C04g. Voorkeursvariant Energieroute NH
Tekst van het document
Principetekening van inrichting zonnepanelen bij de Wijkertunnel
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
67/181
Langs de snelweg Op delen van het tracé ligt de weg significant hoger dan de omgeving. Dit biedt kansen om het talud in te zetten voor zonnepanelen. Waar de weg op een talud door een waardevol open landschap loopt wordt juist het talud vrijgehouden om de weg als litteken door het landschap niet te versterken. Een aantal locaties is wel geschikt. Hoofdambitie Zonnepanelen op het talud vormen lange lijnen en benadrukken de lengterichting van de weg. Er wordt gestreefd naar een rustig beeld vanaf de weg en vanuit de omgeving. De rijafstand en bedekkingsgraad van het talud is afhankelijk van het deelgebied. Het behouden van de ecologische waarde van de taluds is van belang. Om deze reden vormen de panelen lange smalle lijnen met tussenafstanden en wordt in groengebieden een deel van het taluds vrijgehouden. Zonnepanelen op het talud worden op drie verschillende manieren ingepast: • • •
Standaard inpassing Langs de A9 bij Zijkanaal C, A5 vanaf knooppunt Raasdorp tot aan de Ringvaart; Ecologische inpassing A5 ter hoogte van de Tuinen van West; Industriële inpassing A5 ter hoogte van het Westelijk Havengebied.
Principetekening van inrichting zonnepanelen op taluds 68/181
Stedelijke randen Daar waar de weg de stadsrand raakt kan de plek met zonnepanelen worden gemarkeerd. Op deze plekken ligt een logische link tussen de opwek van energie en de afname van energie. Hoofdambitie Er worden combinaties gezocht met bestaande geluidswerende maatregelen, waarvan de wegzijde ingezet wordt voor zon. Voor de inpassing van zon zijn twee mogelijkheden: • •
Zon wordt ingepast op een bestaande geluidswal Geluidswal ter hoogte van Heiloo; Zon wordt ingepast op een bestaand geluidsscherm Het geluidsscherm aan de noordzijde van de A1 vanaf knooppunt Watergraafsmeer tot aan rivier De Diem.
NB: er zijn meerdere geluidsschermen langs de Energieroute Noord-Holland te vinden. Echter, alleen de geluidsschermen van de A1 bleken geschikt voor plaastsing van zonnepanelen.
Principetekeningen van inrichting zonnepanelen in stedelijke randen Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
69/181
Omgeving Binnen de scope ligt een kansrijk gebied dat niet direct bij het snelweglandschap hoort. Dit betreft een perceel naast knooppunt Hoofddorp. Hoofdambitie Locaties die niet direct bij het snelweglandschap horen worden ingericht met oog voor het omringend landschap. De kwaliteiten van het landschap, zoals verkaveling, zijn leidend.
Principetekening van inrichting zonnepanelen in omgeving van de snelweg
70/181
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
71/181
5. ONTWERPREGELS
5. ONTWERPREGELS De beschikbare ruimte voor zonne-energie langs de snelwegen is te vinden in de knooppunten, aansluitingen, taluds en buitenbermen, stedelijke randen en de omgeving (meekoppelkansen). Samen vormt dit de Energieroute. In het vorige hoofdstuk is beschreven wat we verstaan onder een goede inpassing van zon binnen dit snelweglandschap. In de visie is een aanzet gedaan voor de ruimtelijke ambities voor zon binnen knooppunten, aansluitingen, de Wijkertunnel als special, gebieden langs de snelweg, stedelijke randen en in de omgeving.
De kaart hiernaast laat de locaties zien die in de visie als geschikte plekken voor zon worden gezien, en wat voor een soort plekken binnen het snelweg landschap dat zijn. De tabel hieronder geeft aan welke ontwerpregels daarbij horen. De afbeeldingen in dit hoofstuk illustreren de ontwerpregels. De illustraties geven niet altijd de enige mogelijkheid weer. Sommige illustraties verbeelden juist hoe het niet moet, zodat duidelijk is waarom de ontwerpregel is opgesteld.
