SVREZL - vastgesteld Raad Heerlen 20-12-2017
Tekst van het document
Tabel A5: winkelhiërarchie Niveau in de in de Niveau winkel-hiërarchie winkelhiërarchie
Maastricht Heuvelland
Parkstad Limburg
Westelijke Mijnstreek
Meerssen Centrum (concentratie) Eijsden/Breusterstraat (concentratie)
Voerendaal Centrum (concentratie) Nuth Centrum (concentratie) Simpelveld Centrum (concentratie)
Beek Centrum (concentratie) Stein Centrum (concentratie)
Boodschappencentrum in een wijk
Amby Noord (balans) Voltastraat (balans) Malbergplein (balans) Winkelcentrum Carré (balans)
Giessen-Bautsch (balans) Heerlerheide (balans) Carboonplein (balans) Schaesberg (balans) ’t Loon (balans) Waubach (balans)
Born Centrum (balans) Elsloo (balans)
Spelregels
• Afbakening van concentratie (saldo +) en balansgebieden (saldo 0), combinaties zijn mogelijk in boodschappencentra in dorpen. Boodschappencentra in wijken zijn altijd balansgebieden. • Transitieopgave buiten de op de kaart afgebakende gebieden. • Salderen binnen de subregio tot aan niveau van frictieleegstand is bereikt. • Inzetten op kwalitatieve en kwantitatieve versterking in het concentratiegebied en kwalitatieve versterking in het balansgebied. • Afstemming van nieuwe initiatieven en initiatieven voor gebruikswijzigingen op niveau van subregio.
Boodschappencentrum in een dorp
57
6. Toeristisch centrum in landelijk gebied De toeristische centra hebben een sterk(er) ontwikkeld winkel- en voorzieningenniveau dan het aantal inwoners van de kern en directe omgeving zou verantwoorden. Deze centra hebben – naast een functie als boodschappencentrum voor lokale inwoners – een sterke toeristische aantrekkingskracht en instroom. Een groot deel van de bestedingen wordt door toeristen en dagrecreanten gedaan. Dit betekent dat er meer draagvlak is voor winkels en voorzieningen. Naar de toekomst is de verwachting dat het aantal recreanten en toeristen toeneemt. Dit betekent dat het draagvlak voor detailhandel niet afneemt.
Tabel A6: winkelhiërarchie Niveau in de in de Niveau winkel-hiërarchie winkelhiërarchie
Maastricht Heuvelland
Parkstad Limburg
Westelijke Mijnstreek
Toeristisch centrum
Valkenburg Centrum (concentratie) Gulpen Centrum (concentratie) Vaals Centrum (concentratie)
-
-
Spelregels
• Afbakening van concentratie- en balansgebieden. • Transitieopgave daarbuiten. • Salderen binnen de subregio tot aan niveau van frictieleegstand is bereikt. • Inzetten op kwalitatieve en kwantitatieve versterking in het concentratiegebied en kwalitatieve versterking in het balansgebied. • Afstemming van nieuwe initiatieven en initiatieven voor gebruikswijzigingen op niveau van Zuid-Limburg en subregio.
58
7. Buurtcentrum in een stad of dorp De buurtcentra van steden en dorpskernen zijn relatief klein en betreffen vaak een supermarkt en enkele ondersteunende winkels (bijvoorbeeld bakker, slager, drogist, kleding, huishoudelijke- en of cadeauartikelen). De verwachting is dat ze als gevolg van krimp enigszins afnemen in de komende jaren.
Tabel A7: winkelhiërarchie Niveau in de winkel-hiërarchie winkelhiërarchie Niveau in de
Maastricht Heuvelland
Parkstad Limburg
Westelijke Mijnstreek
Buurtcentrum
Winkelcentrum Belfort (balans) Caberg (balans) Daalhof (balans) Hoolhoes (balans) De Heeg (balans) De Beente (balans) Scharnerweg (balans) Glacisweg (balans) Geulle (balans) Cadier en Keer (balans) Margraten (balans) Bunde (balans) Berg en Terblijt (balans)
Hertogenlaan (balans) Treebeek (balans) Bleijerheide (balans) Douve-Weien (balans) Brunssum Noord (balans) Schimmert (balans) Hulsberg (balans) Schinveld (balans) Eygelshoven (balans) Bocholtz (balans) Klimmen (balans)
Bloemenmarkt / Lindenheuvel (balans) Limbrichterveld (balans) Kemperkoul (balans) Stadbroek (balans) Oud-Geleen (balans) Zuidhof (balans) Schinnen (balans) Oirsbeek (balans) Amstenrade (balans) Munstergeleen (balans) Spaubeek (balans) Neerbeek (balans) Grevenbicht (balans)
Spelregels
• Afbakening van concentratie- en balansgebieden. • Transitieopgave daarbuiten. • Salderen binnen de subregio tot aan niveau van frictieleegstand is bereikt. • Inzetten op kwalitatieve en kwantitatieve versterking in het concentratiegebied en kwalitatieve versterking in het balansgebied. • Afstemming van nieuwe initiatieven en initiatieven voor gebruikswijzigingen op niveau van Zuid-Limburg en subregio.
