Samenwerkingsovereenkomst
Tekst van het document
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST NIEUWBOUW GROTIUS-VSP
DE ONDERGETEKENDEN: 1.
DE STICHTING Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs, Samenwerkingsbestuur voor bijzonder en openbaar onderwijs, statutair gevestigd en kantoorhoudende aan Mercator 1 te (6135 KW) Sittard, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 14077279, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer E.G.H. Bernard, voorzitter College van Bestuur, en de heer J.P.M. Giesen, lid College van Bestuur, beiden alleen en zelfstandig bevoegd; hierna te noemen: ‘LVO’,
en 2.
DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON gemeente Heerlen, bezoekadres Geleenstraat 27 te (6411 HP) Heerlen, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 14128451, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer J. Clemens, wethouder Onderwijs, Cultuur, Erfgoed en Centrumontwikkeling, zulks ter uitvoering van het besluit van Burgemeester en wethouders van 27 januari ’26, hierna te noemen: ‘Gemeente’;
De ondergetekenden sub 1 en 2 worden voor zover bepalingen van deze Samenwerkingsovereenkomst (hierna te noemen: ‘Overeenkomst’) betrekking hebben op alle ondergetekenden, hierna tezamen aangeduid als: ‘Partijen’; Considerans, Overwegende dat: a) Het Grotius College (Stedelijke Scholengemeenschap voor Lyceum Havo Mavo) en de Vrijeschool Parkstad, thans tezamen zijn gevestigd aan Akerstraat 115 en 117, 6417 BM Heerlen, hierna te noemen: ‘Grotius-VSP’, onder het bestuur van LVO vallen; b) Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), Stichting Voortgezet Onderwijs Parkstad Limburg, en Gemeente Heerlen in gezamenlijkheid het ‘Integraal Huisvestingsplan Voortgezet Onderwijs’ van 20 april 2021 met kenmerk: 1685901-0024.0.3, inclusief de bijbehorende bijlagen van HEVO van 20 april 2021, zijnde de haalbaarheidsstudie ‘Haalbaarheid Alternatieve inzet gebouwen Grotius College en Herle College Heerlen’ en de QuickScan bestaande huisvesting, (hierna; ‘IHP’) hebben opgesteld; welk IHP door de Gemeenteraad van Heerlen is vastgesteld bij besluit van 23 juni 2021;
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 1 van 17
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
c) Het IHP het strategisch beleidskader is waar op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en middelenbeslag de betrokken schoolbesturen tezamen met Gemeente vraagstukken betrekking tot de onderwijshuisvesting behandelen; d) In het IHP is vastgelegd dat het IHP elke 4 jaar wordt herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment. De onderhavige Overeenkomst is een verdere uitwerking van het vigerende IHP dat Partijen nog steeds kwalificeren als het actuele beleidskader van de huisvestingsbehoefte van Grotius-VSP, reden waarom Partijen een herijking in dit geval niet van toepassing achten. e) Uit het IHP op te maken valt dat voor het Grotius-VSP sprake is van een urgente huisvestingsopgave. Enerzijds omdat de Vrijeschool Parkstad ten tijde van de vaststelling van het IHP was gehuisvest in een tijdelijk gehuurd pand en anderzijds omdat op grond van de als bijlage 2 bij het IHP ingesloten Quickscan naar voren komt dat gelet op de bouwkundige staat van het huidige gebouw aan de Akerstraat en het binnenmilieu binnen een termijn van 10 tot 15 jaar het huidige gebouw een integrale aanpak vraagt door middel van ofwel vervangende nieuwbouw, ofwel levensduurverlengende renovatie.
Voorts blijkt uit voornoemde Quickscan dat het huidige gebouw aan de Akerstraat niet flexibel genoeg is om het onderwijsconcept van Grotius College in te passen. De Quickscan kent derhalve aan het huidige gebouw aan de Akerstraat een matige score toe. f)
Uit de als bijlage 1 bij het IHP behorende haalbaarheidsstudie ‘Haalbaarheid Alternatieve inzet gebouwen Grotius College en Herle College Heerlen’ volgt het advies om te opteren voor nieuwbouw voor Grotius-VSP (scenario 4) om reden dat enkel nieuwbouw resulteert in een optimale onderwijshuisvesting waarbij sprake is van een goede en verantwoorde prijs-kwaliteitsverhouding in de eindsituatie. Bij het vaststellen van het IHP is vervolgens door de gemeenteraad van Heerlen besloten om ten behoeve van de huisvesting voor Grotius-VSP in te stemmen met het verder uitwerken van scenario 4, zijnde vervangende nieuwbouw op een andere locatie. Partijen hebben zich hieraan geconformeerd en zijn daarna gestart om de locatiekeuze verder uit te werken.
g) Om de hiervoor onder e) en f) genoemde redenen Partijen hebben geconcludeerd dat vanuit zowel onderwijsinhoudelijk oogpunt, als vanuit het oogpunt van duurzaamheid en verantwoord investeren nieuwbouw op een nieuw aan te wijzen locatie de voorkeur heeft. h) LVO en Gemeente in goed en constructief overleg binnen een aantal randvoorwaarden in de periode 2022 – 2023 een locatie-analyse hebben uitgevoerd en daaropvolgend een haalbaarheidsonderzoek hebben gedaan met het doel te komen tot een concept ruimtelijk programma van eisen en daarop gebaseerd een stedenbouwkundige visie met betrekking tot de naar voren gekomen voorkeurslocatie, te weten het voormalige
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 2 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
winkelcentrum de Klomp, aan de Willemstraat 2/Klompstraat 1,3,5,7,9 en 11 (hierna te noemen: ‘Locatie’) en zijn directe omgeving. i)
De resultaten van het haalbaarheidsonderzoek als bedoeld onder h) zijn verwerkt in een fasedocument ‘Haalbaarheidsfase Verplaatsing Grotius-Vrijeschool Parkstad-Compass naar locatie in het centrum van Heerlen’ d.d. 24 november 2023 met projectnummer W2205, op grond waarvan Partijen hebben geconcludeerd dat de nieuwbouw voor Grotius-VSP op de Locatie aansluit bij de visie van de scholen Grotius College en Vrije School Parkstad en derhalve dat deze Locatie bij uitstek de voorkeurslocatie is voor de huisvesting van Grotius-VSP en voorts dat huisvesting van Grotius-VSP op de Locatie bijdraagt aan de doelstellingen die Gemeente voor haar centrum heeft. Partijen realiseren zich dat ontwikkelingen, belendend aan de Locatie, van invloed kunnen zijn op de mogelijkheden van het vestigen van Grotius-VSP op deze Locatie.
j)
Vervolgens een intentieovereenkomst is opgesteld met als doel het fasedocument onder i) vast te leggen en het vervolg proces wensen te duiden.
k) Deze intentieovereenkomst destijds niet getekend is door partijen daar onder andere de beoogde Locatie, waar het fasedocument betrekking op had, destijds door de Gemeente nog niet in eigendom was verworven. l)
De Gemeente inmiddels krachtens eigendom rechthebbende van de locatie is, zijnde een appartementsrecht en dientengevolge onderdeel uitmaakt van een verenging van eigenaars.
