CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - GOFLO-onderbouwing

Raadsvergadering 26 januari 2026, gemeente HeilooBij agendapunt: BOPA Westerweg 226 (Buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor realisatie 33 sociale huurappartementen)12.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GOEDE ONDERBOUWING FYSIEKE LEEFOMGEVING Westerweg 226, Heiloo

Opdrachtgever GTP Vastgoedontwikkeling b.v. Kenmerk 2024.GOFLO.3 Auteur(s) J.J. (Jerry) Breg J. (Jeroen) de Moel Datum 3 oktober 2024 Status Definitief

Westerweg 226, Heiloo

1

Titel

: Goede Onderbouwing Fysieke LeefOmgeving – Westerweg 226

Opdrachtgever

: GTP vastgoedontwikkeling b.v.

Kenmerk

: 2024.GOFLO.3

Auteurs

: ing. J.J. (Jerry) Breg : ing. J. (Jeroen) de Moel

Datum

: 3 oktober 2024

Status

: Definitief

D-VA Prins Bernhardlaan 16 1815 JG ALKMAAR 072 20 10 220 www.d-va.nl

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding ...................................................................................... 3 1.1 1.2

Aanleiding en doelstelling ................................................................................3 Leeswijzer ...................................................................................................3

2. Projectomschrijving ....................................................................... 4 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Ligging en begrenzing .....................................................................................4 Huidig gebruik ..............................................................................................5 Voorgenomen ontwikkeling ..............................................................................5 Geldende ruimtelijk kader - Het omgevingsplan .....................................................6 Procedure ...................................................................................................7

3. Beleid en regelgeving ..................................................................... 8 3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid en Rijksregels ................................................................................8 Provinciaal beleid en provinciale regels ............................................................. 10 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) .......................................... 12 Regionaal- en Gemeentelijk beleid ................................................................... 13

4. Fysieke leefomgeving en milieu .......................................................16 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Verkeer en parkeren..................................................................................... 16 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................... 16 Omgevingsveiligheid ..................................................................................... 18 Geluid ...................................................................................................... 19 Trillingen .................................................................................................. 20 Natuurbescherming ...................................................................................... 20 Stikstofdepositie ......................................................................................... 20 Bodemkwaliteit........................................................................................... 21 Archeologie en Cultuurhistorie ........................................................................ 23 Luchtkwaliteit ............................................................................................ 24 Weging van waterbelang................................................................................ 25 Gezondheid ...............................................................................................

26 Klimaatadaptatie......................................................................................... 27 Besluit milieueffectenrapportage ..................................................................... 29

5. Uitvoerbaarheid ...........................................................................30 5.1 5.2 5.3

Maatschappelijke behoefte ............................................................................ 30 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................... 30 Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................. 30

6. Bijlagen ......................................................................................31

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

3

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Initiatiefnemer heeft in 2023 de locatie aan de Westerweg 226 in Heiloo verworven met als doel deze bedrijfsmatige locatie te amoveren om een appartementencomplex te realiseren. De gemeente Heiloo vindt het belangrijk om bij te blijven dragen aan het verlichten van de druk op de woningvoorraad van Heiloo. Om die reden is de gemeente op hoofdlijnen akkoord om een nieuw appartementencomplex te realiseren op de locatie gelegen aan de Westerweg 226 in Heiloo. Om de ontwikkeling van het appartementencomplex mogelijk te maken dient er afgeweken te worden van de geldende ruimtelijke kaders. Voor deze afwijking wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor planologisch strijdig gebruik aangevraagd. Een vereiste bij het aanvragen van zo’n omgevingsvergunning is dat er in de toekomstige situatie sprake blijft van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Met de voorliggende ‘goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving’ (GoFlo, hierna: onderbouwing) wordt getoetst of de voorgenomen ontwikkeling daarmee in lijn is.

Afbeelding - Bovenaanzicht projectgebied

1.2

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk-/functionele situatie. Ook wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 en 5 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In het laatste hoofdstuk komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

4

2. Projectomschrijving 2.1

Ligging en begrenzing

Het projectgebied is gelegen aan de Westerweg ten noordwesten van het treinstation Heiloo en in het centrum (stationsgebied) van Heiloo. Het gebied wordt begrensd door twee appartementencomplexen in het Noordenoosten en Oosten, door de Zeeweg en een groenstrook met bomen in het zuiden en in het westen door de Westerweg met aan de overzijde eengezinswoningen. In onderstaande afbeeldingen zijn de begrenzing en ligging ten opzichte van de omgeving weergegeven.

Afbeelding – Begrenzing projectgebied

Afbeelding – Ligging projectgebied

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

2.2

5

Huidig gebruik

In de huidige situatie is het perceel bestemd voor bedrijfsmatige doeleinden, het huidige gebruik is dan ook bedrijfsmatig. Het perceel is bebouwd, volledig verhard en wordt omringd door een aantal eengezinswoningen en twee appartementencomplexen.

