Toezicht en handhaving_Heerlen
Tekst van het document
Het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma betrefen uitvoeringsbeleid en worden derhalve door het college vastgesteld. In het kader van de horizontale verantwoording wordt de raad geïnformeerd over het beleid, het programma. Over de uitvoering wordt de raad geïnformeerd aan de hand van jaarverslagen. De raad wordt dus wel geïnformeerd maar is niet betrokken bij de keuzes die worden gemaakt.
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouwen Milieutoezicht en Bodem Bouwen Milieutoezicht en Bodem
3.2. Visie, doelen, beleidskeuzes ‘‘Wij zien Heerlen als een veilige en leefbare stad waar inwoners, ondernemers en bezoekers duurzaam veilig en gezond wonen, werken en verblijven. Het houden van zorgvuldig toezicht en handhaving draagt hiertoe in grote mate bij”.
Het sociale domein Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
Met deze visie werkt Heerlen. De doelstellingen daarbij zijn: (vrijwillige) naleving van wet- en regelgeving en het leveren van een bijdrage aan het in stand houden of verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Met de beschikbare capaciteit voor toezicht en handhaving is het volgens de betrokkenen onmogelijk alle handhavingstaken uit te voeren en moet het college keuzes maken. Dit gebeurt door het vaststellen van een minimaal uitvoeringsniveau van de wettelijke taken voor toezicht en handhaving en bestuurlijke prioriteiten. Het bestuurlijk minimale vastgestelde uitvoeringsniveau samen met de bestuurlijk vastgestelde prioriteiten vormen de basis voor het beleid en voor het jaarlijkse toezicht- en handhavingsprogramma. Het college maakt dus de keuze om met de bestaande capaciteit de taken zo uit te voeren dat risico’s aanvaardbaar zijn en bestuurlijke prioriteiten kunnen worden gerealiseerd. Er is ook (beperkt) capaciteit beschikbaar voor ad hoc prioriteiten. Heerlen kiest ervoor om het resultaat van de klassieke benadering van risicoanalyses in te zetten, maar gekoppeld aan de bestuurlijke prioriteiten en geaccepteerde risico’s. Dat zorgt er voor dat enerzijds recht wordt gedaan aan de ‘wetenschappelijke’ uitkomst van de risicoanalyse. Tegelijkertijd
16
>
3.3 Uitvoering en monitoring Uitvoering Op basis van de risicoanalyse, het bestuurlijk vastgestelde minimale uitvoeringsniveau en prioriteiten voor de lopende beleidsperiode stelt het college per jaar een uitvoeringsprogramma toezicht en handhaving vast voor de beleidsvelden milieu, bouwen en ruimtelijke ordening. Hierin staat per taakveld welk doel bereikt moet worden, hoe dat gemeten wordt (in KPI’s9) wat de verwachte werkzaamheden (soort en aantal controles etc.) zijn en wordt de hierbij behorende tijdsbesteding afgezet tegen de beschikbare capaciteit. Er worden keuzes gemaakt over o.a. de diepgang van toetsing en het aantal controles. Waar er tot 2021 een weinig inzichtelijke invulling van de uitvoering was (uitvoeringsplannen ontbraken of zijn niet vastgesteld) is er vanaf 2021 en 2022 gekozen voor een nieuwe opzet van het uitvoeringsprogramma. De rekenkamer concludeert dat deze nieuwe opzet goed inzicht geeft in de risico-afweging en de handhavingsprioriteit. Op basis van de gerealiseerde uitvoeringscijfers is na te gaan of de uitvoering strookt met de planning. Een deel van de uitvoering van taken (het basispakket) wordt gedaan door de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL).
De samenwerking met de ODZL loopt volgens de gemeente niet soepel: de omgevingsdienst krijgt niet alle basistaken uitgevoerd vanwege capaciteitsproblemen en de gemeente is niet tevreden over het niveau van uitvoering, de wijze van verantwoording over de realisatie en de mate van communicatie hierover. Het college
8
Dit moet conform de proceskwaliteits-criteria voor toezicht en handhaving in hoofdstuk 7.2 van het Besluit omgevingsrecht..
9
KPI = kritische prestatie indicator, waarmee de prestaties van de werkzaamheden worden gedefnieerd en gemeten.
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord
hierdoor niet in staat is verantwoording af te leggen over de door de ODZL uitgevoerde wettelijke toezichttaken. Dit brengt risico’s met zich mee: wanneer controles niet uitgevoerd worden, kan het zijn dat overtredingen van wet- en regelgeving niet of te laat opgemerkt worden. Dat dit ongewenste efecten kan veroorzaken voor mens, dier en milieu ligt voor de hand. Voor wat betreft de fnanciële kant kan het college niet controleren of aan de raad verantwoorden of de ODZL haar taak heeft uitgevoerd op basis van de fnanciële middelen die de raad ter beschikking heeft gesteld in de begroting.
In de Evaluatie toezicht- en handhavingsbeleid 2019-2022 WABO Gemeente Heerlen10 worden de door de Rekenkamer gesignaleerde verschillen tussen beleid en uitvoering en de onmogelijkheid om vanuit de rapportages de doelmatigheid en doeltrefendheid van het beleid te herleiden ook benoemd.
Bij ODZL is men van mening dat de communicatie stroef verloopt en dat er door Heerlen te gedetailleerd op ‘output’ en fnanciën wordt gestuurd in plaats van op ‘outcome’.
3.4 Rol van de raad
Er staan in deze evaluatie 15 aanbevelingen voor het nieuwe beleid en de uitvoering daarvan, die de controle op dit beleid mogelijk maken. Deze aanbevelingen zijn meegenomen in het nieuwe beleidsplan 2023-2026.
Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouwen Milieutoezicht en Bodem Bouwen Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
De GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) heeft binnen de medische milieukunde voor de aangesloten gemeenten de taak om de relatie tussen milieu en gezondheid te bewaken, risico’s te signaleren en inwoners en gemeenten te adviseren over milieugerelateerde gezondheidsvraagstukken. De GGD wordt ingezet als er bij de gemeente vraagstukken zijn die hun werkveld raken. Dit verloopt naar tevredenheid.
Monitoring De doelstellingen uit het handhavingsbeleid zijn niet zodanig geformuleerd dat er monitoring mogelijk is. Er vindt een doorvertaling plaats vanuit het beleid naar de uitvoeringsprogramma’s. Het uitvoeringsprogramma bevat meetbare KPI’s. Deze zijn gebaseerd op de uitgangspunten van het VTH-Beleid. De uitvoering van het programma wordt gemonitord. Zo kan worden gevolgd of en in welke mate alles volgens planning verloopt en of er tussentijds bijstelling nodig is. De realisering van de uitvoeringsprogramma’s wordt geëvalueerd. Tevens wordt gedurende het jaar aan de hand van kwartaalrapportages de voortgang gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Dit is de basis voor het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar.
De raad wordt alleen geïnformeerd, niet betrokken bij het stellen van prioriteiten. Formeel hoeft dit ook niet, T&H is een verantwoordelijkheid van het college. Het raadplegen van de raad over strategische beleidskeuzes en prioriteiten zou wel kunnen bijdragen aan draagvlak bij de raad en aan de communicatie tussen inwoners en gemeente. Een nieuwe ontwikkeling is dat er meer concrete resultaten in de verslagen worden opgenomen, niet alleen in droge cijfers maar in het efect daarvan (b.v. het aantal klaslokalen/aantal leerlingen dat door de controles schone lucht heeft). Hoewel de rapportage over toezicht en handhaving sterk gekwantifceerd is, wordt er steeds vaker naast de uitvoerings-KPI’s ook het efect van de inspanningen benoemd. Daarmee is het voor de gemeenteraad inzichtelijker wat het echte efect is van toezicht en handhaving.