m) In het bestuurlijk overleg van 21 november 2024 is vastgesteld dat voortschrijdend inzicht heeft aangetoond dat de schoolconcepten van het Grotius College en Vrijeschool Parkstad elk een eigen bestaansrecht hebben, en dat daarom de wens is uitgesproken om beide scholen in de toekomst zelfstandig en afzonderlijk te huisvesten, doch wel tezamen op een unilocatie, waarbij de ambitie om het Grotius College en de Vrijeschool Parkstad in het centrum van Heerlen en wel op de Locatie, te vestigen onverminderd van kracht blijft; n) Tijdens de projectgroep vergadering van 13 december 2024 LVO heeft gemeld dat zij, mede vanwege stijgende leerlingenaantallen en het daarmee gepaard gaande ruimtegebreken, de ontvlechting van beide scholen op korte termijn wenst te realiseren; o) LVO begin 2025 Programma’s van Eisen (PvE’s) en ontwerpen heeft laten opstellen door Teamarchitecten teneinde de (on)mogelijkheden binnen het huidige gebouw van het Grotius College te onderzoeken, en daarbij Hogeschool Zuyd heeft benaderd voor het
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 3 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
bespreken van mogelijke tijdelijke huisvesting van de Vrijeschool Parkstad om oplossing te kunnen bieden aan o.a. de gebruiksdruk en geen/beperkte uitbreidingsmogelijkheden; p) Uit de door Teamarchitecten uitgevoerde studie blijkt dat door de ontvlechting en de geactualiseerde Programma’s van Eisen sprake is van ruimtegebrek in het gebouw aan de Akerstraat, enerzijds doordat het gezamenlijke gebruik van ruimten vervalt en anderzijds doordat de gewijzigde PvE’s leiden tot een grotere ruimtebehoefte; q) De Gemeente heeft aangegeven dat het huidige gebouw aan de Akerstraat, op basis van de leerlingentelling van 1 oktober 2024 als wettelijke peildatum voor normatieve berekening, formeel voldoet aan de wettelijke ruimte-eisen, zodat er geen wettelijke noodzaak bestaat tot uitbreiding van het metrage, maar dat in het bestuurlijk overleg van juni 2025 is vastgesteld dat de feitelijke gebruiksdruk, de verouderde inrichting en het ontbreken van uitbreidingsmogelijkheden leiden tot knelpunten in de onderwijsuitvoering, en dat het gebouw ondanks normatieve toereikendheid in de praktijk onvoldoende geschikt is voor gezamenlijke huisvesting van beide scholen; r)
Het huidige gebouw aan de Akerstraat bovendien druk zet op gezondheid en welzijn vanwege overbezetting, beperkte buitenruimte en onvoldoende ventilatie, hetgeen resulteert in een onprettig en ongezond binnenklimaat;
s) De Gemeente daarom in overleg met LVO op 26 juni 2025 een projectteam heeft ingesteld teneinde te onderzoeken op welke wijze binnen redelijke financiële, ruimtelijke en onderwijskundige kaders de tijdelijke én definitieve huisvesting voor de Vrijeschool Parkstad kan worden gerealiseerd; t)
Zowel de Gemeente, in haar positie als huisvestingsplichtige, als LVO, als gebruiker, hebben geconcludeerd dat tijdelijke huisvesting voor de Vrijeschool Parkstad noodzakelijk is tot aan de realisatie van huisvesting op de Locatie als unilocatie in de binnenstad;
u) LVO rapporteert dat de huidige leerlingenaantallen van beide scholen blijven stijgen en dat een verdere groei wordt verwacht in de komende jaren, hetgeen zal moeten blijken uit de leerlingentelling per 1 oktober 2025 (ten tijde van het sluiten van deze overeenkomst nog niet beschikbaar bij DUO), waardoor de urgentie van tijdelijke huisvesting verder toeneemt. v) LVO de Gemeente heeft verzocht om tijdelijke onderwijshuisvesting te faciliteren en bekostigen voor de Vrijeschool Parkstad, in afwachting van de realisatie van de nieuwbouw op de Locatie in het centrum van Heerlen. Hierbij achten gemeente en LVO een periode van maximaal vijf jaar (2026–2031) haalbaar om de nieuwbouw gebruiksklaar op te leveren. Tezamen met de onderhavige Overeenkomst is er voor de
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 4 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
tijdelijke oplossing voor VSP daarom een huurovereenkomst gesloten met Zuyd Hogeschool.
KOMEN ALS VOLGT OVEREEN: 1. Definities en interpretatie 1.1. In deze Overeenkomst hebben de onderstaande begrippen de daarachter staande betekenis indien zij beginnen met een hoofdletter, tenzij uit deze Overeenkomst uitdrukkelijk anders blijkt. Deze begrippen kunnen zonder verlies aan betekenis in meer- of enkelvoud in deze Overeenkomst worden gebruikt. a)
b) c) d) e)
f) g) h)
i)
j)
Actieve Informatieprotocol: het protocol tussen de gemeenteraad en burgemeester en wethouders van Heerlen waarin, gelet op het bepaalde in artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet, is vastgelegd wanneer en op welke wijze burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad inlichtingen verstrekken over de uitoefening van bevoegdheden die krachtens artikel 160 van de Gemeentewet aan burgemeester en wethouders toekomen opdat de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college kan brengen. Artikel: een artikel in deze Overeenkomst. Bijlage: een aan deze Overeenkomst gehechte Bijlage. Bouwheer: de Partij die het bouwheerschap voert over de voorbereiding en realisatie van een Voorziening in de huisvesting als bedoeld in de Wvo 2020 art. 6.13. Bouwrijp terrein: de Gemeente stelt daar waar van toepassing conform Artikel 5.3 om niet het Terrein - technisch, juridisch en planologisch - bouwrijp ter beschikking aan LVO, zoals bedoeld in de Wvo 2020 en de Onderwijsverordening, ter realisatie van vervangende nieuwbouw en/of uitbreiding van Voorzieningen in de huisvesting, binnensportaccommodaties en terreinvoorzieningen daarbij inbegrepen, waarbij de bouwrijpe ter beschikking stelling van de terreinen uiterlijk plaatsvindt 6 maanden voor aanvang van de Uitvoeringsfase van betreffende Voorziening in de Huisvesting. BVO: Bruto Vloeroppervlak conform meetinstructie NEN 2580.
Considerans: de overwegingen bij deze Overeenkomst. Definitiefase: De eerste fase van de projectvoorbereiding, waarin de functionele, ruimtelijke en technische eisen en financiële randvoorwaarden die moeten leiden tot de vervangende nieuwbouw van het Grotius-VSP op de Locatie zijn vastgesteld. ETFAL-criteria: evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Deze regels houden meer in dan alleen het bestemmen in een bestemmingsplan. Gemeente: de in de aanhef van deze Overeenkomst genoemde publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente Heerlen.
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 5 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
Huisvestingsvoorziening: Een te realiseren huisvestingsvoorziening als bedoeld in de Wvo 2020 artikel 6.1 en verder, daaronder voorzieningen voor binnensportaccommodaties inbegrepen. l) IHP: Integraal Huisvestingsplan Voortgezet Onderwijs’ van 20 april 2021 met kenmerk: 1685901-0024.0.3, inclusief 2 bijbehorende bijlagen, zijnde de Haalbaarheidsstudie van HEVO, kenmerk 1685901-0023.1.0, van 20 april 2021 en de Quickscan van HEVO kenmerk 1685901-0012.1.0, eveneens van 20 april 2021. m) Locatie: de Locatie die door Partijen in nauwe samenwerking met het Grotius College en de Vrije School Parkstad na gedegen onderzoek is aangewezen als preferente unilocatie ter realisatie van de Nieuwbouw voor het Grotius-VSP, zijnde de locatie van voormalig winkelcentrum de Klomp, gelegen plaatselijk bekend Willemstraat 2, 6411KZ en Klompstraat 1, 3, 5, 7, 9 en 11, en kadastraal bekend gemeente Heerlen sectie D nummer 8826 ter grootte van 2135 m² en gemeente Heerlen sectie D complexaanduiding 9138-A appartementsindex 1; uitmakende het een/tweede onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit een winkelcentrum met parkeergarage, ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te Heerlen aan de Klompstraat, ten tijde van de splitsing in appartementsrechten kadastraal bekend als gemeente Heerlen sectie D nummer 9134, ter grootte van 5260 m², e.e.a.
