CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 22 MER Zandzoom Heiloo v2-min

Commissies t/m 31-12-2023 11 december 2023, gemeente HeilooBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Zandzoom Heiloo 202329.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Revisie Auteur Gecontroleerd door

30129769 Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo 51015860 Gemeente Heiloo Definitief 2 Mark Groen, Sil van der Molen & Twan Cortenraede Mark Groen 28-11-2023

E-mailadres

mark.groen@sweco.nl

Datum

28-11-2023

2/114

Samenvatting S.1 AANLEIDING VAN DIT MILIEUEFFECTRAPPORT Gebiedsontwikkeling Zandzoom De gemeente Heiloo is voornemens om ten zuiden van het dorp circa 1.278 woningen te realiseren. De gebiedsontwikkeling Zandzoom is de laatste grotere ontwikkellocatie van Heiloo. De gemeente Heiloo staat voor de uitdaging om het gebied Zandzoom de komende jaren verder te (laten) ontwikkelen. De locatie ligt aan de zuidkant van de kern Heiloo en vormt de voornaamste plek waar nieuwe ontwikkelingen een plek kunnen krijgen. Op 2 maart 2020 heeft de Gemeente Heiloo het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Zandzoom 2019’ vastgesteld. Dit plan zou voorzien in de realisatie van circa 1.285 woningen en zou het vigerende bestemmingsplan actualiseren. Echter is het plan op 1 september 2021 vernietigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zo was onder andere het stikstofonderzoek onvoldoende onderbouwd en waren de gevolgen van het plan voor de verkeersafwikkeling onvoldoende onderzocht. Het bestemmingsplan wordt opnieuw in procedure gebracht. Deze keer is ervoor gekozen om ook een Milieueffectrapport op te stellen om zo de effecten van het planvoornemen goed in kaart te brengen en onderdeel te laten zijn van de besluitvorming.

Wat is een milieueffectrapport Milieueffectrapportage (m.e.r.) is een procedure waarmee de milieueffecten van een plan in beeld worden gebracht vóórdat de overheid daar een besluit over neemt. De verwachte effecten worden beschreven in een milieueffectrapport (MER). Effecten worden in beeld gebracht voor verschillende aspecten, zoals natuur, water, bodem, woon- en leefmilieu en landschap. Het MER moet de informatie geven voor het nemen van het besluit. In dit geval moet het MER de informatie geven om het bestemmingsplan voor Zandzoom vast te stellen en daarmee de ontwikkeling mogelijk te maken. S.2 W ELKE ALTERNATIEVEN WORDEN IN DIT MILIEUEFFECTRAPPORT ONDERZOCHT ? In een m.e.r. is het verplicht alle ‘redelijkerwijs te beschouwen alternatieven’ te beschouwen. Met alternatieven wordt gedoeld op grote verschillen in de wijze waarop de voorgenomen activiteiten gerealiseerd kunnen worden. Dit betreft bijvoorbeeld het beoordelen van verschillende locaties waar de voorgenomen activiteit gerealiseerd kan worden of het beschouwen van een significant groter of kleiner programma. Vanwege het voortraject is het niet realistisch meer om met alternatieven te werken. Andere uitbreidingslocaties (van ongeveer dezelfde omvang) zijn er niet binnen de gemeente en een significant ander programma past niet binnen de doelstellingen van het project.

Vanwege de eerdere uitspraak van de Raad van State is het wel opportuun om een alternatief voor de ontsluiting van het plangebied te beschouwen. In dit MER wordt daarom uitgegaan van de ontwikkeling van Zandzoom gebruik makend van bestaande infrastructuur zonder nieuwe aansluiting op de A9 en een alternatief waarbij de ontsluiting via een nieuwe aansluiting op de A9 gaat plaatsvinden via de Lagelaan (en de daarbij behorende opwaardering). Dit is dan ook het enige alternatief wat in het MER wordt onderzocht.

3/114

S.3 W AT ZIJN DE CONCLUSIES VAN HET ONDERZOEK ? In het MER is ingegaan op de milieueffecten van de ontwikkeling van Zandzoom. De effecten zijn vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie is de huidige situatie aangevuld met autonome ontwikkelingen. Bij de effectbeoordeling is gebruik gemaakt van de volgende schaal: Score ++ + 0/+ 0 0/--

Sterk positief effect Positief effect Beperkt positief effect Neutraal Beperkt negatief effect Negatief effect Sterk negatief effect

Effectbeoordeling Zandzoom In de tabel op de volgende pagina zijn de effectbeoordelingen uit het MER samengevat weergegeven.

4/114

Beoordelingscriterium

Zandzoom zonder A9

Zandzoom met A9

Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer

-

+

Verkeersveiligheid

-

-

Openbaar Vervoer en langzaam verkeer

0/+

0/+

Wegverkeerlawaai

-

-

Spoorweglawaai

-

-

Trillingen door spoorwegverkeer

0/-

0/-

0

0

Plaatsgebonden risico

0

0

Groepsrisico

0/-

0/-

Milieugezondheidskwaliteit

0

0

Bevorderen gezond gedrag

+

+

Landschap

-

-

Cultuurhistorie

0

0

Archeologie

-

-

Bodem- en grondwaterkwaliteit

0/+

0/+

Waterhuishouding

0/-

0/-

Gebiedsbescherming

+

-

Soortenbescherming

-

-

Energietransitie & Circulariteit

0/+

0/+

Klimaatdapatatie

0

0

Verkeer en Vervoer

Geluid en trillingen

Luchtkwaliteit Concentraties NO2, PM10 en PM2,5 Externe Veiligheid

Gezonde leefomgeving

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

Bodem en water

Ecologie

Duurzaamheid en Klimaatadaptatie

5/114

Uit de tabel blijkt dat de 2 alternatieven op vrijwel alle beoordelingscriteria gelijk zijn beoordeeld. Dit is logisch te verklaren door het feit dat enkel op de manier van verkeersafwikkeling is gevarieerd. De enige verschillen in de effectbeoordeling ontstaan daarom dus op het gebied van verkeer en vervoer en ecologie. Hieronder wordt kort ingegaan op de effectbeoordeling per thema. Verkeer en Vervoer In de variant Zandzoom zonder aansluiting op de A9 gaat de bereikbaarheid achteruit. Deze effecten treden met name op buiten het plangebied. De toetswaarde op de Kennemerstraatweg richting de gemeentegrens met Castricum en Alkmaar wordt verder overschreden. Wanneer de aansluiting op de A9 wel wordt gerealiseerd zal bereikbaarheid worden verbeterd en zal met name de verkeersafwikkeling bij de Ring Alkmaar er substantieel op vooruit gaan. Door de toename van verkeer neemt in beide gevallen de verkeersveiligheid af en zijn aanvullende mitigerende maatregelen nodig. Geluid en Trillingen Op het gebied van geluid wordt op locaties zowel de voorkeursgrenswaarde voor verkeerslawaai als spoorweglawaai overschreden. Omdat meer woningen worden toegevoegd aan het gebied zullen met het planvoornemen meer mensen te maken hebben met deze verhoogde geluidsbelasting, wat leidt tot negatieve effecten.

