Romeins Museum de Thermen_Toelichting
Tekst van het document
Romeins Museum de Thermen
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Situering plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De toelichting als onderdeel van het bestemmingsplan 1.5 Het bestemmingsplan en de Omgevingswet 1.6 Leeswijzer
3 3 4 6 6 8 8
Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
9 9 12 16 17
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Het plan
33 33 34
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Water 4.3 Bodem 4.4 Natuurwaarden 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Bedrijfshinder 4.8 Archeologie 4.9 Cultuurhistorie 4.10 Explosievenonderzoek 4.11 Verkeer en parkeren
39 39 40 46 48 53 56 63 64 69 70 70
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels
72 72 72
Hoofdstuk 6 Handhaving en uitvoerbaarheid 6.1 Handhavingsbeleid 6.2 Financiële uitvoerbaarheid 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
78 78 78 79
Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedurestappen 7.2 Inspraak en overleg 7.3 Zienswijzen 7.4 Algemene verordening gegevensbescherming
80 80 81 81 81
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
2
Toelichting
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Een Romeins monument, in bedrijf vanaf ca 65 na. Chr. nog voor de opening van het Colosseum in Rome. Dit badhuis is een landmark van internationale betekenis dat nu door het huidige museumgebouw onvoldoende gezien en beleefd wordt door jou, mij, door ons allemaal. Onze toekomst heeft deze geschiedenis nodig. Oorspronkelijk had het badhuis in de Romeinse tijd een sociale functie. Die functie vormt de inspiratie om een nieuwe centrale ontmoetingsplek te creëren waar mensen van heinde en verre naartoe komen en waar levens van vroeger en nu met elkaar en met de omgeving worden verknoopt.
Dit archeologisch rijksmonument gelegen aan de Coriovallumstraat 9 is het topstuk in de archeologische collectie van Heerlen en krijgt in de komende jaren een nieuw gebouw dat het badhuis niet alleen beschermt na een omvangrijke restauratie van het badhuis in 2018 maar ook ruimte biedt voor unieke verhalen die tot de verbeelding spreken. Gelegen aan een knooppunt van Romeinse wegen was het badhuis een internationale ontmoetingsplek, met de komst van het nieuwe museum ontstaat opnieuw een knooppunt. Op deze plek mixen oude verhalen zich met verhalen van nu, van jou en mij. Goed beheer en behoud van de omvangrijke collectie van het huidige museum staat aan de basis voor betekenisvolle presentaties voor een breed publiek. Internationale kennisdeling en onderzoek door studenten en archeologen zijn een nadrukkelijk onderdeel van het nieuwe museum.
Het Romeins Museum wordt het logische aanspreekpunt voor de Romeinse archeologie in de regio. Het nieuwe museum zal de poort tot het Romeinse verleden van de regio vormen en deze verhalen niet alleen in het museum vertellen maar ook samen met partners uitdragen buiten de museummuren, met nieuwe projecten in de stad en in de regio. Het museum zal een generator zijn voor andere maatschappelijke, economische en culturele projecten. Culturele en creatieve ondernemers en makers die vanuit de inspiratie van het topstuk, het museum zelf en de collectie maatschappelijke projecten opstarten om het Romeins verleden nog meer beleefbaar te maken. Hiertoe heeft de gemeenteraad van Heerlen op 8 december 2020 het Visiedocument “Romeins Museum de Thermen” unaniem vastgesteld.
Het nieuw te bouwen museum in Heerlen is geen stenen fort maar een naar buiten gekeerd toegankelijk, inclusief en tot de verbeelding sprekend museum midden in Heerlen. Gelegen in een aantrekkelijk stadsgebied dat het Romeins verleden uitademt en ruimte geeft voor ontmoeting en verbinding in de openbare ruimte. Van hieruit worden bezoekers verleid de stad en de regio met een andere blik te zien!
Het unieke Romeinse erfgoed van de stad vormt een onuitputtelijke bron van ontdekkingen maar mist een aantrekkelijke landmark om nieuwe generaties te verbinden aan het verleden en aan de toekomst. Hiermee invulling gevende aan de groeiambitie met betrekking tot het aantal bezoekers. Heerlen is een stad die keer op keer laat zien dat transformatie en toekomst geven aan het verleden hand in hand gaan. Het is een pionierstad, al eeuwen. De gemeenteraad van Heerlen ging in 2021 unaniem akkoord met een investering om het Romeins Museum te realiseren. Vanuit een rotsvast vertrouwen in de unieke waarde van Heerlen als nieuw internationaal en cultureel knooppunt heeft de gemeente Heerlen zich gecommitteerd aan de bouw en de ontdekkingsreis van het Romeins Museum en haar directe omgeving.
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
3
De transformatie van het huidige museum voorziet in een verkleining van de huidige bouwmassa op maaiveldniveau waarbij de bestaande kolommen worden ingezet om het nieuwe museumdeel (de 'Mansio') te dragen. In de 'Mansio' zijn de expositiezalen, auditorium, educatie-ruimte en horeca voorzien. De 'Mansio' wordt daarbij met een hoogte van ca. 25meter hoger dan de huidige archieftoren, het naastgelegen 'Badhuis' (Rijksmonument) kent een hoogte van ca. 8,4 meter. De ontwikkeling zorgt voor een wijziging van het huidige bouwvlak en past niet geheel binnen de bouwregels (bouwhoogte). Daarnaast wordt ondersteunende horeca expliciet mogelijk gemaakt en ingekaderd. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.
