CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Vennewatersweg 18 - Natuurtoets

Raadsvergadering 30 oktober 2023, gemeente HeilooBij agendapunt: Bestemmingsplan Vennewatersweg 1816.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo Toetsing Wet natuurbescherming en NNN

projectnummer 469061.100 definitief revisie 01 10 maart 2022

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 469061.100 definitief revisie 01 10 maart 2022

Auteur A. Wiersma

Opdrachtgever Gemeente Heiloo Raadhuisplein 1 1851 JL HEILOO

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave Maart 2022

beschrijving revisie 01 definitief

gecontroleerd L. Koks

vrijgave A. Hatzman

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

1 2 3

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

4

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden

4 4 5 5 5 6

3

Methodiek

7

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

7 7 8 8

4

Resultaten

9

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden

9 12 12 13 20 21 21 22 23

5

Toetsing

24

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.2 5.2.1 5.2.2

Effectbepaling plan Vogels Vleermuizen Rugstreeppad Uitvoerbaarheid planvoornemen Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN)

24 24 28 29 33 34 34 34

6

Bronnen

35

Bijlagen

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Bijlage 1: Wettelijk kader

Heiloo

Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron achtergrond: ESRI luchtfoto, 2019.

Vlagtwedde

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Conclusies en advies De gemeente Heiloo is voornemens het gebied Zuiderloo te ontwikkelen tot een aantrekkelijk woongebied met circa 550 nieuwe woningen. In het kader van deze gebiedsontwikkeling dient een bedrijf te worden uitgeplaatst. Het gaat om Transportonderneming Van der Steen aan de Hoogeweg 26d. Het doel is dit bedrijf te verplaatsen naar het perceel aan de Vennewatersweg 18 te Heiloo. De onderhavige Natuurtoets heeft betrekking op de percelen aan de Vennewaterweg 18 (H51 en H52) waar het bedrijf heen geplaatst wordt. De herplaatsing is in het huidige bestemmingsplan niet toegestaan. Om het voornemen mogelijk te maken wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld om af te kunnen wijken van het bestemmingsplan. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.

Conclusies: Beschermde gebieden en houtopstanden Binnen de invloedssfeer van de activiteit is een natura 2000gebied (Noord-Hollands Duinreservaat) gelegen op circa 1,5 km. Daarnaast zijn binnen de invloedssfeer van de activiteit verschillende gebieden behorend tot Natuur Netwerk Nederland aanwezig op een afstand van tenminste 1,5 km. Verstoring door geluid, trillingen, optische verstoring en verstoring door versnippering van leefgebied kunnen vanwege de grote afstand tot het plangebied op voorhand worden uitgesloten. De invloed door stikstofdepositie op het Natura 2000 gebied is derhalve de enige verstoringsfactor welke kan resulteren in een negatief effect op het gebied. Geadviseerd wordt om voor onderhavige activiteit stikstofdepositieberekeningen uit te voeren (voor zowel de bouw- als gebruiksfase). Op basis van de resultaten hiervan dienen mogelijk vervolgstappen gezet te worden. Gezien de relatief grote afstand tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied en de aanwezigheid van afscheidende elementen zoals bebouwing, wegen en bosschages kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. In tabel 1 zijn de conclusies en eventuele vervolgstappen in het kader van gebiedsbescherming weergegeven. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000

NNN

Houtopstand

Ja, op ca. 1,5 km

Ja, op circa 1,5 km

Ja, houtwal aanwezig

Effecten?

Mogelijk, n.t.b. middels stikstofdepositie berekeningen

Nee

Nee, houtwal blijft intact

Vereiste vervolgstappen aan de orde?

Mogelijk, afhankelijk van uitkomsten berekeningen

Nee

Nee

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Ja

Ja

Ja

Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); Jaarrond beschermde soorten (huismus); Vleermuizen (mogelijke verblijfplaatsen); Rugstreeppad (voortplantingshabitat en landhabitat). In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in plangebied?

Is er sprake van een overtreding?

Is een ontheffing noodzakelijk

Is het plan uitvoerbaar? Werken buiten het broedseizoen (voorkeursmaatregel)

Algemene broedvogels

Jaarrond beschermde broedvogels (Huismus)

Vleermuizen

Mogelijk

Ja, indien verstoring plaatsvindt tijdens het broedseizoen

Niet mogelijk

Indien tijdens het broedseizoen wordt gewerkt dient het plangebied voorafgaand gecontroleerd te worden op broedvogels en vrijgegeven te zijn.

Mogelijk

Nee, indien voldoende mitigerende maatregelen getroffen worden ten gunste van de leefomgeving van de huismus gedurende de bouwen gebruiksfase.

Ja, bij aanwezigheid van leefgebied o.b.v. nader onderzoek

Ja, bij uitvoering van nader onderzoek naar huismus en het treffen van voldoende mitigerende maatregelen om effecten van het planvoornemen te minimaliseren (zie hoofdstuk 5.1.2)

Mogelijk

Nee, indien gebruik wordt gemaakt van vleermuisvriendelijke bouwverlichting gedurende de bouw- en gebruiksfase van het project.

