Notulen concept raad gem.Hrln. 30 juni 2021.docx
Tekst van het document
De doelen in het herstelprogramma hebben we weliswaar gehaald. Het is nu zaak om hieraan vast te houden. Vanuit onze basisopgave een sluitende begroting, wettelijke taken, schoon, heel en veilig, is besturen vooruitkijken en keuzes maken. Keuzes tussen ambitie en financieel gezond blijven. Het is dan niet overbodig om het college mee te geven dat met de raad is afgesproken dat de norm van de weerstandscapaciteit ten minste 2% van de begroting dient te zijn. De zin in de Kaderbriefnota "Het college zal in 2022 proberen om deze afspraak met u na te komen" geeft geen uitvoering aan onze afspraak. Er moet staan: het college zal in 2022 deze afspraak met u nakomen. Meneer de voorzitter, kan het college dit nu eens klip en klaar toezeggen? Meneer de voorzitter. Onze binnenstad heeft vele uitdagingen. Naast wonen, waarbij de vooruitzichten best goed zijn en waar we nog het bestemmingsplan moeten goedkeuren, zo ook ons winkelbestand. Daar waar we aan de verbetering van onze stad werken, zien we met de toenemende leegstand en de verschraling van het aanbod een neerwaartse spiraal. Waar de foodbranche elk jaar omzetgroei laat zien, staan de omzetten in de nonfood mede als gevolg van internet, met daarbinnen vooral mode, schoenen en sport, al jaren onder druk. In de komende jaren zal het aantal winkels in de binnenstad gestaag teruglopen.
Het is daarom juist nu van belang om ruimte aan transformaties te geven met behoud van het karakter van onze binnenstad. Kan het college hiermee rekening houden in zijn begrotingsopgave en dat tot uitdrukking laten komen? Meneer de voorzitter. COVID-19 heeft helaas ook in Heerlen grote gevolgen, die langzaam duidelijk worden. De eerste ondernemers moeten helaas stoppen, terwijl de subsidies nog niet eens zijn stopgezet. Mogelijk moeten wij voorkomen dat onze Heerlense ondernemers omvallen. Het Heerlense Ondernemersfonds kan hierbij een positieve bijdrage leveren door ondernemers zelf invulling te laten geven aan wat zij nodig hebben om de omgeving commercieel aantrekkelijk te laten zijn. Meneer de voorzitter. De gebiedsgerichte aanpak van onze binnenstad is een langjarige en kostbare opgave. Naast onze eigen afwegingen is ook hulp op komst. Dat wil zeggen: het kabinet heeft onlangs 100 miljoen euro gereserveerd voor het toekomstbestendig maken van winkelgebieden in vitale binnensteden. De VVD roept op om hier snel een beroep op te doen en ons te informeren over welke financiële stappen hierin kunnen worden gezet. Een andere uitdaging van onze stad is Heerlen-Noord. We kunnen ons voorstellen dat bij het schrijven van de plannen de handen jeuken om aan de slag te gaan. Zoals zo vaak komt het hier aan op het maken van keuzes.
Wanneer kunnen we een breed samenhangend stuk tegemoet zien? Een krachtig en voor iedereen begrijpelijk samenhangend document. Maar niet alleen dat, meneer de voorzitter. We geloven ook dat er juist nu een kans ligt om te accelereren als het gaat om communicatie, partneraanpak en burgerbetrokkenheid. Het is dan ook van belang om in ieder geval na de zomer te starten met een brede communicatiecampagne om zo vroeg mogelijk draagvlak
Pagina 19 van 76 te genereren. Leer mij de mensen van Heerlen-Noord kennen. Ze zijn niet zomaar onder een hoedje te vangen, maar diepgewortelde scepsis is om te buigen naar enthousiasme. Meneer de voorzitter. Een van de investeringsgebieden die we in ons coalitieprogramma hebben opgenomen betreft de veiligheid in de wijken. We weten dat veiligheid een deels subjectief begrip is, maar ook het objectieve zichtbare deel van veiligheid willen wij niet uit het oog verliezen. We blijven u uiteraard attenderen om alert te blijven om alle capaciteit van Handhaving en politie optimaal in te zetten om een misdaad, ondermijning, overtreding en verloedering te bestrijden. Overlast en zichtbare misdragingen van mensen in de openbare ruimte zijn steeds meer de oorzaak van het subjectieve onveiligheidsgevoel. Het gevoel is dat er minimaal wordt gehandhaafd op het verbod van drank, drugs, lachgas, behoefte doen, schelden, schreeuwen en dreigende taal in de openbaarheid door middel van strafoplegging of gebiedsontzegging. De voorzitter Denkt u ook aan uw tijd, meneer Van den Berg? De heer Van den Berg, VVD Ik ga nu afronden. Wij vroegen u tijdens de algemene beschouwingen om zorg te dragen voor een goed functionerende Heerlen-app, waar mensen onveilige situaties kunnen melden en dat deze meldingen dan ook met prioriteit worden opgepakt.
Daarbij hoort ook een overzicht van telefoonnummers, websites en apps van organisaties waar zij onveilige situaties kunnen melden, bijvoorbeeld Veilig Thuis, politie, wijkagent enzovoorts. Kunt u ons de stand van zaken hierin geven? Meneer de voorzitter. Ik ga nu afronden. Met het duiden van hetgeen de VVD belangrijk vindt, geven we voldoende munitie mee om tot de Begroting 2022 te komen. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, meneer Van den Berg. Ik ga naar de Stadspartij, de heer Hazen. De heer Hazen, Stadspartij Dank u. Meneer de voorzitter, u geeft zelf aan dat u geen ambitieuze plannen voor 2022 gaat maken. Ik zou dat graag veranderen. U moet net wel heel ambitieus zijn, want gezien de financiële situatie van onze gemeente moet u terughoudend zijn met plannen die extra financiële inzet van de gemeente vragen. Verder wil ik mij concentreren op een drietal gemeentelijke taken, waarvoor ik extra aandacht vraag in 2022. Op de eerste plaats wil ik aandacht vragen voor de dienstverlening van onze gemeente. Steeds vaker bereiken ons berichten van inwoners die ronduit ontevreden zijn over de wijze waarop zij behandeld worden door onze gemeente. Dit heeft betrekking op alle terreinen en taken van de gemeente. Denk hierbij aan afhandeling van meldingen, afhandeling van klachten, contactmomenten met de gemeente, aanvragen van vergunningen enzovoorts.
We hebben een grote reorganisatie doorgevoerd, maar tot een echte cultuurverandering heeft dat blijkbaar nog niet geleid. Laten we vanaf nu inzetten om de organisatie om te krijgen naar een echte servicecultuur. Plaats de inwoner, de klant, nu eens centraal en denk met deze klant mee. Denk in mogelijkheden en niet in onmogelijkheden. Richt de processen zo in dat iedere klacht en opmerking binnen één week een reactie krijgt. Een dergelijke cultuurverandering kost onze organisatie in financiële zin geen geld, maar zorgt wel voor een dienstverlening die een inwoner heden ten dage mag verwachten. Overigens hoort hierbij ook open en eerlijke communicatie, ook al betreft het vaak minder populaire boodschappen, denk aan de dag- en nachtopvang en het Domushuis aan de Ruys de Beerenbroucklaan. Meneer de voorzitter. Als tweede wil ik aandacht vragen voor wijk en veiligheid. Gelukkig hebt u de aanpak van kamerverhuur al op de agenda gezet. Ik wil daar graag nog een onderwerp aan toevoegen, namelijk
Pagina 20 van 76 de verkeersveiligheid. Vooral in de avonduren komen op een groot aantal wegen in onze stad de verkeersdebielen los. Dan wordt er gereden als de gekken, stunts uitgehaald en geracet op de openbare weg. Gelukkig blijven de incidenten tot nog toe veelal beperkt tot materiële schade. Het is een kwestie van tijd tot er ook zwaargewonden of doden vallen. Ik roep u op om het tegengaan van dit idiotengedrag tot speerpunt voor 2022 te benoemen. Flinke boetes en inbeslagname van auto’s, motoren en vooral de flink opgevoerde scooters met blauwe en gele plaatjes, zouden in onze ogen veel vaker moeten gebeuren. Vergroot de pakkans door veelvuldige mobiele controles. Maak hier nu eens echt werk van. Meneer de voorzitter. Het derde aandachtspunt - dat zal u niet verbazen - hebben wij al aangekondigd bij de behandeling van de Jaarrekening. Het sociaal domein kost ieder jaar weer meer. Het kost ieder jaar ook weer meer dan begroot. Dit betekent dat we de processen niet in de hand hebben. We zien wel wat op onze weg komt en passen zo nodig bij. Dat zou toch anders moeten kunnen. Ik heb ook bij de jaarrekening gezegd dat wij de wetenschap op dit onderwerp niet in pacht hebben. We hebben ook geen pasklare oplossing, maar wellicht kunnen we samen zorgen voor verbetering van de processen. Zo kennen we een veelvoud aan regelingen die ook nog eens gestapeld worden.
