Bestemmingsplan Westerhoeve toelichting
Tekst van het document
Westerhoeve Heiloo Bestemmingsplan
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Werkwijze en opzet van de toelichting
4 4 4 5 6
Hoofdstuk2 Bestaande situatie plangebied en omgeving 2.1 Historie 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur 2.3 Bestaand gebruik
7 7 8 10
Hoofdstuk3 Ruimtelijke en functionele opzet 3.1 Bebouwing 3.2 Infrastructuur 3.3 Parkeren 3.4 Duurzaam bouwen
11 11 13 13 13
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid 4.4 Welstandsbeleid 4.5 Waterbeleid
14 14 16 18 22 23
Hoofdstuk5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieuaspecten 5.2 Verkeer en parkeren 5.3 Natuurwaarden 5.4 Cultuurhistorie en archeologie 5.5 Besluit milieueffectrapportage
28 28 36 37 39 43
Hoofdstuk6 Juridische planopzet 6.1 Inleiding 6.2 Juridische planopzet
44 44 44
Hoofdstuk7 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Inspraak en overleg 7.3 Zienswijzen 7.4 Economische uitvoerbaarheid
48 48 48 48 49
2
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Toelichting behorende bij het bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
3
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan ziet op de transformatie van het voormalige bungalow- en caravanpark westerhoeve aan de Westerweg 377a in Heiloo. Het terrein van Westerhoeve is al enige tijd in beeld als inbreilocatie voor woningen in Heiloo. Initiatiefnemers hebben besloten de exploitatie van het caravanpark te staken en werken met corporatiekracht Vastgoedadviseurs uit Heiloo aan een nieuwe invulling van het gebied. Deze invulling bestaat uit een duurzame en groene inpassing van een gemengd woonmilieu met 12 sociale huurwoningen en 42 betaalbare koopwoningen. Ook worden er drie bestaande recreatiewoningen herbestemd tot reguliere woningen.
Afbeelding: huidige situatie entree plangebied vanaf Westerweg
Het beoogde bouwprogramma past niet in het huidige bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 1997'. Het doel van dit bestemmingsplan is daarom het bieden van een nieuw eenduidig en uniforme juridische regeling voor het nieuwe gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied.
1.2
Ligging en begrenzing
De gewenste ontwikkeling heeft betrekking op het perceel kadastraal bekend Heiloo sectie E nummer 2318 groot circa 11.000 m2. Op het onderstaande figuur is het plangebied weergegeven met een rood kader.
4
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Afbeelding: luchtfoto van het gebied. Het plangebied is met een rood kader aangegeven
Het terrein wordt ontsloten via de Westerweg. Hier bevindt zich de entree van het park, met de receptie. Aan de noordzijde ligt Duinzicht, eveneens een voormalig bungalow- en caravanpark dat wordt herontwikkeld tot een woongebied. Ten zuiden en oosten van het plangebied bevindt zich Westenwind, een bungalowpark. Aan de zuidzijde is de Slootenslaan aanwezig. Deze smalle doodlopende weg dient als ontsluiting voor enkele zuidelijk gelegen woningen en recreatieparken. Ten westen van het plangebied bevindt zich een recreatiepark.
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het grootste deel van de gronden van het plangebied geldt nog het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 1997', dat door de gemeenteraad van Heiloo op 3 november 1997 is vastgesteld en door GS is goedgekeurd op 16 juni 1998. Binnen het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 1997' zijn de gronden van het plangebied aangewezen voor 'Recreatieve doeleinden - Zomerhuizenterrein' (Rv-(z)'. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan. De gronden zijn bestemd voor zomerhuizen respectievelijk stacaravans voor toeristisch meervoudig gebruik, met de daarbij behorende gebouwen en andere bouwwerken en parkeer-, groen-, speel- en overige voorzieningen. Langs de bestemmingsgrenzen is een strook van 5 meter aangewezen voor afschermende beplantingen. Binnen Westerhoeve zijn 15 zomerhuizen, 52 stacaravans en 3 appartementen/ studio's, gezinsverblijven toegestaan. Permanente bewoning is niet toegestaan. Het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 1997' zal ter plaatse van het plangebied Westerhoeve door dit bestemmingsplan worden vervangen.
5
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Afbeelding: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan met de planlocatie indicatief aangeduid met een rode ellips
1.4
Werkwijze en opzet van de toelichting
In deze toelichting op het bestemmingsplan 'Westerhoeve Heiloo' wordt het initiatief nader omschreven en toegelicht. Daarnaast is de beoordeling van het initiatief aan de hand van het geldende beleidskader en milieuregelgeving opgenomen. Ten slotte gaat de toelichting in op de juridische aspecten van het bestemmingsplan en de wijze waarop het bestemmingsplan tot stand is gekomen met behulp van onder meer participatie.
6
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie plangebied en omgeving
Historie
De basis van het landschap in het plangebied werd circa 4000 jaar geleden gelegd, toen het strandwallenlandschap zich vormde. Door de hogere ligging van de strandwal te midden van een moerassige omgeving is vanaf circa 2000 v. Chr. (aanvankelijk nomadische) bewoning in het plangebied geweest. Heiloo is ruim 1300 jaar geleden ontstaan als een agrarisch dorp op de middelste Noord-Kennemerstrandwal. Deze strandwal vormde te midden van de laag gelegen, natte strandvlakten een aantrekkelijke vestigingsplaats. In de periode tot 1800 bleef Heiloo een kleine landelijke nederzetting, bestaande uit de heerlijkheden Heylo en Oesdom. Daarnaast komen er buurtschappen als Zevenhuizen, Oosterzij en Westerzij tot ontwikkeling. In het gebied tussen het toenmalige Limmen en Heiloo, kwam vooral ter hoogte van Heiloo, een aantal buitenplaatsen voor, vaak voortgekomen uit de eerste versterkte Laatmiddeleeuwse huizen. Vanaf de 19e eeuw groeit Heiloo heel geleidelijk door een aantal factoren: de verharding (bestrating) van de eeuwenoude Kennemerstraatweg rond 1830; de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Alkmaar in 1862; de aanleg van de tram Haarlem-Alkmaar (begin 20e eeuw). Tussen de twee wereldoorlogen vestigden zich meer renteniers, nu ook uit het handels- en bedrijfsleven. De bevolking werd bovendien aangevuld met militairen en middenstanders uit (toen) garnizoensstad Alkmaar.
