C07l. Toelichting Kennemerstraatweg 436 Heiloo_compressed
Tekst van het document
In het kader van het streven van agrarische bedrijven te komen tot een eigen ruwvoedervoorziening op bedrijfsniveau en het opbouwen en instandhouden van een gunstige mineralenbalans kan medewerking worden verleend aan het tijdelijk scheuren van een gedeelte van de bij het bedrijf behorende graslanden ten behoeve van het (al dan niet gedeeltelijk) voorzien in de behoefte aan de voor het bedrijf benodigde ruwvoeders. Het tijdelijk scheuren van grasland anders dan voor normaal onderhoud is aanlegvergunningplichtig (artikel III.3 lid D). Het is verboden de gronden blijvend om te zetten van grasland naar bouwland. Het scheuren van graslanden voor de gronden gelegen binnen zone van 50 m uit de grenzen van de bestemming 'Natuurgebied Nr' en 'Natuurgebied b' is verboden. Een aanlegvergunning is slechts toelaatbaar indien de landschappelijke en natuurwaarden van de gronden niet in onevenredige mate worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het behoud, de versterking en/of het herstel van die waarden niet in onevenredige mate worden verkleind en indien een afweging van de in het geding zijnde belangen, waaronder begrepen het agrarisch belang, tot uitkomst heeft dat een aanlegvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd.
Het tijdelijk scheuren ten behoeve van een bedrijfsgebonden ruwvoedervoorziening is uitsluitend toelaatbaar indien voor het bedrijf geen andere mogelijkheden (buiten de Aln-bestemming) voorhanden zijn en per bedrijf niet meer dan 10% van de in de bestemming, tot een maximum van 2 ha per bedrijf wordt geploegd ten behoeve van dit doel.
35
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Figuur 13. Bestemmingsplan: Landelijk Gebied Heiloo 1997, plangebied aangeduid met rode cirkel (bron ruimtelijkeplannen.nl).
Agrarisch grondgebruik Het agrarisch grondgebruik volgens de basisregistratie gewaspercelen 2023 van de gronden van dit bedrijf is: 'grasland, blijvend', gewascode 265 (zie figuur 14).
Figuur 14. Grondgebruik basisregistratie gewaspercelen 2023 (bron PDOK.nl)
Ten zuidoosten van de aan het plangebied grenzende gronden liggen meer gronden met agrarische bestemming. Deze zijn niet meegenomen in de beoordeling, aangezien de afstand van deze percelen tot de gevoelige locatie (veel) groter is dan 50 meter. Bovendien geldt voor die percelen dezelfde waardering: 'grasland, blijvend'.
36
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Ligging in Natuurnetwerk Nederland De aan het plangebied grenzende agrarische gronden zijn gelegen in het NNN-gebied Ter Coulster, Nijenburg & Heilooër Bos zoals opgenomen door de Provincie Noord-Holland in de Omgevingsverordening NH2020. Het gebied Ter Coulster, Nijenburg & Heilooër Bos bestaat uit bos, open graslanden en de landgoederen Nijenburg en Ter Coulster. De volgende ecologische kernkwaliteiten worden onderscheiden, die de basis vormen voor het behoud van biodiversiteit die (inter)nationaal en/of regionaal van belang is: Besloten bos- en parklandschap Open waterrijk landschap met extensieve graslanden voor weidevogels Als groene buffer tussen Alkmaar en Heiloo zijn de gebieden ook als recreatief uitloopgebied van belang. Het Heilooër Bos en de landgoederen worden vooral gebruikt voor extensieve recreatie zoals wandelen en fietsen. De graslanden zijn deels in extensief agrarisch beheer en deels regulier agrarisch beheer. De graslanden worden deels beheerd als Vochtig hooiland en Kruiden- en faunarijk grasland. Een deel aangrenzend aan Heiloo wordt nog regulier agrarisch beheerd. De aan het plangebied grenzende gronden vallen hier ook onder. De potentie ligt hier vooral in de uitbreiding van het areaal extensieve beheerde vochtige hooilanden ten behoeve van weidevogels en botanische waarden.