Buiten de winkelhiërarchie is sprake van verspreide bewinkeling Winkels die niet in de voornoemde winkelconcentratiegebieden liggen, vormen de verspreide bewinkeling, en zijn transitiegebied. Er zal altijd draagvlak zijn voor enige verspreide bewinkeling maar deze zal in omvang moeten afnemen. Nu ligt het aandeel verspreide bewinkeling op circa 25-30% van de totale omvang van de winkelvoorraad. Het toekomstperspectief van (een groot deel van) verspreid gelegen winkels is matig tot slecht en deze verspreide bewinkeling kan risico opleveren voor de hoofdstructuur.
59
Bijlage B: 60
bespreekformat
Thema
Toelichting
Locatie Inclusief kaart precieze afbakening Huidige planstatus in bestemmingsplan Huidige situatie (kwantitatief) • Omvang gebied in m²s • Actuele leegstand Huidige situatie (kwalitatief) • Compacte beschrijving • Belangrijke trekkers • Onderscheidend vermogen • Indicatieve reikwijdte (trekkracht ) Ambitie: Door gemeente gedragen voorstel met gewenst: • Label (concentratie, balans, transitie) • Bij winkels: niveau in de hiërarchie (1 t/m 7) • Gebiedsafbakening op kaart • Programma kwantitatief en kwalitatief • Saldering (m² , hoe?) Samenhang met beleid • POL2014 • SVREZL • Lokaal beleid Belangen in plangebied • Afspraken • Ondernemers Neveneffecten hoofdstructuur • Kwantitatief • Kwalitatief
61
Bijlage C: 62
saldering
In deze bijlage staat het salderingsbeleid op hoofdlijnen uitgewerkt. We onderstrepen dat de uitvoeringspraktijk van het salderen aan de hand van cases de komende jaren verder ontwikkeld gaat worden. Dat betekent dat het salderingsbeleid zoals het hieronder uitgewerkt staat een eerste uitwerking vormt van het generieke salderingsprincipe zoals dat in het POL2014 geborgd staat. Verdere uitwerking van het salderingsbeginsel vindt de komende jaren plaats aan de hand van concrete cases binnen de volgende contouren.
Uitgangspunt is dat de structuurvisie met het salderen: voorkomt dat er netto nog extra planologische ruimte wordt toegevoegd. Wanneer er extra gewenste planologische ruimte wordt toegevoegd, moet er elders planologische ruimte worden onttrokken. Deze bijlage heeft betrekking op salderen bij winkels, kantoren en bedrijventerreinen. Voor winkels en kantoren werken de salderingsprincipes gelijk. Waar het gaat om bedrijventerreinen is het salderingsprincipe eenvoudiger, zie de laatste paragraaf van deze bijlage. Deze bijlage heeft betrekking op salderen bij winkels, kantoren en bedrijventerreinen. Voor winkels en kantoren werken de salderingsprincipes gelijk. Waar het gaat om bedrijventerreinen is het salderingsprincipe eenvoudiger, zie de laatste paragraaf van deze bijlage.
Deze uitwerking zal uitdrukkelijk meegenomen worden in de jaarlijkse monitoring van de uitvoeringsresultaten van de SVREZL en de evaluatie die na drie jaar na vaststelling van de SVREZL is voorzien.
Waarom salderen? Hoe werkt salderen? De winkel- en kantorenmarkt in Zuid-Limburg hebben te maken met een teveel aan locaties en bestaand vastgoed. Daarnaast is er soms te veel planologische ruimte, in vergelijking tot de prognose van de vraag en bestaand aanbod. De verwachting is dat de verhouding tussen vraag en aanbod zonder ingrijpen in de toekomst (nog) schever wordt. In de bedrijventerreinenmarkt is het overaanbod aan planologische ruimte minder groot en is de verwachting dat de vraag naar bijvoorbeeld logistieke bedrijfskavels groeit. De SVREZL heeft als doel om daar waar nodig in te grijpen in de planologische ruimte om de ongewenste hoge leegstand en de balans tussen vraag en aanbod te herstellen. Wanneer er niets gedaan wordt, is er over de hele linie meer programma dan marktruimte. Dit vraagt keuzes, zowel ten aanzien van nieuw toe te voegen ontwikkelingen, maar ook in de bestaande bebouwde omgeving. Streven is tot 2030 te komen tot een voorraad met een leegstand die niet hoger is dan de frictieleegstand per subregio (frictieleegstand is een gezonde marktleegstand. Deze is op pandniveau 6% in de kantorenmarkt en 6% in de winkelmarkt). De opgave verschilt per subregio en al naar gelang vraag en aanbod binnen het vastgoedsegment.
