Kennemerstraatweg 436-436a Heiloo Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Figuur 1-2 Situering plangebied (rode lijn, bron luchtfoto: PDOK 2022).
6
Figuur 1-3 Een overzicht van de voorgenomen toekomstige inrichting (bron: Ory Projectontwikkeling bv).
Al sinds 1961 kent Nederland een monumentenwet. In 1988 werd deze wet vervangen door de Monumentenwet 1988, die op zijn beurt per 1 juli 2016 is komen te vervallen en deels is opgegaan in de Erfgoedwet. Een ander gedeelte zal in de loop van 2024 opgaan in de Omgevingswet. Deze wet regelt de omgang met het archeologisch erfgoed in de fysieke leefomgeving. Iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem wordt verstoord kan door de overheid verplicht worden een rapport te overleggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist: het archeologisch vooronderzoek. Dit onderzoek heeft tot doel vast te stellen of in het plangebied waardevolle vindplaatsen voorkomen. Het vooronderzoek is opgebouwd uit twee onderdelen: het bureauonderzoek (BO) en een eventueel inventariserend veldonderzoek (IVO), elk met bijbehorende standaardrapportages. Dit rapport betreft een inventariserend veldonderzoek, verkennende (IVO-o). Uitgangspunt voor dit onderzoek vormen de resultaten van de eerder uitgevoerde bureaustudie voor deze locatie.2 Het verkennend veldonderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap en de gespecificeerde archeologische verwachting nader aan te scherpen of controleren.
Op basis van de resultaten kan het bevoegd gezag een beslissing nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek.
2
Honshorst & van Leeuwen 2023.
7
Soort onderzoek: Projectnaam: Archolprojectcode: Archis-zaaknummer:
Booronderzoek (IVO-O), verkennende fase De Wasserij 2366 5474956100
Opdrachtgever: Bevoegd gezag: Uitvoerder:
Ory Projectontwikkeling bv (contactpersoon: Gemeente Heiloo (contactpersoon: Archeologisch Onderzoek Leiden bv
Periode van uitvoering veldwerk: Rapport gereed: Versie: Status: Goedkeuring bevoegd gezag:
8 november 2023 30 november 2023 1.1 Definitief Ja
Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Centrumcoördinaten gebied: Oppervlakte plan- of onderzoeksgebied: Huidig grondgebruik:
Noord-Holland Heiloo Heiloo De Wasserij X: 109153,61/ Y: 512655,49 Ca. 2.950 m2 Bebouwing: gebouwen en omgeving (stoep/parkeerplaats/tuin)
Beheer en plaats van documentatie en vondsten: Tabel 1-1 Administratieve gegevens.
n.v.t.
8
) , de BUCH)
In dit hoofdstuk worden kort de belangrijkste bevindingen van het bureauonderzoek samengevat voor zover deze betrekking hebben op de toegekende archeologische verwachtingen voor betreffend plangebied.3 De archeologische verwachtingen zijn in hoge mate gebaseerd op de paleolandschappelijke ontwikkelingen van het planbied en ouderdom van voorkomende afzettingen. Daarnaast speelt de verbreiding van bekende archeologische vindplaatsen een belangrijke rol in de specificatie van de archeologische verwachtingen. Het plangebied ligt op de oostelijke flank van de strandwal LimmenHeiloo-Alkmaar. Deze strandwal kan vanaf het laat-neolithicum bewoond zijn geweest. De flanken van strandwallen worden in zijn algemeenheid gekenmerkt met perifere nederzettingsactiviteiten. Op basis van een proefsleuvenonderzoek direct ten oosten van het plangebied, kan in het oostelijke deel van het plangebied de volgende bodemopbouw worden verwacht (van boven naar beneden):4 1. Geroerde toplaag (recent) en oude akkerlaag (middeleeuwen-Nieuwe tijd; basis ca. 0,4 m -NAP, ca. 0,5 m -Mv ). 2. Oude duinen/stuifzand (midden-ijzertijd tot middeleeuwen; vanaf 0,4 m -NAP). 3. Veenpakket (vanaf 0,9 m -NAP; datering 1.450 – 1.270 BC). 4. Kleilaag (ca. 1,35 m -NAP). 5. Ongeroerde strandwal (vanaf 1,35 m -NAP; vermoedelijk neolithicum).
