C10b. Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021_3 (2)
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Vastgesteld door het college van Bergen op:
23 maart 2021
Vastgesteld door het college van Uitgeest op:
23 maart 2021
Vastgesteld door het college van Castricum op: 23 maart 2021 Vastgesteld door het college van Heiloo op:
Versie:
2.0
Status:
Definitief
23 maart 2021
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................................................................. 2 MANAGEMENTSAMENVATTING ................................................................................................................................... 3 SYSTEMATIEK ........................................................................................................................................................................................... 3 CONCLUSIE, MONITORING EN VERANTWOORDING ............................................................................................................................. 3 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4
2.
ACHTERGROND .......................................................................................................................................................................... 4 DOEL VAN HET UITVOERINGSPROGRAMMA ........................................................................................................................... 4 ORGANISATORISCHE INBEDDING ............................................................................................................................................ 4 LEESWIJZER................................................................................................................................................................................ 5 RELEVANTE ONTWIKKELINGEN ..................................................................................................................... 6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 3.
DE OMGEVINGSWET ................................................................................................................................................................. 6 KWALITEITSBORGING IN DE BOUW ........................................................................................................................................ 7 THEMATISCH TOEZICHT PROVINCIE ...................................................................................................................................... 8 ONDERZOEKSOPDRACHTEN RIJKSOVERHEID........................................................................................................................ 9 COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE ......................................................................................................................................... 9 KLIMAATAKKOORD EN DELTAPLAN RUIMTELIJKE ADAPTATIE ..................................................................................... 11 VERSNELLING WONINGBOUW .............................................................................................................................................. 12 SYSTEMATIEK VAN PROGRAMMEREN .........................................................................................................13
3.1 3.2 3.3 3.4 4.
STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN ....................................................................................................................................... 13 DOEL VAN HET VERGUNNINGENBELEID.............................................................................................................................. 15 DOEL VAN HET TOEZICHT- EN HANDHAVINGSBELEID ...................................................................................................... 17 REGULIERE WERKZAAMHEDEN (WETTELIJKE TAKEN) .................................................................................................... 18 WERKVERDELING ................................................................................................................................................30
4.1 4.2 4.3 5.
SAMENWERKING..................................................................................................................................................................... 30 PRODUCTEN EN ACTIVITEITEN 2021 ................................................................................................................................. 31 BENODIGDE UREN .................................................................................................................................................................. 31 PLANNING, EVALUATIE EN VERANTWOORDING ....................................................................................32
5.1
GEVOLGEN VOOR DE AMBTELIJKE CAPACITEIT .................................................................................................................. 33
BIJLAGE 1
VERGUNNINGVERLENING ...................................................................................................................35
OVERZICHT PROJECTEN VOOR VERGUNNINGVERLENING 2021 .................................................................................................... 36 BIJLAGE 2
JURIDISCHE BEGELEIDING VERGUNNINGEN ...............................................................................37
BIJLAGE 3
TOEZICHT REALISATIEFASE .............................................................................................................38
OVERZICHT PROJECTEN VOOR TOEZICHT 2021 .............................................................................................................................. 39 BIJLAGE 4
TOEZICHT GEBRUIKSFASE .................................................................................................................41
BIJLAGE 5
GEBIEDSTOEZICHT ...............................................................................................................................42
BIJLAGE 6
JURIDISCHE BEGELEIDING TOEZICHT EN HANDHAVING .......................................................44
BIJLAGE 7
VERSNELLING WONINGBOUW ..........................................................................................................45
2 van 45
Managementsamenvatting Dit uitvoeringsprogramma vloeit voort uit het VTH-beleid 2019-2022. Het geeft -gebaseerd op ontwikkelingen en een omgevingsanalyse- weer ‘wat’ we wensen te bereiken en ‘hoe’ we werken om deze doelstellingen te realiseren. Binnen de kaders van het VTH-beleid zijn in dit programma uitvoeringsaccenten gelegd. Beide (het ‘wat’ en het ‘hoe’) geven ons de komende jaren een richting waarbinnen de taken in de fysieke leefomgeving uitgevoerd moeten worden. In dit uitvoeringsprogramma wordt de capaciteit geraamd voor de instrumenten die we in 2021 inzetten, zodat we met de beschikbare middelen zo optimaal mogelijk onze doelstellingen kunnen realiseren. Het gaat hierbij om de instrumenten die we inzetten voor onze vergunningverlening, toezicht en handhaving . De focus is gelegd op het werkveld van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), met name bouwen, ruimtelijke ordening, monumenten, sloop, asbest, brandveiligheid, milieu en de Algemene plaatselijke verordening (Apv). 1
De colleges van de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo stellen dit programma gezamenlijk op om slagvaardiger en efficiënter te kunnen werken. Systematiek
We programmeren in dit stuk op drie hoofdonderdelen: 1. De strategische doelstelling uit het VTH-beleid 2019-2022. 2. Doelstellingen voor Vergunningverlening. 3. Doelstellingen voor Toezicht- en Handhaving. Per onderdeel zijn doelstellingen geformuleerd waar we in dit stuk concrete acties aan hangen. Deze acties hebben allemaal dezelfde uitgangspunten: kwaliteit, transparant en efficiënt. Conclusie, monitoring en verantwoording
Voor de BUCH werkorganisatie is een tekort aan uren beschikbaar. Naast de beschikbare capaciteit wordt daarom gebruik gemaakt van externe inhuur om de werkzaamheden conform programma uit te voeren. In 2021 wordt echter nog meer inzet van de teams verwacht. Bijvoorbeeld in het programma Omgevingswet, welke uren niet allemaal gecompenseerd worden. Deze taken kunnen niet binnen de reguliere capaciteit (inclusief inhuur) uitgevoerd worden. De komende tijd gaan wij dan ook opzoek naar mogelijkheden buiten de reguliere capaciteit. Dit kan inhouden dat er binnen de niet wettelijke taken keuzes gemaakt moeten worden of op andere manieren naar dekking wordt gezocht. Vooralsnog moeten extra taken die op ons af komen, apart geprogrammeerd worden. De uitvoering leidt tot resultaten. In hoeverre deze resultaten bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen moet duidelijk worden door een cyclus van monitoring, evaluatie en verantwoording. De resultaten van de monitoring komen in het jaarverslag. Dit is een afzonderlijk document met dezelfde structuur en opzet als het VTH-beleid. Het jaarverslag voldoet aan de wettelijke plicht om een jaarverslag op te stellen en om de raad jaarlijks te informeren over de realisatie. Zowel de beleidsvisie als de uitvoeringsprogramma’s en de jaarverslagen worden vastgesteld door het college en ter informatie aan de raad gestuurd.
1
Naast dit Uitvoeringsprogramma zijn de uren voor Toezicht in Uitgeest geraamd in het Uitvoeringsprogramma van OD IJmond.
1.
Inleiding
1.1
Achtergrond
Mensen die (bouw)activiteiten uitvoeren zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor een juiste uitvoering. Mogelijke schade, hinder en overlast moeten echter wel worden voorkomen of hersteld. Dit is soms erg complex en daarom stelt de overheid regels, geeft ze vergunningen (V) af, houdt ze toezicht (T) en handhaaft (H) ze als dat nodig is. Dit zijn de VTH-taken. De wet VTH verplicht ons beleidsdoelen te stellen, jaarlijks vooruit te kijken en terug te kijken op vergunningen, toezicht en handhaving. Ook de Wet ruimtelijke ordening verplicht ons bekend te maken hoe uitvoering wordt gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van de regels. Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma VTH-beleid omgevingsrecht 2021 (uitvoeringsprogramma) van de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. Het uitvoeringsprogramma vloeit voort uit het VTH-beleid 2019-2022 dat op 9 juli 2019 door het college is vastgesteld. In dit uitvoeringsprogramma zijn de prioriteiten en doelstellingen voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (VTH) voor de komende jaren vastgesteld. Het VTH-beleid geeft weer ‘wat’ we wensen te bereiken en ‘hoe’ we werken in de keten om deze doelstellingen te realiseren. Bepaald is welke instrumenten we inzetten, welke strategieën we volgen, hoe we zorgen voor kwaliteitsborging en hoe we dit monitoren.
