CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzennota bestemmingsplan Schinkelkwadrant-Noord

Raadsvergadering . (video) 30 oktober 2024, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Schinkelkwadrant-Noord'16.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ZIENSWIJZENNOTA BESTEMMINGSPLAN SCHINKELKWADRANT-NOORD 1. Inleiding Met ingang van 22 december 2023 heeft het ontwerp bestemmingsplan ‘Schinkelkwadrant-Noord’ (verder: ‘het ontwerpplan’) gedurende een periode van zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. In deze periode zijn diverse zienswijzen ingediend, te weten negentien van omwonenden en één van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Een bewoner van de Geerstraat heeft de eerder door hem ingediende zienswijze bij brief van 14 mei 2024 ingetrokken, waardoor het aantal zienswijzen van omwonenden uitkomt op achttien. De omwonenden zijn allemaal woonachtig in de directe omgeving van het plangebied, te weten het appartementencomplex ‘De Veste’ (verder: ‘De Veste’). Al deze omwonenden hebben een nagenoeg gelijkluidende zienswijze ingediend. Bij de beantwoording van de zienswijzen zal derhalve één zienswijze als uitgangspunt worden genomen. Dit betreft de zienswijze van reclamant 1.1 Bij de beantwoording van de overige zienswijzen zal, voor zover deze inhoudelijk gelijkluidend zijn, naar deze beantwoording worden verwezen. Daar waar vervolgens nog andere onderdelen in zienswijzen staan, zullen deze separaat worden beantwoord.

Alhoewel alle omwonenden, zoals hiervoor aangegeven in de directe omgeving van het plangebied wonen, ervaren zij, naar de mening van de gemeente Heerlen (verder: ‘de gemeente’)2 niet in dezelfde mate de gevolgen van de planologische wijziging. Reden waarom op onderstaande plattegrond met kleuren dit verschil is aangegeven. Hierna zal bij de beantwoording meer expliciet op deze verschillen worden ingegaan. In algemene zin kan over Overzichtskaart De Veste wel al het volgende worden opgemerkt. De reclamanten die in het blauw omkaderde gedeelte van De Veste I en II wonen, hebben allen geen zicht op het plangebied.3 Immers, deze appartementen zijn qua ligging georiënteerd op de Geerstraat/Stationstraat. De reclamanten die in het paars omkaderde gedeelte van De Veste II wonen, blijven – in geval van een maximale planologische benutting van de bouwmogelijkheden tegenover hun appartementen – in een vergelijkbare positie. In geval het beoogde plan wordt gerealiseerd, kijken zij uit over een groen middengebied. De reclamanten in het groen omkaderde gedeelte van De Veste I, wonen – in vergelijking tot de bewoners in het paarse gedeelte – op grotere (nagenoeg dubbele) afstand van het plangebied.

1

Ongeacht of de zienswijze door één of meerdere personen is ondertekend, wordt de term reclamant enkelvoudig gehanteerd. 2 Reclamanten spreken in de ingediende zienswijzen van ‘de gemeente’. Deze terminologie zal in deze nota van beantwoording worden aangehouden. Deze nota van beantwoording zal door het college van burgemeester en wethouders, in het kader van de besluitvorming omtrent dit bestemmingsplan, worden voorgelegd aan de gemeenteraad. 3 Hierop is één uitzondering, de bewoner van de vijfde verdieping van De Veste I (in blauw omkaderde deel) heeft vanuit één zijraam voor een klein gedeelte zicht op het plangebied.

1

Overzichtskaart De Veste

Algemene toelichting op het bestemmingsplan. De ontwikkeling van het Schinkelkwadrant-Noord is geen op zichzelf staande ontwikkeling maar vormt onderdeel van een grote en integrale transformatie van het centrum van Heerlen. Deze transformatie richt zich onder andere op het versterken van het woon- en leefklimaat in de binnenstad, het rigoureus vergroenen van de openbare ruimte, het amoveren van ongewenste functies, het tegengaan van leegstand, het toevoegen van woningen gericht op het ontwikkelen van een kwalitatieve woningmix en een toename van het aantal binnenstadbewoners. Specifiek voor de ontwikkeling van het Schinkelkwartier liggen hier kansen voor het versterken van het kernwinkelgebied (de afronding van een logische winkelrouting), het versterken van de levendigheid en het realiseren van meer (stads)woningen. Overtollige vierkante meters kantoorruimte, die reeds vele jaren leegstaan, worden gesloopt en een vrijwel volledig verhard/bebouwd terrein wordt omgevormd naar een aantrekkelijk woonmilieu met meer ruimte voor groen. De basis voor de ontwikkeling van het Schinkelkwadrant-Noord ligt deels in het Contourenplan ‘Central Park Heerlen’. Ofschoon het bestemmingsplan ook andere ruimtelijke invullingen op het gebied van wonen mogelijk maakt, is in het Contourenplan (2017) al een voorkeursvariant uitgewerkt.

Op deze, in stedenbouwkundig opzicht kenmerkende hoofdstructuur, is met het thans beoogde plan, dat bestaat uit een aan de bestaande Geerflat evenwijdig lopend bouwvolume en een haaks hierop lopende bouwvolume langs de Schinkelstraat, voortgeborduurd. Specifiek voor wat betreft de bouwhoogte van het complex evenwijdig aan de Geerflat geldt dat deze is afgestemd op de bouwhoogte van de Geerflat.

2

2. De beantwoording van de zienswijze van reclamant 1, wonende in de Veste I, groen omkaderde deel, op de eerste verdieping4 De gemeente volgt bij de beantwoording van de zienswijze de nummering, benaming en de volgorde zoals aangeduid door reclamant 1. Wordt in de zienswijzen van andere reclamanten hiervan afgeweken dan wel een ander of aanvullend onderwerp aangehaald, dan zal bij de beantwoording van die zienswijze daarop worden ingegaan. Is de zienswijze (nagenoeg) gelijkluidend aan de zienswijze van reclamant 1, dan zal naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 1 worden verwezen. Zoals reeds aangegeven, maakt onderhavig bestemmingsplan, naast het beoogde plan, ook andere ruimtelijke invullingen op het gebied van wonen mogelijk. De zienswijze van reclamant 1 (en ook van de andere reclamanten) is echter specifiek gericht tegen de beoogde planuitwerking, ook wel het beoogde plan genoemd. De beantwoording van de zienswijzen is aldus ook daarop toegespitst. 1.