De efecten van toezicht en handhaving binnen BMB zijn volgens de rekenkamer slechts beperkt vast te stellen. Dit komt onder andere doordat de doelstellingen van het beleid niet meetbaar zijn vastgesteld. Het efect van de uitvoering van toezicht en handhaving kan worden afgeleid uit o.a. het voorkomen en beëindigen van overtredingen. Daarmee worden potentieel gevaarlijke situaties of overlastsituaties voorkomen. Dit is wel meetbaar door (bijvoorbeeld) het aantal uitgevoerde controles en het aantal keren dat bestuursrechtelijk is opgetreden. Deze KPI’s volgen uit het uitvoeringsprogramma.
10 17
Evaluatie toezicht- en handhavingsbeleid 2019-2022 wabo gemeente Heerlen, februari 2023
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
4. Het sociale domein: jeugdzorg, kinderopvang, leerplicht, voortijdig schoolverlaten, participatiewet en WMO. 4.1. Inleiding
Een gedeelte van toezicht en handhaving is vergaand wettelijk geregeld. Dat betreft met name alles wat met jeugd te maken heeft. Toezicht op de rechtmatigheid in de Jeugdwet is een verantwoordelijkheid van gemeenten11. Toezicht op de kwaliteit is vooral bij externen belegd.Ook de participatiewet regelt toezicht en handhaving, maar zoals in de afgelopen jaren regelmatig in het nieuws was, heeft de gemeente daar wel ruimte om eigen beleid te voeren.
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem HetHet sociale domein sociale domein Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
Tenslotte is er de WMO, waarin -behalve het aanstellen van toezichthouders WMO - nauwelijks iets is geregeld met betrekking tot toezicht en handhaving. Binnen de gemeentelijke organisatie houden verschillende teams en medewerkers zich bezig met toezicht en handhaving in het sociaal domein: • De teams Toegang Noord en Zuid. Deze teams zijn verantwoordelijk voor: de uitvoering van de jeugdwet binnen het vrijwillig kader, alle casuïstiek en multiproblem in het hele systeem; de uitvoering van de WMO (volwassenen) binnen het vrijwillig kader, alle casuïstiek en multiproblem in het hele systeem; leerlingenvervoer en opvang beschermd wonen (in Parkstadverband) • Het team Wmo geeft de maatwerkvoorzieningen af (scootmobielen, rolstoelen, hulp in de huishouding, woningaanpassing, gehandicaptenparkeerplaatsen, PGB toetsing). • Toezichthouder Wmo en de contractmanagers die verantwoordelijk zijn voor toezicht binnen de gecontracteerde Wmo en de PGB’s • Leerplichtambtenaren en bureau BLD (Bureau Leren en Doorstromen) • Sociale rechercheurs (team sociale veiligheid en buurtregie). Externe partijen die zorgen voor toezicht en handhaving in het sociaal domein zijn: • De Centrumregeling Verwerving Jeugdhulp regio Zuid-Limburg 2019. 11
12
18
>
Deze regeling faciliteert een gezamenlijke en efciënte inkoop van jeugdhulpdiensten, waarbij de gemeente Maastricht optreedt als centrumgemeente en namens de deelnemende gemeenten de inkoop verzorgt. Toezicht en handhaving op de inzet van jeugdhulp binnen de segmenten GIK-J (Gesloten en Intensief Klinische Jeugdhulp) Crisis en Wonen, is belegd bij het inkoopteam sociaal domein van centrumgemeente Maastricht, verantwoordelijk voor inkoop van jeugdhulp voor alle G16 gemeenten in Zuid-Limburg. Voor Heerlen betreft dit de residentiële jeugdhulp. • JENS voor toezicht op de uitvoerders van de ambulante jeugdhulp • De GGD-Zuid Limburg is toezichthouder bij calamiteiten in de WMO voor 16 gemeenten. Organisaties in Nederland die maatschappelijke ondersteuning aanbieden, zijn verantwoordelijk voor kwalitatief goede en veilige ondersteuning. Dit betreft Zorg in Natura (ZIN) en Persoons gebonden Budget (PGB). Bij de GGD-ZL kunnen calamiteiten gemeld worden. • Overige externe toezichthouders zijn: de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de onderwijsinspectie. Verder is de Arbeidsinspectie Nederland als bijzondere opsporingsdienst actief via de Regeling strafrechtelijke handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie op het terrein van Jeugdwet, Wlz, Wmo 2015, Wmg en Zvw.
4.2. Visie, doelen en beleidskeuzes
De rekenkamer constateert dat er op gemeentelijk niveau tot 2024 bestuurlijk weinig aandacht is voor toezicht en handhaving binnen het sociale domein. Het meest recente lokaal beleid voor T&H bij de uitvoering van de participatiewet is van 2015, waarin toezicht en handhaving als een taak wordt gedefnieerd die door de hele organisatie wordt uitgevoerd. Men richt zich in de praktijk vooral op fraudepreventie bij uitkeringen en de PGB’s in de zorg. De kwaliteit van de dienstverlening door externen wordt nauwelijks gemonitord. De doelen van het vigerende handhavingsbeleid zijn gebaseerd op de landelijke trend van streng toezien en handhaven en stevige fraudebestrijding van de afgelopen 20 jaar. Mede naar aanleiding van de toeslagenafaire en de boodschappenafaire is het accent wel verschoven naar ondersteuning en vertrouwen. In het beleidsplan ‘Armoede & Schulden; Beleidsplan 20222025’ wordt verwezen naar de toepassing van de ‘omgekeerde toets’12 Toe-
In artikel 2.9, onder d. Jeugdwet is geregeld dat gemeenten bij verordening regels moeten stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik. Hierin hebben gemeenten beleidsvrijheid. Zie hiervoor de Verordening jeugdhulp gemeente Heerlen 2020). Bij de omgekeerde toets worden – kort gezegd – de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet schuldhulpverlening zó uitgevoerd dat niet de bepalingen in die wetten voorop staan, maar de doelen van die wetten en de doelen van de maatwerkoplossing die iemand nodig heeft.
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord
zicht en handhaving worden niet genoemd in het beleidsplan. Het Handhavingsbeleidsplan ‘Dienstverlenend Handhaven’ geldt nog wel, de uitvoering ervan wordt volgens de mensen die het uitvoeren -ook onder invloed van de toeslagenafaire- op een andere manier benaderd.
en handhaving WMO en jeugdwet‘ strakker toegezien op zowel de kwaliteit als de rechtmatigheid van de Wmo-voorzieningen. De gemeente Heerlen neemt zich in het nieuwe beleidsplan voor om zich nog meer in te zetten op zowel reactief, alsook proactief toezicht.
Voor T&H binnen de jeugdvoorzieningen stelt het college dat het proces van toezicht en handhaving moet bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening en ondersteuning en daarmee een belangrijke pijler is van het sociaal beleid.