Figuur 15. Ter Coulster, Nijenburg & Heilooër Bos (bron: Omgevingsverordening NH2020)
Toepassing gewasbeschermingsmiddelen. Uit contact met de veehouderij blijkt dat er geen tot zeer gebruikt gemaakt wordt van gewasbeschermingsmiddelen. De veehouder houdt er sinds 2004 een natuurgerichte bedrijfsvoering op na, zoals ook blijkt op hun website (https://www.boerderijtercoulster.nl/onze-boerderij-in-de-media). Bedrijfsgebonden ruwvoederteelt Daarnaast voorziet het melkveebedrijf in de behoefte aan ruwvoeders op gronden die elders zijn gelegen dan het plangebied. Mede doordat de afstand van 50 m die aangehouden moet worden tot de natuurgebied bestemmingen er voorzorgt dat het voorzien in ruwvoederteelt op de grond grenzend aan het plangebied onpraktisch is, worden deze gronden niet gescheurd.
37
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Overwegingen De bestemming van de agrarische gronden is nauwkeurig omschreven: het behoud van graasdierbedrijven met behoud van de gebiedseigen natuur en landschapswaarden. Voor het tijdelijk scheuren van grasland ten behoeve van bedrijfsgebonden ruwvoedervoorziening geldt een vergunningplicht. Hoewel gebruik voor teelt voor ruwvoer ten behoeve van veeteelt onder strikte voorwaarden planologisch is toegestaan is het niet aannemelijk dat de gronden hiervoor gebruikt gaan worden gezien de afstand van 50 m die aangehouden moet worden tot de natuurgebied bestemmingen en gezien het feit dat de ruwvoederteelt van de veehouder elders plaatsvindt. Bovendien blijkt uit de gegevens van de basisregistratie gewaspercelen dat hier sprake is van blijvend grasland. Toekomstige situatie Aangezien de bestemming van de grond nauwkeurig is omschreven: gebruik als grasland uitsluitend toegestaan ten behoeve van veeteeltbedrijven, is er geen risico op de vestiging van een akkerbouwbedrijf (fruit- of bloembollenteelt) waar wel gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Op grond van het bestemmingsplan is het in het kader van het veeteelt bedrijf wel mogelijk om onder voorwaarden de gronden tijdelijk te scheuren tbv teelt ruwvoedergewassen en is er in beginsel een risico op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Het scheuren van grasland tbv ruwvoederteelt is weliswaar op basis van het bestemmingsplan mogelijk maar dat is niet waarschijnlijk is dat dit gaat gebeuren gezien de gestelde voorwaarden die hiervoor gelden en dus de conclusie getrokken kan worden dat het niet aannemelijk is dat er sprake is van een vorm van agrarisch gebruik waarbij gewasbeschermingsmiddelen zullen worden gebruikt. Er zal geen sprake zijn van een ingrijpende omschakeling in de bedrijfsactiviteiten. Mede gezien de huidige ontwikkelingen rond boerenbedrijven in Nederland kunnen we uitgaan van twee scenario's: 1. het huidige bedrijf wordt voortgezet, waarbij de bedrijfsvoering wordt geëxtensiveerd 2. Het bedrijf wordt aangekocht door de overheid (bijvoorbeeld Natuurmonumenten) voor natuurontwikkeling, om het gebied Ter Coulster, Nijenburg & Heilooër Bos meer aaneengesloten en robuuster te maken. In beide gevallen zal er geen sprake zijn van een agrarisch bedrijf waar gebruik gemaakt wordt van gewasbeschermingsmiddelen.
