CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Achterliggend document: Ambitiedocument programma Klimaat BUCH

Commissie zaal 1 15 september 2025, gemeente HeilooBij agendapunt: Bespreeknotitie concept Programma Klimaat 2025-203023.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De BUCH gemeenten werken actief samen met hun (regionale) belangenorganisaties aan de invulling van de (concept) RES. Hoewel zonne-energie op (bedrijfs)daken de voorkeur heeft, zijn

daarnaast in evenwicht met de waardevolle landelijke kenmerken zoekgebieden voor zon- en windenergie opgenomen. De gemeenten streven ernaar in 2030 net zoveel duurzame energie te produceren als naar verwachting wordt verbruikt. In de Visie Aardgasvrije wijken worden voorbereidingen getroffen om komende periode in minimaal 1 wijk per gemeente te gaan starten met het aardgasvrij maken van woningen. In Uitgeest is er al een visie Aardgasvrij. Het nationale streven is dat in 2030 gemiddeld 20% van de gebouwen aardgasvrij is. Voor onze gemeenten komt dit neer op de volgende aantallen gebouwen (woningen) die van het aardgas af zijn: Aardgasvrij # woningen 2030 # woningen 2050

Bergen 3000 15000

Uitgeest 1900 3700

Castricum 3200 16000

Heiloo 2000 10500

Aardgasvrije wijken zullen invloed hebben op de inrichting en werkzaamheden in de openbare ruimte. Daarnaast wordt een programma opgesteld om de gewenste energiebesparing te realiseren. Om zo iedereen die nog niet in een startwijk woont, bewust te maken van de opgave én voor te bereiden op het in de toekomst gereed maken van hun woning voor de aardgasvrije transitie. De stijging van de aardgasprijs maakt de isolatie van woningen eveneens gewenst. De gemeenten zijn zelf, net als een groeiende groep inwoners/ondernemers, ook begonnen met het besparen van energie in gebouwen en het wagenpark. Net zoals bij de andere pijlers vinden we het belangrijk om samen te werken met andere (uitvoerende) partijen om de energietransitie te realiseren. Denk voor de deze opgave in het bijzonder aan de netbeheerders, woningbouwcorporaties en niet te vergeten de energiecoöperaties. Hiertoe is een regiegroep Energietransitie opgericht.

Wat wordt er gedaan bij het ambitieniveau Plus? Naast de doelstellingen die vanuit het rijk zijn opgelegd, kan de regio en elke gemeente specifiek ervoor kiezen om de projecten energieopwekking, aardgasvrije wijken en energiebesparing te gaan versnellen. Dit vraagt echter wel meer inspanning, middelen en capaciteit. In hoofdstuk 8 wordt een indicatie van de kosten voor plusprojecten gegeven. 1. Regionale Energiestrategie Er zijn twee projecten die passen bij de plusambitie voor de RES. a. De gemeente kan zelf een zonneweide of windmolen gaan aanleggen (en exploiteren). Op deze manier komt het rendement ten gunste van de gemeente (en kunnen hierdoor weer andere (duurzaamheids-) maatregelen gefinancierd worden). Andere gemeenten hebben hier reeds goede ervaringen mee. Er is hierin wel een afhankelijkheid van de SDE+ subsidie. b. De gemeente kan actieve acquisitie gaan voeren om meer grootschalige duurzame energie projecten naar de gemeente te halen. 2. Versnellen Aardgasvrije wijken Er zijn twee projecten die een versnelling kunnen aanbrengen in het aardgasvrij maken van de gemeente. Dit zijn: a. een proeftuin aardgasvrije wijken aanvragen bij het ministerie. b. een extra Wijkuitvoeringsplan (WUP) ontwikkelen o.b.v. de uitkomsten van de Transitie Visie Warmte. 3.

Versnellen energiebesparende projecten Bij de plusambitie kan aan verschillende energiebesparende projecten extra aandacht worden besteedt. Het gaat dan om: a. Extra wijkaanpak per jaar b. Extra inkoopactie zonnepanelen en/of isolatie per jaar c. Extra project voor het verduurzamen van bedrijven(terreinen) d. Meer energie-warmte-klimaatcoaches werven, opleiden en inzetten De opdrachten vanuit het Rijk, provincie en BUCH gemeenten zijn in bijlage II weergegeven.

de BUCH | Ambitiedocument | Energietransitie

29

Aan welke projecten werken we t/m 2025 in de basisambitie? Energieopwekking: De Regionale Energiestrategie 1.0, de definitieve RES, wordt uiterlijk 1 juli 2021 aangeboden aan het Nationaal Programma RES. De RES geeft de zoeklocaties voor wind- en zonne-­ energie in het buitengebied weer. Daarnaast hebben grote daken binnenstedelijk (meer dan 60 panelen) de aandacht. Het Rijk verwacht van de gemeenten dat voor 2025 de vergunningen voor de wind- en zonprojecten in het buitengebied zijn verstrekt, zodat tot 2030 voldoende tijd resteert om de duurzame energieprojecten te realiseren. Als juridische basis voor de vergunningen zal vanuit de omgevingswet een themaplan RES worden ontwikkeld (periode 2021-2022/2023). Dit juridische traject behelst een forse portie participatie. Weliswaar heeft dit ook plaatsgevonden in het proces tot RES 1.0, maar naar verwachting neemt onder bewoners de bewustwording over de impact van de duurzame technieken op hun leefomgeving toe. Daarnaast zullen de belangenorganisaties de bezwaarmogelijkheden van dit juridische traject willen gebruiken. De RES zal worden ondersteund met flankerend beleid. Hierbij moet worden gedacht aan richtlijnen en voorwaarden voor zonneweides en windmolens en beleid ten aanzien van het verdelen van de voordelen over een grotere groep dan alleen de (grond-) eigenaar van de duurzame techniek.

De 50% participatie (streven uit het Klimaatakkoord) maakt hier een onderdeel van uit evenals het volleggen van grote daken met zonnepanelen. In Bergen zijn zonneweides ontwikkeld en er lopen op dit moment initiatieven tot uitbreiding. In de aankomende jaren zal hiervan ook sprake zijn in de andere gemeenten.

30

de BUCH | Ambitiedocument | Energietransitie

Financieel: De rol van de gemeente is om t/m 2025 de basis te leggen. Dit betekent de ontwikkeling van beleid, het themaplan en omgevingsplan en de vergunningen verstrekken. Naar verwachting vindt de plaatsing van zonneweides en windmolens plaats vanaf 2024 en loopt door tot 2029. De gemeente is hiervoor niet verantwoordelijk, maar heeft wel toezicht op een verantwoorde uitvoering van het bouwproces door de ontwikkelaar. Daarvoor is ook een zorgvuldige informatieverstrekking naar omwonenden noodzakelijk. De lasten en rendementen liggen bij ontwikkelaars/exploitant en (lokale/ inwoner) investeerders. De beleidskeuzes van de gemeente moeten worden vastgelegd bij de grondverkoop. Gemeenten met een plus-ambitie kunnen ervoor kiezen om zelf ontwikkelaar te worden of om actieve acquisitie uit te voeren (afhankelijkheid SDE+ subsidie). Om dit ingrijpende project in goede banen te leiden is, naast de huidige projectleider RES, de verwachting dat er extra capaciteit nodig is bij de afdeling juridische zaken en de afdeling vergunningen in de periode t/m 2025. De inschatting is dat er voor vijf jaar structureel 0,4 fte nodig is. Dit wordt aangevuld met tijdelijke inhuur van expertise voor bepaalde projecten binnen de RES. Aardgasvrije wijken: In het vierde kwartaal van 2020 worden de Transitievisies Warmte opgeleverd.