Mogelijk kunnen we daarbij al efficiencywinst boeken. Ook vinden wij dat in bijna alle gevallen een tegenprestatie mag worden gevraagd. Als voorbeeld wil ik een tekst uit onze gemeentelijke communicatie noemen. Op onze website staat nog steeds "Baanbrekend Werk". Bij de toelichting staat: "Is dit iets voor u of wilt u meer informatie, neem dan contact op met uw re-integratieconsulent." Daar zou in onze ogen moeten staan: "Wij verwachten dat u hieraan deelneemt. Mocht dat in uw ogen niet mogelijk zijn, neem dan contact op met uw re-integratieconsulent." Meneer de voorzitter. Dat is een andere benadering. Tot slot vinden wij - dat zal u niet verbazen - dat onze gemeente zeer terughoudend moet zijn met het aangaan van financiële verplichtingen. Wat ons betreft zou het onzalige plan om het Centrumbad te bouwen alsnog gecanceled moeten worden. De voorzitter Dank u wel, meneer Hazen. Ik ga door naar de heer Bertholet van D66. De heer Bertholet, D66 Dank u, voorzitter. Het is een goede traditie van D66 dat wij beginnen met het financiële kader. Daar wil ik ook mee beginnen. Het college schrijft in de Kadernota dat men de financiële situatie wil blijven monitoren gezien de vele onzekerheden. Daar sluiten wij ons helemaal bij aan. We hebben natuurlijk wel het dieptepunt overleefd. We zien nu ook dat het herstelplan haar vruchten afwerpt.
We zien nu gelukkig in de laatste jaarrekening de algemene reserve weer naar een kleine miljoen gaan. We zien ook het weerstandsvermogen boven die 0,8 uitkomen. Prima. Maar er blijven natuurlijk voldoende onzekerheden. Ik zal ze niet allemaal opsommen. De herijking van het Gemeentefonds zal ons wellicht een tegenvaller van 1,7 miljoen gaan opleveren. Dat is een van de velen. Maar goed, daar staan vele miljoenen aan mee- en tegenvallers tegenover. Wij kunnen ons dus alleen maar vinden in het blijven monitoren van die financiële situatie. Wat dat betreft is het ook niet vreemd - daar sluiten wij ons helemaal aan bij het college - dat men zegt: wij willen geen nieuwe ambities binnenhalen. Wij willen voltooien met hetgeen waar wij mee begonnen zijn. Wij willen beloftes waarmaken die we in het coalitieakkoord hebben genoemd. We willen ons een aantal opgaven stellen. Die vijf worden ook genoemd. Daar wil ik nu iets over zeggen, want dat is het centrale punt binnen de Kadernota. Heerlen-Noord. Daar sluit D66 zich natuurlijk bij aan. Ik kan me niet voorstellen dat iemand er iets op tegen heeft om dat te verheffen tot een van de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden in Nederland. We hopen dan behoorlijk wat additionele middelen binnen te halen. Het is alleen maar goed dat we daarmee proberen om de achterstanden in Heerlen-Noord terug te brengen naar een Limburgs gemiddelde.
Dat is al heel wat.
Pagina 21 van 76 Ik wil alleen wel een vraag beantwoord zien van het college. Op pagina 16 staat een cryptische opmerking. Halverwege de pagina staat: "Dat zal mogelijk offers vragen van andere gebieden in de stad of van andere thema's die wij ook belangrijk vinden". Heb ik het niet goed begrepen dat het integrale plan van HeerlenNoord wordt bekostigd door extra additionele middelen of moeten we dat ook voor een deel uit eigen middelen betalen? Daar had ik graag een antwoord op van het college. De tweede opgave die men zich stelt is het onderwijs terugbrengen naar de binnenstad. D66 vraagt zich af of dat wel zo urgent is en of het ook wel realistisch is. Grotius prima, want die hebben nieuwbouw nodig. Ik vraag me wel af of het didactisch wenselijk is om dat in de binnenstad te doen. Ik kan me herinneren uit de tijd dat ik zelf nog lesgaf op middelbare scholen dat een locatie in de binnenstad onbespreekbaar was voor het Bernardinus, vanwege het bekende kat op het spek binden, de spijbelneiging. Als men de mogelijkheid heeft om in het centrum een hamburger bij McDonald's te gaan nuttigen, dan is dat op dat moment interessanter dan de les geschiedenis. Ik vraag me dus af of we dat allemaal wel zouden moeten willen. Dit staat los van de mogelijkheden. Ik werk zelf bij Zuyd. In de centrale medezeggenschapsraad praten wij regelmatig met het college over de huisvesting.
Ik kan me niet voorstellen dat wij op grote schaal teruggaan naar het centrum. Dat kan ik me ook al niet voorstellen van het mbo, met dat nieuwe gebouw. Wij hebben dus grote vraagtekens bij de haalbaarheid van deze ambitie. Grotius prima. Locatie vraagteken. We zien wel. Over de derde is al genoeg gezegd. De digitalisering. Ik denk dat we daar nog behoorlijk wat stappen in moeten zetten. Andere partijen hebben daar al terechte opmerkingen over gemaakt. Dat wil ik niet doen. We hebben nog de invoering van de Omgevingswet. Dat spreekt ook voor zich. Het zal behoorlijk wat aandacht vragen van de ambtelijke organisatie om al die procedures en processen om te zetten naar die nieuwe wet. Prima. Waar ik echter wat over wil zeggen, is die vijfde en laatste doelstelling. Dan gaat het om het aanscherpen van die twee rode draden die wij zo belangrijk hebben gevonden in het coalitieakkoord, namelijk duurzaamheid. Ik dacht dat wij goed op weg waren, maar wat lees ik in de Zomernota? We hebben in jaar drie al 8 van de 1.000 bomen geplant. Het lijkt mij dat we daar misschien ook nog een tandje kunnen bijzetten. Daar zou graag wat meer over willen horen van het college. Ik heb de grootste vragen over burgerparticipatie. Het college schrijft daar: "Daar gaan we maximale aandacht aan geven". Ik denk dat dit hard nodig is, want we moeten daar behoorlijk wat verbeteren.
In de laatste jaren hebben we een aantal keer de burgers tegenover ons aangetroffen. Ik kan me nog een paar gevallen herinneren. Toen we marktonderzoek deden met betrekking tot de Heerlerbaan voelden de mensen zich daar niet serieus genomen of niet betrokken. We hebben tegenover de huurders van Otterveurdt gestaan, om maar eens een voorbeeld te noemen. Wat we nu hebben, is dat de verkeersgroep met betrekking tot het kindcentrum Tarcisius heel boos is op ons. Een aantal burgers heeft daar twee jaar lang geparticipeerd in een werkgroep. Zij hebben daar behoorlijk wat tijd in gestoken, maar zijn nu heel boos. Het zijn redelijke mensen. Zelfs een van onze hoofdambtenaren zit daarbij, die heel rustig is. Die is ook heel boos. De voorzitter Denkt u aan uw tijd? De heer Bertholet, D66 Ik denk dat we daar een behoorlijk tandje in moeten bijzetten. De heer Hazen had het terecht over een wijziging van de cultuur. Ik denk dat dit in onze organisatie hard nodig is. Dat zou ik ook willen vragen aan het college. Daar spreekt men de wens uit dat de gemeente een adaptieve organisatie wordt. Ik kan er allerlei definities van opnoemen die er ook in staan. Ik waag te betwijfelen of we op dit moment een adaptieve organisatiecultuur hebben. Ik denk dat we daar wel hard aan moeten werken. We zitten met de structuur nog midden in een transformatiefase. Ik lees dat het ziekteverzuim nog steeds 7% is.
