Bijlage 01a - 20231117_r_NL.IMRO.0399.BPZandzoomHLO2023-03011
Tekst van het document
bestemmingsplan
Zandzoom 2023 Gemeente Heiloo
Planstatus:
ontwerp
Plan identificatie:
NL.IMRO.0399.BPZandzoomHLO2023-0301
Datum:
17 november 2023
Contactpersoon Buro SRO:
J.J. van Nuland | F.M. Polderman
Kenmerk Buro SRO:
SR210496
Opdrachtgever:
Gemeente Heiloo
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Inhoudsopgave 1 Inleidende regels ..................................................................................................................................... 5 Artikel 1 Begrippen ................................................................................................................................................... 5 Artikel 2 Wijze van meten ....................................................................................................................................... 11
2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................... 12 Artikel 3 Agrarisch ................................................................................................................................................... 12 Artikel 4 Bedrijf ....................................................................................................................................................... 14 Artikel 5 Bedrijf - Nutsvoorziening .......................................................................................................................... 17 Artikel 6 Cultuur en ontspanning ............................................................................................................................ 18 Artikel 7 Gemengd .................................................................................................................................................. 20 Artikel 8 Groen ........................................................................................................................................................ 24 Artikel 9 Horeca ......................................................................................................................................................
25 Artikel 10 Maatschappelijk ...................................................................................................................................... 27 Artikel 11 Recreatie - Volkstuin ............................................................................................................................... 29 Artikel 12 Tuin ......................................................................................................................................................... 30 Artikel 13 Tuin - Overtuin ........................................................................................................................................ 32 Artikel 14 Verkeer ................................................................................................................................................... 33 Artikel 15 Verkeer - Railverkeer .............................................................................................................................. 34 Artikel 16 Verkeer - Verblijfsgebied ........................................................................................................................ 36 Artikel 17 Water ......................................................................................................................................................
37 Artikel 18 Wonen .................................................................................................................................................... 38 Artikel 19 Woongebied - Centrale Kamer - Oost ..................................................................................................... 41 Artikel 20 Woongebied - Centrale Kamer - West .................................................................................................... 45 Artikel 21 Woongebied - Oost kamer ...................................................................................................................... 50 Artikel 22 Woongebied - West kamer ..................................................................................................................... 54 Artikel 23 Woongebied - Zuid kamer ...................................................................................................................... 58 Artikel 24 Leiding - Water ....................................................................................................................................... 62 Artikel 25 Waarde - Archeologie ............................................................................................................................. 64
3 Algemene regels .................................................................................................................................... 66 Artikel 26 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................................. 66 Artikel 27 Algemene bouwregels ............................................................................................................................ 66 Artikel 28 Algemene gebruiksregels ........................................................................................................................ 68 Artikel 29 Algemene aanduidingsregels .................................................................................................................. 70 Artikel 30 Algemene afwijkingsregels ..................................................................................................................... 72 Artikel 31 Algemene wijzigingsregels ...................................................................................................................... 73
4 Overgangs- en slotregels ....................................................................................................................... 74 Artikel 32 Overgangsrecht....................................................................................................................................... 74 Artikel 33 Slotregel .................................................................................................................................................. 74
3
4
1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Zandzoom 2023 met identificatienummer NL.IMRO.0399.BPZandzoomHLO20230301 van de gemeente Heiloo; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan-huis-verbonden (bedrijfs)activiteiten: een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning; 1.6 aan-huis-verbonden beroep: een beroep dat uitgeoefend wordt in een praktijkruimte, (para-) medische beroepen, kantoor, atelier, kapsalon, schoonheidssalon of hondentrimsalon en naar de aard daarmee gelijk te stellen functies, welke in een woning worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar
toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de planregels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.10 bedrijfswoning/dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.11 beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;
5
1.12 bestaand: het moment ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.13 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak te onderscheiden in: aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; bijgebouw: een vrijstaand gebouw ten dienste van een groter genot van het hoofdgebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, zoals garages, schuren, hobbykasjes en huisdierverblijven; uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.16 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen
van een standplaats; 1.17 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping; 1.19 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de planregels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
6
1.22 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.23 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.24 dienstverlening: een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting; 1.25 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.26 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27 geluidzoneringsplichtige weg: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.28 gestapelde woning: een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met daarbij behorende bergingen
waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.29 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf; 1.30 grondgebonden woning: een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan één van de bouwlagen aansluit op het maaiveld; 1.31 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
7
1.32 horecabedrijf: een bedrijf dat in zijn algemeenheid gericht is op het verstrekken van nachtverblijf en/of op het verstrekken en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen lichte, middelzware en zware horeca: a. b. c.
lichte horeca (categorie 1): afhaalcentrum, dagzaak, koffie-/theehuis; middelzware horeca (categorie 2): cafés, bars, avondgelegenheden, hotel, restaurant, cafetaria; zware horeca (categorie 3): nachtgelegenheden, dancing, discotheek;
De voormelde vormen van horeca zijn als volgt te specificeren: 1. 2. 3. 4.
