P04019_Schinkelkwadrant Noord_Toelichting_20240905__151004__
Tekst van het document
21
kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Nationaal Natuurnetwerk; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones volgend uit het Barro dan wel de ministeriële uitwerking hiervan in het Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening). Het bestemmingsplan is dan ook in lijn met het gestelde in het Barro/Rarro.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1 Structuurvisie Parkstad Limburg De regio Parkstad Limburg heeft een eigen intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' (2009). De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfsrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad Centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft. De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling.
Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema's:
Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren.
Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht Hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte.
Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de veranderende wensen van
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
22
bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour.
Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid De ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding.
Uitsnede ontwikkelingskaart Structuurvisie Parkstad Limburg met globale ligging plangebied (groene pijl)
Conclusie Op basis van de structuurvisie moet het centrum van Heerlen een hoogwaardige stedelijk uitstraling krijgen. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen krijgen bij voorkeur een plaats in dit gebied en dragen bij aan een compacte stad. De ontwikkeling is in lijn met de structuurvisie. Er worden nieuwe woningen toegevoegd van een hoogwaardige woonkwaliteit die inspeelt op de veranderende wensen en woonbehoeften.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
23
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1 Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de toekomstige ruimtelijke opgaven. De structuurvisie is opgesteld op basis van een belangrijk kantelpunt in de historie van de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema’s centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad.
Vitale stad In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen.
Centrale stad In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor.
Innovatieve stad In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een energieneutrale stad te zijn. Daarnaast heeft Heerlen ook de ambitie om in 2050 een circulaire stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering.
Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
24
een verrassende stad, waarin het “Verhaal van Heerlen” tot uitdrukking komt.
Uitsnede Structuurvisie Heerlen 2023 met globale ligging plangebied (rood omcirkeld)
Vrijwel het gehele plangebied is aangeduid als 'centrumstedelijk woonmilieu'. Centrumstedelijk wonen betreft wonen in Heerlen Centrum waarbij 'wonen' niet de hoofdfunctie is maar deel uitmaakt van een gemêleerde mix aan functies, die samen het karakter van Heerlen Centrum bepalen. Het betreft overwegend gestapeld wonen in hoge dichtheden met een mix tussen koop en huur. Kansen op versterking zijn er voor wonen boven winkels en wonen in aanloopstraten. Heerlen Centrum is tevens geschikt voor nieuwe hoogbouwlocaties. Alhoewel hiermee voor wat betreft nieuwe toevoegingen, gelet op reeds aanwezige aanbod in het centrum, enigszins terughoudend dient te worden omgegaan. De ligging van een locatie in combinatie met de omliggende bebouwing is eveneens van belang voor het bepalen van de gewenste ontwikkelrichting van een plek. Kansrijke doelgroepen zijn met name jongeren en studenten alsmede senioren met een hoog inkomen.
Conclusie Het plan geeft op verschillende punten invulling aan de Structuurvisie Heerlen 2035. Er worden nieuwe, kwalitatief betere, woningen gerealiseerd. Door de ligging van het plangebied wordt het stedelijk woonmilieu versterkt. Met het plan wordt invulling gegeven aan de transitie opgave door gebruik te maken van vrijkomende ruimte na de sloop van aanwezige leegstand. Uit paragraaf 2.2.2 blijkt verder dat het voornemen voldoet aan de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Aanwezige cultuurhistorische waarden worden behouden en door een afwisseling te creëren tussen wonen en groen ontstaat een afwisselend gebied. Verder wordt aangesloten bij thema 'Innoviatieve stad'. Er is sprake van sloop waarbij deels
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
25
sprake is van vervangende nieuwbouw en deels ruimte wordt geboden aan een groene binnenplaats die mogelijk in de toekomst openbaar gebied wordt.
2.4.2 Parkeerbeleid Het parkeerbeleid van de gemeente Heerlen is geregeld in de 'Parkeernota Visie- en Ambitiedocument' zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 20 april 2016. Voor wat betreft parkeernormen is de op 20-12-2023 door de gemeenteraad vastgestelde 'Nota Mobiliteitsnormen Heerlen 2023` van toepassing.
In de 'Parkeernota Visie- en Ambitiedocument' wordt gesteld dat het nieuwe parkeerbeleid op hoofdlijnen dient te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Aan de hand van de huidige situatie en een aantal toekomstige ontwikkelingen is een beeld geschetst van de verwachtingen ten aanzien van het parkeren in Heerlen de komende jaren. Hierbij is onder andere aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, technologie en maatschappij. De drie ambities 'toegankelijk', 'leefbaar' en 'praktisch passend' vormen de rode draad bij de verdere invulling van de beleidsuitgangspunten en uit te werken acties c.q. maatregelen.
Enkele in het oog springende beleidskeuzes zijn, per deelgebied: betaald parkeergebied: parkeerders parkeren in het gebied waar ze hun bestemming hebben en er wordt gezorgd voor een leefbaar woongebied met een goede verhouding tussen groen, auto's en beton; vergunningengebied: bewoners kunnen ongelimiteerd parkeren aan de hand van hun vergunning en er zal een eenduidig digitaal vergunningensysteem worden ingevoerd; blauwe zone: de huidige blauwe zones worden op termijn vervangen door een eenduidig digitaal systeem. Daarnaast worden de acht actuele thema's die niet direct gerelateerd zijn aan één van de drie gebieden, kort uitgewerkt. Per doelgroep worden beleidspunten weergegeven, wederom per geografisch deelgebied. Enkele in het oog springende punten zijn: beschikbare restcapaciteit in het deelgebied zelf of in een aangrenzend deelgebied wordt zo optimaal mogelijk ingezet voor meerdere doelgroepen; per doelgroep en per deelgebied wordt nagegaan tegen welke tarieven deze kunnen parkeren. De parkeerbalans is in deze gevallen leidend en bepaalt de mogelijkheden om een tekort aan capaciteit in te vullen tegen een passend tarief. De Parkeernota geldt als "rode draad" voor het totale parkeerbeleid en geeft richtlijnen voor de verder uit te werken maatregelen en deelnota's.