Afbeelding 1-1 schematische weergave van de wijzigingen in de gebouw De transformatie van Heerlen krijgt met het Romeins Museum met de gemeente Heerlen als initiatiefnemer en verantwoordelijke voor de realisatie een unieke versnelling en trekt hiermee een stevige lijn naar een nieuwe toekomst als cultuur- en kennisstad van landelijk en internationaal belang. Een investering in een sterke culturele infrastructuur met nationale impact is dan ook noodzakelijk om dit mogelijk te maken. Het nieuw te bouwen museum vormt ook internationaal gezien een belangrijke culturele ontwikkeling waarbij het badhuis, net als in 65 na Chr. culturen en mensen aan elkaar verbindt.
1.2
Situering plangebied
Het plangebied ligt aan de Coriovallumstraat 9 (kadastraal bekend D-8994 Heerlen) en is in eigendom van de gemeente Heerlen. Het gebied wordt omsloten door de Coriovallumstraat, de Kruisstraat en de Deken Nicolaijestraat.
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
4
Afbeelding 1 - 2 Ligging plangebied
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
5
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied ligt in het vigerende bestemmingsplan Heerlen Zuid, vastgesteld door de gemeenteraad van Heerlen op 7 juli 2015 en heeft de bestemming ‘Maatschappelijk’. Verder gelden de dubbelbestemmingen ‘Archeologie’ 1 en 2 en ‘Beschermd stadsgezicht’.
Afbeelding 1- 3 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Heerlen Zuid. Het nieuwe museum past niet geheel binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast is het wijzigen van een rijksmonument (artikel 2.1 lid 1 onder f Wabo) vergunningplichtig. Het bestaande gebouw ondergaat ingrijpende bouwtechnische wijzigingen, De footprint van het museum wordt kleiner ten opzichte van de huidige situatie. De bouwhoogte wordt groter. Rondom worden groen, parkeerplaatsen en verhardingen aangelegd. De in het bestemmingsplan opgenomen - toegestane - bouwhoogte wordt overschreden. Deze overschrijding kan niet met de algemene binnenplanse afwijkingsregel (artikel 28.1) van 10 % worden vergund. De 'mansio' valt niet geheel binnen het bouwvlak, waardoor sprake is van strijdigheid met de in artikel 10.2 opgenomen bouwregels. Tot slot, een groot gedeelte van het plan heeft betrekking op een monument Gelet op het voorgaande is ervoor gekozen om een nieuw bestemmingsplan voor het museum te maken.
1.4
De toelichting als onderdeel van het bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart), regels en een toelichting. In deze paragraaf worden de onderdelen van het bestemmingsplan en hun juridische status nader toegelicht. Hierna wordt de rol van de toelichting ten aanzien van de regels en verbeelding beschreven. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze worden in paragraaf 1.4.2 en 1.4.3 beschreven. In paragraaf 1.4.4 worden vervolgens de standaarden beschreven op grond waarvan dit bestemmingsplan is ontwikkeld.
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
6
Elk bestemmingsplan is te onderscheiden door een landelijk uniek identificatienummer. Dit bestemmingsplan is geregistreerd en vindbaar op het landelijke portaal onder www.ruimtelijkeplannen.nl nummer NL.IMRO.0917.BP030505W000006-0401.
1.4.1 Toelichting In deze toelichting wordt de opzet van het bestemmingsplan beschreven. Zo worden het doel van het bestemmingsplan, het relevante beleid, een beschrijving van het plangebied, de relevante omgevingsaspecten en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan besproken. Daarnaast wordt in de juridische planopzet de opbouw van de regels beschreven en wordt de werking van de regels nader toegelicht. Tenslotte wordt verslag gedaan van de resultaten van het met andere overheden en openbare lichamen gevoerde overleg en de (eventueel) ingediende zienswijzen.
1.4.2 Regels Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de gronden, die binnen het plangebied zijn gelegen, bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden of functies. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De regels maken duidelijk waarvoor de gronden gebruikt mogen worden en wat onder welke voorwaarden op de gronden gebouwd mag worden. Ook kan aan gronden een dubbelbestemming toegekend worden. De dubbelbestemming ziet op het beschermen van een bepaalde waarde (zoals archeologie, waterstaat) of op een zone (bijvoorbeeld externe veiligheid, molenbiotoop of leiding).
1.4.3 Verbeelding De verbeelding (de plankaart) geeft een grafische weergave van het plangebied. In de verbeelding zijn de plangrens, bestemmingen en aanduidingen weergegeven op een ondergrond. Voor bestemmingsplannen bestaan in de regel een digitale en een analoge verbeelding. De analoge verbeelding wordt doorgaans gebruikt bij de terinzagelegging van het bestemmingsplan. Beide verbeeldingen zijn in beginsel rechtsgeldig, maar bij interpretatieverschillen is de digitale verbeelding beslissend. De ondergrond is een samenstelling van de Basisregistratie Grootschalige Topografie BGT (landmeetkundig ingemeten topografie), luchtfoto's en kadastrale begrenzingen. Voor de verbeelding op papier wordt ter oriëntatie gebruik gemaakt van topografische en kadastrale ondergronden. Na verloop van tijd kunnen deze ondergronden hun actualiteit verliezen. Daarnaast tonen de ondergronden niet altijd alle bebouwing. De ondergronden (waaronder luchtfoto's) die worden gebruikt op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl worden beschikbaar gesteld door de website zelf. Ook die ondergronden zijn niet altijd actueel en tonen niet altijd alle bebouwing. De gemeente heeft daar geen invloed op. De ondergronden maken geen deel uit van het bestemmingsplan en dienen in beginsel ter oriëntatie. De analoge verbeelding bestaat uit 1 blad en heeft een schaal van 1:1000.
