Rapportage Integraal Huisvestingsplan (IHP) Heerlen__66017__
Tekst van het document
IHP Heerlen Voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs 2024 - 2040
Integraal Huisvestingsplan (IHP) Heerlen 15.11.2023
Integraal Huisvestingsplan (IHP) Heerlen 15.11.2023, Heerlen
RO groep Wilhelminasingel 58 Postbus 3086 6202 NB Maastricht info@rogroep.nl +31 43 350 00 50 www.rogroep.nl
Inhoud 01
Inleiding
5
02
Bestaande situatie
7
03
01-1 01-2
02-1 02-2 02-3 02-4 02-5
Aanleiding Leeswijzer
Demografie Onderwijs Bewegingsonderwijs Kinderopvang QuickScan
5 5
7 7 9 12 12
Wettelijk kader
13
04
Duurzaamheid
15
05
Strategische thema’s
Thema 1. Doorgaande ontwikkellijnen Thema 2. Kansengelijkheid thuisnabij Thema 3. Maatwerk dicht bij de school Thema 4. Iedereen doet mee Thema 5. Passend onderwijs in een netwerk van specialisten Thema 6. Aangevuld met (boven)regionale onderwijsconcepten Thema 7. Stabiliteit met betrekking tot trends Thema 8. Toekomstvast
20 20 21 21 22 22 22 23
06
Ordeningsprincipes
24
DMS 23010292
03-1 03-2 03-3 03-4
Gemeente Schoolbestuur Kindpartner Financieel
04-1 Relevante ontwikkelingen 04-2 Perspectief op slimme versnelling 04-3 Ambitie gebaseerd op feiten
Principe 1. Samenwerking in (integrale) kindcentra Principe 2. In een thuisnabij wijknetwerk Principe 2b. Beter door een bovenlokaal aanbod Principe 3. Inclusief en passend Principe 4. Toekomstvast met een scope van dertig jaar Vooruitblik: Beleidsontwikkelingen om rekening mee te houden
13 13 14 14
15 17 18
19
24 24 25 25 26 26
3
07
08
09
Gebiedsanalyse
27
Uitvoeringsplan
52
Financiële vertaling
82
07-1 07-2 07-3 07-4 07-5 07-6
08-1 08-2 08-3 08-4 08-5 08-6
09-1 09-2 09-3 09-4 09-5
Algemeen Stadsdeel Hoensbroek Stadsdeel Heerlerheide Stadsdeel Heerlen-Stad Stadsdeel Heerlerbaan Bovenlokale voorzieningen
Uitgangspunten Businesscases Uitvoeringsprogramma Fase 1 Voorziening uitgesteld investeringen vanuit Beleid Aanpak Permanente Verbetering Overzichtskaart uitvoeringsagenda IHP Heerlen
Aan de basis – de VNG-normstelling 2019, bijstelling 2023 Tariefstelling Heerlen Renovatie ten opzichte van nieuwbouw Financiële consequenties uitvoeringsagenda 2024-2030 Fonds Permanente Verbetering Onderwijsvastgoed
Aanvullende stukken
Bijlage 1. Informatiefundament Heerlen (schooljaar 2022-2023) Bijlage 2. Gespreksverslagen Ronde langs de velden Bijlage 3. Gebouwelijke QuickScans Bijlage 4. Wettelijk kader Bijlage 5: Uitvoeringsplan Businesscases IHP Heerlen Bijlage 6: Kaarten ruimtelijke uitwerking Businesscases
DMS 23010292
27 28 32 36 39 42
52 53 73 76 78 81
82 83 84 84 87
88
88 88 88 88 88 88
4
01 Inleiding 01-1
Aanleiding
De schoolbesturen1, kindpartners2 en de gemeente Heerlen zijn zich bewust van de voortdurend veranderende maatschappij en werken gezamenlijk aan een sterk onderwijsklimaat in de gemeente. Kinderopvang en basisonderwijs hebben, als voorzieningen waar de jeugd zich ontwikkelt, een belangrijke funderende rol in de samenleving. Dit vraagt van schoolbesturen en hun partners dat zij actief bezig zijn met de voorbereiding van de kinderen op de maatschappij van vandaag en die van morgen. De gemeente heeft, vanuit haar wettelijke plicht, een belangrijke rol in de facilitering van het onderwijs in de vorm van passende onderwijshuisvesting. Ten behoeve van een goede onderwijskwaliteit en een gezonde en verantwoorde bedrijfsvoering is het wenselijk dat de onderwijshuisvesting qua maat, spreiding en inrichting past bij de behoeften in de verschillende gebieden en de onderwijskundige visie van de schoolbesturen en kindpartners voldoende ondersteunt. De uitdaging is te groeien naar een situatie waarin scholen in vorm en concept passen bij hun omgeving; op logische plekken gesitueerd, in goede toekomstbestendige gebouwen, met duurzaam perspectief op instandhouding en waar mogelijk en gewenst in samenwerking met flankerende partners in het educatieve netwerk en/of de buurt.
1
Alterius, Innovo Onderwijs op Maat, Islamitisch Basisonderwijs Parkstad Limburg (IBPL), MOVARE, Pallas en Vitus
Zuid zijn betrokken bij de uitwerking van het IHP Heerlen. 2
Humankind en Stichting Peuteropvang Heerlen (POVH) zijn betrokken bij de uitwerking van het IHP Heerlen.
DMS 23010292
5
01-2
Leeswijzer
Van november 2022 tot en met november 2023 hebben onderwijs, kinderopvang en gemeente (hierna “partijen” te noemen) in gezamenlijkheid gewerkt aan het herijken van het integraal huisvestingsplan (IHP) 2017-2027 voor de gemeente Heerlen, geformuleerd voor de periode tot 2040. Het plan is tot stand gekomen onder regie van een projectgroep bestaande uit een afvaardiging van de schoolbesturen, kindpartners en de gemeente Heerlen, met ondersteuning van adviesbureau RO groep. Voorliggende rapport schetst de afgesproken ontwikkeling in de huisvesting van primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Het is de uitkomst van een intensief traject, waarbij samenwerking en transparantie centraal stonden. Hoofdstuk 2 is een samenvatting van de huidige situatie, gebaseerd op het informatiefundament. In hoofdstuk 3 worden de wettelijke kaders en uitgangspunten beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het thema duurzaamheid nader belicht. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in een gezamenlijke, door partijen gedeelde opvatting over kwaliteit en toekomst van het onderwijs en maatschappelijke dienstverlening, beschreven in strategische thema’s. In hoofdstuk 6 zijn de ordeningsprincipes voor huisvesting benoemd, gericht op het formuleren van te nemen maatregelen in de onderwijshuisvesting. Hoofdstuk 7 schetst een gebiedsanalyse en de benodigde huisvestingsmaatregelen van de diverse onderwijslocaties.
In hoofdstuk 8 is een uitvoeringsplan geformuleerd, waarin de businesscases en het handelingskader voor verbetering van onderwijsvastgoed zijn uitgewerkt. Tot slot beschrijft hoofdstuk 9 de financiële vertaling van het IHP Heerlen.
DMS 23010292
6
02 Bestaande situatie Voorliggend hoofdstuk is een samenvatting van de bestaande situatie van onderwijs en opvang in de gemeente Heerlen. In het opgestelde informatiefundament, zie bijlage 1, zijn de demografische gegevens, ontwikkelingen en kwantitatieve gegevens gebundeld. Daarbij is aandacht voor leerlingenaantallen, verwachte groei en krimp, gebouwelijke kenmerken, en normatieve ruimtebehoefte in relatie tot beschikbare gebouwcapaciteit. Parallel aan de bestudering van deze gegevens is gestart met een ronde langs de velden3. Zie bijlage 2 voor de gespreksverslagen.
02-1
Demografie
Het bevolkingsaantal van de gemeente Heerlen is de afgelopen 20 jaar met ongeveer 9,4 procent afgenomen tot ongeveer 87.122 inwoners op 1 januari 2023. Naast de daling van het aantal inwoners kan worden opgemerkt dat het aandeel inwoners vanaf 45 jaar geleidelijk is toegenomen en het aandeel jongeren (tot 15 jaar) is afgenomen; vergrijzing en ontgroening. Ook het aantal 0 tot 4-jarigen is gedaald. Nieuwe demografische ontwikkelingen wijzen erop dat het aantal inwoners de komende jaren licht zal stijgen. Naar verwachting zal het inwoneraantal toenemen tot 87.617 in 2028, waarna het geleidelijk zal afnemen tot ongeveer 86.103 inwoners in 2038. Ook de basisgeneratie voor het primair onderwijs (aantal schoolgaande kinderen dat woonachtig is in de gemeente Heerlen) is sinds 2015 afgenomen. Van de basisgeneratie (4 tot 12-jarigen) hebben 6.259 kinderen in 2023 de basisschoolleeftijd, voor het voortgezet onderwijs heeft die een omvang van ongeveer 5.392 leerlingen. Daarmee is in Heerlen het aantal 4 tot 12-jarigen de afgelopen tien jaren met 11,5 procent afgenomen, het aantal 13 tot 18-jarigen is met 12 procent afgenomen. Uit een vergelijking van de prognoses 2021 en 2023 door Pronexus (2023) is een kentering zichtbaar in het aantal schoolgaande kinderen in Heerlen.