zoals weergegeven op als bijlage 2 ingesloten kadastrale situatieschets. n) LVO: de in de aanhef van deze Overeenkomst genoemde Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs waaronder Grotius-VSP ressorteren. o) Nieuwbouw: het (de) te realiseren gebouw(en) ten behoeve van het Grotius-VSP op de Locatie. p) Omgevingswet: het stelsel van wetgeving houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, inclusief de aanvullingswetgeving met betrekking tot bodem, geluid, natuur en grondeigendom. q) Onderhandelingsprotocol: een beschrijving van het proces over de totstandkoming van overeenkomsten, de besluitvorming en het moment waarop contractuele binding ontstaat. r) Onderwijsverordening: Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Heerlen 2015. s) Ontwerpfase: De tweede fase van de projectvoorbereiding, waarin het ontwerp voor de Nieuwbouw voor het Grotius-VSP wordt voltooid tot een aanbestedingsgereed technisch ontwerp (TO), passend binnen de kaders van de uitkomsten van de Definitiefase. t) Overeenkomst: deze samenwerkingsovereenkomst en de daarvan deel uitmakende Considerans en Bijlagen. u) Planning/projectplanning: indicatieve planning waarin de verschillende ontwikkel- en bouwfasen zijn opgenomen. v) Terrein of Bouwterrein: de Locatie ten behoeve van de realisatie van de Nieuwbouw inclusief terreininrichting.
w) Uitvoeringsfase: De bouwuitvoering van het Grotius-VSP op de Locatie, passend binnen de kaders van het aanbestede technisch ontwerp k)
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 6 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
x)
Wvo 2020: de Wet voortgezet onderwijs 2020.
1.2. De Considerans en alle Bijlagen waarnaar in de Overeenkomst wordt verwezen, maken integraal en onverbrekelijk deel uit van de Overeenkomst. Bij onderlinge tegenstrijdigheid tussen het bepaalde in de Overeenkomst en de inhoud van een Bijlage, prevaleert de Overeenkomst. 1.3. Aan kopjes boven Artikelen komt geen zelfstandige betekenis toe. Zij dienen uitsluitend de overzichtelijkheid. 1.4. Verwijzingen in de Overeenkomst zijn verwijzingen naar Artikelen in de Overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
2. Doel van de Overeenkomst 2.1. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de Locatie voor de nieuwe huisvesting van Grotius-VSP en wensen met deze Overeenkomst de verdere ontwikkeling tot en met het definitief ontwerp gericht op daadwerkelijke realisatie van de Nieuwbouw, daarvoor schriftelijk vast te leggen. In dit kader heeft deze Overeenkomst tot doel het vastleggen van: i. het in de Considerans omschreven proces; ii. de overeengekomen uitgangspunten en randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van een functioneel en ruimtelijk Programma van Eisen voor de huisvesting van Grotius-VSP op een unilocatie waarbij wordt meegenomen de inpassingsstudie voor de locatie Akerstraat d.d. 8-5-2025, opgesteld door Teamarchitecten; iii. te komen tot het opleveren van een definitief ontwerp voor de Nieuwbouw op grond van de onder ii bedoelde vastgelegde overeengekomen uitgangspunten en randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling; iv. de beoogde wijze van samenwerking; v. het bepalen van het definitief benodigde investeringsvolume voor de realisatie van de Nieuwbouw op grond van het definitief ontwerp opdat aan de gemeenteraad als onderdeel van het besluitvormingsproces over een realisatieovereenkomst een besluit kan nemen op een voorstel tot kredietvotering; vi.
het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat realisatie van de Nieuwbouw op de Locatie voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL-criteria); vii. het opstellen van planvorming om te komen tot aanpassing van de infrastructuur belendend aan de Locatie; viii. de planning waarbinnen deze Overeenkomst dient te zijn nagekomen;
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 7 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
ix. de staat waarin en de kaders, daaronder begrepen de financiële kaders, waarbinnen de achter te laten locatie aan de Akerstraat aan de Gemeente in eigendom wordt overgedragen; x. het bereiken van overeenstemming met eigenaar van de naastgelegen parkeergarage die eigenaar van het ander appartementsrecht binnen de VvE is. Partijen zullen zich, ieder met inachtneming van haar rol, verantwoordelijkheden en positie tot het uiterste inspannen de Nieuwbouw op de Locatie te realiseren en in gebruik te nemen. 2.2. Partijen komen overeen dat wijziging van de randvoorwaarden, uitgangspunten en doelstellingen, zoals bedoeld in Artikel 2.1, gericht op een mogelijke uitbreiding van het onderwijsaanbod en/of het aantal beoogde leerlingen, dan wel veroorzaakt door planologische ontwikkelingen, noodzakelijke programmatische en/of ontwerpaanpassingen (waartoe onder meer behoren de omvang, technisch presteren, plaatsing op het terrein, ontsluiting, infra, etc.) en/of veranderende doorlooptijden en/of prijspeilen, in gezamenlijk onderling overleg mogelijk is tot op het moment van het vaststellen van het Definitief Ontwerp. Partijen komen de alsdan bedoelde wijzigingen in een aanvullende overeenkomst op deze Overeenkomst overeen, waartoe dan tenminste tevens behoren de effecten op het Programma van Eisen, de benodigde Stichtingskosten en de beoogde planning.
Daarbij rekening ermee houdende dat de Locatie zoals genoemd in Artikel 2.3 niet kan worden gewijzigd. 3. Programma De Nieuwbouw van het Grotius-VSP zal huisvesting bieden aan het onderwijs voor de leerlingen voor mavo (vmbo-(g)t), havo en vwo (inclusief atheneum en gymnasium). De uitgangspunten en doelstellingen, zoals benoemd in deze Overeenkomst, zijn gebaseerd op het scenario van het complete onderwijsaanbod voor leerlingen van het Grotius-VSP, met als uitgangspunt dat zowel het Grotius College als de Vrijeschool Parkstad elk zelfstandig en afzonderlijk worden gehuisvest op de Locatie, overeenkomstig met een indicatieve omvang van 1.000 leerlingen voor beide scholen gezamenlijk, leidend tot een normatieve omvang van de Nieuwbouw van circa 7.700 m2 BVO, aan te vullen met een voorziening voor bewegingsonderwijs (3 vakken) van circa 2.050 m2, een pauzeplein van circa 700 m2, fietsen-/scooter en autostalling van circa 2.450 m2, hetgeen leidt tot een totaalprogramma van circa 12.900 m2 BVO. De uiteindelijke omvang zal gezamenlijk worden vastgesteld op basis van de gemeentelijke prognose en bijbehorende teldatum, waarbij de gemeentelijke verordening onderwijshuisvesting leidend is.
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 8 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
4. Locatie 4.1. Partijen hebben bij bestuurlijk overleg van 30 september 2022 overeenstemming bereikt over de voorkeurslocatie voor de Nieuwbouw, die toen nog geen eigendom van Gemeente was. Nu inmiddels het eigendom door Gemeente is verkregen hebben Partijen met inachtneming van het bepaalde in deze Overeenkomst bepaald dat op de Locatie de Nieuwbouw van het Grotius-VSP zal worden gerealiseerd, welke Locatie Partijen genoegzaam bekend is. 4.2. De Gemeente bevordert met inachtneming van de terzake geldende publiekrechtelijke voorschriften de voor de realisatie van de Nieuwbouw eventueel noodzakelijke wijzigingen van de planologische voorwaarden, binnen de kaders van een nog op te stellen stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan. 4.3. De Gemeente stelt de Locatie als zijnde een Bouwrijp terrein om niet aan LVO ter beschikking, waarbij de Locatie geschikt is voor de realisatie van de Nieuwbouw, e.e.a. zoals bedoeld in de onderwijswetgeving en de Onderwijsverordening, doch voorts met inachtneming van het gevestigde appartementsrecht op de Locatie. 4.4.
