C07l. Toelichting Kennemerstraatweg 436 Heiloo_compressed
Tekst van het document
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo ontwerp
bestemmingsplan Toelichting
Kennemerstraatweg 436, Heiloo ontwerp
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 13
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie beleid
19 19 21 22 24 27
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Ecologie 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bedrijfshinder en milieuzonering 4.6 Spuitzonering 4.7 Geluidhinder 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Water 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Kabels en leidingen 4.12 M.e.r.-verantwoording
29 29 30 31 32 33 34 38 39 39 40 44 44
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen 5.4 Bestemmingsplanprocedure
47 47 47 48 49
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51 51 51
3
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
4
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Toelichting
5
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
6
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de herontwikkeling van de voormalige wasserij 'Hollands Roem' aan de Kennemerstraatweg 436 en 436a in de gemeente Heiloo. De initiatiefnemer is voornemens om de locatie te transformeren naar acht woningen (1 vrijstaand, 2 twee-onder-een-kapwoningen, 1 hoekwoning en vier beneden-bovenwoningen). Op grond van het geldende bestemmingsplan is dit niet mogelijk. Hoewel de functie wonen momenteel mogelijk is binnen de huidige bestemming, valt de voorgenomen ontwikkeling buiten het bouwvlak. Om de voorgenomen herontwikkeling mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daarin.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied heeft betrekking op voormalig fabriekspand van wasserij 'Hollands Roem'. Het plangebied is gelegen aan de Kennemerstraatweg 436 en 436a. Het perceel grenst aan de oostzijde aan de woonwijk op het terrein van de voormalige Campina fabriek, ook wel Melco-terrein genoemd, en aan de noordzijde bevindt zich het landgoed Ter Coulster dat zich als een groene scheg aan de Kennemerstraatweg manifesteert. In het plangebied staan momenteel een stolpboerderij, het voormalig fabriekspand van de Wasserij met bijbehorende bijgebouwen, opslagruimten en schuren. Het plangebied heeft betrekking op de kadastrale percelen 3010, 3024 en 3027 sectie B van de kadastrale gemeente Heiloo. Het plangebied omvat circa 1.693 m2 . Op figuur 1 is een overzicht van het plangebied weergegeven.
Figuur 1: ligging en begrenzing plangebied (bron topotijdreis.nl)
7
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het 'Bestemmingsplan Zuid-oost' (vastgesteld 11 juli 2011) is op het plangebied van toepassing. Ter verduidelijking is er een uitsnede van de bestemmingsplankaart weergegeven op onderstaand fragment.
Figuur 2: uitsnede plankaart Bestemmingsplan Zuid-oost (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Op grond van dit bestemmingsplan is het plangebied voor het grootste deel bestemd met de Enkelbestemming 'Gemengd' en met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Deze gronden zijn bestemd voor diverse functies waaronder 'Wonen' en 'Dienstverlening'. Het bouwvlak is met de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3' aangeduid. De gronden aan de westzijde, grenzend aan de Kennemerstraatweg, zijn bestemd als 'tuin'. Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan Op grond van het geldende bestemmingsplan is ten hoogste het bestaande aantal woningen toegestaan en is daarmee het realiseren van acht woningen niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Het bestaande bouwvlak geeft onvoldoende mogelijkheden voor de realisatie.
8
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk twee de uitwerking van het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk drie is vervolgens ingegaan op relevant overheidsbeleid. Een omschrijving van de omgevingsaspecten betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden is opgenomen in hoofdstuk vier. Hoofdstuk vijf betreft de juridische toelichting van het bestemmingsplan en de beschrijving van de bestemmingen zelf. Tenslotte is in hoofdstuk zes zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid uiteengezet.
9
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
10
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
In de huidige situatie is het plangebied bebouwd met een stolpboerderij (bedrijfswoning) en het voormalige bedrijfsgebouw van de textielwasserij Hollands Roem met bijbehorende schuren en garages. De stolp en de bedrijfsgebouwen worden ontsloten op de Kennemerstraatweg door twee uitwegen. Direct ten noorden van het plangebied ligt grasland dat zich uitstrekt tot de oprijlaan van het landgoed Ter Coulster. Dit eeuwenoude landgoed is van hoge cultuurhistorische waarde. Het verwijst naar de historie van Heiloo, waar langs noord- zuid georiënteerde linten op de strandwal boerenerven en landgoederen gelegen waren. De stolp in het plangebied heeft een beeldbepalende waarde in relatie tot dit landgoed met haar weide. De stolp ligt over de rooilijn van de Kennemerstraatweg. Daarmee valt deze op als hoekpunt van dit gedeelte van het lint Kennemerstraatweg en de achtergelegen wijk op het voormalige Melco-terrein en vormt een mooie begrenzing van het landgoed. Het heeft daarnaast een beeldbepalende waarde als stolp langs het lint van de Kennemerstraatweg. Historische kaarten van 1879 laten zien dat ter plaatse van het plangebied 'Eva's Hof' gevestigd was. In Heiloo waren vele boerenbedrijven aanwezig, vaak in directe relatie tot de landgoederen die in Heiloo te vinden waren. Stolpen lagen daarbij vaak op de overgang tussen strandwal en strandvlakte, zoals hier ook het geval was.
Als zodanig is de bestaande stolp in het plangebied cultuurhistorisch waardevol: ze duidt op een belangrijk kenmerk van de ontstaansgeschiedenis van Heiloo. De stolp zelf heeft verder geen monumentale waarde aangezien deze vrij recent herbouwd is. Ten noorden van de stolp staan leilindes. Deze zijn behoudenswaardig en worden bij voorkeur opgenomen op de bomenlijst van Heiloo. Achter de stolp ligt het fabriekscomplex van de voormalige wasserij Hollands Roem. Op deze locatie was gedurende 90 jaar de wasserij Hollands Roem gevestigd, een bedrijf dat lokaal bekendheid kent. Het plangebied wordt aan de noordwestkant begrensd en ontsloten op de Kennemerstraatweg. Zoals reeds aangegeven wordt het plangebied aan de noordzijde begrensd door de graslanden behorende bij het landgoed Ter Coulster. Ten oosten van het plangebied ligt het parkeerterrein voor de recent gerealiseerde woonwijk op het voormalige Melco-terrein. Op dit parkeerterrein liggen 19 parkeervakken. Het plangebied grenst aan de zuidwestkant aan het fietspad tussen de Kennemerstraatweg en de nieuwe woonwijk. Dit fietspad vormt tevens een calamiteitenroute.