Nee

Ja

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Rugstreeppad

Mogelijk

Nee, indien voldoende mitigerende maatregelen getroffen worden ten gunste van het leefgebied van de rugstreeppad.

Ja, bij aanwezigheid van leefgebied o.b.v. nader onderzoek

Ja, bij uitvoering van nader onderzoek naar rugstreeppad en het treffen van voldoende mitigerende en eventueel compenserende maatregelen om effecten van het planvoornemen te minimaliseren (zie hoofdstuk 5.1.2)

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Heiloo is voornemens het gebied Zuiderloo te ontwikkelen tot een aantrekkelijk woongebied met circa 550 nieuwe woningen. In het kader van deze gebiedsontwikkeling dient een bedrijf te worden uitgeplaatst. Het gaat om Transportonderneming Van der Steen aan de Hoogeweg 26d. Het doel is dit bedrijf te verplaatsen naar het perceel aan de Vennewatersweg 18 te Heiloo. Dit adres bestaat uit twee kadastrale percelen (H51 en H52). De locatie van deze percelen is weergegeven in figuur 1.1. De onderhavige Natuurtoets heeft betrekking op bovengenoemde percelen aan de Vennewaterweg 18 (H51 en H52) van de herplaatsing en niet op de oorspronkelijke vestigingslocatie.

Huidige bedrijfswoning

Schuur

Te slopen kassen

Figuur 1.1 Ligging plangebied aan de Vennewatersweg 18 (percelen H51 en H52) te Heiloo

In de nieuwe situatie zal zowel de bedrijfswoning alsook de schuur intact blijven. De aanwezige kassen en gestalde materialen zuidelijk van de kassen zullen worden gesloopt dan wel verwijderd. Daarnaast zullen de volgende ingrepen plaatsvinden op de percelen H51 en H52: Realisatie verharding en nieuwe bebouwing (o.a. parkeerterrein, opslagruimtes en koelruimte)); Realisatie duiker in sloot ten behoeve van nieuwe inrit; Uitbreiding van groenvoorziening binnen het plangebied (o.a. grasvelden en realisatie nieuwe houtwal aan westzijde plangebied); Realisatie nieuwe sloot aan westzijde plangebied.

Blad 1 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

De voorgenomen ruimtelijke indeling is weergegeven in figuur 1.2 hieronder.

Locatie toekomstig duiker

Nieuwe sloot

Nieuw houtwal

Bestaande houtwal

Figuur 1.2 Toekomstige ruimtelijke indeling van de percelen H51 en H52. Bron: Gemeente Heiloo.

De uitplaatsing van het genoemde bedrijf naar H51 en H52 is in het huidige bestemmingsplan niet toegestaan. Om het voornemen mogelijk te maken wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld om af te kunnen wijken van het bestemmingsplan. Ruimtelijke plannen, zoals een dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is.

1.2

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoervaar is.

Blad 2 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.

De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN, Natura 2000 en houtopstanden) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.3

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 3 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.

Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.

Blad 4 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Ook zijn de provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen1 is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode.

Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

2.3.2

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) of een bestemmingsplanprocedure.

1

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden

Blad 5 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

2.3.3

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.

Blad 6 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast zijn indien relevant ook regionale bronnen en atlassen gebruikt. Er is gebruikt gemaakt van de digitale verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.n). Deze atlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 7 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 27 maart 2019 is vanaf circa 10:30 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij licht bewolkt weer en een temperatuur van circa 23 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen en is de sloot aan de voorzijde (noordzijde) van het terrein bemonsterd met een schepnet.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 8 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gelegen aan de Vennewatersweg 18 aan de zuidwestkant van Heiloo. Op circa 1,5 km ten westen van de planlocatie is het Noord-Hollands Duinreservaat gelegen. Direct ten westen en zuiden van het plangebied is voornamelijk agrarisch gebied aanwezig bestaande uit grasland met enkele sloten. Ten noorden en zuiden wordt de planlocatie begrensd door sloten en oostelijk van het plangebied vormt een de houtwal de perceelgrens. De kassen binnen het plangebied waren ten tijde van het veldbezoek in gebruik als stalling voor campers en auto’s. Ten behoeve van de herinrichting van het terrein zullen deze kassen echter worden gesloopt. Ook de caravans/auto’s en andere attributen achter de kassen zullen worden verwijderd. Op het graslandperceel oostelijk van de kassen zullen nieuwe gebouwen, grasvelden en verharding worden gerealiseerd (zie figuur 1.2). Verder wordt een nieuwe inrit aangelegd vanaf de Vennewatersweg tot halverwege de huidige kassen ten behoeve van de ontsluiting van het bedrijf. Om deze inrit te realiseren moet een duiker in de noordelijk gelegen sloot worden geplaatst. Het resterende deel van het graslandperceel westelijk van de huidige kassen en de bestaande bedrijfswoning blijft intact en houdt de agrarische bestemming. In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het projectgebied. 1