Binnen de kaders van het VTH-beleid zijn in voorliggend programma uitvoeringsaccenten gelegd. Beide aspecten (‘wat’ en ‘hoe’) geven ons de komende jaren de richting waarbinnen de taken in de fysieke leefomgeving uitgevoerd worden. 1.2
Doel van het uitvoeringsprogramma
In dit uitvoeringsprogramma wordt de capaciteit geraamd voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in 2021 . Zo kunnen we zo optimaal mogelijk onze doelstellingen uit het VTH-beleid realiseren. De focus is op het werkveld van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), met name bouwen, ruimtelijke ordening, monumenten, sloop, asbest, brandveiligheid, milieu en de Algemene plaatselijke verordening (Apv). 2
Met dit uitvoeringsprogramma wordt voldaan aan de bepalingen van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de kwaliteitscriteria 2.2 voor de basis taken van de omgevingsdienst en de in het VTH beleid genoemde kritieke massa. Daarnaast wordt met het uitvoeringsprogramma invulling gegeven aan de wettelijke verplichting van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Die houdt in dat burgemeester en wethouders jaarlijks hun voornemens bekend maken over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van de regels. Het uitvoeringsprogramma geeft blijk van transparantie voor inwoners en bedrijven, de gemeentelijke organisatie en samenwerkingspartners over hoe wordt omgegaan met de uitvoering van het VTH-beleid. 1.3
Organisatorische inbedding
In opdracht van het college worden de taken rond het omgevingsrecht vooral uitgevoerd door de teams Vergunningen (V) en Toezicht, Handhaving en Veiligheid (THV) van het domein Ruimtelijke Ontwikkeling van de BUCH werkorganisatie. Naast de BUCH werkorganisatie zijn taken belegd bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) (voor Bergen, Castricum en Heiloo), de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) (voor Uitgeest) en de Veiligheidsregio (VrNHN). Het uitvoeringsprogramma vormt de leidraad voor de uitvoering van de taken. Natuurlijk kan de uitvoering door omstandigheden wijzigen. Dit wordt meegenomen in de jaarrapportage over de resultaten van de uitvoering en kan leiden tot wijzigingen in het uitvoeringsprogramma voor het jaar daarop. Het jaarverslag gebruiken we tevens ter verantwoording van de verplichtingen in het kader van de Wet revitalisering generiek toezicht (interbestuurlijk toezicht).
2
Voor de gemeente Uitgeest betreft dit alleen Handhaving en Vergunningverlening, omdat Toezicht is onderbracht bij de OD IJmond en door hen geraamd wordt in een apart uitvoeringsprogramma.
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 benoemen we de ontwikkelingen die in 2021 impact hebben op de taakuitvoering. We beschrijven in hoofdstuk 3 de systematiek van programmeren en we ramen de ‘productie’ van onze VTH-activiteiten in 2021. In hoofdstuk 4 maken we een doorvertaling van de inzetraming naar de organisaties die de werkzaamheden uitvoeren. In de bijlage is een overzichtstabel opgenomen met de raming van de uren per doelstelling, de instrumenten die we in 2021 inzetten en de verwachte doelrealisatie. De werkprogramma’s van de omgevingsdiensten en de veiligheidsregio’s worden separaat vastgesteld.
5 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
2.
Relevante ontwikkelingen
Een aantal ontwikkelingen heeft grote invloed op ons werk in 2021. De ontwikkelingen met de grootste impact zijn: 2.1
De Omgevingswet
Het huidige omgevingsrecht is complex, versnipperd, onoverzichtelijk en doet weinig recht aan lokale verschillen. De spelregels passen niet meer bij de huidige praktijk en de toekomstige opgaven in de fysieke leefomgeving. Het is de bedoeling dat de Omgevingswet ervoor gaat zorgen dat het eenvoudiger, duidelijker, beter en sneller gaat. Inwoners en ondernemers krijgen meer ruimte voor hun eigen initiatieven, gemeenten krijgen meer mogelijkheden om lokale afwegingen te maken en alle betrokkenen, van inwoners tot raadsleden, beschikken over dezelfde informatie. Met de Omgevingswet komen alle onderwerpen uit de fysieke leefomgeving bij elkaar. Thema’s als gezondheid en veiligheid, maar ook geluid, natuur en water, maken integraal onderdeel uit van visies en beleid. Bij de Omgevingswet horen nieuwe instrumenten en verregaande digitalisering. De wet biedt een nieuw kader waarbinnen de ruimte ontstaat om lokale afwegingen te maken. Hoe we die ruimte in gaan vullen is dus een lokale keuze. Samenwerken, participatie en integraal werken zijn pijlers onder de wet en vragen om een andere manier van werken. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Het zwaartepunt in de gemeentelijke taakuitvoering wordt straks bepaald via de omgevingsplannen en de daar gekozen ambities.
Een verschuiving vindt plaats naar het leveren van maatwerk voor die gevallen, die onder de vergunningsplicht vallen. Met de Omgevingswet wordt de huidige omgevingsvergunning, activiteit bouwen, geknipt in twee activiteiten. Vergunningvrij bouwen blijft vrijwel gelijk ten opzichte van het huidige stelsel. We zullen wel moeten wennen aan het toepassen van de knip, waarbij er situaties zullen zijn waarbij de bouwtechnisch activiteit vergunningvrij en de omgevingsplanactiviteit vergunningplichtig is. Bijvoorbeeld een dakkapel aan de voorkant is straks voor de bouwactiviteit vergunningvrij en kan voor de omgevingsplanactiviteit vergunningplichtig zijn. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking.
Figuur 1: Vergunningvrij bouwen en omgevingsplan Bron: https://youtu.be/8WLUb6wDfvw
De gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo bereiden zich gezamenlijk voor op de komst van de Omgevingswet. Dit heeft begin 2019 geleid tot de vaststelling van het Ambitiedocument Omgevingswet door de vier gemeenteraden. Onderdeel van de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het opstellen van de omgevingsvisies en omgevingsplannen, het aansluiten op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) en het aanpassen van de processen, producten en diensten, zodat we in staat zijn om initiatieven te verkennen, meldingen en vergunningaanvragen te behandelen, toezicht te houden en te handhaven volgens de eisen van de Omgevingswet. Binnen de reguliere capaciteit van Toezicht en Handhaving is rekening gehouden met een inzet van 300 uur. De invoering van de Omgevingswet vergt echter meer inzet. Dit is binnen de BUCH apart
6 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
geprogrammeerd onder het Programma Omgevingswet. Vanuit het project Samenwerken in de keten wordt 200 uur gecompenseerd voor team Toezicht en Handhaving en vanuit het Programma Omgevingswet wordt 1875 uur gecompenseerd voor team Vergunningen. Dit dekt echter niet de volledige inzet van het team, maar die extra uren hebben we niet binnen de beschikbare capaciteit. Dit is een risico waarvoor op projectbasis een oplossing voor gevonden moet worden. 2.2
Kwaliteitsborging in de bouw
Tegelijkertijd met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) stapsgewijs in werking. In het nieuwe systeem is de aannemer behalve voor verborgen gebreken ook aansprakelijk voor zichtbare gebreken die bij een oplevering door de opdrachtgever opgemerkt hadden kunnen worden. Ook wordt kwaliteitsborging dan een zaak voor de marktpartijen zelf. Het nieuwe stelsel geldt eerst alleen voor bouwwerken in de laagste risicoklasse. Dit betekent dat de bouwwerken uit gevolgklasse 1 voortaan door een onafhankelijke kwaliteitsborger worden getoetst en dat daar door die borger ook toezicht op wordt gehouden. Hiertoe dient de bouwer een borgingsplan in te dienen bij de gemeente. In deze klasse vallen bijvoorbeeld grondgebonden woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. De gemeentelijke bouwvergunning (omgevingsvergunning) wijzigt voor deze klasse in een ‘papieren’ toets vooraf en een instemming bij in gebruik name. Uitzondering zijn de samenloop van gevolgklasse 1 met activiteit monument, brandveilig gebruik, milieu, omgevingsveiligheid en bij een gelijkwaardige oplossing voor constructie of brandveiligheid. In deze gevallen blijft de technische toets en het toezicht uitgevoerd worden door de gemeente.