Vervolgens wordt er per gemeente een Wijkuitvoeringsplan (WUP) gemaakt. Hierin staat hoe en wanneer een wijk van het aardgas af gaat. Een programmateam Aardgasvrije wijken zal samen met externe partijen vervolgens uitvoering gaan geven aan de WUPs. De realisatie zal 5 tot 8 jaar na het vaststellen van de WUP plaatsvinden. De proeftuinen

elders het land, bijvoorbeeld in Purmerend, hebben laten zien dat er een interdisciplinair team in de wijk nodig is om deze aardgasvrij te maken. De richtlijn van de VNG is dat ongeacht wat de nieuwe duurzame warmtebron in een wijk zal zijn, een warmtenet of bijvoorbeeld ‘all electric’ (warmtepompen), de capaciteit van 2 tot 3 fte beschikbaar moet zijn per wijk die van het aardgas af moet. Een ‘aardgasvrij team’ in een wijk bestaat uit een projectleider, sociaal werker en een technicus. Daarnaast is er juridischeen communicatiecapaciteit noodzakelijk. Uitgaande van één wijk per gemeente voor Bergen, Castricum en Heiloo zou dit neerkomen op een uitbreiding van 6 fte. Uitgeest heeft de energietransitie uitbesteedt aan de Omgevingsdienst IJmond. Financieel: Er kan onderscheid gemaakt worden tussen vier type kosten als het gaat om het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. 1) Gemeentelijke kosten: De rol van de gemeente is om te regisseren en faciliteren dat de gebouwde omgeving in 2050 aardgasvrij is. Dit houdt in dat er programma- en project­ management is in zowel de beleidsvormende fase als in de uitvoeringsfase. De taak is om de contacten met project­ ontwikkelaars, nutsbedrijven en inwoners en ondernemers in goede banen te leiden. Ook het multidisciplinaire wijkteam maakt onderdeel uit van de gemeentelijke verantwoordelijkheid.

In de decembercirculaire 2020 zijn incidentele middelen ter hoogte van €232.000 per gemeente toegekend voor 2020 en 2021 om de kosten te dekken. De verwachting van de VNG is dat dit vanaf 2022 op incidentele basis gecontinueerd wordt. 2) Individuele kosten: Vastgoedeigenaren (inwoners met een eigen huis of kantoorpand) zullen zelf de kosten voor bijvoorbeeld het vastrecht, aansluiting, warmtepomp en/of het

isoleren van hun huis voor hun rekening moeten nemen. Voor sommige kosten is een (gedeeltelijke) subsidie, maar de veronderstelling blijft dat inwoners zelf ook wordt gevraagd om financieel te investeren in het aardgasvrij maken van hun vastgoed. Voor de gemeente zijn kosten te verwachten voor het verduurzamen van hun vastgoed volgens een nog op te stellen ‘routekaart’ gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed. 3) Maatschappelijke kosten: Maatschappelijke partijen zoals netbeheerders, woningbouwcoöperaties, scholen, gezondheidsinstellingen, maar ook gemeenten (wat betreft het vastgoed in eigendom), zullen investeren in het aardgasvrij maken van hun gebouwen. 4) Private partijen zullen de kosten (en rendementen) voor bijvoorbeeld het aanleggen en exploiteren van een warmtenet voor hun rekening nemen. Gedacht kan worden aan een NUON. Essent, Eneco of bijvoorbeeld onze eigen HVC. Energiebesparing De meeste projecten zullen tot 2025 jaarlijks uitgevoerd worden: •W  ijkaanpakken: informatieavonden energiebesparing voor woningeigenaren.

3 tot 4 wijken per jaar • Inkoopactie isolatie 1x per jaar • Inkoopactie zonnepanelen 1x per jaar • Energiebesparing voor bedrijven • Energie-, warmte- en klimaatcoaches •S  ubsidieregeling/maatregelenfonds gemeente Bergen, Uitgeest, Heiloo (Castricum heeft geen regeling) Daarnaast gaat in de aankomende jaren de aandacht zich meer vestigen op ‘eigen vastgoed’ van de gemeenten. Uiterlijk in 2020 dienen wij een routekaart eigen vastgoed te hebben opgesteld.

de BUCH | Ambitiedocument | Energietransitie

31

Benodigde uitbreiding van capaciteit:

4,7% BUCH

Structureel 2021-2025: + 0,8 fte: juridische zaken/ vergunningen RES, gemeentelijk-maatschappelijk vastgoed verduurzamen. Na de beleidsfase zal de capaciteit ingezet worden om de geplande maatregelen uit te voeren. 7,4% Landelijk

Indicatie uitvoeringskosten projecten (incl. tijdelijke capaciteit) -> zie hoofdstuk 10

Duurzame energie in 2018

Hetzelfde geldt voor basisscholen en middelbare scholen. Uiterlijk in 2022 stellen wij een Integraal Huisvestings Plan (IHP) op, een uitvoeringsprogramma voor energiebesparing van scholen in de aankomende 16 jaar. Tenslotte, er wordt van ons een intensivering van de verduurzaming van utiliteitsgebouwen verwacht. Uiterlijk in 2020 stellen wij de handhavingsstrategie op. Dit laatste wordt voor de BUCH-gemeenten gedaan door onze Omgevingsdiensten.” Financieel: De kosten voor dit project zijn gedekt door de uitvoeringsagenda energietransitie van iedere gemeente. Dit maakt onderdeel uit van de begroting 2021 en de kadernota 2021-2024.

32

de BUCH | Ambitiedocument | Energietransitie

Duurzame mobiliteit

Duurzame mobiliteit

Welke doelen moeten we realiseren binnen deze pijler? In het terugdringen van de Laadinfrastructuur • 573 laadpalen in BUCH nodig in CO2-uitstoot is een 2025 belangrijke rol voor mobili• Implementeren agenda laad­ teit weggelegd. In de infrastructuur voor CO2 besparing • Opstellen intergale visie laad­ BUCH-gemeenten is het infrastructuur per gemeente/regio aandeel van mobiliteit in in 2020 CO2-uitstoot 40%. Hiervan is een deel beïnvloedbaar, Verbetering en uitbreiding fietsnetwerk een deel niet vanwege de • Realisatie doorfietsroutes richting ligging van de Rijkswegen. Amsterdam Om de uitstoot terug te dringen is in het KlimaatIntegraal duurzaam mobiliteitsplan in aansluiting op het RMP akkoord de doelstelling opgenomen dat mobiliteit Duurzamer en bewuster reisgedrag in 2030 maximaal 25 Mton (plus ambitie) in CO2-uitstoot. Het • Openbaar Vervoer optimalisatie Regionaal Mobiliteits • Parkeerbeleid Programma (RMP) van Noord-Holland en Flevoland heeft als hoofddoel de CO2-uitstoot voor de sector mobiliteit en transport voor heel Noord-Holland en Flevoland naar een maximale uitstoot van 4,2 megaton in 2030 te brengen. Om dit te behalen wordt een concreet adaptief meerjarig programma ontwikkeld. Trias Mobilica is hierin het uitgangspunt: voorkomen, veranderen en verduurzamen van mobiliteit.

In het RMP zijn de programmalijnen ‘Ruimtelijk beleid’, ‘Regu­ leren/beprijzen’, ‘Gedrag, kennis, werkgevers’, ‘Eigen organisatie en inkoop’, ‘Faciliteren’ en ‘Investeren in duurzaam mobiliteitssysteem’. Deze laatste programmalijn geeft invulling aan de

de BUCH | Impactanalyse | Duurzame mobiliteit

33

‘Nationale agenda laadinfrastructuur’ (NAL) die op een versnelde uitrol van laadinfrastructuur stuurt. De NAL stelt iedere Nederlandse gemeente verplicht om vóór eind 2020 een integrale visie op laadinfrastructuur vast te stellen, bij voorkeur in regionaal verband. Ook wordt binnen deze programmalijn gewerkt aan de uitbreiding van de fietsinfrastructuur, wat voortkomt uit het Programma Fiets in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)22 en het beleidsplan van de Provincie Noord-Holland ‘Perspectief Fiets’23. Hierin moet fietsen makkelijker en aantrekkelijker worden gemaakt, de aanleg van doorfietsroutes van Alkmaar richting Amsterdam en Velsen. Het stimuleren en faciliteren van fietsen draagt bij aan de gewenste gedragsverandering om nieuwe mobiliteit te realiseren, en daardoor minder CO2-uitstoot door mobiliteit. Naast deze twee concrete projecten is het noodzakelijk om een integrale visie op mobiliteit te ontwikkelen waarbij alle aspecten worden meegenomen. Dit hangt samen met het ambitieniveau plus pakket maar levert voor de individuele gemeenten veel winst op: denk aan aanpak verschonen van OV (bussen) en taxi- en doelgroepenvervoer, aanpak van logistiek zoals vrachtwagens die niet meer op fossiele brandstoffen rijden en verandering van gedrag: inwoners maken gebruik van een mobiliteitssysteem dat slim, schoon, veilig en aangenaam is.

We richten ons hierbij op goede infrastructuur en materiële verandering, én op een verandering in gedrag. De opdrachten vanuit het Rijk, provincie en BUCH-gemeenten zijn in bijlage II weergegeven.

