Bijlage 1 - GOFLO-onderbouwing
Tekst van het document
De beoordeling van de mogelijke aanwezigheid van onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid voor bodemgevoelige gebouwen kan met de risicotoolbox bodem met de module Beoordelen van de bodemkwaliteit voor een bodemgevoelig gebouw.
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
22
Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. De gemeenten moeten: 4.8.1
Op grond van artikel 5.89i en artikel 5.89j Bkl de waarde vaststellen waarboven er bij de realisatie van gebouwen op bodemgevoelige locaties maatregelen nodig zijn Op grond van artikel 5.89k Bkl aangeven welke sanerende of andere beschermende maatregelen nodig zijn bij overschrijding van de waarde Op grond van artikel 5.891 Bkl een meldingsplicht instellen voor locaties die op grond van het omgevingsplan niet vergunningplichtig zijn Op grond van artikel 5.89m Bkl een bepaling opnemen over de ingebruikname. Onderzoek
In het projectgebied is door TerraCarta Milieu een actualiserend bodemonderzoek (16 juni 2022) en een verkennend bodemonderzoek (24 juni 2022) conform NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn nog opgesteld voor de invoering van de Omgevingswet maar brengt voldoende informatie in beeld voor de huidige kaders. De uitkomsten van het onderzoek worden in onderstaande paragraaf behandelt, de onderzoeken zijn als bijlage toegevoegd. Historische activiteiten Uit historisch onderzoek blijkt dat de locatie in gebruik is geweest als: Showroom en werkplaats met tankplaats (1978- +/-2009), Showroom en werkplaats (+/- 2009 – 2018), Bedrijfspand, geen activiteiten (2018 – 2020), Bedrijfspand, tentenbouwer (2020 – 2023) en Bedrijfspand, showroom (heden). Actualiseren bodemonderzoek In verband met de verwijdering van de ondergrondse brandstoftanks op locatie is een actualisering van de situatie ter plaatse van de brandstoftanks, OBAS, en vloeistofdichte vloer vereist. TerraCarta Milieu heeft een actualiserend bodemonderzoek verricht op een deel van een terrein aan de Westerweg 226 in Heiloo. In 2018 is door Bakker Bodemonderzoek B.V. een eindsituatiebodemonderzoek uitgevoerd met kenmerk 2018.001.
Het actualiseren bodemonderzoek toont aan dat de gronden ter plaatse van de ondergrondse brandstoftanks, OBAS, en de vloeistofdichte vloer zijn geheel vrij van verontreiniging. Het grondwater is geheel vrij van verontreiniging. In het grondwater wordt bij de eerste bemonstering op 25 april 2022 een zeer lichte verhoging van de concentratie naftaleen aangetroffen (>S, 0,03 µg/l). De herkomst van deze lichte verhoging is niet eenduidig te verklaren. Bij de tweede bemonstering op 14 juni 2022 wordt geen naftaleen boven de streefwaarde gemeten (<0,02 µg/l). Gezien de lage concentraties en de fluctuatie in het aantreffen van de stof wordt nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Op basis van onderhavig onderzoek kan gesteld worden dat de eindsituatie ter plaatse van de verdachte locaties op het terrein (OBAS, ondergrondse brandstoftanks, vloeistofdichte vloer) voldoende is vastgesteld.
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
23
Verkennend bodemonderzoek In verband met de verkoop van het perceel heeft TerraCarta Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het overige deel van het terrein aan de Westerweg 226 in Heiloo. Het verkennend bodemonderzoek toont aan dat er resten metaal aangetroffen (boring B13) en lichte verhogingen aangetroffen van de concentraties cadmium, koper en molybdeen aangetroffen (MM4BG). Het grondwater is geheel vrij van verontreiniging. Met oog op de lage gemeten concentraties en het gebruik van het terrein zijn de humane en ecologische risico’s nihil. Nader onderzoek of vervolgstappen zijn derhalve niet noodzakelijk. Daarnaast passen de aangetroffen concentraties binnen de beoogde bodemkwaliteitsklasse “wonen”. 4.8.2
Conclusie
Vanuit het aspect bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het voorgenomen project.