Bezwaar tegen bouwhoogte van 28 meter en positionering nieuwe hoogbouw

A. De achterkant is de woonkant en heeft als panorama de plannen van het Schinkelkwadrant. B. Er is sprake van ‘wonen achter wonen’ zonder groene buffer tussen De Veste en nieuwbouw. Daarnaast ontneemt de nieuwbouw zicht op het hemeldek en is er sprake van veel minder licht en nagenoeg geen zon. Waarom niet bouwen op minimaal 25 meter afstand en in maximaal vier bouwlagen? C. Onduidelijk is of er elektrische installaties op het dak zullen komen met nog meer visuele beïnvloeding van het uitzicht en productie van geluid. D. Er is sprake van kokerzicht door de 28 meter hoge bebouwing over de volle breedte van het uitzicht in iedere kamer en verlies van uitzicht. Reactie: Ad 1A Het is inherent aan het wonen in het centrum van een stad dat gebouwen dicht op elkaar staan. In het beoogde plan bedraagt de afstand van de 24 meter hoge kopse gevel van de beoogde nieuwbouw tot aan de woningen in het groen omkaderde gedeelte behorende tot De Veste I, circa 30 meter. Voor wat betreft de bewoners woonachtig in het paars omkaderde gedeelte van De Veste II bedraagt de afstand circa 15 meter. De bewoners van de woningen in het blauw omkaderde gedeelte van De Veste I en II hebben geen zicht op het plangebied.

Voor wat betreft reclamant 1, aldus woonachtig in het paars omkaderde deel van De Veste I dat zich op circa 30 meter van het beoogde plan bevindt, resulteert dit in de visualisaties zoals hierna opgenomen in bijlage 1. Daarin zijn ook de visualisaties vanuit de delen van De Veste I en II, vanuit het groen en paars omkaderde deel, per bouwlaag, opgenomen. De reclamanten kunnen aldus deze bijlage raadplegen teneinde inzicht te krijgen in hun uitzicht bij de realisatie van het beoogde plan.

4

Er is voor gekozen de reclamanten te anonimiseren. De reactie op de zienswijzen moet actief openbaar worden gemaakt om te voldoen aan de openbaarmakingsverplichting. Tegenover die openbaarmakingsverplichting staat echter de bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer. Dit laatste leidt er toe dat de zienswijzen gedeeltelijk zijn geanonimiseerd in die zin dat niet de naam maar de woonlocatie van de reclamant is vermeld.

4

Ad 1B Van ‘wonen achter wonen’ is sprake indien er woningen worden gerealiseerd achter bestaande woningen, waarbij de nieuw gecreëerde woningen geen rechtstreeks contact (en directe ‘eigen’ verbinding) hebben met de openbare ruimte. Hiervan is in dit bestemmingsplan geen sprake aangezien er wordt voorzien in nieuwe woningen die in rechtstreekse verbinding staan met de openbare ruimte. De openbare ruimte kan direct en rechtstreeks worden bereikt, toegang via andermans grond is niet aan de orde. Het uitzicht bestaat niet uitsluitend uit “een panorama van grijze steen“. Deels kan er, zoals zelf in de zienswijze al wordt aangegeven, bij de realisatie van de beoogde nieuwbouw rechts tussen de gebouwen worden doorgekeken en is er nog steeds zicht op het hemeldek. Deels kan er links langs het te realiseren gebouw worden gekeken. Dit geldt voor alle bouwlagen in het groene omkaderde gedeelte van De Veste I. Voor wat betreft het uitzicht op het plangebied vanuit het paars omkaderde deel van De Veste II bij de realisatie van het beoogde plan, wordt verwezen naar de visualisaties zoals opgenomen in bijlage 1. Ad 1C Waar de technische installaties precies zullen komen, is een uitvoeringsaspect en komt in de fase van de omgevingsvergunningverlening aan de orde. Alsdan zal ook getoetst worden of de toe te passen technische installaties voldoen aan de wettelijke geluidsnormen.

Vanwege veiligheids- en onderhoudsaspecten zullen de technische installaties hoe dan ook niet tegen de dakrand worden geplaatst, maar uit de rand worden gezet. De technische installaties zullen in het beoogde plan naar verwachting worden geplaatst op een gedeelte van het te realiseren gebouw verder weg gelegen van de woningen van reclamanten, zodat hier geen zicht op zal bestaan. Van een mogelijke visuele beperking zal gelet op de afstand tussen appartementen in het groen omkaderde gedeelte van De Veste en de nieuwbouw in dat geval geen sprake zijn. Ad 1D Ten gevolge van de bouwmogelijkheden van het onderhavige bestemmingsplan, welke een andere situering en een andere bouwhoogte van de bebouwing mogelijk maken ten opzichte van het thans nog vigerende regime “City-West”, verandert het uitzicht vanuit de appartementen van de reclamanten. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: AbRvS) (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:2023:503, ECLI:NL:2023:2011 en ECLI:NL:2023:2615) bestaat er geen recht op blijvend ‘vrij’ zicht. In de huidige feitelijke situatie (welke op sommige locaties tevens de maximale invulling van de bebouwingshoogte van het huidige planologische regime betreft) is dat ‘vrije’ zicht overigens ook al grotendeels beperkt, afhankelijk van de hoogte waarop het appartement is gelegen.

De bewoners van de onderste bouwlagen van De Veste kijken in de huidige situatie aan tegen een blinde gevel van 12 meter hoog over de gehele breedte van hun appartement. Uit de hiervoor aangehaalde jurisprudentie van de AbRvS blijkt verder dat, ook wanneer er sprake is van een toename van de maximum bouwhoogte en dientengevolge niet valt uit te sluiten dat de privacy van omwonenden vermindert en dat het uitzicht vanuit hun woning verandert of zelfs verslechtert, de gemeenteraad het bestemmingsplan kan en mag vaststellen. Daarbij is van belang dat de voorgenomen ontwikkeling in het centrum van de stad, dus een stedelijke omgeving, plaatsvindt en enig gevoel van verlies van privacy en vermindering van uitzicht moet worden geduld en dat dit gevoel van verlies van privacy en verminderd uitzicht niet opweegt tegen het maatschappelijke belang dat is gediend met de door het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bebouwing. De bebouwing van het beoogde noord-zuid

5

georiënteerde appartementencomplex ligt op een afstand van circa 30 meter tot aan de bebouwing van de reclamant. Gelet op de aangehaalde jurisprudentie levert dit geen belemmering op. De vergelijking die wordt gemaakt in de laatste zin in deze zienswijze gaat niet op; de reclamanten wonen niet in de prachtige Limburgse heuvels. In de visualisaties (bijlage 1) is inzichtelijk gemaakt wat het uitzicht is. Zoals reeds vermeld verandert het uitzicht ten gevolge van het nieuwe planologische regime, maar leidt zulks naar de mening van de gemeente niet tot een onaanvaardbare nadelige situatie voor de reclamanten. Voor wat betreft het ‘kokerzicht’ wordt verwezen naar het antwoord bij 1B. Deze zienswijze is ongegrond en leidt derhalve niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 2.

