrein gerealiseerd in de vorm van parkeervakken met een afmeting van 4,5 meter x minimaal 2,5 meter. In verband met de benodigde manoeuvreerruimte krijgt het parkeervak in de hoek van het voorterrein een breedte van minimaal 3 meter.
Het plangebied wordt net zoals in de bestaande situatie ontsloten via de bestaande inrit. Deze is ca. 3,5 meter breed en daarmee biedt de inrit voldoende doorgangsruimte. De toekomstige woningen zijn door deze breedte ook bereikbaar voor nood- en hulpdiensten. Er worden geen problemen voorzien. Bij de recente herinrichting van de wijk is deze inrit vernieuwd en deze is nog in goede staat. Aan de inrit wordt niets veranderd. Het aantal verkeersbewegingen bedraagt voor een woning in dit type gebied (rest bebouwde kom, weinig stedelijk) op basis van CROW kencijfers 7,0 – 7,8 per woning. Met de realisatie van 3 woningen betekent dat 3 x 7,0 – 7,8 = 21,0 – 23,4 verkeersbewegingen per dag. In theorie genereert een loods (bedrijf arbeidsextensief / bezoekers extensief) per 100 m2 BVO 9,1 – 10,9 verkeersbewegingen. De loods heeft een oppervlakte van ca 300 m2 waardoor het aantal verkeersbewegingen op basis van de CROW kencijfers 27,3 – 32,7 verkeersbewegingen per dag zou kunnen bedragen. Er kan niet met zekerheid gezegd worden of in werkelijkheid in de nieuwe situatie met de 3 woningen sprake zal zijn van meer of minder verkeersbewegingen in vergelijking met de situatie van een bedrijfsmatig in gebruik zijnde loods.
Wat wel gesteld kan worden is dat het aantal door de nieuwe woningen gegenereerde verkeersbewegingen cijfermatig acceptabel zijn en dat er geen grenzen worden overschreden. 34 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
In de praktijk kunnen bewoners van de Driestal 22 en 24 enige hinder ervaren als zij gelijktijdig met de bewoners van 22a gaan uitrijden tijdens de ochtendspits. De middagspits is meer verspreid zodat de hinder kleiner is. De gemeten snelheden van het gemotoriseerd verkeer in de bocht voor beide richtingen volgens het online programma VIA, geven aan dat het overgrote deel van de weggebruikers (85%) rond de 20 km/h rijden. De overige 15% van de weggebruikers die harder rijden zijn de incidentele en notoire hardrijders waar aanvullende snelheid remmende maatregelen of verkeersborden niet helpen. De gemeten snelheden voldoen daarmee beleidsmatig. Tevens geeft VIA aan dat op die locatie vanaf 1 januari 2014 tot nu geen geregistreerde ongevallen hebben plaatsgevonden. Hiermee wordt voldaan aan de objectieve verkeersveiligheid. Uitgangspunt is dat afval(rol)containers van de toekomstige woningen worden geplaatst op bestaande clusterplaatsen langs de hoofdrijbaan zodat vuilnisauto’s niet het plangebied hoeven in te rijden. Bestelbussen van bijvoorbeeld pakketbezorgers zullen in de praktijk hoogstwaarschijnlijk niet het plangebied in rijden maar worden geplaatst langs de hoofdrijbaan. Ook gezien het feit dat er strak op tijd wordt gereden is de verwachting dat een bestuurder van een bestelbus niet het plangebied in zal rijden.
Geconcludeerd kan worden dat in vergelijking met de bestaande situatie van de loods er sprake zal zijn van een andere situatie, maar deze geeft geen aanleiding voor andere of extra maatregelen uit oogpunt van verkeersveiligheid, ontsluiting of toegankelijkheid.
35 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
6.2
EXTERNE VEILIGHEID
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaar opleverende functies in of in de nabijheid van het plangebied. Op grond van de AMvB Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wordt daarom gekeken naar zogenaamde risicovolle inrichtingen. Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in de "Besluit externe veiligheid transportroutes " (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Doel hiervan is om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven.
Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10 -6 per jaar. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR. Uit de risicokaart blijkt dat zich in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen bevinden die van invloed zijn op het plangebied. Zowel de Rijksweg A9 als de Intercity spoorlijn liggen op geruime afstand. Het dichtstbijzijnde object is het gasontvangststation aan de Zeeweg: dit heeft een contour van 25 meter, terwijl de afstand ruim 1 kilometer is.
Voor de ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes vormt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) het kader. Er zijn in de omgeving van het plangebied wegen in het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen opgenomen, maar de afstand tot de Rijksweg A9 is 1,8 kilometer en de afstand tot de buisleidingen (in rood weergegeven op de kaart) is overal 1,5 kilometer of meer. Het vervoer van gevaarlijke stoffen vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het plan.