4.9
Archeologie en Cultuurhistorie
4.9.1
Archeologie
Gemeenten dienen, ook nu de Omgevingswet in werking is getreden, archeologie te borgen in hun ruimtelijk beleid. Onderzoek In het kader van de beoogde ontwikkeling in het projectgebied is door Transect voorafgaand een bureauonderzoek uitgevoerd waarna op 29 mei 2024 het inventariserend vooronderzoek conform de kwaliteitseisen KNA 4.1 en aan het beleid van de gemeente Heiloo is uitgevoerd. De uitkomsten van het onderzoek zijn hieronder beschreven, het volledige onderzoek is als bijlage toegevoegd. Op basis van het archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek is vastgesteld dat er binnen het plangebied hoge archeologische verwachtingen zijn. Uit de boringen blijkt dat strandafzettingen intact zijn en begraven liggen onder een intacte humeuze bovenlaag. De humeuze bovenlaag bevindt zich tussen een diepte van 50 tot 100 cm -Mv met daaronder strandafzettingen tot aan de maximale geboorde diepte van 300 cm -Mv. Archeologische resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen kunnen daardoor aanwezig zijn binnen het plangebied. De archeologische resten worden dan vanaf een diepte van 50 cm -Mv verwacht. Vanwege de hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen, adviseert Transect om het vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
Hierbij zal worden bepaald of er behoudens waardige resten binnen het te verstoren bodemtraject in het plangebied aanwezig zijn. Op grond van de resultaten van het bureau- en inventariserend vooronderzoek zal de gemeente Heiloo een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang van het vervolgonderzoek binnen het plangebied. Conclusie Vanuit het aspect Archeologie zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project. Behoudens dat er aanvullende onderzoeken moeten worden uitgevoerd na de sloopwerkzaamheden. 4.9.2
Cultuurhistorie
De gemeente Heiloo heeft in 2011 de Nota Cultuurhistorie vastgesteld. In de nota zijn zowel de archeologische waarden als de cultuurhistorische waarden (landschappelijk) in beeld gebracht. De beleidsnota geeft aan welke cultuurhistorische waarden aanwezig zijn en hoe met deze waarden omgegaan kan worden. Per element dat op de kaart is aangegeven is beschreven op welke wijze de cultuurhistorische karakteristieken bewaard kunnen blijven.
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
24
Onderzoek In het projectgebied bevinden zich vanuit de nota cultuurhistorie en de omgevingsvisie geen monumenten en/of cultuurhistorische waardevolle bebouwing. Rondom het projectgebied bevinden zich geen monumenten. Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project. 4.9.3
Conclusie
Vanuit het aspect Archeologie en Cultuurhistorie zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project.
4.10 Luchtkwaliteit In het kader van de Wet milieubeheer moet beoordeeld worden of, rekening houdend met de voorgenomen ontwikkeling, wordt voldaan aan de wet- en regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. De concentraties stikstofdioxide (NOz) en fijnstof (PMA) zijn maatgevend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit. In het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen’ is bepaald dat een project ‘niet in betekende mate’(NIBM) kan bijdragen aan de luchtkwaliteit. Indien dit het geval is, dan hoeft er geen toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden. Daarbij is de grens gesteld op een toename van de concentratie stikstofdioxide en fijn stof van maximaal 3% als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Bij een bouwprogramma van maximaal 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoren (bij één ontsluitingsweg) of een combinatie van beiden. 4.10.1 O n d e r z o e k Voor de voorgenomen ontwikkeling is gebruik gemaakt van de NIBM-tool. Er worden 33 appartementen gerealiseerd en aan de hand van de CROW 381 is het aantal vervoersbewegingen bepaald. Er is enige overmaat gehanteerd qua vervoersbewegingen door te rekenen met het aantal woningen in plaats van het aantal beschikbare parkeerplaatsen. Totaal komen er 126 vervoersbewegingen per dag bij.