Bezwaar omdat plan niet in overeenstemming is met geldende beleid van de Gemeente Heerlen

A. Het plan voldoet niet aan beleid en de praktijk van de gemeente Heerlen waarbij ‘wonen achter wonen’ geen goedkeuring krijgt. B. Het plan voldoet niet aan artikel 2, lid 3 van de ‘Beleidsregel minimale eisen woonkwaliteit Heerlen’. C. Het plan voldoet niet aan de overige uitgangspunten van de ‘Beleidsregel minimale eisen woonkwaliteit Heerlen’. Reactie: Ad 2A Zie onder ad 1B, eerste alinea. Ad 2B Hetgeen wordt gesteld aan het eind van dit zienswijzeonderdeel wordt niet nader onderbouwd. Naar de mening van de gemeente is er geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon-en leefklimaat. In de toelichting van het bestemmingsplan is uiteengezet waarom dit plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, waarbij rekening is gehouden met de belangen van omwonenden. Er is derhalve geen sprake is van onevenredig nadelige gevolgen voor bezonning, daglichttoetreding enz. De gekozen (stedenbouwkundige) opzet leidt er juist toe dat aan een tot dusver sterk bebouwd en versteend gebied licht, groen en lucht wordt toegevoegd. Wat betreft het (koker)zicht zij wederom verwezen naar onderdeel 1B. Bovendien is er een minimale afstand van 15 meter tussen de voorgenomen nieuwbouw en de naastgelegen Geerflat en De Veste I en II; dat is een zodanige breedte dat van kokerzicht feitelijk geen sprake zal zijn.

De afstand tot de woning van reclamant tot te realiseren nieuwbouw bedraagt zelfs circa 30 meter. Wat betreft verlies van daglicht kan het volgende worden opgemerkt. De planologische wijziging brengt geen verandering met zich mee met betrekking tot de daglichttoetreding in de appartementen van reclamanten. De daglichtopeningen van de appartementen van de reclamanten worden immers niet gewijzigd. Bovendien zal voor wat betreft de nieuw te bouwen woningen voldaan worden aan paragraaf 3.3.6. van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Belemmeringen op het perceel van de buren worden niet meegenomen (artikel 3.82, lid 2, BBL). Voor wat betreft het aspect zon/bezonning zij verwezen naar de beantwoording bij onderdeel 4 van deze reactie.

6

Ad 2C De stelling dat het plan niet voldoet aan de andere uitgangspunten uit de ‘Beleidsregel minimale eisen woonkwaliteit Heerlen’ wordt niet nader onderbouwd. In de zienswijze worden nog twee punten benoemd die verband houden met het hoofdstuk “Algemeen van toepassing op nieuwbouw, woningsplitsing en transformatie/functiewijziging naar wonen”, te weten: 1. Nadelige gevolgen voor bezonning en daglichttoetreding op aangrenzende percelen en 2. Geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Voor wat betreft punt 1 wordt wederom gesteld dat sprake is van verminderde bezonning en daglichttoetreding. Voor wat betreft punt 2 wordt specifiek gewezen op een aantasting van het gebruik van het balkon. Daarvan is evenwel geen sprake. Voor wat betreft het bezonningsaspect wordt verwezen naar onderdeel 4 van deze reactie. Deze zienswijze is ongegrond en leidt derhalve niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 3.

Bezwaar tegen toekomstige koppeling met Geerflat

A/B In het plan wordt melding gemaakt van een mogelijke koppeling van de nieuwbouw op de Geerflat zonder de vormgeving en impact van die koppeling inzichtelijk te maken. Reactie: De regels en de verbeelding van het onderhavige bestemmingsplan maken deze koppeling niet mogelijk. De tekst in de toelichting, waaruit de indruk zou kunnen ontstaan dat dit wel mogelijk wordt gemaakt, wordt aangepast. Deze zienswijze is ongegrond. De toelichting wordt in overeenstemming gebracht met de regels en de verbeelding. 4.

Bezwaar tegen disproportionele vermindering zon en creëren meer schaduw

A. De bestaande Geerflat zorgt reeds voor beperkte bezonning zowel in de zomer als in de winter. B. De hoogte van de bebouwing in relatie tot de positionering van het gebouw levert voor de bewoners van de zuidzijde van het complex een grote zicht-licht-zon-blokkade op gedurende het hele jaar. C. Ook de naaste buren en bewoners van de Geerflat wordt een belangrijk stuk levensgeluk ontnomen. D. De in de bezonningsstudie gehanteerde methodiek gaat uit van twee voor bewoners ontoereikende meetmomenten. Verzocht wordt gebruik te maken van een animatie waarbij de bezonning van zonsopkomst tot zonsondergang wordt gevolgd om een beter beeld te verkrijgen. E. Verzocht wordt de rapportage in betere beeldkwaliteit te mogen ontvangen. F. Verzoeken het bezwaar van de bewoners van de zuidzijde te erkennen middels een beter passende (dus lagere) hoogte en positionering van de kopgevel (verder terug) waardoor minimaal de bezonning van de huidige situatie behouden blijft. Reactie: De gemeente kiest ervoor de vorengenoemde onderdelen gezamenlijk en integraal te behandelen. In Nederland bestaan geen wettelijke normen ten aanzien van de (vermindering van) bezonning van objecten als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen.

Uit jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat het niet ongebruikelijk is om in een bezonningsstudie van een bestemmingsplan/plan in een stedelijke omgeving uit te gaan van de zogenoemde Haagse bezonningsnorm (ECLI:NL:RVS:2023:1164).

7

Zowel in de “QuickScan bezonning” als in de aanvullende bezonningsstudie is getoetst aan de zogenaamde ‘Haagse norm’. Reclamanten hebben geen bezwaren geuit tegen de gehanteerde normering. Ofschoon de conclusies uit de “QuickScan bezonning” zoals opgenomen in het ontwerpplan aldus inhoudelijk correct zijn, is naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen een aanvullende studie gedaan naar het effect van de bezonning met betrekking tot de woningen in De Veste I, in het groen omkaderde deel en de woningen in De Veste II in het paars omkaderde deel. Met deze aanvullende bezonningsstudie is de QuickScan verduidelijkt. Het volledige onderzoeksrapport is als toegevoegde bijlage 16 bij de toelichting opgenomen. Tekstueel is paragraaf 5.15 van de toelichting aangevuld. Uit de aanvullende bezonningstudie is gebleken dat bij de realisatie van het beoogde plan op alle meetpunten wordt voldaan aan de Haagse norm en aldus in de periode van 19 februari tot en met 19 oktober op alle meetpunten sprake is van minimaal twee bezonningsuren. Ten opzichte van de huidige situatie levert dit een verbetering van de bezonningssituatie op, omdat het appartement op de begane grond in het paars omkaderde deel van De Veste II, in de huidige situatie niet aan de Haagse norm voldoet. Op dit punt wordt verwezen naar paragraaf 3 van de aanvullende bezonningsstudie.