De top van het veen en de onderkant van het veen vertonen sporen die waarschijnlijk mogelijk een “natuurlijke” oorzaak hebben. De top van dit stuifzandpakket bevat een ontwikkelde bouwvoor waarin in de late middeleeuwen en Nieuwe tijd greppels en sloten waren gegraven Bronstijd Vooral langs de flanken van strandwallen zijn sporen van bewoning uit de bronstijd te verwachten. Deze sporen worden vermoedelijk gekenmerkt door een vegetatieniveau of vondstlaag, waarin vuursteen, houtskool, natuursteen en aardewerk kunnen voorkomen. Sporen uit deze tijd bestaan met name uit ploegsporen en runderpaden. Restanten van grafheuvels kunnen niet worden uitgesloten. Sporen van bewoning en/of menselijke activiteiten zijn vooral op plaatselijke natuurlijke verhogingen in de strandvlakte te verwachten, zoals op veenbulten en duintjes. Sporen/resten van rituele deposities worden juist in de laaggelegen delen verwacht, zoals de strandvlaktes. IJzertijd/ Romeinse tijd Gedurende de ijzertijd kunnen mensen zich hebben gevestigd op het veen in de strandvlakte, waarvan sporen zich binnen het plangebied kunnen uitstrekken. Ook zijn vondsten en sporen uit de inheems-Romeinse periode over de gehele strandwal, strandwalflank en strandvlakte bekend in Heiloo. Hierbij gaat het om vindplaatsen die worden getypeerd door een vondstspreiding van aardewerk.
Het zal vooral om losse boerderijen of huisplaatsen gaan of een verzameling van enkele bij elkaar. Binnen deze vindplaatsen kan hout(skool), natuursteen, aardewerk en metaal voorkomen. Bovendien kunnen sporen van agrarisch gebruik voorkomen, zoals greppelsystemen en sporen van percelering. Middeleeuwen – Nieuwe tijd Uit de periode vroege middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd zijn vondsten en sporen op de overgangszone tussen de strandwal en vlakte bekend. De lager gelegen gronden ten westen en oosten van Heiloo zijn tussen de 10de en 12de eeuw ontgonnen. Vanaf de ontginningsperiode vestigden zich boeren in het gebied, waardoor een archeologisch niveau uit deze periode te verwachten valt. Deze is als een humeuze laag met een vondstspreiding van sporen en aardewerk van grondbewerking, zoals greppelsystemen en tuinbedden. Daarnaast zijn sporen van veenwinning uit deze periode te verwachten. In de directe omgeving van het plangebied is aardewerk waargenomen uit deze periode. Het plangebied bevindt zich bovendien dicht bij de locaties waar het kasteel Ter Coulster en slot Ypenstein hebben gelegen. Aan de hand van historisch kaartmateriaal kan worden geconcludeerd dat funderingsresten uit de Nieuwe Tijd (vanaf 1870) te verwachten zijn. Door de jaren heen is heel wat bebouwing gebouwd en gesloopt binnen het plangebied.
Dit kan tot verstoring van de ondergrond van het plangebied hebben geleid, waardoor tevens de eventueel aanwezige archeologische mogelijk zijn verstoord. Diepte en wijze van de geplande fundering is momenteel nog niet bekend (mogelijke funderingen 1 m -mv). Wel
3 4
Honshorst & van Leeuwen 2023. Tuinman & Salomons, 2019.
9
is bekend dat eventuele archeologische niveaus op relatief grote diepte kunnen voorkomen (vanaf 1 m -mv), waardoor de mate van verstoring gering kan zijn.
Tabel 2-1 Gespecificeerde archeologische verwachting per archeologisch niveau (bron: Honhorst & van Leeuwen 2023; Tabel p. 30).
10
Figuur 2-1 Tijdstabel.