Dat is hartstikke hoog. Landelijk zitten we beneden de 4%. Daar zitten dus ook nog een hele hoop problemen. Ik denk dat we daar echt een aantal tandjes moeten bijzetten.
Pagina 22 van 76 Dat was wat mij betreft ons verhaal. We hebben natuurlijk geen moties, want we wachten de begroting af met de definitieve cijfers. Dank u. De voorzitter Dank u wel, meneer Bertholet. Ik ga door naar de PvdA. De heer Verreck. De heer Verreck, PvdA Dank u wel, meneer de voorzitter. We hebben de Kadernota ter bespreking voor ons liggen. Toen we haar lazen, vroegen we ons af wat voor een stuk dit nu is. Er staat verschillende keren hetzelfde in. Wij kregen een soort flashback naar de bespreking vorige week van het Centrumbad. Daar stond ook verschillende keren hetzelfde in het stuk. We vroegen ons af of dit het goede stuk is of dat we het verkeerde stuk hebben gekregen, waarin alleen maar herhalingen staan. Het is namelijk een stuk dat niet uitblinkt in helderheid, maar dat hadden we wel verwacht van dit college. Het is een stuk dat meer vragen oproept dan antwoorden geeft. Ik zal u een aantal vragen stellen. U constateert in het stuk dat er in 2022 een tekort is van 2,5 miljoen euro. In het hele stuk wordt op geen enkele wijze een oplossing gegeven voor de wijze waarop u dit tekort denkt te gaan oplossen, terwijl wij de verwachting hebben dat u als college op zijn minst wel een aantal oplossingsrichtingen zou geven. U constateert ook in het stuk dat als er een tekort verwacht wordt, u dat moet doorgeven aan de provincie. Ik neem aan dat u dat alvast hebt gedaan.
In het stuk geeft u aan dat de onderwijsinstellingen hebben aangegeven mee te denken over een mogelijke verhuizing naar het centrum van de stad, of zoals de wethouder vorige week aangaf, dicht tegen het centrum aan. Collega Bertholet zei net: ik zie dat niet gebeuren met onder andere Zuyd. U noemt zelf in het stuk Zuyd Hogeschool, open universiteit, middelbaar onderwijs - dan denk ik aan het Vista College - of Grotius Vrije School. We weten ondertussen dat de verhuizing van Grotius Vrije School ongeveer 30 á 40 miljoen euro moet gaan kosten. Wat gaat het de gemeente kosten als de Open Universiteit en misschien wel Zuyd Hogeschool terug naar het centrum komen? Betaalt de gemeente dat of betalen de scholen dat zelf? Ik ben heel benieuwd hoe we dat gaan financieren. Op pagina 3 spreekt u over een meer coöperatieve aanpak van JENS en StandBy. Kunt u uitleggen wat u daarmee bedoelt? Hebben we het dan in de afgelopen jaren niet goed gedaan? Vandaag kregen wij te lezen dat de gemeente Heerlen een bedrag van 10,3 miljoen euro gaat krijgen uit de landelijke verdeling incidentele middelen jeugdzorg. Dat is een mooie opsteker voor de stad. Kan de wethouder aangeven op welke wijze hij dit bedrag gaat inzetten? Als hij dat niet nu kan, dan wel graag op zo kort mogelijke termijn.
Kunt u duiding geven aan de zin: "Het investeren in Heerlen-Noord zal mogelijk offers vragen van andere gebieden in de stad of andere thema's die wij ook belangrijk vinden." Gaan dan de volgende plannen van het Petervanzutphenzwembad niet door? Wordt het groen op de Molenberg dan niet meer onderhouden? Daar krijg ik graag nog een heldere toelichting op, want we begrijpen het niet. We maken een keuze, zoals de heer Bertholet al aangaf, dat we additionele middelen krijgen voor Heerlen-Noord, en dan gaan we weer bezuinigen op andere gebieden. Daar krijg ik toch graag wat helderheid over en wat richting in. Wat zijn de effecten van de zin: "als we geen boter bij de vis krijgen met betrekking tot volkshuisvestinginvesteringsfonds". Wat betekent het wat hier staat? Wat krijgen we minder als het niet doorgaat? Wat betekent dit voor de beleidsterreinen? Gaan we dan minder woningen bouwen? Gaan we dan minder dit of dat doen? Wat betekent het wat hier staat? De Omgevingswet hangt als een soort zwaard van Damocles boven de markt, omdat het namelijk iets heel belangrijks vraagt van deze gemeentelijke organisatie. Er moet namelijk een cultuuromslag komen. Als fractie, daar hebben we het vaak over gehad in het afgelopen jaar, zijn we erg benieuwd hoever we zijn in deze transitie.
We hebben nu het geluk of de pech dat die Omgevingswet pas op 1 juli 2022 van kracht wordt, mits deze niet verder wordt uitgesteld. Toch krijg ik graag een kort overzicht van waar we nu staan en wat we nog te doen hebben in de komende tijd.
Pagina 23 van 76 Afsluitend. Volgens mijn fractie is het belangrijkste onderwerp in deze Kadernota burgerbetrokkenheid en lokale democratie. Een van de instrumenten is het laten zien aan de inwoners van Heerlen wat er nu in die raadzaal gebeurt. Als fractie zijn we er blij mee dat dit nu via de livestream te volgen is. Het aantal kijkers, een kleine 100 per uitzending, blijft nog achter, maar alle begin is moeilijk. Op pagina 19 moemt u een belangrijk speerpunt, namelijk het genereren van middelen om die burgerparticipatie en lokale democratie vorm te geven. Dat vind ik bijzonder, alsof dat nu het allerbelangrijkste is in die burgerparticipatie. Ik dacht dat in burgerparticipatie het belangrijkste is: hoe betrek ik de burger bij de besluiten die wij in de gemeenteraad nemen? Hoe betrekken wij hen bij het beleid van de gemeente? In het afgelopen jaar heeft de gemeente zich daar niet van haar allerbeste kant laten zien. Wij nemen burgers namelijk niet zo heel erg serieus in deze gemeente. Als voorbeeld noem ik de manier waarop de DNO is verplaatst naar het Gasthuis en de wijze waarop is omgegaan met ideeën voor verkeersplannen rondom het Bekkerveld. Als fractie denken wij dat er nog een wereld te winnen is. Wij willen dus graag vernemen van het college hoever we nu zijn met het betrekken van de burgers bij de lokale democratie.
Ik sprak deze week met Barbara Kathmann, oud-wethouder van Rotterdam en huidig Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid. Naar aanleiding van het verhaal over burgerparticipatie spraken wij over de stichting Lokaal in Rotterdam. Ik weet niet of deze stichting bij iemand bekend is. Deze stichting is gelieerd aan de raad en ondersteunt de raad van de gemeente Rotterdam bij verschillende projecten op het gebied van democratisering en burgerbetrokkenheid. Het is een instrument van de raad en niet van het college. De voorzitter Denkt u ook aan uw tijd, meneer Verreck? De heer Verreck, PvdA Mijn laatste twee zinnen. Misschien is dit een hulpmiddel dat wij als raad kunnen gebruiken om de inwoners van Heerlen meer te betrekken bij de lokale democratie. Misschien is het interessant om dit nader te onderzoeken. Tot zover. De voorzitter Dank u wel, meneer Verreck. De heer Tijdeman. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Dank u wel, voorzitter. Op het moment dat ik mijn bijdrage op papier wilde zetten, bereikte mij het verdrietige bericht over een vriend die in het ziekenhuis ligt wegens een slopende ziekte. Een vriend die hoorde dat hij is uitbehandeld. Een vriend die naar huis gaat, omdat hij de tijd die hem nog is gegund wil doorbrengen met zijn familie en naasten. U zult begrijpen dat ik vandaag reactief aanwezig ben.
Ik zal mijn verantwoordelijkheid nemen om voor of tegen moties te stemmen, maar ik heb geen inhoudelijke bijdrage. Dank u. De voorzitter Dat is begrijpelijk, meneer Tijdeman. Ik wens u sterkte. Dan ga ik naar de Fractie Diederen. De heer Diederen. De heer Diederen, Fractie Diederen Voorzitter. Ik ben op zich heel blij met de Kadernota. Waarom? Sinds 2010 hebben wij kaderbrieven, kadernota's, weet ik hoe ze allemaal heten, plus begrotingen gehad, waar de financiële kommer en kwel vanaf droop. Als ik even gauw tel, hebben we in die 10 jaar misschien wel 30 of 40 miljoen of meer bezuinigd.