Afbeelding - Bovenaanzicht huidige situatie

2.3

Voorgenomen ontwikkeling

Het programma van de voorgenomen ontwikkeling omvat 33 appartementen van categorie 1 en/of categorie 2, met huurprijzen tot max. € 879,66 (sociaal). Door de landschappelijke ligging van de Westerweg en Zeeweg ontstaat er stedenbouwkundig de behoefte om de zichtlijnen van de omgeving door te trekken. Door deze stedenbouwkundige uitgangspunten ontstaat een L-vormig gebouw waarbij de parkeerplaatsen in de oksel en uit het zicht gerealiseerd kunnen worden. Het ontwerp heeft totaal vier bouwlagen met gemeenschappelijke buitenruimtes. Binnen het gebouw zijn de volgende functies voorzien voor de toekomstige bewoners: - Liftinstallatie; - Gemeenschappelijke bergingen; - Gemeenschappelijke buitenruimtes; - 23 parkeerplaatsen. Op onderstaande afbeelding is het voorlopig ontwerp weergegeven van de voorgenomen ontwikkeling. Het uiteindelijke ontwerp en inrichting kan afwijken, dit is afhankelijk van de nog uit te voeren onderzoeken.

Afbeelding - Bovenaanzicht concept-ontwerp

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

2.4

6

Geldende ruimtelijk kader - Het omgevingsplan

Het geldend ruimtelijk kader wordt gevormd door het omgevingsplan. Het omgevingsplan is op 1 januari 2024 (met de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van rechtswege in werking getreden. Het omgevingsplan bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder plaatselijke verordeningen en de bestemmingsplannen die onder de Wet ruimtelijke ordening zijn vastgesteld zoals ‘Heilo Noord West’ voor het plangebied (vastgesteld op 1 maart 2010). Daarnaast bestaat het omgevingsplan uit de Bruidsschatregels. Dit zijn de voormalige Rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden. 2.4.1

Bestaande toegestane bouw - en gebruiksactiviteiten

De bestaande bouw- en gebruiksactiviteiten die voor het projectgebied gelden zijn opgenomen in onderstaande bestemmingsplannen (die opgenomen zijn in het tijdelijk deel van het omgevingsplan): -

Bestemmingsplan Heilo Noord West NL.IMRO.0399.bpNoordwest-0403, vastgesteld 01-03-2010; Parapluplan Parkeren 2022 NL.IMRO.0399.BPParkerenHLO2022-0401, vastgesteld 20-02-2023; Omgevingsplan gemeente Heiloo /akn/nl/act/gm0399/2020/omgevingsplan, in werking vanaf 01-01-2024.

Bestemmingsplan Heilo Noord West De gronden van het projectgebied zijn op grond van dit bestemmingsplan bestemd met de enkelbestemming ‘Bedrijf’ en de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie -1’. Op grond van deze bestemmingen is het beoogde gebruik niet toegestaan. De positie van het voorgenomen bouwwerk als het voorgenomen gebruik (lees: wonen) zijn strijdig met de bepalingen uit dit bestemmingsplan. Binnen het bouwvlak geldt een maximum bouwhoogte van 13 meter en een maximum goothoogte van 9 meter. De beoogde ontwikkeling overschrijd beide maatvoeringen niet. Parapluplan Parkeren 2022 Dit parapluplan stelt het vigerende parkeerbeleid vast voor een groot gedeelte van de vigerende bestemmingsplannen in de gemeente Heiloo. Hierdoor is de ‘Nota Parkeernormen 2022’ of diens rechtsopvolger het geldende kader voor parkeernormering bij voorliggende onderbouwing. Omgevingsplan gemeente Heiloo Het omgevingsplan is een vertaling van de omgevingsvisie van de gemeente Heiloo waarin staat omschreven hoe zij het leefgebied wilt ontwikkelen en beschermen. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving. De gemeente kan per gebied aangeven welke activiteiten zij wel of niet toestaat, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid.

In haar omgevingsplan hoeft de gemeente niet specifiek te bepalen wat er in welk gebied komt en kan kiezen voor een algemenere beschrijving met randvoorwaarden. Ook geeft de gemeente aan welke regels zij aan de activiteiten stelt. De regels in het omgevingsplan dienen samen te leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, Omgevingswet). Het omgevingsplan gemeente Heiloo is 1 januari 2024 in werking getreden en is algemeen van aard.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

2.5

Procedure

2.5.1

We lke pr o ce dur e wo r dt ge ko ze n?

7

In de voorgaande paragraaf is uiteen gezet dat de voorgenomen ontwikkeling niet binnen het geldend planologisch kader past. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten over een tijdelijk omgevingsplan, bestaande uit onder andere alle bestemmingsplannen. Er zijn twee mogelijkheden om alsnog medewerking te kunnen verlenen aan dit project: 1. Wijziging van het (tijdelijke) omgevingsplan; 2. Verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, artikel 5.1, eerste lid onder a Omgevingswet (verder: BOPA). Omdat de voorgenomen ontwikkeling slechts een klein onderdeel is binnen het omgevingsplan, wordt gekozen voor een BOPA. Een BOPA is vergelijkbaar met de omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking met ruimtelijke onderbouwing zoals we onder de Wet ruimtelijke ordening kenden, waarbij ook de strijdigheid met het bestemmingsplan werd opgeheven. Er dient gemotiveerd te worden dat er sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. De Omgevingswet gaat uit van snelle en eenvoudige procedures voor alle vergunningen die verleend moeten worden. Dit betekent dat in principe voor alle plannen de korte (reguliere) procedure uitgangspunt is en daarmee hoofdregel van de Omgevingswet. De kruimelregeling is dan ook komen te vervallen.

