t_NL.IMRO.0917.BP030300W000008-0401.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 22 -
Toelichting
5 Omgevingsaspecten
d
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe deze in het onderhavige plan zijn ingepast.
5.1 Akoestiek Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Onderhavig plan Wet geluidhinder Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Voor andere geluidsbronnen bestaan geen wettelijke kaders. Andere geluidbronnen kunnen wel noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Industrielawaai In de omgeving van het plangebied zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Het aspect industrielawaai vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het plan. Spoorweglawaai In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen spoorwegen. Het aspect spoorweglawaai vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het plan.
Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt ingesloten tussen de Aletta Jacobsstraat, Erkstraat en Heesbergstraat. De Aletta Jacobsstraat en de Erkstraat zijn 30 km/uur-wegen en de Heesbergstraat is een 50 km/uur-weg. De Heesbergstraat heeft een onderzoekszone van 200 meter. De Aletta Jacobsstraat, waaraan de toekomstige woning wordt ontsloten, is een doodlopende weg. Deze weg is vanaf het voorliggende bouwkavel ingericht als een voet-/fietspad en is voor gemotoriseerd verkeer niet toegankelijk. Het bevoegd gezag (de gemeente Heerlen) heeft aangegeven dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ter plaatse niet wordt overschreden en dat de gecumuleerde geluidbelasting 52 dB bedraagt, waardoor ook voor de gevelwering geen geluidrapport noodzakelijk is. Ten westen van het plangebied, op een afstand van ruim 975 meter, ligt de provinciale weg N281. De onderzoekzone van deze weg reikt niet tot in het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit de Wet geluidhinder geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Een ‘goede ruimtelijke ordening’ Bij het beoordelen van de invloedssfeer van geluidbronnen welke niet via de Wet geluidhinder zijn geregeld vormt de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ een hulpmiddel. Deze publicatie geeft richtlijnen over de aan te houden afstanden van (bedrijfs)bestemmingen ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen.
Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een nieuwe woning. Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 23 -
Toelichting
Een woning betreft een geluidgevoelige bestemming. Er zijn in de directe omgeving geen functies of bedrijfsmatige activiteiten gelegen die van d invloed kunnen zijn om de woonfunctie dan wel waarvoor de woonfunctie belemmerend zou kunnen zijn. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.
5.2 Water In het kader van de watertoets moet elk ruimtelijk plan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven hoe in het plan wordt omgegaan met water. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatiespecifieke kenmerken van het plangebied, is eerst het relevant beleid samengevat. Rijksbeleid Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’ centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Wet Ruimtelijke ordening en de Watertoets In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant.
In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder. Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-20121 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan en de partiele herzieningen hiervan. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn.
Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw “Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient” uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota’s. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthoudenbergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 24 -
Toelichting
Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het d Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KWR. De belangrijkste doelen en taken zijn het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken en de verbetering van de waterkwaliteit. Regionaal en gemeentelijk beleid Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 Het Provinciaal Waterplan Limburg bevat de ambities, opgaven en op hoofdlijnen de maatregelen die de komende 6 jaar worden uitgevoerd, op gebied van de hoogwaterbescherming in de Maasvallei, de aanpak van regionale wateroverlast en watertekort, mede in het licht van de klimaatverandering en het Nationale Deltaprogramma, de inrichting van de beken en waterrijke natuurgebieden als ook de verbetering van de ecologische en chemische waterkwaliteit, en de drinkwatervoorziening en het grondwaterbeheer, mede als opdracht vanuit de Kaderrichtlijn Water.
Waterbeheerplan 2016-2021 Limburgse waterschappen Het Waterbeheersplan 2016-2021 is een gezamenlijke visie van de gefuseerde waterschappen op het Limburgse waterbeheer voor 2020. Met dit Waterbeheerplan zetten de waterschappen de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg; hoe ze invulling willen geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. Watertoets Conform de regels van het Waterschap Limburg dient de watertoets te worden doorlopen bij toevoeging van verharding en/of bebouwing. In het onderhavige plan wordt maximaal 200 m² bebouwing toegevoegd. Dit betreft de maximale maat voor de te bouwen woning inclusief bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Daarnaast kan nog verharding worden gerealiseerd. Het perceel heeft een oppervlakte van 408 m² waardoor het totaal aan bebouwd en verhard oppervlak nooit meer dan die waarde kan zijn. De wijze van afkoppeling van hemelwater op het perceel wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de woning. Voor de infiltratievoorziening schrijft de nieuwe Keur van het waterschap voor dat er 80 mm van het verhard oppervlak geïnfiltreerd/gebufferd wordt. De eis van 80 mm is enkel van toepassing bij rechtstreekse lozing op oppervlaktewater (dat is hier niet het geval). De bergingseis bedraagt dan ook 35 mm (3,5 m³/100 m).