36 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
6.3
WATER
In de nota Anders omgaan met water van het Rijk is bepaald dat de gevolgen van ontwikkelingen voor de waterhuishouding moeten worden overwogen. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat bij ruimtelijke plannen de waterhuishouding in beeld moet worden gebracht. Hiervoor moet de zogenoemde watertoets worden uitgevoerd. De waterbeheerder is het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK). Verschillende vergunningenstelsels zijn met de invoering van de Waterwet gebundeld tot een watervergunning voor alle handelingen in het watersysteem. Hierin zijn de vergunningenstelsels uit de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging zeewater, de Wet op de waterhuishouding, de Grondwaterwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de verordeningen (de Keur) van de waterschappen samengevoegd. Veel handelingen in het watersysteem vallen onder algemene regels en dan is er geen watervergunning nodig. Een melding is vaak wel noodzakelijk. Vergunningplichtige handelingen volgen uit de Waterwet en uit de Keur van het Waterschap. Deze paragraaf moet worden gezien als de verplichte waterparagraaf als bedoeld in het besluit ruimtelijke ordening. Het realiseren van de 3 woningen aan De Driestal is een ruimtelijke ontwikkeling waarvoor een watertoets verplicht is.
Op 23 augustus 2019 is voor dit plan de digitale watertoets doorlopen onder dossiercode 20190823-12-21254 (zie bijlage 9.5). Uit het advies kwam op basis van de te doorlopen vragen naar voren dat het plan een beperkte invloed heeft op de waterhuishouding en dat de korte procedure kon worden doorlopen. Daarnaast is het plan in het kader van het artikel 3.1.1. Bro vooroverleg op 3 maart 2022 voorgelegd aan het HHNK. Het HHNK heeft de volgende opmerkingen gemaakt op het plan: Het oppervlak van het plangebied is in totaal ca. 570 m2 en in de uitgangssituatie reeds grotendeels verhard. Daarom is er als gevolg van het voorgenomen plan geen sprake van substantiële verhardingtoename. Omdat het plan volledige nieuwbouw op dit perceel omvat en gezien het feit dat nieuwbouw weer voor de komende decennia in stand blijft, is het van belang dat er waterneutraal en toekomstbestendig wordt gebouwd. Vanuit de waterhuishouding bekeken moet bij de herinrichting van het plangebied zoveel mogelijk ingezet worden op het vasthouden van het hemelwater binnen de plangrenzen. Nieuwbouw brengt vaak goede kansen met zich mee om de laatste inzichten en noviteiten mee te nemen. Dit draagt bij aan een prettige en veilige leefomgeving naar de toekomst toe.
Gezien de klimaatontwikkelingen adviseert het hoogheemraadschap daarom altijd standaard om robuuste maatregelen te treffen om versnelde afstroming van hemelwater tegen te gaan. Ook de gemeente zelf streeft dit principe na in haar plannen. Het is niet duurzaam en niet meer van deze tijd om hemelwater direct in de straatkolken te laten verdwijnen maar dat hemelwater zoveel mogelijk vertraagd tot afstroming komt. Om invulling te geven aan dit principe worden de parkeervakken op het voorterrein uitgevoerd met waterdoorlatende verharding in de vorm van grasbetontegels met een goede waterbuffer daaronder zodat water geleidelijk in 37 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
de ondergrond van de strandwal wordt geïnfiltreerd. Dit draagt bij aan het duurzaam op peil houden van het grondwater voor in drogere perioden. De gemeente zal zorgdragen voor het monitoren van de De initiatiefnemer van het plan is zelf verantwoordelijk voor de regeling, financiering en de realisatie van alle maatregelen die voortvloeien uit het plan.
KLIMAATADAPTATIE Het gaat bij klimaatadaptatie om het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering. En dat is belangrijk: klimaatverandering brengt ernstige nadelige effecten met zich, zoals schade door wateroverlast of droogte, ziekten, vroegtijdige sterfte en nadelige veranderingen in milieukwaliteit en ecosystemen. Het belang van klimaatadaptatie wordt door de overheid onderkend. Sinds 2010 is adaptief watermanagement de centrale aanpak in het Deltaprogramma en in het klimaatakkoord van Parijs heeft klimaatadaptatie een duidelijke plek gekregen. Verder hebben we sinds december 2016 in Nederland het beleidsdocument “Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2016” (NAS). Daarin is te lezen dat klimaatverandering in Nederland leidt tot hogere temperaturen, meer (extreme) neerslag, drogere zomers en een stijgende zeespiegel. Volgens de NAS zal dit steeds vaker voorkomen en leiden tot veel schade en slachtoffers. In vervolg op de NAS is in maart 2018 het Uitvoeringsprogramma NAS gepubliceerd en in juni 2018 is aan het Deltaprogramma 2018 ook een hoofdstuk Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) toegevoegd. Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben dit hoofdstuk gezamenlijk opgesteld, een gezamenlijk nationaal plan dus, waarin meermaals de urgentie van klimaatadaptatie wordt benadrukt.
Dit geldt te meer nu de verharding in onze stedelijke gebieden door gaat met als gevolg een meer kwetsbare omgeving voor wateroverlast en hittestress, en bovendien de klimaatveranderingen zich sneller dan verwacht voordoen. Blijkens het DPRA is het doel dan ook om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen. Sinds 2018 werkt de regio Alkmaar in regionaal verband aan de invulling van de opgaven uit het DPRA om klimaatbestendig inrichten breder en dieper te borgen in de ambtelijke organisaties. Dit heeft ertoe geleid dat de samenwerkende BUCH gemeenten met het samenwerkingsverband regio Alkmaar een klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda hebben opgesteld. De strategie bepaalt hoe toegewerkt wordt naar een klimaatadaptieve regio in 2050. In de uitvoeringsagenda staat hoe dit lokaal in aangepakt wordt. Er is ervoor gekozen om ingrepen en investeringen die nodig zijn voor klimaatadaptatiemaatregelen, gelijktijdig te doen met al geplande herinrichtingsprojecten in de fysieke leefomgeving en met andere grote opgaven, zoals de energietransitie, de woningbouwopgave en de vergroeningsopgave. Voor de klimaatadaptatiemaatregelen kan subsidie worden aangevraagd bij het Rijk via de Impulsregeling. Colleges en raden hebben kennis genomen van het uitgangspunt dat alle uitvoeringsprojecten in de regio klimaatbestendig en waterrobuust dienen te zijn.