4.3. Uitvoering
Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem HetHet sociale domein sociale domein Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden
Voor de Jeugdwet houdt de landelijke inspectie toezicht op de kwaliteit van de geboden jeugdhulp en treedt deze op bij calamiteiten. Rechtmatigheidstoezicht op de door Heerlen verstrekte jeugdhulp is belegd bij centrumgemeente Maastricht voor de segmenten GIK-J, Crisis en Wonen, waarbij de gemeente Heerlen wordt betrokken zodra er redenen zijn (die voortvloeien uit controles binnen inkoopteam Maastricht) om toezicht en handhavingsmaatregelen toe te passen. De gemeente Heerlen vindt het belangrijk dat kinderen gezond en veilig opgroeien. Het beleid is dat ouders en jeugdigen zorgen daar in de eerste plaats zelf voor. Ontstaan er problemen, dan kunnen zij deze meestal zelf oplossen. Lukt dat niet, dan denkt de gemeente mee in de richting van een oplossing en worden ouders en jeugdigen ondersteund. In het Beleidskader Jeugdhulp Zuid-Limburg 2024-2028 is vastgesteld op hoofdlijnen welke rol de gemeente én de ouders en jeugdigen hebben bij jeugdzorg. Dit beleidskader is de basis voor de gemeenschappelijke regeling ‘toezicht en handhaving binnen het sociaal domein Regio Zuid-Limburg’.
BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
19
>
De Wmo 2015 geeft de gemeente vrijheid in de inrichting van het toezicht en de plaats daarvan in de gemeentelijke organisatie en de gemeente kan het toezicht dus afstemmen op de lokale situatie. Er is alleen een wettelijke verplichting om een toezichthouder aan te stellen13. Dat is voor Heerlen de GGDZL die verantwoordelijk is voor het calamiteitentoezicht14. Een toezichthouder WMO is aangesteld voor de andere verantwoordelijkheden van de gemeente als toezichthouder, zoals het rechtmatigheids- en kwaliteitstoezicht. Het gaat dan om toezicht op de rechtmatige besteding van middelen én de naleving van contract-afspraken door zorgaanbieders. Dit laatste doet de gemeente nauwelijks. In de Heerlense visie op toezicht in de Wmo van 2022 stelt het college dat: ‘De bedoeling van toezicht op de Wmo is het borgen van de kwaliteit van de zorg en ondersteuning voor onze inwoners. Hierbij werken we samen op basis van gezond verstand en vertrouwen.’ Zonder deze visie los te laten wordt in 2023 met het beleidsplan ‘Toezicht 13
In artikel 6.1 lid 1 Wmo 2015
14
Aanbieders zijn verplicht om calamiteiten bij de GGD te melden.
Bureau Leren en Doorstromen (BLD) zorgt voor de toezicht op de leerplichtwet en voortijdig schoolverlaten en de rechtbank handhaaft deze wetten. Het komt voor dat de rechtbank van mening is dat er -ondanks de inzet op preventie voordat sancties aan de orde zijn, meer hulpverlening en begeleiding mogelijk is. De betrokken ambtenaren geven aan dat de rechtbank daarbij te weinig rekening houdt met de lange wachtlijsten die er zijn in de jeugdzorg waardoor er op korte termijn geen hulp worden gegeven. Als daar te weinig rekening mee wordt gehouden in het juridische traject komt VSV in een spagaat tussen de school en de jeugdzorg en valt de leerplichtige buiten de boot. De gemeente heeft weinig beleidsvrijheid wat betreft T&H in de kinderopvang. Die vrijheid is beperkt tot de keuze om te beginnen met een waarschuwing of een hersteltermijn voordat er strenger gesanctioneerd wordt via de rechter. Daar wordt waar mogelijk gebruik van gemaakt. Bij de uitbestede jeugdzorgtaken aan JENS heeft de gemeente een taak bij toezicht op de kwaliteit. Deze taak wordt behartigd in de periodieke overleggen tussen JENS en de contractmanagers van de gemeente. Over de onderzochte periode tot 2024 had de rekenkamer de indruk dat expliciete aandacht voor kwaliteitstoezicht alleen bij incidenten aan de orde was.
Sinds 2024 voert JENS structurele controles uit op businesscases, waarbij zowel fnanciële als kwalitatieve normen (KPI’s) worden geëvalueerd en verwerkt in een Balanced Scorecard. De resultaten hiervan worden periodiek met de gemeente besproken om de efectiviteit en doelmatigheid van de interventies te bewaken en waar nodig bij te sturen. Indien er fouten worden geconstateerd wordt de steekproef systematisch uitgebreid. De efectiviteit van deze aanpak is nog niet geëvalueerd. Voor de Wmo heeft de gemeente Heerlen een gemeentelijke toezichthouder (WMO en jeugdwet) aangesteld, die zich met name richt op rechtmatigheid van de PGB’s, veelal signaal gestuurd. De toezichthouder WMO komt nauwelijks toe aan proactief toezicht. Het kwaliteitstoezicht is niet belegd. Bij calamiteiten heeft de toezichthouder -naast de GGDZL- ook een rol: ‘De toezichthoudend ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem HetHet sociale domein sociale domein Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.’ ‘Controles op rechtmatigheid en doelmatigheid leveren een belangrijke bijdrage aan de beheersing van zorgkosten en daarmee de duurzaamheid van toegankelijke en goede zorg. Daarnaast helpen controles de kwaliteit inzichtelijk te maken en te verbeteren. In geval van constatering van per ongeluk gemaakte fouten of bewust gepleegde fraude vragen wij de zorgverlener het teveel gedeclareerde bedrag terug te betalen.’ De centrumgemeente (Maastricht) voor het Sociaal Domein Zuid-Limburg voert haar controles hoofdzakelijk uit om te waarborgen dat de betaalde zorgkosten rechtmatig zijn. Daarnaast ziet de centrumgemeente het als één van haar kerntaken om actief bij te dragen aan de beheersing van de zorgkosten door onrechtmatige zorg te detecteren en deze naar de toekomst toe te voorkomen. Met het controleproces, op verschillende risico’s binnen het sociaal domein, wil het Inkoopteam Sociaal Domein Zuid-Limburg voor alle deelnemende gemeenten met voldoende zekerheid vaststellen: • dat de gedeclareerde zorgbedragen met een zekerheid van 95% rechtmatig is geleverd. • dat 95 % van de gedeclareerde zorgbedragen in de mix van de aanbieder binnen de gestelde bandbreedte is geleverd.
• dat de gedeclareerde zorgbedragen doelmatig worden ingezet waarbij het doel is overschrijding van de gemiddelde landelijke doorlooptijden “client in zorg” normen terug te dringen naar maximaal 110% van de landelijke norm per segment. • dat de gedeclareerde zorgbedragen doelmatig worden ingezet waarbij het doel is overproductie dan wel onnodige zorgproductie tot een minimum te beperken. De risicoanalyse en het controleplan zijn dynamische modellen. Dit betekent dat, wanneer actuele ontwikkelingen en ministeriële beslissingen impact hebben op de controleaanpak, deze wordt gewijzigd.
Toezicht op de uitbestede uitvoering van de Wmo door Buurtteams Heerlen (Incluzio) moet worden ingevuld op basis van een vernieuwing van de wijze van sturing en verantwoording en dus om nieuwe indicatoren die passen bij een ‘lean en mean’ samenwerkingsverband. Dit vertaalt zich in een jaarlijkse schriftelijk rapportage en een doorlopende dialoog via ‘regiegesprekken’ tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over doelen, voortgang en resultaten, oplossingsrichtingen voor gesignaleerde knelpunten en de stappen die gezet worden richting transformatie. De efectiviteit van deze aanpak is nog niet geëvalueerd. 20
4.4. Rol van de raad De raad wordt via raadsinformatiebrieven en de P&C cyclus geïnformeerd over toezicht en handhaving binnen het sociaal domein. Er zijn in juni 2024 vragen gesteld en beantwoord over het fraudepreventiebeleid bij PGB’s. De raad heeft het ‘Beleidsplan Toezicht en handhaving Wmo en Jeugdwet’ niet vastgesteld, maar wel ontvangen naar aanleiding van een discussie in de commissie over de WMO-verordening 2024. De raad wordt via raadsinformatiebrieven regelmatig geïnformeerd over de regeling voor de ‘toezicht en handhaving binnen het sociaal domein Regio Zuid-Limburg’. Het is voor de rekenkamer niet duidelijk geworden of de raad bij strategische keuzes voor toezicht en handhaving op kwaliteit van de zorg wordt betrokken.