De juridische en beleidsmatige verankering is vastgelegd in dit visiedocument, dat ondergeschikt is aan de Mobiliteitsvisie Heerlen. De Mobiliteitsvisie Heerlen fungeert dan ook als kapstok voor de diverse thematische nota's, zoals de Parkeernota. Ten behoeve van het economisch goed functioneren van een winkelgebied dan wel binnenstad alsook het faciliteren van verschillende doelgroepen, zowel in garages als op straat, wordt het parkeren in Heerlen gereguleerd. In Heerlen kunnen er immers verschillende parkeerreguleringsgebieden teruggevonden worden: •
betaald parkeergebieden;
•
vergunninggebieden;
•
parkeerschijfzones;
•
vrije parkeergebieden
Conclusie In paragraaf 5.6 wordt nader ingegaan op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan parkeren binnen het plangebied.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
26
2.4.3 Fietsplan Heerlen 2022 Met het vaststellen van de mobiliteitsvisie Heerlen in Beweging is er – met het oog op het vormgeven van een gezonde en groene stad – gekozen voor een integrale fietsaanpak door het gebruik van gezonde en duurzame mobiliteit te stimuleren en door in te zetten op een fysieke omgeving waarin fietsen verantwoord kan gebeuren. Als uitwerking van de mobiliteitsvisie worden in dit fietsplan alle benoemde thema's (fietsnetwerk, verkeersveiligheid, etc) meegenomen en vertaald in een pragmatisch plan om de positie van de fiets te versterken en, in aansluiting op de doelen, het fietsgebruik in Heerlen te laten toenemen. Het 'Fietsplan Heerlen 2022' dient als kapstok voor toekomstige keuzes die de gemeente Heerlen maakt op het gebied van fietsen opdat de Heerlense doelstelling omtrent de toename van verplaatsingen tot 7,5 kilometer op de fiets (van 14% naar 20% ten opzichte van de periode 2015-2017)gerealiseerd wordt. De visie zet daarbij op de komende vier programmalijnen: 'fiets en OV hand in hand', 'fietsinfrastructuur naar een hoger niveau', 'fietsvoorzieningen beter faciliteren' en 'Samen fietsen'.
Conclusie In paragraaf 5.6 wordt nader ingegaan op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan fietsparkeren binnen het plangebied.
2.4.4 Gemeentelijk Groenbeleidsplan Het gemeentelijk Groenbeleidsplan is op 14 mei 2013 vastgesteld en vormt sindsdien het gemeentelijk groenbeleid. In dit plan is het vorige groenstructuurplan geïntegreerd. Het Groenbeleidsplan geeft een middellange termijnvisie (2010-2025) op de gewenste ontwikkeling van het (semi-)openbare groen van de gemeente Heerlen. Behalve een visie op de gemeentelijke groenstructuur bevat het Groenbeleidsplan ook een kader voor het groenbeheer en is er tevens een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld. Het Groenbeleidsplan heeft als hoofddoelstelling een integrale, samenhangende en tevens duurzame groenstructuur te realiseren, die recht doet aan de identiteit en eigenheid van Heerlen als onderdeel van Parkstad Limburg en voldoende robuust van karakter is waar het gaat om behoud en verbetering van leefbaarheid en groene kwaliteit. In de visie op de groenstructuur van de gemeente Heerlen is uitgegaan van de volgende integraal samenhangende componenten: Het landschappelijke kader van Heerlen; De hoofdgroenstructuur van Heerlen; Steenbergen als symbool voor een grenzeloze regio; Schakels tussen Heerlen en het omliggende Euregionale landschap; De hoofdinfrastructuur als uithangbord voor 'park' en 'stad'; De historische structuur als (groene) parels in het stedelijke weefsel; Stadsombouw Heerlen: robuust groen met nieuwe functies.
De hoofdgroenstructuur van Heerlen kadert de ligging van de verschillende stadsdelen in. Om een goede aansluiting te vormen op de gemeentelijke hoofdgroenstructuur is per stadsdeel de gewenste ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur verder uitgewerkt. Vervolgens is nog verder ingezoomd en is de gewenste groenstructuur in de buurten en buurtschappen beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt in verschillende buurttypen. De visies voor de verschillende buurttypen zijn vertaald in een gereedschapskist voor de groenstructuur per buurttype, waarin de karakteristieken en functies van de hoofd- en subgroenstructuur van een buurttype zijn vastgelegd. Onderscheid wordt gemaakt in structuurgroen en snippergroen, waarbij het uitgangspunt geldt dat snippergroen kan worden afgestoten zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de openbare ruimte.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
27
Groenvisie Heerlen met globale ligging plangebied ( blauw omcirkeld)
Conclusie Het plangebied is gelegen in het stadsdeel Heerlen-Stad. Heerlen-Stad vormt het grootste stadsdeel van Heerlen dat naast het eigenlijke centrum (Parkstad Centrum) ook nog de omliggende buurten en bedrijventerreinen omvat, inclusief Welten en Molenberg. Dit stadsdeel heeft een duidelijke relatie met zowel het Geleenbeekdal als het Caumerbeekdal die als noord-zuid verbindingen in het stadsdeel liggen. Heerlen-centrum ligt in de huidige situatie op diverse plekken afgekeerd van de beekdalen door de aanwezigheid van de N281. Buiten de hoofdgroenstructuur van Heerlen wordt de groenstructuur in het centrum gedomineerd door de groenstructuur van de wegen. Daarnaast zijn lokaal in de woonbuurten enkele grotere parken aanwezig. De doelstelling voor de ontwikkeling van de groenstructuur van Heerlen-Stad is te komen tot een harmonieus samengaan van 'park' en 'stad' door het ontwikkelen van een duurzame relatie tussen het centrum van de Parkstad en de beide stadsparken in het Geleenbeekdal en het Caumerbeekdal. Daarnaast wordt de groenstructuur in het centrum versterkt door een passende en duurzame groenstructuur te integreren in de openbare ruimte van de pleinen en straten waarbij de centrumvisie het uitgangspunt vormt.