Figuur 2: Kwaliteitsborging Bron: https://www.stichtingibk.nl/veelgestelde-vragen/wat-is-de-definitie-van-gevolgklasse-1/
Dit betekent dat de gemeente bij het afgeven van een vergunning bij eenvoudige nieuwbouw en seriematige verbouw niet meer inhoudelijk hoeft te kijken naar bouwtechnische aspecten en dat er geen controles meer worden uitgevoerd tijdens de bouw. Marktpartijen moeten er zelf zorg voor dragen dat aantoonbaar aan de wettelijke eisen wordt voldaan. Dit aan de hand van door die partijen zelf te ontwikkelen methodes voor kwaliteitsborging. De bouwtechnische werkzaamheden kunnen
7 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
hierdoor afnemen, evenals de hiervoor te innen leges. De financiële gevolgen hiervan worden inzichtelijk gemaakt door het programma Omgevingswet. Daarnaast moet de gemeente gaan controleren of de aannemer werkt met een goedgekeurde methode voor kwaliteitsborging. De invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen haakt voor de processen aan bij het BUCH programma Omgevingswet. Binnen de reguliere capaciteit van toezicht en handhaving is rekening gehouden met een inzet van 200 uur. De voorbereidingen op de invoering van de Wkb vergt echter meer inzet, ook van team Vergunningen. Dit moet apart geprogrammeerd worden omdat daar binnen de bestaande capaciteit geen ruimte voor is. 2.3
Thematisch toezicht Provincie
Sinds enkele jaren voert de provincie Noord-Holland, naast Interbestuurlijk toezicht (Ibt), ook thematisch toezicht uit om zicht te krijgen op de uitvoering. In 2018 onderzocht de provincie de volgende onderwerpen binnen het domein Omgevingsrecht: 1) Het gebruik van roestvast staal in zwembaden, zodat alle zwembaden in Noord-Holland zo snel mogelijk voldoen aan het Bouwbesluit. Dit project is binnen de BUCH adequaat opgepakt. Inzichtelijk is dat de zwembaden op het grondgebied van de BUCH gemeenten voldoen aan artikel 5:12a van de Regeling Bouwbesluit. Sinds 2019 vragen we periodiek de controlerapporten van alle openbare zwembaden binnen onze gemeentegrenzen op en vraagt de provincie ook regelmatig om een update van de stand van zaken. 2) Illegaal gebruik van recreatieparken: om een beeld te krijgen van de omvang van illegaal gebruik van recreatieparken en hoe gemeenten hiermee omgaan. Dit project is in de gemeente Bergen al sinds jaar en dag apart geprogrammeerd. De aanbevelingen uit het onderzoek zijn gericht op het beter in beeld brengen van de problematiek per recreatiepark, zodat hier een aanpak op gebaseerd wordt. De Provincie beveelt aan om hiervoor een beleidscyclus te introduceren die onderbouwd antwoord geeft op de vraag of een handhavingsaanpak doelmatig is en zo nee, wat er nodig is om dit doelmatiger te organiseren.
Daarnaast stelt het de gemeente in staat te beoordelen of met handhaving de voorliggende problemen überhaupt kunnen worden opgelost. Andere aanbevelingen zijn gericht op het vormen van toekomstgerichte visies per recreatiepark, structurele beleidsmatige afstemming met andere beleidsvelden én met andere overheden (o.a. regiogemeenten en provincie) en tenslotte het slim gebruik maken van alle goede voorbeelden die de laatste jaren op dit onderwerp zijn ontwikkeld. 3) Brandveiligheid in zorginstellingen: inzicht krijgen in de uitvoering door gemeente van hun eigen beleid, programma’s en protocollen bij het toezicht op zorginstellingen. Dit onderwerp kwam uit de risicoanalyse naar voren. Daarom wordt hier BUCH-breed op ingezet, in samenwerking met de Veiligheidsregio. Het doel is het tot stand brengen van doelmatig, frequent en adequaat toezicht. In dit uitvoeringsprogramma is uitgewerkt welke acties we hierin gaan ondernemen. Halverwege 2020 is hierover een eindrapport door de provincie opgeleverd, dat we in 2021 gaan implementeren. In 2019 en 2020 heeft de provincie het volgende onderwerp binnen het domein Omgevingsrecht onderzocht: 1) Vrijkomende (agrarische en andere) bedrijventerreinen. Wat gebeurt er met lege stallen, garages – strijdig met RO en Milieuregels – relatie met ondermijning (XTC-lab). De BUCH gemeenten hebben deelgenomen aan een enquête.
In 2021 worden hier vervolgacties van de Provincie op verwacht. Voor 2021 staan de volgende onderwerpen op het programma: 1) Constructieve veiligheid platte daken. Het gaat hier om de overmatige druk en kans op instorten door grote watermassa’s of het aanleggen van terrassen. 2) Evenementen en Omgevingsrecht. Evenementen zijn vaak geregeld via de Apv, maar raken sterk aan Milieu, RO- en veiligheidsnormen.
8 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
3) Water en gewasbeschermingsmiddelen. Gaat over het terugdringen van middelen in oppervlakte- en afvalwater – in samenwerking met waterschappen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe de provincie deze onderzoeken gaat doen. Het kan door het door middel van interviews steekproefsgewijs oppervlakkig te onderzoeken, maar het kan ook dieper met een enquête, klankbordgroep, stevige uitvraag van documenten en praktijktoetsen. In dit uitvoeringsprogramma is hiervoor 36 uur in het bouwtoezicht geraamd. Afhankelijk van de methode die de Provincie kiest, worden hier wellicht meer uren op ingezet – en ingehuurd. 2.4
Onderzoeksopdrachten Rijksoverheid
Regelmatig komt het voor dat de Rijksoverheid gemeenten vraagt nader onderzoek te doen naar aanleiding van incidenten. Eind 2017 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) naar aanleiding van het instorten van de parkeergarage bij Eindhoven Airport alle gemeenten verzocht om te inventariseren welke gebouwen, die zijn opgeleverd na 1999, zijn gemaakt met breedplaatvloeren. Dat heeft erin geresulteerd dat er in 2019, in samenspraak met onder andere Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland, definitieve rekenregels zijn opgesteld voor de beoordeling van bestaande gebouwen met breedplaatvloeren. Met de rekenregels kunnen de gebouwen die eerder op basis van het informatiedocument uit 2017 als risicovol (rood/oranje) waren beoordeeld, definitief worden beoordeeld. Gezien de grote opgave wordt in het rapport voorgesteld de verdere beoordeling van de gebouwen gefaseerd plaats te laten vinden en daarbij aan te sluiten op de gevolgklasse-indeling van gebouwen volgens de NEN 8700. Ook is een onderzoeksplicht voor gebouweigenaren uitgewerkt in de Regeling Bouwbesluit. Deze zal eerst betrekking hebben op gebouwen in de hoogste gevolgklasse (CC3) volgens NEN 8700. Dit zijn onder andere gebouwen hoger dan 70 meter en gebouwen met verminderd zelfredzame personen. Deze gebouwen zullen vóór 1 april 2021 moeten zijn beoordeeld.