Klimaatbestendig en waterrobuust wordt nu gedefinieerd uitgewerkt in lokaal beleid en het streven is om dit beleid nog dit jaar vast te stellen. Hieronder wordt ingegaan op vier belangrijke effecten van de klimaatverandering in relatie tot het plangebied: wateroverlast, overstroming (waterveiligheid), droogte en hittestress. Klimaatadaptatiemaatregelen zullen moeten bijdragen aan het terugdringen of tenminste beheersbaar houden van deze effecten
38 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
Wateroverlast Als uitgangspunt is genomen dat de ontwikkeling niet mag leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de af- en aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen/gebieden. Bij toenemende neerslag kan water op straat worden verwacht en zijn er mogelijk kwetsbare panden en wegen op en in de omgeving van het plangebied. Uitgangspunt is daarom dat een groot deel van de neerslag van een hevige regenbui moet worden verwerkt (geïnfiltreerd, opgevangen en/of vertraagd afgevoerd) op het terrein zelf of in extra (water)voorzieningen in of toegerekend aan het plangebied. Het terrein is in de bestaande situatie 100% verhard. In de nieuwe situatie zal dit afnemen door de inrichting van achtertuinen, het toepassen van een groendak met waterberging (en zonnepanelen) en door het toepassen van grasbetontegels voor het parkeren. Het plan heeft hiermee een positieve invloed op het voorkomen van wateroverlast. Overstroming In en om het plangebied zijn wegen mogelijk kwetsbaar en alleen toegankelijk voor calamiteitenverkeer bij overstromingen. Uitgangspunt is dat bij overstromingen geen schade mag optreden aan gebouwen en elektrische installaties en dat in de openbare ruimte hoofdwegen begaanbaar blijven. Het plan heeft vanwege zijn schaal geen invloed op het aspect overstroming.
Zodoende levert het plan op dit punt geen verslechtering of verbetering op ten opzichte van de bestaande situatie. Droogte Bij langdurige droogte moet schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale kwetsbare functies worden voorkomen. De klimaateffectatlas laat zien dat een daling van de grondwaterstand te verwachten is. Dit is een effect wat los van de ontwikkeling ook gebeurd en dient op een hoger schaalniveau aangepakt en bezien te worden. Het plan brengt op dit punt geen verslechtering met zich mee. Hitte Uitgangspunt is dat tijdens hitte de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving biedt (schaduw, koele plekken, warmtewerende en verkoelende inrichting van horizontale en verticale oppervlakten). De gevoelstemperatuur is aanzienlijk warmer op locaties van bebouwing en aanzienlijk koeler op locaties met groen/bomen. Het plangebied, in de hoek van 2 woonblokken heeft een grotendeels verhard voorterrein en er kunnen geen bomen geplaatst worden van enige maat, om de warmte te beheersen. Door de grote oppervlakten aan steen, met een hoge thermische massa, moeten er andere manieren gevonden worden op warmte te accumuleren. Door tenminste de helft van alle horizontale en verticale oppervlakten warmtewerend of verkoelend in te richten/te bouwen wordt de opwarming van stedelijk gebied en gebouwen verminderd.
Hout in de gevels van de woningen beperkt de thermische massa. Het gebruik van overstekken en zonwering zijn warmte accumulerende maatregelen om de temperatuur niet op te laten lopen. De regels van het bestemmingsplan bieden ruimte voor het toepassen van deze maatregelen. Bij de verdere uitwerking van het plan zal hier invulling aan gegeven worden.
39 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
6.4
ECOLOGIE
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Op grond van deze wet zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Daarnaast regelt de Wet natuurbescherming ook de bescherming van planten- en dierensoorten. In deze wet zijn de EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn). Nationaal beschermde soorten vallen ook onder deze wet. De doelstelling is de bescherming en behoud van in het wild levende planten en dieren. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten zonder ontheffing verboden zijn. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen vooraf de effecten op Natura 2000-gebieden onderzocht te worden. Ook dient vooraf onderzocht te worden of en welke beschermde dier- en plantensoorten voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Hierover wordt ten aanzien van het plangebied het volgende gemeld. Gebiedsbescherming Met betrekking tot de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. De planlocatie wordt omsloten door woonbebouwing. Heiloo ligt nabij de Natura 2000gebied Noord-Hollands Duinreservaat, Schoorlse Duinen en Eilandspolder.