Volgens de Waterwet is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk voor de verwerking van het op perceel vallende regenwater. In onze omgeving kan dit meestal door dit te infiltreren.
5.3 Bodem Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Algemeen Bij een ruimtelijke procedure moet het bevoegde gezag voldoende inzicht hebben om de vraag te kunnen beantwoorden of de bodem geschikt is voor de in het bestemmingsplan toe te kennen functie. Daarvoor dient een bodemonderzoek. Een bodemonderzoek hoeft echter niet te worden uitgevoerd als de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan dienen voor een bestemmingsplanwijziging. Een belangrijke voorwaarde daarbij is de vaststelling van het niet Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 25 -
Toelichting
verdacht zijn van de locatie voor puntbronnen op basis van een uitgevoerd NEN5725vooronderzoek. Blijkt hieruit dat er geen dverdachte locaties/situaties zijn, ofwel er zijn geen knelpunten, dan kan volstaan worden met dit vooronderzoek aangevuld met een veldinspectie. Uit het vooronderzoek volgens NEN5725 kan ook blijken dat de kwaliteit van de bodem onvoldoende zou kunnen zijn ofwel een verdachte situatie bestaat. In die gevallen moet altijd een vooronderzoek gevolgd door een verkennend onderzoek conform NEN 5740 worden uitgevoerd, aangevuld met een bodemonderzoek asbest conform NEN5707. Onderzoeken die niet volgens de geldende normen zijn opgesteld en uitgevoerd zijn of verouderde onderzoeken gelden niet als representatief en onvoldoende. Beleidskader Bodembeleidsplan Voor de gemeente Heerlen is sinds 28 september 2016 het bodembeleidsplan Heerlen van toepassing. In dit bodembeleidsplan wordt het gemeentelijk bodembeleid beschreven en het beleidsplan is derhalve het richtinggevend kader (uiteraard naast de wettelijke regelingen) voor zowel bodembescherming als bodemsanering. Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft invulling aan het op duurzaamheid gerichte bodembeleid. De nota bodembeheer beschrijft hoe de gemeente Heerlen invulling geeft aan het Bbk. In het bodembeleidsplan is de nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart gemeente Heerlen opgenomen.
De bodem in de gemeente Heerlen is beschreven in een bodemkwaliteitskaart die conform de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten is vervaardigd. Er kan worden geconcludeerd dat de lokale bodemkwaliteit over het algemeen voldoende wordt beschreven door de bodemkwaliteitskaart voor alle zones. Homogene deelgebiedenkaart Volgens de homogene deelgebiedenkaart is het plangebied (de rode stip) gelegen in het deelgebied ‘Woonwijken’.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 26 -
Toelichting
Deelgebied 1. Agrarisch en natuur d 2. Woonwijken 3. Industrie 4. Mijnsteengebieden AW = Achtergrondwaarde Wonen = Maximale waarde klasse Wonen Industrie = Maximale waarde klasse Industrie
Bovengrond ≤ AW ≤ AW ≤ AW Wonen
Ondergrond ≤ AW Industrie ≤ AW Wonen
Het plangebied Ter plaatse is door Geonius Milieu BV het ‘Vooronderzoek perceel K4511 te Heerlen, rapportnr. Ma190485.R01.V1.0’ (datum 24 juli 2019, separate bijlage 1) uitgevoerd. Uit dit vooronderzoek blijkt ten aanzien van de bodem dat voor de onderzoekslocatie geen activiteiten te verwachten zijn die tot een bodemverontreiniging hebben kunnen leiden. Derhalve wordt de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 op de onderzoekslocatie niet noodzakelijk geacht. Ten aanzien van asbest is aangegeven dat weliswaar niet het gehele terrein inspecteerbaar was, maar toch, doordat geen asbestverdachte materialen aangetroffen zijn, gesteld kan worden dat de hypothese ‘onverdacht’ van toepassing is. Dit blijkt ook uit het uitgevoerde vooronderzoek. Verder onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Voor wat betreft bodemaspecten zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.4 Ecologie, flora en fauna Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De soorten- en gebiedsbescherming zijn dus vanaf 1 januari verankerd in de Wet natuurbescherming. Hoofddoel van deze nieuwe wet is nog steeds het behoud en herstel van de biodiversiteit (soortenbescherming). Daarnaast streeft de wet naar een doelmatig beheer, gebruik en ontwikkeling van de natuur in Nederland ter vervulling van maatschappelijke functies (gebiedsbescherming). De wet hanteert niet langer een in een indeling in beschermde soorten van tabel 1, 2 en 3 maar maakt een onderscheid in strikt beschermde soorten en overige soorten. Strikt beschermde soorten: - alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (Vogelrichtlijn); - soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (vleermuizen, amfibieën van tabel 3). Overige soorten: - soorten van de Nationale lijst (bijlage A en B van de wet); - overige aangewezen soorten (per provincie verschillend). Het plangebied Door Bureau Ecolybrium is de ‘Quickscan Ecologische waarden bouwkavel aan de Aletta Jacobsstraat te Heerlen’ (kenmerk 19-504, d.d. 05.07.2019, separate bijlage 2) uitgevoerd. Achtereenvolgens worden de conclusies voor de gebiedsbescherming en de soortenbescherming beschreven.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 27 -
Toelichting