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein Middelen Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
5. Middelen
Figuur 2: Capaciteit in FTE’s voor toezicht en handhaving in 2023
Toezicht en handhaving is zodanig verweven met ander beleid dat het niet mogelijk is gebleken om een overzicht te genereren met welke middelen het beleid is uitgevoerd.
Team beleid Maat-
Beleidsontwikkeling en
schappij
advisering:
Tot 2020 is er steeds bezuinigd op T&H. Op enig moment was het volgens de organisatie niet meer mogelijk om met de beschikbare middelen de verplichte taken uit te voeren.
Team Handhaving
29 fte (incl manager)
Team Toezicht
18,67 fte (incl manager en coör-
Uit de jaarverslagen15 blijkt dat soms ook de minimale uitvoeringsniveau niet wordt gehaald. De risico’s hiervan zijn niet duidelijk gemaakt. Bovendien kwamen steeds meer taken bij. De veranderende wetgeving én samenleving vroeg en vraagt ook om andere deskundigheid. Het college heeft -volgens de organisatie- als reactie op deze situatie in de afgelopen 4 jaar: 3,7 miljoen structureel aan extra middelen vrijgemaakt. Hiervan is het interventieteam bekostigd, zijn er 3 BOA’s bijgekomen en is de Sociaal Veilig aanpak uitgerold. Hiermee is naar hun mening de basis gedekt. Daarnaast heeft het college in deze periode incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de Aanpak Sociaal Veilig en heeft het college incidentele gelden ingezet voor aanpakken waar toezicht en handhaving een onderdeel van uitmaakt, zoals de regeling Preventie met Gezag (2022) en de Regio Deal voor Sociaal Veilig (2023). Tenslotte is via het RIEC incidenteel geld beschikbaar gesteld voor een regionale aanpak op hennep (HAP: Hennep Aanpak Parkstad) waarbij toezichthouders werden ingezet.
1. De onderzoeksopzet
Personeel
2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
Directe uitvoering (FTE’s)*
Ondersteuning (FTE’s)*
7,5 fte beleid cluster IV, ,5 fte beleid WMO-toezicht
2 fte
dinatoren 23,67fte) Team Inkomen
33,8 fte consulent
Team Schuldhulpver-
6 fte, consulten debiteuren, ½
lening & Debiteuren
fte procesbegeleider
Team WMO
2 fte toezichthouders16
Team Sociale Veilig-
28 Fte toezichthouders Waarvan
heid en Buurtregie
7 mensen SR boa domein 5 en 4
2 fte procesbegeleider
mensen boa domein 1 Team beleid Econo-
0,6 fte
mie voor kinderopvang Team VSV met
9Fte consulenten Leerplicht
ingang van 01-03-
voor Parkstad
2025 BLD
Met ingang van 01-03-2025 voor een periode van 2 jaar formatie uitgebreid met 3
Fte (12 Fte consulent
3.93 Fte (procesondersteuner,
leerplicht).
procesbegeleider, bedrijfsvoering, med LP/RMC) 5,76 Fte RMC voor Parkstad
Team Bouw Milieu-
36,5 fte, verdeeld over: 14 fte
4 fte procesondersteu-
toezicht en Bodem
toezichthouders/handhavers 4
ning en administratie
fte juristen, 12,5 fte specialisten
Een belangrijk deel van de middelen voor toezicht en handhaving zijn personeelskosten. In fguur 2 een overzicht van de capaciteit die wordt ingezet voor T&H in alle teams.
1,5 fte toezicht Sociaal Veilig, 1,5 fte jurist Sociaal Veilig, 3 fte fexibele schil (div. functies) Team Stadsbeheer
16,5 uur fte beheerders en
1 fte ondersteuning in
medewerkers Stadsbeheer die
combinatie met toezicht
toezicht houden als een van hun taken hebben. Team Vastgoed
21
>
0,7 fte
15
In WABO Handhavingsverslag 2018-2019 staat: Periodieke milieucontroles bij bedrijven vonden plaats met een lagere controlefrequentie dan de landelijk adequate norm.15 Het betreft 1500 bedrijven die niet onder de Omgevingsdienst Zuid Limburg (ODZL) vallen en door de gemeente zelf periodiek gecontroleerd worden.
16
Sinds 2024 is dit nog een toezichthouder
toezicht & handhaving
* Kanttekening bij deze aantallen is dat in sommige functies medewerkers niet alleen T&H -taken hebben maar ook andere verantwoordelijkheden. De inzet op T&H is naar beste vermogen intern ingeschat.
Een deel van de activiteiten worden uitgevoerd met tijdelijke middelen, bijvoorbeeld voor het programma ‘Preventie met gezag’. Deze middelen (1,5 miljoen) zijn toegekend tot en met 2026 en worden waarschijnlijk tot 2029 ter beschikking gesteld.
BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein Middelen Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
Ander voorbeeld is dat vanaf 2024 t/m 2025 vanuit de regiodeal incidentele middelen beschikbaar zijn voor Aanpak Sociaal Veilig Heerlen Noord. Aanpak Sociaal Veilig in Heerlen Noord is in 2023 door het college tijdelijk gedekt uit de algemene middelen. Het gaat in totaal om een bedrag van €600.000 in 2023.
Leefbaarheid en veiligheid Volgens zowel bestuurders als uitvoerders wordt een groot beroep gedaan op handhaving, waarbij alles belangrijk is en er is altijd een capaciteitsprobleem is. Er moeten keuzes gemaakt worden. Om aan de vraag te voldoen moet er gekozen worden om meer te doen (dus meer BOA’s aan te stellen) of om keuzes te maken en prioriteiten te stellen. Relatie met de politiecapaciteit Bij de politie is ook capaciteitstekort. De keuzes die de politie maakt hebben bij de gemeente ook invloed op de keuzes. Met de huidige capaciteit kunnen de doelen van het leefbaarheids- en veiligheidsbeleid slechts deels gerealiseerd worden. Er is in 2023 gekozen voor een uitbreiding met 3 extra BOA’s, 1 persoon voor de meldkamer. In 2024 zijn jeugd-BOA’s toegevoegd aan het team Sociale Veiligheid en Buurtregie in het kader van Preventie met Gezag. Een belangrijke factor in Heerlen is de beschikbare politiecapaciteit. Ondanks de ‘grote- steden-problematiek’ die Heerlen kent, loopt de formatie van de politie terug. Heerlen heeft daarom extra middelen vrijgemaakt om dit tekort op te vangen. In een RIB van 21-08-2023 schrijft het college: ‘Hoewel BOA’s politietaken niet volledig kunnen overnemen, is geprobeerd via diverse manieren het gemis aan politiecapaciteit op te vangen.
Het aantal BOA’s openbare ruimte is recent uitgebreid met 3 fte en vorig jaar zijn 4 fte aan ondermijningsboa’s aangenomen. Deze voeren preventieve controles uit, signaleren en pakken diverse vormen van ondermijning aan. Ook zijn met de rijksgelden voor het programma Preventie met Gezag drie jeugdboa’s aangenomen. De jeugdboa heeft onder andere een zichtbaar verbindende functie naar de scholen.’