2

3

4

Blad 9 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

5

6

7

8

9

10

11

Figuur 4.1. Foto’s met impressie van het plangebied: Foto 1 en 11: Schuurtje met overkapping achterzijde van de kassen (sinds april 2021 is deze reeds gesloopt). Foto 2: Schuur direct ten noorden van de kassen. Deze blijft bestaan na de herinrichting; Foto 3: Caravans en auto’s in de kassen; Foto 4: Huidige toegangsweg naar de kassen;

Blad 10 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Foto 5: Locatie duiker t.b.v. van realisatie tweede inrit; Foto 6: Agrarisch perceel oostelijk van bedrijfswoning waar de nieuwe inrit wordt gerealiseerd; Foto 7: Caravans en auto’s achter de kassen. Deze worden verwijderd t.b.v. de herinrichting; Foto 8: Houtwal oostelijk perceel. Dit perceel zal worden herinrichting met bebouwing en verharding; Foto 9: Oostelijk perceel met voornamelijk witte en rode klaver. Op de achtergrond de te slopen kassen; Foto 10: Noordzijde planlocatie met de schuur, de bedrijfswoning en de kassen.

Blad 11 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2016-2021).

Soortgroep

Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Zoogdieren

Amfibieën Reptielen Dagvlinders

Insecten - Libellen Vissen Planten

Soort

JRB

X Boomvalk X Buizerd X Grote gele kwikstaart Gierzwaluw X Havik X Huismus X Kerkuil X Ooievaar X Ransuil X Roek X X Sperwer X Slechtvalk X Wespendief Vleermuizen** Boommarter Wezel*** Hermelijn*** Bunzing*** Poelkikker Rugstreeppad Zandhagedis Grote vos Kommavlinder Duinparelmoervlinder Bruine eikenpage Gevlekte witsnuitlibel Oostelijke witsnuitlibel Geen waarnemingen Glad biggenkruid Scherpkruid Stofzaad Geen waarnemingen

HR

A/B

X X X X X X X X X X X X X X X X X

Overige soortgroepen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2);

Blad 12 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

**Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone/kleine, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, franjestaart, watervleermuis en rosse vleermuis. ***Kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) zijn in de provincie Noord-Holland niet vrijgesteld van verbodsbepalingen uit de wet Natuurbescherming.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Uit de bureaustudie (waarneming uit de NDFF) is naar voren gekomen dat in de omgeving van het plangebied soorten met een jaarrond beschermd nest voorkomen (zie tabel 4.1). Binnen het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen potentiële jaarrond beschermde nesten waargenomen. Wel is een foeragerende huismus aangetroffen in de houtwal aan de oostzijde van het plangebied (zie figuur 4.2). Een huismus zou bijvoorbeeld onder de golfplaten van de schuur kunnen broeden. De schuur zal na afloop van de werkzaamheden intact blijven. De woning op het terrein kent mogelijk ook geschikte nestplaatsen onder de dakpannen. Ook deze blijft intact gedurende de werkzaamheden. Echter zijn effecten ten gevolge van de werkzaamheden op het leefgebied van de huismus niet op voorhand uit te sluiten, bijvoorbeeld door veranderingen in het leefgebied na realisatie van de werkzaamheden. Deze mogelijke effecten worden besproken in hoofdstuk 5. In de wijde omgeving van het werkterrein zijn verder enkele waarnemingen van steenuilen verricht.

Echter is de afstand vanaf het plangebied tot de locatie van deze waarnemingen relatief groot (tenminste 3,5 km). Daarnaast zijn ten tijde van het veldbezoek op het werkterrein geen geschikte nestplaatsen voor de steenuil opgemerkt. Geschikte nestplaatsen zijn voornamelijk holtes in knotwilgen en/of fruitbomen. Ook maakt de soort graag gebruik van speciaal opgehangen nestkasten (Vogelbescherming, z.d.). Geconcludeerd wordt dat de soort niet aanwezig is op het werkterrein en dat de werkzaamheden geen negatief effect hebben op deze soort.

Figuur 4.2 Mannetje huismus in de houtwal (foto links). Houtduifnest in de houtwal (foto rechts).

Blad 13 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving, aangezien er in de omgeving ruim voldoende vergelijkbaar biotoop (bomen, bosschages en houtwallen) aanwezig zijn. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Tijdens het veldbezoek zijn ekster, zwarte kraai, koolmees en boerenzwaluw rondom het plangebied aangetroffen. Algemene broedvogels (artikel 3.1) In het plangebied komen diverse algemene broedvogels voor. Diverse elementen in het plangebied bieden mogelijk geschikt broedhabitat, zoals de te slopen kassen, de schuur, overkapping achter de kassen (zie figuur 4.1), de graslandpercelen, de houtwal en de aanwezige erfbeplanting. Tijdens het veldbezoek is een meerkoet met kleine jongen waargenomen in de sloot aan de noordzijde van het plangebied (zie figuur 4.3). Tevens is er een oud nest van vermoedelijk een houtduif aangetroffen (zie figuur 4.2).