In dit hoofdstuk wordt beschreven volgens welke spelregels een toekomstige exploitant dient te werken binnen deze verschillende eenheden op zo’n manier dat recht wordt gedaan aan de Visie: De Energieroute als een samenspel van verschillende deelgebieden waarbinnen de kansen voor zonne-energie zo goed mogelijk afgestemd moeten worden op, én een bijdrage zouden moeten leveren aan de bestaande kwaliteiten. Sommige ontwerpregels benadrukken de eenheid binnen het geheel of binnen het deelgebied en dragen daarmee zorg voor een rustig beeld. Deze ontwerpregels worden hieronder als ‘algemene ontwerpregels’ beschreven. Andere ontwerpregels zijn juist opgesteld om de karakteristiek van de plek zo goed mogelijk tot uitdrukking te laten komen. De ontwerpregels hebben de volgende onderverdeling:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
algemene ontwerpregels; vlakopstelling op land; opstelling boven water; opstellingen op een talud; opstellingen op bestaande geluidswallen en -schermen; specials; vlakopstellingen in de omgeving.
knooppunten
lange lijnen
waterrijke vlakken
Special
Ontwerpregels
Ontwerpregels
Ontwerpregels
1. algemeen
1. algemeen
1. algemeen
4. op talud
3. vlak water
4. op talud 6. specials
74/181
aansluitingen
groen
waterrijk
Wijkertunnel
langs de snelweg
stedelijke randen
special
langs weg
wallen
schermen
omgeving
veld
Ontwerpregels
Ontwerpregels
Ontwerpregels
Ontwerpregels
Ontwerpregels
Ontwerpregels
Ontwerpregels
1. algemeen
1. algemeen
1. algemeen
1. algemeen
1. algemeen
1. algemeen
1. algemeen
2. vlak land
3 vlak water
6. specials
4. op talud
4. op talud
4. op talud
7. omgeving
5. wallen en schermen
5. wallen en schermen
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
75/181
ALGEMENE ONTWERPREGELS 5.1 Algemene ontwerpregels Algemene ontwerpregels gelden voor alle inpassingen en opstellingen van zon binnen de Energieroute Noord-Holland. De Algemene ontwerpregels zijn als volgt:
5.1.1 Maak duidelijke energieknopen. Indien wordt ingezet op energie binnen een knooppunt of aansluiting dient dit ook consequent te worden gedaan, geen halve maatregelen zodat een helder beeld ontstaat. Indien de helft van het de ruimte om redenen niet geschikt is kan beter worden gekozen voor bijvoorbeeld een groene invulling.
5.1.2 Geen kleine snippers inrichten met zonnepanelen. Door grotere vlakken in te richten met zonnepanelen blijft een rustiger beeld behouden en wordt verrommeling voorkomen.
5.1.3 Kies voor taluds of vlakvulling binnen een energieknoop. Vlakvulling en taluds vragen om een andere opstelling van panelen. Taluds en vlakvullingen combineren binnen een knoop resulteert in een onrustig ruimtelijk beeld.
5.1.4 Draag zorg voor bodemkwaliteit. Zorg voor licht, lucht en water op de bodem. De ruimte tussen panelen, de opstelling en keuze van het type paneel dient bij te dragen aan een gezonde bodem met kans voor vegetatieontwikkeling. Kies voor onderconstructies die geen schadelijke stoffen in de bodem achterlaten. Gedetailleerdere ontwerpprincipes hiervoor worden hierna verder uitgewerkt. 5.1.5 Voeg ecologische waarde toe. Compenseer eventueel te verwijderen bomen binnen het plangebied op een manier die bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit. Voeg ook groen, water, oevervegetatie toe, zodat er ook nieuwe ecologische waarden ontstaan.
76/181
ALGEMENE ONTWERPREGELS Panelen 5.1.6 Er is eenheid in het type zonnepanelen. Met name binnen een landschappelijk deelgebied zou gestreefd moeten worden naar gelijkvormigheid in type, kleur, formaat en manier van plaatsing. Dit draagt bij aan een rustig beeld.
5.1.7 De kleur van de panelen is per deelgebied gelijk en heeft een zwarte of blauwe uitstraling. Met name binnen een landschappelijk deelgebied zou gestreefd moeten worden naar gelijkvormigheid in type, kleur, formaat en manier van plaatsing. Dit draagt bij aan een rustig beeld.
5.1.8 Rustige vormgeving, onopvallende randen. Kies voor panelen met een rustige vormgeving en onopvallende randen. Juist de (aluminium) randen zorgen vaak voor een onrustig ruimtelijk beeld
5.1.9 Onopvallende onderconstructies. De constructies waarop de zonnepanelen worden geplaatst zijn zo onopvallend mogelijk, waarbij wordt gestreefd naar eenheid in het hele project.
5.1.10 Zorg voor maatwerk constructies van de tafels die is afgestemd op de maat van één paneel, in plaats van panelen die afgestemd worden op de constructie van een tafel. Door de constructies waarop panelen liggen uit te voeren als maatwerk kunnen de lengtes van rijen zo goed mogelijk aansluiten bij de beschikbare ruimte. Hierdoor ontstaan rustige randen zonder grote verspringingen.