Conclusie Gelet op het bovenstaande kan de conclusie worden getrokken dat de gronden uitsluitend mogen worden gebruikt als grasland ten behoeve van een veehouderij en kan op grond van de uitspraak ECLI:NL:RVS:2017:3524 (r.o. 36.1 en 36.2) afgeleid worden dat er geen rekening gehouden hoeft te worden met een vorm van agrarisch gebruik waarbij spuitzones dienen te worden aangehouden. De aanwezigheid van de agrarische gronden vormen daarmee geen belemmering voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied en staan daarmee de ruimtelijke ontwikkeling niet in de weg.
4.7
Geluidhinder
De Wet geluidhinder (Wgh) beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. De 'geluidbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan een in de wet bepaalde norm. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder gaat in op zowel wegverkeerslawaai, spoorweglawaai als industrielawaai. Voor dit plan is alleen wegverkeerslawaai relevant. Derhalve wordt uitsluitend hierop ingegaan. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wgh noodzakelijk wanneer een geluidgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidzone. Bij wegverkeerslawaai geldt een uitzondering voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en/of wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. Wel dient er sprake te zijn van een 'goede ruimtelijke
38
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
ordening' om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Onderzoek Op 30-08-2023 is door Geluidszaken een akoestisch onderzoek opgesteld, die als Bijlage 9 bij deze bestemmingsplantoelichting is gevoegd. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat alle woningen in het planvoornemen binnen de wettelijke zones liggen van de Kennemerstraatweg en de Kanaalweg/Stationsweg welke samen een doorgaande verbinding vormen. De woningen liggen niet binnen de zone van een spoorlijn of industrieterrein waarmee deze aspecten buiten beschouwing blijven. Uit de rekenresultaten met het opgestelde rekenmodel blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Kennemerstraatweg op de twee-onder-een-kap woningen, de vrijstaande woning en de hoekwoning hoger is dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB (61 dB) maar niet hoger dan de maximale hogere waarde van 63 dB. Voorgesteld wordt om, waar van toepassing, hogere waarden vast te stellen waarbij wordt overwogen dat bron- en overdrachtsmaatregelen in redelijkheid niet mogelijk zijn, er geen sprake is van cumulatie van geluid en elke woning tenminste één geluidluwe gevel heeft.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluidhinder geen belemmering vormt voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling mits er hogere waarden vastgesteld worden voor geluidshinder van de Kennemerstraatweg voor de twee-onder-een-kap woningen, de vrijstaande woning en de hoekwoning
4.8
Luchtkwaliteit
Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten, in geval van één ontsluitingsweg, met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De voorgenomen ontwikkeling blijft met acht woningen ruimschoots onder bovengenoemde grens en is dan ook te beschouwen als nibm-project. Wijzigingen in de luchtkwaliteit als gevolg van het planvoornemen zullen dan ook niet optreden. Het planvoornemen draagt NIBM bij aan de luchtverontreiniging. Het aspect luchtkwaliteit zit de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect luchtkwaliteit betreft uitvoerbaar worden geacht.
4.9
Water
Op grond van de Bro (artikel 3.1.6) moet aandacht worden besteed aan de waterhuishouding een waterparagraaf worden opgenomen in de toelichting van ruimtelijke plannen. Hierin wordt beschreven op welke manier rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op zowel het grondwater als het oppervlaktewater. Het is een schriftelijke weergave van de zogenoemde watertoets. De watertoets heeft als doel om waterhuishoudkundige doelstellingen te betrekken bij relevante besluiten en ruimtelijke plannen. Voorliggend plangebied valt binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Onderzoek Op 7 juni 2023 is middels de digitale watertoets advies opgevraagd bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het advies is als bijlage bij de toelichting te raadplegen Bijlage 10. Uit het advies blijkt dat de korte procedure van toepassing is op het planvoornemen. Dit betekent dat het plan een beperkte invloed
39
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
heeft op het watersysteem en/of de afvalwaterketen. Wel moet het plan voldoen aan een aantal standaard maatregelen. In het onderstaande wordt daarop ingegaan. Toename verharding en compenserende maatregelen In de bestaande situatie is er 1.538 m2 verhard oppervlak (gebouwen en terreinverharding) aanwezig in het plangebied. In de toekomstige situatie bedraagt deze oppervlakte circa 1.479 m2. Er is dus een afname van verharding. Het Hoogheemraadschap heeft in haar advies geconstateerd dat een dergelijke afname van verharding geen gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie. Er hoeven daarom geen compenserende maatregelen te worden getroffen. Gescheiden stelsel Binnen het plan is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan daarom als schoon worden beschouwd. Het is om deze reden niet doelmatig om het hemelwater af te voeren naar de rioolzuiveringsinrichting (RWZI). Het Hoogheemraadschap adviseert om een gescheiden stelsel aan te leggen. Dit aspect zal bij de nadere planuitwerking met de initiatiefnemer worden overlegd. Waterkwaliteit en riolering Het Hoogheemraadschap adviseert om de mogelijkheden te onderzoeken het hemelwater op eigen terrein te verwerken in de bodem of rechtstreeks te lozen op het aanwezige oppervlaktewater.