Daarnaast zijn tijdens het veldbezoek onder andere houtduif, merel, kauw en witte kwikstaart (zie figuur 4.3) waargenomen. Op basis de aanwezige biotopen kan niet worden uitgesloten dat één of meerdere van deze soorten in het gebied tot broeden kunnen komen.

Figuur 4.3 Impressie van aangetroffen (mogelijke) broedvogels binnen het plangebied Foto linksboven: Witte kwikstaart op dak van de kassen Foto rechtsboven: Meerkoet met kleine jongen in sloot noordzijde plangebied

Mogelijk consequenties van de ingreep op algemene broedvogels worden behandeld in hoofdstuk 5. Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen.

Blad 14 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

De schuur ten noorden van het kassencomplex is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. In de schuur zijn o.a. loszittende plafondplaten aangetroffen waarachter vleermuizen kunnen verblijven (zie figuur 4.4). Aangezien de schuur intact zal blijven na de herinrichting zijn er geen negatieve effecten op gebouwbewonende vleermuizen te verwachten. De woning kent potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen onder de dakpannen. Deze blijft echter ook intact na de werkzaamheden. Het schuurtje achter de kassen en de kassen zijn ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen aangezien een spouw in de muren of andere geschikte ruimtes welke als verblijfplaats kunnen fungeren ontbreken. In het voorliggende plangebied is een houtwal gelegen welke de oostelijk perceelbegrenzing vormt. De bomen in deze houtwal zijn mogelijk geschikt als foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen. Naar aanleiding van het terreinbezoek wordt het onwaarschijnlijk geacht dat de bomen geschikt zijn voor boombewonende vleermuizen, gezien het ontbreken van geschikte holten of loszittende schors. Bovendien zal deze houtwal na de herinrichting intact blijven. De aanwezige sloten rondom het werkterrein zijn te smal om te fungeren als vliegroute voor bijvoorbeeld de watervleermuis. Bovendien zullen ook deze sloten na de herinrichting intact blijven.

Figuur 4.4 Loszittende plafondplaten in schuur welke potentieel geschikt kunnen zijn als verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. Deze schuur blijft echter intact na de herinrichting.

Overige (land)zoogdieren Uit het bureauonderzoek (waarneming uit de NDFF) is gebleken dat in de omgeving van het plangebied boommarters zijn aangetroffen. Daarnaast zijn een aantal waarnemingen gedaan van de wezel en hermelijn welke in de provincie Noord-Holland niet vrijgesteld zijn. In navolgende tekst wordt per soort beschreven of de werkzaamheden mogelijk effect kunnen hebben op deze soorten. Boommarter De waarnemingen van boommarters zijn voornamelijk afkomstig uit het duingebied en enkele bosgebieden binnen de invloedssfeer (NDFF, 2021). Het plangebied wordt echter niet geschikt geacht voor boommarters vanwege het ontbreken van leefgebied, zoals bos of aaneengesloten bosschages.

Blad 15 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Wezel, hermelijn en bunzing Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn de afgelopen 5 jaar een aantal waarnemingen van deze soorten bekend in de NDFF (2021). Ten tijde van het terreinbezoek is geconstateerd dat op het werkterrein geen essentieel leefgebied en/of verblijf- of voortplantingsplaatsen voor deze soorten aanwezig zijn, zoals takkenhopen, bosschages of muizenholen. Het schuurtje ten zuiden van de kas blijkt in de huidige situatie gesloopt te zijn, waardoor verblijfplaatsen ook hier niet meer aanwezig zijn (zie figuur 4.1). Aan de oostzijde van het werkterrein is wel een houtwal aanwezig met bomen en struiken waar mogelijk verblijf- of voortplantingsplaatsen van de genoemde soorten aanwezig kunnen zijn. Echter vinden daar geen werkzaamheden plaats. Negatieve effecten op verblijf- en voortplantingsplaatsen door de werkzaamheden op deze soorten kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten. Reptielen Uit het bureauonderzoek (waarneming uit de NDFF) is gebleken dat in de duinen op circa 1,5 km ten westen van het plangebied de zandhagedis is aangetroffen. Uit het veldbezoek is gebleken dat het plangebied geen geschikt leefgebied vormt voor deze soort. Amfibieën Op basis van het bureau- en veldonderzoek kan niet worden uitgesloten dat er beschermde soorten amfibieën voorkomen binnen het plangebied.