22

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening-en-gebiedsontwikkeling/ meerjarenprogramma-infrastructuur-ruimte-en-transport-mirt 23 https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Verkeer_vervoer/Fiets/Beleid/Perspectief_Fiets

34

de BUCH | Ambitiedocument | Duurzame mobiliteit

Wat wordt er gedaan bij het ambitieniveau Plus? 1. Naast de doelstellingen die vanuit het rijk zijn opgelegd, kan de regio werken aan het optimaliseren van het openbaar vervoer (uitgevoerd door ProRail en de Provincie NoordHolland). Het gaat dan bijvoorbeeld over het uitbreiden van het busnetwerk, buurtbussen, leenfietsen. Dit is de wens van het Rijk om meer op keten mobiliteit te sturen. 2. Logistieke sector verduurzamen d.m.v. subsidie. De subsidie zou voor het verduurzamen van transportvoertuigen kunnen zijn of voor bijv. een logistieke hub om het aantal voertuigbewegingen van vrachtverkeer in het centrum te verminderen. Dit komt ten gunste van de leefbaarheid, veiligheid en gezondheid. 3. Ook kunnen de BUCH-gemeenten individueel werken aan hun parkeerbeleid om het gebruik van de auto minder aantrekkelijk te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om parkeernormen en parkeerregulering (blauwe zone, vergunningen, tarieven).en logistieke.

Aan welke projecten werken we t/m 2025 bij het basisambitieniveau? 1) Het beleidsplan Openbare laadinfrastructuur BUCH wordt in 2020 afgerond en vanaf 2021 geïmplementeerd. Dit beleidsplan wordt in het vierde kwartaal van 2020 aan u voorgelegd. Financieel: Indien er door de gemeenteraden gekozen wordt om alle openbare laadpalen proactief te plaatsen kost dit in ieder geval €500 per laadpaal. In de BUCH zijn naar verwachting van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur 573 laadpalen nodig in 2025. Tot en met 2020 zijn er 200 openbare laadpalen gerealiseerd. Dit betekent dat er in de periode 2021-2025 nog 373 palen geplaatst moeten worden in de vier gemeenten samen.

Dit komt neer op een totaalbedrag van ongeveer €200.000 voor de vier gemeenten samen. De investering zal ongeveer gelijk zijn voor de vier gemeenten. Dit bedrag kan gefaseerd geïnvesteerd worden in de periode 2021-2025. Dit komt neer op een bedrag van €10.000 per gemeente per jaar. 2) Een bredere visie op Duurzame Mobiliteit in aansluiting op het RMP voor de BUCH 2025/2030 wordt steeds relevanter. Hier wordt beleid voor opgesteld om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen (40% reductie). Hiervoor zal de herkomst van de uitstoot vanuit de huidige mobiliteitsmix onderzocht worden alsmede op welke modaliteiten/uitstoot de BUCH gemeenten directe impact kan hebben. Dit leidt tot een concreet Actieprogramma met 5-10 maatregelen. Bijvoorbeeld verduurzaming van doelgroepenvervoer, duurzame logistiek, deelmobiliteit / Maas (Mobility as a service), wan­ delen / fietsen in relatie tot toegankelijkheid van het gebied (’s zomers), parkeerbeleid in relatie tot nieuwbouw en luchtkwaliteit.

3) Iedere gemeente heeft in 2021 een fietsbeleidsplan. De gemeente Castricum en Bergen zijn al in het bezit van een vastgesteld fietsbeleidsplan. In de gemeente Heiloo en Uitgeest wordt een fietsbeleid voorgelegd in 2021. In de zomer van 2020 hebben de colleges van B&W een intentieverklaring en een tracé-besluit voor de doorfietsroutes van Alkmaar richting Amsterdam en Velsen ondertekend. Momenteel is er door de regio uitvraag gedaan voor een verdiepend onderzoek naar de kosten die de doorfietsroutes met zich mee gaan brengen. Er is subsidie beschikbaar van de Provincie om 70-80% van de kosten te dekken die nodig zijn om aanpassingen te maken voor de doorfietsroute. Een fietspad verbreden met 1,5 meter over een lengte van 1 kilometer kost ongeveer €300.000. Dit kan afgeschreven worden over 40 jaar wat neerkomt op een investering van €7500 per jaar.

Benodigde uitbreiding van capaciteit: Aanvullende tijdelijke capaciteit bij expertisebureaus zoals Sweco, Arcadis, OverMorgen etc. de geschatte kosten hiervoor zijn €80.000. Dit bedrag is inclusief de bemensing van de participatiebijeenkomsten. Daarnaast is er een budget van €10.000 nodig voor communicatiecampagne om nieuw beleid bij inwoners en ondernemers kenbaar te maken.

Structureel 2021-2025: Duurzame mobiliteit +0,8 fte: uitvoeren NAL, RMP, stimuleren van de fiets en inbedding van duur­zame mobiliteit in de omgevingsplanologie Indicatie uitvoeringskosten projecten (incl. tijdelijke capaciteit) -> zie hoofdstuk 10

Uitvoeringskosten: afhankelijk van het ambitieniveau van de gemeente zullen de uitvoeringkosten verschillen. Bij een hoge ambitie kan worden gedacht aan subsidieregelingen, inten­ sieve gedragsveranderingscampagnes vooral bij scholen maar ook bij bedrijven.

de BUCH | Impactanalyse | Duurzame mobiliteit

35

Circulaire Economie

Circulaire economie

Welke doelen moeten we realiseren binnen deze pijler? Nederland heeft als doel Strategie en uitvoeringsprogramma in 2021 gesteld om in 2050 100% circulair te zijn. Met onze Circulaire leefomgeving gemeenten willen wij hier (plus ambitie) • Circulair centrum ook naartoe werken. Op • Landbouw dit moment gebruiken we • Tourisme en Recreatie bijna driemaal de capaciteit van de aarde. We doen alsof grondstoffen oneindig voorradig zijn en onze economie is op die gedachte gestoeld. Een onhoudbare situatie zowel voor ecosystemen als ons welzijn en onze economie. Grondstoffen raken op en de vernietiging van de natuur leidt tot grote problemen. We moeten weer leren leven binnen de capaciteit van de aarde, we moeten circulair gaan denken. Alle grondstoffen hergebruiken, net als dat in natuurlijke systemen gebeurd. Dit betekent dat we totaal anders moeten gaan denken over de materialen en spullen die we gebruiken, de producten die we ontwerpen en de businessmodellen. In het landelijke programma ‘Nederland Circulair 2050’ heeft het kabinet doelstellingen geformuleerd om zo snel mogelijk naar een volledig circulaire economie te gaan. Het eerste doel is 50% minder verbruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030. Daarbij moet overgang naar een circulaire economie voor 50% gerealiseerd zijn om vervolgens door te groeien naar 100% circulair in 2050.

Verder kunnen circulaire ondernemingen binnenkort hun producten kwijt aan de overheid. In 2022 moet namelijk 10 procent24 van alle aangekochte spullen door de overheid circulair zijn.

24

https://www.pianoo.nl/sites/default/files/documents/documents/ manifest-mvi-actieplan-rijksinkoopstelsel-bzk.pdf

We bereiden ons voor om circulaire gemeenten te zijn. In een circulaire gemeente zorgen we ervoor dat grondstoffen en materialen (lokaal) worden hergebruikt en niet verloren gaan. Doordat we volop inzetten op hergebruik, zorgt dit ook voor meer lokale werkgelegenheid in de reparatie- en verwerkingssector. Daarom stellen we een beleid Circulaire Economie op en starten met projecten op een aantal voor de gemeente belangrijke sectoren en waardeketens die benoemd zijn in het programma Nederland Circulair 2050. Daarnaast geven we het goede voorbeeld door de markt voor circulaire innovaties en producten te stimuleren. De opdrachten vanuit het Rijk, provincie en BUCH-gemeenten zijn in bijlage II weergegeven.

Aan welke projecten werken we t/m 2025 in het basisambitieniveau? We stellen een beleid Circulaire Economie op. Dit beleid is gericht op de strategie, definitie en een uitvoeringsprogramma voor zowel inwoners als ondernemers. In het beleid besteden we expliciet aandacht aan waardeketens die voor een gemeente effectief zijn om op in te zetten (de grootste klimaatimpact). Bij inwoners gaat het dan bijvoorbeeld om spullen (electronica, meubels etc.), voedsel en kleding. Voor ondernemers willen we gaan werken met specifieke ondernemerstafels per branche. Bijvoorbeeld in een aanpak voor de sierteelt en het toerisme. Het gemeentelijk beleid moet immers goed aansluiten bij waar ondernemers behoefte aan hebben én bij wat de hoogste klimaatwinst oplevert. Financieel: De kosten voor het maken van het beleid zijn van personele aard en opgenomen in voorliggende Programma Klimaat-voorstel. Het gaat dan om personele capaciteit, communicatie en een budget om financiële stimuleringsmaatregelen uit te denken zoals een eventuele korting op leges voor circulair ondernemen.