In aansluiting op het POL2014 hanteren we het salderingsprincipe voor kantoren en winkels. Voor iedere m² netto vloeroppervlak voorraad ‘erbij’ moet ook een m² netto vloeroppervlak onttrokken worden in het zelfde vastgoedsegment, totdat de frictieleegstand is bereikt. De leegstand per subregio wordt jaarlijks op basis van een overal in ZuidLimburg gehanteerde uniforme meting één keer per jaar op een vast moment vastgesteld voor dat betreffende jaar. We definiëren de voorraad als de in ruimtelijke plannen/planologisch geregelde (winkel/kantoor/ bedrijfs)ruimte, of deze nu in gebruik is of niet. Ontwikkeling voorraad tot en met 2030 is saldo 0 wanneer de leegstand niet hoger is dan frictieleegstand op subregionaal niveau. Simpelweg gelden de volgende uitgangspunten: • • •
Leegstand < frictieleegstand per subregio: ontwikkeling voorraad is per saldo 0 of + Leegstand = frictieleegstand per subregio: ontwikkeling voorraad is per saldo 0 Leegstand > frictieleegstand per subregio: ontwikkeling voorraad is per saldo –
63
In de uitzonderlijke situatie, dat er voor een bepaald segment nog marktruimte beschikbaar is en/of dat er sprake is van een uitzonderlijk en aanvullend concept, dat aantoonbaar meerwaarde heeft in het aanbod is regionaal maatwerk in het salderen mogelijk. Wanneer de leegstand binnen het betreffende vastgoedsegment lager is dan de frictieleegstand, vervalt de noodzaak tot salderen. Bij weer oplopende leegstand wordt het salderingsprincipe weer automatisch van kracht, telkens met peildatum 1 januari van dat betreffende jaar. Basisprincipe borgen, monitoren en evalueren, en mogelijk gaandeweg aanscherpen Het basisuitgangspunt voor salderen geldt overal in Zuid-Limburg, dit vanwege de derdenwerking die de structuurvisie heeft en de kernprincipes van de structuurvisie dienen eenvoudig en eenduidig te zijn. Het ontwikkelen van een salderingsmechanisme in de winkel-, kantoren- en bedrijventerreinenmarkt is (nog) nieuw in Zuid-Limburg. Ook in Nederland als geheel zijn er slechts beperkt ervaringen mee. Daarom is het belangrijk in de structuurvisie de generieke principes van het salderen te borgen en daarnaast de resultaten van het salderen en de werking van de structuurvisie in de praktijk jaarlijks te monitoren. In het verlengde daarvan spreken we in de structuurvisie af dat er na drie jaar een evaluatie van het salderingsbeleid volgt.