De beroepsbevolking was dus voor de Tweede Wereldoorlog al breder dan puur agrarisch. De elektrificatie van het spoor in 1930 had daarnaast tot gevolg dat er meer en snellere treinen gingen rijden, waardoor het voor meer mensen aantrekkelijk werd om in Heiloo te gaan wonen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veel mensen tijdelijk in Heiloo gaan wonen en na de oorlog gebleven. Tot 1945 werd de ruimtelijke structuur van het dorp bepaald door de wegen op de strandwal, te weten de Westerweg, de Oosterzijweg, de Hoogeweg, de Heerenweg en de Kennemerstraatweg. Langs deze wegen ontstonden lange stroken lintbebouwing met representatieve bebouwing en achter de huizen ruime tuinen.
7
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Afbeelding: Lintenstructuur Heiloo
Ter plekke van het Witte Kerkje was de eerste verdichting van de bebouwing, waardoor deze locatie als oorspronkelijk centrum aangemerkt werd. Nadat het station rond 1865 ruim een kilometer ten zuiden van 'het oude dorpshart' was aangelegd, dicht bij de oorspronkelijke tuindersgebieden, ontstond ook hier vanaf eind 19e eeuw een tweede verdichting, die later als tweede centrumlocatie is gezien. Na 1945 vonden grote planmatige uitbreidingen van het dorp plaats. Rond de nieuwe woonwijken van Heiloo zijn forse groene zones ontstaan met een dicht net van voet- en fietspaden. De uitbreidingen van Heiloo vonden vanaf 1945 niet alleen op de strandwal plaats, maar ook en in toenemende mate in de gebieden die deel uitmaakten van de strandvlakten.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Kenmerkend voor Heiloo is een noord-zuid gerichte basisstructuur. Deze structuur is grotendeels terug te voeren op de oude hoofdlijnen van het oorspronkelijke strandwallenlandschap en de historische bebouwingsstructuur. Heiloo heeft door haar specifieke historie een eigen “identiteit” meegekregen. Doordat deze sterke basiselementen nog zo duidelijk aanwezig zijn, is er in Heiloo sprake van een grote “leesbaarheid” van de ruimtelijke ontwikkeling door de eeuwen heen. Dit maakt het tot een uniek dorp met een hoge ruimtelijke kwaliteit. De volgende kenmerken vormen die identiteit. Contrast tussen de bebouwde strandwal en de lege strandvlaktes. Stedenbouwkundige opbouw met het sterk noord-zuid gericht wegenpatroon. Herkenbaar oost-west gerichte verkavelingpatroon, met houtwallen en hagen. Bewust gebruiken van de (oostelijke) overgang van strandwal naar strandvlakte (door versterkte huizen, buitens, nijverheid en industrie). Het van oorsprong agrarisch karakter met stolpboerderijen, die gelegen zijn op de overgangen van strandwal en strandvlaktes. 19e en 20e eeuwse tuinderactiviteiten aan de zuidzijde van Heiloo. Invulling van de historische linten met losse, individuele en niet te grootschalige bebouwing.
8
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Afbeelding: Morfologie Westerweg
Het plangebied bevindt zich aan de Westerweg, tussen de Zevenhuizenlaan en de Vennewatersweg. Voor dit deel van Heiloo zijn de volgende cultuurhistorische elementen uit de historische kaarten afleesbaar: 1850: Laddervormige structuur van wegen en paden die in de loop der eeuwen is aangelegd op de hoog en droog gelegen strandwal. De ladderstructuur bestaat uit staanders en sporten. De staanders zijn de lintwegen die in de noord-zuid de richting de strandwal volgen (Westerweg – Hoogeweg). Dwars daarop staan de sporten van de ladder, de oost-westverbindingen (Vennewatersweg- Slootenslaan-Het Zevenhuizen). 1880: Isabella's hof was gelegen op de overgang van wal naar vlakte. 1950: Langs de doorgaande wegen is lintbebouwing ontstaan, met de karakteristieke Heiloose bebouwing en erfinrichting. 1970: De overgang tussen strandwal en vlakte is zichtbaar op de kaart. De recreatieterreinen en het parkbos aan de Slootenslaan zijn nu ingetekend op de kaart. 1983: Sportpark is aangelegd op strandvlakte. 1994: Steeds meer bedrijvigheid langs Vennewatersweg. 2018: Huidige situatie met waterlopen. Zichtbaar is de rommelige structuur van het gebied, met allemaal naar binnen gekeerde eilandjes van parken. De historische Slootenslaan met parkbos en watergangen zijn nog steeds aanwezig.
9
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
2.3
Bestaand gebruik
Het plangebied was tot voor kort in gebruik voor 50 stacaravans met bijbehorende tuinen en bijgebouwen en infrastructuur. Nadat de initatiefnemers hadden besloten de exploitatie van het bungalowpark te beëindigen is het aantal zomerhuizen langzaam aan verminderd, waarna vrijkomende percelen door de initiatiefnemer zijn vrijgehouden. De exploitatie van de staanplaatsen zal in beginsel nog worden voortgezet tot en met het seizoen 2023. Ook zijn er bijbehorende bouwwerken aanwezig ter ondersteuning van de exploitatie, zoals wasruimtes. Deze worden gedeeltelijk gesloopt. Een ander deel wordt omgezet naar garages. Aan de westzijde zijn tevens drie recreatiebungalows aanwezig. Deze blijven behouden en worden omgezet naar reguliere woningen.
10
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Hoofdstuk 3
Ruimtelijke en functionele opzet
Dit hoofdstuk geeft de ruimtelijke opzet van het plangebied weer. De beoordeling aan ruimtelijk beleidsen omgevingsuitgangspunten volgt daarna.