Voorwaarde is hierbij dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect water betreft uitvoerbaar worden geacht.
4.10 Verkeer en parkeren In deze paragraaf wordt getoetst of er geen onevenredige belasting plaatsvindt op de omliggende infrastructuur van het plangebied. Daarnaast wordt getoetst of er voldoende parkeerruimte aanwezig is in verband met de nieuw te realiseren functies. Parkeren Conform de Nota Parkeernormen 2022 van de gemeente zijn er afgerond vijftien parkeerplekken benodigd voor het planvoornemen (tabel 1). Het planvoornemen voorziet in dit aantal: er worden elf parkeerplaatsen aangelegd in aansluiting op het bestaande parkeerterrein, de twee twee-onder-een-kapwoningen krijgen elk een parkeerplaats op eigen erf en de vrijstaande woning krijgt twee parkeerplaatsen op eigen erf. Figuur 16 toont het bestaande aantal parkeerplaatsen op het parkeerterrein waarbij de drie te verplaatsen parkeerplaatsen in rood zijn aangegeven. Figuur 17 toont de parkeerplaatsen in de nieuwe situatie waarbij het parkeerterrein is uitgebreid en het plangebied is ontsloten op de Melkrijdersweg. Geconcludeerd kan worden dat er voldaan wordt aan de parkeernormen. Woning type
Koop/huur
BVO (m2)
Aantal
Parkeernorm
Totaal
Vrijstaand
koop
210
1
2,2
2,2
2-onder-1-kap
koop
229.13
2
2,1
4,2
Hoek
koop
120
1
1,9
1,9
Appartement
koop
30
4
1,6
6.4 14.7
Tabel 1. Parkeerberekeningconform Nota Parkeernormen 2022.
40
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Figuur 16. Bestaande parkeersituatie (Bron Enzo architecten)
41
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Figuur 17. Nieuwe parkeersituatie (Bron Enzo architecten)
Verkeer Voor een ruimtelijk plan geldt dat verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen moeten worden onderbouwd. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van de vuistregels en kengetallen die in de publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren' (2018) van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn aangereikt. De cijfers zijn algemeen van aard en gelden als hulpmiddel om de bandbreedte van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie bij ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen bepalen. Woning type
BVO (m2)
Aantal
42
Gemiddelde verkeersgeneratie (CROW)
Totaal
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Ontsluiting aan Kennemerstraatweg 2-onder-1-kap
229.13
2
7.8
15.6 15.6
Ontsluiting aan Kanaalweg/voormalig Melcoterrein Hoek
120
1
7.1
7.1
Vrijstaand
210
1
8.2
8.2
Appartement
30
4
7.1
28.4 43,7
Tabel 2 Verkeersgeneratie
Huidige verkeersgeneratie In de bestaande planologische situatie is verkeersgeneratie voor een wasserij (BVO 775 m2 ) met bedrijfswoning mogelijk. Het plangebied bevindt zich in het gebiedstype 'rest bebouwde kom' en is 'matig stedelijk'. De wasserij kan worden geplaatst in de categorie 'Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)', de verkeersgeneratie per 100 m2 is in deze gemiddeld tien per weekdagetmaal. Samen met de bedrijfswoning is de gemiddelde verkeersgeneratie per weekdagetmaal in de huidige situatie 85.7. Dit verkeer wordt in de planologische situatie volledig ontsloten door de Kennemerstraatweg. Toekomstige verkeersgeneratie Om een inschatting te doen van de te verwachten verkeersgeneratie, worden de eerder genoemde CROW kencijfers gehanteerd. In de toekomstige situatie worden de bestaande gebouwen in het plangebied gesloopt en vervangen door acht woningen. De te realiseren woningen bestaan uit een vrijstaande woning, een hoekwoning, twee twee-onder-een-kapwoningen en vier beneden-bovenwoningen. De twee-onder-een-kapwoningen ontsluiten op de Kennemerstraatweg. De beneden-bovenwoningen, vrijstaande en de hoekwoning aan de zuidoostkant sluiten aan op de woonwijk op het voormalig Melco-terrein, welke zich ontsluit op de Kanaalweg. Voor de Kennemerstraatweg is het aantal verkeersbewegingen afgerond en gemiddeld 24.