Op basis van deze evaluatie is mogelijk aanscherping of aanpassing van de werkwijze nodig, indien op basis van marktanalyse, data en de evaluatie van de werkwijze bij cases blijkt dat de spelregels rond het salderen onvoldoende resultaat sorteren of op onderdelen (andere) ongewenste effecten hebben. Eventueel kunnen de spelregels ook op subregionaal niveau verder uitgewerkt of aangescherpt worden, om zo te komen tot het gewenste resultaat. Denk bijvoorbeeld aan het verhogen van de verhouding tussen te onttrekken meters en toe te voegen meters planologische ruimte, afhankelijk van de subregionale uitgangsituatie. Salderen heeft betrekking op meters vastgoed, niet op aantallen panden of de grootte van winkels en kantoren Hoewel we zien dat er een verschil in reikwijdte en bijvoorbeeld impact zit tussen grootschalige en kleinschalige panden met een bepaalde bestemming, maken we dit onderscheid bij het salderen niet. Dit vanuit het oogpunt van eenvoud en dat onderliggend doel van een lagere marktleegstand
voor panden van allerlei omvang even belangrijk is. Daarom salderen we in m² netto vloeroppervlak. Basisuitgangspunten bij salderen • Altijd is sprake van saldering van de publiekrechtelijke mogelijkheden bij de te salderen bestemming. Dit betekent dat ook onbenutte plancapaciteit gesaldeerd kan worden met uitbreidingsruimte elders. • Belangrijk is om met een gedegen (voorzienbaar) stappenplan te komen na vaststelling van de structuurvisie om zo als gemeenten afzonderlijk te komen tot een veegplan waarin onbenutte plancapaciteit die niet in gebruik is ‘weg te vegen’ en hoe veegplan en saldering van onbenutte 14 plancapaciteit zich tot elkaar verhouden. • Saldering vindt in beginsel plaats tussen gebieden met dezelfde bestemming. Dus plano logische ruimte met een winkelbestemming wordt in beginsel gesaldeerd met planolo gische ruimte met een winkelbestemming, en planologische ruimte met een kantoorbestemming wordt in beginsel gesaldeerd met planologische ruimte met een kantoorbestemming. Dit geldt zowel voor saldering tussen functies binnen ruimtelijke economie als daarbuiten (zoals woning bouw, vrijetijdsvoorzieningen of maatschappelijk vastgoed). Wel is er ruimte voor maatwerkoplossingen aansluitend op de principes van de Structuurvisie afgewogen in het relevante bestuurlijk overleg op Zuid-Limburgse schaal.
Hierbij is uitgangspunt dat deze saldering geen ongewenste neveneffecten met zich meebrengt voor ruimtegebruik, vestigingsmilieu in het betreffende vastgoedsegment en leegstand. • De SVREZL legt geen beperkingen op aan het aantal initiatieven dat betrokken is in de saldering. • Voor sommige winkelpanden ligt herbestemming naar wonen voor de hand. Meest logisch is dit wanneer het gaat om het uitbreiden van een woning op de verdieping naar de begane grond, zonder dat het aantal woningen uitbreidt. Een dergelijke uitbreiding van de woning is zonder nadere afstemming mogelijk binnen de SVWZL. Uitbreiding van het aantal woningen is alleen aan de orde wanneer deze uitbreiding wordt uitgevoerd geheel conform de SVWZL, met inbegrip van de daarin opgenomen saldering, afstemming en opname in de programmering.
14 De volgorde der dingen is belangrijk. De structuurvisie moet geen verwachtingswaarde voor onbenutte plancapaciteit creëren.
64
Salderen in concentratiegebieden en in balansgebieden
dat deze niet ten koste gaat van lokale en subregionale ontwikkelingen. In de evaluatie van de structuurvisie (drie jaar na vaststelling), Extra meters binnen concentratiegebieden zijn te worden alle cases van verhuizingen naar de twee salderen met te onttrekken meters in de subregio in: koopiconen expliciet betrokken. concentratiegebieden, balansgebieden en • Woonboulevard Heerlen is de grootste transitiegebieden. woonboulevard in Zuid-Limburg op het gebied van woonwinkels en trekt ook euregionaal veel In balansgebieden staat kwalitatieve versterking van bezoekers uit met name Duitsland. Het gaat het gebied voorop zonder dat het aantal meters in dit daarbij om de branches die behoren tot wonen. gebied in beginsel toeneemt. De saldering zal daarom Dus uitsluitend winkels in de branches in beginsel binnen het balansgebied plaatsvinden. babywoonwinkel, slaapkamer/bedden, keukens, Maatwerk is mogelijk. meubelen, woonwarenhuis, (Oosterse)-tapijten, keukens, badkamers, verlichting, parket/ Salderen vindt bij winkels in beginsel plaats op het laminaat, tegels, woninginrichting, woningtextiel, niveau van de subregio woondecoratie, zonwering. Het gaat uitdrukkelijk niet om winkels in andere branches in en De opgave in het salderen in de winkelmarkt is om huis zoals bijvoorbeeld winkels in de verschillend per subregio en per gemeente.