3.1
Bebouwing
De initiatiefnemers wensen een betaalbaar woonprogramma te realiseren dat bereikbaar is voor jonge starters. De huidige tijd laat zien dat het haast onmogelijk is voor jonge mensen om een woning in bezit te krijgen en daarmee te starten op de woningmarkt. In Heiloo bestaat er zoals op veel plekken een groot tekort aan starterswoningen. Dit probleem is aanleiding geweest om te kiezen voor een betaalbaar programma. Er wordt op deze inbreidingslocatie gekozen voor een stedenbouwkundige opzet, die recht doet aan de identiteit van het gebied. De structuur van het gebied in en rondom het plangebied is nu rommelig, naar binnen gekeerd en versnipperd met allemaal eigen 'eilandjes', zonder verbinding met elkaar. Het groene karakter is juist positief en willen initiatiefnemers behouden, maar op zo'n manier dat er doorgaande lijnen ontstaan waar iedereen van kan genieten. De weg die door het plangebied komt te lopen krijgt een slingerende vorm en een halfverharding waarmee een rustig beeld wordt gecreëerd. Deze weg wordt enerzijds verbonden met de Slootenslaan en anderzijds met het plangebied van bestemmingsplan Duinzicht. Door het toevoegen van veel groen kan worden bijgedragen aan de dorpse identiteit van Heiloo en blijft het groene karakter behouden. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd met halfverharding.
Een deel van de parkeerplaatsen wordt uitgevoerd met een carport waarop zonnepanelen worden aangebracht. In het onderstaande figuur is het stedenbouwkundige plan voor het plangebied opgenomen.Het stedenbouwkundige plan is bijgevoegd als Bijlage 1. Aan de oostzijde van het plangebied wordt grenzend aan het perceel Westerweg 377 een stuk privégrond overgedragen. Omdat het bestaande perceel Westerweg 377 een bestemming Gemengd heeft in het bestemmingsplan Zuid West, wordt in voorliggend bestemmingsplan een overeenkomstige bestemming Gemengd opgenomen om de regels voor het perceel in overeenstemming te brengen.
11
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Afbeelding: stedenbouwkundig plan Westerhoeve, bron: Koppes Bouwkundig ontwerp BIM
De nieuwe bebouwing bestaat in totaal uit 54 woningen met daarbij behorende tuinen, erven, groen-, parkeer- en speelvoorzieningen en infrastructuur. De woningen bestaan uit: 1. 42 hofwoningen: a. 22 middenwoningen (sociaal koop, categorie 2) b. 8 hoekwoningen (martconform koop) c. 12 appartementen (sociaal huur, categorie 1) 2. 12 rijwoningen a. 10 middenwoningen (sociaal koop, categorie 2) b. 2 hoekwoningen (marktconform koop) De hofwoningen worden gerealiseerd aan de westzijde van het plangebied en de rijwoningen aan de oostzijde. Tevens worden de 3 bestaande recreatiebungalows omgezet naar reguliere woningen. Vanwege de kleine omvang en het feit dat dit nultredenwoningen zijn, lenen de woningen zich goed voor starters en ouderen. Ten behoeve van de ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld, welke is bijgevoegd als Bijlage 2. Dit BKP is opgesteld om vast te leggen welke architectonische eisen gelden gezien de architectonische morfologie binnen Heiloo. Vanwege deze morfologie is ene diversiteit in architectuur en stijlen van de woningen gewenst. Het BKP gaat in op het bouwvolume, het materiaalgebruik en detaillering van de woningen en de appartementen. Ook wordt aangegeven aan welke beeldkwaliteit de buitenruimte moet voldoen. Daarbij gaat het om materiaalgebruik van bestrating, toe te passen beplanting en de realisatie van een speelplaats binnen het hofje.
12
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
3.2
Infrastructuur
Vanaf de Westerweg wordt het plangebied min of meer conform de bestaande situatie richting de Slootenslaan ontsloten door een kronkelige lange laan, zodat groene gebieden langs de laan (kenmerkend voor Heiloo) ontstaan. Deze gebieden volgen de ligging van de weg en voetpaden. Hier is de waterberging opgelost via groene bermen die tevens als wadi en wandelverbinding dienen en ontstaat zo tevens een groene zichtlijn. De laan doorkruist het hof waarmee dit ensemble 'splijt' en opent. Binnen het hof is ruimte om te verblijven en voor speelvoorzieningen. In het hof worden wadi's gerealiseerd en ook wordt er waterbergende fundering aangebracht onder bestrating. Zie hiervoor paragraaf 4.5.5. Aan de noordzijde van het plangebied Westerhoeve is rekening gehouden met de aansluiting op de transformatie van het bungalowpark Duinzicht, waar in de komende jaren ook een herontwikkeling zal plaatsvinden. Het verkeer vanuit plangebied Duinzicht kan niet via Westerhoeve ontsluiten. Het betreft puur het bereiken en ontsluiten van parkeerplaatsen binnen voorliggend plangebied.
3.3
Parkeren
Het parkeren vindt plaats los van de woningen in de openbare ruimte. Binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan worden 81 parkeerplaatsen aangelegd. Daarvan zijn 42 gelegen onder een carport en de rest zonder carport. Buiten het bestemmingsplangebied is aan de overzijde van de Westerweg, langs het spoor, ruimte voor 13 parkeerplaatsen. Dit stuk grond is in de loop der jaren in gebruik genomen als parkeerterrein ten behoeve van Westerhoeve. Er zijn in totaal 94 parkeerplaatsen aanwezig ten behoeve van de ontwikkeling. Alle parkeerplaatsen worden in een halfverharding aangelegd voor de waterdoorlaatbaarheid en gewenste groene uitstraling. Voor het laden van elektrisch vervoer wordt ondergrondse infrastructuur aangelegd en laadpalen geplaatst. Voor de berekening van de parkeerbalans wordt verwezen naar paragraaf 5.2.