11
De verkennende fase van het booronderzoek heeft als hoofddoel het in kaart brengen van de paleolandschappelijke en bodemkundige opbouw van het plangebied, op basis waarvan de gespecificeerde archeologische verwachtingen uit de bureaustudie kunnen worden aangescherpt. Specifiek is het verkennend booronderzoek gericht op het in kaart brengen van de diepere ondergrond met de mogelijke aanwezigheid van de bekende strandwal en/of duin. Indien aanwezig bestaat er een kans op de mogelijke aanwezigheid van sporen van bewoning vanaf het laat neolithicum t/m de ijzertijd. Specifieke vraagstellingen van het verkennend booronderzoek zijn: − Hoe ziet de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? − Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is? − Op welke diepte zouden de eventuele archeologisch interessante lagen zich kunnen bevinden? − Zijn er bodemverstoringen in het gebied aanwezig en wat betekent dit voor de archeologische verwachting? − Zijn er archeologische vondsten (indicatoren) die duiden op de aanwezigheid van een vondstrijke vindplaats?
Het onderzoek betreft een booronderzoek verkennende fase van het IVO-Overig. Het onderzoek is uitgevoerd conform Protocol 4003: Specificatie Inventariserend Veldonderzoek VS03 van de KNA 4.1. Tijdens de verkennende fase zijn in totaal 6 boringen geplaatst binnen het plangebied (boringen 5 t/m 10).5 De boringen zijn zoveel mogelijk in raaien uitgevoerd om de afloop van de strandwal van Limmen-Heiloo-Alkmaar in kaart te brengen. Conform het Plan van Aanpak zijn de boringen zoveel mogelijk verspreid over het plangebied geplaatst. Vanwege het groot percentage verharde oppervlakken en de aanwezigheid van veel kabels en leidingen moest hier echter op plaatsen van worden afgeweken (Figuur 3-1). De boorlocaties zijn vastgelegd met behulp van het Differential Global Positioning System (DGPS). De boringen zijn tot ca. 100 cm -mv uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Daaronder is verder gewerkt met een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn doorgevoerd tot de top van de strandwal tot een diepte tussen ca. 2 – 3 m -mv. De boringen zijn in het veld beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB) welke voldoet aan de NEN5104 norm. Alle grond is door het snijden en verkruimelen van de boorkern met het blote oog onderzocht op archeologische indicatoren. De boorprofielen zijn als bijlage 1 opgenomen achter in het rapport.
Tijdens het veldonderzoek zijn de bodemopbouw en de hierin aanwezige lagen beschreven en bestudeerd. Specifieke aandacht is besteed aan: de aard en kleur van het sediment; aard van de laagovergangen (erosieverschijnselen); de genese van de laag; de aanwezigheid van bodemhorizonten. de aanwezigheid van archeologische indicatoren Bovengenoemde methodiek is geschikt voor het vaststellen van de bodemopbouw en het opsporen van vondstrijke vindplaatsen met een groot oppervlak (vnl. nederzettingen). Het veldwerk is uitgevoerd onder begeleiding van uitgevoerd door (senior KNA-archeoloog) en
(senior prospector, senior specialist fysische geografie) (junior prospector).
5
De boringen van de projecten De Wasserij, Ambachtsweg 22-24 en De Driestal 22a zijn op één dag gezet en daarom in één reeks genummerd. Boringen 1 t/m 4 in plangebied Ambachtsweg 22-24 en boring 11 in plangebied De Driestal 22a.
12
Figuur 3-1 Boorpuntenkaart plangebied De Wasserij. Rode punten, verkennende boringen (E7cm/ G3cm).
Lithostratigrafie, paleolandschap en bodemkundige kenmerken Het booronderzoek heeft een duidelijk beeld opgeleverd van de lithostratigrafische en bodemkundige opbouw van de bovenste drie meter van het plangebied (Figuur 3-2). In alle boorprofielen is eenzelfde opbouw van de bodem aanwezig. In het hele plangebied bestaat de ondergrond uit kalkloze, fijnzandige strandafzettingen die enkel onderbroken wordt door een veenlaag. De bovenste laag betreft en ca. 0,2 m dik ophogingspakket (maaiveld op ca. 0,9 m +NAP). De ophoging blijkt ook uit de iets lagere ligging van het maaiveld van het onbebouwde noordelijk gelegen weiland (ca. 0,7 m +NAP). Onder de ophogingslaag bevindt zich een geroerde laag (waarschijnlijk de oude bouwvoor vermengd met de top van het stuifzand) bestaande uit matig siltig zand met regelmatig recent puin en sintels. De geroerde laag reikt in de boorprofielen tot een diepte van ca. 0,9 m -mv (ca. 0 m +NAP). Onder de geroerde laag is in alle gevallen sprake van een intact pakket siltarme, kalkloze stuifzand met in het oosten een dikte van ca. 0,35 m (basis 0,19 m -NAP) en in het westen van 1,2 m (basis 1,1 m NAP). Het bovenste gedeelte toont ijzer- en mangaanvlekken die naar beneden toe geleidelijk verdwijnen door de invloed van grondwater. De overgang naar de reductiezone zit gemiddeld op een diepte van 1,3 – 1,75 m -mv (ca. 0,5 – 0,8 m -NAP).