Zoals hoofdbranches plant & dier, bruin & witgoed, gezegd vindt het salderen op het niveau van de auto & fiets, doe-het-zelf, speelgoed. Deze subregio plaats, omdat dit het meest recht doet aan winkels zijn ook niet toegestaan op de de relevante reikwijdte van het leeuwendeel van de woonboulevard. Dat betekent dat de reikwijdte winkels. van de woonwinkels groter is dan Zuid-Limburg alleen en dat versterking van de woonboulevard Daarbij gelden de volgende uitzonderingen: en daarmee de euregionale trekkracht ten faveure van heel Zuid-Limburg komt. Dit is het 1. Salderen bij supermarkten: supermarkten dienen belangrijkste argument om de woonboulevard in eerste instantie te salderen met andere voor enkel woonwinkels vrij te stellen van supermarkten (of andere winkelmeters) binnen saldering, omdat toevoeging van woonwinkels de subregio, om zo te voorkomen dat het huidig in de woonboulevard niet ten koste gaat van aanbod aan winkelmeters in supermarkten winkels elders in de subregio of Zuid-Limburg verschuift en/of uitbreidt. Afstemming van als geheel.
uitbreidingen van supermarkten kennen daarnaast • Het centrum van Maastricht geniet als de volgende aandachtspunten: winkelbestemming landelijk en internationaal • Eenmalige of gestapelde uitbreidingen van trekkracht vanwege het grote onderscheidende supermarkten tot een totaal oppervlak tot 1.200 m² vermogen op het vlak van funshoppen, mode, dienen afgestemd te worden op niveau van de accessoires en hieraan gerelateerd design. subregio. Dit is de reden om bij toevoeging van winkels in dit profiel in het centrum van Maastricht niet 2. Salderen bij koopiconen: de twee koopiconen te salderen, omdat de binding van de (binnenstad Maastricht en Woonboulevard koopkracht die hiermee gemoeid gaat niet ten Heerlen). De koopiconen zijn elk op hun koste gaat van andere winkelbestemmingen eigen manier uniek en onderscheidend binnen binnen de subregio of Zuid-Limburg als geheel. Zuid-Limburg. Vestiging van een winkel in de specifieke segmenten waar de koopiconen uniek 3. Winkels in de centra van kleinschalige kernen, in is, wordt vrijgesteld van saldering. Verplaatsing zonder concentratiegebieden en naar een koopicoon binnen Zuid-Limburg wordt balansgebieden: deze worden vrijgesteld van in het betreffende relevante bestuurlijke overleg salderen wanneer de oppervlakte in wvo kleiner gemeld. Vestiging naar de twee specifieke is dan 100 m².
Vestiging van een kleine winkel koopiconen in de gespecificeerde segmenten tot dit oppervlak heeft geen neveneffecten op zoals hierboven staan benoemd is in beginsel de winkelstructuur als geheel en draagt in een ruimtelijke ontwikkeling die de belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van winkelstructuur op Zuid-Limburgse schaal als deze kernen. Dit punt wordt in de evaluatie geheel versterkt, en in het bijzonder de van de structuurvisie (drie jaar na vaststelling), euregionale concurrentiepositie. Belangrijk is expliciet betrokken.
65
Salderen in de kantorenmarkt Salderen in de kantorenmarkt vindt in beginsel binnen dezelfde contouren plaats als salderen in de winkelmarkt. Initiatieven voor kantoorgebouwen tot 500 m² vvo worden vrijgesteld van salderen, omdat vestiging van deze lokale initiateven geen neveneffecten op de kantorenmarkt als geheel hebben. Salderen in de bedrijventerreinenmarkt De leegstandsproblemen op bedrijventerreinen zijn minder groot dan bij kantoren en winkels, bovendien neemt de behoefte aan bedrijventerreinen naar verwachting de komende jaren nog wat toe en groeien belangrijke clusters in Zuid-Limburg de komende jaren door, zoals in de automotive, chemie, logistiek en med-tech. Dit betekent dat het salderen in de bedrijventerreinenmarkt een andere invulling heeft en ook minder zwaarwegend is. In de eerste plaats omdat de leegstand in bestaande panden lager is. Daarnaast geldt dat een normale frictieleegstand in de bedrijventerreinenmarkt hoger kan zijn, vanwege het lokale karakter van de bedrijventerreinenmarkt. Ongeveer 90% van de verhuisbewegingen vindt plaats binnen een straal van 25 kilometer, en het gros binnen 5 tot 10 kilometer. Dit betekent dat ondanks een hoge leegstand in een bepaalde (buur)gemeente huisvesting van een bepaald bedrijf in leegstaande bedrijfsgebouwen geen reëel vestigingsalternatief kan zijn.