Vanaf de planlocatie gemeten ligt het Natura 2000-gebied Noord-Hollands Duinreservaat op circa 3,3 kilometer ten westen van de planlocatie. Het Natura 2000-gebied valt eveneens onder de gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Natura 2000-gebieden hebben een externe werking en het NNN heeft een ‘indirecte’ externe werking. Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000-gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. De Omgevingsdienst heeft ter zake op 18 maart 2020 advies uitgebracht: Gezien de omvang van het plan en de afstand worden negatieve gevolgen niet verwacht. Deze conclusie geldt niet voor stikstofdepositie. Voor de gebruiksfase dient de emissie berekent te worden met behulp van de Aerius calculator. Deze berekening is uitgevoerd op 24 november 2021. Zie bijlagen 9.7 en 9.8 en hieronder onder het kopje 'stikstof'.
Soortenbescherming Beschermde planten en dieren (en hun verblijfsplaatsen) mogen als gevolg van een ruimtelijk plan niet verstoord worden. Voor soorten die vermeld staan op bijlage IV van de Habitatrichtlijn, zoals vleermuizen, en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. Om het project te kunnen realiseren is sloop van het bestaande gebouw nodig. Bij sloop dient rekening gehouden te worden met verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Het is verboden in het wild levende dieren opzettelijk te doden of te vangen en voortplantingsplaatsen (nesten) of rustplaatsen te beschadigen, te vernielen of weg te nemen en vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
40 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
Bij de sloop dient rekening gehouden te worden met: a. vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen; b. alle broedende vogels (actieve nesten van vogels mogen niet worden aangetast of verstoord), en c. vaste nestlocaties van enkele vogelsoorten zoals roofvogels, uilen en huismus, deze “lege” nesten zijn jaarrond beschermd. Om de ecologische effecten in beeld te brengen is een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Op 19 december 2019 is door Bureau Aandacht Natuur een toetsing gedaan in het kader van de Wet natuurbescherming. Zie bijlage 9.6. Er is veldverkenning en een literatuuronderzoek uitgevoerd. Een samenvatting uit dit onderzoek luidt: Flora Met betrekking tot de aanwezige flora zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen in of aan de planlocatie. Aan de hand van huidige terreintypen en de groeiplaatsomstandigheden van beschermde plantensoorten, is het voorkomen van binnen de Wet Natuurbescherming beschermde plantensoorten op de planlocatie niet te verwachten. Vogels Op en rond het plangebied zijn uitsluitend enkele algemeen voorkomende broedvogels aangetroffen en te verwachten. Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet Natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren.
In de praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen 2 uitgevoerd mogen worden. Zoogdieren In verband met de plannen heeft de voorgenomen sloop en nieuwbouw voornamelijk betrekking op de soortgroep van vleermuizen. Verder worden hoofdzakelijk algemeen voorkomende beschermde soorten verwacht in of rond de projectlocatie, waarvoor een vrijstelling geldt met betrekking tot een ruimtelijke ingreep of bestendig beheer. Gezien de situering en inrichting van het plangebied wordt niet verwacht dat andere, zwaar beschermde zoogdiersoorten, waarvoor geen vrijstelling geldt, voorkomen op de projectlocatie. Overige beschermde soorten Met uitzondering van enkele algemeen voorkomende amfibieën, worden overige (zwaar) beschermde soorten niet verwacht binnen de projectlocatie.
Houtopstanden Houtopstanden, die vallen onder het beschermingsregime van de Wet Natuurbescherming, zijn niet aanwezig binnen de projectlocatie.
Stikstof Ten gevolge van de uitspraken van het Europese Hof, gevolgd door een uitspraak Raad van State is het gebruik van het Pas (programmatische aanpak stikstof) onverbindend verklaard. Voor activiteiten die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000 gebieden is het zaak om te onderzoeken of er sprake is van stikstof emissie met gevolgen voor deze gebieden. Dit kan worden onderzocht met behulp van de herziene Aerius calculator. Afhankelijk van de uitkomsten dient voor het project of een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming ( art 2.7) worden aangevraagd of er kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor een activiteit “die van invloed is zijn op de fysieke
41 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
leefomgeving” In dat laatste geval is er sprake van aanhaking. Er moet dan een verklaring van geen bedenking worden aangevraagd bij de provincie. Bij de realisatie van de woningen is er sprake van een aanlegfase en een gebruiksfase, waardoor extra stikstofemissie ontstaat. Er is daarom onderzocht of deze emissie leidt tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden die voor stikstof gevoelige habitattypen kennen en reeds overbelast zijn. De Natura 2000-gebieden die binnen 10 km van het plangebied zijn gelegen, zijn betrokken in het onderzoek. Dit houdt in dat (habitats gelegen binnen) de Natura 2000-gebieden Schoorlse Duinen, Noordhollands duinreservaat, Eilandpolder en Abtskolk de Putten zijn beschouwd in het onderzoek. Op 5 maart 2020 is door Bureau Aandacht Natuur een notitie stikstof berekening opgesteld. Zie Bijlage 9.7. Per 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden en geldt er voor de tijdelijke bouwfase (korter dan 2 jaar) een vrijstelling voor de natuurvergunningplicht. Een stikstofberekening voor de bouwfase is hiermee niet meer noodzakelijk. Op 24 november 2021 is in verband hiermee een herziene notitie stikstof berekening opgesteld (zie bijlage 9.8).