13
Figuur 3-2 Oost-west profiel van het plangebied De Wasserij. Onder het gereduceerde zand is een ca. 0,6 m dik veenpakket aangetroffen. In het westen ligt het veen het hoogst (top 0,54 m -NAP/1,35 m -mv; basis 0,54 m -NAP/ 1,9 m -mv). Centraal en in het westen ligt het veen iets lager (top rond 1,05 m -NAP/ 1,65-2,0 m -mv; ca. 1,6 m -NAP/ 2,3 – 2,55 m -mv). Het veen is mineraalarm met weinig op het oog herkenbare plantendelen. Het pakket is derhalve als amorf veen geregistreerd. In boring 7, 8 en 9 is de top van het veenpakket veraard. In de twee meest oostelijke boringen (9 en 10) bevindt zich onder het veenpakket een 5 cm dun laagje siltrijke klei. Het klei bevindt zich in beide boringen op een diepte van ca. 2,55 m -mv (ca. 1,6 m -NAP). Dit laagje is geïnterpreteerd als een enkele overstromingsafzetting in een kwelderlandschap. Onder het veen en/of de klei zijn duin- en strandafzettingen aangetroffen. De top ervan ligt in het westen het hoogst (top op 1,08 m -NAP/ 1,9 m -mv). Centraal en in het oosten ligt het duin- en strandzand ruim 0,5 m lager en is hier relatief vlak (top rond 1,65 m -NAP/ 2,3 – 2,6 m -mv). Het zand is siltarm, matig humeus en bevat enkele plantenresten. In het laagste deel kleurt het zand lichtgrijs en ontbreken sporen van bodemvorming. Dit duidt op een vochtig milieu al voorafgaand aan de veenontwikkeling.
Mogelijk kan hier gesproken worden van de strandvlakte. In het westen, waar het strandzand iets hoger ligt (boringen 5-7) is sprake van een donkere top van het zand. Mogelijk betreft dit wel een vegetatiehorizont en ligt dit deel van het plangebied op de flank van de strandwal. De profielopbouw sluit goed aan op de veronderstelde landschappelijke ontwikkelingen vanaf circa 2200 voor Chr. Na de westwaartse opschuiving van de kustlijn maakte het land achter de strandwal deel uit van een getijdenlandschap dat, ver van de actieve getijdenstromen, geleidelijk afgedekt raakte met kleiige kwelderafzettingen. In onderhavig plangebied, dat op de overgang van strandwalflank naar strandvlakte ligt, zijn deze kleiige kwelderafzettingen alleen in het oosten aanwezig. In het centrale en oostelijke deel bevindt zich de strandvlakte die waarschijnlijk te nat was voor bewoning. In het westen bevindt zich de flank van de strandwal. De hier vastgestelde vegetatiehorizont duidt erop dat dit deel in het laatneolithicum en bronstijd mogelijk betreedbaar was. In de omgeving zijn verschillende vindplaatsen bekend met een vergelijkbare diepteligging (ca. 1,0 m -NAP), onder meer de vindplaats Heiloo-Craenenbroeck, die wijzen op een uitgestrekt en intensief gebruik van het cultuurlandschap in deze perioden.6 Vanaf circa 2000 v. Chr.
was sprake van verzoeting en vernatting van het landschap hetgeen zorgde voor veenvorming. Een drogere periode leidde tot veraarding van het veen. Deze veraarding is mogelijk een aanwijzing dat de top van het veen toen betreedbaar was. Vanwege het ontbreken van een duidelijke cultuurlaag lijkt van bewoning ter plekke geen sprake te zijn. 6
De Koning 2016.
