t_NL.IMRO.0917.BP030300W000008-0401.pdf
Tekst van het document
Toelichting
Toelichting
Inhoud
d
1 Inleiding 3 1.1 Algemeen........................................................................................................................................ 3 1.2 Situering plangebied ....................................................................................................................... 3 1.3 Juridische status ............................................................................................................................. 4 1.4 Planvorm ........................................................................................................................................ 5 1.5 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 5 2 Planologische beleidskaders 6 2.1 Algemeen........................................................................................................................................ 6 2.2 Europees beleid en Rijksbeleid ....................................................................................................... 6 2.2 Provinciaal en regionaal beleid .................................................................................................... 10 2.3 Gemeentelijk beleid .....................................................................................................................
16 3 Beschrijving plangebied
19
4 Planbeschrijving 21 4.1 Algemeen...................................................................................................................................... 21 4.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden ....................................................................................... 21 4.3 Parkeren ....................................................................................................................................... 22 5 Omgevingsaspecten 23 5.1 Akoestiek ...................................................................................................................................... 23 5.2 Water ............................................................................................................................................ 24 5.3 Bodem .......................................................................................................................................... 25 5.4 Ecologie, flora en fauna ................................................................................................................ 27 5.5 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 28 5.6 Externe veiligheid .........................................................................................................................
29 5.8 Duurzaamheid en energie ............................................................................................................ 31 5.7 Bedrijfshinder ............................................................................................................................... 32 5.8 Archeologie................................................................................................................................... 33 5.9 Cultuurhistorie.............................................................................................................................. 35 6 Structuur bestemmingsplan 36 6.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 36 6.2 Opbouw van de regels .................................................................................................................. 36 7 Handhaving en uitvoerbaarheid 39 7.1 Handhavingsbeleid ....................................................................................................................... 39 7.2 Financiële uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 39 8 Procedure en overleg 40 8.1 Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1 Bro ........................................................................
40 8.2 Zienswijzen ex art. 3.8 Wro .......................................................................................................... 40 Bijlage 1 Zienswijzennota ................................................................................................................... 41 Separate bijlagen: 1) Geonius, ‘Vooronderzoek perceel K4511 te Heerlen’, rapportnummer MA190485.R01.V1.0, d.d. 24.07.2019; 2) Ecolybrium, ‘Rapportage Quickscan Ecologische Waarden bouwkavel aan de Aletta Jacobsstraat te Heerlen’, rapportnummer 19-504, d.d. 05.07.2019. Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 2 -
Toelichting
1 Inleiding
d
1.1 Algemeen Aanleiding De eigenaar van het perceel, plaatselijk bekend Aletta Jacobsstraat ongenummerd te Heerlen, en kadastraal bekend gemeente Heerlen, sectie K, nummer 4511, is voornemens op het betreffende perceel een nieuwe vrijstaande woning te (laten) realiseren. Het perceel is in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Heerlen Zuid’ bestemd tot ‘Wonen’. Het realiseren van de beoogde woning op dit perceel is niet mogelijk omdat nieuwbouw niet is toegestaan. Bovendien ontbreekt het aan een bouwvlak voor het oprichten van een woning. Om de nieuwe woning mogelijk te maken dient derhalve een nieuw bestemmingsplan met een passende juridische regeling te worden opgesteld. De gemeente Heerlen heeft aangegeven de woning ter plaatse te willen toestaan, mits een bestemmingsplan wordt vastgesteld dat de ontwikkeling van deze woning mogelijk maakt. Dit bestemmingsplan ligt thans voor.
1.2 Situering plangebied Het betreffende perceel heeft een oppervlakte van 408 m² en is gelegen in de buurt Onderste Caumer in de wijk Caumerveld, gelegen ten zuidoosten van het stadscentrum van Heerlen. Het betreffende perceel is het laatste bouwkavel in het doodlopend gedeelte van de Aletta Jacobsstraat in de richting van de Heesbergstraat. In deze straat zijn hoofdzakelijk vrijstaandgeschakelde woningen gelegen. Het perceel is thans onbebouwd. Op het onderstaande kaartje is het plangebied middels een rode kleur weergegeven:
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 3 -
Toelichting
1.3 Juridische status d De gronden waarop het in paragraaf 2.2 aangegeven bouwplan wordt gerealiseerd is planologischjuridisch geregeld in het vigerende bestemmingsplan ‘Heerlen Zuid’ (vastgesteld door de raad van de gemeente 7 juli 2015). Het gehele perceel is in het vigerende bestemmingsplan ‘Heerlen Zuid’ bestemd tot ‘Wonen’. Op de onderstaande uitsnede van de bij het vigerende bestemmingsplan behorende verbeelding is het plangebied middels een rode omlijning aangeduid:
Ten aanzien van de bestemming ‘Wonen’ is het navolgende aangegeven in de regels van het bestemmingsplan. Enkelbestemming ‘Wonen’ De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woondoeleinden; en b. tuin. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is het maximum toelaatbare aantal wooneenheden aangegeven. Dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4 (middelhoge waarde)’ en ‘Waarde – Archeologie 5 (lage waarde)’ Daarnaast is het zuidelijk deel van het perceel voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4 (middelhoge waarde)’ en het noordelijk deel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5 (lage waarde)’. Gronden voorzien van deze dubbelbestemmingen zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Conform artikel 16.2.2 is nieuwbouw van hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Voor het onderhavige perceel is een dergelijke aanduiding niet opgenomen, waardoor het bouwen van een nieuwe woning niet is toegestaan.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 4 -
Toelichting
1.4 Planvorm d Structuur van het bestemmingsplan De structuur van bestemmingsplannen dient conform artikel 3.1.7 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (thans SVBP 2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.0917.BP030300W000008-0401); - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:500. De regels bevatten de regeling inzake het gebruik van de gronden, die in het plan zijn begrepen en de zich daarop geprojecteerde opstallen. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels.