Het centrum ligt ingeklemd tussen het Caumerbeekdal en het Geleenbeekdal. Beide dalen hebben de functie van stadspark en worden op een representatieve manier verbonden met het winkelhart, zodat wandelaars en fietsers worden verleid om naast een bezoek aan het centrum ook een bezoek aan het stadspark te brengen. Daartoe dienen de Klompstraat, Gasthuisstraat en Valkenburgerweg te worden ingericht met een bij het centrum passende inrichting van de openbare ruimte. De openbare groenstructuur voegt zich daarbij naar de aan- of afwezigheid van een particuliere groenstructuur. De openbare ruimte in het centrum wordt op integrale wijze ontwikkeld, waarbij de pleinen worden voorzien van een representatieve en duurzame groenstructuur. Daarmee dient een herkenbare en representatieve verbinding te ontstaan tussen 't Loon, het Glaspaleis en het Coriocenter.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
28
Verspreid over het centrum worden verrassende groen-, spel- en waterelementen aangebracht die de aanleiding geven tot verpozen en daarmee bijdragen aan de identiteit en aantrekkingskracht van het centrum van Parkstad. Vanuit het groen moet daarbij in het winkelcentrum met name worden gedacht aan bloeiend gevelgroen, solitaire bomen die de potentie hebben om monumentaal te worden en kleine pleintjes die voor een intieme sfeer zorgen. Het gehele plangebied is gekoppeld aan het kwaliteitsniveau A+. Dit is het hoogste kwaliteitsniveau in termen van beheer en onderhoud om tot een duurzame en attractieve groenstructuur te geraken. Binnen de A+-gebieden is het beheer en onderhoud intensief om een constant beeld in stand te houden. Het ruimtelijk beeld dient een hoogwaardige uitstraling te bezitten en dient geschikt te zijn voor zeer intensief menselijk medegebruik en functies. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van gecultiveerde beplantingen waarbij onderhoudsintensieve beplanting is toegestaan. Voor verhardingsmaterialen wordt gebruik gemaakt van hoogwaardige inrichtingselementen en de overige inrichtingselementen worden hoogwaardig en esthetisch vormgegeven.
Heerlen-Centrum In het Groenbeleidsplan wordt aangegeven dat het stadsdeel Heerlen-Centrum een zeer divers karakter heeft met enerzijds het centrum en de uitwaaierende lintbebouwing en anderzijds de verspreid gelegen mijnkoloniën en grootschalige woonbuurten die naadloos in elkaar overgaan. Het stadsdeel heeft een duidelijke relatie met zowel het Caumerbeekdal als het Geleenbeekdal. Ondanks dat heeft het centrum zelf een vrij stenig karakter. Verspreid over het stadsdeel liggen verschillende groengebieden en historische objecten die bepalend zijn voor de identiteit en herkenbaarheid van het stadsdeel.
In de centrumvisie heeft de gemeente doelstellingen neergelegd voor de opwaardering van de openbare ruimte in het centrum in samenhang met de ontwikkeling van een representatieve groenstructuur. De doelstelling is tevens om de verbindingen vanuit het centrum met het Caumerbeekdal en het Geleenbeekdal te verbeteren. Daarnaast wordt gewerkt aan herstructurering van de buurten, zoals Meezenbroek, Schaesbergerveld en Palemig.
Voor de ontwikkeling van de groenstructuur is de doelstelling om een representatieve groenstructuur te realiseren in het centrum en de uitloopgebieden en te komen tot een duurzame relatie met de stadsparken Caumerbeekdal en Geleenbeekdal door de toegankelijkheid te vergroten en de verweving van de hoofdgroenstructuur met de groenstructuur van Heerlen-Centrum te versterken.
Ook wordt voorgesteld om verrassende groen-, water- en spelelementen op markante plekken in het centrum te realiseren. Met het opwaarderen van de inrichting van de openbare ruimte kan een bijdrage worden geleverd aan de kwalitatieve beeldvorming van Heerlen als het centrum van Parkstad. Conclusie Het plangebied Schinkelkwadrant-Noord voorziet in groenvoorzieningen bestaande uit een groen binnenterrein met bomen. Het gebied krijgt een hoogwaardige uitstraling en is geschikt voor intensief menselijk medegebruik. Het plan sluit daarmee aan bij het groenbeleidsplan van de gemeente Heerlen. Voor een verdere beschrijfing wordt verwezen naar Hoofdstuk 4.
2.4.5 Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017 Duurzaamheid betreft een integrale afweging van belangen voor de korte en de lange termijn, voor alle relevante stakeholders in het gebied. In de duurzaamheidsvisie van Heerlen 2017 kiest de gemeente voor drie pijlers binnen duurzaamheid: Energietransitie, Gezonde Stad (leefomgeving) en Circulaire Economie. Deze pijlers bevatten de belangrijkste gemeenschappelijke doelstellingen van zowel de gemeente als de bedrijven en instellingen in de stad: We werken aan beperking van klimaatverandering d.m.v. energiebesparing en inzet
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
29
hernieuwbare energie. We bewaken en verbeteren de kwaliteit van leefomgeving t.b.v. een gezonde en aantrekkelijke stad om in te wonen, werken en leven We stimuleren de ontwikkeling van duurzame producten en processen waar dit een bijdrage levert aan een betere leefomgeving of aan energietransitie. Er zijn geen normen vastgelegd voor het begrip duurzaamheid. Op enkele thema's binnen duurzaamheid, zoals leefomgeving, water en groen, is sectorale wet- en regelgeving van toepassing. De toetsing aan deze kaders komt elders in de onderbouwing aan de orde. Voor energietransitie is een regionaal beleidskader geformuleerd (zie hieronder), voor klimaatadaptatie en circulaire economie is het in ontwikkeling. Waar mogelijk en nodig sluiten we aan bij de landelijke akkoorden klimaatakkoord, deltaplan ruimtelijke adaptatie en 'Rijksprogramma Nederland Circulair in 2025'. Op termijn zullen hieruit beleidsregels volgen die zullen landen in het omgevingsplan.