Om te beoordelen of het planvoornemen effecten heeft op de stikstofdepositie, en daarmee op Natura 2000 gebieden, zijn de beoogde werkzaamheden beoordeeld in deze notitie en middels het rekeninstrument Aerius doorgerekend (zie bijlage 9.9). Aerius berekent hoeveel ruimte er is voor nieuwe (economische) ontwikkelingen, in dit geval de herinrichting van De Driestal 22a te Heiloo. In verband met de inrichting van de planlocatie met een drietal woningen, is een toename van het aantal verkeersbewegingen te verwachten. De woningen zelf worden gas- en haardloos opgeleverd, waardoor er naast de verkeerstoename geen sprake is van een stikstofuitstoot door de woningen zelf. Ten behoeve van hoek- en rijtjeswoning is uitgegaan van de gemiddeld kencijfers van CROW publicatie 381 en betreft dan 8,2 verkeersbewegingen per etmaal per woning. Met betrekking tot de stikstofuitstoot van verkeerbewegingen bij drie woningen is gerekend met 24,6 verkeersbewegingen per etmaal. Uit de Aerius berekening blijkt dat nabij gelegen Natura 2000 gebieden geen overschrijding verkrijgen door de (extra) stikstofdepositie van de realisatie van drie woningen. Aan de hand van de gehanteerde inzet, zijn er binnen Natura 2000 gebieden geen rekenresultaten hoger van de 0,00 mol/ha/j.
Gezien de tijdelijkheid van de bouwfase van het project (circa een half jaar) en het feit dat de gebruiksfase niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000 gebieden, is het planvoornemen op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening. Een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.
42 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
6.5
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE
De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De wet beoogt het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed) te beschermen. Onder archeologisch erfgoed wordt verstaan: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de wet zijn: • Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is. • Vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie (verplichting tot vooronderzoek bij bodem verstorende initiatieven). Als wettelijke ondergrens voor onderzoek geldt een oppervlakte van 100 m², hier kan door het bevoegd gezag van afgeweken worden (naar boven en naar onder). • De kosten voor noodzakelijke archeologische werkzaamheden komen ten laste van de initiatiefnemer tot de bodem verstorende activiteit. In de Erfgoedwet van 1 juli 2016 is geregeld hoe met aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. In de toelichting van het bestemmingsplan Noordwest wordt de geomorfologische situatie van het gebied rond De Driestal 22a aangeduid als onderdeel van ‘lage ruggen en heuvels’.
In dit bestemmingsplan is een archeologische verwachtingskaart opgenomen. De Driestal 22A ligt in het gebied met een hoge waardering ( A). De waarderingen op de kaart worden in het bestemmingsplan toegelicht. A. Deelgebieden met een zeer hoge archeologische verwachting (vanaf 50 m2 vergunningsplichtig). B. Deelgebieden met hoge archeologische verwachting op hoge delen (vanaf 75 m2 vergunningsplichtig). C. Deelgebieden met hoge archeologische verwachting in lage delen (vanaf 100 m2 vergunningsplichtig). In het plangebied Noordwest komen de waarderingen A, B en C voor. Dit komt omdat het deelgebied zich op de hoge en in de lage delen van het landschap bevindt. De aanwezigheid van een historische weg zorgt voor een gedeeltelijke A- waardering. (…) De verschillende deelgebieden en hun archeologische waardering komen in de regels van dit bestemmingsplan tot uitdrukking door middel van een aanlegvergunningstelsel. Voor het plangebied is op grond van het huidige bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 opgenomen. Op grond van de bouwregels mogen in of op de gronden binnen het plangebied geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: 43 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
-
-
-
bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met niet meer dan 50 m2 wordt uitgebreid; bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met meer dan 50 m2 wordt uitgebreid, maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; bouwwerken met een oppervlakte van 50 m2 of minder; bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 50 m2 maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld.
In onderhavige situatie gaat het om de bouw van 3 woningen ter vervanging van een bestaand bouwwerk waarbij de bestaande oppervlakte van bouwwerken met niet meer dan 50 m2 wordt uitgebreid. Conform de bouwregels is er dus geen onderzoekseis met betrekking tot archeologie. Daarnaast kent het bestemmingsplan regels voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde zoals o.a. het afgraven of egaliseren van gronden en het verrichten van graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 m. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) deze werken en werkzaamheden uit te voeren. Een aanlegvergunning wordt slechts verleend, mits is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. Conform de aanlegvergunningregels geldt er dus een onderzoekseis indien grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0.50m De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 uit het bestemmingsplan Noordwest wordt integraal overgenomen in onderhavig bestemmingsplan.
In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning zal een archeologisch traject (bureauonderzoek gecombineerd met een verkennend booronderzoek, waarvan het plan van aanpak vooraf ter beoordeling aan het bevoegd gezag wordt voorgelegd) doorlopen moeten worden als er dieper dan 0.50 m gegraven gaat worden in de bodem. Als bij de vergunningaanvraag duidelijk gemaakt kan worden dat niet dieper dan 0.50 m ten opzichte van het huidige maaiveld de bodem verstoord zal worden (bijvoorbeeld door aannemelijk te maken dat archeologisch vriendelijk gebouwd gaat worden: de grond wordt in voldoende mate opgehoogd of een beperkt aantal funderingspalen worden aangebracht middels boren) dan hoeft het niet. Dit zal als voorwaarde bij de vergunningverlening worden opgenomen. N.B. Het is de intentie van initiatiefnemer om archeologisch vriendelijk te bouwen op een wijze als hiervoor omschreven is.