22
>
Via administratieve ondersteuning door de gemeente wordt politiecapaci-
teit vrijgemaakt voor de politietaken: de juristen van het interventieteam geven de politie tips bij het maken van bestuurlijke rapportages. Deze hebben volgens de gemeente nu een betere kwaliteit en komen op tijd, terwijl de politie er veel minder tijd aan besteedt. Ook ondersteuning door onderzoek kan politie-inzet gerichter worden gedaan. Er worden meer dergelijke creatieve oplossingen gezocht en ingevoerd, steeds in overleg met de driehoek. Een andere maatregel is de ontwikkeling van een Centrum voor Veiligheid, Leefbaarheid, Zorg en Recht dat door zorg- en veiligheidspartners in de wijk wordt bemenst. Ook heeft het realiseren van het interventieteam met daarin juristen, regisseurs veiligheid en BOA’s geleid tot zichtbare inzet op de thema’s overlast, sociale problematiek, criminaliteit en ondermijning. Daarnaast draait de ‘Aanpak Sociaal Veilig’ als integrale persoons- en gebiedsgerichte aanpak in Heerlen-Noord, in ieder geval tot 2026. Deze werkwijze, gebaseerd op de methodiek Operatie Hartslag, en moet bij voldoende fnanciering als fundament gaan dienen voor alle gebieden in Heerlen. Uitrol in alle Heerlense wijken vraagt voldoende fnanciering, die in 2024 nog niet beschikbaar was. De Heerlense aanpak is gericht op preventie als het kan en repressie als het nodig is, ook toezicht en handhaving worden daarop ingericht.
De intensieve benadering met het om de week een leefbaarheidsoverleg en casuïstiek overleg met relevante zorg- en veiligheidspartners in de wijk binnen de Aanpak Sociaal Veilig vraagt veel capaciteit, meer dan die er nu is.
Bouw, Milieutoezicht en Bodem Binnen het omgevingsrecht wordt er gewerkt met landelijke kengetallen, waarmee de benodigde capaciteit kan worden ingeschat voor toezicht. Dit is redelijk constant. De dynamiek zit in factoren als corona (veel verbouwingen), de bouwopgave (3 extra toezichthouders in de afgelopen jaren). Ieder kwartaal wordt dat gemonitord en kan men de planning bijstellen. Er wordt 90% gepland, 10% is fexibel voor projecten en zaken die extra aandacht vragen. Er kunnen calamiteiten zijn (zoals het instorten van de parkeergarage in Eindhoven), dan wordt er wel geschoven om naar aanleiding van de geconstateerde risico’s extra controles uit te voeren (belangrijk om mensen gerust te stellen). In het omgevingsbeleid is voldoende tijd vrijgemaakt voor de veiligheidsaspecten van T&H. Zaken met een hoog risico worden (samen met de brandweer) met hoge frequentie gecontroleerd (horeca, woninghoogbouw, verzorgingshuizen). Tegengaan van verrommeling maakt daarvan onderdeel uit. Met de beschikbare capaciteit voor het team BMB is het onmogelijk om alle wettelijke taken op het gebied van toezicht en handhaving uit te voeren. Daarom zijn er -volgens het college- in het toezicht- en handhavingsbeleid naast bovengenoemd minimale uitvoeringsniveau ook bestuurlijke keuzes
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen
gemaakt. Deze keuzes leggen vast welke taken in de beleidsperiode wel en niet worden uitgevoerd. Daarnaast is er een prioritering vastgesteld in het Handhavingsuitvoeringsprogramma milieu en bouwen.
Sociaal Domein Binnen het sociale domein wordt beleidsmatig met name meer gevraagd van het Wmo- toezicht. Er zijn hiervoor nog geen fnanciële keuzes aan de gemeenteraad voorgelegd. Wil het toezicht op de Wmo en jeugdzorg vorm krijgen volgens het nieuwe beleidsplan, zullen ook hier naar verwachting van de rekenkamer extra middelen voor moeten worden ingezet.
Bestuurlijke reactie
Technologische oplossingen
Nawoord
De gemeente is actief in het zoeken en gebruiken van technologische oplossingen. Voor de benodigde investeringen daarin probeert Heerlen incidenteel geld te verzamelen: • Het informatieknooppunt gaat innoveren met een beeldkamer (incidenteel geld vanuit RIEC) die data op leefbaarheid en veiligheid beter in beeld brengt. • Camerabewaking Hoensbroek (diverse potjes) • Inzet van AI kost niet veel geld maar levert wel veel op. Bv woningrapportages hebben eenzelfde format dat geautomatiseerd kan worden. Hierdoor kunnen de toetsers op een andere manier hun werk uitvoeren. Ze kunnen naar de proactieve taken omdat het toetsen minder tijd kost. • Cameratoezicht via AI (wordt nog niet toegepast) kan capaciteit besparen maar door meer geautomatiseerde waarnemingen levert het ook meer werk op. Doel van de inzet van technische innovatie is om capaciteit slimmer in te zetten en in sommige gevallen het natuurlijke verloop te compenseren met technische ontwikkeling. Het uitgangspunt op de gemeentebegroting is nu 7 miljoen bezuinigingen, waarvan 2 miljoen kan worden benut voor innovatie.
RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein Middelen Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen
Externen
4. Onderwerpen op de website
De rekenkamer heeft geen nader onderzoek gedaan naar de middelen voor T&H door externen. De kosten voor de basistaken van de ODZL zijn in 2024 rond € 650.000 per jaar. De bijdrage van Heerlen aan de veiligheidsregio Zuid Limburg (brandweer en crisisbeheersing) bedraagt in 2024 7,5 miljoen per jaar en loopt op naar ruim 8 miljoen in 2027. De bijdrage aan de GGD van Heerlen bedraagt in 2024 bijna 6 miljoen en stijgt naar verwachting in 2025 naar 6.8 miljoen. Het gaat daarbij niet alleen om toezicht en handhavingstaken.
23
Hoe wordt er omgegaan met schaarste? Het toezicht en handhavingsbeleid is volgens de organisatie afgestemd op de bezetting, in die zin is er theoretisch geen schaarste. Een deel van de taken worden met incidentele middelen uitgevoerd. Een voorbeeld is Preventie met gezag (PMG) dat loopt tot 2026 en waarschijnlijk wordt verlengd. Een ander voorbeeld is de Aanpak Sociaal Veilig. Door Sociaal Veilig zijn er vanuit de ervaring van de professionals minder excessen qua incidenten in de buurten. Voor PMG zijn er bijvoorbeeld onderdelen van de aanpak die volgens de organisatie zeker doorgetrokken zouden moeten worden in de basistaken van de gemeente en haar partners, ook na afoop van het programma. Dat moet dan fnancieel ergens worden ondergebracht. De burgemeester stelt in de vergadering van de commissie M&W van 21 februari 2024 dat er voldoende geld is voor veiligheid, met name omdat het de laatste jaren fink is opgeplust (extra BOA’s, het opzetten van het interventieteam). Via externe fnanciering wordt PMG en de sociaal veilig aanpak (via de regiodeal) gefnancierd. Er zijn volgens de organisatie twee vertrekpunten: het geld en de risico’s. In het beleid trefen die factoren elkaar ergens in het midden. Er wordt niet risicovrij gewerkt maar er is grip op de risico’s én er kan worden bijgestuurd. Deze schaarste wordt door de organisatie niet als een probleem ervaren.