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
77/181
ALGEMENE ONTWERPREGELS Bouwwerken 5.1.11 Zorg voor eenheid en terughoudendheid in vormgeving. Benodigde bouwwerken (transformatoren) hebben in hele project eenzelfde kleur en uitstraling en vormgeving 5.1.12 Eventuele batterijen of andere noodzakelijke grotere bouwwerken staan niet binnen een aansluiting of knooppunt, maar buiten het snelweglandschap. Batterijen en andere grotere bouwwerken liggen in de omgeving en hebben een uitstraling passend in het deelgebied: containers passen in Westelijk Havengebied, in stedelijk gebied eerder gemetselde bouwwerken 5.1.13 Bouwwerken worden landschappelijke ingepast. Kleinere transformatorhuisjes (max 2m hoog) kunnen kaal in de ruimte staan, grotere bouwwerken dienen ingepast te worden met voor de locatie passende beplanting. De aandacht en eis voor landschappelijke inpassing met beplanting wordt strenger naarmate het bouwwerk groter wordt. 5.1.14 Transformatoren worden indien mogelijk weggewerkt onder de panelen. Indien transformatoren nodig zijn, zorgt het wegwerken van de transformatoren voor een rustig beeld. Randen 5.1.15 Achterkanten uit beeld. Achterkanten en zijkanten van zonnepanelen zijn ruimtelijk weinig aantrekkelijk en worden waar mogelijk uit beeld genomen door de manier van plaatsen of door groene afscherming. 5.1.16 Zorg voor natuurlijke barrieres.
De randen van zonnevelden worden waar mogelijk afgeschermd door natuurlijke barrieres, zoals watergangen of ondoordringbare struiken. Hierdoor worden er zo min mogelijk hekwerken nodig gemaakt.
78/181
ALGEMENE ONTWERPREGELS 5.1.17 Eenheid in hekwerken. Indien er toch hekwerken noodzakelijk zijn dient te worden gestreefd naar eenheid in het project van hekwerken en poorten met een terughoudende en onopvallende vormgeving.
5.1.18 Hekwerken waar mogelijk uit het zicht. Daar waar de plaatsing van een hekwerk in het zicht onvermijdelijk is zal per geval moeten worden gekeken wat ruimtelijk de beste oplossing is. Soms betekent dit dat het hekwerk voorzien moet worden van een groene inpassing zoals een met een wilde haag, of hoge rietoever. Soms kan beplanting juist het zicht belemmeren. Dit vraagt om maatwerk.
5.1.19 Geen hekwerken bij de aansluitingen en knooppunten, de ruimtelijke grens van het zonneveld wordt zoveel mogelijk gevormd door water. Bij voorkeur worden geen hekwerken geplaatst maar wordt toegankelijkheid beperkt door sloten of struweel. Eventueel noodzakelijke hekwerken worden ingepast met beplanting.
5.1.20 De paneelopstellingen krijgen een landschappelijke inpassing passend bij het landschappelijke deelgebied. in het noordelijke gebied wordt de achterzijde van panelen zoveel mogelijk uit het zicht onttrokken met gebiedseigen struweel, in de Haarlemmermeer met een sloot met rietoever en kruidenvegetatie en in de Amstelscheg met brede randen met riet en oevervegetatie.
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
79/181
VLAKOPSTELLINGEN OP LAND 5.2 Vlakopstellingen op land Vlakopstellingen op land kunnen op de volgende locaties worden toegepast: Aansluiting 11 Akersloot, 10 Uitgeest, 9 Heemskerk, 1 IJmuiden en 6 Aalsmeer. Naast Knooppunt Hoofddorp en bij de Tunnelmonden van de Wijkertunnel zijn ook mogelijkheid voor een vlakopstelling. Echter, hier gelden andere ontwerpregels voor (zie vlakopstellingen in de omgeving, specials). De ontwerpregels voor vlakopstellingen op land zijn als volgt:
Panelen 5.2.1 Vlakopstellingen op land worden binnen een aansluiting symmetrisch behandeld. Als er aan de ene zijde van de weg panelen liggen, dan ook aan de andere zijde. 5.2.2 De opstellingsrichting en hellingshoek van de panelen is binnen een aansluiting met meerdere vlakopstellingen op land overal gelijk. Panelen hebben binnen een aansluiting een zelfde uitstraling waardoor een rustig beeld ontstaat. 5.2.3 De panelen binnen een vlakopstelling op land zijn allen op het zuiden georiënteerd. Door de opstellingen in de aansluitingen op het zuiden te orienteren ontstaat het beeld van rijen waar tussendoor te kijken is, in plaats van rijen die helemaal meelopen met de weg. Dit zorgt voor een rustig beeld. 5.2.4 De afstand tussen rijen is minimaal 2meter. De afstand tussen panelenrijen zorgt dat er licht, lucht en water op de bodem valt, maar is ook van belang voor het beheer. 5.2.5 De panelenrijen in zuid-opstelling hebben een breedte van minimaal 2 en maximaal 4 panelen in landscape opstelling. De rijen moeten niet te smal worden want dan ontstaat een onrustig beeld, maar ook niet te breed.