Ook op het gebied van trillingen zijn negatieve effecten niet volledig uit te sluiten en dient hier bij het ontwerp van de woningen rekening mee te worden gehouden. Luchtkwaliteit In de huidige situatie is er in het gebied sprake van een goed woon- en leefklimaat en is het, gezien de omvang van het planvoornemen en de hoeveelheid ontsluitingswegen, niet te verwachten dat de luchtkwaliteit substantieel zal veranderen. Externe Veiligheid In beide varianten blijft het plaatsgebonden risico van de buisleiding A-562 gelijk omdat deze op circa 120 meter buiten het plangebied ligt en de risicocontour ook 120 meter betreft. Door de aanwezigheid van GP Groot Brandstoffen Oliehandel B.V. en de planologische mogelijkheid om een LPG Tankstation te realiseren langs de Lagelaan neemt het groepsrisico in beperkte mate toe. Hierdoor treed een gering negatief effect op. Gezonde leefomgeving Op het thema gezonde leefomgeving is gekeken naar de milieugezondheidskwaliteit (geluid en luchtkwaliteit) en de bevordering van gezond gedrag door het planvoornemen. Aangezien in de referentiesituatie in grote delen van het plangebied sprake is van een relatief goede milieugezondheidskwaliteit, behalve langs de hoofdwegen en spoorweg, en dit in de plansituatie nauwelijks verandert, treedt er ten opzichte van de referentiesituatie geen relevant effect op.

Daarentegen ontstaan met het planvoornemen meer mogelijkheden om te wandelen en fietsen in het gebied, waardoor gezond gedrag wordt gestimuleerd. Archeologie, cultuurhistorie en landschap De ontwikkeling voldoet niet volledig aan de bestaande landschappelijke kenmerken. Door woningbouw ten westen van de spoorlijn toe te staan, wordt de landschappelijke scheiding tussen de strandwal en strandvlakte verstoord. Het plan houdt rekening met de belangrijkste cultuurhistorische elementen van het gebied, wat het behoud ervan waarborgt. Echter, deze elementen worden niet expliciet versterkt. Het gebied heeft een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde, waardoor er een aanzienlijke kans bestaat dat archeologische waarden worden aangetast door ontgraving.

6/114

Bodem en water De algemene bodemkwaliteit van het gebied is geschikt voor de beoogde woonfunctie. Op enkele locaties is lokale sanering nodig om verontreinigingen te verwijderen, wat de bodemen grondwaterkwaliteit lokaal verbetert. De effectbeoordeling is overwegend positief, maar beperkt. De toename van verharding wordt gecompenseerd met infiltratiemaatregelen, wat het waterbergend vermogen bevordert en zorgt voor een goede afwatering. Dit voorkomt mogelijke overlast bij extreme regenval. Echter, aangezien niet alle maatregelen afdwingbaar zijn, kan er alsnog een beperkt negatief effect ontstaan. Ecologie Het planvoornemen (zonder aansluiting op de A9) draagt licht bij aan de verbetering van de natuurkwaliteit in Natura 2000-gebieden doordat de stikstofdepositie in deze gebieden afneemt. In het alternatieve scenario waarbij de afwikkeling van het verkeer plaatsvindt via de nieuwe aansluiting op de A9 is er vooralsnog een lichte toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden, waardoor negatieve effecten op de natuur in deze gebieden optreden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming treedt geen aantasting op van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). De kernkwaliteiten ter plaatse worden niet aangetast. Hierdoor is er per saldo sprake is van een positief effect waar het gaat om gebiedsbescherming.

Uit de Omgevingsscan blijkt dat er potentieel veel beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn. Het planvoornemen kan rust- en verblijfplaatsen aantasten en essentieel foerageergebied verloren doen gaan. Definitieve vaststelling hiervan voor bepaalde soorten vereist aanvullend onderzoek voor de uitvoering van werkzaamheden. Duurzaamheid en klimaatadaptatie Zandzoom wordt ontwikkeld met hoge duurzaamheidsambities, wat resulteert in een positieve impact op energietransitie en circulariteit. Hoewel de maatregelen slechts beperkt bredere positieve effecten hebben, worden er met het planvoornemen wel stappen ondernomen om negatieve effecten van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken.

S.4 W AT IS HET VOORKEURSALTERNATIEF VOOR DE GEBIEDSONTWIKKELING Z ANDZOOM ? Uit de effectanalyse van de alternatieven komt naar voren dat de onderzochte alternatieven weinig van elkaar verschillen. De grootste verschillen ontstaan op het gebied van verkeer (bereikbaarheid) en natuur (stikstofdepositie op Natura 2000-gebied). Vanuit het oogpunt van bereikbaarheid heeft het de voorkeur om Zandzoom via de Kennemerstraatweg en de Lagelaan te ontsluiten op de A9. Deze nieuwe ontsluitingsroute leidt naar verwachting tot een (zeer beperkte) toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarnaast is de aansluiting op de A9 geen onderdeel van de projectscope. Om die reden is er in het kader van het bestemmingsplan voor gekozen om in het bestemmingsplan uit te gaan van ontsluiting van Zandzoom via de bestaande infrastructuur en ontsluitingsroutes. S.5 HOE VERLOOPT DE PROCEDURE VAN DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE? Het College van B&W van gemeente Heiloo is de initiatiefnemer voor de ontwikkeling van Zandzoom. De gemeenteraad van Heiloo is het bevoegd gezag voor de m.e.r.-procedure. De formele m.e.r.-procedure is van start gegaan met de openbare kennisgeving van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD heeft ter inzage gelegen van 8 februari 2023 tot 22 maart 2023. Op basis hiervan is voorliggend MER opgesteld. Het MER ligt samen met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage.

Eenieder krijgt hierbij de mogelijkheid om gedurende zes weken een zienswijze in te dienen. In deze fase gaat het MER ook voor advies naar Commissie m.e.r., de wettelijke adviseurs en de bestuursorganen. Het MER wordt door de Commissie m.e.r. getoetst op de wettelijke eisen, juistheid en volledigheid. Als uitgangspunt voor de toetsing geldt dat het MER voldoende 7/114

gegevens moet bevatten om een besluit te kunnen nemen over vaststelling van het bestemmingsplan Zandzoom. Het eindoordeel van de Commissie m.e.r. wordt, nadat dit is besproken met het bevoegd gedag, neergelegd in een toetsingsadvies welke ook openbaar wordt gemaakt via de website van de Commissie m.e.r.. Inspraakreactie kunnen gedurende de inspraakperiode worden gericht aan: College van B&W van de gemeente Heiloo Postbus 1 1850 AA Heiloo

De ingediende inspraakreacties en adviezen worden door het bevoegd gezag bestudeerd en meegenomen in de besluitvorming over het bestemmingsplan.