De beslistermijn voor de korte procedure is normaliter maximaal acht weken (eventueel plus zes weken bij verlenging van de beslistermijn). Vervolgens is er nog bezwaar en beroep mogelijk. Voor de verlening van een BOPA voor dit project is de reguliere procedure van toepassing. 2.5.2

ETFAL

De GoFlo moet aantonen dat de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Onderdeel hiervan is enerzijds de toetsing aan geldend beleid en anderzijds omgevingsaspecten. Het geldend beleid wordt getoetst in hoofdstuk 3. De omgevingsaspecten worden getoetst in hoofdstuk 4. Aan de hand van de toetsing van de aspecten wordt een belangenafweging gemaakt, waaruit moet blijken dat de beoogde activiteit aanvaardbaar is. De onderbouwing onderbouwt dat de beoogde activiteit aanvaardbaar is.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

8

3. Beleid en regelgeving In dit hoofdstuk wordt getoetst aan beleidsstukken op verschillende schaalniveaus. Dit is onderverdeeld in de beleidskaders van de rijksoverheid, de provincie Noord-Holland en de gemeente Heiloo. Door de relatief kleine omvang van de ontwikkeling worden de belangen vanuit het rijksbeleid maar beperkt geraakt.

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Deze biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven.

Die komen samen in vier prioriteiten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - Duurzaam economisch groeipotentieel; - Sterke en gezonde steden en regio’s; - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling Gezien de beperkte omvang van de ontwikkeling worden er geen nationale belangen uit de NOVI geraakt. Conclusie Vanuit de NOVI zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project. 3.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. De hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels (met het oog op een ETFAL) bevat zijn hieronder opgesomd: - Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) - Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) - Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

-

-

9

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; Het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8)

Beoordeling De hoofdonderwerpen van de instructieregels komen terug in de voorliggende onderbouwing, zoals in paragraaf 2.5.2. ETFAL staat omschreven. Onderdeel hiervan is enerzijds de toetsing aan geldend beleid en anderzijds omgevingsaspecten. Het geldend beleid wordt getoetst in hoofdstuk 3. De omgevingsaspecten worden getoetst in hoofdstuk 4. Aan de hand van de toetsing van de instructieregels wordt een belangenafweging gemaakt, waaruit moet blijken dat de beoogde activiteit aanvaardbaar is. De onderbouwing onderbouwt dat de beoogde activiteit aanvaardbaar is. Conclusie Vanuit de instructieregels van de Rijksoverheid zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de ladder) is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder is opgenomen paragraaf 5.1.5.4 van het Bkl. Beoordeling De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit 33 nieuwe appartementen en is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan de aanwezige kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte, zoals in hoofdstuk 3.2 wordt toegelicht. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Het woningbouwplan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is daarmee gebaseerd op zorgvuldig ruimtegebruik. 3.1.4

Conclusie rijksbeleid

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

10

De Omgevingsvisie NH2050: ’Balans tussen economische groei en leefbaarheid’ is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. De Omgevingsvisie vervangt de volgende visies en beleidsstukken: - Structuurvisie Noord-Holland 2040; - Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan; - Provinciaal Milieubeleidsplaan 2015-2018; - Agenda Groen. Met de Omgevingsvisie stelt de provincie het beleid en de ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2050 vast. Hierin is een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid de hoofdambitie. Dit werkt enerzijds door te investeren in een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens plant en dier. Dit is belangrijk voor een goed economisch vestigingsklimaat. Anderzijds is het een duurzame economische ontwikkeling belangrijk om te kunnen investeren in een goede en veilige leefomgeving. Met de omgevingsvisie is geprobeerd om beleid op te stellen dat leidt tot een zo goed mogelijke balans van economie en leefbaarheid. Om dit vorm te geven is de hoofdambitie opgedeeld in een aantal deelaspecten met bijbehorende ambities, deze zijn hieronder weergegeven: Leefomgeving - Klimaatverandering: een klimaat bestendig en water robuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en water robuust ingericht.

- Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. - Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving - Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. - Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. - Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. - Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie - De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. Naast de deelaspecten zijn er nog een aantal kansen naar de toekomst benoemd. Deze kansen leveren een bijdrage aan het vinden van houvast in een onzekere toekomst: 1. Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst; 2.

Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging; 3. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaans systeem; 4. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio’s vitaal;

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

11

5. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie; 6. Natuurlijk en vitale landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. In de omgevingsvisie wordt tevens uitgegaan van het principe ‘Lokaal wat kan, regionaal wat moet’. Met dit principe wil de provincie ruimte geven voor maatwerk en oplossingen die passen bij de diverse kernen en gebieden binnen Noord-Holland. Hierbij is het van belang dat de bevoegdheden en verplichtingen aansluiten op de mogelijkheden die een kern, stad, regio of provinciebestuur heeft. Toetsing/relevantie Het voorgenomen project wordt een appartementencomplex gerealiseerd om de woningvoorraad in Noord-Holland te vergroten. Dit project wordt zorgvuldig ingepast met minimale schade voor de fysieke leefomgeving. Hierbij. wordt aangesloten op het onderdeel ‘Gezondheid en veiligheid’ van het deelaspect leefomgeving. Conclusie Vanuit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project. 3.2.2

Omgevingsverordening Noord -Holland 2022 (tweede herziening)