Partijen stellen vast dat de eigendomsverhoudingen in overeenstemming zullen zijn met de uitgangspunten van de onderwijswetgeving (Wvo 2020), waarbij LVO als juridisch eigenaar fungeert van de Locatie met inachtneming van de beperkingen in de artikelen 6.16 (verbod vervreemding en bezwaring), 6.17 (vorderingsrecht), 6.18 (toestemming verhuur) en 6.20 (eigendomsovergang bij buiten gebruikstelling) van de Wvo 2020 en uit hoofde waarvan de Gemeente de economische waarde (economisch eigendom) toekomt. 4.5. Partijen stellen vast dat ten aanzien van de uit de terbeschikkingstelling van de Locatie voortvloeiende grondexploitatiekosten als bedoeld in de hoofdstukken 13 en 15 van de Omgevingswet (waaronder het vaststellen van een planologische maatregel, het bouwrijp maken van de Locatie en verhaalbare kostensoorten), zullen worden gedragen door de Gemeente als onderdeel van de invulling van haar zorgplicht zoals deze voortvloeit uit artikel 6.1 Wvo 2020.
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 9 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
5. Overdracht en onttrekking bestaande gebouwen 5.1. LVO zal na volledige ingebruikname van de Nieuwbouw het gebruik van het bestaande gebouw aan de Akerstraat 115-117, 6417 BM te Heerlen ten behoeve van onderwijsactiviteiten blijvend staken. Zij stelt hiervan de Gemeente schriftelijk op de hoogte, uiterlijk 6 maanden voor het beoogde moment van overdracht, zoals bedoeld in het volgende lid. 5.2. LVO draagt op basis van het bepaalde in artikel 6.20 van de Wvo 2020 uiterlijk 6 maanden na ingebruikname van de Nieuwbouw aan de Gemeente het volle en vrije eigendom dan wel voor zover van toepassing het gebruiksrecht over van de gebouwen, opstallen en annexe aanhorigheden staande en gelegen aan de Akerstraat 115-117 alsmede de percelen waarop deze gebouwen, opstallen en annexe aanhorigheden zijn gelegen, kadastraal bekend gemeente Heerlen sectie G nummers 5275, 4994 en 6927, respectievelijk ter grootte van 1.127 m², 6.275 m² en 850 m² en het gedeelte van 5276 voor zover onderdeel van / in gebruik door LVO, waarmee de bedoelde gebouwen en percelen tevens worden onttrokken aan het gebruik door LVO. 5.3. De gebouwen, opstallen en annexe aanhorigheden genoemd in Artikel 5.2. worden leeg, ontruimd, bezemschoon en vrij van gebruik geleverd en aanvaard in de feitelijke staat, waarin ze zich bij levering bevinden.
Partijen zien ten aanzien van de aan de Gemeente over te dragen gebouwen, opstallen en annexe aanhorigheden genoemd in Artikel 5.2. af van het opmaken van een staat van onderhoud als bedoeld in artikel 28 lid 2 van de Onderwijsverordening. De Gemeente heeft dan ook geen recht op verrekening van de onderhoudskosten ten aanzien van de over te dragen bouwdelen. Feitelijke levering: alle bouwdelen gebouwen, opstallen en annexe aanhorigheden genoemd in Artikel 5.2. worden door LVO direct na overdracht van het eigendom van de bij haar in eigendom zijnde bouwdelen leeg, ontruimd, bezemschoon en vrij van gebruik aan de Gemeente ter beschikking gesteld. 5.4. Het eigendom bedoeld in Artikel 5.2. zal worden overgedragen met alle daarbij behorende rechten en aanspraken, vrij van hypotheken, pandrechten, beslagen, en van inschrijvingen daarvan en met alle aanspraken uit hoofde van erfdienstbaarheden als heersend erf en met alle kwalitatieve rechten. 5.5. De Gemeente aanvaardt terzake de eigendomsoverdracht bedoeld in Artikel 5.2. de lasten en beperkingen kenbaar ten kantore van de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers.
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 10 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
5.6. Partijen zullen deze Overeenkomst voorleggen aan een notaris verbonden aan een door de Gemeente nader aan te wijzen notariskantoor en vorenbedoelde notaris verzoeken de benodigde notariële akte op te stellen, zoals bedoeld in artikel 6.20 Wvo 2020. Deze Overeenkomst zal aan de notariële akte worden gehecht. De notaris zal zorgdragen voor inschrijving daarvan in de openbare registers bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. De kosten van de notaris voortvloeiend uit het notarieel verlijden van de notariële akte en de inschrijving ervan in de openbare registers komen voor rekening van de Gemeente. 5.7. LVO zal de gebouwen, opstallen en annexe aanhorigheden aan de Akerstraat 115-117 de komende jaren tot aan de realisatie van de Nieuwbouw voor Grotius-VSP zonder verdere aanpassingen (bouwkundig, technisch, functioneel, onderwijskundig) laten gebruiken. De gebouwen, opstallen en annexe aanhorigheden worden voldoende geschikt en groot geacht voor het geven van onderwijs en onderwijsgerelateerde activiteiten en het faciliteren van de leerlingenaantallen van Grotius in de komende jaren tot aan de definitieve ingebruikname van de Locatie.
Indien ten behoeve van het onderwijs aanpassingen ook indien die van ondergeschikte aard zijn, wenselijk zijn gaat LVO hiertoe niet over dan nadat zij daarvoor goedkeuring heeft van de Gemeente en draagt zij hiervoor zelf de kosten. Behoudens de rechten vanuit de onderwijswetgeving (bijv. constructiefouten) zal LVO geen verzoek bij de Gemeente indienen voor het beschikbaar stellen van krediet ten behoeve van aanpassingen aan het gebouw Akerstraat 115-117, tenzij de aanpassingen constructief en/of technisch noodzakelijk zijn en geen uitstel dulden. Totdat Grotius de Locatie in gebruik neemt, zal LVO de gebouwen, opstallen en annexe aanhorigheden aan de Akerstraat 115-117 beheren als goed huisvader.
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 11 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
6. Samenwerking en Projectorganisatie 6.1. Partijen gaan een overlegstructuur inrichten die moet voorzien in onderlinge afstemming, informatievoorziening en besluitvorming waar het gaat om de planvoorbereiding. Besluitvorming geschiedt op basis van consensus tussen vertegenwoordigers van Partijen als deelnemer aan de overlegstructuur. Partijen geven daarmee toepassing aan het bepaalde in artikelen 6.14 en 6.15 Wvo 2020. Voor de toetsing van deze documenten door de Gemeente zal aansluiting worden gezocht bij de voorschriften, zoals opgenomen in de gemeentelijke Onderwijsverordening. 6.2. Partijen streven naar een overlegstructuur met een stuurgroep en een projectgroep. 6.3. De Stuurgroep vergadert tenminste 4 x per jaar en wordt voorgezeten door de wethouder van de gemeente Heerlen die onderwijs in zijn portefeuille heeft. In de Stuurgroep wordt de algemene voortgang tussen Partijen afgestemd en waar nodig besluitvorming en/of andere afstemming onderling gecoördineerd. Partijen bepalen gezamenlijk de agenda van de Stuurgroep. Besluitvorming die buiten de reikwijdte van deze Overeenkomst valt, kostenoverschrijdingen daaronder begrepen, worden alsdan voorgelegd aan de ter zake bevoegde organen. 6.4. De Projectgroep vergadert tenminste 12 x per jaar en wordt voorgezeten door de projectleider van of namens LVO.