Conclusies gebiedsbescherming De conclusies zijn als volgt: d - in het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nestlocaties aanwezig van broedvogels; - effecten op eventueel aanwezige (beperkt aantal soorten) broedvogels kan voorkomen worden door de werkzaamheden zoveel als mogelijk uit te voeren buiten de broedperiode, of te starten voorafgaande aan de broedperiode; - in het plangebied is het aanwezig zijn van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen eveneens geheel uit te sluiten vanwege het ontbreken van bebouwing of van bomen met holtes. Het terrein vormt een zeer marginaal onderdeel van het jachtgebied van vleermuizen. Negatieve effecten op vleermuizen zijn echter geheel uit te sluiten. - in het kader van de Wet natuurbescherming kan op voorhand gesteld worden dat de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, zoals beoogd. Effecten op beschermde soorten en daarmee overtredingen in het kader van de Wet Natuurbescherming treden niet op. - gebleken is dat de locatie geen onderdeel uitmaakt van beschermde gebieden in het kader van het Nationaal Natuur Netwerk en/of Natura 2000. Effecten op beschermde gebieden zijn op voorhand geheel uit te sluiten; - een ontheffingsaanvraag voor de werkzaamheden en het treffen van mitigerende maatregelen is eveneens niet noodzakelijk. Nader onderzoek is eveneens niet noodzakelijk.
Resumerend kan worden aangegeven dat het voorliggende plan geen belemmering vormt voor omliggende natuurgebieden en voor (leefgebieden van) beschermde soorten.
5.5 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de actuele luchtkwaliteitseisen opgenomen (dit gedeelte van de Wm wordt ook wel de ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Daarnaast gelden de volgende besluiten en regelingen: Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM); Regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM); Regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007; Regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’. Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend. Het besluit gevoelige bestemmingen is op het voorliggende plan niet van toepassing.
Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 28 -
Toelichting
ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de d luchtkwaliteit. Het plangebied Bestaande situatie luchtkwaliteit plangebied Uit de monitoringstool van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, Atlas voor de Leefomgeving) volgt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de directe omgeving van het plangebied lager liggen dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor beide 40 µg/m³). De NO 2-concentratie ter plekke bedraagt 25-30 µg/m³. De PM10-concentratie ter plekke bedraagt 10-15 µg/m³ (bron cijfers: Atlas voor de Leefomgeving, april 2020). Deze concentraties liggen ruim beneden de grenswaarden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied. Toevoeging van de woning Het voorliggende plan voorziet in het bouwen van één woning. Dit plan kan derhalve, gelet op de ondergrens van 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg, als ‘niet in betekenende mate’ worden beschouwd. Het aspect luchtkwaliteit vormt op basis van artikel 5.16a Wm derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van onderhavig plan.
5.6 Externe veiligheid 5.6.1 Wetgeving Externe Veiligheid gaat over het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Ook de risico's van het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. Op beide categorieën aan risico's is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken door kwaliteitseisen en normen te hanteren. Deze bedoelde risico's hangen o.a. samen met: - activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijven waaronder: vuurwerkverkoop en vuurwerkopslag en windmolens); - transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; - transport van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water; - het starten en landen van vliegtuigen en helikopters. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Afhankelijk van de ruimtelijke ontwikkeling en beschikbare gegevens is deze beperkt of ruim van opzet. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief.
Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het PR kan op de kaart van een gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Via het PR wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 29 -
Toelichting
Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans d per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Bij het GR wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het GR geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Verantwoordingsplicht groepsrisico Voor het bevoegd gezag geldt een verantwoordingsplicht, wanneer binnen het invloedsgebied van een risicobron kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten via het bestemmingsplan worden toegelaten. Dit betreft ook de al bestaande (beperkt) kwetsbare objecten, zoals al gebouwde woningen. Een risicobron is bijvoorbeeld een buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Voor zover het invloedsgebied niet is vastgelegd in regelgeving wordt hiermee het gebied beschouwd waarbinnen minimaal 1% van de aanwezige personen overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen ter plaatse van de risicobron.