Pagina 24 van 76 We hebben ook gezien - neem het voorbeeld van de Begroting 2020 - dat we ook aan het begin van het begrotingsproces telkens werden geconfronteerd met doemscenario's, zo van: we moeten 20 miljoen bezuinigen, misschien wordt het wel 25 miljoen. In de vorige raadsvergadering heb ik al gezegd dat ik een wat rozige kijk op het leven heb. De roze draad in die dingen bleek dat we fors moesten bezuinigen, maar dat het nooit dat Sodom en Gomorra is geweest als eerst werd voorgeschoteld. In die zin ben ik dus blij met de Kadernota. In tegenstelling tot anderen, zie ik de financiële toekomst redelijk positief in. We zien een behoorlijke beweging op het gebied van jeugdzorg bij het kabinet, niet alleen het demissionaire, maar ook in alle verkiezingsprogramma's van de partijen die ertoe doen. Wat me ook positief stemt, is dat ik meen te constateren dat we ondanks al die giga-bezuinigingen die we in de laatste jaren hebben doorgevoerd, heel wat hebben klaargespeeld in deze stad. Dan kom ik bij het spanningsveld dat altijd in zo'n stuk zit, namelijk je weerstandsvermogen, je algemene reserve, noem maar op. Dat is mooi. Aan de andere kant een huis waar het dak nog van lekt, waar de oudste dochter nog een nieuwe fiets moet krijgen omdat ze naar de middelbare school moet en noem maar op.
Dan zeg je toch ook niet: we zetten een emmertje water onder dat lek of het kind gaat maar met de roller - volgens mij heet dat tegenwoordig een step - want het beetje geld wat we hebben, staat zo mooi op de bank. Ik vraag het college dus ook om ook dat spanningsveld op te zoeken van een maximale realisatie van de opdracht die we hebben. Dat brengt mij bij het volgende. Dat sluit een beetje aan bij wat de heer Peters zegt. Sinds anderhalf jaar ben ik bewust uit mijn - meneer Meyer, het spijt mij dat ik dit moet zeggen - Hoogveldbubbel gestapt. Ik ben regelmatig in contact gekomen met delen van de stad waar je echt droevig van wordt. Alle pleidooien voor Heerlen-Noord hoef ik niet te herhalen. Laten we die kansen in godsnaam pakken. Als je het dan over zuid en noord hebt. Ik kwam regelmatig op de Molenberg. Dat is een gerenoveerde, gerestaureerde wijk. Ik maak niet mee wat er zich achter die voordeuren afspeelt. Maar dat heeft toch een heel andere uitstraling qua openbare ruimte, staat van het onderhoud en groen dan waar ik in NieuwLotbroek op sommige plekken kwam. Als je daar al in de ellende zit en je stapt de deur uit, dan wordt die ellende alleen nog maar vergroot door de naargeestige sfeer van die omgeving. Ik heb me er zelf ook schuldig aan gemaakt.
Altijd als het om meer geld voor onderhoud ging, dan riepen we met z'n allen als eerste: het centrum, want dat is het visitekaartje. Maar er zei ooit een burgemeester: als je wil dat de inwoners trots zijn op hun stad, moet je zorgen dat ze trots zijn op hun straat en wijk. Daarom pleit ik, in het verlengde van de heer Peters, voor als er meer wordt ingezet op meer en beter onderwijs, begin dan eens daar. Dan als laatste. Het stuk, maar ook de besluitvorming van de laatste jaren, druipt van het erfgoed. Dat bedoel ik niet zo negatief als het misschien klinkt. Het Thermenmuseum krijgt een nieuw jasje, de kerk op Nieuw Einde, het Mijnmuseum, het Romeins Kwartier. Dat vind ik allemaal prima, maar laten we niet vergeten dat we degenen die aan de wieg hebben gestaan van de Heerlense identiteit, namelijk een vooruitstrevende culturele stad in de top van Nederland, langzaam de nek zijn aan het omdraaien, doordat we al jarenlang geen indexering meer toepassen. Voor een vrijwilligersclubje hoeft dat niet zo desastreus te zijn, maar als je miljoenen aan kosten hebt in de personele sfeer ... De voorzitter Ook u zit langzaam aan het einde van uw tijd. De heer Diederen, Fractie Diederen Daarom had ik niets voorbereid. Op het moment dat u zegt dat het voorbij is, is het over. De voorzitter Ik vraag het iets vriendelijker! Maakt u uw zin af, zou ik zeggen. De heer Diederen, Fractie Diederen
Pagina 25 van 76 Ik wil het volgende meegeven aan het college. Dat is met name door de Ouderenpartij in het verleden ook al aangegeven. Kijk eens naar het herstellen van de indexering van de subsidies voor met name de culturele instellingen. Wat mij betreft alleen al voor 2022 en dan kijken we verder. Ik dank u. De voorzitter Dank u wel, meneer Diederen. Dan komen we hiermee aan het einde van de eerste termijn van de raad bij het behandelen van een Kadernota. Dat hebben we inderdaad al jaren niet gedaan. Laat ik mijn complimenten daarvoor uitspreken. Ik vind dat u dat netjes hebt gedaan in die eerste termijn. We hebben dat keurig gedaan. Ja, we liggen een half uur achter op schema, maar in dat schema zaten geen interrupties. Die doen we natuurlijk wel, want we zijn wel een debat met elkaar aan het voeren. Wat mij betreft lopen we keurig op schema. Volgens dat schema gaan we nu een half uurtje pauzeren. U kunt een broodje nemen en wat drinken. Wellicht kunt u gezamenlijk wat gaten dichten die u hebt geslagen. Wij trekken ons als college terug om te kijken van welke mooie antwoorden wij u gaan voorzien. Wij gaan dus ons best doen voor het volgende deel. Ik schors de vergadering voor een half uur. We beginnen weer om 20.00 uur. Ik schors een half uur. Om 20.00 uur gaan we weer beginnen. We zijn geschorst. Schorsing De voorzitter Ik heropen de vergadering.
We gaan door met de eerste termijn van het college. Als eerste geef ik het woord aan wethouder Damen. Wethouder Damen Dank u wel, voorzitter. Laat ik aan de voorkant twee opmerkingen maken met betrekking tot een aantal stellingen die door een aantal raadsleden zijn gemaakt. Als we kijken naar de zinsnedes met betrekking tot de ambities. Daar werd van gezegd: hebben jullie die ambities dan klaar of zijn jullie niet meer van plan om die ambities door te trekken? Laat ik daar heel duidelijk antwoord op geven. Die ambities staan er wel degelijk nog, maar we maken ons ook sterk om die ambities op een beter peil te brengen. We trekken die ook door richting het vervolg. Er is een tweede opmerking gemaakt naar aanleiding van de zinsnede: als we gaan voor Heerlen-Noord, heeft dit dan consequenties voor andere programma's? Nee, voorzitter, het heeft geen consequenties. Dus wat dat betreft zouden wij die zinsnede er eigenlijk uit moeten halen. Het heeft geen consequenties voor de andere programma's. Heerlen-Noord is natuurlijk belangrijk, maar de andere programma's zijn net zo belangrijk als Heerlen-Noord. Dus wat dat betreft is die zinsnede niet op een juiste manier in de nota terechtgekomen.
De heer Bertholet, D66 (interruptie) Dus ook niet voor andere wijken? Is het zo dat het integrale plan Heerlen-Noord helemaal extern door additionele middelen wordt gefinancierd? Wethouder Damen Dat is juist. De heer Bertholet, D66 (interruptie) Prima. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Mag ik dat kwalificeren als zijnde onzorgvuldig?