De uitvoeringskosten en opbrengsten van de omslag naar een circulaire economie komen vooral bij ondernemers terecht.

Wat wordt er gedaan bij het ambitieniveau Plus? 1) Circulair Centrum De milieustraat van de toekomst, ofwel Circulair Centrum, speelt een centrale rol in de circulaire economie. De focus van dit Circulair Centrum ligt op reparatie en hergebruik niet op weggooien. Het wordt een bruisende plek in de gemeente waar initiatieven, inwoners, circulaire ondernemers, onderwijs, kringloop en repair samenkomen. Het Circulair Centrum nodigt alle inwoners uit anders te denken over de waarde van producten en grondstoffen door middel van participatie. Het biedt hiervoor faciliteiten en workshops. Zo komt er onder meer een circulaire maakplaats die regulier circulair maakonderwijs aanbiedt aan leerlingen van de gemeente. In deze maakplaats kunnen ook inwoners (leren) klussen, meubels opknappen en reparaties uitvoeren. We zoeken hierbij ook de samenwerking met dagbesteding. Voor de materialen die toch weggegooid worden, zoeken we zo hoogwaardig mogelijke toepassingen. Zo zorgen we ervoor dat we zo min mogelijk grof restafval hoeven te verbranden en zoveel mogelijk materialen en grondstoffen beschikbaar houden voor onze lokale economie. 2) Landbouw Het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij, heeft als doelstelling om in 2030 koploper te zijn in kringlooplandbouw.

Het is een omschakeling waarin niet de druk op de kostprijs van producten leidend is, maar het streven naar voortdurende verlaging van het verbruik van grondstoffen en vermindering van de druk op de leefomgeving. De resultaten daarvan zijn een beter verdienvermogen voor boeren, tuinders en vissers, minder schadelijke emissies naar bodem, lucht en water en vergroting van de biodiversiteit. Kringlooplandbouw is produ-

de BUCH | Ambitiedocument | Circulaire economie

37

ceren met zo min mogelijk verlies aan grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur. Landbouw en sierteelt spelen een belangrijke rol in de economie van onze gemeenten. We produceren veel biomassa die verloren gaat, gebruiken veel stoffen die in de omgeving en het oppervlaktewater terecht komen en er is weinig plaats voor biodiversiteit. Als gemeente willen we onze boeren en telers faciliteren en de ruimte geven om de omschakeling naar kringlooplandbouw te maken, zodat toekomstbestendige verdienmodellen worden ontwikkelt. 3) Toerisme en recreatie De toerisme- en recreatiesector zorgt voor druk op het milieu. Het gaat dan bijvoorbeeld om de productie van afval, gebruik van water en energie, maar ook voedselverspilling. Daarnaast kopen hotels en restaurants veel consumptiegoederen, zoals meubilair, elektronica en textiel. De eerste stappen naar circulaire hotels en restaurants zijn in Nederland gezet en op verschillende plekken in het land wordt nagedacht over circulaire verdienmodellen. Hier sluiten we graag bij aan omdat toerisme een grote sector is binnen de BUCH-gemeenten. Samen met stakeholders brengen we kansen ik kaart voor circulaire verdienmodellen binnen de toerisme en recreatie sector, verzorgen masterclasses en faciliteren we samenwerking in de keten.

Zo kunnen hotels krachten bundelen bij circulair inkopen, meer streekproducten gebruiken of met lokale leveranciers kijken naar circulair bouwen of inrichten. Voor reststromen zoals afval van voedsel (organische rest­ stromen) zoeken we hoogwaardige toepassingen en we kijken hoe voedselverspilling verminderd kan worden. We zetten in op meer lokaal geproduceerd (plantaardig) voedsel. De gemeente onderzoekt en ontwikkelt stimuleringsmaatregelen zoals kortingen op de leges, innovatiesubsidies of prijzen voor koplopers.

38

de BUCH | Ambitiedocument | Circulaire economie

Vier manieren waarop de Circulaire Economie bijdraagt aan Energietransitie 1. Voor de bouw van zonnepanelen, elektrisch vervoer en windmolens zijn zeldzame aardmetalen nodig (uit China): circulaire economie vergroot de leveringszekerheid van deze grondstoffen 2. Voor het gebruik van secundaire grondstoffen is drie kwart minder energie nodig dan voor primaire 3. De Circulaire Economie richt zich op vermindering van energiegebruik in de gehele keten van een industrie of levenscyclus van een product. De huidige energietransitie is veel gericht op end-of-pipe maatregelen. 4. Wat doen we als producten als warmtepompen, accu’s en zonnepanelen aan de eind van hun levenscyclus zijn? Als nu al nagedacht wordt over een circulair ontwerp en businessmodel voor deze toepassingen, houden we deze schaarse grondstoffen in onze eigen handen en lokale economie.

Benodigde uitbreiding van capaciteit voor het basis niveau: Structureel 2021-2025: +0,7 fte: beleid circulaire economie, aanpak consumentengoederen en circulaire bedrijfsvoering Indicatie uitvoeringskosten projecten (incl. tijdelijke capaciteit) -> zie hoofdstuk 10

Klimaatadaptatie

Klimaatadaptatie

Welke doelen moeten we realiseren binnen deze pijler? In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is vastgesteld dat Nederland de ambitie heeft om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn en dit aan te pakken volgens de cyclische methode ‘weten - willen werken’. De gemeenten worden vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) geacht om in 2020 een klimaat-adaptatiestrategie en uitvoeringsagenda vast te stellen.

Strategie en uitvoeringsprogramma Openbare ruimte • Inbedding klimaatadaptatie in omgevingsplanologie Particulier terrein • Voorlichting en bewustwording Bedrijventerreinen (plus ambitie) Maatschappelijk vastgoed (plus ambitie) Particulier terrein (plus ambitie) • Maatregelenpakket

Weten: in samenwerking met de gemeenten uit regio Alkmaar en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wordt dit inhoudelijke traject doorlopen volgens het door de gemeenteraden vastgestelde plan van aanpak25. De kwetsbaarheden zijn in beeld gebracht (stresstesten). Willen: Uit de risicodialogen en inwonerspeilingen in 2020 volgen de regionale klimaatadaptatiestrategie en de belangrijkste ingrepen die binnen de BUCH gemeenten uitgevoerd moeten worden om schade zoveel mogelijk te voorkomen.

25

Plan van Aanpak Ruimtelijke Adaptatie Samenwerkingsverband Waterketen Noord-Kennemerland-Noord.

de BUCH | Ambitiedocument | Klimaatadaptatie

39

Werken: Om tot een uitvoeringsplan te komen worden ook de meekoppelkansen met andere ruimtelijke opgaven zoals de energietransitie en rioolvervangingen in beeld gebracht. De keuzes die passen bij het basis- en plusniveau worden in kwartaal 4 van 2020 aan de raden voorgelegd. Het is wel duidelijk dat klimaatadaptatie vraagt om een nieuwe manier van boven- en ondergrondse ruimteverdeling. Een klimaatbestendige omgeving is slim ingericht voor de afvoer van water, heeft een beperkte hoeveelheid verharding en meer groen, of waterpasserende verharding. Bomen hebben hierbij de voorkeur omdat ze ervoor zorgen dat water kan infiltreren en verdampen. Verdamping en schaduw helpen ook om hittestress tegen te gaan in hete zomers. Behalve via de uitvoeringsagenda vindt de uitvoering van klimaat­adaptieve maatregelen dagelijks plaats bij de afwegingen die collega’s van Ruimtelijke Ontwikkeling en Beheer Openbare Ruimte moeten maken. Is er een klimaatadaptief alternatief voorhanden dat past binnen de gestelde kaders van de projecten? Ook bij nieuwbouwprojecten door derden worden de klimaatadaptieve uitgangspunten uit het beleid meegegeven en worden de plannen getoetst (via de omgevingstafels). Een groot deel van het oppervlak binnen de bebouwde omgeving is in handen van particulieren. Voor het klimaatadapatief inrichten van onze buitenruimte hebben we ook de inwoners en ondernemers nodig.

Zij kunnen een bijdrage leveren aan het vertraagd afvoeren van regenwater door bijvoorbeeld de regenwaterpijp los te koppelen van het riool en tegels te vervangen door groen. Extra voorlichting is noodzakelijk om de bewustwording op dit vlak te vergroten. In 2019 en 2020 zijn speciale ‘wijksafari’s’ georganiseerd om de bewustwording onder inwoners te vergroten. De invulling van dit onderwerp kan voor 2021 worden vernieuwd.