Voor specifieke risicobronnen is het invloedsgebied vastgesteld. De verantwoording van het groepsrisico is één van de onderdelen van een goede ruimtelijke ordening. De omvang en diepgang van de verantwoording is daarbij afhankelijk van de gevolgen voor het groepsrisico. Dit wordt per ruimtelijk plan beoordeeld. Hieruit zal blijken of een verantwoording aan de orde is. Inrichtingen/bedrijven Er is een aantal wetten en regelingen vastgesteld dat tot doel heeft regels te stellen aan de externe veiligheid. Ten aanzien van inrichtingen (bedrijven) zijn de belangrijkste regels t.a.v. externe veiligheid opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Indien, op grond van een Wro-besluit of bepaalde Wabo-besluiten, de bouw of vestiging van een kwetsbaar- of beperkt kwetsbaar object mogelijk wordt gemaakt, is het van belang na te gaan of het aspect externe veiligheid aan de orde is. Bij het beschouwen van bedrijven/inrichtingen qua externe veiligheid worden het plangebied en de directe omgeving beschouwd. Zo wordt elk invloedsgebied van een risicobron nagelopen op (mogelijke) gevolgen qua externe veiligheid. Indien het plan buiten het invloedsgebied ligt van een risicobron is externe niet aan de orde. Buisleidingen Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Het Bevb beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en van de gemeenten en de soorten buisleidingen (zie tabel 5.6.3b). Aan de hand van de Risicokaart is nagelopen welke buisleidingen in de gemeente Heerlen aanwezig zijn. Alleen de mogelijke gevolgen qua externe veiligheid zijn beschouwd. De uitwerking van het Bevb is geregeld in de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) en betreft onder meer de wijze waarop de externe en rekensoftware). Transport gevaarlijke stoffen Het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en waterwegen leidt tot risico's voor de omgeving. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet opgesteld zijn de regels opgenomen ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, water (binnenwater) en spoor. Deze regelgeving maakt o.a. een onderscheid tussen. - transportroutes die deel uitmaken van het landelijke vastgestelde Basisnet; - overige transportroutes waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 30 -
Toelichting
In de Regeling Basisnet zijn de risicoplafonds langs de transportroutes aangegeven alsmede de regels inzake het monitoren van de risicoplafonds. Transportroutes binnen het plangebied en de d omgeving zijn nagelopen op de veiligheidsaspecten. 5.6.2 Gemeentelijk beleidskader In de nota 'Beleid externe veiligheid 2011-2015' heeft de gemeente het beleid voor externe veiligheid geformuleerd. Dit beleid is op 1 november 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Het doel van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Heerlen is het behouden van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau. Het beleid in deze nota leidt tot een gebiedsgerichte aanpak van externe veiligheid en het beperken van de risico's van de bronnen waar dat nodig is. Dit beleid kan worden doorgevoerd in de gemeentelijke structuurvisie en bestemmingsplannen. Het gevolg van dit beleid is dat bepaalde bedrijven, die zijn gevestigd op locaties waar dat op grond van dit beleid ongewenst is, zullen worden beperkt in hun mogelijkheden. Ook zal de ontwikkeling van bepaalde gebieden anders moet worden beoordeeld vanwege de aanwezige risico's. Dit beleid zal ertoe leiden dat op de langere termijn in Heerlen de risico's door het gebruik en de toepassing van gevaarlijke stoffen binnen aanvaardbare grenzen kunnen blijven. Het beleid is niet bedoeld als een keurslijf.
Het biedt een afwegingskader om optimaal met externe veiligheid in samenspel met andere belangen en andere instanties rekening te houden. Als onderdeel van het gemeentelijke beleid heeft de gemeente Heerlen een routering vervoer gevaarlijke stoffen vastgesteld. Behoudens op de vastgestelde route is het niet toegestaan routeplichtige gevaarlijke stoffen te vervoeren. Voor het vervoer vanaf de route naar het afleveradres dient een ontheffing te zijn afgegeven. Door deze routering wordt sturing gegeven aan een veilige afwikkeling van het vervoer van routeplichtige gevaarlijke stoffen binnen Heerlen. Het plangebied Inrichtingen/bedrijven Volgens de Risicokaart zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen gelegen met risico’s inzake externe veiligheid. Buisleidingen Er zijn in de directe nabijheid van de plangebied geen buisleidingen gelegen die van invloed kunnen zijn op het plangebied. De meest nabijgelegen buisleiding is op ruim 2,3 kilometer gelegen aan de westzijde van Heerlen. Het invloedsgebied daarvan reikt niet tot in het plangebied. Transport gevaarlijke stoffen Er vindt geen transport van gevaarlijke stoffen plaats in de directe omgeving van het plangebied. De meest nabijgelegen route (Welterlaan) ligt op 1,25 kilometer van het plangebied.