11
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo Figuur 3. Vooraanzicht bestaande situatie (bron: googlestreetview 2023)
Figuur 4. De leilindes in het plangebied (bron Mediahuis 2023)
12
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Figuur 5. Bovenaanzicht huidige situatie met rooilijnen (bron Enzo architecten)
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie worden de bestaande gebouwen in het plangebied gesloopt en vervangen door een gevarieerd woningbouwprogramma met 8 woningen. Het woningbouwprogramma bestaat uit: twee twee-onder-een-kapwoningen in de vorm van een stolp; een vrijstaande woning; vier beneden-bovenwoningen; een hoekwoning. De stolp en de vrijstaande woning zijn georiënteerd op de Kennemerstraatweg. beneden-bovenwoningen en de daaraan geschakelde hoekwoning richten zich op het Melco-terrein.
De
In de nieuwe situatie komt er dus een nieuw stolpvolume terug waarmee invulling wordt gegeven en tegemoet wordt gekomen aan de cultuurhistorische waarden van deze locatie op de strandwal. De nieuwe stolp ligt in vergelijking met de bestaande stolp meer in de richting van landgoed Ter Coulster. Ook is de nieuwe stolp in de rooilijn van de Kennemerstraatweg geplaatst. Op deze manier ontstaat er meer ruimte op het perceel om de stolp en de vrijstaande woning aan de Kennemerstraatweg te realiseren en om de
13
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
bestaande bomenrij met leilindes te behouden. In de nieuwe situatie is net als in de bestaande situatie sprake van twee uitwegen. Deze uitwegen ontsluiten de beide twee-onder-een-kapwoningen in de stolp. De twee-onder-een-kapwoningen krijgen elk een garage aan de zijkant van de stolp die als onderdeel van de architectuur is uitgewerkt ('langhuisstolp'). Voor beide garages komt één parkeermogelijkheid op eigen erf waardoor de rest van het voorerf van de stolp vrij blijft en het zicht op de stolp niet wordt ontnomen door geparkeerde auto's. De tweede benodigde parkeerplaats ten behoeve van de twee-onder-een-kapwoningen in de stolp worden aan de zijde van het Melco-terrein gerealiseerd. De vrijstaande woning krijgt een garage en twee parkeerplaatsen op eigen erf aan de achterzijde. Deze woning wordt dus ontsloten aan de zijde van het Melco-terrein. De beneden-bovenwoningen met de daaraan geschakelde hoekwoning zijn zodanig gesitueerd dat er voldoende ruimte ontstaat voor het realiseren van parkeerplaatsen en bergingen ten behoeve van de beneden-bovenwoningen. De bergingen worden als één volume met de garage van de vrijstaande woning gerealiseerd. Een bestaande, niet meer vitale, beuk die ter hoogte van de geprojecteerde hoekwoning staat, zal op advies van gemeentelijk groenbeheer verdwijnen. De vier beneden-bovenwoningen met elk een oppervlakte van ca.
60 m2 BVO worden gerealiseerd in de categorie sociale koop. Het bestaande parkeerterrein op het Melco-terrein zal worden aangepast. Om ruimte te creëren voor de ontsluiting van het plangebied aan de achterzijde worden drie parkeerplaatsen op het parkeerterrein verplaatst. In totaal worden elf parkeerplaatsen aan het parkeerterrein toegevoegd, zowel binnen het plangebied als in de openbare ruimte. Deze in totaal 30 parkeerplaatsen blijven/worden allemaal openbaar en zullen in beheer en onderhoud komen van de gemeente. In paragraaf 4.9 wordt verder ingegaan op de nieuwe parkeersituatie. Het planvoornemen zal qua bestemmingsplansystematiek aansluiten bij de huidige gehanteerde systematieken in bestemmingsplan Zuid-oost. Zo krijgen de woningen grenzend aan de Kennemerstraatweg de bestemming 'Gemengd' en de woningen op het achtergebied de bestemming 'Wonen' in overeenstemming met de woningbouw aan de Melkrijdersweg. Zie figuren 6 t/m 10 voor de situatietekening en impressies planvoornemen.
Figuur 6. Impressie nieuwe situatie stolpwoningen
14
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Figuur 7. Impressie nieuwe situatie benedenbovenwoningen en hoekwoning
Figuur 8. Plattegrond impressie nieuwe situatie (bron Enzo architecten)
15
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Figuur 9. Overzicht nieuwe situatie
16
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Figuur 10. Massa's nieuwe situatie (bron Enzo architecten)
17
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
18
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen van Nederland hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die 1 januari 2024 in werking treedt.
De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-winsituaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt de rijksoverheid naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst.
19
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor het bepalen van de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan, nationaal belang 13 met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1.6, lid 2 Bro schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder moet voldoen. De tekst uit het Bro luidt nu als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De Ladder is onder andere van toepassing op ontwikkelingen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
Afweging 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? De handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval betreft het 'wonen'. Als een plan met overige functies, zoals wonen, wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bepaalt men aan de hand van de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit rechtspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat niet iedere ontwikkeling van onder meer woningbouw als stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Zo is geoordeeld dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling als meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Vanaf 12 woningen is dan sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Met het planvoornemen worden de bestaande gebouwen (voormalig wasserij en bedrijfswoning) in het plangebied gesloopt, waarna er acht woningen worden teruggebouwd. Het plan is derhalve niet als stedelijke ontwikkeling aan te merken. Aangezien er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hoeft de laddertoets niet te worden doorlopen. Conclusie De Ladder voor duurzame verstedelijking staat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg.
