Ongekend onrecht.pdf
Tekst van het document
Publicatie rapport Adviescommissie uitvoering toeslagen en compensatiebesluit CAF 11 De uitspraken van de Raad van State van 23 oktober 2019 leidt ertoe dat de opleverdatum van het rapport van de adviescommissie enkele weken opschuift. De ministerraad spreekt op 1 november over de aanstaande publicatie van het rapport. Al in juli 2019 hebben journalisten van RTL Nieuws en Trouw een omvangrijk Wobverzoek bij het ministerie van Financiën ingediend. De gevraagde stukken zijn echter nog niet verstrekt. Staatssecretaris Snel wil de stukken openbaar maken op het moment dat ook de kabinetsreactie op het rapport van de adviescommissie wordt gepubliceerd. Minister-president Rutte krijgt ambtelijk het advies om de staatssecretaris in dat voornemen te steunen, ook al betekent dit dat de termijn van het Wob-verzoek (ruim) wordt overschreden. De consequentie kan een boete zijn, maar het ambtelijk advies onderschrijft de mening van Financiën dat een boete te prefereren is boven het verstrekken van de Wob voordat het rapport van de adviescommissie is gepubliceerd. Staatssecretaris Snel heeft het uitstel “reeds besproken met de woordvoerders”, zo staat in het advies vermeld. Minister-president Rutte is het eens met het advies. De heer Rutte: Ik weet wel dat het advies bij mij kwam en ik vind het ook een verstandig advies, namelijk in één keer alles naar buiten brengen. Dat leidde tot een
44
Kamerstuk II, vergaderjaar 2019–2020, 31 066, nr. 613
45
Kamerstuk II, vergaderjaar 2019–2020, 31 066, nr. 754, bijlage “4e voortgangsrapportage Kinderopvangtoeslag”
46
Kamerstuk II, vergaderjaar 2019–2020, 31 066, nr. 739
pagina 95/132
Ongekend onrecht | Tweede Kamer der Staten-Generaal
beperkte vertraging, maar dan heb je in één keer het hele Wob-verzoek, het hele Wob-dossier met Donner en de reactie op Donner. Op 14 november 2019 brengt de Adviescommissie uitvoering toeslagen het interimadvies Omzien in verwondering uit.47 De Adviescommissie is van mening dat in de CAF 11-zaak sprake was van institutionele vooringenomenheid. Daarmee bedoelt de Adviescommissie dat de Belastingdienst/Toeslagen vanaf het begin uitging van het vermoeden dat de CAF 11-ouders fraude hadden gepleegd. Dit vermoeden was niet gebaseerd op het persoonlijke handelen van de ouders, maar op het enkele feit dat zij in het kader van de CAF 11-zaak werden gecontroleerd. De Adviescommissie beschrijft dat de Belastingdienst na het stopzetten van de toeslag uitgebreid en nauwgezet is gaan onderzoeken of de ouders wel recht hadden op kinderopvangtoeslag in 2014 en de jaren daarvoor. Dit onderzoek (ook wel ‘zero tolerance’ aanpak genoemd) was er vooral op gericht om tekortkomingen te ontdekken om vervolgens de aanspraak op kinderopvangtoeslag te laten vervallen. Ouders kregen geen duidelijke informatie over wat van hun werd verwacht en kregen geen kans om onregelmatigheden te herstellen, zodat zij nauwelijks aan deze aanpak konden ontsnappen. Dit had als gevolg dat ouders alle ontvangen toeslagen terug moesten betalen, in sommige gevallen ging het om tienduizenden euro’s.