De Projectgroep verzorgt de voorbereiding en uitvoering van de door Stuurgroep te nemen besluiten. Na ondertekening van deze Overeenkomst stelt de projectgroep als eerste een deliverable lijst op, waaruit duidelijk wordt welke onderzoeken en documenten beide Partijen dienen op te stellen en wanneer aan te leveren om deze Overeenkomst succesvol af te ronden. 6.5. LVO fungeert als opdrachtgever of bouwheer als bedoeld in artikel 6.13 van de Wvo 2020 en verplicht zich de documenten en onderzoeken om te komen tot afronding van het definitief ontwerp tijdig te ontwikkelen met inachtneming van de in deze Overeenkomst bepaalde uitgangspunten en voorwaarden alsmede de daarop volgende besluiten, zoals genomen door de in de vorige leden bedoelde projectorganisatie. 6.6. De besluitvorming als bedoeld in dit Artikel zal verlopen langs de fasen van het bouwproces, waarbij Partijen op basis van een door LVO voor te bereiden fasedocument in elk geval over de fasedocumenten Programma van Eisen, Voorlopig Ontwerp, Definitief Ontwerp, en Technisch Ontwerp (bestek) met kostenraming overleg zullen voeren.
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 12 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
6.7. Gemeente zal met Q-Park als rechthebbende van het andere appartementsrecht dat tezamen met een deel van de Locatie de Vereniging van Eigenaars vormt, in overleg treden om te onderzoeken of tijdig overeenstemming kan worden bereikt om de Locatie als Bouwterrein aan LVO te kunnen leveren. 6.8. Indien een der Partijen vertraging dreigt te ondervinden ten opzichte van de projectplanning (Bijlage 6), informeert zij zulks terstond schriftelijk aan de wederpartij en geeft zij daarbij de oorzaak en de consequenties aan van de dreigende vertraging. Tevens treft zij maatregelen om verdere vertraging te voorkomen en doet zij een voorstel voor een aangepaste planning van de uitvoering. 7. Stichtingskosten en voorbereidingskrediet (Demarcatielijst) 7.1. Partijen hebben overeenstemming bereikt over een voorlopige taakstellende indicatie van de Stichtingskosten voor de realisatie van de Nieuwbouw t.b.v. de aanvraag van het voorbereidingskrediet, onder voorbehoud van de kredietvotering door de gemeenteraad zodra besluitvorming over het aangaan van een realisatieovereenkomst en daadwerkelijke realisatie aan de orde is. Deze Stichtingskosten worden door Partijen indicatief geraamd op € 35.612.880,= inclusief BTW per prijspeil december 2025 en zijn nader onderbouwd in Bijlage 5. 7.2.
Als vergoeding in de kosten van de bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid Wvo 2020 stelt de Gemeente aan LVO een bedrag, groot € 1.700.000 inclusief BTW beschikbaar, dat zal worden overgemaakt in een nader te besluiten termijnschema.
8. Wijzigen van de Overeenkomst 8.1. Indien zich een wijziging van omstandigheden voortdoet met betrekking tot de draagwijdte en / of uitvoering van deze Overeenkomst treden Partijen met elkaar in overleg om te bezien in hoeverre de inhoud van deze Overeenkomst aanpassing behoeft, zodanig dat het doel dat met deze Overeenkomst wordt beoogd zoveel mogelijk wordt bereikt en waarbij de nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden beperkt. Zij zullen zich daartoe tot het uiterste inspannen. Onder wijziging van omstandigheden worden in deze Overeenkomst mede bedoeld de omstandigheden dat: 1. Gemeente en Q-Park niet tot overeenstemming kunnen komen om de huidige bebouwing op de Locatie ten behoeve van de Nieuwbouw te amoveren of geschikt te maken en / of om aanpassingen te (doen) uitvoeren in de parkeergarage in verband met de Nieuwbouw (bijv. het wijzigen van de voetgangerstoegang), en / of
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 13 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
2.
dat ontwikkelingen belendend aan de Locatie belemmerend zijn en dientengevolge sprake is van onoverkomelijke bezwaren tegen de inrichting en uitvoering van het specifieke onderwijs voor Grotius-VSP op de Locatie.
8.2. Wijziging van de Overeenkomst is slechts mogelijk indien beide Partijen dat uitdrukkelijk wensen. 8.3. Alle wijzigingen van de Overeenkomst dienen schriftelijk plaats te vinden.
9. Onvoorziene omstandigheden 9.1. Indien er zich onvoorziene omstandigheden voordoen die aanleiding geven om deze Overeenkomst aan te passen en/of uit te breiden, dan zullen Partijen hierover met elkaar in overleg treden en zich tot het uiterste inspannen om tot nadere afspraken te komen waarbij de nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden beperkt. De eventuele aanpassingen en/of uitbreidingen dienen de in deze Overeenkomst vervatte doelstelling steeds zo dicht als mogelijk te benaderen en zullen schriftelijk worden vastgelegd door Partijen. Partijen zullen zich daarbij tot het uiterste inspannen eventuele nadelige gevolgen zoveel mogelijk te beperken. 10. Duur en einde van de Overeenkomst 10.1. Deze Overeenkomst treedt in werking op het moment van ondertekening door Partijen en heeft een duur gelijk aan de periode tot en met afronding van het definitief ontwerp. Partijen streven hierbij naar de planning zoals opgenomen in de bijlage. 10.2. Deze Overeenkomst eindigt indien: a) de Gemeente in overleg en/of afstemming met LVO vaststelt dat de realisatie van de Nieuwbouw op de Locatie niet mogelijk is binnen de in deze Overeenkomst bepaalde uitgangspunten en randvoorwaarden en Partijen niet komen tot overeenstemming over aanpassing, bijstelling en/of uitbreiding van de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden, zoals bedoeld in Artikelen 7 en 8.
b) de Gemeente vaststelt dat een planologisch besluit voor de Locatie met een onderwijsfunctie geen blijk geeft van een juiste toedeling van functies aan locaties zoals bedoeld in de Omgevingswet; c) Partijen gezamenlijk vaststellen dat de realisatie van de Nieuwbouw op de Locatie niet mogelijk is binnen de in deze Overeenkomst bepaalde randvoorwaarden en uitgangspunten danwel dat naar aanleiding van eventuele ontwikkelingen in de herinrichting van het belendend terrein, sprake is van onoverkomelijke bezwaren
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 14 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
over de inrichting en uitvoering van het specifieke onderwijs door Grotius-VSP op de Locatie en Partijen ondanks uiterste inspanning niet komen tot overeenstemming over aanpassing, bijstelling, aanvulling en/of uitbreiding van de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden. d) Tussen Partijen gedurende de looptijd van deze (verlengde) Overeenkomst (tot en met afronding van het definitief ontwerp) een vervolgovereenkomst wordt gesloten (behoudens Partijen daarmee aanvullende werking beogen); e) zich onvoorziene omstandigheden voordoen die de onverkorte uitvoering van de in deze Overeenkomst vastgelegde afspraken belemmeren en Partijen ondanks uiterste inspanning niet komen tot overeenstemming over aanpassing, bijstelling, aanvulling en/of uitbreiding van de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden. f) De raad van de gemeente Heerlen niet overgaat tot het ter beschikkingstellen van een krediet die ziet op de realisering van de Nieuwbouw. 10.3. De Gemeente is voorts gerechtigd deze Overeenkomst tussentijds, zonder inachtneming van enige termijn en zonder rechterlijke tussenkomst bij aangetekende brief geheel of gedeeltelijk te ontbinden in het geval dat LVO in staat van faillissement geraakt, surseance van betaling aanvraagt of besluit tot ontbinding van zijn onderneming of anderszins de vrije beschikking verliest over haar vermogen. 10.4.
Beëindiging van deze Overeenkomst op grond van Artikel 10.3. ontslaat de Gemeente niet van haar zorgplicht ten aanzien van de huisvesting voor het Grotius-VSP. Partijen verplichten zich alsdan om binnen de kaders van de Wvo 2020, Onderwijsverordening en IHP zo snel mogelijk tot herijking van de uitgangspunten met betrekking tot de huisvestingsopgave voor het Grotius-VSP te komen en deze in een aanvullende c.q. vervangende overeenkomst vast te leggen.