Waar eerst een daling werd voorzien is dit omgekeerd in een lichte stijging, voor zowel de afgelopen jaren als de komende jaren. Zo zijn er op teldatum 1.10.2022 23 kinderen in de basisgeneratie meer dan in 2021 geprognosticeerd. In tegenstelling tot de prognoses uit 2021 zal ook de komende jaren tot circa 2026 het aantal 4 tot 12 jarigen in Heerlen toenemen (6.282 leerlingen). Daarna zal het aantal 4 tot 12 jarigen gestaag dalen tot 5.959 in 2038 (-5,4%) (bron: Pronexus, 2023).
02-2
Onderwijs
Primair onderwijs Verspreid over de gemeente Heerlen wordt op 27 scholen basisonderwijs aangeboden. Daarbij is sprake van 22 hoofdvestigingen en vijf dislocaties voor regulier basisonderwijs. De scholen vallen onder het bevoegd gezag van Stichting IBPL, Stichting INNOVO, Onderwijsstichting MOVARE en Stichting Pallas. De afgelopen 15 jaar is het aantal leerlingen ongeveer hetzelfde gebleven. De scholen bieden op teldatum 01.10.2022 basisonderwijs aan 5.706 leerlingen. Volgens de prognoses van Pronexus (2023) stijgt het aantal leerlingen de komende jaren tot 2026 licht en zal daarna tot 2038 met ongeveer 3% dalen. Daarbij is er rekening mee te houden dat prognoses zijn gebaseerd op een analyse van de demografische gegevens van nu (aangevuld met de woningbouwplannen van de gemeente). Feitelijke autonome ontwikkelingen kunnen leiden tot afwijkingen van deze prognoses. Het aantal leerlingen op scholen in Heerlen is momenteel ruim 115 leerlingen meer dan wat in eerdere prognoses uit 2021 was voorspeld. In lijn met deze trend zijn er signalen van scholen en kinderpartners dat de leerlingenaantallen sterker stijgen dan de prognoses laten zien. Deze uitdaging om prognoses met verstand van zaken te hanteren 3
Parallel aan de bestudering van relevante documenten is gestart met een ronde langs de velden: individuele gesprekken met gemeente, schoolbesturen/ schooldirecteuren primair onderwijs (IBPL, Pallas, Innovo, Movare) en speciaal onderwijs (Alterius, Vitus Zuid) en de (belangrijkste) kindpartners (Peuteropvang Heerlen, Humankind).
DMS 23010292
7
manifesteert zich bij enkele buurtscholen maar komt versterkt tot uitdrukking bij onderwijsinstellingen met een bovenregionaal verzorgingsgebied, zoals IBS El Wahda en Vrijeschool Helianthus. In algemene zin is het van belang om feitelijke ontwikkelingen te monitoren en prognoses regelmatig te herijken. Naam school
Bevoegd Gezag
Denominatie
2023 (01.10.2022)
De Regenboog (& dislocatie)
MOVARE
Rooms-Katholiek
253 leerlingen
De Mheyster
MOVARE
Rooms-Katholiek
293 leerlingen
De Vlieger
MOVARE
Rooms-Katholiek
177 leerlingen
Wonderwijs
MOVARE
Algemeen Bijzonder
341 leerlingen
Frans Postma
MOVARE
Algemeen Bijzonder
171 leerlingen
De Ganzerik
MOVARE
Rooms-Katholiek
260 leerlingen
Mijn Spoor
MOVARE
Rooms-Katholiek
203 leerlingen
Gerardus Majella
MOVARE
Rooms-Katholiek
159 leerlingen
De Droomboom
MOVARE
Openbaar
272 leerlingen
De Tovercirkel
MOVARE
Openbaar
183 leerlingen
De Tovercirkel dislocatie
MOVARE
Openbaar
211 leerlingen
Taalschool De Werelddelen (2 locaties)
MOVARE
Dislocatie (De Vlieger)
235 leerlingen
Windekind
INNOVO
Rooms-Katholiek
377 leerlingen
De Wegwijzer
INNOVO
Rooms-Katholiek
230 leerlingen
De Schakel (& dislocatie)
INNOVO
Rooms-Katholiek
215 leerlingen
Sint Paulus
INNOVO
Rooms-Katholiek
126 leerlingen
Sint Martinus
INNOVO
Rooms-Katholiek
250 leerlingen
Sint Tarcisius
INNOVO
Rooms-Katholiek
438 leerlingen
Broederschool
INNOVO
Rooms-Katholiek
189 leerlingen
Eikenderveld
INNOVO
Rooms-Katholiek
127 leerlingen
De Horizon
INNOVO
Rooms-Katholiek
244 leerlingen
De Windwijzer
INNOVO
Rooms-Katholiek
234 leerlingen
Vrijeschool Helianthus (& disl.)
Pallas
Antroposofisch
311 leerlingen
El Wahda
IBPL
Islamitisch
207 leerlingen 5.706 leerlingen
De gemeente Heerlen heeft te maken met leerlingenmigratie, zowel intern tussen de verschillende postcodes als met omliggende gemeenten. Van de 5.706 leerlingen is ruim 81 procent woonachtig in gemeente Heerlen, 19 procent woont in andere gemeenten. Met name vanuit de gemeenten Beekdaelen, Brunssum, Landgraaf en Kerkrade kiezen leerlingen voor een onderwijslocatie in de gemeente Heerlen. Met name vrijeschool Helianthus en IBS El Wahda kennen een breed voedingsgebied. Deze scholen geven onderwijs aan leerlingen uit de hele regio en soms verder. Voor het basisonderwijs in de gemeente Heerlen geldt voor 2022/2023 de van Rijkswege bepaalde opheffingsnorm van 156 leerlingen. Als een school drie opeenvolgende jaren onder deze norm valt wordt de school opgeheven. De meeste scholen bevinden zich in leerlingenaantallen (ruim) boven de opheffingsnorm, zowel nu als in de toekomst. De basisscholen Sint Paulus en Eikenderveld blijven in
DMS 23010292
8
leerlingenaantal de komende jaren onder de opheffingsnorm. Gezien de bijzondere situatie in hun voedingsgebieden delen onderwijspartner (stichting INNOVO) en gemeente de opvatting dat beide scholen uit maatschappelijk belang gehandhaafd moeten worden. Speciaal onderwijs Het aanbod voor speciaal onderwijs in Heerlen bestaat uit 1 school voor speciaal basisonderwijs (SBO), 4 scholen voor speciaal onderwijs (SO) en 3 scholen voor speciaal voortgezet onderwijs (VSO). De scholen vallen onder bevoegd gezag van Stichting INNOVO, Stichting Alterius en Stichting Vitus Zuid. Volgens de (V)SO prognoses van Pronexus van 2023 boden ze onderwijs aan 1.010 leerlingen in het speciaal basisonderwijs en 441 leerlingen in het speciaal voortgezet onderwijs. Verwacht wordt dat de vraag de komende 15 jaar stabiel zal blijven (1.419 SO & VSO in 2038). Bevoegd Gezag
Denominatie
2023 (Pronexus)
INNOVO
Rooms-Katholiek
Speciaal Basisonderwijs (SBO) SBO de Griffel
Totaal SBO
312 leerlingen 312 leerlingen
Speciaal Onderwijs (SO) SO Catharina
INNOVO
Rooms-Katholiek
111 leerlingen
SO De Pyler
INNOVO
Rooms-Katholiek
168 leerlingen
SO De Buitenhof
Alterius
Algemeen bijzonder
65 leerlingen
SO Mgr. Hanssen (& dislocatie)
Vitus Zuid
Rooms-Katholiek
354 leerlingen
Totaal SO
698 leerlingen
Voortgezet Speciaal Onderwijs VSO De Buitenhof
Alterius
Algemeen bijzonder
198 leerlingen
VSO Catharina
INNOVO
Rooms-Katholiek
99 leerlingen
VSO De Pyler
INNOVO
Rooms-Katholiek
144 leerlingen
Totaal VSO
441 leerlingen 1.451 leerlingen
02-3
Bewegingsonderwijs