40

de BUCH | Ambitiedocument | Klimaatadaptatie

Partijen als PWN, HHNK en de Provincie houden zich ook bezig met klimaatadaptatie. Er komen naar verwachting meer vragen vanuit die partijen naar voren waarin de gemeente ook een rol speelt in de oplossing of communicatie. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van de zwemwaterkwaliteit of beperken van droogte in de drinkwaterduinen. De opdrachten vanuit het Rijk, Provincie en BUCH-gemeenten zijn in bijlage II weergegeven.

Aan welke projecten werken we t/m 2025 op het basisambitieniveau? De uitvoeringsagenda en kosten zijn afhankelijk van de strategie die wordt vastgesteld en de invulling die gegeven wordt aan het woord ‘klimaatbestendig’ door de gemeenteraden. Op basis van de strategie en uitvoeringsagenda kunnen de kosten pas gedetailleerd in beeld worden gebracht. Om toch een grove indicatie te geven wordt uitgegaan dat de wijken die uit de stresstesten naar voren springen worden aangepakt. De kosten die gemaakt worden zitten in vooronderzoek, ontwerp, uitvoering en onderhoud. De opbrengsten zitten in het voorkomen van schade: Hierbij gaat het om (vooral) schade als gevolg van wateroverlast in woningen, straten, daling van arbeidsproductiviteit, toename van ziekenhuisopnames en sterfgevallen door hittestress en schade aan houten paalfunderingen en wegen door droogte. 1) Strategie en uitvoeringsagenda: Vanaf 2021 pakken we de eerste aandachtsgebieden aan uit de uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. Op basis van de stresstesten/kaarten met klimaatkwetsbaar­ heden is de inschatting dat er per gemeente een aantal wijken onacceptabele klimaatrisico’s kent. Hierover beslissen de

gemeenteraden in kwartaal 1 van 2021. De gebieden met onacceptabele risico’s moeten voor 2050 klimaatbestendig gemaakt worden. De kosten voor klimaatadaptatie zijn sterk afhankelijk van het meekoppelen met rioolvervanging of andere werkzaamheden waarbij de weg open gaat. De aan te pakken wijken zullen worden gerangschikt op prioriteit en op meekoppelkansen. Andersom kunnen wijken ook eerder klimaatbestendig gemaakt worden omdat de weg open moet om een andere reden. Voor deze kostenindicatie zijn de stresstestkaarten als leidraad gebruikt. De kosten zitten in onderzoek/ontwerp, aanleg en onderhoud. Bijvoorbeeld: • Berekenen van hoeveelheid benodigde waterberging in een wijk • Kiezen, dimensioneren en uitwerken technische details van maatregelen (bijvoorbeeld waterdoorlatende verharding, verlaagd groen met overstort) • Aanleg van de maatregelen • Periodiek onderhoud, zoals vegen met specifieke borstels Of: • Onderzoek waar risico’s op houtrot voorkomen • Ontwerp van infiltratiesysteem om water toe te voeren • Aanleg van het infiltratiesysteem • Periodieke reiniging Door SBRCURnet is onderzoek gedaan naar de kostenindicaties van klimaatmaatregelen in de stad: Uitgaande van een jaren ’50 straat en ervan uitgaande dat een straat gelijktijdig met rioolvervanging klimaatbestendig wordt gemaakt, zijn de aanlegkosten 5,5% hoger ten opzichte van traditionele rioolvervanging.

De beheerkosten zijn 109% hoger ten opzichte van een weg met traditioneel riool.26

In het hoofdstuk financiën staat een grove indicatie van de uitvoeringskosten van het klimaatadaptatiebeleid. De kosten zijn per 110 meter woonstraat. Ervan uitgaande dat een aandachtsgebied/wijk uit circa 20 van dergelijke straten bestaat in de periode 2021-2025. Aandachtspunten: • Met de Waterketen Regio Alkmaar wordt onderzoek gedaan naar risicogestuurd rioolbeheer. De besparingen die dit mogelijk oplevert kunnen voor gedeeltelijke dekking zorgen van klimaatadaptieve maatregelen (zie: Collegeadvies ‘samenwerking in de Waterketen, 2021 en verder’, september 2020 en het bijbehorende ‘Convenant 2021-2030 samenwerking waterketen regio Alkmaar’). Een deel van de dekking komt daarmee uit het rioolfonds. • Wegen die om een andere reden open gaan moeten uit kostenafweging ook direct klimaatbestendig gemaakt worden (de weg later nogmaals openbreken is extreem veel duurder). Hierdoor liggen de kosten mogelijk hoger dan hierboven aangegeven. • Bovenstaande bedragen gaan voornamelijk over waterrobuust maken. Dit kunnen technische maatregelen zijn, of de aanleg van extra bomen. Extra bomen planten en beheren om hittestress te beperken (en wateroverlast te beperken) zijn wel wenselijk. Daarnaast zijn ze onderdeel van de het Klimaatakkoord. Daar staat in dat gemeenten per jaar 1% bomen per jaar moeten bijplanten en beheren.

• Er is de komende 3 jaar vanuit de Provincie Noord-Holland subsidie beschikbaar voor de aanleg van klimaatbestendige maatregelen, in wijken die uit de stresstesten naar voren komen. Mogelijk verlagen we hiermee de aanlegkosten.

26

Kostenindicaties van klimaatmaatregelen in de stad, SBRCURnet, juli 2014

de BUCH | Ambitiedocument | Klimaatadaptatie

41

Wat wordt er gedaan bij het ambitieniveau Plus? 2) Openbare ruimte: De stresstest en uitvoeringsagenda met regio Alkmaar actualiseren we in 2025. Daarnaast ontwikkelen we beleid voor het borgen van klimaatadaptatie in nieuwbouw- en renovatieprojecten. Hierin zorgen we dat klimaatadaptatie- en groenbeleid goed op elkaar aansluiten en dat het beleid landt in de Omgevingsvisie en -plannen. Het is noodzakelijk dat klimaatadaptatie direct goed is ingebed in de omgevingsplanologie zodat kostbare aanpassingen in de toekomst vermeden kunnen worden. Voor het actualiseren van uitvoeringsagenda en het inbedden in de organisatie/planologie is naar schatting BUCH-breed €20.000 per jaar nodig van 2021-2025. Bij nieuwbouw dient ook rekening gehouden te worden met een klimaatbestendige inrichting. De kosten hiervoor (bouwrijpmaken, inrichting) hoeven niet bij de gemeente te liggen. De extra beheerkosten (zie project 1) komen wel terug bij de gemeente. Hier dient rekening mee gehouden te worden in de beheerskosten (groen, weg, riool). 3) Tenslotte doen we mee met de campagnes op social media van HHNK voor het vergroenen van tuinen van particulieren. Hiervoor is enkel personele capaciteit nodig.

Benodigde uitbreiding van capaciteit: Structureel 2021-2025: +0,8: deltaplan (hitte, droogte, wateroverlast) en omgevingsplanologie Indicatie uitvoeringskosten projecten (incl. tijdelijke capaciteit) -> zie hoofdstuk 10

42

de BUCH | Ambitiedocument | Klimaatadaptatie

Wat wordt er gedaan bij het ambitieniveau Plus? 1. Bedrijventerreinen stimuleren om klimaatbestendig in te richten. Voor het opzetten en vormgeven van dit traject is advies benodigd. Indicatief is €2500 per gemeente per jaar. 2. Voor het klimaatadaptief maken van particuliere terreinen kunnen gemeenten kiezen voor een maatregelenpakket klimaatadaptieve tuinen. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor bekostigen van afkoppelen van tuinen, of subsidie toe te kennen per m2 verhard oppervlak dat wordt afgekoppeld. Ook een tuinstenen ophaalservice is mogelijk. Er zijn veel mogelijkheden met sterk uiteenlopende kostenplaatjes (€2000 tot €20.000 per gemeente per jaar). Ervaring leert dat een subsidieregeling een eenvoudige regeling moet zijn en dat subsidieregelingen veel capaciteit vragen. 3. Maatschappelijk vastgoed klimaatadaptief maken als voorbeeld naar inwoners Mogelijkheden: • Rondom maatschappelijk vastgoed zorgen voor een verbeterde (zichtbare/oppervlakkige) waterafvoer. • Vergroenen/verkoelen van versteende omgeving rondom maatschappelijk vastgoed. • Afkoppelen van de daken. Dit zijn maatwerkprojecten die zo niet op kosten gezet kunnen worden.