Een bestemmingsplan gaat voorts vergezeld van een toelichting, waarin een onderbouwing is opgenomen van de gemaakte beleidskeuzen inzake het bestemmingsplan. De toelichting maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Naast de genoemde onderdelen zijn twee onderzoeken uitgevoerd (een historisch bodemonderzoek en een quickscan natuurwaarden) ten behoeve van dit bestemmingsplan. Het resultaat van deze onderzoeken is in dit bestemmingsplan verwerkt; de onderzoeken zelf zijn als separate bijlagen 1 en 2 bij deze toelichting gevoegd.
1.5 Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit acht hoofdstukken, waarvan de indeling heeft plaatsgevonden conform het Handboek Ruimtelijke Plannen van de gemeente Heerlen. Na dit inleidende eerste hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de beleidskaders op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. In hoofdstuk 4 wordt het plan kort beschreven aan de hand van enkele afbeeldingen. In hoofdstuk 5 wordt de voor het plangebied opgestelde juridische regeling toegelicht en wordt per bestemming een korte toelichting gegeven. Hoofdstuk 6 handelt over de milieuplanologische aspecten en in hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van het plan verwoord en is de handhavingsparagraaf opgenomen. Hoofdstuk 8 handelt tenslotte over de verschillende fasen van de bestemmingsplanprocedure en wordt afgesloten met een overzicht van de doorlopen stadia.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 5 -
Toelichting
2 Planologische beleidskaders d 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de beleidskaders op de verschillende overheidslagen kort toegelicht. Het betreft alleen beleidskaders die op enigerlei wijze relevant zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt, in de paragrafen 2.2 t/m 2.4, respectievelijk het Europees beleid, het Rijksbeleid, het provinciaal beleid, het regionaal beleid en het gemeentelijk beleid behandeld. Daarbij wordt steeds aangegeven welke uitgangspunten in algemene zin van belang zijn voor het plangebied en, waar relevant en voorhanden, eventueel specifieke uitgangspunten voor het plangebied zijn opgenomen.
2.2 Europees beleid en Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het huidige ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Centrale doel van de SVIR is Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Dit gebeurt aan de hand van drie deeldoelen waaraan 13 nationale belangen zijn gekoppeld. Onderstaand zijn de 13 nationale belangen schematisch weergegeven. Doel
Nationaal belang
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland
1.
2. 3. 4. Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat
5.
6. 7.
Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke en cultuurhistorische waarden behouden zijn
excellente ruimtelijk-economische structuur door aantrekkelijk vestigingsklimaat, een goede internationale bereikbaarheid stedelijke regio's met een concentratie van ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande Mobiliteitssysteem; het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen.
8.
verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 6 -
Toelichting
De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. De SVIR d bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Deze zijn of worden opgenomen in het Barro (zie hierna). Van de provincies en gemeenten wordt gevraagd de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Ze zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, (dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie), door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van een bestemmingsplan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet.
Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Mainportontwikkeling Rotterdam, het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee en het Waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Er zijn ten behoeve van onderhavig plangebied geen onderwerpen van Rijksbelang uit het Barro die in het kader van dit plan dienen te worden beschouwd. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 in het Bro opgenomen. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen op basis van deze ladder te worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. In het voorliggende plangebied wordt de bestaande en/of vergunde situatie in het op te stellen bestemmingsplan vastgelegd.
Ten aanzien van de aanwezige en vergunde functies en opstallen in dit plangebied heeft reeds een afweging plaatsgevonden op basis van de destijds geldende wet- en regelgeving. Het op te stellen bestemmingsplan voorziet derhalve niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is voor het op te stellen bestemmingsplan niet aan de orde. Ladder voor duurzame verstedelijking Vanaf oktober 2012 geldt bij ruimtebesluitvorming een voor de praktijk belangrijke nieuwe motiveringsplicht. Het betreft de in artikel 3.1.6, tweede lid Bro opgenomen plicht om indien een bestemmingsplan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ de aanvaardbaarheid daarvan in de toelichting van dat plan wordt onderbouwd. Voor deze onderbouwing dient de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te worden doorlopen. Conform artikel 5.20 Bor zijn, voor zover de omgevingsvergunning wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de wet, de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Hierdoor is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ ook op projectafwijkingsbesluiten van toepassing.
Op 12 mei 2017 is het 'Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking' gepubliceerd (Stb. 2017, 182). In dit besluit is de gewijzigde tekst van de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening, hierna: "Bro") opgenomen. De wijziging is op 1 juli 2017 in werking treden. In voornoemd besluit van 21 april 2017 is een aantal leden van artikel 3.1.6 Bro gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen die daarbij zijn doorgevoerd zijn: - de drie zogenaamde treden van de ladder zijn losgelaten; - het begrip 'actuele regionale behoefte' is vervangen door de eenvoudiger term 'behoefte';
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 7 -
Toelichting
- het uitgangspunt wordt: voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied, moet de behoefte worden beschreven in de toelichting van het d bestemmingsplan; - indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan dient gemotiveerd te worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien; - de mogelijkheid is opgenomen om de toepassing van de ladder door te schuiven naar het latere uitwerkings- of wijzigingsplan. Het onderhavige plan Voorvraag: Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Alvorens de ladder te motiveren dient eerst de voorvraag te worden beantwoord: is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (hierna: NSO)? Een NSO is een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens jurisprudentie is de ladder van toepassing op functieveranderingen en nieuwbouw van een ‘zekere omvang’. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 juni 2014 een uitspraak gedaan in een zaak (nummer 201306888/1/R2) waarin zeven woningen binnen het bestaand stedelijk gebied planologisch mogelijk werden gemaakt.