Binnen BUCH hebben we het dan over 3 gebouwen die beoordeeld moeten worden. De betreffende eigenaren zijn daar reeds over geïnformeerd. De verwachting is dat in 2021 een volgende fase van de onderzoeksplicht zal worden uitgewerkt in de Regeling Bouwbesluit. Dit zal om een deel van de gebouwen in de gevolgklasse 2 gaan. Binnen BUCH zal dit om zo’n 50 tot 100 gebouwen gaan. Omdat de onderzoeksplicht waarschijnlijk pas in de tweede helft van 2021 zal worden uitgewerkt, schatten wij in dat daarmee in 2021, 100 uur gemoeid zal zijn. Daarnaast heeft de minister van Binnenlandse Zaken ons in 2020 gevraagd om, naar aanleiding van de brand in de Londense Grenfell Tower, de meest risicovolle gebouwen in onze gemeenten te inventariseren en er vervolgens op toe te zien dat eigenaren van deze gebouwen onderzoek uitvoeren naar de brandveiligheid van de gevels en indien nodig maatregelen treffen. Die inventarisatie is BUCH-breed uitgevoerd in 2020. Omdat het onderzoek zich beperkt tot de meest risicovolle gebouwen, hoeven alleen de gebouwen met hoog risico (categorie ‘oranje’ en ‘rood’) aanvullend onderzocht te worden. Uit de inventarisatie is echter gebleken dat die er binnen BUCH niet zijn. Op basis van ons onderzoek concluderen wij dat twee gebouwen in Castricum wel vallen binnen de risicocategorie “geel”.
Dit betekent dat er geen aanvullend onderzoek is vereist, maar dat wij in 2021 wel, in samenspraak met de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, bekijken of een vervolgstrategie noodzakelijk is. 2.5
Communicatie en Participatie
Handhaving is veelal gericht op de beïnvloeding van gedrag van inwoners of bedrijven zodat zij weten regelgeving naleven. Communicatie speelt daarbij een belangrijke rol. Een integrale aanpak van handhaving vereist een integrale aanpak van de communicatie. De rol van communicatie bij het overbrengen van handhavingsbeleid bij onze inwoners en ondernemers is belangrijk. Actieve communicatie kan een positief effect hebben op de veiligheidsgevoelens van inwoners: communicatie gaat over feiten én over beeldvorming. Zo wordt er bijvoorbeeld door middel van het organiseren van voorlichtingsavonden informatie verstrekt over nieuwe regels, bijvoorbeeld rond bestemmingsplannen. Dit draagt bij aan de bekendheid van regelgeving. Ook ligt hier een rol voor de gebiedsregisseurs. Bij casussen die politiek gevoelig liggen worden gebiedsregisseurs ingeschakeld. In sommige gevallen treedt de gebiedsregisseur bemiddelend op. Doelstelling Een actief communicatiebeleid draagt bij aan een positief beeld van de leefbaarheid en veiligheid in de gemeente. In deze paragraaf is een breed scala aan communicatiemogelijkheden geïnventariseerd. De communicatie-uitingen van de gemeente zijn gebaseerd op vier uitgangspunten:
9 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
nuchterheid, integrale aanpak, herhaling van de kernboodschap en communicatie over concreet zichtbare investeringen. De doelstellingen zijn gericht op het geven van betrouwbare informatie, het betrekken van inwoners en partners en het bevorderen van een positieve beeldvorming. Het communicatieplan handhaving heeft tot doel: bestuurlijke keuzen inzichtelijk maken voor inwoners en bedrijven; bevorderen directe naleving door inwoners en bedrijven door betere voorlichting. Met betrekking tot communicatie, kan onderscheid gemaakt worden in: 1. communicatie over het handhavingsbeleid/handhavingsactiviteiten; en 2. communicatie over handhavingsprojecten, recidivisten en nieuwe wetgeving e.d. 1. Communicatie over het handhavingsbeleid/ handhavingsactiviteiten: Hiertoe voeren we pro actief de volgende acties uit: het jaarlijkse uitvoeringsprogramma komt in overleg met belanghebbenden (intern en extern) tot stand. We halen informatie op bij collega’s zoals de gebiedsregisseurs en bij inwoners en ondernemers zoals wijkverenigingen en ondernemersverenigingen; het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt bekend gemaakt en ter inzage gelegd; interne betrokkenen ontvangen een exemplaar van het uitvoeringsprogramma; als daar aanleiding toe is, wordt op de gemeentepagina en de gemeentelijke website een artikel opgenomen over de activiteiten van het cluster handhaving.
Hierin wordt vermeld waar men mee bezig is en wat de resultaten en ontwikkelingen zijn. Daarnaast publiceren we maandelijks over onze activiteiten in de gemeentekrant, voeren we regelmatig enquêtes uit onder inwoners, zoals we ook voor de totstandkoming van onze omgevingsanalyse hebben gedaan en bevragen we onze inwoners op verschillende manieren over wat zij willen weten over vergunningverlening, toezicht en handhaving. 2. Communicatie over projecten, recidivisten en nieuwe wetgeving: Voor projecten, recidivisten en nieuwe wetgeving bepalen we per geval hoe de communicatie moet gaan lopen. We kijken daarbij naar het doel van de communicatie, de doelgroep (bijvoorbeeld horeca, omwonenden of bedrijf) en de tijdstippen van de communicatie (voor aanvang, tijdens en na afloop). Deze keuze hangt af van het doel van de communicatie. Ook kijken we naar de communicatiemiddelen: dit hangt af van de doelgroep en de over te brengen boodschap. Gedacht kan worden aan artikelen op de gemeentepagina (bijvoorbeeld publiceren sanctiebeschikking) en website, informatiebijeenkomsten, direct overleg (afhankelijk van de omvang van de doelgroep en het soort onderwerp), mailing, enz. Tot slot brengen we de financiële en personele gevolgen van het inzetten van communicatiemiddelen in beeld: er moet altijd een aanspreekpunt zijn per onderwerp.
Meestal is dit de (communicatie)voorlichter van de gemeente. Voor specifieke informatie is het echter beter om dit neer te leggen bij de desbetreffende medewerker. Met voorlichting wordt voorkomen dat overtredingen ontstaan uit een gebrek aan informatie en kennis. Inwoners en bedrijven worden geïnformeerd door de gemeenten over verandering van weten regelgeving, mogelijkheden voor aanvragen, et cetera. Voorlichting vindt plaats door: Informatieverstrekking over beleid en wetgeving op de gemeentelijke websites. Verwijzing naar websites van (landelijke) overheden met actuele informatie over wetgeving, bijvoorbeeld omgevingsloket online. Vooroverleg over vindbaarheid van indieningsvereisten, gemeente specifieke bepalingen, kansen van plannen en mogelijkheden voor indiening van aanvragen (in fasen, in delen of integraal). Bespreken van (toetsing)resultaten na indiening van een concept aanvraag (met uitzondering van bouwactiviteiten). Bij weigering of het buiten behandeling laten van een aanvraag, wordt de aanvrager vóór bekendmaking geïnformeerd over het besluit en de overwegingen. Informatieverstrekking tijdens controles.