De organisatie geeft echter aan geen ruimte te hebben om optimaal proactief (dus preventief) te werken. Daarvoor ontbreekt de tijd/capaciteit. De rekenkamer constateert dat voor dat gedeelte van het beleid dus onvoldoende middelen zijn. Bij regelgeving (gemeentelijk én landelijk) worden volgens de respondenten niet altijd de kosten van handhaving betrokken. Wanneer er daardoor -bijvoorbeeld vanuit de raad- de wens is om meer aan te pakken (bv bomenverordening, afvalcontainers buiten de tijden op straat laten staan) dan is er meer capaciteit nodig of gaat het ten koste van andere onderwerpen. Budget voor preventief werken is niet expliciet begroot. Dat zit in de werkwijze verweven: alle reguliere controles zijn preventief. De BOA’s in de wijk (zichtbaarheid) werkt preventief. Er wordt geprioriteerd met gebiedsgericht werken in focusbuurten. Goede voorlichting werkt ook preventief. Volgens de portefeuillehouder is preventie bij openbare orde en veiligheid geïntegreerd in veel van de activiteiten.
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding
6. Communicatie over T&H aan inwoners en bedrijven In de diverse beleidsplannen wordt geen specifek communicatieplan over het beleid uitgewerkt. Er worden wel hier en daar opmerkingen gemaakt over hoe zaken gecommuniceerd dienen te worden:
Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein Middelen Communicatie overover T&H T&H Communicatie Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
24
Het beleidsplan leefbaarheid en veiligheid zegt over communicatie: investeren in het creëren van bewustzijn bij zowel burgers, bedrijven, ketenpartners en interne medewerkers van de gemeente Heerlen. Er wordt een handelingsperspectief geboden hoe signalen te herkennen en waar deze te melden. Dit gebeurt door verschillende communicatie uitingen en informatiebijeenkomsten. In het VTH-beleid 2023-2026 Omgevingsrecht ligt de nadruk op communicatie bij preventie: ‘Voorkomen is beter dan genezen. Daarom zetten wij ook andere instrumenten dan toezicht en handhaving in, met als doel te voorkomen dat overtredingen of ongewenste situaties ontstaan.’ Het gaat dan om communicatie, kennis- en informatieoverdracht, bij (wijzigingen in) regelgeving en bevorderen dat bedrijven ons bij vragen weten te vinden. Het streven is om situaties te voorkomen waarbij slecht naleefgedrag wordt veroorzaakt door onvoldoende kennis. Bedrijven worden geïnformeerd over de wijze waarop toezicht wordt uitgevoerd, het belang van naleving en de gevolgen van niet-naleving. ichtbaarheid van het toezicht en handhavingsactiviteiten om te laten zien dat toezicht wordt gehouden en handhaven als dat nodig is, In het beleidsplan Toezicht Wmo staat te lezen: De Gemeente Heerlen kan bij handhaving de grootste winst behalen met preventie. Voorkomen is beter dan genezen.
Fouten worden voorkomen met goede voorlichting, transparantie en duidelijke communicatie (zowel intern als extern). Op de website van de gemeente staan een aantal onderwerpen bij een zoekopdracht ‘toezicht’ en ‘handhaving’ op 19 april 2024. (zie bijlage 4). In hoeverre dit voldoende, compleet en inzichtelijk is en preventief werkt kan de Rekenkamer niet beoordelen.
toezicht & handhaving
7. Bezwaar en beroep en klachtenprocedures
BESTUURLIJK RAPPORT
Externe procedures
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein Middelen
In het kader van veiligheid heeft de uitvoering in beeld hoeveel bezwaar en beroepsprocedures zijn bij de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW), en het Centraal Justitieel Incasso Bureau, CJIB). Alles wordt geregistreerd en men kan ook zien wat het resultaat daarvan is. Omdat het hele proces is geautomatiseerd is er voortdurend inzicht hoeveel bonnen er zijn gemaakt, hoeveel er zijn geïncasseerd en hoeveel bezwaarschriften zijn ingediend. Op basis van deze informatie wordt het handhavingsbeleid aangepast. Voor verkeer wordt dat minder goed gecommuniceerd. Hierdoor kan de situatie ontstaan dat er na een uitspraak op bezwaar of beroep veel verbalen ongedaan moet gaan maken. In het sociaal domein hebben de uitvoerende organisaties hun eigen klachtenprocedures, waarover in verslagen aan de gemeente wordt gerapporteerd.
Interne klachtenprocedures
Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
Het team handhaving kan bekeuringen uitschrijven, daartegen kunnen mensen in beroep gaan. Mensen melden zich ook wel met vragen of klachten. Dat leidt vaak tot een gesprek. Vaak kunnen klachten dan worden opgelost. Een verbalisant kan een bekeuring binnen een half uur intrekken, anders gaat het altijd in overleg met de verbalisant en de leidinggevende. Als iemand een klacht heeft over de manier van optreden komt die altijd bij de teamleider terecht. Daar wordt de klacht van twee kanten bekeken. Soms gaan inwoners met klachten naar bestuurders, maar voor zover bekend bij de teammanager is er bestuurlijk nooit iets doorgezet waar men het ambtelijk niet mee eens was. Team Handhaving handhaaft met de menselijke maat. Handhaven is niet het doel, leefbaarheid is het doel. Er wordt preventief en repressief gehandhaafd. Preventief gaat het vooral om communicatie over wat wel en niet mag en een waarschuwing. Repressieve handhaving is nog steeds met de menselijke maat, maar dat vinden mensen nog steeds niet leuk. Het gaat soms ook over veel geld. Het blijft altijd de discretionaire bevoegdheid van de handhaver.
25
>
Bezwaar en beroep
Als een klacht niet kan worden opgelost met een gesprek, kunnen inwoners bezwaar maken. Er is tussen 2019 en 2023 bezwaar gemaakt tegen: • boetes bij de handhaving of van het opleggen van een gebod of een verbod op grond van algemene plaatselijke verordeningen, • een bestuurlijke boete op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht. • Handhaving op grond van de Drank & Horecawet of van artikel 13b van de Opiumwet. Binnen de beleidsterreinen veiligheid en bouw, milieu en bodem leidt de uitvoering tot aantal bezwaarprocedures van tussen de 20 en 44 bezwaren per jaar, met een aanzienlijke afname vanaf 2021. Gemiddeld 18% van de beroepsprocedures is gegrond verklaard. Het aantal beroepsprocedures is -logischerwijze- vergelijkbaar in aantal afgenomen. Het grootste aantal bezwaar- en beroepsprocedures wordt gevoerd in het sociale domein. • Bezwaar op grond van de jeugdwet bij het intrekken van een individuele voorziening • Bezwaar tegen een boete bij of tegen intrekking van algemene bijstand Binnen het sociale domein is er in 2018 een bezwaar ingediend tegen intrekking van de voorziening op grond van de Jeugdwet. Dit bezwaar in niet ontvankelijk verklaard.
Bij de participatiewet zien we veruit de meeste bezwaarprocedures Hier leidt de uitvoering tot rond de 100 bezwaar- en beroepsprocedures in 20182020 (waarvan gemiddeld 10% gegrond) met vanaf 2021 een aanzienlijke vermindering naar ongeveer de helft van de procedures (waarvan gemiddeld 25% gegrond). Dezelfde vermindering zien we in de beroepsprocedures: gemiddeld 14 in 2018-2021, gemiddeld nog geen 6 in 2022 en 2023. Een verklaring voor de daling is niet makkelijk te geven. In 2023 stabiliseren de aantallen en zet de daling niet verder door. Het aantal bezwaarschriften neemt volgens de juridische afdeling op alle terreinen af, dat doet het al vanaf 2020. Voor bezwaar en beroep door toezicht en handhaving is de daling dus later ingezet. Het gaat om (bezwaren tegen) toezicht en handhaving op verschillende rechtsgebieden (de grootste aantallen zie je bij participatie/intrekking en de afvalstofenverordening), een algemene verklaring is daarom lastig te geven.