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 15 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
11. Overdracht rechten en verplichtingen 11.1. Overdracht aan derden van de uit de Overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen is slechts mogelijk na voorafgaande schriftelijke instemming van de wederpartij. 12. Totstandkomingsvoorbehoud Overeenkomst 12.1. Het beslissingsbevoegde orgaan van LVO, te weten het College van Bestuur – met goedkeuring van de Raad van Toezicht van LVO - heeft ingestemd met het definitief concept van deze Overeenkomst en derhalve besloten tot het aangaan ervan. LVO heeft Gemeente schriftelijk in kennis gesteld van haar besluitvorming omtrent het aangaan van deze Overeenkomst d.d. 21 januari 2026. 12.2. De Raad van Toezicht van LVO d.d. 3 februari 2026 de goedkeuring van de voorliggende Samenwerkingsovereenkomst bekrachtigt. 12.3. Op deze Overeenkomst is het Onderhandelingsprotocol van toepassing. De Overeenkomst komt eerst tot stand door een besluitvorming over deze Overeenkomst door burgemeester en wethouders, zulks met inachtneming van het Actieve Informatieprotocol, en voorts onder voorbehoud van kredietvotering door de raad van de gemeente Heerlen die ziet op de voorbereiding om te komen tot Nieuwbouw. 12.4. Burgemeester en wethouders van Heerlen zullen niet eerder een besluit nemen aangaande deze Overeenkomst dan nadat aan de zijde van LVO de benodigde besluitvorming aangaande de Overeenkomst is genomen.
13. Domicilie- & rechtskeuze 13.1. Voor de toepassing van de Overeenkomst kiezen Partijen domicilie in de gemeente Heerlen. 13.2. Op de Overeenkomst is Nederlands recht exclusief van toepassing.
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 16 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
14. Geschillen 14.1. Bij geschillen gaan Partijen in eerste instantie in overleg met elkaar, om een oplossing in der minne te vinden. 14.2. Partijen kunnen gezamenlijk besluiten een geschil voor (bindend) advies of bemiddeling voor te leggen aan door Partijen aan te wijzen adviescommissie of mediator (overeenkomstig het NMI Mediation Reglement). 14.3. Als Partijen naar aanleiding van de ontstane geschillen geen overeenstemming bereiken, zullen deze worden voorgelegd aan de bevoegde rechter bij de rechtbank Limburg. Deze Overeenkomst bestaat uit 19 pagina’s en van deze Overeenkomst maken 4 Bijlagen een integraal onderdeel uit.
Aldus opgemaakt en getekend in tweevoud, door LVO ondertekend te Heerlen op _______________ 2026 en door de Gemeente ondertekend te Heerlen op _________________ 2026.
Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs
Gemeente Heerlen
__________________ De heer J.P.M. (Jean-Pierre) Giesen MCM Lid college van bestuur
_____________________ de heer J. Clemens
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 17 van 18
Definitieve versie d.d. 20 januari ’26
Bijlagen Bijlage 1: IHP, incl. bijbehorende bijlagen Haalbaarheidsstudie van HEVO, kenmerk 16859010023.1.0, d.d. 20 april 2021 en Quickscan van HEVO kenmerk 1685901-0012.1.0, beide bijlagen met datum van 20 april 2021; Bijlage 2: kadastrale situatieschets van de Locatie; Bijlage 3: Projectplanning d.d. 16 januari ’26; Bijlage 4: Stichtingskostenopzet d.d. 16 januari ’26.
Paraaf LVO:___________ Paraaf Gemeente: __________
Pagina 18 van 18
BIJLAGE 1
Integraal Huisvestingsplan Voortgezet Onderwijs
Opdrachtgever Gemeente Heerlen Datum 20 april 2021 Project Begeleiding IHP Voortgezet Onderwijs Heerlen Referentie 1685901-0024.0.3 Auteur(s) Gerhard Jacobs (GJ) Judith Vroemen (JuV)
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Statenlaan 8
Postbus 70501
T +31 (0)73 6 409 409
www.hevo.nl
ISO 9001-gecertificeerd
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
5223 LA 's-Hertogenbosch
5201 CB 's-Hertogenbosch
info@hevo.nl
www.rpmbyhevo.nl
Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
Inleiding Doelstelling Verankering Aanpak van dit IHP Leeswijzer
3 3 4 4 5
2. 2.1. 2.2.
Voortgezet onderwijs in de gemeente Heerlen Leerlingenaantal en prognose Ruimtebehoefte en capaciteit
6 6 6
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.4.1 3.4.2
Beleidskaders en -ambities Lange termijn perspectief Herlecollege, Grotiuscollege en de Vrijeschool Parkstad Kwaliteit en duurzaamheid Het belang van verduurzamen Ontwikkeling klimaatakkoord Het natuurlijk moment
7 7 7 7 8 8 8
4. 4.1. 4.2. 4.3.
Urgente huisvestingsopgaven Herlecollege Grotiuscollege Vrijeschool Parkstad
9 9 9 10
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8. 5.9.
Overige locaties Voortgezet Onderwijs. Techniekcollege Praktijkonderwijs Bernardinuscollege Sintermeertencollege Nieuwe Thermen Citaverde college (Yuverta) Emmacollege Broekland College Sint-Janscollege
11 11 11 11 12 12 12 13 13 13
Referentie: 1685901-0024.0.3.
6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.3.1 6.3.2 6.3.3
Overzicht IHP VO Heerlen Maatregelen IHP VO Heerlen Effecten op beleidskaders en ambities Financieel kader periode 2022-2025 Stichtingskosten SUVIS-regeling Vervolgstappen na vaststellen IHP
14 14 14 15 15 16 16
BIJLAGEN 1. Rapportage haalbaarheidsonderzoek gebouwen Herlecollege en Grotiuscollege. 2. Juridische kaders: wet- en regelgeving 3. Capaciteitsanalyse
17 17 17 19
Pagina 2 van 20
1. Inleiding Gemeente Heerlen heeft het initiatief genomen om samen met de schoolbesturen van het Voortgezet Onderwijs (VO) een IHP (Integraal Huisvestingsplan) te vormen. Met dit initiatief anticipeert de gemeente op de wettelijke verankering van het IHP als alternatief voor (of in aanvulling op) de thans in de wet en verordening gedefinieerde systematiek, waarbij het gemeentebestuur een jaarlijks huisvestingsprogramma vaststelt. In de gemeente Heerlen volgen circa 8.000 leerlingen voortgezet onderwijs bij scholen van de bevoegd gezagen LVO, SVO|PL en Citaverde. Op dit moment kent de gemeente Heerlen twaalf locaties, met een onderwijsaanbod van PRO tot en met VWO. De locaties zijn in termen van gebouwen sterk verschillend van elkaar; zowel in omvang, bouwjaren als functionele opzet. Gemeente en schoolbesturen hebben behoefte aan een heldere lijn voor de eerstkomende periode ten aanzien van investeringen in onderwijshuisvesting. Daarbij hebben partijen de behoefte om besluiten wel te plaatsen in de context van de (middel)lange termijn; dit om middelen doelmatig en duurzaam in te zetten. Dit Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) heeft een strategisch karakter, waarbij vanuit visie en beleid strategische keuzes zijn gemaakt. Er is beleid ontwikkeld dat verder reikt dan de huidige wet- en regelgeving.
Dit plan heeft betrekking op welke voorzieningen er nodig zijn in de gemeente Heerlen en hoe projecten daaraan gerelateerd worden. De gemeente Heerlen en de schoolbesturen hebben hierdoor zicht op de benodigde toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting. Dit IHP is een door de gemeente en de schoolbesturen gedragen document. Door nu een IHP te ontwikkelen spelen de gemeente en de schoolbesturen in op, onder andere, de volgende nationale ontwikkelingen: • De aangekondigde wettelijke status van IHP’s waarbij deze een meer verplichtend karakter moeten krijgen en renovatie c.q. levensduurverlenging als een voorziening in de huisvesting in de wet wordt verankerd (naar aanleiding van het voorstel van de VNG, de VO-raad en de PO-raad).