14
Het veen werd vervolgens in de midden-ijzertijd overstoven door een circa 1 m dik pakket duinzand. Mogelijk is dit in fases gebeurd en was na elke fase sprake van bodemvorming in de top van het dan afgezette duinzand. De bodemhorizonten vormden het loopvlak vanaf de midden- en late ijzertijd tot in de Nieuwe tijd. Bodemverstoringen samenhangend met het agrarisch gebruik hebben geleid tot een verstoring van ca 0,3 m van de top van dit zandpakket. Daardoor zijn mogelijke bodemhorizonten (bewoningsniveaus) in de duinafzettingen inmiddels geroerd geraakt. Het is niet uitgesloten dat diepere delen van grondsporen (bijv. kuilen en diepe paalgaten) in de onderliggende intacte duinafzettingen bewaard zijn gebleven. De aangepaste archeologische verwachtingen kunnen als volgt worden samengevat: Eigenschap
Verwachting
Strandwalflank
Hoog
Datering
Laat-neolithicum – bronstijd
Complextype
Nederzettingsresten / akkers / off site activiteiten
Omvang
Groter dan het plangebied
Diepteligging
Vanaf ca. 1,1 m -NAP en dieper
Gaafheid en conservering
Goed
Uiterlijke kenmerken
Grondsporen en alle soorten mobilia
Mogelijke verstoringen
Beperkt, mogelijk lokaal recente bodemverstoringen
Strandvlakte/kwelderklei
Laag
Datering
Laat-neolithicum – bronstijd
Complextype
Off site activiteiten
Omvang
Groter dan het plangebied
Diepteligging
Vanaf ca. 1,65 m -NAP en dieper
Gaafheid en conservering
Goed
Uiterlijke kenmerken
Vnl. mobilia
Mogelijke verstoringen
Beperkt, mogelijk lokaal recente bodemverstoringen Middel hoog
Top Hollandveen Datering
Bronstijd – ijzertijd
Complextype
Landgebruik / off site activiteiten
Omvang
Groter dan het plangebied
Diepteligging
Vanaf top veen ca. 0,55 m -NAP
Gaafheid en conservering
Goed
Locatie
Gehele plangebied
Uiterlijke kenmerken
Grondsporen en alle soorten mobilia
Mogelijke verstoringen Duinafzettingen op veen (Oude duinen)
Beperkt, mogelijk lokaal recente bodemverstoringen Middel hoog (westelijk deel) Laag (centraal en oostelijk deel)
Datering
IJzertijd – Nieuwe tijd
Complextype
Akkers, nederzetting, graven, wegen
Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering
Groter dan het plangebied Onder geroerde bovengrond tot top veen (vanaf ca. 0 m +NAP) matig
Locatie
Gehele plangebied
Uiterlijke kenmerken
Grondsporen en alle soorten mobilia
Mogelijke verstoringen
Tot ca. 0,5 m -mv door agrarische activiteiten. Lokaal diepere verstoringen door bebouwing
Tabel 3-1: Eigenschap
Verwachting
Strandwalflank
Hoog
Datering
Laat-neolithicum – bronstijd
Complextype
Nederzettingsresten / akkers / off site activiteiten
Omvang
Groter dan het plangebied 15
Diepteligging
Vanaf ca. 1,1 m -NAP en dieper
Gaafheid en conservering
Goed
Uiterlijke kenmerken
Grondsporen en alle soorten mobilia
Mogelijke verstoringen
Beperkt, mogelijk lokaal recente bodemverstoringen
Strandvlakte/kwelderklei
Laag
Datering
Laat-neolithicum – bronstijd
Complextype
Off site activiteiten
Omvang
Groter dan het plangebied
Diepteligging
Vanaf ca. 1,65 m -NAP en dieper
Gaafheid en conservering
Goed
Uiterlijke kenmerken
Vnl. mobilia
Mogelijke verstoringen
Beperkt, mogelijk lokaal recente bodemverstoringen Middel hoog
Top Hollandveen Datering
Bronstijd – ijzertijd
Complextype
Landgebruik / off site activiteiten
Omvang
Groter dan het plangebied
Diepteligging
Vanaf top veen ca. 0,55 m -NAP
Gaafheid en conservering
Goed
Locatie
Gehele plangebied
Uiterlijke kenmerken
Grondsporen en alle soorten mobilia
Mogelijke verstoringen Duinafzettingen op veen (Oude duinen)
Beperkt, mogelijk lokaal recente bodemverstoringen Middel hoog (westelijk deel) Laag (centraal en oostelijk deel)