3.4
Duurzaam bouwen
Klimaat en duurzaamheid geldt als uitgangspunt bij nieuwbouw. Dit geldt zowel voor materiaalgebruik als voor het energieverbruik. Voor de nieuw te realiseren woningen wordt gestreefd naar nul-op-de-meter. De woningen worden aardgas. Gezien de onvoorspelbaarheid van de grondstoffenmarkt en brandstofprijzen is op dit moment onduidelijk of dat streven gaat worden gehaald. Initiatiefnemers zetten in op de realisatie van een groene omgeving die ingericht is met het oog op klimaatadaptatie, dus voldoende ruimte voor waterberging en groen ter voorkoming van hittestress.
13
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.
Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke fucties en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, en gezonde en veilige leefomgeving ervaren.
Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Beoordeling: voorliggende ontwikkeling past binnen de hoofddoelstellingen zoals opgenomen in de NOVI.
14
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
4.1.2
Barro
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 deels in werking getreden en op 1 oktober 2012 uitgebreid. Het is een doorvertaling van het beleid uit de NOVI in regels. Het omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn onder andere de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond Rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Het plangebied van voorliggende bestemmingsplan is niet gelegen op een locatie waarmee een van de onderwerpen uit het Barro wordt geraakt. Het Barro heeft voor het voorliggende plan geen consequenties en het plan is verder in overeenstemming met de NOVI opgesteld.
4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een aantal eisen aan de toelichting bij het bestemmingsplan bij het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit moet voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen dat er sprake is van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Doel is om bij de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling te zorgen voor een zorgvuldig of duurzaam gebruik van ruimte, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat daarom een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied bevat het ook een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
In het plangebied wordt voorzien in een stedelijke ontwikkeling door de toevoeging van 57 woningen, rekening houdend met de 3 bungalows die wordne omgezet van recreatiewoning naar reguliere woning. De 'stappen van de ladder' zijn in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; 2. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, geeft in de toelichting een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Woningbouwbehoefte De regionale afstemming voor woningbouw gebeurt via de Regionale Woonakkoorden, die de Regionale Actieprogramma's (RAP's) vervangen. Via het woonakkoord stuurt de provincie Noord-Holland op de uitvoering van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De regio Alkmaar kent een grote woningbouwbehoefte. Het Woonakkoord Regio Alkmaar 2021 - 2025 gaat uit van de toevoeging van 2.000 woningen per jaar tot 2030. Het woonakkoord volgt uit en past binnen de
15
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord 'Duurzaam doorpakken'. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De provincie wil ruimte bieden voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De speerpunten richten zich op een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. En tevens richt het zich op gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Richtinggevende principes zijn o.a.: 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3.
De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. Het plan Westerhoeve is een relatief jong plan, dat ten tijde van het vaststellen van het Woonakkoord Regio Alkmaar 2020 - 2025 nog niet is meegenomen. Het plan voldoet aan de richtinggevende principes voor woningbouw doordat het plan in de komende jaren wordt gerealiseerd en waarbij wordt voorzien in betaalbare koopwoningen en huurwoningen. Hierbij is rekening gehouden met de prestatie-afspraken van woningbouwcorporatie KennemerWonen. Hiermee wordt voorzien in een dringende woningbouwbehoefte. De appartementen die gelijkvloers zijn en daardoor levesloop bestendig kunnen bovendien voor doorstroming zorgen op de bestaande krappe woningmarkt. In de Monitor Woningbouw 2021 is opgenomen dat in de regio Alkmaar er voldoende plancapaciteit is om aan de indicatieve opgave tot 2030 te voldoen. Wat betreft de harde plancapaciteit en de gestelde streefwaarden is er onvoldoende harde plancapaciteit. Voor de opgave tot 2025 moet er nog harde capaciteit bij, circa 500 woningen; voor de opgave tot 2030 zijn dat nog circa 2.250 woningen daarbovenop (Masterplan Wonen, 2021). Hieruit volgt dat er voldoende behoefte is voor de voorliggende woningen.
Ook volgt uit de gemeentelijke Woonvisie (zie 4.3.3) dat er behoefte is aan betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Provinciale omgevingsvisie
Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor
16
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities is er een aantal opgenomen: Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c.
Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Sturingsfilosofie In de aanpak om de ambities waar te maken geldt het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' als sturingsfilosofie. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. a.
Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. b. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. c. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. d. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. e. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Het voorliggende initiatief zorgt voor de toevoeging van een groen woonmilieu voor betaalbare koop- en huurwoningen waarmee de kern Heiloo wordt versterkt. De planlocatie is gelegen in bestaand stedelijk gebied waardoor het gevoelige landschap buiten de kern wordt ontzien. Geconcludeerd wordt dat de
17
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Omgevingsvisie NH2050 ruimte biedt voor de realisatie van woningen op deze locatie.
4.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 in werking getreden. Hierin zijn 21 provinciale verordeningen samengevoegd, waaronder ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht is naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. De voorliggende locatie valt binnen bestaand stedelijk gebied. De provincie geeft hier beleidsvrijheid aan gemeenten. Juist de binnenstedelijke woningbouwontwikkelingen worden door de provincie ondersteund en gefaciliteerd. Dit is hetzelfde geregeld in het ontwerp van de Omgevingsverordening NH2022 die van 10 mei tot en met 18 juni 2021 ter inzage heeft gelegen en gelijk met de Omgevingswet in werking zal treden. Er is derhalve geen strijd met de Omgevingsverordening NH2020 en het ontwerp van de Omgevingsverordening NH2022.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Toekomstvisie 2030
In 2013 is door de inwoners, de maatschappelijke instellingen, de ondernemers van Heiloo en de gemeente Heiloo de 'Toekomstvisie 2030: de kracht van Heiloo' opgesteld. Op 7 oktober 2013 heeft de raad van de gemeente Heiloo de kernwaarden van de toekomstvisie onderschreven. Heiloo is in 2030 een dorp waar natuur, ruimte, bewustzijn en verbinding de belangrijkste waarden zijn. In Heiloo is in 2030 ruimte in de ruimste zin van het woord: er is fysieke ruimte, er is ruimte voor initiatieven, er wordt ruimte gegeven aan elkaar, en er is ruimte voor wonen, werken en recreëren. Heiloo ligt niet alleen in een groene omgeving, ook bij huis is de natuur dichtbij. Mensen in Heiloo gaan in 2030 bewust om met elkaar en met hun omgeving, en zij voelen zich met elkaar verbonden. De uitgangspunten van de Toekomstvisie 2030 zijn: Heiloo blijft een zelfstandige gemeente maar werkt samen met gemeenten in de regio om de dienstverlening en het voorzieningenniveau op een kwalitatief hoog peil te houden; Heiloo is een forensengemeente; Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nemen verantwoordelijkheid voor een duurzame toekomst (People, Planet, Profit); Iedereen voert de regie over zijn eigen leven en is in principe verantwoordelijk voor het voorzien in eigen behoeften. De toekomstvisie is de basis (geweest) voor een structuurvisie en een strategische visie.