De Omgevingsverordening NH2022 (verder: Ov NH 2022) is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Ov NH2022 is de opvolger van de Ov NH 2020, die de toenmalige 21 provinciale verordeningen, waaronder de Provinciale ruimtelijke verordening, de Provinciale milieuverordening en de waterverordening samenvoegde. In de omgevingsverordening zijn regels en werkingsgebieden opgenomen ter bescherming van de fysieke leefomgeving. Een aantal van die werkingsgebieden en regels is relevant voor het voorgenomen project, aan deze regels wordt getoetst. Beoordeling Werkingsgebied Bijzonder Provinciaal Landschap uitgesloten

Het projectgebied is niet opgenomen als Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Omdat dit project buiten het werkingsgebied van BPL liggen, kunnen deze regels buiten beschouwing worden gelaten. Werkingsgebied Noord-Holland Noord - Landelijk gebied

In dit werkingsgebied gelden regels met betrekking tot bouwen en gebruiken. Het projectgebied valt onder het werkingsgebied Noord-Holland Noord. Enkel kleinschalige woningbouwontwikkeling is toegestaan als dit afgestemd is in de regio. De voorgenomen ontwikkeling is door de gemeente reeds afgestemd met de regio. Conclusie Vanuit de Omgevingsverordening NH2022 zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project. 3.2.3

Conclusie provinciaalbeleid

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie Noord-Holland.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

3.3

12

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK)

Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets uitgevoerd. Ook onder de omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer 'weging van het waterbelang'. Veilig wonen, werken en recreëren onder zeeniveau is minder logisch dan u misschien denkt. Ook bij preventie van wateroverlast komt veel kijken. En wat dacht u van het zorgen voor voldoende schoon, zoet water? Wij maken deze ‘vanzelfsprekendheden’ mogelijk, in dienst van de samenleving. Maar het klimaat verandert, de zeespiegel stijgt en de bodem daalt. Voor Hollands Noorderkwartier kan dit grote gevolgen hebben. Hoe gaan we in de toekomst om met het waterbeheer in ons gebied? Samen met gemeenten, belangenorganisaties, burgers en provincie hebben we keuzes gemaakt voor de thema's waterveiligheid, wateroverlast en voldoende schoon, zoet water: de Deltavisie. De Deltavisie is vertaald in een Waterplan (WBP6) voor de middellange termijn. Hierin presenteren we onze koers voor de periode 2022-2027 en de opgaven waar we zelf en met anderen aan werken. We bouwen voort op onze regionale Deltavisie (2012), het Waterprogramma 2016-2021 (WBP5) en ons Collegeprogramma 2019-2023. Als gevolg van het intreden van de Omgevingswet is per 1 januari 2024 de Keur vervangen door de Waterschaps- en Onderhoudsverordening. 3.3.1

Waterschapsverordening

De Waterschapsverordening bevat de regels welke HHNK hanteert om watergangen, waterkeringen en wegen te beschermen. Rondom sloten, dijken en wegen zijn verschillende zones gedefinieerd en voor elke zone gelden weer andere regels. De Waterschapsverordening is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de Keur HHNK 2016, de Algemene regels bij de Keur HHNK 2016 en de Wegenverordening HHNK 2016. In en rondom het plangebied is geen waterlichaam aanwezig en is de waterschapsverordening van HHNK niet van toepassing. 3.3.2

Onderhoudsverordening

De Onderhoudsverordening bevat de bepalingen over de onderhoudsverplichtingen die gelden voor het beheergebied van HHNK. Deze onderhoudsregels waren voorheen te vinden in de Keur, maar mochten als gevolg van de Omgevingswet niet worden opgenomen in de Waterschapsverordening. De onderhoudsregels zijn inhoudelijk niet gewijzigd. In de verordening staat wie welk onderhoud aan waterstaatswerken, zoals sloten of dijken, moet uitvoeren. HHNK controleert of de regels uit de Onderhoudsverordening worden nageleefd. Tijdens de schouw controleert HHNK of het slootonderhoud goed is uitgevoerd. In en rondom het plangebied is geen waterlichaam aanwezig en is de onderhoudsverordening van HHNK niet van toepassing. 3.3.3

Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

3.4

13

Regionaal- en Gemeentelijk beleid

Het ruimtelijk beleid op regionaal- en lokaal schaalniveau staat verwoord in diverse beleidsnota’s. De belangrijkste uitgangspunten uit deze beleidsnota's worden in deze paragraaf beschreven. 3.4.1

Regionaal Actie Programma (2017)

In het Regionaal Actie Programma (hierna: RAP) staan de belangrijkste ambities en afspraken op het gebied van wonen weer in de regio Alkmaar. In de regio Alkmaar is er veel aandacht voor het komen tot een gezamenlijk programma, die recht doet aan de ambities van de regio en de huishoudensbehoefte en aan de situatie dat de regio gemeenten ook vanuit het verleden samen met de provincie en de marktpartijen zijn gekomen tot afspraken over woningbouwproductie.