In verband met de gewenste flexibiliteit maakt het plan, naast het beoogde plan, ook een andere invulling van het woonprogramma mogelijk. Wanneer echter een andere planinvulling wordt gerealiseerd dan het beoogde plan, bestaat de mogelijkheid om op de erfgrens met De Veste II, in het paars omkaderde deel tot twaalf meter hoog te bouwen. Dit zou, in combinatie met de mogelijkheid om op de erfgrens met De Veste I, in het groen omkaderde deel tot 24 meter hoog te bouwen, leiden – blijkens de aanvullende bezonningsstudie, zie paragraaf 4 – tot een ongewenste achteruitgang in de bezonningssituatie. Derhalve is de eerder in het ontwerpplan opgenomen flexibiliteit teruggebracht op een zodanige wijze dat bij een andere planinvulling op de erfgrens voor alle appartementen – behoudens voor het appartement in De Veste II, in het paars omkaderde deel, dat in de huidige situatie ook niet voldoet - wordt voldaan aan de Haagse norm. Daartoe zijn twee specifieke bouwaanduidingen en een aanvullende planregel (artikel 6.2.3) in het bestemmingsplan opgenomen. Voor deze specifieke bouwaanduidingen is tevens een vaste peilmaat bepaald (artikel 2.9). Voor de noord-zuid georiënteerde bouwmassa is in het noordelijk deel de bouwaanduiding specifieke bouwaanduiding-1 opgenomen, die ertoe leidt dat de bouwhoogte beperkt is tot 24 meter.

Wordt deze bouwhoogte benut, dan kan op de direct ernaast gelegen gronden gelegen op de erfgrens met De Veste II, met uitzondering van een bijgebouw, geen bouwwerk worden gerealiseerd. Aan deze gronden is eveneens een bouwaanduiding toegekend, te weten specifieke bouwaanduiding2. Spiegelbeeldig geldt een gelijke regeling. Indien op de gronden met de specifiek bouwaanduiding-2 een bouwwerk wordt gerealiseerd (maximale bouwhoogte bedraagt 12 meter), is de bouwhoogte van het bouwwerk dat binnen de specifieke bouwaanduiding-1 kan worden gerealiseerd, in hoogte eveneens beperkt tot 12 meter. Deze zienswijze is ongegrond, maar heeft wel geleid tot een aanvullende bezonningsstudie die als bijlage 16 in de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. Als gevolg van de nieuwe bezonningstudie heeft een aanpassing van de maximale planologische bebouwingsmogelijkheden plaatsgevonden, zowel in de regels als op de verbeelding, zoals hiervoor toegelicht. Dientengevolge is ook de passage onder paragraaf 5.15 tekstueel aangepast.

8

5.

Bezwaar tegen afname daglicht

A/B/C De positionering van het kopgebouw zorgt voor een blokkade en daarmee vermindering van het daglicht. Dit is ongunstig voor de gezondheid en het energieverbruik van de bewoners aan de zuidzijde. Reactie: Zie de reactie onder 2B. Van een ongunstige invloed op de gezondheid of een toename van het energieverbruik kan geen sprake zijn, nu er geen wijzigingen worden aangebracht in de gevelopeningen van de woningen in De Veste. Deze zienswijze is ongegrond en leidt derhalve niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 6.

bezwaar tegen uitzichtbelemmering en het zeer ongewenste kokereffect A. Bewoners zuidzijde kijken straks tegen achtergevels en de zijkant van een gebouw aan. B. Beperking van uitzicht wordt versterkt doordat op geen enkel wijze invulling is ingepland voor een groen uitzicht vanuit De veste. C. Bewoners zuidzijde krijgen te maken met het kokereffect doordat de geplande hoogbouw geen tot nagenoeg geen vrij uitzicht meer op de hemelkoepel geeft.

Reactie: Hiervoor wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1. Aanvullend kan nog worden opgemerkt dat de reclamanten in het groen omkaderde gedeelte van De Veste I nog steeds in meer of minder mate zicht op het te realiseren groene middengebied hebben in geval van uitvoering van het beoogde plan. De bewoners in het paars omkaderde gedeelte van De Veste II verkrijgen, bij uitvoering van het beoogde plan, volledig zicht op het te realiseren groengebied. Deze zienswijze is ongegrond en leidt derhalve niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 7.

Bezwaar in verband met onvoldoende duurzaamheid en ontbreken vergroening

A. Vanuit De Veste is geen zicht op het groene park en een robuuste groenstrook rondom de hoogbouw ontbreekt. Verzocht wordt, in geval van hoogbouw, ook een bijdrage te leveren aan vergroening en extra zuurstof en aan een verbetering van uitzicht en uitstraling door te werken met groene gevels alsmede bomen te planten op het parkeerdek ter ondersteuning van CO2 reductie, geluidsabsorptie en zichtverbetering. B. Niet inzichtelijk is of elektrische installaties op het dak komen die tot ongewenst geluid en straling zullen leiden. C. Verwacht wordt dat de hoogbouw een corridor creëert die alleen maar meer warmte genereert en vasthoudt. D. Verzocht wordt de nagestreefde hittereductie cijfermatig te onderbouwen. Reactie: Ad 7A Het is onjuist dat vanuit de groen en paars omkaderde delen van De Veste I en II geen zicht bestaat op het beoogde groene middengebied. Rondom de nieuwe hoogbouw is gekozen om maximaal te vergroenen in het middengebied.

9

Vanuit de appartementen in het paars omkaderde gedeelte van De Veste II bestaat in het beoogde plan direct zicht op het groene middengebied. Vanuit de appartementen in het groen omkaderde gedeelte van De Veste I bestaat in meer of mindere mate zicht op het beoogde groengebied. Zie daartoe de visualisaties behorende bij de beantwoording van zienswijze 1. De concrete invulling en aankleding van de gebouwen en de omgeving is onderdeel van het vergunningentraject. Bovendien liggen in directe nabijheid van De Veste de recent aangelegde duurzaam groene openbare gebieden Schinkel-Zuid, Promenade en het Burgemeester van Grunsvenplein. Tevens ligt er aan de voorzijde bij de Geerstraat een robuuste groenstrook en wordt bij de herontwikkeling van het nieuwe Royal theater een duurzame openbare ruimte aangelegd Zie ook de opmerkingen hierna onder Ad 7c en 7D aangaande het reduceren van hittestress. Ad 7B Zie de beantwoording bij 1C. Ad 7C en 7D Reclamant 1 neemt aan dat de hoogbouw een corridor vormt die alleen maar meer warmte genereert en vasthoudt. Dit wordt op geen enkele wijze nader onderbouwd. Het bestemmingsplan draagt echter bij aan het reduceren van hittestress. In dit verband wordt verwezen naar de in de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegde paragraaf 5.16 Hittestress, waarin de reductie van hittestress wordt aangetoond.