In Heerlen zijn 5 sporthallen, 4 sportzalen en 24 gymzalen aanwezig. De gemeente is eigenaar van de meeste sporthallen en sportzalen en ook een deel van de gymzalen. Deze accommodaties naast bewegingsonderwijs ook beschikbaar voor (zaal-) sporten door verenigingen en particulieren. De overige accommodaties zijn veelal in eigendom van onderwijsstichtingen en deze worden voornamelijk voor het bewegingsonderwijs benut. Norm bewegingsonderwijs Bron: Brochure ‘Norm twee (les)uren bewegingsonderwijs’ van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap De regels met betrekking tot bewegingsonderwijs zijn aangepast sinds schooljaar 2023/2024. Doel is dat kinderen voldoende en goed bewegingsonderwijs krijgen als basis voor een gezond, vaardig en sportief leven op latere leeftijd. Scholen in het primair onderwijs moeten minimaal twee (les)uren per week bewegingsonderwijs geven. In de praktijk komt dat neer op 2x 45 minuten per leerling per week. De
DMS 23010292
9
Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding adviseert om daar twee aparte (les)uren per week voor in te plannen. Ze mogen ook in een zogenaamd ‘blokuur’ worden gegeven als het spreiden van de (les)uren over de week niet mogelijk is. Uitgangspunt blijven de kerndoelen voor het primair onderwijs: bewegingsonderwijs is namelijk niet alleen bedoeld om kinderen meer te laten bewegen, maar vooral om ze goed te leren bewegen en kennis te laten maken met bewegen en sport. Buitenspelen in de pauzes is geen vervanging en enkel een aanvulling. Voldoende en kwalitatief goede accommodaties zijn een voorwaarde om als school de urennorm bewegingsonderwijs en de kerndoelen voor bewegingsonderwijs te halen. Idealiter heeft elke school een gymzaal in het eigen gebouw of dicht in de buurt. De praktijk nu in Heerlen is dat het niet altijd makkelijk is om voldoende en geschikte accommodaties te vinden. Het uitwijken naar sportvelden, buitenlocaties of andere (gemeentelijke) sportaccommodaties kan een oplossing bieden als een gymzaal niet (altijd) beschikbaar is. Parallel aan het Integraal Huisvestingsplan (IHP)-traject is een onderzoek uitgevoerd naar de knelpunten rondom binnensport en bewegingsonderwijs. Hieronder volgen de eerste bevindingen van de knelpuntenanalyse, uitgevoerd door het Mulier Instituut.
Knelpunten bewegingsonderwijs Uit: Rapport 'Ruimte voor zaalsport en bewegingsonderwijs in Heerlen - Zicht op ervaren knelpunten', opgesteld door Björn Schadenberg en Amilia Aarnink van Mulier Instituut, 2023. Conclusie Acht op de tien schoolleiders geven aan dat het aantal binnensportaccommodaties ontoereikend is voor hun behoefte. Dit blijkt uit onze bevragingen en bevestigt de signalen die de gemeente in het verleden heeft ontvangen. De knelpunten die de schoolleiders kenbaar hebben gemaakt, hebben veelal betrekking op het verplichte aantal gymlessen dat zij moeten verzorgen, maar ook op het aanvullende sport- en beweegaanbod dat ze in de binnensportaccommodaties (willen) aanbieden. Voor het eerste heeft de gemeente een zorgplicht. Voor het tweede niet, maar wel de ambitie om dit mogelijk te maken. Interpretatie De ervaren knelpunten bij binnensportaccommodaties zijn grotendeels te herleiden tot scholen die geen accommodatie binnen 1.000 meter van het schoolgebouw hebben en tot scholen die een accommodatie moeten delen met meerdere andere scholen, waardoor organisatorische knelpunten bestaan. In de eerste categorie knelpunten vallen de basisscholen Frans Postma, Sint Paulus en Vrijeschool Helianthus (locatie Heerlerbaan). Voor de scholen zijn er wel binnensportaccommodaties beschikbaar.
Echter, deze liggen op ruime afstand van de schoolgebouwen, waardoor leerlingen een grote afstand moeten overbruggen en er onderwijstijd verloren gaat. De afstanden vallen wel binnen de geldende normen, waardoor de gemeente de accommodaties wel aan de scholen kan toewijzen. Wanneer de Brede Maatschappelijke Voorziening (BMV) in Heerlerbaan is opgeleverd, maakt de Vrijeschool Helianthus (locatie Heerlerbaan) hiervan gebruik. De afstand is dan minder dan 1.000 meter. In de tweede categorie knelpunten worden vier gebieden geïdentificeerd, waarop het aanbod knelt met de normuren van de scholen waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft: het gebied rondom de BMV in Heerlerheide; de wijk Molenberg in Heerlen-Stad; het gebied rondom sporthal A Gene Bek in Heerlen-Stad; het gebied rondom sporthal Palemig in Heerlen-Stad.
DMS 23010292
10
De geplande sporthal bij het Grotius College en Vrijeschool Parkstad (één locatie) kan het knelpunt bij A Gene Bek op middellange termijn op lossen. Ook het Herle College beschikt in de toekomst over een eigen sporthal. Hierdoor komen uren vrij in Palemig, waardoor ook het knelpunt in dit gebied op de middellange termijn wordt opgelost. In Heerlerheide staan geen mutaties in het aanbod gepland, maar wordt wel een leerlingenafname verwacht. Mogelijk verdwijnt hierdoor op middellange termijn het knelpunt. Op korte termijn moeten scholen (op een andere manier) het verplichte aantal gymlessen aan hun leerlingen kunnen verzorgen. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de schoolbesturen. Om te komen tot kwalitatief hoogwaardig bewegingsonderwijs dat aansluit op de leerdoelen en past binnen de bredere inroostering van scholen is goed overleg hierbij van groot belang. Aanvullend sport- en beweegaanbod Zes van de tien scholen hebben aanvullend sport- en beweegaanbod (naast het bewegingsonderwijs). Twee op de drie schoolleiders geven aan dat er plannen liggen voor (meer) sport- en beweegaanbod. De gemeente heeft de ambitie dit aanbod mogelijk te maken. Hoewel de vorm van het aanvullende aanbod vrij is, kijken de scholen wel naar dezelfde accommodaties als waar het bewegingsonderwijs plaatsvindt.
Aanbevelingen De gemeente heeft een huisvestingsplicht voor het bewegingsonderwijs. Deze heeft in beginsel betrekking op binnensportaccommodaties. De binnensportaccommodaties, of de spreiding ervan, volstaan in een aantal gebieden niet om alle vereiste gymlessen te laten plaatsvinden. In deze gebieden moet men (in overleg) komen tot oplossingen (voor de korte termijn). Aanbevelingen hiervoor zijn: Breng prioritering aan in de inroostering van het gebruik. De gemeentelijke accommodaties kennen overdag een veelvoud van gebruikers, waaronder gebruikers waarvoor de gemeente geen zorgplicht heeft en gebruikers die over eigen accommodaties beschikken die afdoende zouden moeten zijn. o Eerst moet duidelijk zijn waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft, welke scholen zelfvoorzienend zijn en welke aangevraagde uren gelden als extra sport- en beweegaanbod (bv. in het kader van de verlengde schooldag). Rooster vervolgens de uren waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft als eerste in, zodat het verplichte bewegingsonderwijs zoveel mogelijk in de binnensportaccommodaties kan plaatsvinden. Verruim of introduceer regelingen. Zo kan de gemeente de drempel voor leerlingenvervoer verlagen of de vergoeding voor het gebruik van niet-gemeentelijke (sport)accommodaties voor het bewegingsonderwijs verruimen.