10 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Omgevingstafel Momenteel wordt ook vooruitlopend op de Omgevingswet geëxperimenteerd met intake- en omgevingstafels. Doel is om kansrijke initiatieven mogelijk te maken door bij concept aanvragen met een impact op meerdere beleidsvelden vlot aan te geven of het kans van slagen heeft of een oplossingsrichting aan te reiken waar de klant verder mee kan. Het eindresultaat van een concept aanvraag betreft een ambtelijke inschatting van de haalbaarheid van een initiatief op bepaalde maatgevende onderwerpen, zoals ruimtelijke inpassing, welstand en monumenten. De aanvrager kan zijn initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken en loopt zodoende in het formele vergunningentraject niet meer tegen onverwachte obstakels aan.
Figuur 3: Omgevingstafel Bron: https://vng.nl/files/vng/factsheet_omgevingstafel_1.pdf
2.6
Klimaatakkoord en Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie
Op 28 mei 2019 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Klimaatwet. Hierin staat de doelstelling om 49 procent minder CO2 uit te stoten in 2030 ten opzichte van 1997, in 2050 moet dit 95 procent minder zijn. De uitvoering van de Klimaatwet is omschreven in het Klimaatakkoord. Voor de BUCHgemeenten zijn de meeste ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie opwekking, aardgasvrije wijken (bijvoorbeeld een warmtenet) en duurzame mobiliteit (Regionaal Mobiliteits Programma & doorfietsroutes) te verwachten. Daarnaast krijgen gemeenten een belangrijke rol in de uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (beperken van schade door droogte, hitte en wateroverlast). Deze opdrachten zorgen ervoor dat er komende decennia grote transities in de fysieke leefomgeving gaan plaatsvinden. Steden en landschappen zullen er door de transitie anders uit gaan zien. Een goede ruimtelijke aanpak van de transitie, inclusief het maken van (soms ingrijpende) ruimtelijke keuzes, is daarmee een noodzakelijke voorwaarde voor het behalen van de klimaatdoelstellingen. Veel afspraken uit het Klimaatakkoord en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie dienen te worden verankerd met behulp van het ruimtelijk instrumentarium. Gezamenlijk doel is dat uiterlijk in 2025 alle benodigde vergunningen voor de ruimtelijke inpassing zijn afgegeven met oog op de tijdige realisatie van de opgave.
11 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Figuur 4: RES en Omgevingswet Bron: https://vimeo.com/442988440
Het betekent dat nu met het voortraject moet worden gestart voor omgevingsvergunningen. Zodat bijvoorbeeld voor de Regionale energie strategie (RES) er uiterlijk in 2025 omgevingsvergunningen voor zonneweides en windmolens zijn afgegeven. In 2021 worden de uitvoeringskosten voor het ambitiedocument Klimaat verder in kaart gebracht. Er wordt gekeken wat dit voor VTH betekent in de periode 2022-2023. Als er projecten zijn waar VTH een substantiële bijdrage aan levert, dan worden deze budgetten meegenomen in de programmabegroting Klimaat. 2.7
Versnelling woningbouw
De gemeenten Bergen en Heiloo willen een versnelling in de woningbouw. Dit betreft voor Bergen Taskforce Wonen en “de grote 10” en voor Heiloo Zandzoom zie bijlage 7. Een aantal projecten valt in 2021. Deze staan in bijlage 1 en 3. Voor vergunningen is 58 uur capaciteit gereserveerd per project genoemd in bijlage 1. Dit is in de raming van de extra 3 fte meegenomen. Als voor een project meer capaciteit nodig is of niet genoemd is in bijlage 1 zal dit ook uit de projectgelden bekostigd moeten worden. Voor toezicht en handhaving zijn deze projecten geen onderdeel van de reguliere werkzaamheden en niet meegenomen in dit programma. Het toezicht zal bekostigd worden uit de projectgelden.
12 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
3.
Systematiek van programmeren
In het VTH-beleid hebben we per doelgroep (inwoners, bedrijven en recreanten en toeristen) strategische doelstellingen benoemd die we in de komende jaren willen realiseren met de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Deze worden uitgewerkt in paragraaf 3.1. Naast deze algemene strategische doelstellingen, hebben we ook specifiek voor vergunningverlening en voor toezicht en handhaving doelstellingen bepaald. Deze worden uitgewerkt in paragraaf 3.2 en 3.3 en komen voort uit de analyse van inzicht voor vergunningen en de omgevingsanalyse voor toezicht en handhaving. Bouwsteen voor die omgevingsanalyse was onder andere de enquête die we in 2017 onder onze inwoners hebben gehouden. De top 3 die daar uit voort kwam, is opgenomen in het gebiedstoezicht (bijlage 5). Daar wordt dus actief en structureel op ingezet. Jaarlijks wordt de voortgang van de realisatie van de doelstellingen in het uitvoeringsprogramma weergegeven en wordt aangegeven in hoeverre de inzet en/of werkwijze daar het komende jaar op af zal worden gestemd. 3.1
Strategische doelstellingen
In ons VTH-beleid hebben we per doelgroep (inwoners, bedrijven en recreanten en toeristen) doelstellingen benoemd die we in de komende jaren beogen te behalen. In 2021 betekent dat het volgende: Voor de doelgroep inwoners: 1. Het verbeteren van de communicatie over wet- en regelgeving, (on)mogelijkheden en
procedurele eisen. a
We vullen onze website met relevante en actuele informatie over vergunningverlening, toezicht en handhaving.
b
We publiceren maandelijks in de gemeentekrant over een (actueel) onderwerp.
2. Gebouwen waar mensen verblijven die niet zelfredzaam zijn, zijn ten aanzien van brandveiligheid
en constructieve veiligheid op orde. a
Alle zorginstellingen worden jaarlijks gecontroleerd en waar nodig aangeschreven om aan de regelgeving te voldoen.
3. Het voorkomen van asbestverspreiding bij saneringswerkzaamheden en het zorgdragen voor
een juiste afvoer van het asbestafval om daarmee asbestbesmetting te voorkomen. a
Deze taak wordt door de Omgevingsdienst uitgevoerd. Zoals ook uit hun planning en jaarverslag blijkt, houden zij adequaat toezicht op dit thema.
4. Adequaat en snel reageren op klachten en meldingen op het gebied van de Apv3. a
Een melder krijgt binnen twee werkdagen een reactie.
b
We voeren adequate controles uit en lossen de zaken zoveel mogelijk met de menselijke maat op. Indien nodig treden wij handhavend op. Dit wordt gemonitord middels een interne audit.
3
Dit zal niet leiden tot louter repressieve inzet in de handhavingssfeer, maar betekent ook, naar huidige praktijk, een inzet in de toezichthoudende sfeer. Met specifieke aandacht voor de uit de enquête naar voren gekomen “top drie van ergernissen”.
13 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Voor de doelgroep bedrijven op bedrijfsterreinen: 5.
Afname van het gebruik van panden op bedrijfsterreinen voor bewoning en detailhandel in strijd met het bestemmingsplan.