Er is derhalve geen sprake van enig risico inzake externe veiligheid ten aanzien van gevaarlijke transporten. Resumerend kan worden aangegeven dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het plangebied.
5.8 Duurzaamheid en energie Duurzaamheid betreft een integrale afweging van belangen voor de korte en de lange termijn, voor alle relevante stakeholders in het gebied en binnen de tijdshorizon. Uitgaande van de 'Triple PPP'benadering (people-planet-prosperity) betekent duurzaamheid voor gebiedsinrichting en herstructurering dat de gebiedsinrichting zelf en het gebruik van het gebied toekomstbestendig moeten zijn. Daarbij dient de balans van voorraadgebruik (materiaal, energie) en belasting van de omgeving (lokaal, klimaat) waarde toe te voegen aan één of meer duurzaamheidsbelangen, rekening houdend met alle relevante stakeholders. Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 31 -
Toelichting
De belangrijkste duurzaamheidsbelangen zijn: d - klimaat en energie (adaptatie en mitigatie); - leefomgeving (traditionele milieuthema's, zoals bodem, lucht, geluid, water en groen); - duurzaam inkopen; - duurzame gebiedsinrichting; - duurzame mobiliteit; - duurzaam bouwen; - 'cradle-to-cradle' en economische kringlopen; - 'social return on investment'. Er zijn geen normen vastgelegd voor het begrip duurzaamheid. Op enkele genoemde belangen, zoals leefomgeving en duurzaam bouwen, is sectorale wet- en regelgeving van toepassing. Hierin zijn kaders geformuleerd voor de toepassing van het duurzaamheidsprincipe. Energietransitie Het gemeentelijk Klimaatbeleidsplan 2010-2020 gaat in op klimaatmitigatie en bevat naast een algemene ambitie een aanpak voor de thema's gemeentelijke organisatie, wonen, mobiliteit en bedrijven. De algemene ambitie voor 2020 bestaat uit het: - terugdringen van de CO2-uitstoot met minimaal 20% (ten opzichte van 1990); - verhogen van de energie-efficiëntie met 20%; - inzetten van duurzame energiebronnen met 20%; - én door zelf het goede voorbeeld geven en anderen uit te dagen en te stimuleren hier een bijdrage aan te leveren. Het Parkstad Limburg Energietransitie ambitiedocument (PALET) geeft een vooruitblik op de kansen en mogelijkheden voor een energieneutrale regio in 2040.
Vanuit ruimtelijk oogpunt worden er gebieden benoemd die potentieel geschikt zouden kunnen zijn voor de opwekking van zonne- en windenergie en gebruik van bodemenergie. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Mijnwater Het mijnwaterproject is een alternatief duurzaam energieconcept, gebaseerd op aardwarmte in combinatie met de bestaande mijngangen. Het is ontwikkeld als experiment onder beheer van de gemeente Heerlen en met steun van de Europese Unie. Het mijnwaternetwerk zal steeds verder worden uitgebreid, waarbij onder andere voor gemeentelijke gebouwen onderzocht zal worden of aansluiting op het netwerk mogelijk en haalbaar is. Het mijnwaterproject is beoogd als aanjager en hefboom voor een grootschalige energietransitie in Heerlen.
5.7 Bedrijfshinder In de directe omgeving zijn geen bedrijven of inrichtingen gesitueerd die een belemmering vormen voor de realisatie van het onderhavige plan of hinder ondervinden van de beoogde inrichting van de projectlocatie.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 32 -
Toelichting
5.8 Archeologie d 5.8.1 Wetgeving Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in het nodige overgangsrecht, zodat artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2019 niet zomaar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta. De essentie van de wetgeving is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Volgens de wettelijke verplichting wordt in ruimtelijke plannen rekening gehouden met bekende en verwachte archeologische waarden. De Monumentenwet geeft een vrijstelling van de onderzoeksplicht voor projecten kleiner dan 100 m2, maar geeft de gemeente de vrijheid deze aan te passen. Die afwijking kan zowel naar boven als naar onder. Voor de diepte van bodemingrepen bevat de wet geen grens.