Allereerst worden de bebouwingsmogelijkheden fors gereduceerd. Daar waar het gebied voorafgaand aan de sloop nog vrijwel volledig bebouwing/verhard is, zal er veel minder bebouwd en verhard oppervlak terugkomen. Ten tweede is de gerichte aanleg van groen de belangrijkste en meest belovende maatregel voor het beperken van de opwarming van de stad. Het verkoelend effect van groen berust op twee elkaar versterkende processen: schaduw en verdamping van water, waarbij het effect van schaduw in het algemeen verreweg het sterkst is. De grootte van het koelend effect is afhankelijk van het volume en de biomassa van het groen. Door de hoeveelheid groen die wordt toegevoegd wordt de kans op overmatige opwarming van dit stadsdeel aanzienlijk gereduceerd. Hierbij kan niet onvermeld blijven dat onderhavig plan geen op zichzelf staand plan vormt maar onderdeel is van een veel omvangrijkere transformatie van het centrum van Heerlen, waarbij juist vergroening en daarmee ook het tegengaan van hittestress een belangrijk item is. Het is dan ook de complete transformatieopgave en het overstijgend effect van alle transformatieplannen gezamenlijk die een bijdrage leveren aan het tegengaan van hittestress in het centrum van Heerlen. Desalniettemin levert ook het project Schinkelkwadrant-Noord sec een bijdrage doordat minimaal 20% van de gronden met de bestemming ‘Wonen’ niet bebouwd mag worden.

In het beoogde plan bevindt zich circa 1.600 m2 openbaar gebied (dit is 30%), waarvan circa 1.100 m2 groen zal worden ingericht. Deze zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan.

10

8.

Bezwaar tegen vermindering privacy door situering balkons en ramen

De balkons van de voorziene appartementen liggen op 15 meter afstand met vrij zicht op de balkons van De Veste. Bij een afstand van minder dan 25 meter is sprake van aantasting van de persoonlijke levenssfeer. Verzocht wordt de geplande kopse kant van de hoogbouw op minimaal 25 meter afstand van de Veste te positioneren. Reactie: Voor wat betreft de vermindering van privacy wordt allereerst verwezen naar het antwoord van de gemeente en de daar aangehaalde uitspraken van de AbRvS in zienswijze 1D. Zoals onder de beantwoording bij 1D reeds aangegeven is het inherent aan het wonen in een centrum stedelijke omgeving dat de afstanden tussen gebouwen eerder beperkt zullen zijn. Aan het wonen in een verstedelijkte omgeving is ook een zekere mate van inbreuk op de privacy inherent. In onderhavig geval bedraagt de afstand van de 24m hoge kopse gevel van de nieuwbouw tot aan de woningen behorende tot het complex De Veste (zijde Schinkelkwadrant) circa 15 respectievelijk 30m. Uit jurisprudentie van de AbRvS volgt dat korte afstanden tussen de bestaande en beoogde bebouwing acceptabel worden geacht, mede in het kader van een te maken belangenafweging (ECLI:NL:RVS:2021:2176, ECLI:NL:RVS:2023:2011, ECLI:NL:RVS:2023:2615). Bij een afstand van minder dan 25 meter is derhalve geen sprake van aantasting van de persoonlijke levenssfeer en (onaanvaardbaar) verlies van privacy.

Daarnaast is bij het ontwerp van het beoogde plan (het appartementengebouw) zoveel mogelijk rekening gehouden met de privacy van omwonenden. De balkons zijn vooral gesitueerd aan de binnenzijde en aan de zijde van het beoogde groene middengebied van het plangebied. Hierdoor kijken de toekomstige bewoners niet op de bestaande woningen van De Veste. Zoals uit de eerder opgenomen visualisaties blijkt, wordt de kopse gevel daarnaast blind, dat wil zeggen, zonder raampartijen uitgevoerd. Voor de appartementen van De Veste I en II (blauw omkaderde deel) gelegen aan de Stationstraat is er in zijn geheel geen sprake van een visuele interactie met het beoogde plan en het bestemmingsplan. Van een (onevenredige) aantasting van de privacy is dan ook geen sprake. Deze zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 9.

Bezwaar tegen toename geluid

A. Verzoeken (cijfermatig) inzicht in de geluidseffecten van de corridor die ontstaat tussen de Geerflat en de nieuw geplande hoogbouw. B. Verzoeken inzicht in de elektrische installaties die op de daken zullen komen en de geluidseffecten hiervan. C. De verwachte effecten zullen nog nadrukkelijker zijn wanneer een koppeling tussen bestaand en nieuw complex wordt gerealiseerd. Reactie: De gemeente kiest ervoor de geluidsaspecten gezamenlijk en integraal te beantwoorden. Vooropgesteld zij dat de te ontwikkelen locatie en de woningen van reclamant zijn gelegen in het centrum van Heerlen met al het bijkomende geluid dat in een stadscentrum verwacht kan worden.

11

In het akoestisch onderzoek is uitvoerig onderzoek verricht naar de gevolgen van het plan voor de bestaande woningen. Geconcludeerd is dat ten gevolge van het aan- en afrijdend verkeer van de nieuwe bebouwing, een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd. De keuze inzake toe te passen energievoorzieningen voor de nieuwe woningen is nog niet gemaakt en daarmee kan op dit moment ook nog geen inzicht worden geboden in de bijbehorende installatietechnische voorzieningen (eventueel op de daken). Voor deze nieuwe installaties geldt evenwel dat in het Besluit bouwwerken leefomgeving ter bescherming van geluid afkomstig van bouwwerkinstallaties regels opgenomen zijn, waaraan bij de verlening van een omgevingsvergunning voor de realisatie van deze bouwwerken dient te worden getoetst. Deze regels gelden voor een grote hoeveelheid bouwwerkinstallaties zoals bijvoorbeeld een mechanische ventilatievoorziening, installatie voor warmte- of koudeopwekking (bijvoorbeeld airco, cv-ketel en geiser), installatie voor het verhogen van waterdruk enz.. Voor alle gebruiksfuncties geldt dat zo'n bouwwerkinstallatie maximaal 40 dB mag veroorzaken.

Gaat het om een bouwwerkinstallatie die geluid veroorzaakt op een aangrenzend bouwwerkperceel dan geldt dat geluidsniveau in het verblijfsgebied van dat aangrenzende bouwwerkperceel (artikel 4.107, lid 1, Besluit bouwwerken leefomgeving). Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij woningen die naast elkaar liggen op verschillende bouwwerkpercelen. Aan deze regels zal t.z.t. bij de verlening van de noodzakelijke omgevingsvergunningen voor het project Schinkelkwadrant-Noord dan ook worden getoetst. De bescherming van de bestaande woningen t.o.v. de nieuwe bebouwing is in dit kader dan ook gewaarborgd. Voor wat betreft het optreden van (meer) geluidsoverlast als gevolg van reflecties tussen de Geerflat en de nieuwbouw kan het volgende worden opgemerkt. Voor de beoordeling van de geluiden ten gevolge van het dichtslaan van portieren en deuren, stemgeluiden etc., bestaat geen wettelijke regeling. De beoordeling vindt louter plaats binnen de sleutel van een goede ruimtelijke ordening. In de huidige situatie wordt geluid afkomstig van de Schinkelstraat veroorzaakt door auto’s en motoren die voorbij rijden, het parkeren langs de Schinkelstraat met het dichtslaan van de portieren, maar ook stemgeluid van passanten. Zoals aangegeven bestaan daarnaast gelet op de locatie van het gebied achtergrondgeluiden van de stad.