Op de structuurvisie wordt in paragraaf 4.3.2 nader ingegaan.
18
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
4.3.2
Structuurvisie 2030
Op 3 november 2014 is de Structuurvisie 2030 vastgesteld door de raad van de gemeente Heiloo. De structuurvisie beschrijft hoe de gemeente denkt dat Heiloo er in 2030 op ruimtelijk gebied uit ziet. De structuurvisie is een uitwerking en verdieping van de ruimtelijke aspecten uit de Toekomstvisie 2030. Het zijn de ruimtelijke ontwikkelingen die op dit moment zijn te voorzien en die relevant zijn voor de toekomstige ruimtelijk-fysieke inrichting van Heiloo. Al deze aspecten vormen het vertrekpunt voor de structuurvisie en zijn de basis van de feitelijke opdracht voor Heiloo tot 2030. Deze opdracht is vertaald naar de volgende missie: 1. het dorpse karakter van Heiloo versterken; 2. de diversiteit aan het woningaanbod vergroten; 3. een goede balans tussen rood (bebouwing), groen (plantsoenen, bos, agrarische gebied etc.), blauw (oppervlakte water) en grijs (infrastructuur)realiseren; 4. het bevorderen van duurzaamheid, waaronder energiezuinig en milieubewust leven; 5. optimaliseren van maatschappelijke voorzieningen, recreatiemogelijkheden en accommodatiegebruik; 6. verbeteren werkgelegenheid door optimaliseren bedrijvigheid, zakelijke dienstverlening, detailhandel, horeca en toerisme; 7. Aan de hand van de thema's wonen, werken, verplaatsen en verblijven, vermaken en verblijven, leren en zorgen en recreëren en bewaren wordt de missie verder uitgewerkt.
19
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Afbeelding: Visiekaart Structuurvisie 2030
De voorgaande afbeelding toont de kaart van de Structuurvisie. De voorliggende planlocatie is gelegen binnen de begrenzing van bebouwd gebied. Binnen deze begrenzing worden kansen gezien om jonge gezinnen te verleiden met een woonmilieu dat beantwoordt aan hun behoeften. Ook is het een kans dat Heiloo nog relatief veel ontwikkellocaties en -mogelijkheden heeft (naast Zandzoom en Zuiderloo). Dit is een positief punt aangezien er de komende jaren blijvend woningen moeten worden gebouwd. Duurzaamheid is benoemd als speerpunt evenals vraaggericht bouwen. De voorliggende ontwikkeling van een (vraaggerichte) woningbouwontwikkeling binnen het bestaande grid van de Westerweg is een passende ontwikkeling waarmee tegemoet wordt gekomen aan de blijvende vraag aan woningen binnen de begrenzing van het bebouwd gebied van de kaart van de Structuurvisie. Door de steeds strengere duurzaamheidseisen aan nieuwbouw wordt tevens tegemoet gekomen aan de behoefte aan duurzaam bouwen. Dit uit zich tevens in de inrichting van de openbare ruimte dat met dit plan wordt voorzien.
20
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
4.3.3
Woonvisie Heiloo
Op 4 februari 2019 is de Woonvisie Heiloo vastgesteld. De Woonvisie Heiloo schetst de visie van de gemeente op het wonen in de gemeente Heiloo voor de komende vijf tot tien jaar. De kaders van deze woonvisie worden bepaald door het rijksbeleid, de Provinciale Woonvisie, het Regionaal Actie Programma (RAP, inmiddels Woonakkoord), de Regionale Woonvisie Regio Alkmaar en de regionale woningbouwprogrammering. De richting van de Woonvisie Heiloo wordt ingegeven door de Toekomstvisie 2030, de Structuurvisie 2030, het Woningmarkt onderzoek Heiloo 2017 en de Coalitieovereenkomst Heiloo 2018 – 2022. Met name in de Structuurvisie 2030 zijn de onderwerpen rond het thema wonen vastgelegd. De inwoners van Heiloo hebben hierin aangegeven hoe zij Heiloo als woonplaats in de toekomst graag zien. Daarnaast bepaalt de coalitieovereenkomst voor een belangrijk deel de accenten in deze woonvisie. Tot circa 2040 neemt zowel het aantal huishoudens als het aantal inwoners toe, waarbij het aantal huishoudens sneller toeneemt dan het aantal inwoners. Hierdoor zijn er steeds meer woningen nodig om hetzelfde aantal inwoners te huisvesten. Dit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de vergrijzing. De leeftijdsgroep 65-plus neemt de komende vijftien jaar fors toe. In 2030 is de groep alleenstaande 65-plussers het grootst, gevolgd door de gezinnen 35 tot 65 jaar.