Uit waarnemingen van de NDFF (2021) is namelijk gebleken dat in de omgeving van het plangebied de poelkikker (Pelophylax lessonae) en rugstreeppad (Epidalea calamita) gevonden zijn. De rugstreeppad blijkt op basis van het bureauonderzoek aanwezig tot op circa 300 m van het plangebied. De poelkikker is alleen aangetroffen in het duingebied op circa 1.500 m ten westen van de werklocatie. Vanwege de grote afstand tot het plangebied én het ontbreken van geschikt biotoop kan worden uitgesloten dat de poelkikker aanwezig is binnen het plangebied. Op basis van het veldbezoek kan aanwezigheid van de rugstreeppad binnen het plangebied echter niet worden uitgesloten vanwege mogelijke aanwezigheid van zowel voortplantingshabitat als geschikte rustplaatsen. Bovendien blijkt uit NDFF-waarnemingen dat de soort is aangetroffen in de omgeving van het plangebied op circa 300 m afstand. Tijdens het veldbezoek is de sloot aan de noordzijde van het plangebied bemonsterd met een schepnet, aangezien hier een nieuwe duiker wordt aangelegd. Tijdens de bemonstering is echter alleen een meerkikker (Pelophylax ridibundus) aangetroffen.

Figuur 4.5 Locatie van toekomstige duiker.

Aangezien op basis van het veldbezoek én NDFF-waarnemingen van de soort in de directe omgeving niet kan worden uitgesloten dat de soort aanwezig is binnen het plangebied zullen eventuele negatieve effecten op de soort ten gevolge van de ingreep worden beschreven in hoofdstuk 5.

Blad 16 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Vissen Uit de waarnemingen van de NDFF (2021) is gebleken dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde vissoorten aangetroffen. Tijdens het veldbezoek is de sloot aan de noordzijde bemonsterd, omdat hier een duiker voor de nieuwe inrit gerealiseerd wordt. Tijdens de bemonstering van deze sloot zijn geen beschermde vissoorten aangetroffen. Wel zijn er tiendoornige stekelbaarzen gevonden in deze sloot (zie figuur 4.6). Deze soort heeft echter geen beschermde status.

Figuur 4.6. Tiendoornige stekelbaars uit noordelijke sloot tijdens schepnetbemonstering

Vlinders Uit de bureaustudie (NDFF, 2021) is gebleken dat in de omgeving van het plangebied beschermde vlindersoorten voor kunnen komen. De bruine eikenpage (Satyrium ilicis), duinparelmoervlinder (Fabriciana niobe) en de kommavlinder (Hesperia comma) zijn hoofdzakelijk aangetroffen in de duinen. Geschikt leefgebied voor deze soorten is niet aanwezig binnen het plangebied. Een soort als de grote vos zou mogelijk in het plangebied voor kunnen komen. Deze soort is namelijk erg zwerflustig en plant zich voornamelijk voort op iep, maar ook zoete kers of sommige wilgensoorten kunnen als waardplant dienen. In het plangebied worden echter geen bomen gekapt waarop deze soort zich in potentie zou kunnen voortplanten. Aanwezigheid van de deze soort in het plangebied kan daarom worden uitgesloten. Ten tijde van het veldbezoek zijn wel diverse andere niet beschermde vlindersoorten aangetroffen in het plangebied waaronder groot koolwitje (zie figuur 4.7), atalanta en icarusblauwtje.

Figuur 4.7 Groot koolwitje nectar drinkend op rode klaver

Blad 17 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Libellen Uit de bureaustudie (NDFF, 2021) is gebleken dat in de omgeving van het plangebied beschermde libellensoorten kunnen voorkomen. Het gaat om de gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis) en de oostelijke witsnuitlibel (Leucorrhinia albifrons). De noordelijke sloot waarin de duiker gepland is wordt niet geschikt geacht als voortplantingslocatie voor deze soorten. Daarnaast blijkt uit waarnemingen van de NDFF dat beide soorten voornamelijk aangetroffen worden nabij vennen in het duingebied. De dichtstbijzijnde waarneming ligt bovendien op grote afstand (circa 2,5 km) van het plangebied. Vanwege het ontbreken van gelijkwaardig biotoop (vennen) binnen het plangebied én de grote afstand van bekende waarnemingen tot het plangebied is de aanwezigheid van de soort redelijkerwijs uit te sluiten. Ten tijde van het veldbezoek zijn wel diverse andere niet beschermde libellen- en juffersoorten aangetroffen waaronder vroege glazenmaker, lantaarntje en azuurwaterjuffer. Flora Uit de bureaustudie is gebleken dat in de omgeving van het plangebied mogelijk beschermde plantensoorten aanwezig zijn. Het gaat om glad biggenkruid (Hypochaeris glabra L.), scherpkruid (Asperugo procumbens L.) en stofzaad (Monotropa hypopitys L.). Op het terrein zijn ten tijde van het veldbezoek o.a.