Energietransitie Het Parkstad Limburg Energietransitie ambitiedocument (PALET) geeft een vooruitblik op de kansen en mogelijkheden voor een energieneutrale regio in 2040. Vanuit ruimtelijk oogpunt worden er gebieden benoemd die potentieel geschikt zouden kunnen zijn voor de opwekking van zonne- en windenergie en gebruik van bodemenergie. In 2015-2016 is de lange termijn doelstelling besloten om in 2040 als regio energieneutraal te willen zijn. In het uitvoeringsprogramma wordt geïnvesteerd in zowel het isoleren van bestaande woningen als de opwek van duurzame energie. In 2018 is landelijk besloten dat Nederland in 2050 aardgasvrij moet zijn en dat nieuwbouw aardgasvrij dient te worden gerealiseerd. In de transitievisie warmte van de gemeente Heerlen worden warmtenetten als interessant alternatief voor centrumgebieden genoemd. Mijnwater is hiervan een goed voorbeeld, zeker voor nieuwbouw binnen gebiedontwikkelingen. In 2021 is de Regionale Energie Strategie Zuid-Limburg opgeleverd. Hierin is een bod gedaan voor de opwek van duurzame energie in Zuid-Limburg. Gezien de problematiek rondom netcongestie is grootschalige opwek een lastige uitdaging. De oplossing moet de komende jaren gezocht worden in meer kleinschalige opwek middels zonnepanelen, zoveel mogelijk voor eigen gebruik.
Daarnaast dient opslag en slimme uitwisseling van energie binnen nieuwbouwprojecten telkens onderzocht te worden. Gezien de beperkte mogelijkheden voor grootschalige opwek dienen beschikbare daken zo optimaal mogelijk benut te worden. Energiecooperaties en het lokaal duurzaam energiebedrijf (in ontwikkeling) kunnen hier mogelijk een belangrijke rol in spelen.
Circulaire economie In 2050 wil Nederland een economie zijn zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen (Rijksprogramma 'Nederland Circulair in 2050', min. IenW 2016). In 2030 wordt Nederland geacht 50% circulair te zijn. Grondstoffen dienen dan efficiënt te worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu. Voor zover er nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden deze op duurzame wijze gewonnen en wordt verdere aantasting van de sociale en fysieke leefomgeving en de gezondheid voorkomen. Producten en materialen worden zo ontworpen dat ze kunnen worden hergebruikt met zo min mogelijk waardeverlies en zonder schadelijke emissies naar het milieu.
Dit te realiseren is een omvangrijke opgave, het omvat een inzet van alle ketenpartners en initiatiefnemers. Elke bijdrage is waardevol in de ontwikkeling om deze doelstelling te realiseren. De ontwikkeling van Schinkel-Noord biedt kansen om minder materiaalgebruik, minder milieubelasting en minder waardeverlies te realiseren. Circulair bouwen is met name een aandachtspunt voor de uitvoeringsfase. Dit betekent optimaal circulair gebruik van materialen nastreven en zo veel mogelijk hergebruik van de aanwezige grondstoffen. De kwaliteit van het aanwezige materiaal is richtinggevend.
Conclusie De optimalisatie van het energieverbruik maakt onderdeel uit van het realiseren van de
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
30
woningen c.q. de appartementen. Verder wordt onderzocht op welke wijze het beste in warmte voorzien kan worden. In het gasloze tijdperk bieden zich meerdere mogelijkheden aan, waaronder het Mijnwater concept. Binnen het plangebied worden de daken zo optimaal en slim mogelijk benut voor de opwek van duurzame energie, vergroening en waterberging. Verandering van gedrag zijn uiteraard wel mogelijk, maar kunnen niet worden geregeld in een bestemmingsplan. De woningen zullen energiezuiniger worden, hetgeen duurzaam is. Voor een verdere beschrijving van de maatregelen wordt verwezen naar Hoofdstuk 4.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
31
Hoofdstuk 3
Gebiedsbeschrijving
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de bestaande situatie in het plangebied, goed in beeld worden gebracht. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het plangebied Schinkelkwadrant-Noord en zijn directe omgeving.
3.1
Ruimtelijke en functionele structuur
De locatie Schinkelkwadrant-Noord is gelegen in het centrum van Heerlen en wordt omsloten door de Geerstraat, de Honigmannstraat en de Schinkelstraat. Op basis van de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (hierna: SVREZL) maakt een deel van de Honigmannstraat deel uit van het concentratiegebied van het centrum van Heerlen voor winkels. Het plangebied kent geen noemenswaardige groenstructuur.
Luchtfoto met globale ligging plangebied (rode marker)
In het plangebied is sprake van verschillende gebruiksfuncties voor woningen, winkels en kantoren, het binnenterrein wordt gebruikt voor parkeren. Momenteel is er sprake van
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
32
leegstand in het kantoren complex aan de Schinkelstraat, momenteel circa 12.000 m2 kantoor, in het gebied. De bestaande bebouwing staat ruim 10 jaar leeg.