De legenda legt een verbinding tussen de bestemmingen, de aanduidingen en de regels en geeft een verklaring van de maatvoering, symbolen en topografische ondergrond(en).
1.4.4 Standaarden Om de bestemmingsplannen in heel Nederland te kunnen vergelijken schrijft de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening voor, dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De digitale verbeelding is te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl. Door een muisklik op de digitale verbeelding verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in beeld. Vervolgens kan doorgeklikt worden om de gehele inhoud van het bestemmingplan (regels, toelichting en eventuele
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
7
bijlagen) te raadplegen. Tevens is het mogelijk om te meten op de digitale verbeelding en door middel van coördinaten (het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel) de exacte locatie te bepalen.
1.5
Het bestemmingsplanen de Omgevingswet
In januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet vervangt het merendeel van de wet- en regelgeving voor wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water. De invoering van de wet is een behoorlijke omslag, ook voor bewoners, ondernemers en organisaties. Heerlen start binnenkort met de voorbereiding. De gemeente streeft er naar dit bestemmingsplan vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet in ontwerp ter inzage te leggen. Op basis van het algemene overgangsrecht onder de Omgevingswet wordt een procedure, die vóór de inwerkingtreding formeel is gestart, afgehandeld volgens het 'oude' recht. Aangezien het ontwerp van dit bestemmingsplan met ingang van 8 december 2023 ter inzage heeft gelegen, kan dit bestemmingsplan op grond van het overgangsrecht worden afgerond en hoeft geen wijziging van het omgevingsplan op te worden gesteld.
1.6
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een bespreking van de planologische beleidskaders die een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid besproken. In hoofdstuk 3 wordt het gebied en het plan beschreven. Hierbij komen de historische context, de ruimtelijke en functionele structuur, mobiliteit en de voorgenomen ontwikkeling (het planvoornemen) ter sprake. Hoofdstuk 4 behandelt de voor het plangebied relevante omgevingsaspecten, zoals water, archeologie, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet van het bestemmingsplan en de werking van de regels. In hoofdstuk 6 is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven en hoofdstuk 7 geeft een beeld van de doorlopen bestemmingsplanprocedure en het gevoerde overleg.
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
8
Hoofdstuk 2
2.1
Planologisch beleidskader
Rijksbeleid
2.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI is op 15 september 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig.
Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
9
mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximalecombinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie plangebied: Het plan omvat het moderniseren van het huidige gebouw en het anders indelen van de bestaande functies.
Het voorliggende plan voor het Romeins Museum sluit op diverse punten aan bij de 4 benoemde prioriteiten, te weten: Bij ontwikkeling wordt het bestaande groen zoveel mogelijk gespaard en wordt groen toegevoegd; Bij de ontwikkeling en realisatie van het museum is het aspect duurzaamheid meegenomen; Er wordt gebouwd binnen bestaande stadsgrenzen, waardoor open ruimtes tussen stedelijke regio's gespaard blijven; Bij het ontwerp is rekening gehouden met bereikbaarheid van het gebied en het gebouw (ook voor mensen met een handicap). Hiermee past het plan binnen de in de Nationale Omgevingsvisie omschreven nationale belangen. Waarbij dit plan een bijdrage levert aan ons streven een leefbare en aantrekkelijke stad met voldoende voorzieningen te creëren.
2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder) geïntroduceerd. De Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
10
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling te bevatten, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De gewijzigde Ladder zal via het invoeringsbesluit van de Omgevingswet worden ingevoegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De strekking van de Ladder blijft daarbij gelijk. 2.1.2.1
Nieuwe stedelijke ontwikkeling
De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Hieronder wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat bepaalde kleinschalige ontwikkelingen niet per definitie als nieuwe stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. De omvang van de ontwikkeling en het ruimtebeslag zijn, onder meer, van belang voor de beoordeling. De voorgenomen ontwikkeling, de realisatie van het Romeins museum, bestaat uit het transformeren en moderniseren van een bestaande functie en bestaande bebouwing. Het ruimtebeslag van de nieuwe situatie is kleiner dan in de huidige situatie en er komt geen relevante wijziging in het gebruik van perceel en bebouwing. De ontwikkeling wordt in dit kader dan ook niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd. 2.1.2.2
Conclusie
De ontwikkeling is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om de in de SVIR opgenomen nationale belangen juridisch te borgen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen; mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het Romeinse badhuis in Heerlen is het oudste gebouw in Nederland en het best bewaard gebleven Romeinse badhuis. Het is gebouwd tussen 63 en 73 na chr en maakt onderdeel uit van de Romeinse Limes, welke als erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde zijn aangewezen vanwege de unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven voormalige (militaire) grens van het Romeinse Rijk. De Limes ligt langs de toenmalige loop van de Rijn met archeologische overblijfselen uit de periode 0 tot 400 na Chr.
bestaande uit: – forten (castella), burgerlijke nederzettingen (kampdorpen/vici) en grafvelden; – militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens;
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
11
– scheepswrakken. Het is de bedoeling dat deze kernkwaliteiten door de provincies verder worden uitgewerkt en geobjectiveerd. In Limburg is dit niet op het niveau van individuele objecten gedaan. Conclusie Het Romeinse badhuis is in situ bewaard en overkapt, vanwege de bijzondere waarde. Om deze te kunnen behouden is een modernisering van het gebouw noodzakelijk. Alle inspanningen zijn erop gericht om de bijzondere waarden ook voor de toekomst te kunnen bewaren. Aantasting van kernkwaliteiten (al of niet uitgewerkt) is niet aan de orde.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 is de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie vervangt het 'Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014). De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast is reeds een omgevingsverordening vastgesteld op 17 december 2021 om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt in het volgende onderdeel behandeld. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.
Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit: 1. Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's; 2. Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Voor de voorgenomen ontwikkeling, het realiseren van het Romeins museum, is met name het thema 'Cultuur, sport en erfgoed' relevant. Samenwerking in de cultuurregio’s is gericht op de versterking, verbreding en vernieuwing van het cultureel aanbod in heel Limburg. Daarnaast zet de provincie in op de versterking van het productieklimaat en op het bereiken, behouden en betrekken van meer en nieuw publiek. Het is een uitdaging voor de cultuursector om de regionale of lokale inbedding van het cultuuraanbod onderdeel te maken van het artistiek proces.
Het cultuur- aanbod kan worden verrijkt door meer te gaan maken en/of te presenteren in de directe leefomgeving, in verbinding met (de verhalen van) de mensen die daar wonen en werken. De provincie wil dit stimuleren door verbinding te leggen tussen het cultuurbeleid en overig beleid, zoals op het gebied van de Sociale Agenda, wonen &
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
12
leefomgeving, monumenten of stedelijke ontwikkeling. Door culturele en creatieve functies onder te brengen in wijken en buurten, of als herbestemming te geven aan leegstaande gebouwen van regionale of lokale betekenis zoals monumenten en beeldbepalende gebouwen, of door de kenmerkende ruimtelijke omgeving te benutten als onderdeel van het cultuuraanbod, wordt er ruimte voor makers gecreëerd. Dit doet de provincie in samenwerking met het Rijk, gemeenten en relevante partners.
2.2.2 Omgevingsverordening Limburg Met de komst van de Omgevingswet is de Omgevingsverordening Limburg 2024 vastgesteld. Deze verordening past binnen de kaders en het instrumentarium van de nieuwe Omgevingswet. De omgevingsverordening Limburg is in principe een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Wel worden in de nieuwe omgevingsverordening enkele nieuwe of inhoudelijke gewijzigde onderwerpen geïntroduceerd. Daarbij gaat het om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steelkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. In de omgevingsverordening is een zoneringskaart opgenomen waarbij uitgegaan wordt van de 'Limburgse principes'. Op de kaart is te zien dat het Romeins Museum is gelegen in de zonering 'stedelijk gebied'. Stedelijk gebied Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van de grotere steden in Limburg. Hier is een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte gesitueerd. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier de belangrijkste uitgangspunten. Limburgse steden en dorpen moeten ook in de toekomst een aantrekkelijke en leefbare thuisbasis voor de inwoners zijn.
De Limburgse steden en dorpen krijgen de komende decennia te maken met grote gecompliceerde vraagstukken en transities. Bij veel vraagstukken in het bebouwd gebied geldt dat de overheid, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven samen oplossingen moeten vinden. Een belangrijke rol ligt bij de gemeenten. Een toenemend aantal vraagstukken overstijgt echter het lokale niveau en vraagt om gezamenlijk optrekken van gemeenten in regionaal verband. Compacte steden blijven het uitgangspunt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten zoveel mogelijk een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Dit om de diversiteit tussen stad en land, tussen dynamisch en rustig tussen wonen, werken en recreëren als kwaliteit van de leefomgeving te kunnen behouden. Daarbij is er aandacht voor compacte binnensteden, het behoud van basisvoorzieningen en leefbaarheid. De transformatie van het Romeins Museum past binnen de beoogde ontwikkeling voor het stedelijk gebied waarbij ingezet wordt op duurzame herontwikkeling van het bestaand bebouwd gebied met een grote maatschappelijke en cultuurhistorische waarde.
Na-ijleffecten steenkoolwinning In artikel 12.12. is het volgende geregeld: de motivering van een omgevingsplan dat het bouwen van een nieuw bouwwerk in de gemeenten Brunssum, Beekdaelen, Heerlen, Landgraaf, Voerendaal, Kerkrade, Simpelveld, Beek, Sittard-Geleen en Stein mogelijk maakt, beschrijft op welke wijze rekening is gehouden met de na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning. In de vorm van bodembewegingen blijft de regio geconfronteerd met na-ijleffecten van de voormalige steenkoolwinning. Dit leidt mogelijk tot belemmeringen in het gebruik van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld in geval van verzakkingen. Het is van belang dat deze risico’s bekend zijn en hiermee rekening wordt gehouden. Ook de mogelijke risico’s die verbonden zijn aan het gebruik of de aanwezigheid van onderaardse kalksteengroeves vragen blijvende aandacht, bijvoorbeeld instortingsgevaar. In deze paragraaf wordt ingegaan op de mogelijke risico’s zoals beschreven in het rapport “naijlende gevolgen van de steenkolenwinning in Zuid-Limburg” van 14-12-2016 door het Ministerie van Economische Zaken, met betrekking tot ondiepe winning en/of protectie zone industriële schachten en/of risico`s door mijngas.