20
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
In de Omgevingsvisie NH2050 zet de provincie in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat provinciaal beleid op het gebied van economische transitie. De provinciale ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die de provincie maakt. In de Omgevingsvisie NH 2050 zijn verschillende ambities en doelstellingen gedefinieerd. Met name de ambitie 'Wonen en werken' is van toepassing op het planvoornemen. In de hiernavolgende passages wordt nader ingegaan op deze ambitie. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes.
Om de verschillende kernen en regio's te versterken worden op regionaal niveau afspraken gemaakt. Zo worden regionaal woningbouwafspraken gemaakt om de woningbouw af te stemmen op de vraag. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan. Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de Omgevingsvisie. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. Het bestaand stedelijk gebied is in het provinciale overheidsbeleid beleidsmatig aangewezen voor verdere verstedelijking. Toetsing Kennemerstraatweg 436 ligt in het Bijzonder Provinciaal Landschap Noord-Kennemerland. Het plangebied ligt in het stedelijk gebied van Heiloo en grenst aan de noordzijde aan werkingsgebied Landelijk Gebied en het NNN-gebied 'Ter Coulster, Nijenburg & Heilooër Bos'. Hieronder wordt beschreven welke invloed het planvoornemen heeft op deze gebieden.
De aardkundige en landschappelijke karakteristiek van de Kennemerstraatweg 436 valt onder het strandwallen- en strandvlaktenlandschap. De kennemerstraatweg is een noord-zuid georiënteerde weg op een dergelijke strandwal. Het direct naastgelegen landgoed van voormalig Slot ter Coulster bestaat uit oud bos en open extensieve graslanden op de voormalig strandvlakte.
21
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
NNN-gebied 'Ter Coulster, Nijenburg & Heilooër Bos'. Het plangebied grenst aan het NNN-gebied 'Ter Coulster, Nijenburg & Heilooër Bos' wat bestaat uit bos, open graslanden en de landgoederen Nijenburg en Ter Coulster. De ecologische kernkwaliteiten van dit gebied die de basis vormen voor het behoud van biodiversiteit die (inter)nationaal en/of regionaal van belang is zijn: Open watterijk landschap met extensieve graslanden voor weidevogels (N10.02Vochtig hooiland en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland). Besloten bos- en parklandschap (N17.03 Park- of stinzenbos) op circa 200 meter van het plangebied. De invloed van het planvoornemen, het transformeren van voormalig wasserij 'Hollands Roem' naar acht nieuwe woningen blijven bovengenoende kernkwaliteiten van het BPL onaangetast. De voetprint in de nieuwe situatie blijft gelijk met de sloop-nieuwbouw. Dit is ook zo gesteld in de door Els & Linde opgestelde memo Ecologie (zie Bijlage 7). Met de bouwverlichting en gebruiksverlichting -in het kader van de zorgplicht- wordt rekening gehouden met het naastgelegen NNN, zoals geborgd in de 3.4.2 van de regels van onderhavig bestemmingsplan. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Dit bestemmingsplan past binnen de afspraken.
In 3.3 wordt hier nader op ingegaan. 3.2.3
Woonagenda 2020-2025
Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. Deze speerpunten zijn vertaald in het regionale woonakkoord. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Focusagenda Regio Alkmaar 2019-2022
De Focusagenda Regio Alkmaar is opgesteld door zeven gemeenten rondom Alkmaar, gemeente Heiloo maakt hier onderdeel van uit. De Regio Alkmaar wil de bestaande samenwerking strategisch versterken. De bedoeling is om van een brede ambitie en visie naar een bundeling van krachten te komen. Dit om de regio sterker te positioneren. Hiervoor is intensivering van de samenwerking nodig, maar ook focus zodat de schaarse tijd en capaciteit gericht kunnen worden ingezet om resultaten te boeken. In dit kader is een door de hele regio gedragen strategische samenwerkingsagenda inclusief concrete project- en uitvoeringsplannen in het leven geroepen. De focusagenda definieert drie agendapunten: 1. 2. 3.
Bereikbaarheid; Wonen; Energie-innovatie
22
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Voor dit bestemmingsplan is met name het agendapunt 'Wonen' relevant. Regio Alkmaar wil een aantrekkelijk en gevarieerd woonklimaat bouwen, waarbij iedere kern zijn eigen woonkwaliteit heeft. Het planvoornemen sluit hier op aan, doordat de herontwikkeling een nieuwe woonkwaliteit toevoegt aan de kern Heiloo. Het plan voorziet in een gevarieerd woningaanbod in verschillende woningcategorieen. Op deze manier wordt er een aantrekkelijk en gevarieerd woonklimaat gecreëerd dat bijdraagt aan de woonkwaliteiten van de kern Heiloo. De uitvoerbaarheid van het planvoornemen is in overeenstemming met de Focusagenda Regio Alkmaar. 3.3.2
Woonakkoord Regio Alkmaar 2021-2025
Regio Alkmaar heeft samen met de provincie Noord-Holland het Woonakkoord 2021-2025 opgesteld. In dit akkoord is aangegeven welke woonopgaven er liggen, wat de gewenste richting is en welke afspraken daarbij passen. Regio Alkmaar bestaat uit zeven gemeenten: Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk en Uitgeest. Het woonakkoord heeft als hoofddoel om voldoende woningen te realiseren. In paragraaf 3.2.3 is aangegeven dat de provincie Noord-Holland in de Woonagenda 2020-2025 aan haar regio's vraagt om samen met de provincie Woonakkoorden op te stellen, met daarin afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied. Ook wil de provincie verduurzaming van de woningvoorraad stimuleren en inspelen op het veranderde klimaat. Regio Alkmaar ziet het Woonakkoord als een goede basis om woningbouw versneld te realiseren. Het Woonakkoord is de opvolger van de Regionale Actie Programma's (RAP) en is tevens in veel opzichten een voortzetting van bestaand beleid of eerdere regionale samenwerkingsafspraken. In het Woonakkoord komt naar voren dat het tekort aan woningen groot is met tal van ongewenste (maatschappelijke) effecten. De bevolkingsprognose van de provincie Noord-Holland (2019) raamde een totale woningbehoefte van 11.300 woningen tot 2040.