Hiermee genereert het planvoornemen aanzienlijk minder verkeersdruk op deze weg dan in de huidige situatie van 86 verkeersbewegingen. Daarbij blijft het aantal uitwegen aan de Kennemerstraatweg gelijk (twee), waarbij de toekomstig woonfunctie leidt tot minder intensief gebruik van de uitwegen. Alhoewel vanuit verkeersveiligheid géén uitwegen op een 50 kilometer gebiedsontsluitingsweg gewenst zijn, is vanwege minder intensief gebruik van de uitwegen in dit specifieke geval een compromis mogelijk gezien het alsnog een verbetering is ten opzichte van de huidige situatie. De uitwegen dienen voor de weggebruikers zowel op de rijbaan als vanaf het perceel te voldoen aan de APV Heiloo 2022 art. 2:11, 2:12 en 2:15. Voor de Kanaalweg is het aantal extra verkeersbewegingen gemiddeld afgerond 36 ten opzichte van de huidige situatie. Onevenredige belasting op omliggende infrastructuur van het plangebied ligt met dit aantal niet in de lijn der verwachting. Conclusie Het planvoornemen mag wat de aspecten verkeer en parkeren betreft uitvoerbaar worden geacht.
43
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
4.11 Kabels en leidingen In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Hemelwaterberging Hemelwater verwerking dient te worden aangelegd conform het klimaatadaptatie beleid en "Verordening hemelwaterberging Heiloo 2023". Hierin wordt onder andere genoemd dat er een hemelwaterberging met een minimale capaciteit van 40 liter per m2 bebouwd oppervlak moet worden aangebracht op eigen terrein. Bouwnummers 1 t/m 3 kunnen het vuilwater afvoeren richting hoofdriool Kennemerstraatweg. Bestaande aansluitingen benutten waar mogelijk. Bouwnummers 4 t/m 8 kunnen het vuilwater afvoeren naar hoofdriool Melkrijdersweg. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is relevant voor de inrichting van het gebied. Bij het planvoornemen zal rekening gehouden worden met de ligging van de leidingen en zal waar nodig overleg plaatsvinden met de leidingbeheerder. Het aspect kabels en leidingen vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
4.12 M.e.r.-verantwoording In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, moet er alsnog een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de mogelijke (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing Voor het planvoornemen is de drempelwaarde voor stedelijke ontwikkeling, D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r. van toepassing. D 11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
44
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen een rol. Uit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2020:729) blijkt dat een bestemmingsplan dat voorziet in acht woningen, gelet op de aard en omvang ervan, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Hierbij is van belang dat er sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat de voorziene bebouwing beperkt is. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van acht woningen in bestaand bebouwd gebied, met een beperkte toename aan bebouwing. Het planvoornemen is derhalve niet aan te merken als stedelijk ontwikkelingsproject. Wel zal beknopt in worden gegaan op eventuele (nadelige) effecten die het planvoornemen op het milieu zou kunnen hebben. Kenmerken van het project Het planvoornemen voorziet zoals eerder aangegeven in een toevoeging van acht woningen in een plangebied van circa 1.693 m2 . De drempelwaarden voor stedelijke ontwikkeling uit het Besluit m.e.r. worden niet overschreden (>100 ha of > 2000 woningen of bedrijfsvloeroppervlakte > 200.000 m2 ). Daarnaast zijn in de omgeving van het plangebied geen ontwikkelingen gepland die gezamenlijk met de ontwikkeling van het plangebied tot negatieve effecten kunnen leiden.