We stellen voor dat het principe van salderen betrekking heeft op meters kaveloppervlak en niet meters netto vloeroppervlak, in de praktijk buiten de bedrijventerreinen (die immers concentratiegebieden zijn). En dat de huidige balans tussen terreinenvraag en -aanbod geldt als de frictieleegstand. In het verlengde daarvan gelden de volgende uitgangspunten. • Goede nieuwe plannen blijven mogelijk, wanneer deze in principe gekoppeld zijn aan het schrappen van (harde bestemmingsplan)capaciteit elders in de subregio. • Nieuwe terreinen en uitbreidingen van bestaande terreinen zijn verder mogelijk als: - Er binnen de bestaande voorraad geen geschikte ruimte meer is. - De toevoeging extra aanvullende kwaliteit
66
toevoegt aan het regionale aanbod. Dit geldt voor nieuwe terreinen en grotere uitbreidingen van bestaande bedrijventerreinen. • Beperkte uitbreiding van bestaande terreinen op kavelniveau voor al op het terrein gevestigde bedrijven of lokale, solitair gevestigde bedrijven is onder voorwaarden mogelijk via maatwerk met een goede onderbouwing (denk aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, en een voorkeur voor leegstaande panden). • Kleinschalige uitbreidingen van een bedrijven terrein tot 3.000 m² kavel hoeven niet gesaldeerd te worden. Flankerend beleid bij salderen De regionale uitvoeringsafspraken zullen ook een aanpak (in processen en instrumenten) moeten omvatten over hoe grip te krijgen op de leegstand in de drie vastgoedsegmenten. Basis van die afspraken zijn: • Registratie leegstand inrichten per gemeente en in de subregio (uniform op niveau van ZuidLimburg). • Nieuwvestigers op terrein/in regio altijd alternatieven voor nieuwbouw voorleggen: eerst leegstaande panden laten bekijken en, indien niet bruikbaar, per pand afweging waarom ongeschikt (inclusief sloop en herbouw) laten motiveren. • Eigenaren blijven verantwoordelijk voor onderhoudstaat pand.
Indien eigenaren al of niet in samenwerking met andere marktpartijen panden met een bepaalde bestemming willen herontwikkelen, transformeren of slopen, spannen gemeenten zich maximaal in dit via bestemmingsplanwijzigingen/-aanpassingen mogelijk te maken, mits passend binnen de eigen en provinciale beleidskaders. Nota bene: Het zal niet zo zijn dat er voor panden altijd een alternatieve bebouwde bestemming mogelijk is. Daarom is belangrijk ook flankerend beleid te ontwikkelen bij herbestemming van locaties met een bebouwde bestemming naar onbebouwde bestemmingen.
67
Bijlage D: 68
definities
De onderstaande definities hebben betrekking op de manier waarop deze begrippen bedoeld zijn in de Structuurvisie Ruimtelijke Economie ZuidLimburg. Bedrijventerrein Twee of meer aaneengesloten kavels met een gezamenlijke oppervlakte van minimaal 1 ha, separaat ontsloten en vrij verhandelbaar, die op dit moment in gebruik dan wel geschikt zijn voor gebruik door handel, nijverheid, en industrie. Op bedrijventerreinen is geen solitaire detailhandel mogelijk, alleen onder voorwaarden ondergeschikte productiegebonden en niet substantiële detailhandel aansluitend bij lokaal beleid. Voor ABC-goederen en grove bouwmaterialen is dit wel mogelijk, mits passend binnen lokaal beleid.
Inpassingsplan Een inpassingsplan is in Nederland in de wet ruimtelijke ordening (Wro) een bestemmingsplan van provincie of Rijk, waarmee de bestemming van een bepaald gebied juridisch kan worden vastgelegd. Deze mogelijkheid bestaat sinds de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008. Met behulp van een inpassingsplan kan een bestemmingsplan (door Rijk of provincie) of provinciaal inpassingsplan (door het Rijk) worden overruled. Dit wordt geregeld in artikel 3.1 tot 3.33 van de Wro. Het is daarmee een juridisch middel waarmee belangen van deze hogere overheden toch door kunnen worden gevoerd, wanneer beleid van een lagere overheid deze belangen doorkruist. Beleid uit inpassingsplannen dient te worden doorgevoerd in inpassingsplannen c.q. bestemmingsplannen van lagere overheden, die hierdoor voor dit deel van hun inpassingsplan c.q. bestemmingsplan worden uitgesloten van het maken van eigen beleid.
Bestemmingsplan Een bestemmingsplan is een document, door de gemeenteraad vastgesteld, dat de ruimtelijke ordening bepaalt. Het geeft aan waarvoor de grond/gebouwen gebruikt mogen worden. Een plankaart geeft aan welke bestemmingen waar rechtstreeks zijn toegestaan onder welke voorwaarden, zie www.ruimtelijkeplannen.nl. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, gaan bestemmingsplannen op in Omgevingsplannen, die een bredere werking hebben dan bestemmingsplannen.