de volgende plantensoorten waargenomen: paardenbloem, biggenkruid (soort onbekend), vingerhoedskruid, robertskruid, zachte dravik of duindravik, witte klaver, rode klaver, madeliefje, gekroesde melkdistel, streepzaad (soort onbekend), grote brandnetel, braam, teunisbloem (soort onbekend) en scherpe boterbloem. De vegetatie in en rondom de sloten bestond uit klein kroos, grote egelskop, smalle waterkers, gele lis, riet, veenwortel, valse voszegge, zwanenbloem, heermoes, grote waterweegbree, kleine watereppe, veenwortel en blaartrekkende boterbloem. Daarnaast was er in alle sloten een dikke laag flab(draadalgen) aanwezig (zie figuur 4.8). Dit duidt op hoge concentraties nitraat en/of fosfaat in de sloten, waarschijnlijk ten gevolge van bemesting van omliggende percelen.

Figuur 4.8. Aanwezige draadalgen op de sloot aan de achterzijde van het kassencomplex (foto links) en draadalgen op de sloot aan de voorzijde nabij de locatie van de nieuwe duiker (foto rechts). De aanwezige vegetatie in het plangebied indiceert dus een voedselrijke toestand. Bovendien is de vegetatie ter plaatse en rond de caravanstalling relatief sterk betreden en relatief ijl (zie figuur 4.9). In navolgende tekst wordt het mogelijk voorkomen van de beschermde plantensoorten welke volgens de NDFF zijn waargenomen binnen de invloedssfeer van het plangebied besproken.

Blad 18 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Figuur 4.9. IJle vegetatie achterzijde kassencomplex ontstaan door betreding met caravans, aanhangwagens en auto’s. Stofzaad In de omgeving van het plangebied blijkt stofzaad voor te komen in het duingebied op circa 2 km ten westen van de planlocatie in het duingebied (NDFF, 2021). Deze soort parasiteert op houtige gewassen en prefereert als groeiplaatsen bossen (loof- en naaldbossen) en zeeduinen (verspreidingsatlas, z.d.). Dit type biotoop ontbreekt in het plangebied. De soort is dus uit te sluiten in het plangebied. Glad biggenkruid Uit de bureaustudie gebleken dat op ca. 1,5 km ten noordoosten van het plangebied glad biggenkruid is aangetroffen (NDFF, 2021). Deze groeiplaats is gelegen in het centrum van Heiloo en betreft een eenmalige waarneming van de soort uit 2016 nabij een parkeerplaats van het NS station. Deze soort prefereert een voedselarme (met name stikstofarme), zwak zure en kalkarme bodem (verspreidingsatlas, z.d.). Vanwege de relatief grote afstand tot de locatie én de geïsoleerde ligging van deze groeiplaats binnen de invloedssfeer van het plangebied (circa 2,5 km) kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat de soort in het plangebied aanwezig is. Daarnaast is het voorkomen in het plangebied onwaarschijnlijk aangezien de aanwezige vegetatie een voedselrijke bodem indiceert.

In het plangebied is wel een biggenkruid waargenomen, maar vanwege de zeer voedselrijke bodem gaat het hoogstwaarschijnlijk om het zeer algemeen voorkomende gewoon biggenkruid (Hypochaeris radicata). Scherpkruid Uit waarnemingen van de NDFF (2021) is gebleken dat er een groeiplaats van scherpkruid aanwezig is op ca. 1,5 km ten zuidwesten van het plangebied. Deze groeiplaats bestaat uit een omgewerkt bollenperceel aan de Limmerweg. Bovendien is dit de enige bekende groeiplaats in heel Nederland uit de afgelopen 5 jaar. Op deze groeiplaats zijn wel veel waarnemingen gedaan in de afgelopen 5 jaar (tussen 2016 tot 2021). De habitatkeuze van de soort is daarentegen een algemeen voorkomend biotoop waarbij de soort een voorkeur heeft voor kalkrijke, stikstofrijke en omgewerkte zandgrond (bron: verspreidingsatlas FLORON). Dit type grond is binnen het plangebied voorhanden in de vorm van de omgeploegde percelen. Echter bestaan deze hoofdzakelijk uit een vegetatie van witte en rode klaver. De soort is tijdens het veldbezoek ook niet gevonden. Aangezien er maar één vindplaats van de soort bekend is in heel Nederland is redelijkerwijs uit te sluiten dat de soort ergens in de percelen van het plangebied aanwezig is.

Blad 19 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Overige soortgroepen Uit de bureaustudie is gebleken dat er geen beschermde overige soorten zijn aangetroffen in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2021). Ten tijde van het veldbezoek zijn tijdens de schepnet bemonstering verschillende waterdiertjes (waaronder bloedzuigers, spinnen en waterkevers) aangetroffen. Dit betroffen allemaal niet beschermde soorten. In figuur 4.10 is een impressie van de aangetroffen soorten weergeven.

Figuur 4.10. Impressie van aangetroffen macrofauna tijdens schepnetbemonstering van de noordelijk sloot. Foto links: bootsmannetje, Foto rechts: vlokreeft.