Pagina 26 van 76
Wethouder Damen Ik laat de kwalificatie helemaal aan u over. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Hoe zou u het kwalificeren? Wethouder Damen Zoals ik het zojuist heb verwoord. Wij pakken de zaak op deze wijze aan. Het gaat niet ten koste van andere programma's. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) In mijn termijn heb ik geciteerd wat op pagina 16 staat. De zin begint met: "Het zal mogelijk offers vragen van andere gebieden in de stad of van andere thema's die wij ook belangrijk vinden". Onze fractie heeft kennisgenomen van het stuk. Ik neem aan dat er ambtelijk kennis van is genomen. Ik neem ook aan dat het college er kennis van heeft genomen. Als dit er nu niet toe doet en geen consequenties heeft, waarom is er dan niet op een eerder moment, bijvoorbeeld door het college of de wethouder, gezegd: jongens, wat hier nu staat slaat eigenlijk werkelijk nergens op; haal het eruit. Waarom is dat niet gebeurd en heeft het tot vanavond moeten duren voordat de conclusie is getrokken dat het geen consequenties heeft en dat het er feitelijk uit kan? Wordt het bij deze gewoon uit het stuk dat op een later moment vanavond wordt vastgesteld, gehaald? Wordt die zin gewoon gedelete? Wethouder Damen Ik denk dat ik zojuist voldoende heb geantwoord wat het standpunt van het college hierover is.
De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Meneer de voorzitter, als ik mag? De voorzitter De tweede en laatste op dit punt. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Waarom is het college hier dan niet eerder mee gekomen? Meerdere fracties zijn hierover gevallen. Ik kan me voorstellen dat hierover binnen het college discussie is gevoerd. Heeft het college het hier eerder over gehad? Zo ja, wat is toen besloten? Zo nee, waarom heeft men gewacht tot dit moment? Wethouder Damen Ik kan geen ander antwoord geven dan dat wij daar zojuist nog een keer heel goed intern naar hebben gekeken. Op dat moment hadden we de consequenties duidelijker voor ogen. Daarom hebben we die opmerking gemaakt. Voorzitter. Dan ga ik over naar het CDA, wat mijn portefeuille betreft. Het CDA heeft een aantal schriftelijke vragen ingediend, waarvan wij hebben besloten dat wij die schriftelijk zullen beantwoorden. Dan is dat heel duidelijk aangegeven. Wij komen terug op de subsidies. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Een punt van orde. Wanneer en hoe hebben wij kennis kunnen nemen van deze stukken? Ik beschik over papier. Ik weet niet of die stukken inmiddels digitaal zijn toegevoegd. Ik vind het wel apart. We praten hier over iets. Ik weet niet wat de vragen van het CDA zijn en hoe daar verder mee wordt omgegaan. Ik denk wel dat als er vragen worden gesteld, er ook kennis van genomen moet kunnen worden.
Pagina 27 van 76 De heer Peters, CDA (interruptie) Ik neem aan dat de vragen en antwoorden naar de hele raad komen, zoals dat gebruikelijk is. Toch? Wethouder Damen De heer Peters heeft heel duidelijk in zijn eerste termijn aangegeven dat hij nog een aantal vragen heeft voor het college en deze schriftelijk zal indienen. Vandaar mijn opmerking dat we daar schriftelijk op terugkomen. Dan kom ik bij mevrouw Géron. Met betrekking tot de hondenbelasting geeft zij aan dat in de Tweede Kamer een motie is aangenomen. Er is echter ook een motie in de Tweede Kamer aangenomen, waarin heel duidelijk wordt aangegeven dat de VNG en de Tweede Kamer onderzoeken op welke wijze er gecompenseerd gaat en kan worden met betrekking tot de financiële situatie bij gemeenten, indien die niet rooskleuriger maar in debetvorm zal zijn. Die motie is op 15 juni in meerderheid door de Tweede Kamer aangenomen. Wij wachten dus het onderzoek van de VNG c.q. het kabinet af in deze en wachten af met welke voorstellen zij komen. Vervolgens kijken we wat dit betekent en welke consequenties dit heeft voor de begroting in de komende jaren. De heer Van den Berg heeft heel duidelijk geappelleerd op de afspraken die we hebben gemaakt met de provincie en met de raad. Vanuit de WFA is de opmerking gekomen dat we moeten kijken dat we de 2%, zoals is afgesproken binnen de WFA, proberen te halen.
Die afspraak hebben wij met deze raad gemaakt. Dan kom ik bij de heer Bertholet. Hij heeft het duidelijk gehad over het monitoren. Natuurlijk zetten wij het monitoren door, omdat we daar afspraken over hebben gemaakt. In januari 2022 loopt het herstelplan af. We zullen dan duidelijk in gesprek gaan met de provincie om te kijken wat we hebben behaald. Het kan best zijn dat we na 1 januari 2022 een aantal zaken die we nu op de rails hebben gezet in financiële zin doortrekken naar de volgende jaren, als dat een positief resultaat en een positieve insteek kan hebben. Dus wat dat betreft zeggen we niet van tevoren: we zijn 1 januari klaar en we gaan dan niet verder. We hebben duidelijke afspraken gemaakt met de provincie. De heer Verreck stelde een vraag in het kader van het in het stuk genoemde tekort. Het genoemde tekort was op dat moment het tekort wat voor ons op dat moment, gezien de stukken die we hadden, herkenbaar was. De meicirculaire is wel naar u gestuurd. U hebt daar kennis van genomen. De meicirculaire is niet verwerkt in de Kadernota, omdat de Kadernota eerder klaar was. Als we het geluk hebben dat we in het kader van de septembercirculaire wijzigingen kunnen aanbrengen, dan zullen die ook worden meegenomen. Dus wat dat betreft is het een situatie zoals die op het moment was, voor een aantal zaken die we vanuit het ministerie en Den Haag hebben meegekregen.
De heer Verreck vroeg ook nog naar de Omgevingswetvisie. Die is inderdaad uitgesteld tot 1 juli 2022, maar we hebben als college besloten om het traject waarmee we in januari van start zijn gegaan, door te trekken. Op 1 januari 2022 kunnen we al een gedeelte van de Omgevingswet neerzetten. We hebben de afspraak gemaakt - volgens mij is deze ook bekrachtigd in het presidium - dat er in september een presentatie zal komen vanuit Parkstad, omdat we daar samen met de provincie gezamenlijk mee optrekken naar het Rijk toe. De presentatie wordt gecombineerd met onze lokale situatie, om u mee te nemen waar we op dat moment staan. Voorzitter. Dat waren mijn opmerkingen naar aanleiding van de financiën. De voorzitter Prima. Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan wethouder Van Zutphen. Wethouder Van Zutphen Voorzitter. Ik zal twee punten aanstippen. Op de eerste plaats het centrum. Vanuit diverse hoeken van de raad is gevraagd om door te zetten in het centrum en kwaliteit te leveren in het centrum. In de komende tijd staat wat dat betreft al het nodige ter discussie in deze raad. Op 12 juli hebben we een extra raadscommissie. In de komende maanden gaan we samen met de belanghebbenden en inwoners aan de
Pagina 28 van 76 gang met het bidbook 2.0. Dat kan zich natuurlijk vertalen in de begroting zoals deze straks in de raad aan de orde komt en die we nu aan het voorbereiden zijn. Daarbij is natuurlijk ook het gebruik van externe financiering. De heer Van de Berg stipte dit ook aan. De pot van 100 miljoen in Den Haag. Daar spelen we nadrukkelijk op in, in samenhang met Parkstad. Dat hebben we natuurlijk in de afgelopen jaren ook steeds gedaan. We hebben daar een enorme opgave. We hadden dat in het verleden niet kunnen doen zonder steun van de provincie en bijvoorbeeld IBA. We hebben succesvol een beroep gedaan op het Woninginvesteringsfonds, en dat zullen we blijven doen. Er is ook aangestipt dat we vooral moeten doorgaan met ons sociale beleid in de stad. Ik denk dat dit ook alles te maken heeft met de aanpak Heerlen-Noord. Vandaag heeft het CBS de cijfers bekendgemaakt rond problematische schulden in Nederland. Daarbij stond Heerlen er in die zin slecht op dat wij qua problematische schulden de vijfde gemeente van Nederland zijn. Dat percentage is overigens wel afgenomen. Het was 13,9% en is naar 13% gegaan. Maar ook binnen Heerlen zijn de verschillen enorm. Er is een wijk in Heerlen waar we boven de 20% zitten met problematische schulden en er is een andere wijk in Heerlen waar we op 4% zitten qua huishoudens met problematische schulden.