6.
a
We communiceren actief over dit onderwerp op onze website en in de gemeentekrant.
b
We reageren adequaat en snel op klachten en meldingen.
Verbeteren van het zicht op de milieurelevantie en brandveiligheid van panden gelegen op bedrijfsterreinen. a
We communiceren actief over dit onderwerp op onze website en in de gemeentekrant.
b
We reageren adequaat en snel op klachten en meldingen.
Voor de doelgroep ‘bedrijven in de kernen’: 7.
Vermindering van het aantal klachten over geluid en geur. a
8.
Deze taak wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst.
Een optimale balans tussen het stimuleren van ontwikkelingen in de centra en het beperken van overlast. a
Dit speerpunt wordt met name binnen de teams Plannen en Projecten en Beleid en Vastgoed opgepakt. We werken van buiten naar binnen en luisteren naar de wensen van de mensen en bedrijven. Hierbij worden waar mogelijk ook de gebiedsregisseurs ingezet.
Voor de doelgroep ‘bedrijven in het landelijk gebied’: 9.
Afname van het aantal overtredingen van bedrijven in het landelijk gebied op het gebied van gezondheidsaspecten, bodem- en natuurschade. a
Deze taak wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst.
Voor de doelgroep “recreatie en toerisme”: 10. Inzicht in de veiligheidsrisico’s bij bed en breakfasts. a
Hierover communiceren wij actief op onze website en in de gemeentekrant.
b
Alle bekende bed en breakfasts worden de komende jaren gecontroleerd en waar nodig aangeschreven om aan de regelgeving te voldoen.
11. Veilig verloop van grote evenementen c
Alle grote evenementen worden geëvalueerd.
14 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
3.2
Doel van het vergunningenbeleid
In het VTH beleid zijn de visie op VTH, de omgevingsanalyse en analyse van inzicht van vergunningen opgenomen. Hieruit zijn negentien doelstellingen voor vergunningverlening naar voren gekomen. In 2021 betekent dat het volgende: Thema
Doelstelling
Actie in 2021
Dienstverlening: de manier waarop en de snelheid waarmee de organisatie met belanghebbenden omgaat.
De besluiten en correspondentie Op alle uitgaande vergunningen en richting de inwoners zijn leesbaar weigeringen passen we het vier ogen en in begrijpelijke taal. principe toe. Waarbij we ook kijken naar leesbaarheid en begrijpelijk taalgebruik. Onze standaard correspondentie passen we aan op reacties van klanten. 98% van de reguliere aanvragen Wekelijks blijven monitoren door senior omgevingsvergunning zijn binnen medewerkers vergunningen middels de wettelijke beslistermijn rapportages. afgehandeld. Minimaal 80% van de reguliere Periodiek blijven monitoren door cluster aanvragen omgevingsvergunning infoverzoeken middels rapportages. voor kappen worden binnen 4 weken afgehandeld. 80% van alle informatieverzoeken Wabo is binnen 1 week beantwoord.
Uitvoeringskwaliteit: de mate waarin een product en/of dienstverlening voldoet aan de juridische doelen en bijdraagt aan de omgevingsdoelen.
Bij 100% van de vergunningen zijn de juiste toetsingskaders gebruikt.
Periodiek blijven monitoren door cluster infoverzoeken. Bij overschrijding van de termijn wordt gekeken welke klantvragen het betreft en het proces hierop aangepast. Eén keer per jaar wordt het kwaliteitshandboek vergunningen geactualiseerd.
80% van de bezwaar- en beroepsschriften m.b.t. vergunningverlening is ongegrond.
Controle middels jaarlijkse rapportage op minder dan 20% gegronde bezwaar- en beroepschriften. Belangrijkste opmerkingen worden binnen het hele team besproken.
100% van de Wabo medewerkers blijven voldoende geschoold en ervaren, zodat deze voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2.
In opleidingsplan 2021. Bij nieuwe medewerkers wordt gecheckt en blijft gemonitord of we blijven voldoen aan kwaliteitscriteria.
Voor de actualisatie van alle bestemmingsplannen is een BUCH breed beheersplan opgesteld.
Voor het opstellen van omgevingsplannen is een BUCH breed handboek en plan van aanpak opgesteld.
Het toetsingskader voor geringe ruimtelijke ontwikkelingen is helder door het vaststellen van een BUCH breed ontheffingenbeleid voor de zogenaamde kruimelgevallen.
Gedragsregels voor zogenaamde kruimelgevallen zijn vastgelegd voor Bergen en Castricum. Dit is eerder gedaan voor Heiloo (2020). Deze zijn intern centraal raadpleegbaar. De gedragsregels worden opgesteld binnen de keten van domein RO.
Het toetsingskader voor uitwegen is helder door het
In 2020 is uitwegenbeleid in concept opgesteld door het domein BOR samen met team vergunningen. In 2021 wordt dit
15 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Veiligheid: de objectieve en subjectieve (gezondheids)veiligheid in relatie tot de fysieke leefomgeving
Financiën: de inzet van middelen in relatie tot de hoeveelheid afgeleverde diensten/ producten.
vaststellen van een BUCH breed uitwegenbeleid.
beleid vastgesteld en ambtelijk geëvalueerd.
Het toetsingskader voor welstand is geactualiseerd als het ouder is dan 10 jaar of bestuurlijke prioriteit heeft.
De welstandnota is vanaf 2022 onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan. In 20202021 worden de welstandnota’s voor alle vier de gemeenten beleidsneutraal herschreven.
De ambtelijke toetsing sneltoetscriteria is BUCH breed ingevoerd voor snellere afhandeling van eenvoudige aanvragen.
Mocht de ‘kan’ bepaling geen onderdeel zijn van de herschreven welstandsnota dan wordt aanvullend een apart besluit voorbereid als budget beschikbaar komt om hiervoor capaciteit in te huren.
De erfgoedcommissie is BUCH breed geharmoniseerd voor de beoordeling van aanvragen met de activiteit monumenten/ beschermd dorpsgezicht voor een efficiëntere bedrijfsvoering.
In 2021 voorstel naar gemeentebesturen over de harmonisering erfgoedcommissie MOOI NH door het domein RO.
De Bouwverordeningen zijn in overeenstemming gebracht met de van rechtswege vervallen stedenbouwkundige bepalingen.
Projectgroep Omgevingsplannen met focus op verordening fysieke leefomgeving pakt dit op.
De Apv’s worden binnen deze beleidsperiode geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast.
In 2021 wordt de verordening fysieke leefomgeving vastgesteld. Die zal tot gevolg hebben dat de Apv aangepast moet worden. Opgenomen in werkproces.
100% van alle aandachtevenementen zijn geëvalueerd. 100% van alle aanvragen/meldingen brandveilig gebruik zijn schriftelijk geadviseerd door de veiligheidsregio of toetser met specialisatie brandveiligheid.
Proces brandveilig gebruik harmoniseren voor BCH door team vergunningen en toezicht samen met de veiligheidsregio als budget beschikbaar komt om hiervoor capaciteit in te huren.
Het toetsingskader voor veilig slopen en bouwen is helder door het vaststellen van een BUCH breed beleid voor toetsing van sloop- en bouwveiligheidsplannen. Legesverordeningen zijn voor het onderdeel vergunningen niet meer dan personeelsbudget .
Beleid voor toetsing van sloop- en bouwveiligheidsplannen vaststellen als budget beschikbaar komt om hiervoor capaciteit in te huren. Met de invoering van de Omgevingswet en de Wkb wordt de tarieventabel geherstructureerd. Dit is onderdeel van het project kostendekkendheid en het programma Omgevingswet. Het bestuur ontvangt hierover in 2021 een voorstel vanuit deze projecten.