Datering
IJzertijd – Nieuwe tijd
Complextype
Akkers, nederzetting, graven, wegen
Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering
Groter dan het plangebied Onder geroerde bovengrond tot top veen (vanaf ca. 0 m +NAP) matig
Locatie
Gehele plangebied
Uiterlijke kenmerken
Grondsporen en alle soorten mobilia
Tot ca. 0,5 m -mv door agrarische activiteiten. Lokaal diepere verstoringen door bebouwing Tabel 3-1 Aangepaste gespecificeerde archeologische verwachting per archeologisch niveau op basis van veldverkenning. Mogelijke verstoringen
16
Het booronderzoek heeft een eenduidig beeld geleverd van de lithostratigrafische opbouw van het plangebied. Deze stemt in grote lijnen overeen met de verwachtingen op basis van het bureauonderzoek. Er is een beter beeld verkregen van het verloop van de verschillende lithostratigrafische eenheden en de kenmerken daarvan en van de mate van bodemverstoring. De top van de in het westen gelegen strandwalafzettingen ligt rond 2 m -mv (1,1 m -NAP). De top van de strandwal is donker gekleurd wat mogelijk wijst op de aanwezigheid van een akkerpakket of cultuurlaag uit de bronstijd. Centraal en in het oosten ligt een met een dunne kleilaag bedekte strandvlakte (top 2,55 m -mv/ 1,65 m -NAP) die waarschijnlijk te nat was voor bewoning. Boven de strandwal en -vlakte heeft zich een 0,6 m dik veenpakket ontwikkeld met her en der sporen van een veraarde top (op 1,45 m -mv/ 0,55 m -NAP). Deze veraarding is mogelijk een aanwijzing dat de top van het veen toen betreedbaar was. Vanwege het ontbreken van een duidelijke cultuurlaag lijkt van bewoning ter plekke echter geen sprake te zijn. Het stuifzandpakket daarboven is tot een diepte van ca. 0,7 m (ca. 0 m + NAP) verstoord, vermoedelijk als gevolg van agrarisch gebruik en de bebouwing vanaf het midden van de 19e eeuw. In het resterende, nog intact deel van het stuifzandpakket zijn geen oude bodemhorizonten of loopoppervlakken herkend.
Deze zijn mogelijk opgenomen in de geroerde bovengrond. Het is evenwel niet uitgesloten dat in het westen van het plangebied (ter hoogte van de stolpboerderij) diepe delen van grondsporen (bijv. kuilen en diepe paalgaten) in de onderliggende intacte duinafzettingen bewaard zijn gebleven. In het centrale en oostelijke deel van het plangebied is de verstoring van het stuifzand vermoedelijk dieper vanwege de hier gelegen zwaarder gefundeerde wasserij. De kans dat hier nog aan het stuifzand gekoppelde grondsporen aanwezig zijn is klein. Het stuifzandpakket is afgedekt met een 0,2 m dikke, sub-recente ophogingslaag. De vooraf gestelde hoge archeologische verwachtingen voor de verschillende lithostratigrafische niveaus kunnen op basis van de veldbevindingen voor wat betreft de top van het veen en de afdekkende duinafzettingen naar middelhoog worden bijgesteld (Tabel 3.1). Het veenpakket toont mogelijk een potentieel archeologisch niveau in de veraarde top, maar geen duidelijke cultuurlaag (middelhoge verwachting). In het “afgetopte” stuifzandpakket daarboven ontbreken aanwijzingen voor oude bodemhorizonten of loopoppervlakken maar kunnen in het westen nog wel diepere delen van grondsporen verwacht worden (middelhoge verwachting). In het centrale en oostelijke deel is dat door de vermoedelijk grotere verstoringsdiepte waarschijnlijk niet het geval (lage verwachting).
Alleen de hoge verwachting van de onderliggende top van de strandwal blijft gehandhaafd (westelijk deel plangebied). Aan de vastgestelde strandvlakte kan een lage verwachtingswaarde worden toegekend.