44 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
6.6
PRIVAATRECHT
Er zijn geen privaatrechtelijke belemmeringen voor de uitvoering van het bestemmingsplan bekend. Er zijn geen rechten van derden op het perceel De Driestal 22a, wel is er een wederzijds gebruik van de uitrit samen met de buren van De Driestal 22 en 24. De gemeente Heiloo wordt eigenaar en beheerder van het voorterrein zodat dit voorterrein onderdeel gaat uitmaken van de openbare ruimte. De naburige percelen sluiten daarmee direct aan op deze openbare ruimte. Een aspect is het burenrecht. Dit wordt geregeld door artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek. Dat verbiedt behoudens, onderlinge toestemming, binnen twee meter van de erfgrens vensters of andere muuropeningen te hebben, die op dat naburige erf uitzicht geven. In muren die op minder dan 2 meter van de erfgrens staan mogen wel vaste ondoorzichtige vensters worden aangebracht. De woningen zullen niet worden uitgevoerd met vensters of muuropeningen op minder dan twee meter van de erfgrens.
6.7
CIVIELE ASPECTEN
Over de inrichting van het voorterrein/openbare ruimte door de initiatiefnemer (materialisatie, groenvoorziening, riolering, nutsvoorzieningen etc.) zullen afspraken in een separate overeenkomst met de gemeente worden vastgelegd.
45 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
HOOFDSTUK 7. 7.1
UITVOERBAARHEID
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Bij de voorbereiding van een ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het bestemmingsplan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Hiervan is in dit geval sprake. In het kader van het kostenverhaal wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Hierin wordt onder meer het verhaal van eventuele planschade opgenomen. De begeleiding van de planologische procedure is verder door middel van het heffen van leges gedekt. Het opstellen van het bestemmingsplan wordt hiermee door de initiatiefnemer bekostigd. Voor de gemeente Heiloo zijn derhalve geen kosten verbonden aan het opstellen van dit bestemmingsplan. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
7.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijk vastgelegde procedure, waarmee de maatschappelijke uitvoerbaarheid aangetoond kan worden. Inspraak. Het voorontwerpbestemmingsplan De Driestal 22a heeft in de periode 4 juni tot en met 15 juli 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld inspraakreacties bij het college van burgemeester en wethouders in te dienen. Gedurende de genoemde periode zijn er 5 individuele reacties van omwonenden van het plangebied ontvangen en 2 reacties namens meerdere bewoners. In de Nota inspraakreacties zijn de ingekomen inspraakreacties samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien (zie bijlage 9.10). Deze nota maakt onderdeel uit van het advies dat ter besluitvorming wordt voorgelegd aan het college. Overleg met instanties Het bestemmingsplan is in het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de provincie, het hoogheemraadschap en de veiligheidsregio. In de Nota vooroverlegreacties zijn de ingekomen vooroverlegreacties samengevat en van een reactie voorzien (zie bijlage 9.11). Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die 46 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. De zienswijzen worden verwerkt in een reactienota zienswijzen die als bijlage bij deze toelichting wordt opgenomen. Vervolg Als de binnengekomen zienswijzen geen aanleiding geven om de bestemmingsplanprocedure te beëindigen, wordt het bestemmingsplan vastgesteld. De publicatie van het vaststellingsbesluit vindt (over het algemeen) plaats binnen twee weken na de vaststelling. Tijdens de daarop volgende inzagetermijn (6 weken) is het mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd.
47 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
HOOFDSTUK 8
JURIDISCHE TOELICHTING
In de voorgaande hoofdstukken zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke situatie in het plangebied aangegeven. Deze uitgangspunten zijn getoetst aan de milieu-, planologische- en omgevingsaspecten en het beleid. In dit hoofdstuk worden de bestemmingen en de bijbehorende regels beschreven.
8.1
ALGEMEEN
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld en om de uitleg daarvan.
8.2
OPZET VAN DE PLANREGELS
De planregels van het bestemmingsplan kennen de volgende hoofdstuk indeling: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk begint met de begripsbepalingen, waarin - om misverstanden bij de toepassing van het bestemmingsplan te voorkomen - een aantal in het bestemmingsplan gehanteerde begrippen wordt toegelicht. In het daarop volgende artikel, de wijze van meten, wordt aangegeven op welke wijze de in het bestemmingsplan opgenomen maatvoering moet worden berekend. Ook dit artikel dient om interpretatieproblemen te vermijden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die behoren bij de verschillende op de plankaart opgenomen bestemmingen die aan de gronden zijn toegekend. Ieder artikel begint met een bestemmingsomschrijving, waarin duidelijk de bestemmingen zijn weergegeven, waarvoor de gronden met de betreffende bestemming gebruikt mogen worden. Vervolgens wordt door middel van de bouwregels aangegeven wat en in welke mate op de gronden met deze bestemming mag worden bebouwd. In de ontheffing van de bouwregels staat onder welke voorwaarde van welk bouwvoorschrift mag worden afgeweken. De gebruiksregels geven aan wat verboden gebruik is en tenslotte wordt in 48 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
de strafbepaling beschreven wat strafbaar is in dit kader. Onder voorwaarden mag soms ook van de gebruiksregels worden afgeweken. Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, de overige regels, de overgangsbepalingen en de slotbepaling opgenomen. Dit zijn regels die in hun algemeenheid voor het gehele bestemmingsplan gelden en min of meer losstaan van de bestemmingsbepalingen. In de Algemene Afwijkingsregels zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de verschillende maatvoeringen in het plan. Deze afwijkingen zijn uitdrukkelijk bedoeld om op onvoorziene ontwikkelingen te kunnen inspelen. In de overige regels zijn de regels uit het paraplubestemmingsplan “Parkeren” overgenomen. Met uitzondering van de regels voor wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten omdat deze niet in dit plan zijn opgenomen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Het bestemmingsplan wordt afgesloten met de Overgangs- en slotregels.