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
13
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
14
Afbeelding 2 - 1 Ligging plangebied in relatie tot concessies mijnbouw (bron: Ministerie van Economische zaken, 'Na-ijlende gevolgen steenkolenwinning Zuid-Limburg). Het plangebied ligt buiten de rode (vroegere concessies) en bruine (breuklijnen) lijnen. Bodemstijging: Bodembewegingen komen voor rondom de Heerlerheidebreuk in Geleen, de ‘Feldbiss’-breuk in Brunssum en Eygelshoven. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van deze breuken. Schachten: In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen schachten van voormalige steenkolenmijnen. Het gebied 't Loon ligt op ca. 500 meter van het plangebied van het museum. Verzakkingen door industriële ondiepe winningen Voor zo ver bekend zijn er in het plangebied en in de nabijheid daarvan geen ondiepe winningen uitgevoerd. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan, waaronder bodemonderzoek (bijlage 2), geotechnisch onderzoek (bijlage 14), een infiltratieonderzoek (bijlage 4) en een onderzoek naar explosieven (bijlage 13). Hierin is ook gekeken naar de bodemopbouw en aspecten die verband houden met de voormalige steenkolenwinning. Er is geen aanleiding om na-ijl effecten te verwachten in het plangebied. Klimaatadaptatie Artikel 2.19.1 van de omgevingsverordening bepaalt het volgende. 1. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a.
de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's en gevolgen van klimaatverandering; e n b. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico's en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico's betrokken: a. wateroverlast; b. overstroming; c. droogte. 3. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Bij het opstellen van deze toelichting en de ontwerpen voor het toekomstige gebouw, inclusief de buitenruimte, is in zijn algemeenheid rekening gehouden met het aspect klimaatadaptatie
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
15
en met de hiervoor aangehaalde bepaling in de omgevingsverordening in het bijzonder. Zo is in het landschapsontwerp voorzien in hemelwaterbuffering en een groenretentievoorziening. Afstromend hemelwater wordt op eigen terrein opgevangen en gebruikt voor bevloeiing en eventueel toiletspoeling. Het ontwerp en de dimensionering van de hemelwateropvang zijn gebaseerd op de meest recente inzichten hierover (Watertakenplan Heerlen 2020-2024).
Afbeelding 2 -2 landschapsontwerp nieuwe situatie Voor het overige wordt verwezen naar de paragrafen 2.4.5 (Gemeentelijk duurzaamheidsbeleid) en 4.2 (Water).
2.2.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het provinciale beleid op het gebied van cultuur, ruimtegebruik, na-ijl effecten steenkolenwinning en klimaatadaptatie.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1 Structuurvisie Parkstad Limburg De regio Parkstad Limburg heeft in 2009 een intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad'. De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad-centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
16
vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft. De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling. Deze dragers zijn uitgewerkt in de vorm van vier hoofdthema's: 1. Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur: natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. 2. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht: hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. 3. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking: herstructurering gaat voor uitbreiding. Het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. 4.
Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid: de ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding. De vier hoofdthema's uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota's, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau. Een van de onderwerpen die in de Structuurvisie aan de orde komen is het realiseren of versterken van het Thermenmuseum Heerlen. De voorgenomen ontwikkeling past in dit streven. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van het Romeins museum past binnen het regionale beleid.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1 Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De structuurvisie is opgesteld op basis van een belangrijk kantelpunt in de historie van ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema's centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad.
Vitale stad In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
17
variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen. Centrale stad In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor. Innovatieve stad In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaat-neutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering.
Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het “Verhaal van Heerlen” tot uitdrukking komt. Het Romeins verleden van Heerlen zou ook een beter zichtbaar onderdeel uit moeten maken van de beleving van het centrum van Heerlen, maar doet dat nu niet. In het thema Verrassende Stad is uitgewerkt hoe de gemeente met het “Romeins Kwartier” de beleving van de Romeinse vestingstad Coriovallum in het huidige stadsbeeld meer zichtbaar en beleefbaar wil maken.
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
18
Afbeelding 2-2 'Verassende stad Visie: Cultuurhistorische structuren versterken De Romeinse thermen is het best bewaard gebleven Romeins badhuis van Nederland. In 1977 is het Thermenmuseum geopend, waarbij het archeologisch monument is overkapt. Hoewel het Thermenmuseum op een steenworp afstand van het centrum is gelegen, vertoont het hiermee geen enkele ruimtelijke relatie. Het Romeins badhuis is niet zichtbaar en draagt op deze wijze amper bij aan de belevingswaarde van de stad. Dat willen we graag verbeteren. Met het Romeins Kwartier willen we een aantal plekken in Heerlen waar tastbare sporen van het Romeins verleden aanwezig zijn met elkaar in verbinding gaan brengen. Door het thermencomplex in een bredere context te plaatsen, ontstaan ruimere mogelijkheden voor het aanhaken van de thermen aan de binnenstad, bijvoorbeeld via het Raadhuisplein. Het beter beleefbaar en zichtbaar maken van het thermencomplex in het centrum van Heerlen, vormt een belangrijke uitdaging en tevens een unieke kans om het Romeinse verleden te integreren in het verhaal van de moderne 21e-eeuwse stad.
Conclusie: De voorgenomen ontwikkeling past binnen het gemeentelijke beleid, met name binnen de thema's centrale stad en verrassende stad.
2.4.2 Parkeernota Heerlen - Deel 1 Visie- en Ambitiedocument Op 20 april 2016 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Parkeernota Heerlen – Visie en Ambitiedocument' vastgesteld. Het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad hadden de wens uitgesproken om het bestaande parkeerbeleid te herijken. Zowel in het coalitieakkoord 2014-2018 als in het addendum Parkeernota 2010 is aangegeven dat er behoefte is aan een nieuwe parkeernota waarin de diverse parkeersystemen integraal meegenomen worden. Daarnaast is de positie van de gemeente op de parkeermarkt veranderd na de verkoop van haar parkeervastgoed. De gemeente is nu slechts een speler op de markt van straatparkeren. Ook is haar rol op publiekrechtelijk gebied constant in ontwikkeling. Op hoofdlijnen dient het nieuwe parkeerbeleid te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Aan de hand van de huidige situatie en een aantal toekomstige ontwikkelingen is een beeld geschetst van de verwachtingen ten aanzien van het parkeren in Heerlen de komend jaren.