De Afdeling heeft in deze zaak geoordeeld dat het mogelijk maken van zeven een dermate kleinschalige ontwikkeling is, dat deze niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden beschouwd. Conclusie Hieruit kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan, waarin sprake is van de realisatie van één woning in een bestaande woningomgeving, niet kan worden gezien als een woningbouwlocatie en hiermee tevens niet kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Daarmee is het doorlopen van de ladder van duurzame verstedelijking niet aan de orde. De Ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. De Wet natuurbescherming vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied en zorgen zij voor vergunningen en ontheffingen.
De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de grote wateren. Ten noordwesten, westen en zuiden van de projectlocatie, op een afstand van resp. circa 1.900, 2.300 en 1.500 meter, ligt het Natura2000-gebied ‘Geleenbeekdal’. Dit natuurgebied, dat bestaat uit enkele deelgebieden, is gelegen ten zuiden en ten (noord)westen van het stedelijk gebied van Heerlen. Tussen het plangebied en het Natura2000-gebied zijn, naast een aanzienlijk deel van het stedelijk gebied van Heerlen, ook de stadsautoweg N281 en (ten aanzien van de westzijde) de autosnelweg A76 gelegen. Deze functies vormen belangrijke barrières tussen het plangebied en het Natura2000-gebied, die bovendien een veel grotere impact kunnen hebben op het natuurgebied dan een woonomgeving en de toevoeging van één woning in het bijzonder.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 8 -
Toelichting
Op het onderstaande kaartje is een gedeelte van het Natura2000-gebied ‘Geleenbeekdal’ middels een gele kleur weergegeven. Het plangebieddis globaal aangeduid middels een rode stip:
Natura2000 – gebied ‘Geleenbeekdal’
Gelet op de ruime afstanden tussen het plangebied en het genoemde Natura2000-gebied, de barrières die daartussen liggen met een veel grotere impact op het Natura2000-gebied en het feit dat het voorliggende plan voorziet in de toevoeging van slechts één nieuwe woning in een bestaande woonomgeving, vormt de ligging van het plangebied ten opzichte van het genoemde Natura2000-gebied geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van de soortenbescherming is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn opgenomen in paragraaf 5.4 van deze toelichting. Europese Kaderrichtlijn Water (Waterwet) In het jaar 2000 is de nieuwe Europese Kaderrichtlijn water in werking getreden. Het doel van deze richtlijn is de vaststelling van een kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater in de Europese Gemeenschap.
Uitgangspunten zijn: - een gebiedsgerichte aanpak, waarbij wordt uitgegaan van een indeling in stroomgebieddistricten; - het uitwerken van maatregelen, onder meer uitgaande van een gecombineerde aanpak door beperking van verontreiniging aan de bron door middel van emissiegrenswaarden en door het vastleggen van milieukwaliteitnormen; - het bereiken van de milieukwaliteitdoelstellingen, namelijk de goede ecologische toestand voor het oppervlaktewater en de goede chemische toestand voor het grondwater; - het behoeden van aquatische ecosystemen en de hiervan afhankelijke wetlands en terrestrische ecosystemen voor verdere achteruitgang; - duurzaam gebruik van water wordt bevorderd, op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; - het leveren van een bijdrage aan de afzwakking van de gevolgen van overstromingen en perioden van droogte. De Europese Kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een 'goede toestand' hebben bereikt en Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 9 -
Toelichting
dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Verschillende doelstellingen uit de Kaderrichtlijn zijn opgenomen in het Nationaal Waterplan en verankerd in de Waterwet (2009) d en het bijbehorende Waterbesluit. Onderhavig plan Voor het onderhavige plangebied zijn daardoor vanuit de Europese Kaderrichtlijn geen gevolgen te verwachten, die niet ook vanuit andere nationale wet- en regelgeving voortkomen. Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in het nodige overgangsrecht, zodat artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2019 niet zomaar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta. De essentie van de wetgeving is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden.
Onderhavig plan De archeologische wetgeving is vertaald in een gemeentelijk archeologisch beleidskader. Dit gemeentelijk beleidskader alsmede de wijze waarop met het aspect archeologie in dit plan rekening is gehouden is verwoord in paragraaf 5.8 van deze toelichting.
2.2 Provinciaal en regionaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014 Op 12 december 2014 is het nieuwe POL2014 vastgesteld. De centrale ambitie van de provincie Limburg komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Kwaliteit staat daarbij centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. Woningen, bedrijventerreinen, kantoren en winkels zijn er in Limburg genoeg, in toenemende mate zelfs te veel.