80/181
VLAKOPSTELLINGEN OP LAND 5.2.6 Paneelopstellingen zijn laag genoeg om overheen te kijken vanaf de weg en maximaal 1m hoog ten opzichte van het laagste punt in omringende wegen. Om een rustig wegbeeld en de verkeersveiligheid te garanderen is het van belang goed overzicht te kunnen hebben. Op deze manier zal ook het zicht op het omringende landschap mogelijk blijven.
5.2.7 Rafelranden aan de randen van de vlakken worden tot een minimum beperkt. De ruimte binnen een contour wordt zo goed mogelijk ingevuld waarbij flexibiliteit in lengte van de rijen helpt bij het creëren van een zo efficient mogelijke invulling en rustig verspringende randen.
5.2.8 Binnen rijen mogen geen verspringen voorkomen. De rijen lopen continu door, zonder verspringingen. Hierdoor ontstaat een rustig beeld.
Bouwwerken 5.2.9 Transformatoren worden indien mogelijk weggewerkt onder de panelen. Indien dit technisch mogelijk is, vormt dit het meest rustige beeld
5.2.10 Eventueel noodzakelijke transformatorhuisjes (max 2m hoog) staan in een vast ritme aan het begin van de rijen, in het verlengde van de panelen. Bouwwerken zijn een integraal onderdeel van het ruimtelijke ontwerp van het betreffende zonneveld. Indien meerdere bouwwerken nodig zijn dienen deze in een logisch ritme te worden geplaatst. Hierdoor ontstaat een rustig beeld waarin de bouwwerken zo min mogelijk een ruimtelijke verstoring opleveren.
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
81/181
OPSTELLINGEN BOVEN WATER 5.3 Opstellingen boven water Vlakopstellingen boven water kunnen op de volgende locaties worden toegepast: de knooppunten Amstel, Holendrecht Noord en Holendrecht Zuid; de aansluitingen 4 Ouderkerk a/d Amstel, 1 Ouderkerk a/d Amstel, 3 AmsterdamZuidoost, 2 IJmuiden en 3 Amsterdam-Westpoort. De ontwerpregels voor vlakopstellingen boven water zijn als volgt:
Panelen 5.3.1 Opstellingen boven water worden binnen een aansluiting met meerdere vlakken symmetrisch behandeld. Als er aan de ene zijde van de weg panelen liggen, dan ook aan de andere zijde.
5.3.2 De opstellingsrichting en hellingshoek van de panelen is binnen een aansluiting met meerdere opstellingen boven water overal gelijk. Panelen hebben binnen een aansluiting een zelfde uitstraling waardoor een rustig beeld ontstaat.
5.3.3 Panelen in aansluitingen waarbij opstellingen boven water mogelijk zijn, staan boven water in oost-west opstelling en hebben een maximale hoogte van 1m boven het waterniveau. De oost-west opstelling heeft een vlakkere hellingshoek en heeft daarmee meer de uitstraling van een “wateroppervlakte”.
5.3.4 Het dakje van een oost-west opstelling heeft een maximale breedte van 2x4 panelen boven elkaar (in landscape opstelling). De opstelling lijkt op de landopstelling, maar bestaat dan uit twee rijen tegen elkaar aan, waardoor geen achterkanten zichtbaar zijn.
82/181
VLAKOPSTELLINGEN BOVEN WATER 5.3.5 De tussenafstand tussen dakjes is minimaal 1m Deze afstand zorgt voor licht op het water, maar is wel klein genoeg om het gevoel te geven van een rustig aaneengesloten vlakvulling.
5.3.6 Panelen boven water drijven niet maar staan op tafelconstructies die in kleur en uitstraling gelijk zijn met opstellingen op het land. Door losse tafelconstructies te maken blijft er meer ruimte vrij waar licht het water kan bereiken, wat beter is voor de ecologische omstandigheden en waterkwaliteit.
5.3.7 Rafelranden aan de randen van de vlakken van worden tot een minimum beperkt. De ruimte binnen een contour wordt zo goed mogelijk ingevuld waarbij flexibiliteit in lengte van de rijen helpt bij het creëren van een zo efficient mogelijke invulling en rustig verspringende randen.