Dit leidt tot de volgende resultaten vanuit de NIBM-tool: Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2025
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
126
Aandeel vrachtverkeer
0,0%
NO2 in μg/m3
0,06
PM10 in μg/m3
0,02
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Afbeelding – Uitsnede NIBM-tool
4.10.2 C o n c l u s i e Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project.
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
25
4.11 Weging van waterbelang Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; 2. het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en 3. het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. 4.11.1 O n d e r z o e k Het plangebied valt bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier onder het peilgebied Noord Kennemerland. In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen waterlichamen aanwezig. Door het ontbreken van waterlichamen is er geen actief peilbesluit vastgesteld door HHNK. Op onderstaande afbeelding zijn de peilgebieden en de locatie weergegeven.
Afbeelding - Uitsnede peilgebieden en plangebied, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (2024)
Het plangebied bestaat momenteel voor 100% uit verharding (bebouwing en bestrating) en is natuurlijke infiltratie in de huidige situatie onmogelijk. In de voorgenomen ontwikkeling wordt het aantal vierkante meters verharding verminderd door het toevoegen van groenstroken en het toepassen van waterdoorlatende verharding bij de parkeerplaatsen. 4.11.2 H e t W a t e r a d v i e s Het Wateradvies is een digitaal hulpmiddel van het Waterschap HHNK welke aan de hand van een aantal vragen en de locatie van de voorgenomen ontwikkeling toetst of de belangen van het Waterschap worden geraakt. Op basis van de ingevulde gegevens blijkt dat er een korte procedure doorlopen dient te worden, het resultaat van het wateradvies is als bijlage toegevoegd. 4.11.3 C o n c l u s i e Vanuit het aspect water zijn er, vanwege het verminderen van de verharding in de voorgenomen ontwikkeling ten opzichte van de bestaande situatie, geen belemmeringen voor dit project.
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
26
4.12 Gezondheid Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Omdat de Omgevingswet het begrip niet inkadert, kan het veel verschillende onderwerpen raken, bijvoorbeeld regels voor het beweegvriendelijk maken van de omgeving. Milieunormen zijn in het verleden ook gesteld om gezondheid te beschermen. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. In de volgende artikelen van de Omgevingswet staan de regels over de gezonde fysieke leefomgeving: • In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Eén van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omgevingsinvloeden.
• In artikel 3.3 van de Omgevingswet van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de omgevingsvisie rekening moet houden met het voorzorgbeginsel en andere milieubeginselen. • In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. • In artikel 5.32 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan weigeren wanneer deze zou leiden tot (mogelijk) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid en in artikel 5.42 lid 4 van de Omgevingswet en artikelen 8.101 en 8.102 van het Bkl staat dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan wijzigen of intrekken in het kader van het treffen van passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid. 4.12.1 O n d e r z o e k Met de realisatie van voorgenomen ontwikkeling wordt passende huisvesting geboden. In de voorgaande paragrafen is aangetoond dat het project voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het project draagt dan ook bij aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. 4.12.2 C o n c l u s i e Vanuit het aspect gezondheid zorgt het project voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
27
4.13 Klimaatadaptatie De gemeente Heiloo heeft op 23 januari 2023 het beleidsplan en uitvoeringsprogramma 2023-2026: “op weg naar klimaat adaptieve en natuur inclusieve gemeenten” vastgesteld. De gemeente zet met het beleidsplan in op het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering en het vergroten van de kansen voor natuur (flora en fauna) door sturing met natuur inclusieve én klimaatbestendige uitgangspunten voor gebouwen en de directe omgeving van deze gebouwen. De klimaatbestendig uitgangspunten omvatten vijf thema’s: 1. Wateroverlast 2. Droogte 3. Hitte 4. Overstroming 5. Natuurinclusief en biodiversiteit 4.13.1 O n d e r z o e k In het kader van de beoogde ontwikkeling is door D-VA een beschouwing van Klimaatadaptatie gedaan. Binnen het plangebied wordt rekening gehouden met de volgende aspecten: duurzaamheid, wateroverlast en hitte(stress). Er zijn verschillende maatregelen die inspelen op klimaatadaptatie en milieuvriendelijkheid en wordt een algemene omschrijving gegeven hoe dit in het plan kan worden verwerkt. Duurzaamheid In het initiatief wordt duurzaamheid centraal gesteld door te streven naar een minimaal negatieve impact op het milieu en een maximaal positief effect op de omgeving. Dit wordt gerealiseerd door: •
• •
•
Energie-efficiëntie: Gebouwen en infrastructuur worden ontworpen met energiezuinige oplossingen, zoals het gebruik van isolatie, energiezuinige verlichting (LED) en duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen en warmtepompen. Duurzaam materiaalgebruik: Bij de realisatie en inrichting worden gerecycleerde en milieuvriendelijke materialen gebruikt om de CO₂-uitstoot te minimaliseren. Groene mobiliteit: Fiets- en wandelpaden worden geïntegreerd, evenals faciliteiten voor elektrisch vervoer, om uitstoot te verminderen en duurzame vervoersmogelijkheden (waaronder het Openbaar Vervoer) te bevorderen. Biodiversiteit: Er wordt gestreefd naar een balans tussen natuur en bebouwing, met aandacht voor groene daken, beplanting en nestplaatsen die bijdragen aan de biodiversiteit en luchtkwaliteit.