De groep samenwonende 65-plussers zonder kinderen is in omvang de derde groep. De missie van de gemeente Heiloo op het gebied van wonen is: versterking van het dorpse karakter; vergroting van de diversiteit van het woningaanbod; duurzamer en toekomstbestendiger bouwen dan de landelijk vastgestelde normen; bevorderen doorstroming op de woningmarkt, zodat iedereen (ook starters) een wooncarrière kan maken; woonkeur, maar maatwerk mogelijk; een woningbouwprogramma dat aansluit bij de wensen van de woonconsument en: 1. voldoende sociale huurwoningen omvat; 2. voldoende betaalbare koopwoningen omvat. Bij de nieuwbouw van woningen moet een kwaliteitsslag worden gemaakt en inwoners de mogelijkheid worden geboden om door te stromen naar een beter passende woning. Door (nultreden) woningen te bouwen in het betaalbare middensegment en hogere prijssegmenten kan de meeste doorstroming worden gerealiseerd. Daarmee verschuift de aandacht in het woonbeleid van nieuwbouw voor starters naar doorstroming voor starters. De woningen die met het voorliggende plan mogelijk worden gemaakt vallen in de betaalbare koopsector en in de sociale huursector. Hiermee wordt ingezet op een grote behoefte aan deze woningen, zowel als grondgebonden woning als appartement.
Er wordt bovendien ingezet op de omzetting van drie bestaande recreatiebungalows naar nultredenwoningen, waarmee wordt bijgedragen aan doorstroming binnen het bestaande woningaanbod. Geconcludeerd wordt dat het woningbouwaanbod n de lijn van de Woonvisie ligt en sprake is van een sterk sociaal woningbouwprogramma.
21
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
4.3.4
Verordening doelgroepen woningbouw Heiloo 2020
Op 2 maart 2020 heeft de gemeenteraad de Verordening Doelgroepen Woningbouw Heiloo 2020 vastgesteld. De verordening zorgt voor een wettelijke grondslag om bij het vaststellen van een exploitatieplan bij een bestemmingsplan regels op te nemen voor de realisatie van woningbouw. Het gaat daarbij om het opnemen van een minimaal aantal te realiseren woningen in een sociaal of middelduur segment. Per plan maakt de gemeenteraad de afweging of daarbij een exploitatieplan moet worden vastgesteld. Als de kosten voor de ruimtelijke ontwikkeling anderzins zijn verzekerd, zoals via een anterieure overeenkomst, dan is er geen aanleiding om een exploitatieplan vast te stellen. Afspraken over het woningbouwprogramma kunnen dan eveneens in de anterieure overeenkomst worden opgenomen. Voor de herontwikkeling van Westerhoeve wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Een exploitatieplan is daarom niet nodig.
4.3.5
Collegeprogramma 2022 - 2026
In het collegeprogramma zijn opdrachten van de gemeenteraad aan het college van B&W opgenomen voor de huidige collegeperiode die duurt tot 2026. Het college hanteert uitgangspunten en principes en werkt binnen de door de raad vastgestelde kaders, tenzij de raad de kaders los wenst te laten. Op het gebied van wonen zijn onder meer de volgende opdrachten opgenomen: I.
Voor de totale som van het aantal woningen dat de komende 10 jaar wordt gerealiseerd in Heiloo inclusief Zandzoom, is de verdeling 30/40/30. Dat wil zeggen 30% sociaal; 40% middenklasse woningen en 30% vrije sector woningen. II. Het wordt van belang geacht dat inbreilocaties zo snel mogelijk worden benut. Het college wordt gevraagd open te staan voor plannen van ontwikkelaars en te faciliteren dat de plannen worden versneld. III. Heiloo heeft veel dezelfde type huizen (eengezinswoningen) waardoor er voor starters en ouderen op de woningmarkt geen mogelijkheid is een (geschikt) huis te vinden. Daarnaast wil het gemeentebestuur ook de wachtlijsten voor sociale huurwoningen terugdringen. Een grote zorg bij het realiseren van onze woningbouwambities zijn de stikstof- en CO2 beperkingen. Ingezet wordt daarom waar nodig actief in op woningen die stikstof- en CO2 negatief zijn om zo planvorming mogelijk te maken. IV. Om de woningnood het hoofd te bieden gaat het college actief in gesprek met eigenaren van panden waarvan de huidige bestemming niet langer gehandhaafd kan worden. Het college gaat in gesprek om te bereiken dat deze panden door bestemming- en/of functiewijziging getransformeerd worden tot duurzame woongebouwen met kleine woningen. De voorliggende planontwikkeling levert een bijdrage aan de woningbouwverdeling voor de komende 10 jaar.
De hoekwoningen in het plan behoren tot 'categorie 3'. De overige rijwoningen zijn 'categorie 2' en de appartementen 'categorie 1'. Omdat het realiseren van betaalbare woningen bij (her)ontwikkelingen financieel vaak lastig uitvoerbaar is, kan voorliggende ontwikkeling bijdragen aan het behalen van de 30% over de periode van 10 jaar. Ook betreft het een inbreilocatie. De omzetting van de recreatiewoningen naar nultredenwoningen sluit aan bij het doel onder punt 4. Geconcludeerd wordt dat de planontwikkeling aansluit bij het collegeprogramma.
4.4
Welstandsbeleid
Het welstandsbeleid van de gemeente is vastgelegd in de 'Welstandsnota Heiloo, prachtig dorp in het groen'. Of een vergunningplichtig bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand wordt op basis van de nota getoetst door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK), een samenvoeging van de voormalige welstands- en monumentencommissies, verder genoemd ‘de commissie’. Om deze toetsing te kunnen uitvoeren zijn gebiedscriteria en architectuurcriteria omschreven, de eerste primair voor nieuwbouw, de tweede voor verbouwingen.
22
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Afbeelding: Gebiedskaart welstandsnota Heiloo
Het projectgebied valt in het welstandsgebied Sport en recreatieterreinen. Duidelijk is dat de gebiedsgerichte welstandseisen voor dat gebied niet aansluiten op het nieuw te realiseren woongebied. Daarom kan aansluiting worden gevonden bij het aangrenzend welstandsgebied 'Woongebieden'. De verkaveling voor het plan is hierop afgestemd. Het plan is tweemaal besproken in de vergadering van de ARK. Bij de tweede behandeling heeft de ARK op basis van het stedenbouwkundig plan waarop voorliggend bestemmingsplan is gebaseerd, een positief advies gegeven voor het opstarten van de procedure van voorliggend bestemmingsplan Westerhoeve. In aanvulling op beide ARK-besprekingen is een Beeldkwaliteitsplan (BKP) specifiek voor het plangebied toegevoegd. Hieraan is eerder gerefereerd in paragraaf 3.1.