Duurzame bedrijfsvoering

Duurzame bedrijfsvoering

Welke doelen moeten we realiseren binnen deze pijler? Een duurzame bedrijfsvoering is van belang om als BUCH-­ gemeenten zelf ook bij te dragen aan een schonere en meer toekomstbestendige wereld. Ook willen de BUCH-­ gemeenten hiermee het goede voorbeeld geven om iedereen die in de gemeenten woont, werkt of bezoekt daarmee te inspireren.

Co2 reductie • Verduurzaming vastgoed • Verduurzaming wagenpark • Co2 prestatieladder niveau 3 certificering Maatschappelijk Verantwoord inkopen • Implementatie circulaire inkoop en opdrachtgeverschap Duurzaamheids-bewustwording • Verduurzamen mobiliteit medewerker • Duurzaamheid in alle facetten van het werk ingebed

Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) is de manier waarop gemeenten duurzaPrimair en voortgezet Onderwijs me impact kunnen maken. (plus ambitie) Denk bijvoorbeeld aan de • Gemeentelijk vastgoed verduurza­ verwerking van afval in de men bovenwettelijk • CO2 prestatieladder niveaus 4 en 5 gemeenten en de straten die certificering we laten aanleggen. Maar ook onze koffiebekers, ICT, verduurzamen wagenpark en de gebouwen. Binnen dit project werken we aan goed opdrachtgeverschap het maken van keuzes die bijdragen aan onze circulaire ambities. Voor kennisopbouw en borging is veel capaciteit nodig. Daarnaast is de Grond- Weg- en Waterbouw (GWW) verantwoordelijk voor ongeveer 20% van de totale uitgaven van de 4 gemeenten gecombineerd. De impact en omvang is dus substantieel. Sinds 2008 zijn er verschillende initiatieven geweest: 100% duurzaam inkopen op basis van criteria, het manifest MVI, de MRA met Circulair inkopen,

de BUCH | Ambitiedocument | Duurzame bedrijfsvoering

43

Green Deal Duurzame GWW, Leernetwerk GWW, Green deal circulair inkopen, Buyersgroups GWW en Bouwmaterialen van PIANOo. Allemaal initiatieven die leunen op het enthousiasme van het individu. Wanneer er structurele verandering nodig is, is daar structurele inzet voor nodig. De markt blijft ontwikkelen, en binnen de organisatie is een vertaalslag nodig om van beleidsdoelstellingen naar concrete projecten te komen. Dit proces is politiek gevoelig en rust niet alleen op de aanbesteding maar op de gehele organisatie. Van politieke ambitie tot samenwerking met de markt tot de uitvoering en onderhoud. De opdrachten vanuit het Rijk, provincie en BUCH-gemeenten zijn in bijlage II weergegeven.

Wat wordt er gedaan bij het ambitieniveau Plus? Gemeentelijk vastgoed verduurzamen bovenwettelijk, het gaat dan bijvoorbeeld om het invoeren van een materialenpaspoort. Dit betekent dat de materialen die gebruikt zijn in gebouwen geregistreerd worden in een digitaal systeem. Bij de sloop van een verouderd gebouw kunnen de herbruikbare materialen opnieuw toegepast worden in een nieuw gebouw. Hierdoor worden aardmetalen gespaard en CO2-uitstoot vermeden. CO2-prestatieladder-certificering niveaus 4 en 5. Dit houdt in dat er actiever wordt gestuurd op een bredere aanpak van innovatieve projecten. Hierin wordt meer samenwerking aangegaan.

Aan welke projecten werken we t/m 2025 in de basisambitie? Het eerste project is de certificering CO2 prestatieladder naar niveau 3. We doorlopen vijf stappen om uiteindelijk gecertificeerd te worden: 1) CO2 footprint van de bedrijfsvoering maken, 2) Focus werkorganisatie en BUCH gemeenten bepalen op basis van de footprint, 3) Doelen en reductiemaatregelen bepalen om tot 49% CO2 reductie te komen in 2030 en tot (bijna) klimaatneutraal te komen in 2050, 4) Verbinden met andere projecten en organisaties en 5) Na de certificering deze in stand houden door het uitwerken en waarmaken van de ambities. 44

de BUCH | Ambitiedocument | Duurzame bedrijfsvoering

Het tweede project is gericht op het creëren van bewustwording in de BUCH-werkorganisatie. Het derde en laatste project in het basisambitieniveau is gericht op het formuleren van ambities voor MVI bijvoorbeeld voor het gemeentelijk wagenpark, de gemeentelijke gebouwen en complexen en de interne afvalinzameling en -scheiding. Dit doen we door een inkoopbeleid (2020-2021) te ontwikkelen. We zetten in op circulaire producten en ketens, social return en lokale werkgelegenheid. We zetten in op een toekomstbestendige lokale economie, hergebruik van lokale grondstoffen en werkgelegenheid. Dit doen we door ons primair te richten op de Grond-, Weg- en Waterbouwsector (GWW) omdat we hier als gemeente het meeste impact kunnen maken. Daarnaast zetten we in op de interne bedrijfsvoering omdat de gemeenten hiermee het goede voorbeeld geven. Als overheden moeten we zelf het goede voorbeeld geven voordat we iets kunnen vragen aan inwoners en ondernemers op dit gebied. Financieel: Een voorbeeld is het onderwerp ‘Circulaire economie’ passen we steeds meer beton met een cementvervanger toe. Hieronder een grove inschatting van de kosten die gemaakt worden ten opzichte van traditionele betonmaterialen. • Het nieuwe beton is ca. 30% duurder in leverantie. • De totale projectkosten zijn ca. 4% hoger.

De verwachting is dat het verschil in kosten kleiner wordt omdat het aanbod groter gaat worden en de kosten van primaire grondstoffen zoals grind en cement stijgen.

Benodigde uitbreiding van capaciteit voor het basisambitie niveau: Structureel 2021-2025: Duurzame bedrijfsvoering +0,8: maatschappelijk verantwoord inkopen en aanbesteden (MVI) Indicatie uitvoeringskosten projecten (incl. tijdelijke capaciteit) -> zie hoofdstuk 10

7. Organisatie Wat houdt de filosofie van het programmatische werken in? Hoe is het programma georganiseerd?

We werken programmatisch omdat een gezond klimaat een groot maatschappelijk thema is waarvoor een duidelijke verandering in de maatschappij en in de organisatie nodig is. Deze transitie zal enkele tientallen jaren in beslag nemen en bevindt zich nu in de opstartfase. We ontwikkelen meer doelgerichtheid, creëren meer overzicht en houvast. De rolverdeling wordt duidelijker, we faciliteren de samenwerking, ondersteunen de besluitvorming en stimuleren het eigenaarschap. Dat is heel wat waard. Daarnaast is het een wens van de BUCH-werkorganisatie om meer thematisch te werken. We werken ook programmatisch om niet te verdrinken in de veelheid van activiteiten, rollen en relaties. De programma­ manager helpt om te kiezen voor een systematische manier van werken en ook te kiezen om bepaalde zaken nu niet te doen.

de BUCH | Ambitiedocument | Organisatie

45

Stuurgroep Klimaat

Het bestaansrecht van een programma Klimaat schuilt in de visie en de doelen die ermee nagestreefd worden. De doelen worden sneller zichtbaar en zijn tastbaar door programmatisch te werken. Vanuit de visie zoals in hoofdstuk 3 beschreven werken we zoveel mogelijk integraal voor de BUCH-gemeenten. Dit doen we omdat we daardoor het meest effectief de doelstellingen kunnen bereiken. We werken in een multidisciplinair team samen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inhoudelijke aansluiting tussen aardgasvrije wijken en klimaatadaptatie of tussen duurzame bedrijfsvoering en circulaire economie. Maar ook om de aansluiting tussen inhoudelijke pijlers en de participatiestrategie (gebiedsregie), omgevingsvisies en relatiebeheer met stakeholders.

Kenmerken van een programma: Tijdelijk, uniek, complex, samenhangend, verandering, begrensd, doelgericht. De organisatie van het programma is als volgt opgebouwd:

Interne bedrijfsvoering

Bestuurlijk opdrachtgevers

Bestuurlijk opdrachtgevers

Wethouders duurzaamheid BUCH

Algemeen directeur

Ambtelijk opdrachtgever programma

Ambtelijk opdrachtgever

Domeinmanager RO

Domeinmanager BOR

Ambtelijk opdrachtnemer programma

Ambtelijk opdrachtnemer

Programmaleider Klimaat

Programmamanager duurzame bedrijfsvoering

Ambtelijk opdrachtgevers projecten

De opgave voor het programma Klimaat is het vinden van een goede balans tussen een analyse en beleid op voorhand enerzijds en ruimte om tussentijds aan te passen, bij te stellen en verder te concretiseren anderzijds. Het realiseren van de doelen hangt in sterke mate af van het gedrag van mensen en hun bereidheid en vermogen het anders te gaan doen dan voorheen. Veel aandacht van de programmamanager en zijn team gaat dan ook uit naar het eigenaarschap en de bezieling bij de betrokkenen. Bijvoorbeeld bij managers van afdelingen om hun afdelingen anders te gaan sturen dan voorheen en eigenaarschap te nemen voor bepaalde baten.