16 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
3.3
Doel van het toezicht- en handhavingsbeleid
In het VTH beleid zijn de gemeentelijke visie en de organisatiedoelen aan de orde gekomen. De belangrijkste doelstelling is het bewerkstelligen van een beter naleefgedrag en daarmee het leveren van een bijdrage aan de achterliggende doelstellingen die met de wetten en de regels worden beoogd. Onderstaande doelstellingen geven hier specifieker invulling aan. Thema
Doelstelling
Actie 2021
Nieuwbouw
Ten minste 85% van de bouwwerken worden op de juiste plek gerealiseerd, voldoen aan de redelijke eisen van welstand, zijn veilig en conform de regels van het bestemmingsplan gebouwd.
Controles conform toezicht protocol uit het VTH beleid 2019-2023.
De cultuurhistorische waarden van de monumentale panden wordt behouden.
Extra aandacht voor cultuurhistorie en monumenten in de reguliere controles.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen bij aan een goed woon- en leefklimaat.
In 2021 nemen we als extra controlepunt in het bouwtoezicht de BENG berekeningen mee. Voor overheidsgebouwen is BENG al sinds 1 januari 2020 in werking; per 1 januari 2021 moeten alle bouwprojecten aan de BENG-eisen voldoen. Aanleiding voor de herziening van de huidige EPCbepalingsmethode is dat er in de oude versie diverse vernieuwende energieaspecten ontbraken. Controles conform toezicht protocol uit het VTH beleid 2019-2023. Asbest gerelateerde zaken worden door de Omgevingsdienst uitgevoerd. Zij rapporteren hierover in hun jaarverslag.
Veiligheid: de objectieve en subjectieve (gezondheids)veiligheid in relatie tot de VROMtaken
In niet meer dan 15 % van de controles op sloopwerkzaamheden wordt geconstateerd dat er regels met betrekking tot (brand)veiligheid, asbest en de veiligheid van de (directe) omgeving wordt overtreden. Jaarlijks worden gebouwen waar minder zelfredzamen verblijven gecontroleerd en gebreken worden zo veel mogelijk datzelfde jaar hersteld.
Controle van alle categorie 1 objecten en optimalisering van deze ‘locatie dossiers’.
100% van alle aandachtevenementen zijn geëvalueerd. Dienstverlening: de manier waarop en de snelheid waarmee de organisatie met belanghebbenden omgaat.
Controle op de evenementen vermeld op de jaarlijkse evenementenkalender, evaluatie van alle aandacht evenementen het bestuur wordt hierover in 2021 geïnformeerd. De besluiten en correspondentie In 2020 is alle standaard correspondentie richting de inwoners zijn leesbaar van toezicht en handhaving beoordeeld op en in begrijpelijke taal. leesbaarheid en begrijpelijke taal en daar waar nodig aangepast en verbeterd. In 2021 maken we hierin een volgende verbeterslag. We passen op alle uitgaande brieven het vier ogen principe toe, waarbij we naast de inhoudelijke toets, ook kijken naar leesbaarheid en begrijpelijk taalgebruik.
17 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Binnen 2 weken na het indienen van een handhavingsverzoek worden bevindingen en het verdere verloop van de afhandeling van het verzoek aan de indiener bekend gemaakt.
Opgenomen in werkproces.
In de beleidsperiode wordt 90% van de in bijlage 3 geplande controles uitgevoerd.
Jaarlijkse planning, monitoring en eventueel bijsturing middels big 8 cyclus.
De gemeentelijke handhaving voldoet aan alle kwaliteitseisen voor de handhaving uit de omgevingsregeling.
In terne controle en eventuele bijsturing.
Onderdeel van de VTH beleidscyclus zijn de werkprocessen. Deze zijn opgenomen in het VTH kwaliteitshandboek. Het handboek helpt de kwaliteit te verhogen, doordat alle meest voorkomende kaders en de gemaakte afspraken centraal zijn terug te vinden. 3.4
Reguliere werkzaamheden (wettelijke taken)
Voor de reguliere werkzaamheden is in de bijlages zoveel mogelijk benoemd welke hoeveelheid er in 2021 verwacht wordt. Dit zijn werkzaamheden die we vanuit onze wettelijke bevoegdheid inzetten voor alle doelgroepen en die niet specifiek aan één doelstelling verbonden zijn. Het aantal producten van reguliere werkzaamheden is voorzien van een kengetal: dit is een gemiddeld aantal uren dat benodigd is om één product te realiseren. Door dit te vermenigvuldigen met de kentallen, ontstaat een totaalbeeld van de verwachte benodigde uren. Voor een aantal producten kunnen we geen aantallen en kentallen inschatten: hiervoor is volstaan met een totale urenraming. In het VTH beleid is de visie over vergunningen geformuleerd. De visie is richtinggevend en dient als toetsingskader bij de prioritering van vergunningen. Deze visie is in een aantal concrete uitgangspunten uitgewerkt. Dit zijn de uitgangspunten op hoofdlijnen: 1. Kwalitatief goede uitvoering en vakkundige en betrokken medewerkers 2. Vergunningverlening is risicogericht 3. Verantwoordelijkheid initiatiefnemer 4. Redeneren vanuit oplossingen en integrale aanpak 5. Rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor inwoners en ondernemers 3.4.1
Vergunningverlening en beschikkingen
Om een goede aansluiting te maken bij het VTH-beleid is er een splitsing aangebracht in Apv en Wabo vergunningen en bij Wabo vergunningen nog een nadere splitsing in de soorten zoals: bouwen, afwijking bestemmingsplannen, sloop, kap, uitweg, monumenten, brandveiligheid en overige activiteiten. Per soort vergunning staan de doelstellingen, tot welke aanpassingen de doelstellingen leiden met betrekking tot de inzet en of we er eventueel in het volgende jaar op terug moeten komen. Cijfermatig heeft het aantal ingekomen aanvragen omgevingsvergunning er in 2020 als volgt uitgezien. Voor de Wabo is dit inclusief de concept aanvragen en meldingen sloop en brandveilig gebruik. Uitgezonderd de meldingen voor Uitgeest. Deze worden behandeld door ODIJ:
Figuur 5: Aanvragen 2020
18 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Algemeen Een helder kader zorgt voor uniforme toetsing en vlottere dienstverlening. Daarom is in deze beleidsperiode gekozen om bij de meest aangevraagde activiteiten het kader te verhelderen. In het VTH beleid zijn voor omgevingsvergunningen in het algemeen de volgende doelen gesteld: 1. De besluiten en correspondentie richting de burgers is leesbaar en in begrijpelijke taal. 2. Bij 100% van de vergunningen zijn de juiste toetsingskaders gebruikt. 3. 80% van de bezwaar- en beroepsschriften m.b.t. vergunningverlening is ongegrond. Regelmatig worden de standaard documenten en brieven besproken en verbeterd. Verder wordt het vierogen principe gehanteerd voordat een vergunning of weigering wordt verzonden. Onderdeel van de VTH beleidscyclus zijn de werkprotocollen. Deze staan in het kwaliteitshandboek. Het kwaliteitshandboek omgevingsvergunningen helpt de kwaliteit te verhogen, doordat alle meest voorkomende kaders en de gemaakte afspraken centraal zijn terug te vinden. In 2021 wordt het handboek geactualiseerd en geborgd. Een goede kwaliteit van de primaire besluitvorming betekent dat er minder aanleiding zal zijn tot het herzien van besluiten in de bezwaar- of beroepsfase. Een opleidingsplan wordt jaarlijks opgesteld om zo de kennis en competenties in het voorkomen van en de omgang met bezwaren verder te ontwikkelen en/of actueel te houden.
