Natuurtoets aanvullend onderzoek Westerhoeve
Tekst van het document
Natuurtoets
“Westerhoeve”
25
Heiloo Aanvullend Onderzoek
5 Conclusie Wet natuurbescherming: Soortbescherming 5.1 Doelsoorten aanvullend onderzoek ➢ Marterachtigen Er treden afgaande de resultaten van het onderzoek geen negatieve gevolgen op relevant voor de Wet natuurbescherming ➢ Vleermuizen Er treden afgaande de resultaten van het onderzoek geen gevolgen op voor de Wet natuurbescherming, mits uitstralende verlichting naar de randzones en bij de locaties waar de paarterritoria aanwezig zijn wordt voorkomen. Indien dit niet kan worden voorkomen dient voor nadelige effecten die dit met zich mee brengt voor wat betreft de paarlocaties een ontheffing of verklaring van geen bedenkingen te worden aangevraagd. Indien matig of sterk verhoogde lichtuitstraling naar de randzone niet kan worden voorkomen is eerst aanvullend onderzoek noodzakelijk, om het gebruik van de randzones door deze soortgroep goed in kaart te brengen. Pas dan kan een effectbeoordeling plaatsvinden en kan beoordeeld worden of overtreding van de Wet natuurbescherming optreedt en hiermee samenhangend een ontheffing of vvgb noodzakelijk wordt. ➢ Vogels •
Huismus, Roofvogels en Ransuil
Er treden afgaande de resultaten van het onderzoek geen gevolgen op voor de Wet natuurbescherming. ➢ Rugstreeppad Voor de Rugstreeppad verdwijnt er bij de voorgenomen ontwikkeling geen functioneel leefgebied. De ontwikkeling leidt in die zin niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Wel kan bij het bouwrijp maken van de planlocatie het terrein voor deze soort geschikt worden als leefgebied. Indien deze situatie zich voordoet tijdens de activiteitperiode van deze soort (globaal half maart eind oktober) of er voorzien wordt dat deze omstandigheden zich gedurende de bouwfase gedurende meerdere maanden zal voordoen, zullen er vroegtijdig maatregelen moeten worden getroffen om toegang voor deze soort tot het terrein te voorkomen. Paddenschermen kunnen dan een afdoende maatregel zijn.
5.2 Overige vogelsoorten Zoals reeds in de QuickScan gemeld kan als zondermeer sloop- en bouwrijp werkzaamheden plaatsvinden een verstoring van algemene broedvogels (o.a. Merel, Koolmees, Heggemus) plaatsvinden. Soorten waarvan de nestlocaties uitsluitend tijdens de broedperiode beschermd zijn. Dat wil zeggen in de periode dat de nesten daadwerkelijk gebruikt worden. Preventieve maatregelen zijn nodig om bovengenoemde effecten te allen tijde te vermijden. Een ontheffing om nesten van broedende vogels te verstoren wordt in dit kader niet verleend.
Natuurtoets
“Westerhoeve”
26
Heiloo Aanvullend Onderzoek
Op de planlocatie broeden meerdere soorten waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd kunnen zijn maar alleen indien er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die dit eisen. Voor de soorten op de planlocatie (Ekster, Boomkruiper maar ook Koolmees) is dit niet het geval. De omvang van de planlocatie is hiervoor te klein en alternatieve nestlocaties blijven in de direct omgeving aanwezig.
Natuurtoets
“Westerhoeve”
27
Heiloo Aanvullend Onderzoek
6 Preventieve maatregelen & advies In het kader van de natuurwetgeving -
-
-
-
Lichtuitstraling naar de randzones, bijvoorbeeld door buitenverlichting of bouwlampen, dient te worden voorkomen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met het gegeven dat vleermuizen veelal langs de randzone vliegen, enkele meters buiten de daadwerkelijk aanwezige vegetatie. Het verwijderen van vegetatie (struiken/bomen) dient buiten de vogelbroedtijd te gebeuren (globaal half maart – eind juli). Dit voorkomt dat er tijdens de sloop en bouw vogelnesten vestoord kunnen worden. Dit leidt anders tot overtreding dan wel tot stagnatie van de ontwikkeling. Ook sloop kan om bovengenoemde reden het beste plaatsvinden buiten de vogelbroedtijd plaatsvinden (globaal half maart – eind juli), tenzij door een ter zake kundige (erkend ecoloog) is vastgesteld dat er geen nesten aanwezig zijn van algemene soorten. Voor een beoordeling van de geschiktheid van het plangebied voor Rugstreeppad in aanloop naar de bouwfase en tijdens de bouwfase kan het beste ecologische advies worden ingewonnen (AFO of ander ecologische adviesbureau). Zodat op basis van de planning, aanpak en doorloop van de bouw en de inrichting van het terrein, tijdig preventieve maatregelen kunnen worden getroffen om vestiging van de soort op de planlocatie te voorkomen.
Overig advies -
-
-
In de nieuwbouw kunnen, ook zonder dat het in dit geval een vereiste is vanuit de Wet natuurbescherming, verblijfplaatsen voor vleermuizen, Huismus worden aangebracht. AFO kan adviseren welke locaties en welk type verblijfplaatsen in dit geval geschikt zijn. De extra kosten om nestlocaties voor de genoemde soorten te realiseren zijn relatief gering. Door de noordelijk randzone zal een doorgang worden gecreëerd ten behoeve van een weg. Om deze doorgang een minder grote belemmering te laten zijn voor grondgebonden dieren die gebruik maken van de randzones is het advies ter hoogte van de doorgang half-verharding te gebruiken en zoals niet aanwezig een strikte snelheidsbeperking voor verkeer aan te geven. Zeker op deze locatie dient men terughoudend te zijn met het aanbrengen van buitenverlichting. Bij de nieuwe “groene inrichting” van de planlocatie hebben inheemse soorten een sterke meerwaarde voor hier aangetroffen fauna. Het advies is inheemse struiken en bomen te gebruiken.
Natuurtoets
“Westerhoeve”
28
Heiloo Aanvullend Onderzoek
7
Literatuur/Bronnen -
Van der Goes en Groot, 2021. Bungalowparken Duinzicht en Westerhoeve te Heiloo. QuickScan-rapport 2021-215. Kennisdocumenten Gewone dwergvleermuis & Huismus. Publicatie BIJ12. Vleermuisprotocol 2021. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging.
Natuurtoets
“Westerhoeve”
29
Heiloo Aanvullend Onderzoek