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Soort

Algemene broedvogels

Beschermingsregime

Aanwezigheid

Artikel 3.1

Mogelijk

Artikel 3.1 en 3.5

Mogelijk

Vleermuizen

Artikel 3.5

Mogelijk

Rugstreeppad

Artikel 3.2

Mogelijk

Huismus

Blad 20 van 35

Toelichting Binnen plangebied is veel geschikt broedbiotoop aanwezig voor broedvogels (o.a. grasland, huidige kassen met aanliggende overkapping, schuur, erfbeplanting en houtwal). Mogelijk nestplaatsen aanwezig in schuur en woning op/nabij werkterrein. De werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting/verslechtering van het functionele leefgebied van de huismus gedurende en na afloop van de werkzaamheden. Mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in woning op het werkterrein. Mogelijk negatieve effecten op verblijfplaatsen en/of voortplantingsplaatsen binnen het plangebied.

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied is gelegen op circa 1,5 kilometer afstand westelijk van het plangebied. De ligging van dit gebied ten opzichte van de werklocatie is aangeduid op figuur 4.11. Het betreft het NoordHollands Duinreservaat. Het gebied wordt als volgt omschreven op de website van het Ministerie van Natuur en Voedselkwaliteit: “Het Noordhollands Duinreservaat is een karakteristiek voorbeeld van een Nederlands duinlandschap, zoals dat in de loop der eeuwen ontstaan is als gevolg van een samenloop van geologische, geomorfologische en klimatologische omstandigheden en menselijk handelen. Het is een biologisch, morfologisch, hydrologisch en landschappelijk geheel van duinen met natte en vochtige duinvalleien, duingraslanden, struwelen, bossen en ruigten. Het ligt op de overgang van de kalkrijke naar de kalkarme duinen. Het reservaat behoort in zijn algemeenheid tot de kalkrijke duinen; er is echter een verloop in kalkrijkdom te zien. Het meest noordelijke stuk, ten noorden van Bergen aan Zee, is, evenals het aangrenzende gebied Schoorlse duinen, kalkarm.

De vegetatie weerspiegelt de kalkgehalten in de bodem: in het uiterst noordelijke deel komen kalkarme vegetaties met kraaiheide, kruipwilg, buntgras en dergelijke voor, ten zuiden van Bergen aan Zee overgaand in kalkrijke duingraslanden met duinsterretje en zeedorpenvegetaties, zoals bij Wijk aan Zee en Egmond aan Zee. Een aanzienlijk deel van het gebied is bebost met naaldbos en loofbos, die voor een deel zeer oud zijn”.

Natura 2000-gebied “Noord-Hollands Duinreservaat”

Figuur 4.11. Ligging Natura 2000 gebied ten opzichte van het plangebied (zwart omcirkeld) (bron: website provincie Noord-Holland).

Blad 21 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

4.3.2

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet gelegen in een gebied behorend tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of binnen de begrenzing van een natuurbeheertype. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied/natuurbeheertype is gelegen op circa 1,5 km westelijk van de werklocatie. Dit natuurgebied maakt tevens deel uit van het Natura 2000-gebied “Noord Hollands Duinreservaat”. Daarnaast zijn er op tenminste 2 km oostelijk van het plangebied nog een aantal NNN-gebieden aanwezig. Bovengenoemde gebieden zijn aangeduid in onderstaande figuren (figuur 4.12 en 4.13).

Figuur 4.12 Ligging van NNN-gebieden ten opzichte van de werklocatie. Bron data: website provincie NoordHolland, natuurbeheerplan 2021

Blad 22 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Figuur 4.13 Ligging natuurbeheertypen in omgeving van de werklocatie (zwart omcirkeld). Bron data: natuurbeheerplan 2021, website provincie Noord-Holland.

4.3.3

Bescherming van houtopstanden Binnen het plangebied worden geen bomen gekapt welke deel uit van een houtopstand zoals gedefinieerd in artikel 1.1 van de Wnb. De houtwal ten oosten van het plangebied blijft intact op basis van de huidige herinrichtingplannen. Vervolgstappen zijn dan ook niet van toepassing bij uitvoering van dit project.

Blad 23 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied, beschermde houtopstanden en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: Het slopen van de aanwezig kassen kan mogelijk resulteren in het verdwijnen van broedhabitat van algemene broedvogels; De realisatie van enkele nieuwe gebouwen kan zorgen voor het verdwijnen van broedhabitat van algemene broedvogels en landhabitat van de rugstreeppad; Het aanleggen van verharding kan zorgen voor het verdwijnen van broedhabitat van algemene broedvogels en landhabitat van de rugstreeppad; De aanleg van een duiker in de sloot kan resulteren in aantasting van het voortplantingshabitat van de rugstreeppad; De realisatie van gebouwen en de aanleg van verharding op het braakliggende terreindeel kan zorgen voor een verslechtering van de kwaliteit van de leefomgeving van de huismus na afloop van de werkzaamheden.