Geef andersoortige (sport)accommodaties (bijvoorbeeld sportvelden, schoolpleinen) een (grotere) rol in het bewegingsonderwijs. Dit moet in overleg gebeuren met de schoolbesturen, omdat het bewegingsonderwijs in beginsel in binnensportaccommodaties moet plaatsvinden. Hiervoor is dus een vorm van omdenken noodzakelijk. Een mogelijkheid is om deze accommodaties geschikter te maken door bijvoorbeeld beweegpleinen toe te voegen of overkappingen te plaatsen. Neem het knelpunt in Molenberg mee bij de keuze voor de locatie van overige ontwikkelingen, zoals de nieuwbouw (inclusief sporthal) voor het Grotius College en Vrijeschool Parkstad of het (her)huisvesten van scholen zoals opgenomen in het IHP. Zo kan de gemeente mogelijk meerdere knelpunten oplossen. Aanvullend sport- en beweegaanbod De gemeente heeft ambities om scholen in staat te stellen rijke of verlengde schooldagen aan hun leerlingen aan te bieden. Per school(gebied) moet ze bekijken wat de wensen zijn en in hoeverre de binnensportaccommodaties een rol kunnen spelen. Kijk bijvoorbeeld (bij nieuwbouw) naar de mogelijkheden voor vergrote speellokalen, ruimere schoolpleinen en beweegpleinen rondom het schoolgebouw. De schoolomgeving wordt hiermee breder inzetbaar, eventueel ook voor de reguliere gymlessen.
DMS 23010292
11
Beleidslijn De komende periode wordt het proces gestart om, samen met de scholen, te komen tot een beleid bewegingsonderwijs, waar de genoemde aanbevelingen een basis voor vormen. Daarbij wordt in eerste instantie ingezet op een verbetering in de prioritering bij de inroostering van het gebruik van de binnensportaccommodaties. Er zal een nieuwe handelingswijze geïntroduceerd worden met betrekking tot het toewijzen van de beschikbare accommodaties en uren aan de scholen. Indien van toepassing zullen ook alternatieven per schoollocatie uitgewerkt worden, waarbij met name gedacht wordt aan het uitwijken naar sportvelden, buitenlocaties of andere sportaccommodaties. Dit neemt niet weg dat er voor de korte termijn een beroep op de creativiteit en flexibiliteit van de gebruikers gedaan wordt om te komen tot een passende oplossing, zoals ook opgenomen in het MBP 2023-2026. In voorliggend IHP zijn financiën gereserveerd voor het aanpakken van kleinschalige, wijkgerichte oplossingen voor knelpunten.
02-4
Kinderopvang
Heerlen beschikt (peildatum 2022) over een breed aanbod aan kinderopvang (Landelijk Register Kinderopvang, 2023). In totaal betreft het 22 locaties voor peuteropvang (PO), 19 locaties voor kinderopvang (KDV) en 24 locaties voor buitenschoolse opvang (BSO), met een totaal aan 1.956 kindplaatsen. De dienstverlening wordt voornamelijk verzorgd door de aanbieders Peuteropvang Heerlen (POVH) en Stichting Humankind. Aanvullend zijn een aantal kleine aanbieders en gastouders in de gemeente Heerlen gevestigd. Tijdens de eerste gesprekken gaven diverse kindpartners aan dat sommige locaties structureel kampen met ruimtetekorten. Het grootste deel van de voorzieningen is in of in de directe nabijheid van basisscholen gesitueerd. De gemeente Heerlen, onderwijs- en kindpartners erkennen de toegevoegde waarde hiervan en zoeken continu naar kansen bestaande samenwerking strakker te organiseren. De gemeente Heerlen heeft hierbij vanuit regie een initiërende rol.
02-5
QuickScan
Met enkele QuickScans is de ruimtelijke en onderwijskundige kwaliteit van de onderwijshuisvesting in de gemeente Heerlen geanalyseerd. Het is echter van belang op te merken dat niet alle scholen zijn onderworpen aan een QuickScan. In overleg met de schoolbesturen is overeengekomen om 19 schoolgebouwen op te nemen in de QuickScans. De relevante schoolgebouwen zijn beoordeeld en gescoord op de thema’s: bouwkundige staat, installaties en binnenklimaat, flexibiliteit gebouw, uitstraling en belevingswaarde, omgevingsperspectief en onderwijskundig perspectief. Ook is het oordeel van het schoolbestuur meegenomen in de beoordeling. De score (onvoldoende, matig en voldoende) geeft een indicatie voor het belang van actie. Zie bijlage 3 voor de QuickScans en een samenvatting van de constateringen per school.
DMS 23010292
12
03 Wettelijk kader Het regelgevend kader voor onderwijs en opvang is vastgelegd in een aantal wetten. De Wet Primair Onderwijs (WPO), de Wet Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC) bepalen hoe het onderwijs op hoofdlijnen geregeld moet zijn. De eisen voor een goede en verantwoorde kinderopvang staan in de Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang en de regeling Wet kinderopvang. Daarnaast zijn de kaders en uitgangspunten ten aanzien van taken en verantwoordelijkheden voor onderwijshuisvesting geformaliseerd in de lokale Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs, een gemeentelijke verplichting. Dit hoofdstuk is een samenvatting van de meest relevante wet- en regelgeving. Een meer complete beschrijving van de beïnvloedende ontwikkelingen, de betekenis voor onderwijs en opvang en de meest relevante wet – en regelgeving is geschetst in bijlage 4.
03-1
Gemeente
De wet verdeelt de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting tussen gemeente en schoolbestuur. De gemeente Heerlen heeft de taak om voldoende en adequate huisvesting beschikbaar te stellen voor het PO (en in voorkomende gevallen ook (V)SO en VO). Er is sprake van zorgplicht wanneer het volgens de criteria uit wet- en regelgeving noodzakelijk is om maatregelen te nemen. De gemeente is (ook financieel) verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting meubilair en leerpakketten, herstel van constructiefouten en herstel bij schade door bijzondere omstandigheden. Gemeenten zijn verplicht om een Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs te hebben waarin als basis van gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid is vastgelegd hoe de gemeente juridisch en procedureel vorm geeft aan haar zorgplicht. De verantwoordelijkheid voor renovatie is in de wetgeving nog niet geformaliseerd. De verwachting is dat deze vanuit overwegingen van circulariteit en dus hergebruik van materialen als nieuwe mogelijkheid zal worden toegevoegd aan het te beschikken voorzieningenpakket voor onderwijshuisvesting. Bij nieuwbouw bekostigt de gemeente gebouw en ondergrond. Schoolbestuur treedt op als bouwheer (tenzij anders wordt overeengekomen). Na oplevering wordt het juridisch eigendom om niet overgedragen aan het schoolbestuur.
De gemeente behoudt het economisch claimrecht. Wanneer het schoolbestuur het gebouw of een gebouwdeel niet langer gebruikt, valt het juridisch eigendom terug aan de gemeente. Bij gebouwen met meerdere functies maken schoolbesturen over bouw en exploitatie soms andere afspraken.
03-2
Schoolbestuur
Het schoolbestuur heeft de verantwoordelijkheid om huisvesting goed te beheren en te exploiteren. Zij draagt vanuit de middelen, die ze van de overheid daarvoor krijgt, de kosten voor de exploitatie van het gebouw (energie, water en schoonmaak) en is verantwoordelijk voor onderhoud van het gebouw en de bijbehorende gronden gedurende de gebruikstermijn van het gebouw. Ook kleine aanpassingen van het gebouw aan veranderende wensen zijn verantwoordelijkheid van schoolbestuur. Het juridisch eigendom, en daarmee de juridische aansprakelijkheid, ligt in beginsel bij het schoolbestuur. Schoolbestuur mag bij leegstand van onderwijshuisvesting een gedeelte van het gebouw verhuren of in medegebruik geven aan derden (bijvoorbeeld aan verwante kinddiensten), mits dit aan de gestelde voorwaarden voldoet en de gemeente daar toestemming voor geeft. Het schoolbestuur kan geen financiële verplichting aangaan met het gebouw als onderpand (hypotheek).
DMS 23010292
13
Het schoolbestuur is gerechtigd om veranderingen in huisvesting bij de gemeente aan te vragen (in de vorm van een voorziening in de huisvesting, zoals nieuwbouw of uitbreiding) en de gemeente moet voor die aanvraag dan toetsen of die aanvraag aan de voorwaarden voldoet (binnen vastgestelde procedure). Uitvoeringsafspraken binnen een IHP kunnen door de gemeente als aanvraag worden geïnterpreteerd. Na toekenning worden nieuwbouw, uitbreidingen en aanpassingen in beginsel door het schoolbestuur als bouwheer worden gerealiseerd. Gemeente en schoolbestuur kunnen dat ook anders overeenkomen.