Op het dak van de huidige gebouwen zijn veel airco’s aanwezig die ook bijdragen aan het achtergrondgeluid op de appartementen van de Veste. Met de realisatie van het beoogde appartementencomplex van bestemmingsplan SchinkelkwadrantNoord worden de gebouwen hoger dan de bestaande bebouwing en wordt de doorgang tussen Schinkelstaat 22 en het L-vormige gebouw smaller waardoor er minder geluid van de Schinkelstraat en de stad op de appartementen van De Veste zal vallen. De oude airco’s verdwijnen en er komen nieuwe energievoorzieningen voor terug die moeten voldoen aan de eisen en normen van deze tijd. De eventuele loop-en/of stemgeluiden van bewoners op de galerij worden in eerste instantie gereflecteerd tegen de gevels van de Geerflat. De kortste afstand tussen de open galerij en de appartementen van De Veste bedraagt circa 39 meter. De loop- en stemgeluiden bereiken de gevels van De Veste aldus niet rechtstreeks. Immers, een dergelijk geluid kan pas vanaf twee of meer reflecties de gevels van De Veste bereiken. Daarvan is in het beoogde plan geen sprake. Beschouwt men het geluid in de nieuwe beoogde situatie in relatie tot de bestaande situatie dan is er nog steeds sprake van een goed akoestisch woon- en leefklimaat, althans wordt het akoestisch woonen leefklimaat niet slechter.

12

Tot slot geldt dat, zoals eerder aangegeven onder de beantwoording van zienswijze 3, het bestemmingsplan niet voorziet in een koppeling tussen de bestaande Geerflat en de beoogde nieuwbouw, waardoor er ook geen extra hinder kan ontstaan in de vorm van toename van geluid. Deze zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 10. Bezwaar omdat verkeersgeneratie leidt tot afnemende veiligheid A. Een wijziging van de verkeerssituatie is noodzakelijk om het blokkeren van de uitgangspoort van de Veste 1 en 2 door parkeerders te voorkomen (rechts stoppen verbieden, handhaving intensiveert, afscherming van de in- en uitritten). B. De veiligheid van de afgeschermde parkeerplaatsen voor De Veste 1 en 2 (poort met afstandsbediening) neemt ernstig af door het weghalen van de bestaande muur. Reactie: Ad. 10A. De ontsluiting van het plangebied zal plaatsvinden via de route Honigmannstraat en Schinkelstraat. Bewoners zullen via deze route het plangebied benaderen en via de Schinkelstraat en uiteindelijk de Geerstraat het plangebied ook weer verlaten (eenrichtingsverkeer). Zie daarvoor onderstaand kaartje waarop de ontsluiting van het gebied is weergegeven.

Overzichtskaart ontsluiting plangebied

De extra verkeersgeneratie die onderhavige planontwikkeling met zich meebrengt is inzichtelijk gemaakt en geconcludeerd is dat de optredende verkeersintensiteiten niet leiden tot knelpunten. Bij de

13

technische uitwerking van de (verkeers)infrastructuur in en rondom het plan zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met de suggesties/verzoeken inzake het tegengaan van het blokkeren van de toegangspoort naar het parkeerterrein van De Veste. Voor zover zich blokkades voordoen, bevinden deze zich evenwel buiten het plangebied op de openbare weg. Het tegengaan van deze blokkades is een handhavingskwestie. Ad. 10B. De bestaande muur zal niet worden weggehaald respectievelijk er wordt een zodanige situatie gecreeerd dat een veilige, afgeschermde parkeerplaats behorende tot het complex De Veste blijft bestaan. Vanuit het openbare groengebied zal deze parkeerplaats niet bereikbaar zijn. De exacte uitvoering van de perceelafscheiding wordt meegenomen in de procedure over de omgevingsvergunning. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 11. Bezwaar omdat windhinder zal toenemen bij koppeling geplande hoogbouw met Geerflat A. Onduidelijk is wat de situatie met betrekking tot windhinder is, wat de nadelige effecten zijn en welke passende maatregelen worden genomen, een en ander op basis van de uitkomsten van winden akoestiekonderzoek. B. De corridor tussen de Geerflat en de geplande hoogbouw wordt een fuik, zonder groen, en dit zal een aanzuigend effect hebben op geluiden en deze versterken.

Door de mogelijke koppeling van beide complexen ontstaat mogelijk extra hinder in de vorm van geluid en wind. Reactie: Ad. 11.A. Er is een QuickScan windhinder gemaakt, welke als bijlage 14 bij de toelichting van het ontwerpplan is gevoegd. Uit deze QuickScan blijkt dat voor het plangebied het toekomstige windklimaat van de buitenruimtes acceptabel zal zijn voor alle activiteiten. Er zijn dan ook geen indicaties voor windgevaar. Bovendien wordt er voldaan aan de randvoorwaarden voor een goede ruimtelijke ordening met betrekking tot windhinder en windgevaar. Van onduidelijkheid is geen sprake. Ad. 11.B. Zie beantwoording zienswijze 3. Het plan maakt geen koppeling tussen de bestaande Geerflat en de nieuwbouw mogelijk. Van een toename van wind en geluid is dan ook geen sprake. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 12. Economische schade Als gevolg van het permanent blijvend ontbreken van (zon)licht, het kokerzicht, het aanzicht tegen een hoge kale muur, het ontbreken van groen en de mogelijke koppeling met de bestaande Geerflat wordt gevreesd voor een aanzienlijke waardevermindering van de woning. De reclamanten voelen zich verplicht een planschadeprocedure te starten.

Reactie: Zoals onder diverse punten in deze nota van beantwoording uiteen is gezet, is geen sprake van ontbreken van (zon)licht, het kokerzicht, het aanzicht tegen een hoge kale muur, het ontbreken van groen en de mogelijke koppeling met de bestaande Geerflat.