Partijen zien dat de druk op de woningmarkt blijft toenemen en dat deze bevolkingsprognose een absolute ondergrens is. In 2020 sloot Regio Alkmaar in het samenwerkingsverband Noord-Holland Noord de Woondeal 2.0. Hierin werd afgesproken dat in Regio Alkmaar circa 20.000 extra woningen moeten worden gebouwd. Dit vertaalt zich door in het feit dat er op zijn minst begonnen moet worden met de jaarlijkse bouw van 2000 woningen tot 2030. De woningvoorraad zou tot 2040 nog verder moeten toenemen met circa. 25.400 - 33.600 woningen. Derhalve is de afspraak gemaakt om tot 2040 circa. 25.000 - 33.000 woningen toe te voegen. Op korte termijn is er behoefte aan alle type woningen. Van betaalbaar tot duur. Van eengezinswoning tot appartement. De woning schaarste vergroot de noodzaak om snel veel meer woningen toe te voegen. De regio merkt dat betaalbare koopwoningen in een overspannen markt bij het aantreden van de markt al in prijs zijn gestegen. Op grond van het voorgaande ziet regio Alkmaar vier toekomstperspectieven als richtingwijzers: 1. 2. 3. 4.
Fijn wonen in een diverse regio met voldoende woningen. Woonmilieus geven een impuls aan sterke steden, krachtige kernen en een gemengde regio. Voor iedereen een passende woning vraagt een rijk palet aan woonvormen. Meer toekomstbestendige woningen in een groene leefomgeving.
Het planvoornemen heeft betrekking op toekomstperspectieven 1 t/m 4. In het onderstaande wordt hier nader op ingegaan. De voorliggende herontwikkeling realiseert acht woningen van verschillende omvang en typologie, welke aansluiten op de huidige omliggende woonmilieus. Het palet aan woningen is bestemd voor verschillende doelgroepen en wordt binnen het bestaand stedelijk gebied op een locatie die gunstig is gelegen aan de hoofdinfrastructuur. Het plangebied ligt in de nabijheid van de ecologische hoofdstructuur van Heiloo en is daarmee voorzien van een groene leefomgeving. Bovendien sluit de herontwikkeling aan bij de behoefte die er bestaat aan versnelling in realisatie van woningen.
23
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Geconcludeerd kan worden dat het initiatief in overenstemming is met de Provinciale Woonvisie en met de uitgangspunten en afspraken uit het regionaal woonakkoord.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Voorontwerp Omgevingsvisie Heiloo 2040
De gemeente Heiloo heeft een omgevingsvisie opgesteld, aangezien er veel aanleidingen voor de gemeente zijn om koers te bepalen. Er is een grote druk op de ruimte, veel vraag naar woningen, er is noodzaak tot een andere manier van gebruik van de ruimte met het oog op gezondheid, de energievoorziening en het inspelen op veranderingen van het klimaat. De visie beschrijft hoe de gehele gemeente er in de toekomst uit zou moeten zien en is tegelijkertijd een koersbepaling die aangeeft wat belangrijk is en waarvoor de gemeente zich in wil zetten. In de omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt in vier doelen: leefbaar dorp; buitengebied in balans; gezond, veilig en inclusief; duurzaam en bereikbaar. In de omgevingsvisie worden vanuit de doelen drie speerpunten uitgewerkt: 1. 2. 3.
we ontwikkelen met respect voor onze waarden; ons dorp is vitaal en aantrekkelijk met goede voorzieningen; in ons dorp kunnen jong en oud een woning krijgen.
Deze speerpunten vertalen zich vervolgens tot gebiedsgerichte keuzes. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het dorp, het buitengebied en de verbindingen. Het planvoornemen maakt onderdeel uit van het deelgebied oorspronkelijke wegen/linten. Bij alle soorten ontwikkeling van herinrichting van de openbare ruimte tot het bouwen van woningen of voorzieningen wil de Omgevingsvisie de bestaande waarden als inspiratiebron gebruiken. In de omgevingsvisie is een fragment opgenomen met een samenvatting van de landschapsbiografie waarin de geschiedenis van de gemeente wordt toegelicht, hier onder volgt een passage welke van toepassing is op het planvoornemen: "Op de strandwallen liepen noordzuidlopende Herenwegen. De Herenwegen zijn tot op de dag van vandaag belangrijke noord-zuidaders. Ze moesten beschermd worden. Dit kwam tot uiting in de stichting van Slot ter Coulster en Cranenbroeck. Ook de religieuze betekenis van Heiloo kan niet los worden gezien van de strategische ligging en loop van de Heerenweg. Genoemde kastelen en sloten zijn allemaal gesloopt, maar in het landschap zijn nog sporen zichtbaar. Ter Coulster is tegenwoordig een landgoed. Van recentere datum (18de eeuw) is Nijenburg, waar omheen het Heilooër Bos is gelegen. De Kennemerstraatweg scheidt tegenwoordig het landhuis van het bos. In de 18e en 19e eeuw zijn diverse stolpboerderijen gebouwd.
Deze boerderijen boden plaats voor de boerenfamilie, het vee, het hooi en de werktuigen. Ze werden op de overgangen tussen strandwallen en strandvlakten gebouwd." De twee-onder-een-kap woningen die in een stolpvolume aan de Kennemerstraatweg worden gerealiseerd sluiten hiermee aan bij het eerste speerpunt, het ontwikkelen met respect voor waarden. De beneden-bovenwoningen in de categorie sociale koop dragen bij aan het doel dat er voor jong en oud woningen gerealiseerd worden en vinden hiermee aansluiting bij het derde speerpunt. Derhalve past het plan binnen de omgevingsvisie.