Wateroverlast Om wateroverlast zowel in als buiten het plangebied te beperken en effectief waterbeheer te garanderen, worden de volgende maatregelen getroffen: •
•
•
Waterberging en infiltratie: Er wordt gebruikgemaakt van waterdoorlatende bestrating en groene zones om regenwater snel te laten infiltreren in de bodem. Dit voorkomt dat water zich ophoopt en overlast veroorzaakt bij hevige regenval. Groene daken (zones): Groene daken fungeren als sponsen die regenwater vasthouden en langzaam afgeven, waardoor piekafvoeren naar het riool worden verminderd en wateroverlast beperkt wordt. Reduceren van verhard oppervlakte: In de huidige situatie is er sprake van 100% verhard oppervlakte. In de nieuwe situatie wordt door de inbreng van groen dit aanzienlijk verminderd.
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
28
Hitte(stress) Om de effecten van hittegolven en hittestress in de omgeving te beperken, wordt er aandacht besteed aan: •
•
•
Groenvoorzieningen: Door het aanleggen van bomen, graszones en plantsoenen wordt schaduw en een positief effect op vochtigheid gecreëerd en de omgeving gekoeld, wat helpt om stedelijke hitte-eilanden te voorkomen. Reflecterende materialen: Gebouwen en bestrating worden zo veel mogelijk uitgevoerd in lichtgekleurde of reflecterende materialen, die zonlicht weerkaatsen in plaats van absorberen, wat de temperatuur en opwarming helpt te verlagen. Slimme stedelijke planning: Straten en pleinen worden zodanig ontworpen dat er voldoende ventilatie en doorstroom van wind mogelijk is, wat bijdraagt aan verkoeling van de buitenruimtes.
Conclusie Het plan houdt op diverse manieren rekening met duurzaamheid, wateroverlast en hitte(stress). Door te kiezen voor energiezuinige oplossingen, duurzame materialen en groene mobiliteit wordt de ecologische voetafdruk verkleind. Tegelijkertijd zorgen maatregelen zoals waterdoorlatende bestrating, regenwateropvang en groene daken voor een effectieve aanpak van wateroverlast. Om hitte(stress) te verminderen, worden groenvoorzieningen, waterpartijen en reflecterende materialen ingezet om de omgeving te verkoelen. Dit plan draagt bij aan een leefbare, veerkrachtige en toekomstbestendige omgeving voor bewoners en gebruikers. 4.13.2 C o n c l u s i e Vanuit het aspect klimaatadaptatie zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project.
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
29
4.14 Besluit milieueffectenrapportage Het instrument milieueffectrapportage (M.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De verplichting een MER op te stellen is van kracht sinds 1 september 1987 en is verankerd in de Omgevingswet (en voorheen in de Wet milieubeheer). Voor sommige plannen of projecten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een M.e.r te laten maken. In het Omgevingsbesluit is opgenomen voor welke activiteiten de M.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben.