5.
6. 7. 8.
9.
hotel: een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat van het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is; restaurant: een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat van het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt is; dagzaak: een bedrijf dat qua openingstijden vergelijkbaar is met detailhandelsvestigingen, zoals een dagcafé, lunchroom, koffiehuis, koffieshop en/of ijssalon; afhaalcentrum: een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; het accent ligt op de verkoop van ter plaatse bereide etenswaren en niet op de nuttiging ervan ter plaatse; koffie-/theehuis: een bedrijf gericht op het ter plaatse rechtstreeks aan de verbruiker verstrekken van niet-alcoholische dranken, alsmede de verkoop van niet ter plaatse bereide, kleine etenswaren; het accent ligt op de verkoop van niet-alcoholische dranken; cafetaria: een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat van het verstrekken van kleine etenswaren, niet zijnde maaltijden; cafés, bars, avondgelegenheden: een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat van het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of het gelegenheid bieden voor dansen; nachtgelegenheden: een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat van het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of het gelegenheid bieden voor dansen
en waarvan het sluitingsuur later dan 02.00 uur ligt; dancing/discotheek: een horecabedrijf dat in hoofdzaak bestaat van het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of het gelegenheid bieden voor dansen en waarvan het sluitingsuur later dan 02.00 uur pleegt te liggen;
1.33 houtwal: een door de mens opgeworpen, langgerekte aarden wal met een aaneengesloten beplanting van verschillende houtsoorten. Een dergelijke wal is primair aangelegd om vee en wild te keren en anderzijds om een eigendomsgrens tussen percelen aan te geven; 1.34 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten; 1.35 kwaliteitsteam: een door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heiloo bindend voorgedragen team van deskundigen op het gebied van stedenbouw, welstand en landschap. Dit team begeleidt en toets de stedenbouwkundige en de landschappelijke vormgeving en de beeldkwaliteit in het plangebied en adviseert hierover het college; 1.36 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, die in acht moet worden genomen;
8
1.37 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwlijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening; 1.38 nieuw toe te voegen woning een woning welke gerealiseerd kan worden op basis van dit bestemmingsplan en niet aan te merken is als bestaand; 1.39 onevenredige aantasting: het resultaat van een ruimtelijke ingreep welke verhoudingsgewijs een te groot nadelig effect heeft op: a. b. c.
de aanwezige waarden in dat gebied, en of; de ruimtelijke karakteristiek, en of; de bestaande woonomgeving.
1.40 peil: 1. 2. 3.
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil;
1.41 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.42 rijwoning: een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van drie of meer aaneengebouwde woningen; 1.43 recreatief nachtverblijf: een (deel van een) gebouw dat dient als verblijf gedurende de nachtperiode voor recreanten, die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.44 risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.45 Ruimtelijk kwaliteitskader een beschrijving van de bestaande en de gewenste ruimtelijke kwaliteit voor het te ontwikkelingen woongebied Zandzoom zoals deze als bijlage aan dit bestemmingsplan is toegevoegd; 1.46 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
9
1.47 sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste twintig jaar na ingebruikname is verzekerd; 1.48 tuindiner: het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden en ondergeschikt aan het verstrekken van maaltijden en verstrekken van (licht)alcoholhoudende dranken in een tuin; 1.49 twee-aaneen gebouwde woning: een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen; 1.50 voor-, zij- en achtergevellijn: de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voor-, zij- respectievelijk achtergevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.51 vrijstaande woning: een bouwmassa bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw; 1.52 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.53 zijerf. het gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan die zijde van het hoofdgebouw gelegen erfgrens.
10
Artikel 2 Wijze van meten 2.1 Wijze van meten 2.1.1 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; voorzover in de planregels een dakhelling is voorgeschreven, is deze niet van toepassing op de horizontale gedeelten van afgeknotte daken, de bovenste dakvlakken van mansardekappen en op dakvlakken welke niet evenwijdig aan de noklijn zijn gelegen; 2.1.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.4 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.5 de afstand tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel: vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (zijdelingse) grens van een bouwperceel. 2.1.6 de diepte van een woning de diepte van het de woning zoals deze bij de eerste vergunning is vergund; 2.2 Toegelaten overschrijding bouwgrenzen a.
b.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden. Voor luifels, balkons en overstekende daken mag de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1,8 meter worden overschreden, met dien verstande dat de afstand tot de bestemmingsgrens van de bestemmingen Verkeer en Verkeer - Verblijfsgebied ten minste 2 m dient te bedragen. Voor een portaal of ingangspartij mag de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1,5 meter worden overschreden, met dien verstande dat de afstand tot de bestemmingsgrens van de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied ten minste 2 m dient te bedragen.