3.4.2

Regionale Woonvisie Regio Alkmaar 2013 -2020

Voor de regio Alkmaar is door de betreffende gemeenten een woonvisie vastgesteld. De regionale woonvisie legt kaders vast voor de lokale woonvisies van de gemeenten en geeft richting voor afspraken met marktpartijen. Deze woonvisie is de opvolger van de Regionale Woonvisie NoordKennemerland 2005-2015. De woonvisie geeft aan dat er in de regio getalsmatig nog geen grote knelpunten zijn, maar op termijn kan er schaarste komen in de goedkope voorraad en krijgt de regio met vergrijzing te maken. Wel is er nu sprake van een beperkte doorstroming in zowel koop als huur. Naast een kwantitatieve balans is er een verdelingsvraagstuk. Om de markt zijn werk te laten doen en ook in de toekomst de aantallen woningen in balans te houden met de behoefte zal in de regio Alkmaar slimmer moeten worden omgegaan met de huidige voorraad, verstandig moeten worden toegevoegd en ‘vinger aan de pols’ moeten worden gehouden ten aanzien van de betaalbaarheid. In de regionale woonvisie is geconstateerd dat er meer woningen gepland zijn dan nodig om te voorzien in de behoefte. Tegelijkertijd blijken er minder woningen gebouwd te worden dan waar behoefte aan is. In de woonvisie is dan ook afgesproken om dit te monitoren. De Regionale Woonvisie sluit aan op het provinciale- en rijksbeleid.

Met de omgevingsvergunning wordt invulling gegeven aan de in de regio gemaakte afspraken over woningbouwaantallen en aan de doelstelling binnenstedelijk woningbouw te realiseren. 3.4.3

Structuur visie 2030

In de ‘Structuurvisie 2030’ van de gemeente Heiloo wordt beschreven hoe de gemeente denkt dat Heiloo er in 2030 op ruimtelijk gebied uit ziet. De visie op wonen in 2030 in Heiloo betreft een bescheiden groei van de bevolkingsomvang waarbij er nieuwe woningen worden gebouwd om te voldoen naar de vraag. Naast de locaties Zuiderloo en Zandzoom zijn er geen nieuwe uitleggebieden nodig en gewenst. Inspelend op de groeiende vraag zou het daarom logischer zijn om woningen binnen de bestaande bebouwingscontouren te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling met 33 appartementen aan de ‘Westerweg 226’ sluit hierop aan. 2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

3.4.4

14

Toekomstvisie 2030

De ‘Toekomstvisie 2030’ van de gemeente Heiloo betreft een in 2013 opgesteld ambitiedocument waarin een visie vanuit de gemeente wordt geschetst voor Heiloo in 2030. De visie bestaat uit zeven thema’s waarvan het thema ‘Ruimtelijk perspectief’ van toepassing is op het plan. Hierin wordt onder andere aangegeven dat de ruimtebehoefte voor nieuwe woningen wordt gevonden binnen de contouren van het bestaande bebouwde gebied. Ook een diversiteit aan woningen is van belang. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op bovengenoemde ambities door gehoor te geven aan de wens tot een diversiteit aan woningen en hoogbouw. 3.4.5

Woonvisie Heiloo

De gemeente Heiloo heeft voor haar gehele grondgebied de Woonvisie Heiloo met d.d. 4 februari 2019 opgesteld. Hierin wordt er invulling gegeven aan het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. In de woonvisie wordt de missie van de gemeente Heiloo op het gebied van wonen als volgt beschreven: Heiloo biedt een prettig dorps woonmilieu in een groene omgeving. Het woonmilieu van Heiloo laat zich typeren als centrum-dorps. Dit zijn kleinere plaatsen met een dorpse sfeer, een landelijke omgeving, een hoog voorzieningenniveau en een korte afstand tot een centrumgemeente. Heiloo bouwt in een gewild woonmilieu waar de komende decennia een flinke behoefte naar is. De missie van de gemeente Heiloo op het gebied van wonen is: - Versterking van het dorpse karakter; - Vergroting van de diversiteit van het woningaanbod; - Duurzamer en toekomstbestendiger bouwen dan de landelijk vastgestelde normen; - Bevorderen doorstroming op de woningmarkt, zodat iedereen (ook starters) een wooncarrière kan maken; - WoonKeur, maar maatwerk mogelijk; - Een woningbouwprogramma dat aansluit bij de wensen van de woonconsument en: o Voldoende sociale huurwoningen omvat; o Voldoende betaalbare koopwoningen omvat.

Bij de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling wordt invulling gegeven aan de versterking van het dorpse karakter, de vergroting van de diversiteit van het woningaanbod en het bevorderen van de doorstroom op de woningmarkt. 3.4.6

Coalitie document 2021 -2022 ‘Bouwen aan Heiloo’

Naar aanleiding van een tweetal gebeurtenissen in de gemeenteraad van Heiloo in november 2020 is het vanuit de gemeenteraad noodzakelijk bevonden om een coalitiedocument voor 2021-2022 op te stellen. De kern voor dit document betreft het coalitieakkoord uit 2018, welke is aangevuld met een aantal aanpassingen en toevoegingen, gebaseerd op de ontwikkelingen van de laatste jaren en de visies hierop van de deelnemende partijen. Onder de paragraaf ‘4. Wonen in een veilig en groen Heiloo’ geeft de coalitie onder andere aan dat zij in de periode 2021-2022 het volgende wil bereiken: ‘Geschikte inbreilocaties worden actief benut en versneld tot ontwikkeling gebracht. Ten aanzien van inbreilocaties is het streven maximaal sociaal te bouwen, huurwoningen in het sociale en lage middensegment (met een maximale huur van € 850 p.m.), en betaalbare koopwoningen cat. 1 en 2. Daar waar cat.3 of cat.4 wordt gebouwd wordt een financiële bijdrage aan de bovenwijkse voorzieningen gedaan.’