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
26
Om het per categorie goed te kunnen verklaren zou je ook moeten vergelijken met het aantal primaire beslissingen (is dat afgenomen?), maar die vergelijking kan (nog) niet gemaakt worden. Bijvoorbeeld: in het eerste kwartaal van 2024 is het aantal bezwaren in het kader van toezicht en handhaving afvalstofenverordening toegenomen. De veronderstelling is daar dat de BOA’s actiever zijn geweest en meer boetes zijn uitgeschreven. Een analyse van deze ontwikkeling kan ondersteunend zijn bij het evalueren van de uitvoering van T&H.
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek
8. In gesprek met raadsleden In een bijeenkomst met 6 leden van de raad17 is er gesproken over wat de raad van belang vindt om prioriteit te geven op het terrein van openbare orde en veiligheid en waarom zij dit vinden. De raadsleden hebben een lijst met vormen van overlast op de volgorde gezet van prioriteit zoals zij van belang achten (zie fguur 3).
De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT RAPPORT VAN VAN BEVINDINGEN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein Middelen Communicatie over T&H
In het gesprek komen de deelnemers tot de volgende conclusies. Bij het bepalen van prioriteiten voor toezicht en handhaving moeten ervaren overlast en gezondheid een belangrijke rol spelen. Ook de impact op kleinere groepen, zoals gezondheidsproblemen door rook, moet meetellen. De raadsleden benadrukken dat de focus niet alleen op de perceptie van overlast moet liggen. Er moet ook gekeken worden naar de risico’s van niet-handelen (bijvoorbeeld gaslekken of veiligheidskwesties). De mening van inwoners (uit de resultaten van het burgeronderzoek is belangrijk, maar moet zorgvuldig geanalyseerd worden om emotie en feiten te scheiden. Veel meldingen van eenzelfde probleem kunnen prioriteit geven. Een onderscheid wordt gemaakt tussen doorlopende programma’s (zoals vergunningen handhaven bij bouwen) en acute problemen (zoals verwarde personen, jeugd- of geluidsoverlast). Beide hebben hun eigen aanpak nodig. Figuur 3: Overzicht van prioriteiten bij handhaving van enkele raadsleden
Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met met raadsleden In gesprek raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
17 27
Voor dit gesprek waren alle raadsleden en commissieleden uitgenodigd
Goede communicatie wordt algemeen beschouwd als een belangrijk instrument: mensen moeten eenvoudig meldingen kunnen doen (bijvoorbeeld via een app) en weten dat hierop actie volgt. Opgemerkt wordt dat inwoners soms onvoldoende zicht hebben op wat daadwerkelijk onder handhaving valt. Misverstanden kunnen ontstaan als meldingen niet direct opgevolgd worden en inwoners niet weten waarom. Handhavers worden soms gezien als politieagenten, wat misverstanden schept. Onderdeel van de communicatie moet ook zijn wat wel en niet tot de taken van BOA’s behoort. Vervolgens is besproken welke criteria gehanteerd moeten worden bij het stellen van prioriteiten. In fguur 4 worden de belangrijkste criteria weergegeven. Bij prioritering moet de gemeente een balans vinden tussen data en cijfers, het perspectief van inwoners, risicoanalyse en gezondheidsimpact. Seizoensgebonden factoren en de efectiviteit van handhaving spelen een aanvullende rol. Goede communicatie en empathie zijn essentieel om vertrouwen en duidelijkheid te bieden aan inwoners. Figuur 4: Genoemde criteria bij prioriteiten van toezicht en handhaving.
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Bijlagen
Inleiding
Bijlage 1: De onderzoeksopzet
Het onderzoek
De opzet van het onderzoek ziet er als volgt uit.
De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord
Onderzoeksvragen
De onderzoeksvraag luidt : “In hoeverre is in de periode 2020-2023 het toezicht- en handhavingsbeleid van de gemeente adequaat vastgesteld en is de uitvoering doeltrefend en doelmatig geweest?”
RAPPORT VAN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem
We delen de hoofdvraag op in deelvragen die betrekking hebben op beleid, uitvoering, monitoring en rol van de raad.
Beleid
Monitoring • • • •
Hoe is de uitvoering van het beleid gemonitord? Hoe is de kwaliteit van de uitvoering geborgd? Is het beleid en de uitvoering tussentijds geëvalueerd? In hoeverre zijn de doelen van het toezicht- en handhavingsbeleid gerealiseerd? • Met welke middelen (mensen, tijd en geld) is het beleid in de periode 2018-2021 uitgevoerd?
Rol van de gemeenteraad • Op welke wijze is de raad betrokken geweest bij de totstandkoming en vaststelling van het beleid op toezicht en handhaving? • Hoe is de raad geïnformeerd over de uitvoering van het toezicht- en handhavingsbeleid?
• Is er een (integraal) toezicht- en handhavingsbeleid door de gemeente vastgesteld? • Welke doelen wil(de) de gemeente bereiken met het beleid op toezicht en handhaving? • Hoe worden keuzes gemaakt in het licht van de schaarse middelen? • Welke stakeholders zijn bij de totstandkoming en vaststelling van het beleid betrokken geweest? • Hoe is het beleid uitgewerkt in uitvoeringsprogramma’s?
Lessen
BIJLAGEN
Uitvoering
1. De1.onderzoeksopzet De onderzoeksopzet
• Welke concrete acties op toezicht en handhaving zijn in de periode 20182021 uitgevoerd (aantallen)? • Liggen deze acties in lijn met het vastgestelde beleid en de uitvoeringsprogramma’s? • Welke prioriteiten zijn in de uitvoering gesteld? • Tot hoeveel en welke bezwaar- beroepsprocedures heeft de uitvoering geleid? • Welke gevolgen hebben deze procedures gehad?
De gegevens zijn verzameld door het bestuderen van documenten en met behulp van interviews. Er zijn gesprekken met beleidsambtenaren en portefeuillehouders en met relevante partners (zie bijlage 3).
Het sociale domein Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden
2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
28
• Welke lessen kunnen worden getrokken uit de conclusies naar aanleiding van de bevindingen met betrekking tot bovenstaande vragen?
De uitvoering van het onderzoek
De bovenstaande onderzoeksvragen worden beantwoord, mede op basis van een normenkader (zie bijlage 2) .
Deze rapportage is ambtelijke voorgelegd voor feitencontrole. Er is bestuurlijke hoor en wederhoor toegepast.
toezicht & handhaving
Bijlage 2. Normenkader Normen
BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding
Beleid
Het onderzoek
•
Vastgesteld beleid
De onderzoeksvragen beantwoord
• • •
Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie
Beoordeling
•
Nawoord
Welke doelen wil(de) de gemeente bereiken met het beleid op toezicht en handhaving?
• •
RAPPORT VAN BEVINDINGEN
Welke stakeholders zijn bij de totstandkoming en vaststelling van het beleid betrokken geweest?
•
Alle bij de handhaving van veiligheid in de openbare ruimte betrokken actoren binnen en buiten de gemeente zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling van het beleid (zoals brandweer, politie en RUD).
•
Welke beleidskeuzes worden gemaakt in het licht van de schaarse middelen?
•
In het beleid wordt aangegeven op welke wijze keuzes worden gemaakt door prioritering, door samenwerking en door de inzet van technologische middelen.
•
Hoe is het beleid uitgewerkt in uitvoeringsprogramma’s?