5.8.2 Gemeentelijk beleid Op 10 oktober 2018 is de beleidsnota archeologie ‘Erfgoed is identiteit, beleidsnota archeologie gemeente Heerlen’ door de gemeenteraad vastgesteld. In deze beleidsnota wordt het beleid ten aanzien van de omgang met het archeologisch bodemarchief voor de komende jaren vastgelegd. Het archeologisch beleid van de gemeente Heerlen heeft tot doel haar archeologische erfgoed te beschermen en te ontsluiten als bron van het ‘gemeenschappelijke geheugen’ en als middel voor wetenschappelijke studie, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk is. Deze formulering waarborgt het behoud en de ontsluiting van het archeologisch erfgoed in de gemeente, maar laat ruimtelijke ontwikkelingen eveneens goed toe. Het is een doelstelling die niet alleen praktisch uitvoerbaar en proportioneel is, maar ook haalbaar. Naast het beleidsmatige aspect wil de gemeente Heerlen ook de economie versterken door het potentieel van de archeologie te gebruiken. Cultureel erfgoed en toerisme zijn nauw verbonden. Cultureel erfgoed is een waardevolle faciliteit voor zowel bewoners van, als bezoekers aan een gebied. Het cultureel erfgoed vormt vaak de bepalende factor in de regionale of lokale identiteit. Vanuit economisch perspectief kan cultureel erfgoed beschouwd worden als kapitaalgoed met een potentieel hoge economische waarde.
Voor geheel Parkstad Limburg is een archeologische waarden- en verwachtingenkaart opgesteld, de archeologische beleidskaart. Deze kaart is gebaseerd op uitgevoerd inventariserend archeologisch onderzoek. Voor de gemeente Heerlen en de overige Parkstadgemeenten is door archeologisch adviesbureau RAAP een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Het RAAP-rapport betreft een bureauonderzoek naar de archeologische verwachtingen waarbij een inventarisatie heeft plaatsgevonden van de bekende archeologische vindplaatsen binnen de Parkstadgemeenten en van landschappelijke (geologische en geomorfologische) en bodemkundige gegevens van het grondgebied. Daarnaast zijn de uitgevoerde archeologische onderzoeken geïnventariseerd, waarbij rekening is gehouden met vergraven of ontgronde gebieden, en heeft een literatuuronderzoek plaatsgevonden. In dit verband is onder andere ook het Actueel Hoogtebestand Nederland bestudeerd. Op basis van de genoemde inventarisaties is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld, dat haar neerslag heeft gevonden in een geactualiseerde archeologische verwachtingenkaart die door de gemeenteraad van Heerlen is vastgesteld op 1 oktober 2013. Het doel van de archeologische verwachtingenkaart is het zichtbaar maken waar archeologische waarden aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en het daaraan koppelen van een Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong.
te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 33 -
Toelichting
onderzoeksplicht. Hiermee wordt tevens duidelijk bij welke werkzaamheden wel en bij welke geen archeologisch onderzoek noodzakelijk zal zijn. d In de kaart worden de volgende zes categorieën onderscheiden. Categorie 1: beschermde Rijksmonumenten Voor werkzaamheden is hier altijd een vergunning volgens de Monumentenwet 1988 vereist. Categorie 2: gebieden van zeer hoge waarde en de historische dorpskernen Voor deze gebieden is voor de oppervlakte het wettelijk minimum van 100 m2 genomen. Projecten die over een groter oppervlak de bodem verstoren zijn onderzoeksplichtig. De monumentenwet geeft geen minimum voor de diepte van verstoring. Voor de gemeente Heerlen is voorgesteld geen onderzoeksplicht op te leggen voor werkzaamheden minder dan 40 cm diep. Categorie 3 en 4: gebieden met een hoge verwachtingswaarde Voor deze gebieden zijn de ondergrenzen nog verder verruimd (respectievelijk 250 m2 en 2.500 m2 oppervlakte, bij meer dan 40 cm diepte). Hierdoor zijn alleen de grotere projecten onderzoeksplichtig en geldt voor de meeste kleinere (particuliere) vergunningaanvragen geen onderzoeksplicht. Categorie 5: gebieden met een lage verwachtingswaarde In gebieden met een lage trefkans, geldt alleen voor grotere projecten (10.000 m2 en meer dan 40 cm diepte) een onderzoeksplicht. Categorie 6: gebieden zonder verwachtingswaarde In deze gebieden geldt geen onderzoeksplicht.