Hierbij is onder andere aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, technologie en maatschappij. Uit de sessies met de klankbordgroep zijn drie ambities afgeleid: toegankelijk, leefbaar en praktisch passend. Deze ambities vormen de rode draad bij de verdere invulling van de beleidsuitgangspunten en uit te werken acties cq maatregelen. Enkele in het oog springende beleidskeuzes zijn, per deelgebied: betaald parkeergebied: parkeerders parkeren in het gebied waar ze hun bestemming
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
19
hebben en er wordt gezorgd voor een leefbaar woongebied met een goede verhouding tussen groen, auto's en beton; vergunninggebied: bewoners kunnen ongelimiteerd parkeren aan de hand van hun vergunning en er zal een eenduidig digitaal vergunningensysteem worden ingevoerd; blauwe zone gebied: de huidige blauwe zones worden op termijn vervangen door een eenduidig digitaal systeem. Daarnaast worden de acht actuele thema's die niet direct gerelateerd zijn aan één van de drie gebieden, kort uitgewerkt. Per doelgroep worden beleidspunten weergegeven, wederom per geografisch deelgebied. Enkele in het oog springende punten zijn: werknemersparkeren in eerste instantie op eigen terrein; beschikbare restcapaciteit in het deelgebied zelf of in een aangrenzend deelgebied wordt zo optimaal mogelijk ingezet voor meerdere doelgroepen; per doelgroep en per deelgebied wordt nagegaan tegen welke tarieven deze kunnen parkeren. De parkeerbalans is in deze gevallen leidend en bepaalt de mogelijkheden om een tekort aan capaciteit in te vullen tegen een passend tarief. In tegenstelling tot de eerdere 'Parkeernota Heerlen 2010' is ervoor gekozen om deze nieuwe beleidsnota in twee delen op te knippen en wel: de 'Parkeervisie & Ambitie' en de 'Parkeermaatregelen'.
In het eerste deel 'Parkeervisie & Ambitie' wordt de parkeervisie van de gemeente Heerlen uiteengezet op basis van haar ambitie in de stad, de relaties naar de ruimtelijke en economische ontwikkeling in de stad en de beleidskaders die hierbij passend zijn. In het tweede deel 'Parkeermaatregelen' worden de verschillende beleidsinstrumenten (maatregelen) uitgewerkt. De Parkeernota geldt als “rode draad” voor het totale parkeerbeleid en geeft richtlijnen voor de verder uit te werken maatregelen en deelnota's. De juridische en beleidsmatige verankering is vastgelegd in het visiedocument, de uitwerking van deze visie in de praktijk vindt in diverse deelnota's, die de maatregelen bevatten, plaats. De status van deze nota is derhalve richtinggevend voor de deelnota's. Een en ander is in het onderstaande schema weergegeven. De onderhavige parkeernota is ondergeschikt aan de Mobiliteitsvisie Heerlen. Uiteindelijk zal de Mobiliteitsvisie als kapstok dienen voor de diverse thematische nota's, zoals de Parkeernota. Ten behoeve van het economisch goed functioneren van een winkelgebied dan wel binnenstad alsook het faciliteren van verschillende doelgroepen, zowel in garages als op straat, wordt het parkeren in Heerlen gereguleerd.
In Heerlen kunnen er naast de vrije parkeergebieden verschillende parkeerreguleringsgebieden teruggevonden worden: betaald parkeergebieden; vergunninggebieden; parkeerschijfzones; Er wordt deels voorzien in parkeren op eigen terrein voor minder validen, laden en lossen (incidentele activiteit) en bus kiss and ride. Bezoekers moeten zich, net als in de huidige situatie, wenden tot de openbare parkeervoorzieningen in en om het centrum, dan wel gebruik maken van de fiets of het openbaar vervoer. Zie voor een verdere uitwerking van dit onderwerp paragraaf 4.11.
2.4.3 Groenbeleidsplan Het gemeentelijke Groenbeleidsplan is op 14 mei 2013 vastgesteld en vormt sindsdien het gemeentelijk groenbeleid. In dit plan is het vorige groenstructuurplan geïntegreerd. Het Groenbeleidsplan geeft een middellange termijnvisie (2010-2025) op de gewenste ontwikkeling van het (semi-)openbare groen van de gemeente Heerlen. Behalve een visie op de gemeentelijke groenstructuur bevat het Groenbeleidsplan ook een kader voor het groenbeheer en is er tevens een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld. Het Groenbeleidsplan heeft als hoofddoelstelling een integrale, samenhangende en tevens duurzame groenstructuur te realiseren, die recht doet aan de identiteit en eigenheid van Heerlen als onderdeel van Parkstad Limburg en voldoende robuust van karakter is waar het gaat om behoud en verbetering van leefbaarheid en groene kwaliteit.
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
20
In de visie op de groenstructuur van de gemeente Heerlen is uitgegaan van de volgende integraal samenhangende componenten: Het landschappelijke kader van Heerlen; De hoofdgroenstructuur van Heerlen; Steenbergen als symbool voor een grenzeloze regio; Schakels tussen Heerlen en het omliggende Euregionale landschap; De hoofdinfrastructuur als uithangbord voor 'park' en 'stad'; De historische structuur als (groene) parels in het stedelijke weefsel; Stadsombouw Heerlen: robuust groen met nieuwe functies.