24
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
3.4.2
Prestatieafspraken Heiloo 2021 - 2024
Gemeenten Bergen (NH), Uitgeest, Castricum en Heiloo, de huurdersorganisaties en Kennemer Wonen zijn volkshuisvestelijke partners die de komende jaren voor een aantal uitdagingen staan. De partijen willen met oog op de toekomst de kwaliteit van wonen en leefbaarheid garanderen en zorgen dat de gemeenten toegankelijk en aantrekkelijk blijven voor alle doelgroepen. Er liggen belangrijke opgaven op het terrein van wonen: er is een toenemend tekort aan sociale huurwoningen, het aanbod voor de lagere middeninkomens is beperkt, het aantal kwetsbare bewoners neemt toe en onder bepaalde groepen bewoners is sprake van armoede en betaalbaarheidsproblemen. In dit kader vinden de eerder genoemde partijen intensief partnerschap cruciaal om de opgaven op te pakken en ambities te realiseren. De BUCH-gemeenten (in dit geval Heiloo) hebben de regierol op de woningbouwopgave. De gemeenten zijn medeverantwoordelijk om appartementen en betaalbare woningen te realiseren. In de prestatieafspraken wordt aangegeven dat gemeenten hun instrumentarium inzetten om de bouw van betaalbare woningen op bouwlocaties van derden te bevorderen. Het planvoornemen voorziet in een kleinschalig herontwikkelingsplan waarbij onder meer vier kleine woningen worden gerealiseerd. Hiermee worden op kleine schaal betaalbare woningen aangeboden, wat aansluit op de ambities van de gemeente.
Daarnaast draagt de realisatie van de overige vier koopwoningen bij aan de ambitie om het aanbod voor verschillende doelgroepen, waaronder middeninkomens, te versterken. Dit bestemmingsplan past daarmee binnen de prestatieafspraken. 3.4.3
Woonvisie Heiloo 2019
De woonvisie Heiloo geeft invulling aan het gemeentelijke woonbeleid voor de komende vijf a tien jaar. Als gevolg van de crisis op de woningmarkt is Wetgeving aangepast om overproductie te voorkomen. Nut en noodzaak moet worden aangetoond en consumentgericht bouwen is belangrijker geworden. De vraag naar nieuwe woningen neemt fors toe en de woningprijzen zijn op hoger niveau dan voor de crisis. De kaders van de woonvisie worden bepaald door het rijksbeleid, de Provinciale Woonvisie, het Regionaal Actie Programma (RAP), de Regionale Woonvisie Regio Alkmaar en de regionale woonprogrammering. Woonkwaliteit De gemeente wil nieuwbouw duurzamer en toekomstbestendiger bouwen dan de landelijk vastgestelde normen. Een diverse wijkopbouw, prijsklassen en woningtypen draagt bij aan de uitstraling van een wijk of buurt. Uitgangspunt is dat Heiloo een groene gemeente met een dorpskarakter blijft. Het planvoornemen voorziet in duurzame, toekomstbestendige nieuwbouw met diverse woningtypen. Bij de planuitwerking is rekening gehouden met de landschapshistorie van de linten langs de strandwallen. De twee-onder-een-kap woningen worden daarom als stolpvorm gerealiseerd. De leilindes blijven behouden in het planvoornemen. De voorgenomen ontwikkeling sluit daarmee aan op het onderdeel woonkwaliteit uit de woonvisie.
Nieuwbouwopgave De gemeente geeft in de woonvisie aan meer woningen in de programmering te hebben staan dan dat er volgens de huishoudensprognose nodig zijn. De gemeente geeft daarom aan om terughoudend te willen zijn in het mogelijk maken van nieuwe woningbouwlocaties. Nieuwe locaties kunnen niet zonder meer worden toegevoegd. In vrijwel alle gevallen zal de gemeente een bestemmingswijziging moeten faciliteren. De gemeente heeft daardoor invloed op het programma en de mogelijkheid om op benodigde aantallen appartementen en betaalbare koopwoningen te sturen. Bij iedere nieuwe locatie wil de gemeente kijken of er ruimte is in de programmering. Ook moet gekeken worden of er genoeg appartementen of levensloopbestendige woningen in de woningbouwprogrammering staan om in de actuele behoefte te voorzien. Daarnaast moet aandacht zijn voor voldoende betaalbare
25
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
koopwoningen. Het planvoornemen voorziet in vier kleine woningen, een vrijstaande koopwoningen, een hoekwoning en twee twee-onder-een-kapwoningen. Er is geen actueel woningbouwprogramma voor Heiloo. Uit paragraaf 3.4.2 blijkt overigens dat het aanbod voor lagere middeninkomens beperkt is. Bovendien wil de gemeente aantrekkelijk blijven voor alle doelgroepen. Op langere termijn is er behoefte aan appartementen. Het planvoornemen voorziet in vier kleine woningen in de sociale categorie, hiermee draagt het bij aan het langere termijn doel. Daarnaast draagt de realisatie van vier vrije sector koopwoningen bij aan de ambitie om aandacht te besteden aan extra (betaalbare) koopwoningen. De voorgenomen ontwikkeling is derhalve in lijn met de nieuwbouwopgave uit de woonvisie. Vanuit de woonvisie Heiloo zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
3.4.4 Beleidsplan en Uitvoeringsprogramma 2023-2026 'Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten' januari 2023 Dit beleidsplan geeft invulling aan de Rijksopdracht uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) en aan de ambities voor klimaatadaptatie uit het ambitiedocument programma Klimaat 2021-2025, dat is vastgesteld in 2020. Nederlandse overheden dienen klimaatbestendigheid en waterrobuustheid te verankeren in hun beleid. Met het vaststellen van de klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda Regio Alkmaar in 2021 is hier deels invulling aan gegeven. Het beleidsplan van de gemeente Heilloo is een lokale invulling. De gemeentelijke ambities en doelstellingen ten aanzien van klimaatadaptatie komen aan bod, dit is inclusief het thema natuurinclusief en biodiversiteit. In het plan staat hoe de gemeenten hier in de periode van 2023-2026 invulling aan geven. De uitgangspunten voor een klimaatbestendige, waterrobuuste en natuurinclusieve gebouwde omgeving omvatten vijf thema's. Dit zijn: wateroverlast, droogte, hitte, overstroming en 'natuurinclusief en biodiversiteit'. De uitgangspunten definiëren wat klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief inhouden. Ze zijn hiermee een invulling van de doelstellingen voor de openbare en private ruimte.