03-3
Kindpartner
Investeren in huisvesting ten behoeve van kinderopvang (kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang) valt niet onder de zorgplicht van de gemeente en is geen onderdeel van de gemeentelijke verordening. Organisaties voor kinderopvang worden anders gefinancierd en dienen zelf te voorzien in eigen huisvesting, bijvoorbeeld door zelf De gemeente Heerlen heeft vanwege maatschappelijk belang te realiseren of een marktconforme huur te betalen. afspraken gemaakt met kindpartners en schoolbesturen om De huisvesting dient minimaal te voldoen aan de huisvesting van kinddiensten zeker te stellen. Met name geldt dit voor Vroege en Voorschoolse Educatie (VVE) en peuteropvang richtlijnen in het bouwbesluit. De (inrichting van de) aangezien vroegtijdige aandacht als essentieel wordt beschouwd binnen- en buitenruimte moet aansluiten bij de eisen om onderwijsachterstanden te voorkomen. In het vorige IHP van het Besluit kwaliteit kinderopvang (veilig, werd al beschreven hoe belangrijk het is dat werk wordt gemaakt van doorlopende leer- en ontwikkellijnen door peuteropvang en toegankelijk en passend ingericht) en de VVE ruimtelijk te verbinden met de kleuterklassen. Afspraak is (veiligheids-) eisen van de brandweer en GGD.
De gemaakt dat, aanvullend aan de wet, scholen bij ruimtegebrek de gemeente heeft een toezichthoudende en huur van kindpartners niet eenzijdig opzeggen: vanwege het handhavende taak. Gemeente neemt vaak een rol in belang van het kleine kind wordt bij ruimtegebrek steeds samen met alle betrokken partijen een huisvestingsoplossing gezocht. de financiering van huisvesting voor kinderopvang, bijvoorbeeld bij een kindcentrum.
03-4
Financieel
De verantwoordelijkheden in huisvesting krijgen vorm in gescheiden financieringsstromen. Gemeenten ontvangen financiering via de algemene uitkering in het gemeentefonds. De middelen zijn niet geoormerkt, dat wil zeggen dat een gemeente vrij is om ze ook anders te besteden. Bij zorgplicht is de gemeente er overigens aan gehouden om voldoende middelen vrij te maken. Schoolbesturen ontvangen een lumpsum bedrag voor het geven van onderwijs en een deel van deze middelen moeten worden ingezet voor “materiële instandhouding”. Schoolbesturen kunnen dit redelijk vrij besteden binnen het bestemmingsdoel van het budget met dien verstande dat ze geacht worden als goed huisvader te zorgen voor hun panden. Schoolbesturen mogen in beginsel niet investeren in onderwijshuisvesting, voor zover de opgave tot de gemeentelijke taken behoort, waarbij als uitzondering geldt wanneer investeringen binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden. Er is wetgeving in voorbereiding die schoolbesturen meer (investerings-) ruimte geeft vanuit de gedachte van Total Cost of Ownership.
DMS 23010292
14
04 Duurzaamheid Onderwijspartners in Heerlen ambiëren gebouwen die tenminste voldoen aan de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot energieprestatie en duurzaamheid. Binnen het IHP wordt hier invulling aan gegeven door het zorgvuldig plannen van voorzieningen voor nieuwbouw en eventueel levensduur verlengende renovatie en daarbij te kijken naar de geldende regelgeving en beleidsontwikkelingen. Maar gevraagd is ook een bredere aanpak door te kijken naar mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering van bestaande gebouwen. Passend bij hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen partijen in Heerlen samen optrekken, als aanvulling op de uitvoeringsagenda: open en transparant via een ambitieuze, planmatige aanpak.
04-1
Relevante ontwikkelingen
De maatschappelijke aandacht voor duurzaamheid is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. In de nabije toekomst hebben twee vraagstukken een grote impact op ons leven en ook op hoe gemeente, onderwijsbesturen en kindpartners met hun vastgoed omgaan. Uitputting van natuurlijke hulpbronnen Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de mens meer hulpbronnen gebruikt dan de aarde kan opbrengen. Indien de wereldbevolking op dezelfde manier zou leven als wij in Nederland leven, dan zou de aarde 3,1 keer zo groot moeten zijn om de belasting te kunnen dragen. De verwachting is dat de bevolking de komende jaren nog sterk zal groeien in omvang, waardoor de noodzaak toeneemt ons gebruik van fossiele hulpbronnen aan te passen met een direct effect op ons leven, werken en de bebouwde omgeving. De nationale overheid zet stevig in op een overstap naar een volledig circulaire economie. Enkelvoudig, destructief gebruik van materialen moet plaats maken voor andere vormen van productie en gebruik. Grotere delen van onze industriële en agrarische activiteiten zullen gaan bestaan uit onderhoud, vernieuwing of hergebruik, waardoor producten een langere levensduur krijgen. De druk op de aarde kan daardoor substantieel teruggebracht worden tot een niveau dat duurzaam en draagbaar is. De wijze waarop we leven en werken zal daardoor fundamenteel veranderen.
DMS 23010292
15
Klimaatverandering Belangrijk onderdeel van de maatschappelijke verduurzamingsagenda is het afremmen en uiteindelijk tot stilstand brengen van klimaatverandering. In het Klimaatakkoord van Parijs hebben partijen afgesproken de uitstoot van broeikasgassen drastisch te reduceren. Voor 2050 moet de uitstoot met 95% ten opzichte van het jaar 1990 zijn teruggebracht. Nederland wil tot 2030 de uitstoot met ongeveer de helft terugdringen. Er is een maatregelenpakket in ontwikkeling voor transitie naar vernieuwbare energiebronnen zoals zon, wind, water en aardwarmte. Voor de verlaging van Het energiegebruik is te verlagen door de energievraag voor maatschappelijke gebouwen te beperken. De Nederlandse overheid en haar partners maken daar in convenanten samenwerkingsafspraken over. Sectorale Routekaart Onderwijs & maatschappelijk vastgoed PO-raad, VO-raad en VNG hebben samen een plan voor de verduurzaming van schoolgebouwen vastgesteld. Daarin beschrijven zij hun aanpak om ervoor te zorgen dat in 2050 alle scholen kwalitatief goed zijn, een gezond binnenklimaat hebben en minimaal CO2-arm en aardgasvrij zijn.
De beleidsintenties zijn: Waar mogelijk versnelling in de cyclus van nieuwbouw tot 2,5% per jaar en een daaraan gerelateerde afschrijvingstermijn van 40 jaren; Op investerings- en vervangingsmomenten zoveel mogelijk verduurzamen richting de eindnorm (ENG en Frisse Scholen) om efficiëntie en impact van maatregelen te vergroten. Het huidig wettelijk minimum (BENG) is niet voldoende om de klimaatdoelen te behalen. In integrale huisvestingsplannen onderwijs wordt door de gemeente in gezamenlijkheid met de schoolbesturen, vastgelegd hoe de vastgoedportefeuille van het funderend onderwijs wordt aangepakt, ook ten aanzien van kwaliteit en duurzaamheid. Deze integrale huisvestingsplannen worden een wettelijke verplichting en worden gebruikt voor de monitoring van het klimaatakkoord.
De eisen met betrekking tot duurzaamheid zullen gedurende de looptijd van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) veranderen en daarom is het van groot belang om de veranderingen in wettelijke voorwaarden te monitoren en businesscases in de uitvoeringsfase daaraan aan te passen. Voorbeeld daarvan is de herziening van de vierde Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD IV) voor het nationale beleid. Akkoord
Duurzaamheidsdoelstelling(en)
Investeringsagenda VNG, Unie van Waterschappen en IPO
Energieneutraal nieuwbouw en renovatie circulair
2040
Grondstoffenakkoord
50% minder gebruik van grondstoffen Een economie zonder afval, ofwel volledig circulair
2050
49% minder CO2-uitstoot dan in 1990
2030
CO2-arm (95% CO2-reductie t.o.v. 1990)
2050
Klimaatakkoord
DMS 23010292
Streefdatum
16
Groene Agenda Kinderopvang (mei 2021) De brancheorganisaties voor kinderopvang hebben samen met het waarborgfonds een eigen aanpak geformuleerd voor verduurzaming van de eigen dienstverlening. Hun agenda beschrijft onder andere maatregelen in huisvesting, energiegebruik, binnenklimaat, inkoop en mobiliteit. De Groene Agenda geeft adviezen om tot een duurzame uitvoering van kinderopvang te komen en ook dat kan houvast bieden voor een pakket aan maatregelen op lokaal niveau.