Tegelijkertijd is de kwaliteit steeds minder toegesneden op de behoefte. Op al deze gebieden liggen nog grote kwalitatieve opgaven. Blijvende vernieuwing en innovatie zijn dan ook van groot belang. De uitdaging is om een omslag te maken ‘van kwantiteit naar kwaliteit’ en meer schaarste te creëren. Er zullen per regio visies gemaakt worden waarin gezamenlijke ambities, principes en werkwijze zijn uitgewerkt. Voor sommige thema’s gaat het ook om gezamenlijke programmering. Die vormen de basis voor bestuursovereenkomsten tussen regiogemeenten en provincie. De provincie borgt de uitvoering van die afspraken met voorzorgbepalingen in de Omgevingsverordening. De visies richten zich op het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande voorraad, de mogelijke aanpak Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 10 -
Toelichting
van overmatige leegstand en het schrappen van plannen die niet goed passen bij de beoogde kwaliteit. Er is onder voorwaarden ruimte voor d het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het schrappen van bestaande voorraad. Dit moet in de visies vorm en inhoud krijgen. De precieze aanpak kan per onderwerp en regio uiteenlopen. Onderhavig plan Het onderhavige plangebied is gelegen binnen de zone ‘Overig bebouwd gebied’. Onderstaand is een uitsnede voor het plangebied uit het POL2014 opgenomen. Het plangebied is op deze uitsnede middels een rode omkadering aangeduid:
Zone ‘Overig bebouwd gebied’ De zone ‘Overig bebouwd gebied’ bestaat uit gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving is een belangrijk uitgangspunt binnen deze zone. Een voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat kan niet zonder een woon- en leefomgeving van goede kwaliteit. Waarin burgers graag wonen, toeristen graag op vakantie komen en ondernemers graag hun bedrijf vestigen. En waar het gezond en veilig leven is. Die leefomgeving heeft een fysieke en een sociale kant. De sociale kant omvat aspecten zoals sociale cohesie, sociale veiligheid, verenigingsleven, toegang tot sport en cultuur. Het onderhavige plan voorziet in de realisatie van een nieuwe woning in een bestaande woonomgeving. Deze ontwikkeling past binnen de uitgangspunten die gelden binnen de zone ‘Overige bebouwd gebied’. Omgevingsverordening Limburg 2014, Wonen Zuid-Limburg Bij de vaststelling van het POL2014 (d.d. 12.12.2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. De bepalingen ten aanzien van woningbouw zijn opgenomen in paragraaf 2.4 (Bestuursafspraken regionale uitwerkingen POL2014). Met de verordening wordt beoogd dat de kwaliteit van de woningvoorraad op peil blijft en aansluit bij de vraag van de huidige en toekomstige woonconsument.
De vitaliteit en de kwaliteit van wonen en leven in Zuid-Limburg wordt hiermee versterkt. De Verordening moet voorkomen dat de mismatch tussen vraag en aanbod in kwantiteit en kwaliteit verder toeneemt. Dit betekent dat het overaanbod aan woningen Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 11 -
Toelichting
niet verder mag toenemen en dat de kwaliteit van nieuwbouwwoningen moet voldoen aan de eisen van de huidige en toekomstige woonconsument. Er mogen geen ‘ongewenste’ woningen bij d komen. De term ‘ongewenst’ wordt gebruikt om aan te geven dat het niet de bedoeling is dat de gehele woningmarkt ‘op slot’ gaat. Er zijn plannen in de maak voor woningen die ook in deze fase als wenselijk en zelfs noodzakelijk kunnen worden beschouwd. Ook valt niet uit te sluiten dat de in de nabije toekomst nieuwe plannen worden gemaakt voor woningen die eveneens wenselijk worden geacht. Dergelijke plannen moeten natuurlijk doorgang kunnen vinden. Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Op 23 november 2016 heeft de raad van de gemeente Heerlen de Structuurvisie Wonen ZuidLimburg (SVWZL) vastgesteld. De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de 18 Zuid-Limburgse gemeenten (Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal) vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten.
Ook erkennen gemeenten met deze gemeenschappelijke aanpak, dat onderlinge concurrentie, zeker met de huidige bevolkingsontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennisregio heeft, leidt tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste gaan van de kracht van de regio. ‘ Een overschot aan woningen is niet in het gezamenlijke belang, want dat kan negatieve gevolgen hebben voor de bestaande woningvoorraad, met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, doorstroming en betaalbaarheid. Doel van deze visie is het creëren van een excellent woon- en leefklimaat in Zuid-Limburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Dit is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid-Limburg hoog in het vaandel heeft. In deze SVWZL staat de transformatieopgave per gemeente centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad. Om de gewenste kwantitatieve omvang van de woningvoorraad te bepalen wordt de transformatieopgave per gemeente uit de Woonmonitor gebruikt als de kwantitatieve koersbepalende opgave om te komen tot een gezonde woningmarkt met voldoende marktspanning. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling.
De transformatieopgave per gemeente wordt tweejaarlijks vastgesteld. De transformatieopgave is een koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt vastgesteld per gemeente en is beleidsneutraal. Het betreft daarmee geen afdwingbare bouw-of sloopopgave. Afspraken In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: - schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; - transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; - herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; - compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven. Tijdelijke versoepeling compensatieregeling (regionaal besluit maart 2019) Deze tijdelijke beleidsregel is opgesteld door de regio Zuid-Limburg in afstemming met de provincie Limburg en wordt als addendum toegevoegd aan de reeds door de raad vastgestelde structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Als algemene lijn uit de inventarisatie gericht op de tijdelijke versoepeling is op te merken dat een versoepeling gericht zou moeten zijn op de realisatie van sociale huur én woningbouw voor specifieke doelgroepen. Daarnaast betroffen knelpunten met name strategische locaties (m.n. centra en aanloopstraten en invulling rotte plekken) en de herbestemming van leegstaand vastgoed en beeldbepalende panden.