Tevens zal het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de gebouwde omgeving plaatsvinden op een conventionele manier. Dit geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen. Ook kan zowel bouwafval als huishoudelijk afval bij de aanleg- en gebruiksfase op de gebruikelijke wijze worden ingezameld en verwerkt. Naast het voorgaande heeft de voorgenomen ontwikkeling consequenties voor een aantal milieuaspecten. De uitgevoerde onderzoeken of analyses in het kader hiervan geven echter geen aanleiding om significant negatieve milieueffecten te verwachten. In paragraaf 4.8 is aangetoond dat het planvoornemen slechts in 'niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat het plangebied gelegen is buiten het invloedsgebied van hogedruk aardgasleidingen, LPG-tankstations en de circulaire effectafstanden daarvan. Het plangebied is tevens gelegen buiten het invloedsgebied van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. Ook wijst een berekening naar het groepsrisico (in verband met transportroutes gevaarlijke stoffen) uit dat de streefwaarden van het groepsrisico niet worden overschreden. Een toename aan externe veiligheidsrisico's voor het plangebied en omgeving is daarom niet aan de orde.
Kenmerken van potentiële effecten Relevante milieuaspecten zijn in voorgaande paragrafen afdoende aan de orde geweest. De uitgevoerde onderzoeken of analyses in kader van de milieuaspecten geven geen aanleiding om significant negatieve milieueffecten te verwachten. Potentieel aanzienlijke effecten op de directe woon- en leefomgeving wijzigen niet significant als gevolg van de ontwikkeling van het plangebied. Los hiervan zijn er in de omgeving van het plangebied geen ontwikkelingen gepland die gezamenlijk kunnen leiden tot cumulerende effecten. Als gevolg van het planvoornemen zijn verder ook geen effecten op de omgeving te verwachten waarvoor op voorhand mitigerende maatregelen aan de orde zijn. Conclusie Een plan-m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde. Daarnaast zijn relevante omgevingsaspecten in voorgaande paragrafen voldoende aan de orde geweest om op grond daarvan de uitvoerbaarheid van het plan te kunnen beoordelen.
45
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
46
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de regels van het bestemmingsplan. De regels vormen samen met de verbeelding het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. Zowel de verbeelding als de regels voldoen aan de verplichte landelijke standaarden voor de uitwisseling en vergelijkbaarheid van digitale bestemmingsplannen (IMRO2012 en SVBP2012). Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels en bijbehorende bijlagen waarin de bestemmingen worden beschreven. SVBP2012 De SVBP2012 bevat een aantal juridische regels die moeten worden opgevolgd. Voor de planregels betekent dit dat er sprake is van een aantal dwingend voorgeschreven begripsbepalingen, die worden neergelegd in artikel 1 aangaande de begrippen. Vanwege het Bro geldt verder een formulering die ten aanzien van de anti-dubbeltelregel en het overgangsrecht eveneens in de planregels moet worden overgenomen.