11
2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
grondgebonden agrarische bedrijven; behoud, versterking en/of ontwikkeling van de aan de gronden eigen zijnde landschapswaarde, openheid en sloten-/kavelpatroon; kleinschalige landschapselementen; maximaal 4 recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; extensief recreatief medegebruik.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 3.2.2 Hoofdgebouwen Gebouwen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c. d.
gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’; de goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m; de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; de gezamenlijke grondoppervlakte van gebouwen mag ten hoogste 6.000 m² bedragen.
3.2.3 Kassen Kassen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c. d.
kassen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’; de goothoogte bedraagt maximaal 4 m; de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; de gezamenlijke grondoppervlakte van kassen mag ten hoogste 100 m² bedragen;
3.2.4 Bedrijfswoning Bedrijfswoningen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c.
het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal; de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 650 m³; de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte.
12
3.2.5 Recreatiewoningen Recreatiewoningen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c. d.
recreatiewoningen mogen uitsluitend opgericht worden ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; het oppervlak per woning mag niet meer bedragen dan 64m2; de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 2,5 en 5,5 meter; het totaal aantal recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' mag niet meer bedragen dan maximaal 4.
3.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c.
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen en (andere) hekwerken mag binnen het bouwvlak ten hoogste 2 m bedragen en buiten het bouwvlak ten hoogste 1,2 m; paardenbakken en tredmolens zijn, behoudens wanneer deze ten dienste staan van een agrarisch bedrijf, niet toegestaan; de hoogte van mest- en voersilo's bedraagt maximaal 15 m en de hoogte van overige ondersteunende voorzieningen maximaal 7 m.
3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
• • •
de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
• • • •
de beleving van groen en water;
het straat- en bebouwingsbeeld; de bouwvorm, zoals bepaald door goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, kapvorm en gevelindeling van karakteristieke panden; de verkeersveiligheid en toegankelijkheid; parkeerruimte op eigen erf; de sociale veiligheid;
nadere eisen stellen aan: a. b. c.
d.
de plaats van hoofdgebouwen indien niet in de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt gebouwd; de diepte van hoofdgebouwen; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, kapvorm en gevelindeling van het pand ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” in de zin dat bij (gedeeltelijke) verbouwing en/of verandering aangesloten dient te worden bij de bouwvorm van het bestaande pand; de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
13
Artikel 4 Bedrijf 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
bedrijven ter plaatse van de aanduiding: 1. 'bedrijf tot en met categorie 1': voor bedrijven die genoemd zijn in categorie 1 van de bij deze planregels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten; 2. 'bedrijf tot en met categorie 2': voor bedrijven die genoemd zijn in categorie 1 tot en met 2 van de bij deze planregels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten; 3. 'bedrijf tot en met categorie 3.2': voor bedrijven die genoemd zijn in categorie 1 tot en met 3.2 van de bij deze planregels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten; 4. 'bedrijf tot en met categorie 4.1': voor bedrijven die genoemd zijn in categorie 1 tot en met 4.1 van de bij deze planregels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten; 5. 'specifieke vorm van bedrijf - ambachtelijk bedrijf': voor uitsluitend een ambachtelijk bedrijf; 6. 'specifieke vorm van bedrijf - dierenkliniek': voor uitsluitend een dierenkliniek; 7. 'hovenier': uitsluitend voor een hovenier; 8. 'bedrijfswoning' voor een bedrijfswoning;
met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f. g.
verkeer en verblijf; groenvoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; openbare nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; Onder de bedrijfsactiviteiten zijn productiegebonden detailhandel en kantoren uitsluitend begrepen, voor zover dit ondergeschikt is aan de bedrijfsfunctie; Onder het wonen is het aan-huis-verbonden beroep uitsluitend begrepen voor zover: 1. de vloeroppervlakte ten hoogste 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bedrijfswoning; 2. dit niet leidt tot een verhoging van de parkeerdruk of tot extra autoverkeer in een mate waarin het woonklimaat onevenredig wordt aangetast; 3. de uitstraling van het hoofdgebouw als woning behouden blijft.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 4.2.2 Hoofdgebouwen Gebouwen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c. d.
gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven goot- en bouwhoogte toegestaan; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven bouwhoogte toegestaan; bouwen onder peil is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’.
14
4.2.3 Bedrijfswoning Bedrijfswoningen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b.
bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven goot- en bouwhoogte toegestaan.