5.3.8 Binnen rijen mogen geen verspringen voorkomen. De rijen lopen continu door, zonder verspringingen. Hierdoor ontstaat een rustig beeld.
Bouwwerken 5.3.9 Het plaatsen van bouwwerken bij opstellingen boven water gebeurt buiten het vlak met de opstelling, elders binnen de aansluiting op een plat vlak. De bouwwerken kunnen niet in het water staan en zijn ook niet wenselijk op de taluds.
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
83/181
VLAKOPSTELLINGEN BOVEN WATER Randen 5.3.10 Rondom wateropstellingen blijft een waterrand vrij van minimaal 3 meter. Hierdoor blijft er een strook water vrij van panelen waar vogels gebruik van kunnen maken en waar brede rietbermen kunnen groeien.
5.3.11 De paneelopstellingen krijgen een landschappelijke inpassing passend bij het landschappelijke deelgebied. Dit betekent dat de vlakopstellingen boven water binnen het deelgebied de Amstelscheg een brede rand met riet krijgen. Voor de aansluitingen 2 IJmuiden, 3 Amsterdam-Westpoort en 3 AmsterdamZuidoost volstaat een afstand tot de oever van 3 meter. De vlakopstellingen boven water in de Amstelscheg liggen in een meer landschappelijk deelgebied. De andere locaties voor vlakopstellingen boven water liggen in stedelijk weefsel met een industrieel en functioneel karakter.
AMSTELSCHEG
84/181
STEDELIJK LANDSCHAP
OPSTELLINGEN OP EEN TALUD 5.4 Opstellingen op een talud Opstellingen op een talud kunnen op de volgende locaties worden toegepast: binnen de knooppunten Alkmaar, Beverwijk, Hoofddorp en Diemen; op de taluds van de A5 vanaf knooppunt Raasdorp tot aan Aansluiting 3 Amsterdam-Westpoort. Er vallen drie categorieën taludopstelling te onderscheiden: 1. taludopstelling in rijen, 2. taludopstelling in rijen voor 2/3 van het talud en ecologische inpassing, 3. een volledige taludopstelling zonder ruimte tussen de rijen panelen. Als aangegeven in de visie vallen alle taluds binnen de eerste categorie standaard, met uitzondering van de taluds van de A5 ter hoogte van de Tuinen van West en de taluds van knooppunt Diemen die in ecologisch vallen én de taluds van de A5 ter hoogte van het Westelijk Havengebied die in industrieel vallen. De ontwerpregels voor de taluds zijn als volgt:
Panelen 5.4.1 STANDAARD: Smalle rijen benadrukken de lengterichting voor taludopstelling in rijen. Door een opstelling te maken van rijen van 2 panelen boven elkaar met tussenafstand tussen de rijen wordt de lengterichting van de weg benadrukt en blijft de bodemkwaliteit van het talud gehandhaafd.
5.4.2 De breedte van de panelenrijen op de taluds is maximaal 3m.
5.4.3 Afstand tussen rijen op de taluds minimaal 0,5 meter en is in het hele deelgebied gelijk voor alle taluds gelijk. De afstand tussen panelenrijen zorgt dat er licht, lucht en water op de bodem valt, maar is ook van belang voor het beheer. De tussenmaat van een half keer de rijbreedte zorgt voor een goede verhouding tussen panelen en groene tussenruimte.
5.4.4 Hellingshoek panelen is gelijk met de hellingshoek van het talud. Panelen en talud lopen parallel aan elkaar. Hierdoor worden de panelen meer onderdeel van het talud en ontstaat een rustiger ruimtelijk beeld.
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
85/181
OPSTELLINGEN OP EEN TALUD 5.4.5 Panelen hebben een hoogte van maximaal 0,75m ten opzichte van het maaiveld Deze maat is nodig om warmteontwikkeling onder de panelen te voorkomen en om zorg te dragen voor de onderbegroeiing en beheer.
5.4.6 De Bovenzijde van de rijen met panelen komt maximaal 0,75m boven de bovenzijde van het talud uit. De panelen steken niet ver boven het talud uit en vormen daarmee geen barriere voor de weggebruiker om over het landschap heen te kijken. De 0,75m is gebaseerd op de hoogte van de geleiderails langs de weg dit ook circa die hoogte hebben. Door overal de rijen op talud uit te lijnen op de bovenzijde ontstaan aan de onderzijde juist reststroken voor groene invulling en ecologische waarden.
5.4.7 Geen verspringingen tussen panelenrijen. De rijen met panelen volgen de richting van het talud, zonder dat er verspringingen tussen rijen ontstaan.