5.2
Toelichting op de regels
De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 - Inleidende regels In de 'Inleidende regels' zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In de 'Bestemmingsregels' zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. De regels kunnen onder meer bestaan uit de volgende onderdelen: Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving is uitgegaan van een volledige opsomming van wat binnen een bestemming functioneel ten aanzien van het gebruik van de gronden is toegestaan. Soms kan het voorkomen dat verschillende functies of bestemmingen naast elkaar zijn toegelaten, soms als primaire bestemming en soms als ondergeschikte bestemming. Bouwregels De bouwregels bieden voor iedere bestemming het kader in hoeverre er ergens gebouwd mag worden.
Er zijn regels gesteld met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels kunnen eisen wat betreft maatvoering, oppervlakte- en inhoudsbepalingen en aantallen te plaatsen bouwwerken omvatten. Nadere eisen Deze bepaling regelt dat het bevoegd gezag de mogelijkheid heeft om op grond van artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening binnen een bestemming nadere eisen te stellen aan onderwerpen of onderdelen die in deze bestemming zijn geregeld. Afwijken van de bouwregels Met het afwijken van de bouwregels wordt geregeld dat door het bevoegd gezag in voorkomende gevallen onder voorwaarden bij verschillende bestemmingen kan worden afgeweken van de eerder opgenomen bouwregels per bestemming. Specifieke gebruiksregels Met specifieke gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval tot strijdig met het in de bestemmingsomschrijving toegestane gebruik wordt gerekend.
47
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen in een aantal concrete situaties bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Door deze regel is de verplichting opgelegd om bij het uitvoeren van bepaald werk, geen bouwwerk zijnde of bepaalde werkzaamheden een omgevingsvergunning aan te vragen. Op deze vergunningplicht kunnen uitzonderingen worden geformuleerd. Daarnaast zijn er toetsingscriteria gesteld dan wel is aangegeven wanneer het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheden toelaatbaar zijn. Hoofdstuk 3 - Algemene regels In de 'Algemene regels' staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende algemene gebruiksregels. De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen verder voor enige flexibiliteit in het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht; zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. In de overige regels is tot slot het parkeerverhaal met betrekking tot bouwen uitgewerkt. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Ten slotte bevat het bestemmingsplan nog 'Overgangs- en slotregels'.
Dit betreft overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven artikelen over het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken en gebruik en afsluitend de slotregel.
5.3
Toelichting op de bestemmingen
Gemengd De geplande woningen aan de Kennemerstraatweg zijn voorzien van de bestemming 'Gemengd' in lijn met de andere gebouwen aan de Kennemerstraatweg in Heiloo. De te bouwen hoofdgebouwen mogen worden gebruikt voor wonen en/of dienstverlening. Er gelden bouwregels voor hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Om te borgen dat de twee-onder-een kap woningen worden gebouwd in de vorm van een stolp, is deze bouwvorm in de regels neergelegd. Het gebruik voor een aan-huis-verbonden beroep is onder voorwaarden toegestaan. Tuin De voortuinen van de woningen aan de Kennemerstraatweg en aan de Zuivelstraat zijn bestemd voor 'Tuin' en mogen alleen worden gebruikt ten behoeve van de aangrenzende woningen. In de bestemming 'Tuin' mogen geen andere gebouwen worden gebouwd dan erkers en ingangspartijen. Er mogen alleen erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd tot een hoogte van 1 meter. Verkeer - Verblijf De parkeervoorzieningen binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer - Verblijf'.Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals speeltoestellen zijn geregeld in de bouwregels. Wonen De woningen aan de Zuivelstraat zijn bestemd voor 'Wonen' in lijn met de woningen binnen het plangebied van het bestemmingsplan Campina, aangezien deze woningen op dit gebied zijn georiënteerd.
Het maximum aantal woningen is in de regels in combinatie met de aanduiding op verbeelding geborgd. Zo mogen er maximaal 5 woningen worden gebouwd. Hierdoor is de locatie van de benedenbovenwoningen flexibel. Er zijn regels neergelegd voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- en terreinafscheidingen. Ten behoeve van de woningen mag er een fietsenberging worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding. Deze fietsenberging telt niet mee in de berekening van de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken. Het gebruik van de woning voor een aan-huis-verbonden beroep is onder voorwaarden toegestaan.