4.2.4 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken behorende bij de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a.
b.
c. d. e.
het achtererfgebied behorende bij de bedrijfswoning mag voor maximaal 50% worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat het maximale gezamenlijke grondoppervlak van de aan - en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 50 m²; bijbehorende bouwwerken worden op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn gebouwd, dan wel uitsluitend voor bestaande aan- en uitbouwen en bijgebouwen de bestaande afstand, indien deze minder is; aan- en uitbouwen worden uitsluitend plat afgedekt, tenzij in de bestaande situatie sprake is van een kap; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3,25 m, dan wel uitsluitend voor bestaande bijbehorende bouwwerken de bestaande bouwhoogte, indien deze hoger is; in aanvulling op het gestelde in artikel 4 lid 2.4 sub d geldt dat bestaande bijbehorende bouwwerken met een hogere bouwhoogte dan 3,25 m mogen worden uitgebreid met de afwijkende bouwhoogte; bij vervangende nieuwbouw dient sprake te zijn van een bouwhoogte van ten hoogste 3,25 m.
4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c.
de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m.
15
4.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Bedrijf te wijzigingen in Wonen met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b.
c.
d. e. f.
het wijzigingsplan moet in hoofdlijnen passend zijn binnen de uitgangspunten zoals opgenomen in het Ruimtelijk kwaliteitskader; zelfstandig wonen, waaronder begrepen beroepen en bedrijven aan huis, is toegestaan, met dien verstande dat: 1. de bouwwijze van de woningen mag vrijstaand, twee-aaneengebouwd en aaneengebouwd zijn; 2. de goot- en bouwhoogte van een grondgebonden woning maximaal respectievelijk 7,5 m en 10 m mogen bedragen; 3. de bouwhoogte van een gestapelde woning maximaal 10 m mag bedragen; 4. voor wat betreft de bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken geen gebouw zijnde, de regels van toepassing zijn, als genoemd in artikel 27 lid 2 en artikel 27 lid 3; wegen en parkeervoorzieningen zijn toegestaan, met dien verstande dat: 1. de wegen bij voorkeur dienen te worden ingericht als woonerf dan wel als een 30 km/ugebied als bedoeld in artikel 74 lid 2 van de Wet geluidhinder, zoals deze luidt op het tijdstip van het vaststellen van het plan; 2.
voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid voor de woningen, waarvoor het bepaalde in artikel 28 lid 3 onverkort van toepassing is; overeenkomstig de keur een onderhoudstrook van minimaal 3 meter opgenomen kan worden naast watergangen en/of (watervoerende) greppels; er dient een aanvaardbaar woon- en leefmilieu te kunnen worden gegarandeerd; de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan moet zijn gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval moet worden aangetoond: 1. dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik; 2. dat er geen archeologische waarden worden verstoord; 3. dat vanuit de Wet geluidhinder geen belemmeringen zijn tegen de realisatie van woningen; 4. dat met de wijze van uitwerking rekening is gehouden met bestaande bedrijvigheid 5. dat het uitwerkingsplan financieel uitvoerbaar is.
16
Artikel 5 Bedrijf - Nutsvoorziening 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijf - Nutsvoorziening aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
(openbare) nutsvoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt: b.
groenvoorzieningen.
5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 5.2.2 Hoofdgebouwen Gebouwen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c. d.
gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven goot- en bouwhoogte toegestaan; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven bouwhoogte (nok) toegestaan; bouwen onder peil is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’.
5.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
het erf mag voor maximaal 50% worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat het maximale gezamenlijke grondoppervlak van de aan - en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 50 m²;
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.
de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 m; de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag ten hoogste 3 m bedragen.
17
Artikel 6 Cultuur en ontspanning 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor Cultuur en ontspanning aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
(meerdaagse) cursusbijeenkomsten voor o.a. yoga/mindfullness; dagrecreatie en recreatief nachtverblijf in de vorm van 9 eco-lodges t.b.v. maximaal 6 personen per lodge; lichte horeca (horeca categorie 1); horeca in categorie 2 uitsluitend en alleen in de vorm van een restaurant t.b.v. maximaal 32 personen met terras; maximaal 40 tuindiners per jaar, in de periode van april tot en met september, t.b.v. maximaal 60 personen; dienstverlening; een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; een gelegenheid voor een nachtverblijf t.b.v. een beheerder in de trainingsruimte;
met daaraan ondergeschikt: i. j. k. l. m. n.
verkeer en verblijf; groenvoorzieningen en water; openbare nutsvoorzieningen; bouwwerken geen gebouwen zijnde; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 6.2.2 Hoofdgebouwen Gebouwen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b.
c.
d.
e.
hoofdgebouwen mogen worden gesitueerd binnen het bestemmingsvlak; ten behoeve van 'horeca' mag gebouwd worden: 1. één gebouw ten behoeve van horeca; 2. de oppervlakte van het gebouw mag niet meer bedragen dan 80 m2; 3. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6,5m; 4. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9m; ten behoeve van de 'trainingsruimte' mag gebouwd worden: 1. één gebouw waarvan het oppervlak niet meer mag bedragen dan 280 m2; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6,5m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9m; ten behoeve van dag- en verblijfsrecreatie mag gebouwd worden: 1. maximaal 9 vrijstaande eco-lodges t.b.v. maximaal 6 personen per lodge waarvan het oppervlak niet meer mag bedragen dan 60 m2 per lodge; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; maximaal één bedrijfswoning mag worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. 1. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding aangegeven.