Daarbij is concreet aangegeven dat de compensatie van harde plancapaciteit in verhouding 1:4 in de praktijk als te zwaar wordt ervaren, het slechts gebruiken van één wijze van compensatie in de praktijk als onhandig wordt ervaren en dat de afbakening van de financiële compensatieregeling voor kleine woningbouwinitiatieven met Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 12 -
Toelichting
slechts 5 woningen als te beperkt wordt ervaren. Op basis hiervan is een concreet voorstel voorbereid, waarin gedurende de versoepeling d van de compensatie woningbouwplannen in drie categorieën worden beschouwd. De reeds bestaande compensatiemogelijkheden blijven vigerend. De beleidsregel VI van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg luidt als volgt: Om het mogelijk te maken om nieuwe, kwalitatief goede, woningbouwinitiatieven aan de vastgestelde woningmarktprogrammeringen toe te voegen, is een uniforme wijze van afwegen afgesproken. Deze nieuwe woningbouwinitiatieven moeten worden gecompenseerd. Compenseren moet met direct gekoppelde sloop of onttrekking. Als dit aantoonbaar niet mogelijk is, kan ook worden gecompenseerd in afnemende volgorde: 1. Elke nieuw toe te voegen woning (per locatie 5 of minder woningen) wordt financieel gecompenseerd door middel van een op Zuid-Limburgs niveau uitgewerkte uniforme financiële compensatieregeling, waarvan de middelen in een subregionaal op te zetten sloopfonds vloeien; 2. De gemeente neemt de sloopverplichting over en voert deze binnen de raadstermijn uit, waarin dit besluit is genomen; 3. Door middel van het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit in de subregionale woningmarktprogrammering.
Deze moet minimaal in de verhouding van 1 : 4 (toe te voegen woning : te schrappen harde plannen) ingezet worden als compensatie voor het nieuwe woningbouwinitiatief. In het geval van een woningbouwinitiatief in een monument (niet zijnde rijksmonument) of beeldbepalend pand wordt volstaan met een compensatie van één woning uit de reeds bestaande harde plancapaciteit in de regionale woningmarktprogrammering. Tijdelijke versoepeling: Gedurende de periode van versoepeling van de compensatie worden woningbouwplannen beschouwd in vier categorieën. Voor elke categorie is aangegeven welke eventuele compensatie wordt verwacht. De reeds bestaande compensatiemogelijkheden blijven vigerend als invulling van de compensatie. 1. UITZONDERINGSPLANNEN – GEEN COMPENSATIE Dit betreffen de volgende woningbouwplannen, onder de voorwaarden zoals genoemd binnen de Structuurvisie Wonen Zuid Limburg en/of aanvullende beleidsregels: - Studentenwoningen in de benoemde gemeenten (conform Structuurvisie Wonen ZuidLimburg) - Woningbouw gericht op de doelgroep zorgbehoevenden (conform Structuurvisie Wonen ZuidLimburg / vigerende beleidsregel). - Tijdelijke woningen (max. 10 jaar) (conform vigerende beleidsregel). - Woningbouw in Rijksmonumenten (conform Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg). 2.
KWALITATIEF GOEDE PLANNEN – LICHT COMPENSATIE-REGIME Dit betreft woningbouwplannen ter grootte van maximaal 25 woningen gericht op betaalbare levensloopbestendige sociale huurwoningen (max. € 720,42 huur per maand, voor met name starters) en middeldure huurwoningen (tot max. € 950 huur per maand) en vergelijkbare betaalbare levensloopbestendige koopwoningen voor starters (max. prijsniveau tot en met de Starterslening-grens, provinciaal € 185.000,-) en voor senioren (tot max. NHG-grens: € 290.000,VON). Voorwaarde is wel, dat deze woningen gebouwd worden in de dorpskernen en de stedelijke centra. Dit in lijn met de kaders van de Structuurvisie Wonen Zuid Limburg en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg). Bijvoorbeeld: woningbouwprojecten in aanloopstraten of transformaties van commercieel vastgoed naar wonen in centra of kernen, bedoeld voor sociale doelgroepen, senioren en starters. Licht compensatie-regime, d.w.z.: - compensatie door het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit uit de regionale woningmarktprogrammering in een verhouding 1:1. - financiële compensatie door een percentage van de WOZ-waarde (7%) conform de regeling kleine woningbouwinitiatieven, maar dan voor maximaal 25 woningen. Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 13 -
Toelichting
-
een combinatie van compensatiemaatregelen een combinatie van bestaande en versoepelde compensatiemaatregelen. d
3. VERNIEUWINGSPLANNEN – VERLICHT COMPENSATIE-REGIME Ondanks het overschot aan woningen (op termijn) op Zuid-Limburgs niveau, blijft er wel behoefte aan vernieuwing/vervanging van de bestaande woningvoorraad. Ook als een nieuw woningbouwplan niet onder ‘1. Uitzonderingsplannen’ of onder ‘2. Kwalitatief goede plannen’ valt, kan het een goed plan zijn in het kader van vernieuwing/vervanging van de bestaande woningvoorraad. Voor deze woningbouwinitiatieven blijven de kaders van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg in stand, zoals o.a. ‘meer stad-meer land’ (inbreiden voor uitbreiden). Ook voor deze categorie woningbouwinitiatieven t.b.v. vernieuwing/vervanging van de bestaande woningvoorraad is een tijdelijke versoepeling aan de orde, maar deze is zwaarder dan voor woningbouwplannen onder de categorie ‘2. Kwalitatief goede plannen’ en betreft: - compensatie door het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit uit de regionale woningmarktprogrammering in een verhouding 1:2. - een combinatie van bestaande en versoepelde compensatiemaatregelen. 4.