5.4.8 Horizontale verdraaiingen tussen panelen zijn maximaal 0,75 graad Door te voorkomen dat er grote verdraaingen tussen de panelen zijn kunnen panelen op het talud de oriëntatie van de weg zo vloeiend mogelijk volgen, zonder lange rechtstanden. 5.4.9 Uitlijning van de rijen volgt het talud. De paneelopstellingen zijn uitgelijnd met een lijn die evenwijdig aan de hoek van het talud loopt op 3 meter afstand. 5.4.10 Onderbrekingen in de rijen volgen uit het landschap. Eventueel noodzakelijke onderbrekingen in de rijen lijnen uit met landschappelijke lijnen, zoals poldersloten of andere overgangen.
86/181
OPSTELLINGEN OP EEN TALUD 5.4.11 Bij een verbreding of versmalling van een talud zit de doorlopende lijn aan de kant van de weg. Dit leidt tot een rustiger wegbeeld voor automobilisten. Vanuit de omgeving gezien horen zonnepanelen op deze manier nadrukkelijk bij de weg.
5.4.12 ECOLOGISCH: Uitgegaan wordt van de standaard opstelling van 4.1. Maximaal tweederde van het talud wordt ingezet voor zon, aan de onderzijde van het talud blijft een landschappelijk strook uitgesloten voor een taludopstelling met een ecologische inpassing. Door aan de onderzijde een brede strook vrij te houden van panelen kan de ecologische waarde van het talud in de parkachtige setting behouden blijven. Deze strook kan worden beheerd als een kruidenrijke zone.
5.4.13 INDUSTRIEEL: Uitgegaan wordt van de standaard opstelling van 4.1. Alleen wordt in plaats van losse rijen, een aaneengesloten vlak van zon op het talud geplaatst, van boven tot aan beneden voor een taludopstelling zonder ruimte tussen de rijen. Een invulling waarbij de taluds volledig zijn belegd met zonnepanelen is passend bij het dynamische werkgebied.
Bouwwerken 5.4.14 Geen bouwwerken in het talud. Eventueel noodzakelijke bouwwerken worden buiten het talud geplaatst en landschappelijk ingepast. Zo vormen ze geen onderbrekingen in de lange lijnen van panelen. 5.4.15 Geen zichtbare hekwerken bij de knooppunten. Bij voorkeur worden geen hekwerken geplaatst maar wordt toegankelijkheid beperkt door sloten of struweel. Bij eventueel noodzakelijke hekwerken wordt per geval gekeken of inpassing met struweel of juist kaal laten de beste ruimtelijke oplossing is (maatwerk).
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
87/181
OPSTELLINGEN OP BESTAANDE GELUIDSWALLEN EN -SCHERMEN 5.5 Opstellingen op bestaande geluidswallen en -schermen Binnen de scope van de Energieroute Noord-Holland is één geluidswal die geschikt is voor plaatsing van panelen en één locatie met geluidsschermen die geschikt is voor de plaatsing van zonnepanelen. Deze locaties zijn respectievelijk: geluidswal bij Heiloo, geluidsschermen aan de noordzijde van de A1 tussen knooppunt Watergraafsmeer en rivier De Diem. De ontwerpregels voor opstellingen op bestaande geluidswallen en -schermen zijn als volgt: 5.5.1 Panelen op geluidswallen Voor de opstelling op geluidswallen gelden grotendeels dezelfde ontwerpprincipes als voor de knooppunten en taluds met enkele uitzonderingen die hieronder worden beschreven. 5.5.1.1 De opstelling en hoeveelheid rijen is afgestemd op de maat van het talud, aan de onderzijde blijft de opstelling continu, aan de bovenzijde kunnen verspringingen ontstaan als de geluidswal lager of hoger wordt. 5.5.1.2 Eventueel noodzakelijke bouwwerken staan niet op het talud maar op een vlak deel en worden landschappelijk ingepast De geluidswallen zijn erg zichtbaar vanaf de weg, bouwwerken geven een verstorend beeld.
5.5.1.3 Indien de geluidswal toegankelijk is wordt aan de bovenzijde gezorgd voor een groene afscheiding in plaats van een hekwerk. Hekwerken op de geluidswallen geven geen wenselijk beeld.