Referentie: 1685901-0024.0.3.
•
•
De eis dat alle nieuwe gebouwen in Nederland vanaf 1 januari 2021 bijna energieneutrale gebouwen (BENG) dienen te zijn en de verdere ambities die voortvloeien uit het klimaatakkoord. De druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting, door weeffouten in het stelsel op het gebied van de scheiding tussen investering en exploitatie (onderhoud, beheer en energie).
1.1. Doelstelling Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Heerlen, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de verordening, wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen. Het IHP: • Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings)beleid kan worden afgestemd. • Vormt het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2021-2036. Het IHP wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment. • Vormt het IHP het concrete kader voor het uitvoeringsgericht overleg met kaderstelling voor de eerste periode van 2021-2025. De gemeente Heerlen en de schoolbesturen willen graag gezamenlijk voorsorteren op deze ontwikkelingen. De kern van de komende wetswijziging is dat op een natuurlijk moment een integrale afweging wordt gemaakt over de toekomst van een schoolgebouw.
Kan de levensduur van het gebouw met minimaal 25 jaar worden verlengd? Of is vervangende nieuwbouw de meest verstandige oplossing? En wanneer is het natuurlijk moment voor een upgrading en levensduurverlenging c.q. nieuwbouw aan de orde?
Pagina 3 van 20
1.2. Verankering Het IHP geeft voor de komende 4 jaar een concrete verwachting van benodigde investeringen en tevens de prioritering van de projecten. Er is een doorkijk tot 2036. Het IHP komt tot stand in overleg met de schoolbesturen. Het OOGO, het College en de Raad stellen het IHP vast voor de periode van de eerste vier jaar. Het IHP wordt om de vier jaar geactualiseerd. De afbakening en de indicatie van de investeringen wordt geduid in de financiële paragrafen. Investeringen worden geraamd op basis van kengetallen. Het IHP fungeert als investeringskader en geeft een indicatie van de te treffen reserveringen in de begroting. Na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsprogramma opgestart. In het uitvoeringsprogramma worden volgens jaarprogramma’s en haalbaarheidsstudies projecten nader geconcretiseerd en wordt beslag gelegd op de reserveringen in de begroting. Het IHP geeft de basis voor het verwachte beslag op de begroting. Betrokken partijen komen bij nieuwbouw of grootschalige renovatie per initiatief tot formalisering van de afspraken, bijvoorbeeld middels een samenwerkingsovereenkomst. Het IHP vervangt de procedure uit de verordening op het gebied van de bepaling van de prioriteit van de aangevraagde (voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde) voorzieningen (artikel 2.a lid 1 t/m lid 8 van de verordening).
Aanvragen voortkomend uit het IHP worden in besluitvorming gebracht, conform de in de verordening bepaalde procedure, waarbij de in het IHP gestelde kaders prevaleren boven de bepalingen uit de verordening. Er zijn echter uitzonderingen, bijvoorbeeld uitbreiding op grond van onvoorziene toename van leerlingaantallen, nieuwbouw voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2.a lid 1, lid 6 en lid 7 van de verordening) of spoedaanvragen door andere onvoorziene omstandigheden. Beoogd wordt om zowel de IHP aanvragen en de spoedaanvragen op te vangen binnen de reguliere cyclus van het jaarprogramma.
Referentie: 1685901-0024.0.3.
Indien er geen overeenstemming is tussen gemeente en schoolbesturen over een IHP aanvraag of spoedaanvraag wordt teruggevallen op de reguliere procedure van de verordening. Deze fungeert hierdoor als vangnet.
1.3. Aanpak van dit IHP Het proces tot aan vaststelling van het IHP (voorafgaand aan besluitvorming Colleges en Raden), is in lijn met het Plan van Aanpak in de volgende stappen geformuleerd: 1.
2.
3. 4. 5. 6. 7.
Vaststellen basisdata als uitgangspunten voor het uitwerken van het IHP. Deze basisdata betreffen de beschikbare leerlingaantallen en prognoses, de metrages en mogelijk beschikbare beoordelingen van de betreffende onderwijsgebouwen; Formulering van het meerjarenkader op het gebied van ambities. hoofduitgangspunten en aansluiting op de opdracht uit het Bestuurlijk Overleg. Belangrijke bron daarvoor is de bij gemeente en schoolbesturen beschikbare data en uitkomsten uit eerder gevoerd overleg; Uitwerken haalbaarheid van de toekomstscenario’s van de beide gebouwen van het Herlecollege en Grotiuscollege (bijlage 1 bij dit IHP); Uitkomsten van de haalbaarheidsstudie plaatsen in het meerjarenkader IHP; Opstellen voorstel IHP met daarin geconcretiseerd fase 1 – inclusief financieel kader; Voorstel IHP ter besluitvorming voorleggen aan het Bestuurlijk Overleg (OOGO); Ten slotte de bestuurlijke besluitvorming bij schoolbesturen, college en Raad.
Vanuit de betrokken schoolbesturen en de gemeente Heerlen (samen het Bestuurlijk Overleg) is een ambtelijke projectgroep samengesteld, begeleid door bureau Hevo. Deze projectgroep heeft een voorstel opgesteld ten aanzien van de kaders en de uitgangspunten voor dit IHP en heeft het inhoudelijke onderzoek naar de huisvestingsopgave voor het Herlecollege en Grotrius-Vrijeschool uitgevoerd. De uitkomsten van genoemd onderzoek (Herle, Grotius+Vrijeschool) zijn besproken in het Bestuurlijk Overleg. Daarna is het IHP afgerond en ter vaststelling ingebracht in het OOGO, in lijn met wet en verordening. Na vaststelling in het OOGO is het IHP ter besluitvorming aangeboden aan het College en de Schoolbesturen. Het College legt het IHP ter goedkeuring voor aan de Raad.
Pagina 4 van 20
1.4. Leeswijzer Dit IHP-document is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 van dit IHP geeft het formele kader weer waarin dit IHP tot stand is gekomen. Naast de doelstellingen van het IHP, is geformuleerd hoe dit IHP verankerd is in het proces van besluitvorming over initiatieven tot de realisatie van voorzieningen in de huisvesting. Ook geeft dit hoofdstuk beknopt de gevolgde aanpak weer. Hoofdstuk 2 geeft in vogelvlucht een beeld van het scholenlandschap van het Voortgezet Onderwijs in Heerlen en de demografische context van het IHP. Hoofdstuk 3 geeft het beleidskader weer en het kwalitatieve ambitieniveau voor de onderwijshuisvesting in Heerlen. Ook wordt het landelijke kader ten aanzien van de verduurzamingsopgave toegelicht. Hoofdstuk 4 geeft het overzicht van de locaties met urgente opgaven; hoofdstuk 5 geeft de overige locaties en opgaven uit dit IHP weer. In hoofdstuk 6 wordt een overzicht gegeven van de in dit IHP opgenomen maatregelen, een overzicht van de beschikbare en normatieve metrages, nu en in het prognosejaar 2034. Tot slot wordt in dat hoofdstuk de financiële kaderstelling geformuleerd. Dit hoofdstuk sluit af met het duiden van de vervolgstappen na dit IHP.
Als bijlagen zijn opgenomen: Haalbaarheidsonderzoek naar de toekomstscenario’s van het Herlecollege en Grotius-Vrijeschool; Overzicht van de juridische kaders van een IHP Overzicht van de brutometrages en ruimtenormering van het VO in Heerlen.
Referentie: 1685901-0024.0.3.