8/114

Inhoudsopgave

1

Inleiding .................................................................................................................. 13 1.1 Aanleiding ..................................................................................................... 13 1.2 Planontwikkeling ........................................................................................... 13 1.3 Waarom een m.e.r.?...................................................................................... 14 1.4 M.e.r.-procedure op hoofdlijnen ..................................................................... 16 1.5 Stappen in de m.e.r.-procedure ..................................................................... 16 1.6 Rolverdeling .................................................................................................. 18 1.7 Leeswijzer ..................................................................................................... 19

2 3

Beleidskader ........................................................................................................... 20 Context gebiedsontwikkeling Zandzoom. ................................................................. 24 3.1 Voornemen ................................................................................................... 24 3.2 Historie en huidig gebruik .............................................................................. 25 3.2.1 Historie............................................................................................. 25 3.2.2 Huidig gebruik .................................................................................. 26 3.3 Te onderzoeken alternatieven of varianten. ................................................... 28

4

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen. ......................................................... 29 4.1 Inleiding ........................................................................................................ 29 4.2 Verkeer en vervoer........................................................................................ 30 4.2.1 Gemotoriseerd verkeer ..................................................................... 30 4.2.2 Openbaar vervoer ............................................................................ 31 4.2.3 Langzaam Verkeer ........................................................................... 32 4.2.4 Verkeersveiligheid ............................................................................ 33 4.2.5 Autonome ontwikkelingen ................................................................. 34 4.3 Geluid en Trillingen ....................................................................................... 37 4.3.1 Huidige situatie wegverkeerslawaai .................................................. 37 4.3.2 Huidige situatie Spoorweglawaai ...................................................... 37 4.3.3 Huidige situatie trillingen door spoorwegverkeer ............................... 38 4.3.4 Autonome Ontwikkelingen ................................................................

39 4.4 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 40 4.4.1 Huidige situatie luchtkwaliteit ............................................................ 40 4.4.2 Autonome ontwikkeling ..................................................................... 41 4.5 Externe veiligheid .......................................................................................... 41 4.5.1 Huidige situatie externe veiligheid ..................................................... 42 4.5.2 Autonome ontwikkeling ..................................................................... 44 4.6 Gezonde leefomgeving.................................................................................. 45 4.6.1 Huidige situatie gezonde leefomgeving ............................................. 45 4.6.2 Autonome ontwikkelingen. ................................................................ 45 4.7 Archeologie, cultuurhistorie en landschap ...................................................... 46 4.7.1 Huidige situatie landschap ................................................................ 46

9/114

4.7.2 Huidige situatie archeologie .............................................................. 47 4.7.3 Huidige situatie cultuurhistorie .......................................................... 47 4.7.4 Autonome ontwikkeling ..................................................................... 48 4.8 Bodem en water ............................................................................................ 49 4.8.1 Huidige situatie bodem- en grondwaterkwaliteit ................................ 49 4.8.2 Huidige situatie water en waterbergend vermogen ............................ 50 4.8.3 Autonome ontwikkeling ..................................................................... 50 4.9 Ecologie ........................................................................................................ 51 4.9.1 Huidige situatie beschermde gebieden ............................................. 51 4.9.2 Huidige situatie beschermde soorten en rode lijsten ......................... 53 4.9.3 Autonome ontwikkelingen ................................................................. 58 4.10 Duurzaamheid en klimaatadaptatie................................................................ 59 4.10.1 Huidige situatie Duurzaamheid en klimaatadaptatie .......................... 59 4.10.2 Autonome ontwikkeling ..................................................................... 61 5

Uitvoering effectanalyse .......................................................................................... 62 5.1 Werkwijze effectanalyses .............................................................................. 62 5.2 Beoordelingskader ........................................................................................ 63

6

Effecten Ontwikkeling Zandzoom ............................................................................ 64 6.1 Verkeer en vervoer........................................................................................ 64 6.1.1 Toetsingscriteria ............................................................................... 64 6.1.2 Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9 .................................................................................................... 64 6.1.3 Alternatievenvergelijking ................................................................... 67 6.1.4 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................... 68 6.2 Geluid en trillingen ........................................................................................ 70 6.2.1 Toetsingscriteria ............................................................................... 70 6.2.2 Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9 .................................................................................................... 70 6.2.3 Alternatievenvergelijking ................................................................... 73 6.2.4 Mitigerende en compenserende maatregelen ...................................

74 6.3 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 75 6.3.1 Toetsingscriteria ............................................................................... 75 6.3.2 Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9 .................................................................................................... 75 6.3.3 Alternatievenvergelijking ................................................................... 76 6.3.4 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................... 76 6.4 Externe veiligheid .......................................................................................... 76 6.4.1 Toetsingscriteria ............................................................................... 76 6.4.2 Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9 .................................................................................................... 77 6.4.3 Alternatievenvergelijking ................................................................... 77 6.4.4 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................... 78 6.5 Gezonde leefomgeving.................................................................................. 78 6.5.1 Toetsingscriteria ...............................................................................

78 6.5.2 Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9 .................................................................................................... 78 6.5.3 Alternatievenvergelijking ................................................................... 79 6.5.4 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................... 80 6.6 Archeologie, cultuurhistorie en landschap ...................................................... 81 6.6.1 Toetsingscriteria ............................................................................... 81

10/114

6.6.2

6.7

6.8

6.9

Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9 .................................................................................................... 81 6.6.3 Alternatievenvergelijking ................................................................... 83 6.6.4 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................... 83 Bodem en water ............................................................................................ 84 6.7.1 Toetsingscriteria ............................................................................... 84 6.7.2 Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9 .................................................................................................... 84 6.7.3 Alternatievenvergelijking ................................................................... 85 6.7.4 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................... 85 Ecologie ........................................................................................................ 86 6.8.1 Toetsingscriteria ............................................................................... 86 6.8.2 Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9 ....................................................................................................