88/181
OPSTELLINGEN OP BESTAANDE GELUIDSWALLEN EN -SCHERMEN 5.5.2 Panelen op geluidsschermen 5.5.2.1 Geluidsschermen waarbij een transparante uitstraling gewenst is blijven transparant, waardoor zicht op omringend landschap behouden blijft Een invulling waarbij de taluds volledig zijn belegd met zonnepanelen is passend bij het dynamische werkgebied. 5.5.2.2 Panelen op bestaande geluidsschermen hebben dezelfde hellingshoek als het scherm
5.5.2.3 Zonnepanelen steken niet uit boven de schermen
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
89/181
SPECIALS 5.6 Specials Er zijn twee locaties binnen de Energieroute Noord-Holland die dusdanig bijzonder zijn dat voor deze locaties een aantal specifieke ontwerpregels worden voorgesteld om eer te doen aan de kernkwaliteiten van deze plekken. Deze locaties zijn Knooppunt Rottepolderplein en de Tunnelmonden van de Wijkertunnel. De specifieke ontwerpregels voor deze locaties zijn als volgt:
5.6.1 Knooppunt Rottepolderplein Voor de opstelling bij Rottepolderplein gelden grotendeels dezelfde ontwerpregels als bij de opstellingen op taluds (categorie 3). Omdat het knooppunt een dusdanig unieke vormgeving kent zijn de volgende ontwerpregels alleen voor dit knooppunt specifiek van toepassing: 5.6.1.1 De taludopstelling van knooppunt Rottepolderplein wordt symmetrisch vormgegeven. Dit betekent opstellingen op het talud op alle buitenbochten van het knooppunt en opstellingen op het talud binnen de rotonde. Alle opstellingen worden hetzelfde uitgevoerd. Kenmerkend aan knooppunt Rottepolderplein is de symmetrie aan alle zijden. Dit wordt benadrukt door aan alle zijden dezelfde taludopstelling te handhaven.
5.6.1.2 De taludopstellingen worden op het talud niet onderbroken, ook niet wanneer schaduwwerking optreedt onder de brug of op de noordgerichte taluds. Knooppunt Rottepolderplein is het enige knooppunt in Nederland vormgegeven als een rotonde. Inpassing van een taludopstelling dient dit te benadrukken en niet te onderbreken.
5.6.1.3 Eventuele bouwwerken worden niet binnen de rotonde geplaatst. Bouwwerken moeten zo min mogelijk afdoen aan de vormgeving van de rotonde. Dit wordt bereikt door eventuele bouwwerken buiten de rotonde te plaatsen.
90/181
SPECIALS
5.6.2 Tunnelmonden van de Wijkertunnel Voor de Tunnelmonden geldt dat er een vlakopstelling op land wordt geplaatst. Echter, deze opstelling komt niet in zuidrichting te staan maar in oost-west (dakjes) opstelling. De dakjes dienen de bovenrand van het talud van de tunnel te volgen. Voor de Tunnelmonden van de Wijkertunnel gelden daarmee andere regels. Deze zijn als volgt: 5.6.2.1 De vlakopstelling op land bij de Tunnelmonden van de Wijkertunnel betreft een oost-westopstelling. Op deze manier ontstaat er zowel vanaf de weg als vanuit de omgeving een rustig beeld. 5.6.2.2 Het dakje van een oost-west opstelling heeft een maximale breedte van 2x4 panelen boven elkaar (in landscape opstelling). De opstelling lijkt op de landopstelling, maar bestaat dan uit twee rijen tegen elkaar aan, waardoor geen achterkanten zichtbaar zijn. 5.6.2.3 De tussenafstand tussen dakjes is minimaal 1m Deze afstand zorgt voor licht op de bodem, maar is wel klein genoeg om het gevoel te geven van een rustig aaneengesloten vlakvulling. 5.6.2.4 De vlakopstellingen worden niet opgesteld in oost-westrichting, maar parallel aan de bovenste rand van de taluds van de Tunnelmonden. De opstelling volgt op deze manier de bovenste lijn van het talud. Dit zorgt voor een rustig beeld vanaf de weg. De opstelling vormt op deze manier een vloeiende lijn die niet onderbroken wordt.
5.6.2.5 De opstelling wordt uitgelijnd met de bovenste lijn van het talud. De langste rij zonnepanelen loopt langs deze lijn. Op deze manier worden haperingen te zien vanaf de weg voorkomen. 5.6.2.6 Eventuele bouwwerken en transformatoren worden in het verlengde van een rij geplaatst, maar worden niet in de langste rij met zonnepanelen geplaatst. Op deze manier wordt voorkomen dat transformatoren of bouwwerken de langste rij, oftewel de rij panelen langs de weg, onderbreken. 5.6.2.7 De vlakopstellingen worden aan weerszijden van de weg zo symmetrisch mogelijk opgesteld. Onderbreking van de symmetrie van de tunnelmonden verstoort het wegbeeld.