De voorgenomen bodemingrepen bestaan uit het uitgraven van drie bouwkuipen (nieuwe stolp, vrije woning en rijwoningen) met een totaal oppervlakte van circa 593 m ² en een diepte van circa 1 m -mv ( tot ca. 0,1 m -NAP), en het mogelijk aanbrengen van heipalen. De bodemingrepen zijn daarmee bedreigend voor het hoogste archeologische niveau: het stuifzandpakket. Verder is de kans aanwezig dat ook het onderste, potentiële archeologische niveau (de strandwalflank met een hoge verwachting) zal worden aangetast met heipalen. Waarschijnlijk betreft dit een verstoring met een relatief beperkte omvang. Archeologische resten in het stuifzandpakket zijn met name te verwachten in het westelijke deel van het plangebied (middelhoge verwachting), in het centrale en oostelijke deel van het plangebied zijn deze resten waarschijnlijk niet meer aanwezig. Ook de strandwalflank is in het westen van het plangebied gesitueerd. Om die reden adviseren wij archeologisch vervolgonderzoek voor het westelijke deel van het plangebied waar de nieuwe stolp en vrijstaande woning zijn voorzien. Voor het centrale en oostelijke deel van het plangebied adviseren wij geen vervolgonderzoek. (Figuur 4-1). Een volgende stap in het proces van de Archeologische Monumentenzorg is voor het westelijke deel een proefsleuvenonderzoek zijn.
Doel hiervan is het opsporen en waarderen van archeologische resten in de strandwalflank (ca. 2 m -mv) en de hoger gelegen archeologische niveaus. Wij adviseren om de proefsleuf aan te liggen in het onbebouwde deel van het adviesgebied. Op deze plek is ruimte voor een proefsleuf van ca. 12 x 3 m (Figuur 4-1). De aanleg van de proefsleuf dient plaats te vinden op basis van een Programma van eisen, dat voorafgaand aan het onderzoek ter beoordeling aan het bevoegd gezag dient te worden voorgelegd.
17
De gemeente Heiloo neemt op basis van het advies een formeel besluit. Met betrekking tot deze aanbevelingen dient dan ook contact te worden opgenomen met het bevoegd gezag. Ondanks dat het verkennend booronderzoek met alle zorgvuldigheid is uitgevoerd, is niet uit te sluiten dat tijdens graafwerkzaamheden toch archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Indien er bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet melding gedaan te worden bij het bevoegd gezag.
Figuur 4-1 Advieskaart met voorgestelde ligging proefsleuf (zwart).
18
Honshorst, M.F. & J. van Leeuwen, 2023a. Archeologisch bureauonderzoek, Kennemerstraatweg 436 te Heiloo, gemeente Heiloo, Buro de Brug Rapporten B23-556. Koning, J. de, 2016: Heiloo Craenenbroeck. Kennemerstraatweg 225-229. Een nederzetting uit de overgang van Neolithicum naar Bronstijd, Hollandia reeks nr. 570, Zaandijk. Tuinman, N.C. & K.T. Salomons, 2019. Inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven Kanaalweg 32 in Heiloo, Hollandia reeks 774.
www.archis.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.topotijdreis.nl https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Paleogeografischekaarten www.ahn.arcgisonline.nl
Figuur 1-1 Ligging plangebied De Wasserij (bron: OpenTopo). Figuur 1-2 Situering plangebied (rode lijn, bron luchtfoto: PDOK 2022). Figuur 1-3 Een overzicht van de voorgenomen toekomstige inrichting (bron: Ory Projectontwikkeling bv). Figuur 2-1 Tijdstabel. Figuur 3-1 Boorpuntenkaart plangebied De Wasserij. Rode punten, verkennende boringen (E7cm/ G3cm). Figuur 3-2 Oost-west profiel van het plangebied De Wasserij. Figuur 4-1 Advieskaart met voorgestelde ligging proefsleuf (zwart).
Tabel 1-1 Administratieve gegevens. Tabel 2-1 Gespecificeerde archeologische verwachting per archeologisch niveau (bron: Honhorst & van Leeuwen 2023; Tabel p. 30). Tabel 3-1 Aangepaste gespecificeerde archeologische verwachting per archeologisch niveau op basis van veldverkenning.