Het plangebied Op de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Heerlen is het plangebied deels aangeduid als ‘categorie 4 (middelhoge verwachtingswaarde)’ en deels als ‘categorie 5 (lage verwachtingswaarde)’. Dit houdt in dat bij ‘categorie 4’ archeologisch onderzoek dient plaats te vinden bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de bodem wordt verstoord tot een diepte van meer 0,40 meter, over een oppervlakte van 2.500 m² of meer en bij ‘categorie 5’ onderzoek dient plaats te vinden bij een diepte van meer 0,40 meter over een oppervlakte van 10.000 m² of meer. Op de onderstaande afbeelding is een fragment van de archeologische verwachtingskaart opgenomen met daarop aangegeven de begrenzing van het projectgebied:
Fragment archeologische verwachtingenkaart
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 34 -
Toelichting
Het onderhavige plangebied heeft een oppervlakte van 408 m² en het bouwvlak waarbinnen de nieuwe woning gebouwd mag worden heeft d oppervlakte van 120 m². De maximaal toelaatbare bebouwingsoppervlakte voor het gehele perceel bedraagt 200 m². Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is, gelet op de beperkte perceelomvang, niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan dan ook worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de realisatie van het onderhavige plan.
5.9 Cultuurhistorie Rijksbeschermde stadsgezichten Binnen de gemeente Heerlen is een aantal Rijksbeschermde stadsgezichten aangewezen, te weten: Beersdal, Leenhof, Maria Christinawijk, Tempsplein en Eikenderveld. Onderhavige projectlocatie is niet gelegen binnen één van deze Rijksbeschermde stadsgezichten. Gemeentelijke inventarisatie en selectie stadsgezichten Op 28 augustus 2012 heeft de raad van de gemeente Heerlen de Gemeentelijke inventarisatie en selectie stadsgezichten vastgesteld. De onderhavige projectlocatie vormt geen onderdeel van een gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten Binnen de projectlocatie zijn geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten gesitueerd. Het plangebied Geconcludeerd kan worden dat binnen de onderhavige projectlocatie geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het aspect cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor de realisering van onderhavig plan.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 35 -
Toelichting
d 6 Structuur bestemmingsplan
6.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken van deze toelichting zijn de aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggende beleidsuitgangspunten en de verschillende omgevings- en milieuaspecten weergegeven. Een en ander is vertaald in de regels van dit plan. Deze regels voldoen aan de eisen volgend uit de Wro en de Wabo. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op deze regels. Het voorliggend bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken van de nieuwbouw van een vrijstaande woning het perceel plaatselijk bekend Aletta Jacobsstraat ongenummerd te Heerlen en kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie K, nummer 4511. Het perceel is in het vigerende bestemmingsplan ‘Heerlen Zuid’ reeds tot ‘Wonen’ bestemd, echter ontbreekt een bouwvlak voor het oprichten van een woning. In het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw van een vrijstaande woning op het perceel mogelijk gemaakt.
6.2 Opbouw van de regels 6.2.1 Planvorm Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVBP2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het nieuwe Bro als verplichte opbouw is opgenomen. Het bestemmingsplan ‘Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen’ bestaat formeel uit een verbeelding en regels. Deze gaan vergezeld van een toelichting waarin het plan en de daaraan ten grondslag liggende beleidsmatige afwegingen zijn verwoord. De indeling van de regels is hierna beknopt en artikelsgewijs beschreven. De planvorm betreft een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan IDN is NL.IMRO.0917.BP030300W000008-0401. 6.2.2 Verbeelding De verbeelding is getekend op een BGT-ondergrond, schaal 1:500. Voor de benaming, kleur en vorm van de bestemmingen en aanduidingen zijn de richtlijnen voor digitalisering en standaardisering van bestemmingsplannen (SVBP2012) overgenomen. 6.2.3.
Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. Artikel 1 bevat de definities van begrippen die van belang zijn voor toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij toepassing van de regels wordt gemeten. In beide artikelen is, conform de SVBP2012, een aantal standaardbegrippen en een aantal standaard meetwijzen opgenomen.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 36 -
Toelichting
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor d de binnen het plangebied beoogde functies. Per bestemmingsregel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, bouwhoogte en dergelijke) kan hiervoor vanuit bestemmingsplantechnisch oogpunt een omgevingsvergunning worden verleend. Hoofdstuk 3 Algemene regels De algemene regels van het bestemmingsplan gelden voor het gehele plangebied. Hier zijn ondermeer de algemene gebruiks- en afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Ook zijn hier de zoneringen die vanuit milieuwetgeving op kaart gezet moeten worden opgenomen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is bepaald dat bouwwerken, die op het moment van de tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven staan, ook al is dit in strijd met de bouwregels. Het gebruik van gronden en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag worden gehandhaafd. Dit overgangsrecht komt voort uit artikel 3.2.1 van het Bro en is een verplicht onderdeel van de regels.