De leesbaarheid van beschikkingen blijft de aandacht krijgen door het voor verzending te laten lezen door een collega. Deze acties zullen er aan bijdragen dat minder dan 20% van de bezwaar- en beroepsschriften (gedeeltelijk) gegrond worden verklaard. Verder is in 2020 BIBOB beleid vastgesteld. Behalve Apv-Dhw gaat ook bij omgevingsvergunningen getoetst worden op ondermijning. Als de uitvoeringsregels bekend zijn kunnen we de impact bepalen op de capaciteit. Apv en bijzondere wetten In de Algemene plaatselijke verordening zijn veel verschillende onderwerpen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid in de openbare ruimte te vinden. Voor sommige onderwerpen geldt een meldingsplicht, voor andere onderwerpen een vergunnings- of ontheffingsstelsel. In 2020 is een groot aantal evenementen niet doorgegaan door Covid-19. Een aantal organisatoren heeft besloten om het evenement niet door te laten gaan. Het afwikkelen van aanvragen voor evenementenvergunningen in Coronatijd vergt aanzienlijk meer voorbereiding dan normaal. Omdat de verloop van het virus niet bekend is, kan niet worden aangegeven of het aantal aanvragen voor 2021 gelijk is aan bijvoorbeeld 2019. Vanwege inkomstenderving door Covid-19 is aan horecaondernemers – inclusief strandpaviljoenhouders – de mogelijkheid geboden om een tijdelijke uitbreiding van het terras aan te vragen.
Er zijn hiervoor gedoogbeschikkingen afgegeven tot 20 oktober 2020. Indien de coronacrisis ook in 2021 voortduurt, overwegen wij hiervoor opnieuw gedoogbeschikkingen hiervoor af te geven. Er zijn geen bijzonderheden voor aanvragen en trends op het gebied van de Wet op de Kansspelen. In het VTH beleid is voor Apv vergunningen als specifieke doel gesteld dat 100% van alle aandachtevenementen zijn geëvalueerd. Wabo In deze paragraaf zijn de activiteiten en producten ondergebracht die een meer individueel karakter hebben. Deze vergunningen en andere beschikkingen zijn gericht op individuele inwoners en bedrijven. Met het product vergunningverlening (omgevingsvergunningen) onderdeel bouwen/ gebruiken in strijd met ruimtelijke regels zijn het meeste aantal uren gemoeid.
19 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
Figuur 6: Wabo zaken periode 2017-2020 Het totaal aantal aanvragen omgevingsvergunningen blijft toenemen. Het lijkt erop dat het effect van de corona crisis is dat het aantal aanvragen voor kleine bouwwerken toeneemt. In Castricum neemt het aantal aanvragen voor afwijkingen van het bestemmingsplan toe. In Bergen wordt nog steeds veel maatwerk toegepast, omdat de huidige bestemmingsplannen niet alle gewenste ontwikkelingen mogelijk maken en zijn vaak ook in pdf formaat wat meer tijd kost bij informatieverzoeken en toetsing. In Uitgeest wordt samengewerkt met de ODIJ voor de technische toets en heeft sinds 2016 kruimelbeleid. De grote projecten en plannen hebben een te groot beslag op de capaciteit. Naast een stijging in de vergunningaanvragen zien we vergelijkbare stijging in het aantal informatieverzoeken en (concept) aanvragen. Binnen domein RO wordt gewerkt aan een planning en prioritering om te monitoren hoeveel (grote) aanvragen worden ingediend. Met het oog op de komende Omgevingswet is een bepaalde mate van flexibiliteit noodzakelijk. Pas vanaf 2022 wordt stapje voor stapje duidelijk welke gevolgen deze wet heeft voor de capaciteit. Dit hangt samen met de keuzes die gemaakt worden bij het opstellen van het Omgevingsplan. Het opstellen van het gebied dekkende omgevingsplan, dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet, gaat meerdere jaren duren.
In het VTH beleid zijn voor omgevingsvergunningen in het algemeen de volgende doelen gesteld: 1. 98% van de reguliere aanvragen omgevingsvergunning zijn binnen de wettelijke beslistermijn afgehandeld. 2. 100% van de Wabo medewerkers blijven voldoende geschoold en ervaren, zodat deze voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2 In 2019 is het proces van reguliere vergunningen zo ingericht dat binnen de wettelijke beslistermijn de reguliere aanvragen zijn afgehandeld. In 2014 heeft de zelfevaluatie van de kwaliteitscriteria op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving plaatsgevonden. Hieruit bleek dat op een aantal deskundigheidsgebieden te kort aan kennis of massa was. Door de ambtelijke fusie van 2017 was dit op peil. In 2017 is de Kwaliteitsverordening Wet VTH door de gemeenteraden vastgesteld. In 2020 zijn weer een aantal collega’s gestart aan een opleiding of verdiepingscursus. In het VTH beleid is hierover opgenomen dat we in 2020-2021 de per 1 juli 2019 geldende kwaliteitscriteria 2.2 voor ervaring en kennis gaan evalueren en monitoren. Toelichting per categorie Bouwen In het VTH beleid zijn voor bouwen de volgende doelen gesteld: 1. De ambtelijke toetsing sneltoetscriteria is BUCH breed ingevoerd voor snellere afhandeling van eenvoudige aanvragen. 2.
Het toetsingskader voor de welstand is geactualiseerd als het ouder is dan 10 jaar of bestuurlijke prioriteit heeft. 3. Het toetsingskader voor veilig slopen en bouwen is helder door het vaststellen van een BUCH breed beleid voor toetsing van sloop- en bouw veiligheidsplannen. Door de ambtelijke welstandstoetsing is tijdwinst in de procedure te boeken, omdat de zitting van de commissie niet hoeft te worden afgewacht. Iedere gemeente heeft zijn eigen welstandsnota en
20 van 45
Uitvoeringsprogramma VTH-beleid 2021 gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo
regelement van orde (RvO). In 2021 wordt de welstandnota beleidsneutraal geactualiseerd om goed aan te sluiten bij het tijdelijke omgevingsplan. Het RvO vervalt van rechtswege met inwerkingtreding van de Omgevingswet. Vanaf dan is er een adviescommissie Omgevingskwaliteit ingesteld. Dit maakt ook deel uit van het programma Omgevingswet. Om goed uitvoering te geven aan de in het beleid opgenomen vergunningenstrategie is bij Bouwkosten Instituut Nederland (NBI) een abonnement genomen op een berekeningsprogramma met e-book. Ook worden in Squit de checklists bouwbesluit en het advies van de adviescommissie wonen opgenomen. Er vindt geen 100% bouwbesluittoetsing plaats. Als voldoende aannemelijk is gemaakt dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften, is dat geen weigeringsgrond. Bij complexe bouwwerken wordt meer en diepgaander getoetst dan bij eenvoudige bouwwerken. Als de Wet kwaliteit voor bouwen (Wkb) in 2022 van kracht is, zal de bouwtechnisch toetsing afnemen. In de eerste fase toetst de kwaliteitsborger de eenvoudige bouwwerken (gevolgklasse 1). Dit betekent een beperkte afname van het werk, omdat deze bouwplannen op dit moment oppervlakkig worden getoetst volgens de toetsmatrix bouwbesluit. Handelen in strijd met ruimtelijke regels In het VTH beleid zijn voor strijdig gebruik de volgende doelen gesteld: 1.