Afbeelding 2 - 3 Groenbeleidsplan Heerlen
De hoofdgroenstructuur van Heerlen kadert de ligging van de verschillende stadsdelen in. Om een goede aansluiting te vormen op de gemeentelijke hoofdgroenstructuur is per stadsdeel de gewenste ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur verder uitgewerkt. Vervolgens is nog verder ingezoomd en is de gewenste groenstructuur in de buurten en buurtschappen beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt in verschillende buurttypen. De visies voor de
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
21
verschillende buurttypen zijn vertaald in een gereedschapskist voor de groenstructuur per buurttype, waarin de karakteristieken en functies van de hoofd- en subgroenstructuur van een buurttype zijn vastgelegd. Onderscheid wordt gemaakt in structuurgroen en snippergroen, waarbij het uitgangspunt geldt dat snippergroen kan worden afgestoten zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de openbare ruimte.
Afbeelding 2 - 4 Uitsnede plankaart groenbeleidsplan Heerlen-Centrum De doelstelling voor de ontwikkeling van de groenstructuur van Heerlen-centrum is te komen tot een harmonieus samengaan van ‘park’ en ‘stad’ door het ontwikkelen van een duurzame relatie tussen het centrum van de Parkstad en de beide stadsparken in het Geleenbeekdal en het Caumerbeekdal. Daarnaast wordt de groenstructuur in het centrum versterkt door een passende en duurzame groenstructuur te integreren in de openbare ruimte van de pleinen en
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
22
straten. De centrumvisie vormt daarbij een uitgangspunt. Conform de centrumvisie wordt de openbare ruimte in het centrum op integrale wijze ontwikkeld, waarbij de pleinen worden voorzien van een representatieve en duurzame groenstructuur. Daarmee dient een herkenbare en representatieve verbinding te ontstaan tussen ’t Loon, het Glaspaleis en het Coriocenter. Daarnaast worden verspreid over het centrum verrassende groen-, spel- en waterelementen aangebracht die aanleiding geven tot verpozen en daarmee bijdragen aan de identiteit en aantrekkingskracht van het centrum van de Parkstad. Aan de zuidzijde van het centrum bevindt zich naast het beschermde stadsgezicht rondom het Tempsplein een aantal groene pleinen en parken dat een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de aantrekkingskracht van het centrum van Heerlen voor toeristen en recreanten. Het betreft het Tempsplein zelf, het Burgemeester de Hesseleplein, het plein in de Laan van Hövell tot Westerflier, de begraafplaats en d e ABP-tuin. In combinatie met het opwaarderen van de inrichting van de openbare ruimte en het aanbrengen van een duidelijke routestructuur vanuit het centrum, wordt een attractief recreatief uitloopgebied vanuit het centrum gerealiseerd, dat bijdraagt aan de ontwikkeling van Heerlen als centrum van de Parkstad. Zoals al aangegeven is er een 'gereedschapskist' ontworpen op wijkniveau.
Het museum grenst aan de wijk Op de Nobel - Lindeveld, min of meer centraal tussen de genoemde pleinen.
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
23
Afbeelding 2 - 5 Uitsnede kaart Toolbox Groenbeleidsplan Heerlen, Op de Nobel-Lindeveld
Aandachtspunten voor deze specifieke buurt zijn: De pleinen en kleine groengebieden met de huidige representatieve uitstraling op deze wijze in stand houden; Herinrichten plein op kruising Kortstraat / Laan van Hövell tot Westerflier; Bij de straten waar geen ruimte is voor een (doorgaande) boomstructuur ook geen
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
24
gedwongen structuur willen m. In het oude straatprofiel kwamen ook alleen bomen voor op plekken waar voldoende ruimte beschikbaar was, zoals bij kruisingen of bij verspringingen in de gevels; Rekening houden met de duurzaamheid van de bomen bij deze beperkte ruimte zowel bovengronds als wellicht ondergronds; Soortkeuze van de boomstructuur aansluiten op het sortiment uit de aanlegperiode van de wijk. Plangebied Op dit moment is rondom het museum een beperkte groene invulling aanwezig. Gezien de gewenste kwaliteitsverbetering, wordt gestreefd naar een meer groene inpassing van het gebouw op de locatie. Er is een landschappelijk inrichtingsplan gemaakt voor de buitenruimte van het nieuwe museum. Er zijn verschillende soorten beplanting voorzien, evenals ruimte voor water. De buitenruimtes e van het museum zijn vrij toegankelijk en dienen als openbare ruimte. De voorziene groene inrichting sluit aan bij de pleinstructuur in de omgeving en de buitenruimte vormt daarmee in feite een nieuw groen pleintje.
Afbeelding 2 - 6 Verbeelding Masterplan Landschap Conclusie Er wordt voorzien in een groene invulling van het buitenterrein van het Romeins Museum. Daarbij wordt in ieder geval aansluiting gezocht bij de volgende uitgangspunten uit het groenbeleidsplan: de openbare groenstructuur levert een wezenlijke bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte; het verspreid over het centrum aanbrengen van verrassende groen-, speel- en waterelementen aan te brengen die aanleiding geven tot verpozen. de groene invulling past in het systeem van groene pleinen en parken in de omgeving en vormt als het ware een nieuw groen plein.