14

Voor eenieder die meent schade te ondervinden door een rechtmatig besluit van de overheid geldt dat een verzoek om toekenning van nadeelcompensatie kan worden ingediend. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 13. Voorwaardelijk bezwaar bodemaspecten In relatie tot de nog uit te voeren aanvullend onderzoek (na sloop) wordt verzocht de archeologische aspecten/uitkomsten hierbij te betrekken en over de uitkomsten van archeologisch onderzoek volledige openheid te betrachten. Reactie: Opmerking vooraf: in de zienswijze wordt enerzijds gesproken over bodemaspecten respectievelijk bodemonderzoek terwijl anderzijds sprake is van archeologische aspecten/uitkomsten en archeologisch onderzoek. Bedoeld zal zijn inzicht te verkrijgen in het archeologisch onderzoek en de gevolgen daarvan. Ten aanzien van het aspect archeologie geldt dat vervolgonderzoek middels proefsleuven aanbevolen is in de noordoostelijke hoek van het plangebied. Voor de rest van het terrein wordt een archeologische inspectie/extensieve begeleiding van de ondergrondse sloopwerkzaamheden geadviseerd.

Ter verdere zekerstelling van het aspect archeologie is daarnaast in de regels voorzien in een voorwaardelijke verplichting waarmee het gebruiken van de gronden en/of bebouwing ter plaatse van de bestemming 'Wonen' uitsluitend is toegestaan indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen overtreding van mogelijk aanwezige archeologische waarden plaatsvindt. Dit komt echter eerst aan de orde in het vergunningentraject. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 14. Alternatieven Schinkelkwadrant-Noord Door reclamant wordt een aantal alternatieven geschetst. Reactie: Ondanks dat veel alternatieve invullingen van het plangebied voorstelbaar zijn, is het door de initiatiefnemer voorgelegde beoogde plan door de gemeente beoordeeld. Dit voorgelegde, beoogde plan is op relevante aspecten van een goede ruimtelijke ordening beoordeeld en akkoord bevonden. De inpasbaarheid van het planvoornemen is uitvoerig in de toelichting van het bestemmingsplan verwoord. Uit niets blijkt dat deze inpasbaarheid niet zou kunnen worden gegarandeerd. Er wordt dan ook geen aanleiding gezien om aan een alternatieve oplossing te werken. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan. Conclusie De zienswijzen van de omwonenden zijn ongegrond en leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De zienswijze ter zake de schaduwwerking heeft wel geleid tot een aanvullende bezonningsstudie die als bijlage 16 aan de toelichting bij het bestemmingsplan is gevoegd. Als gevolg van de aanvullende bezonningstudie heeft een aanpassing van de maximale planologische bebouwingsmogelijkheden plaatsgevonden, zowel in de regels als op de verbeelding. Dientengevolge is ook de passage onder paragraaf 5.15 tekstueel aangevuld.

15

3. De zienswijzen van reclamanten 2 t/m 18 Algemeen De omwonenden zijn allemaal woonachtig in de directe omgeving van het plangebied, te weten het appartementencomplex ‘De Veste’ (verder: “De Veste”). Al deze omwonenden hebben een nagenoeg gelijkluidende zienswijze ingediend. Bij de beantwoording van de zienswijzen is de zienswijze van reclamant 1 als uitgangspunt genomen. Bij de beantwoording van de overige zienswijzen zal, voor zover deze inhoudelijk gelijkluidend zijn, naar deze beantwoording worden verwezen. Daar waar vervolgens nog andere onderdelen in zienswijzen staan, zullen deze separaat worden beantwoord. Alhoewel alle omwonenden, zoals hiervoor aangegeven in de directe omgeving van het plangebied wonen, ervaren zij, naar de mening van de gemeente Heerlen (verder: ‘de gemeente’)5, niet in dezelfde mate de gevolgen van de planologische wijziging. Reden waarom op de overzichtskaart met kleuren dit verschil is aangegeven. Bij de beantwoording van de zienswijzen spelen deze verschillen een rol. Voor de situering van de woning van reclamanten wordt nogmaals verwezen naar de Overzichtskaart De Veste.

Overzichtskaart De Veste

5

Reclamanten spreken in de ingediende zienswijzen van ‘de gemeente’. Deze terminologie zal in deze nota van beantwoording worden aangehouden. Deze nota van beantwoording zal door het college van burgemeester en wethouders, in het kader van de besluitvorming omtrent dit bestemmingsplan, worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

16

De reclamanten die in het blauw omkaderde gedeelte van De Veste I en II wonen, hebben allen géén zicht op het plangebied. Immers, deze appartementen zijn qua ligging georiënteerd op de Geerstraat/Stationstraat. De reclamanten die in het paars omkaderde gedeelte van De Veste II wonen, blijven – in geval van een maximale planologische benutting van de bouwmogelijkheden tegenover hun appartementen – in een vergelijkbare positie. In geval het beoogde plan wordt gerealiseerd, kijken zij uit over een groen middengebied. De reclamanten in het groen omkaderde gedeelte van De Veste I wonen, in vergelijking tot de bewoners in het paarse gedeelte, op grotere (nagenoeg dubbele) afstand van het plangebied. Reclamant 2, wonende in de Veste I, groen omkaderd deel op de tweede verdieping 1.

Bezwaar te hoge bouwhoogte en bezwaarlijke positionering hoogbouw

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1. 2.

Bezwaar omdat plan niet in overeenstemming is met geldende beleid van de Gemeente Heerlen

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2. 3.

Bezwaar tegen toekomstige koppeling met Geerflat

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3. 4.

Bezonningsstudie Bezwaar tegen disproportionele vermindering zon en creëren meer schaduw

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 4 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 4. 5.

Bezwaar tegen afname daglicht

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 5 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 5. 6.

Bezwaar tegen uitzichtbelemmering en het zeer ongewenste kokereffect

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 6 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 6. 7.

Bezwaar in verband met onvoldoende duurzaamheid en ontbreken vergroening

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 7 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 7.

17

8.

Bezwaar tegen vermindering privacy door situering balkons en ramen

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 8 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 8. 9.

Bezwaar tegen toename geluid

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 9 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 9. 10. Voorwaardelijk bezwaar bodemaspecten Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 13 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 13. 11. Bezwaar omdat verkeersgeneratie leidt tot afnemende veiligheid Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 10 A en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 10A. 12. Bezwaar omdat windhinder zal toenemen bij koppeling geplande hoogbouw met Geerflat Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 11 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 11. 13. Bezwaar in verband met economische schade Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 12 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 12. 14. Overleg omgeving en met de gemeente Dit behoeft geen reactie. 15.

Alternatieven Schinkelkwadrant-Noord Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 14 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 14.

18

Reclamant 3, wonende in de Veste I, groen omkaderd deel, op de derde verdieping 1.

Bezwaar te hoge bouwhoogte en bezwaarlijke positionering hoogbouw

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1. 2.

Bezwaar omdat plan niet in overeenstemming is met geldende beleid van de Gemeente Heerlen

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2. 3.

Bezwaar tegen toekomstige koppeling met Geerflat

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3. 4.