18
6.2.3 Bijbehorende bouwwerken Uitsluitend één bijgebouw is toegestaan waarvoor geldt: a. b. c.
het oppervlak mag niet meer bedragen dan 100 m2; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7,5m.
6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen aansluitend aan het openbaar gebied op een afstand tot 2,5 m achter de voorgevel bedraagt ten hoogtste 1 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen aansluitend aan het openbaar gebied op een afstand van 2,5 m achter de voorgevel bedraagt ten hoogtste 2 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Voorwaardelijke verplichting akoestisch onderzoek Het gebruik van de gronden voor het bepaalde onder artikel 6 lid 1 sub b, artikel 6 lid 1 sub c en artikel 6 lid 1 sub d is niet eerder mogelijk dan dat uit nader akoestisch onderzoek blijkt dat dit gebruik passend is in relatie tot de omliggende bestemmingen en geluidsgevoelige objecten. 6.3.2 Permanente bewoning Als strijdig gebruik wordt aangemerkt: a. b.
het gebruiken van ecolodges en het nachtverblijf t.b.v. permanente bewoning; het doen laten gebruiken van ecolodges en het nachtverblijf t.b.v. permanente bewoning.
19
Artikel 7 Gemengd 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor Gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep; dienstverlening;
met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f.
verkeer en verblijf; groenvoorzieningen en water; openbare nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen.
7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 7.2.2 Hoofdgebouwen Gebouwen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c. d.
e.
f. g.
h.
gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven goot- en bouwhoogte toegestaan; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven bouwhoogte (nok) toegestaan; de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens met uitzondering van de aaneengebouwde woningen bedraagt ten minste 3 m, dan wel uitsluitend voor bestaande hoofdgebouwen de bestaande afstand indien deze minder is; in aanvulling op het gestelde in artikel 7 lid 2.2 sub d geldt dat bij uitbreiding van hoofdgebouwen en bij vervangende nieuwbouw sprake dient te zijn van een afstand van tenminste 3 m tot de zijdelingse perceelsgrens; deze afstand geldt niet voor de woningscheidende muur van aaneengebouwde woningen; de gehele kap dient te zijn voorzien van een dakhelling van tenminste 30° en ten hoogste 60°; in aanvulling op het gestelde artikel 7 lid 2.2 sub f geldt voor bestaande hoofdgebouwen: 1. de bestaande dakhelling indien dit minder is dan 30° of meer dan 60°; 2. dat bestaande hoofdgebouwen mogen worden uitgebreid met de afwijkende dakhelling; 3. dat bij vervangende nieuwbouw sprake dient te zijn van een dakhelling van ten minste 30° en ten hoogste 60°; bouwen onder peil is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’.
20
7.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
b.
c.
d.
e. f. g.
het achtererfgebied mag voor maximaal 50% worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. bij percelen tot 250 m² de maximale gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 50 m² bedraagt; 2. bij percelen van 250 - 500 m² de maximale gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 75 m² bedraagt; 3. bij percelen groter dan 500 m² de maximale gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 100 m² bedraagt; bijbehorende bouwwerken worden op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn gebouwd, dan wel uitsluitend voor bestaande aan- en uitbouwen en bijgebouwen de bestaande afstand, indien deze minder is; in aanvulling op het gestelde in artikel 7 lid 2.3 sub b.
geldt dat bij uitbreiding van bijbehorende bouwwerken en bij vervangende nieuwbouw sprake dient te zijn van een afstand van tenminste 2,5 m achter de voorgevelrooilijn; in aanvulling op het gestelde in artikel 7 lid 2.3 sub d geldt dat bij vervangende nieuwbouw de diepte van aan- en uitbouwen de afwijkende diepte mag bedragen; bij uitbreiding van aan- en uitbouwen dient sprake te zijn van een diepte achter de achtergevelrooilijn van ten hoogste 3,5 m gerekend vanaf de achterste bouwgrens; aan- en uitbouwen worden uitsluitend plat afgedekt, tenzij in de bestaande situatie sprake is van een kap; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3,25 m, dan wel uitsluitend voor bestaande bijbehorende bouwwerken de bestaande bouwhoogte, indien deze hoger is; in aanvulling op het gestelde in artikel 7 lid 2.3 sub f geldt dat bestaande bijbehorende bouwwerken met een hogere bouwhoogte dan 3,25 m mogen worden uitgebreid met de afwijkende bouwhoogte; bij vervangende nieuwbouw dient sprake te zijn van een bouwhoogte van ten hoogste 3,25 m.