8.3
VERBEELDING
Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) veranderd. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Bestemmingsvlak en bouwvlak De in het plan voorkomende bestemmingen bestaan uit twee vlakken: een bestemmingsvlak én een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeduid waarvoor de mogelijkheden om hoofdgebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Op de overige gronden kunnen onder voorwaarden bijbehorende bouwwerken worden opgericht.
49 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
8.4
VERANTWOORDING KEUZE BESTEMMINGEN
In het plangebied is sprake van drie bestemmingen, namelijk “Verkeer-Verblijf”, “Wonen” en “Waarde-Archeologie 1”. Een nadere toelichting op de regeling staat in deze paragraaf. 8.4.1 Verkeer-Verblijf Deze bestemming is noodzakelijk voor het ontsluiten van de percelen op de openbare weg en het realiseren van de voor het plan benodigde parkeerplaatsen. Voor de regels is aangesloten bij de bestemming “Verkeer-Verblijf” van het bestemmingsplan “Noordwest”. 8.4.2 Wonen De bestemming “Wonen” is opgenomen voor het woongebied. Rond de beoogde woningen bestemd als Wonen is een strak bouwvlak op de verbeelding opgenomen. Dit betekent dat het hoofdgebouw binnen het bouwvlak gebouwd dient te worden. Uitbreidingen kunnen uitsluitend plaatsvinden in de vorm van aan- of uitbouwen. De bestemmingsregeling van Wonen is overgenomen uit het bestemmingsplan “Noordwest” De regels zijn hierbij wel op dit plan toegesneden en zo bondig mogelijk geformuleerd. Dit wil zeggen dat de regels van de bestemming Wonen uit het bestemmingsplan Noordwest die niet op dit plan van toepassing zijn, zijn verwijderd. Te denken valt hierbij aan een regeling voor de bestaande goot- en bouwhoogte, verplichte afdekking van het hoofdgebouw met een kap, maximale oppervlakte aan erfbebouwing en afwijkingsmogelijkheden.
8.4.3 Waarde-Archeologie - 1 Om de archeologische waarden in een gebied te beschermen is er een dubbelbestemming toegekend aan de gronden. De regels uit het bestemmingsplan Noordwest zijn integraal overgenomen.
50 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
HOOFDSTUK 9.
BIJLAGEN
9.1
BEELDKWALITEITSPLAN D.D. 22 JULI 2021
9.2
AKOESTISCH ONDERZOEK SOUND FORCE ONE D.D. 24 FEBRUARI 2020
9.3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK LANDVIEW. D.D. 21 MEI 2019
9.4
AANMELDNOTITIE ALS BEDOELD IN HET BESLUIT M.E.R.
9.5
WATERTOETS D.D. 23 AUGUSTUS 2019
9.6
ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING D.D. 19 DECEMBER 2019
9.7
NOTITIE STIKSTOF BEREKENING D.D. 5 MAART 2020
9.8
HERZIENING STIKSTOF MET AERIUS BEREKENING OP 24 NOVEMBER 2021
9.9
AERIUS BEREKENING
9.10 NOTA BEANTWOORDING INSPRAAKREACTIES 9.11 NOTA VOOROVERLEGREACTIES
51 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
DEEL B
52 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
REGELS
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: a. plan: het bestemmingsplan De Driestal 22a; b. bestemmingsplan: de geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0399.bpDeDriestal22a.0201 met bijbehorende regels; c. aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; d. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; e. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; f. aan-huis-verbonden beroep: een beroep dat uitgeoefend wordt in een praktijkruimte, kantoor, atelier, kapsalon, schoonheidssalon of hondentrimsalon en naar de aard daarmee gelijk te stellen functies welke in een woning worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; g. achtererf: het gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterzijde van het hoofdgebouw gelegen erfgrens; h.
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i.
beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;
j.
bestaand: het moment ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;
k. bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 53 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
l.
bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
m. bijgebouw: een vrijstaand gebouw ten dienste van een groter genot van het hoofdgebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, zoals garages, schuurtjes, hobbykasjes en huisdierverblijven; n. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; o. bouwgrens: de grens van een bouwvlak; p. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; q. bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel; r. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; s. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; t. detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; u.
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
v. geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; w. hoofdgebouw: 54 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; y. kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, die in acht moet worden genomen; z. Middeldure huurwoning een woning waarbij de in de Verordening doelgroepen woningbouw Heiloo 2020 of diens rechtsopvolger gestelde regels voor "middeldure huurwoning" van toepassing zijn;
aa. peil: voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: 1. de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: 2. de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: 3. het Nieuw Amsterdams Peil; bb. risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; cc. seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; dd.
uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; ee. voor-, zij- en achtergevellijn: de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voor-, zij- respectievelijk achtergevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen;
55 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
ff. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; Artikel 2 Wijze van meten 2.1 Algemeen Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; b. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; c. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; d. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; e. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; f. de afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel: vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel.