Ze zijn gebaseerd op de klimaatscenario's van het KNMI in 2050 en zijn daarmee voor de gemeente ondergrenzen voor basisveiligheid. Dit betekent dat wanneer de gebouwde omgeving aan deze uitgangspunten voldoet de inwoners een veilige en leefbare woonomgeving wordt geboden, geënt op het weer dat verwacht wordt in 2050. Zo verminderen potentiele schade door overlast als gevolg van klimaatverandering. De uitgangspunten zijn algemeen. Op deze manier wil de gemeente creatieve en kosteneffectieve oplossingen stimuleren. Op basis van de uitgangspunten die de gemeente eveneens hanteert in dit beleidsplan ontwikkelt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Dit doen ze samen met de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De gemeente Heiloo heeft op schaalniveaus verschillende activiteiten geformuleerd die ze zal uitvoeren in de periode van 2023-2026, om bij te dragen aan de doelstellingen en ambities. Dit zijn de schaalniveaus 'huis en pand' (aansluiten bij koplopers en voorlichten, promoten en stimuleren van inwoners en bedrijven), 'straat, gebied en wijk' (gemeente geeft het goede voorbeeld bij de start van elk project met klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen) en 'de regio' (gemeente werkt samen met regio Alkmaar).
Voor nieuwbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen heeft de gemeente een puntensysteem ontwikkeld dat ze willen gaan hanteren. Met als doel om te komen tot een klimaatbestendige, waterrobuuste en natuurinclusieve gebouwde omgeving. Dit is ten behoeve van soortenrijkdom, meer kwalitatief groen, en
26
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
voorkoming van droogte, hitte en wateroverlast. Onderstaande klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen worden bij de ontwikkeling van dit plan meegenomen: Afname verharding. In de huidige situatie is vrijwel het gehele plangebied verhard. In de nieuwe situatie is sprake van circa 200 m2 tuinbestemming. Daarnaast worden de nieuw toe te voegen parkeerplekken in het openbaar gebied uitgevoerd met half-verharding. Door afname van verharding in het plangebied wordt de kans op wateroverlast bij hevige buien verkleint. Groen De bestaande vier Leilindes in het plangebied blijven met het planvoornemen behouden. Tevens worden drie nieuwe bomen (soort nog nader te bepalen) aangeplant welke aansluiten bij de ecologische structuur rondom het plangebied. Daarnaast biedt deze extra toevoeging van groen schaduw in de zomer. I.c.m. de afname van verharding en toevoeging van tuinen levert dit ene positieve bijdrage aan het voorkomen van hittestress. Hemelwaterberging Het hemelwater wordt gescheiden van het vuilwater. Met toepassing van infiltratiekratten wordt het hemelwater opgevangen conform het gemeentelijk beleid van 40l/m2 bebouwd oppervlakte. Hiermee wordt de riolering ontzien en worden extra punten voor afwatering gecreëerd. Met bovenstaande maatregelen wordt er conform gemeentelijk beleid bijgedragen aan een klimaatbestendige, waterrobuuste en natuurinclusieve gebouwde omgeving.
3.5
Conclusie beleid
De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt niet belemmerd door het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.
27
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
28
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Archeologie en cultuurhistorie
In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het belangrijk om aandacht te besteden aan erfgoed. In welke mate er in een plangebied sprake is van erfgoed, dient aan de hand van onderzoek te worden bepaald. Vervolgens moet worden aangegeven op welke manier met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het gebied van cultureel erfgoed. Het belangrijkste onderdeel van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de aanwezige archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Indien dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet elk ruimtelijk plan een analyse bevatten van de overige cultuurhistorische waarden in relatie tot het plangebied. 4.1.1
Archeologie
In het geldende bestemmingsplan is een archeologische dubbelbestemming opgenomen 'Waarde Archeologie - 2'. Omdat de voorgenomen nieuwbouw dusdanig van aard is dat het een bedreiging kan vormen voor eventueel aanwezige archeologische resten is door Buro de Brug een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage bij de toelichting te raadplegen (Bijlage 2). In het onderstaande wordt nader ingegaan op de resultaten van het onderzoek. Archeologisch onderzoek Om de archeologische waarden in het plangebied aan te kunnen tonen, zijn verschillende boringen gedaan. Op basis van de boringen is geconstateerd dat de bodemopbouw in het plangebied bestaat uit opgebrachte of verstoorde grond met daaronder duinafzettingen op hollandveen op Oude strandafzettingen. Voor Oude strandafzettingen geldt een hoge archeologische verwachting vanaf het neolithicum indien ze onderdeel uitmaken van de verwachte strandwal binnen het onderzoeksgebied. Vanwege het geringe hoogteverschil van deze afzettingen door het profiel heen, valt vermoedelijk te stellen dat binnen het onderzoeksgebied enkel sprake is van een strandvlakte. Deze conclusie wordt ondersteund door de aanwezigheid van getijdenafzettingen op de strandafzettingen. Zodoende geldt voor de strandafzettingen een lage archeologische verwachting voor de periode neolithicum.
Het Hollandveen lijkt plaatselijk (boring 4) te zijn verstoord, maar is binnen alle andere boringen volledig intact aanwezig. Dit veen heeft zich gevormd gedurende de bronstijd, waarbij bewoning kan hebben plaatsgevonden op de top van dit veen. Tijdens het veldonderzoek zijn echter geen veraarde trajecten van veen aangetroffen, die op een lokaal verbeterde afwatering van het veengebied duiden. Hierdoor bestaat voor het Hollandveen en de periode bronstijd een lage archeologische verwachting. De duinafzettingen, die zijn gevormd vanaf de ijzertijd tot aan de middeleeuwen, gaan gepaard met een hoge archeologische verwachting bij aanwezigheid van humeuze vegetatieniveaus en/of bewoningsniveaus. Dergelijke niveaus zijn echter niet aangetroffen binnen het duinzand, en vanwege de aanzienlijke verstoringsdiepte zullen mogelijk aanwezige vegetatieniveaus in de voormalige bouwvoor ook niet (meer) aanwezig zijn. In enkele boringen is wel een ontkalkt niveau aangetroffen binnen het duinzand, maar hier zijn geen andere indicatoren voor een voormalig vegetatie- of bewoningsniveau aangetroffen. Hierdoor bestaat voor het duinzand en de periode ijzertijdmiddeleeuwen een lage archeologische verwachting.