7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen aansluitend aan het openbaar gebied op een afstand tot 2,5 m achter de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen aansluitend aan het openbaar gebied op een afstand van 2,5 m achter de voorgevel bedraagt ten hoogste 2 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
21
7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
• • •
de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
• • • •
de beleving van groen en water;
het straat- en bebouwingsbeeld; de bouwvorm, zoals bepaald door goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, kapvorm en gevelindeling van karakteristieke panden; de verkeersveiligheid en toegankelijkheid; parkeerruimte op eigen erf; de sociale veiligheid;
nadere eisen stellen aan: a. b. c.
d.
de plaats van hoofdgebouwen indien niet in de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt gebouwd; de diepte van hoofdgebouwen; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, kapvorm en gevelindeling van het pand ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” in de zin dat bij (gedeeltelijke) verbouwing en/of verandering aangesloten dient te worden bij de bouwvorm van het bestaande pand; de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
22
7.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
• • •
de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
• • • •
de beleving van groen en water;
het straat- en bebouwingsbeeld; de bouwvorm, zoals bepaald door goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, kapvorm en gevelindeling van karakteristieke panden, de verkeersveiligheid en toegankelijkheid; parkeerruimte op eigen erf; de sociale veiligheid;
met een omgevingsvergunning afwijken van : a.
b. c. d.
e. f.
het bepaalde in artikel 7 lid 2.2 sub a voor het bouwen buiten het bouwvlak, met dien verstande dat de ontheffing voor aaneengebouwde woningen uitsluitend kan worden verleend voor zover dit voor een gehele straatzijde of cluster gebeurt, tot een bouwblokdiepte van ten hoogste 11 m; voor vrijstaande woningen kan de ontheffing uitsluitend worden verleend voor de vergroting van de bouwblokdiepte tot ten hoogste 11 m; het bepaalde in artikel 7 lid 2.2 sub d en artikel 7 lid 2.2 sub e voor het bouwen binnen 3 m van de zijdelingse perceelsgrens; het bepaalde in artikel 7 lid 2.2 sub b en artikel 7 lid 2.2 sub c voor een goothoogte van ten hoogste 6 m en een bouwhoogte van ten hoogste 10 m; het bepaalde artikel 7 lid 2.2 sub f voor een kleinere dakhelling dan 30° of groter dan 60o of een platte afdekking, uitsluitend voor zover de stedenbouwkundige en architectonische samenhang daarom vraagt; het bepaalde in artikel 7 lid 2.3 sub b en toestaan dat bijbehorende bouwwerken worden gebouwd op een afstand van minder dan 2,5 m achter de voorgevelrooilijn; het bepaalde in artikel 7 lid 2.3 sub e en artikel 7 lid 2.3 sub f en toestaan dat bijbehorende bouwwerken met een kap mogen worden afgedekt. De goot- en bouwhoogte bedragen ten hoogste respectievelijk 3,25 m en 5,5 m.
23
Artikel 8 Groen 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.
groenvoorzieningen; overtuinen; het behoud en herstel van houtwallen zoals opgenomen als bijlage bij deze regels; een koffiehuisje uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - koffiehuis'; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; doorsnijdingen voor wijk- en erftoegangswegen; wegverbreding(en) tot max. 2 meter in directe aansluiting op de bestemming Verkeer en verblijfsgebied; fiets- en wandelpaden; openbare nutsvoorzieningen en gemalen; perceelsontsluitingen; speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen.
8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 8.2.2 Gebouwen a.
b.
Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen. Hiervoor geldt dat uitsluitend gebouwen mogen worden gebouwd zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 2, bijlage II Besluit omgevingsrecht. in afwijking van het bepaalde onder a in een gebouwtje toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - koffiehuisje' met in achtname van de navolgende regels: 1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangeduid op de verbeelding.
8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c.
de bouwhoogte van erfafscheidingen en (keer)muren bedraagt maximaal 1 m; de bouwhoogte voor lichtmasten bedraagt maximaal 8 m; de bouwhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 4 m.
24
Artikel 9 Horeca 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
horeca, in de categorie zoals op de verbeelding aangeduid; een bedrijfswoning, zoals op de verbeelding aangeduid als bedrijfswoning;
met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f.
verkeer en verblijf; groenvoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; openbare nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen.