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

15

Conclusie Het programma van de voorgenomen ontwikkeling sluit aan op het streven om maximaal sociaal te bouwen en huurwoningen in het sociale en lage middensegment. Gezien er wordt voldaan aan de eis betreffend de woningen in het sociale segment is een verdere financiële bijdrage voor de bovenwijkse voorzieningen niet benodigd. 3.4.7

Klimaatadaptatie

De gemeente Heiloo heeft op 23 januari 2023 het beleidsplan en uitvoeringsprogramma 2023-2026: “op weg naar klimaat adaptieve en natuur inclusieve gemeenten” vastgesteld. Het beleidsplan geeft invulling aan het deltaplan ruimtelijke adaptatie, waarin is gesteld dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht. Tevens is hierin gesteld dat overheden dit moesten verankeren in beleid (2021). De klimaatbestendige uitgangspunten en het puntensysteem natuur inclusief bouwen uit dit plan, zijn kader stellend op het moment dat een plan afwijkt van het bestemmingsplan. Hiermee ziet de gemeente graag dat initiatiefnemers en ontwikkelaars van nieuwbouwwoningen een stap verder gaan dan op dit moment wettelijk is vereist. De gemeente zet met het beleidsplan in op het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering en het vergroten van de kansen voor natuur (flora en fauna) door sturing met natuur inclusieve én klimaatbestendige uitgangspunten voor gebouwen en de directe omgeving van deze gebouwen. De klimaatbestendig uitgangspunten omvatten vijf thema’s: 1. Wateroverlast 2. Droogte 3. Hitte 4. Overstroming 5. Natuurinclusief en biodiversiteit De uitgangspunten onder de thema’s 1 t/m 4 gelden voor alle initiatieven, onafhankelijk van de grootte. Aan uitgangspunt 5 geeft de gemeente invulling middels het puntensysteem natuur inclusief bouwen.

Het puntensysteem is in Heiloo van toepassing op alle nieuwbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente. De klimaatbestendige uitgangspunten in het beleid van de gemeente zijn overgenomen uit het basisveiligheidsniveau 3.0 een voorloper van de op 23 maart door de Rijksoverheid gepubliceerde Landelijke Maatlat voor een groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving. De uitgangspunten zijn van toepassing op het niveau van het plangebied en hebben zowel betrekking op het privaatterrein als op de openbare ruimte. Bij de ontwerpkeuzes en de selectie van maatregelen moet onderzocht worden wat de mogelijke effecten zijn op de omgeving. Ook kan de nieuwe ontwikkeling de omgeving helpen in het oplossen van mogelijke aanwezige knelpunten omtrent wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen en natuurinclusiviteit. Beoordeling De toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan het gemeentelijke beleidsplan en uitvoeringsprogramma 2023-2026: “op weg naar klimaat adaptieve en natuur inclusieve gemeenten” wordt in hoofdstuk 4 behandeld. 3.4.8

Conclusie

De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de ambities, de doelstellingen en het beleid van de gemeente Heiloo om meer betaalbare woningen te realiseren op inbreilocaties. Vanuit de markt sluit het te realiseren programma aan.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

16

4. Fysieke leefomgeving en milieu 4.1

Verkeer en parkeren

Voor het aspect verkeer en parkeren is geen specifieke wetgeving. Wel moeten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op een zorgvuldige wijze de verkeers- en vervoersaspecten worden onderzocht en moeten tijdig en voldoende maatregelen worden genomen om de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid te garanderen. Voor het aspect parkeren dient voldaan te worden aan het vigerende parkeerbeleid van de gemeente. 4.1.1

Onderzoek

Aan de hand van de CROW 381 is het aantal verkeersbewegingen per dag bepaald. De maximale verkeersbewegingen bedragen maximaal 126 extra verkeersbewegingen per dag en worden voornamelijk door bewoners gegenereerd. De ontsluiting van de parkeerplaatsen op het plangebied geschiedt via het noordenoosten, middels de Matthijs Zonderhuisweg. Voor de voorgenomen ontwikkeling is een mobiliteitscorrectie toegepast, vanwege de ligging nabij het treinstation Heiloo. Door Adviesbureau stedelijk verkeer b.v. is de parkeerbehoefte van de voorgenomen ontwikkeling onderzocht en is de mobiliteitscorrectie onderbouwd, het onderzoek is als bijlage toegevoegd. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat er maximaal 17,1 parkeerplaatsen benodigd zijn voor bewoners en bezoekers. In de parkeerkoffers zijn 20 parkeerplaatsen voorzien en worden een aantal openbare parkeerplaatsen gesitueerd langs de Westerweg. 4.1.2

Conclusie

Vanuit het aspect verkeer en parkeren zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Voorheen werd vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een goede ruimtelijke ordening beoogd bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Deze goede ruimtelijke ordening is gericht op het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. In dat kader is een systematiek ontwikkeld die door middel van richtafstanden voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) op voorhand regelt om hinder en gevaar te voorkomen: De VNG- brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Deze milieuzonering dient twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; • het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen. De regeling wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen: ’Milieuzonering nieuwe stijl’. Ook onder deze nieuwe regeling blijven beide doelen die met milieuzonering worden nagestreefd gelden. Het toepassen van de ‘milieuzonering nieuwe stijl’ is echter vrijwillig. Er kan ook op een andere wijze getoetst worden aan de milieunormen.