29
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
4.1.2
Cultuurhistorie
Om te kunnen bepalen wat voor cultuurhistorische waarden aanwezig zijn in het plangebied, is de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie met bijbehorende kaart en informatie gehanteerd. De Leidraad maakt onderscheid in verschillende deelgebieden. Het plangebied valt onder het deelgebied 'Noord-Kennemerland'. De ruimtelijke opbouw van dit deelgebied is al van oudsher sterk structurerend. Nederzettingen zijn ontwikkeld op de verschillende strandwallen. De Kennemerstraatweg N203 vormt de drager voor de nederzettingen op de middelste strandwal. Langs de weg staan veel bomen die voor veel schaduw zorgen. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Het planvoornemen voorziet in sloop van de bestaande niet monumentale maar beeldbepalende stolpboerderij en voormalige bedrijfsbebouwing. Bij de bouw van de nieuwe woningen komt de stolpvorm weer terug. Dit komt tegemoet aan de cultuurhistorische waarden van deze locatie op de strandwal. Naast de stolp komt een woning welke qua karakteristiek past in de lintbebouwing van de Kennemerstraatweg en zodoende dit lint versterkt. Bij de nieuwbouw wordt tevens rekening gehouden met het landschap.
De karakteristieke leilindebomen blijven behouden. Daarnaast bevindt het plangebied zich aan de Kennemerstraatweg. Dit is, gezien de ligging ervan op een strandwal, een belangrijke ruimtelijke drager in Kennemerland. Het plangebied is helder gepositioneerd ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Al met al staat het planvoornemen in lijn met de algemene ambities voor ruimtelijke ontwikkelingen uit de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie. Conclusie Het planvoornemen kan voor het aspect cultuurhistorie betreft uitvoerbaar worden geacht.
4.2
Bodem
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat een bestemmingsplan uitvoerbaar is. Als gevolg van bodemsanering kan de financiële uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan belemmerd worden. Daarom is het van belang om na te gaan of de bodem schoon is. In het kader van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid wordt daarom onderzocht of de bodem voldoende schoon is. Op deze locatie is een textiel- en kledingreinigingsbedrijf (oftewel wasserij) in bedrijf geweest. Na raadpleging van het bodemloket blijkt dat hierbij zuren en/of basen op locatie zijn opgeslagen. In 1994 is er door Reus & Leeuwenkamp een nulsituatieonderzoek opgesteld. Waarna door Sijs een saneringsplan is vervaardigd. Op 18 juni 2020 is er door Grondslag een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3). Uit de resultaten blijkt onder andere dat de locatie niet als asbest onverdacht kan worden aangeduid. Er is een verkennend asbestonderzoek noodzakelijk. De overige onderzoeksresultaten vormen volgens Grondslag geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Op 21 juni 2023 is door Omgevingsdienst NHN een beoordeling van bovenstaande onderzoek uitgebracht. Zie Bijlage 4. Uit de beoordeling blijkt dat het bodemonderzoek conform de NEN 5740 is uitgevoerd. Een (verkennend) asbest in grond onderzoek overeenkomstig de NEN 5707 is niet noodzakelijk gebleken.
Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het
30
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
planvoornemen. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.3
Ecologie
In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. In de Wet natuurbescherming (Wnb) is zowel de bescherming van de flora- en faunasoorten vastgelegd, alsook de bescherming van specifieke natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). Naast de Wnb zijn ook de provinciale omgevingsvisie en verordening relevant voor de gebiedsbescherming. Hierin is onder meer het behoud en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) geregeld. Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden nodig. SOORTENBESCHERMING Het planvoornemen betreft het slopen van de huidige bebouwing en nieuwbouw van woningen. Voor het project is eerder een ecologische quickscan uitgevoerd, zie Bijlage 5 (Els & Linde 2020). In dat onderzoek is als aannemelijk gesteld dat binnen de bebouwing op het terrein, vleermuizen, huismus en gierzwaluwen voorkomen. Uit de resultaten is gebleken dat een afdoend onderzoek naar het voorkomen vleermuizen, huismus en de gierzwaluw binnen de planlocatie noodzakelijk is om de effecten van de ruimtelijke plannen te kunnen bepalen.
Dit afdoend onderzoek is uitgevoerd door Els & Linde op 6 september 2021 en bijgevoegd aan de toelichting, zie Bijlage 6. Uit de resultaten van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen, huismus of gierzwaluw zijn aangetroffen. Bij de buren, Kennemerstraatweg 434 en 438, zijn paarverblijven aangetoond. Deze mogen niet worden verstoord door verlichting. Ook het naastliggende grasland (NNN) mag niet worden verlicht. Na advies van de Omgevingsdienst is door Els & Linde op 11 oktober 2023 een nadere onderbouwing opgesteld betreffende ongeschiktheid van het plangebied voor marterachtigen, amfibieën en insecten. Deze memo is als Bijlage 7 toegevoegd aan de toelichting. Hierin wordt geconcludeerd dat het plangebied in de huidige situatie zodanig verhard is dat er van biotopen voor marters, amfibieën en insecten geen sprake is in het plangebied. Daarbij is de rugstreeppad niet in de omgeving van het perceel aangetroffen. Het naastgelegen weiland is geen geschikt habitat voor de soort, doordat het te sterk begroeid is en er geen sprake is van voortplantingswater voor deze soort. Voor het planvoornemen is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk wat betreft soortenbescherming. GEBIEDSBESCHERMING Weidevogelleefgebied De belangrijke gebieden voor weidevogels zijn in Noord-Holland beschermd.