9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 9.2.2 Hoofdgebouwen Gebouwen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c. d.
e.
f. g.
h.
gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven goot- en bouwhoogte toegestaan; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven bouwhoogte toegestaan; de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens met uitzondering van de aaneengebouwde woningen bedraagt ten minste 3 m, dan wel uitsluitend voor bestaande hoofdgebouwen de bestaande afstand indien deze minder is; in aanvulling op het gestelde in artikel 9 lid 2.2 sub d geldt dat bij uitbreiding van hoofdgebouwen en bij vervangende nieuwbouw sprake dient te zijn van een afstand van tenminste 3 m tot de zijdelingse perceelsgrens; deze afstand geldt niet voor de woningscheidende muur van aaneengebouwde woningen; de gehele kap dient te zijn voorzien van een dakhelling van tenminste 30° en ten hoogste 60°; in aanvulling op het gestelde artikel 9 lid 2.2 sub f geldt voor bestaande hoofdgebouwen: 1. de bestaande dakhelling indien dit minder is dan 30° of meer dan 60°; 2. dat bestaande hoofdgebouwen mogen worden uitgebreid met de afwijkende dakhelling; 3. dat bij vervangende nieuwbouw sprake dient te zijn van een dakhelling van ten minste 30° en ten hoogste 60°; bouwen onder peil is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’.
9.2.3 Bedrijfswoning Bedrijfswoningen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b.
bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven goot- en bouwhoogte toegestaan.
25
9.2.4 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
b.
c.
d.
e.
f. g. h.
het achtererfgebied mag voor maximaal 50% worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. bij percelen tot 250 m² de maximale gezamenlijke oppervlakte 50 m² bedraagt; 2. bij percelen van 250 - 500 m² de maximale gezamenlijke oppervlakte 75 m² bedraagt; 3. bij percelen groter dan 500 m² de maximale gezamenlijke oppervlakte 100 m² bedraagt; bijbehorende bouwwerken worden op een afstand van ten minste 2,5 m achter de voorgevelrooilijn gebouwd, dan wel uitsluitend voor bestaande aan- en uitbouwen en bijgebouwen de bestaande afstand, indien deze minder is; in aanvulling op het gestelde in artikel 9 lid 2.4 sub b.
geldt dat bij uitbreiding van bijbehorende bouwwerken en bij vervangende nieuwbouw sprake dient te zijn van een afstand van tenminste 2,5 m achter de voorgevelrooilijn; de diepte van aan- en uitbouwen achter de achtergevelrooilijn bedraagt ten hoogste 3,5 m, gerekend vanaf de achterste bouwgrens, dan wel uitsluitend voor bestaande aan- en uitbouwen de bestaande diepte indien deze groter is; in aanvulling op het gestelde in artikel 9 lid 2.4 sub d geldt dat bij vervangende nieuwbouw de diepte van aan- en uitbouwen de afwijkende diepte mag bedragen; bij uitbreiding van aan- en uitbouwen dient sprake te zijn van een diepte achter de achtergevelrooilijn van ten hoogste 3,5 m gerekend vanaf de achterste bouwgrens; aan- en uitbouwen worden uitsluitend plat afgedekt, tenzij in de bestaande situatie sprake is van een kap; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 3,25 m, dan wel uitsluitend voor bestaande bijbehorende bouwwerken de bestaande bouwhoogte, indien deze hoger is; in aanvulling op het gestelde in artikel 9 lid 2.4 sub g geldt dat bestaande bijbehorende bouwwerken met een hogere bouwhoogte dan 3,25 m mogen worden uitgebreid met de afwijkende bouwhoogte; bij vervangende nieuwbouw dient sprake te zijn van een bouwhoogte van ten hoogste 3,25 m.
9.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen aansluitend aan het openbaar gebied op een afstand tot 2,5 m achter de voorgevel bedraagt ten hoogtste 1 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen aansluitend aan het openbaar gebied op een afstand van 2,5 m achter de voorgevel bedraagt ten hoogtste 2 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
26
Artikel 10 Maatschappelijk 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening;
met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e. f.
verkeer en verblijf; langszaamsverkeer verbindingen; groenvoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; openbare nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen.
10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 10.2.2 Hoofdgebouwen Gebouwen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c. d.
e.
f. g.
h.
gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven goot- en bouwhoogte toegestaan; ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ is ten hoogste de aangegeven bouwhoogte toegestaan; de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens met uitzondering van de aaneengebouwde woningen bedraagt ten minste 3 m, dan wel uitsluitend voor bestaande hoofdgebouwen de bestaande afstand indien deze minder is; in aanvulling op het gestelde in artikel 10 lid 2.2 sub d geldt dat bij uitbreiding van hoofdgebouwen en bij vervangende nieuwbouw sprake dient te zijn van een afstand van tenminste 3 m tot de zijdelingse perceelsgrens; deze afstand geldt niet voor de woningscheidende muur van aaneengebouwde woningen; de gehele kap dient te zijn voorzien van een dakhelling van tenminste 30° en ten hoogste 60°; in aanvulling op het gestelde artikel 10 lid 2.2 sub f geldt voor bestaande hoofdgebouwen: 1. de bestaande dakhelling indien dit minder is dan 30° of meer dan 60°; 2. dat bestaande hoofdgebouwen mogen worden uitgebreid met de afwijkende dakhelling; 3. dat bij vervangende nieuwbouw sprake dient te zijn van een dakhelling van ten minste 30° en ten hoogste 60°; bouwen onder peil is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’.