Aanzicht plangebied vanuit de Honigmannstraat (boven) en de Schinkelstraat (onder)
De historische gevels van de panden grenzend aan de Honigmannstraat zijn in 2021 door de ontwikkelaar in samenspraak met de gemeente hersteld. Het plangebied is aan de west- en noordzijde gelegen aan de Geerstraat, die dient als een van de belangrijkste ontsluitingswegen van Heerlen Centrum. De verdere ontsluiting van het plangebied vindt plaats met erftoegangswegen. Parkeervoorzieningen zijn beschikbaar in de vorm van parkeerplaatsen voor langparkeren in parkeergarages in de omgeving van het plangebied, namelijk bij het Corio Center, Theater en het maankwartier, en parkeerplaatsen voor kortparkeren op straat.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
33
Hoofdstuk 4
4.1
Planbeschrijving
Achtergrond programmatisch kader
Het voornemen bestaat tot herontwikkeling van de locatie Schinkelkwadrant-Noord in Heerlen. Dit als onderdeel van het ontwikkelingsprogramma Urban Living zoals opgenomen in het Bidboek Urban Heerlen en als onderdeel van het stedenbouwkundig en landschappelijk contourenplan 'Central Park Heerlen'.
Contourenplan 'Central Park Heerlen' In het kader van de planontwikkeling voor het IBA-sleutelproject Central Park is in onderlinge afstemming tussen IBA Parkstad en de gemeente Heerlen besloten om een innovatief ontwerptraject in de eerste helft van 2017 te laten plaatsvinden onder leiding van de heer Jo Coenen als curator van IBA Parkstad. Volgens het Duitse principe van het Kooperatives Verfahren hebben twee multidisciplinaire ontwerpteams een stedenbouwkundige en landschappelijke visie ontwikkeld voor het gebied Central Park Heerlen, omvattende de deelgebieden Schinkel-Zuid, Schinkel-Noord, het Van Grunsvenplein en het gebied Muzenpark. De kwalitatief beste elementen uit de twee plannen/visies zijn samengevoegd in het 'Contourenplan Central Park'. Dit contourenplan zet in op meer groen, wonen en de herbestemming van diverse panden. Het contourenplan is te beschouwen als een aanbeveling van de curator van IBA Parkstad aan de gemeente Heerlen en dient als basis voor het concreter uitwerken van een uitvoerbaar stedenbouwkundig plan voor ontwikkelingen binnen dit gebied. Het contourenplan is opgesteld vanuit de doelstelling om het gebied te transformeren tot een aantrekkelijk groengebied, met ruimte om elkaar te ontmoeten en voor activiteiten, in combinatie met woningbouw. Het contourenplan geeft met name richtlijnen voor Schinkel-Zuid.
Schinkel-Noord past met haar bebouwingstructuur in het contourenplan maar is een zelfstandige ontwikkeling en heeft geen direct onderdeel uitgemaakt van het Kooperatives Verfahren. De upgrading van het van Grunsvenplein en de herontwikkeling van Schinkel-Zuid zijn natuurlijk versterkende gebiedsontwikkelingen die een bijdrage leveren samen met Schinkel-Noord aan de transformatie van dit deel van het centrum.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
34
Kaart stedenbouwkundig en landschappelijk contourenplan 'Central Park Heerlen'
Stedenbouw De bestaande bebouwing (oud CCN gebouw) in het middengebied wordt gesloopt. Samen met de woningbouw corporatie (die bezit heeft aan de Geerstraat) en de Gemeente Heerlen is op basis van Bidboek een programma vastgesteld op locatie in het betaalbare segment. In het Bidboek is opgenomen dat de gemeente Heerlen woningbouw toe wil voegen aan de binnenstad. Op basis van het programma is ervoor gekozen om wooncomplexen in de vorm van appartementen te realiseren en grondgebonden woningen. Er zal een woongebouw gerealiseerd worden evenwijdig aan het reeds bestaande appartementencomplex gelegen aan de Geerstraat en anderszijds zal het woongebouw zich voortzetten evenwijdig aan de Schinkelstraat. Daarnaast zal er aan de Honigmannstraat een appartementencomplex gerealiseerd worden om de opening in de straatwand grotendeels te sluiten, met twee woningen per laag vanaf de eerste verdieping. De bouwhoogte is vastgelegd middels de maximale bouwhoogte. Omdat de Geerflat in de toekomst aangepast gaat worden aan de eisen van de tijd is ervoor gekozen om de mogelijkheid te creëren de nieuwbouw aan te laten sluiten bij het bestaande complex. Door de realisatie van de nieuwe woningen verdwijnt de "rotte plek" en ontstaat er een nieuw aanzicht.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
35
Impressie nieuwbouw
Op het binnenterrein worden een aantal grondgebonden woningen gerealiseerd om de achterkanten van de bestaande woningen aan de Honigmannstraat af te schermen, daardoor ontstaat een privé binnenruimte waar ook het parkeren groetendeels verwerkt kan worden. Op het binnenterrein wordt er een hofje gerealiseerd. Hierdoor ontstaat een binnenterrein dat vooral bedoeld is als verblijfsruimte voor de bewoners. Het binnenterrein wordt zo veel mogelijk groen ingericht. Het gemeente neem het binnenterrein van initiatiefnemer over en voegt dit toe aan het openbaar gebied.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
36
Impressies binnenterrein
De Gevels Schinkelstraat worden kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd. De stedelijke allure van de locatie, de aantrekkelijke beleving en de sociale controle wordt met onderhavig plan verhoogd. Verkeer De ontsluiting van de nieuwe functies in het te ontwikkelen gebied vindt plaats vanuit de Honigmannstraat en de Schinkelstraat en maakt gebruik van de reeds aanwezige mogelijkheden
Parkeren Binnen het terrein 22 parkeerplaatsen in het groen worden gerealiseerd. Initiatiefnemers hebben afspraken gemaakt met de gemeente Heerlen over het gebruik van een bestaande privé parkeergelegenheid aansluitend aan het plangebied waar voldoende
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
37
parkeermogelijkheden beschikbaar zijn. Daarnaast zijn in de directe nabijheid 3 openbare parkeergarages met overcapaciteit waar het bezoekersparkeren opgevangen kan worden. Daarnaast wordt een stallingsruimte gerealiseerd voor fietsen.