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
25
2.4.4 Visie Waardevolle buitenruimte Naast het groenbeleidsplan is ook de richtingevende Visie Waardevolle Buitenruimte relevant. In de Visie zijn ‘waarden’ geformuleerd die richting geven aan het beheer en onderhoud en de inrichting van de stad. Het gaat om: leefbaarheid; klimaatadaptatie; gezondheid; biodiversiteit; e n duurzaamheid. Deze waarden zijn niet los van elkaar te zien. Als we bijvoorbeeld maatregelen nemen in de openbare ruimte om de impact van klimaatverandering te verminderen, bieden deze eveneens kansen om de leefbaarheid te verbeteren. Zo levert vergroening van de omgeving niet alleen een positieve bijdrage aan het verminderen van hittestress bij warme zomerdagen. Het draagt ook bij aan een betere uitstraling van het straatbeeld en het reduceren van mentale stress. Ook vergroten wij hiermee de biodiversiteit in een stedelijke omgeving. Tegelijkertijd creëren we een leefomgeving die uitnodigt tot een gezondere leefstijl en daarmee bijdraagt aan het terugdringen van gezondheidsverschillen. Dit doen we door de openbare ruimte - daar waar kansen liggen - zodanig aan te passen dat deze meer uitnodigt tot beweging, ontmoeting en ontspanning. Hierbij houden we rekening met ouderen en mensen met een beperking. Ook vinden we het belangrijk dat de openbare ruimte zoveel mogelijk aansluit op de wensen en behoeften van bewoners en de identiteit van hun buurt.
De visie is richtinggevend en bevat nog geen uitvoeringsplan. De waarden zijn vertaald in 'inrichtingsprincipes' en worden meegenomen bij nieuwe beleids- en onderhoudsplannen en vertaald op projectniveau, door het zo veel mogelijk concreet invullen van de waarden. Het in de vorige paragraaf genoemde Groenbeleidsplan wordt bijvoorbeeld nog geactualiseerd, waarbij de waarden van de Visie worden meegenomen. De ongebouwde ruimte aan de voorzijde van het museum, het entreeplein, wordt voorzien van een nieuwe invulling, met passend groen, een waterelement en zitgelegenheid ('zitranden'). Hiervoor is, voordat de Visie Waardevolle buitenruimte is vastgesteld, een Masterplan opgesteld. Het Masterplan komt ver tegemoet aan de waarden uit de Visie. Er wordt een nieuw groen plein gecreëerd, wat ten goede komt aan de waarden uit de Visie. Er is ruimte voor ontmoeten, beplanting zorgt voor schaduw, enz. Ook het buitenterrein aan de achterzijde en zijde van de rotonde wordt opnieuw en groen ingericht. Er is aandacht voor de beplantingskeuze, het materiaalgebruik, enz. Zie voor een inrichtingsschets de afbeelding in de vorige paragraaf. Conclusie De waarden uit de Visie Waardevolle Buitenruimte zijn zo goed mogelijk vertaald in de voorziene inrichting van de buitenruimte rond het museum.
2.4.5 Gemeentelijk duurzaamheidsbeleid In het Programma Duurzaamheid, welke een sturende werking heeft voor gemeentelijke initiatieven, heeft de gemeente de focus gelegd op drie pijlers van duurzaamheid: Energietransitie De gemeenteraden in Parkstad Limburg hebben in 2015 unaniem PALET (Parkstad Limburg Energie Transitie) als kaderstellend beleid voor de regionale en de gemeentelijke energietransitie vastgesteld. Doel van PALET is om in 2040 als Parkstad energieneutraal te zijn. Van PALET wordt in het kader van de Regionale Energie Strategie Zuid-Limburg (hierna: RESZL) een aanpassing gemaakt naar de 49% CO2-reductie in 2030 en 95% in 2050. De uitgangspunten en doelstellingen van PALET blijven zoveel mogelijk onaangetast en overeind. Klimaatadaptie De colleges van de Parkstadgemeenten zijn unaniem akkoord met de Regionale klimaatadaptatiestrategie Parkstad Limburg en het Actieprogramma klimaatadaptatie Parkstad Limburg. In de klimaatadaptatiestrategie is de landelijke doelstelling (Deltaplan klimaatadaptatie) overgenomen dat in 2050 de buitenruimte zodanig is aangepast dat deze water robuust en klimaatbestendig is, zodat we de overlast van extreme regen, droogte en hitte zo veel mogelijk beperken. Om dit te bereiken, wordt vanaf 2020 'klimaat adaptief' handelen toegepast' bij gebiedsontwikkeling. De klimaatadaptatiestrategie en het
bestemmingsplan Romeins Museum de Thermen
26
bijbehorende actieprogramma vormen het vertrekpunt van de 'risicodialoog' met de raad over het beschermen van de bevolking tegen de nadelige effecten van klimaatverandering. Ten aanzien van het thema water zijn er voor de gemeente Heerlen maatregelen en middelen opgenomen in het Watertakenplan 2020-2024. Circulaire economie In 2050 zijn we een circulaire stad. We sluiten de kringlopen waar mogelijk, afval is grondstof. In 2050 wil Nederland een economie zijn zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen (programma Circulaire Economie, 'Nederland Circulair in 2050', min. IenW 2016). In 2030 wordt Nederland geacht 50% circulair te zijn. Grondstoffen dienen dan efficiënt te worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu. Voor zover er nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden deze op duurzame wijze gewonnen en wordt verdere aantasting van de sociale en fysieke leefomgeving en de gezondheid voorkomen. Producten en materialen worden zo ontworpen dat ze kunnen worden hergebruikt met zo min mogelijk waardeverlies en zonder schadelijke emissies naar het milieu. Voorwaarden Circulaire Economie Dit te realiseren is een omvangrijke opgave, het omvat een inzet van alle ketenpartners en elke bijdrage is waardevol op weg er naartoe. Circulair bouwen is met name een aandachtspunt voor de uitvoeringsfase.