In de GoFlo bij een BOPA dient in ieder geval te worden onderbouwd dat sprake is van een ETFAL. Een ETFAL kan door voldoende afstand tussen de milieubelastende en de woonactiviteiten aan te houden. Wat voldoende is, hangt af van de aard en omvang van de milieubelastende activiteiten in de directe omgeving van de projectlocatie zijn

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

17

toegelaten. De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ kan hierbij nog steeds een basis bieden voor een indicatie voor de inpasbaarheid van de activiteit en kan nog steeds worden gebruikt. Systematiek De VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ (2009) (hierna: VNG-brochure) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven. Het is geen wet, maar een gangbare manier om milieuzonering toe te passen. In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven (hierna: VNG- afstanden) tot gevoelige objecten. Indien aan de VNGafstand wordt voldaan, kan gesteld worden dat hinder niet te verwachten is. De VNG-brochure bevat specifieke regelingen voor "gemengde gebieden" en "gebieden met functiemenging". Dit zijn gebieden waar bewust verschillende functies (wonen en bedrijvigheid) met elkaar worden gemengd, zoals (winkel)centra. Voor deze gebieden wordt een hogere milieubelasting aanvaardbaar geacht. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstand tot ‘rustige woonwijk’

Richtafstand tot ‘gemengd gebied’

(in meters)

(in meters)

10 30 50 100 200 300 500 700 1.000 1.500

0 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000

Tabel - Milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden

4.2.1

Onderzoek

De ontwikkeling voorziet in de toevoeging van een appartementencomplex in milieucategorie 1. Dit kan zorgen voor belemmeringen van omliggende bedrijfsactiviteiten als de richtafstand van een bedrijf tot gevoelige voorzieningen tot het projectgebied zou reiken. Dit is niet het geval, de dichtstbijzijnde bedrijvigheid is op circa 120 meter van het projectgebied voorzien aan de Westerweg 198 in Heiloo. Hier is bedrijvigheid tot milieucategorie 2 toegestaan. De richtafstanden voor deze categorie tot een rustig woongebied bedraagt 30 meter. Aan de Westerweg 251 (schuin tegenover de locatie) is op circa 45 meter afstand een benzineservicestation aanwezig, welke door ‘BP’ wordt geëxploiteerd. Volgens het vigerende bestemmingsplan is op dit adres geen bedrijvigheid toegestaan. Een benzineservicestation zonder LPG heeft volgens de Staat van Bedrijven een milieucategorie 2 en bedragen de richtafstanden voor deze categorie tot een rustig woongebied 30 meter. Tussen de ontwikkeling en de omliggende bedrijvigheid/bedrijven is voldoende afstand voor een goed woon en leefklimaat. Daarnaast worden de bedrijven door de ontwikkeling niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. 4.2.2

Conclusie

Vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

4.3

18

Omgevingsveiligheid

De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crisissen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico’s is een manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico.

Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). 4.3.1

Onderzoek

In het kader van de beoogde ontwikkeling is door D-VA een beschouwing van omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid) gedaan. In de omgeving van de voorgenomen ontwikkeling is een benzineservicestation (zonder LPG) aanwezig en een spoorlijn van ProRail (transport van gevaarlijke stoffen). Uit informatie van ProRail blijkt echter dat er op de nabij gelegen spoorlijn geen transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ook in de marktverwachting van ProRail wordt over dit traject geen significante vervoershoeveelheden gevaarlijke stoffen in de toekomst verwacht. Het spoor is niet opgenomen in het Basisnet Spoor. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor het plangebied. De afstand van het benzineservicestation en het plangebied bedraagt circa 45 meter, derhalve valt dit buiten het brandaandachtsgebied. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor het plangebied. Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Op grond van de handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid VRNHN 2021 wordt op de rijbaan ter hoogte van de oksel van het gebouw rekening gehouden met de opstelplaats voor één brandweervoertuig. Nabij de opstelplaats wordt een ondergrondse brandkraan aangebracht. 4.3.2

Conclusie

Vanuit het aspect omgevingsveiligheid zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen project.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

4.4

19

Geluid

Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook zijn direct werkende regels in de bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: - activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); - geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); - geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par.22.3.4.4 BS).

De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Het rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels. Deze instructieregels van het Bkl voor geluid zijn gericht op aangewezen geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl). In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. 4.4.1

Onderzoek

Er is door Equipe Adviseurs b.v. geluidsonderzoek uitgevoerd om de gevolgen van het weg- en spoorlawaai op de voorgenomen ontwikkeling te onderzoeken. Het onderzoek is als bijlage toegevoegd. Op basis van het onderzoek wordt geconstateerd dat de berekende geluidbelasting voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Omgevingswet. Het volgende kan worden geconcludeerd: - De berekende geluidbelasting ten gevolge van de gemeentelijke wegen bedraagt ten hoogste 53 dB Lden. De geluidbelasting voldoet aan de standaardwaarde van 53 dB Lden. - De berekende geluidbelasting ten gevolge van railverkeer bedraagt ten hoogste 54 dB Lden. De geluidbelasting voldoet aan de standaardwaarde van 55 dB Lden. - Omdat voldaan wordt aan de standaardwaarde kan geconcludeerd worden dat weg- en railverkeerslawaai geen bezwaar vormt voor de realisatie van de woningen/ appartementen. 4.4.2