04-2
Perspectief op slimme versnelling
In onderwijshuisvesting is de komende jaren een grote verbeteropgave aan de orde. Naast verduurzaming is er toegenomen aandacht voor een gezond binnenklimaat als ook voor energiebesparing. Dat is in het perspectief te bezien dat landelijk de gemiddelde gebouwleeftijd in het primair onderwijs meer dan 40 jaar is en de gebruiksduur vaak nog veel langer. Veel bestaande gebouwen zijn niet duurzaam gebouwd (of te exploiteren). Onderwijsgebouwen zijn in algemene zin in te delen in vier bouwperioden, die een verschillende maatschappelijke en bouwkundige waarde vertegenwoordigen. De sectorale routekaart stelt voor de verduurzaming van gebouwen uit de specifieke periodes verschillende generieke maatregelen voor. Deze moeten overigens altijd met verstand van zaken worden toegepast maar bieden houvast bij de beoordeling van de opgaven in het integrale huisvestingsplan en voor handelingen gedurende de looptijd van het voorliggende IHP: Vooroorlogse voorraad (tot 1946): Dit zijn in algemene zin maatschappelijk waardevolle gebouwen, vaak zelfs monumenten. Bij deze gebouwen is casco renovatie vaak uitgangspunt van handelen. Wederopbouw voorraad (1946 – 1978): Gebouwen uit deze periode zijn vaak snel gerealiseerd en hebben (nog) een matige bouwkwaliteit. Voor deze gebouwen is vervanging door nieuwbouw uitgangspunt. Londo voorraad (1978 – 1992): duurzaam onderhoud tot einde levensduur.
Bouwbesluit voorraad (1992 – heden): duurzaam onderhoud tot einde levensduur. Hergebruik van materialen wordt een belangrijker element in de discussie over duurzaamheid. De opgave om bij realisatie, aanpassing en bedrijfsvoering in toenemende mate gebruik te maken van bestaande materialen krijgt een wettelijke basis. Al in 2030 moet bij nieuwbouw van maatschappelijke gebouwen voor 30% gebruik worden gemaakt van circulaire materialen. Ook in de exploitatie en in onderhoud wordt continuering van gebruik (door renovatie) en hergebruik van materialen een belangrijke afweging. Dat leidt tot een nieuw perspectief op zorgplicht en kan ertoe leiden dat voorzieningen gaan verschuiven van (vervangende) nieuwbouw naar hergebruik en renovatie van bestaande gebouwen. De uitdaging is om tot een goede afstemming te komen tussen de verschillende duurzaamheidsopgaven, zodat de balans en het totale duurzaamheidsresultaat optimaal blijft. Renovatie Levensduur verlengende renovatie wordt op termijn, zo is de verwachting, een door de gemeente te financieren voorziening. Om een volwaardig alternatief voor nieuwbouw te zijn moet een gebouw na renovatie aardgasvrij zijn, voorzien van een PV-installatie, voldoen aan ambitieniveau Frisse Scholen ambitieklasse B en een levensduurverlenging van tenminste 25 jaar realiseren om een goede en efficiënte oplossing te kunnen zijn.
Renovatie moet perspectief versterken voor een tot duurzame voorraad. Energiebesparingsplicht Onderwijsinstellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas verbruiken, moeten energiebesparende maatregelen nemen. Dit geldt voor ongeveer 20% van de schoolgebouwen.
DMS 23010292
17
Schoolbesturen kunnen kiezen voor investeringen met een terugverdientijd van maximaal 5 jaar volgens de 'Erkende Maatregelenlijsten voor energiebesparing (EML)'. Zij zijn verplicht om hun energiebesparende stappen goed te documenteren. In gevallen van niet-naleving kan de overheid handhavende maatregelen nemen. Gezond binnenklimaat Sinds de Covid-crisis is de aandacht voor een gezond binnenklimaat en ventilatie versterkt. Dit is onderdeel van de verplichtingen van gemeente (in nieuwbouw en renovatie) en onderwijsinstellingen (in onderhoud en instandhouding). Verbetering van bestaande gebouwen vergt een planmatige aanpak om schoolgebouwen stap voor stap aan te passen aan de nieuwe normen. Intentie is dat gemeente en schoolbesturen samen tot een aanpak te komen, die de realisatie van nieuwe schoolgebouwen aanvult met gerichte maatregelen in bestaande gebouwen.
04-3
Ambitie gebaseerd op feiten
De taakverdeling bij tussentijdse verbetering van onderwijsvastgoed is niet eenduidig: schoolbestuur wordt gefinancierd voor instandhouding en niet voor structurele opwaardering van het bestaande vastgoed. Ook de gemeente wordt (nog) niet gefinancierd voor verbetering van maatschappelijk vastgoed. Om tot maatregelen in gebouwen te komen, vraagt actieve samenwerking tussen partijen. Daarbij moeten zakelijke overwegingen voorop staan, zoals bijvoorbeeld de continuïteit c.q. de ontwikkeling van dienstverlening op de verschillende locaties. Samen moeten partijen, ook de huurders van delen van het maatschappelijke vastgoed, investeringen in duurzaamheid zorgvuldig analyseren en beoordelen of ze leiden tot een (voldoende) positief financieel en maatschappelijk rendement. Groenblauwe speelterreinen Heerlen werkt samen met haar maatschappelijke partners aan de verduurzaming van de stad. Daarvoor is een beleidsprogramma ontwikkeld: “Visie Waardevolle Buitenruimte”. In het verlengde van vergroenen van schoolpleinen (Coalitieakkoord Heerlen 2022-2026 ‘Uit liefde voor onze stad’) ontstaan er kansen voor de ontwikkeling van speelterreinen bij scholen tot stadsoases. Toepassing van zachte materialen kan wateropvang verbeteren en hittestress voorkomen. Bomen en struiken verbeteren de aanwezigheid van en de leefomgeving voor insecten en vogels.
En een natuurlijke, open en transparante indeling en gebruik van duurzame materialen versterkt het contact van kinderen en buren met de natuur. Een groenblauw speelplein kan worden gebruikt tijdens het onderwijs maar ook na school, door de buurt.
Om tot goede maatregelen te komen is het van belang dat partijen een oordeel delen over de kwaliteit van de bestaande onderwijshuisvesting op het gebied van duurzaamheid en klimaatneutraliteit. Daarvoor kunnen partijen de prestaties van gebouwen in kaart brengen, bijvoorbeeld door een classificatie van het energielabel, monitoren exploitatielasten of door continue meting en rapportage over CO2waarden in het klaslokaal. Daarmee wordt meetbaar in hoeverre de gebouwen minimaal aan de geldende wettelijke (klimaat-) voorwaarden voldoen. Zo ontstaat ook een gedragen basis voor een op de toekomst georiënteerd verbeterplan, waarin onderhoud en stijgende exploitatielasten in relatie kunnen worden beoordeeld met het comfortabel gebruik en een gezond binnenklimaat. Dit is deels al verplicht voor onderwijsinstellingen waarvoor een energieprestatieplicht geldt. Eindtermijn De beleidsmatige verduurzaming van onderwijsvastgoed wordt afgestemd op de levenscyclus van een gebouw. Daartoe wordt door de gemeente voor elk gebouw de eindtermijn formeel vastgesteld. Deze wordt bepaald door de resterende economische afschrijving van het pand c.q. van de dominante investering (bijv. installaties, dak of eerder gerealiseerde aanbouw) en is ingekaderd door de continuïteitsplannen van het schoolbestuur (en andere partijen) voor de betreffende locatie.
Het vastleggen van een eindtermijn per gebouw biedt houvast om verwachtingen van betrokkenen te managen, van de gebruikers c.q. ouders en personeel. Uitstel van maatregelen kan voor alle betrokkenen acceptabel zijn als het toekomstperspectief helder is.
DMS 23010292
18
05 Strategische thema’s In het IHP Heerlen uit 2017 hebben de schoolbesturen, kindpartners en gemeente als gedeelde visie geformuleerd: ‘In de veranderende samenleving samen verantwoordelijkheid nemen voor onderwijs in de gemeente Heerlen’. Inspiratie: Alle kinderen van 0 tot en met ongeveer 13 jaar maximale ontwikkelingskansen bieden. Gedeeld doel: Het realiseren van samenwerking over de grenzen van de eigen organisatie heen, zodat een sluitend netwerk ontstaat van expertises, activiteiten en voorzieningen voor kinderen en ouders. Passend bij de lokale vraag. Hierbij verbinding leggen met het educatieve samenwerkingsverband, kindfuncties, jeugdhulp en de maatschappelijke omgeving ten behoeve van de versterking en voortzetting van de ontwikkelingslijn. En willen daarom: Een bereikbaar aanbod van sterke voorzieningen voor onderwijs, opvang en zorg, gericht op ontwikkelen, opvangen, zorgen en uitdagen van kinderen. Het streven is dat deze ambities in 2027 zijn gerealiseerd. Bovenstaande ambities zijn in voorliggend IHP op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen herijkt en geactualiseerd. Onderstaande strategische thema’s geven inzicht in de betekenis die onderwijs, kinderopvang en gemeente (hierna ‘partijen’) willen hebben voor jeugdigen, welke activiteiten daarbij horen en welke inspanningen dat vergt.