KWALITATIEVE VERBETERING VAN WONINGBOUWPLANNEN Daarnaast wordt het voor gemeenten óók mogelijk om op basis van een aangetoonde kwalitatieve verbetering (betere aansluiting op de behoefte/PMC) van het woningbouwplan, harde plancapaciteit uit de regionale woningmarktprogrammering in een verhouding 1:1 te verplaatsen naar een andere locatie. De beleidsregel is voor een periode van maximaal 2 jaar in werking getreden vanaf 21 maart 2019. Woningbouwinitiatieven die mogelijk worden gemaakt via deze versoepeling, dienen binnen 2 jaar te zijn vastgesteld en binnen 5 jaar te zijn gerealiseerd (vanaf momentum van toevoeging aan de subregionale woningmarktprogrammering). Woningbouwplannen die deze termijnen niet halen, verliezen hun status op de subregionale woningmarktprogrammering. Deze regeling betreft een tijdelijke aanvulling op beleidsregel VI van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en kan niet met terugwerkende kracht worden ingezet. Naast deze beleidsregel is er in overleg met de regio, ruimte voor maatwerk oplossingen. Onderhavig plan In 2014 heeft de gemeente Heerlen contingenten wegbestemd en bouwplannen geschrapt als gevolg van het ‘Structuurvisiebesluit Wonen en Retail’. Gelet op de veranderende woningmarkt en de verbeterde economie is thans sprake van enige aanpassing en versoepeling van het woningbouwbeleid.
De gemeente Heerlen heeft één contingent beschikbaar gesteld voor deze locatie. De redenen daarvan zijn dat op deze manier het bouwvlak wordt afgebouwd, dat het slechts om één woning gaat en het vrijstaande woningtype goed passend is in deze omgeving en dat hier in het verleden reeds een aanvang is gemaakt met het realiseren van een woning. De gemeente heeft dit contingent reeds gecompenseerd bij het wegbestemmen van bestaande bouwtitels. Gelet op deze motivering is de bouw van deze woning aanvaardbaar in relatie tot de contingentenbenadering. Structuurvisiebesluit ‘Beleidsregel Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ (verder te noemen Structuurvisiebesluit Ruim baan) Doel van de beleidsregel is dat goede (ver-)bouwplannen niet meer hoeven te worden gecompenseerd. Hiertoe zijn in de beleidsregel 3 criteria opgenomen. Het eerste criterium is het aantonen van maatschappelijke meerwaarde. Het betreft een inhoudelijke afweging die in eerste instantie wordt gemaakt op tafel van de gemeenten. Het tweede criterium betreft het onderbouwen van de behoefte. Feitelijk gaat het om een toets aan vigerend rijksbeleid en bestaande wetgeving. En het derde criterium gaat over subregionale afstemming en de stappen die nodig zijn om een plan aan de woningmarktprogrammering Parkstad toe te kunnen voegen. 1.
Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde: Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 14 -
Toelichting
Uitgangspunt is dat inbreiding voor uitbreiding1 gaat. Het betreft plannen voor o.a. dverbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; herstructurering en vervangingsbouw; hergebruik winkels of (ander) waardevol vastgoed met passende woningbouw; of aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad (en). Het plan is planologisch aanvaardbaar: Volgens vigerend wettelijk Rijksbeleid, moet een plan voldoen aan de ‘Ladder van Duurzame verstedelijking’ zoals vastgelegd in de Bro artikel 3.1.6 lid 2. Dit houdt in dat voor ieder plan de behoefte aan de ontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief vaststaat. Deze vraag komt ingegeven vanuit de wetgeving (en los van het gestelde in de SVWZL), bij elk plan op tafel dat planologisch in procedure gebracht wordt. Het plan is sub-regionaal afgestemd Er zijn binnen Parkstad afspraken gemaakt over de wijze waarop een plan kan worden toegevoegd aan de regionale woningbouwprogrammering. -
2.
3.
Deze beleidsregel is opgesteld door de Zuid-Limburgse gemeenten in afstemming met de Provincie en is – in de vorm van een structuurvisiebesluit – als addendum toegevoegd aan de reeds door de raad vastgestelde Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Het Structuurvisiebesluit Ruim baan vervangt het Structuurvisiebesluit ‘Tijdelijke versoepeling van de compensatiesystematiek Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg’ (verder te noemen Structuurvisiebesluit Tijdelijke versoepeling). De bestaande SVWZL blijft vigerend. Mocht een plan niet voldoen aan bovenstaande criteria, dan kan dat plan nog steeds mogelijk worden gemaakt, maar dan onder toepassing van beleidsafspraak VI uit de SVWZL, dus met compensatie. Dat betekent onder meer dat de financiële compensatieregeling blijft bestaan voor plannen van maximaal 5 woningen welke niet aan de in het structuurvisiebesluit genoemde criteria voldoen. Met de voorgestelde versoepeling, wordt nadrukkelijk invulling gegeven aan de wens vanuit de samenleving om met name voor de doelgroep sociale huur en middenhuur alsmede voor starters snel goede en betaalbare woningen te kunnen realiseren. Dit is noodzakelijk om te voldoen aan de veranderde behoefte bij de woningzoekenden en biedt een kans om gelijktijdig ook leefbaarheidsopgaven op te pakken.