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
91/181
VLAKOPSTELLINGEN IN DE OMGEVING 5.7 Vlakopstellingen in de omgeving In de Energieroute ligt één locatie die valt onder vlakopstelling in de omgeving: een kavel naast knooppunt hoofddorp. Voor deze kavel gelden in principe de ontwerpregels voor vlakopstellingen op land. Echter, op de volgende ontwerpregel wijkt deze af:
5.7.1 Voor vlakopstellingen in de omgeving geldt dat ze de oriëntatie van het landschap volgen. In de omgeving is het belangrijk dat zonnepanelen ingepast worden volgens de oriëntatie van het landschap. Vlakopstellingen in de omgeving houden dus niet de zuid-oriëntatie van vlakopstellingen op land aan.
92/181
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
93/181
6. UITWERKINGEN
94/181
In dit hoofstuk wordt verbeeld hoe de Energieroute vorm kan krijgen als de ontwerpregels uit Hoofdstuk 5 worden toegepast op de geschikte ruimte langs de snelweg. Het is een illustratie maar biedt ook concreet houvast bij toekomstig ontwerp. In de plattegronden is aangegeven wat de scope is per locatie, en op welke manier dit is ingevuld met panelen. Op sommige plekken is de scope ruimer dan de voorgestelde invulling met zonnepanelen. Deze overmaat kan worden gebruikt voor noodzakelijke bouwwerken, toegangsroutes etc, die niet zijn ingetekend. In veel gebieden ligt de Energieroute in landschap met een beschermde status: Bijzonder Provinciaal Landschap, Unesco Werelderfgoed, of NatuurNetwerkNederland. Dit is bij elke locatie in kaart gebracht. In de planvormingsfase zal dan ook nader onderzoek moeten worden gedaan naar de ecologische, culturele en ruimtelijke impact van de inrichting van de scope met pv-panelen (zie 1.1 Aanleiding, doel en vooruitblik).
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
95/181
6.1 NOORD: ACUPUNCTUUR IN KWETSBAAR LANDS
96/181
SCHAP
Totaal potentieel 28,5 ha zon Ring Alkmaar
Geluidswal Heiloo
Afslag Akersloot
Afslagen Heemskerk en Uitgeest
Knooppunt Beverwijk Afslag Beverwijk Tunnelmonden Wijkertunnel
Afslag IJmuiden Knooppunt Velsen
Talud Spaarndam
Knooppunt Rottepolderplein
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
97/181
AZ - stadion
Kooimeer
Boekelermeer
Ring Alkmaar De snelweg ten zuiden van Alkmaar lijkt op een knooppunt door de lange bogen van de weg aan weerszijden van het stadion. Er worden dan ook de ontwerpregels gevolgd van de inrichting van taluds. Het kwetsbare open landschap van de Kooimeer wordt vrij gehouden en ook de beplanting blijft behouden. Zonnepanelen worden op het talud aan de zuidzijde van de weg geplaatst, richting het dynamische gebied van de Boekelermeer. De rijen met panelen vormen vloeiende lange lijnen die de weg begeleiden. De panelen worden zo geplaatst dat vanaf de weg over de panelen heen kan worden gekeken en een rustig wegbeeld blijft zoveel mogelijk gehandhaafd.
Geldende ontwerpregels: 5.1
98/181
5.4
Nieuwe geleiderail nodig
A
A’
Nieuwe geleiderail nodig
Profiel A - A’
Voorkeursvariant Energieroute NH | Feddes-Olthof landschapsarchitecten
99/181
Plan Oost
Meekoppelkans zon op nieuw geluidswal/ scherm wijk Plan Oost
Oosterbos
Moersloot
Geluidswal Heiloo
Perspectief visualisatie
Heiloo wordt aan alle kanten omringd door bijzonder provinciaal landschap (BPL) waar de openheid als een belangrijke kwaliteit wordt gezien. Enkel de snelwegzijde van de bestaande geluidswal t.h.v. de wijk Ypestein wordt ingezet voor zon zodat de visuele barrièrewerking van de snelweg vanaf Heiloo niet vergroot wordt. Ook dient rekening gehouden te worden met recreanten in het Oosterbos. De kant van Moersloot wordt vrijgehouden. Aangezien in dit deelgebied een overlap zit met NNN en BPL dient de ruimtelijke impact van het voorstel nader te worden onderzocht en onderbouwd in de planvormingsfase. Dit onderzoek kan aanleiding zijn om bepaalde onderdelen van de projectscope, dan wel ruimtelijke uitgangspunten te heroverwegen. Er ligt in het gebied een meekoppelkans om de bestaande geluidswal te verlengen tot aan Plan Oost, of voor het aanbrengen van een zonnescherm, die tevens geluidswerend zou kunnen werken. Bij bewoners leeft deze wens sterk. Er zal aanvullend ruimtelijk onderzoek plaats moeten vinden naar de mogelijkheden hiervoor.
Geldende ontwerpregels: 5.1
100/181
5.5.1