U weet net zo goed als ik dat de ene wijk in Heerlen-Noord ligt en de andere wijk in Heerlen-Zuid. Ik denk dat de aanpak Heerlen-Noord die we nu gaan doen uitstekend aansluit bij de aanpak van dit soort sociale problematiek. De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Is de wethouder het met mij eens dat 83% van de problematische schulden ontstaat door de overheid? Wethouder Van Zutphen Dat kan ik zo echt niet zeggen. U doet nu een bewering. Deze zou best kunnen kloppen, maar daar kan ik nu niet direct ja of nee op antwoorden. We zien natuurlijk ook dat de verschillen binnen Nederland erg groot zijn. In Rotterdam is het 15% en de aan de andere kant heeft in Rozendaal, de villagemeente bij Arnhem, maar 1,3% van de huishoudens problematische schulden. Er zijn dus wel tegenstellingen in het land. De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik wil aan de wethouder meegeven dat hier onderzoeken naar zijn gedaan. Het blijkt dat 83% van alle schulden ontstaat door de overheid, en dan wordt uitbesteed richting incassobureaus en deurwaarders, waardoor de schulden altijd hoger worden. Hij kan daar zelf even naar informeren. Dan zal hij zien dat het waarheid is wat ik hier zeg. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Ik heb de volgende vraag aan de wethouder.
Kunnen wij in september een raadsinformatiebrief krijgen om te zien wat de invloed is van het gemeentelijke gedrag met betrekking tot problematische schulden en of wij daar invloed op kunnen hebben met betrekking tot de gemeentelijke belastingen, zodat wij dat stuk, zoals de heer Sijstermans beweert, kunnen verlichten voor die mensen? Ik ben heel benieuwd hoe groot de rol is van de gemeente bij problematische schulden. Kunnen wij vandaaruit iets doen om het te verlichten? Wethouder Van Zutphen Als ik de vragen van u beiden combineer, dan lijkt het mij prima om daar naar de raad op terug te komen. Welke rol speelt de overheid daarbij? De overheid is natuurlijk meer dan de gemeente. Welke rol speelt de gemeente daarbij, wat kunnen wij daaraan doen en wat doen we al? Dat is natuurlijk ook het nodige. De Partij Hoensbroeks Belang signaleert dat er problemen zijn met verenigingen die onvoldoende terecht zouden kunnen in het Trefcentrum en in de nieuwe BMV. Als u dat signaleert, dan willen we serieus kijken naar wat daar de problematiek is. Wij zullen u dan nader informeren over wat daar aan de hand is en welke oplossingen mogelijk zijn.
Pagina 29 van 76 Dan de motie van het CDA en de SP over de gehandicaptenparkeerkaart. Die motie willen we graag omarmen, omdat we als gemeente en uw raad al eerder hebben besloten om keuringen voor een gehandicaptenparkeerkaart zoveel mogelijk te voorkomen. Een keuring kost € 360. Of de gemeente het betaalt of de aanvrager, het is hoe dan ook € 360. Een keuring is ook belastend voor de mensen die deze keuring moeten ondergaan. Dat heeft erin geresulteerd dat dit jaar precies één keuring voor een gehandicaptenparkeerkaart is verricht. Dus uitvoering van deze motie ... Er volgt natuurlijk nog een deel van het jaar. Dat zal gaan over twee of drie keuringen. Ik denk dat de raad zich op de eerste plaats een pluim op zijn hoed kan steken, omdat de raad heeft gezegd: zo weinig mogelijk keuringen. Bij de begroting komen we graag terug op de wijze waarop die paar keuringen die nog worden verricht, worden betaald. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Het is fijn dat de wethouder deze motie wil omarmen. Ik wil de wethouder het volgende meegeven in zijn denkkader. Daar heb ik het net ook over gehad met mevrouw Hendriks. Als je de basiskosten met 1 euro verhoogt, dan heb je voldoende geld om ook de kosten van eventuele keuringen af te dekken. Dan zijn de lasten voor iedereen even groot. Dan hoef je niet te zeggen: ik betaal hem voor jou wel en voor jou niet.
Je maakt hem dan voor iedereen even zwaar. Wethouder Van Zutphen Dat was natuurlijk de situatie die we in het verleden hadden. Toen zat het bedrag van de keuring in het totaalbedrag dat mensen moesten betalen. De raad heeft toen gezegd: we splitsen dat uit. Het basisbedrag is voor iedereen. Alleen als een keuring echt nodig is en je boven de 110% zit, dan betaal je € 360. De motie signaleert: stel dat je op 111% zit, dan moet je ineens wel de volle € 360 betalen. Het lijkt me dat deze bedragen van zodanige orde zijn dat we dat kunnen oplossen. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Volgens mij hebt u mij niet goed begrepen. Ik stel voor om het basisbedrag met 1 euro te verhogen, waardoor iedereen € 111 of €112 betaalt. Dan heb je voldoende kapitaal achter de hand om eventueel de 1% of 2% aan keuringen die je per jaar laat uitvoeren van dat stukje te betalen. Dan hoef je niet ergens anders geld vandaan te halen, maar dan heb je de kosten wel keurig verdeeld over iedereen die een aanvraag doet. Dan heb je niet alleen maar die groep wel en die groep niet vrijgesteld, maar dan heb je de kosten voor iedereen gelijk gemaakt. De voorzitter Meneer Verreck, dit was uw tweede interruptie op dit onderwerp. De interruptie leek eigenlijk een beetje op een debat, maar ik sta het toe hoor.
Wethouder Van Zutphen Volgens mij zou een dergelijke oplossing tegemoetkomen aan de uitvoering van de motie. Wij zullen daar voor het begrotingsdebat op terugkomen. Wat mij betreft is er nog één te beantwoorden vraag, namelijk die van de heer Verreck. Waar denk je aan bij meer coöperatie in de zorg? Wij denken dan bijvoorbeeld heel concreet aan beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Mevrouw Hendriks-Berg, SP (interruptie) Ik heb een interruptie met betrekking tot de motie over de keuring voor de parkeerkaart. Ik begrijp de manier die de heer Verreck noemt. Het gaat erom dat wij hier een eerlijke verdeling in willen, net zoals we ook eerlijke belastingen willen. We willen kijken of dit kostenneutraal kan. De sterkste schouders moeten iets meer dragen. Ik denk dat er binnen het college genoeg kennis zit om te kijken hoe dat het beste kan worden gedaan. Ik heb begrepen dat u dat ook aangaf.
Pagina 30 van 76 Wethouder Van Zutphen Ja. Binnen het college, maar vooral met steun van de ambtenaren, zit heel veel kennis en veel sociaal gevoel. Bij meer samenwerking in de zorg denken we bijvoorbeeld heel concreet aan de doorontwikkeling van beschermd wonen. Daar komen we later dit jaar bij de raad op terug. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Ik houd het even kort. Gaat de wethouder over Jeugd de vraag beantwoorden over hoe we meer coproductief gaan samenwerken met JENS? Er was in de tekst een duidelijke relatie gelegd tussen STANDBY! en JENS, waardoor ik dacht dat we meer gaan samenwerken met STAND-BY! en JENS. De tekst wekt die indruk. Daar was ik vooral benieuwd naar. Ik snap uw verhaal heel goed over hoe we beschermd wonen beter en efficiënter gaan doorvoeren, maar ik was vooral benieuwd naar de coöperatieve samenwerking van JENS en STAND-BY!. Als ik de zin die in de tekst staat zo lees, dan lijkt het dat te zijn. Daar komt ook mijn vraag vandaan. Wethouder Van Zutphen Het zou over beide kunnen gaan. Zoals u weet is er in september een extra commissievergadering, waarin STAND-BY! de resultaten, zowel inhoudelijk als financieel, zal presenteren. Dat is natuurlijk ook de plek om samenwerking tussen JENS en STAND-BY! verder te bespreken. Maar we houden daar niet mee op. Het is niet zo dat we JENS en STAND-BY! hebben en dat is het dan.