Een inpassingsplan kan alleen worden vastgesteld wanneer er sprake is van een ‘provinciaal belang’ (bij de provincie) of ‘rijksbelang’ (bij het Rijk). Wat dit precies inhoudt wordt niet gedefinieerd in de Wro, maar wordt door de betreffende provincie of het Rijk zelf vastgesteld. Harde plancapaciteit Het aanbod dat in vastgestelde bestemmingsplannen is opgenomen, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd.
Bruto vloeroppervlak Internetverkoop Is de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen (volgens NEN-norm 2580). Detailhandel Het bedrijfsmatig (rechtstreeks aan de consument) te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en, verhuren en/of leveren van goederen.
Handel in producten, via internet en andere media, waarbij soms gebruik wordt gemaakt van afhaalpunten. Een ondergeschikt afhaalpunt is een balie (maximaal 10 m²) direct voortvloeiend uit en ondergeschikt aan de bedrijfsactiviteit ter plaatse. Hier kan de consument uitsluitend via internethandel bestelde goederen afhalen of retourneren. Er vindt uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen plaats gedurende een korte periode en er is geen sprake van uitstalling ten behoeve van verkoop en/of overige activiteiten. Het betreft hier dus geen zelfstandige afhaalpunten/ servicepunten van goederen die niet rechtstreeks afkomstig zijn van de bedrijfsactiviteit ter plaatse.
69
Kantoorruimte
Structuurvisie
Gebouw of gedeelte van gebouw dat door indeling en inrichting bestemd is voor het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied (al dan niet in rechtstreekse aanraking met het publiek). Een ondergeschikte kantoorfunctie is een onlosmakelijk onderdeel van het gevestigde bedrijf zoals de administratie, inkoop, marketing en P&O. Het kantoorobject kan zelfstandig worden verhuurd of verkocht.
In een structuurvisie wordt de visie op het ruimtelijk beleid voor de hele gemeente, provincie of een ander administratief gebied beschreven. Hierin vertelt het bevoegde gezag bijvoorbeeld waar gebouwd mag worden, waar de natuur behouden blijft waar de economische structuur versterkt moet worden.
Een kantoor is een zelfstandig vastgoedobject gericht op kantoorachtige activiteiten, eventueel bestaande uit deelobjecten, die met een centrale toegang vrij toegankelijk is vanuit de openbare ruimte. Het grootste deel van de verhuurbare vloeroppervlakte (vvo) van het vastgoedobject dient daarbij als kantoor in gebruik te zijn. Kantoorverzamelgebouwen worden op basis van deze definitie als één kantoorobject gezien. Kantoorruimten in of bij woningen (omgebouwde garages) die integraal onderdeel uitmaken van die woning worden dus buiten beschouwing gelaten. Netto vloeroppervlak De netto vloeroppervlakte is het nuttig (bruikbare) vloeroppervlak. De vvo van een ruimte of een groep ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van binnenruimten omhullen. Netto-brutoverhouding We rekenen in deze structuurvisie met gemiddelde verhoudingen tussen netto en bruto vloer. In de winkelmarkt en de kantorenmarkt gaat het om 85%, en in bedrijventerreinenmarkt gaat het om 90%. Bij logistiek gaat het om 95%. Dit zijn uitgangspunten zoals private partijen deze ook vaak gebruiken. Solitaire bedrijfslocatie Eén kavel van minimaal 1 ha bedrijfsmatig in gebruik (of in gebruik geweest) functionerend(e) als één geheel voor gebruiker uit handel, nijverheid of industrie met een hoofdgebruiker.
70
Deze structuurvisie heeft geen juridische status in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Het is voor de opsteller wel een voor zichzelf bindend en richtinggevend document waarin de streekplangebieden (en grote bestemmingsplannen) in hun onderlinge samenhang worden bezien. De ruimtelijke strategie in de structuurvisie heeft een termijn van doorgaans 10 à 20 jaar met een doorkijk naar nog langere termijnen. Veegplan Een veegplan is een (bijzondere) partiële herziening van een bestemmingsplan. Een veegplan heeft een tweeledig doel: het houdt bestemmingsplannen actueel en maakt het efficiënt uitvoeren van ontwikkelingen mogelijk door het proces te stroomlijnen. Een veegplanproces loopt als volgt: de gemeente benoemt de nieuwe gewenste ontwikkeling in de lijn met de Structuurvisie Ruimtelijke Economie, inclusief de kaartbeelden. De gemeente toetst de gewenste ruimtelijke ontwikkeling aan het bestemmingsplan en onderbouwt de aanvullingen in relatie tot de Structuurvisie. Het veegplan zet daarbij met name in op het wegvegen van ongewenste plancapaciteit die niet in gebruik is voor de betreffende functie, en die buiten concentratiegebieden en balansgebieden op de structuurvisiekaarten staan voor de betreffende bestemmingen. Verhuurbare vloeroppervlakte (vvo) Het totaal van de verhuurbare bedrijfsvloeroppervlakte van een vastgoedobject in vierkante meters.