4.2
De toekomstige functies binnen het plangebied
Binnen het plangebied Schinkelkwadrant-Noord kunnen maximaal 124 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Het beoogde plan ziet op de realisatie van 108 huurappartementen en 16 koop- en/of huurwoningen. De overige bestaande en legale functies worden juridisch planologisch gerespecteerd.
4.3
De bebouwingsmogelijkheden
Voor wat betreft de binnen het plangebied te realiseren nieuwbouw binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' is er - met het oog op de gewenste flexibiliteit - voor gekozen het bouwvlak samen te laten vallen met het bestemmingsvlak. Om te waarborgen dat er naast het wonen voldoende ruimte resteert voor andere beoogde functies (denk aan groen) is het bebouwingspercentage gemaximeerd op 80%.
Door middel van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven welke maximale bouwhoogte binnen het plangebied geldt. Daarbij is voor een groot deel aangesloten op de (bestaande) bouwhoogten die mogelijk zijn op basis van het huidige bestemmingsplan 'City West'. Voor de bestaande bebouwing aan de Geerstraat zijn de bestaande bouwhoogten overgenomen.
Overzicht functies en toegestane bouwhoogtes
Binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' is voorzien in een maximale bouwhoogte van
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
38
respectievelijk 28, 24, 22, 19 en 12 meter. Het noordelijk deel van het bestemmingsvlak Wonen, gelegen tegen de erfgrens met de gronden van De Veste, kent twee specifieke bouwaanduidingen (1 en 2) die functioneel verbonden zijn. Hier gelden in bepaalde, concreet in de planregels aangegeven gevallen, beperkingen ten aanzien van de bouwmogelijkheden (artikel 6.2.3). De situatie binnen de ene specifieke bouwaanduiding, bepaalt de mogelijkheden binnen de andere specifieke bouwaanduiding en andersom: er is sprake van 'communicerende vaten'. De reden om deze specifieke bouwaanduidingen op te nemen is gelegen in het aspect bezonning. Zonder de beperkingen die thans middels de specifieke bouwaanduidingen in het bestemmingsplan zijn verwerkt (het ontwerpplan bevatte deze beperkingen niet) zou er bij een maximale planvulling qua bezonning geen sprake zijn van een aanvaardbare situatie. Met de opgenomen beperkingen is dat wel het geval en wordt nagenoeg – behoudens de appartementen die nu ook niet voldoen - overal en altijd voldaan aan de zogeheten 'Haagse norm'.Verwezen zij naar de bezonningsstudie die als Bijlage 16 bij deze toelichting is gevoegd.
Toelichting artikel 6.2.3 bouwhoogte te realiseren nieuwbouw woningen Deze planregel is opgenomen om ervoor te zorgen dat elke bestemmingsplanconforme invulling van het plangebied leidt tot een situatie, die uit een oogpunt van bezonning voor de omgeving – meer in het bijzonder: voor de ten noorden van het plangebied gesitueerde appartementencomplexen De Veste 1 en De Veste 2 - aanvaardbaar is. Aanvaardbaar, in die zin dat nagenoeg – behoudens de appartementen die nu ook niet voldoen aan – overal voldaan wordt aan de zogeheten 'Haagse norm'. In het noorden van het bestemmings- en bouwvlak 'Wonen' zijn met dat doel twee gebieden aangeduid: 'specifieke bouwaanduiding -1' en 'specifieke bouwaanduiding -2'. Op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -1' zijn in beginsel gebouwen toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 24 meter. Uit een oogpunt van bezonning is deze bouwhoogte aanvaardbaar, mits op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -2' geen gebouwen (niet zijnde bijgebouwen) aanwezig zijn of kunnen worden opgericht. Zijn dergelijke gebouwen daar wél aanwezig of kunnen deze wel worden opgericht middels een aangevraagde of verleende omgevingsvergunning, dan mag ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -1' slechts tot maximaal 12 meter hoog gebouwd worden.
In de vergunningverleningspraktijk betekent deze planregel dat een omgevingsvergunning voor een gebouw dat ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -1' hoger dan 12 meter is, uitsluitend verleend kan worden indien er op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -2' geen gebouw aanwezig is of kan worden opgericht middels een reeds aangevraagde of verleende omgevingsvergunning. Is ter plekke wel een gebouw aanwezig, dan kan alleen tot vergunningverlening worden overgegaan, wanneer aan die vergunning de voorwaarde wordt verbonden dat dat gebouw gesloopt dient te worden. Andersom heeft te gelden dat op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -2' slechts een gebouw (niet zijnde een bijgebouw) aanwezig mag zijn, voor zover er op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding -1' geen gebouw aanwezig is of kan worden opgericht middels een reeds aangevraagde of verleende omgevingsvergunning, hoger dan 12 meter. Er is – met andere woorden – sprake van communicerende vaten.
4.4
Buitenruimte plangebied
De buiten ruimte in het midden van het plangebied krijgt een deels groene invulling als extra kwaliteitsruimte voor de nieuwe woningen. Het vormt het uitloopgebied voor de omliggende woningen en wordt voorzien van zitplekken. De gronden in het binnengebied worden overgenomen door de gemeente Heerlen en zij voegt dit toe aan het openbaar gebied.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
39
4.5
Duurzaamheid
De ontwikkeling van het Schinkelkwadrant-Noord biedt veel kansen voor een duurzame gebiedsontwikkeling. In dit kader kunnen de navolgende elementen worden benoemd: Een vitale en gezonde woonomgeving: een vitale woonomgeving ontstaat niet alleen in de openbare ruimte maar ook in de woningen die hieraan grenzen. Door bijvoorbeeld in het middengebied in te zetten op wonen op straatniveau is er voldoende straatcontact en is er een goede sociale controle en wordt voor ouders de drempel verlaagd om kinderen buiten te laten spelen; Van grijs naar groen: het binnenterrein wordt groen ingericht; Verdichting schept ruimte: door het woonprogramma in een hogere dichtheid te ontwerpen met intieme openbare ruimtes die aansluiten bij de schaal van het wonen, ontstaat ruimte voor een parkachtige ruimte van een grotere omvang; Plek voor cultureel erfgoed: Aansluitend aan het plangebied (hoek schinkestraat/Honigmannstraat) liggen een aantal gemeentelijke monumenten en een Rijksmonument. Deze objecten worden door de ontwikkelaar mede in de herontwikkeling van de locatie schinkel-noord meegenomen vooruitlopend op dit bestemmingsplan. Lokale opwekking energie: de nieuwe gebouwen zullen voldoen aan de nieuwste energienormen en deels hun eigen energie opwekken.