We willen die inhoudelijk buitengewoon succesvolle aanpak, die ook nog eens financieel buitengewoon aantrekkelijk is, graag uitbreiden. De voorzitter Dank u wel, wethouder Van Zutphen. Dan geef ik het woord aan wethouder Clemens. Wethouder Clemens Ik begin met de vragen van de SP over onder meer Kansrijk van start - dit is de preventieve aanpak voor het jongste kind - en de kindertandarts. Zoals eerder aangegeven, liepen en lopen we met Kansrijk van start voorop. We zijn steeds op zoek naar nieuwe manieren om jonge ouders in onze stad nog beter te ondersteunen en hun kinderen veilig en gezond te laten opgroeien. Een aantal voorbeelden die in de afgelopen tijd voorbij zijn gekomen, zijn bijvoorbeeld de flexibele kraamzorg voor kwetsbare gezinnen en de Centering Pregnancy-aanpak. Dat heet nu eenmaal zo; dat heb ik niet verzonnen. Het is wel een heel goede aanpak waarbij heel veel aandacht is voor het gezin en voor de totale omgeving van het gezin. Daarnaast gaan we ook aan de slag met pre- en anticonceptiezorg. Dat starten we in Heerlen-Noord, maar dat gaan we in de hele stad doen. We hebben meer aandacht voor tienermoeders. Er komen meer sjpruutcafé's en er komen ook ruimere openingstijden voor die cafés. Er komt meer aandacht voor jonge vaders. Er komen leefstijlinterventies die gaan over gezond eten en bewegen.
We zijn ook bezig met de voorbereiding - dat is heel erg leuk - van een babyspullenruilwinkel. Ouders die hun babyspulletjes niet meer nodig hebben, kunnen ruilen met andere ouders of kunnen geven aan andere ouders. Over betrokkenheid van mensen in de buurten gesproken. Op deze manier kunnen we ouders elkaar laten helpen. Dit alles gebeurt dus in steeds meer buurten met steeds meer mensen en ook steeds vaker. Wat betreft de kindertandarts en alles wat daarbij hoort, hadden we nog twee actiepunten te gaan. De eerste is de start van de mondzorgcoaches, waarbij ook aandacht is voor mondzorg in de JGZ, dus op de consultatiebureaus. Vanwege corona is dit helaas opgehouden. Op de consultatiebureaus waren heel strenge regels voor wat er wel en niet kon. Die extra beweging van de kamer van het reguliere consult naar een kamertje met de mondzorgcoach was even ongewenst. Deze zomer gaan we daar wel mee starten. Die mondzorgcoaches zijn er dus straks. De kindertandarts is echt pionieren. We bereiden dat op een manier voor zoals dat nog nergens anders gebeurt. Daar blijkt vooral dat goede wil niet zozeer een probleem is, want de zorgverzekeraar wil, de tandartsen willen, de scholen willen, de gemeente wil. We nemen nog vooral een aantal administratieve
Pagina 31 van 76 hobbels. Daar helpt het enorme dat we bijvoorbeeld in het kader van Heerlen-Noord met het Rijk aan tafel zitten en samen kunnen kijken hoe we die hobbels kunnen overwinnen en of we bijvoorbeeld uitzonderingen kunnen krijgen, zodat die belangrijke kindertandarts komend jaar van start kan gaan. Want dat beogen we. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Wethouder Clemens heeft het over het nemen van bepaalde hobbels. Kan hij deze wat nader duiden? Zou dat bijvoorbeeld in het kader van de Wet op privacy kunnen zijn? Moeten we aan die kant denken of zit ik dan volledig fout? Wethouder Clemens Nee, u denkt dan in de goede richting. Het gaat bijvoorbeeld over het uitwisselen van BSN-nummers. Als u bij uw huisarts komt, dan mag uw huisarts niet zomaar uw BSN-nummer aan iemand anders doorgeven. Dat werkt voor tandartsen net zo. We moeten dus een systeem verzinnen, waardoor mensen wel toestemming geven om die gegevens uit te wisselen. Dat soort dingen zijn we nu aan het oplossen. Dat gaan we op een heel nette manier doen, zodat de kindertandarts, als deze eenmaal aan de slag gaat, ook aan de slag kan blijven. De heer Peters vroeg nog specifiek naar de manieren waarop we verenigingen in de stad ondersteunen. Om te beginnen wil ik verwijzen naar de memo die hij van collega De Beer heeft gehad op 3 maart 2021.
Daar kwam een aantal heel concrete dingen in naar voren die we in de afgelopen jaren al hebben gedaan voor verenigingen. Hierbij kan worden gedacht aan het fiscaal voordeel rondom de sportaccommodatie dat ten gunste van de verenigingen is gekomen, de extra subsidies rondom sportaccommodaties, het feit dat we tonnen hebben geïnvesteerd in het up-to-date maken van de scoutingaccommodaties en het feit dat diverse sportverenigingen vanaf dit jaar minder gebruikersbelasting betalen. Daar komt nog bij dat we in onze eigen accommodaties speciale tarieven hanteren voor verenigingen. Verenigingen betalen dus het laagste tarief dat je in die accommodaties kunt betalen. Daar komt het volgende nog bovenop. Ondanks dat bij navraag bij verenigingen bleek dat de directe impact van corona op de financiële huishouding van verenigingen minimaal was, hebben we de verenigingen toch ruimhartig ondersteund. Heel veel verenigingen hebben daar op een goede manier gebruik van gemaakt door juist wat extra's te doen voor hun leden en door wat extra's te doen om aandacht voor hun belangrijke werk te vragen. Daar komt nog bij dat we afgelopen jaar daar waar wel directe impact was, bijvoorbeeld bij huurkosten voor sportaccommodaties, hebben kwijtgescholden. Bij elkaar opgeteld betekent dit toch weer € 250.000 extra voor verenigingen dit jaar. De heer Peters, CDA (interruptie) Even heel kort.
In het coalitieakkoord van 2018 werden duidelijk hogere waarderingssubsidies genoemd. Ik hoor de wethouder opnieuw over de maatregelen op het terrein van corona. Het is zeker goed wat de gemeente op dat punt heeft gedaan, maar hoe staat het concreet met die hogere waarderingssubsidies? Wethouder Clemens In de afgelopen periode hebben we voor zowel sport- als cultuurverenigingen de subsidies per jeugdlid verhoogd en de subsidies per bijvoorbeeld mindervalide leden. We hebben de subsidies dus verhoogd voor een aantal specifieke groepen. Per saldo betekent dit dat een groot deel van de verenigingen nu een hogere waarderingssubsidie heeft. Verder heb ik aangegeven dat we ook, daar waar we kunnen, de lasten voor verenigingen hebben verlaagd. We hebben bijvoorbeeld de huur verlaagd. Dit is vaak een enorme post voor verenigingen. De heer Peters, CDA (interruptie) Voor de jeugdleden is het verhoogd, maar per saldo is de volledige pot met waarderingssubsidie niet omhooggegaan, bijvoorbeeld voor de amateurkunstverenigingen, fanfares enzovoorts. In principe is het
Pagina 32 van 76 gewoon hetzelfde geworden. Het is alleen een andere verdeling. Is de wethouder het met mij eens dat het ook belangrijk is ... Hogere waarderingssubsidies, natuurlijk kun je het op die manier uitleggen, maar het gaat erom dat verenigingen bij elkaar meer gaan krijgen. Daar gaat het toch om, voorzitter? Wethouder Clemens Dat ben ik met de heer Peters eens. De subsidies die de verenigingen hebben gekregen, zijn hoger dan in het verleden. De lasten die verenigingen aan ons betalen, zijn lager dan in het verleden. Volgens mij snijdt het mes dan aan twee kanten voor die verenigingen. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Als je daarbij niet uitsluit dat het aantal leden van verenigingen niet is toegenomen en het zelfs zo kan zijn dat er verenigingen gestopt zijn. Als je aan de onderkant aan de kosten snijdt en aan de bovenkant wat meer geeft, terwijl het budget hetzelfde blijft, dan kan het niet anders dan de inkomsten per lid en per vereniging zijn gestegen. Misschien is het mogelijk om gewoon een kort staatje aan te leveren van wat er is gebeurd in onze stad. Hoeveel leden waren er vorig jaar en dit jaar? Wat zijn de ontwikkelingen? Wie is er gestopt? Ik denk dat dit heel inzichtelijk kan worden gemaakt voor eenieder. Is het mogelijk om dat voor de beschouwingen aan te leveren? Wethouder Clemens Jazeker, voorzitter. Dat gaan we doen.