4.14.1 O n d e r z o e k Voor de voorgenomen ontwikkeling is een M.e.r-beoordeling uitgevoerd. Deze M.e.r.-beoordeling is opgenomen als bijlage bij deze onderbouwing. Hieronder wordt ingegaan op de conclusie van de beoordeling. Het project wordt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen (categorie J11). Voor dit project geldt, op basis van kolom 2, dat een mer-plicht niet van toepassing. Op basis van kolom 3 geldt echter een mer-beoordelingsplicht voor Aanleg, wijziging of uitbreiding. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie die niet in of bij beschermde natuurgebieden ligt en het feit dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten, maakt dat kan worden volstaan met een M.e.r.-beoordeling. 4.14.2 C o n c l u s i e Op basis van de M.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van het projectgebied niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een merprocedure of het opstellen van een milieueffectenrapportage (MER).
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
30
5. Uitvoerbaarheid 5.1
Maatschappelijke behoefte
Het gebouw is in de huidige situatie op de projectlocatie niet langer rendabel voor de (oude) eigenaar en het risico is aanwezig dat het pand daarom leeg komt te staan in de toekomst. Door de herontwikkeling krijgt de locatie deels een nieuwe functie en sluit hiermee aan bij de regionale en lokale woonbehoefte.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Participatie
In april 2023 is een informatiebrief verzonden, waarin initiatiefnemer zich voorstelt aan omwonenden en haar wensen met de locatie deelt. Het voornemen om een appartementencomplex te realiseren is begin 2024 door initiatiefnemer gecommuniceerd en is op 13 maart 2024 is een informatieavond voor omwonenden georganiseerd waarbij zij kennis konden nemen van het voornemen en hun vragen, wensen en zorgen te uiten. De reacties zijn afwisselend positief, neutraal of kritisch geweest. Initiatiefnemer heeft een website ingericht met daarop informatie (www.westerweg 226.nl). Hierop is sindsdien herhaaldelijk informatie gepubliceerd. Er zijn inmiddels diverse contacten geweest met belanghebbenden, waarbij met name wordt ingezoomd op afstand t.o.v. de omliggende bebouwing, de bouwhoogte en de te doorlopen procedure. Door middel van een afsluitende inloopmiddag (fysiek) zijn de omwonenden en belanghebbenden geïnformeerd over het definitieve ontwerp van het appartementencomplex. Met voorgaande is voldaan aan de informatie en participatieverplichtingen van de gemeente Heiloo, waarbij de gemeente Heiloo zich ervan bewust is dat de omwonenden geen invloed hebben gehad op de vorm- en/of materiaalkeuze. Ten tijde van de bouw worden omwonenden en belanghebbende geïnformeerd over de om de realisatie zo goed mogelijk te laten verlopen.
5.3
Financiële uitvoerbaarheid
De voorgenomen ontwikkeling betreft een initiatief van GTP vastgoedontwikkeling b.v. De kosten welke met de ontwikkeling gepaard gaan, zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Hierbij valt te denken aan kosten voor o.a.: • Verplicht te verrichten externe onderzoeken; • Verwervingskosten; • Planschade; • Afdrachten parkeerfonds; • Leges.
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.
Westerweg 226, Heiloo
31
6. Bijlagen -
Parkeerrapport d.d. 09-2024, Stienstra Akoestisch onderzoek spoor- en weglawaai d.d. 20-8-2024, Equipe Adviseurs bv Onderzoek nieuwbouw en spoortrillingen d.d. 16-7-2024, Equipe Adviseurs bv Toetsing Omgevingswetbescherming (natuurbescherming) d.d. 22-3-2024, Groot Eco Advies Stikstofdepositieonderzoek d.d. 1-5-2024, D-VA Verkennend bodemonderzoek d.d. 24-06-2022, TerraCarta Milieu Actualiserend bodemonderzoek d.d. d.d. 16-06-2022, TerraCarta Milieu Archeologisch bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO) d.d. 18-6-2024, Transect Omgevingsveiligheid d.d. 14-08-2024, D-VA M.e.r.-beoordeling d.d. 14-08-2024, D-VA Participatieverslag d.d. 7-10-2024, D-VA
2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.