Conclusie

Het aspect Geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

2024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

4.5

20

Trillingen

Nabij het plangebied op circa 85 meter afstand is een spoorwegovergang met twee spoorwegen van ProRail aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling bestaat voor 100% uit woningen en worden woningen aangemerkt als trillingsgevoelige functie. In paragraaf 5.1.4.4. van Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels voor trillingen opgenomen. 4.5.1

Onderzoek

Er is door Equipe Adviseurs b.v. een onderzoek uitgevoerd om de gevolgen van de spoortrillingen van het treinverkeer op de voorgenomen ontwikkeling (nieuwbouw) te onderzoeken. Het volledige onderzoek is als bijlage toegevoegd. Op basis van het onderzoek wordt geconstateerd dat de mate van hinder door spoortrillingen voor de bewoners van de nieuw te bouwen appartementsgebouw voldoet aan het gestelde in de meet- en beoordelingsrichtlijn SBR-B. Bij deze prognose is uitgegaan dat het toekomstige gebouw een stijve fundering en vloeren van beton heeft. Aanvullend onderzoek naar hinder door spoortrillingen ten behoeve van de geplande bebouwing is niet noodzakelijk. 4.5.2

Conclusie

Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor het voorgenomen project.

4.6

Natuurbescherming

De regelgeving voor de bescherming van flora en fauna (de voormalige Wet natuurbescherming) staan in de Aanvullingswet, Aanvullingsbesluit en Aanvullingsregeling natuur. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (verder: Bal) staan de nadere regels uitgewerkt. 4.6.1

Onderzoek

Er is door Groot Eco Advies b.v. een onderzoek (Toetsing Omgevingswetbescherming) uitgevoerd naar de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving en de gevolgen voor de natuur door stikstofdepositie. Het onderzoek is als bijlage toegevoegd. Op basis van het onderzoek wordt geconstateerd dat het pand geen potenties heeft voor beschermde soorten als Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen. Gebiedsbescherming in het kader van Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde en is een voortoets niet nodig. In het kader van de stikstofproblematiek is wel nadere toetsing noodzakelijk. In de volgende subparagraaf wordt nader ingegaan op stikstof en de neerslag daarvan op deze gebieden. 4.6.2

Conclusie

Het aspect flora & fauna vormt geen belemmering voor het voorgenomen project.

4.7

Stikstofdepositie

In een stikstofonderzoek kan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Een AERlUS-berekening wordt doorgaans in eerste instantie uitgevoerd voor één of twee fases. Het gaat daarbij om een berekening van de aanlegfase (het effect van de realisatie van een ontwikkeling op Natura 2000-gebieden) en/of de gebruiksfase (het effect van het gewenste gebruik als gevolg van een ontwikkeling op Natura 2000-gebieden). Wanneer uit de berekening voor de aanlegfase en/of gebruiksfase blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j is eveneens geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat de ontwikkeling in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 20002024.GOFLO.3 Disclaimer: Dit rapport is bestemd voor de in dit rapport genoemde opdrachtgever en het doel waarvoor het is opgesteld. Er wordt geen verantwoordelijkheid aanvaard bij gebruik door derden tenzij met schriftelijke toestemming van D-VA.

Westerweg 226, Heiloo

21

gebieden, niet vergunningsplichtig is. De ontwikkeling kan dan voor wat betreft dit onderdeel in principe worden doorgezet. Wanneer uit de berekening voor de aanlegfase en/of gebruiksfase blijkt dat sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j, dan dient verder te worden gekeken naar de mogelijkheden. Een tweetal voorbeelden daarvan zijn het verlagen van de stikstofuitstoot binnen de berekende fase(n) met een hoger rekenresultaat dan 0,00 mol/ha/j en/of het berekenen van een derde fase (de bestaande situatie). Met het berekenen van deze derde fase (bestaande situatie) wordt berekend wat het effect van de ontwikkeling op Natura 2000-gebieden is, wanneer hier de bestaande uitstoot van stikstof en neerslag tegenover wordt gezet (intern of extern salderen). Van belang is in dat geval wel dat deze bestaande uitstoot van stikstof permanent komt te vervallen en effect heeft op dezelfde punten binnen Natura 2000-gebieden als de ontwikkeling. Deze vervallen ruimte kan dan benut worden ten behoeve van de ontwikkeling. 4.7.1

Onderzoek

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft DeVastgoedAdviseur bv een stikstofonderzoek uitgevoerd (zie bijlage). In dit onderzoek is door middel van een AERlUS-berekening onderzocht of er sprake is van een toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Uit de berekening is gekomen dat voor de realisatiefase en gebruiksfase een maximale bijdrage van 0,00 mol/ha/jaar in stikstofdepositie wordt verwacht. Hiermee zijn significante gevolgen voor de habitats in Natura 2000gebieden ten gevolge van stikstofdepositie uitgesloten. 4.7.2

Conclusie

Het aspect stikstof vormt geen belemmering voor het voorgenomen project.

4.8

Bodemkwaliteit

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem. De volgende drie doelen zijn dan ook essentieel voor een gezonde bodem: - beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; - evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; - duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=d7089269-fcee-4964-9bae-729cd164b784