Het is zodoende de winkelvloeroppervlakte van een object inclusief kantoor-, productie- en magazijnruimten en overige ruimten die bedrijfsmatig worden gebruikt.
Werklocatie Verzamelnaam voor bedrijventerreinen en stedelijke dienstenterreinen. Het kan dan ook gaan om locaties waar kantoren en winkels gevestigd zijn. Winkel Ruimte die bedoeld is als verkooppunt van producten. De winkel bestaat uit verkoopruimte, magazijnruimte, serviceruimte en/of kassaruimte. Daarbij is de winkelsector op basis van SBI-codes (Standaard Bedrijfsindeling CBS) afgebakend en kijken we ook naar het vestigingsmilieu. De hoofdactiviteit van een vestiging is bepalend of een vestiging in de winkelsector valt of niet. Ook is de hoofdactiviteit bepalend voor de toedeling van de vestiging naar een bepaalde winkelbranche. We gaan uit van de volgende SBI-branches: 471-477 detailhandel. Daarbij wordt uitgegaan van branches die vanuit winkels actief zijn. De branches markthandel, straathandel/colportage, autoshowrooms en apotheken vallen hier bijvoorbeeld buiten, net als detailhandel van auto-onderdelen en motoren en benzinestations. De handel van deze artikelen vindt namelijk plaats niet zo zeer in ‘winkels’ maar in ‘werkplaatsen/garages’. We onderscheiden de volgende branches: • Voedings- en genotmiddelen • Kleding, modeartikelen en textiel • Schoenen, lederwaren en reisartikelen • Persoonlijke verzorging • Wonen en wooninrichting • Huishoudelijke artikelen • Consumentenelektronica • Doe-het-zelf • Vrije tijd en educatie • Warenhuizen • Overige detailhandel non food.
voorzienbaarheid indien bij het moment van aankoop de kans bestond dat de planologische situatie in ongunstige zin zou veranderen. Kern van de opgave aan gemeenten ter vermijding van planschade is het organiseren van voorzienbaarheid voor betrokken private actoren. Het feit dat de eigenaar daar niet op reageert (‘stilzitten’), betekent dat sprake is van passieve risicoaanvaarding (hij of zij had het kunnen weten, maar heeft niet gehandeld en heeft daarmee het risico als het ware passief aanvaard). De SVREZL vormt een eerste stap in het creëren van voorzienbaarheid, die vervolgens geëffectueerd dient te worden in een wijzigingsbesluit op het bestemmingsplan. Daarnaast dienen gemeenten het voornemen tot ‘wegbestemmen’ beleidsmatig en publiekrechtelijk te verankeren. Uitgangspunt in deze structuurvisie is dat buiten de concentratie- en balansgebieden sprake kan zijn van het voornemen tot ‘wegbestemmen’. Winkelvloeroppervlakte (wvo) Dat deel van de verhuurbare vloeroppervlakte (vvo) van een vastgoedobject in vierkante meters dat dient voor de verkoop van producten aan particuliere consumenten en zodoende ook voor deze consument toegankelijk is. Het is dus de verhuurbare vloeroppervlakte van een object exclusief kantoor-, productie- en magazijnruimten en overige ruimten die niet bedrijfsmatig worden gebruikt (zoals woonruimten).
Zachte plancapaciteit Het aanbod dat nog niet gerealiseerd is, en dat in plannen voorkomt, maar niet in vastgestelde bestemmingsplannen staat. Plannen in procedure behoren tot de zachte plancapaciteit totdat het bestemmingsplan is vastgesteld.
Verspreide bewinkeling Winkels of winkelclusters die buiten de hoofdstructuur liggen. Voorzienbaarheid Planschade komt niet voor vergoeding in aanmerking als er sprake is van voorzienbaarheid. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert als uitgangspunt dat er sprake is van
71
72
Deel 2
73
Verbeelding winkelgebieden
74
75
76
77
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
78
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
79
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
80
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
81
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
82
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
83
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
84
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
85
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
86
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
87
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
88
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
89
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
90
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
91
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
92
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
93
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
94
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
95
96
97
98
99
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG
100
DEFINITIEF ONTWERP STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ECONOMIE ZUID-LIMBURG