Klimaat

Teamleiders van relevante beleidsmedewerkers

MT Klimaat

Programmateam Klimaat

Communicatie Gebiedsregisseurs

Programma sporen

Programma breed

Energietransitie

Circulaire economie

Duurzame mobiliteit

Benodigde uitbreiding van capaciteit: Structureel 2021-2025: Programma management +0,8 fte: bestuurlijke visie, inbedding klimaat in organisatie (sociaal domein, omgevingsplanologie, vergunningen, beheer/handhaving), monitoring en Algemene taken klimaatakkoord (bijlage II ambitiedocument). Indicatie uitvoeringskosten projecten (incl. tijdelijke capaciteit) -> zie hoofdstuk 10

46

de BUCH | Ambitiedocument | Organisatie

Klimaat adaptie

Duurzame bedrijfsvoering

8. Peiling Wat vinden de inwoners en stakeholders van de klimaat visie?

Op verzoek van de gemeenteraden tijdens de behandeling van het concept ambitiedocument programma klimaat is gevraagd om de mening van inwoners, ondernemers en stakeholders mee te nemen. Met een korte enquête (flitspeiling) is een eerste indruk verkregen van hoe er over de visie op klimaat gedacht wordt in de gemeente. Gemiddeld hebben er 90 mensen per gemeente gereageerd. De uitkomst geeft een indicatie in hoeverre inwoners en stakeholders op de lijn zitten van de rijksopdrachten op het gebied van klimaat of dat er nog een grote afstand te overbruggen is. De reacties zijn ook waardevol gebleken om de uitvoeringsplannen straks op aan te passen en zijn van belang om te gebruiken bij het uitvoeren van de communicatie- en participatiestrategie.

de BUCH | Ambitiedocument | Peiling

47

De enquête

De ‘haalbaarheid en betaalbaarheid’ wordt in Bergen, Uitgeest en Heiloo het belangrijkste uitgangspunt gevonden. In Castricum is het uitgangspunt ‘versnellen en actief bijsturen’ het belangrijkst.

Door het korte tijdsbestek en Covid -19 is gekozen voor een ‘info-enquête’ om de kans op respons te vergroten. Een info-­ enquête biedt de mogelijkheid om zonder het programma­ document klimaat te lezen, toch een mening te geven over het onderwerp klimaat in de eigen gemeente. Er is een versie voor inwoners en een versie voor stakeholders ontwikkeld. De vragenlijsten en de (anonieme) antwoorden van inwoners en stakeholders kunt u bij de griffie opvragen.

Samenvatting resultaten inwonerspeiling Informatie over de respondenten: # respondenten Bergen

85

Uitgeest

60

Castricum

91

Heiloo

Grootste leeftijdscategorie 18-30 jaar 2% 30-50 jaar 30% 50-70 jaar 40% 70+ jaar 28% 18-30 jaar 12% 30-50 jaar 22% 50-70 jaar 58% 70 jaar+ 8% 18-30 jaar 3% 30-50 jaar 52% 50-70 jaar 30% 70+ jaar 15% 18-30 jaar 10% 30-50 jaar 31% 50-70 jaar 43% 70+ jaar 16%

91

Dorpskern

48

Bergen Uitgeest

24% 19%

18% 39%

21% 16%

23% 14%

DZM bedrijfs­ voering 14% 12%

Castricum Heiloo

25% 33%

33% 27%

21% 18%

10% 16%

11% 6%

Bergen Uitgeest

24% 25%

16% 10%

33% 44%

Faciliteren / Stimuleren lokale initiatieven 27% 21%

Castricum Heiloo

25% 24%

28% 21%

24% 32%

23% 23%

Circulaire Econ.

DZM mobiliteit

Op welk thema zien de respondenten voor zichzelf een rol?

100% Heiloo

Haalbaarheid / Betaalbaarheid

Klimaat­ adaptatie

Respondenten uit Castricum en Uitgeest vinden dat de gemeente vooral op klimaatadaptatie moet inzetten. Respondenten uit Heiloo en Bergen zien een belangrijkere rol voor de gemeente in de energietransitie. Wat opvalt is dat Duurzame bedrijfsvoering niet duidelijk naar voren komt in de enquête terwijl de gemeente hier wel direct invloed op heeft en het goede voorbeeld mee kan geven.

Castricum 48%, Bakkum 25%, Akersloot 17%, Limmen 9% en De Woude 1%.

Versnellen / actief bijsturen

de BUCH | Ambitiedocument | Peiling

Energie­ transitie

Bergen 29%, Egmond aan Zee 18%, Schoorl 16%, Groet 12% (overige uit andere kernen). Uitgeest 97%, Limmerkoog 3%

Op de vraag welke uitgangspunten uit de visie belangrijk worden gevonden was dit het beeld: Draagvlak

Waar vinden de respondenten dat de gemeente op moet inzetten?

Energie­ transitie

Klimaat­ adaptatie

Circulaire Econ.

DZM mobiliteit

Bergen Uitgeest

28% 25%

18% 20%

31% 30%

23% 25%

DZM bedrijfs­ voering 14% 12%

Castricum Heiloo

30% 35%

14% 20%

32% 25%

24% 20%

11% 6%

In de gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo zien inwoners de belangrijkste rol voor zichzelf in de circulaire economie. In Heiloo is het rolbesef het grootst voor de energietransitie.

Gemeente Bergen Uitgeest

Wat is het gewenste ambitieniveau voor de gemeente? Bergen Uitgeest

33% 53%

Basisambitie 51% 22%

Plusambitie

Anders (meer, minder) 16% 25%

Castricum Heiloo

20% 37%

63% 57%

16% 6%

Castricum Heiloo

Relevante stakeholder KennemerWonen, PWN, Coöperatie Bergen Energie (BE) KennemerWonen, DUEC, PWN, Dorpsraad Uitgeest (DU), St. BOB en Impact, Burgerbelangen Omgevingskwaliteit BUCH regio KennemerWonen, PWN, Dorpsraad Akersloot KennemerWonen, PWN, Winkeliersvereniging Het Hoekstuk, Fietsersbond Heiloo, St. BOB en IMpact

Op welk thema moet de gemeente voornamelijk inzetten (Twee antwoorden mogelijk)

De resultaten laten zien dat een plusambitie gewenst is in Bergen, Castricum en Heiloo. In Uitgeest wordt de voorkeur gegeven aan de basisambitie.

Energie­ transitie

Samenvatting van de reacties op de open vragen:

Stakeholders Kennemer­ Wonen,

Bergen 22

Uitgeest 16

Castricum Heiloo 12 12

Totaal 62

8

4

19

8

39

3. Niet eens met beleid/ 10 onduidelijk beleid gemeente 4. Behoefte aan versnelling 9 5. Zorgen over klimaat en 9 opwarming aarde

3

12

9

34

BE,

0 3

10 8

8 4

27 24

St. BOB/ Impact

1. Zorgen om financiële haalbaarheid 2. Behoefte aan draagvlak

De top 5 van meest genoemde zaken op de vraag waar inwoners zich zorgen over maken.

Resultaten stakeholderspeiling Er zijn 40 stakeholders benaderd, hiervan hebben er 11 gereageerd op de enquête. De reacties op belangrijkste vragen worden hier weergegeven.

DUEC, PWN,

Klimaat­ adaptatie PWN, Hoekstuk Heiloo,

Circulaire Econ. Dorpsraad Akersloot

DZM mobiliteit BE, Fietsersbond Heiloo

DZM bedrijfs­ voering Kennemer­ Wonen, Dorpsraad Uitgeest

Dorpsraad Uitgeest, St. BOB/ Impact, Fietsersbond Heiloo, Dorpsraad Akersloot

De fietsersbond Heiloo geeft aan dat de gemeente op al deze klimaat gerelateerde thema’s moet inzetten, maar de inspanning afhangt van de te behalen ambitie of doelen. Er kan geen competitie zijn, maar e.e.a. moet samen plaatsvinden.