4.5
Waterbeleid
Op grond van artikel 3.1.6 lid b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting bij een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is de zogenaamde waterparagraaf. Deze waterparagraaf moet inzicht geven in de wijze waarop het waterbeleid is vertaald naar de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan. Daarbij wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop bij het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Daarbij wordt aandacht besteed aan de volgende onderdelen:
23
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
1. 2. 3. 4. 5.
ruimtelijk relevant waterbeleid; de taken van de waterbeherende instantie; het overleg met de waterbeherende instantie; het huidige watersysteem; het toekomstige watersysteem.
De waterparagraaf geeft ook een weergave van de watertoets. Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets heeft betrekking op alle waterhuishoudkundige aspecten, zoals veiligheid, wateroverlast, riolering, watervoorziening, volksgezondheid, bodemdaling, grondwaterkwaliteit, verdroging en natte natuur. In de volgende subparagraaf wordt eerst de toepasselijke regelgeving beschreven. Naast de Europese en nationale wetgeving worden ook de toepasselijke (beleids)regels van de bevoegde lagere organen genoemd.
4.5.1
Europees beleid
Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in werking getreden. De KRW geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kust-water en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: Aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed. Verbetering van het aquatisch milieu wordt bereikt, onder andere door een forse vermindering van lozingen en emissies. Duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn. Er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. Voor de KRW zijn ecologische èn fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang en/of het beschermingsniveau van het grondwater. De KRW heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor bijvoorbeeld riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijk beleid.
4.5.2
Nationaal beleid
4.5.2.1 Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Met als resultaat één vergunning; de watervergunning. Watervergunningen kunnen betrekking hebben op bouw- of aanlegwerkzaamheden bij water en dijken; lozen en onttrekken van water; varen, aanmeren en evenementen en plannen ten behoeve van natuur en recreatie en uitbreidingsplannen. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning
24
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
4.5.2.2 Nationaal Water Programma 2022-2027 Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn omvangrijk en worden in de toekomst alleen maar groter. Dit komt door een aantal samenhangende uitdagingen: klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreinigingen en ruimtedruk. In de uitvoering ligt bovendien een grote opgave om infrastructuur zoals waterkeringen, bruggen en sluizen in stand te houden en waar nodig te vervangen of te renoveren. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid voor de periode 2022-2027: waterveiligheid, waterkwaliteit en klimaatadaptatie. Het beschrijft tevens de uitvoering daarvan en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, de woningbouw en de transitie landelijk gebied is noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. In het NWP stelt het kabinet drie hoofdambities voor 2050 en verder: I. Een veilige en klimaatbestendige delta. II. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. III. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Het kabinet heeft de afgelopen jaren het waterbeleid en de uitvoering daarvan verder versterkt en het NWP bouwt hier voor de periode 2022-2027 op verder.
Belangrijke relevante onderdelen van dit NWP zijn: Werken aan klimaatadaptatie en zoetwaterbeschikbaarheid met stresstesten en adaptatiestrategieën, de impulsregeling klimaatadaptatie en het maatregelpakket zoetwater, een voorkeursvolgorde voor waterbeheer, de strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem en actief grondwatervoorraadbeheer. Voortzetting van het beleid voor waterveiligheid en de uitvoering daarvan via onder andere het Hoogwaterbeschermingsprogramma en het Kennisprogramma Zeespiegelstijging en het Overstromingsrisicobeheerplan. Water en bodem als leidend principe bij ruimtelijke planvorming. Een nationale watersysteemverkenning waarin lopende analyses op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening, ruimtelijke adaptatie, waterkwaliteit en scheepvaart in samenhang worden bezien, met als doel om voor het nationale watersysteem als geheel integraal afgewogen, lange termijn besluiten voor te bereiden. 4.5.3
Waterschapsbeleid
4.5.3.1 Waterplan HHNK 2022 - 2027 Het Waterplan van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) geeft de koers op hoofdlijnen voor het waterbeheer in Hollands Noorderkwartier. Er is voortgebouwd op de regionale Deltavisie (2012), het Waterprogramma 2016-2021 (WBP5) en het Collegeprogramma 2019-2023 van het HHNK. Het is het zesde Waterbeheerprogramma (WBP6). Het WBP is een wettelijke verplichting die volgt uit de Waterwet (die straks opgaat in de Omgevingswet) en het Bestuursakkoord Water. Als basis voor dit Waterplan is het vorige plan (WBP5) tussentijds geëvalueerd en is een langetermijnverkenning gedaan naar wat er op ons als maatschappij af komt. Dit Waterplan houdt daarnaast rekening met het Nationaal Water Programma van het Rijk en het Regionaal Waterprogramma van de Provincie Noord-Holland. Belang wordt toegedicht aan het principe van gebiedsgericht werken. Dit komt onder andere voort uit de NOVI waarin afwegingsprincipes staan genoemd voor 'omgevingsinclusief beleid'. Er is een langetermijnverkenning gedaan op het gebied van klimaat, technologie, maatschappij, multidisciplinaire vraagstukken (zoals biodiversiteit en de steeds groter wordende druk bovengrond en
25
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
ondergronds) en het omgaan met dynamiek in een steeds sneller veranderende wereld. Vanuit de langetermijnverkenning zijn de doelen en ambities voor de komende jaren uitgewerkt: 'maatschappelijke effecten'. Het gaat daarbij om: waterveiligheid; voldoende water; gezond water; schoon water; veilige (vaar)wegen; crisisbeheersing; bestuur en organisatie. Naast het werk aan de maatschappelijk effecten draagt het HHNK ook bij aan een aantal bredere maatschappelijke thema's. Het zijn onderwerpen die meerdere van de maatschappelijke ffecten raken en hier komen ze ook in terug. Dit zijn op dit moment de meest relevante maatschappelijke opgaven waaraan wordt bijdragen: ruimtelijke adaptatie; omgevingswet; duurzaamheid; biodiversiteit; datagestuurd werken. Aan de verschillende effecten en thema's zijn programma's verbonden waarmee de uitvoering vanuit het HHNK wordt vormgegeven. 4.5.3.2 Keur De Keur is een speciale verordening van het Hoogheemraadschap waarin de regels voor het beheer, gebruik en onderhoud van waterstaatswerken zijn opgenomen. Particulieren, bedrijven en andere overheden zijn verplicht zich aan de Keur te houden. De huidige Keur is in september 2016 vastgesteld. Bij de aanleg van nieuw verhard oppervlak moeten compenserende voorzieningen worden aangelegd, die ten doel hebben de versnelde afstroming van neerslag tegen te gaan.