•
Er is een jaarlijks uitvoeringsprogramma opgesteld waarin de toezicht- en handhavings- activiteiten en beoogde prestaties een directe relatie hebben met de in het handhavingsbeleid geformuleerde prioriteiten en handhavings- doelen.
Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein
De doelen zijn SMART geformuleerd en gericht op prestaties, naleefgedrag en zo mogelijk efecten en indicatoren. Op basis van een omgevings- en risicoanalyse zijn de doelen geprioriteerd.
•
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid
Er is een (integraal) toezicht- en handhavingsbeleid vastgesteld. Het handhavingsbeleid voldoet aan de procescriteria voor professionele handhaving uit het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het beleid bevat een communicatiestrategie om het naleefgedrag in de lokale samenleving te vergroten.
Middelen Communicatie over T&H
Uitvoering
Bezwaar en beroep en klachten
•
Welke concrete acties op toezicht en handhaving zijn in de periode 2018-2021 uitgevoerd (aantallen)?
•
Geen normen
•
Liggen deze acties in lijn met het vastgestelde beleid en de uitvoeringsprogramma’s?
•
De uitgevoerde toezicht- en handhavings- activiteiten zijn in overeenstemming met de beleidskaders en de daarbij behorende uitvoeringsprogramma’s. De toezichts- en handhavingsactiviteiten komen overeen met de geplande activiteiten zoals vastgelegd in het uitvoeringsprogramma.
In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
•
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 2. Normenkader
•
Welke prioriteiten zijn in de uitvoering gesteld?
•
Op basis van een risicoanalyse zijn prioriteiten op activiteiten gesteld.
3. Geïnterviewde personen
•
Tot hoeveel en welke bezwaar- beroepsprocedures heeft de uitvoering geleid?
•
Geen normen
4. Onderwerpen op de website
•
Welke gevolgen hebben deze procedures gehad?
•
Geen normen
Monitoring
29
>
toezicht & handhaving
•
Hoe Is de uitvoering van het beleid gemonitord?
• •
BESTUURLIJK RAPPORT
•
Hoe is de kwaliteit van de uitvoering geborgd?
Inleiding Het onderzoek
• •
•
De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie
Toezicht en hadhaving in Heerlen Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem
Is het beleid en de uitvoering tussentijds geëvalueerd?
•
Het handhavingsbeleid en de uitvoering op grond van het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geëvalueerd.
•
In hoeverre zijn de doelen van het toezicht- en handhavingsbeleid gerealiseerd?
•
De gestelde doelen worden behaald conform planning en binnen de gestelde fnanciële kaders.
•
Met welke middelen (mensen, tijd en geld) is het beleid in de periode 2018-2021 uitgevoerd?
•
De beschikbare middelen staan in verhouding tot de doelen zoals vastgelegd in de beleidskaders en uitvoeringsprogramma’s.
Rol van de gemeenteraad
• Op welke wijze is de raad betrokken geweest bij de totstandkoming en vaststelling van het beleid op toezicht en handhaving?
• De raad is voorafgaand aan de totstandkoming van het beleid door het college geconsulteerd over de uitgangspunten. • De gemeenteraad heeft de randvoorwaarden en uitgangspunten van het beleid ten aanzien van toezicht en handhaving vastgesteld. • Het uiteindelijke handhavingsbeleid is door de gemeenteraad vastgesteld.
• Hoe is de raad geïnformeerd over de uitvoering van het toezicht- en handhavingsbeleid?
• De informatievoorziening over het handhavingsbeleid en de uitvoering daarvan aan de gemeenteraad is transparant, compleet en tijdig. • Het college heeft de raad minimaal jaarlijks geïnformeerd over de resultaten van het uitgevoerde handhavingsbeleid.
Het sociale domein Middelen Communicatie over T&H Bezwaar en beroep en klachten In gesprek met raadsleden BIJLAGEN
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
30
Er is samenhang tussen het beleid, de organisatie en de uitvoering. De in het beleid opgenomen strategie zijn eenduidig geformuleerd en uitgewerkt in duidelijke en eenduidige protocollen of werkinstructies (geen interpretatieruimte). De communicatie over toezicht en handhaving van de gemeente naar burgers en bedrijven is begrijpelijk en duidelijk.
•
Nawoord RAPPORT VAN BEVINDINGEN
Er is per doelstelling tenminste één prestatie indicator, naleefndicator en/of efectindicator gedefnieerd en deze is begrensd in de tijd. Er vindt meting of registratie plaats van prestaties, naleefgedrag en efecten.
Lessen
• Welke lessen kunnen worden getrokken uit de conclusies naar aanleiding van de bevindingen met betrekking tot bovenstaande vragen?
• Geen normen
toezicht & handhaving BESTUURLIJK RAPPORT
Inleiding Het onderzoek De onderzoeksvragen beantwoord Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie Nawoord RAPPORT VAN BEVINDINGEN
Toezicht en hadhaving in Heerlen
Bijlage 3Lijst van geïnterviewde personen • • • • • •
College van B&W op 22-11-2022 Veiligheid en leefbaarheid Manager team Toezicht Manager team Handhaving Manager team Toezicht en Handhaving (vanaf 2024) Manager team Sociale Veiligheid en Buurtregie Buurtregisseur Strategisch beleidsadviseur veiligheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Manager Team Bouw- en Milieutoezicht en Bodem
• • • • • • •
Sociale Domein Manager team WMO Sociaal rechercheur Manager Team Toegang Heerlen Noord Manager Team Toegang Zuid Manager Team Beleid Economie; Beleidsmedewerker Onderwijs Manager Team Voortijdig Schoolverlaten Medewerker Bedrijfsvoering Onderwijs Manager Team Inkomen Manager Team Administratie Beleidsmedewerker Maatschappij Procesbegeleider Team Inkomen Procesbegeleider Team Schuldhulpverlening & Debiteuren Projectleider Sociaal Domein Beleidsmedewerker WMO
Veiligheid en leefbaarheid Bouw- en Milieutoezicht en Bodem Het sociale domein Middelen
Externen Stand-by:
• directeur Manager Kwaliteit • Manager Bedrijfsvoering
Communicatie over T&H
JENS:
Bezwaar en beroep en klachten
• Operationeel manager
In gesprek met raadsleden
RUD:
BIJLAGEN
• • • •
1. De onderzoeksopzet 2. Normenkader 3. Geïnterviewde personen 3. Geïnterviewde personen 4. Onderwerpen op de website
31
Afdelingshoofd specialistisch en juridisch toezicht Directieadviseur Plv. Directeur en afdelingshoofd Milieutoezicht & Veiligheid Veiligheidsregio/Brandweer Coördinator afdeling risicobeheersing onderdeel brandweer van de veiligheidsregio
toezicht & handhaving
Bijlage 4 Onderwerpen m.b.t. toezicht en handhaving op de website van de gemeente Heerlen (zoekopdracht april 2024)
BESTUURLIJK RAPPORT Gemeentelijk toezicht op bouw en verbouw
Inleiding
Heeft u een omgevingsvergunning voor bouwen of verbouwen? Dan controleert een inspecteur namens de gemeente of u zich aan de regels houdt. Daarom meldt u op
Het onderzoek
tijd wanneer u met de werkzaamheden begint en stopt
De onderzoeksvragen beantwoord
Ongewoon voorval melden
of kan ontstaan. Of incidenten met andere ernstige gevolgen voor de omgeving. U
Conclusies en aanbevelingen Bestuurlijke reactie
Ongewone voorvallen zijn incidenten in een bedrijf waarbij milieuschade ontstaat meldt het voorval zo snel mogelijk aan de gemeente.
Handhavingsverzoek indienen