In onderstaand overzicht is per gemeente weergegeven welke partijen relevant zijn en gereageerd hebben.

de BUCH | Ambitiedocument | Peiling

49

Uitgangspunten die stakeholders belangrijk vinden (meerdere antwoorden mogelijk) Draagvlak

Stakeholders Fietsersbond Heiloo,

Versnellen / actief bijsturen

Haalbaarheid / Betaalbaarheid

BE,

BE,

DU,

St. BOB en Impact,

BE,

PWN,

Hoekstuk Heiloo,

Hoekstuk Heiloo,

DU,

Kennemerwonen

Dorpsraad Akersloot,

PWN,

Faciliteren / Stimuleren lokale initiatieven Fietsersbond Heiloo,

DUEC, St. BOB, DUEC,

Dorpsraad Akersloot

KennemerWonen

DUEC

Het belangrijkste uitgangspunt in de visie is ‘Faciliteren en stimuleren lokale initiatieven’ (6 stakeholders). De andere drie uitgangspunten worden gemiddeld bijna net zo belangrijk gevonden. Voorkeur voor ambitieniveau van de gemeente Plus ambitie Stakeholders Fietsersbond Heiloo,

Basis ambitie Dorpsraad Akersloot,

Bergen Energie,

St. BOB Uitgeest,

Dorpsraad Uitgeest,

St. BOB en Impact,

PWN,

Hoekstuk Heiloo

Anders… -

KennemerWonen, DUEC Zes van de elf stakeholders wil dat de BUCH gemeenten kiezen voor het

hoogste ambitieniveau, dat mag van hen best wat meer kosten.

50

de BUCH | Ambitiedocument | Peiling

Bij de open vraag wordt door de respondentenaandacht aandacht gevraagd voor: de betaalbaarheid, het tijdsbestek om de doelstellingen te realiseren, de belangrijke rol voor energiecoöperaties en acties van kleinschalige aard, de coördinatie van de ondergrondse infrastructuur, sturen op resultaat, versnippering van plannen op rijks- provinciaal en gemeentelijk niveau, meer sturing op vermindering van vliegtuigen.

9. Communicatie en Participatie strategie

‘Integraal werken’, ‘het faciliteren en stimuleren van initiatieven’ en ‘het werken aan draagvlak’ zijn drie van de vijf bestuurlijke waarden waarbij structurele inzet van communicatie- en participatie-expertise een belangrijk verschil kan maken. Deze vakgebieden dragen daarmee bij aan het behalen van de doelstellingen van het programma Klimaat. Professionele aandacht voor communicatie en participatie zorgt voor samenhang en een eenduidige boodschap naar alle betrokken partijen in de processen van de deelprojecten. Door bewoners en bedrijven actief te benaderen en te informeren over mogelijkheden (bijeenkomsten, energieloket of online-informatievoorzieningen) zorgt de gemeente ervoor dat de stap naar verduurzaming makkelijker wordt. Inwoners, ondernemers en lokale energiecoöperaties moeten het gevoel hebben bij de BUCH-gemeenten terecht te kunnen met duurzame initiatieven. de BUCH | Ambitiedocument | Communicatie en Participatie strategie

51

De communicatiestrategie past binnen kaders van het participatiebeleid omgevingswet. Daarnaast ligt de focus op de middengroep van de samenleving (de grootste groep inwoners die relatief neutraal tegen het onderwerp klimaat aankijkt) en de jeugd.

Strategische uitgangspunten communicatie en participatie Klimaat Strategische keuzes in de manier waarop we als BUCH-werk­ organisatie met onze stakeholders communiceren en participeren staan genoemd in de concerndoelen ‘top dienstverlener’, ‘van buiten naar binnen’ en de aanbevelingen uit het ‘HVR adviesrapport afdeling communicatie’ (maart 2019). Hieronder volgen vijf uitgangspunten die een belangrijke rol spelen bij het programma Klimaat. Samen vormen ze het strategisch frame op hoofdlijnen voor het programma Klimaat. De uitwerking vindt plaats in de communicatieparagraaf in afzonderlijke projectplannen.

1. Dichtbij de klant en innovatief Door informatie gestructureerd, tijdig en op de juiste manier te delen proberen we contact en verbinding met onze stakeholders te maken. Voor de afdeling Communicatie betekent dit structuur aanbrengen in de manier van communiceren. Waarbij we gebruikmaken van de communicatiemiddelen en -kanalen waar onze stakeholders behoefte aan hebben of te vinden zijn. We sluiten hierbij aan bij de trend van ‘verbeelden en beleven’, waarbij steeds meer via beelden (foto, video, infographics etc.) wordt gecommuniceerd.

2. Van Buiten naar Binnen werken Steeds meer verandert de manier van besturen van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie. De Omgevingswet past goed in de huidige tijd, waarin gezocht wordt naar een andere manier van samenwerken tussen initiatiefnemer en overheid. Ook het klimaatprogramma kan en moet daar haar voordeel mee doen in haar

52

de BUCH | Ambitiedocument | Communicatie en Participatie strategie

manier van communiceren en het ophalen van informatie bij onze inwoners. Om daadwerkelijk verbinding te kunnen maken, is de organisatie zich goed bewust van wat er in de omgeving speelt. We werken ‘van buiten naar binnen’: We stellen ons actief op de hoogte van wat er leeft onder onze inwoners en ondernemers en sluiten aan op lopende initiatieven. We streven naar dialoog en stellen ons faciliterend / stimulerend op. Hierbij kiezen we steeds vaker voor communicatie- en participatievormen die de interactie versterken, zoals inwonerspanels, (digitale) peilingen op social media en enquêtes, meetekengroepen en werksessies.

3. Couleur locale en maatwerk Intern maken we verbinding als BUCH, extern maken we verbinding als individuele gemeenten. Mensen wonen en/ of werken namelijk niet in de BUCH, maar in Bergen, Uitgeest, Castricum of Heiloo. Dit blijkt ook uit de verschillen tussen gemeenten in de resultaten van de enquête over het klimaat programma. In onze externe communicatie en in de manier waarop we participatie insteken houden we zoveel mogelijk rekening met deze ‘couleur locale’. We maken daarnaast gebruik van leefstijlenonderzoek om onze communicatie en participatie zo goed mogelijk af te stemmen op de motivatie van de verschillende doelgroepen. De gebiedsregisseurs zijn nadrukkelijk aangehaakt binnen het programma Klimaat en het ontwikkelen van communicatie- en participatieplannen.

Benodigde uitbreiding van capaciteit: Structureel 2021-2025: Communicatie en participatie + 1 fte: informatieverstrekking via social media, website, peilingen, participatie bijeenkomsten organiseren voor alle vijf de pijlers. Indicatie uitvoeringskosten projecten (incl. tijdelijke capaciteit) -> zie hoofdstuk 10

10. Impact en financieel Welke financiële dekking is er om dit programma uit te kunnen voeren?

Hoe kunnen de ambities en opdrachten waargemaakt worden? Om de doelen van het Programma Klimaat te realiseren is extra inspanning nodig vanuit de BUCH-werkorganisatie, de stakeholders, ondernemers en inwoners in onze vier gemeenten. In de impactanalyse heeft de werkorganisatie BUCH in kaart gebracht wat de impact is van de landelijke, regionale en gemeentelijke klimaatdoelstellingen. Welke capaciteit en middelen zijn benodigd om tot uitvoering te komen? De impactanalyse gaat in op twee niveaus: het basisniveau waarbij de vier verschillende gemeenten de verplichte doelstellingen realiseren (zie bijlage II) en het plus­ niveau waarbij de gemeenten extra ambitieuze doelen realiseren zoals bijvoorbeeld het realiseren van een ‘circulair centrum’.

de BUCH | Ambitiedocument | Impact en financieel

53

Groei en slimme inzet capaciteit Per pijler is bepaald welke projecten leiden tot het bereiken van de visie en de doelstellingen, passend bij de visie van de BUCH gemeenten. Om de doelstellingen van het basis ambitieniveau te behalen is een uitbreiding van de capaciteit noodzakelijk. De gemeentelijke rol is bij de meeste projecten het faciliteren en soms regisseren van de opgave. Het gaat dan bijvoorbeeld om de RES, Aardgasvrije wijken en de circulaire economie. Dit betekent dat er voornamelijk capaciteit nodig is en dat uitvoeringslasten bij andere partijen komen te liggen. Deze toename in capaciteit gaan we opbouwen over de jaren van de begrotingsperiode 2021-2025 omdat de huidige economische onzekerheid daarom vraagt en niet alle projecten tegelijk van start gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=2a2e3496-fd1c-4585-94e6-22e99b74eb9d