86 6.8.3 Alternatievenvergelijking ................................................................... 91 6.8.4 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................... 92 Duurzaamheid en klimaatadaptatie................................................................ 93 6.9.1 Toetsingscriteria ............................................................................... 93 6.9.2 Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9 .................................................................................................... 93 6.9.3 Alternatievenvergelijking ................................................................... 95 6.9.4 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................... 95

7

Effecten in de realisatiefase .................................................................................... 96 7.1 Inleiding ........................................................................................................ 96 7.2 Activiteiten realisatiefase ............................................................................... 96 7.3 Effecten realisatiefase ................................................................................... 96 7.3.1 Geluid .............................................................................................. 96 7.3.2 Trillingen .......................................................................................... 97 7.3.3 Luchtkwaliteit.................................................................................... 99 7.3.4 Stofhinder....................................................................................... 100 7.3.5 Bouwverkeer .................................................................................. 100

8

Voorkeursalternatief .............................................................................................. 101 8.1 Inleiding ...................................................................................................... 101 8.2 Zandzoom ................................................................................................... 101 8.2.1 Vergelijking alternatieven................................................................ 101 8.2.2 Voorkeursalternatief ....................................................................... 103

9

Leemten in Kennis en monitoring .......................................................................... 104 9.1 Inleiding ...................................................................................................... 104 9.2 Leemten in kennis ....................................................................................... 104 9.3 Monitoring ................................................................................................... 105

Bijlage 1 Verkeersparagraaf Zandzoom .......................................................................... 106 Bijlage 2 Trillingen........................................................................................................... 107 Bijlage 3 Externe veiligheid ............................................................................................. 108 Bijlage 4 Ruimtelijk Kwaliteitskader Zandzoom ................................................................ 109 Bijlage 5 Geluidbelasting weg- en railverkeer .................................................................. 110 Bijlage 6 Reactienota NRD.............................................................................................. 111 Bijlage 7 Omgevingsscan Flora en Fauna ....................................................................... 112 Bijlage 8 Voortoets.......................................................................................................... 113

11/114

Veelgebruikte namen en afkortingen In dit rapport worden enkele woorden en afkortingen veelvuldig gebruikt. In het onderstaande overzicht zijn deze veelgebruikte woorden en afkortingen kort toegelicht.

MER Het milieueffectrapport. planMER Het milieueffectrapport voor plannen. projectMER Het milieueffectrapport voor projecten. m.e.r. De procedure waarbinnen het milieueffectrapport opgesteld wordt. voornemen Datgene, wat de initiatiefnemer wil realiseren, in dit geval de realisatie van een woongebied met bijbehorende voorzieningen in Heiloo. referentiesituatie De huidige situatie aangevuld met autonome ontwikkelingen. autonome ontwikkeling Ontwikkeling die onafhankelijk van de uitvoering van het voornemen in Heiloo plaats zal vinden en waarover een definitief besluit (bestuurlijk) is genomen. plangebied Het gebied waarop het voornemen rechtstreeks betrekking heeft. studiegebied Het gebied waar als gevolg van het voornemen effecten kunnen optreden. Het studiegebied kan groter zijn dan het plangebied en kan per aspect verschillen. alternatieven De mogelijke 'manieren' waarop het voornemen kan worden gerealiseerd. varianten Kleine variaties binnen een alternatief.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

12/114

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Heiloo staat voor de uitdaging om het gebied Zandzoom de komende jaren verder te (laten) ontwikkelen. De locatie ligt aan de zuidkant van de kern Heiloo en vormt de voornaamste plek waar nieuwe ontwikkelingen een plek kunnen krijgen. Op 2 maart 2020 heeft de Gemeente Heiloo het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Zandzoom 2019’ vastgesteld. Dit plan zou voorzien in de realisatie van circa 1.285 woningen en zou het vigerende bestemmingsplan actualiseren. Echter is het plan op 1 september 2021 vernietigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zo was onder andere het stikstofonderzoek onvoldoende onderbouwd en waren de gevolgen van het plan voor de verkeersafwikkeling onvoldoende onderzocht. Om de beoogde ontwikkeling toch mogelijk te maken is de gemeente gestart met nieuwe onderzoeken. Onderdeel daarvan is een milieueffectrapport (MER). De procedure hiervoor is gestart in februari 2023 met de ter inzage legging van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) waarin de onderzoeksaanpak voor het MER uiteen is gezet. De NRD heeft ter inzage gelegen van 8 februari tot 22 maart. Er zijn drie reacties binnengekomen op de NRD, deze reacties zijn verwerkt in dit MER.

1.2 Planontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling is vrijwel ongewijzigd (de realisatie van 1.278 woningen) ten opzichte van het bestemmingsplan dat in 2020 is vastgesteld. Door de gemeente wordt in samenspraak met de ontwikkelende partijen een nieuw bestemmingsplan voorbereid. Omdat het een groot gebied betreft en er mogelijk ook sprake was van een Passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb), wordt er tevens een m.e.r.-procedure doorlopen ten behoeve van het nieuwe bestemmingsplan. In de volgende paragraaf wordt dit nader toegelicht. Het plangebied betreft het gebied Zandzoom Heiloo, ten zuiden van de kern Heiloo. Het gebied wordt globaal gezien begrensd door de Vennewatersweg, de Ypersteinerlaan, de golfbaan, de Lagelaan, de gemeentegrens met Castricum en het landelijk gebied aan de westzijde. Figuur 1.1 toont de begrenzing van het plangebied.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

13/114

Figuur 1.1 Begrenzing van het plangebied.

1.3 Waarom een m.e.r.? Wat is een m.e.r. In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een zogenaamde m.e.r. te doorlopen (de afkorting m.e.r. staat voor de procedure) en een MER op te stellen (de afkorting MER staat voor het milieueffectrapport). Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de planen besluitvorming te betrekken om, ten behoeve van het ontwikkelen van plannen en het nemen van besluiten, inzicht te krijgen in de effecten van de voorgenomen activiteiten op de omgeving en om onderzoek te kunnen doen naar mogelijke maatregelen om negatieve effecten op de omgeving te verminderen en/of te compenseren. Wanneer geldt de m.e.r.-plicht? Het vaststellen of een project al dan niet m.e.r.-plichtig is, is via de Wet milieubeheer geregeld in het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r zijn definities en drempelwaarden vastgelegd, waaruit opgemaakt kan worden of een activiteit m.e.r.-(beoordelings)plichtig is. Er zijn twee redenen waarom er sprake kan zijn van een m.e.r.-plicht: 1. Het type en de omvang van een ontwikkeling, die relevant is in het kader van het Besluit m.e.r., staat beschreven in bijlage C en D van het Besluit m.e.r., onder de kolom ‘Gevallen’.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

14/114

2. Voor de ontwikkeling dient een Passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) te worden uitgevoerd. De gebiedsontwikkeling Zandzoom valt onder de categorie van activiteiten in het Besluit m.e.r. D11.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject’. In tabel 1.1 is de activiteit met bijbehorende drempelwaarden opgenomen. Categorie D 11.2

Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsp roject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein en.

Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer.

Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Tabel 1.1: Uitsnede van bijlage D van het besluit m.e.r.