Specifiek voor de culturele verenigingen komt daar het volgende nog bij. We hebben eerder al aangekondigd dat er een nieuwe culturele agenda aan komt. Daarin hebben we een aantal dingen al met elkaar afgesproken. Er gaat bijvoorbeeld aandacht voor carnaval in komen, maar er komt ook meer aandacht voor verenigingen. Juist daarom voeren we op dit moment met verenigingen in de hele stad gesprekken. De enige vraag die wij stellen, is: hoe kunnen wij jullie helpen? Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat er meer jonge aanwas komt bij die verenigingen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat je stabiel kunt blijven? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat je bijvoorbeeld je eigen inkomsten kunt vergroten? Ik kan u wel alvast zeggen dat we daar zelden het antwoord krijgen: geef ons meer subsidie. Er komen heel andere antwoorden. Het antwoord van muziekverenigingen is bijvoorbeeld: help ons om de muziekopleidingen voor jongeren te verstevigen. Dat zijn ook dingen waar we met verenigingen over spreken. In de Culturele Agenda gaan we natuurlijk verslag doen van het totaal van die gesprekken. U zult daar ook in zien dat wij daarin straks keuzes maken die de verenigingen echt gaan helpen. De heer Bertholet en de heer Verreck hadden het over het onderwijs naar de binnenstad.
De heer Bertholet stelde de vraag: is het eigenlijk nog wel wenselijk en moet het nog hoog op ons lijstje staan? Het antwoord van dit college is volmondig: ja, wij vinden nog steeds dat het wenselijk is voor de dynamiek in de binnenstad, voor het verbinden van studenten en personeel van die instellingen aan onze stad, voor het ondersteunen van de ondernemers in de binnenstad en om gezellige en leuke reuring in de stad te krijgen. Al die jonge mensen en dynamische personeelsleden - dat zijn ze natuurlijk - willen wij graag in onze binnenstad hebben. Het college heeft dit dus nog steeds heel hoog op zijn lijstje staan. Ik gaf laatst al aan dat we heel positieve gesprekken voeren met Zuyd en de OU. Dat gaat heel goed. We hebben ook afspraken gemaakt aangaande het voortgezet onderwijs. Ook daar zijn we enthousiast over de reuring die dit brengt. Het onderwijs is met name enthousiast over het feit dat zij zich in de binnenstad kunnen vestigen. U verwees specifiek naar didactiek. Voor Grotius en de Vrije School is het bijvoorbeeld zo dat zij zich heel graag in de binnenstad willen vestigen, nabij de culturele instellingen en het openbaar vervoer. Met andere woorden, het is een inhoudelijke afweging van het onderwijs, waar wij heel graag aan meewerken. De heer Verreck had het nog over de 40 of 50 miljoen euro die genoemd wordt in het IHP.
Het is daarbij wel van belang dat u zich realiseert dat we het over het totale pakket hebben. We hebben het dus niet over 40 of 50 miljoen voor een school naar de binnenstad, nee, daarvoor bouwen we bijvoorbeeld ook een nieuw Herle College. Het is wel goed om u te realiseren dat het IHP een totaalpakket is voor onderwijs in de hele stad.
Pagina 33 van 76 De heer Verreck had ook nog een vraag over de incidentele middelen jeugd. De voorzitter De heer Verreck stelt al een vraag voor het antwoord komt. Gaat uw gang. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Nee, ik dacht even na over het antwoord van de wethouder. Ik heb niet de indruk willen wekken dat het bedrag alleen voor Grotius en de Vrije School was. Het bedrag was veel meer een opsomming van getallen. Dat was de opmaat naar een vraag waar u nu geen antwoord op geeft. Ik kan de vraag opnieuw stellen of ik kan de vraag in de tweede termijn opnieuw stellen. Zegt u maar wat u wilt. De voorzitter Stelt u hem nu maar. De heer Verreck, PvdA (interruptie) De verplaatsing van de OU en Zuyd kost geld. Ik heb gevraagd: wie gaat dat betalen? Betalen de OU en Zuyd dat zelf of staan wij daarvoor aan de lat? Wethouder Clemens Daar ligt natuurlijk wel een belangrijk verschil. Als het gaat om primair en voortgezet onderwijs staan wij per definitie aan de lat. Dat is onze wettelijke verantwoordelijkheid. Dat geldt niet voor mbo, hbo of universitair onderwijs. Met andere woorden, daar staan die instellingen primair zelf aan de lat. Wij komen elkaar tegen, bijvoorbeeld daar waar het gaat om het toevoegen van dynamiek in de binnenstad. Dat zijn gesprekken die we met elkaar kunnen voeren. Een andere vraag van de heer Verreck ging over de incidentele middelen Jeugd.
Hij heeft de Rijkstukken goed doorgenomen. We hebben afgelopen week inderdaad een brief gekregen - sterker nog, dat was gisteren als ik me niet vergis - waarin een indicatie van extra jeugdmiddelen voor de gemeente voor het jaar 2022 wordt genoemd. Dan hebben we het dus over een incidentele bijdrage. Die staat voor de gemeente Heerlen momenteel op 10,4 miljoen. Dat is incidenteel en indicatief. We weten dus pas bij de septembercirculaire of het definitief dat bedrag wordt. Dat betekent ook dat we terughoudend moeten zijn met het inzetten van dat bedrag, want het kan dus nog gaan verschuiven. Plus dat we hiermee natuurlijk slechts ten dele zijn geholpen. Dat is ten dele vanwege de hoogte van het bedrag. Het is nog steeds zo dat de gemeente Heerlen zo'n 15 miljoen euro per jaar aan eigen middelen toelegt op het Rijksbudget. Met andere woorden, we hebben dat geld ook gewoon keihard nodig. Plus het is nog geen structurele oplossing voor de tekorten op Jeugd. Pas als die er is, kunnen we dit definitief gaan bestemmen in de begroting. Dan kunnen we ook zeggen: nu komen we in de buurt van wat het Rijk al lang had moeten doen op dit punt. De heer Diederen vroeg aandacht voor aantal dragende partijen in onze stad op het vlak van cultuur, met name voor het feit dat hun subsidies in de afgelopen jaren niet zijn geïndexeerd, waar ze wel belangrijke taken vervullen.
Denk hierbij aan cultuureducatie, de bibliotheek, de muziek, noem maar op. Dat is wel een punt dat oren heeft gevonden bij dit college. Dat is niet in de laatste plaats omdat we natuurlijk gebouwen verhuren aan deze partijen. Daar indexeren we de huren wel. Dat betekent dus ook dat ze er per saldo niet op vooruitgaan. Per saldo wordt het steeds ingewikkelder. Dat hebben we gezien. Juist omdat we het zo belangrijk vinden dat zij deze dragende rol spelen in onze stad, bekijken we op welke manier we toekunnen naar een indexatie. Daar staan we dus welwillend in, maar dan moeten we er wel voor zorgen dat het straks allemaal past in de begroting. De heer Bertholet, D66 (interruptie) Ik kom nog even terug op die 10,4 miljoen. Dat klinkt als muziek in mijn oren. Dat is dus een eenmalige meevaller die uit de lucht komt vallen. Dit staat los van die 612 miljoen die is toegezegd, waar ook een
Pagina 34 van 76 deel van via de septembercirculaire verdeeld gaat worden. Die komt er weliswaar eenmalig, maar desalniettemin bij. Wethouder Clemens Ja, het is eenmalig. Nogmaals, dit is een indicatie. In september weten we het definitief. De heer Bertholet, D66 (interruptie) 10,4 is toch een aardig bedrag. Wethouder Clemens Ja, dat is een aardig bedrag. Maar nogmaals, het is niet structureel. Dat is wel belangrijk, want dat hebben we wel nodig. De heer Diederen, Fractie Diederen (interruptie) Ik wil het volgende vragen aan de wethouder. Mijn rozigheid in mijn eerste bijdrage kwam met name doordat dit met grote waarschijnlijkheid niet eenmalig is. Waar komt dat bedrag namelijk vandaan? Er is een arbitragecommissie geweest van het kabinet met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Daar is uit gekomen: volgend jaar 1,9 miljard. De getallen voor de volgende jaren zijn daar ook in aangegeven. Het huidige kabinet heeft vanwege zijn demissionaire status gezegd: volgend jaar geven we al 1,6. De bedragen die daarna worden genoemd, zijn voor het volgende kabinet. In die zin is het meer dan super eenmalig. U mag ervan uitgaan dat er substantiële bijdragen blijven komen, los van of dat in die orde van grootte is. Bent u daar blij mee? Wethouder Clemens Ik zou de eerste bestuurder zijn die niet blij zou zijn met 10 miljoen! Natuurlijk is dat goed nieuws.