Pagina 5 van 20
2. Voortgezet onderwijs in de gemeente Heerlen Dit hoofdstuk beschrijft het onderwijsaanbod van het voortgezet onderwijs in de gemeente Heerlen, waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft op het gebied van onderwijshuisvesting.
2.1. Leerlingenaantal en prognose De VO-scholen in Heerlen verzorgen onderwijs voor 8.000 leerlingen. Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van het leerlingenaantal zien excl. de leerlingen van het Citaverde College (bron: Leerlingenprognose Voortgezet Onderwijs 2021-2041 Gemeente Heerlen- Pronexus). Hierin is in totaliteit te zien dat Heerlen te maken krijgt met een krimp van 17% in 2034 en telt de gemeente in datzelfde jaar naar verwachting circa 6.100 leerlingen (excl. het Citaverde College).
Het scholenlandschap van Heerlen voor VO is divers. Er zijn verschillen in opleidingen, onderwijsconcepten en omvang. Er zijn 3 schoolbesturen voor het voortgezet onderwijs in Heerlen gevestigd. Gezamenlijk hebben de schoolbesturen 12 schoollocaties.
2.2. Ruimtebehoefte en capaciteit De normatieve ruimtebehoefte van het voortgezet onderwijs in Heerlen is 65.740 m2 bvo in 2020 en neemt af naar circa 59.600 m2 bvo in 2034. De capaciteit van de bestaande gebouwen is 79.930 m2 bvo. Het grootste deel hiervan is in daadwerkelijk (economisch) eigendom van de gemeente Heerlen. Echter zijn er ook bouwdelen gehuurd van en verhuurd aan derden. Om een goede vergelijking tussen ruimtebehoefte en capaciteit te kunnen maken dient een analyse per locatie plaats te vinden. Deze zijn opgenomen in hoofdstukken 4, 5 en 6.
Referentie: 1685901-0024.0.3.
Pagina 6 van 20
3. Beleidskaders en -ambities Dit hoofdstuk behandelt de beleidskaders en de beleidsambities van dit IHP, zoals deze door de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk zijn geformuleerd.
3.3. Kwaliteit en duurzaamheid
3.1. Lange termijn perspectief
1.
Gemeente en schoolbesturen staan voor een divers en kwalitatief goed onderwijsaanbod in Heerlen. Zij hebben de ambitie om alle niveaus in samenhang en verspreid over de stad aan te bieden. In het lange-termijn perspectief zijn daarbij richtinggevend: • Het waar mogelijk verbreden en verbinden van het onderwijsaanbod in zowel het noordelijk als het zuidelijk deel van Heerlen; • Ruimte bieden aan het onderwijs om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen en onderwijsvragen; • Inspelen op de zich ontwikkelende eisen op het gebied van duurzaamheid en binnenklimaat; • Het gelijktijdig oplossen van specifieke huisvestingsvraagstukken die spelen bij het Herlecollege, Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad; • Waar mogelijk verminderen van (toekomstige) over- of ondermaat van de onderwijsgebouwen; • Waar mogelijk aansluiten van dit IHP op de visie op ruimtelijke ordening van de gemeente Heerlen, zodat meerdere beleidsdoelen elkaar versterken.
3.2. Herlecollege, Grotiuscollege en de Vrijeschool Parkstad
De gemeente en schoolbesturen streven naar een duurzaamheids- en kwaliteitsambitie op het gebied van onderwijshuisvesting. De schoolbesturen en gemeente zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Scholen leiden leerlingen op tot bewuste wereldburgers. Het IHP sluit aan bij de duurzaamheidseisen op het gebied van energie die in het Bouwbesluit gesteld worden vanaf 1 januari 2021: nieuwbouw op niveau BijnaEnergieneutraal (BENG). Bij renovatie wordt beoogd om zoveel mogelijk te voldoen aan deze eisen. Echter vormt het bestaande gebouw met zijn esthetische, bouwkundige en installatietechnische vormfactoren dan het uitgangspunt. 2.
Gemeente en schoolbesturen streven naar een kwaliteitsambitie van minimaal Frisse Scholen klasse B. Naast voldoende ventilatie en binnenluchtkwaliteit, worden daarbij ook eisen gesteld aan akoestiek, (dag)licht en temperatuur.
Door aan te sluiten op het heersende Bouwbesluit, inclusief BENG en de toepassing van Frisse Scholen klasse B, wordt er een realistisch en haalbaar kwaliteitsniveau gedefinieerd, passend bij de landelijke referentieniveaus.
Schoolbesturen ervaren urgente huisvestingsproblemen op drie bestaande locaties; te weten het Herlecollege, het Grotiuscollege en de Vrijeschool Parkstad. Om te komen tot een haalbaar en gedragen toekomstperspectief is parallel aan het ontwikkelen van voorliggend IHP een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke toekomstscenario’s voor deze locaties. Dit onderzoek is als bijlage 1 toegevoegd aan deze rapportage. De uitkomsten van dit onderzoek zijn deel van dit IHP. De urgentie om te komen tot structurele oplossingen op deze locaties is hoog.
Referentie: 1685901-0024.0.3.
Pagina 7 van 20
3.4. Het belang van verduurzamen 3.4.1 Ontwikkeling klimaatakkoord
3.4.2 Het natuurlijk moment
In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. Afgelopen periode heeft HEVO deze doorrekening uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-emissie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast.
Bij de keuze voor levensduurverlenging, renovatie of nieuwbouw dient een integrale aanpak gekozen te worden om een duurzaam, toekomstbestendig en onderwijskundig functioneel passende huisvesting te realiseren. Voorop staat dat de levensduurverlenging, renovatie of nieuwbouw dient plaats te vinden op een natuurlijk moment. Dit natuurlijk moment hangt nauw samen met de resterende levensduur van de gebouwen, de staat van het binnenmilieu, energieverbruik, de onderwijskundige functionaliteit en de investeringen die in het onderwijsgebouw hebben plaatsgevonden.
Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: 1. Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. En: 2. Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen.
Referentie: 1685901-0024.0.3.
Pagina 8 van 20
4. Urgente huisvestingsopgaven In dit hoofdstuk worden de urgente huisvestingsopgaven weergegeven voor de komende planperiode van dit IHP. Deze urgente opgaven zijn voorzien van een parallel aan dit IHP uitgevoerd onderzoek naar de haalbaarheid van verschillende scenario’s voor deze urgente vraagstukken. De resultaten daarvan zijn bijgevoegd als bijlage 1 bij dit IHP. Daar waar vervangende nieuwbouw wordt benoemd kan ook gelezen worden de herbestemming / transitie van een bestaand gebouw of locatie.
4.1. Herlecollege Het Herlecollege valt onder het bevoegd gezag van SVO|PL en biedt vmbo basis en kader aan in de profielen Economie en Ondernemen, Horeca, Bakkerij en Recreatie en Zorg en Welzijn. Het gebouw dateert uit 1972 en kent specifieke problematiek. In 1999 en 2004 hebben aanpassingen aan het gebouw plaatsgevonden. Het casco is sterk verouderd, het binnenmilieu is matig tot slecht en de af- en inbouw is aan het einde van de levensduur. In het separaat opgestelde rapport inzake Herlecollege, Grotiuscollege en Vrijeschool Parkstad is geconcludeerd dat vervangende nieuwbouw het meest passende toekomstperspectief voor het Herlecollege is. Renovatie van het gebouw is niet meer effectief. De school telt momenteel 482 leerlingen en dit aantal daalt licht naar 438 in 2034. De capaciteit van het gebouw (9.472 m2 bvo) sluit niet aan bij de normatieve ruimtebehoefte (4.830 m2 nu en 4.510 m2 in 2034). Een deel van het gebouw is momenteel dan ook verhuurd. Daarnaast is de overmaat te verklaren door de gebouwopzet die verre van efficiënt is.