19
20
Boring: 2366_5 Kop algemeen: Projectcode: 2366, Boornummer: 5, Beschrijver(s): EH/TB, Datum: 08-11-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 240 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 109135.87, Y-coördinaat in meters: 512652.523, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.837, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Holland, Gemeente: Heiloo Uitvoering: Opdrachtgever: Ory Projectontwikkeling, Uitvoerder: ARCHOL BV 0 / 0.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 55, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 55 / 0.29 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 80 / 0.04 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig
siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 100 / -0.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 145, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos 145 / -0.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 145, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Plantenresten: hout-spoor (<1%), Lithologie vrijveld: top verard 200 / -1.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 200, Ondergrens laag in cm: 240, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd Laag opmerking: Opmerking: valt uit guts Einde boring 240 / -1.56
Boring: 2366_6 Kop algemeen: Projectcode: 2366, Boornummer: 6, Beschrijver(s): EH/TB, Datum: 08-11-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 200 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 109136.255, Y-coördinaat in meters: 512667.653, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.85, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Holland, Gemeente: Heiloo Uitvoering: Opdrachtgever: Ory Projectontwikkeling, Uitvoerder: ARCHOL BV 0 / 0.85 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 20 / 0.65 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 60 / 0.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie:
Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Bodemkundige interpretatie: verstoord 75 / 0.10 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Ondergrens laag in cm: 150, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 150 / -0.65 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 150, Aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Ondergrens laag in cm: 180, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 180 / -0.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 180, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 200, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Lithologie vrijveld: geen zandige top Einde boring 200 / -1.15
3 bron: Hdp_2366_boringen.geojson - 10-11-2023 14:51:12
Boring: 2366_7 Kop algemeen: Projectcode: 2366, Boornummer: 7, Beschrijver(s): EH/TB, Datum: 08-11-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 230 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 109140.126, Y-coördinaat in meters: 512676.207, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.815, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Holland, Gemeente: Heiloo Uitvoering: Opdrachtgever: Ory Projectontwikkeling, Uitvoerder: ARCHOL BV 0 / 0.81 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 80 / 0.01 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Bodemkundige interpretatie: verstoord, Bodemkunde vrijveld: sintel 100 / -0.19 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 130, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort:
zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 130 / -0.49 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 130, Ondergrens laag in cm: 135, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd 135 / -0.54 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 135, Ondergrens laag in cm: 190, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Lithologie vrijveld: zandige top 190 / -1.08 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 190, Ondergrens laag in cm: 230, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: resten (onbepaald)spoor (<1%) Einde boring 230 / -1.49
4 bron: Hdp_2366_boringen.geojson - 10-11-2023 14:51:12
Boring: 2366_8 Kop algemeen: Projectcode: 2366, Boornummer: 8, Beschrijver(s): EH/TB, Datum: 08-11-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 250 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 109155.15, Y-coördinaat in meters: 512674.839, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.737, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Holland, Gemeente: Heiloo Uitvoering: Opdrachtgever: Ory Projectontwikkeling, Uitvoerder: ARCHOL BV 0 / 0.74 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 80 / -0.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 130, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 130 / -0.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 130, Ondergrens laag in cm: 165, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn 165 /
-0.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 165, Ondergrens laag in cm: 230, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Lithologie vrijveld: zandige top 230 / -1.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 230, Ondergrens laag in cm: 250, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: resten (onbepaald)spoor (<1%) Bodem: Oxidatie-reductie: volledig gereduceerd Einde boring 250 / -1.76
5 bron: Hdp_2366_boringen.geojson - 10-11-2023 14:51:12
Boring: 2366_9 Kop algemeen: Projectcode: 2366, Boornummer: 9, Beschrijver(s): EH/TB, Datum: 08-11-2023, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 300 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 109171.336, Y-coördinaat in meters: 512667.213, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 0.961, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Noord-Holland, Gemeente: Heiloo Uitvoering: Opdrachtgever: Ory Projectontwikkeling, Uitvoerder: ARCHOL BV 0 / 0.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 80 / 0.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig 100 / -0.04 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 175, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 175 / -0.79 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 175, Ondergrens laag in
cm: 200, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn 200 / -1.04 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 200, Ondergrens laag in cm: 255, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: veen, Bijmengsel: mineraalarm, Veensoort: veen (niet gedifferentieerd), Lithologie vrijveld: zandige top 255 / -1.59 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 255, Ondergrens laag in cm: 260, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk siltig 260 / -1.64 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 260, Ondergrens laag in cm: 300, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos Einde boring 300 / -2.04
6 bron: Hdp_2366_boringen.geojson - 10-11-2023 14:51:12