Het hoogheemraadschap bepaalt welke compenserende voorzieningen toelaatbaar zijn en het verbindt hieraan in de watervergunning voorschriften die noodzakelijk zijn voor de instandhouding en goede werking van die voorzieningen. Het hoogheemraadschap kan hiervoor ook algemene regels of beleidsregels vaststellen. Het doorlopen van het proces van de watertoets kan het proces vergemakkelijken.
4.5.4
Gemeentelijk beleid
4.5.4.1 Gemeentelijk rioleringsplan 2019 - 2023 De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en transport van het afval-, en hemelwater, en het voorkomen van structurele grondwateroverlast. De gemeente geeft vanuit het regionale Samenwerkingsverband Waterketen Noord-Kennemerland Noord met de zeven regionale gemeenten (Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk, Uitgeest), het hoogheemraadschap en het drinkwaterbedrijf PWN invulling te geven aan deze taakstelling. Voor het projectgebied is van belang dat de gemeente inzet op het gescheiden inzamelen van afval- en hemelwater en waar mogelijk op het volledig afkoppelen van de hemelwaterafvoer van het gemeentelijke rioleringsstelsel. Als in een plangebied voldoende ruimte is voor het opvangen en vertraagd afvloeien van hemelwater stuurt de gemeente op het afkoppelen.
26
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
4.5.5
Watertoets
Voor de ontwikkeling is een digitale watertoets gedaan. Uit de watertoets volgt dat er een bebouwings-/verhardingstoename is van meer dan 2.000 m2. Dit betekent dat er compensatie nodig is in de vorm van waterberging of infiltratie om de negatieve effecten van deze verhardingstoename op te heffen. Vanuit het HHNK gelden hiervoor radvoorwaarden: compensatie kan worden ingevuld door 69 mm neerslag over de verhardingstoename vast te houden in het gebied middels alternatieve waterberging; waterberging op particulier terrein telt niet mee voor de benodigde watercompensatie; bij een bui T=100, 69 mm in 12 uur, treedt geen inundatie (overstroming) op en is de maximale afvoer 8 m3/min/100 ha.
Ook de gemeente Heiloo heeft randvoorwaarden die deels afkomstig zijn uit de Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater Heiloo 2023: Geen schade aan woningen (minder dan 20 cm water op straat) bij bui T=100; Het hemelwaterriool moet een bui 08 uit de Kennisbank Stichting Rioned (T=2, 19,8 mm in 1 uur) kunnen verwerken zonder dat er water op straat kom te staan; waterberging in de straatfundering waar mogelijk; de minimale capaciteit van de hemelwaterberging is minimaal 40 liter per m2 bebouwd oppervlak; de hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte; het hemelwater mag niet op andermans particulier terrein afgewenteld worden; ontwateringsdiepte van minimaal 0,70 m onder straatniveau. Er heeft overleg plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer, de gemeente Heiloo en het HHNK. Dit overleg leidt tot een waterhuishoudingsplan waarin ten minste de bovengenoemde voorwaarden zijn meegenomen. Conclusie Gelet hierop, vormt het aspect water voor de uitvoerbaarheid van het project geen belemmering.
27
bestemmingsplan Westerhoeve Heiloo
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
5.1
Milieuaspecten
5.1.1
Inleiding
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. 5.1.2
Bodem
Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar oud zijn. Uitzondering hierop zijn de plannen waar de bodem niet verdacht is op bodemverontreiniging en/of bodemonderzoeken de bodemkwaliteit voldoende weergeven en er geen onoverkomelijke problemen te verwachten zijn bij de bestemmingsplanwijziging. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Deze bodemonderzoeken mogen wettelijk niet ouder zijn dan 5 jaar. Onderzoeksresultaten bodem Door Landview BV is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (2021299, 7 september 2021, Bijlage 5). Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de protocollen 2001 en 2002.
In de mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte stoffen aangetroffen. In het grondwater zijn lichte verhogingen van arseen, molybdeen of nikkel aangetroffen. De hypothese dat geen bodemverontreiniging aanwezig is, behalve mogelijk van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek niet geheel bevestigd. De verhoogde concentraties van molybdeen of nikkel in het grondwater kunnen mogelijk worden verklaard door de aanwezigheid van zwevende fijne stofdeeltjes in het grondwater, zonder dat daadwerkelijk sprake is van verontreiniging. Dit is mogelijk ondanks het volgen van de vereiste procedures, zoals de filtratie van het bemonsterde grondwater. Waarschijnlijk is het bodemchemisch evenwicht bij de plaatsing van de peilbuis dusdanig verstoord, dat de gestelde standaard wachttijd van één week onvoldoende is geweest. In (delen van) Nederland worden in het grondwater veelvuldig verhoogde concentraties arseen en of barium geconstateerd, waarvoor een natuurlijke oorzaak wordt verondersteld. In het kader van verkennend bodemonderzoek wordt aan een vervolgonderzoek geen hoge prioriteit gegeven. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het