Bezonningsstudie Bezwaar tegen disproportionele vermindering zon en creëren meer schaduw

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 4 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 4. 5.

Bezwaar tegen afname daglicht

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 5 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 5. 6.

Bezwaar tegen uitzichtbelemmering en het zeer ongewenste kokereffect

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 6 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 6. 7.

Bezwaar in verband met onvoldoende duurzaamheid en ontbreken vergroening

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 7 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 7. 8.

Bezwaar tegen vermindering privacy door situering balkons en ramen

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 8 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 8.

19

9.

Bezwaar tegen toename geluid

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 9 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 9. 10. Voorwaardelijk bezwaar bodemaspecten Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 13 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 13. 11. Bezwaar omdat verkeersgeneratie leidt tot afnemende veiligheid Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder 10 A en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder 10A. 12. Bezwaar omdat windhinder zal toenemen bij koppeling geplande hoogbouw met Geerflat Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 11 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 11. 13. Bezwaar in verband met economische schade Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 12 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 12. 14. Overleg omgeving en met de gemeente Dit behoeft geen reactie. 15.

Alternatieven Schinkelkwadrant-Noord Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 14 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 14. Reclamant 4, wonende in de Veste I, groen omkaderd deel, op de vierde verdieping 1.

Bezwaar omdat plan niet in overeenstemming is met geldende beleid van de Gemeente Heerlen

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2.

20

2.

Bezwaar te hoge bouwhoogte en bezwaarlijke positionering Hoogbouw en kokereffect

Deze zienswijze is, voor wat de onderdelen A tot en met D betreft, vrijwel identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1 en voor de beantwoording van deze onderdelen wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1. Voor wat betreft onderdeel E wordt verwezen naar onderdeel 9A van de zienswijze van reclamant 1. Voor wat betreft onderdeel F wordt verwezen naar de onderdelen 7C en 7D van de zienswijze van reclamant 1. Voor wat betreft onderdeel G (fijnstof): wordt verwezen naar paragraaf 5.7 van de toelichting van het bestemmingsplan. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan. 3.

De bezonningsstudie is ontoereikend

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder de punten 4B en 4D en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder de punten 4B en 4D. 4.

Daglichttoetreding wordt verminderd

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 5 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 5. 5.

Vermindering privacy

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 8 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 8. 6.

Windhinder en toekomstige koppeling Geerflat

Deze zienswijze is, voor wat de onderdelen A en B betreft, identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 11, onderdelen A en B en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 11, onderdelen A en B. Deze zienswijze is, voor wat het onderdeel C betreft, (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3, onderdelen A en B en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3, onderdelen A en B. 7.

Opwarming omgeving door gebrek aan groen

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 7C en 7D en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 7C en 7D.

21

8.

Economische schade

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 12 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 12. 9.

Voorwaardelijk bezwaar bodemaspecten

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 13 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 13. 10. Alternatieven Schinkelkwadrant-Noord Door de reclamant wordt een aantal alternatieven geschetst. Ondanks dat veel alternatieve invullingen van het plangebied voorstelbaar zijn, is het door de initiatiefnemer voorgelegde beoogde plan door de gemeente beoordeeld. Dit voorgelegde, beoogde plan is op relevante aspecten van een goede ruimtelijke ordening beoordeeld en akkoord bevonden De inpasbaarheid van het planvoornemen is uitvoerig in de toelichting van het bestemmingsplan verwoord. Uit niets blijkt dat deze inpasbaarheid niet zou kunnen worden gegarandeerd. Er wordt dan ook geen aanleiding gezien om aan een alternatieve oplossing te werken. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het ontwerpplan. Reclamant 5 wonende in de Veste II, paars omkaderd deel, op de begane grond 1.

Bezwaar te hoge bouwhoogte en bezwaarlijke positionering hoogbouw

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1. De bebouwing die het dichtst bij de appartementen van de reclamant van de zienswijzen kan worden gerealiseerd ligt op een afstand van circa 15 meter. In geval van realisatie van het beoogde plan kijkt deze reclamant uit op het te realiseren groengebied. 2.

Bezwaar plan niet in overeenstemming is met geldende beleid van de Gemeente Heerlen

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2. 3.

Bezwaar toekomstige koppeling met Geerflat

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3.

22

4.

Bezwaar disproportionele vermindering zon en creëren meer schaduw bezonningsstudie

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 4 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 4. 5.

Bezwaar afname daglicht

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 5 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 5. 6.

Bezwaar uitzichtbelemmering en het zeer ongewenste kokereffect

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 6 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 6. 7.

Bezwaar onvoldoende duurzaamheid en ontbreken vergroening

Ad 7A. Het is onjuist dat vanuit de Veste geen zicht bestaat op het beoogde groene middengebied. Vanuit de appartementen in het paarse omkaderde gedeelte van De Veste (bijlage 1) bestaat direct zicht. Vanuit de appartementen in het groen omkaderde gedeelte bestaat in meer of mindere mate zicht op het beoogde groengebied. Zie daartoe de visualisaties behorende bij de beantwoording van zienswijze 1. Ad 7B. Zie de beantwoording onder punt 1C van de zienswijze van reclamant 1. Ad 7C en 7D. Zie de beantwoording onder punten 7C en 7D van de zienswijze van reclamant 1. 8.

Bezwaar vermindering privacy door situering balkons en ramen

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 8 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 8. 9.

Bezwaar toename geluid

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 9 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 9. 10. Voorwaardelijk bezwaar bodemaspecten Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 13 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 13.

23

11. Bezwaar verkeersgeneratie leidt tot afnemende veiligheid Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 10 A en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 10A. 12. Bezwaar toename windhinder zeker bij koppeling geplande hoogbouw met Geerflat Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 11 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 11. 13. Bezwaar in verband met economische schade Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 12 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 12. Reclamant 6, wonende in de Veste II, paars omkaderd deel, op de eerste verdieping 1.

Bezwaar te hoge bouwhoogte en bezwaarlijke positionering hoogbouw

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 1. De bebouwing die het dichtst bij de appartementen van de reclamant van de zienswijzen kan worden gerealiseerd ligt op een afstand van circa 15 meter. In geval van realisatie van het beoogde plan kijkt deze reclamant uit op het te realiseren groengebied. 2.

Bezwaar plan niet in overeenstemming is met geldende beleid van de Gemeente Heerlen

Deze zienswijze is identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 2. 3.

Bezwaar toekomstige koppeling met Geerflat niet inzichtelijk

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 3. 4.

Bezwaar disproportionele vermindering zon en creëren meer schaduw Bezonningsstudie

Deze zienswijze is (vrijwel) identiek aan de zienswijze van reclamant 1 onder punt 4 en voor de beantwoording wordt derhalve verwezen naar de beantwoording bij de zienswijze van reclamant 1 onder punt 4.

24

5.

Bezwaar afname daglicht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=54ebbde0-eb35-477d-9abd-17e28b8c2450