Binnen de gebieden gelden strikte regels, de weidevogels mogen niet verstoord worden. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. De weidevogelleefgebieden liggen op grote afstand van de planlocatie en vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Natuurnetwerk Nederland Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op enkele meters afstand van de onderzoekslocatie. Het natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Het is wel noodzakelijk te zorgen dat het open gebied naast het perceel niet wordt verlicht of betreden. Andere
31
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
effecten op de het Natuurnetwerk Nederland worden in de resultaten van de ecologische quickscan uitgesloten. Natura 2000 De planlocatie betreft een perceel met daarop een woning met aansluitend bedrijfspand met een wasserij. Het perceel bevindt zich binnen de bebouwde kom van Heiloo. De locatie is in de directe omgeving omsloten door weilanden, vrijstaande woningen en de Kennemerstraatweg. De Natura 2000-gebieden liggen op vrij korte afstand. Op 3,7 kilometer van de onderzoekslocatie ligt het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat, op 6,2 kilometer de Eilandspolder en de Schoorlse Duinen op 9,3 kilometer afstand. Stikstofdepositie Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitatten en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functies waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS op (8 november 2023). Deze berekening is als Bijlage 8 toegevoegd aan dit document.
Uit de resultaten van de berekening blijkt dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit geldt voor zowel de sloopfase, aanlegfase, gebruksfase alsmede het totale plan. Met betrekking tot de invoergegevens van de AERIUS-berekening is uitgegaan van gedeeltelijke inzet van stage V materieel, het gebruik hiervan is geborgd in de regels . Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg. Conclusie Bij de buren, Kennemerstraatweg 434 en 438, zijn paarverblijven van vleermuizen aangetoond. Deze mogen niet worden verstoord door verlichting. Ook het aanliggende natuurgebied NNN mag niet worden verlicht. Voor het planvoornemen is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk wat betreft het aspect ecologie.
4.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de woon- en leefomgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is de ev-signaleringskaart ontwikkeld. Op deze risicokaart staan verschillende risico-ontvangers en risicobronnen aangegeven. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is op de ev-signaleringskaart nagegaan of er ook aandachtspunten (in dit geval risicobronnen) op het vlak van de externe veiligheid aanwezig zijn. Op basis van deze kaart blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op de externe veiligheid van voorgenomen
32
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
ontwikkeling. Zie figuur 11. Ook maakt de voorgenomen ontwikkeling geen risicoveroorzakende inrichtingen mogelijk in het plangebied.
Figuur 11. Ligging plangebied en risicovolle objecten (ev-signaleringskaart.nl)
Conclusie De normen voor externe veiligheid zoals aangegeven in het Bevi, het Bevt en het Bevb vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Het planvoornemen kan wat het aspect externe veiligheid betreft uitvoerbaar worden geacht.
4.5
Bedrijfshinder en milieuzonering
Om hinder tussen bedrijven en gevoelige functies zoals woningen te voorkomen, is het wenselijk dat tussen beide functies voldoende ruimte is. Om te bepalen welke afstand noodzakelijk is, kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden die zijn opgenomen in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Als aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan, is er veelal geen sprake van bedrijfshinder. Toetsing Externe werking Bij externe werking gaat het voornamelijk om de vraag of het plan leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar gezien, in strijd kan worden geacht met een goede ruimtelijke ordening. Hiervan is sprake indien het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. Het planvoornemen voorziet niet in realisatie van een milieubelastende functie. Op grond hiervan is er geen sprake van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat voor omliggende functies.
33
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Interne werking Bij interne werking gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In voorliggend geval worden er acht nieuwe milieugevoelige objecten gerealiseerd. Nabij het plangebied is behalve de ten noorden gelegen agrarische gronden geen hinder veroorzakende functie aanwezig. In paragraaf 4.6 wordt ingegaan op het vraagstuk spuitzonering. Conclusie De aspecten bedrijfshinder en milieuzonering vormen geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
4.6
Spuitzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van eventuele gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Uit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2017:3524) volgt dat als uit de representatieve invulling van de maximale planologische situatie blijkt dat het niet aannemelijk is dat de gronden gebruikt zullen worden voor een vorm van agrarisch gebruik (waaronder het scheuren van gronden) waarbij gewasbeschermingsmiddelen zullen worden gebruikt er in redelijkheid geen rekening gehouden hoeft te worden met een vorm van agrarisch gebruik waarbij spuitzones dienen te worden aangehouden. Bij dit plan is dat het geval. In een dergelijke situatie kan dan gemotiveerd worden dat, zonder dat daarvoor een specifiek driftonderzoek nodig is, het aannemelijk is dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Hierin voorziet onderstaande onderbouwing. Plangebied en omgeving Het plangebied grenst direct aan de percelen van melkveebedrijf op het landgoed Ter Coulster adres: Kennemerstraatweg 432, zie figuur 12.
Figuur 12: Ligging plangebied (rode contour), ligging melkveebedrijf (speld) en ALN gebied (oranje contourvlak).
34
bestemmingsplan Kennemerstraatweg 436, Heiloo
Bestemmingsregels agrarische gronden Voor de agrarisch in gebruik zijnde gronden geldt het bestemmingsplan Landelijk Gebied Heiloo 1997 (zie figuur 13). De gronden hebben de bestemming 'Agrarisch Gebied alsmede gebied met landschappelijke en natuurwaarden (Aln)'. Deze gronden zijn bestemd voor: Behoud, versterking en/of ontwikkeling van de aan de gronden eigen zijnde kwetsbare natuurwaarden; Behoud, versterking en/of herstel van de aan de gronden eigen zijnde landschapswaarde, openheid en sloten-/kavelpatroon; Kleinschalige landschapselementen; De agrarische bedrijfsvoering; Alsmede voor: Extensief recreatief medegebruik Hoofdlijnen van beleid Voor de bestemming is het beleid primair gericht op het behoud van de graslandvegetaties mede met het oog op de vogelkundige waarde van het gebied. Het bestemmingsplan Landelijk Gebied Heiloo 1997 is gericht op ontwikkeling van die bedrijfsvoering die aansluit bij de beleidsdoelstellingen van de gebiedsbestemming. Voor de agrarische bedrijfsactiviteiten wordt daarbij uitgegaan van de grondgebonden agrarische bedrijfsvoering (graasdierbedrijven). Het beleid is gericht op het behoud van graasdierbedrijven met behoud van de gebiedseigen natuur en landschapswaarden.