27
10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen aansluitend aan het openbaar gebied op een afstand tot 2,5 m achter de voorgevel bedraagt ten hoogtste 1 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen aansluitend aan het openbaar gebied op een afstand van 2,5 m achter de voorgevel bedraagt ten hoogtste 2 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
• • •
de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
• • • •
de beleving van groen en water;
het straat- en bebouwingsbeeld; de bouwvorm, zoals bepaald door goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, kapvorm en gevelindeling van karakteristieke panden; de verkeersveiligheid en toegankelijkheid; parkeerruimte op eigen erf; de sociale veiligheid;
nadere eisen stellen aan: a. b. c.
d.
de plaats van hoofdgebouwen indien niet in de naar de weg gekeerde bouwgrens wordt gebouwd; de diepte van hoofdgebouwen; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, kapvorm en gevelindeling van het pand ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” in de zin dat bij (gedeeltelijke) verbouwing en/of verandering aangesloten dient te worden bij de bouwvorm van het bestaande pand; de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
28
Artikel 11 Recreatie - Volkstuin 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor Recreatie - Volkstuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
een volkstuinencomplex met de daarbij behorende: 1. bouwwerken; 2. volkstuinen en hobbytuinbouw; 3. in- en uitritten; 4. terreinen; 5. groenstroken, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing; 6. overige voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen 7. bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven en andere werken.
11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 11.2.2 Bebouwing t.b.v. volkstuinen Gebouwen dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. b. c. d.
gebouwen dienen geconcentreerd op het (tuin)perceel gebouwd te worden waarbij de onderlinge afstand tot gebouwen op één (tuin)perceel niet groter mag zijn dan 2 m; de oppervlakte van gebouwen per (tuin)perceel mag niet meer bedragen dan 6 m2; de oppervlakte van kassen per (tuin)perceel mag niet meer bedragen dan 10 m2; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m.
11.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
• • • • • •
de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de beleving van groen en water; de verkeersveiligheid en toegankelijkheid; parkeerruimte op eigen erf; de sociale veiligheid;
nadere eisen stellen aan de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
29
Artikel 12 Tuin 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b.
tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen binnen de bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Gemengd’ en voor de in het plan nader aangeduide functies en parkeervoorzieningen. het behoud en herstel van houtwallen zoals opgenomen als bijlage bij deze regels.
12.2 Bouwregels 12.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 12.2.2 Gebouwen Op deze gronden mogen uitsluitend erkers en ingangspartijen worden gebouwd voorzover deze zijn verbonden met het hoofdgebouw in de aangrenzende bestemming, en voldoen aan de volgende bepalingen: a.
b.
voor erkers: 1. de overschrijding ten opzichte van de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 m; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan gebouwd wordt; 3. de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw in de aangrenzende bestemming; voor ingangspartijen: 1. de overschrijding ten opzicht van de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan gebouwd wordt; 3. de breedte mag niet meer bedragen dan 1/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw in de aangrenzende bestemming;
met dien verstande dat een erker en een ingangspartij niet in combinatie met elkaar aan eenzelfde gevel mogen worden gerealiseerd en de afstand tot de bestemmingen 'Verkeer' en 'Verkeer - Verblijfsgebied' ten minste 2 m dient te bedragen. 12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat er uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd welke zijn bedoeld in artikel 2.1, lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
30
12.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
• • •
de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
• • • •
de beleving van groen en water;
het straat- en bebouwingsbeeld; de bouwvorm, zoals bepaald door goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, kapvorm en gevelindeling van karakteristieke panden; de verkeersveiligheid en toegankelijkheid; de parkeerruimte op eigen erf; de sociale veiligheid;
bij omgevingsvergunning afwijken van: a.
b.
het bepaalde in artikel 12 lid 2.3 ten behoeve van het bouwen van erfafscheidingen met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m, met dien verstande dat deze worden gebouwd op een afstand van ten minste 2,5 m achter de voorgevelrooillijn; het bepaalde in artikel 12 lid 2.3 ten behoeve van een toegangshek ter plaatse van een oprit met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m.
31
Artikel 13 Tuin - Overtuin 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor Tuin - Overtuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen binnen de bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Gemengd’; hobbymatige agrarische activiteiten; het behoud en herstel van houtwallen zoals opgenomen als bijlage bij deze regels.
13.2 Bouwregels 13.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, die ten dienste staan van deze bestemming. 13.2.2 Gebouwen Gebouwen zijn niet toegestaan. 13.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat er uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd welke zijn bedoeld in artikel 2.1, lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.