Op basis van het Besluit m.e.r. is een m.e.r.(-beoordeling) niet aan de orde. De ondergrens voor het opstellen van een m.e.r. bij een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D11.2) bedraagt een oppervlakte van 100 hectare, 2.000 woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². Voor Zandzoom worden deze drempelwaarden niet overschreden. Op grond van de Wnb is ingeschat dat een Passende beoordeling mogelijk noodzakelijk is omdat significant negatieve effecten op voorhand niet zijn uit te sluiten. Om deze reden is de m.e.r.-procedure gestart. In het kader van dit MER en de planontwikkeling is het verkeersmodel geactualiseerd en is nader onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie als gevolg van de planontwikkeling (zie ook hoofdstuk 4 en 6). Hierbij is gebleken dat de planontwikkeling op zichzelf uiteindelijk niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op omringende Natura 2000-gebieden. Omdat de m.e.r.procedure al is gestart, om eventuele vertraging in de planvorming te voorkomen, wordt deze ook doorgezet en afgerond met dit MER.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

15/114

1.4 M.e.r.-procedure op hoofdlijnen De m.e.r.-procedure kent, conform de Wet milieubeheer, de volgende procedurele stappen:

Figuur 1.2 Stappen in de m.e.r.- en bestemmingsplanprocedure.

Het MER gebiedsontwikkeling Zandzoom wordt gekoppeld aan het eerste vast te stellen planologisch juridisch instrument (het bestemmingsplan). Dit betekent dat de m.e.r.-procedure gelijk op loopt met de procedure voor dit ruimtelijk besluit. Het MER gaat ter inzage bij het ontwerpbestemmingsplan dat wordt opgesteld ten behoeve van de gebiedsontwikkeling Zandzoom.

1.5 Stappen in de m.e.r.-procedure De volgende stappen worden in de m.e.r.-procedure doorlopen: Openbare kennisgeving De openbare kennisgeving is de start van de m.e.r.-procedure. In de kennisgeving is de terinzagelegging van de NRD aangekondigd zodat eenieder in de gelegenheid is gesteld een zienswijze kenbaar te maken. Het voornemen om voor de gebiedsontwikkeling Zandzoom de m.e.r.-procedure te doorlopen is via de landelijke website voor officiële bekendmakingen en op de website van de gemeente Heiloo gepubliceerd. Raadpleging (inspraak en advisering) Voor deze m.e.r.-procedure is voor de raadpleging een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld, gepubliceerd en ter inzage gelegd. De gemeente vindt een zorgvuldig planproces belangrijk en biedt daarom de mogelijkheid tot inspraak. De notitie is voorafgaande aan de periode van terinzagelegging vrijgegeven door het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Heiloo. Tijdens de periode van ter inzage legging van zes weken heeft eenieder schriftelijk kunnen reageren op de NRD en zijn / haar mening geven over wat onderzocht moet worden in het MER en op welke manier. ‘Eenieder' bestaat dus niet alleen uit de betrokken bestuurlijke organen, maar ook uit belangenorganisaties, bedrijven en bewoners in en om het gebied en overige betrokkenen.

De reacties op de NRD zijn beantwoord in een beantwoordingsnota welke is toegevoegd aan het MER (bijlage 6).

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

16/114

Opstellen MER De reacties op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau worden gebruikt als input voor de te hanteren reikwijdte en detailniveau van de vervolgfase van de m.e.r.procedure; het opstellen van het MER (rapport). Inhoud MER De kern van de m.e.r.-procedure wordt gevormd door het MER, een milieueffectrapport waarin de milieueffecten van Gebiedsontwikkeling Zandzoom worden beschreven. Het milieueffectrapport moet de volgende onderdelen bevatten (vrij vertaald uit de wettekst):   

    

Een beschrijving van hetgeen met het voornemen wordt beoogd (wat is het doel); Een beschrijving van de alternatieven (of het alternatief) die redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen; Een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu, voor zover het voornemen of de beschreven bandbreedte daarvoor gevolgen kunnen hebben, en van de te verwachten autonome ontwikkeling van dat milieu (referentiesituatie); Een beschrijving van de gevolgen voor het milieu, die het voornemen en de beschreven alternatieven kunnen hebben, en een motivering van de wijze waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven; Een vergelijking van de referentiesituatie met de beschreven gevolgen voor het milieu van de alternatieven; Een beschrijving van de maatregelen om nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen of te beperken (mitigerende maatregelen); Een overzicht van de leemten in de beschrijvingen van de milieueffecten ten gevolge van het ontbreken van de benodigde gegevens en een opzet voor een evaluatieprogramma; Een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieueffectrapport en van de daarin beschreven gevolgen voor het milieu van het voornemen en van de beschreven alternatieven.

Terinzagelegging MER bij het ontwerpbestemmingsplan Het MER wordt, na vrijgave door het College van B&W, voor zes weken ter inzage gelegd samen met het ontwerpbestemmingsplan dat uitvoering geeft aan het voornemen. Gedurende deze periode kan eenieder zijn of haar zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan en het bijbehorende MER indienen. In deze periode worden het ontwerpbestemmingsplan en het MER ook toegestuurd aan verschillende bestuursorganen, zoals het waterschap en omliggende gemeenten. Toetsing door Commissie m.e.r. Het MER wordt ter toetsing voorgelegd aan de Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. is een onafhankelijke instantie die verplicht moet worden ingeschakeld voor de beoordeling van een MER. Deze commissie stelt afhankelijk van de activiteit een team samen van onafhankelijke deskundigen die beoordelen of het MER objectief en volledig is en kan bijdragen aan de besluitvorming. Dit rapporteren zij in een toetsingsadvies dat betrokken wordt bij de verdere besluitvorming.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

17/114

Vervolg bestemmingsplanprocedure Na afloop van de terinzagelegging worden de ontvangen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en het MER van een inhoudelijke beantwoording voorzien in een Nota van Antwoord. Indien nodig worden het ontwerpbestemmingsplan of het MER op punten aangepast of aangevuld. De Nota van Antwoord wordt tezamen met het bestemmingsplan en het MER door het College van B&W aangeboden ter besluitvorming aan de gemeenteraad. Na vaststelling bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep tegen het bestemmingsplan (en het MER dat een bijlage bij het bestemmingsplan vormt). Evaluatie Na vaststelling van het plan is het bevoegd gezag verplicht de daadwerkelijke milieugevolgen van de uitvoering van het voornemen te onderzoeken. Deze evaluatie begint tijdens de realisatie van de ontwikkeling.

1.6 Rolverdeling Initiatiefnemer Een initiatiefnemer is een particulier of overheidsorganisatie die het voornemen heeft een activiteit te ondernemen. In dit geval is de Gemeente Heiloo de initiatiefnemer van de gebiedsontwikkeling omdat zij een besluit neemt over het op te stellen bestemmingsplan. Hierbij wordt het College van Burgemeester en Wethouders gezien als initiatiefnemer omdat zij het besluit voorbereiden. Bevoegd gezag Onder het bevoegd gezag wordt het bestuursorgaan verstaan dat bevoegd is om over het voornemen van de initiatiefnemer een besluit te nemen. In dit geval gaat het om het vaststellen van het bestemmingsplan. Dit is een bevoegdheid van de gemeenteraad. In deze m.e.r.-procedure is de gemeenteraad derhalve het bevoegd gezag. Betrokken bestuurlijke organen en bestuurlijke raadpleging Onder betrokken bestuurlijke organen en belangenorganisaties worden die partijen bedoeld die in het ruimtelijk ordeningstraject worden geraadpleegd:           

Provincie Noord-Holland; Omgevingsdienst Noord-Holland Noord; Staatsbosbeheer; Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; Rijkswaterstaat; Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD); Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Prorail; PWN; Liander; Omliggende gemeenten.