Onderhavig plan Onderhavig plan is getoetst aan het destijds vigerende Structuurvisiebesluit Tijdelijke versoepeling. Naar aanleiding van die toets kon het plan aan de Regionale Woningmarktprogrammering Parkstad worden toegevoegd door middel van koppeling van een te slopen andere woning. Structuurvisie Parkstad Limburg De regio Parkstad Limburg heeft een eigen intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' (2009). De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: - meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; - een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten;
1 Inbreiding = een ontwikkeling op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied, ofwel tussen bestaande
geconcentreerde bebouwing. Inbreiding kan betrekking hebben op een kleine onbebouwde kavel, maar ook op een stuk grond dat al bebouwd is, waarbij bijvoorbeeld bestaande bebouwing gesloopt wordt en het terrein daarna weer herbebouwd wordt. Uitbreiding = een ontwikkeling op een onbebouwde locatie buiten bestaand stedelijk gebied of aan de grenzen van bestaande bebouwing. Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 15 -
Toelichting
-
-
een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad-Centrum: een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde d woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Binnenring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft.
De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling. Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema’s: Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht Hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid De ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal.
De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding. De vier hoofdthema’s uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota’s, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau. Op regionaal niveau zijn er, vanwege de kleinschaligheid van het initiatief, geen concrete aanknopingspunten te benoemen voor deze ontwikkeling. Deze gemeentelijke beleidsnota’s met aanknopingspunten komen in de volgende paragrafen aan bod, waarbij tevens wordt aangegeven hoe deze hun uitwerking hebben op het onderhavige plan.
2.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad van Heerlen de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 16 -
Toelichting
Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema’s centraal: Vitale stad,d Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad. Vitale stad In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen. Centrale stad In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor. Innovatieve stad In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden.
Het hergebruiken van bestaand vastgoed en het vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaat-neutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering. Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het “Verhaal van Heerlen” tot uitdrukking komt. In de Structuurvisie Heerlen 2035 is het perceel gelegen binnen een ruim opgezet woonmilieu. Ruim opgezet wonen betreft wonen in een villawijk met veelal vrijstaande woningen op ruime kavels en incidenteel twee-onder-een kapwoningen in lage woningdichtheden in de koopsector. Het plan voorziet in het afbouwen van de woonstraat Aletta Jacobsstraat door middel van het realiseren van één vrijstaande woning en voldoet hiermee dus aan de uitgangspunten uit de Structuurvisie.
Stadsvisie Heerlen 2026 In 2008 is de „Stadsvisie 2026” door de raad van de gemeente Heerlen vastgesteld. In deze visie worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen benoemd waar Heerlen mee te maken heeft en die ook in de komende jaren van groot belang zullen zijn: de bevolkingskrimp als gevolg van vergrijzing en ontgroening, de individualisering van de samenleving en de daarmee onder druk staande sociale cohesie in buurten en de mondialisering van de economie. Aan de hand van deze thema’s worden kansen gezocht voor de komende jaren. Deze lijken met name te liggen in samenwerking op regionaal (Parkstad Limburg), nationaal (Tripool Zuid-Limburg, G27) en internationaal (MAHHL, Eurocities, Heerlen-Aken) gebied. Naast deze kansen vorm de belangrijkste bedreiging het verminderen van de aantrekkelijkheid, veiligheid en levendigheid van het stadscentrum, waarbij het van belang wordt geacht dat de inwoners zich samen met de stad ontwikkelen. De afgelopen jaren heeft ten aanzien van veiligheid en levendigheid een duidelijke verbeteringsslag plaatsgevonden, die de komende jaren moet worden doorgezet.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 17 -
Toelichting
Met het thema “Van Coriovallum naar Corioforum” worden vier speerpunten geformuleerd voor Heerlen: Centrumstad, Ondernemende stad, d Jeugdige stad en Netwerkstad. De visie wordt samengevat als ”Heerlen 2026: Energiek hart van Parkstad”. Voor het onderhavige plan, dat voorziet in de realisering van één woning, bevat de Stadsvisie Heerlen geen specifieke uitgangspunten.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 18 -
Toelichting
3 Beschrijving plangebied d Caumerveld-De Erk De wijk Caumerveld-De Erk wordt globaal begrensd door de Akerstraat/Heesbergstraat, de Caumerbeeklaan, de achterste perceelgrens van de woningen aan de Johannes de XXIIIste-singel, de Onderste Caumer en de Eisenhowerstraat. Het betreft voornamelijk woningbouw in de vorm van grondgebonden woningen. De wijk bestaat uit twee deelgebieden die min of meer worden gescheiden door de Kaldebornweg: De Erk (in het noordoosten) en Heeserveld (in het zuidwesten). De Erk is in de jaren zeventig gebouwd en omvat enerzijds vrijstaande woningen op ruime percelen, anderzijds twee–aaneen-woningen. Het deelgebied Caumerpark is in de jaren negentig gebouwd in een menging van vrijstaande, twee-aaneen-woningen, stroken- en patiowoningen. Beide deelgebieden zijn ruim van opzet en maken een groene indruk. Aletta Jacobsstraat De Aletta Jacobsstraat is een straat die in de vorm van een lus vanaf de Erkstraat is gesitueerd binnen de stedenbouwkundige structuur van de woonwijk Caumerveld. Alleen vanuit de Erkstraat (richting Heesbergstraat) en de Bongaertslaan (richting Caumerbeeklaan) is deze straat te bereiken voor het autoverkeer. De weg richting de Heesbergstraat is uitsluitend voor langzaamverkeer toegankelijk. Ter plaatse van het plangebied heeft de Aletta Jacobsstraat een uitloper in zuidwestelijke richting tot aan het plangebied.