De Adviescommissie constateert verder dat deze vooringenomenheid een plek kreeg in de werkinstructies en ook doorwerkte in bezwaar- en beroepstrajecten, bij invorderingsmaatregelen en bij nieuwe aanvragen voor kinderopvangtoeslag van deze ouders. De Adviescommissie stelt een compensatieregeling voor de CAF 11-ouders voor die grofweg neerkomt op 125% van het bedrag aan kinderopvangtoeslag dat naar beneden is bijgesteld over de jaren 2012, 2013 en 2014 als gevolg van het CAF 11-onderzoek en € 500 per half jaar sinds de eerste correctie heeft plaatsgevonden. Op 15 november 2019 reageert staatssecretaris Snel op het rapport van de Adviescommissie. Hij omarmt het advies en neemt de aanbevelingen over. Minister Hoekstra is na het afreden van staatssecretaris Snel op 18 december 2019 tijdelijk verantwoordelijk voor het uitvoeren van de compensatieregeling. In het verhoor verklaart hij daar het volgende over: De heer Hoekstra: Na alles wat er is misgegaan, heb ik gezegd: luister eens, we moeten dit nu oplossen voor die 300 ouders. Ik vond dat die voor de kerst uitbetaald moesten worden. Ik heb toen gezegd: er gaat hier niemand met vakantie als we dat niet geregeld hebben en die klappers moeten ook de deur uit. Ook dat ging weer niet vanzelf. Op 24 december 2019 meldt minister Hoekstra aan de Tweede Kamer dat 280 van de 287 CAF 11-ouders de compensatie hebben ontvangen.
47
J.P.H. Donner, W. den Ouden, J. Klijnsma, Omzien in verwondering. Interim-advies. 14 november 2019
pagina 96/132
Ongekend onrecht | Tweede Kamer der Staten-Generaal
DEEL III
pagina 97/132
Ongekend onrecht | Tweede Kamer der Staten-Generaal
Verantwoording Aanleiding Dinsdag 2 juni 2020 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de motie-Snels waarin werd opgeroepen tot een parlementaire ondervraging waarbij bewindslieden en daarbij betrokken topambtenaren gehoord worden om zicht te krijgen op de politieke besluitvorming ten aanzien van het fraudebeleid bij de kinderopvangtoeslag.48 De commissie Financiën heeft daarop besloten een voorbereidingsgroep in te stellen die een onderzoeksvoorstel heeft voorbereid. Deze voorbereidingsgroep heeft in een zeer korte periode een onderzoeksvoorstel voorbereid om een parlementaire ondervraging uit te voeren. Op 2 juli 2020 stemde de Tweede Kamer in met het onderzoeksvoorstel om een parlementaire ondervraging te doen met als doel meer zicht te krijgen op de politieke besluitvorming en de hoogambtelijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid daarbij die van invloed is geweest op het fraudebeleid bij de kinderopvangtoeslag en de politieke reactie op signalen over de harde uitkomsten van het fraudebeleid en de «alles-of-niets» benadering. Het instrument parlementaire ondervraging, vastgelegd in het Tijdelijk protocol parlementaire ondervraging, is hiermee voor de derde keer ingezet door de Tweede Kamer, met dien verstande dat in de onderzoeksopdracht een beperkte en gerichte mogelijkheid tot het vorderen van inlichtingen en documenten is opgenomen.
Samenstelling commissie De commissie heeft op 2 juli 2020 tijdens de constituerende vergadering de heer C.J.L. van Dam (CDA) benoemd tot haar voorzitter en mevrouw A.H. Kuiken (PvdA) tot haar ondervoorzitter. De Parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag bestaat in totaal uit de volgende leden: - J. van Wijngaarden (VVD) - R.R. van Aalst (PVV) - C.J.L. van Dam (CDA) - S. Belhaj (D66) - T.M.T. van der Lee (GroenLinks) - R.M. Leijten (SP) - A.H. Kuiken (PvdA) - F.M. van Kooten-Arissen (vKA).