De partijen bouwen samen aan een effectief ontwikkelnetwerk met als doel een duurzame, optimale en brede groei van ieder kind in Heerlen.
DMS 23010292
19
Thema 1. Doorgaande ontwikkellijnen Voor kinderen is het belangrijk dat zij zich veilig voelen. De benodigde stabiliteit wordt gerealiseerd als betrokken partijen intensief samenwerken en hun aanpak afstemmen op de behoeften van het kind (en het gezin). Partijen nemen samen verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van alle Heerlense kinderen van 0 tot 13 jaar en richten een sluitend netwerk in van professionals in opvang, onderwijs, jeugdhulp, jeugd(gezondheids-)zorg en met betrokkenheid van de maatschappelijke omgeving. Een geïntegreerde aanpak is sterker als die vorm krijgt in een kindcentrum waar professionals ook fysiek bij elkaar zitten en elkaar ontmoeten, knelpunten uitwisselen en samenwerken als vanzelfsprekend ervaren. Bij voorkeur ligt een dergelijk kindcentrum op een – voor ouders en kinderen – herkenbare plek. Partijen hebben de ambitie de bestaande samenwerking te verbreden en te verdiepen. Op locaties krijgt dat gebundelde aanbod vorm door aanwezigheid van minimaal onderwijs en peuteropvang met VVE (kernpartners in de zogenoemde eerste schil). Dit wordt bij voorkeur aangevuld met een aanbod aan dagopvang (0-4 jaar) en buitenschoolse opvang (4-13 jaar), op locatie of in de nabije omgeving, zodat een compleet dagarrangement wordt aangeboden.
De samenwerking in een kindcentrum wordt versterkt als professionele partijen op het gebied van ondersteuning en zorg (tweede schil) aansluiten. Ook zij dragen verantwoordelijkheid voor de gezonde ontwikkeling van een kind en zijn steeds vaker een vanzelfsprekende partner voor hedendaags – op inclusie gericht – onderwijs en opvang. De samenwerking krijgt bij voorkeur een formele structuur binnen het ”knooppuntoverleg met kernpartners.
Thema 2. Kansengelijkheid thuisnabij Als een kindcentrum dicht bij huis is gelegen (op loopafstand), kan dit bijdragen aan een betere verbinding met de maatschappij. Maar ouders kunnen er soms voor kiezen om hun kind naar een andere school te sturen vanwege de specifieke behoeften van het kind of de identiteit van de school. Het is belangrijk dat ouders deze keuzevrijheid hebben en dat scholen proberen aantrekkelijk onderwijs en opvang in de buurt aan te bieden. Ouders kiezen regelmatig voor een school buiten de directe omgeving van het kind. Deze keuze doet geen recht aan de kwaliteit van het thuisnabije kindcentrum: de scholen in Heerlen bieden kwalitatief hoogwaardig onderwijs. Partijen betreuren de ontwikkeling, omdat die afbreuk doet aan de ontwikkelkansen van zowel het kind, het thuisnabije kindcentrum als de maatschappelijke verbinding. In praktische zin zet deze ontwikkeling grote druk op de beschikbare capaciteit van ontvangende scholen, waardoor aanmelding van kinderen uit de eigen buurt onder druk komt te staan. De scholen in het primair onderwijs kiezen vooralsnog voor positieve stimulering van thuisnabij onderwijs door te voorzien in een aantrekkelijk aanbod van onderwijs en opvang (dag arrangementen), van kwalitatief goed niveau en eventueel verrijkt met (buitenschools) aanbod en aanvullende (op service gerichte) diensten.
Ondertussen oriënteren gemeente en schoolbesturen zich op mogelijkheden in de regelgeving ter versterking van een op thuisnabij gericht spreidings- en aannamebeleid. Partijen maken waar nodig (aanvullende) afspraken.
DMS 23010292
20
Thema 3. Maatwerk dicht bij de school Vaak is het een toegevoegde waarde als partijen in de wijk een derde schil rondom het kind vormen. Het slim benutten van aanwezige faciliteiten (in de omgeving) verdient aandacht. Partijen hebben vanuit de behoeften van het kind oog voor de kansen in de wijk en de maatschappelijke omgeving. Scholen betrekken waar mogelijk ouders, buurtbewoners, lokale verenigingen en ondernemers bij hun activiteiten waardoor leefwerelden worden verbonden en talentontwikkeling wordt gestimuleerd. Binnen deze aanpak is er aandacht voor signalering door en samenwerking met jeugdzorg (JenS) in een wijkgerichte aanpak. En ook leerlingen, die de eigen omgeving hebben verlaten naar het voortgezet onderwijs krijgen ruimte door locaties in maatwerk aan te vullen met begeleiding van 13+ jarigen via huiswerkbegeleiding, jongerenwerk, jeugdhulp en buitenschoolse activiteiten. De gemeente Heerlen en schoolbesturen verkennen de mogelijkheden om via zogenaamde zusterscholen samen te weken. Daarbij worden scholen binnen eenzelfde of aangrenzend postcodegebied gekoppeld ten behoeve van versterkende samenwerking en uitwisseling. Door het afstemmen van het aanbod, het organiseren van gezamenlijke activiteiten en het delen van faciliteiten ontmoeten leerlingen van verschillende scholen en achtergronden elkaar.
Thema 4. Iedereen doet mee Heerlense onderwijsvoorzieningen zijn open en toegankelijk . Ze zijn erop ingericht om iedereen in de intensieve samenwerking tussen maatschappelijke partners kansen krijgt voor een goede start in de maatschappij. Faciliteiten en activiteiten dragen bij aan begrip, verdraagzaamheid en het leren (kennen) van elkaar. Inclusief onderwijs maakt het voor elk kind mogelijk deel te nemen aan het onderwijs, ongeacht herkomst, mogelijkheden en (fysieke) beperkingen. Dit is belangrijk voor kinderen met speciale behoeften in ondersteuning en zorg. Daarbij is het belangrijk dat gebouwen geschikt en toegankelijk zijn voor iedereen, ook voor mensen met een handicap. Bij voorkeur geven partijen binnen een reguliere setting invulling aan thuisnabij passend onderwijs en opvang. Scholen kiezen in schoolarrangementen hun ondersteuningsprofiel en maken daarin keuzes voor het passende instrumentarium (wijkgeoriënteerd en met maatwerk). Zij versterken hun expertiseniveau door inhoudelijke afstemming met professionals in ondersteuning en (jeugd-) zorg. Ook werken ze actief samen met het (voortgezet) gespecialiseerd onderwijs. Een goede verbinding tussen opvang primair, speciaal en voortgezet onderwijs draagt bij om inclusie te bevorderen. Ondersteuning wordt dicht bij het kind en bij voorkeur ‘zo normaal mogelijk’ georganiseerd.
Kinderen krijgen gelijke kansen, bijvoorbeeld door (waar dit toegevoegde waarde heeft) het inrichten van startklassen waarin onderwijs en jeugdhulp (JenS) nauw samenwerken bij aanvang van de schoolse periode op 4-jarige leeftijd. Partijen nemen het initiatief startklassen of andere combinatievormen van onderwijs-zorg (schoolarrangementen) door te ontwikkelen, eventueel op andere locaties. Steeds is er oog voor andere mogelijkheden om gelijke kansen te bevorderen. Partijen hebben oog voor de wenselijkheid om op plekken medische kinderdagverblijven aan locaties toe te voegen. Verwijzing naar speciaal onderwijs (ook voor doven of anderstalige kinderen van de taalschool) is aan de orde wanneer het aanbod van het kindcentrum niet aansluit bij de zorgbehoefte van het kind. Het uitgangspunt is dat verwijzing naar gespecialiseerd aanbod bij voorkeur tijdelijk is en gericht op terugkeer naar de reguliere thuisnabije setting, in de eigen maatschappelijke omgeving.