Insprekers Bij de m.e.r.-procedure heeft eenieder recht op inspraak tijdens de procedure. Degenen die tijdens de m.e.r.-procedure van dit recht gebruik maken zijn de

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

18/114

insprekers. Het bevoegd gezag informeert eenieder tijdig via de gebruikelijke openbare communicatiekanalen wanneer en op welke wijze de inspraakmogelijkheden zich voordoen.

1.7 Leeswijzer Het voorliggende document is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 van dit MER wordt eerst geschetst welke beleidsdocumenten invloed hebben op de planontwikkeling; Hoofdstuk 3 beschrijft het voornemen en de context (historie, huidig gebruik en de referentiesituatie) van gebiedsontwikkeling Zandzoom; In hoofdstuk 4 wordt de referentiesituatie beschreven, deze wordt gevormd door de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen; Hoofdstuk 5 beschrijft de aanpak van het MER gebiedsontwikkeling Zandzoom en de werkwijze van de effectenanalyses; In hoofdstuk 6 zijn vervolgens de effectenanalyses opgenomen. Hoofdstuk 7 gaat in op de effecten tijdens de realisatiefase. In hoofdstuk 8 worden de effectenanalyses uit hoofdstuk 6 bij elkaar gebracht om te komen tot een voorkeursalternatief voor de gebiedsontwikkeling Zandzoom. Tot slot worden in hoofdstuk 9 de leemten in kennis toegelicht en aanbevelingen gedaan op het gebied van monitoring.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

19/114

2 Beleidskader Voor een project als de gebiedsontwikkeling Zandzoom gelden vele wettelijke en beleidsmatige kaders. Een aantal daarvan zijn in grote mate bepalend voor de uitwerking van het project. In de onderstaande tabel zijn de meest relevante plannen en beleidsdocumenten voor Zandzoom opgenomen. Nationaal beleid is gemarkeerd met de letter N, provinciaal beleid met de letter P en gemeentelijk beleid met de letter G. Wettelijk kader en

Inhoud

Relevantie voor Zandzoom

Integrale aanpak van ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Dit moet bereikt worden door middel van decentralisatie en focus op de gebruiker. Belangrijke prioriteiten zijn:

Voor de planvorming van de ontwikkeling Zandzoom Heiloo zijn de genoemde speerpunten belangrijk om rekening mee te houden. De manier waarop het plan hier rekening mee houdt wordt in het MER bij de effectbeoordeling meegenomen.

beleidsdocument Ruimtelijke Ordening N

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

1.

N

ontwerp-Tracébesluit Programma Hoogfrequent Spoor Amsterdam-Alkmaar

P

Omgevingsvisie provincie NoordHolland

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het traject Amsterdam-Alkmaar begint steeds drukker te worden. Het voornemen is daarom om meer treinen te laten rijden op dit traject. Hiervoor zijn aanpassingen nodig aan overgangen en stations. In de Omgevingsvisie staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. Om een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving te kunnen borgen, hanteert de Provincie twee basisrandvoorwaarden die volgen uit Europese/Nationale regelgeving en gaan over gezondheid, veiligheid en klimaatadaptatie. Daarnaast gelden vier generieke ontwikkelprincipes.

Het spoor loopt door het plangebied. Doordat er meer treinen gebruik maken van het traject neemt de geluid- en trillinghinder richting de omgeving mogelijk toe. Dit wordt in het MER meegenomen. Er is sprake van een woningtekort in de Regio Alkmaar. Bij de ontwikkeling van woningbouwprogramma’s moet rekening worden gehouden met de opgaven die gelden voor de provincie.

De basisvoorwaarden luiden als volgt: 1.

2.

Overal wordt voldaan aan de wettelijke basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier; Alle nieuwe ruimtelijke (her)ontwikkelingen doorlopen een klimaatstresstest.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

20/114

waarbij de volgende ontwikkelprincipes worden gehanteerd: 1.

Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap; 2. Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief; 3. Nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden zo veel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie en data-knooppunten; 4. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen. Regio Alkmaar heeft samen met de provincie Noord-Holland het Woonakkoord 2021-2025 opgesteld. Hierin is aangegeven welke woonopgaven er liggen, wat de gewenste richting is en welke afspraken daarbij passen..

P

Woonakkoord 20212025

De Gemeente is onderdeel van de Regio Alkmaar en heeft het Woonakkoord ook ondertekent. De ontwikkeling Zandzoom Heiloo draagt bij aan de ambities zoals gesteld in het Woonakkoord.

P

Regionale Woondeal Noord-Holland-Noord

De Kadernota Zandzoom schetst de kaders voor de ontwikkeling van een nieuw, landschappelijk woon- en leefgebied in Heiloo. Het document is in mei 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Heiloo en beschrijft de visie, de ambities, de uitgangspunten en de spelregels voor de realisatie van ongeveer 1.300 woningen in het gebied Zandzoom.

G

Kadernota Zandzoom

De Kadernota Zandzoom schetst de kaders voor de ontwikkeling van een nieuw, landschappelijk woon- en leefgebied in Heiloo. Het document is in mei 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Heiloo en beschrijft de visie, de ambities, de uitgangspunten en de spelregels voor de realisatie van ongeveer 1.300 woningen in het gebied Zandzoom.

De kadernota beschrijft

De provincie zet zich in voor het versterken van mobiliteitsopties, zoals goede OV-verbindingen, uitstekende infrastructuur voor alle modaliteiten en technologische innovatie. Inwoners en bedrijven hebben zoveel mogelijk de vrijheid om hun eigen vervoerswijzen te kiezen. Zodanig dat het totale verkeers- en vervoersnetwerk optimaal wordt gebruikt en ten dienste staat van de ruimtelijkeconomische ontwikkeling. De provincie stuurt op een optimale afstemming tussen ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur.

Parallel aan de ontwikkeling Zandzoom loopt de realisatie van een op- en afrit van de A9. Deze ontwikkeling is in het MER meegenomen.

Globale stedenbouwkundige opzet, woningbouwprogramma, fasering

Verkeer P

Omgevingsvisie provincie NoordHolland

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

21/114

G

Verkeersplan Heiloo

In het verkeersplan is aangegeven hoe men om wil gaan met verkeer en vervoer bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Heiloo wil: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Het plan voorziet in de realisatie van veel nieuwe infrastructuur.

kwetsbare routes ontlasten; de kansen voor de fiets benutten; de groene omgeving in stand houden en benutten; de bereikbaarheid van winkelcentra en station garanderen; de nieuwe aansluiting op de A9 optimaal benutten; veiligheid en toegankelijkheid voor alle verkeersdeelnemers.