De mogelijkheid voor toepassing zonnepanelen wordt onderzocht en de optie om te onderzoeken of het Mijnwater concept ook economisch toepasbaar is staat nog open, Reduceren hitte-eilanden: door het groen dat wordt toegevoegd, wordt de kans op overmatige opwarming van dit stadsdeel aanzienlijk gereduceerd.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
40
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe deze in het bestemmingsplan zijn ingepast.
5.1
Milieueffectrapportage
5.1.1 M.e.r.-plicht Beoordeling directe m.e.r.-plicht Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van woningbouw mogelijk. Dit kan leiden tot een m.e.r.-plicht. De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit milieueffectrapport (Besluit m.e.r.) het volgende opgenomen: "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen." De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.
Wet natuurbescherming (passende beoordeling en plan-m.e.r.-plicht) Naast het Besluit m.e.r. is de Wet natuurbescherming van belang om te bepalen of een plan-MER noodzakelijk is. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat wanneer significante effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten een plan-MER in procedure dient te worden gebracht. Wanneer aangetoond kan worden dat er geen significante effecten zijn te verwachten is een plan-MER niet noodzakelijk. Uit paragraaf 5.5 Natuurwaarden blijkt dat van significante effecten die kunnen leiden tot een noodzaak tot het uitvoeren van een passende beoordeling of plan-m.e.r.-plicht geen sprake is
Conclusie De omvang van de ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarden die zijn opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Er dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Het bestemmingplan heeft geen significante gevolgen op een Natura 2000-gebied. Er hoeft derhalve geen passende beoordeling te worden uitgevoerd en vanuit de Wet natuurbescherming geldt geen m.e.r.-plicht.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
41
5.1.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op basis van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm), dient degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, dit voornemen schriftelijk mee te delen aan het bevoegd gezag. Bij de mededeling dient in ieder geval de informatie te worden verstrekt zoals omschreven in artikel 7.16 lid 2 tot en met 4 Wm. Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen.
Indien het bevoegd gezag degene is die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b (besluiten waarvoor het bevoegd gezag een beslissing dient te nemen inzake de noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapport), dient zij in een zo vroeg mogelijk stadium en uiterlijk voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbesluit deze beslissing te nemen (artikel 7.19, lid 1 en 2 Wm). De achterliggende gedachte bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, welke als Bijlage 2 is opgenomen. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen milieueffectrapportage benodigd is.
5.2
Akoestiek
De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek moet plaatsvinden naar de geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen. De normen uit de Wet geluidhinder hebben tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient dan ook rekening te worden gehouden met het aspect 'geluid'. In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. Binnen het plangebied zijn de geluidsaspecten industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai relevant.
5.2.1 Wegverkeerlawaai Ingevolge het bepaalde in de Wet geluidhinder heeft in beginsel iedere weg een geluidszone. Een dergelijke zone geldt niet voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangewezen gebied of wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Wel dient hier in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd te worden. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten de ten hoogst toelaatbare waarden voor
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
42
woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen vanwege wegverkeerslawaai in acht worden genomen (artikel 76, eerste lid, Wet geluidhinder).
het
De realisatie van nieuwe wegen/ nieuwe geluidsgevoelige functies (binnen de geluidszone van een weg) wordt mogelijk gemaakt. Daarom is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op de toekomstige woningen als gevolg van de Honingmanstraat, Geerstraat/Parallelweg, Looierstraat, Schinkelstraat en Schakelweg. Het akoestisch onderzoek is opgenomen in Bijlage 3. Het akoestisch onderzoek uit uitgevoerd conform Standaard Rekenmethode II van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.
Gezoneerde wegen Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder ten gevolge van wegverkeer op de Geertstraat/Parallelweg, de Looierstraat en de Schakelweg ter hoogte van het plangebied gerespecteerd.
30 km/uur-wegen De normen uit de Wet geluidhinder zijn op deze wegen niet van toepassing. Ter vergelijk worden de geluidbelastingen wel beoordeeld aan de hand van het toetsingskader uit de Wet geluidhinder (voorkeurswaarde 48 dB en maximale ontheffingswaarde 63 dB). De geluidbelasting van de Honigmannstraat en de Schinkelstraat respecteert de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder niet. De maximale ontheffingswaarde (63 dB) wordt wel ruimschoots gerespecteerd. Geconcludeerd wordt dat daarmee sprake is van een goed woon- en leefklimaat vanwege de 30 km/uur-wegen.
Cumulatie In het kader van de Wet geluidhinder dient vastgesteld te worden of van een relevante blootstelling door meerdere bronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die te onderscheiden bronnen wordt overschreden. In onderhavige situatie wordt de voorkeurswaarde niet overschreden. Derhalve is geen sprake van cumulatie in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de gecumuleerde geluidbelasting (zonder aftrek overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder) berekend vanwege alle relevante omliggende wegen. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste 61 dB en wordt bepaald door de Honigmannstraat. Er zijn geen wettelijke normen voorhanden waaraan de gecumuleerde geluidbelasting getoetst kan worden.
Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Heerlen heeft in het Actieplan EU-richtlijn omgevingslawaai plandrempels geformuleerd om te kunnen bepalen wanneer maatregelen noodzakelijk zijn om geluidsoverlast te verminderen. Bij het opstellen van de plandrempels is aangesloten bij de gebiedsgerichte systematiek van het leefomgevingsraamplan. Hierin wordt gebruik gemaakt van verschillende gebiedstypes en daaraan gerelateerde kwaliteitsprofielen voor de leefomgeving. Het plangebied is gelegen in gebiedstype ‘centrumgebied ‘. Hierbij wordt een geluidbelasting nagestreefd van maximaal 58 dB. De appartementen/woningen hebben een maximale geluidbelasting van 46 dB en respecteert daarmee de plandrempel van 58 dB uit het gemeentelijk geluidbeleid.
5.2.2 Spoorweglawaai Artikel 4.1 Besluit geluidhinder bepaalt voor spoorweglawaai hetzelfde als artikel 76 Wet geluidhinder voor wegverkeerlawaai. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de bouw van nieuwe woningen of andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen binnen de geluidszone van een spoorweg. In zo'n situatie behoeft evenmin een akoestisch onderzoek naar de invloed van spoorweglawaai plaats te vinden.
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
43
5.2.3 Industrielawaai Op grond van de Wgh worden industrieterreinen waarop 'grote lawaaimakers' zijn gevestigd ruimtelijk gescheiden van woningen en andere geluidgevoelige objecten. Daarom moet voorzien zijn in een geluidszone – een gebied rondom het industrieterrein waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan (Art. 40 Wgh). Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een gezoneerd industrieterrein. Er hoeft zodoende in dit kader geen akoestisch onderzoek plaats te vinden. In verband met de realisatie van parkeerplaatsen bij de nieuwbouw is wel een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van het gebruik van de parkeerplaatsen. Centraal hierin staat enerzijds de vraag of, en onder welke voorwaarden, sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat, zowel ter plaatse van de nieuwe als bestaande woningen. Het akoestisch onderzoek industrielawaai is als Bijlage 4 aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hieronder wordt volstaan met een samenvatting. Het LAr,LT bedraagt op twee locaties 52 dB(A). Ter plaatse van de overige bestaande en beoogde woningen bedraagt het LAr,LT niet hoger dan 50 dB(A). Een gevelgeluidwering van minimaal 20 dB zal een aanvaardbaar akoestisch leefklimaat garanderen.
Het maximaal geluidniveau LAmax bedraagt ten hoogste 72 dB(A) ter plaatse van de noordelijke kopse gevel van de nieuwbouw. Ter plaatse van overige gevels bedraagt het LAmax minder dan 70 dB(A). De gevelgeluidwering zal voor de nieuwbouwwoningen minimaal 26-28 dB(A) bedragen, waarmee het binnenniveau in de beoogde woningen ten hoogste 45 dB(A) in de nachtperiode zal bedragen, waarmee voldaan wordt aan de geluidnormering aangaande het binnenniveau in de nachtperiode. Nabij de bestaande woningen wordt alleen ter plaatse van Honigmannstraat 59 een maximaal geluidniveau van meer dan 60 dB(A) in de nachtperiode berekend. Ter plaatse van de overige bestaande woningen bedraagt het maximaal geluidniveau ten hoogste 60 dB(A) in de nachtperiode, waarmee wordt voldaan aan de geluidnormering uit het Activiteitenbesluit en VNG-publicatie. Het maximaal geluidniveau ter plaatse van Honigmannstraat 59 bedraagt ten hoogste 65 dB(A). Deze woning wordt binnen afzienbare tijd gerenoveerd. Op basis van een reguliere opbouw van de gevels van deze woning (steenachtige spouwmuren, kozijnen voorzien van HR++-glas en deugdelijke kier- en naaddichting) zal de gevelgeluidwering minimaal 20 dB bedragen, zodat een binnenniveau (LAmax) van 45 dB(A) is gewaarborgd.
De geluidbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking bedraagt ten hoogste 50 dB(A), waarmee de voorkeurgrenswaarde uit de Circulaire wordt gerespecteerd. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat in de beoogde nieuwbouw alsmede ter plaatse van bestaande woningen, ten gevolge van het aan- en afrijdend verkeer van de nieuwbouw, een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.
5.3
Water
Het klimaat is aan het veranderen en leidt tot meer extremere buien. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moet deze neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen op te vangen is. Om de waterbelangen (hemelwater en grondwater) bij ruimtelijke ontwikkelingen te borgen dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de Watertoetsprocedure doorlopen te worden. In het kader van deze toets moet elk bestemmingsplan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven hoe in het bestemmingsplan wordt omgegaan met water. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatie specifieke kenmerken van het plangebied, is eerst het relevant beleid samengevat en worden vervolgens de
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
44
beleidsregels (eisen) aangehaald waarmee in de watertoets gerekend moet worden.
5.3.1
Europees en Rijksbeleid
Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede toestand te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Heerlen in het stroomgebied van de Maas is gelegen.
Waterwet De Waterwet (december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Specifiek voor wat betreft de omgang met hemelwater is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk gesteld voor de verwerking van het op zijn perceel gevallen hemelwater. Alleen in uitzonderingsgeval-len kan rechtstreeks geloosd worden.
Wet ruimtelijke ordening en watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder.
Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken.
Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De
bestemmingsplan Schinkelkwadrant Noord
45
belangrijkste doelen en taken zijn: het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; verbetering van de waterkwaliteit. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Zo wordt al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water (voor ingewijden: dit zijn de KRW, ROR, KRM en MSP). Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie waterveiligheid zoetwater en waterverdeling waterkwaliteit en natuur scheepvaart en de functies van de rijkswateren. 5.3.2
Regionaal en gemeentelijk beleid
Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal waterprogramma 2016-2021.
Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de Provincie de komende planperiode samen met de partners willen bereiken op het gebied van Water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Het Provinciaal Waterprogramma werkt door in de Provinciale Omgevingsverordening en in omgevingsvisie en plannen van gemeenten en het waterbeheerprogramma van het Waterschap Limburg.