5.1.1

Vogels Huismus Door de werkzaamheden verandert de inrichting van het terrein. Ter plaatse van het huidige braakliggende grasveld op het oostelijke deel van het werkterrein zullen enkele nieuwe gebouwen gerealiseerd worden (zie figuur 1.2). De werkzaamheden hebben effect op het leefgebied van de huismus. Ter voorkoming van verstoring van broedgevallen op het werkterrein door de werkzaamheden dient bij voorkeur gewerkt te worden buiten de kwetsbare periode van de voortplanting van de huismus (maart t/m augustus). De soort kan bijvoorbeeld verstoord worden door geluid en trillingen van mensen en/of benodigd materieel. Hieronder worden de effecten van de werkzaamheden in de bouw- en gebruiksfase beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op benodigde mitigerende maatregelen in zowel de bouw- en gebruiksfase. Effecten en maatregelen bouwfase Mogelijk aanwezige nestplaatsen bij de schuur en de woning zullen niet direct worden aangetast door de werkzaamheden, aangezien de schuur en de woning beiden intact blijven. Echter is niet op voorhand uit te sluiten dat door de werkzaamheden essentieel leef- en foerageergebied voor de huismus in de directe omgeving wordt aangetast. De houtwal oostelijk van het werkterrein kan mogelijk gebruikt worden als foerageergebied en als slaapplaats voor de soort, temeer omdat de soort hier is waargenomen tijdens het veldbezoek (zie hoofdstuk 4.2.2.).

Hetzelfde geldt voor de tuin met dichte beplanting rondom het woonhuis. Beide gebieden kunnen worden aangemerkt als essentieel foerageergebied. Redelijkerwijs kan daarom verwacht worden dat de soort ook gebruik maakt van de rest van het werkterrein om bijvoorbeeld te foerageren.

Blad 24 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Bij voorkeur vinden de werkzaamheden plaats buiten broedseizoen van de huismus (circa maart t/m augustus). Tevens dient de functionaliteit van het essentiële leefgebied zoals hierboven beschreven intact te blijven gedurende de werkzaamheden. Dit betekent dat zowel fysieke aantasting als belemmering van het gebruik van de elementen in het leefgebied door de huismus voorkomen dient te worden. Geadviseerd wordt om allereerst nader onderzoek naar de huismus uit te voeren. Met de resultaten van dit onderzoek kan aanvullende informatie worden verworven over het gebruik van de elementen van de functionele leefomgeving door huismussen (nest, foerageer- en slaapplaatsen). Dergelijk onderzoek moet worden uitgevoerd conform het BIJ12 protocol huismus (2017). Hiervoor zijn een aantal veldbezoeken benodigd in de periode maart t/m juni: 2 bezoeken in de optimale periode tussen begin april en half mei; 4 bezoeken in de periode tussen maart en juni. Indien de huismus aanwezig blijkt op het werkterrein – wat op basis van het veldbezoek mag worden verwacht- zijn in onderstaand kader de werkwijze en de benodigde mitigerende maatregelen beschreven teneinde effecten op de huismus te voorkomen gedurende de bouwfase van het plan.

Blad 25 van 35

Natuurtoets Uitplaatsing Transportonderneming Van der Steen in de gemeente Heiloo projectnummer 469061.100 10 maart 2022 revisie 01 Gemeente Heiloo

Werkwijze en mitigerende maatregelen huismus gedurende de bouwfase 

Indien uit nader onderzoek blijkt dat er nestplaatsen en/of functioneel leefgebied aanwezig is van de huismus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden dient ontheffing aangevraagd te worden bij bevoegd gezag. Daarnaast dienen mitigerende maatregelen genomen te worden welke uitgewerkt dienen te worden in een activiteitenplan. Gedacht kan worden aan de volgende maatregelen: o Werken buiten het broedseizoen van de huismus tussen 15 maart en 15 juli (voorkeursmaatregel); o Gedurende de werkzaamheden dienen essentiële foerageer- en schuilplaatsen binnen het leefgebied op en rond het werkterrein, met name de beplanting in de tuin van het woonhuis en de houtwal intact te blijven. o Inzetten van geluids- en trillingsarm materieel om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen. Gedacht kan worden aan het werken met elektrisch materieel. o Essentiële foerageer- en schuilplaatsen binnen het leefgebied (met name de beplanting in de tuin van het woonhuis) dienen intact gelaten te worden gedurende de werkzaamheden. Verstoring, bijvoorbeeld door trilling en geluid, van deze gebieden dient ook voorkomen te worden door voldoende afstand te houden. o Indien bovenstaand niet mogelijk is kan overwogen worden middels nieuwe aanplant vervangend foerageergebied dan wel schuilplaatsen te creëren. Dit dient voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundige te gebeuren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=70fae4bc-87cc-4e1c-8f73-d0bc605fd77f