Natuur N

Wet Natuurbescherming

De wet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden en van aangewezen beschermde planten- en diersoorten.

Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is het Noordhollands Duinreservaat. Dit natuurgebied ligt op circa 1,7 kilometer van het plangebied.

P

Omgevingsvisie provincie NoordHolland

Om de biodiversiteit in Noord-Holland op peil te houden zullen toekomstige ontwikkelingen (verstedelijking, landbouw, klimaatmaatregelen) zoveel mogelijk natuurinclusief moeten zijn. Daarmee leveren ze een bijdrage aan behoud en vergroting van de biodiversiteit. Hierbij gaat het niet alleen om de kwantiteit (hectares) maar ook om de kwaliteit (soortenrijkdom, toegankelijkheid).

Nabij het plangebied ligt het gebied Limmerpolder. Dit gebied bestaat uit het recreatiebos Oosterbos en een open polder. De totale oppervlakte van NNN van de Limmerpolder bedraagt bijna 300 hectare.

G

Bomenbeleidsplan Heiloo 2008

In het bomenbeleidsplan van de gemeente staat omschreven hoe er wordt omgegaan met bomen in de openbare ruimte. Het plan bevat onder andere informatie over het beheer en onderhoud van bomen, en de voorwaarden voor kap en vervanging van bomen.

Er bevinden zich enkele monumentale bomen binnen het plangebied aan de Kapellaan.

Water N

Kaderrichtlijn Water

Voor de KRW moeten waterlichamen in 2027 in een (ecologisch) goede toestand verkeren. Indien nodig moeten hiervoor maatregelen genomen worden.

De eerdergenoemde Limmerpolder is een KRW-waterlichaam.

P

Omgevingsvisie provincie NoordHolland

Het provinciaal beleid zet in op de waterveiligheid en op schoon en voldoende water. Klimaatverandering veroorzaakt wateroverlast in de winter en droogte in de zomer. Wateroverlast en droogte zorgt voor schade aan gebouwen en infrastructuur. Om dit zoveel mogelijk in te perken zullen er maatregelen genomen moeten worden.

Het plan voorziet in een aanzienlijke toename van de verharding. Dit heeft impact op het watersysteem.

G

Gemeentelijk Rioleringsplan Heiloo

Het gemeentelijk rioleringsplan Heiloo beschrijft de doelen en maatregelen voor het beheer van de riolering in de gemeente Heiloo.

Door de ontwikkeling Zandzoom neemt de verharding in het gebied toe en zal nieuwe riolering aangelegd moeten worden.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

22/114

Het plan is gebaseerd op de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, en op de lokale situatie en ambities van de gemeente. Landschap, cultuurhistorie en archeologie P

Omgevingsvisie Provincie NoordHolland

In de omgevingsvisie is het beleid opgenomen gericht op het beschermen van het landschap en cultureel erfgoed.

Binnen het plangebied bevinden zich enkele landschappen/gebouwen die aan te merken zijn als karakteristiek.

G

Nota Cultuurhistorie 2011

De nota beschrijft het beleid van de gemeente in relatie tot cultureel erfgoed.

Binnen het plan bevinden zich enkele cultuurhistorische objecten.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

23/114

3 Context gebiedsontwikkeling Zandzoom. 3.1 Voornemen De gemeente Heiloo is voornemens om ten zuiden van het dorp 1.278 woningen te realiseren. De gebiedsontwikkeling Zandzoom is de laatste grotere ontwikkellocatie van Heiloo. De ontwikkeling van Zandzoom betekent dat de kernen Heiloo en Limmen vrijwel tegen elkaar aan groeien. Wanneer Zandzoom een ‘gangbare’ uitbreidingswijk wordt, bestaat het gevaar dat beide kernen in elkaar overgaan en er geen onderscheidend tussengebied bestaat. Op basis van het huidige groene karakter en de relatie met de landelijke oost- en westflank is het daarom passend om te streven naar een bijzonder, onderscheidend en groen woonmilieu. Deze ambitie is in de structuurvisie Zandzoom en de daarop volgende documenten (o.a. bestemmingsplan Zandzoom 2005 en de vastgestelde Kadernota Zandzoom 2017) vastgelegd. Het is de bedoeling om de rijkdom aan verschillen te behouden door niet overal hetzelfde te doen, maar juist door te bouwen in de structuur van het landschap en haar ontstaansgeschiedenis. Op de flank anders dan op de rug, Westelijk anders dan Oostelijk, in het lint anders dan in het veld (bron: Ruimtelijk Kwaliteitskader, 2019). Zandzoom vormt in zijn geheel een groene wijk in een lage dichtheid die zich duidelijk onderscheidt van de andere uitbreidingswijken van Limmen en Heiloo.

De algemene ambitie voor Zandzoom is dan ook een groen woonmilieu te realiseren. Dit komt tot uiting in het stedenbouwkundige plan zoals onderstaand weergegeven.

Figuur 3.1 Concept stedenbouwkundig plan Zandzoom (bron: gemeente Heiloo)

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

24/114

3.2 Historie en huidig gebruik 3.2.1

Historie

De basis van het landschap in het plangebied werd circa 4000 jaar geleden gelegd, toen het strandwallenlandschap zich vormde. Door de hogere ligging van de strandwal te midden van een moerassige omgeving is vanaf circa 2000 v.Chr. (aanvankelijk nomadische) bewoning in het plangebied geweest. Om die reden ligt op een groot deel van het plangebied een archeologische dubbelbestemming. Na de stabilisering van het landschap door aanleg van de Limmerdam en de Zanddijk rond het jaar 1100, richtte men het landschap in met oost-westgerichte en soms noord-zuidgerichte greppels, die eventueel aanwezig water zo spoedig mogelijk afvoerden naar de strandvlakten aan weerszijden. De grond die hierbij vrij kwam werd naast de greppels gelegd en beplant. Zo ontstond een oostwestgericht landschap van houtwallen met greppels, dat tot op de dag van vandaag nog aanwezig en herkenbaar is. Heiloo is ruim 1300 jaar geleden ontstaan als een agrarisch dorp op de middelste Noord-Kennemer strandwal. Deze strandwal vormde te midden van de laag gelegen, natte strandvlakten een aantrekkelijke vestigingsplaats. In de periode tot 1800 bleef Heiloo een kleine landelijke nederzetting, bestaande uit de heerlijkheden Heylo en Oesdom. Daarnaast komen er buurtschappen als Zevenhuizen, Oosterzij en Westerzij tot ontwikkeling.