Luchtfoto plangebied (binnen rode belijning) en omgeving
Plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan wordt gevormd door het laatste onbebouwde kavel in de Aletta Jacobsstraat. Het perceel is in een ver verleden ontgraven voor de bouw van een woning. Deze woning is er nooit gekomen en inmiddels is de bouwput geheel overwoekerd met diverse struiken en boomvormers en vormt daarmee op dit moment een onaantrekkelijke plek in de buurt.
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 19 -
Toelichting
De onderstaande foto’s geven een impressie van de huidige situatie (juli 2019): d
Perceel vanaf de straatzijde
Overwoekerde voormalige bouwput
De bebouwing aan de Aletta Jacobsstraat bestaat hoofdzakelijk uit halfvrijstaande woningen in twee bouwlagen met of zonder kap. De woningen zijn relatief jong en de buurt heeft, met name door de voortuinen en het gemeenschappelijk groenvoorzieningen, een rustige en vooral groene uitstraling. De straat is uitgevoerd als woonerf, waarbinnen de auto ‘te gast’ is. Op enkele plekken zijn openbare parkeerplaatsen gesitueerd omdat delen van de Aletta Jacobsstraat door de smalle straatprofielen onvoldoende ruimte bieden voor parkeren.
Smal straatprofiel t.p.v. het plangebied
Doodlopende weg autoverkeer vanaf plangebied
Groene uitstraling omgeving met openbare parkeerplaatsen Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 20 -
Toelichting
4 Planbeschrijving
d
4.1 Algemeen Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van de bouw van een vrijstaande woning op het perceel plaatselijk bekend Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen. Voor de beoogde woning is nog geen bouwplan beschikbaar. Het bouwplan wordt na vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan ontwikkeld.
4.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden Deze invulling door middel van een vrijstaande woning past uitstekend binnen de bestaande ruimtelijk-stedenbouwkundige structuur, mede gelet op het verleden waarin de eerste fase van een bouwplan in uitvoering is geweest. Het perceel heeft een oppervlakte van 408 m². In het voorliggende bestemmingsplan is op het perceel een bouwvlak aangegeven, dat is gebaseerd op de standaardregeling van de gemeente Heerlen. De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen vanaf de beoogde voorgevellijn tot aan de achterzijde van het perceel. De voorgevellijn is in het verlengde van de voorgevellijn van de naastgelegen woning (nummer 7) geprojecteerd. Hierdoor blijft de ruimtelijk-stedenbouwkundige bebouwingsstructuur in deze straat eenduidig. Het gedeelte van het perceel tussen de bestemming ‘Wonen’ en de openbare weg is bestemd tot ‘Tuin’. Daarmee wordt de ‘tuinstrook’ vanuit oostelijke richting langs de Aletta Jacobsstraat voortgezet. Deze tuinbestemming is eveneens overeenkomstig de standaard bestemmingswijze van de gemeente Heerlen. Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding bij het voorliggende bestemmingsplan weergegeven:
Bestemmingsplan Aletta Jacobsstraat ong. te Heerlen Gemeente Heerlen
- pagina 21 -
Toelichting
De te realiseren woning dient vrijstaand te zijn, waarbij de maximale goothoogte 7 meter bedraagt en de maximale bouwhoogte 12 meter. Hetdhoofdgebouw dient binnen het aangegeven bouwvlak te worden gerealiseerd. Het bouwvlak is gebaseerd op de standaardregeling van de gemeente Heerlen, waarbij een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens 3 meter dient te bedragen en de bouwdiepte maximaal 15 meter bedraagt. Maximaal 60% van het totale bouwperceel mag worden bebouwd met een maximum bebouwbare oppervlakte van 200 m². De goot- en bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 4 meter bij toepassing van een plat dak; bij toepassing van een kap mag de goothoogte maximaal 4 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter bedragen.
4.3 Parkeren De parkeernormen zijn vastgelegd in de Parkeernota Heerlen 2010. In bijlage 3 van deze parkeernota zijn de parkeernormen opgenomen. In het kader van de ontwikkeling van de voorliggende vrijstaande woning geldt een parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. Uit de parkeernota kan de volgende berekeningswijze van het theoretisch aantal parkeerplaatsen en het aantal zoals dat in de berekening wordt meegenomen worden aangegeven:
De benodigde parkeerplaatsen dienen in principe op eigen terrein te worden gerealiseerd. Bezoekers kunnen parkeren op de openbare parkeerplaatsen in de buurt. Indien geheel of gedeeltelijk moet worden uitgeweken naar de openbare ruimte voor het realiseren van de parkeervoorziening geldt voor de functie wonen een straal van 100 meter vanaf iedere woning. De gemeente bepaalt op basis van een voorstel van de ontwikkelaar/aanvrager of vervolgens aan de parkeernorm is voldaan.