Voorbereidingsfase Direct na de constitutie heeft de commissie gebruik gemaakt van haar bevoegdheid om inlichtingen en documenten te vorderen. In afwachting hiervan heeft zij zich voorbereid door de reeds beschikbare informatie uit Kamerstukken en op Wob-verzoek geopenbaarde documenten te verwerken. De gedurende het onderzoek verschenen informatie heeft de commissie zoveel mogelijk steeds betrokken in haar onderzoek waar deze relevant was. Ook heeft de commissie in aanloop naar de openbare verhoren diverse gesprekken gevoerd met belanghebbenden in het onderzoek, waaronder ouders, advocaten, de Nationale ombudsman en journalisten. In de voorbereidingsfase heeft de commissie ook afspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie, zoals vastgelegd in haar onderzoeksopdracht, met het oog op het lopende onderzoek naar aanleiding van de aangifte van de bewindspersoon. Met het Openbaar Ministerie zijn werkafspraken gemaakt waarbij verantwoordelijkheden van alle partijen 48
Kamerstuk II 2019/20, 31 066, nr. 652.
pagina 98/132
Ongekend onrecht | Tweede Kamer der Staten-Generaal
zijn gerespecteerd. Het resultaat van de werkafspraken was dat de commissie zich ervan heeft kunnen vergewissen dat haar onderzoek geen inbreuk maakte op lopende strafrechtelijke procedures. De commissie heeft prof. mr. S.E. (Sjoerd) Zijlstra verzocht een paper te schrijven over de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over de ‘alles-of-niets’ benadering bij de kinderopvangtoeslag. De commissie heeft het paper begin oktober ontvangen en betrokken bij de voorbereiding op de openbare verhoren. Ook heeft zij het gebruikt bij het schrijven van het onderhavige verslag. Het paper is als een bijlage gevoegd bij dit verslag. De commissie dankt prof. mr. S.E. Zijlstra voor zijn waardevolle bijdrage aan het onderzoek.
Vorderingen Gezien de bevoegdheid die de onderzoeksopdracht bevat, heeft de commissie direct na haar constitutie een achttal vorderingen uitgedaan. Deze vorderingen zijn uitgegaan naar: -
Ministerie van Financiën Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Algemene Zaken Ministerie van Justitie en Veiligheid Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
De vorderingen hebben betrekking op de ministeriële commissie Aanpak Fraude en de opvolging van het rapport van de Nationale ombudsman “Geen powerplay maar fair play”. Gezien de opdracht heeft de commissie alleen informatie gevorderd die het niveau van plaatsvervangend directeur-generaal of hoger heeft bereikt. De commissie heeft het nuttig en wenselijk geacht om werkafspraken te maken met de betrokken ministeries met het oog op de wederzijdse verantwoordelijkheden. Daarin handhaafde de commissie haar uitgangspunt dat zij te allen tijde kennis kan nemen van alle voor haar onderzoek relevante informatie en dat zij, conform de Wpe 2008, bepaalt welke documenten vertrouwelijk blijven na afloop van de enquête. De commissie heeft de betrokken ministeries in de gelegenheid gesteld om per gevorderd document een gemotiveerd verzoek te doen tot blijvende vertrouwelijkheid. Conform deze werkafspraken hebben de ministeries van Financiën, SZW en Algemene Zaken, twee ambtenaren per ministerie, de mogelijkheid gehad om de reconstructie, deel II van dit verslag, in te zien ten einde opmerkingen te kunnen maken over feitelijke onjuistheden en het gebruik van informatie waarvoor een verzoek tot blijvende vertrouwelijkheid is gedaan dan wel waarvoor het belang van de staat geldt. De ministeries hebben daarbij opmerkingen gemaakt over mogelijke feitelijke onjuistheden.
De commissie heeft deze opmerkingen beoordeeld en deze deels verwerkt in het rapport.
Informatieverstrekking De commissie maakt enkele opmerkingen over het proces van de informatieverstrekking. De ervaringen met de informatieverstrekking leiden ertoe dat zij haar zorgen uitspreekt over de informatiehuishouding van diverse ministeries en dat de commissie twijfels heeft over of enkele ministeries wel voldoen aan wet- en regelgeving omtrent archivering.
pagina 99/132