In het gebied tussen het toenmalige Limmen en Heiloo, kwam vooral ter hoogte van Heiloo, een aantal buitenplaatsen voor, vaak voortgekomen uit de eerste versterkte Laatmiddeleeuwse huizen. Vanaf de 19e eeuw groeit Heiloo heel geleidelijk door een aantal factoren:   

de verharding (bestrating) van de eeuwenoude Kennemerstraatweg rond 1830; de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Alkmaar in 1862; de aanleg van de tram Haarlem-Alkmaar (begin 20e eeuw).

Tussen de twee wereldoorlogen vestigden zich meer renteniers, nu ook uit het handels- en bedrijfsleven. De bevolking werd bovendien aangevuld met militairen en middenstanders uit (toen) garnizoensstad Alkmaar. De beroepsbevolking was dus voor de Tweede Wereldoorlog al breder dan puur agrarisch. De elektrificatie van het spoor in 1930 had daarnaast tot gevolg dat er meer en snellere treinen gingen rijden, waardoor het voor meer mensen aantrekkelijk werd om in Heiloo te gaan wonen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veel mensen tijdelijk in Heiloo gaan wonen en na de oorlog gebleven. Tot 1945 werd de ruimtelijke structuur van het dorp bepaald door de wegen op de strandwal, te weten de Westerweg, de Oosterzijweg, de Hoogeweg, de Heerenweg en de Kennemerstraatweg. Langs deze wegen ontstonden lange stroken lintbebouwing met representatieve bebouwing en achter de huizen ruime tuinen. Ter plekke van het Witte Kerkje was de eerste verdichting van de bebouwing, waardoor deze locatie als oorspronkelijk centrum aangemerkt werd. Nadat het station rond 1865 ruim een kilometer ten zuiden van 'het oude dorpshart' was aangelegd, dicht bij de oorspronkelijke tuindersgebieden,

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

25/114

ontstond ook hier vanaf eind 19e eeuw een tweede verdichting, die later als tweede centrumlocatie is gezien. Na 1945 vonden grote planmatige uitbreidingen van het dorp plaats. Rond de nieuwe woonwijken van Heiloo zijn forse groene zones ontstaan met een dicht net van voet- en fietspaden. De uitbreidingen van Heiloo vonden vanaf 1945 niet alleen op de strandwal plaats, maar ook en in toenemende mate in de gebieden die deel uitmaakten van de strandvlakten.

3.2.2

Huidig gebruik

In de ruimtelijke structuur van het plangebied is nog steeds duidelijk de geomorfologie en de bewoningsgeschiedenis van het gebied af te lezen. Het plangebied kan op basis van geomorfologie en menselijk gebruik in twee delen worden verdeeld: de strandwal en het gebied ten westen daarvan (Westerzij). Het gebied ten oosten van de strandwal (Oosterzij) is slechts voor een klein deel onderdeel van het plangebied. De noord-zuidgerichte strandwal en -vlakten vormen de dragers van de landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur. Oorspronkelijk was het gebied op de strandwal kleinschalig verkaveld met houtwallen als perceelsgrenzen. De agrarische bebouwing was geconcentreerd aan de randen van de strandwal. In latere eeuwen is door herverkaveling en door de bouw van niet-agrarische gebouwen het gebied ingrijpend van karakter veranderd. Wat is gebleven zijn de wegen en bovendien komen op sommige plaatsen resten van houtsingels en houtwallen voor. De strandvlakte ten westen van de strandwal werd Westerzij genoemd. In de Vroege Middeleeuwen was dit gebied grotendeels met veen bedekt en in gebruik voor extensieve beweiding en de jacht. In de 10e en 11e eeuw is dit gebied ontgonnen vanaf de strandwal, waardoor in noordwestelijke richting een regelmatige strokenverkaveling ontstond. De boerderijen lagen op de overgang van de strandwal naar de strandvlakte.

Resten van deze structuur zijn nog steeds in het landschap zichtbaar, zowel aan de westkant als de oostkant van het ontwikkelgebied. De strandvlaktes hebben, mede door vernatting en maaiveldverlaging, vooral een functie als weidegebied gekregen. Alleen in de omgeving van de Lijnbaan, waar een uitloper van de strandwal aanwezig is, was akkerbouw mogelijk. Langs de Lijnbaan was in vroegere eeuwen ook een rij boerderijen aanwezig. Van deze oorspronkelijke boerderijen is nog één herkenbaar; de overige bebouwing langs de Lijnbaan is van recentere datum. Het gebied ten westen van de Westerweg heeft een open karakter, met sloten als perceelscheidingen. De oost-westwegen in het gebied en de Lijnbaan lopen op iets hoger gelegen kaden. Hoewel de hoogteverschillen zijn afgevlakt, is toch nog steeds het hoogteverschil met de strandwal zichtbaar in het landschap. In het gebied komen geïsoleerde boerderijen voor. Het gebied vormt een eenheid met het aangrenzende gebied in de gemeente Bergen. Door de openheid van het landschap bestaan waardevolle zichtrelaties tussen de historisch-geografische objecten in het gebied, waaronder de abdij in EgmondBinnen en de Zanddijk. Het gebied heeft door deze kenmerken een hoge historisch-geografische belevingswaarde en maakt om die reden deel uit van het als cultuurhistorisch waardevol geclassificeerde gebied 'Bergen - Egmond Schoorl'.

Hier moet worden gestreefd naar instandhouding en verdere ontwikkeling van de cultuurhistorische identiteit.

Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614

26/114

Bebouwing De woningen en boerderijen in het gebied zijn vanouds verspreid gesitueerd aan oude, noord-zuidgerichte wegen en paden. De Westerweg, Hoogeweg, Kennemerstraatweg en Oosterzijweg zijn daarbij de belangrijkste structurerende elementen. De Westerweg en de Oosterzijweg begrenzen de strandwal. De Kennemerstraatweg is in de 19e eeuw bestraat; daarbij is het tracé van de oudere Middelweg benut. In oost-westrichting vormen de Vennewatersweg, de Kapellaan, de Lagelaan en de Nieuwelaan dwarsverbindingen tussen deze wegen. De wegenstructuur bestond al rond 1680; alleen de Vennewatersweg is van recenter datum. De Westerweg, Hoogeweg en Oosterzijweg zijn ook in de Middeleeuwen al vermeld. Langs alle wegen in het gebied komt overwegend verspreide bebouwing voor. De woningen in het gebied zijn, op enkele uitzonderingen na, vrijstaande woningen. Waardevolle cultuurhistorische landschappen en gebouwen In het gebied komen cultuurhistorisch waardevolle groenstructuren voor. Het betreft enerzijds het oost-westgerichte verkavelingspatroon van greppels en houtwallen/hagen en anderzijds de hagen die langs de oude doorgaande wegen zijn geplant om het vee te leiden bij veeverplaatsingen. De hagen langs de doorgaande wegen betreffen meidoorn of liguster, die van het oostwestpatroon vooral els.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=b0a4a8b6-e4ee-4b18-9a22-7d07445e6992