DMS 23010292
21
Thema 5. Passend onderwijs in een netwerk van specialisten In het gezamenlijk hoogwaardig netwerk van onderwijs, opvang en zorg versterken goed gespreide specialistische onderwijsvoorzieningen het thuisnabije aanbod van onderwijs. Deze voorzieningen hebben vaak een bovenlokale taak en anticiperen op specifieke regionale onderwijsvragen. Deze scholen voorzien in een breed pakket aan behoeften en delen tegelijkertijd een specifieke visie op onderwijs, gericht op snelle (her-)inpassing van leerlingen in hun thuisnabije setting. In de gemeente Heerlen geven schoolbesturen samen inhoud en ruimte aan een Taalschool, gericht op nieuwkomers die de Nederlandse taal onvoldoende eigen zijn. Zij krijgen in een doelgerichte setting hoogwaardig taalonderwijs, zodat zij kunnen doorstromen naar reguliere scholen. Ook het speciaal (basis) onderwijs en (op dove, slechthorende en TOS- kinderen gerichte) Mgr. Hanssenschool focussen op snelle en hoogwaardige interventie en begeleide herplaatsing op een thuisnabije school. Deze specifieke werkwijze stelt eisen aan de inhoud van onderwijs en zorg, de bereikbaarheid van een locatie en een flexibele gebouwschil.
Thema 6. Aangevuld met (boven)regionale onderwijsconcepten Mensen uit de directe stadsregio (Kerkrade, Heerlen en Landgraaf) en vaak zelfs van verder weg komen naar Heerlen voor bovenregionale onderwijsconcepten, zoals Islamitisch onderwijs en Vrijeschool onderwijs. Doordat Heerlen de centrale gemeente is in de regio Parkstad zijn deze onderwijsvormen hier aanwezig. Deze bovenregionale onderwijsconcepten zijn een aanvulling op de thuisnabije scholen. Islamitisch onderwijs IBS El Wahda en ook vrijeschool onderwijs Heliantus vormen een integraal onderdeel van het netwerk en dragen bij aan de keuzevrijheid van de kinderen uit de (Parkstad-)regio.
Thema 7. Stabiliteit met betrekking tot trends De maatschappij en de visie op onderwijs aan en de ontwikkeling van het kind verandert voortdurend en steeds sneller. Daartoe ontstaat nieuwe initiatieven om de school te versterken door een verrijkt programma met aandacht voor voeding en bewegen (gezonde basisschool voor de toekomst) en opvang (kinderopvang als voorziening). Doel is door contextrijk leren de kansengelijkheid voor kinderen te bevorderen. Aan het (primair) onderwijs wordt de vraag gesteld om daar op in te spelen voor zover dat verenigbaar is met de pedagogische De Heerlense Familieschool beginselen en onder de voorwaarde dat de maatschappelijke instellingen op het gebied van cultuur, sport, veiligheid van kinderen is gewaarborgd. armoedebestrijding en zorg. De familieschool is een plek waar kind en gezin Schoolgebouwen worden geacht– ook buiten op een laagdrempelige manier (praktisch) wordt geholpen en ondersteund daar waar nodig is. Ouders kunnen met allerlei vragen terecht op de school schooltijden – opengesteld te worden voor en worden zoveel mogelijk betrokken bij wat er speelt op school. Vanuit buurtactiviteiten. In Heerlen zijn onder partnerschap tussen ouder en school wordt samen gekeken welke gemeentelijke regie Brede Maatschappelijke ondersteuning en begeleiding nodig is voor het kind.
Uiteindelijk is het de bedoeling dat kinderen en ouders de weg hebben gevonden en gebruik Voorzieningen (BMV) gerealiseerd waar kunnen maken van voorzieningen in de buurt. De familiescholen zullen onderwijs en opvang worden gecombineerd derhalve gebouwelijk op deze voorziening worden ingericht zodat dit met buurtfuncties. Voor gespecialiseerd concept zowel inhoudelijk als ruimtelijk kan worden gefaciliteerd. In de onderwijs of scholen met een regiofunctie is uitvoering wordt, daar waar van toepassing, rekening gehouden met dit concept. de verbinding met de wijk weliswaar minder relevant maar ook zij kunnen verbinding met de wijk zoeken voor integratie en maatschappelijk draagvlak door buurtbewoners, verenigingen en ondernemers te betrekken. De partners in Heerlen werken vanuit maatschappelijk belang actief mee aan deze verbreding van de opgave. Belangrijke randvoorwaarde is dat (waar mogelijk op voorhand) voldoende flexibiliteit in een gebouw is (met aandacht voor keuken, sportvoorzieningen en ruimte voor ontmoeting). Zo kan worden voorkomen dat bij veranderende trends tussentijds gebouwdelen moeten worden aangepast.
DMS 23010292
22
Thema 8. Toekomstvast Duurzaamheid staat in toenemende mate onder de aandacht en wordt steeds meer onderdeel van wet- en regelgeving. Partijen willen een actieve bijdrage leveren aan bewustwording van de huidige generatie. Ze besteden in hun (les-) programma’s en pedagogische aanpak aandacht aan duurzaam gedrag, zoals afval scheiden en het tegengaan van verspilling. Dat stelt voorwaarden aan de gebouwen en ook de inpassing in het gebied is een belangrijke factor. Gemeente Heerlen, schoolbesturen werken samen aan verbetering van de fysieke omgeving rondom de kindcentra om deze een rol te geven in het educatieve programma. Ze nemen maatregelen die (schoolgaand) vervoer per fiets of te voet bevorderen en autogebruik ontmoedigen om de veiligheid en de leefbaarheid te verbeteren. Ze passen maatregelen toe in de openheid en toegankelijkheid en in de vergroening van speelterreinen en proberen daarmee een steentje bij te dragen om wateroverlast te beperken en klimaatadaptie te bevorderen.
DMS 23010292
23
06 Ordeningsprincipes Een Integraal Huisvestingsplan (IHP) brengt huisvestingsopgaven in beeld en beziet die in een breder perspectief dan de gemeentelijke verordening. Een IHP maakt het mogelijk gemeentelijke zorgplicht niet enkel te baseren op incidentele gebeurtenissen of verplichtingen. Alle betrokken partijen maken investeringsafspraken voor de langere termijn, zodat uitgaven beter te voorzien en efficiënter te realiseren zijn. Een IHP geeft daarmee een meer toekomstvaste dimensie aan zorgplicht en creëert zekerheid en continuïteit. Afspraken in het Integraal Huisvestingsplan voor primair onderwijs in de gemeente Heerlen hebben hun oorsprong in de lokale samenwerking. Deze zijn gebaseerd op de strategische thema’s (hoofdstuk 5) en maken gerichte keuzes binnen de wettelijke kaders (hoofdstuk 3) met een helder beeld van de duurzaamheidsperspectieven (hoofdstuk 4). Om de brug naar de praktijk te slaan zijn in dit hoofdstuk vier ordeningsprincipes beschreven die als meetlat dienen voor de huisvestingsambities op de korte en langere termijn. Nb.: Om tot adviezen te komen worden de ordeningsprincipes op de bestaande voorzieningen toegepast.
Daarbij kiezen we voor (a) een wijkgerichte aanpak (beoordeling op wijkniveau van meerdere elkaar aanvullende locaties) voor de thuisnabije voorzieningen en (b) een specifieke aanpak van de bovenwijkse voorzieningen (voor deze laatste geldt ordeningsprincipe 2b).
Principe 1. Samenwerking in (integrale) kindcentra Partijen bieden vanuit het samenwerkingsconcept ‘kindcentrum’ een bestendig en zo compleet mogelijk aanbod voor kinderen van 0 tot 13 jaar (via dagarrangementen). Keuzes kunnen per kindcentrum verschillen: zo kunnen onderwijsconcepten leiden tot specifieke ruimtevraag. En het aanbod wordt ook in samenspraak tussen de partijen – vanuit een lokale, gezamenlijke missie en visie – gebundeld tot een passend geïntegreerd dienstenpakket. Of het aanbod is afgestemd op de behoeften die voortkomen vanuit de maatschappelijke omgeving en bevat minimaal – waar wenselijk en (financieel) haalbaar – onderwijs, peuteropvang, kinderdagopvang en buitenschoolse opvang. De partijen hebben de ambitie samen te (gaan) werken op één gedeelde locatie. De inhoudelijke samenwerking met betrekking tot het afstemmen van programma’s en tijden, het (op een natuurlijke weg) uitwisselen van informatie, het faciliteren van ontmoetingen en het laagdrempelig beschikbaar maken van expertise wordt versterkt door het ruimtelijk verbinden van functies en professionals. Bovendien versterkt bundeling van huisvesting de continuïteit en gezonde (financiële) exploitatie van de accommodaties, omdat het delen van ruimte(n) efficiëntie en flexibiliteit bevorderd. De onderwijshuisvesting is naar behoefte voorzien en in vierkante meters (bvo) vastgesteld.