In de slotregel wordt aangegeven onder welke naam de planregels kunnen worden aangehaald. 6.2.4 Beschrijving van de bestemmingen In het navolgende worden de in hoofdstuk 2 opgenomen bestemmingsregels kort toegelicht. Artikel 3: enkelbestemming ‘Tuin’: De enkelbestemming ‘Tuin’ regelt de bestemming van dat gedeelte van het woonperceel dat grenst aan het openbaar gebied. Deze bestemming wordt toegepast voor voortuinen en zijtuinen, waar het oprichten van bebouwing niet gewenst is. De bestemmingsbepalingen van ‘Tuin’ sluiten bebouwing in deze zone uit. De grens tussen de bestemmingen ‘Tuin’ en ‘Wonen’ ligt bij elk woonperceel op de voorgevelrooilijn. Voor erkers is in de bestemming ‘Tuin’ een regeling opgenomen. Zolang een erker qua maatvoering past binnen deze regeling, kan deze worden gerealiseerd. Artikel 4: enkelbestemming ‘Wonen’: Binnen de enkelbestemming ‘Wonen’, welke is toegekend aan het gehele plangebied, wordt de realisatie van een nieuwe grondgebonden woning mogelijk gemaakt. De gronden met deze bestemming mogen uitsluitend worden gebruikt voor de realisatie van één vrijstaande woning, aan huis verbonden beroepen, tuinen, erven en verhardingen, groenvoorzieningen, wegen, paden en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en additionele voorzieningen. Voor de realisatie van de woning is een bouwvlak opgenomen.
De woning dient binnen dit bouwvlak gebouwd te worden, waarbij de bebouwingsoppervlakte van alle bebouwing op het gehele perceel maximaal 200 m² mag bedragen. De te realiseren woning mag uit maximaal twee bouwlagen bestaan van maximaal 3,5 meter per bouwlaag, al dan niet met kap. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van minimaal 3 meter achter de voorgevellijn te worden gebouwd. De maximale goothoogte bedraagt 4 meter. De bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 6,00 meter, uitgezonderd indien in of binnen een afstand van 2,00 meter van de perceelsgrens wordt gebouwd, dan bedraagt de bouwhoogte maximaal 4,00 meter.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 37 -
Toelichting
Artikel 4: dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4 (middelhoge waarde)’ en ‘Waarde – Archeologische waarde 5 (lage waarde)’: d Zoals in hoofdstuk 2 reeds is aangegeven kent het plangebied diverse gradaties in archeologische verwachtingswaarde. Binnen de systematiek van de gemeente Heerlen worden zes gradaties onderscheiden, aflopend van ‘Waarde - Archeologie 1’ (de hoogste waarde) naar ‘Waarde – Archeologie 6’ (de laagste waarde). In het onderhavige plangebied zijn de waarden 4 en 5 van toepassing. Gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ zijn tevens bestemd voor het behoud van en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Gronden met deze dubbelbestemming mogen niet worden bebouwd, tenzij de archeologische waarde van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden waarbij over een oppervlakte van meer dan 2.500 m² (‘WaardeArcheologie 4’) of 10.000 m² (‘Waarde-Archeologie 5’) tot een diepte van 40 cm of meer beneden het maaiveld wordt gegraven, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 38 -
Toelichting
d 7 Handhaving en uitvoerbaarheid
7.1 Handhavingsbeleid Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Hoe minder knellend de regels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op den lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien.
In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van Burgemeester en Wethouders geen bouwvergunning verlenen. Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente dient in de eerste plaats zelf haar regels na te leven en vervolgens dient de gemeente er zorg voor te dragen dat anderen deze regels naleven.
7.2 Financiële uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de bouwplannen die worden beschouwd als bouwplan in de zin van 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien de gemeente Heerlen geen anterieure overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Tussen de initiatiefnemer van het plan en de gemeente Heerlen wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Daarmee is eventueel kostenverhaal gezekerd. Het vaststellen van en exploitatieplan is daardoor niet meer aan de orde.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 39 -
Toelichting
8 Procedure en overleg
d
8.1 Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1 Bro Gelet op het feit dat met de uitvoering van dit plan geen belangen van instanties (Rijk, provincie, waterschap of andere gemeenten) gemoeid zijn is geen vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro gevoerd.
8.2 Zienswijzen ex art. 3.8 Wro De procedure van het bestemmingsplan is vastgelegd in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Gedurende deze procedure kan eenieder binnen de termijn van terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan indienen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 27 januari 2021 tot en met 10 maart 2021 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Er zijn tijdens deze periode vier zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben niet geleid tot het aanpassen van het bestemmingsplan. De zienswijzennota is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Het bestemmingsplan is op 29 september 2021 vastgesteld door de raad van de gemeente Heerlen.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 40 -
Toelichting
Bijlage 1 Zienswijzennota d
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 41 -