48
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
In paragraaf 4.3 is neergelegd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Hierbij is uitgegaan van de gedeeltelijke inzet van stage V materieel. Met een voorwaardelijke verplichting is in de bouwregels van de bestemmingen 'Gemengd' en 'Wonen' geborgd dat er alleen gebouwd mag worden met gedeeltelijke toepassing van Stage V materieel. Het ecologisch onderzoek heeft aangetoond dat zich bij de buren paarverblijven bevinden. Deze mogen niet worden verstoord door verlichting. Ook het aanliggende natuurgebied mag niet worden verlicht. Dit is geborgd door een voorwaardelijke verplichting op te nemen in de bestemmingen 'Gemengd' en 'Wonen'. Waarde - Archeologie 2 Nog aanvullen in lijn met paragraaf 4.1.1. In dit gebied geldt een hoge archeologische verwachting op hoge delen van het landschap. Om de (mogelijke) waarden in de grond te beschermen, is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen. Er gelden aanvullende regels voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk en er is een vergunningstelsel opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Uitgezonderd zijn (bouw-)werkzaamheden die een kleinere oppervlakte betreffen dan 75 m² en niet dieper gaan dan 0,50 m.
5.4
Bestemmingsplanprocedure
De bestemmingsplanprocedure is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de procedure zijn de volgende fasen te onderscheiden: Ontwerpbestemmingsplan en vaststellingsprocedure Na aankondiging in het Gemeenteblad en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl, wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder zienswijzen omtrent het ontwerp naar voren brengen. Na afloop van de termijn van de terinzagelegging stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan al dan niet gewijzigd uiterlijk 12 weken na de termijn van terinzagelegging vast. Vastgesteld bestemmingsplan en beroepsprocedure Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging uiterlijk 6 weken na vaststelling. Binnen 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS).
Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd.
49
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
50
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid is het van belang te weten of het wijzigingsplan economisch uitvoerbaar is. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald. Onderzoeks- en plankosten De kosten voor de bouw, alsook de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken, vanwege voorliggend bestemmingsplan worden door de ontwikkelende partij gedragen. De kosten voor de gemeente betreffen de gebruikelijke kosten voor de planbegeleiding en worden via de legesverordening in rekening gebracht bij de initiatiefnemer. Planschade Door het opstellen van dit bestemmingsplan voor de betreffende gronden is er de kans dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in planschade wordt ingediend.
De mogelijke kosten die samenhangen met deze tegemoetkoming in de planschade zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Dit wordt geregeld in een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Conclusie Het kostenverhaal, evenals de afwenteling van de planschade, zal worden geregeld in een tussen de gemeente en initiatiefnemer te ondertekenen afzonderlijke overeenkomst. De kosten zijn anderszins verzekerd waardoor een exploitatieplan niet aan de orde is. Op basis van deze overweging moet het planvoornemen van dit bestemmingsplan economisch uitvoerbaar worden geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie In de geest van de komende Omgevingswet zijn voor dit planvoornemen twee participatiebijeenkomsten gehouden voor betrokkenen, geïnteresseerden en omwonenden. Deze hebben plaatsgevonden op 24 juni en 14 september 2023. De verslagen van de bijeenkomsten zijn als bijlages toegevoegd aan dit bestemmingsplan zie Bijlage 11 en Bijlage 12. Over het algemeen zijn de reacties op het planvoornemen positief geweest, hier en daar is een opmerking geplaatst betreffende het planvoornemen. Vooroverleg ex. art. 3.1.1 Bro In het kader van het bestuurlijk vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro wordt het bestemmingsplan aan verschillende maatschappelijke instanties aangeboden die daarmee in de gelegenheid worden gesteld om een overlegreactie op het plan in te dienen. Tervisielegging ontwerp
51
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Het ontwerpbestemmingsplan zal overeenkomstig artikel 3.8 van de Wro ter inzage worden gelegd.
52