2.2 Toegelaten overschrijding bouwgrenzen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden. Voor luifels, erkers, balkons en overstekende daken mag de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1 meter worden overschreden, met dien verstande dat de afstand tot de bestemmingsgrens van de bestemmingen “Verkeer-Verblijf” en “Verkeer-Wegverkeer” ten minste 2 m dient te bedragen. Voor een portaal of ingangspartij mag de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1,5 meter worden overschreden, met dien verstande dat de afstand tot de bestemmingsgrens van de bestemmingen “Verkeer-Verblijf” ten minste 2 m dient te bedragen.
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS 56 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
Artikel 3 Verkeer-Verblijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer-Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfs- en verkeersdoeleinden; b. parkeervoorzieningen; c. speel- en groenvoorzieningen en water; d. openbare nutsvoorzieningen, De inrichting van de in de bestemming opgenomen gronden dient met name afgestemd te zijn op een verblijfsfunctie en op de ontsluiting van de aangrenzende gronden. 3.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en verkeersdoeleinden geldt dat uitsluitend gebouwen mogen worden gebouwd zoals bedoeld in artikel 2 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken voor de verkeerstechnische uitrusting bedraagt ten hoogste 12 meter; 2. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt ten hoogste 6 meter; 3. voor het overige bedraagt de bouwhoogte ten hoogste 2 meter. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: • de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het straat- en bebouwingsbeeld; • de beleving van groen en water; • de verkeersveiligheid en toegankelijkheid; • parkeerruimte op eigen erf; • de sociale veiligheid, nadere eisen stellen aan de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
57 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan het in het bouwvlak aangegeven aantal; met daaraan ondergeschikt: b. verkeer en verblijf; c. groenvoorzieningen en water; d. openbare nutsvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen. Onder het wonen is het aan-huis-verbonden beroep uitsluitend begrepen voor zover: • de uitoefening plaatsvindt in het hoofdgebouw of aan- en uitbouwen; • het vloeroppervlak ten hoogste 20% van het gezamenlijk vloeroppervlak van het hoofdgebouw en aan- en uitbouwen betreft met een maximum van 50 m2; • dit niet leidt tot een verhoging van de parkeerdruk of tot extra autoverkeer in een mate waarin het woonklimaat onevenredig wordt aangetast; • de uitstraling van het hoofdgebouw als woning behouden blijft. Detailhandel kan uitsluitend deel uitmaken van een aan-huis-verbonden beroep voor zover dit een geïntegreerd en ondergeschikt deel is van de beroepsuitoefening. 4.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen ten behoeve van het wonen gelden de volgende regels: 1. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; 2. de goot- en bouwhoogte bedragen ten hoogste de in een bouwvlak aangegeven goot- en bouwhoogte; b. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: 1.
de gezamenlijke oppervlakte bij een woning bedraagt ten hoogste 50% van een achtererf, met dien verstande dat de maximale gezamenlijke oppervlakte 50 m2 bedraagt; 2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden op een afstand van ten minste 2,5 meter achter de voorgevellijn gebouwd; 3. de diepte van aan- en uitbouwen achter de achtergevellijn bedraagt niet meer dan 3,5 meter, gerekend vanaf de achterste bouwgrens; 4. aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden uitsluitend plat afgedekt; 5. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3,25 meter; 6. bijgebouwen worden op ten minste 1 m afstand van enig ander gebouw op hetzelfde erf gebouwd; c. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsdoeleinden geldt dat uitsluitend gebouwen mogen worden gebouwd zoals bedoeld in artikel 2 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
58 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
d. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat uitsluitend palen en balken tot een maximale bouwhoogte van 6 meter en bouwwerken mogen worden gebouwd zoals bedoeld in artikel 2 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.. 4.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de woningen voldoen aan de categorie middeldure huurwoning met inachtneming van de in de Verordening Doelgroepen Woningbouw Heiloo 2020 of diens rechtsopvolger opgenomen instandhoudingstermijn; 4.4 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: • de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; • het straat- en bebouwingsbeeld; • de bouwvorm, zoals bepaald door goothoogte, bouwhoogte, dakhelling en kapvorm van karakteristieke panden; • de beleving van groen en water; • de verkeersveiligheid en toegankelijkheid; • parkeerruimte op eigen erf; • de sociale veiligheid, nadere eisen stellen aan: a. de dakhelling van hoofdgebouwen met het oog op de samenhang van het bebouwingsbeeld per straatzijde of cluster; b. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
59 Projectnummer 2019-20 Bestemmingsplan De Driestal 22a
Artikel 5 Waarde – Archeologie -1 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie -1 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor: a. het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden; b. de overige bestemmingen die op basis van het plan aan de gronden zijn toegewezen. 5.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen in of op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met niet meer dan 50 m2 wordt uitgebreid; b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met meer dan 50 m2 wordt uitgebreid, maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; c. bouwwerken met een oppervlakte van 50 m2 of minder; d. bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 50 m2 maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld. . 5.3 Ontheffing van de bouwregels Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 5.2, mits: a. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel: b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, dan wel: c.